Love



Mijn kinderen.


Ik word wakker midden in de nacht, het huis is stil. Het licht van een straatlantaarn, hoog tussen de boomkruinen, tekent dansende schaduwen op de witte muren van de kamer.


Ik lig stil, even verbaasd over het middernachtelijke uur, over de blauwe duisternis, en plots, zonder waarschuwing voel ik mij eenzaam. Als een eiland, verloren in een onmetelijke oceaan, lig ik, verankerd in mezelf, overgeleverd aan de genade van tijd en eeuwigheid. Naast mij slaapt en ademt een mens, een ander eiland, onbereikbaar in haar dromen.


Ik glip van tussen de lakens en leun door het venster, zuig diep de zoete nachtlucht in. Nog sta ik midden de heerlijkheid van het leven, maar elke polsslag voert mij naar het onontkombare. 

God heeft mij een termijn gesteld waarin ik op aarde mezelf mag zijn, en geen kracht, geen list, geen geweld, geen gebed kan aan deze tijd een seconde toevoegen.


Hoe kostbaar en hoe lief is mij het leven.  Ik moet het zien uit te buiten, te gebruiken, want ik heb alles te winnen en niets te verliezen.  Ik weet, mijn gedachten zijn zo oud als de wereld, maar ze zijn nieuw voor mij, omdat ze de mijne zijn.


Hoog aan de hemel schuift de maan langzaam voor een ster die vlak naast haar mantel schittert.  Als ik eenmaal tot stof ben weergekeert, als er bloemen bloeien op mijn graf, zal het machtig gewentel daarboven doorgaan, maar andere ogen dan de mijne zullen het zien.  Ik huiver om mijn nietigheid en zweef als een schim door de kamers van de kinderen.  Diep over hun jonge gezichten gebogen, lees ik de lijnen van de persoonlijkheden die onder hun tere vlees verborgen zijn.


Gezegend en vervloekt zijn de dag, waarop ik verantwoordelijk werd gesteld voor het welzijn van drie mensen.  Waar haal ik de wijsheid vandaan om hen te oefenen in overleven, hoe leer ik hen mededogen voor het lijden van al wat leeft en vooral hoe slaag ik erin hun ogen hoger te richten dan hun eigen navel? Zodat ze zien en zijn.


Mijn kinderen.


Ik sla hen gade en ik bewaak hun welzijn, maar ik verberg voor hen mijn totale toewijding, mijn angstige zorg, want het dient hun argeloze vreugde niet. Laat hun onbevangen blindheid nog duren, want ze zullen de herinneringen eraan nodig hebben, de eerste keer dat ze omkijken en door het roze van hun dromen de grenzen zullen zien.


Laat ze dan niet in paniek geraken, laat ze ontdekken dat de onsterfelijke levende eeuwige liefde niet te vinden is in krijgen maar in geven en dat je als mens alleen moet kunnen zijn om met anderen te kunnen leven.



Hoe definieert u liefde?


"Het kan zot klinken, maar in dit stadium van mijn leven betekent liefde voor mij:

niet willen voortleven zonder de ander.

Als de ander zou wegvallen, zou er werkelijk een leegte ontstaan die nooit meer opgevuld zou raken.

De ultieme liefdesuitdrukking is voor mij de een die zegt: 
'Het liefst van al zou ik willen verdwijnen voor jij verdwijnt'

en de ander die antwoordt: 'Durf niet hè.' 

Liefde is samen willen verdwijnen."


Jean-Paul Van Bendegem



No me, without you .…



¿sabes que sucede cuando los años pasan?


Ves el amor de una manera diferente, te enamoras del alma de las personas:

solo quieres amor y tranquilidad aprecias más la vida por que madura en ti y notas que la conciencia te dice que nada es para siempre y lo mas importante:

que cada minuto es un milagro por estar vivo.


Angels Cano


Took the breath from my open mouth

Never known how it broke me down

I went in circles somewhere else

Shook the best when your love was home

Storing up on your summer glow

You went in search of someone else


And I hear your ship is comin' in

Your tears a sea for me to swim

And I hear a storm is comin' in

My dear, is it all we've ever been?


Caught the air in your woven mouth

Leave it all I'll be hearing how you went

In search of someone else

They taught the hand that taut the bride

Both our eyes locked to the tide

We went in circles somewhere else


And I hear your ship is comin' in

Your tears a sea for me to swim

And I hear a storm is comin' in

My dear, is it all we've ever been?


Anchor up to me, love

Anchor up to me, love

Anchor up to me, love

Oh, anchor up to me

My love, my love, my love



Waiting for You


All through the night we drove and the wind caught her hair
And we parked on the beach in the cool evening air
Well, sometimes it's better not to say anything at all
Your body is an anchor, never asked to be free
Just want to stay in the business of making you happy

Well I'm just waiting for you
Waiting for you, waiting for you
Waiting for you, waiting for you

Waiting for you

A priest runs through the chapel, all the calendars are turning
A Jesus freak on the street says He is returning
Well sometimes a little bit of faith can go a long long way
Your soul is my anchor, never asked to be freed
Well sleep now, sleep now, take as long as you need

Cause I'm just waiting for you
Waiting for you, waiting for you
Waiting for you, waiting for you
Waiting for you


To return
To return
To return


Song by Allen Ginsberg

(read by Tom O'Bedlam)


The weight of the world

is love.

Under the burden

of sollitude,

under the burdon

of dissatisfaction


the weight,

the weight we carry

is love.


Who can deny?

In dreams

it touches

the body,

in tought

constructs

a miracle,

in imagination

anguishes

till born

in human

looks out of the heart

burning with purity

for the burden of life

is love,


but we carry the weight

wearily,

and so must rest

in the arms of love

at last,

must rest in the arms

of love.


No rest

without love,

no sleep

without dreams

of love

be mad or chill

obsessed with angels

or machines,

the final wish

is love

cannot be bitter,

cannot deny,

cannot withhold

if denied:


the weight is too heavy

must give

for no return

as thought

is given

in solitude

in all the excellence

of its excess.


The warm bodies

shine together

in the darkness,

the hand moves

to the center

of the flesh

the skin trembles

in happiness

and the soul comes

joyful to the eye


yes, yes,

that’s what

I wanted,

I always wanted,

I always wanted,

to return

to the body

where I was born.




GELOOF ME,

LIEFSTE


Ik zal er zijn

ook na de kaarsen

de gebeden en de pijn

in jou schaduw van tranen.

Ik zal er zijn

op ademwind heilig

eeuwig gedragen

voor elk verdriet veilig.


Geloof me, liefste ik zal er zijn.


Lees me

ik zal uit woorden komen.

Denk me

ik zal in gedachten wonen.

Noem me

ik zal aan lippen dromen

want ik zal er zijn

voor altijd ...


En als je bang bent,

kom dan en fluister,

fluister iets liefs,

mijn bleke ogen zal ik opslaan

en ik zal niet verwonderd zijn.


En ik zal niet verwonderd zijn.

In deze liefde zal de dood

alleen een slapen,

een wachten op jou,

een wachten zijn ...


Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.

Het water gaat er anders dan voorheen.

De stroom van een rivier, hou je niet tegen

het water vindt altijd een weg omheen.


Misschien eens gevuld door sneeuw en regen,

neemt de rivier mijn kiezel met zich mee.

Om hem, dan glad, en rond gesleten,

te laten rusten in de luwte van de zee.


Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.

Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.

Ik leverde bewijs van mijn bestaan.

Omdat, door het verleggen van die ene steen,

de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

 

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.

Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.

Ik leverde bewijs van mijn bestaan.

Omdat, door het verleggen van die ene steen,

het water nooit meer dezelfde weg kan gaan.

There should be laughter after pain
There should be sunshine after rain
These things have always been the same
So why worry now ...


Renners sterven niet - Frank Heinen


Een week geleden viel hij op een nat stuk weg, tussen niets en nergens, ergens in Polen. Hij belandde tegen een betonnen buis. 'Not good, not good, bad', zei hij nog. Bjorg Lambrecht was 22. Vandaag is zijn uitvaart. Op die buis staan nu kaarsjes en bloemetjes.

Wat is dat toch, met de dood van mensen die je niet kent? De één glijdt rimpelloos aan je voorbij, de ander slaat je volledig lam. Net als in de dood is ook in rouw geen logica te bekennen. Misschien is het de jeugd, misschien de gedeelde taal en de liefde voor dezelfde sport. Soms is het een moment, waarop een bericht je bereikt. Een moment waarop je zelf even de verdediging tegen alle ellende naast je hebt neergelegd, een argeloos ogenblik waarin het leed klein en overzichtelijk is.


Juist dan gebeurt het. Willie Verhegge dichtte: 'Renners sterven niet / Ze verdwijnen alleen maar uit het zicht'.


22.


In ieder artikel dat sinds zijn dood over Bjorg Lambrecht is verschenen, werd zijn talent benadrukt, zijn belofte, de schuld die hij bij ons had opgebouwd door zo begaafd te zijn, zo klein en toch zo veel inhoud, een schuld die voor eeuwig oningelost blijft. De dood is een stapeltje wedstrijden die door anderen gewonnen worden, een massa aanvallen die er niet meer van komen, inspanningen die ongeleverd blijven. Alsof het om wielrennen gaat. Alsof koers het leven is. De dood is een eindeloze opsomming die je toch niet voltooien kunt en daarom brengen we hem maar terug tot de koers, tot een in de knop gebroken loopbaan. De koers valt in elk geval soms nog te bevatten.


Onmiddellijk na de ontreddering volgt de discussie. We moeten iets doen, zeggen we, we moeten voorkomen dat mensen, kinderen nog, doodvallen tegen betonnen buizen. Het probleem is: wielrennen is vormgegeven als fictie, de renners zijn personages. Iedere keer dat je je favoriete boek dichtslaat, zijn de personages verdwenen. Toch? Nee, want zodra je het openslaat, zijn ze er weer. Personages sterven niet. Ze verdwijnen alleen maar uit het zicht.


De dood is een indringer in de koers. Hij bestaat er niet, niet echt. In sport bestaan slechts de regels van de organisatie. Het woord 'sterven' bestaat wel, maar betekent iets anders. Soms vergeten coureurs dat ze personages zijn en treden ze buiten de oevers van het verhaal waar ze onderdeel van uitmaken. Dan blijkt al dat gepraat over fictie fictie.


Dan is 22 plots meer dan een getal.


Laat de debatten komen, laat ze aanhouden tot we er gek van worden laat elk overlijden er een te veel zijn, en niet een vanzelfsprekend gevolg van een collectieve spektakelverslaving. Laat het allerslechtste het gereedschap zijn de boel te repareren. Je kunt het lot niet verslaan, maar het minste wat je kunt doen is je ertegen te weer stellen.

Sinds Bjorg Lambrecht er niet meer is, won Evenepoel een wedstrijd, en Van der Poel ook, en de Binck Bank Tour is bezig en dan de Vuelta nadert en zijn naam zal genoemd worden. Eerst dagelijks, dan af en toe en uiteindelijk nog maar zelden. Zo gaat dat, met de dood.

Uiteindelijk gaat het leven eroverheen.


Julie Van Espen.

Een naam die in mei plots voor iedereen bekend in de oren klonk. De foto met haar stralende lach en fonkelende ogen werd over heel België verspreid. Iedereen leefde mee en voelde zich ongelooflijk verbonden. Achter dit blije gezicht schuilde een uniek persoon met een eens zo speciale persoonlijkheid.

Met dit filmpje willen wij, de vriendinnen van Julie, haar boodschap delen. Hoe ze haar onuitputtelijke energie kon omzetten in interesse en appreciatie voor eenieder; hoe ze kon genieten van de kleine dingen zoals een prachtige zonsondergang of een vroege ochtendwandeling in het bos; hoe ze kracht putte uit het gelukkig maken van anderen die haar dierbaar waren; hoe ze haar liefde en geluk heel expressief en telkens opnieuw kon uitdrukken; hoe ze niet “zomaar” Julie Van Espen wou zijn, maar een verschil wou maken in de maatschappij. Ondanks haar afwezigheid heeft ze dat laatste zowaar nog kunnen realiseren: Julie heeft haar leven gegeven in de strijd tegen seksueel geweld.


Deze strijd hoeft niet nodeloos te zijn geweest. Julie bracht een beweging op gang. Wij willen deze beweging verder zetten. Dit doen we samen met Punt.vzw, een organisatie die slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag begeleidt door toegankelijke en gepaste ondersteuning te bieden. Wij, de vriendinnen van Julie, gaan deze vereniging blijven steunen.


We roepen jullie op om ons hierbij te helpen.


Je kan Punt.vzw steunen via www.puntvzw.be


SiteLock