Apache - Want zwijgen is geen optie ...



‘Naastenliefde’ vult gaten in het welzijnswerk op

Steven Vanden Bussche - Apache


Duizenden onbetaalde welzijnswerkers springen noodgedwongen bij waar de overheid tekortschiet.

Vijftig onderzoekers en praktijkwerkers gunnen ons in het boek ‘Sociaal schaduwwerk’

een unieke inkijk in het schaduwspel van de welzijnssector.


Zitten we op een kantelmoment in de tijd, waarbij nieuwe experimenten en sociaalwerkpraktijken worden opgezet door informele spelers in de schaduw van het sociaal werk? En zien we een herhaling van de vernieuwingsbeweging in de jaren 1970 en ’80, toen in het sociaal werk allerlei nieuwe initiatieven aan de oppervlakte kwamen, zoals wijkgezondheidscentra, de integratiepioniers en de hulpverleningsinitiatieven die later uitmondden in de hedendaagse Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW)?


Het zijn die vragen die nazinderen na het lezen van het boek ‘Sociaal schaduwwerk’,

over informele spelers in het welzijnslandschap (Politeia).


De versnipperde kennis over die ‘onzichtbare’ sector werd samengebracht in het boek ‘Sociaal schaduwwerk – Over informele spelers in het welzijnslandschap’ (Politeia). Meer dan vijftig auteurs, actief in verschillende organisaties, verzamelden hun ervaringen in een boek. “Er is heel veel wetenschappelijke kennis die niet op het terrein geraakt , maar er is tegelijk ook vrij veel ervaring op het terrein. Als je mensen zichtbaar wil maken, dan laat je hen aan het woord.” Het resultaat is een geslaagde mengvorm tussen academische beschouwingen en veelzeggende anekdotes.


“Wanneer jij en ik in een bepaald Brussels restaurant binnenkomen, dan is dat gewoon een restaurant”, steekt onderzoekster Mieke Schrooten (Odisee hogeschool & Universiteit Antwerpen) van wal. “Maar tegelijk hebben nieuwkomers uit Guinee bijna allemaal het adres van dat restaurant op zak. Dat komt omdat ze weten dat daar op de bovenverdieping mensen opgevangen worden voor een paar dagen. Zo zijn er in Brussel veel van die adresjes, boven kapperszaken of winkels met specifieke producten bijvoorbeeld.”


Het Brusselse voorbeeld maakt deel uit van een grotere informele ‘aankomstinfrastructuur’ die heel belangrijk is voor nieuwkomers. Maar die organisaties behoren niet tot het erkende gesubsidieerde welzijnswerk. Ze maken deel uit van een omvangrijke groep informele spelers die welzijnstaken opnemen omdat de overheid tekort schiet. En vaak onzichtbare bouwstenen leggen om rechten op te bouwen voor nieuwkomers in de stad.


“Hulp bieden aan een ander met wie je niet rechtstreeks verbonden bent (zoals wel het geval is bij mantelzorg) is uiteraard niet nieuw”, gaat Mieke Schrooten verder. “Verschillende wereldgodsdiensten hebben dat net geformuleerd als een taak voor een gelovige, naastenliefde of caritas, en in de Islam is het ook één van de vijf zuilen.”


Veel van die informele spelers richten zich dan wel op nieuwkomers in de samenleving, toch werken ze niet exclusief voor die doelgroep. “Er zijn bijvoorbeeld veel sportclubs die door de overheid als sportclub worden aanzien, maar die tegelijk heel vaak aan sociale begeleiding doen. Denk maar aan de ‘Brussels Boxing Academy’ of de ‘City Pirates’ in Antwerpen. Die organisaties krijgen enkel subsidies voor hun sportieve rol, maar worden niet gefinancierd voor de sociale functie. Terwijl zij die rol minstens zo belangrijk vinden als de sportieve.” Een ander voorbeeld is ‘Mangoboom in Bloei’ in Anderlecht, dat taallessen en naschoolse huiswerkbegeleiding organiseert als basisdienstverlening én hefboom voor interculturele ontmoeting aan burgers van tientallen nationaliteiten.

 

Maar juist omdat die organisaties niet gesubsidieerd worden als welzijnswerk, maken ze geen deel uit van de formele welzijnssector.


Vermaatschappelijking


Dat zogenaamd informele sociaal werk, door burgers voor andere burgers, is eigenlijk een vorm van ‘vermaatschappelijking’ van de zorg. Dat is een visie op welzijn waarbij de zorg voor kwetsbare burgers niet alleen door professionals gebeurt, maar de hele samenleving zorg draagt voor het welzijn van mensen. Het is het speerpunt van het Vlaams welzijnsbeleid van minister Jo Vandeurzen (CD&V). Maar tegelijk mag het geen excuus zijn voor een zich terugtrekkende overheid, waarschuwen sociale wetenschappers in hun nieuwe boek ‘Sociaal schaduwwerk’.


Het hele verhaal van vermaatschappelijking van de zorg

hangt samen met dat van een zich terugtrekkende overheid.


“Je ziet dat heel wat initiatieven ontstaan op plaatsen waar de overheid zich terugtrekt, zoals bij de situatie in het Maximiliaanpark, of waar het reguliere sociaal werk niet de doelgroep bereikt die noden heeft. Of omdat een doelgroep zijn weg niet vindt naar een formele organisatie of omdat die formele organisatie niet aan hun noden beantwoordt.”


Veel van die spelers belichamen dan wel de vermaatschappelijking van de zorg, ze worden te weinig in die rol erkend, terwijl ze zich vaak wel gedwongen voelen om die zorgende en sociale rol op te nemen. “Die deïnstitutionalisering heeft positieve kanten, maar de informele spelers mogen geen excuus zijn om op een goedkopere manier een beter aanbod te voorzien. Als je vindt dat mensen minder in instellingen moeten verblijven, dan moeten ze in hun netwerk terecht kunnen. Maar voor veel mensen in Brussel zijn die netwerken niet sterk. Velen kennen hun buren niet of hebben geen familiale netwerken. Dat moet je in het achterhoofd houden.” Informeel sociaal werk bevindt zich juist op het snijvlak tussen wat de gemeenschap voorziet en de zorg voor iemand die je kent.


Informele spelers mogen geen excuus zijn om

op een goedkopere manier een beter aanbod te voorzien.


Verhard migratiediscours


Maar ook het verharde discours tegenover migratie speelt een rol in de groei van informele spelers. “Er is de laatste jaren meer een assimilatiediscours gevoerd en migratie wordt niet bepaald in een positief daglicht gesteld, niet in het minst door de ministers die daarmee bezig zijn. In veel religieuze gemeenschappen wordt dat beeld overigens net omgedraaid: een migrant is hier met een missie. Migratie wordt dus als iets positiefs gezien.”


Dat zorgt er meteen voor dat veel van die organisaties net niet op zichzelf terugplooien. “Er zijn veel initiatieven die inzetten op ontmoeting om dat negatieve verhaal te doorbreken.”


Ook het verharde discours tegenover migratie

speelt een rol in de groei van informele spelers.


Maar het harde discours en het gewijzigde beleid zorgen er ook voor dat zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden nog moeilijker aan middelen geraken, wat hun zichtbaarheid en erkenning beperkt. Tegelijk, zo ervaren wetenschappers en praktijkwerkers, ontstaan en groeien die etnisch-culturele organisatie naarmate het inburgerings- en integratiebeleid verengd wordt tot taalverwerving en lessen maatschappelijke oriëntatie.


Uiteenlopende thema’s


De informele spelers werken rond uiteenlopende thema’s en beperken zich niet tot het welzijnswerk. Verschillende informele spelers richten zich op sociaal-sportieve initiatieven, burgerinitiatieven rond de meest uiteenlopende thema’s zoals mobiliteit of luchtvervuiling, zijn etnisch-culturele zelforganisaties of religieuze verenigingen.


In het boek passeren tientallen van die organisaties de revue. “Ik was verrast door de diversiteit aan thema’s, en dat is ook de rode draad in heel het verhaal”, zegt Mieke Schrooten.  “Sommige organisaties bestaan uit één of twee mensen, andere zijn dan weer heel groot. Sommige organisaties werken heel lokaal en andere net transnationaal.”


Zo circuleren er bijvoorbeeld dagelijks berichtjes op WhatsApp of Viber met een oproep tot financiële steun voor geloofsgenoten die ergens ter wereld geopereerd moeten worden of worden er liefdadigheidsavonden met modedéfiles of muziekoptredens georganiseerd om geld in te zamelen naar aanleiding van een humanitaire ramp of oorlogssituatie.


Maar al die organisaties, klein en groot, worden voor hun werk niet gesubsidieerd als welzijnswerk en maken dus geen deel uit van de formele sector. Ze worden vaak ook niet naar waarde geschat door de formele sector, en dat is ook grotendeels het gevolg van hun onzichtbaar werk.


“Ik was verrast hoeveel vragen er nog waren over het thema”, zegt Mieke Schrooten over de manier waarop het formeel sociaal werk naar die informele spelers kijkt. “Er zijn een aantal organisaties die al jarenlang met informele spelers samenwerken, maar ik was vooral verrast over het zoekende vanuit die formele organisaties. Zien die het belang wel?


Tegelijkertijd beperken ze ook het belang. Ze zien in die informele spelers vooral een rol als gids omdat zij een aantal groepen niet bereiken, maar de informele spelers wel. Dat is vaak ook hun eerste reflex, terwijl veel informele spelers vinden dat ze meer dan toeleiders zijn. Die evenwaardigheid is een uitdaging, want beide hebben een andere achtergrond en financiën.


Evenwaardigheid tussen formele en informele spelers is een uitdaging,

want beide hebben een andere achtergrond en financiën.


Onbekend maakt onbemind


Formele welzijnsorganisatie zijn dus vaak niet vertrouwd met de informele spelers. Maar er bestaan vooroordelen vanuit de twee kanten. “Vanuit de formele sector worden vooral vragen gesteld over het professioneel en ethisch handelen. Werken ze volgens de normen die wij willen hanteren? Omgekeerd is er soms ook de kritiek dat het betaalde sociale werkers aan engagement ontbreekt. Ze wijzen erop dat formele organisaties een afgebakende opdracht hebben en wat daarbuiten valt niet opgepikt wordt.


Bovendien, en dat geldt specifiek voor zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden, wordt soms gevreesd voor het bestaan van parallelle samenlevingen. Toch blijken die zelforganisaties juist bruggen te bouwen tussen minderheids- en meerderheidsgroepen. Dat komt omdat ze vooral werken aan het verbeteren van de leefsituatie van hun leden in de Belgische samenleving.


Maar daar worden de informele spelers te weinig in (h)erkend, zo blijkt uit de ervaringen van praktijkwerkers. In tegenstelling tot het formeel sociaal werk, door de overheid erkende en gesubsidieerde organisaties, zijn de informele spelers in het welzijnslandschap ook niet in kaart gebracht. Formele organisaties vragen ook vaak om een informele sociale kaart. “Maar dat is niet evident omwille van de grote turnover. Informele organisaties bestaan soms heel kort, spelen direct in op een nood en hebben een beperkt aanbod.”


Duizenden


Toch zijn er al verschillende pogingen ondernomen om zicht te krijgen op dat schaduwwwerk. Sociologe Rebecca Thys, mede-auteur van het boek ‘Sociaal schaduwwerk’, telde bijvoorbeeld in haar doctoraatsonderzoek, in Brussel alleen al 650 organisaties van Congolese origine, 650 met een Marokkaanse en 200 met een Turkse achtergrond.


Sommige organisaties bestaan uit één of twee mensen, andere zijn heel groot. Sommige zijn heel amateuristisch, anderen juist professioneel. Het Minderhedenforum schat dat er in Vlaanderen tussen de 2.000 en 3.000 lokale verenigingen van - alleen al - mensen met een migratie-achtergrond actief zijn. Ook daar is de variatie bijzonder groot.


“Deze organisaties in kaart brengen voelt als een ‘mission impossible’, maar het belangrijkste is dat we telkens opnieuw verhalen horen over hoe essentieel en belangrijk die organisaties zijn”, zegt onderzoekster Mieke Schrooten. “Als je kijkt naar een Facebookgroep van Brazilianen in Brussel bijvoorbeeld, dan was dat bij iedereen van die groep dé belangrijkste plek om informatie te krijgen. Het gaat dan om antwoorden op vragen zoals ‘kan ik huwen met een Belg om een verblijfsstatuut te krijgen?’ of ‘kan ik bij iemand logeren want ik kom hier net aan?’. Tegelijk circuleerde daar ook veel foute informatie.”


Ander subsidiesysteem


Het gebrek aan financiële middelen zorgt ervoor dat veel informele spelers niet kunnen doorgroeien tot professionele organisaties. De structurele ondersteuning van dergelijke organisaties zou dus beter kunnen, maar dat vergt een andere kijk op de subsidiesystemen.


“We doen een oproep om een soort horizontaal subsidiekader uit te werken, want nu is dat kader heel verkokerd. Organisaties moeten voortdurend aan projecten schrijven om te overleven en moeten financiering uit verschillende hoeken halen. Mijn oproep is: werk meer samen vanuit de departementen en voorzie ook het geïntegreerde van dat verhaal. Dat zal een uitdaging worden voor het nieuwe beleid. Maar tegelijk is het een stedelijke realiteit en de realiteit van vandaag.


De structurele ondersteuning van dergelijke organisaties kan beter,

maar dat vergt een andere kijk op de subsidiesystemen.


Maar er zijn nog andere knelpunten, zoals de manier waarop de overheid haar subsidiekanalen bekendmaakt en organiseert. “Ook de taal die wordt gehanteerd in zo’n oproep is heel specifiek jargon. In de praktijk hebben deze informele organisaties niet veel kans om veel van die middelen binnen te halen. Ook de projectmatigheid van veel gesubsidieerde projecten zorgt voor een structurele onzekerheid.”


De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) heeft er al in haar beleidsplan over geschreven. Alleszins is er in Brussel een openheid en zijn er al experimentele projecten geweest, waarvan de financiering ondertussen is stopgezet. Maar ondertussen kan de regelgever er niet meer omheen: het thema is op de agenda gezet.


Toch staan informele spelers niet altijd te hengelen naar overheidsmiddelen, want dan dreigen ze een deel van hun eigenheid te verliezen. “Ze moeten opleveren voor bepaalde doelen, aan allerlei eisen voldoen en op die manier worden ze in een keurslijf geduwd.”


Bij de professionalisering van het welzijnswerk loeren trouwens ook de gevaren van ‘managerialisme’ en ‘vermarkting’. Het eerste leidt tot vervreemding tussen hulpverleners en cliënten. De (dreigende) vermarkting staat vaak haaks op de complexe behoeften, waarschuwen de auteurs.



Beste Anuna, politici zijn grote pubers


Karl van den Broeck - Apache


Karl van den Broeck schrijft een open brief aan Anuna De Wever


Beste Anuna,


De zoveelste klimaatmars is weer achter de rug. Dit keer in Antwerpen. Ondanks het voortdurende succes van jullie stakingen voor het klimaat, bespeur ik de laatste tijd toch enige wrevel in je woorden.


Maandag legde je in De Afspraak geduldig uit dat er voorlopig geen einde komt aan de klimaatmarsen omdat ‘de politiek’ blijft talmen met het nemen van de juiste maatregelen. Vandaag zei je dat je ‘gefrustreerd’ bent dat niemand een plan heeft.


Ik schrijf je deze brief, omdat ik denk dat je je te veel zorgen maakt. De Wetstraat weet al lang wat er moet gebeuren, maar de partijen willen dat nog even geheim houden.


Het klimaatprobleem is erg eenvoudig. Het staat onomstotelijk vast dat de mens te veel CO2 uitstoot. Dat weten we eigenlijk al heel lang, maar diegenen die baat hebben bij het economische systeem dat daar verantwoordelijk voor is en dat gebaseerd is op fossiele brandstoffen, hebben er alles aan gedaan om verwarring te stichten. Vergelijk het met de tabaksindustrie die ons veel te lang heeft wijsgemaakt dat roken geen kwaad kon (mijn moeder kreeg in de jaren vijftig een muntsigaret van haar lerares omdat ze een verkoudheid had en omdat dat haar longen zou openen).


Klimaatontkenners van allerlei pluimage vind je uiteraard in de war rooms van de petroleumfirma’s of de autoconstructeurs, maar ook bij antieke intellectuelen die zich niet kunnen voorstellen dat de mens in zijn eentje het klimaat kan beïnvloeden. Ze vergeten vaak dat er toen zij nog een korte broek droegen amper 2,5 miljard mensen op deze planeet rondliepen terwijl dat er in 2050 9,8 miljard zullen zijn.


Enkele jaren geleden waren de klimaatsceptici nog dapper en luidruchtig. In conservatieve kringen, maar ook bij een aantal postmoderne journalisten (‘consensus’ in de wetenschap is verdacht!) was het bon ton om twijfel te zaaien. En je vindt natuurlijk altijd een ijzerenheinige Einzelgänger die beweert dat de aarde niet opwarmt. Je vindt er zelfs die zonder blozen beweren dat al die alarmerende studies gemanipuleerd zijn. Dat er een Groot Complot is. En dat jij daar ook deel van uitmaakt. (En wij bij Apache ook, trouwens. Wij publiceren immers een klimaatdossier. Stel je voor!)


Nieuwe kerncentrales komen er niet.

Omdat ze onwenselijk en te duur zijn.


Echte klimaatontkenners hoor je niet meer zo vaak, tenzij aan de toog van Café Twitter. Ze gooien het voortaan over een andere boeg. Nadat ze eerst de opwarming ontkenden, verkondigen ze nu dat die toch niet meer tegen te houden zal zijn. De mensheid zou zich beter voorbereiden op een stijgende zeespiegel in plaats van met man en macht te proberen de uitstoot van CO2 te verminderen.


Ondertussen leren we uit de recentste rapporten van het IPCC, het VN-panel van wetenschappers dat de klimaatopwarming bestudeert, dat we beide zullen moeten doen. We zullen én dijken moeten verhogen (of grote groepen mensen moeten herhuisvesten) én nieuwe manieren vinden om ons te verwarmen, te verplaatsen en onze economie draaiend te houden met minder of helemaal geen fossiele brandstoffen.


Beste Anuna,


De klimaatmarsen die jullie nu al wekenlang koppig en vastberaden organiseren hebben de zaak op scherp gesteld. Er is genoeg tijd verloren gegaan en er moeten dringend maatregelen genomen worden om de opwarming van de aarde te stoppen. Jij verbaast je erover dat dat nog steeds niet gebeurd is terwijl zowat alle politici de mening van de wetenschap delen dat Het Probleem ook Echt is. Je bent ontvangen door de Hoge Heren en Dames, van Joke Schauvliege tot de akelige Jean-Claude Juncker en de gladde aal Emmanuel Macron.


Allemaal kussen ze je hand, strelen ze je over je hoofd of kloppen ze je op je schouders: “We hebben het begrepen, meisje. Ga maar weer naar school!” En ondertussen doen ze rustig verder. Ze geven belastingvoordelen aan een fabriek die plastic wil maken in de Antwerpse haven en die bijna twee miljoen ton CO2 zal uitstoten. Ze verhogen de prijs van de treintickets en laten toe dat Nederlandse industriële landbouwers megastallen bouwen in onze grensstreek.


En toch is er hoop, Anuna. Ze schuilt in een goed bewaard geheim.

De politieke partijen die nu ruzie maken, de ‘ecofanatici’ tegen de ‘ecorealisten’, getemperd door de ‘ecoparticipationisten’ en uitgedaagd door de ‘ecosocialisten’, zijn het eigenlijk allemaal eens over de belangrijkste maatregelen.


Nieuwe kerncentrales komen er niet. Omdat ze onwenselijk en te duur zijn. En omdat we bijgod niet weten wat we met al dat afval moeten aanvangen. Maar wellicht zullen de twee jongste kerncentrales toch langer openblijven. Dat is nodig omdat er de voorbije jaren veel te weinig is gedaan om de gevolgen van de kernuitstap (die al in 2003 beslist werd!) op te vangen. En een blackout wil niemand op zijn geweten.

Niet alleen partijen als de N-VA zijn het daarover eens, maar ook de Bond Beter Leefmilieu, de koepel van alle milieuorganisaties in ons land. Niet dat de BBL nu plots voor kernenergie is, maar er is op dit moment weinig keuze


De politieke partijen die nu ruzie maken

zijn het eigenlijk allemaal eens over de belangrijkste maatregelen.


Twee centrales langer openhouden is niet eens een probleem, als ze uiteindelijk maar dichtgaan. Het staat verdere investeringen in groene energie niet in de weg, zegt de BBL. Dat het een goedkope oplossing is, zoals N-VA beweert, klopt niet. De eigenaar van die kerncentrales (Engie / Electrabel) wil wel boter bij de vis. Er moeten heel wat aanpassingswerken gebeuren om de levensduur van de centrales te verlengen. Maar goed, gascentrales bijbouwen die je nadien moet afbreken is ook niet echt een elegante oplossing.


Maar kernenergie of niet, dat is niet de belangrijkste kwestie. Zelfs als je alle centrales zou openhouden, is er nog enorm veel ‘schone’ energie nodig om de industrie, het wagenpark en onze woningen te ‘vergroenen’. Dan kom je er niet met nog eens tien centrales extra.


Maar ook daarvoor hebben de partijen eigenlijk al lang hun antwoord klaar. Er zal stevig gehakt worden in het systeem van salariswagens, er komt meer geld voor bus, tram en trein en ook het rekeningrijden zal waarschijnlijk door de volgende regering worden ingevoerd, al was het maar om de Oosterweelverbinding te financieren.


Waarom zeggen die politici dan niet

dat ze over al die zaken min of meer hetzelfde denken?

Omdat het allemaal pubers zijn


Waarom zeggen die partijen dan niet dat ze over al die zaken min of meer hetzelfde denken? Omdat het politieke partijen zijn. En omdat het eigenlijk allemaal pubers zijn. Ze willen vooral opscheppen, ‘de grootste hebben’ en zichzelf in het zonnetje zetten ten koste van anderen.


Hun belangrijkste doel is macht verwerven om hun ideeën te kunnen uitvoeren. En dat doen ze door zo veel mogelijk stemmen te halen bij verkiezingen. En verkiezingen win je alleen als jouw partij de beste campagne voert. Als de groene partijen de wind in de zeilen hebben omdat jullie zo dapper blijven staken en betogen, dan moeten andere partijen iets verzinnen om ook de aandacht te trekken.


De N-VA, die meesterlijk is in politieke communicatie, besefte al snel dat het geen zin heeft om te vissen in de groene vijver. De partij richt zich op de 30% van de mensen die denken dat het wel niet zo erg zal zijn, die vrezen dat ze te veel belastingen zullen moeten betalen, die vinden dat de Chinezen maar minder CO2 moeten uitstoten of die er niks mee te maken willen hebben. Als die allemaal op N-VA stemmen, dan kan de partij het verlies op de milieuflank wat temperen.


Je weet misschien, Anuna, dat de N-VA ontstaan is uit de Volksunie, de partij die in 1974 als eerste een milieucongres hield, lang voor Groen (of Agalev) zelfs maar bestond.


Maar ik durf wedden dat zelfs de N-VA , wanneer ze in de volgende regering zou zitten maatregelen zou treffen die in de lijn liggen van wat ik hierboven schreef. Dat deed de partij eerder ook in Antwerpen, waar burgemeester De Wever een akkoord sloot met de burgers die meer dan een decennium lang storm liepen tegen de Oosterweelverbinding.

Anderzijds zal Groen zich waarschijnlijk niet verzetten tegen de verlenging van de levensduur van de twee jongste kerncentrales. Het komt er alleen op aan om in ruil voor die ‘toegevingen’ iets anders uit de brand te slepen. En het komt er ook op aan – voor alle partijen behalve het Vlaams Belang en de PVDA – om niet té radicaal te zijn, anders dreigen ze geen huwelijkspartners te vinden bij de vorming van de nieuwe regering.


Je hoeft dus niet radeloos te worden. Hou gewoon de druk op de ketel en blijf met je leeftijdsgenoten (en hun ouders en grootouders) door de straten trekken. Politici zijn alleen maar geneigd om te ‘bewegen’ als er ook beweging is op straat, als er rumoer is. En de manier waarop jullie – waardig, uitgelaten, poëtisch en met humor – elke week betogen is een verademing als je dat vergelijkt met betogingen van jullie leeftijdsgenoten die meer affiniteit voelen met griezelige groupuscules als Schild & Vrienden of met dat deel van de gele hesjes dat geweld niet schuwt.


Wij kennen elkaar niet, Anuna. Wij zitten ook niet in hetzelfde complot ook al is mijn vrouw schepen voor Groen in Turnhout (waar er trouwens ook al twee klimaatbetogingen waren) en ook al zag ik je enkele weken geleden zitten in Café Victor van BOZAR waar ik ook werk. Maak je dus maar op voor een georchestreerde trollen-campagne op Twitter. Doorgestoken kaart! Opgezet spel! Ik heb gezien dat je  af en toe ook berichtjes achterlaat op Twitter. Ik weet niet of dat zo’n goed idee is. Twitter is vooral de speeltuin van ijdeltuiten en gefrustreerde narcisten. En van complete randdebielen. En jij bent precies het tegendeel van die drie mensensoorten.


Kortom, moedig voorwaarts!


Karl van den Broeck

Hoofdredacteur Apache


Top



Ook Vlaams Parlementslid Karim Van Overmeire (N-VA) regelde visa voor Assyrische christenen

via het kabinet van voormalig staatssecretaris Theo Francken.


Tom Cochez - Apache


Het kabinet van voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) leverde de voorbije jaren zowat op bestelling humanitaire visa af. Via partijgenoten werden op het kabinet lijstjes met namen ingediend. Dat gebeurde niet enkel via de in opspraak gekomen Melikan Kucam, maar onder meer ook via Vlaams Parlementslid en Aalsters schepen Karim Van Overmeire. Volgens het kabinet van minister Maggie De Block zouden er in 2018 alleen al in totaal ongeveer 600 humanitaire visa rechtstreeks via het kabinet van haar voorganger geregeld zijn. Het politiek cliëntelisme loonde: N-VA wordt op handen gedragen door een groot deel van de christelijke Syrische gemeenschap.


Konstantin Al Chammas

De voorbije jaren konden minstens 1.181 christelijke Syriërs naar België komen dankzij een humanitair visum. Naast onder meer de christelijke organisatie Sant’ Egidio werkte het kabinet daarvoor samen met ‘vertrouwenspersonen’. Die vertrouwenspersonen – alvast diegenen die nu bekend zijn – blijken partijgenoten te zijn die met de humanitaire visa aan een vorm van (lokaal) dienstbetoon doen.


Het gerecht onderzoekt momenteel of een van die vertrouwenspersonen – het Mechels gemeenteraadslid Melikan Kucam (N-VA) – daarbij grof geld verdiende. Een reportage van Pano eerder deze week bracht immers een hele reeks getuigenissen van mensen die aangaven dat ze via tussenpersonen, vaak meerdere duizenden euro’s betaalden aan Kucam.


Maar in minstens één dossier van Syrische christelijke families die konden overkomen naar Aalst, dankzij een door het kabinet Francken verstrekt humanitair visum, speelde ook Karim Van Overmeire een hoofdrol.


In De Morgen liet Aalsters N-VA-lid en spreekbuis voor de Aalsterse christelijke Syrische gemeenschap Konstantin Al Chammas weten dat via hem in alle discretie een twintigtal Syrische christenen naar Aalst kon komen. De man stelde naar eigen zeggen de lijsten op die hij vervolgens via een tussenpersoon aan het kabinet van ex-staatssecretaris Theo Francken bezorgde.


Karim Van Overmeire

Wie die tussenpersoon was, wilde de man aan De Morgen niet kwijt: “Ik heb hem discretie beloofd. Hij wilde geen media-aandacht, dat zou alleen maar afgunst en kritiek veroorzaken.”


Een oude post van Al Chammas op Facebook maakt echter duidelijk dat de persoon in kwestie Karim Van Overmeire is. De van het Vlaams Belang overgekomen N-VA’er speelde kennelijk een sleutelrol bij het laten overkomen van de christelijke Syriërs. Op zijn Facebookpagina postte Al Chammas een soort speech naar aanleiding van een etentje met de betrokken families.


“Allereerst wil ik Karim heel erg bedanken om hier vandaag aanwezig te zijn. Hij heeft de meest geweldige gebaren voor onze gemeenschap gedaan, want hier staan ze dan onze families, onze grootste droom die uitkomt. Dat hebben we natuurlijk aan Karim te danken. Hij is de persoon die moeite deed om deze mensen naar hier te laten komen. Hij is de persoon die ons hielp.”

 

Verderop in het bericht bedankt Al Chammas ook uitdrukkelijk drie personen: Theo Francken zelf, de persoon die op het kabinet van Francken verantwoordelijk was voor de humanitaire visa, Lies Verlinden én Melikan Kucam die intussen wordt verdacht van onder meer mensensmokkel, omkoping en afpersing.


Op de foto’s die bij de ‘speech’ worden gepost, zien we ook hoe er in grote letters boven de tafels hangt ‘Dank u wel Theo, Karim, Melikan’.

De foto’s maken ook duidelijk dat zowel Melikan Kucam als Lies Verlinden zelf aanwezig waren bij die gelegenheid. Verder is te zien hoe Kucam en de kabinetsmedewerkster in kwestie enkele cadeautjes overhandigd krijgen.


Dank u Theo, dank u Karim

Toen Theo Francken twee maanden later, samen met een aantal andere prominente N-VA’er Aalst aandeed in het kader van de kiescampagne, kon hij dan ook rekenen op een zeer warme ontvangst. Francken zelf liet bij die gelegenheid weten dat er meer christelijke Syrische sympathisanten aanwezig waren dan linkse tegenbetogers. De Syrische supporters van Francken droegen bordjes met daarop ‘Dank u Theo’ en ‘Dank u Karim’.


De zeer warme relaties tussen Melikan Kucam, Lies Verlinden, Konstantin Al Chammas en Karim Van Overmeire bewijzen allerminst dat de betrokkenen zich zouden hebben verrijkt door geld te vragen, al dan niet via tussenpersonen.


Het toont wel hoe het systeem van humanitaire visa door voormalig staatssecretaris Theo Francken blijkbaar structureel werd gebruikt als een vorm van politiek dienstbetoon. Wie over de juiste politieke connectie beschikte, kon een humanitair visum krijgen.


Nog tussenpersonen

Volgens minister De Block zouden er, naast in Aalst en Mechelen ook elders tussenpersonen lijstjes met aanvragen voor humanitaire visa hebben opgesteld voor het kabinet Francken.


Franckens opvolgster Maggie De Block en de Dienst Vreemdelingenzaken bevestigden donderdag in de Kamer nog dat de lijstjes die werden ingediend via Melikan Kucam minder streng werden beoordeeld dan andere aanvragen. Volgens De Block zouden er, naast in Aalst en Mechelen – waar Kucam opereerde – ook elders tussenpersonen lijstjes met aanvragen voor humanitaire visa hebben opgesteld voor het kabinet Francken.


In totaal zouden daarbij in 2018 alleen al ongeveer 600 humanitaire visa rechtstreeks via het kabinet van haar voorganger geregeld zijn, 200 daarvan via Kucam. De Dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt momenteel alle individuele dossiers.


Karim Van Overmeire was niet bereikbaar voor commentaar. Vorige maand liet hij nog weten geen kandidaat meer te zijn bij de komende regionale, Europese en federale verkiezingen.


Theo Francken herhaalde gisteren nogmaals dat hij niets aan zijn gecontesteerde aanpak zou wijzigen, mocht hij opnieuw moeten beginnen.


De ex-staatssecretaris reageerde ook op de mededeling van de advocaat van Kucam. Die ontkent dat zijn cliënt geld heeft gevraagd voor de humanitaire visa, maar hij zei ook dat Melikan Kucam al in juli aan Francken zou hebben laten weten dat er verhalen de ronde deden over Assyrische christenen die extra geld zouden moeten betalen voor humanitaire visa. Iets wat Francken op zijn beurt ontkent.


Tom Cochez - Apache



Top



Men zegt wel eens: “Wat niet al lachend kan gezegd worden, is de waarheid niet”. In deze Trump-tijden proberen sommigen het om te keren: al lachend een ‘alternatieve waarheid’ construeren.


Klik op de foto voor de reportage.



Burgers die vluchtelingen hielpen, worden strafrechtelijk vervolgd. Ondertussen overwinteren duizenden kinderen al jaren in de Franse en Belgische bossen. Vrijwillig hulpverlener Ann Lamon tekende de situatie op in haar boek Jungle: berichten uit transitland.


Klik op de foto voor de reportage.



De beslissing van een Brusselse kortgedingrechter om de overheid te verplichten “alle noodzakelijke en mogelijke maatregelen” te nemen om zes kinderen van IS-strijders én hun moeders naar ons land terug te halen, werd door sommigen op onbegrip en woede onthaald.


Voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) ging echter nog een stap verder door meteen een parallel met het Marrakechpact te trekken.


Klik op de foto voor de reportage.



In het najaar van 2018 speelde mijn broer een job kwijt die hij nooit heeft gehad, bijna vijf jaar niet. Een belangrijker gebeurtenis op de arbeidsmarkt kan ik me eigenlijk niet voor de geest halen. Je kan natuurlijk wat emmeren over de arbeidsdeal of ander gemorrel in de marge maar uiteindelijk blijft het systeem onveranderd.


Klik op de foto voor de reportage.



Wie denkt dat de organisatie Schild & Vrienden een neofascistisch clubje is dat op zichzelf staat, vergist zich. Onderzoek van Apache legt het netwerk bloot rond Dries Van Langenhove.


Klik op de foto voor de reportage.



SiteLock