2018


Over de verschrikkelijke verrechtsing.


Supporters van Club Brugge zingen ‘Joden branden het best’, vrouwelijke politici, journalisten en welzijnswerkers krijgen te horen dat ze ‘maar eens goed verkracht moeten worden’, leerlingen van een school in Brugge dreigen een integratieklas voor kinderen van vreemde origine in de fik te steken. Zulke cynische uitingen van racisme halen het nieuws (hoelang nog?), maar niemand die er zich echt druk om maakt.


Moet kunnen blijkbaar, en waarschijnlijk geldt ook hier 'il faut que jeunesse se passe'. Maar de haatmails en het aanzetten tot geweld tegen wie anders denkt of gelooft, tegen wie anders gekleurd of seksueel geaard is, die komen echt niet alleen van jongeren. Nostalgici naar de zogenaamde tijd van orde en tucht schreeuwen hoe langer hoe luider hun opgekropte revanchegevoelens uit, en roepen op tot weerbaarheid voor de ‘rassenstrijd’ die eraan komt.


‘Links’ is nu een scheldwoord geworden, rechts het nieuwe politiek correct. Zoals onder meer bleek uit het gebrul tijdens de anti-Marrakech betoging: ‘Linkse ratten, rol uw matten.’


Zelfs de grofste uitingen van racisme, zoals de foto van een stervende zwarte jongen met als opschrift ‘I don’t care’, worden nu afgedaan als ‘’t was maar om te lachen’. Een macabere zin voor humor hebben die flinke jongens. Na de Pano-uitzending zei Bart De Wever: ‘Dit is ranzig’ en ‘we gaan dat opkuisen’. Wat heeft hij dan opgekuist? Helemaal niks. En algauw heeft hij zijn eigen reactie van tafel geveegd door te stellen dat het om ‘jeugdzonden’ ging.


Dries Van Langenhove van Schild & Vrienden kreeg een interview van twee pagina’s in Het Laatste Nieuws. Hij ging Trump achterna en haalde uit naar de media, maar ook naar mei ’68: ‘Ik denk dat 1968 misschien ooit op gelijke voet zal worden geplaatst met de Tweede Wereldoorlog. Zo destructief is dat geweest.’ De Tweede Wereldoorlog heeft meer dan 72 miljoen mensen het leven gekost. De man die haat, racisme en xenofobie predikt, veroordeelt de bloemenkinderen die, hoe naïef en wereldvreemd ook, love and peace predikten. Maar toch: liever nazi dan hippie.


Het ergste is dat we eraan gewoon raken, aan die rechtse, nationalistische, xenofobe, misogyne, racistische praat, en dat we er ons bij neerleggen. Denkend aan de opwarming van de aarde en de luchtvervuiling, heb ik mij al dikwijls angstig afgevraagd welke wereld wij onze kleinkinderen en achterkleinkinderen zullen nalaten. Nu denk ik ook: onder welk politiek regime zullen zij terechtkomen? Zullen ze in een vrij land leven, zullen ze nog mogen geloven dat alle mensen gelijk zijn, de een niet beter of niet slechter dan de ander?


Karel Anthierens


De Morgen 24 januari 2018


Nee, de welvaartsstaat staat niet op instorten door migratie

Bart De Wevers stelling gewikt en gewogen

Jeroen Van Horenbeek en Dieter Bauwens



Bedreigt de instroom van asielzoekers onze sociale zekerheid, zoals Bart De Wever (N-VA) waarschuwt?

Vooralsnog onderstutten de feiten de stellingname niet.


We moeten kiezen, schreef N-VA-voorzitter De Wever in een opiniestuk in De Morgen. Willen we een grote instroom migranten ontvangen? Of willen we het huidige niveau van de welvaartsstaat behouden? “Als we dat eerste pad kiezen, resten er ons twee opties: een gesloten sociale zekerheid die enkel toegankelijk is voor mensen die ertoe bijdragen of het ineenstorten ervan. De linkse gutmensch zal in zijn absolute goedheid net het tegenovergestelde bewerkstelligen van wat hij claimt te willen: de afbraak van de welvaartsstaat.”


De Wever is niet de eerste die deze keuze voorhoudt. Nobelprijswinnaar economie Milton Friedman, de man die het oor had van Amerikaans president Ronald Reagan, zei eind jaren 90 al dat landen ofwel open grenzen kunnen hebben, ofwel een welvaartsstaat, maar niet beide.



Dezelfde stelling keert terug in het vaak aangehaalde werk van migratie-econoom George Borjas. De Harvard-econoom is degene die de term ‘aanzuigeffect’ op de kaart plaatste, als beschrijving voor de manier waarop asielzoekers ’shoppen’ tussen bestemmingslanden. De redenering is: hoe meer sociale voordelen in een bepaald land, hoe meer migranten erop af komen.


'Als je hier zonder papieren bent,

kan je aanspraak maken op dringende medische hulp.

Als je kinderen hebt, mogen die naar school gaan.

Als je werkt, al is dat in dat geval in het zwart, dan heb je recht op loon'

Johan Wets, migratiespecialist aan de KU Leuven


Transmigranten

Erg origineel is de stelling van De Wever dus niet. Maar belangrijker: klopt ze? De enigszins brutale financiële vraag die daarvoor beantwoord moet worden is: wat 'kost' een migrant, op lange termijn, aan de sociale zekerheid?


Hierbij is het essentieel om te weten dat er verschillende groepen migranten zijn, die niet door mekaar gehaald mogen worden. Sinds 2008 zijn in België ongeveer 99.000 erkende vluchtelingen toegekomen, mensen die hun thuisland verlieten omwille van oorlog of politieke vervolging. Denk aan Syrische oorlogsslachtoffers. Hoe groot de groep erkende vluchtelingen in totaal is, over alle jaren heen, is niet geweten. Zij kunnen een beroep doen op de hele sociale zekerheid: ze krijgen een leefloon als ze geen werk vinden en gezondheidszorg als ze ziek zijn. Ze worden als een volwaardig deel van de maatschappij aanzien.


Er is, op Vlaams Belang na, ook geen enkele politieke partij die hieraan wil tornen. Al uitte De Wever wel al zijn bedenkingen. In 2015 plaatste hij tijdens het openingscollege van UGent-politicoloog Carl Devos vraagtekens bij de Conventie van Genève, die onder meer de bescherming van oorlogsvluchtelingen regelt.


Hiernaast verblijven er in België ook enkele duizenden ‘transmigranten’ of economische gelukzoekers, mensen die migreren in de hoop op een beter leven elders. Zij vragen dus geen asiel aan. De Sudanezen die in het Brusselse Maximiliaanpark overnachten, behoren tot deze groep. Zij verblijven hier illegaal en kunnen in principe geen aanspraak maken op een sociaal vangnet, maar er zijn uitzonderingen. Hetzelfde geldt voor kandidaat-vluchtelingen die afgewezen zijn en zonder papieren hun leven hier voortzetten.


“Als je hier zonder papieren bent, kan je aanspraak maken op dringende medische hulp. Als je kinderen hebt, mogen die naar school gaan. Als je werkt, al is dat in dat geval in het zwart, dan heb je recht op loon”, zegt migratiespecialist Johan Wets (KU Leuven). “Dat is ook een indirecte kost voor de maatschappij, maar dat is de schuld van de werkgever. Omdat hij iemand in het zwart laat werken, kan iemand anders niet in het wit werken, en betalen werkgever noch werknemer sociale bijdragen.”


Niet aan de bak

Een kosten-batenanalyse maken van beide onderscheiden groepen is niet makkelijk. Statistieken over de economische voor- en nadelen zijn schaars en moeilijk met mekaar te vergelijken.


Wat wel duidelijk is: nieuwkomers hebben het meestal lastig om hier een baan te vinden. Zo leren cijfers van de Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie dat 21.000 vluchtelingen momenteel genieten van een leefloon. Daarmee maken ze 15,8 procent van alle begunstigden uit. Erkende vluchtelingen blijven ook gemiddeld dubbel zo lang bij het OCMW als Belgen omdat ze vaak eerst een van de landstalen moeten leren voor ze aan de bak kunnen komen op de arbeidsmarkt.


Binnen de groep leefloners is het aandeel vluchtelingen dus aanzienlijk. Daar tegenover staat dat het budget voor leeflonen maar een kleine fractie uitmaakt van de sociale zekerheid. Daarnaast bouwen vluchtelingen ook sociale rechten op in geval van werkloosheid of pensioen, of bij ziekte.


'Discriminatie,

zowel op de arbeidsmarkt als op school,

speelt een rol bij het beperkte percentage werkende migranten'

Stijn Baert, arbeidsexpert aan de UGent


Arbeidsmarktstatistieken bevestigen dat migranten het in het algemeen lastig hebben. Het steunpunt Werk berekende dat slechts 43 procent van de niet-Europese vrouwen die in ons land wonen een baan hebben. Bij de Belgische vrouwen is dat 66 procent. Ook niet-Europese mannen scoren slechter: 62 procent tegenover 73 procent. Feitelijke nuance: die percentages slaan op migranten in brede zin, niet enkel op erkende vluchtelingen.


Hoe dan ook, als het op tewerkstelling aankomt, is het volgens hoogleraar en arbeidsexpert Stijn Baert van de UGent duidelijk: “Het is een financieel gespannen situatie.” Al brengt hij hier meteen een belangrijke nuance bij aan: het hoeft niet per definitie zo moeilijk te gaan. In heel wat Europese lidstaten, waaronder in Nederland, ligt het aantal migranten die werken hoger.


“Discriminatie, zowel op de arbeidsmarkt als op school, speelt daarin een rol”, vervolgt Baert. “Net zoals het feit dat onze sociale zekerheid nog altijd te weinig gevormd is naar het belonen van werk zoeken. Heel wat niet-Europese vrouwen zoeken niet eens een job. Je moet die mensen meer stimuleren om bij te dragen.”


Het beste onderzoek naar de 'sociale kost' van migranten, heeft al een respectabele leeftijd en komt uit Nederland. Daar maakte het Centraal Planbureau in 2003 een grote kosten-batenanalyse van de niet-Westerse immigrantenpopulatie. Die bestond toen voornamelijk uit gastarbeiders van de eerste generatie, vooral uit Turkije en Marokko en telt relatief weinig ‘echte’ vluchtelingen.


Desondanks is de berekening nog wel relevant, omdat hij gebaseerd is op statistieken van arbeidsparticipatie, belastingafdrachten en afhankelijkheid van uitkeringen in vergelijking met de gemiddelde Nederlander. Het eindresultaat: een migrant met een niet-westerse achtergrond die in Nederland arriveerde toen hij 25 jaar was, kostte de staat gedurende de rest van zijn leven gemiddeld 43.000 euro. De gemiddelde Nederlander van dezelfde leeftijd bracht 76.000 euro op.


Dat migratie geld kost lijkt wel vast te staan. Hier gaat beleid over van kosten-batenanalyse in ethiek. De vraag is dan hoeveel geld opvang van vluchtelingen mag kosten. Dat is een politiek oordeel.


'De linkse partijen pleiten wel voor een humane aanpak, maar hoe vul je dat in?

Door mensen zonder papieren meer rechten te geven?

Als je veel meer gaat aanbieden, zal je inderdaad een aanzuigeffect creëren,

en dan maak je het probleem net groter'

Johan Wets, migratiespecialist aan de KU Leuven


Sudanezen opvangen

“Er zijn 37 miljoen Sudanezen, die ongetwijfeld elk een beter leven willen. Hebben wij de morele plicht die allemaal op te vangen? En wat met de rest van Afrika? (…) Mij goed als we ze opvangen, maar dan kunnen we ons sociaal systeem niet meer handhaven op het huidige niveau”, schreef De Wever in zijn opiniestuk. Theoretisch gezien heeft de N-VA-voorzitter hier gelijk, een open grenzenbeleid zou de sociale zekerheid diep ondergraven, maar in de praktijk is er geen enkele partij die hiervoor pleit. Ook niet ter linkerzijde.


"De situatie van mensen zonder papieren aankaarten is niet hetzelfde als pleiten voor open grenzen", zegt Johan Wets. "De linkse partijen pleiten wel voor een humane aanpak, maar hoe vul je dat in? Door hen meer rechten te geven? Als je veel meer gaat aanbieden, zal je inderdaad een aanzuigeffect creëren, en dan maak je het probleem net groter. Het resultaat zou weleens het tegendeel kunnen zijn van wat je beoogt. Maar het niet aanpakken is echt niet humaan. Je moet een gulden middenweg vinden."


De enige situatie die we vandaag kunnen analyseren, is de situatie die zich vandaag voordoet. En die leert dat de opvang van vluchtelingen en transitomigranten inderdaad geld kost aan de sociale zekerheid. Maar claimen dat de instroom van asielzoekers momenteel dé sociale zekerheid ondergraaft, gaat te ver. Wie het grotere budgettaire plaatje van de sociale zekerheid bekijkt, merkt dat de kosten naar verhouding met het totaal meevallen.


In de federale begroting van 2018 lezen we dat er 91,3 miljard euro voorzien wordt voor de sociale zekerheid. Veruit de grootste brok, 45,5 miljard of zowat de helft van het totaal, gaat naar de pensioenen. Het Riziv krijgt 34,2 miljard om de gezondheidszorg en ziekte-uitkeringen te betalen. Voor de werkloosheidsuitkeringen is dit jaar 6,6 miljard euro voorzien. Het budget voor leeflonen is 1,1 miljard.


Van die bedragen gaat slechts een fractie naar vluchtelingen en sans-papiers. Zoals we eerder aangaven, is een kleine 16 procent van de 140.000 leefloners in ons land een vluchteling. Voor hen voorziet de begroting dit jaar 172 miljoen euro. Let wel, dat is niet het enige bedrag uit de sociale zekerheid dat naar vluchtelingen gaat. Ook van de pensioenen en werkloosheidsuitkeringen gaat een (klein) deel naar vluchtelingen, maar daarvan is niet bekend om welke som het precies gaat. Wat wel duidelijk is: de kosten voor de vergrijzing en het stijgend aantal langdurig zieken liggen een pak hoger. 


Volgens professor Wets voert Bart De Wever de foute discussie, omdat zijn focus op de economische kost van asielzoekers te kortzichtig is. “De discussie zou niet over het economische moeten gaan, het gaat veel breder. Dit is een ethisch vraagstuk: hoe groot mag die groep worden? Wat we nu meemaken, is de voorbode van wat de komende decennia gaat gebeuren. De politiek moet beslissingen nemen. Maar om dit echt aan te pakken, volstaat het niet om in Vlaanderen of België zaken te veranderen. Daarvoor zijn structurele maatregelen op Europees niveau nodig.”



De Morgen 26 januari 2018


Bart De Wever heeft Jezus Christus niet begrepen

Pleidooi voor de scheiding van Geweten en Staat

Joël De Ceulaer



Het heeft deze week reacties gerégend op het fameuze opiniestuk van Bart De Wever.

Maar één puntje is nog niet belicht: de N-VA-voorzitter beroept zich op onze christelijke erfenis,

maar begrijpt blijkbaar totaal niet wat die erfenis inhoudt.

Een essay over Jezus Christus, Linde Merckpoel en het verschil tussen gepaste en ongepaste liefdadigheid.


Het boeiendste tv-debat viel deze week, zoals wel vaker, waar te nemen in De afspraak op Canvas. Dinsdagavond waren Luckas Vander Taelen en Alexis Deswaef te gast bij Bart Schols. Deswaef is de voorzitter van de Franstalige Liga voor de mensenrechten in ons land en bezieler van de acties die geëngageerde burgers organiseren ten behoeve van de zogenoemde transmigranten in het Maximiliaanpark. Vander Taelen is een oud-politicus voor Groen, maar vertolkt wat migratie betreft al enkele jaren de consensus op rechts. Deswaef heeft het ideale profiel om gecast te worden als de gutmensch die iedereen een geweten wil schoppen. Een duel uit het boekje.


Als u die aflevering van De afspraak wil herbekijken op de website van Canvas, raad ik u aan om door te spoelen naar de 26ste minuut, want dán gebeurt het: dan lanceert Vander Taelen een uithaal die onze tijdgeest samenvat.


Bart De Wever leest veel boeken,

maar ik ben bang dat hij ze soms ondersteboven leest

Joël De Ceulaer


Het gesprek ging op dat moment over het incident dat zich een week geleden voordeed op het parkeerterrein aan de E40 in Groot-Bijgaarden, waar politieagenten naar eigen zeggen werden belaagd door transmigranten met stokken. Toen Alexis Deswaef begon uit te leggen dat er volgens getuigenissen die hij had gehoord ook een ándere kant aan dat verhaal zit, kreeg hij eerst een strenge Bart Schols over zich heen, die tot twee keer toe vroeg of Deswaef wel zeker was of die andere kant van het verhaal klopt.


De kans om te antwoorden kreeg Deswaef niet, want meteen daarna ging Vander Taelen plotseling in overdrive, met de uithaal waarvoor hij gecast was. Hij had het gehad met al die “naïviteit” over “rellen” met “criminelen” en stelde Deswaef met haast overslaande stem de vraag: “Welk beleid stelt ú dan voor?”


Daarmee leerde Vander Taelen ons twee dingen. Eén: als het over transmigranten gaat, bestaan er geen twee kanten van het verhaal. Hun getuigenis is waardeloos, daar hoeven we niet naar te luisteren. Woord, wederwoord? Onderzoek à charge en à décharge? Niet nodig. Het zijn maar transmigranten, geen volwaardige mensen. Twee: blijkbaar vindt Vander Taelen dat Deswaef moet kiezen tussen zijn geweten en het beleid.


Dat is, zo zal ik in dit essay proberen te beargumenteren, een valse keuze, die ook Bart De Wever ons deze week heeft voorgeschoteld, en die wij krachtig moeten verwerpen. Zoals wij eeuwenlang hebben gevochten voor de scheiding tussen kerk en staat, zo moeten wij nu vechten voor de scheiding tussen geweten en staat.


Barmhartige Samaritaan

Er is al behoorlijk wat inkt gevloeid over het scherpe opiniestuk van de N-VA-voorzitter dat deze krant woensdag publiceerde. Er zijn al veel denkfouten blootgelegd die daarin besloten lagen: de valse keuze tussen ‘welvaartsstaat’ en ‘open grenzen’, zijn verkeerde interpretatie van het werk van filosofe Hannah Arendt, de karikatuur die hij maakt van linkse ideeën, enzovoort. Eén kapitale fout in zijn stuk bleef tot dusver echter onder de radar: Bart De Wever, zo blijkt, weet niet wat het christendom ons heeft geleerd.


Dat is raar, want hij verwijst er zelf naar, in zijn inleiding. “Plots worstelen wij allen met de eeuwenoude vraag: wat betekent het om een goed mens te zijn?”, mijmert De Wever bij wijze van aanloop. “Wat zijn wij verplicht? En aan wie? De christelijke erfenis waar wij na het wegdeemsteren van God op teren, dicteert ons dat we onze naasten moeten behandelen zoals we onszelf zouden behandelen. Maar hoe nabij moet die naaste zijn?”


De wetgever is niet perfect,

en dus is spanning met het geweten soms onvermijdelijk


Herlees die laatste zinnen, en haal er dan het evangelie bij. De Wever maakt hier twee fouten die voor een intellectueel onvergeeflijk zijn. Gelooft hij zelf niet wat hij schrijft en houdt hij ons voor dommeriken die daar toch niet zullen achterkomen?

Of kent hij écht niets van het christendom? Dat is onduidelijk. En aangezien hij geen interviews meer geeft aan lastige journalisten, zal niemand hem ooit die vragen stellen en zullen we het antwoord op die vragen nooit kennen. Jammer.


Het venijn zit in dat woordje ‘naaste’, waar De Wever sluw mee speelt. Iedereen die ooit een uurtje godsdienst heeft gekregen, weet dat Jezus ons leert dat we de ‘ander’ moeten behandelen zoals we zelf zouden willen behandeld worden door de ‘ander’. Die ander, dat is ieder mens, met hoofdletters: Ieder Mens. De gulden regel luidt: behandel andere mensen zoals u zelf wil dat andere mensen u behandelen. Jezus was een kosmopoliet. De vraag is dus helemáál niet “hoe nabij” die naaste moet zijn, zoals De Wever ons wil doen geloven. Wat Jezus ons leert, is nu net dat we de ‘ander’ ook moeten helpen als hij zo op het eerste gezicht onze ‘naaste’ niet is.


De parabel van de barmhartige Samaritaan, een van de bekendste verhalen uit het evangelie, gaat daarover: de Jood die aan de kant van de weg ligt te creperen wordt niet geholpen door zijn ‘naasten’, maar door een Samaritaan, die door Joden destijds net niet als ‘naaste’ werd beschouwd. De moraal van het verhaal: alleen wie een ander echt helpt, toont zich een naaste. Oftewel: wij moeten iederéén helpen, niet alleen mensen die wij op basis van vooroordelen als onze ‘naasten’ beschouwen.


Dat is dus precies het tegenovergestelde van wat De Wever schreef. Het kan geen kwaad om dat even te herhalen: net zoals hij bij Hannah Arendt het tegenovergestelde leest van wat er staat, doet hij dat ook in het evangelie. Hoogst merkwaardig. De Wever leest veel boeken, maar ik ben bang dat hij ze soms ondersteboven leest.


Transfers naar Sudan

We worden, met andere woorden, in het ootje genomen. Belogen, om het net iets minder elegant te verwoorden. Of het nu over dansende moslims, de exponentiële toename van mensen in het Maximiliaanpark, het inzicht van Hannah Arendt of de boodschap van het christendom gaat: men probeert onze geest te vergiftigen met propaganda die er vlotjes ingaat, maar niet getuigt van intellectuele integriteit. In de politiek is dat niet ongewoon, maar vandaag gaat het erg ver. De politieke strijd is altijd een strijd om onze hearts and minds geweest. Maar nu heeft men het ook gemunt op ons geweten.


Bart De Wever wil ons individuele geweten ten aanzien van de vreemdeling doen krimpen. Hij begrijpt dat mensen het goede willen doen, maar waarschuwt ons dat een “industrie van linkse advocaten, ngo’s en activisten” daarin “een fond de commerce” heeft gevonden. En die industrie brengt een rationeel beleid terwille van “het algemeen belang” in gevaar – het verwijt dat Vander Taelen dinsdagavond Deswaef ook toebeet.


Met een bestelwagentje vol nepgeld naar Sudan rijden is allicht te omslachtig.

Daarom moet de Sudanees worden ontmenselijkt:

hij moet buiten het bereik van ons geweten blijven


Uiteraard schuilt daarin een grond van waarheid: een land moet rationeel bestuurd worden, en daarbij moet het algemeen belang een baken zijn. Zo’n beleid is niet de optelsom van onze individuele gewetens, maar het resultaat van een strijd om de macht. In een democratische rechtsstaat regeert de wet, niet ons geweten.


Maar een geweten kun je niet uitschakelen. En een wet kan bijzonder onrechtvaardig of onmenselijk zijn – denk aan een zwangere vrouw wier man net voor de bevalling dreigt te worden uitgewezen, of aan een jongen van achttien die hier als kleuter arriveerde en toch terug moet naar het land van origine. Zelfs wijlen Guido Tastenhoye pleitte als volksvertegenwoordiger van het Vlaams Blok altijd voor strengere uitwijzingen, tot een gezin uit Kazachstan uit zijn buurt het land moest verlaten: toen vroeg hij clementie. Zijn geweten botste niet alleen met de wet, maar zelfs met de eigen ideologie.


En dat lijkt mij gezond. De wetgever is niet perfect, en dus is spanning met het geweten soms onvermijdelijk. Denk aan het lot van de Catalaanse nationalisten: sommigen onder hen zitten momenteel, geheel conform de Spaanse rechtsstaat, in de gevangenis. Maar is dat rechtvaardig? Is dat menselijk? Nee, dat vloekt met ons geweten. Het was Bart De Wever zélf die hierover zei: “De ergste dictatuur is de dictatuur van slechte wetten.”


Dat de N-VA-voorzitter deze week toch een deuk in ons geweten wilde slaan, heeft alles te maken met het mechanisme dat hij als geen ander weet aan te spreken bij de kiezer: in-group versus out-group. In 2010 waren de Franstaligen de out-group, en moesten de transfers naar Wallonië worden drooggelegd om de Vlaamse welvaart veilig te stellen. Dat argument ging recht naar de portemonnee. Nu is het weer onze welvaart die moet worden beschermd, maar gaat het argument behalve naar de portemonnee ook naar het geweten. Met een bestelwagentje vol nepgeld naar Sudan rijden is allicht te omslachtig. Daarom moet de Sudanees worden ontmenselijkt: hij moet buiten het bereik van ons geweten blijven. Ik ben niet de vroomste christen in de zaal, maar ik weet één ding: dat zou Jezus vast niet fraai gevonden hebben.


De Warmste Week

Over Jezus gesproken. Iedereen kent en prijst de scheiding van Kerk en Staat. Wat zelden wordt opgemerkt, is dat Europeanen en Amerikanen die scheiding anders beleven. In Europa, dat lang onder het katholieke juk leefde, betekent het vooral dat de Kerk zich niet met de Staat mag bemoeien. In de Verenigde Staten, gesticht door protestantse kolonisten, wil men vooral dat de Staat zich niet met de Kerken bemoeit. Dat is althans de stelling van The Economist-redacteuren John Micklethwait en Adrian Wooldridge in hun knappe boek God Is Back – als men het tenminste niet ondersteboven leest.


Laten we inzake de scheiding van geweten en staat een kordaat tweerichtingsverkeer installeren: zoals ons individuele geweten niet het beleid kan dicteren, zo zou het prettig zijn mocht het beleid op respectvolle afstand blijven van ons geweten.


Dat het geweten van sommigen zo hard wordt aangesproken door de mensen die in het Maximiliaanpark kamperen, is trouwens niet meer dan normaal. Het is net de out-group, de mensen die niet direct onze ‘naasten’ lijken, waar we ons geweten voor nodig hebben. Voor onze in-group hebben we immers een collectief geweten uitgevonden. We noemen dat ook wel de welvaartsstaat. Als mijn buurman zonder werk valt, of zwaar ziek wordt, getuigt het zeker van naastenliefde als ik hem af en toe bezoek of help met wat dan ook. Maar ik word niet verondersteld om hem te eten te geven of een bed aan te bieden. Onze sociale zekerheid zorgt ervoor – dat is toch de bedoeling – dat hij dat zelf kan blijven betalen. Zo heeft ons collectieve geweten zich vertaald in georganiseerde solidariteit. Die is onpersoonlijk en strikt rationeel, maar ze functioneert tamelijk goed.


De mensen in het Maximiliaanpark vallen buiten die georganiseerde solidariteit, en dat is nu net waarom het individuele geweten hier mag spreken. Móét spreken. Zij zijn geen landgenoten, maar ‘naasten’, want: ‘mensen’. Als wij naar ons geweten luisteren, horen wij de gulden regel, die niet het monopolie is van het christendom: laten wij deze mensen behandelen zoals wij zelf behandeld zouden willen worden, mochten wij in hun plaats zijn. De Wever wil die stem van het geweten smoren en verdacht maken.


De Warmste Week is prachtig, daar niet van.

Alleen zouden politici, en zeker ministers, moeten leren dat ze daar niets te zoeken hebben.

En zeker niet met ons belastinggeld


Dat is ongepast en vreselijk inconsequent. Soms doet hij immers het tegenovergestelde: soms manen hij en zijn partij ons aan om ons geweten net wél te laten spreken: tijdens de Warmste Week van Studio Brussel, namelijk. Dan kan het niet op met de meligheid en de menselijke warmte en de liefdadigheid. Dan trekken partijvoorzitters en ministers – niet alleen van de N-VA, overigens – in dichte drommen naar Linde Merckpoel, om haar een cheque te overhandigen voor deze of gene goede zaak: dove kindjes, jongeren met psychische problemen, de Cliniclowns en armoedebestrijders allerhande. En na afloop pinken we allemaal een traantje weg. Wat is de Vlaming toch solidair!


En dat is ook zo. Maar de tragische waarheid is dat solidariteit met de in-group perfect kan samengaan met de ontmenselijking van de out-group. Om oorlog te voeren of een genocide te plegen, heb je ook solidariteit nodig – binnen de strijdende groepen.


Die Warmste Week is prachtig, daar niet van. Alleen zouden politici, en zeker ministers, moeten leren dat ze daar niets te zoeken hebben. En zeker niet met ons belastinggeld. Dat belastinggeld is bestemd om op rationele wijze te worden besteed, in het algemeen belang. Aan dove kindjes, jongeren met psychische problemen en armoedebestrijding op allerlei fronten. Dat burgers hun geweten aanspreken om de gaten in onze opvangnetten te dichten, is loffelijk. Maar politici moeten ons belastinggeld – de manifestatie van ons collectieve geweten – aanspreken om ervoor te zorgen dat er geen, of toch zo weinig mogelijk, gaten zijn. Liefdadigheid is geen ersatz voor georganiseerde solidariteit.


Overigens: als er nu één evenement is waar een “industrie van ngo’s en activisten” “een fond de commerce” heeft gevonden, dan is het de Warmste Week wel. Maar goed ook.


Het laatste taboe

Met uw goedvinden vat ik de stelling die ik heb willen verdedigen, nog eens samen: waar ons individuele geweten moet spreken, wil De Wever dat het zwijgt; waar dat geweten soms liever zwijgt ten voordele van het collectief, wil hij net dat het spreekt. Hij wil onze morele gevoeligheid voor de out-group doen krimpen, zodat hij die kan inzetten voor de in-group. Als hij moet kiezen tussen ‘open grenzen’ en ‘welvaartsstaat’ dan kiest hij voor het laatste. Maar als hij moet kiezen tussen ‘meer welvaartsstaat’ of ‘meer liefdadigheid’, dan kiest hij óók voor het laatste.


Het is deze week al tot vervelens toe opgemerkt: de N-VA wil besparen op onze sociale zekerheid. Dat is een legitiem politiek strijdpunt. Maar als je tegelijk de kiezer wijsmaakt dat de stem van zijn geweten de welvaartsstaat ondermijnt, dan heb je niet het algemeen belang voor ogen. Dan koester je maar één belang: dat van de eigen partij. Ook dat is niet verboden, maar het is goed om daar nog eens op te wijzen. En wie zowel Hannah Arendt als het evangelie al dan niet met opzet verminkt om zijn gelijk te halen, heeft niemand lessen te geven over de rationaliteit van het debat – het is onthutsend dat nog niemand, zelfs geen katholieke denker, hierover tot dusver een kik heeft gegeven. Ook dat zal vast conform de tijdgeest zijn: God is dood, en zijn zoon was een gutmensch.


Misschien moet Philippe Geubels eens vier Sudanezen uit het Maximiliaanpark uitnodigen


Kijk maar naar het meest bezongen tv-programma van de laatste maanden: Taboe met Philippe Geubels, waarin de komiek lacht met mensen met wie je eigenlijk niet mag lachen. Zullen daarin de revue passeren, ik citeer de website van de makers: “mensen met een ongeneeslijke ziekte, mensen met een fysieke beperking, blinde en slechtziende mensen, mensen met obesitas, mensen in armoede, holebi’s, mensen met een andere huidskleur, en mensen met een psychische kwetsbaarheid”.


U ziet het verband? Precies: allemaal in-group. Geen wonder dat N-VA-politici zich na de eerste aflevering hebben uitgeput in superlatieven, zoals ze dat plegen te doen tijdens de Warmste Week. Op zich: niks mis mee. Leve de warmte, humor en empathie! Het brengt ons dichter bij onze ‘naasten’, die zich al te vaak uitgesloten voelen in deze samenleving. Alleen vraag ik mij af of de vlag van het programma de lading wel dekt. Af en toe eens goed gekscheren met iemand die blind, dik of homo is, in het bijzijn van de betrokkene – is dat een taboe? Echt? Is dat iets wat we niet durven en nooit doen?


Mja. Misschien.


Maar ik ken een taboe dat op z’n minst groter is. Een taboe dat almaar groter wordt, ook. Echt iets voor Geubels, trouwens. Een voorstel: misschien moet hij eens vier Sudanezen uit het Maximiliaanpark uitnodigen in dat huisje aan zee. En dan Luckas Vander Taelen luidop dat opiniestuk van Bart De Wever laten voorlezen.


Dat wordt lachen.



De Morgen 26 januari  2018


Onderwijsexpert Dirk Van Damme: "We zijn te naïef geweest over integratie"

OESO-onderwijsexpert luidt de noodklok

Remy Amkreutz en Bart Eeckhout



Jarenlang zette Dirk Van Damme (61) mee de bakens van het Vlaamse onderwijs uit.

Wat hij vandaag ziet, baart hem zorgen.

"Ons taalbeleid voor migrantenleerlingen is in het algemeen te laks geweest."


Als Dirk Van Damme spreekt, luistert de hele onderwijswereld.

Hoewel hij immer genuanceerd formuleert, klinkt er de laatste tijd somberte en urgentie door in zijn tussenkomsten in het onderwijsdebat. De huidige OESO-topman voor onderwijs werkte jarenlang op sleutelposities in het Vlaamse onderwijsbeleid, onder meer als kabinetschef van minister Frank Vandenbroucke (sp.a). 


Van Damme noemt zich nog altijd sociaaldemocraat, maar kijkt met gemengde gevoelens terug op het beleid waarvoor hij mee verantwoordelijk tekende. De druk bediscussieerde zwakke prestaties van Vlaamse basisschoolleerlingen op het vlak van begrijpend lezen verontrusten hem zeer. Maar verrassen doen ze hem niet.


“We zijn niet het enige land waar het onderwijsniveau onder druk staat, maar andere landen pakken zulke uitdagingen ernstiger aan. We dreigen zelfgenoegzaam te zijn.”


'Ik pleit voor een centraal examen aan het einde van het secundair onderwijs,

voor alle scholen en leerlingen gelijk'

Dirk Van Damme


Wat is het probleem?

Dirk Van Damme: “Gelijke kansen zijn de volle prioriteit geweest, en terecht wat mij betreft, maar het resultaat blijft mager. We krijgen de onderste groep leerlingen niet naar een hoger niveau. De aanpak heeft onvoldoende gewerkt. We hebben ons daarop blindgestaard. Sommigen vinden het belangrijker dat we bezig blijven met gelijke kansen dan dat we resultaten boeken."


“Wat me zorgen baart, zijn de enorme kwaliteitsverschillen in het Vlaamse onderwijs. Het gemiddelde presteert nog goed en de top, ondanks dalingen, ook, maar die onderkant blijft steken op een heel laag niveau.”


Wat kunnen we daaraan doen?

“Ik pleit voor een centraal examen aan het einde van het secundair onderwijs, voor alle scholen en leerlingen gelijk. Je moet vermijden dat scholen onder een bepaalde lat zakken. Vandaag kan ons kwaliteitssysteem dat niet voorkomen."


“Als een school aan het wegzinken is, duurt het vijf tot tien jaar voordat er knipperlichten gaan branden. Eerst komt de inspectie langs, er volgt een verbetertraject, waarna er uiteindelijk misschien een dossier op tafel van de minister komt om die school te sluiten. Maar dat gebeurt nooit, omdat je dan ook kansen wegneemt en je vaak geen alternatieven in de buurt hebt. Het resultaat is dat er niets gebeurt. Er zijn te veel scholen die, onder meer doordat er veel leraren vertrekken, onder de maat gaan. En het gaat dan lang niet altijd over concentratiescholen.”


'Leraren examineren volledig autonoom en scholen diplomeren autonoom.

We hebben geen enkel zicht op de standaarden die daarbij worden gehanteerd'

Dirk Van Damme


Voor een centraal examen is er geen draagvlak binnen deze regering. Ook de koepels staan niet te springen.

“Ik volg de helaas overleden Jaap Dronkers (Nederlandse onderwijssocioloog, RA/BE), ook een sociaaldemocraat. Hij zei, na uitgebreid onderzoek, dat een centraal examen de beste manier is om de onderkant mee te krijgen en de kansen van kwetsbare leerlingen op kwaliteit te verbeteren."


“In Vlaanderen bestaat de kwaliteitscultuur op veel scholen, maar niet op systeemniveau. De autonomie van de scholen is te extreem ingevuld. Leraren examineren volledig autonoom en scholen diplomeren autonoom. We hebben geen enkel zicht op de standaarden die daarbij worden gehanteerd. Dat bestaat nergens anders.”


U maakt zich zorgen over het gebrek aan echte gelijke kansen. Uit conservatieve hoek klinkt de klacht dat juist te weinig naar de top, naar excellentie en ambitie wordt gekeken.

“Excellente leerlingen worden te weinig uitgedaagd. Met dat deel van het conservatieve discours ben ik het eens. Leraren hebben in de klas de focus in zijn geheel naar het midden verschoven. Ik aarzel om het woord nivellering te gebruiken, maar ik ken wel degelijk leerkrachten die aangeven dat ze het niveau hebben verlaagd om meer mensen kansen te geven. Dat was nooit de bedoeling. Zo raken de minder presterende leerlingen ook niet geholpen. Hun onderwijskansen worden nog altijd in sterke mate bepaald door de socio-economische achtergrond. We gooien zo talent weg, terwijl onderwijs die kansen juist zou moeten verdelen. Ik blijf dat een enorm ernstig probleem vinden.”


Acht u zichzelf verantwoordelijk voor die mislukking?

“Het is een persoonlijke frustratie. Frank Vandenbroucke was zich erg bewust van het risico dat de focus op kwaliteit zou vertroebelen. Hij heeft altijd gehamerd op het hoog houden van de lat."

 

'Als je puur naar de cijfers kijkt, overweegt het gevoel van mislukking. 

De kloof tussen anderstaligen en wie thuis Nederlands spreekt,

is hier de grootste van alle OESO-landen'

Dirk Van Damme


“We zijn te naïef geweest over integratie. We hebben veel ingezet op een positief ondersteuningsbeleid. Daar zitten goede elementen in, maar de kritiek is nu deels terecht. Als je puur naar de cijfers kijkt, overweegt het gevoel van mislukking. De kloof tussen anderstaligen en wie thuis Nederlands spreekt, is hier de grootste van alle OESO-landen. (zucht) De context is natuurlijk breder: Vlaanderen is pas in die tijd gestart met een inburgeringsbeleid. Daardoor hebben we de uitdaging in het onderwijs onbedoeld onderschat.”


Waar had de lat hoger gemoeten?

“Bij de taalkennis. Daarom reageer ik zo fors in de discussie over de plaats van de moedertaal op school. Ons taalbeleid voor migrantenleerlingen is in het algemeen te laks geweest. Daar zit voor mij de verklaring voor de enorme prestatiekloof. We zitten nog altijd met een zeer grote groep gezinnen en migrantenouders die thuis geen Nederlands spreken. In andere landen is dat sterker aangepakt. Daar beheersen families na een of twee generaties toch de taal van het land goed."

 

'Het grootste probleem is dat mensen in ons onderwijs, ook leraren,

te snel tevreden zijn met wat je bij migrantenleerlingen kunt bereiken op het vlak van taal. 

Ze zijn tevreden met een te laag niveau'

Dirk Van Damme


“Velen zullen zeggen dat die leerlingen zich kunnen behelpen. Maar het gaat om taalrijkdom. Als je vergelijkt hoeveel woorden zij kennen, dan is het pover gesteld met onze migrantenleerlingen. Die taalrijkdom is noodzakelijk voor cognitieve ontwikkeling en kans op werk. Het is voor mij ook een emancipatie-element. Ik ben hierin sterk geïnspireerd door Paulo Freire (Braziliaanse onderwijshervormer, RA/BE). Je moet mensen de taal geven als instrument om zelfredzaam te worden en de wereld te kunnen beïnvloeden. Je mag daar niet relativistisch of nonchalant over doen. Dit zal sommige van mijn progressieve vrienden tegen de borst stuiten, maar we zijn daarin te laks geweest. We hebben te weinig gehamerd op een aantal elementaire aspecten van inburgering.”


Dreigt taal geen uitsluitingsmechanisme te worden als de lat meteen aan de schoolpoort te hoog gelegd wordt?

“Taal is een machtsinstrument en kan vormen van uitsluiting met zich meebrengen. Maar je kunt mensen daar alleen maar tegen wapenen door hen naar een hoog niveau te brengen. Het grootste probleem is dat mensen in ons onderwijs, ook leraren, te snel tevreden zijn met wat je bij migrantenleerlingen kunt bereiken op het vlak van taal. Ze zijn tevreden met een te laag niveau en hebben daar een ideologie van meertaligheid rond gebouwd. Als we spreken over zesjescultuur, dan gaat het over te snel gelukkig zijn met een resultaat dat eigenlijk niet goed genoeg is.”


Hoezo, ‘ideologie’?

“De eerste generatie eindtermen was te radicaal en veel te taalrelativistisch. Spelling en structuur van taal waren niet meer zo belangrijk. Als een leerling zich kan beredderen, is het oké. Mensen die nu in inspecties en begeleidingsdiensten zitten, komen uit die ideologische school. Daar is heel weinig intellectuele tegenwind op gekomen. Zelfs al denkt de overheid anders, dan nog is dat middenniveau zo krachtig geworden dat zij nog altijd voorschrijven wat er in klassen gebeurt."


"Ik vind dat pervers. Het hele dogma van meertaligheid is voor hen een soort missioneringsstreven. De overheid moet daar sterker tegen ingaan. Ze moet via de eindtermen zeggen dat het belangrijk is dat mensen op een hoog niveau het Nederlands beheersen.”


Wie met meer zelfvertrouwen zijn thuistaal spreekt, is meer vatbaar voor een nieuwe taal. Dat is toch wetenschappelijk aangetoond?

“Ja, als je het zo beschouwt, ben ik ook voor meertaligheid. Natuurlijk wil ik een hoog ontwikkeld taalgevoel in het Nederlands, de moedertaal én verschillende vreemde talen. In de praktijk gaat het vaak puur om nonchalance. Het resultaat is dat veel migrantenjongeren het een noch het ander hebben. Als je mensen dat instrument niet geeft, dan is de kans groot dat ze uitgesloten blijven worden. Dat gezegd zijnde: taal opent niet alle deuren. Er is wel degelijk discriminatie en racisme in de samenleving, ook in het onderwijs.”


Is het onderwijs te zacht geworden?

“Een delicate stelling, maar: ja. Leerplezier ervaar je pas als je een uitdaging overwint. Er zijn nog altijd veel scholen die de leerlingen uitdagen. Maar het idee dat welbevinden haaks staat op ambitie, is fundamenteel fout. De slinger is te ver doorgeslagen nadat we ons bevrijd hebben uit een te streng opvoedingsideaal. Je voelt dat nu weer naar een nieuwe balans wordt gezocht. Prima.”


'70 of 80 procent van alle leerlingen zou nadien hoger onderwijs moeten kunnen volgen'

Dirk Van Damme


Een recent doctoraatsonderzoek suggereert dat er wel degelijk kwaliteitsverschillen bestaan tussen het Gemeenschapsonderwijs en het katholiek onderwijs. Wat denkt u, als oud-topman van het GO!?

“Ik heb een warm hart voor het GO! maar ik moet bekennen dat het kwaliteitsstreven sterker aanwezig is in het katholiek onderwijs. Ze spreken ook deels een ander publiek aan, maar ik vind dat geen belangrijk argument meer. Het GO! krijgt gemiddeld te maken met een lager socio-economisch kapitaal aan leerlingen, maar het katholiek onderwijs heeft de kwaliteitscultuur sterker kunnen behouden. In het GO! zijn er scholen die uitstekend werk leveren, maar over het algemeen is er meer tolerantie voor lage kwaliteit. Men is er in het pedagogisch denken te veel geëvolueerd naar het discours over geluk en welbevinden die de kwaliteit, naar mijn mening, mede ondergraaft.”


Conservatieve stemmen lijken aan kracht te winnen. Ook in het onderwijs lijkt de cultuurstrijd te kantelen.

“We komen uit decennia van vage consensus. Dat knelt nu. Internationaal daagt de conservatieve onderwijsideologie de consensus al langer uit. We moeten daar niet bang voor zijn. Toen N-VA-voorzitter Bart De Wever zich kritisch uitsprak over de hervorming van het secundair onderwijs, is daar te verkrampt op gereageerd. Terwijl hij in feite ook een aantal verstandige dingen heeft gezegd. Als er sneller geluisterd was naar het terechte deel van zijn kritiek, was de hervorming wellicht sneller en beter uitgevoerd.”


Met welk deel van de analyse van De Wever en co. bent u het niet eens? 

“De conservatieve strekking, zeg maar de N-VA-visie, neemt soms te gemakkelijk een aantal elementen uit de rechtse Angelsaksische onderwijsfilosofie over. Met Theodore Dalrymple (Britse conservatieve schrijver, RA/BE) bijvoorbeeld komen we in Vlaanderen niet ver.

 

'Velen zien het afschaffen van de schotten tussen de richtingen

en het uitstellen van de studiekeuze nog steeds als de essentie van een progressief onderwijsbeleid'

Dirk Van Damme


“Dalrympelianen bestrijden de gedachte dat wie ogenschijnlijk weinig talent heeft toch ook tot een hoger niveau kan worden gebracht. Inspanningen voor mensen die onderaan de ladder staan, zijn voor hen weggegooid geld. Eigenlijk gaat de discussie over pedagogisch pessimisme versus pedagogisch optimisme. Ik ben een optimist. Ik vind dat je mensen, los van het kapitaal dat ze meekrijgen, tot ongelooflijke hoogtes kunt brengen. Ik vind dat tot 70 of 80 procent van alle leerlingen nadien hoger onderwijs zou moeten kunnen volgen.”


U gaat nu in tegen cognitief psycholoog Wouter Duyck (UGent). Hij spreekt van een erfelijke intellectuele kloof.

“Ik acht professor Duyck hoog. Hij zet mij aan het denken. Hij stelt dat spreiding van kansen ook komt door de erfelijke verdeling van intelligentie. Ten dele is dat juist. De impact van sociale achtergrond verklaart slechts een relatief klein deel van de spreiding van onderwijskansen en -resultaten. Als je kijkt naar de intelligentie, dan daalt het aandeel van sociale achtergrond in de verklaring van ongelijke onderwijskansen. Het is meteen de reden waarom ik nu stel dat we ons daarop hebben blindgestaard. De zorg voor excellente leerlingen is verwaterd, onbedoeld ook een beetje onder invloed van de gelijkekansenfilosofie.” 


Maar…

(glimlacht) “Ik verschil met Duyck ook wel van mening, omdat ik meen dat je ook mensen met minder talent verder kunt brengen dan nu het geval is." 


'Je moet leraren beter verlonen als de uitdaging groter is.

Dat pas afgestudeerden voor de leeuwen worden gegooid,

en daardoor weer snel weg willen, is pervers'

Dirk Van Damme


Wat moeten we doen om afkomst te verslaan?

“Op die vraag hebben we geen antwoord. Er bestaat een arsenaal aan beleidsmaatregelen, maar over veel ingrepen bestaan vandaag twijfels. De brede eerste graad is een goed voorbeeld. Voor mij is dat een typisch 20ste-eeuws antwoord. Toen het secundair onderwijs in omvang enorm groeide, was dat een verstandig antwoord. Maar nu de participatie compleet is, moet je individueler werken. Dan is differentiatie belangrijker. Uitstekende scholen in binnen- en buitenland laten zien wat het recept is om de afkomst te verslaan: door juist zeer ambitieus te zijn en kansen te geven aan de heel diverse talenten en mogelijkheden van individuele leerlingen, niet door ze allemaal op dezelfde manier te behandelen.”


Dus op dit punt had Bart De Wever wel gelijk?

“Zeer zeker. In de beginfase van de hervorming, die nog onder Vandenbroucke op poten werd gezet, hadden wij een redelijk naïef geloof in de brede eerste graad, het afschaffen van de schotten tussen de richtingen en het uitstellen van de studiekeuze. Velen zien dat nog steeds als de essentie van een progressief onderwijsbeleid. Ik vind het jammer dat de sp.a daar geen afstand van kan nemen. Kijk eens naar Schotland. Daar is een breder systeem met goede resultaten, maar er wordt vanaf het eerste jaar enorm gedifferentieerd.”


In Schotland hebben ze ook fel ingezet op de leerkrachten, terwijl bij ons de minst ervaren leerkrachten het vaakst voor de moeilijkste klassen komen te staan.

“Het is een van onze grootste handicaps. Een beter lerarenbeleid moet prioriteit zijn. Jammer dat dit ook onder minister Crevits (CD&V) op de lange baan is geschoven. Ook in deze legislatuur zal men niet meer komen tot dringend noodzakelijke maatregelen. Dit debat vergt politieke moed. Er zullen heilige huisjes moeten sneuvelen.”


'Vandaag is er ten minste een oprechte bekommernis in het parlement over de eindtermen. 

De vorige keer werd er enkel gepraat over de vraag of het ‘zwemmen’ moet zijn of ‘voortbewegen in het water’'

Dirk Van Damme

Welke?

“De allocatie van leraren: wie gaat op welke plek lesgeven? Met een gedifferentieerd loonbeleid zou je dat beter moeten kunnen sturen. Je moet leraren beter verlonen als de uitdaging groter is. Aan de progressieve zijde wordt dit zwaar onderschat. Dat sommige scholen hun leerlingen selecteren, is niet het grote probleem, wel dat scholen elkaar beconcurreren om de beste leraren. Dat pas afgestudeerden voor de leeuwen worden gegooid, en daardoor weer snel weg willen, is pervers. We zien dat in geen enkel ander land. Nergens is de aanstelling van leraren zo decentraal geregeld. Het is een vrije markt van scholen die concurreren met comfort en uren. Goede scholen kunnen het zich zo permitteren om alleen de beste leraren aan te nemen. De perverse effecten van dat systeem dreigen nog verder toe te nemen met het naderende lerarentekort.”


Waarom wordt er niet ingegrepen?

“Geen enkele onderwijsminister heeft een doorbraak kunnen realiseren. Vakbonden en werkgevers zijn objectieve bondgenoten in de obstructie. De vakbonden zien loondifferentiatie als achteruitgang van sociale rechten, terwijl de werkgevers hun volledige autonomie willen behouden.”


Wordt de vrijheid van onderwijs dan te ruim ingevuld?

“De vrijheid van onderwijs is een van de verklaringen waarom ons systeem goed functioneert. Maar zodra mensen dat extreem gaan invullen, kom je in de problemen. De koepels hebben wat te veel macht. De overheid aarzelt meer. Het is de kern van de discussie over de invulling van de eindtermen. Natuurlijk moeten scholen invulling geven aan de eindtermen. Maar als je die eindtermen niet op een ambitieuze en krachtige manier vastlegt, ontstaat er een onderwijsveld waarbij je de facto privéonderwijs hebt binnen een publiek bestel. Nu, ik ben een optimist. Vandaag is er ten minste een oprechte bekommernis in het parlement over de eindtermen. De vorige keer werd er enkel gepraat over de vraag of het ‘zwemmen’ moet zijn of ‘voortbewegen in het water’.”


Hoe heeft de minister het tot nu gedaan?

“Goed, vind ik. Ze mocht soms wat krachtiger zijn – denk aan dat lerarendossier. Maar haar traject is grosso modo vrij positief geweest.”



De Morgen 23 februari 2018


Ouders van verongelukte kinderen getuigen: "Dit moet ophouden"

Remy Amkreutz en Bart Eeckhout



Nikita verongelukte dit jaar in Oostakker,

Joeri zes jaar geleden in Leuven, ook op een ‘zwart punt’.

Niemand weet beter dan hun ouders hoe genadeloos het verkeer in Vlaanderen kan zijn.


Ouders Nikita: "Veilig naar school kunnen, dat is toch het minimum?"

Maandag vertrok Nikita (16) zoals elke dag per fiets naar school. Twee uur later kregen haar ouders te horen dat hun dochter door een vrachtwagen was gegrepen. "Opeens kan er 20 miljoen extra vrijgemaakt worden voor verkeersveiligheid. Maar ondertussen zijn wij onze dochter kwijt."


Goedgezind. Lachen. Een kus. “Tot straks mama.” Onthaalmoeder Kathy Deweweire was volop in de weer met drie peuters over wie ze zich die dag moest ontfermen en vader Steve Everaert kwam net thuis van zijn werk bij Volvo Cars, toen dochter Nikita als laatste die dag naar school vertrok. “Maandag moest ze daar uitzonderlijk pas om halfelf zijn”, vertelt Kathy. “Content natuurlijk, en haar broer en zus plagen omdat die vroeger moesten opstaan. Ze heeft hier nog haar nagels zitten lakken.”


‘Nikita was een verantwoorde fietser.

Geen muziek in haar oren, geen gsm.

Ze wist hoe gevaarlijk het verkeer kon zijn’

Vader Steve Everaert


Normaal fietste Nikita (16) samen met haar broer Thoby (17) en zus Mila (13) naar school. “Daar stonden we op.” Acht kilometer ver, langs de Antwerpsesteenweg tot de Edugo-school in Lochristi. “Ze kon daar over zagen hoor, over die afstand. Zeker bij slecht weer. Ze had een regenkostuum, maar ja, dat was niet cool natuurlijk.” Zowat altijd fietsten ze in groep en spraken ze af met vrienden aan de Sleeplife, een beddenwinkel langs de drukke weg.


“Maar deze keer fietste ze dus alleen”, zegt Steve. “Langs die drukke baan, ja. Omdat daar tenminste een apart fietspad is. Er zijn kinderen die binnendoor naar school fietsen, maar langs die wegen zijn er helemaal geen fietspaden. Dat is nog veel gevaarlijker, zeker tijdens de spits, want dan gebruiken auto’s ook die sluipwegen. Bovendien was Nikita een verantwoorde fietser. Geen muziek in haar oren, geen gsm. Ze wist hoe gevaarlijk het verkeer kon zijn.”


Niet op school

Steve en Kathy drinken hun zoveelste kop koffie aan de hoge, smalle keukentafel. Gegeten wordt er sinds maandag niet meer. “Ik krijg niks binnen”, fluistert ze. Het kinderpark staat leeg in de hoek, terwijl Thoby en Mila in de zetel voor zich uit staren. Even later komt ook de jongste, Nina (8), erbij zitten. Net zoals haar zus draagt ze een Adidas-trui van Nikita. Haar favoriete merk. Ook vriendinnen van Kathy bellen aan, krijgen koffie en hullen zich mee in stilte. Er valt niks meer te zeggen.


Het was een van die vriendinnen die Kathy maandagochtend opbelde. Of haar kinderen al op school waren, want er was een groot verkeersongeval gebeurd aan de Antwerpsesteenweg in Oostakker. “Dat Nikita later was vertrokken, vertelde ik. Maar dat ze inmiddels op school moest zijn. En aangezien de school mij niet had gebeld, ging ik ervan uit dat alles in orde was. ‘Is het met een donkerblauwe fiets?’ vroeg ik nog. Ja dus, maar dat durfde ze me toen nog niet zeggen. Meteen daarna heb ik de school gebeld, om er zeker van te zijn dat ze goed was aangekomen. Net op dat moment ging de bel.”


Steve deed open en begon meteen te schreeuwen. “Als de politie voor je deur staat, weet je hoe laat het is.” Onmacht, verdriet en woede dringen razendsnel het rijhuis in Destelbergen binnen. Van het ene op het andere moment worden ze deel van de statistieken: een zoveelste ‘ouder van een verongelukt kind’ en een zoveelste ‘dodelijk slachtoffer aan een gevaarlijke gewestweg’. Exact op de dag waarop ze elkaar negentien jaar geleden leerden kennen.


De agenten die het slechte nieuws kwamen brengen, hebben hun job goed gedaan, benadrukken ze. Urenlang zijn ze daar gebleven. Ze hielpen opvang zoeken voor de peuters en begeleidden Kathy naar de school van haar kinderen. “Leerkrachten hadden Thoby al apart gezet, uit vrees dat er via sociale media iets bekend zou raken. Ik wou niet dat ze het op die manier moesten vernemen.” “We waren net aan het eten”, zegt Mila, die mee aan tafel schuift.


Steve trok naar de plaats van het ongeval en mocht daarna ook bij het lichaam van zijn dochter. “Daarvoor was goedkeuring nodig van de magistraat. Maar ik wou haar zien. Nu nog. Elk dag ga ik naar de begrafenisondernemer. Ik wil haar zo dicht mogelijk bij mij.”


Hij wijst naar enkele planken die buiten op de koer tegen de muur leunen. “Dit was haar oude slaapkamer. Ze wou al zo lang een groter bed, een twijfelaar. Eind januari hebben we haar verrast door een nieuwe te bestellen. Over enkele weken wordt het geleverd.” “‘Annuleer dat toch’, zeggen sommige mensen me. Maar ik wil niet”, gaat Kathy verder. “Dit is wat Nikita wou, dus het zal ook zo zijn.”


Meerdere slachtoffers

Ze snappen het niet, zeggen ze. Hoe het mogelijk is dat die vrachtwagenchauffeur haar niet heeft opgemerkt. “Dit was geen dodehoekongeval”, zegt Kathy. “Hij had speciale spiegels. Ze stonden allebei voor het rood licht. Op een bepaald moment moet hij haar toch voorbij zijn gereden? Dan weet je toch dat je moet opletten? Als je afslaat, dan check je of er geen fietsers zijn. Dat weet toch iedereen.”


'Volgens mij heb je helemaal geen 20 miljoen euro nodig om dit op te lossen.

Pas gewoon de verkeerslichten aan'

Moeder Kathy


Ze zijn stellig: hun dochter was niet in fout. “Inmiddels weten we meer over de precieze omstandigheden van het ongeluk”, zegt ze. “Meer details kunnen we nog niet vrijgeven, maar het is duidelijk dat Nikita niks verkeerd heeft gedaan.” Steve knikt instemmend.

“Ze heeft zich aan alle verkeersregels gehouden. Dit was puur de fout van de vrachtwagenchauffeur.”


Na het ongeval bleek dat dit kruispunt al jaren te boek staat als een ‘zwart punt’, een gevaarlijke plek waar al meerdere slachtoffers zijn gevallen. Vijftien jaar geleden werd het opgenomen in een lijst van 800 zwarte punten waar de overheid prioritair werk van moest maken. Vandaag is het een van de 22 overgebleven punten waar nog steeds ingrepen moeten gebeuren.


Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) maakt nu 20 miljoen euro vrij om sneller werk te maken van die laatste dodelijke zones. “Opeens kan er zoveel geld vrijgemaakt worden voor verkeersveiligheid”, maakt Kathy zich kwaad. “Maar wij zijn ondertussen wel onze dochter kwijt. Natuurlijk is dit niet de schuld van Ben Weyts. Dit is iets wat al jaren verkeerd loopt. Dit is vooral de schuld van de stad Gent, die deze weg al jaren ongemoeid laat. Volgens mij heb je helemaal geen 20 miljoen euro nodig om dit op te lossen. Pas gewoon de verkeers-lichten aan. Laat fietsers eerst doorrijden, dan pas de auto’s.”


Nonchalance

Net daarom willen ze hun verhaal in de krant. Omdat ze merken dat de storm stilaan gaat liggen. “Wij willen dat dit nieuws blijft. Elke dag gaan honderden kinderen via die weg naar school. Of via andere gevaarlijke wegen. Het is toch niet te veel gevraagd dat ze dit veilig kunnen doen? Dat is het minimum. Veel chauffeurs beseffen niet dat ze met moordmachines op pad zijn en dat elke onoplettendheid fataal kan aflopen.”


Ze gruwen van de nonchalance waarmee sommige mensen in hun auto stappen. Moe? Een glas te veel op? “Sommigen vinden dat allemaal geen probleem. Die acteur bijvoorbeeld (Sam Louwyck, SV) die op tv kwam klagen over zijn straf nadat hij voor de zoveelste keer dronken achter het stuur was betrapt. Dat hou je toch niet voor mogelijk?” zegt Kathy. “Wij zijn daar zelf erg strikt in.”


Hun drie overgebleven kinderen zien ze liever niet meer op de fiets. Hoe moeilijk ook te regelen met hun werk, ze willen hen vanaf nu met de auto naar school brengen. “De ironie wil dat wij Nikita overal met de auto naartoe brachten. Babysitten, haar weekendjob in het restaurant... Ze moest nooit met de fiets. Behalve naar school, omdat dat onhaalbaar was voor ons.”


Een diploma lerares lager onderwijs, een concert van Justin Bieber, Tomorrowland... Nikita’s verlanglijstje was lang. “Ze was een echte puber. Een grote mond en discussiëren hè. Zeker met ons”, zegt Kathy. “Maar ze was ook een open boek, en had een enorme verantwoordelijkheidszin. Gaan werken in het weekend en geld sparen. Met haar spaarcenten heeft ze ooit een dure handtas van Michael Kors voor mij gekocht. Welke dochter doet dat voor haar moeder?” Dochter Mila knikt. “Een grote mond en een klein hartje.”


Ze hopen dat er nu echt iets mag veranderen. Dat andere ouders mogen gespaard blijven van zo’n verlies. En dat er nu eindelijk eens echt werk wordt gemaakt van veilig verkeer. “Nikita krijgen we er niet mee terug. Maar wij hebben nog drie kinderen die we het verkeer in moeten sturen. Dit moet ophouden.”


Ouders Joeri:

"Als ik Ben Weyts tegenkom,

denk ik dat ik hem iets aandoe"


Op 13 november 2012 fietste Joeri (21) naar huis, maar verder dan de Leuvense Rennessingel kwam hij niet. Met eigen ogen zag mama Leen Scheymans drie jaar later weer een dodelijk ongeval, precies op dezelfde plaats. Tal van mails en acties ondernam ze, maar vele beloftes ten spijt ligt het kruispunt er vandaag nog even levensgevaarlijk bij.


"Toen de politie mij het nieuws vertelde, stond mijn wereld stil. Dat zijn zo van die typische spreekwoorden, maar die zijn er wel met een reden. Vrijwel meteen erna kwam de reactiemolen op social media op gang. ‘Het was een student, hij zal wel gedronken hebben.’ Maar Joeri was een brave jongen, een ijverige studiebol. Hij had altijd zijn licht aan, stopte zelfs vaak aan die afslag. Dan denk je als moeder: waarom net de mijne?


“Die eerste twee jaar kon ik niets. Joeri was mijn eerste zoon, en ik had veel miskramen doorstaan vooraleer hij er kwam. Ik voelde mij niet langer compleet, bleef altijd zoekende naar dat deel van mij. Mijn dochter had wel nog energie, en nam veel initiatief. Toen al stuurde ze brieven naar burgemeester Tobback over dat kruispunt. Ze maakte zelf een houten kruisje voor op de plaats van het ongeluk, zodat voorbijgangers toch beseffen hoe gevaarlijk het er is. En ze verkreeg de urn van Expeditie Robinson voor Joeri’s assen, want daarvan was hij grote fan.


“Toen zij op kot ging, ben ik ingestort. Ik bleef sterk voor haar, en ben heel blij dat ik nog een dochter had. Anders had ik er misschien een einde aan gemaakt. Pas drie jaar later, toen de politierechter zijn uitspraak had gedaan, hoopte ik misschien verder te kunnen. Een ander leven op te bouwen, want zoals ervoor wordt het toch nooit meer.


‘Ik zag dat er opnieuw een dodelijk ongeval was gebeurd,

op dezelfde plaats.

En ik stond daar

met mijn tulpjes voor Joeri.

Te bibberen’

Leen Scheymans


Colère

“Op een woensdag zoals vandaag – koud, maar zonnig – kocht ik tulpjes voor op de plek van het ongeluk. Maar toen ik toekwam, zag ik de ambulances. Er was opnieuw een dodelijk ongeval gebeurd, op dezelfde plaats. En ik stond daar met mijn tulpjes. Te bibberen. Toen ben ik in een gigantische colère geschoten. In mijn hele rouwproces was ik nooit kwaad. Zelfs niet op die bestuurster – uiteindelijk is zij ook een slachtoffer. Maar toen ik hoorde van dat verongelukte mevrouwtje dacht ik echt: hoe kan dit? Hoeveel doden moeten er hier vallen vooraleer ze iets doen?


‘Voorjaar van 2017 zouden de werken op de plek waar mijn zoon verongelukt was, afgelopen zijn.

Maar er gebeurde niets’

Leen Scheymans


“Ik heb toen een mail naar Ben Weyts gestuurd, want uiteindelijk bleek die weg een Vlaamse bevoegdheid. Iets waar de stad Leuven ons nooit over ingelicht had. Ik heb de minister toen voorgesteld alles zelf te financieren, ik had enkel de toestemming nodig. Een zebrapad, dat gaat maar om wat verf. Op Moederdag kreeg ik antwoord. Vreselijk, alsof die dag niet al zwaar genoeg is. Nu besef ik dat dit allemaal met opzet was, een politiek spelletje met mijn gevoelens. Hij beloofde me toen er iets aan te doen. Maar er kwam geen schot in de zaak. Daarom besloot ik zelf een SAVE-bord te laten plaatsen (een initiatief van Ouders van Verongelukte Kinderen, red.), om terug in het nieuws te komen. Maanden had ik niets gehoord, en plots stonden alle politici daar. Onuitgenodigd, maar nu wilden ze allemaal per se een woordje doen. Hetzelfde gebeurde bij een ander verongelukt kind; toen heeft die moeder een taart in Weyts’ gezicht geduwd. En dan denk ik: hij mag nog blij zijn dat het taart was.


“Meteen erna, op 26 september 2016, kreeg ik persoonlijk een mail van Ben Weyts. Zijn belofte: in het voorjaar van 2017 zouden de werken afgelopen zijn. Maar er gebeurde niets. En dan blijkt nu dat het op de agenda staat voor 2019. Opnieuw: wij wisten van niets. Zo kwam hij verschillende keren positief in het nieuws met mooie beloftes, maar hij komt ze nooit na. Hij speelt ermee, maar het gaat hier wel om mensenlevens. Ik wens het niemand toe, maar toch: hij zou zelf eens een kind moeten verliezen. Ik kan Ben Weyts niet meer horen of zien, en als ik hem nu tegenkom, denk ik dat ik hem iets aandoe.”


“Het ongeval van Nikita heeft me enorm geraakt. Soms voelt het alsof ik zo’n nieuws aanzuig, er speciale voelsprieten voor heb. Je probeert dan weer een leven op te bouwen en kijkt rustig tv, en plots komt alles terug: het verdriet, de beloftes. Ik geloof er niets meer van. Joeri leed aan een lichte vorm van autisme. Dat maakte hem heel rechtuit, hij kon niet liegen. Geen poespas, voor hem gold de kern van de zaak. Daar kunnen die politici nog veel van leren.


“Er zijn zoveel kleine dingen die ik mis. Dit jaar gingen we naar Thailand, onze eerste verre reis sinds het ongeluk. Joeri was verknocht aan de Thaise keuken. Heel die reis denk je: ‘Dat had hij graag meebeleefd.’ Altijd voel je die leegte. Hij was ook heel vaak thuis: Joeri was nogal een computernerd. Op de dag van zijn dood luisterde hij nog muziek met mijn dochter, dat was hun ‘ritueel’. Erna liet hij zijn computer aanstaan, een geluk bij een ongeluk. Toen pas ontdekten we hoeveel die games voor hem betekenden. Van China tot de VS: van over de hele wereld kregen we berichtjes. Daarom hoop ik stiekem dat hij nu een mooie, witte kamer heeft, met geen prullaria en geen stof, en een heel groot bureau vol computers. Als ik nu nog iemand verlies, dan zeg ik dat ook: ‘Joeri zit daar in die witte kamer, ga eens dag zeggen.’


“Mijn man en ik zijn er sterker uitgekomen. We hebben elk onze eigen manier van rouwen, maar aanvaarden dat van elkaar. Ik ben een babbelaar, praat graag en veel over Joeri. Mijn man minder, maar we staan elkaar wel bij. Sommige vrienden konden er minder goed mee om, en zijn we echt verloren. Voor hen is het natuurlijk niet simpel: soms weet ik zelf niet wat ik wil. Ik wil niet dat mensen Joeri doodzwijgen, maar ik wil er ook niet om de haverklap over aangesproken worden.


“Vroeger zat ik boordevol energie, nu bezie ik het van dag tot dag. Ik maak geen langetermijnafspraken meer. Ik weet nu niet hoe ik mij binnen drie weken voel. Soms denken mensen: ‘Het is nu vijf jaar geleden, is dat nog altijd zo moeilijk?’ Ze bedoelen het goed, maar hebben het niet meegemaakt. Zelfs een familiefeest is stress. Dan zie ik neven van Joeri’s leeftijd, intussen al met een partner en soms kinderen. Babyborrels, dat komt heel hard aan. Daarom heb ik uiteindelijk toch met lotgenoten gepraat. Dat voelde meteen als thuiskomen: zij weten waarover ze het hebben. Eigenlijk had ik dat eerder moeten doen. Als ik één raad aan de familie van Nikita zou meegeven, is het dat.


Liever 5 kilometer omrijden

“Vandaag kunnen wij nog wel gelukkig zijn, vaak met kleine dingen waar anderen niet bij stilstaan. Het constante besef van tijdelijkheid, dat doet je intenser leven. En ook: het kan altijd erger. Kinderen die verdwenen zijn, dat moet vreselijk zijn. Of zelfmoord. Wat wij meemaakten, is erg, maar we hebben Joeri toch 21 jaar gehad. Het geluk, de blijdschap, de ellende: ik zou er zo opnieuw voor tekenen.


“Soms lig ik nachten wakker over het verkeer. Mijn dochter die in haar auto rondrijdt, of wanneer ik zelf ergens met de fiets heen moet. Nog liever fiets ik 5 kilometer om, dan via een moeilijk punt. De plaats waar Joeri stierf, staat trouwens niet eens op die fameuze lijst zwarte punten. En toch is er bijna wekelijks een botsing. Er moet dringend iets veranderen. Als daar nu nog iets voorvalt, denk ik dat ik doodga. Dan heb ik pas echt gefaald.”


Vlaams minister voor Mobiliteit Bent Weyts (N-VA) wou enkel kort reageren op de getuigenissen:


“Ik zou het echt misplaatst vinden om in debat te treden met ouders die zo een immens leed moeten verwerken. Elk antwoord schiet dan tekort. Op zulk moment kan ik, in alle sereniteit, enkel mijn vaste wil bevestigen om resoluut te blijven ijveren voor een verdere daling van het aantal verkeersslachtoffers.”



De Morgen 30 maart 2018


Jan Leyers: "In Europa hoorde ik extremere dingen dan op de weg naar Mekka"

Jan Stevens



Eerst op tv, en nu ook in een boek, reisde Jan Leyers (59) door Europa, op zoek naar het gezicht van de islam op ons continent. "Als het over moslims gaat, laten we al onze liberale principes varen", zegt hij. Maar ook: "Ik word tureluurs van al die voorschriften en controles hier. Wat dat betreft is een islamitische omgeving vaak een verademing."


"In een boek kun je een veel ruimer register bespelen dan in een tv-reeks”, zegt muzikant, filosoof, tv-maker en schrijver Jan Leyers. “Op tv kun je maar laten zien wat de camera heeft geregistreerd. Maar veel interessante dingen spelen zich achter de camera af, of op momenten dat ze uitstaat. Onderweg maak ik aantekeningen en schrijf ik indrukken neer; het echte uitschrijven is voor achteraf. Dan weef ik al die gesprekken en ontmoetingen samen met mijn bedenkingen aaneen tot een verhaal. Reizen voelt als grazen, schrijven is herkauwen en er vervolgens melk van brouwen.”


Met wat de laatste tien jaar over de islam verschenen is, kunnen we heel dit café waar wij nu zitten, vullen. Wat onderscheidt Allah in Europa van al de rest?

“Mijn boek toont dingen die je nergens anders te zien krijgt. Over moslims in Europa bestaan heel wat statistieken en tabellen, de neerslag van weldoordachte antwoorden op weldoordachte vragen. Maar als je écht wilt weten hoe moslims in Europa zich voelen en wat er in hun hoofden en harten omgaat, volstaan die statistieken niet. Dan moet je ook weten wat mensen zich op onbewaakte momenten laten ontvallen. In zulke uitspraken vertelt iemand vaak meer over zichzelf dan in antwoorden op vragen als: ‘Voelt u wel of niet sympathie voor Islamitische Staat?’


“Ik herinner me zo’n moment in Hongarije, waar we te gast waren op een moslimzomerkamp in de grassteppe. Hongaarse moslims, jong en oud, brachten er een week door in een bungalowpark bij een meer. We mochten er een hele dag filmen. In de eetzaal zaten mannen en vrouwen aan aparte tafels. Onze cameraman maakte een paar shots van de mannen. Daarna draaide hij zijn camera naar een tafel waar zes vrouwen koffie zaten te drinken. Plots riep een man achter ons: ‘Don’t film the women!’ Op een toon alsof die vrouwen zijn eigendom waren.


“Kijk, als iemand zegt dat je zijn schilderijen of zijn parkieten niet mag filmen, dan heb ik daar begrip voor. Maar vrouwen kunnen daar toch zelf over beslissen? Wat me nog het meest verbijsterde, was dat geen enkele van die vrouwen tegen die man protesteerde. Van zo’n scène steek ik meer op dan van de gemiddelde cijfertabel.”


Zou het een ander boek geworden zijn als u in uw eentje door Europa gereisd had, in plaats van met een ploeg van vijf mensen?

“Mensen veranderen als er een camera in de buurt is; het zou dus wel degelijk een ander verhaal geworden zijn. Tezelfdertijd is de camera ook een goede barometer. In de Arabische wereld weet je zonder camera nooit zeker of mensen vrijuit kunnen praten. In een hoekje in een theehuis zullen ze je alles vertellen wat op hun lever ligt. Als je dan vraagt: ‘Durf je dit ook voor een camera te zeggen?’ weet je meteen hoe het met de vrijheid van meningsuiting in hun land gesteld is. Het antwoord is meestal: ‘Neen.’


'Ik wou van bij de start duidelijk stellen:

de reiziger is een westerling die door een seculiere bril naar de werkelijkheid kijkt'


“Ik heb op deze reis door Europa extremere dingen gehoord dan tien jaar geleden op mijn weg naar Mekka. Omdat je in Europa wel hardop kunt zeggen wat je wilt. Ik heb Britse Koran-geleerden zonder blikken of blozen de doodstraf voor geloofsafvalligen horen verdedigen. ‘In een islamitisch land is dat hetzelfde als wat hoogverraad voor jullie is’, zeggen ze. ‘Je krijgt de kans om tot inkeer te komen, maar als je volhardt in de boosheid, betekent dat het einde. Net zoals voor een westerling die hoogverraad pleegt.’


“In Londen voerde ik zo’n discussie met sjeik Haitham al-Haddad, die voorzitter is van een zogenoemde sharia¬raad. Het verschil tussen zijn denkwereld en de mijne kan ik nog het best samenvatten als: twee verschillende vormen van wiskunde met elk hun eigen axioma’s. Een gedachtewisseling is mogelijk, maar een debat is onmogelijk. Dat is zoals voetballen tegen een basketploeg.”


Wij, seculiere westerlingen, zien onszelf als de norm. Volgens een studie van het Amerikaanse PEW Research Center uit 2010 identificeren wereldwijd acht op de tien mensen zich met een of andere religie. De overgrote meerderheid op deze planeet lijkt onze norm dus niet te delen.

“Het klopt dat we onszelf als norm zien. Wij geloven in de rede en aanvaarden geen normen die niet door de rede kunnen worden gestaafd. Dat verschilt radicaal van degene die gelooft dat God tot de mens gesproken heeft en in een boek gedicteerd heeft aan welke wetten wij ons dienen te houden."


“Voor een seculiere westerling is dat moeilijk te aanvaarden. Op een bepaald moment moet je toch duidelijk stellen: hier wordt de wet niet door God bepaald, maar door de parlementaire democratie. Een fundamentalistische gelovige krijg je daar niet van overtuigd. Hij zal zich daar goedschiks of kwaadschiks bij moeten neerleggen.”


Wat niet altijd gebeurt.

“Heel zeker. In Nederland maakte ik kennis met Okay Pala, de lokale woordvoerder van Hizb ut Tahrir, Arabisch voor de Partij van de Bevrijding. Het streefdoel van die wereldwijd actieve radicaal-islamitische organisatie is naar eigen zeggen de hele mensheid doen inzien dat de islam de door God voorgeschreven levenswijze is en de enige weg naar geluk. Hizb ut Tahrir is in veel landen verboden. Onze liberale democratie kan volgens hen op geen enkele wijze concurreren met God."


“Pala en zijn geloofsbroeders noemen de liberale democratie een ‘toevallig historisch compromis’, een ‘idee zonder bewijs’, terwijl de wetten van God er voor eeuwig zijn. Als iemand zoiets tegen je zegt, kun je zelfs niet aan een discussie beginnen. De uitgangspunten zijn te verschillend.”


U positioneert zich als ongelovige. ‘Het reisverhaal van een ongelovige’ lees ik op het omslag van uw boek.


“Ik wou van bij de start duidelijk stellen: de reiziger is een westerling die door een seculiere bril naar de werkelijkheid kijkt. Ik wou achteraf niet als verwijt krijgen: ‘O, maar hij kijkt als seculiere westerling naar de islam in Europa.’ Natuurlijk kijk ik door die bril; ik bén dan ook een seculiere westerling. Ik groeide op in de jaren 70, was er net als iedereen in die tijd van overtuigd dat religie een aflopende zaak was en zie vandaag verbaasd aan hoe het opperwezen opnieuw terrein herovert.”


'We geloven allemaal graag dat we belangrijke keuzes in ons leven beredeneerd maken. Ik twijfel daaraan'


U beschrijft hoe u eind jaren 60 op uw elfde door uw verknochtheid aan The Beatles voorgoed van uw geloof afviel, toen de onderpastoor het over God als liefde had en zei: ‘Ik heb het niet over de love, love, love waar die mannen van The Beatles tegenwoordig over zingen.’

“Dat was tijdens een catecheseles ter voorbereiding van onze plechtige communie. Als het ging tussen John Lennon en de geur van de kazuifel (misgewaad, red.) van onderpastoor Lauryssens, was mijn keuze snel gemaakt. (lacht) Ik besef tegelijk dat ik denk zoals ik denk omdat ik toevallig op deze plek en in deze tijd geboren ben."


“We geloven allemaal graag dat we belangrijke keuzes in ons leven beredeneerd maken. Ik twijfel daaraan. Onze zogenaamd rationele keuzes zijn vaak esthetische voorkeuren: we kiezen voor een universum waar we affiniteit voor voelen. Als tiener was dat voor mij de freedom van de jaren 60 en 70, het breken met God en gebod, het onbegrensde experimenteren."


“Tieners van nu kiezen ook hun ‘esthetisch pakket’; The Beatles hebben ze misschien ingeruild voor hiphop. Je zou eens moeten navragen hoeveel mensen in hun jeugd op hun kamer een vergelijkende studie van de godsdiensten gemaakt hebben: ‘Zou ik nu voor het christendom kiezen of voor de islam?’ Zo werkt dat niet. Elke mens is een kind van zijn cultuur.”


Onze samenleving is gediversifieerd. Mensen met ‘esthetische pakketten’ waar wij de finesses niet van snappen, zijn onze buren geworden. Sommige van uw en mijn generatie-genoten die het ‘monoculturele’ Vlaanderen nog mee¬gemaakt hebben, voelen zich vervreemd en ervaren een godsdienst zoals de islam als een bedreiging.


“We hebben moslims als buren gekregen en kijken met verbazing naar dat hele pakket aan islamitische regels dat zij met zich meebrachten. We vinden het onwaarschijnlijk dat iemand zich door zijn religie laat dicteren wat er op zijn bord ligt. Want de regels van de islamitische religie bepalen zowat alle aspecten van het leven."


“Mensen die het katholicisme in de jaren 50 en 60 meemaakten, klagen soms over de rigiditeit van toen, maar in vergelijking met een moslim werd je als katholiek met rust gelaten. Er waren geen voorschriften over wat je wel of niet mocht eten en de lengte van je broek werd niet door de pastoor bepaald. De islam is meer dan een godsdienst: het is ook een maatschappij¬ordening. Wat niet wil zeggen dat alle moslims daarin meegaan, maar dat framework is er wel.”


Het huis van de islam heeft toch vele kamers, van vredelievende, tolerante soefi’s tot strenge, onverzoenlijke salafisten?

“Dat is zo, en op mijn reis door Europa heb ik ook met vertegenwoordigers van al die verschillende strekkingen kennisgemaakt. In essentie gaat het over het conflict tussen het volgen van de wet en het volgen van je hart. En dat conflict hebben we in het verleden ook in het christendom meegemaakt."


'Hoe afschuwelijk moet het zijn om voor terrorist te worden uitgemaakt als je moeder pas in een aanslag is omgekomen?'


“Mijn vrouw las me gisteravond een stukje voor uit een biografie van Johannes Calvijn, de grondlegger van het protestants-christelijke calvinisme. We zitten dan in het Genève van de zestiende eeuw. Calvijn verbood er alle muziek en feesten. Plezier maken was uit den boze. Mannen werden gestraft als ze durfden te glimlachen tijdens de doop van hun kind. Schrap de naam Calvijn in de tekst en het is alsof het over een salafistische gemeenschap gaat."


“In Nederland woedt nu een grote rel die het diepe conflict tussen liberale moslims en hard-liners perfect samenvat: de Haagse salafistische imam Fawaz Jneid bestempelde de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb tot een ‘vijand van de islam’ en ‘een afvallige’. Omdat Aboutaleb te liberaal is en bijvoorbeeld weigerde om de Mohammed-cartoons te veroordelen. Daar is veel beroering rond omdat ‘afvallige’ uit de mond van een salafist als een doodvonnis klinkt.”


Van Dirk Verhofstadt en Paul Cliteur verscheen onlangs het boek In naam van God, over wat zij het theoterrorisme, terreuraanslagen in naam van God, noemen. Verhofstadt pleit ervoor om het salafisme te verbieden. Volgens hem zijn we te lang te tolerant geweest voor de intoleranten.


“De vraag is: wat ga je precies verbieden? Een salafist is iemand die probeert te leven zoals de profeet en diens eerste gezellen. Ga je dat verbieden? Sommige van die jongens poetsen hun tanden met twijgjes of miswaks, zoals dat in de zevende eeuw de gewoonte was. Moeten miswaks verboden worden?”


Het gaat natuurlijk niet over twijgjes of een baard zoals de profeet, maar over wat salafisten verkondigen. Over de manier waarop zij willen dat de wereld wordt ingericht, met de sharia als maatstaf.

“We hebben toch nooit de communistische partij verboden? De dictatuur van het proletariaat die zij wilden installeren, stond ook haaks op de parlementaire democratie.”


Wat dan met die salafisten die de jihad verkondigen?

“Die zijn er natuurlijk, maar je mag niet iedereen over dezelfde kam scheren. We gooien alle salafistische strekkingen te makkelijk op dezelfde hoop. Nederland telt zo’n 30.000 salafisten. De overgrote meerderheid zal nooit een aanslag plegen, ook al zijn ze geen fan van Amerika, Israël of van wat het Westen wereldwijd uitspookt."


“We moeten dringend meer olifantenvel kweken en een beetje Britser en laconieker worden. De voorbije jaren heeft zich in Vlaanderen een middenstandsesthetiek en -ethiek ontwikkeld: alles moet proper en braaf zijn. Alles wat afwijkt, is verdacht."

 

'We weten ons geen raad meer met meningen die radicaal afwijken van de norm'


“Veertig jaar geleden had je hier in mijn gemeente Hove een jeugdhuis recht tegenover de kerk. Wij speelden en repeteerden daar op vrijdag- en zaterdagavond en hingen achteraf in het centrum op straat rond. Vandaag is dat ondenkbaar: de politie zou worden ingezet. Dat klimaat is er gekomen onder invloed van de angstcultuur en onze obsessie met safety en security. De stijgende welvaart heeft er ook voor gezorgd dat alles wat maar een beetje afgebladderd, vuil en goor is, bestreden moet worden. Orde en netheid is het devies. ‘Draag je fluohesje als het schemert, op dat paadje mag je stappen, daar niet.’"


“Ik word tureluurs van al die door veiligheid en zekerheid doordesemde voorschriften en controles. Wat dat betreft is een islamitische omgeving vaak een verademing. Op een koran-wedstrijd in Hamburg loop je gewoon naar binnen zonder oranje polsbandje en zonder gefouilleerd te worden. Op de moslimbeurs in Antwerpen-Zuid gaat het er even gemoedelijk aan toe als op de Boekenbeurs in 1972. Daar lopen geen sportschoolfiguren met oortjes rond en geen enkele vrouw moet haar handtas openmaken."


“De bandbreedte van wat we kunnen verdragen, is te smal geworden: we weten ons geen raad meer met meningen die radicaal afwijken van de gangbare norm. Als een orthodoxe imam durft te zeggen: ‘Je moet plaatsen mijden waar alcohol gedronken wordt’, is het kot plots te klein. Want dat valt buiten onze geijkte middenstandsmantra."


“Uiteraard wordt het iets helemaal anders als iemand roept: ‘Nu gaan we over tot geweld’, of: ‘Ga vechten met onze geloofsbroeders in Syrië’. Maar alles wordt te snel tot simpele slogans herleid: islam = salafisme = gaan vechten in Syrië. Op de Promenade des Anglais in Nice ontmoette ik Latifa, een jonge moslima en de dochter van het allereerste slachtoffer van de aanslag op 14 juli 2016. Zij vertelde haar verhaal van de avond van die fatale Quatorze Juillet. Latifa stond naast het met een wit laken bedekte dode lichaam van haar moeder te wenen. Een naderende auto minderde vaart, de bestuurder draaide zijn raampje open en riep haar toe: ‘Bende terroristen!’"


“Dat gesprek met Latifa maakte voor mij duidelijk dat veel Europese moslims tussen twee vuren zitten. Wij zien maar die ene kant: de islam. Maar hoe afschuwelijk moet het zijn om voor terrorist te worden uitgemaakt als je moeder pas in een aanslag is omgekomen?”


In Denemarken bezocht u Kurt Westergaard, de inmiddels hoogbejaarde tekenaar van de verguisde cartoon uit 2006 van Mohammed met een bom als tulband.

“Ik wist net als iedereen dat het leven van die man totaal veranderd is na de doodsbedreigingen aan zijn adres, maar wat dat werkelijk betekent, besefte ik pas ten volle toen ik rechtover die mens in zijn zwaarbewaakte living zat. Elke dag maakte hij een cartoon voor de krant. Op een voormiddag tekende hij Mohammed en zijn leven werd een hel.”

Ik leer uit uw boek dat hij eerder al eens een gelijkaardige cartoon getekend had en dat er toen geen haan naar kraaide.

“Die oudere Mohammed-cartoon hing in de gang van zijn huis. Hij had die gemaakt voor een tentoonstelling in 1994 en daar nam toen niemand aanstoot aan. Ruim tien jaar later maakt hij een gelijkaardige tekening en het gevolg is dat hij continu door een paar agenten bewaakt wordt.”


Wat hebt u van uw reis door Europa geleerd?

“Dat het echte conflict zich niet afspeelt tussen Europa en de islam, maar binnen de islam zelf. Tussen de hardliners en de moslims die ruimte willen scheppen voor twijfel en zelfkritiek."


“In Brussel ontmoette ik Ahmed, een islam¬leraar van Marokkaanse origine. Hij vindt het hoog tijd dat moslims hun heilige teksten op een hedendaagse manier beginnen te lezen. Hij vraagt soms aan zijn leerlingen: ‘Wat is belangrijker, de Koran of je eigen hersenen?’ Ze antwoorden dan: ‘De Koran natuurlijk!’ Daarop vertelt Ahmed hun dat een mens zijn hersenen nodig heeft om de Koran te kunnen begrijpen en dat ons verstand belangrijker is. Moslims als Ahmed hebben we meer dan ooit nodig, alleen zijn ze met veel te weinig. Ze krijgen ook te weinig steun van Europeanen. Ze worden te snel weggezet als aandachts¬zoekers of nestbevuilers."


“In deze krant las ik een recensie van De atheïstische moslim van Ali Rizvi, waarin hij op striemende, maar volstrekt geloofwaardige wijze zijn eigen strijd beschrijft om atheïst te zijn in een islamitisch milieu. ‘Pamflettair’, vond de recensent. Tussen de regels las ik: ‘Waar is al dat gedoe nu eigenlijk voor nodig?’"


“Dat was ook zo bij Kurt Westergaard. ‘We zijn voor vrije meningsuiting, maar is het eigenlijk wel nodig om al die brave mensen met een cartoon te kwetsen?’ Zouden ze dat indertijd ook tegen Friedrich Nietzsche gezegd hebben toen hij verkondigde dat God dood is? ‘Oei, Friedrich, je kwetst nu zoveel brave Duitse christenen. Publiceer dat maar niet.’ Nee toch? Maar als het over moslims gaat, laten velen hun liberale principes varen."


“Ik schaam mij nog steeds voor de westerse intellectuelen en schrijvers die indertijd stelden dat Salman Rushdie de fatwa die tegen hem werd uitgesproken, aan zichzelf te danken had. ‘Hij had De duivelsverzen maar niet moeten schrijven.’ Ik betwijfel of ze hetzelfde zouden hebben gezegd als de dreiging uit een andere hoek was gekomen, als het een linkse schrijver was geweest tegen wie een of andere extreemrechtse politicus een doodvonnis had uitgesproken. Een echt progressieve krant zou elke dag een foto van Kurt Westergaard in een hoekje bovenaan op de frontpagina moeten plaatsen met de tekst: ‘Al zoveel weken met de dood bedreigd en permanent bewaakt.’”



De Morgen 27 april 2018


Hans Bonte: "De schaamte om onze erfenis doet me pijn.

Sos is godverdomme een eretitel"

Tine Peeters



De Vilvoordse burgemeester over zijn partij, zijn stad en zijn Syriëstrijders


Hans Bonte mag dan wel afscheid nemen van de nationale politiek, hij gaat niet in stilte zitten kniezen onder het viaduct van Vilvoorde.

"De kiezer kickt niet op cumulmaagden."


De duobaan burgemeester/parlementair verbiedt sp.a tegenwoordig, en de Vilvoordenaar is daar het bekendste slachtoffer van. "Mijn vertrek uit het parlement maakt me emotioneel, maar het burgemeesterschap is mijn grote liefde."


Heeft u zich dan verzoend met de decumul?

"De kiezer kickt niet op cumulmaagden. Mochten alle partijen een decumul invoeren, dan zou dat een zeer goede zaak zijn. Nu zijn wij de naïevelingen die in ons eigen vlees snijden. Cumulards en anciens zoals Peter Vanvelthoven, Renaat Landuyt en ik, staan politiek sterker dan de jongeren. Het zijn precies deze sterkhouders die nieuwelingen kunnen lanceren en opleiden."


Kennen jongeren de stiel niet meer?

"Wat compleet teloorgaat, is de essentie van de volksvertegenwoordiging. Nieuwe parlementsleden zien het als een job. We leven in een cultuur waarin politici enkel hun hachje willen redden. Het enige wat hen drijft, is de drang om in de media te komen. Waar zijn de parlementsleden die vertolken wat leeft in de samenleving? Door die decumul verlies je belangrijke voelsprieten. Een socialistische partij moet daar net van leren en leven."


Uw voorzitter is vertrokken uit het parlement omdat hij meer voeling zocht met de mensen.


'Mijn partij huppelt van het ene opiniepeilinkje naar het andere'


"En toch huppelen we van het ene opiniepeilinkje naar het andere, van het ene marktonderzoek naar het andere. Nog voor we ons een mening vormen, vragen we ons af: 'Zal dat de kiezer wel aanstaan? Wat denkt Groen? Hoe zal N-VA het afbranden?' De perceptie wint het voortdurend van de inhoud. Laat me Dehaene citeren, een van mijn politieke vaders: 'Ik voel me niet meer thuis in deze tijden.'"


U voelt zich niet meer thuis in uw partij?

"Dat valt mee. In de Wetstraat voel ik de vervreemding veel sterker. N-VA is de geoliede marketingmachine bij uitstek, en zij sleurt de hele regering mee. De ellende is dat die machine nog aanslaat ook, wat zich vertaalt in de idiotie dat parlementsleden een fiche aflezen in het parlement."


Heeft sp.a dan geen partijfiches?

"Dat weet ik niet, ik ben genetisch voorgeprogrammeerd om niet altijd te gehoorzamen. De partij heeft geprobeerd me in allerlei communicatietrainingen te duwen, maar daar bedank ik feestelijk voor. Het is ook de reden waarom ik niet op sociale media zit. Deels om me te beschermen tegen mijn eigen impulsiviteit, deels omdat dit leidt tot geestelijke vervuiling."


Lijdt uw partij aan die vervuiling?

"We hebben vooral een pijnlijk tekort aan zelfvertrouwen. Door de peilingen, door interne discussies. Er is een veel te groot verlangen om in de belangstelling te staan, en toch slagen we daar niet in. Wie zich te veel laat leiden door marketing, raakt de pedalen kwijt."


Welke interne discussies bedoelt u?

"De maandenlange strijd tussen John (Crombez, TP) en Bruno (Tobback, TP) heeft ons echt geen goed gedaan. En daarbij komen de discussies over de cumul of de problemen in bepaalde afdelingen zoals Gent, Aalst of Antwerpen."


"Nog belangrijker is dat we niet meer mogen wegduiken wanneer de regering roept: 'Dat komt door de sossen'. (met nadruk) Dánkzij de sossen hebben wij een stevige sociale zekerheid en gezondheidszorg. Ons monument wordt nu ondergraven, en wij reageren daar veel te lauw op. Die schaamte om onze erfenis doet mij pijn. Sos, dat is godverdomme een eretitel."


Welk aandeel heeft uw voorzitter daarin?

"We moeten veel meer inzetten op de inhoud. Het is toch revolterend dat veel vijftigers niet weten hoe lang ze nog moeten werken? Op elke straathoek moeten wij verkondigen dat de regering een janboel van de pensioenen maakt. Ook onze gezondheidszorg wordt systematisch duurder gemaakt."


Is dat wezenlijker dan politieke ethiek?

"Een politicus moet zijn geloofwaardigheid bewijzen. Die moet daar niet oeverloos over palaveren en regeltjes uitkienen."


Waarvoor staat sp.a volgens u?

"Wij hebben geen alternatief verhaal. Karin Temmerman en anderen hebben uiteraard wel gewerkt rond de pensioenen, maar ik mis de verontwaardiging. Wij raken de mensen niet meer."


Slaagt Groen daar beter in?

"Eigenlijk wel. Wij doen niet meer aan ideologie. Wij zijn bang om te zeggen dat een sterke overheid belastingen mag vragen om goede voorzieningen uit te bouwen. Waar is ons historisch bewustzijn? Mijn partij laat zich te vaak overheersen door een rechts discours dat verarming en racisme stimuleert."


Waarom zwijgt uw partij dan over identiteit en waarden?

"John heeft gezegd dat we te naïef zijn geweest over migratie, maar daarna werd het weer stil. Het is een schande dat we het laxisme, bijvoorbeeld in de Brusselse rechtbanken, niet durven aanklagen. Als socialistische partij is dat onze absolute plicht. We mogen niet langer onze identiteit verloochenen uit electorale berekening."


Na het geslaagde congres en het lek over de F-16's leek er een heropstanding van uw partij even in de maak. Maar toen kwam er weer een nieuwe onthulling over Tom Meeuws.


'De Antwerpse afdeling heeft geen oog, geen voeling en al zeker geen respect voor de andere socialisten'


"Miserie met de Antwerpse afdeling is een weerkerend fenomeen. De onmacht die ik destijds zag bij Louis (Tobback, TP) om die afdeling in het gareel te krijgen, zie ik vandaag weer bij John. Die Antwerpenaren zitten volledig in een tunnel. Die trekken zich geen zak aan van de schadelijke effecten op de rest van de partij. Ze hebben geen oog, geen voeling en zeker geen respect voor de andere socialisten."


Mogen journalisten schrijven over de persoonlijke relatie van twee politici?


'Ik ben niet zo soepel in de liefde als Tom Meeuws'


"Het is niet aan mij om de relatie van Meeuws en Liesbeth Homans te becommentariëren. Wat me wel verbaast, is dat iemand die zich socialist noemt toch een langdurige relatie heeft met een politica die zijn tegenpool is. Zo soepel ben ik zelf niet in de liefde. (lacht luid)"


Mocht Meeuws in Vilvoorde kandidaat zijn geweest, had hij dan na alle heisa nog op de definitieve lijst mogen staan?

"Het is ondenkbaar dat iemand als Tom Meeuws bij ons bovenaan de lijst staat. Wij rekruteren mensen - zoals ons nummer twee Fatima Lamarti - die elke dag bewijzen dat ze socialist zijn. Als je afdeling goed werkt, moet je niet terugvallen op mensen zoals Meeuws."


En een onafhankelijke als lijsttrekker, zou dat kunnen?

"Ik heb veel bewondering voor onze Antwerpse lijsttrekker Jinnih Beels, maar van al die neutraliteit, ook in andere steden, krijg ik het zuur. Vanwaar toch die schroom om de sp.a-vlag te hijsen?"


U heeft zelf geen 'zuivere' sp.a-lijst. Wel een kartel met Groen.

"Dat is de logica zelve. We moeten op alle niveaus de absurditeit van twee linkse partijen achter ons laten. Want nu worden we uit elkaar gespeeld en verliezen we politieke macht."


Nog even over Gent. Was het juist om lijsttrekker Tom Balthazar te offeren na Publipart?

"Ik heb nog geprobeerd om hem op andere gedachten te brengen. Helaas heeft hij mijn raad niet opgevolgd."


Zowel in Antwerpen als in Gent raakten socialistische kopstukken in de problemen door hun nauwe contacten met vastgoedpromotoren. Kan dat u overkomen?

"Ik zit zeer vaak samen met vastgoedpromotoren. Hoe kun je in godsnaam je stad vernieuwen zonder dat je praat met de ondernemers? Wat ik niet doe, is ermee gaan eten in chique boîtes."


Durft u zeggen, zoals Renaat Landuyt in Brugge: 'Eén stem minder en ik stop ermee'?

"Als ik geen burgemeester word, zeg ik de politiek vaarwel. Vilvoorde moet vooral een centrumstad worden, zodat we 10 miljoen euro meer krijgen van de regering. Dat is puur een kwestie van rechtvaardigheid. Anders worden we opgeslokt door de Brusselse chaos."


Met Sammy Mahdi bij CD&V heeft u wel een tegenstander met een geknipt profiel voor uw stad.

"Hij is nieuw in Vilvoorde, hij moet nog veel ervaring opdoen. Maar doet u nu zelf niet aan fout profilen? Echt iedereen kijkt eenzijdig naar superdiversiteit. Wij hebben 120 nationaliteiten, en toch gaat het nog altijd over 'de moslims'. Alsof een moslim uit Turkije hetzelfde is als een moslim uit Marokko. Trouwens, de grootste spanningen zijn er bij ons tussen de Marokkanen die hier al lang wonen en de Marokkaanse nieuwkomers."


In de Vlaamse Gemeentemonitor staat Vilvoorde in de top vijf qua gebrek aan fierheid, onveiligheidsgevoel en mijdgedrag.

"Wij hebben een dramatische score, ja. We hadden het veel beter kunnen doen. Vooral dat gebrek aan fierheid snijdt door mijn hart, omdat ik dat overal bepleit."


In Vilvoorde zeggen ze dat u de stad een slecht imago bezorgt. Omdat u focust op de Syriëstrijders.

"Die kritiek ken ik zeer goed. Niet ik, maar Europa heeft Vilvoorde voor het eerst aangewezen als broedplaats van Syriëstrijders. Daarna heb ik beslist om de problemen te benoemen. In mijn partij en in het parlement zeiden mijn collega's: 'Waar the fuck begint die nu over? Maar vandaag wordt Vilvoorde - van het Witte Huis tot Seoel - wel beschouwd als de stad die het probleem het snelst kon bedwingen. Het succes van het Vilvoords model is dat wij de moslimgemeenschap bij alles betrekken. Dat wij elkaar vertrouwen."


Verklaart dat de bijnaam Hassan Bonte?

"Sinds 2000 - toen het Vlaams Belang de grootste partij werd in Vilvoorde - geeft Filip De Man mij die bijnaam. Er kon toen geen bal door een raam vliegen, of hij verspreidde pamfletjes waarin die bijnaam stond. Nu draag ik hem als een geuzennaam. Het is een erezaak voor mij om iedereen gelijk te behandelen."


U zou de boetes van foutparkeerders aan de moskee kwijtschelden.


'Hoe dichter de verkiezingen, hoe beter de roddels.

Ik ben ook al met drie negerinnen en twee Marokkaanse vrouwen getrouwd geweest'


"Alsof een burgemeester nog een pv van de politie kan tegenhouden. Hoe dichter de verkiezingen, hoe beter de roddels. Ik ben ook al met drie negerinnen en twee Marokkaanse vrouwen getrouwd geweest."


Ruim een op de drie Vilvoordenaren meent dat de verschillende culturen niet goed samenleven. Waar is dan de verbinding?

"We zijn de snelst groeiende stad van Vlaanderen, en dat maakt het erg moeilijk. De Antwerpenaren zullen het niet graag horen, maar ik bestier het politiek laboratorium van Vlaanderen. Waar we voor moeten opletten, is dat we onze troeven niet kwijtspelen: ons onderwijs, onze open ruimte, onze diensten. Elk jaar komen er 750 mensen bij, van wie 450 minderjarigen. Dat is een volledige school. Helaas duurt het met deze Vlaamse regering bijna tien jaar voor je een nieuwe school kunt bouwen."


Heeft Vilvoorde een 'Peterbos'?

"Niet meer. Twintig jaar geleden waren er probleemjongeren die we niet onder controle kregen. De centrale figuren van die groep hebben, samen met enkele jongeren uit Molenbeek en Antwerpen, Sharia4Belgium opgericht."


Hoeveel terugkeerders zijn er nu in Vilvoorde?

"Van de achtentwintig Syriëstrijders zijn er acht terug. Daarvan zitten er zes in de gevangenis. Een is vrij, een andere is na zijn vrijlating overleden. In Syrië zijn er nog eens zeker tien gesneuveld. De grootste uitdaging zijn de mensen in de gevangenis. De hele wereld is ervan overtuigd dat een geïsoleerde vleugel voor terugkeerders de allerslechtste remedie is tegen radicalisering. En wat doen wij?"


Daar krijgen ze toch een specifieke begeleiding?

"Twee begeleiders zijn er. Voor heel Vlaanderen. In de gewone gevangenissen neemt de radicalisering intussen toe. Door de middeleeuwse levensomstandigheden heb je daar een perfecte voedingsbodem."


Zijn er in Vilvoorde al kleuters teruggekeerd uit het kalifaat?

"Vierentwintig Vilvoordse kindjes zijn daar geboren. Twee van hen zijn terug. De grootmoeders zouden de gekste capriolen uithalen om hun kleinkinderen uit de kampen te halen, omdat ze weten dat die kleintjes daar creperen."


Wat moet de regering doen?

"Koen Geens heeft beloofd dat alle kinderen onder de tien jaar mogen terugkomen. Maar ze actief terughalen? Ho maar. Ik vind dat pure tsjeverij. Hij mist gewoon het lef om ze te helpen. België moet nochtans al zijn inwoners bescherming bieden. Als we hen bijstaan, zorgen we ook voor onze eigen veiligheid, want anders dreigen die families te radicaliseren. Zij klagen dat België hen weer laat stikken. Eerst heeft de politie hun kinderen laten vertrekken naar Syrië, nu laat ze hun kleinkinderen aan hun lot over."


U spuit graag kritiek, maar heeft u de groeiende radicalisering in uw stad niet schromelijk onderschat?

"Absoluut. Daar past een mea culpa, ook voor veel anderen. Wij hebben bepaalde probleemjongeren laten ontglippen. Justitie springt trouwens nog altijd veel te laks om met jeugdcriminaliteit. Het massale druggebruik wordt veel te makkelijk getolereerd. Als een kind van zestien jaar 5.000 euro per maand verdient met drugshandel, dan moet je daar snoeihard tegen optreden."


Heeft uw partij cannabis niet gelegaliseerd?

"Dat is de grootste stommiteit die we ooit hebben begaan. Een compleet fout signaal."


Steunt uw partij u genoeg in uw strijd tegen IS?

"Soms is het eenzaam in de politiek. Als je op een gruwelijk concrete wijze wordt bedreigd met de dood, kruipt dat onder je vel. Nu is dat gelukkig voorbij."


Kreeg u toen politiebescherming?

"Er stond politie voor mijn deur, maar ik ben niet zo'n imbeciel die gaat skiën met twee bodyguards naast zich. Hoe mijn gezin zich daaraan moest aanpassen, daar zat ik wel enorm mee. Gelukkig ging mijn kroost er veel meer ontspannen mee om dan ik. Mijn zoon is zelfs eens na een fuif met zijn zatte botten tegen een agent aangelopen op onze oprit. (lacht)"



De Morgen 11 mei 2018


De grote mei ’68-clash tussen Paul Goossens en Mark Elchardus

"Jij bent het alibi van de N-VA-politiek, Mark"

Bart Eeckhout en Koen Vidal



Ze zijn allebei oud-strijders van mei ’68.

Ze zijn scherpzinnige intellectuelen die een grote invloed hebben gehad op het progressieve denken in Vlaanderen.

En ze zijn het over weinig tot niets eens. Vijftig jaar na Parijs is het hoog tijd voor een beschaafde confrontatie tussen Paul Goossens (75) en Mark Elchardus (71).


"Kan er iemand hier pianospelen?" Paul Goossens grijnst, niet voor het laatst. In het keurige stationsbuffet van Antwerpen-Centraal hebben we de tafel gekregen vlak bij de piano. Muziek verzacht de zeden, en Goossens voorspelt een ‘moeilijk gesprek’.


Paul Goossens is de stichter en eerste hoofdredacteur van deze krant. Socioloog Mark Elchardus is er vandaag een vaste columnist. Wanneer de twee ‘oude reuzen’ elkaar ontmoeten, is er aan voer voor discussie geen gebrek. Over de impact van mei ’68, over de teloorgang van de sociaaldemocratie en over de strooptocht van (extreem)rechts. En over hoe dat met elkaar te maken heeft en wie daar dan verantwoordelijkheid voor draagt. Daarover zal het allemaal gaan.


Maar eerst wil Paul Goossens, studentenleider ten tijde van ‘Leuven Vlaams’ weten of zijn gesprekspartner wel een echte soixante-huitard is. “Waar zat gij toen?”


Het antwoord bevalt. Mark Elchardus zat in de periode 1966-67 bij de Gentse provo’s, de lokale variant van de gelijknamige Nederlandse anarchistische beweging. “Ik heb mijn persoonlijke mei ’68 een jaar of twee eerder beleefd”, grinnikt hij. “We waren toen met een man of acht. In ’68 ben ik naar de VUB gegaan. We hebben toen het rectoraat nog bezet.” Paul Goossens knikt. “Daar was ik ook bij.”


Hoe kwam u in die verzetsbeweging terecht?


'We hebben het kind met het badwater weggegooid.

De nieuwe sociale bewegingen zijn allemaal clubjes van hooggeschoolden'

Mark Elchardus Socioloog


Mark Elchardus: “De inspiratie kwam uit de VS, met het verzet tegen de oorlog in Vietnam. Dat maakte toen een diepe indruk op ons.”


Paul Goossens: “In Le Monde had je vanaf 1964 een vaste rubriek: ‘La contestation dans le monde’. Daar vulden ze soms drie pagina’s per dag mee. Dat ging dan over verzet aan de Amerikaanse universiteiten, Berkeley en andere, over de burgerrechtenbeweging. Dat klonk allemaal bijzonder spannend."


“In Leuven had je dan dat beslissende moment, met de verordening van de bisschoppen in mei 1966 over de onveranderlijke unitaire staat van de universiteit. Toen voelde je dat je op een scharnierpunt in de geschiedenis stond.”


Meneer Elchardus, u hebt mettertijd wat afstand genomen van de erfenis van mei ‘68. Waarom?

Elchardus: “We hebben het kind met het badwater weggegooid. De strijd tegen autoriteit was ook een strijd tegen de zuilen. De zuilen waren een plek waar mensen met lagere en hogere opleiding elkaar ontmoetten. De nieuwe sociale bewegingen zijn allemaal clubjes van hooggeschoolden."


Goossens: “Het is door die verzuiling dat de socialisten in Vlaanderen de boot van ’68 gemist hebben. Er kwam op dat moment een enorme bel met linkse, progressieve politieke energie vrij, maar de socialisten moesten er niet van weten. Zij vonden ons te ambetant en te chaotisch.”


Ze hebben daar toen wel niet echt onder geleden.

Goossens: “Omdat er onder Karel Van Miert een koerscorrectie is gekomen. Met dank aan De Morgen.”


Elchardus: “Omdat jullie de partij financieel geruïneerd hebben?” (de tafel bulderlacht)


''Leuven Vlaams' is bevuild geraakt door de obscene kreet ‘Walen buiten’.

Die slogan was er al voor mijn generatie aantrad'

Paul Goossensvoormalig leider studentenprotesten


Goossens: “Omdat de SP toen met de oprichting van De Morgen met een onafhankelijk redactiestatuut wel een zekere openheid geriskeerd heeft. Ook al heeft het er bij momenten enorm om gespannen. Met de rakettenkwestie was er ook een strijd die oud en nieuw links kon verenigen. Tot de socialisten hun bocht maakten in de regering. Een catastrofale beslissing voor de partij. Toen is de kans gemist om de dominante CVP een knauw te geven.


Elchardus: “Het probleem was toch iets fundamenteler. Vanaf de jaren 70 bleek plots bijna geen enkele sociaaldemocratische partij nog een verhaal te hebben tegen de opkomst van het neoliberalisme.”


Is dat voor links de wrange erfenis van ’68?

Elchardus: “Zeker is wel dat het ideaal van het bondgenootschap tussen studenten en arbeiders snel verlaten is. Toen de Franse president De Gaulle meteen na de opstand een gigantische verkiezingszege boekte, maakten linkse intellectuelen, zoals Herbert Marcuse (Duits-Amerikaanse filosoof van de Frankfurter Schule, red.) de analyse dat je met de arbeiders niet naar de emancipatiestrijd kon. Dus zochten ze naar de nieuwe verworpenen der aarde: migranten, vluchtelingen, outsiders. Ten gronde zit die twist nog altijd in de sociaaldemocratie: hoe verzoen je de kosmopoliet met de arbeider?


“Mei ’68 kwam niet uit de lucht vallen. Het was ook een periode van snel stijgende welvaart. Het hoger onderwijs groeide snel. Dat was het gevolg van vier ‘sociaaldemocratische’ decennia, met eerst het bezweren van de grote depressie van de jaren 30. De breuk van de oorlogsjaren heeft het sociale momentum erna alleen meer kracht gegeven. In die evolutie was mei ’68 veeleer een eindpunt dan een breuk.”


Goossens: “Niet akkoord.”


Elchardus: “Toch was het na ’68 snel uit met de linkse pret. Begin jaren 70 werd afgestapt van het wereldwijde keynesiaanse economisch beleid; in 1974 nam Thatcher de conservatieve partij over in Groot-Brittannië; in 1972 werd in de VS de progressieve presidentskandidaat George McGovern vernederd door Richard Nixon. Het werd de zwaarste nederlaag ooit voor de Democraten. In tien jaar tijd keert alles, maar niet in de richting van de geest van ’68.”


Meneer Goossens, waarom bent u het oneens met die lezing?

Goossens: “Ik zat er in die tweede helft van de jaren 60 vier jaar middenin. Inclusief mijn periode in het leger, waar een poging om een vakbeweging op te richten me 14 dagen cachot heeft opgeleverd." (glimlacht)


“Wat wij deden, was geen folie. Wij zaten in het zenuwcentrum van de Belgische politiek. De tegenstand in het unitaire België was niet min. Tegelijk namen we ook afstand van de klassieke Vlaamse beweging. Wij wilden meer, en we kregen meer.”


Elchardus: “Ik heb het altijd een beetje treurig gevonden dat linkse krachten zich verheugden over de splitsing van een universiteit. Ik heb die strijd altijd principieel oninteressant gevonden. Je kunt niet enerzijds de kosmopolitische, multiculturele vrije wereld bepleiten en anderzijds staan juichen omdat Franstalige studenten moeten opkrassen. Als er nu één plek was waar twee culturen elkaar konden ontmoeten, dan was het daar wel. Die splitsing heeft ons cultureel verarmd.”


Voerde u met ‘Leuven Vlaams’ wel de juiste strijd, meneer Goossens?

Goossens: “Die strijd is bevuild geraakt door de obscene kreet ‘Walen buiten’. Als je twintig jaar na de Holocaust met een kreet afkomt die riekt naar ‘Juden raus’, dan weet je dat verzoening geen optie meer is. Die slogan was er al voor mijn generatie aantrad. Ik heb meer slaag gekregen van de VMO (Vlaamse Militanten Orde, een Vlaams-radicale paramilitaire orde, red.) dan van de politie omdat ik me tegen die woorden verzette. Tevergeefs. Ik ben er nooit in geslaagd de leiders van de Vlaamse beweging afstand te doen nemen van die woorden.”


Maar u voerde wel het programma van de Vlaamse beweging uit.

 

'Waarom kon het neoliberalisme zo snel dominant worden?

Omdat de jaren 60 het bedje gespreid hebben voor het consumentisme'

Mark Elchardus


Goossens: “Niet met een federaal of separatistisch programma. Voor de unitaire, katholieke staat van Belgique à papa voelden wij geen genegenheid. Op dat punt geef ik Bart De Wever gelijk: ‘Leuven Vlaams’ is een beslissend moment geweest voor het federale België. Maar, en dat stoort De Wever zo, het was van in den beginne ook een strijd voor emancipatie. Ook voor die mentaliteitswisseling is ‘Leuven Vlaams’ beslissend geweest. Je kunt dat niet scheiden van de brede bedding van mei ’68.”


Wat verbindt al die nationale strijdperken dan?

 

'Zonder de emancipatie van ’68 geen vredesbeweging, geen vrouwenbeweging, geen homobeweging ...

En wij zouden verveelde individualisten geweest zijn?'

Paul Goossens


Goossens: “Dat er een jonge, naoorlogse generatie gezamenlijk de stem verheft, omdat ze het anders en beter willen gaan doen. Dat was een internationaal fenomeen, van Scandinavië tot Japan. Die jongeren kwamen allemaal op voor meer rechten en meer inspraak. Ze botsten dus per definitie tegen het gevestigde gezag van het ancien régime. Het sleutelwoord was gelijkheid. Universeel, voor iedereen: een niet-nationaal, niet-religieus wij. Nous sommes tous des juifs et des allemands, die gedachte.”


Elchardus: “Centraal staat de koppeling van een zucht naar individuele vrijheid met een sterk gemeenschapsgevoel in solidariteit.”


Goossens (snuift): “Nu verbaas je me. In je recente stuk in De Morgen noem je de kwintessens van mei ’68 nog ‘verboden te verbieden’. Wat totale onzin is. Ik heb Amsterdam mee bezet, ik ben naar Parijs geweest, ik was in Gent. Ik heb die leuze nooit gehoord.”


Elchardus: “Die column wou vooral de toename van het verbieden over de laatste 50 jaar aan de kaak stellen. Die component van bevrijding zat er diep in in ’68. Tegen kleinburgerlijkheid, tegen autoriteit. De mens als wereldburger…”


Een begrip waar u zich fel tegen verzet.

Elchardus: “Wereldburgerschap is een fictie. Een groot deel van de 68’ers geloofde sterk in een solidariteit op een universeel, globaal niveau.”


Goossens: “Dat was een droom, ja.”


Elchardus: “Een droom die fout is gebleken. Mensen hebben nood aan bescherming. Grenzen bieden die bescherming. Dat is niet in tegenspraak met een open blik op de wereld, maar je kunt van een mens pas een burger maken met burgerrechten binnen bepaalde grenzen.


“Ik ben geen nationalist. Voor mij is het niet de natiestaat die de grens bepaalt, wel de Europese gemeenschap. Die voelt nog niet zo hecht, maar ze deelt vijf essentiële kenmerken. Het is een verzameling van staten die democratisch werken, de rechtsstaat garanderen, sociale bescherming bieden, seculier zijn en wetenschap is er de grondslag van de kennis. Die waarden wil ik graag met grenzen beschermen.”


De consensus daarover staat nogal onder druk.

Elchardus: “Het punt is dat er nooit een universele consensus over geweest is. Wij hebben de pretentie gehad om te denken dat we die waarden overal konden gaan opleggen. China bouwt nu een grootmacht uit op een totaal ander model. Dat mag, zolang ze het Europese model maar niet vernietigen.”


Vreemde boodschap voor wie in China opkomt voor mensenrechten.

Elchardus: “Ze hebben mijn steun, maar wij moeten daar toch niet als een soort scheidsrechter gaan oordelen? Wij zouden zulke inmenging in onze autonomie ook niet pikken. Wij kunnen toch niet overal gewapenderhand de liberale democratie gaan opleggen?”


Goossens: “We hebben het in Irak gedaan.”


Elchardus: “Exact. En kijk naar de gevolgen.”


Goossens: “Dat kun je moeilijk in de zak van de soixante-huitards steken. Dat was de oorlog van de conservatieven.”


Tegenover het wereldburgerschap staat het terugplooien op de eigen identiteit. Paul Goossens noemt dat in zijn pas verschenen essaybundel de conservatieve sloophamer voor de erfenis van mei ‘68.


'De crisis van 2008 is belangrijker dan mei ’68.

Ik denk dat we het einde van het neoliberale tijdperk hebben gezien'

Mark Elchardus


Goossens: “Het is toch raar dat Nicolas Sarkozy in 2007 in zijn laatste toespraak van de presidentscampagne van het liquideren van de erfenis van ’68 de inzet maakte. De AfD vorig jaar in Duitsland: idem. En hier heeft Bart De Wever hetzelfde gedaan, in Leuven. Die ijver van conservatieven om nu, vijftig jaar later, te blijven inbeuken op die beweging, verwondert me. Dat is praat à la Thierry Baudet. Stel je voor dat in 2048 een Franse presidentskandidaat komt zeggen dat de inzet van de verkiezingen het liquideren van de erfenis van 2008 is.”


Elchardus: “Ik zou me dat eerlijk gezegd erg goed kunnen voorstellen. De crisis van 2008 is belangrijker dan mei ’68. Ik denk dat we het einde van het neoliberale tijdperk hebben gezien. Het vervelende is dat we nog niet weten wat er nu gaat volgen.”


Meneer Goossens, u ergert zich aan de reductie van mei ‘68 tot individualisme, hedonisme en nihilisme.

Goossens: “Daar knopen ze mij al jaren mee op.”


Elchardus: “Je moet je daar niet door laten opknopen. Je moet wel erkennen dat dat individualisme en hedonisme ergens aanwezig was. Waarom kon het neoliberalisme zo snel dominant worden? Omdat de jaren 60 het bedje gespreid hebben voor het consumentisme.”


'De erfenis van ’68 frustreert De Wever omdat ze hem hindert bij de realisatie van zijn identitaire project.

Dan zeg ik: al goed dat die hinderpaal er nog is'

Paul Goossens


Goossens: “Zonder de emancipatie van ’68 geen vredesbeweging, geen milieubeweging, geen vrouwenbeweging, geen antiracismebeweging, geen homobeweging… En dan zouden wij een stelletje verveelde individualisten geweest zijn?”


Elchardus: “Jij maakt van mei ’68 een vlakke, homogene beweging. Dat was ze niet. Ook politiek niet. Je had anarchisten en je had verdedigers van totalitaire regimes. Neem Sartre. Of de Franse filosoof Michel Foucault, nog zo’n grote fan van mei ’68. Later werd hij de pleitbezorger van de Iraanse ayatollah Khomeini. Dat was ook de jaren 60.”


Goossens: “Dat is het punt van De Wever niet.”


Elchardus: “Dat zou erg goed kunnen, want ik ben Bart De Wever niet.” (glimlacht)


U stoort er zich vooral aan dat Bart De Wever uw erfenis ‘identitair nihilistisch’ noemt.


Goossens: “Hij gebruikt dat clichébeeld om er zijn eigen ideaal tegenover te plaatsen. De Vlaamse identitaire gemeenschap, waar hij gaat bepalen wie er bij de club mag. De erfenis van ’68 frustreert De Wever omdat ze hem hindert bij de realisatie van dat identitaire project. Dan zeg ik: al goed dat die hinderpaal er nog is.”


Elchardus: “Ik vrees dat je die hinderpaal niet meer bent, Paul. Kijk, ik vind al die identiteitspolitiek ook een probleem, maar de verantwoordelijkheid ligt niet bij de N-VA alleen. Geslacht wordt een identiteit, seksuele voorkeur wordt een identiteit, religie… Wij zijn een samenleving geworden die verdeeld wordt door identiteiten.


“Identiteitspolitiek is het nagenoeg onvermijdelijke en vaak kwalijke bijproduct van emancipatie.”


Goossens: “Wat jij identiteit noemt, noem ik burgerschap. De Wever spreekt nooit over burgerschap. Wat heeft hij te vertellen over vrouwenemancipatie, over homorechten, over gelijkheid? Niks, behalve als de islam om de hoek komt piepen. Dan is het plots interessant om voor gelijkheid te zijn. Daarover hoor ik jou nooit.”


Elchardus: “Ik schrijf af en toe over de islam. Op een andere manier dan De Wever wellicht. Ik ben geen N-VA’er.”


Goossens: “Je kunt wel helder afstand nemen van zijn discours.”


Elchardus: “Maar niet op jouw manier.”


Wat is ‘zijn manier’?

Elchardus: “Mensen hebben behoefte aan een collectieve identiteit. Je moet dat niet per definitie verdacht maken.”


Goossens: “Wel als ze politiek misbruikt wordt. Dan weet je nooit waar je eindigt.”


Elchardus: “Mijn identiteit is de Europese, democratische. Ik draag die met enige trots. Daar is niks mis mee.”


Goossens: “Zoals ik zeg: dat maakt je burger.”


Elchardus: “Neen, neen. De staat maakt me een burger. Mijn identiteit overstijgt de grenzen van de staat.”

 

Het belang van identiteit is de breuklijn die u beiden verdeelt?


Goossens (spreekt Elchardus rechtstreeks aan): “Ik vrees dat jij ’s avonds regelmatig ligt te woelen in je bed en dat je op dat moment getergd wordt door steeds weer diezelfde vraag: ‘Ben ik niet de man die de identiteitspolitiek, die nu zo welig tiert bij de N-VA, salonfähig heb gemaakt?’”


Dat moet u even uitleggen.

Goossens: “Jij was het, Mark, die in 1994, drie jaar na de doorbraak van het Vlaams Blok, uitpakte met het boekje Gekaapte deugden, waarin je een nieuwe breuklijn ontwaarde: de breuklijn tussen de progressieven – waarmee je de mei-68’ers bedoelde – en anderzijds de arbeidersklasse. Je beschreef hoe de progressieve elite steeds meer was gaan neerkijken op de arbeiders die volgens jou vooral problemen hadden met de multiculturele samenleving. Volgens jou was dat de reden waarom de sociaaldemocratische partijen zoveel stemmen aan het Vlaams Blok waren kwijtgeraakt.


“Met al je autoriteit heb jij dit thema toen gelanceerd. Omdat ook jij plotseling over identitaire kwesties begon te spreken, heb jij aan vieze ideeën een aanvaardbare uitleg gegeven. De N-VA heeft jouw ‘dedouanering’ gebruikt. En nu kun je je niet meer desolidariseren van de identitaire politiek van de N-VA. Jij bent zelf een van de grote pioniers van het identiteitsdenken in Vlaanderen. Jij bent het alibi van de N-VA om een identiteitspolitiek te voeren.”


'De N-VA heeft mij niet nodig als alibi, Paul.

Je doet alsof mensen door mij op het Vlaams Blok zijn gaan stemmen omwille van mijn stellingen.

Ik zou in jouw plaats slecht slapen'

Mark Elchardus


Elchardus: “De N-VA heeft mij niet nodig als alibi. Jij lijkt de zaken om te keren. Je doet alsof mensen door mij op het Vlaams Blok zijn gaan stemmen omwille van mijn stellingen. Ik zou in jouw plaats slecht slapen. Door het ontkennen van het belang van identiteitsaspecten, speel jij het spel van mensen die een algemeen misprijzen voor een groot deel van de bevolking cultiveren.”


Goossens: “Als invloedrijk adviseur van de socialistische partij moest jij een antwoord vinden op de vraag waarom de partij zo veel stemmen aan extreemrechts was kwijtgeraakt. Jij zocht de verklaring in de multiculturele samenleving en daardoor ben je een van de belangrijkste aanstichters van het identitaire discours. Ik herken me helemaal niet in jouw stelling dat wij een misprijzen hadden voor de arbeiders. Dat is zo’n gemakzuchtige perceptie die een eigen leven is beginnen leiden. Men wil vooral niet zien dat veel soixante-huitards, omwille van de arbeiders, kozen voor het onderwijs; vele anderen gingen in sociale organisaties aan de slag en nog anderen trokken naar de fabriek. Daarbovenop waren er prachtige initiatieven als Geneeskunde voor het volk. Ik zie hier geen misprijzen, wel levenslang engagement en inzet voor arbeiders. Ontken die feiten toch niet.”


Veel Europese opiniemakers hebben de brexit-stemmers omschreven als domme, bejaarde, blanke racisten. Kun je dat niet als misprijzen omschrijven?

Goossens: “Je kunt zo’n uitspraak niet in mijn bakje schuiven. Maar de essentie van die brexit-analyse klopt toch wel: zeg mij eens wie er voor de brexit heeft gestemd? Dat waren niet de hooggeschoolden. Dat mag toch nog wel gezegd worden, of niet? Dat is geen misprijzen, dat is een vaststelling.”


Elchardus: “Daarin zit ook misprijzen. Burgerschap betekent ook dat iedereen een stem heeft en dat de opvatting van een laaggeschoolde evenveel waard is als die van een hooggeschoolde. En als een groot deel van die laaggeschoolden vindt dat de toenemende diversiteit binnen onze samenleving voor problemen zorgt, dan hebben zij daartoe het volste recht. Dat kun je niet zomaar wegzetten als racisme.


“Dat gebeurt nog te vaak. De Morgen deed het afgelopen week ook nog eens bij die studie van de Vlaamse overheid. Boven de vaststelling dat 80 procent van de autochtone Vlamingen zegt een probleem te zien met de islam in de samenleving, kopt de krant dat de Vlaming racistisch is tegenover moslims. Waarom zou dat racistisch moeten zijn? Ook 60 procent van de mensen van Turkse origine vindt de levenswijzen incompatibel. Zijn dat dan ook racisten?”


Goossens: “Maar wie verkondigde in Vlaanderen voor het eerst dat diversiteit een probleem was? Dat waren niet de arbeiders, dat was het Vlaams Blok.”


Elchardus: “Het Vlaams Blok heeft het debat verzuurd door zeer extreme standpunten in te nemen. Maar de essentie van het probleem – namelijk dat culturele diversiteit geen eenvoudig verhaal is – werd aangekaart door een meerderheid van de bevolking. Slechts een kleine fractie daarvan heeft Vlaams Blok gestemd. Jij projecteert de stellingen van het Vlaams Blok op een groot deel van de Vlamingen, Paul. Dat noem ik misprijzen. Veel mensen hebben problemen aangekaart die ze in hun eigen leefomgeving zagen toenemen, lang voor Zwarte Zondag. Dat zag je in elke opiniepeiling. Dat is te lang genegeerd.”

Goossens: (zucht) “Ik heb het gezegd hè, dat dit geen gemakkelijk gesprek zou worden.”


Elchardus: “O, ik heb geen probleem met dit gesprek. Mijn punt is dat de intellectuele elite niet het recht heeft om de opvattingen van laaggeschoolden als dom of racistisch te beschouwen. Jij, Paul, jij hebt dat wél gedaan. Jij hebt systematisch mensen als dommeriken en racisten weggezet.”


Goossens: “Dit is de zoveelste niet-wetenschappelijke uitspraak van jou. Iedere burger kan zich vergissen. Ook de arbeider kan zich vergissen.”


Elchardus: “Jij kunt je ook vergissen. Toen de kosmopolieten nog in hun multiculturele idylle zaten, hebben lagergeschoolden veel sneller en juister ingezien dat diversiteit in een samenleving ook problemen oplevert. Hierdoor is de band tussen de progressieve elite en de arbeiders doorgeknipt.”


Velen verklaren de leegloop bij de sociaaldemocraten door het feit dat linkse partijen in de jaren 90 steeds meer een liberale koers gingen varen: de derde weg van Tony Blair.


Goossens: “Net dat stoort me bij Mark. Hij minimaliseert wat voor rampzalige economische koers de sociaaldemocraten hebben gevaren, vanaf de jaren 70 al. In jouw kritiek op mei ’68 heb je het altijd over de flinterdunne ideologie van die beweging die het neoliberalisme niet heeft kunnen tegenhouden. Maar wat moeten we dan denken van de afwezige ideologie van de sociaaldemocratie?


“De socialisten speelden het spel van de bankiers gewoon mee. Cabinetards als Herman Verwilst mochten eerst het economisch programma van de partij schrijven, kregen daarna de ASLK-bank in de schoot geworpen en verkochten die bank vervolgens aan Fortis om dan zonder schaamte in de bestuursraad van Fortis te gaan zetelen."


“Dat meeheulen met de financiële wereld, dat gebrek aan een alternatieve economische visie: zou dát niet de belangrijkste reden zijn geweest waarom zo veel arbeiders zich afkeerden van de socialisten? Ik vraag me echt af waarom je in jouw theorieën het sociaal-economische zo minimaliseert en het culturele-identitaire maximaliseert. Die stroming heeft de N-VA groot gemaakt en jij bent daarvoor mee verantwoordelijk.”


Mark Elchardus: “Ik deel die kritiek op het economische beleid, maar dat is niet de verklaring voor de verschuiving van 1991. De derde weg van Tony Blair kwam pas later. We hebben het over eind de jaren 80, begin de jaren 90. We spreken over de verkiezingen van 1991. En toen was het probleem dat men te weinig oog heeft gehad voor problemen die een deel van de arbeiders ervoeren. Daardoor zijn vele Franse arbeiders overgestapt van de communisten naar Front National en bij ons van de socialisten naar het Vlaams Blok."


“Ik ben ook erg kritisch geweest voor de derde weg. Maar ik heb de socialisten gewaarschuwd voor het feit dat ze de samenleving bijna exclusief door een sociaal-economische bril bekeken en het culturele aspect dreigden te verwaarlozen.”


Nog even naar ’68. Meneer Elchardus, waarom noemt u de ideologie van mei 68 ‘flinterdun’?

Goossens: “Een kwalijke uitspraak!”


'Op het einde leverden de paarse regeringen vooral de sociaaldemocraten veel blutsen en builen op'

Mark Elchardus


Elchardus: “Excuus, maar die ideologie wás nu eenmaal flinterdun. De ’68-beweging is een vlag die een zeer uiteenlopende lading dekt. Toen Guy Verhofstadt (Open Vld) in de jaren 90 met zijn neoliberale burgermanifesten kwam, waren er ook nogal wat mei-68’ers die dat geweldig vonden. Die mentale flexibiliteit zat ingebakken in mei ’68. Gevolg: de wereld kon heel snel veranderen op een manier die tegengesteld was aan de oorspronkelijke idealen. De ideologie was een allegaartje, ze was niet goed uitgewerkt én ze was niet ingebed in een sterke beweging. Dat maakt dat die beweging al na enkele jaren gekeerd kon worden.”


Klopt de indruk dat in België de paarse regeringen de nageboorte van mei ‘68 zijn? Ze roepen een gelijkaardige emotionele tegenstand op.

Elchardus: “De eerste paarse regering, met de groenen, werkte in de geest van ’68. Die regering brak met de traditie van het verlammende katholieke denken dat jarenlang over de Vlaamse samenleving lag. Enkele ethische taboes inzake euthanasie en het homohuwelijk zijn toen gesneuveld. Maar de tweede paarse regering raakte verlamd door de sociaal-economische tegenpolen van liberalen en sociaaldemocraten. Op het einde leverde paars vooral de sociaaldemocraten veel blutsen en builen op.”


Dreigt nu niet hetzelfde te gebeuren in Frankrijk? Daniel Cohn-Bendit, de voorman van mei ‘68 in Parijs, schaart zich achter de voormalige bankier Emmanuel Macron. Een merkwaardige alliantie, of niet?

Goossens: “Ik zou dat niet doen, maar ik begrijp Daniel Cohn-Bendit wel. Zoals wij destijds achter paars gingen staan om in Vlaanderen een aantal vastgeroeste zaken te veranderen, zo verbindt Cohn-Bendit zich met Macron omdat er in Frankrijk ook een behoorlijk aantal zaken moeten worden losgewrikt. Macron heeft wel degelijk een plan voor Europa. Ook op dit vlak stoor ik mij aan jou, Mark. Jouw scepsis over Europa en de manier waarop je het falen van Europa voortdurend accentueert, stoort me bijna even erg als de stellingen van Bart De Wever en co. die terugwillen naar een Europa met zwakke instellingen en waar elke individuele lidstaat elke hervorming met een veto kan tegenhouden.”


Elchardus: “Ik ben ook tegen die veto’s. Wel vind ik dat ik mag wijzen op het falen van Europa inzake de financieel-economische crisis van 2008 en inzake de vluchtelingencrisis. In 2012 en 2013 verminderde Europa bijvoorbeeld zijn steun aan de opvang van vluchtelingen in conflictregio’s waardoor de vluchtelingencrisis van 2015 in de hand werd gewerkt. Ik ben een overtuigd Europeaan, maar ook een kritisch Europeaan.”


Goossens: “Ik twijfel. Jij blijft maar op Europa inbeuken en je blijft maar zeggen dat Europa nooit een alternatief kan zijn voor de natiestaten. Ik zou zeggen: bouw Europa op, pomp die natiestaten niet verder op maar laat ze leeglopen en hevel gaandeweg steeds meer bevoegdheden over naar Europa.”


Bevat de koers van Macron niet hetzelfde risico als de derde weg: dat de kleine man er alweer bekaaid vanaf komt? Waarna die weer zijn woede koelt in het stemhokje.



'Paul, je bent echt een specialist in het verdraaien van woorden'

Mark Elchardus


Goossens: “Als Europa er niet in slaagt om de nationale veto’s af te bouwen, zitten we met een groot probleem. Want dat zou onder andere betekenen dat er geen harmonisering komt van de fiscaliteit, waardoor EU-lidstaten elkaar blijven wurgen door elk voor zich fiscale gunsttarieven te verlenen aan de superrijken en multinationals. Als die fiscale concurrentie onbelemmerd verder kan gaan, krijg je nooit een sociaal Europa en zal de frustratie bij veel burgers verder toenemen.”


Zitten we daarmee niet behoorlijk dicht bij het uitgangspunt van dit gesprek? In zijn essay beschrijft Paul Goossens hoe mei ’68 en het Europese project in elkaars verlengde liggen. Beide bewegingen staan voor emancipatie en vertegenwoordigen de verlichtingsideeën. Meneer Elchardus, bent u het daarmee eens?

Goossens (grijnst): “Ik ben het daarmee alvast volmondig eens. Dit alles kadert in een lange historiek van emancipatie in Europa. Het begon met Machiavelli, andere verlichtingsfilosofen zetten dit proces verder, toen kwam de Franse Revolutie die niet meteen vruchten afwierp maar toch een grote impact had. En soms was het bijzonder lang wachten vooraleer bepaalde verlichtingsideeën doordrongen: kijk maar naar het vrouwenstemrecht dat bij ons pas in 1948 werd ingevoerd. Mei ’68 maakt ontegensprekelijk deel uit van het proces en daarom omschrijf ik onze beweging ook als een update van de verlichting. Ben jij het daarmee eens, Mark?”


Elchardus: “Je bent er wel niet in geslaagd om een duurzame connectie te maken tussen hoog- en laaggeschoolden. Nogmaals: de emancipatie is ergens blijven steken.”


Goossens: “Dat klopt niet, Mark. Kijk eens hoeveel arbeiderskinderen er nu op hogescholen en universiteiten zitten. Dat is toch schitterend? Pure volksverheffing. Als sociaaldemocraat zou jij dat toch fantastisch moeten vinden. Maar het enige wat jij doet, is zeggen dat die kinderen omwille van hun hogere scholing zijn gaan neerkijken op de gewone mensen."


“Weet je wie er neerkijkt op de gewone mensen? Superrijken die fiscaal frauderen, advocaten die de fraudeurs bijstaan en industriëlen die al het mogelijke doen om zo weinig mogelijk aan de staatskas bij te dragen. Dat is het echte misprijzen. Als ik jou bezig hoor, krijg ik de indruk dat we best niet te veel hoogopgeleiden kweken, omdat dan de arbeiders daardoor nog meer in de verdrukking komen. Vind jij het dan niet goed dat we zo veel mogelijk mensen een hoge opleiding geven?”


Elchardus: “Wel, ik weet dat niet.”


Goossens: “Hoezo, je weet dat niet!?”


Elchardus: “Ik denk dat er in een samenleving altijd hoog- en laagopgeleiden zullen zijn en net daarom zou ik opletten met die verabsolutering van het gelijkekansenbeleid. Natuurlijk moeten we iedereen gelijke kansen proberen te geven en opleidingsmogelijkheden aanbieden. Maar ik vind de notie van gelijkheid veel belangrijker omdat je daarmee ook mensen die niet aan de universiteiten kunnen studeren een waardig, en gelukkig leven kunt geven. Gelijkheid is voor mij het hoogste doel, gelijke kansen is een van de middelen om dat doel te bereiken.”


Goossens: “Het verbaast mij ten zeerste dat je niet voor gelijke kansen bent.”


Elchardus: “Dat zeg ik ook niet. Ik zeg dat ongelijkheid het grote probleem is en dat we die met alle mogelijke middelen moeten verkleinen. Paul, je bent echt een specialist in het verdraaien van woorden.”


Goossens: “Ook daarmee ben ik het uiteraard niet eens.” (lacht)


De Morgen 11 mei 2018


Hugo Camps: "Ik had die column over Stevaert niet mogen schrijven"

Hugo Camps (75) blikt terug op leven en werk

Stef Selfslagh



Columnist en journalistiek fenomeen Hugo Camps wordt zaterdag 75.

Taart en champagne, denkt een mens dan, maar het feestvarken zelf houdt het op ‘bloemen, noch kransen’.

In Knokke maakten we de balans van zijn leven op. "Ik heb weinig bezittingen.

Maar ik heb wél voor een klein appartement aan patrijsjes gegeten.

Dat vind ik een verdedigbare keuze."


"Ik ben een pyjamaman geworden”, vertrouwt hij me toe. “Ik geniet ervan om het hele weekend in mijn pyjama te blijven hangen. Toen ik nog in Antwerpen woonde, nam ik bij het minste teken van commotie de lift en verdween ik in de stad. In Knokke heeft dat geen zin: hier gebeurt toch niks.”


Het is middag en we eten borrelnootjes in restaurant Esmeralda, vlak bij het casino. Excuseer: het Napoleon Games Grand Casino. Buiten nodigt de lentezon uit tot flaneren. Nogal wat mannen dragen hun Knokke-uniform: lichtgroene polo met opgerichte kraag, vaalblauwe trui die losjes om de schouders hangt, rood-roze broek die twijfelt tussen smal en skinny. Op de zeedijk aan het Albertstrand kijken ze niet op een pastelkleurtje meer of minder.


Het is moeilijk te geloven dat in de bonte wereld van Heist en omstreken ook de existentieel bezwaarde ziel van Hugo Camps woont. Dat je tussen de gebotoxte gezichten van Het Zoute ook zijn doorgroefde gelaat kunt spotten. Wat heeft een liefhebber van donkere jazzkroegen te zoeken in een stad die prat gaat op haar Blue Buddha Beach Club?


“Zelfbescherming”, zegt hij. “Antwerpen is te gevaarlijk voor mij. Ik zou er voortdurend naar de Bourla gaan. Of naar de Ciro’s, voor een steak met witloof. Knokke, in al zijn vreugdeloosheid, verlengt mijn houdbaarheidsdatum.”


We zouden in het gezelschap van een zeebaarsje en een glas rode wijn zijn 75ste verjaardag vieren. Maar de jarige ziet weinig redenen om het confettikanon af te schieten. “Er valt niks te vieren. Dit is het begin van het einde.”


De balans van zijn leven opmaken, wil hij wél. Voor één keer dan. Want op nostalgie moet je zuinig zijn, vindt hij. “Aan terugblikken ga je kapot. Zeker als je, zoals ik, een negatief ingesteld geheugen hebt. Van de kermissen in het dorp herinner ik mij weinig. Van de begrafenissen des te meer.”


Johnny Cash

Zijn stemgeluid doet me denken aan dat van Johnny Cash op diens American Recordings. Het is broos geworden. Alsof zijn stembanden – na al die jaren van gewichtig geopinieer – weigeren om zijn woorden nog langer van aplomb te voorzien.


En wat is hij minzaam. ‘Lieve vriend’, noemt hij me, ook al kennen we elkaar niet. Zijn hoofd mag dan wel van graniet zijn, zijn ogen verraden dat hij een weekdier is.


“Hugo is veel breekbaarder dan je zou denken”, had de Nederlandse cabaretier Paul van Vliet me enkele dagen geleden gezegd. “Als je hem in je armen sluit – wat ik vaak gedaan heb – voel je een heel fragiel lichaam. Zijn lijf verkleint zich wanneer je hem omhelst.”


'Antwerpen is te gevaarlijk voor mij.

Knokke, in al zijn vreugdeloosheid,

verlengt mijn houdbaarheidsdatum'


Volgens Van Vliet is het een wonder dat zijn vriend 75 is geworden. “Hugo heeft bij momenten een ruig en verwoestend leven geleid. Zwaar gerookt, veel gedronken, gulzig gegeten. Rond zijn vijftigste kreeg hij een hartinfarct. Toen ik hem in het ziekenhuis bezocht, was hij buiten bewustzijn. Ik heb een tekst voor hem op een briefje geschreven en het op zijn borst gelegd: ‘Zoveel wegen nog te gaan, zoveel bergen te bestijgen. Zoveel liefde nog te geven, zoveel liefde nog te krijgen.’ Hij heeft mijn woorden pas een paar dagen later gelezen. Maar hij beweert nog altijd dat ze hem de kracht hebben gegeven om te blijven leven.”


Vijf jaar geleden tikte Magere Hein Hugo Camps opnieuw op de schouders: wat een eenvoudig darmonderzoek had moeten zijn, resulteerde na medisch geblunder in vergiftigde organen. “Ik werd geopereerd en moest zes maanden een stoma dragen. Nooit ben ik zo beschaamd geweest. Als ik met mensen ging dineren, was ik me voortdurend bewust van de zak die onder de tafel mijn ontlasting opving. Verschrikkelijk. Ik kan mijn verval niet met anderen delen. Ik sluit me nog liever op in de kelder.”


Chef Verdriet, noemden ze hem bij het Nederlandse weekblad Elsevier. Voor iemand die geluk definieert als ‘verdriet dat even uitrust’, is dat een uitstekende bijnaam, zeg ik. “Ach, mijn imago van chronische somberaar... Dat beeld krijg ik nooit meer weg. Ik kan nu met jou naar buiten gaan en op de zeedijk beginnen buikdansen. Je zult je doodlachen met mijn dikke, klotsende buik en er in je stuk op vrolijke wijze verslag over uitbrengen. Maar zal de beeldvorming over mij daarmee gecorrigeerd zijn? Natuurlijk niet. En dat hoeft ook niet. Ik bén een zwaarmoedig man. Ik ben zo geboren.”


Wanneer ik vraag of hij ooit met zijn eigen neerslachtigheid gekoketteerd heeft – of Hugo Camps ooit Hugo Camps gespééld heeft – valt hij vier seconden stil. Om vervolgens te zeggen: “Vooruit dan: een enkele keer zal ik wel eens extra droef uit mijn ogen gekeken hebben. Maar dan alleen in het gezelschap van een vrouw. Opdat ze me zou omhelzen en voor me zou zorgen.” Hij lacht en even wordt de 75-jarige een boefje.


Ex-koning van Limburg

Terwijl we een Zeebrugse garnaal in cocktailsaus dopen, spoelen we de tijd terug naar de jaren tussen 1976 en 1986: het decennium waarin Hugo Camps hoofdredacteur van Het Belang van Limburg was. Tien jaar lang weekte hij de krant los van het katholieke establishment en gaf hij het provinciale Belang nationaal aanzien. Als hij op de Grote Markt in Hasselt kwam, namen de mensen hun hoed voor hem af: aan het hoofdredacteurschap was toen nog een sociale bonus verbonden.


En toch liep het fout.


In een ongenadig Humo-stuk – ‘De koning van Limburg in vrije val’ - beschreef toenmalig journalist Leo De Haes begin ’86 hoe Camps zich al jaren ‘als een zonnekoning gedroeg’. Hoe hij er met zijn ‘tirannieke grillen’, zijn ‘onberekenbare karakter’ en zijn ‘dubieuze journalistieke praktijken’ in geslaagd was om ‘de voltallige redactie tegen zich in het harnas te jagen’. Een paar dagen later werd Camps ontslagen.


Tijd om 32 jaar na de feiten – en geheel conform de tijdgeest – de dingen te benoemen zoals ze zijn: was hij inderdaad een karikatuur van een hoofd¬redacteur of had Leo De Haes gewoon iets verkeerds gegeten?


'Ik was een belabberde hoofdredacteur.

Na die jaren bij het 'Belang' heb ik gezworen dat ik nooit meer ergens chef zou zijn'


“Dat stuk was een georkestreerde afrekening”, zegt Camps. “Een een-tweetje tussen mijn katholieke vijanden en een paar ontevreden journalisten. Maar ik erken dat ik een belabberd hoofdredacteur was. Ik was ijdel en schreef veel stukken zelf. Dat zullen vast niet al mijn journalisten leuk gevonden hebben. Bovendien was ik vaak in Brussel, waardoor ik naliet om een band op te bouwen met de redactie. En nog belangrijker: ik was geen manager. De overgang van schrijfmachines naar computers, de firmawagenverzuchtingen van mijn journalisten... het interesseerde me allemaal niet. Na mijn jaren als hoofdredacteur heb ik gezworen dat ik nooit meer ergens chef zou zijn. Aan die eed heb ik me gehouden.”


Nadat hij zijn aanvoerdersband en een deel van zijn ijdelheid in de dichtst¬bijzijnde vuilnisbak had gekieperd, begon hij met grote gretigheid interviews en reportages te schrijven voor NRC Handelsblad en Elsevier. “Dat ik in Nederland kon gaan werken, heeft me gered. De zelf-censuur die ik me in Limburg had opgelegd, viel volledig weg. Eindelijk kon ik weer heerlijk ongeremd schrijven.”


Verlamd door Hugo Claus

Hij veegt zijn mond af, pakt zijn smartphone en toont me de column die hij vannacht schreef: een lofzang op voetballer Andrés Iniesta. Schrijven is ook na duizenden stukjes niets minder dan een noodzaak, zo blijkt. “Ik heb een immens gevoel van nutteloosheid wanneer ik een dag geen stukje heb gemaakt. Al geef ik toe dat schrijven ook een alibi is om niet te moeten leven: ik roep wel¬eens een deadline in om te ontsnappen aan de plichten van het bestaan.”


Zou hij nog schrijven, mocht hij niet langer gepubliceerd worden? “Nee, dan staar ik nog liever de hele dag naar het plafond. Zonder lezers zou ik in het ijle tikken. Ik heb een publiek nodig. Of op z’n minst de illusie van een publiek.”


Met ex-premier en Hugo Camps’ vriend Guy Verhofstadt praatte ik tijdens een voorbereidend gesprekje over de campsiaanse schrijfstijl. Ik gebruikte het woord barok, maar Verhofstadt tekende protest aan. “Barok schrijven betekent voor mij: nutteloze versierinkjes aanbrengen. Tierlantijnen gebruiken omwille van de tierlantijnen. Dat is niet wat Hugo doet. De woorden die hij gebruikt, zijn wel exuberant, maar ze staan altijd ten dienste van het punt dat hij maakt. Over elke beeldspraak, elke vergelijking, elke belediging is nagedacht.”


Ik overhandig het compliment tussen voorgerecht en hoofdgerecht aan mijn tafelgenoot. En vraag hem of hij het niet jammer vindt dat er in onze contreien geestdriftiger geapplaudisseerd wordt voor zuinige dan voor zwierige taal. “Ik snap niks van die bewondering voor een taal zonder adjectieven. Om het met Hugo Claus te zeggen: een zuinige taal is een luie taal.”


Dat zijn literaire manier van journalistiek bedrijven in tijden van snelle nieuwsconsumptie in het gedrang komt, betwist hij niet. Maar vrolijk wordt hij er niet van. “Op enkele uitzonderingen na staan er in de krant geen piekfijn verzorgde stukken meer. Een doodzonde is het. Als je een stuk schrijft waarin je de wonden van de tijd blootlegt, is het van het grootste belang dat je dat in een mooie taal doet. Fraaie taal geeft je onderwerp de nodige sérieux. Slordige taal devalueert het.”


'Ik leef al heel mijn leven intellectueel boven mijn stand'


Zonder dat mij wat gevraagd wordt, zeg ik dat ik de observerende Camps vaak verkies boven de verontwaardigde Camps. Dat hij naar mijn gevoel op zijn best is wanneer hij de schoonheid van iets benoemt in plaats van de schande. “Ik schrijf zelf ook liever over een vrouw in een vissershuisje dan over de Wetstraat 16”, zegt hij. “De waarneming is mij dierbaarder dan de mening. Maar de krant wil opinies. En ik begrijp dat. Standpunten brengen mensen in beweging: ze zorgen ervoor dat voor- en tegenstanders van zich laten horen en dat het maatschappelijk debat floreert.”


Een roman heeft hij, ondanks het stilistische meesterschap dat velen hem toedichten, nog altijd niet geschreven. Een gebrek aan werklust en discipline? Hij buigt zich voorover en kijkt me indringend aan. “Lieve vriend, een roman moet gestut worden door literaire architectuur. En ik hou niet van het bedenken van structuren. Ik ben de man van de losse observatie. De nonchalant geformuleerde beschouwing. Je moet weten wat je kunt en wat je niet kunt.”


Bevriend zijn met Hugo Claus hielp ook al niet om grote literaire ambities te koesteren. “Als je Claus kent, begin je bibberend te schrijven. Geconfronteerd met zijn oeuvre voelde ik me vaak heel klein. Al heeft hij me regelmatig gevraagd om mee na te denken over een titel voor zijn nieuwe boek. Dat heb ik toch altijd als een overwinninkje beschouwd.”


Spijt van Stevaert

We praten over de kunstroof die de afgelopen nacht in Knokke plaatsvond: in galerie Mercier werd een werk van Arne Quinze gestolen. Natural Golden Chaos: een bouwsel vervaardigd uit goud van 18 karaat. “Diefstal is te betreuren”, zegt Hugo Camps. “Maar kunst hoeven we die constructies van Quinze nu ook niet te noemen. Steigers zijn het, meer niet.” Eens een dwarsligger, altijd een dwarsligger.


'Ik had die column over Steve Stevaert niet mogen schrijven.

Niet op die onverbloemde manier.

En al helemaal niet op de dag van zijn dood'


Al lijkt het erop dat zijn weerbarstigheid niet helemaal spoort met het huidige maatschappelijke humeur. ‘Dissidentie mag ook’, luidt het motto van zijn column in deze krant. Dat klinkt haast verontschuldigend. “Dissidentie wordt minder naar waarde geschat dan vroeger”, zegt hij. “Logisch: er is ook minder op de duisternis te veroveren dan weleer. Vijftig jaar geleden moesten onderwerpen als seks en ideologie nog met hand en tand op de maatschappelijke agenda gezet worden. Vandaag zijn ze vanzelfsprekend. Het neemt niet weg dat een mens zich principieel moet blijven verzetten. Je mag nooit slaafs de kudde volgen.”


Op 2 april 2015 – de dag waarop Steve Stevaert zich in het Hasseltse Albertkanaal wierp – zorgde Hugo Camps voor een journalistieke dissonant van jewelste: terwijl zowat alle kranten met Stevaert-hagiografieën uitpakten, schreef híj een column waarin hij de vroegere sp.a-voorzitter ‘een behaagzieke volksmenner met een tirannieke binnenkant’ noemde en vaststelde dat Stevaert ‘meer gezelligheid had gespeeld dan er ooit in hem aanwezig was geweest’. Het kostte De Morgen tientallen abonnees en Camps een paar vriendschappen.


“Er werd mij gevoelloosheid, arrogantie en zelfs lijkenpikkerij verweten”, zegt hij. “Maar ik blijf erbij dat mijn woorden niet overdreven waren. Integendeel: het verschil tussen de publieke Stevaert en de echte Stevaert was in werkelijkheid nog veel groter dan ik in mijn column liet blijken. Al hadden mijn critici een punt: ik had die tekst over Steve eigenlijk niet mogen schrijven. Niet op die onverbloemde manier. En al helemaal niet op de dag van zijn dood. Ik ben toen een beetje uit de bocht gegaan.”


“Hugo is soms te hard voor mensen”, zei ex-NAVO-secretaris-generaal Willy Claes toen ik hem vroeg om de minder fraaie kanten van zijn voormalige kompaan aan te wijzen. “Ik ga geen namen noemen, maar ik ken politici die nog altijd met wraakgevoelens rondlopen omwille van wat hij ooit over hen geschreven heeft. Hugo is een groot politiek poëet. Maar hij speelt soms de man in plaats van de bal.”


“Ik laat me gewoon leiden door de actualiteit”, zegt Camps, kauwend op een langoustine. “Als Kris Peeters begint te klooien met ultraorthodoxe joden, schrijf ik dat de staatsman verschrompeld is tot een dwerg. Omdat het ook zo ís. En toch bewonder ik liever dan ik fileer. Op mijn leeftijd valt er weinig meer te dromen. Maar dat ik nog altijd kan bewonderen, is een troost. En ik blijf graag trouw in mijn bewondering. Idolen worden tegenwoordig veel te snel ingeruild. Messi heeft een mindere periode en hop, iedereen supportert voor Ronaldo. Dat is onkies. Ik ben nog altijd een fan van Rik Van Looy. Niet van Greg Van Avermaet. Enige continuïteit is geen misdaad.”


Duitse prostituee

Aan Arendo Joustra, zijn voormalige hoofdredacteur bij Elsevier, had ik gevraagd wat hij zijn Belgische compagnon de route in dit leven nog toewenst. “Dat hij eindelijk eens tevreden is met zichzelf”, had hij geantwoord. “Want achter de zelfverzekerde columnist schuilt een erg onzeker man. Hugo voelt zich vaak de mindere. Terwijl hij iedereen aankan. Alleen beseft hij dat zelf niet.”


Camps zucht wanneer ik hem de woorden van zijn vriend voorleg. Niet uit ergernis, maar omdat hij weet dat dit het moment is waarop hij moet beslissen of hij zijn hart op een kier zet of niet.


“Ik ben grootgebracht door een vader en een moeder die leden aan het leven”, zegt hij na een initiële aarzeling. “Mijn vader werkte bij de Boerenbond, waar hij melkmachines verkocht. Al zijn collega’s waren technisch ingenieurs, zelf had hij enkel vakschool gelopen. Aan die vaststelling ontleende hij een levenslang minderwaardigheidscomplex. Elk jaar opnieuw was het zijn grootste droom om twee melkmachines meer te verkopen dan zijn collega’s. Alleen op die manier kon hij tijdelijk zijn onzekerheid bezweren. ‘Wij zijn niks en we zullen ook nooit iets worden’, was zijn adagium. Ik heb het hem een miljoen keer horen zeggen. En geloof me: dat blijft hangen."


“Tussen camionneurs met verweerde koppen en aangeslagen tanden heb ik me altijd thuisgevoeld. Maar tijdens dinertjes met Hans van Mierlo (voormalig Nederlands politicus, red.) en Harry Mulisch sputterde ik. Dan dacht ik: dit is mijn wereld niet. Pure zelftwijfel."


“Ik leef al heel mijn leven intellectueel boven mijn stand. De taal heeft me de mogelijkheid gegeven om dat gedeeltelijk te camoufleren en daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Maar mijn gevoel van achterstand raak ik nooit meer kwijt. Nog steeds ben ik bang als ik een stukje naar de eindredacteur mail. Als de bemoedigende woorden uitblijven, begin ik al te zwalken. Dan denk ik: ‘Het zal wel niet goed genoeg geweest zijn.’”


'Ik heb me in een Diests bordeel laten ontmaagden door een Duitse prostituee.

Op een bed met een vuile, bruingele sprei.

Het was voorbij voor ik goed en wel besefte wat er gebeurd was'


Ook zijn moeder lepelde hem weinig zelfvertrouwen in. “Ze is een groot deel van mijn jeugd ziek geweest. Kanker in de buik. Vaak zat ze op de bank met een elektrisch kussentje op haar schoot: dat moest de pijn verzachten. Ze gaf me wel affectie, maar het was genegenheid van de katholieke soort: een man werd je er niet van. Hoe ouder ze werd, hoe meer ze haar leven uitbesteedde aan de kerk. Vroomheid was voor haar belangrijker dan tederheid. Ze had weinig erotische présence.”


Of hoe de man die in duizend toonaarden vrouwen kan bezingen, als kind geen overdosis vrouwelijke zinnelijkheid meekreeg. “Ik heb mijn moeder mijn vader nooit zien strelen. Ik heb haar nooit naakt gezien, zelfs een blote schouder zat er niet in. En dan moest ik op mijn zevende ook nog eens naar het jongensinternaat. Waar elke vorm van opwinding uit het leven werd gezogen. Waar ik elke nacht met de handen boven de lakens moest slapen. Waar de minste belofte van erotiek vakkundig de nek werd omgewrongen.


“Toen ik op mijn zeventiende vrijkwam, begon ik op elke vrouw te jagen die ik tegenkwam. Ik heb me in een Diests bordeel laten ontmaagden door een Duitse prostituee. Op een bed met een vuile, bruingele sprei. Het was voorbij voor ik goed en wel besefte wat er gebeurd was.”


In zijn streven om zijn tekort aan sensualiteit goed te maken, ontstond ‘de dwang om doorlopend verliefd te zijn.’ “Ik had – en heb – een grote nood aan bevestiging. En die kan alleen maar van een vrouw komen. Mannen geloof ik niet. Die kunnen niet aanvaarden dat iemand groter is dan zij.


“Het gaat me bij vrouwen overigens niet om de seks, maar om de illusie. Niet om het bezit, maar om het verlangen. Als ik op een terras een vrouw met een mooie mond zie, kan ik weken aan een stuk met die mond bezig zijn. Ik hoef niet eens te weten wie die vrouw is en waar ze vandaan komt. In de liefde ben ik een kruidenier.”


Werd hij weleens verliefd op de vrouwen die hij onder het mom van een interview psychologisch ontkleedde? “Dat gebeurde, ja. Het overkwam me met Linda van Dyck, de actrice. En met Miranda van Kralingen, de operazangeres. Gelukkig hadden ze allebei betere dingen te doen en hebben ze me behoed voor de nederlaag.


“Dé liefde van mijn leven was een getrouwde vrouw. Tijdens de zomervakantie verbleef ze met haar man soms in Knokke. Dan reed ik elke avond van Hasselt naar hier. We spraken af dat zij om acht uur op het balkon van hun appartement zou gaan staan, zodat we ongemerkt even naar elkaar konden wuiven. Honderd keer hebben we besloten om te gaan samenwonen. Honderd keer heeft ze zich bedacht. Ze wilde haar kind de emotionele last van een gebroken gezin besparen. Na een tijd werd haar onbereikbaarheid me te veel. Ik zat voortdurend naar mijn telefoon te staren, wachtend op haar stem. Sindsdien weet ik dat je aan grote liefdes altijd doodgaat.


“Bij Martine heb ik rust gevonden. Ze is mijn steun en toeverlaat, mijn hier en nu. Er zijn momenten geweest waarop mijn hardnekkige neiging om verliefd te worden haar verdrietig maakte. Maar ze weet dat de buitenechtelijke hartstocht zich enkel in mijn hoofd afspeelt. Ik ben haar nooit écht ontrouw. Of toch niet meer.”


Vaderlijk verdriet

Plots: “Ik ben een slechte vader geweest. Toen ik als dertiger bij mijn eerste vrouw ben weggegaan, ben ik ook grotendeels uit het leven van mijn dochters verdwenen. Ik heb een flink stuk van hun leven gemist. Toen ze nog klein waren, dachten ze dat ik aan lager wal geraakt was. Op mijn veertigste gaf ik een feestje in het chique Scholteshof in Stevoort, alleen maar om Eva en Sandra te tonen dat hun papa geen landloper was."


“Na mijn scheiding noemde mijn moeder me een smeerlap: ‘Hoe durf je je dochters in de steek te laten?’ Twee jaar lang heb ik haar niet gezien. Toen de kanker haar had ingehaald, ging ik aan haar doodsbed zitten. Ik was haar nagels aan het lakken wanneer ze zei: ‘Een man die zijn kinderen in de steek laat, kan mijn zoon niet zijn.’ Toen is er iets in mij gebroken. Ik ben in mijn auto gestapt en naar Parijs gereden, waar ik me drie dagen en drie nachten verloren heb gedronken. Terug thuis heb ik voor mijn moeder nog een doodsprentje geschreven – zes regels waaraan ik tien uur gewerkt heb – en ben ik naar haar begrafenis gegaan. Daarna heb ik gezegd: ‘En nu sluit ik dit hoofdstuk af.’”


'Hoe inniger de vriendschap, hoe groter de kans op blutsen en builen'


Hij neemt een slok wijn en verglijdt in gedachten. In de stilte die ontstaat hoor ik Ella Fitzgerald zingen: ‘Every time we say goodbye, I die a little.’ Toeval is een vreemde snuiter. Ik vraag hoe de band met zijn dochters vandaag is. “Intieme gesprekken blijven moeizaam. In de eerste jaren na mijn scheiding zag ik Sandra en Eva enkel op zaterdag. Die paar uren dat we samen waren, wilden we niet verpesten door moeilijk te doen. En dus hielden we het luchtig. Zo is er in onze relatie een oppervlakkigheid geslopen die er nooit meer is uitgegaan. Ach, het is zo gelopen. Maar ik ruil meteen al mijn columns voor een hechtere band met mijn dochters.


“Ik ga even een sigaretje roken, mag dat?”


Wanneer hij terug is, zegt hij: “We zijn fundamenteel alleen, er is geen ontkomen aan. Je kunt je bij vrienden wentelen in warmte en gezelligheid zoveel je wilt, er komt altijd een moment waarop de kilte je weer te pakken krijgt.


“Vriendschappen zijn zo moeilijk vast te houden. Zolang ze oppervlakkig blijven, is er geen vuiltje aan de lucht. Maar zodra je met een vriend de diepte ingaat, word je kwetsbaar. Dan kan één verkeerd woord al hard aankomen. Hoe inniger de vriendschap, hoe groter de kans op blutsen en builen.”


Zijn er – nu de tijd stilaan begint te dringen – vriendschappen die hij alsnog zou willen restaureren? “Ja, maar ik durf het niet. En ik weet ook niet hoe het moet. Beschadigde intimiteit herstellen, veronderstelt dat je de oorzaken van de averij verklaart. En dat vind ik te pijnlijk.


'Ik kan mijn verval niet met anderen delen. Ik sluit me nog liever op in de kelder'


“Nu ja, ik hoef ook geen half peloton vrienden te hebben. Er zijn een paar mensen die weten wie ik écht ben. Voor alle anderen blijf ik liever een schimmige man die nu en dan langs de gevel schuifelt. Ongrijpbaar zijn, is goed. Het geeft je de mogelijkheid om ongemerkt te falen. Om je verdrietjes en mislukkinkjes weg te masseren naar een kale vlakte waar niemand is.”


De glazen zijn leeg, de vissen verteerd, de vragen gesteld. Op één na: welke goeie raad zou hij, de zeventiger, mij, de veertiger, willen geven? “Zoek je geluk in de kleine dingen van het leven. Zodra iets té groot wordt – een liefde, een reputatie, een project – raak je het kwijt. Al die grote jongens met hun opgeblazen ego’s en wereldomspannende ambities, denk je dat die gelukkig zijn? Ik heb er een paar gekend: ruïnes waren het. Neem het van me aan: grote levens zijn grote leugens.”


Ik omklem zijn beide handen en bedank hem voor zijn tijd. Hij vraagt of ik hem naar huis wil brengen, ik zeg: natuurlijk. Wanneer we voor de oprit van zijn huis staan, stapt hij moeizaam uit de auto. Ik moet denken aan de woorden van Paul van Vliet.


“Hugo is veel breekbaarder dan je zou denken.”



De Morgen 25 mei 2018


Geboren op de vlucht, gedood op de vlucht: de lijdensweg van peuter Mawdba.

Bruno Struys en Koen Vidal



Reconstructie: geboren op de vlucht, gedood op de vlucht

Wie is verantwoordelijk voor de dood van Mawda, en waarom vertrok haar familie uit Iraaks Koerdistan?

Op zoek naar antwoorden in het migrantenkamp van Duinkerke, bij de mensen die in de beschoten bestelwagen zaten.


Een meter ver zijn we in de sporthal van Groot-Sinten, niet ver van Duinkerke, als een Koerdische zestiger met pretoogjes plots overmand wordt door emoties. “Natuurlijk ken ik de familie, ze sliepen hier.” Hij wijst ons de dubbele vierkante meter waar het gezin van Mawda Shamdin verbleef. Daarna neemt hij afstand om zijn tranen te verbijten.


Tot de nacht van het incident sliepen Mawda, haar oudere broertje Mohamed en de twee ouders in de sporthal tussen 260 anderen. Rond het gebouw en in de duinen in de buurt verblijven nog eens naar schatting 300 mensen. De grootste groep zijn Koerden, uit Irak en Iran.


De gezinnen verblijven in een aparte ruimte in de sporthal, waar brancards op hun kant zijn gezet en vierkanten vormen, zodat elk gezin een beetje privacy heeft. Leven en slapen doen ze op dekens op de grond.


Het vierkant van het gezin van Mawda is leeg, maar enkele achtergebleven spullen staan opgestapeld. Een babystoeltje herinnert aan het kind dat niet meer is.


Kleine Mawda’s murwen zich door een bos van benen. We zijn omringd door Koerdische mannen en vrouwen die hun verhaal doen met maar één constante: de Belgische politie is kop van Jut. Ze zijn verdrietig en kwaad. “Zelfs als die agent op de mensensmokkelaar mikte, had hij niet mogen schieten. Hij had die smokkelaars moeten opsluiten”, zegt iemand.


Na het ongeval kregen alle inzittenden een bevel om het grondgebied te verlaten. De meesten zijn dan ook teruggekeerd naar hun tijdelijke woonplaats in Groot-Sinten.


“Er zaten zestien alleenstaanden in de bestelwagen en dan twee gezinnen met elk twee kinderen”, zegt een jongeman. Hij houdt zijn hand op het hoofd van een peuter, maar die loopt deugnieterig weg.


'De chauffeur heeft een fout gemaakt, maar de politie heeft ons echt ontgoocheld.

Ik heb mijn kind aan hen getoond, net om te vermijden dat ze zouden schieten'


Inzittende bestelwagen

Abdullah blijkt de vader te zijn van het tweede gezin dat in de bestelwagen zat. Het verhaal gaat dat zij op een bepaald moment hun kind voor een kapot¬geslagen achterruit toonden. Er ontstaat tumult zodra we vragen stellen. Sommige Koerden vinden dat hij zijn verhaal niet mag doen tegen de pers, uit respect voor het gezin van Mawda. Abdullah is echter vastbesloten en neemt ons mee naar hun vierkant in het midden van de zaal.


De twee kinderen spelen met autootjes op het tapijt van dekens. Nieuwsgierig kijken ze op naar het onverwachte bezoek. De moeder bevestigt meteen het hele verhaal. “Iemand van de migranten heeft de ruit kapotgeslagen en dan heb ik mijn kind omhooggehouden. Om te tonen aan de agenten dat er kinderen aan boord waren.” Zonder te stoppen met praten begint ze de jongste borstvoeding te geven: “We zijn hier in Groot-Sinten opgepikt door de bestelwagen tussen 2 en 3 uur ’s nachts. Op een bepaald moment achtervolgde een wagen ons, daarna twee, en alsmaar meer.


“Hoelang het duurde, is moeilijk te zeggen. De wagens reden dicht tegen elkaar, dus het zou kunnen dat ze elkaar op een bepaald moment raakten. Toen het schot viel, wisten we meteen dat iemand geraakt was. We riepen dat de bestuurder moest stoppen. Hij remde en is een parking opgereden.”


De versie van de feiten is een kopie van wat de ouders van Mawda eerder deze week vertelden op een persconferentie bij hun advocaat. De dag erop moest het parket hun versie bevestigen. Abdullah en zijn vrouw hebben vragen bij het optreden van de politie na het incident.


'Gaat de Belgische politie ons naar het VK brengen?

Als er een legale manier bestond, dan gebruikten we die'

Zza, migrant in Groot-Sinten


“De vader riep om hulp en een ambulance, maar kreeg een pistool naar zijn hoofd gericht en is tegen de grond gedrukt. We hebben twee dagen vastgezeten met zijn familie. Onze tas met kleren en paspoorten is nog altijd op het politiekantoor in België.”

Het feit dat Mawda’s moeder niet mee mocht in de ziekenwagen, maar ook werd opgepakt, zorgt voor verontwaardiging en doet bij velen de vraag rijzen of de manier waarop België met vluchtelingen omgaat niet ontmenselijkt is.


Donderdag, een dag na ons gesprek, is de sportzaal van Groot-Sinten ontruimd door de Franse politie. Iedereen moest weg, naar opvangcentra verspreid over Frankrijk. Enkele honderden migranten hadden hun boeltje vermoedelijk al voor de ontruiming gepakt. Want iedereen wil in de kuststreek blijven: het einddoel is het Verenigd Koninkrijk. Anders waren ze hier niet.

Een hulporganisatie zou zich ontfermd hebben over de weinige bezittingen van de ouders van Mawda. Anderhalve maand hebben ze hier gewoond, een tussenstop in een lange reis die begon in hun Iraakse geboortestad Ranya.


Vluchten uit Iraaks Koerdistan

‘Moeten we blijven of vertrekken?’ In 2015 was dat het dilemma voor veel inwoners van de Noord-Iraakse stad Ranya, in de buurt van Erbil. Zo ook voor het gezin Shamdin dat net een zoontje had gekregen, de kleine Mohamed.


Net als in andere Koerdische steden waren de strijders van Islamitische Staat tot op enkele tientallen kilometers van de stadspoorten opgerukt. De angst voor een gewelddadige overrompeling zat er goed in.


Ook de aanhoudende militaire confrontaties tussen het Turkse leger en de 3.000 Koerdische PKK-strijders, die zich al jaren in het nabijgelegen Kandil-gebergte ophielden, zorgden voor een collectief onveiligheidsgevoel. In 2015 kwamen die militaire spanningen opnieuw tot een hoogtepunt: Turkije lanceerde een bommencampagne tegen Islamitische Staat maar maakte van het offensief gebruik om ook PKK-stellingen te bombarderen.


En dan was er nog de economische implosie. Onenigheid tussen de Koerdische Regionale Regering en het centrale gezag in Bagdad over de verdeling van de olie-inkomsten zorgde voor een handelsoorlog waarbij Bagdad besliste om alle lonen van het Koerdische overheidspersoneel in te houden. Plotseling zaten ambtenaren, leraars maar ook militairen zonder loon, waardoor de economie van de ene dag op de andere tot stilstand kwam.


Ook voor het gezin Shamdin braken benarde tijden aan. Vader Shamdin was als peshmerga in dienst van de Koerdische Regionale Regering, die de grootste moeite had om de soldij van haar militairen te betalen. “Mijn zoon had het financieel bijzonder moeilijk”, vertelde Shamdins vader Ali Ahmed aan het Koerdische nieuwsagentschap Rudaw. “Hij was een peshmerga, maar omdat hij geen soldij kreeg, betaalde ik de huur van hun appartement. Toen hij besliste om naar Europa te vertrekken, was ik het die de reis betaalde.”


“Ik begrijp de beslissing van de familie Shamdin”, zegt Bengin Hadj, een Koerdisch-Belgische migratie-expert die onder andere voor de Internationale Organisatie voor Migratie werkt. Hadj beschrijft de situatie in 2015 in Ranya als ‘een perfecte storm’ die mensen op de vlucht deed slaan. “De stad kreeg zowel een oorlog als een economische crisis over zich heen. Bijna alle gezinnen gingen door een financieel dieptepunt en rondom de stad heerste een gevaarlijke oorlogssituatie. Iedereen leefde in overlevingsmodus en ik twijfel er niet aan dat veel inwoners er op z’n minst aan dachten om te vluchten.


'Het leven van Mawda was in handen van mensensmokkelaars die steeds driester te werk gaan'

Stef Janssens, mensensmokkelexpert migratiecentrum Myria


“Op dat moment hangt natuurlijk veel af van je persoonlijke situatie. Ik kan me voorstellen dat een wat ouder koppel beslist om te blijven, maar dat een jong gezin met een kindje zich uit die uitzichtloze situatie wil trekken en in Europa een betere en veiligere toekomst wil uitbouwen, snap ik heel goed.”


Volgens Olivier Stein, de advocaat van het gezin, hebben de ouders aangegeven dat ze zijn gevlucht voor oorlog. Hadj herinnert eraan dat Irak ook voor de opkomst van IS al een oorlogszone was. “Vergeet niet dat Irak eigenlijk al sinds 2002 een land in oorlog is: op het moment van de Brits-Amerikaanse invasie brak hier de hel los en sindsdien is het eigenlijk altijd oorlog geweest. De veiligheidssituatie werd alsmaar erger.”


Om zijn argument kracht bij te zetten, verwijst Hadj naar de zware sociale onlusten in Ranya van december vorig jaar waarbij meerdere doden en tientallen gewonden vielen. De protesten waren in de eerste plaats gericht tegen de corrupte Koerdische regering die er maar niet in slaagde om het probleem van de overheidslonen op te lossen. Meerdere overheidsgebouwen en kantoren van politieke partijen werden in brand gestoken. Achteraf publiceerde Human Rights Watch een rapport over willekeurige aanhoudingen van protestleiders en journalisten.


Sayez Sakvan, een Antwerpse advocaat van Koerdische afkomst, drukt het kernachtig uit. “Een oorlog die al vijftien jaar duurt, de dreiging van Islamitische Staat, lonen die niet uitbetaald werden, sociale spanningen, politieke nervositeit tussen Koerdische politieke partijen onderling. Alles was kapot. Net als veel inwoners leefde het gezin Shamdin in angst en financiële rampspoed.”

Vlak bij de sportzaal in Groot-Sinten is een brugje ingericht als herdenkingsplek voor de kleine Mawda, met foto’s en rozen. Een groepje Koerden scrolt op een gsm door het artikel met de getuigenis van haar opa in Ranya. Een voor een willen ze naar het Verenigd Koninkrijk.


“Wij zijn een volk zonder land en toch krijgen we geen asiel in Europa”, zegt iemand die zich Zza noemt. “In onze regio in Irak en Iran ondervinden we grote problemen met IS, Turkije en het Iraanse leger.”


In de klauwen van mensensmokkelaars

Op het moment dat de ouders van Mawda beslisten om Irak te verlaten en naar Europa te reizen, volgde een verwarrende periode waarbij ze op zoek gingen naar smokkelaars die hen via Turkije, Griekenland en de Balkan naar West-Europa konden brengen. “De Koerdische smokkelnetwerken zijn niet alleen de best georganiseerde, maar ook de meest agressieve organisaties”, zegt Stef Janssens, mensensmokkelexpert van het federaal migratiecentrum Myria.


“Koerdische mensensmokkelaars behandelen hun ‘klanten’ als goederen en gaan daarbij brutaal en mensonterend te werk. Het is niet uitzonderlijk dat ze mensen met messen bedreigen. Wij beschikken over informatie over een Koerdische mensensmokkelaar die een groep mensen dwong om in een ijskoude koelwagen te stappen.


Toen enkele personen dat weigerden, trok de smokkelaar zijn mes en dwong hij de weigeraars om aan boord te gaan.

“Veelzeggend is ook het relaas van een hoogzwangere vrouw die samen met een baby en haar man in een metalen koffer moest kruipen. Eerst weigerde het koppel, maar de smokkelaar haalde zijn mes boven. De kist werd op een vrachtwagen geladen. Tijdens de rit raakten die mensen in ademnood. Ze begonnen zo hard mogelijk op de kist te kloppen en gelukkig heeft de chauffeur dat gehoord. Op het nippertje werden zij gered.”


De maffiasyndicaten hebben internationale contacten en vertegenwoordigers langs de volledige route. Janssens: “Hun omzet is zeer aanzienlijk. Uit een van onze onderzoeken blijkt dat een smokkelnetwerk in negen maanden tijd een vermogen van meer dan drie miljoen euro genereerde. De toplui verblijven veelal in Groot-Brittannië, waar zij hun miljoenenopbrengsten investeren in restaurants en carwashes: handelszaken die voorlopig door het Britse gerecht met rust worden gelaten.”


De migranten in Groot-Sinten erkennen dat de mensensmokkelaars criminelen zijn, maar toch kunnen ze op gratie rekenen. “De mensensmokkelaars helpen ons”, zegt Zza. “Hoe strenger de politie optreedt, hoe meer risico’s ze zullen nemen en hoe meer wij moeten betalen. Als zij ons niet helpen, wie dan wel? Gaat de Belgische politie ons naar het VK brengen? Als er een legale manier bestond, dan gebruikten we die.”


“Maffia? De enige maffia zijn zij die schieten op een kind”, vult een vriend aan.


Legio zijn nochtans de verhalen van vrouwelijke vluchtelingen die gedwongen worden om hun smokkelaars in natura te betalen. Janssens: “Als een vrouw onvoldoende geld heeft om het volledige traject te betalen, zal de smokkelaar niet twijfelen om haar te verkrachten.”


Een aspect dat alle slachtoffers van mensensmokkel vermelden, is dat zij al van in het begin van hun reis onder zware druk worden gezet om geen informatie over hun traject aan de politie of overheidsinstanties te lossen. Janssens: “Er wordt met de dood gedreigd en dat verklaart waarom de omerta onder de vluchtelingen bijna totaal is.”


Waar is de bestuurder van het busje?

Deze week meldde het parket dat de bestuurder na de achtervolging tussen de migranten in de bestelwagen is gesprongen. “Een gebruikelijke praktijk bij dit soort interventies”, zei Ignacio de la Serna, procureur-generaal in Bergen. “Op een bepaald moment is iedereen uitgestapt, maar misschien waren de mensensmokkelaars dan al gaan lopen. Of misschien zitten ze tussen de inzittenden die zijn opgepakt, maar niemand wil hen aanduiden. Het is complete omerta."


Nonsens, zeggen de migranten die we in Groot-Sinten ontmoeten. “De chauffeur is gevlucht”, zegt Abdullah, die met zijn gezin mee aan boord zat die nacht. “Vervolgens is de politie gekomen en heeft ons één voor één naar buiten geleid.”


'Ik wil wel spreken met Belgen, maar alleen als ze niet schieten'

Migrant in Groot-Sinten


“Natuurlijk heeft de chauffeur een fout gemaakt”, zegt zijn vrouw, “maar de politie heeft ons pas echt ontgoocheld. Ik heb mijn kind aan hen getoond, net om te vermijden dat ze zouden schieten.”


Buiten de sportzaal, in de buurt van het gebricoleerde vluchtelingenkamp in de duinen, ontmoeten we een Koerdische Irakees die onafhankelijk van Abdullah hetzelfde vertelt. “De bestuurder is uit de bestelwagen gesprongen toen die tot stilstand kwam. Het kan niet dat de agenten dat niet gezien hebben. Hoe kunnen ze in gods¬naam alle migranten opsluiten, maar de chauffeur laten lopen?”


Hij toont zijn bevel om het grondgebied te verlaten, afgeleverd door de Dienst Vreemdelingen-zaken aan de politie van Bergen op 17 mei, de dag na het ongeval. Ook hij zat mee in het voertuig. “Ik wil wel spreken met Belgen, maar alleen als ze niet schieten”, zegt hij cynisch.


De bestuurder is volgens hem maar een kleine garnaal. De echte smokkelaars reden minstens op een bepaald moment achter hen in een auto. Hoe meer vragen over de mensensmokkelaars, hoe nerveuzer het groepje wordt, tot het gesprek met een vriendelijke handdruk wordt afgebroken.


Op dezelfde plek ontmoeten we een niet-begeleide minderjarige Afghaan die ook in het busje zat. Dat heeft hij bij de voedselbedeling op zondag zelf verteld aan vzw Humain. Maar sindsdien doet hij er het zwijgen toe.


Het is in deze criminele carrousel dat de familie Shamdin bijna drie jaar zou leven. Voor hun vluchtweg naar Europa betaalden zij en hun ouders een fortuin: 15.000 à 20.000 euro per persoon, een bedrag waarin de laatste etappe naar Groot-Brittannië niet inbegrepen is.


De ouders en hun babyzoontje kwamen eerst in Duitsland terecht, vertelt de opa in de Koerdische media. Uit informatie die de Belgische administratie heeft verzameld, blijkt inderdaad dat ze in januari 2016 in Duitsland zijn geregistreerd en er in mei asiel aanvroegen. Dat voorjaar kwam Mawda er ter wereld. Omdat de ouders familiebanden hebben in Londen en Birmingham werd een poging opgezet om naar Groot-Brittannië door te reizen. Dat lukte aanvankelijk.


In juli is de familie officieel geregistreerd in het Verenigd Koninkrijk, maar door de eerdere registratie in Duitsland moesten ze volgens de Dublin-regels in april 2017 terug naar Duitsland. In september vorig jaar kreeg de familie een negatief antwoord op de asielaanvraag en Duitsland wijst hen het land uit.


Ze hebben geen recht op asiel en komen na enkele omzwervingen terecht in het Noord-Franse vluchtelingenkamp Groot-Sinten, nabij Duinkerke. Op dat moment komt hun leven opnieuw in handen van mensensmokkelaars die volgens meerdere bronnen vanuit appartementen in Calais en Duinkerke opereren.


Volgens verschillende getuigenissen biedt een smokkelaar de Shamdins een reiscontract mét garantie aan. Dat houdt in dat de familie meerdere malen kan proberen om in een vrachtwagen en per ferry¬boot het Kanaal over te steken. Hoeveel pogingen Mawda en haar familie al ondernamen, is niet duidelijk. Getuigen in Groot-Sinten hebben het over minstens drie pogingen.


Opnieuw moet een hoge prijs betaald worden: tussen de 1.500 en 4.000 euro per persoon. Sinds eind vorig jaar werd de familie al minstens twee keer opgepakt. Eerder deze maand bij een poging om Groot-Brittannië te bereiken in een koelwagen, zo verklaarde N-VA-voorzitter Bart De Wever in VTM Nieuws en is ons bevestigd door een officiële bron. Tot verontwaardiging van velen grijpen De Wever en staatssecretaris Theo Francken het voorval aan om te beweren dat Mawda’s ouders onverantwoord handelden.


Verkenners

Smokkelexpert Stef Janssens: “De mensensmokkelaars zijn in het kamp van Groot-Sinten geïnfiltreerd en oefenen er ook de controle uit. Ze hebben hun mannetjes in het kamp, ze hebben chauffeurs voor de bestelwagens en ze hebben ook verkenners die op Belgische parkings nagaan of er geen politiecontroles zijn en die op zoek gaan naar vrachtwagens die naar Groot-Brittannië vertrekken.


“Dat de bestelwagen met Mawda aan boord richting Doornik reed, heeft te maken met het feit dat er in Vlaanderen en Brussel tegenwoordig meer op mensensmokkel gecontroleerd wordt. Wallonië heeft minder ervaring met het fenomeen en de smokkelaars maken daarvan gebruik.”


'Ik wil nog wel een paar pogingen ondernemen, alleen niet meer langs Belgisch grondgebied'

Abdullah, inzittende bestelwagen


Janssens wijst erop dat de smokkelbendes de parkings in België steeds meer als hun crimineel territorium beschouwen. “De smokkelaars zijn bijna altijd gewapend: met messen, soms ook met vuurwapens. Vrachtwagenchauffeurs die te dicht in de buurt komen, worden vaak hardhandig aangepakt en als een andere bende van de parking gebruik wil maken, moet daarvoor een fors bedrag betaald worden. Regelmatig breken er gevechten uit tussen rivaliserende bendes en er zijn ook al meerdere confrontaties geweest met de politie. De smokkelaars deinzen er niet voor terug om met hun bestelwagens op politie-combi’s in te rijden en in het verleden was er ook al een poging tot doodslag waarbij smokkelaars een agent omver wilden rijden.


“Dat is de context waarbinnen de tragedie van het meisje Mawda zich heeft afgespeeld. Het leven van Mawda was in handen van mensensmokkelaars die steeds driester te werk gaan en enkel geïnteresseerd zijn in geld.”


Het gezin van Abdullah betaalt 10.000 pond (11.400 euro) voor de overtocht naar het Verenigd Koninkrijk, om het even hoeveel pogingen er nodig zijn. Ook na het dodelijke incident dat ze van dichtbij meemaakten, zijn ze bereid om het opnieuw te proberen. “Ik wil nog wel een paar pogingen ondernemen, alleen niet meer langs Belgisch grondgebied”, zegt Abdullah. “We hebben al zoveel geld betaald om hier te geraken.”


Maar dan, als het interview is afgelopen en we elkaar een hand geven, hint hij op een legaal verblijf in ons land. “Als België bereid is om iets te doen voor de inzittenden, dan kom ik.”



De Morgen 13 juni 2018


Veroorzaken vluchtelingen echt meer kinderarmoede?

Bewering van Liesbeth Homans (N-VA) blijft niet overeind

Femke van Garderen en Sara Vandekerckhove   



Nooit eerder groeiden er zoveel jonge kinderen op in kansarmoede.

Komt dat door het stijgend aantal vluchtelingen, zoals minister Liesbeth Homans (N-VA) beweert?

Niets bewijst dat. "Dit is een kwalijke vorm van beleid."


"De impact van de toename van het aantal vluchtelingen op het (kinder)armoedecijfer is een realiteit." Dat was de reactie van Vlaams minister van Armoedebestrijding Homans bij het bekendmaken van de meest recente kansarmoede-index van Kind en Gezin. Dat die voor het zoveelste jaar op rij is gestegen, komt volgens haar dus ook door de instroom van Afghanen, Syriërs of Irakezen.


Wim Van Lancker (KU Leuven) was een van de eersten die Homans' bewering onderuithaalden. Hij merkte op dat Kind en Gezin geen onderscheid aanbrengt tussen vluchtelingenkinderen en niet-vluchtelingenkinderen. De organisatie weet enkel of er sprake is van een moeder met een Belgische of niet-Belgische achtergrond, maar dat is dus veel ruimer dan een vluchtelingenstatuut hebben. "Er zullen ongetwijfeld zulke mensen in de cijfers van Kind en Gezin vervat zitten, maar zolang je geen absolute aantallen kent, kun je daarover geen uitspraken doen en voer je een kwalijke vorm van beleid."


De impact van vluchtelingen op de kinderkansarmoede-index kun je nagaan door naar het aantal geboortes in deze groep te kijken. Voor 2016 gaat het om 735 kinderen, wat 0,6 procent is van het totaal geboortes


De impact van vluchtelingen op de kinderkansarmoede-index kun je volgens de onderzoeker onder meer nagaan door naar het aantal geboortes in deze groep te kijken. Die cijfers worden door de algemene directie statistiek van de FOD Economie verzameld in een zogenaamd wachtregister. Gegevens uit 2017 zijn er nog niet, maar uit cijfers die De Morgen opvroeg van 2016 blijkt dat er dat jaar 735 vluchtelingenkinderen werden geboren.


Op een totaal aantal van 121.896 geboortes in België gaat het om 0,6 procent. "Dat is veel te weinig om de stijging van één procentpunt in de kansarmoede-index van Kind en Gezin te verklaren", redeneert Van Lancker. In de cijfers van Kind en Gezin is enkel sprake van 0- tot 3-jarigen en niet van oudere kinderen. De Leuvense armoedespecialist benadrukt  ook dat Kind en Gezin voor zijn index gezinnen maar één keer bevraagt. "Meestal is dat net na de geboorte en het wordt niet opgevolgd."


Significant

Van Lancker berekende ook vorig jaar al, toen Homans in haar Armoedemonitor stelde dat onder meer de asielcrisis "het welvaren van iedereen die in Vlaanderen woont en leeft" beïnvloedt, dat de impact van vluchtelingen nihil is. Hij deed dat op basis van de situatie in 2016: toen waren er in Vlaanderen 11.299 erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden. Zij zouden volgens de onderzoeker, zelfs als ze allemaal arm zouden zijn, voor 0,2 procentpunt van de armoedecijfers instaan. "Ik vermoed niet dat er vandaag wat dat betreft grote schommelingen zijn."


'Er wás al een stijgende trend, sinds 2006'

Professor economie Tom Verbeke (KU Leuven)


Vluchtelingenwerk Vlaanderen schaart zich achter Van Lancker. "De impact van vluchtelingen op armoede is absoluut niet aantoonbaar", zegt Caroline van Peteghem. Ook professor economie Tom Verbeke (KU Leuven) benadrukt dat de vluchtelingencrisis niet verantwoordelijk kán zijn voor de toename. "Er wás al een stijgende trend, sinds 2006." Wat daarom niet betekent dat vluchtelingen niet in de statistieken opduiken.


"Jaarlijk krijgen ongeveer 10.000 mensen in België een erkenning", legt Verbeke uit. "Zij vestigen zich hier, doen aan gezinshereniging... Daarnaast weten we dat bij de mensen van niet-Europese origine de werkloosheidscijfers vrij hoog zijn. Dus zij gaan significant meer opduiken in kansarmoede-statistieken. Maar om dan te beweren dat zij verantwoordelijk zijn voor de stijging, dat is een brug te ver. Daar zijn hun aantallen niet groot genoeg voor."


Weinig zinvol

Nathalie Debast (VVSG) zegt dat Homans niet helemaal ongelijk heeft. Volgens haar zullen vluchtelingen wel een rol spelen. "Vaak bevinden deze mensen zich in een weinig comfortabele situatie en zullen ze bij aankomst een beperkt inkomen hebben of een lager opleidingsniveau", zegt ze, verwijzend naar de criteria die Kind en Gezin voor zijn index gebruikt. "Maar je kunt onmogelijk weten hoe groot hun rol is. Het verklaart niet alles. Onder diezelfde criteria valt evengoed een Syriër die hier al tien jaar woont of een Vlaming die hier geboren en getogen is." Debast noemt het weinig zinvol om te focussen op die verschillende profielen. "Je moet een armoedebeleid hebben dat voor iedereen werkt."


Homans zelf stelt trouwens dat ze de vluchtelingenlink net van Kind en Gezin zelf heeft overgenomen. Ze verwijst naar het persbericht dat de organisatie vorig jaar uitstuurde. Daarin wordt gesteld dat er meer kansarmoede is in gezinnen van moeders uit Azië "wat ook logisch is wanneer het over vluchtelingen gaat", zo stond er. "Deze duiding blijft ook dit jaar nog van toepassing aangezien we vaststellen dat het aandeel van deze kinderen afkomstig uit landen in Azië (waaronder Syrië, Afghanistan) in 2017 nog groter is geworden", zegt Homans' woordvoerder.


Lees ook: Liesbeth Homans verdient een rode kaart



De Morgen 11 augustus 2018


Professor en neurochirurg Veerle Visser-Vandewalle

"Ik hoop echt dat mijn zoon geen arts wordt"

Kim Van De Perre en Lotte Beckers



Een gat boren in de schedel en een elektrode plaatsen in de hersenen: wereldwijd doet bijna niemand dat beter dan Veerle Visser-Vandewalle.

Een gesprek over depressies, vrouwen met ambitie en medische experimenten.


De professor waait de fleurige tuin van het restaurant binnen in een elegante rode jurk. De avond leent zich voor luchthartig gekeuvel over vakantieplannen en ander zomers vertier, maar nog voor het aperitief op tafel staat, duikt ze de wondere wereld van het menselijk brein in. “Daarvoor zijn we hier, toch?”


Veerle Visser-Vandewalle was de meest intrigerende topdokter uit het gelijknamige VIER-programma. De vrouw, wereldtop in haar vak, die mensen van neurotische dwangtics, parkinson en zelfs depressies verlost door een gat in hun schedel te boren en een elektrode in hun hersenen te plaatsen. Diepe hersenstimulatie (DHS) heet zo’n ingreep, officieel afgekort als DBS, van deep brain stimulation. Zou ze ook Eternal Sunshine of the Spotless Mind-gewijs in staat zijn om nare herinneringen te wissen?


Het was haar man, de Nederlandse anesthesist Ton Visser, die achter haar rug de makers van Topdokters een brief schreef: “Mijn vrouw is een echte topdokter, die jullie en de wereld dringend moeten leren kennen.”


Visser-Vandewalle vertelt het met een verliefd glimlachje om de mond. Ze had een goede reden om de camera’s toe te laten in het universitair ziekenhuis in het Duitse Keulen, waar ze diensthoofd is. En om haar waanzinnige 100-urenwerkweek te onderbreken om zich uitgebreid te laten interviewen in Keulen: “Er hangt nog steeds een geheimzinnig sfeertje rond diepe hersenstimulatie. Mensen denken dat het riskant is.”


'Er hangt nog steeds een geheimzinnig sfeertje rond diepe hersenstimulatie'

Veerle Visser-Vandewalle


Het ziet er ook vreselijk gevaarlijk en ingrijpend uit, zo’n operatie, maar dat valt best mee, sust ze. “Ik vind het belangrijk dat mensen weten dat dit soort operaties bestaan, dat ze ons vinden als het nodig is. Zelfs artsen weten nauwelijks wat wij doen. Kennis verspreiden, dat is mijn opgave. Op een eerlijke manier, zonder mijn ingreep te verkopen als een wondermiddel.”


Het lijkt nochtans wel op een wonder. U zoekt de plek in de hersenen waar parkinson lelijk huishoudt, en manipuleert die met een elektrode.

“Het gaat niet zozeer om afgelijnde gebieden, eerder om circuits: gebieden die met elkaar communiceren via prikkels.”


Zoals het elektriciteitsnetwerk in een huis?

“Ja. Er zijn stimulerende en afremmende prikkels en het gaat allemaal om evenwichten. Het is gezond om even te controleren of de voordeur wel dicht is als je vertrekt. Dat is een hersenprikkel die uitdooft nadat je eens aan de deur gevoeld hebt. Bij een dwangpatiënt blijft die prikkel maar komen zonder uit te doven."


“Je moet weten waar je dat circuit het best kunt beïnvloeden om die abnormale controledrang te verhelpen. Op die plek planten we een elektrode in en door stimulatie met hoge frequentie gaan we die activiteit tegenwerken. Ik geef tegengas, zeg ik altijd tegen mijn patiënten. Bij dementie werkt het omgekeerd: dan sterft een bepaalde kern af en die kunnen we stimuleren.”


Wacht even. Kunt u dementie genezen met DBS?

“We zitten daar nog in een heel vroeg stadium. Mijn voorganger heeft zo acht patiënten geopereerd. Eén patiënt was veel beter, één ging achteruit en de rest was gelijkmatig. Dat is al een verbetering, normaal gaan dementerenden jaar na jaar achteruit. Daar willen we nu verder mee aan de slag, want er is geen behandeling voor dementie.”


Bij een aandoening als dwangneurose werkt de ingreep wel goed?

“Bij sommige patiënten zijn de symptomen volledig weg, bij anderen gedeeltelijk. Het is allemaal relatief. Ik zag deze week een patiënte terug die ik heb geopereerd. Voorheen beoordeelde ze haar dwanggedachten als een tien op tien, nu zit ze aan vijf. Dat is goed, en dat kan met de tijd nog verbeteren. Maar ondertussen heeft ze een nieuwe vriend die ook last heeft van dwanggedachten. Heerlijk, zei ze me. ‘Ik weet nu dat hij de potten op de juiste manier in de kast zet. Ik hoef dat niet meer te controleren en dat is zo rustgevend.’”


Als het allemaal zo relatief is, wanneer beslist u dan om te opereren?

“Ik ben in mijn werk ook dwangmatig aangelegd, maar dat is positief: bij operaties controleer ik alles veelvuldig en dat moet ook. Het is pas problematisch als je niet meer kunt doen wat je wilt. Als je eigenlijk om tien uur de deur uit moet, maar dat niet lukt omdat je nog steeds compulsief je handen aan het wassen bent."


“Een operatie is altijd de laatste stap. Je begint met de meest conservatieve behandelingen: psychotherapie en medicatie. Als dat niet meer helpt, kun je beginnen denken aan een operatie.”


U opereert ook mensen met een ernstige depressie.

“De resultaten zijn wisselvallig. Het is nog niet duidelijk wat precies de meest geschikte target is, welk deel van de hersenen we best stimuleren. Ik heb drie patiënten geopereerd, één keer met een schitterend resultaat. Die man had echt een zware depressie: hij zag alles zwart, kwam zijn huis niet meer uit en had zelfmoordgedachten. Anderhalf jaar na de operatie kwam hij terug. Heel die tijd was het hem erg goed vergaan, maar plots waren die zwarte gedachten terug, heel acuut. Toen bleek zijn batterij, die onder de huid zit en de elektroden aanstuurt, leeg. Die hebben we vervangen en die mens was weer goed."


“Een andere patiënt zag geen verbetering van haar gemoed maar haar angsten waren weg. Voordien durfde ze niet naar de brievenbus uit angst voor slecht nieuws. Toen haar batterij plat was, kwamen die angsten terug. Bij een derde patiënt was er ogenschijnlijk geen effect, maar toen de batterij leeg was zonder dat ze het wist, voelde ze zich acuut slechter."


“Het blijft toch moeilijk, depressies. We hebben ook studies bij mensen met een heroïneverslaving gedaan, maar die moesten we afbreken omdat ze niet gemotiveerd waren voor de operatie.”


‘Ik vind het zo erg dat mensen niet weten dat diepe hersenstimulatie bestaat terwijl ze ermee geholpen kunnen worden. Doodzonde’

Veerle Visser-Vandewalle


Zijn verslavingen en depressies dan louter storingen in de hersenen?

“Er zijn psychiaters die zeggen dat het ingebeeld is. Dat is niet waar: je kunt een depressie zien met een PET-scan. De oorzaak ligt vaak in een combinatie van een genetische aanleg en triggers, zoals een traumatische gebeurtenis. Maar je mag nog zo sterk zijn, als bepaalde externe prikkels sterk genoeg zijn, slaat iedereen door. In de hersenen gaat het altijd om balans.”


Wat loopt er bij depressies precies mis in de hersenen?

“Elk gevoel dat we hebben, gaat gepaard met een bepaalde hersenactiviteit. Soms is die activiteit zo uitgesproken dat bepaalde gebieden ontsporen en extreem veel elektrische prikkels afvuren. Bij een depressie is dat ook zo. Medicatie kan die activiteit temperen, maar bij sommigen slaat dat niet aan en dan kun je een elektrode plaatsen. Al kunnen we daar dus nog niet voorspellen bij wie het wel en niet zal helpen.”


Is therapie verspilde moeite als het ook met een operatie kan?

“Therapie is praten, en dat helpt tot een bepaald niveau. Je kunt ook met jezelf praten, als die prikkel – bijvoorbeeld de deur controleren – blijft terugkeren: ik negeer het, ik stap in de auto en rijd weg. Maar bij sommigen lukt dat niet meer."


“Er zijn psychiaters die ons gedrag nog steeds niet associëren met hersenactiviteit. Ze vinden dat die verbanden nog niet bewezen zijn. Euh, jawél. Er speelt soms ook eigenbelang mee: die chronische patiënten blijven langskomen bij de psychiater.”


U bent streng voor psychiaters.

“Dat is gewoon de realiteit. Al is het de laatste tijd aan het beteren. Althans in Duitsland. Maar ik vind het zo erg dat mensen niet weten dat DBS bestaat terwijl ze ermee geholpen kunnen worden. Doodzonde.”


U komt wellicht vaak mensen tegen die al jaren wanhopig een oplossing zoeken.

“Zeker. Neurologen en psychiaters zouden die mensen kunnen informeren, maar uit een enquête weten we dat ze het risico op bloedingen tijdens zo’n operatie veel te hoog in schatten. Het risico bestaat, maar het is wel heel klein.”


Een hersenoperatie boezemt angst in.

“Je hersenen, dat is je zijn. Wij zijn ons brein.”


Dat horen mensen ook niet graag.

“Het is niet zwart-wit. Hoe we ons voelen en gedragen wordt in belangrijke mate bepaald door onze hersenen. Maar we kunnen die wel beïnvloeden. Onszelf kalmeren, met onszelf praten of onze focus verleggen en zo de activiteit in onze hersenen veranderen. Dan komen we uit bij positief denken."


“Maar inderdaad: voor veel mensen zijn de hersenen iets mysterieus waar je af moet blijven. Ik herinner me de eerste hersenoperatie die ik zag. Ik dacht toen ook: hoe kun je daar nu in opereren? Je kunt daar toch niet door?”


Maar dat kan dus wel.

“Je moet weten waar. We nemen een hersenscan waarop we alle kleine bloedvaatjes zien en de structuur van het brein. En dan kun je berekenen waar je het boorgat maakt, hoe je de hersenen ingaat en op een bepaalde plek komt zonder een bloedvat of belangrijke hersenstructuur te raken. Je hoeft echt geen delen van de hersenen weg te nemen om een diepere laag te bereiken.”


Zien mensen u als een risicojager, iemand die graag experimenteert?

“Ik ben daar nog nooit rechtstreeks mee geconfronteerd, maar ik hoor patiënten dat soms wel over andere dokters zeggen: die zag mij als een proefkonijn. Dat is niet zo, leg ik dan uit. Het gaat over experimentele therapieën, in de zin dat we nog niet goed weten waar het optimale punt ligt om in te grijpen. Maar de techniek op zich is niet nieuw. We tellen op dit moment wereldwijd 150.000 mensen die met DBS geholpen zijn.”


Ziet u meer Belgische patiënten sinds u meedeed aan Topdokters?

“Ja, mensen die zich in België niet ernstig genomen voelen. Er kwam een 80-jarige Belgische man bij mij met een zware tremor aan één kant. Als je constant beeft, kun je zelfs niet eten of drinken. Hij was een heel fitte, trotse man, maar hier te oud bevonden voor een operatie. Ik vond hem helemaal niet te oud, maar de Belgische ziekteverzekering wilde niet tussenkomen."


“In Duitsland bepalen we als arts of een ingreep al dan niet nodig is en wordt zo’n operatie volledig terugbetaald. Hier is de situatie anders: het aantal DBS-operaties is beperkt, want het kost veel geld. In Nederland is het ook zo. Toen ik nog in Maastricht werkte, had ik een patiënt die langs kwam met een lege batterij. Het was december en we zaten al aan ons plafond, dus ik mocht zelfs die batterij niet vervangen. Dan moet je andere ziekenhuizen bellen: heb jij nog een batterij?”


Wringt dat, als dokter?

“Ik ben in ieder geval blij dat ik nu in Duitsland werk.”


Waarom bent u precies neurochirurg geworden? Was u zo gefascineerd door die hersenoperatie?

“Ik wist al snel dat ik iets met de hersenen wilde doen. Menselijk gedrag boeit mij enorm. Ik heb ook overwogen om biologische psychiatrie te studeren."


“Toen ik stage liep op de neurologie, was ik verantwoordelijk voor de afdeling beroertes. Dat frustreerde mij enorm: die mensen liggen daar maar, je kunt ze niet beter maken. Toen kwam ik terecht bij een neurochirurg die geïnteresseerd was in psychiatrische aandoeningen. Hij deed onderzoek en operaties bij varkens. Dat vond ik leuk. Ik had het gevoel dat ik iets concreets deed. Bij DBS heb ik dat ook: er is een storing en ik stop een elektrode in de hersenen om die tegen te gaan.”


Uw man zegt: ze wil het leven van mensen beter maken.

“Elke dokter, allicht. Zo zou het toch moeten. Ik ben vooral geïnteresseerd in psychiatrische aandoeningen. Ik denk dat dat de ergste vorm van lijden is: de schaamte, het isolement."


“Achteraf zijn de patiënten superdankbaar. Vaak zijn ze lang niet serieus genomen of werd de impact van hun ziekte onderschat. Ik ken een tourettepatiënt die, als hij zijn zoontje in bed stopte, zei: slaapwel kutjong. Vreselijk. Die man heb ik kunnen helpen.”


Zijn er ook mensen die u niet kunt helpen?

“Ja, en dat is doodjammer. Maar elke patiënt wordt zorgvuldig gescreend om de verwachtingen realistisch te houden. Anders wordt het lastig. Al is het begrijpelijk, die hoop. Het is hun laatste kans.”


Welke operatie is u het meest bijgebleven?

“Die eerste tourette-ingreep.”


In 1997 voerde Visser-Vandewalle een DBS uit bij een man met het syndroom van Gilles de la Tourette. De techniek bestond toen al wel, maar enkel voor patiënten met een bewegingsstoornis.


“Tourette valt daar ook onder, maar tegelijk komen er psychiatrische afwijkingen bij kijken, zoals dwang of automutilatie. Die man zijn armen stonden vol snijwonden.”


Het was de allereerste keer dat iemand met zo’n probleem een elektrode kreeg geïmplanteerd, en het zette de deur open voor patiënten met psychiatrische aandoeningen. Een wereldprimeur dus, die het prestigieuze wetenschapsmagazine The Lancet haalde. Amper 32 was Visser-Vandewalle en pas afgestudeerd als neurochirurg.


Was u een wonderkind of een lefgozer?

(lacht) “Ik stond daar eigenlijk niet zo bij stil. Die patiënt is toevallig naar mij doorgestuurd: of ik iets voor hem kon betekenen? Ik ben toen in de literatuur gedoken. Bleek dat ze vroeger ook tourettepatiënten opereerden en stukjes hersenen vernietigden. Ik heb van al die stukjes berekend wat de beste plek was om een elektrode te plaatsen en dat bleek een succes.”


Die operatie heeft u wereldwijd op de kaart gezet.

“Op elk congres over DBS kwam die casus aan bod. Er is ook een artikel over mij geschreven, over vrouwelijke pioniers in de neurochirurgie.”


Streelt dat uw ego?

“Dat is wel plezant.”


U behoort tot de wereldtop.

“In mijn terrein, ja. Mijn klein terreintje. (lacht) Of dat speciaal is? Dat is fijn, ja. Dat ik toch mijn steentje kan bijdragen.”


De chef komt aan tafel uitleggen dat zijn keuken gebaseerd is op lokale producten: groenten uit zijn moestuin, vis uit de Noordzee en vlees van een lokale boerderij. Hij weet, zegt Willem Hiele, hoe de dieren verzorgd en geslacht zijn.


“Fijn”, knikt Visser-Vandewalle.


“Sociaal gezien vind ik het moeilijk om vegetariër te zijn, maar ik eet heel weinig vlees. De bio-industrie vind ik vreselijk. Ik ben stapelgek op dieren, die hebben wel degelijk emoties. Wat wij daar allemaal mee doen: ze in kleine kooien stoppen omdat wij meer vlees op onze boterham willen. Wie denken we wel dat we zijn? Moesten slachthuizen glazen muren hebben, dan was iedereen vegetariër.”


Is er een hersenoperatie mogelijk om mensen gevoeliger te maken voor dierenleed?

“Dat is moeilijk, hè. Wij artsen bepalen de norm niet. Ik ben ook heel erg tegen enhancement: opereren om normale functies te verbeteren, zoals elektroden plaatsen die het geheugen verbeteren. Dan krijg je klassegeneeskunde, voor mensen die het kunnen betalen. Daar hou ik me ver vandaan.”


Wordt daarmee geëxperimenteerd?

“Ja. Het Amerikaanse leger steunt onderzoek naar ingrepen bij oorlogsveteranen met posttraumatische stress. Dat is heel dubbel en met voorbedachten rade: stuur ze maar de oorlog in, achteraf lossen we het wel op met een elektrode.”


Waar trekt u de grens? Wat als u een pedofiel zou kunnen helpen?

“Als dat mogelijk zou zijn en die persoon staat daar voor open omdat het de enige optie is, dan zou ik dat wel doen. Als die mens daar onder lijdt en een gevaar is voor de anderen, dan kan ik mij daar iets bij voorstellen."


“In de jaren 60 heeft de Spaanse neurofysioloog José Delgado een boek geschreven met zijn visie over de perfecte maatschappij, waarbij je elk ongewenst gedrag kon aanpassen door DBS. Daar kwam zoveel reactie op dat de techniek jarenlang in de taboesfeer heeft gezeten. De vraag is ook: wat ís pathologisch gedrag?”


Naarmate de kennis en technologie evolueert, zal dit soort vraagstukken steeds vaker opduiken. Bent u daarover bezorgd?

"DBS bij obesitas staat nog niet helemaal op punt, maar ik kan mij voorstellen dat collega’s het zouden uitvoeren bij mensen die wat te dik zijn en dat die grens zal opschuiven. Dat is geen sciencefiction. En daar heb je die klassegeneeskunde weer. Waar gaan we daarna naartoe? Ik vind dat het debat daarover onvoldoende gevoerd wordt.”


Als ze dit werk niet zou doen, dan was ze wellicht dikker, zegt de arts als ze proeft van een hapje van scheermesjes met erwt en ijzerkruit.


“In het operatiekwartier heb je geen tijd om te eten.”


Hoeveel uren werkt u per week?

"Moeilijk te zeggen. In Topdokters hoorde ik een collega zeggen dat hij makkelijk 100 tot 120 uur per week werkt. Daar schrok ik van, maar volgens mijn man zit ik daar ook bijna aan. Al vind ik dat overdreven.”


Volgens uw echtgenoot bent u er dag en nacht mee bezig.

“Het is moeilijk te scheiden. Een telefoontje, een mail, een artikel schrijven op zondag: ik vind dat geen zwaar werk. Je bent thuis, met je laptop op schoot. Ik doe het ook graag. Soms vraagt mijn man wel om eens twee minuten niet met het werk bezig te zijn. Maar hij is anesthesist. Hij begrijpt het wereldje en waarom het werk er zo vaak tussen komt.”


U gaat deze zomer op cruise op de Middellandse Zee. Gaat de vakliteratuur mee?

“Nee. Dat is echt vakantie. Drie weken samen met mijn man en mijn zoon, dat is zalig. Mails bekijk ik één keer per week. Maar ik ben wel bereikbaar, als het echt nodig is.”


Hoe ziet uw gemiddelde dag eruit?

“Als ik thuis in Lanaken vertrek, sta ik om twintig over vijf op, drie keer per week. Maandag en dinsdag overnacht ik in Keulen, dan werk ik wel langer door, tot half negen.”


Uw man zegt dat hij u tijdens het weekend soms bijna uw bed in moet dragen.

(lacht luid) “In het weekend moet ik kunnen bijslapen. Maar ik voel me fitter dan toen ik 30 was omdat ik meer sport. Ik probeer elk weekend te gaan lopen.”


Wat deden uw ouders?

"Mijn vader was beroepsonderofficier in het leger, mijn moeder is tot haar 14de naar school geweest. Ze is gestopt met werken toen ik nog klein was om voor het gezin te zorgen. Ze is heel trots, op haar beide dochters."


“Mijn zus en ik zijn streng opgevoed. Mijn vader heeft er enorm op gehamerd dat we goed zouden studeren, dat we niet afhankelijk zouden zijn van een man. Ik heb Latijn-Grieks gevolgd. Mijn zus was nogal een rebel en is airhostess geworden."


“Ik heb wel altijd hard moeten studeren, zeker dat eerste jaar aan de universiteit. Dat bracht veel druk. Het is gelukt, maar dat eerste jaar vond ik vreselijk. Ik ging niet vaak feesten. Ik was een saai, braaf meisje. (lacht) Als ik maar wat meer vertrouwen had gehad, dan was het een veel aangenamer jaar geweest.”


Wel bijzonder: zo hard moeten blokken, en nu een wereldautoriteit.

“Ik zeg dat vaak tegen mijn zoon Casper: mijn medestudenten die hun dromen waarmaakten, zijn niet per se diegene met de beste punten, maar wel met de beste mentaliteit.”


Uw zoon is 17. Hoopt u dat hij ook voor de geneeskunde kiest?

“Hij heeft nog geen idee wat hij wil doen, maar ik hoop echt dat hij geen arts wordt. Zeven jaar geneeskunde en zes jaar specialiseren: nu besef ik dat ik een groot deel van mijn jeugd heb opgegeven. Ik geniet er vandaag dubbel en dik van, maar ik heb lang geen privéleven gehad. Toen ik nog in Gent werkte, had ik één dienst op drie. Pittig. Ik voelde dat ik er weg moest, als ik ooit kinderen wou."


“In Nederland is de combinatie beter omdat er meer personeel is, dus ben ik in Maastricht gaan werken. Daar heb ik mijn man Ton leren kennen. Tijdens mijn eerste operatie, in het operatiekwartier. Hij was de anesthesist en vroeg of hij een artikel over mijn tourette-operatie kon lezen. Wauw, dacht ik, een anesthesist die zo geboeid is. Bleek dat hij niet zozeer in die operatie geïnteresseerd was. (lacht) Die tourettepatiënt heeft me vaak nog gezegd dat ik mijn man aan hem te danken had.”


Voor uw man was het een coup de foudre: hij zag tijdens die operatie enkel uw ogen omdat u een mondmasker droeg, maar was op slag verliefd. U ook?

“Nee, ik was gecharmeerd maar gereserveerd. Even de kat uit de boom kijken. Nuchter.” (lacht)


Waarom bent u zo goed in wat u doet? U heeft alvast de reputatie zeer intelligent te zijn.

“Ik denk vooral dat het om focus draait. Ik werk op een heel klein terrein, maar ga geconcentreerd enorm de diepte in. Ik ben toegewijd. Ik zeg het ook tegen Casper: het is me om het even wat hij later doet, zolang hij er maar voor gaat en probeert de beste te zijn. Dat vind ik toch belangrijk, dat je dat probeert.”


‘Patiënten vragen me soms of ze kunnen sterven.

Dan zeg ik eerlijk ‘ja’. Het risico is bijzonder klein, maar het bestaat’

Veerle Visser-Vandewalle


Is het ooit echt misgelopen bij een operatie?

"Een oude parkinsonpatiënt is overleden aan een bloeding. Hij liep een hoger risico, dat wist hij zelf ook. Maar hij wilde absoluut de operatie. Patiënten vragen me soms of ze kunnen sterven. Dan zeg ik eerlijk ‘ja’. Het risico is bijzonder klein, maar het bestaat. Ik kan daar mee leven, ja. Dat hoort erbij.”


Wat als u slecht heeft geslapen?

“Ik moet mij goed voelen voor een operatie, anders blaas ik het af. Ik heb dat al eens gedaan. Je moet je goed voelen of alles kunnen afblokken. Niets telt, behalve die operatie. Ik ben niet stressgevoelig en op mijn werk heb ik veel zelfvertrouwen, maar ik heb ook geluk dat ik in mijn privéleven nog nooit problemen heb gehad. Dat is mijn basis, mijn steun en sterkte.”


Laat u zich weleens volledig gaan?

“Ik dans graag. Op congressen gaan we soms naar een discotheek. Maar als tegenwicht hou ik vooral van wat ik het eenvoudige leven noem: met mijn paard bezig zijn, samen het bos in. Dat vind ik fantastisch.”


'Zelfs toen ik in Keulen begon – het is niet netjes – heb ik gehoord dat er een weddenschap liep:

hoe lang zou die vrouw uit België het volhouden?'

Veerle Visser-Vandewalle


Heeft u veel tijd voor vriendschappen?

(kijkt verbaasd) “Een vriendin met wie ik soms iets doe? Eigenlijk niet. Ik mis dat ook niet. Als koppel hebben we vrienden en op het werk zijn er mensen met wie ik heel goed overeenkom, maar het is moeilijk te combineren.”


Zijn er momenten geweest dat u zich afvroeg of de opofferingen het waard zijn?

(knikt) “Tijdens mijn opleiding, toen ik geen tijd had voor een relatie of gezin. Ook nu nog is het voor vrouwen niet evident. Vaak vinden ze het fijn om te zien dat het mij wel lukt, maar je moet een familie hebben die je steunt. Mijn man heeft van in het begin gezegd: jij bepaalt, ik volg je. Omdat mijn werk voor mij een belangrijkere bron van geluk is dan voor hem. Maar na al die jaren voelt het nog steeds abnormaal om in Keulen te slapen, en ook mijn ouders klagen dat ik zo weinig langskom. Dat knaagt soms.”


Heeft u het als vrouw moeilijker gehad?

“O ja. Ze zeggen toch dat je als vrouw dubbel zo goed moet zijn om half zo ver te geraken? Zelfs toen ik in Keulen begon – het is niet netjes – heb ik gehoord dat er een weddenschap liep: hoe lang zou die vrouw uit België het volhouden?”


Uw mentor, professor Emile Beuls uit Maastricht, zegt dat collega’s jaloers op u waren.

“Nu niet meer, maar ik hoorde wel dat er over mij gesproken werd. Dat ik beloond werd voor mijn prestaties en dat mensen dat niet eerlijk vonden. Of toen ik die job in Keulen kreeg, grapten twee mannen die ook hadden gesolliciteerd dat ze een tunnel zouden graven onder de stad om die te laten inzakken. Dat soort dingen. Op een gegeven moment raakt het je niet meer.”


Dokters in het operatiekwartier zijn net apen op de apenrots, concludeerde primatoloog Frans de Waal recent na onderzoek in ziekenhuizen. Herkenbaar?

“Ja, geroep en zo. Ik denk dat het verplegend personeel het vaak moet ontgelden. Anesthesisten ook. Mannen en vrouwen zijn anders, dat is gewoon een feit. We gaan anders met conflicten om. Ik denk dat een mix het gezondst is.”


Er schuilt wel een feministe in u.

“Ja, maar we moeten niet flauw doen over de verschillen. Ik zie ook dat niet alle vrouwen bereid zijn om voltijds te werken, en in de chirurgie is dat niet ideaal. Je moet genoeg opereren, om ervaring op te bouwen.”


Willen ze niet of hebben ze het gevoel dat het niet kan?

“Gemiddeld denk ik dat vrouwen minder hun ambities volgen en andere prioriteiten stellen. Omdat ze niet genoeg gesteund worden door hun omgeving, en sommigen hechten meer belang aan hun familie. Ik wil niet zeggen dat ik mijn gezin niet belangrijk vind, maar ik heb andere keuzes gemaakt."


“Trouwens, wat ik zei over vrouwen die harder moeten werken, dat is ook omdat we met zo weinig zijn. In Duitsland zit ik in verschillende beoordelingscommissies, en daarin moet de helft vrouwelijk zijn. Maar we zijn maar met 14 procent vrouwelijke hoogleraren, waardoor we in vier keer zoveel commissies zitten als onze mannelijke collega’s. Voor hetzelfde geld, hè. Ik vind dat absurd, die quota. Ook in regeringen of andere plekken. Dat is zo kunstmatig. Kies gewoon de mens die het best geschikt is.”


Kunnen quota er niet voor zorgen dat mensen die anders over het hoofd gekeken worden, toch in aanmerking komen?

“Iedereen die denkt dat hij of zij over de nodige kwaliteiten beschikt, kan toch solliciteren? Zoiets leidt tot positieve discriminatie, en dat is helemaal fout natuurlijk.”


'Het klinkt banaal, maar positief denken is waanzinnig belangrijk voor een gelukkig leven.

Mentale hygiëne wordt verwaarloosd’

Veerle Visser-Vandewalle


Wordt dat soms over u gezegd, dat u zit waar u zit omdat u een vrouw bent?

“Ik weet dat sommigen dat denken, ja.”


Wat hoopt u nog te verwezenlijken?

“Ik voel me verplicht om mijn steentje bij te dragen in een oplossing voor dementie. Daar zijn we volop mee bezig. Dementie en uitbehandelde depressies, dat zijn de belangrijkste doelen voor de komende vijf jaar.”


U denkt nog niet aan uw pensioen?

“Die topdokters zeggen dat bijna allemaal: ik ben nu in de vijftig, tijd om het wat rustiger aan te doen. Allez, voor mij is het pas begonnen. Ik vind het heel leuk wat ik doe en ik wil ook nog een boek schrijven. Ik ben er al aan begonnen, maar heb het een tijdje laten liggen. Het zijn brieven aan mijn zoon, met als titel: Let op wat je in je hoofd steekt, Casper. We hechten zoveel belang aan lichamelijke gezondheid, maar de mentale hygiëne wordt zo verwaarloosd.”


Is dat de boodschap die u wilt achterlaten?

“Het klinkt banaal, maar positief denken is waanzinnig belangrijk voor een gelukkig leven. Leren jonge gasten op school hoe ze zich kunnen weren en sterk worden na tegenslagen? Hoe ze hun doelen kunnen nastreven en ervoor gaan? Te weinig, denk ik, maar ik vind dat belangrijk. Misschien dat ik tijdens de vakantie toch nog aan dat boek werk.”



De Morgen 8 september 2018


Schild & Vrienden ontsproot uit het KVHV

"Ik dacht, verdorie, dit is hier aan het ontsporen"

Maarten Rabaey



Ex-leden maken zich zorgen over de ruk naar rechts van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV)


Schild & Vrienden groeide uit het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). Die studentenbeweging werd de voorbije jaren een voedingsbodem voor identitaire en religieuze radicalisering. "Ik dacht, verdorie, dit is hier aan het ontsporen."


Om te begrijpen in welke omgeving de denkbeelden van Dries Van Langenhove en S&V-medestanders zoals Michiel Vantongerloo en Louis De Stoop langzaam maar zeker radicaliseerden, moet je terugblikken op hun vroege studentenjaren. In 2013 mocht Van Langenhove zich in Gent nog ‘Vbr. ‘DECIBEL’, Maior Schachtorum’ – schachtenmeester – bij het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) noemen.


De katholieke en nationalistische studentenvereniging was toen al decennia een respectabele kweekvijver voor politici, zoals de huidige KVHV-ereleden Pieter De Crem (CD&V), Bart De Wever en Jan Jambon (N-VA), bedrijfsleiders zoals Fernand Huts, en academici.


Maar de voorbije jaren gleed de organisatie af in het extremere vaarwater van de Vlaamse beweging. Dat was ook te zien aan de eretafels van de ‘Uylenspiegelfeesten’ van het KVHV in het Gentse Gravensteen, die Van Langenhove vanuit het bestuur mee organiseerde. Daar schoven in 2014 niet alleen academici aan zoals de Leuvense professor Matthias Storme of politici als Brecht Vermeulen (N-VA) en Barbara Pas (VB), maar ook VU-eresenator Oswald Van Ooteghem.


Van Ooteghem vocht tijdens WOII aan de kant van de nazi’s. In 1941 trok hij met het Vlaams Legioen naar het oostfront. Hij werd oorlogsverslaggever voor de Duitsers en SS-officier bij het Vlaams Jeugdbataljon. Toen hij in 1949 terugkeerde naar België kreeg hij drie jaar cel, waarvan hij een jaar uitzat. Later werd hij politiek actief bij de toenmalige Volksunie en nam hij afstand van zijn 'zwarte verleden'. Maar door de pijnlijke erfenis van de oorlogsjaren bleef hij omstreden. In 2013 gaf hij ook al een lezing bij het KVHV Gent. Van Langenhove tekende aanwezig.


'Génération Identitaire'

Eenzelfde spreidstand tussen gewoon en extreem nationalisme zie je ook in zangboeken van het KVHV, die ook op YouTube staan. Daar staan veel onschuldige cantusgezangen in, maar tot op vandaag ook ‘strijdliederen’, zoals 'Wij zijn bereid' uit 1937. Naast de afbeelding van een Duitse soldaat staat de tekst: ‘Eens komt het uur / gloeiend als vuur / dat de vijand grimmig voor ons staat / en het uur der Dietsche zege slaat / komt straks de harde strijd / wij zijn bereid’.


In 2012 kwamen er bij het KVHV ook al leden op bezoek van de Franse Génération Identitaire (GI). Ze pronkten op de foto met Bo De Geyndt, een van Van Langenhoves bevriende KVHV'ers. Vier jaar later zou Van Langenhove bij GI een zomeruniversiteit volgen. Hij richtte in die tijd ook een Vlaamse GI op.


Niet alle aanwezigen op de Uylenspiegelfeesten zijn opgezet dat het KVHV zulke extreme stemmen nog omarmt. Brecht Vermeulen, Kamerlid voor N-VA uit Roeselare: “Ik lag in 1991 mee aan de basis van een heroprichting van het KVHV in Gent. Toen waren we een klassieke studentenbeweging. Rond de eeuwwisseling zijn ze een andere richting uitgegaan dan wij destijds voor ogen hadden.”


De omslag werd gemaakt toen Tom Vandendriessche,

huidig Vlaams Belang-fractiemedewerker in het Europees Parlement,

overkwam van het NSV


De omslag werd gemaakt toen Tom Vandendriessche, huidig Vlaams Belang-fractiemedewerker in het Europees Parlement, overkwam van het NSV. Onder zijn invloed als preses zou het KVHV volgens onze bronnen "een forse ruk naar rechts" hebben gemaakt. Na zijn komst werden plots nogal wat radicale groepen uit Oostenrijk uitgenodigd, zoals het rechts-radicale Burschenschaft Olympia uit Wenen of leden van de Freiheitlicher Jugend, de jeugdorganisatie van de rechts-radicale FPÖ.


Vermeulen zag de sfeer zichtbaar veranderen: “Plots waren we er met veel minder N-VA'ers en hadden Vlaams Belangers er een grotere bende. VB-voorzitter Tom Van Grieken kwam er rekruteren. Toen al dacht ik, verdorie, dit is hier aan het ontsporen. Men ging weg van een klassieke Vlaamse beweging en evolueerde naar een nieuw-rechtse organisatie die ook internationaal contacten zocht. Nogal wat van mijn N-VA-partijgenoten willen er daarom niet meer heen. Maar ik ben van mening dat, als we de vele goede mensen die er nog zijn achterlaten, we een braakland laten bezaaien door mensen met radicale bedoelingen."

En zo wandelden er nog binnen bij het KVHV.


In het klooster

Andere ingewijden wijzen ons niet alleen op de invloed van de identitaire beweging bij het KVHV Gent, maar ook van een ultrakatholieke strekking in Antwerpen, mede onder invloed van KVHV-erelid Gert Verbeken.


Verbeken is sinds 2009 priester. Hij werd gewijd bij de Oostenrijkse congregatie Servi Jesu et Mariae (SJM) – ‘Dienaren van Jezus en Maria’ – die in België gevestigd is in het Oude Klooster Maleizen in Overijse. Daar staat hij nu mee aan de leiding van de ultraconservatieve school Sint-Ignatius, die jongeren de katholieke leer doceert van vóór het Tweede Vaticaans Concilie (toen de Kerk werd gemoderniseerd). Missen worden er nog in het Latijn opgedragen. De school is nauw verbonden met de ethisch ultraconservatieve organisatie Pro Familia, die hevig gekant is tegen abortus, voorhuwelijkse seks en euthanasie.


Het is in de tuin van het Oude Klooster Maleizen dat Schild & Vrienden in de zomer van vorig jaar een tweedaags zomerkamp mocht organiseren. Een van hun veel verspreide en bekende groepsfoto’s is er genomen.


Pater Verbeken bevestigt dat het "seminarie" er plaatsvond met zijn toelating. “Ik bevond me op dat moment in Oostenrijk, maar het contact is er gekomen via een vriend uit het Antwerpse, wiens naam ik niet wil noemen. Als kloosterorde hebben we er geen speciale band mee. Ik had er nog nooit van gehoord maar had wel vernomen dat Van Langenhove een streekgenoot was van mij uit het Opwijkse. Ik heb in goed vertrouwen gehandeld.”


Verbeken distantieert zich van S&V sinds de Pano-uitzending. “We staan er niet achter. We willen niets met ze te maken hebben. Ik heb de indruk dat die identitaire beweging veel ‘Alles voor Vlaanderen’ maar weinig ‘Vlaanderen Voor Kristus’ is”, verwijst hij naar de AVV-VVK-slogan op de IJzertoren in Diksmuide. “Voor mij gaan beide onlosmakelijk samen met het verleden van onze nobele Vlaamse beweging, die mee aan de ontvoogding van ons volk heeft gewerkt.”


Andere ingewijden wijzen ons niet alleen op de invloed van de identitaire beweging bij het KVHV Gent,

maar ook van een ultrakatholieke strekking in Antwerpen


Heeft zijn kloosterorde – via organisaties als Pro Familia en Pro Vita, die kind aan huis zijn in Maleizen – ook banden met het Vlaams Belang? Pater Verbeken ontwijkt deze vraag. “Dat weet ik niet. De Kerk moet niet aan politiek doen.”


Een 'gekruisigde koe'

Bij de oprichting van de ultraconservatieve Sint-Ignatiusschool op de kloostergronden van Maleizen was ook Wouter Jambon betrokken. De 27-jarige zoon van minister van Binnenlandse zaken Jan Jambon (N-VA) zat van 2011 tot 2017 in het presidium van de Antwerpse KVHV.


"Toen ze in Maleizen begonnen met hun school, vroeg een vriend van bij het KVHV mijn hulp", zegt Wouter Jambon. "Ik heb daar dan een tijdje de boekhouding gedaan. Toen ineens bleek dat het toch een heel conservatieve school was met een totaal andere stijl dan ik had gedacht, ben ik daar vrij snel uitgestapt."


Sint-Ignatius kwam in maart al in opspraak via een artikel van Apache over "reactionaire cantussen" in de gebouwen, waarop er "wordt gedweept met het Derde Rijk, of wordt geschimpt op Joden en moslims". Ook hadden de leden een gesloten Facebook-groep.


"Ik ken die paters en ik zou niet weten over welke cantussen het gaat", zegt Wouter Jambon. Op een foto van een cantus is Jambon Jr. wel te zien samen met pater Verbeken. "Er is weleens een cantus in die gebouwen geweest, maar dat was een doodgewone cantus. Zonder antisemitische gezangen."


Dit voorjaar kwam Wouter Jambon ook ter sprake in het onderzoek naar vandalisme in de kerk van het Limburgse Kuttekoven. De 'gekruisigde koe' van Tom Herck werd daar in november vorig jaar vernield. Op de muren was een hakenkruis geschilderd, en een Latijnse antisemitische spreuk die intussen decennia geschrapt is uit de kerkboeken: ‘Laat ons bidden, ook voor die perfide joden’. Vijf mensen – drie Walen en twee Vlamingen, allen lid van reactionair-katholieke verenigingen – werden een tijdlang gearresteerd. Jambon jr. werd gehoord, als getuige.


"Een van de daders is oud-lid van KVHV en heeft blijkbaar in een Facebook-bericht over mij gezegd: 'Wouter Jambon weet alles van onze zaak'. Daar wou de politie het fijne van weten, maar dat klopt helemaal niet", verdedigt hij zich. "Ik wist van niets."


Van Schild & Vrienden heeft Jambon Jr. zich naar eigen zeggen altijd ver weg gehouden. Hij kwam Van Langenhove naar eigen zeggen wel tegen op KVHV-bijeenkomsten, zoals de Uylenspiegelfeesten van 2016 in het Gravensteen, maar verder niet.  "Ik wist dat het niet goed zat. Ik dacht: dat gaat zo’n typische internetbeweging zijn, waarin obscure dingen zouden worden gedeeld. Van wat in Pano is getoond schrik ik. Dat is wel erg extreem, maar ik wist dat het zo’n aangebrand clubje zou zijn."


In een korte reactie via e-mail zegt ook KVHV Gent nu niets met S&V te maken te hebben. "Dries is oud-lid bij KVHV. Schild & Vrienden is niet opgericht door KVHV maar door Dries als persoon. S&V is Dries' privé-organisatie en de enige in leiding. KVHV en S&V zijn gescheiden organisaties met verschillende visies en doeleinden."


'Ik denk dat elke generatie haar eigen stokpaardje heeft.

Bij ons lag de nadruk op het katholieke, nu meer op migratie.

Daardoor trek je misschien toch ook andere mensen aan'

Wouter Jambon, ex-KVHV


Filip Brusselmans van KVHV Antwerpen veroordeelt het racisme dat getoond werd in Pano, maar is milder voor de S&V-leden die er niet bij betrokken waren: "Ik ben zelf niet betrokken bij S&V, maar aan de andere kant is het zo dat S&V een positief verhaal wou brengen. Daar kan ik enkel achter staan. Dus waarom zou ik mijn leden tegenhouden?"


Wouter Jambon: "Ik denk dat elke generatie haar eigen stokpaardje heeft. Bij ons lag de nadruk op het katholieke, nu ligt dat meer op migratie. Daardoor trek je misschien toch ook andere mensen aan. Daar wij zo katholiek waren, waren we misschien wat braver. Ik denk dat je dezelfde evolutie in het buitenland ziet."


Maar voor N-VA-kamerlid en KVHV-erelid Vermeulen is zijn oude studentenvereniging dringend toe aan herbronning over haar rol in de 'making of' Schild & Vrienden. “Ik vind het goed dat ze nu geconfronteerd worden met het S&V-verhaal. Er zijn nog steeds overlappingen tussen hun leden. Ik denk dat ze nu voor een identiteitscrisis staan. Ze moeten gaan nadenken hoe ze hun organisatie proper willen houden. Ze mogen oud-leden, zoals ik, altijd om advies komen vragen.”


De Morgen 13 september 2018


"Hij keek ostentatief naar het bed en vertelde me dat ik wist wat me te doen stond"

3 getuigenissen over machtsmisbruik Jan Fabre

Ciska Hoet



Een toxische sfeer op de werkvloer,

scènes die je worden afgenomen als je niet in de pas loopt en ongewenste seksuele intimiteiten.

Deze drie vrouwen maakten het allemaal mee toen ze dansten bij Jan Fabre.


Alle drie trokken ze tussen 2003 en 2018 de deur van Troubleyn moegetergd achter zich dicht. Alle drie dragen ze blijvende sporen van Fabres bewind. Laila, Sarah en Lizzy kwamen elkaar nooit tegen bij Fabre maar hun verhalen zijn opvallend gelijklopend.


Voor dit interview gebruiken ze schuilnamen. "Dat staat los van of we de open brief anoniem ondertekend hebben of niet. We vestigen de aandacht bewust niet op onszelf. Het wangedrag van Fabre is iets structureels dat het persoonlijke overstijgt", verklaren ze.


Geen vendetta

Eerst wil Laila kwijt dat ze niet uit is op een persoonlijke vendetta.


“We waren aanvankelijk niet van plan om naar de media te stappen maar hij heeft dit gesprek zelf geopend toen hij eind juni een interview gaf aan de VRT. Daarin beweerde hij boudweg dat seksueel grensoverschrijdend gedrag in zijn compagnie nooit voor is gekomen. Dat is erover. Je moet weten dat er op dat moment net twee mensen bij Troubleyn waren opgestapt omwille van #MeToo.”


Laila’s verhaal bij Troubleyn begint als ze rond de eeuwwisseling een productie van hem ziet in haar thuisland. “Ik was meteen verkocht", vertelt ze. “Ik ben opgeleid als ballerina en ik wilde van dat klassieke keurslijf af. Ik vond het bevrijdend dat hij zo ongeremd met lichamelijkheid omging op scène.” Ze pakt haar koffers en trekt naar Antwerpen voor een intensieve auditie. Als ze vervolgens een contract krijgt, is dat een droom die in vervulling gaat.


De euforie maakt echter snel plaats voor afkeer nadat de repetities voor de nieuwe productie begonnen zijn. “Er heerste echt een angstklimaat op de werkvloer. We werkten keihard en dat was niet enkel vanuit onze passie. We waren bang om het slachtoffer te worden van zijn scheldpartijen. Zijn werkwijze bestond uit een arbitrair systeem van straffen en belonen. Ik had bijvoorbeeld een kleine solo in het stuk maar die werd me om de haverklap afgenomen en weer teruggegeven naargelang zijn humeur. Het was enorm verwarrend. Al snel voelde ik elke ochtend stress voordat ik de dansstudio in moest.”


'Er was geen enkele reden om de soundcheck enkel in mijn slipje te doen.

Om me heen waren er intussen telkens technici in de weer die ik van haar noch pluim kende.

Ik zag elke avond huizenhoog op tegen dat vernederende moment'

Laila, ex-medewerkster


Laila vertelt hoe de compagnie wel wat weg heeft van een sekte. “Fabre heeft een zekere aantrekkingskracht. Heel wat mensen raken van hem in de ban. Bovendien heeft hij een hiërarchisch georganiseerde, loyale entourage die zijn gedrag mee in stand houdt en normaliseert. Tel daar het gebrek aan contact met de buitenwereld door de lange werkdagen bij op én het feit dat je constant gepusht wordt om fysiek en mentaal over je grenzen te gaan, en je krijgt op zijn minst een behoorlijk giftige cocktail. En dan heb ik het niet eens over Fabres drugsgebruik gehad, iets wat hij bij zijn dansers soms ook stimuleert.”


Fabre pakt zijn dansers steevast op hun zwakke plekken. Ook met haar speelt hij een lelijk spel. Tijdens de tournee eist hij bij het soundchecken elke avond opnieuw dat ze haar T-shirt uittrekt. “Nochtans was er geen enkele reden om de soundcheck enkel in mijn slipje te doen", zegt ze. “Om me heen waren er intussen telkens technici in de weer die ik van haar noch pluim kende. Ik zag elke avond huizenhoog op tegen dat vernederende moment.”


Vijftien jaar later grijpt het haar nog steeds aan. “Terwijl ik er maar een half jaar heb meegedraaid. Je wil niet weten hoe het is voor mensen die er langer werken. Ik had het voordeel dat ik meteen ander werk had en me nooit afhankelijk van hem heb gevoeld.”


Verstikkende sfeer

Maar dat geluk is niet weggelegd voor alle performers die geleden hebben onder Fabres aanpak. Sarah vertrok in april bij Troubleyn na een uitputtingsslag van meer dan twee jaar. Ze verving er als piepjonge stagiaire een danser tijdens de tournee van Mount Olympus. Vervolgens kreeg ze een contract voor de daaropvolgende producties.


“Op zich hou ik van de fysieke uitdaging die ik als danser kreeg bij Troubleyn”, vertelt ze. “Ik was gretig en wilde bijleren. Maar uiteindelijk moesten we vooral onder stress functioneren binnen een verstikkende sfeer. Jan wil je zowel fysiek als mentaal bezitten.”


Ook Sarah vertelt over scheldpartijen, onvoorspelbaar gedrag en vernederingen. “Hij maakte onzekere, instabiele wezens van ons allemaal. Fabre hakte op me in en kraakte me af waar alle collega’s bij waren.”


Tegelijkertijd wilde hij meer. Onder het voorwendsel van gesprekken over toekomstige projecten, nodigt hij haar uit voor privéafspraakjes. Dit mondt uiteindelijk uit in ongewenste avances. Wanneer ze hem afwijst, volgen er woede-uitbarstingen, vernedert hij haar tijdens de repetities, neemt hij haar rollen af en stalkt hij haar via de telefoon. Het ene verwarrende spelletje volgt het andere op.


'Hoewel ik Nederlands spreek, legde hij me in het Engels uit dat ik zijn Vlaams accent blijkbaar niet goed versta.

‘I don’t want to sleep with you’'

Sarah, ex-medewerkster


“Op een gegeven moment had ik een boze voicemail van hem over het feit dat ik niet wilde afspreken. Ik heb hem toen uitgelegd dat ik hem zie als mentor, waarmee ik bedoelde dat ik hem niet als minnaar wil. Omdat hij hoorde dat ik emotioneel was, eindigde hij dat gesprek met de vraag of ik wel zeker was dat ik niks met hem wilde. Ik geloofde mijn oren niet. De volgende dag riep hij mij bij zich op kantoor. Hoewel ik Nederlands spreek, legde hij me in het Engels uit dat ik zijn Vlaams accent blijkbaar niet goed versta. ‘I don’t want to sleep with you’, zei hij. Niet lang daarna vertrouwde hij me daarentegen alweer toe dat we zo’n zeldzame band hebben en dat we die niet kapot mochten maken enzovoort.”


Maar ze is zich ook bewust van de kansen die ze als jonge danser bij zo’n groot internationaal gezelschap krijgt. Ze voelt zich geapprecieerd als Fabre laat vallen dat hij overweegt om een soloproductie te creëren voor haar. “Als je zoiets mag doen, is je carrière gelanceerd en gaan de deuren van andere internationale gezelschappen voor je open", legt Sarah uit. “Al was ik tegelijkertijd bang. Je weet dat alles wat hij voor je doet een prijskaartje heeft.”


Uiteindelijk blijkt dat Fabre de solo ook aan een andere jonge danseres heeft aangeboden en dat ze via een workshop met elkaar in competitie moeten gaan. “Toen ik dat hoorde was ik eigenlijk alleen maar opgelucht dat ik gedurende die dagen niet met hem alleen moest werken", zegt Sarah. Als ze vervolgens als beste uit de bus komt en de rol naar haar gaat, wordt Fabres manipulatieve gedrag alleen maar erger. “Ik heb tot het einde aan die voorstelling gewerkt omwille van mijn carrière, maar toen we in première zouden gaan, kon ik niet meer. Ik kon het emotioneel niet meer aan en ook mijn lichaam was op. In april heb ik via een mail aan alle medewerkers laten weten dat ik eruit stapte omwille van #MeToo.”


Dagelijks mikpunt

Het lijkt wel een echo van wat Lizzy begin jaren 2000 meemaakte bij Troubleyn. “Ik had tijdens de audities en de workshop een absolute klik met Jan. Ik voelde me niet alleen uitgedaagd door de fysieke oefeningen die hij ons oplegde, ik begreep volledig waar hij artistiek naartoe wilde. Ik was een jaar of 25 en had me altijd al een buitenbeentje gevoeld. Bij hem vond ik een thuis. Hij voerde tussen de audities en de eerste repetitie af en toe lange, diepgaande gesprekken met mij. Ik vond hem geniaal en aangezien hij toen totaal niet flirtte, vertrouwde ik hem volledig. Ik had het gevoel dat we samen iets verhevens zouden maakten. Wij waren krijgers van de schoonheid en ik was bereid om daarvoor tot het uiterste te gaan.”


'Om het vol te houden, vertelde ik mezelf dat hij me wou kraken en vormen totdat er een schitterende diamant tevoorschijn kwam'

Lizzy, ex-medewerkster


Maar de ooit zo veelbelovende werkrelatie met Fabre draait ook voor Lizzy uit op een helse ervaring. Vanaf het moment dat ze een contract heeft, is ze zijn dagelijkse mikpunt. “Om het vol te houden, vertelde ik mezelf dat hij me wou kraken en vormen totdat er een schitterende diamant tevoorschijn kwam", vertelt ze.


Ze wil fysiek tot het uiterste gaan, maar laat van in het begin wel weten dat ze voorzichtig moet zijn met haar stem. “Ik kon na de productie bij Troubleyn namelijk aan de slag kon bij een groot gezelschap waar ik zou moeten zingen”, legt ze uit. “Fabre bleek tijdens de repetities echter voortdurend een rauwe schreeuw van me te willen horen. Aanvankelijk probeerde ik mijn stem te beschermen maar omdat hij zo tegen me brulde als ik niet deed wat hij zei, gaf ik hem uiteindelijk zijn zin. Na verloop van tijd proefde ik bloed bij het roepen maar daar werd geen rekening mee gehouden. Ik liep blijvende schade op aan mijn stembanden en kon niet meer meedoen in de voorstelling waarin ik zou zingen.”


Niettemin blijft ze doorzetten. “Ik brandde van ambitie. Ik wilde het maken als danser. Maar ik bleef ook meedoen uit liefde voor het vak en uit loyaliteit aan de productie. Hoe je het draait of keert, je leert je metier bij Fabre. Iedereen wist precies welk verhaal we vertelden op het podium. Daarnaast zaten de regie en de timing zeer strak. Wat dat betreft is het een heel professioneel gezelschap en daar genoot ik ondanks alles van. Vergeet bovendien niet dat hij een zeker monopolie heeft op vlak van zijn positie. Je kan bijna nergens in België op dat niveau werken als danser.”


Puur machtsmisbruik

De genadeslag komt er voor Lizzy als Fabre zich aan haar probeert op te dringen in ruil voor een solo. “Tijdens de tournee werd er ’s avonds geregeld nog iets gedronken op een van onze hotelkamers. Op een gegeven moment dacht ik dat we met zijn allen zouden doorzakken bij Jan maar toen ik er binnenkwam, bleek ik er alleen te zijn met hem. Nog geen tien minuten later probeert hij me te kussen en zit hij aan mijn borsten.”


'Hij keek ostentatief naar het bed en vertelde me dat ik wist wat me te doen stond.

Ik heb hem zelfs nog gevraagd of ik niet eerst de tijd mocht nemen om verliefd op hem te worden.

'Het is nu of nooit’, was zijn repliek'

Lizzy


Lizzy is totaal overdonderd. “Ik wist niet wat me overkwam. Ik wilde nog steeds artistiek gevormd worden door hem, maar ik had absoluut geen zin om met hem te vrijen. Ik zei hem dat seks geen deugd zou doen aan de kunst die we samen maakten.” Daarop kreeg ze te horen dat ze niet op een solo moest rekenen als ze niet met hem naar bed ging. “Hij keek ostentatief naar het bed en vertelde me dat ik wist wat me te doen stond. Ik heb hem zelfs nog gevraagd of ik niet eerst de tijd mocht nemen om verliefd op hem te worden,” glimlacht ze triest. “’Het is nu of nooit’, was zijn repliek.”


Lizzy maakt de tournee nog af maar bedankt voor een vervolgcontract. “Ik ben niet tegen fysiek contact. Wat mij betreft mag je gerust avances maken en flirten. Maar als ik nee zeg en je er vervolgens mee dreigt om mijn carrière af te breken, dan is dat puur machtsmisbruik.” Al voegt ze eraan toe dat ze dubbele gevoelens bleef hebben. “Ik heb Fabre oprecht bewonderd en ik hield van het werk dat we maakten. Ik heb lang gedacht dat ik niet goed genoeg was en hem in de steek heb gelaten.”


Structureel wangedrag

De drie dansers benadrukken het structurele karakter van Fabres wangedrag. Sarah: “het loopt er al zo lang mis. Ik leg deze getuigenis af omdat ik niet wil dat iemand anders dit opnieuw moet meemaken.”

Lizzy: “Het is zo makkelijk om in zijn netten verstrikt te raken. Ook financieel heeft hij je in zijn macht. Ik had indertijd een vriend die me ondersteunde, maar wat had ik moeten doen als ik een alleenstaande moeder was geweest? Waar moet je naartoe als je opstapt?”


'Zijn assistenten zijn op de hoogte,

de raad van bestuur is medeplichtig en zelfs de andere performers hebben hun aandeel als getuigen.

Er is niemand die tegen hem ingaat'

Lizzy


Ze voegt eraan toe dat Fabre niet de enige schuldige is. “Zijn assistenten zijn op de hoogte, de raad van bestuur is medeplichtig en zelfs de andere performers hebben hun aandeel als getuigen. Er is niemand die tegen hem ingaat en als je dat wel doet, laat de groep je aan je lot over. Ook de overheid moet eens nadenken onder welke voorwaarden er gesubsidieerd wordt. Als je daar als jonge danser auditie gaat doen, verwacht je dat je in een degelijk instituut met renommee gaat werken. Wist je dat Fabre Grootofficier in de Kroonorde is, net als Commandeur in de orde van Leopold II? Zo ridderlijk is zijn gedrag nochtans niet", zegt ze schamper.


Laila geeft aan dat Fabre geen monopolie heeft op dit soort van gedrag en dat het ook geen fenomeen is dat enkel binnen de kunsten voorkomt. “Het feit dat zijn kunstpraktijk zo fysiek is en we binnen zijn esthetiek letterlijk werden uitgedaagd om over onze grenzen te gaan, maakte het wellicht makkelijker voor hem om zo ver te gaan. Maar figuren als hij kom je in elke beroepsgroep tegen. Ik ben dan ook niet uit op wraak. Wel hoop ik dat mijn twee dochters kunnen opgroeien in een wereld waarin grensoverschrijdend gedrag niet langer vrij baan krijgt.”



De Morgen 27 oktober 2018


Koning, keizer, admiraal: we zijn allemaal terminaal

Mark Coenen



Mark Coenen, adviseur en opleidingshoofd van de Hasseltse hogeschool PXL, gaat op wandel met de week.


Op het kerkhof waait de wind door de zilver¬linden. Marmer wordt gepoetst, gras gewied.


Het wordt weer druk bij de doden. Binnenkort is het 1 november. Kerkhofblommenverkopers doen gouden zaken.


“Ik moet ons vader nog bellen”, dacht ik deze week.

Tot ik besefte dat dat wel een heel straffe toer zou zijn, want de man is al dood sinds januari.


“Hallo bij Coenen?”


“Dag papa, hoe is het ginder?”


“Alles oké, ge hebt de groeten van ons Dominiek en ons moeder. Hoe is het met de kinderen?”


Het gejacht, het gejaag, de ijdelheidtuiterij, de drukdoenerij:

geen mens die er nog om maalt als we de Lethe zijn overgestoken


Daarna zou het gesprek stilvallen. Veel meer hebben we niet te vertellen tegen elkaar.


Dat was ook al zo toen hij de telefoon nog echt opnam. Wij waren altijd al goed in stiltes.


Dood is mijn vader mij nader dan toen hij nog leefde. Vergeten zijn zijn laatste moeilijke maanden en jaren.


De dood stelt wat hij ons afneemt voor altijd veilig, zegt de Nederlandse schrijver Arthur Japin.


Er valt niets meer te verliezen. Dat is geruststellend.


De dode is veilig opgesloten in een doosje vol taal en tekens en herinneringen. Hij is een sfeer geworden en leeft verder in anekdotes – steeds dezelfde – en flauwe moppen – ook steeds dezelfde. En als je niet oppast steeds minder.


Het is verbijsterend hoe weinig er overblijft van een leven. Het is verbijsterend hoe snel we opnieuw overgaan tot de orde van de dag.


Het ouderlijk huis is leeg: wat van waarde was, hebben we onder elkaar verdeeld.


Mijn ouders waren twee mensen die hun hele leven niets hadden weggesmeten. Het huis barstte bijna uit zijn voegen, kasten overvol. Bankuittreksels uit 1963. Rokken en broeken uit een ander tijdperk. 37 oestermessen. 700 oordopjes.


Er was geen beginnen aan.


Mijn oogst kan in zo’n memorybox van de Bond Zonder Naam.


Wat boeken, vakantiedia’s, een trouwring. Manchetknopen. Een plaat van Jo Erens met Limburgse liedjes. ‘Limburg allein’: de bariton van de jonggestorven Erens troostte mijn moeder als ze verging van de heimwee in dat verre vreemde Antwerpen.


De 160 jaar geschiedenis van mijn vader en moeder zullen in een kast verzeilen waar het stof van de eeuwigheid wacht. Tot ik ook de pijp uitga en de kinderen mijn kasten zullen leegmaken.


Het zij zo, maar het blijft confronterend.


Het gejacht, het gejaag, de ijdelheidtuiterij, de drukdoenerij: geen mens die er nog om maalt als we de Lethe zijn overgestoken.


Het biologische proces van aftakeling biedt geen troost aan ons ego: onze afspraak met de wormen maakt iedereen klein. Ook zij die dat nog niet beseffen, in hun hoge torens van macht en manipulatie. Na de dood zijn er geen burgemeesters meer. Koning, keizer, admiraal: we zijn allemaal terminaal.


Oliver Sacks, de Britse neuroloog en auteur, stierf in 2015 aan kanker. Hij schreef zijn laatste momenten neer in wat ik een van de mooiste boekjes in jaren vind.


Het heet: Dankbaarheid.


Daarin schrijft hij: ‘Ik kan niet doen alsof ik niet bang ben om te sterven. Maar mijn overheersende gevoel is een van dankbaarheid. Ik heb van mensen gehouden en zij van mij, ik heb veel gekregen en heb iets terug¬gegeven. Maar in de eerste plaats ben ik op deze prachtige planeet een bewust denkend wezen geweest, een denkend dier, en dat alleen al was een enorm voorrecht en avontuur.’


Het is een staat van onthechting waar ik alleen maar bewondering voor kan hebben.


Geen kwaadheid meer, geen verontwaardiging: alleen blij met het cadeau dat het leven is geweest.


Een voorrecht.


Als je tenminste het geluk hebt om niet in Jemen geboren te worden.



De Morgen 29 oktober 2018


“Levensadvies nummer één: zorg ervoor dat je je altijd blijft wassen”

Stef Selslagh



In de reeks Het Testament vraagt Stef Selfslagh

palliatieve patiënten naar hun geestelijke testament:

welke gedachten willen ze de mensheid nalaten?


Op vrijdag 21 september overleed Pierre Janssens (78): echtgenoot van Christa, vader van Philippe. Pierre was een optimist: zelfs in modderige stadsbouwwerven zag hij potentiële schoonheid. Drie weken voor zijn dood noteerden we zijn boodschap voor de toekomstige generaties: “Alles is mooi. Zelfs wat lelijk is.”


Pierre Janssens had kanker. Al vier jaar. Eerst bevonden de kankercellen van Pierre zich ter hoogte van zijn buikvlies. Maar toen het daar wat te krap werd, weken ze ook uit naar andere delen van zijn lichaam. Gedurende acht maanden probeerden de dokters van de Stuyvenbergkliniek Pierres kankercellen met geneeskundig artilleriegeschut te verjagen. Tot hun medische munitie op was en hen niets anders restte dan Pierre te vertellen dat hij zou sterven. Ze zeiden het niet letterlijk. Ze zeiden: ‘Er is een plaats vrijgekomen op de palliatieve afdeling van het Sint-Erasmusziekenhuis.’ Sommige woorden stel je liever nog even uit.


‘Het is niet omdat ik aan het sterven ben

dat iedereen al moet beginnen te rouwen’

Pierre Janssens


Toen ik de kamer van Pierre binnenkwam, zat hij kaarsrecht in zijn zetel. Hij droeg een zwarte bolhoed: een van de twee exemplaren die hij van een ex-collega had gekregen. ‘Dan kunt ge hier af en toe Jansen en Janssen spelen’, had de ex-collega gezegd, refererend aan de jolige tweelingdetectives uit Kuifje. Pierre was blij met het cadeau. “Ik vind dat ik er goed uitzie met mijn bolhoed. En aangezien ik er twee heb, kan ik er ook andere hoofden een plezier mee doen. Een paar dagen geleden zat ik hier met vier mensen, waarvan er drie Janssens heten. We hadden nog een bolhoed te weinig.” (lacht)


Sinds Magritte is de bolhoed een symbool van surrealisme en zelfrelativering. Het zijn twee begrippen die wonderwel bij Pierre pasten: hij sidderde niet voor de dood, hij hield haar spottend op een afstand. “Het is niet omdat ik aan het sterven ben dat iedereen al moet beginnen te rouwen”, zei hij. “Ik heb niet graag dat de mensen zeggen: ‘Ocharme toch’. Ik weet wat mij wat te wachten staat. Maar ik hoef er niet voortdurend aan herinnerd te worden. Ik zou graag nog een tijdje het zotteke uithangen.”


Liefde in de soep

Toch was Pierre bij het inchecken op de palliatieve afdeling een wrak, zei hij. “Ik zag er zo wit uit als een blad papier. Alsof mijn bloed al uit mijn lichaam was weggetrokken. Had je mij toen gezien, je zou gezegd hebben: ‘Die mens houdt het geen week meer vol.’ Maar de verzorgers hebben mij er weer bovenop geholpen. Ik ben hier geen patiënt, maar een gast. In een vijfsterrenhotel. Vandaag kreeg ik tomatensoep met ballekes. Ik zweer je: er zat liefde in die soep. “


“Een maand geleden dacht ik nog: ik ben er klaar mee, het licht mag uit. Maar nu moet het licht vooral blijven branden. In ieder geval nog tot de 29ste november. Dan zijn mijn vrouw en ik 60 jaar samen. Als ik die dag haal, hang ik de vlag uit.”


‘Levensadvies nummer één:

zorg ervoor dat je je altijd blijft wassen’

Pierre Janssens


Pierre groeide op in het Antwerpse Schipperskwartier, toen dat nog een volkswijk was waarin scheepslieden, hangjongeren en straatprostituées over de trottoirs heersten. Zijn vader was schoenmaker, zijn moeder huisvrouw. Op zijn vijftiende verruilde hij zijn statuut van scholier voor dat van helper-electricien. ‘Een man van eenvoudige komaf’, mag ik hem met zijn goedvinden noemen. ‘Maar allesbehalve een simpele geest’, voeg ik daar met enige nadruk aan toe.


Nadat we elkaar een kwartier verbaal besnuffeld hadden, zei ik Pierre dat de notaris in mezelf klaar was om zijn geestelijke testament op te stellen: zijn levensbeschouwelijke erfenis, zijn adviezen voor de mensheid, zijn hoogstpersoonlijke antwoord op de vraag: wat moeten de toekomstige generaties weten om een goed leven te leiden? Hij kwam niet aanzetten met dure oneliners, maar met eenvoudige, bruikbare levenstips. Soms heb je meer aan een praktische handleiding dan aan een diepzinnig traktaat.


“Levensadvies nummer één: zorg ervoor dat je je altijd blijft wassen”, zei Pierre. “En dat je elke dag propere kleren aantrekt. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar toch leg ik er de nadruk op. Ik ben in mijn leven dikwijls moe opgestaan, maar zodra ik mij gewassen en geschoren had, voelde ik mij telkens als herboren. Zelfs nu heb ik dat nog. Ik lig in een palliatief centrum, ik zou mij gemakkelijk kunnen laten gaan. Maar ik doe het niet. Ik heb geen zin om er als een sukkelaar bij te lopen. Jezelf verzorgen, is een noodzakelijke vorm van eigenliefde: andere mensen zullen je maar graag zien als jij jezelf graag ziet.”


“Advies nummer twee: leer jezelf te uiten. Als het niet goed met je gaat, zeg dan: ‘Het gaat niet goed met mij.’ Als je een probleem hebt met iemand, zeg dan: ‘Ik heb een probleem met jou.’ Je moeilijkheden benoemen, helpt om ze te overwinnen. Je mag nooit ergens mee blijven zitten. Of toch niet langer dan nodig.”


‘Het heeft in ons huwelijk – zoals in alle huwelijken – nu en dan gestormd.

Maar Christa en ik zijn altijd met een kuske gaan slapen’

Pierre Janssens


Hij maakte een zijsprongetje naar zijn huwelijk met Christa, een Duitse schone die hij al 54 jaar zijn wettige one and only mocht noemen. “Het heeft in ons huwelijk – zoals in alle huwelijken – nu en dan gestormd. Maar Christa en ik zijn altijd met een kuske gaan slapen. Ruzies werden de dag zelf nog bijgelegd. En we stonden er de dag nadien niet meer mee op. Belangrijk, geloof mij.”


“Ook cruciaal in het leven: het gezelschap van anderen opzoeken. Vooral op het werk. Verstop je niet achter je bureau, maar praat met je collega’s. Je ziet hen vaker dan je vrouw, je kan er dus maar beter goed mee opschieten. En als je niet weet waarover je met hen moet babbelen, vraag dan naar hun kinderen. Dat werkt altijd. Ik bleef na het werk regelmatig plakken. Om nog wat na te praten en een borreltje te drinken. Maar ik ben nooit zat naar huis gegaan. Anders werden er thuis patatten met ambras geserveerd.” (lacht)


Plichtsbewust

“Ik ben 37 jaar klerk geweest bij de stad Antwerpen. Ik heb mijn werk altijd plichtsbewust gedaan, maar ook veel plezier gemaakt. Ooit vroeg een collega mij: ‘Pierre, kan ik op u rekenen?’ Ik antwoordde: ‘Natuurlijk.’ Waarop hij op mijn kale kop met een stift een rekensommetje begon te maken. ‘Zit stil’, zei hij. (lacht) Ik kon daar om lachen, ja. Het is belangrijk om nu en dan de clown uit te hangen. We zouden dat met z’n allen zelfs wat vaker moeten doen. Het leven is te kort om een zuurpruim te zijn.”


Twee woorden mochten in de morele erfenis van Pierre niet ontbreken: denk positief. Alles is mooi, zei hij. Zelfs wat lelijk is. “Als het regent, kan je op twee manieren reageren. Ofwel zeg je: ‘Het regent. We kunnen weer niet in de tuin zitten.’ Ofwel zeg je: ‘Het regent. Dat is goed voor de plantjes.’ Ik kies voor het laatste. Ik kan het toch niet doen stoppen met regenen. Waarom zou ik er dan over zagen? Antwerpen is momenteel één grote werf: overal zijn er wegomleidingen, er zijn nauwelijks straten die niet opgebroken zijn. En toch denk ik niet: wat een ellende. Ik denk: de stad gaat prachtig zijn als dat hier allemaal klaar is. Alles komt altijd goed, daar ben ik van overtuigd. Ik denk dat we zelfs de opwarming van de aarde nog op tijd gaan tegenhouden. Er zal wel eens iemand elektrische Boeings uitvinden, zeker?” (lacht)


Is een optimistische inborst een cadeau van de schepper of kan je goedgemutstheid kweken, vroeg ik. “Je kan er aan werken. Door niet altijd te denken dat vroeger alles beter was, bijvoorbeeld. Er wordt vaak geklaagd over de hangjongeren in de stad. Maar denk je dat die er vroeger niet waren? Natuurlijk wel. De wereld is echt niet naar de haaien aan het gaan. Integendeel zelfs.”

“Over Donald Trump maak ik me wel zorgen. Ik denk dat hij op oorlog uit is. Dat hij met zijn kapitaal in allerlei wapenbedrijven zit en zijn presidentschap zal misbruiken om de waarde van die bedrijven op te krikken. Maar goed. Ook Trump zullen we wel te boven komen. Ik zei het al: ik ben een optimist. Tot in de ...” (glimlacht)


‘Reizen is zoals veranderen van behangpapier:

het doet je anders kijken naar wat je thuis hebt’

Pierre Janssens


Er nestelde zich een brok in zijn keel, ik pakte zijn hand vast tot hij zijn droefheid had weggeslikt. “Er moet nog iets anders in mijn testament: dat iedereen die er de middelen voor heeft zoveel mogelijk moet reizen.” Hij hield een wanderlust-pleidooi dat me deed denken aan een citaat van de Amerikaanse schrijver T.S. Eliot: ‘We shall not cease from exploration, and the end of all our exploring will be to arrive where we started and know the place for the first time.’


Alleen formuleerde Pierre het als volgt: “Reizen is zoals veranderen van behangpapier: het doet je anders kijken naar wat je thuis hebt. Ik ben met Christa onder meer naar Rusland, China, Cambodja, Myanmar, Ethiopië en Peru geweest. Die reizen hebben mij geleerd dat het hier verdomd goed leven is. In Ethiopië moeten de mensen een hele dag wandelen om een emmer met water te kunnen vullen. Wij hoeven maar aan een kraantje te draaien en klaar. Veel mensen beseffen dat niet.


Daarom zeg ik: zorg regelmatig voor un changement de décor. Ga eens kijken hoe andere mensen leven. Het zal je leven in België in een duidelijker perspectief plaatsen.”


Vaderschap

Ik informeerde of er in zijn testament nog plaats was voor goedbedoeld advies ter attentie van debuterende papa’s. Per slot van rekening had hij zelf al 56 jaar ervaring met het vaderschap. “Sta open voor je kinderen”, zei hij. “Praat ermee. Maar verwen ze niet. Als ze je iets vragen, weiger dan regelmatig. Daar doe je hen op termijn een groter plezier mee dan met altijd maar toe te geven. Kinderen moeten leren dat niks vanzelf gaat. Philippe, mijn zoon van 56, heeft rechten gestudeerd. Om zijn studies te kunnen betalen, heb ik jarenlang bijgeklust in de bibliotheek. Ik wilde hem tonen dat je moet werken om ergens te geraken. Die boodschap heeft hij opgepikt: hij heeft vandaag zijn eigen advocatenpraktijk in de Duboisstraat. En hij is geweldig goed bezig. Ik mag toch efkens reclame maken, hè?”


‘Zet dat ook maar in mijn testament:

dat mijn opvolgers onze planeet moeten soigneren’

Pierre Janssens


Er viel een stilte. Ik zag aan het gezicht van Pierre dat zijn gedachten alle kanten opgingen. Toen hij opnieuw begon te praten, klonk zijn stem heser dan voorheen. “Ik hoop dat mijn vrouw de moed erin houdt als ik er niet meer ben. Dat ze zichzelf niet opsluit. Volgende week is er in onze straat een feest. Maar ze wil er niet naartoe. ‘Ik moet hier bij jou zijn’, zegt ze. Maar ze moet helemaal niet bij mij zijn, ze moet naar dat straatfeest gaan. Ik wil dat ze onder de mensen blijft komen.”


En toen wonnen de tranen van Pierre het alsnog van zijn glimlach. “Ik vind het verschrikkelijk dat mijn vrouw straks alleen achterblijft. Als ik verdriet heb, is het omwille van haar. We proberen wel te praten over haar toekomstige leven als weduwe, maar dat houden we nooit lang vol: binnen de kortste keren zijn we allebei aan het wenen.”


We schoven de bandopnemer aan de kant en bladerden samen in het foto-album waarmee hij en Christa hun reis naar Ethiopië al honderd keer hadden overgedaan. Het ophalen van herinneringen uit verre continenten deed hem deugd. “De aarde is zo’n mooie blauwe bol”, zei hij. “We moeten er zuinig op zijn. Zet dat ook maar in mijn testament: dat mijn opvolgers onze planeet moeten soigneren.”


Hij nam een slok water en zette zijn bolhoed recht. “Vroeger blikte ik nooit terug op mijn leven. Geen tijd voor. Maar tegenwoordig doe ik bijna niks anders. (lachje) Gelukkig is de balans positief. Ik heb veel kunnen reizen, ben altijd graag gaan werken en heb bij mijn weten nooit iemand pijn gedaan.”


Ik vroeg Pierre of we zijn geestelijk testament als voltooid konden beschouwen. Hij knikte. “Hoe lang hebben wij nu gebabbeld? Twee uur? Dat is voorbijgevlogen.”


Dat die laatste zin wellicht op zijn hele leven van toepassing is, zei ik maar niét. Christa was onderweg. Er was op dat moment alleen maar toekomst.


Met dank aan Guy Davidson en Dominique Daemen, respectievelijk diensthoofd en verpleegkundige op de palliatieve afdeling van het Sint-Erasmusziekenhuis in Antwerpen.



De Morgen 4 december 2018


Strategische zet of enorme blunder?

Reconstructie van de ingetrokken N-VA campagne

Jeroen Van Horenbeek



Om twee uur ’s middags leek het zover: met de lancering van een beenharde campagne tegen het migratiepact door de N-VA leek het doodvonnis van centrumrechts getekend. Tot de partijtop zich op het laatste nippertje bedacht en voor uitstel van executie zorgde. Al duurt dit uitstel wellicht maar een dag.


14 uur: De donderslag

Michaël Devoldere, medewerker van minister Ben Weyts (N-VA) en een hardliner op sociale media, brengt als een van de eersten de campagne onder de aandacht. Een tweet van hem, amper een uur voordat de regeringstop opnieuw bij mekaar komt over het omstreden migratiepact, wordt meteen opgepikt.


Journalisten en opiniemakers stellen vast: de beelden uit deze onverwachte campagne zijn messcherp. Op een ervan toont N-VA een groep gesluierde vrouwen met daarnaast de slogan ‘Migratiepact = focus op het behoud van eigen cultuur van de migrant’. Ook de andere vijf beelden laten niet veel aan de verbeelding over. Ze lijken weggelopen uit een extreemrechts foldertje.


Wat niet veel later het geval blijkt. Journalistenwatch.com, een Duitse website met rechts-populistische inslag, heeft de foto met de moslima’s al gebruikt.


Door zo zwaar uit te pakken,

een dag nadat de partij al de deur sloot voor een compromis rond het migratiepact,

lijkt het duidelijk: de N-VA is in verkiezingsmodus geschakeld


14u30: ‘Reële situaties’

Terwijl de ontstemde kritiek in golven komt aanrollen op Twitter, verdedigt partijwoordvoerder Joachim Pohlmann de opmerkelijke campagne.


“Het zijn foto’s van reële situaties zoals ze zich nu al voordoen. In het Maximiliaanpark. Aan de luchthaven”, benadrukt Pohlmann. “Die foto met de boerka’s niet, want in België geldt een boerkaverbod. Maar het is wel een mogelijk gevolg van het migratiepact. Dat een bepaalde Duitse blog het beeld met die vrouwen al eerder gebruikte, wisten we niet. Dit komt omdat het een beeld uit een fotodatabank is.” Pohlmann ontkent dat de campagne een doelbewuste tackel op de enkels van de centrumrechtse coalitie is.


Nochtans lijkt die campagne voor zich te spreken. Voor de buitenstaander heeft het alles van een moord met voorbedachten rade. Door zo zwaar uit te pakken, een dag nadat de partij al de deur sloot voor een compromis rond het migratiepact, lijkt het duidelijk: de N-VA is in verkiezingsmodus geschakeld.


15 uur: Het besef

Naarmate de boze reacties binnenstromen – van Meyrem Almaci (Groen) die spreekt over “degoutante politiek” tot Kris Peeters (CD&V) die uithaalt naar wat hij een “onfatsoenlijke campagne vol met onwaarheden” vindt – nemen de zenuwen toe op het partijhoofdkwartier van N-VA. Woordvoerder Pohlmann, voorzitter Bart De Wever en de rest van de partijleiding beseft: dit loopt stilaan goed fout.


Verschillende bronnen zeggen onafhankelijk van mekaar: eerder deze week is afgesproken dat de N-VA op een eenvoudige manier aan zijn achterban wil uitleggen waarom de partij het VN-migratiepact echt niet kan steunen.


‘De beeldvorming was helemaal fout, dat zag ik zelf ook meteen toen de campagne online werd geplaatst.

Dit zaaide verwarring op een moment dat we dat konden missen als kiespijn’

Bart De  Wever


Maar over een beeldcampagne is niet als dusdanig gesproken. In deze .com-tijden lijkt het de communicatiedienst echter een goed idee om ‘visuals’ toe te voegen aan het droge communiqué op de partijwebsite. Het gebruik van beelden en grafieken, aangevuld met slogans, is al langer ingeburgerd. Zowat alle partijen doen het op sociale media, maar de N-VA zet daarin de toon.


De Wever – nooit een grote fan van sociale media – beslist rond 15 uur dat er iets moet gebeuren. “Het socialemediateam heeft dat op een laagdrempelige manier willen doen, maar de beelden matchten niet goed met de inhoud”, geeft De Wever ’s avonds toe op Radio 1. “De beeldvorming was helemaal fout, dat zag ik zelf ook meteen toen de campagne online werd geplaatst. Dit zaaide verwarring op een moment dat we dat konden missen als kiespijn.”


Rond 15 uur loopt immers het bericht binnen dat het kernkabinet over het migratiepact in extremis is uitgesteld op vraag van premier Charles Michel (MR). De val van de regering lijkt dan maar een kwestie van een paar uren.


16 uur: Door de stront vliegen

Een van de gouden regels van De Wever is: door de stront, moet je vliegen. Wie kruipt zakt alleen verder weg. Daarom worden de beelden offline gehaald. En om de brokken te lijmen wordt fractieleider Peter De Roover de arena in gestuurd.

Die bevindt zich op dat moment in de Kamer, voor een inhoudelijke hoorzitting over het migratiepact met een aantal experts. Ook daar is stilaan een opstand tegen N-VA uitgebroken. Ook de meerderheidspartijen zijn furieus. Vlaams Belang-kopman Filip Dewinter kijkt het allemaal grijnzend aan.


“De beelden hadden niet de juiste toon”, reageert De Roover voor de talrijk aanwezige pers in de commissie. “We hebben inhoudelijke argumenten genoeg om de discussie over het migratiepact aan te gaan.” In de eerste plaats verwijst De Roover naar de foto met de moslima’s. “Die foto was niet gepast.”


17 uur: De knieval

Niet veel later moet Pohlmann dit eveneens toegeven. Hij neemt de verantwoordelijkheid volledig op zich. Waarna De Wever rond halfzes plaatsneemt achter de microfoon van Radio 1 om het finale mea culpa te slaan. Vicepremier Jan Jambon (N-VA) zit op dat moment bij de eerste minister.


Opvallend en zeldzaam binnen de partij:

er vallen off the record bijzonder harde woorden voor de eigen collega’s van de communicatiedienst


Michel aanhoort de verontschuldigingen van Jambon. Die benadrukt dat het om een blunder gaat, niet om een strategische zet. De vicepremier verlaat het gesprek met een relatief goed gevoel. Even later verschijnt Michel echter op een persconferentie, die live wordt uitgezonden in de avondjournaals. Daar kondigt de premier aan dat hij het regeringsoverleg stopt en de kwestie overlaat aan het parlement.


’s Avonds overschouwen een aantal N-VA’ers verbijsterd de situatie waarin ze verkeren. Opvallend en zeldzaam binnen de partij: er vallen off the record bijzonder harde woorden voor de eigen collega’s van de communicatiedienst. “Een rampzalige fout” en “totaal ontoelaatbaar geklungel”, klinkt het op meerdere plaatsen.


Dat de partij die jarenlang geroemd werd omwille van zijn professionele communicatie, soms een klasse boven de concurrentie, zichzelf nu zo in nesten heeft gewerkt – sommige partijleden kunnen er niet bij.



De Morgen 8 december 2018


Zinzen en Van Cauwelaert

“Waarom horen we onze socialistische vrienden niet in dit debat?”

Tine Peeters en Jeroen Van Horenbeek



Commentatoren zetten de politieke protagonisten van de ‘Marracrash’ op hun plaats


De regering is dood, maar niemand wil de kosten voor de begrafenis op zich nemen. Dat vat volgens Walter Zinzen en Rik Van Cauwelaert – de meest ervaren politieke commentatoren van Vlaanderen – het best de clash over het VN-migratiepact samen.


“Dit is een perfecte gijzeling.”


Nu geen enkele Wetstraat-bewoner nog weet wat er eigenlijk gaande is, kan wat afstand deugd doen. Die recul hebben Zinzen en Van Cauwelaert. Beiden zijn journalisten op rust, maar nog steeds hyperactief bezig met de politiek. Bij de vorige verkiezingen groeide hun programma op Canvas, waarin ze bij Ivan De Vadder elke weekavond de campagne recenseerden, uit tot een culthit.


Hun eerste reactie op de geblokletterde voorpagina’s van de laatste dagen? Wie dit erg vindt, kent de politieke oorlogen uit het verleden niet. Van Cauwelaert: “Toen wij jong waren, volgden de regeringen elkaar in ijltempo op. Hoeveel regeringen-Martens hebben we niet gehad?”


Zinzen: “Eén regering heeft het exact één week uitgehouden. De Antwerpse socialist Lode Craeybeckx was in die coalitie (zet plechtige stem op) minister van Koloniën.”


Van Cauwelaert: “Ach, zelfs regeringen die uit één partij bestaan, kunnen het verbrodden. In sommige regeringen met enkel CVP-ministers was het bijna dagelijks ruzie.”


Zinzen: “Mocht Jean-Luc Dehaene nog leven, dan zouden we er snel uit zijn.”


Van Cauwelaert: “De loodgieter des vaderlands. (schamper) Hij legde wel wat buizen waarvan we nog altijd niet weten waar ze naartoe leiden.”


Zinzen: “Goede loodgieters zijn nu eenmaal moeilijk te vinden.”


Van Cauwelaert: “En als je ze vindt, kunnen ze niet komen.”


Hebben jullie gewed over de val van de regering?

Zinzen: “Rik denkt dat ze niet zal vallen.”


Van Cauwelaert: “De regering is klinisch dood. Zoveel is zeker na wat de meerderheidspartijen naar elkaars kop hebben gesmeten in het parlement. CD&V en Open Vld hebben hun eigen coalitiepartner beschuldigd van extreemrechtse oprispingen en fake news. Wat moet je daarna nog tegen elkaar zeggen? Maar niemand wil de laatste duw geven.”


Waarom horen we onze socialistische vrienden niet in dit debat?

Dat is toch verschrikkelijk?’

Walter Zinzen


Hoe lang gaat de begrafenis duren?

Van Cauwelaert: “Bij nen dooie groeien de nagels ook nog een beetje door.” (lacht)


Zinzen: “Eigenlijk had het al beklonken kunnen zijn: de oppositie had donderdag een motie van wantrouwen tegen de regering moeten indienen. Wat hield hen tegen?”


Van Cauwelaert: “Als Open Vld en CD&V dat pact toch zo belangrijk vinden, moeten ze de daad bij het woord voegen en de N-VA eruit bonjouren.


Zinzen: “Maar dan heb je natuurlijk wat N-VA het liefst wil: dat ze ‘eruit geduwd’ worden.”


Wie de regering laat vallen, betaalt de rekening?

Van Cauwelaert: “Onzin. Oud-premier Leo Tindemans heeft de verkiezingen gewonnen nadat hij in 1978 zelf het ontslag van zijn regering aanbood. Er is nog geen enkele partij kapot gegaan aan krachtdadig bestuur.”


Zinzen: “Aan duidelijkheid en eerlijkheid evenmin. ‘Authentiek zijn’ heet dat vandaag de dag.”


Van Cauwelaert: “Iedereen houdt elkaar nu in een houdgreep. De perfecte gijzeling is het.”


Zinzen: “Er komen dus geen vervroegde verkiezingen. Dat kost ook hopen geld, niet het minst aan de partijen zelf.”


Moet N-VA zelf uit de regering stappen?

Zinzen: “Ik vind van wel. Twee derde van de parlementsleden wil het migratiepact goedkeuren. De partij moet tegen haar achterban zeggen: We hebben er alles aan gedaan, maar onze kritiek heeft het niet gehaald. We hebben het democratische spel verloren.”


Komt N-VA te laat met haar kritiek?

Zinzen: “Hun regeringsleden Theo Francken en Jan Jambon hebben twee jaar liggen slapen.”


Van Cauwelaert: “Wat me verbaast, is dat niemand weet dat de Europese Raad in maart al beslist heeft dat Europa dit pact zal goedkeuren. De Europese Unie, c’est nous. Francken moet daar toch van op de hoogte zijn?


Mag een politicus niet van mening veranderen?

Van Cauwelaert: “Natuurlijk mag dat.”


Zinzen: “Alleen een ezel verandert nooit van gedacht. Maar je moet dat wel op tijd doen.”


Van Cauwelaert: “En je moet de consequenties aanvaarden. Toen Magda Aelvoet (Groen) destijds uit de lucht viel over de wapenleveringen aan Nepal, nam ze ten persoonlijken titel ontslag.”


De Marracrash


Jeroen Van Horenbeek. De Marracrash. Begin december drijft N-VA haar gedroomde centrumrechtse coalitie de afgrond in omwille van het migratiepact van Marrakech. Een princiepskwestie, vindt de ene. Plat electoraal opportunisme, reageert de andere. Zeker is: aan N-VA-vicepremier Jan Jambon heeft het niet gelegen. Uitgerekend de man die eerder dit jaar vertelde dat ‘staatsmanschap’ hem geen bal interesseert, probeert in de laatste dagen de regering alsnog te redden. Het levert hem respect op van alle meerderheidspartijen. Let maar op: een toekomstige premier of Vlaams minister-president is geboren.


Luchtzaak


Sara Engelen. Heeft u er ooit bij stilgestaan dat de school van uw kind mogelijk in een street canyon ligt, waar zware luchtvervuiling onzichtbaar de longen van uw oogappel binnensluipt? Luchtvervuiling is officieel erkend als kankerverwekkend en kost jaarlijks aan duizenden mensen vroegtijdig het leven. Ook in ons land. Gealarmeerd door de berichtgeving rond luchtkwaliteit ontstond dit voorjaar Filter-Café-Filtré: ludieke protestacties op een Brusselse school voor meer schone lucht in schoolomgevingen. Het initiatief kreeg al snel navolging in heel het land, met als hoogtepunt Let’s Sti(c)k Together op 27 juni: een grootscheepse mars om propere lucht als verkiezingsthema op de agenda te zetten, op naar die groene zondag.


Niets dan de waarheid


Lode Delputte. 27 september 2018. De Amerikaanse hoogleraar en psychologe Christine Blasey Ford legt de eed af voor de juridische commissie van de Senaat in Washington. Een jaar na het uitbreken van het #Metoo-protest dreigt ook de conservatieve kandidaat-opperrechter Brett Kavanaugh door zijn verleden te worden ingehaald. Blasey Ford, die samen met Kavanaugh op school zat, zou daar op 15-jarige leeftijd door hem zijn aangerand. Onderzoek met een ­leugendetector wees uit dat Blasey Ford zo goed als aantoonbaar de waarheid sprak. Kavanaugh, die door Donald Trump was voorgedragen voor het Hooggerechtshof, kreeg echter volop twittersteun van zijn broodheer. Uiteindelijk keurde de Senaat Kavanaughs kandidatuur nipt goed, met 50 stemmen voor en 48 tegen.


Eén tegen allen


Bastiaan Fonteyn. Young and sweet? Only seventeen? Neen, dat is ze niet (meer). Maar op de tonen van ABBA’s ‘Dancing Queen’ betrad Theresa May (62) eind oktober wel het podium tijdens een conferentie van haar Conservatieven. Compleet mét houterige ­danspasjes.

Ook toen lag de Britse premier onder vuur, in eigen land en in Europa. Ook toen stonden de artikels over haar vertrek klaar. Maar May ging door en wist een brexitdeal uit de brand te slepen. En toch zal de brexit uiteindelijk haar ondergang betekenen, zo verwacht iedereen. Maar deze premier heeft al bewezen dat ze zich niet zomaar laat opzijschuiven. And when you get the chance…


Kontestatie


Kirsten Bertrand. En toch nog die middelvingertjes verbeten de lucht in. FUCK. THA. POLICE. Dáár, in volle oorlog met de spuitkop van het waterkanon aan het Brusselse metrostation Kunst-Wet. Dáár, met dank aan de fenomenale timing van fotograaf Tim Dirven. Dáár dus, het pontificale zicht op rozige mannenbillen – twee stuks – ontstaan als gevolg van een ingewikkelde schuilpose in combinatie met een slechtzittende broek. Het bouwvakkersdecolleté van de gele hesjes. Getraind om te de-escaleren.


Rund


Bart Hikspoors. CD&V’ers op mechanische stieren: er bestaat een zekere traditie ter zake. Er was natuurlijk de ‘let the beast go’-declamerende loodgieter Jean-Luc Dehaene, maar ook Wouter Beke, Carl Devlies en Koen Geens werden er al op gesignaleerd. Het valt te vrezen dat Mieke Van Hecke haar oranje scooter ooit ook nog zal inruilen voor een gelukkig niet vrij in de Gentse binnenstad circulerende stier. Nochtans is de definitieve doortocht van een christendemocraat op een elektrisch aangedreven rund sinds mei van dit jaar een feit. No way dat er ooit nog iemand Servais Verherstraeten overtreft.


Daar is de zon


Mark Coenen. Midzomer. Stonehenge. Gelegen op een vlakte bij Salisbury in het graafschap Wiltshire. Het landschap bestaat uit grafheuvels, kalkgrasland en bossen. En wat stenen, al dan niet kriskras door en naast elkaar. Gebouwd tussen 2.000 tot 300 voor Christus. Heel zeker is men daar blijkbaar niet van. Het steekt niet zo nauw. Geschiedenis bij benadering.

We zien: de eerste zonsopgang van de zonnewende op 22 juni. Dat vieren ze al een paar duizend jaar. We zien: een zootje ongeregeld. Eén iemand eist de aandacht op, een reusachtige rosse trommelaar. Hij leidt breed grijnzend de volksdans voor de opkomende zon. Ze zijn met velen en hebben allemaal hun iPhone bij zich. Om later aan hun kleinkinderen te kunnen bewijzen dat ze er waren. Volgend jaar komen ze allemaal terug.


Concentratie


Jan Devriese. Focus. Besta louter in het moment. Adem beheerst in en uit, in en uit, in en uit. Ontspan. Vind je evenwicht. Positioneer. Visualiseer je backswing. Visualiseer je downswing. Visualiseer je doorzwaai. Visualiseer het traject van de bal. En vooral: laat je niet afleiden door details zoals een vulkaanuitbarsting.


Op drift


Lode Delputte. Duizenden migranten uit Centraal-Amerika stappen noordwaarts. Op het beeld, dat dateert van eind oktober, komen alle emoties samen die deze mensen drijven: angst voor nog meer geweld en armoede, hoop op een nieuwe toekomst in de VS, trots – kijk naar de blauw-witte Hondurese vlag – op wie ze zijn. Hoewel zich in de karavaan mensen uit heel Latijns-Amerika bevinden, staat Honduras symbool voor de dubbele epidemie waar het subcontinent aan lijdt: niet alleen tekent de havenstad San Pedro Sula, waar bendes over leven en dood beschikken, de grootste moordcijfers ter wereld op, ook gaapt nergens op de aardbol de kloof tussen rijk en arm zo wijd. Het is extreme wanhoop die deze massa drijft.


Gat in de markt


Michiel Martin. “Huisjesmelkerij”, wordt al snel gefluisterd na een ontploffing in een gebouw aan de Antwerpse Paardenmarkt, die twee mensen het leven kost. Het gapende gat brengt zowel het slechtste als het beste in de Sinjoren naar boven. Terwijl de gewonden al lang in het hospitaal liggen, blijven ramptoeristen tomeloos op en af gaan in de zijstraatjes van de Paardenmarkt voor een glimp van het onheil.

Gelukkig zijn ook de lichtjes van de Schelde te zien, dankzij de vele hartverwarmende oproepen op sociale media: ‘Een slaapplaats, studeerplek, of gewoon een koffie en een babbel nodig?’

Tom Windey. Hardrockfestivals, waren die niet het terrein van stoere motorbendes en met Slayer-patches behangen tienerjongens? Een achterhaald cliché. Op Graspop Metal Meeting in Dessel weten ze met loeiharde gitaren al jarenlang een divers publiek te vinden.


Snakken naar adem


Martijn Lauwens. Haitham Abu Sabla (23) stond zo’n 100 meter van het grenshek toen een Israëlische soldaat een traangasgranaat in zijn hoofd knalde. De granaat verbrijzelde zijn kaak en tanden, het gas verminkte zijn hele lichaam. Het was vrijdag 8 juni, in Gaza waren de Palestijnen toe aan hun elfde Grote Mars van Terugkeer. Ze eisen vrijheid, waardigheid en menselijkheid, maar krijgen enkel geweld. Van de 180 betogende Palestijnen die Israël al doodde, waren er 31 minderjarig; 12.700 anderen werden verwond. Terwijl de inwoners van Gaza naar adem snakken, wordt het gebied pas in 2020 onleefbaar verklaard door de VN.


Tous ensemble


Cathy Galle. Ergens helemaal achteraan links. Daar stonden we die memorabele dag in juli. Met aan de ene kant joelende diehard voetbalfans met Bengaals vuur. En aan de andere ouders met kindjes. Het ­contrast kon niet groter. Het was snikheet, maar je moest al uit cynisch hout gesneden zijn om daar over te zeuren. Zelfs wie ­doorgaans crowdy evenementen probeert te vermijden, kreeg die dag naast een beginnende zonneslag vooral een warm gevoel van binnen. Daar, op die markt, stond iedereen tezamen te ­kijken naar onze helden. Die ons, voor eventjes toch, allemaal Belg lieten voelen.


Integratie


Joël De Ceulaer. 14 oktober 2018. Gemeente­raadsverkiezingen in Antwerpen. Het lijkt wel een foto die is weggelopen uit de ranzige campagne waarmee de N-VA het pact van Marrakech wilde torpederen. Met als bijschrift: ‘VN-migratiepact = focus op behoud eigen cultuur van de migrant’. En met als doelgroep: mensen die misschien vinden dat vrouwen met hoofddoek geen stemrecht verdienen. Gelukkig leven wij nog in een liberale democratie, en kunnen ontmoetingen zoals deze ertoe bijdragen dat de N-VA-voorzitter zich vroeg of laat weet te integreren in het kostbare weefsel van deze diverse samenleving.


Moet u eens goed luisteren


Beau Wauters. Perceptie is alles. Meer dan ooit zijn het niet ronkende slogans, maar beelden die de toon zetten in de internationale politiek. Over de inhoud van de G7-top in Canada afgelopen zomer kan niemand nog een zinnig woord vertellen. Alleen het ‘renaissanceschilderij’ waarop Donald Trump de les gespeld wordt door Angela Merkel kleeft nog op ieders netvliezen. En dat is geen toeval, want de foto, gemaakt door Merkels persoonlijke fotograaf, wist de bondskanselier zorgvuldig uit te spelen op sociale media en in de wereldpers. Wat haar toekomst ook moge zijn, de perceptieoorlog op het internationale toneel heeft ze alvast gewonnen.


Voor het zingen het theater uit


Ewoud Ceulemans. Dat Lam Gods woede zou opwekken, stond in de sterren geschreven. Op de planken van NTGent liet regisseur Milo Rau, in het bijzijn van een kinderkoor, een koppel ‘vrijen’. Een actrice stapte op onder druk van de moslim­gemeenschap, een katholieke organisatie begon een petitie om de subsidies stop te zetten, en reaguurders spuwden met gal op sociale media. Maar wie, zoals ik, ging kijken, nam er geen aanstoot aan. En de kinderen al helemaal niet. Er werd dan ook ‘niet gepenetreerd’, verduidelijkte NTGent snel. Voor seksuele voorlichting moet je niet bij NTGent zijn. Maar voor een beetje controverse kun je er altijd terecht.


Kettingreactie


Isabelle Van Orshaegen. Wandel 40 kilometer en je weet hoe het voelt om vooruit te strompelen in het lichaam van een 150-jarige. Of dat was toch mijn pijnlijke ervaring na een fikse wandeling. Mijn eindbestemming was gelukkig een warm bad en een zacht bed. De eindbestemming van de helse en veel langere tocht van de vele transitmigranten was de afgelopen jaren het Brusselse Maximiliaanpark. Op 21 januari wilde de federale politie daar een einde aan maken. Een grote ‘opruimactie’ in het park moest de vluchtelingen verdrijven naar God weet waar, maar daar staken zo’n 2.000 mensen een stokje voor. Ze vormden een lange ketting uit protest tegen het asiel- en migratiebeleid van Theo Francken. Een mooi gebaar. Nog mooier was dat gastgezinnen de 500 vluchtelingen onderdak ­aanboden. Met een zacht bed en een warm bad.


Déjà vu in Ninove


Douglas De Coninck. Ik weet nog waar ik zat. In een tot hoofdkwartier omgevormde rookruimte, met Forza Ninove-lijsttrekker Guy D’haeseleer op een meter van me. Een kwartiertje eerder was fotograaf Bas Bogaerts me in het oor komen fluisteren: “Je moet eens buiten gaan kijken.”

Dus ik schreef: ‘Volgens de letter is Forza niet Vlaams Belang, maar als je op het terras van café De Beurs een met Wehrmacht-insignes behangen man ziet zitten en enkele dronkaards een soort Hitlergroet ziet brengen, vóélt het op z’n minst heel erg als een Blok-feestje halverwege de jaren ‘90.’


Huilorkest achter tralies


Sara Vandekerckhove. Door merg en been ging het. Het gehuil en gejammer van kleine kinderen in grote metalen kooien die van hun ouders werden gescheiden. Op videobeelden was te zien hoe oudere kinderen zich om de allerjongsten bekommerden. Sommigen amper een jaar oud. Slapen moesten ze doen op een betonnen vloer, met niet veel meer dan een foliedeken om hen warm te houden. En op de achtergrond maakten agenten van de grenspolitie zich vrolijk om het ‘huilorkest’. ‘Zero tolerance’ noemt de Amerikaanse president Donald Trump dat. ‘Zero humanity’ is het.


Geen oog voor de camera


Jef Boes. “Waarom kijkt ze altijd zo serieus op foto’s? Het is zo’n goedlachs meisje”, vroeg de journaliste zich luidop af. Ja, waarom? Ik mocht Nina Derwael twee keer fotograferen: een keer in haar natuurlijke habitat, tijdens haar training, en nadien, een week later, voor portretfoto’s. Twee keer negeerde ze mij volledig, zo gefocust was ze op haar turnen. Het was voor haar ook helemaal geen optie om zich voor haar portretfoto’s te verplaatsen. Ik mocht nog nét haar kamer op het internaat binnen om daar de foto’s te nemen.  En dat lachje: ja, soms toverde ze het tevoorschijn. Maar eerlijk? Ze was helemaal niet bezig met de ­fotograaf die daar beelden van haar kwam schieten twee weken voor het WK. En gelijk had ze. The Gold Lady. Proficiat, Nina.

Dood door politiekogel


Bruno Struys. Op 17 mei overleed de Koerdische ­peuter Mawda Shawri. Het meisje was geraakt door een ­politiekogel tijdens een achtervolging op de snelweg. Haar overlijden plaatste vraagtekens bij het Belgische migratiebeleid en de aanpak van transitmigranten. Enkele dagen voor de begrafenis wees N-VA-voorzitter Bart De Wever op de ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’ bij de dood van hun kind. Of hoe je ook met woorden scherp kan schieten. “De politici stonden er niet eens bij stil dat onze dochter net was doodgeschoten en nog begraven moest worden”, zeiden de ouders in De Morgen. De omstandigheden rond Mawda’s dood blijven onopgehelderd. De regularisatie­procedure voor de ouders loopt nog.


De nieuwe martelaar


Ann De Boeck. Edegem, 22 november. Theo Francken en Tom Van Grieken gaan in debat voor het oog van enkele honderden flaminganten. Op de eerste rij zitten drie jongemannen in een donkerblauwe trui en een witte kraag. Drie identieke exemplaren. Een van hen zuigt alle aandacht naar zich toe. Hij schudt de hele avond handjes en poseert gewillig voor de selfies van fans, niet zelden jonge vrouwen. Op deze foto, genomen in maart, was Dries Van Langenhove nog de coming man van een rechts-conservatieve voorhoede. De Pano-reportage over Schild & Vrienden gaf dat imago bij het brede publiek een deuk. Voor de hardcoreflaminganten is hij meer dan ooit hun posterboy.

Hype voor de sloop


René van Munster. Bikesharing werd pas in 2017 populair in China, maar toen ging het meteen ook erg hard. Omdat zo veel bedrijven snel geld roken, werd de deelfietsenmarkt plots overspoeld door tweewielers. Reglementen en infrastructuur waren daar niet op berekend. Chinezen mikten hun deelfietsen na gebruik lukraak tegen een muur of in de rivier, maar de meeste bikes kwamen nooit in roulatie – er waren er te veel. Een golf van faillissementen volgde. In grote steden vind je nu immense stortplaatsen met miljoenen fietsen. Her en der worden ze – zoals autowrakken bij ons – samengeperst tot mooie pakjes schroot. 


Rara, wie ben ik


Fernand Van Damme. Het mysterie Melania. We weten intussen alles over haar echtgenoot – volgens pornoster Stormy Daniels ziet zijn penis eruit als een ‘champignon’ – maar wat de First Lady denkt, drijft: daar hebben we het raden naar. Al twee jaar lang houdt Melania zich in de luwte, straffe statements maakt ze amper. Eind juni leek ze op een onaangekondigd uitje naar Mexico een uitzondering te maken… met haar parka. ‘I really don’t care, do u?’, prijkte op de kakigroene Zara-jas ter waarde van 34 euro. Nihilisme ten top, moord en brand op sociale media. Maar wie o wie is Melania? Toch vooral een enigma.


Time-out


Lynn Laureys. Een basketbalveld in Zuid-Mexico, eind oktober. Een wirwar van dekentjes, plastic zeilen en kartonnen matrassen. Rugzakken worden kussens, strooien hoedjes filteren het daglicht, kledij ligt te drogen. Groepjes her en der die even niet onderweg zijn. Dit is maar een fractie van een massale migrantenmars richting VS – een tussenstop die weinig comfortabel kan zijn. Je zoomt in op een karavaan van 6.000 mensen. Ergens in beeld slaapt een kind met een bal, klemt een jong koppeltje zich aan elkaar vast. Onder de linkerbasketring voedt een moeder haar baby. Eén beeld, 1.000 dromen.


Als het aan de kinderen lag .…


Tine Peeters. Ik kijk naar mijn kinderen die naar een kind kijken op het tv-scherm. Het jongetje is nog geen vijf, woont in Jemen en ligt door extreme ondervoeding in het ziekenhuis. De nieuwslezer van Karrewiet vertelt dat de jongen door de oorlog bijna geen eten meer heeft. Een soort pindakaas uit een rood zakje kan hem erbovenop helpen. Naar schatting 85.000 kinderen zijn er sinds 2015 gestorven in het verscheurde land. “Mama”, zegt mijn oudste. “Ik wil met een helikopter naar Jemen zodat we de oorlog daar kunnen stoppen.” De jongste knikt heftig. “We nemen alle koeken uit de kasten mee. En ook de pot pindakaas.”


Grote geesten denken hetzelfde


Benjamin Van Synghel. November, het Witte Huis. “Indrukwekkend”, vonden ze elkaar na de ontmoeting. De ene noemt zichzelf de nieuwe Jezus, de andere wil zijn hoofd nu al laten bijkappen in Mount Rushmore. Hoe zou het voelen, elke dag wakker worden met de absolute zekerheid dat je fantastisch bent? Moeilijk te geloven dat Kanye en Donald zichzelf ooit in twijfel trekken. Ook niet na een tigste Twitter-storm of als heel het internet je uitlacht. De grootspraak van wijlen Muhammad Ali, maar dan zonder zelfrelativering. Ongebreideld zelfvertrouwen. Misschien zit daar wel een goed voornemen in voor 2019. Misschien ook niet.


SiteLock