Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een boze, bezorgde of blije brief aan de (m/v/x) van de week.


Top


Uitkijkpost 28 september  2019

'Weet u welke denkfout u maakt, mijnheer Bogaert? U lijdt aan electorale behaagzucht’


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Hendrik Bogaert


U bent sinds kort, laat daar geen twijfel over bestaan, één van de vijf historische figuren van de naoorlogse christendemocratie. Eerst was er Gaston Eyskens, architect van onze robuuste welvaartsstaat. Dan kwam Wilfried Martens, die de Vlaamse deelstaat vormgaf. Vervolgens slaagde Jean-Luc Dehaene erin ons land de eurozone binnen te loodsen. Yves Leterme reed, dankzij een kartel met de N-VA, de partij eigenhandig de vernieling in. En u, tot slot, bent de eerste politicus in de geschiedenis van dit land die het Vlaams Blok slash Belang langs rechts wist in te halen. Uw recente voorstel om sofort over te gaan tot een hoofddoekenverbod in de publieke ruimte is zo krankjorum dat zelfs Filip Dewinter er in zijn ruigste fantasieën nooit zou opgekomen zijn.


En nu houdt u zich dus, luidens de wandelgangen, klaar om uzelf te outen als kandidaat-voorzitter van die stille, brave, ouderwetse, immer gematigde, godsvruchtige en zedige CD&V. Terwijl Wouter Beke u al lang – figuurlijk, uiteraard – uit het venster had moeten werpen. Een mens staat nérgens meer van te kijken, tegenwoordig.


Voor de lezers bij wie uw nare voorstel niet meer zo fris in het geheugen zit, breng ik het graag nog even in herinnering. In een met slordige argumenten bij elkaar geharkt boekje – met de ironische titel In vrijheid samenleven – stelde u voor dat “opvallende religieuze symbolen” moeten worden verboden zodra “meer dan vijf procent” van de bevolking die bewuste religie aanhangt. Dat was, zo voegde u eraan toe, overigens helemáál niet tegen moslims gericht – dat het christelijke kruisje niet opvallend is en dat de joodse bevolking geen vijf procent van de bevolking uitmaakt, is Louter Toeval. Uw enige intentie bestond erin om de vorming van sociale “subgroepen” tegen te gaan en tegelijk het “harmonische samenleven” in onze fraaie regio te bevorderen. Ik heb dat altijd een geweldig curieuze redenering gevonden. Mensen verbieden om te dragen wat ze willen om het samenleven te bevorderen, lijkt mij zoiets als jezelf urenlang met een hamer op het hoofd slaan om het genezingsproces na een hersenschudding te bevorderen.


Deze week las ik in De Standaard dat u vindt dat uw partij de knusse Vlaamse zeden en gewoonten weer volop moet omarmen.
U vermeldde de “zondagsrust, de bloedprocessie en elkaar de hand schudden als we goeiedag zeggen” – stuk voor stuk tradities die, zoals we weten, het hartje van de Vlaming sneller doen slaan, al van jongs af aan: wie van ons heeft vroeger op de speelplaats géén bloedprocessietje gespeeld met de vrienden? Ook hier bij De Morgen, toch een vooruitstrevende Vlaamse krant, is een feestje niet geslaagd als we niet in polonaise en met gepaste kledij de bloedprocessie hebben voltrokken.


Ook dat hoofddoekenverbod past volgens u perfect in het Vlaamse waardepatroon zoals dat aan menig tapkast in de praktijk wordt gebracht: daar, aan de toog, krijgt u dat idee naar eigen zeggen meteen verkocht. Wat mij niet verbaast: vanaf vijf promille doen zelfs genocidaire gedachten hun intrede, wat het “harmonische samenleven” trouwens ook lichtjes in het gedrang kan brengen.
Terzijde: hoe zou u dat hoofdoekverbod juist willen afdwingen? Door met zedenpolitie bemande vrachtwagens de steden en dorpen te laten doorkruisen op zoek naar overtreedsters, die dan in een kamp worden bijeengebracht voor een vestimentair en ideologisch heropvoedingstraject?


Ik vraag het maar, hoor. Ook mede namens uw partijgenoten, die daar vast niet allemaal hetzelfde over denken. Bij CD&V is het altijd wel van enerzijds-anderzijds geweest, maar nu breekt de periode aan van enerzijds-anderzijds-zuszijds-zozijds-hierzijds-daarzijds-ginderzijds. Uw partij stevent af op een explosie van onenigheid, een wonderbaarlijke vermenigvuldiging der meningsverschillen, waarbij u elkaar bekogelt met broden en vis. Miet Smet wil de ‘C’ schrappen uit de naam, Pieter De Crem en u willen er een antimoslimpartij van maken, Mieke Van Hecke wil moslims knuffelen. De rest van de partij droomt van “een nieuw verhaal”, met “rechten en plichten”, alsook met “vrijheid en verantwoordelijkheid”. De volgende stembusgang wordt een bloedprocessie.


Weet u welke denkfout u maakt, mijnheer Bogaert? U lijdt aan electorale behaagzucht. U hebt de score van Vlaams Belang gezien en hengelt nu naar de gunst van de naar rechts opschuivende kiezer. Alleen doet u dat zoals sommige verliefde puberjongens het meisje van hun dromen willen veroveren: kwijlend van verlangen en bereid om door het stof te kruipen. Spoiler: dat werkt meestal niet.


U hebt één troost: het verschil met de situatie bij Open Vld en sp.a is met het blote oog niet meer waarneembaar. Voor u is dat niet erg: als het niet lukt om bij CD&V voorzitter te worden, kunt u het nog bij een van die twee andere partijen proberen. Welke het ook wordt: zwaai nog eens als u straks over de kiesdrempel rijdt.


Met Vlaamse handdruk,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost 1 juni  2019

'Beste Tom Van Grieken, uw actie was degoutant en, welja, racistisch, niet?’


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Tom Van Grieken,


Ofschoon u de voorzitter bent van een partij die draait op testosteron en gespierde taal, vond ik u deze week maar een flauwerik. Ik heb uw tv-parcours aandachtig gevolgd, van Terzake tot Gert Late Night, en altijd zat u daar met een ootmoedige, makke oogopslag waar zelfs Bambi zich voor zou schamen. Ik begrijp dat u ons per se wil doen geloven dat uw partij salonfähig is geworden, maar daarom hoeft u nog niet de duts uit te hangen. Ook in uw reactie op de uithaal van Laurette Onkelinx, die uw partij nog altijd racistisch vindt, toonde u zich een teergevoelig sneeuwvlokje: u diende prompt een klacht in wegens smaad, laster en eerroof. Tsss. Dat is niet flink.


Nu snap ik die gevoeligheid wel, hoor. Het is niet prettig als mensen lelijke dingen over u zeggen. Ik vind het ook niet fijn als mensen mij erop wijzen dat ik overgewicht meezeul. Maar het is niet door hen het zwijgen op te leggen dat ik zou beginnen te vermageren. Daarnaast vind ik het altijd een slecht idee om wie dan ook het zwijgen op te leggen. U zult zich herinneren dat ik altijd het standpunt heb verdedigd dat uitgeverij Egmont, verbonden aan Vlaams Belang, een plek moest krijgen op de Boekenbeurs, wat tot vorig jaar steevast werd geweigerd. Ik verwerp alles waar u voor staat, maar vind dat u vrij moet kunnen spreken. Wat men onder de mat veegt, begint toch maar te rotten.


Dat u nu op uw beurt wél Onkelinx het zwijgen wil opleggen, is dus flauw. Al begrijp ik waar u naartoe wilt: u hoopt dat iedereen nu bang is om u of uw partij nog ‘racistisch’ te noemen. Het chilling-effect, heet dat in het jargon: mensen intimideren door te dreigen met juridische actie. Twintig jaar geleden deed Vlaams Blok dat al: wie, bijvoorbeeld op de VRT, een satirisch grapje maakte over het VB, kreeg direct een klacht aan zijn broek. Op den duur was het gedaan met satirische grapjes over het VB.


Zo ver mag het nu niet komen, want de vraag verdient een ernstig antwoord: is Vlaams Belang racistisch? Laten wij die kwestie eens onderzoeken als waren wij wetsdokters bij een autopsie: koel, afstandelijk en bereid om alles onder ogen te zien.


Ik stel voor dat we beginnen op verkiezingsavond, toen de slogan ‘Eigen volk eerst!’ uit alle kelen van uw achterban weerklonk. Met dat ‘eigen volk’ – we gaan daar niet onnozel over doen – wordt bedoeld: iedereen die afstamt van de blanke Vlamingen die hier reeds woonden voor de aanvang van de arbeidsmigratie uit Marokko en Turkije. U zult het met mij eens zijn dat die boodschap toch wel een tikje, euh, racistisch is, niet?


Dalen wij vervolgens af in uw eigen verleden. Tien jaar geleden, toen u praeses was van het Antwerpse NSV, hebt u een actie georganiseerd tegen de opvang van sans-papiers in de gebouwen van de Universiteit Antwerpen. Die actie bestond erin dat u – ter attentie van de lezer: ga even zitten en blijf ademen – rollen toiletpapier naar die mensen gooide. U voegde er in Gazet van Antwerpen nog aan toe: “Zo hebben ze meteen hun papieren.” Hoe gaan we dat noemen, mijnheer Van Grieken? Degoutant, dat al zeker. Mensonterend evenzeer. En ach, misschien, waarom niet, een tikje, welja, racistisch, niet?


Zoomen wij nu in op twee van uw stemmentrekkers, eentje uit de oude doos en eentje van de nieuwe snit. Ik heb ze allebei ooit geïnterviewd – en telkens kreeg ik daarvoor de volle laag van linkse lieden die nog altijd denken dat het beter is om u en uw kompanen dood te zwijgen, dat je met andere woorden vermagert als je de weegschaal weggooit. Vooral het interview met Dries Van Langenhove veroorzaakte flink wat deining. Het was nochtans een historisch gesprek, want de strakgekuifde liet volop in zijn kaarten kijken, net als zijn voorbeeld Filip Dewinter zoveel jaar geleden. Op mijn vraag of een Vlaming met een migratieachtergrond, dus iemand die hier geboren is, ook gewoon een Vlaming is, antwoordden Dewinter en Van Langenhove net hetzelfde: “Een kat die wordt geboren in een viswinkel, is nog geen vis.”


Dat wil dus zeggen dat zij Vlamingen mét en Vlamingen zónder migratieachtergrond in de meest letterlijke zin van het woord als twee verschillende soorten zien, die altijd van elkaar zullen verschillen. Iemand met Marokkaanse roots zal nooit een echte Vlaming kunnen zijn. Hoe stelt u voor dat we dat noemen, mijnheer Van Grieken? Ik zou durven opteren voor – komt-ie weer: racisme. Rauw, onversneden racisme.


Dat uw partij opnieuw is gegroeid, heeft daar niet alles, maar wel véél mee te maken. En weet u wat het gekke is? Ik neem dat niet zozeer ú kwalijk, maar alle andere partijen die niet het lef hebben om u daarop aan te spreken, maar er alles aan doen om uw kiezer te pamperen met ferme taal en VB-ideetjes. Het 70-puntenplan van Dewinter is bijna uitgevoerd. Op de deportaties na. Maar die worden door uw fans in de krochten van het internet nu voorbereid, lees ik. Dus laat die Bambi-blik maar zitten.


Sombere groet,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost 6 april 2019

'Laten we elkaar geen Plop noemen, mijnheer Verhulst: al die scenario’s zijn van een holheid die in het universum zijn weerga niet kent'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Gert Verhulst,


Het was een zware week voor de internationale showbusiness. Eerst was daar het bange nieuws dat de meedogenloze tijd zijn tanden heeft gezet in een hartklep van Mick Jagger. Vervolgens werden we midscheeps getroffen door het smartelijke bericht dat Samson en uzelve voortaan elk zijns weegs zal gaan. Hoewel, ‘smartelijk’ – u maakte dat natuurlijk niet bekend omdat u er écht mee stopt, want dat duurt nog ruim een jaar, maar omdat u weet dat alle Vlaamse media dan op volstrekt voorspelbare wijze reageren, waarna de ticketverkoop voor uw volgende tournee een aanvang kan nemen. Zeggen dat je stopt, is zo langzamerhand een truc van de foor geworden om de kassa te doen rinkelen.


Maar uiteraard speelden de vaderlandse media gedwee het spelletje mee. Na dat nieuws was u vertrokken voor een volle dag op de paardenmolen van krantenwebsites, radio en televisie. Overal weerklonk de boodschap dat we hier te maken hadden met, jazeker, het Einde van een Tijdperk – je kunt tegenwoordig niet meer met je ogen knipperen of er is een tijdperk afgesloten dan wel aangebroken, soms allebei tegelijk. Naarmate interviews en berichtgeving voortschreden, ontstond de indruk dat u – samen met Gaston Eyskens en Jean-Luc Dehaene – het moderne Vlaanderen mee in de beslissende plooi hebt gelegd. Het enige wat in de mediacarrousel ontbrak, was een themadag op Klara, waar uw impact op het naoorlogse kunstlandschap van duiding had kunnen worden voorzien.


U moet weten, mijnheer Verhulst, dat ik een fan ben van uw talkshow Gert Late Night op Vier, die binnenkort tot mijn grote vreugde weer een aanvang zal nemen. Ik hou van dat programma, omdat u het allemaal niet zo ernstig neemt. U zit niet aldoor zo zorgelijk te fronsen als Lieven Van Gils, maar doet mij veeleer denken aan het motto van Bosmans Jos uit Het Peulengaleis: klinkt het niet, dan botst het – als we ons maar amuseren. Ik kan die lichte, losse, malle, pretentieloze toets wel smaken. En dat meen ik nog ook.


Daarom keek ik woensdag uit naar De afspraak, waar u – dat had een octopus ’s morgens vroeg al kunnen voorspellen – vanzelfsprekend ook te gast was. Ik hoopte namelijk dat u al dat gezwollen gedoe over Samson en Gert daar eens ferm zou relativeren. Een beetje zoals Mick Jagger dat doet als hij zingt: It’s only rock ‘n’ roll but I like it. ‘It’s only een rare man met een hond die lichtjes overdrijft met woordspelingen, but I like it’ – dát idee.


Maar dat viel tegen. Tijdens een diepte-interview met Bart Schols kwam aan het licht dat u die hele Samson en Gert zelf ook geweldig hoog hebt zitten. De lezer die het niet gezien heeft zal denken dat ik het verzin, maar op een bepaald moment noemde u zichzelf, in uw hoedanigheid van Gertje van Samson een – mijn handen beginnen te beven terwijl ik dit opschrijf – kunstenaar. Een Kunstenaar. Niemand aan tafel barstte in lachen uit. Even beeldde ik mij in dat Samson erbij zat.


“Whoa Gertje, ben jij een klungelaar?”


“Nee, Samson, een kunstenaar.”


“Wat zeg je? Een prutsbarbaar?”


“Nee, een kúnstenaar! Iemand die kunst maakt!”


En dat meende u nog ook. U zat daar, zonder tegenwind, de Vlaamse Shakespeare uit te hangen. U had, doceerde u, in contrast met Sesamstraat, kinderen emoties bijgebracht. Complexe emoties nog wel, zoals de emotie die gepaard gaat met het uitlachen van die dikke Alberto als hij weer een taart had opgegeten – fatshaming, heet dat vandaag.


Wat het geheim was van uw kunst, wilde Bart Schols weten. “Herkenbaarheid”, sprak u. “Herkenbaarheid, daar draait het altijd om.” Om zeker te zijn dat ik niet gek was, keek ik even op Twitter, en gelukkig bleek dat ook onze rederijker Stijn De Paepe uw uitleg met wakkere hersenen had gevolgd. “Schrijnend”, schreef hij. “Half Vlaanderen ligt in zwijm voor een patser die kinderen de meest simplistische, goedkope, van alle authentieke en complexe emoties gespeende, opgewarmde kost voorschotelt.”


Laten we elkaar geen Plop noemen, mijnheer Verhulst. Al die scenario’s die u samen met Hans Bourlon in elkaar flanste, om zelf de royalties nog te pakken, zijn van een holheid die in het universum zijn weerga niet kent. Het zou mij niet verbazen mochten Bourlon en u af en toe van pure verveling in slaap zijn gesukkeld tijdens het schrijven.


Tussen haakjes: als ik al één woord uit uw universum aan Van Dale zou willen toevoegen, dan is het niet samsonseks, maar schootplaats: de plek die een peuter van 0 tot 2 inneemt (voor 20 euro) bij vader of moeder die zelf de volle prijs betalen (zeg: 30 euro). Zo vangt u 50 ballen per stoel. Ik heb het ooit ondergaan en ik kreeg daar inderdaad complexe emoties van – vernielzucht en wraaklust, om er maar een paar te noemen.


Rest de vraag wie u moet opvolgen naast die hond. Ik hoop: Rik Torfs. Het verbaasde mij dat hij er niet bij zat in De afspraak. Wellicht was hij verhinderd. Of deed zijn bel het niet.


Gratis groet


Joël De Ceulaer


Top



Top


Uitkijkpost 13 april 2019

'Beste Ben Weyts, mensen die elke dag in de file staan,

doen dat niet voor de lol, maar om te gaan werken'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Ben Weyts


Van al uw talenten, die toch niet gering in aantal zijn, vind ik dat gespierde geheugen het indrukwekkendst. Uw vermogen om debatfiches van de N-VA-propaganda-afdeling tot op de komma af te dreunen, is ongeëvenaard. Deze week bleek dat u zelfs in staat bent om ze meteen te memoriseren als ze gehakt maken van een maatregel waar u als Vlaams minister jaren aan hebt gewerkt. Ineens zat u overal te verkondigen dat u rekeningrijden niet door onze strot zult rammen, omdat er geen draagvlak voor bestaat. Dat was geen flipflop meer, maar een achterwaartse salto met anderhalve schroef.


Het verbaast mij niet dat u CD&V-collega Servais Verherstraeten ooit een zielsverwant noemde. Ook hij is een gedecoreerd lid van de Orde der Debatfiches. Als zijn voorzitter beweert dat het elke dag sneeuwt en vriest in de Sahara, dan zal Verherstraeten naar het spreekgestoelte schrijden om die bewering vurig te verdedigen – ook al valt op datzelfde moment in de Kamer een livestream uit de Sahara te zien waarop men de koperen ploert hoog in de lucht ziet staan. Zegt de voorzitter wit, dan is het wit. Zegt hij zwart, dan is het zwart. Zo is dat ook bij u. Dat is, hoe gek het ook klinkt, zielig én heldhaftig tegelijk. Heel soms, mijnheer Weyts, doen Verherstraeten en u mij denken aan de betreurde bard Paul Severs: harde werkers die hitjes scoren, maar nooit doorstoten naar de echte top.


Wat uw haarspeldbocht over de kilometerheffing dubbel zo pijnlijk maakt, is dat niet alleen Vlaams Belang, maar ook Jean-Marie Dedecker uw plan heeft getorpedeerd – hij is nog maar pas lijstduwer, maar staat qua free speech al ver bóven u in de pikorde. Dat is de belediging bovenop de blessure: Dedecker mag tekeergaan, u moet doen alsof u nooit een eigen mening hebt gehad. Ik kan mij voorstellen dat u ’s nachts soms in uw kussen ligt te bijten, terwijl u snikkend De Vlaamse Leeuw neuriet.


Over uw palmares mag de N-VA nochtans niet mopperen. U hebt vijf jaar lang zowat elke zondag het middagnieuws gehaald. Was het niet omdat u de eerste spadesteek van een fietspad ging verrichten, dan wel omdat u een dolfinarium ging sluiten, een hondenasiel moest openen of schapen kwam behoeden voor de onverdoofde slacht. Vooral met de beestjes hebt u gescoord. U had – het moet gezegd – een Draagvlak voor Dieren.


Uw gevoeligheid voor onrecht jegens dieren is volkomen authentiek. Iedereen herinnert zich uw twee appelflauwtes op het spreekgestoelte van het Vlaams parlement, toen u zo onsamenhangend begon te klinken – zelfs de debatfiches was u vergeten – dat u net niet per draagberrie moest worden afgevoerd. Mocht iemand toen via neus of gehoorgang een cameraatje tot in uw hersenen hebben kunnen manoeuvreren, dan had men daar de állereerste foto van een zwart gat kunnen maken. Er is nooit opheldering verschaft over de oorzaak van die inzinkingen, maar ik denk dat u toen al de hele dag aan het piekeren was over al het dierenleed dat u nog moet bestrijden en dat het u plotseling te veel werd. Velen grijpen naar de fles bij zoveel machteloosheid, of gooien cynisch en sarcastisch de armen in de lucht. U niet. U trekt zich dat aan. U wordt als het ware één met het leed.


Dat brengt ons bij het rekeningrijden. Op zich: prima idee. De vervuiler betaalt! Eureka! Met het enthousiasme van alle krantencommentatoren bij elkaar opgeteld, had men een kleine gemeente een jaar lang van energie kunnen voorzien. Toch ben ik zo vrij om de afgelasting van uw plan een goede zaak te vinden. Om twee redenen.


Eén: de alternatieven deugen voor geen meter. U had het zo druk met dierenleed dat u vergat om De Lijn betrouwbaar en aantrekkelijk te maken. Twee: mensen die elke dag in de file staan, doen dat niet voor de lol, maar om te gaan werken. Het is de middenklasse op wielen, die – zo leerden we deze week – 76 procent van alle overheidsinkomsten betaalt en dus dokt voor zowat alles in dit land. De redding van de banken. De miljoenen waarmee uw partij in vastgoed belegt. Het pensioen van Jan Peumans. De studie die u over rekeningrijden liet uitvoeren door consultants die al 1.000 euro factureren als ze de telefoon moeten opnemen. Subsidies voor lieden die zich een Tesla kunnen veroorloven. Enzovoorts. En die mensen, plus de minder gegoeden die niet eens tot de middenklasse behoren, zou u óók nog eens laten betalen om in de file te staan? Nou. Voelt u hún leed niet? Nog geen appelflauwte op komst? De mens is ook een diersoort, hoor.


Neem een debatfiche en noteer: pas als de bussen vlot bollen en vermogenden even geestdriftig bijdragen als werkenden, zult u een draagvlak hebben voor rekeningrijden. En als u ons wilt foppen, door nu tégen en na 26 mei weer vóór te zijn, deze tip: geef de portefeuille mobiliteit aan een andere partij. Ze zullen in de file staan om te mogen meeregeren, dus u kunt hen laten betalen. Noem het een vorm van politiek rekeningrijden.


Mobiele groet,


Joël De Ceulaer


Top



Top


Uitkijkpost 21 april 2019

'Sire, dat gesprek met Philippe Geubels was een belachelijk banale babbel'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Sire,


Ik wend mij tot u in diepe vertwijfeling omtrent de tijd waarin wij leven. Ik ben niet de eerste die het zegt, maar sinds wij God uit de kerk geranseld hebben, lijken wij de weg kwijt. En u bent een van de weinigen met wie ik daarover van gedachten kan wisselen, want u bent het geloof wél trouw gebleven: u bent vermoedelijk van de strekking die nog bidt voor en na elke copulatie – mogelijkerwijze ook tijdens. De rest van ons, arme zondaars, doolt doelloos door het leven. Wij staan niet langer in contact met de hogere dimensies van het bestaan. Wij ontberen iets dat ons overstijgt.


De gevolgen daarvan zijn rampzalig en vallen elke dag met het blote oog waar te nemen in kranten en journaals. Omdat wij de transcendentie van hemel en hel missen, zoeken wij zowel mystieke euforie als peilloze catastrofe in dit aardse tranendal. Toen God nog bestond, kon de mens tegen een stootje. De oorlog vonden we niet leuk, maar we sloegen ons erdoor heen. Groot geluk en triomf werden in nederigheid aanvaard. We deden alles, als ik dat zo mag zeggen, zonder al te veel gedoe. Vandaag maken we van elke mug een olifant, van elke molshoop een bergketen en horen we in elk kuchje de voorbode van een terminale longkanker. Wij leven, sire, in het Tijdperk van de Overdrijving. Alles wordt gedramatiseerd, gepimpt, opgefokt en aangedikt. Zo ook weer de voorbije week.


Het begon met de brand in de Notre-Dame. Die was ternauwernood uitgebroken of het Oude Continent beleefde al zijn donkerste uur ooit. Europa was in het hart geraakt. Hét symbool van al het subliems en verhevens waartoe de menselijke geest in staat is, was voor eeuwig verloren. Het betrof hier, jawel – nog méér dan bij het afscheid van Gert van Samson – het Einde van een Tijdperk. Wereldwijd braken mensen in huilen uit. Menig Parijzenaar zeeg neer om te bidden – ik sluit niet uit dat ook u de avondlijke activiteiten onderbrak om een kruisje te slaan.


Maar ik kan mij niet voorstellen dat u nodeloos in paniek sloeg, dat het gevoel zich van u meester maakte dat Parijs zijn eigen 9/11 beleefde, zoals opperjammeraars beweerden. Dinsdagochtend bleek het dan ook reuze mee te vallen. Dak eraf en torentje gesneuveld: over vijf jaar staat die kathedraal weer te blinken als nooit tevoren. Ik verstout mij, sire, om vergelijkingen met 9/11 en de rest van dat zielige geweeklaag te klasseren onder de noemer: aanstellerij. De massa heeft zich gedragen als een patiënt die euthanasie wil nadat hij zijn kleine teen heeft verstuikt.


Dinsdag deed zich het omgekeerde voor. Toen staarden we niet in de afgrond van de hel, maar vingen we een glimp op van het goddelijke, meer bepaald in de gedaante van onze landgenoot Victor Campenaerts, die in Mexico een uur lang met de fiets reed en daarbij meer dan 55 kilometer bleek te hebben afgelegd. Lang niet kwaad gedaan van Vocsnor, die zelf gelukkig bescheiden is, maar om hem daarom te vergelijken met Eddy Merckx, zoals sommigen deden? Voor Campenaerts was dat record een levenswerk, voor Merckx was het een nevenproject, een schnabbeltje – nadat hij eerst al een paar keer de Tour, de Giro en alle klassiekers had gewonnen. Ik kan mij voorstellen dat Merckx indertijd ook applaus kreeg, maar niet zo overspannen als vandaag. Tegenwoordig zitten de renners nog niet op hun fiets of ze hebben al een Epische Koers gereden.


Alles is Episch, Catastrofaal, Historisch. En als we Greta Thunberg mogen geloven, die in het Europees Parlement nog eens haar klimaatpaniek kwam belijden, is onze beschaving over tien jaar Onherroepelijk en Onomkeerbaar ten dode opgeschreven. God is dood, en met Hem de nuance. En dus zal de hel zich nog tijdens dit leven aan ons openbaren.


En ja, dan was er ook nog dat filmpje waarin u bezoek ontving van Philippe Geubels, de komiek die op dezelfde dag jarig is als u en zulks eens ten paleize mocht komen vieren. Die ontmoeting was te onnozel voor woorden. Dan krijgt een tv-maker eens de kans om u te spreken, al is het maar vijf minuten, en dan verkwanselt hij die aan een belachelijk banale babbel – terwijl u toch een man van de wereld bent, met wie een goed gesprek tot de mogelijkheden moet behoren. Helaas was u louter gecast als rekwisiet voor Geubels om flauwe grapjes te kunnen maken. U doorstond de beproeving op waardige wijze, sire, maar ik zag u in stilte bidden om geduld en mededogen.

Des avonds haalde VTM er deskundoloog Jo De Poorter bij om de ontmoeting van enige duiding te voorzien, en wat bleek, jawel: het was een Historische Ontmoeting, het Einde van een Tijdperk, door te grappen met Geubels was uw stugge imago op slag veranderd in dat van een hippe vogel. U was, aldus de kenner, Mens geworden – als betrof het de nederdaling van God op aarde in de vorm van Jezus Christus Onze Heer.


Ja, voor de niet-superlatieve burger was het nieuws weer een calvarietocht, deze week. Gelukkig zijn we er zondag helemaal bovenop.


Zalig Pasen,


Joël De Ceulaer


Top




Top


Uitkijkpost 27 april 2019

'Beste Corneel, u bent het product van de Siegfried Bracke-doctrine'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Corneel van Oosterweel,


Ik mag, als forse vijftiger toch al, niet mopperen over de hoeveelheid genotsmiddelen die het leven mij tot dusver heeft toegeworpen – het weze op legale dan wel illegale wijze. Ik ken de weldadige roes, de zoete geestesverruiming en licht hallucinogene effecten die op de vrije markt zoal verkrijgbaar zijn. Maar toen ik ú afgelopen week zag opduiken en mij probeerde voor te stellen hoe een team van creatieve lieden u heeft ontworpen, dacht ik toch meteen: de drugs die zij hebben genomen, die drugs wil ik ook proberen! Ik neem aan dat hun hersenen zich na intraveneuze toediening van het bewuste wondermiddel een paar weken in een baan om de aarde hebben bevonden, waar elk zinvol contact met de bewoonde wereld uitgesloten was. Van die trip bent u het verbluffende product.


Diezelfde verwondering was mij eerder al eens te beurt gevallen, toen ik met open mond moest vaststellen dat allerlei N-VA-kopstukken zich hadden laten verpakken in wat een levensgrote schuimrubberen hand bleek te zijn – de zogenaamde #helfie, die het meteen ook tot politieke hashtag schopte. Alleen betrof het toen wel een filosofisch gefundeerde constructie, waarvoor het werk van de negentiende-eeuwse Franse historicus Alexis de Tocqueville als inspiratie had gediend. Die had tijdens een reis door de Verenigde Staten gezien hoe burgers – als er ergens pakweg een boom op de weg valt – zélf de handen uit de mouwen steken, in plaats van te wachten tot de overheid brandweer of politie stuurt. Dat vond Tocqueville inspirerend, en de N-VA dus ook: die zelfredzame #helfie was een ludieke omweg om de sloop van de welvaartsstaat te bepleiten.


Ik heb mij deze week lang het hoofd gebroken over de vraag welke filosofische inspiratie aan úw conceptie ten grondslag kan hebben gelegen. Dagenlang plukte ik boekenkasten leeg, op zoek naar een aanknopingspunt. Welke grote denker heeft ooit geschreven dat de burger moet worden beschouwd en behandeld als een volstrekt zwakzinnige kleuter? Even dacht ik dat Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck, de Xi Jinping van de ruimtelijke ordening – die mensen die graag rustig wonen, vergelijkt met kinderen die graag frietjes en snoep eten – misschien een filosoof als voorouder had, maar dat is niet zo. Ook in de oeuvres van Hume, Kant en Heidegger vond ik geen spoor van de kleuterdoctrine.


Donderdagavond, terwijl ik mij na weer een dag vergeefs gezoek naar de Denker achter Corneel murw ter bedstede begaf, schoot zijn naam mij ineens te binnen: het is Siegfried Bracke! De wijsgerige denkpiste die tot uw bestaan heeft geleid, is de Bracke-doctrine! Toen onze Kamervoorzitter nog in de cockpit van de VRT-nieuwsdienst zat, moesten journalisten aldoor op hun hurken gaan zitten om het publiek toe te spreken – een trend die uitmondde in programma’s zoals Bracke & Crabbé. Die geringschatting van de burger treft men nu alleen nog aan in de wereld van het Vlaamse entertainment, vooral bij Gert Verhulst, de Xi Jinping van het kindervertier, die in Knack pas zei dat sommige burgers wel capabel zijn om hun geld in zijn zakken te mikken, maar niet om te gaan stemmen. Ooit moeten die bouwmeester en die Verhulst samen iets doen, maar bij voorkeur niet in de politiek – als we tenminste de democratie intact willen houden.


Behalve van de Bracke-doctrine bent u tevens de belichaming van een griezelige tendens die dit jaar officieel vijftien jaar oud is. De tutoyeertendens. In 2004, bij de vernieuwing van Radio 1, kregen presentatoren van stijlnazi Luc Janssen te horen dat ze de luisteraar voortaan met ‘je’ en ‘jij’ en ‘jou’ moesten aanspreken, zulks allicht om knusse nabijheid te creëren. Sinds dat getutoyeer heb ik bij het afstemmen op Radio 1 altijd het gevoel dat iemand voor mij op zijn hurken komt zitten en een tutje in mijn mond duwt. Toen ik u daar zag staan, naast minister Ben Weyts, met die twee verschillende laarsjes, had ik dat dus ook. Kennelijk denkt de Vlaamse overheid dat je volwassen mensen die in de file staan het beste kunt laten aanspreken door iets wat eruit ziet als het product van een gangbang van de Teletubbies met Mijnheer de Uil – in dat verband: mocht Weyts denken aan merchandising, dan zie ik voor u ook een fijne toekomst in de branche der erotische hulpstukken: “Het wordt nooit te veel voor Corneel!” Genderneutraal en al!


Maar ernstig. Er is één scenario dat de barre werkelijkheid weer draaglijk kan maken. En dat is als het geen jobstudent was, maar Bart De Pauw die dinsdag als het ware ín u zat – na het versturen van 1000 sms’jes (grapje!). Dat die hele vertoning dus kaderde in de comeback van De Pauw als de Tiger Woods van het Vlaamse televisiegebeuren. En dat hij tijdens de eerste aflevering van zijn nieuwe show uit Corneel van Oosterweel, als was u een taart, tevoorschijn gewipt zal komen. Ik hoop het, eerlijk gezegd. Niet zozeer voor Bart De Pauw, maar voor ons aller zelfrespect.


Beleefde groet,


Joël De Ceulaer


Top



Top


Uitkijkpost 4 mei 2019

'Beste John Crombez, u zult smeken, kruipen en bedelen om te mogen meebesturen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste John Crombez


Ik verklap geen staatsgeheim als ik hier even aanstip dat er aan u geen professioneel taalvirtuoos verloren is gegaan. Net als bij uw voorgangers aan de top van de sp.a lijkt de hersenregio waar het retorisch vermogen zich schuilhoudt ook bij u met chirurgische precisie verwijderd. De woordenvloed die u pleegt te produceren lijkt op een puzzeldoos die gewoon is leeggekapt: de luisteraar moet zelf de woorden op de juiste plaats zetten – erg hip en interactief qua format, maar verkiezingen win je er niet mee. Journalisten die u komen interviewen, weten dat ze van tevoren best een stevige vitaminekuur volgen, om tijdens het gesprek te allen tijde de focus te kunnen bewaren en niet onverhoeds in te dommelen. Mocht u nog een campagne-ideetje zoeken: een podcast waarin u het sp.a-programma voorleest, zou gretig aftrek vinden bij mensen met slaapproblemen.


En toch schrijf ik deze brief niet om voor de zoveelste keer een beetje gratuit met u te spotten, maar om te melden dat u dinsdag mijn ontzag hebt afgedwongen. U hebt aan de vooravond van woensdag 1 mei, tijdens een interview met Annelies Beck in Terzake, een topprestatie geleverd. Een linguïstische topprestatie nog wel, die door iedereen los over het hoofd werd gezien. U weet meteen wat ik bedoel: het gaat over uw ‘quasi’, die sluw bedachte, zeer beredeneerde, listig geplaatste ‘quasi’ toen u op de vraag of u straks kunt samenwerken met de N-VA antwoordde: “Dat is quasi onmogelijk.”


De eerste die dacht dat hij op Twitter de slimmerik kon uithangen, was een redacteur van De Standaard. Onze concullega’s zijn geweldig rechtschapen en sympathiek, maar – om eerlijk te zijn – vaak nodeloos betweterig. Volgens Bart Dobbelaere had u taaladvies nodig, want u zegde niet wat u bedoelde: in het Standaardnederlands betekent ‘quasi’ immers ‘schijnbaar’ of ‘zogenaamd’, en niet – zoals in het Belgisch Nederlands – ‘bijna’ of ‘zo goed als’, wat ongeveer het tegenovergestelde is. Als iets in correct Nederlands ‘quasi onmogelijk’ is, kun je er donder op zeggen dat het zal gebeuren. Als iets in het Vlaamse tussentaaltje ‘quasi onmogelijk’ is, dan komt er waarschijnlijk niets van in huis.


In De Standaard kregen we donderdag de tweede interpretatie opgelepeld. Sterker nog: men had in het bewuste citaat uw ‘quasi’ gewoon vervangen door ‘zo goed als’ en deed het voorkomen dat u een progressieve samenwerking verkiest. Dat was erg behulpzaam van onze collega’s, gelet op het feit dat uw slinkende achterban de N-VA niet lust, maar klopt het ook? Zou iemand écht geloven dat u na 26 mei uw vel zo duur zult verkopen dat een coalitie met de N-VA welhaast, schier, praktisch, bijna, zo goed als onmogelijk is? Nieuwsflash: nee, niemand gelooft dat. U zult, zoals in Antwerpen vorig jaar, smeken, kruipen en bedelen om te mogen meebesturen. En als men u confronteert met die ‘quasi onmogelijk’ van afgelopen dinsdag, zult u met een grijns antwoorden: “Begrijpt u geen Nederlands, misschien?” Slim, hoor. Mijn complimenten!


Iets minder enthousiast was ik over die valse volkse toets in uw 1 mei-speech, diezelfde avond. Behalve voor hogere lonen, hogere pensioenen, een hogere staatsschuld en gratis kaviaar voor iedereen, pleitte u ook voor een verlaging van de btw op elektriciteit – in uw woorden: op den ellentrik. Na het Standaardnederlands en het Belgisch Nederlands bestaat er nu blijkbaar ook al zoiets als Socialistisch Nederlands, waarmee u het wellicht gemunt hebt op de werkmens, die u hoopt te kunnen terughalen door hem in zijn eigen tuttefruttaaltje toe te spreken – “Kameraden, als ge een te kleine pree hebt, moogt ge met uw valling straks verniet naar den doktoor!” Het is niet verboden om zo te praten – we doen het allemaal weleens – maar voor een toppoliticus in functie is het ongepast.


De waarheid is, mijnheer Crombez, dat u danig in de knoei zit. Uw partij is een schip dat al zo lang zo hard zwalpt dat de meesten van uw kiezers – behalve uw eigen partijleden, hun naaste familie en de redactie van De Standaard – allang overboord zijn geslagen. Een losse greep uit de koerswijzigingen. Hoofddoek uit, hoofddoek aan. Grenzen open, grenzen dicht. Supergroen, superrood. Langer werken, korter werken. Grondwet herzien qua levensbeschouwelijk onderwijs, grondwet net niet herzien qua levensbeschouwelijk onderwijs. Kindergeld afpakken, kindergeld niet afpakken. Geen cumul, toch wel cumul. Gratis bus voor senioren, niets gratis bus, gratis bus voor junioren. De bochten zijn zo bruusk dat zelfs Greta Thunberg ook die zeker niet met het blote oog kan waarnemen.


Daarom gebruikt u nu die tjeventaal waar u alle kanten mee uitkunt. U houdt de linkse deur open en lonkt tevens naar N-VA. Ziedaar uw droeve lot, mijnheer Crombez: sp.a is nu officieel de nieuwe CD&V geworden. Ik ben quasi zeker dat u met die gloednieuwe positionering gewéldig goed zult scoren.


Met alle hoogachting


Joël De Ceulaer


Top



Top


Uitkijkpost 18 mei 2019

'Beste James Cooke, Ik ben stilaan gegeneerd in uw plaats.
Ik knijp, zeg maar, de bilnaad dicht van plaatsvervangende schaamte.'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste James Cooke,


Ik heb al mijn moed bijeengeschraapt voor deze brief, want de kwestie die ik bij u wil aankaarten, is nogal delicaat. Maar omdat de Belgian Pride vandaag weer in volle glorie door Brussel trekt, vond ik de tijd rijp om het onderwerp toch eens aan te snijden. Ik heb het dan natuurlijk over uw seksuele geaardheid, en meer bepaald over de niet te stelpen stortvloed aan flauwe moppen die daarover wordt geproduceerd in Gert Late Night.

Ik ben, zoals u weet, een trouwe kijker. Ik heb een zwak voor olijke duo's. Eerst Cooke en Verhulst, dan Zinzen en Van Cauwelaert - en een mens kan vredig gaan slapen. Maar die seksmopjes beginnen dus stilaan geweldig op mijn zenuwen te werken. Bij u op de boot, welteverstaan, want aan tafel bij De Vadder zou het niet waar zijn - ofschoon zijn gasten ongetwijfeld ook de occasionele schuine mop kunnen smaken.

Het valt u zelf misschien niet meer op, dus u moet daar toch eens op letten. Er kan in uw talkshow geen 'gat' of 'staaf' of 'paal' of 'bal' de revue passeren of u moet in beeld komen met een vette knipoog en bijbehorende kwinkslag. En als u tijdens een reportage het pad kruist van een knappe man, moet Verhulst altijd een elleboog tussen uw ribben planten met de vraag of dat niets voor u zou zijn. Meestal speelt u het spelletje mee en begint u zichzelf koelte toe te wuiven, om aan te geven dat de betrokkene u inderdaad bloedheet maakt. Tevens kan er geen ontbijt worden genuttigd zonder dat iemand een opmerking maakt over de afmetingen van uw penis. Waarna de unanieme hilariteit losbarst.

Nu is dat voor mij op zich allemaal geen probleem. Vrijheid, blijheid! Ik hou van humor, zeker als er een komische dimensie aan verbonden is. Humor werkt bevrijdend en helpt taboes te slopen, dus laten we er vooral een eind op los lachen. Maar op die boot is de voorraad opgebruikt, wat mij betreft. Ik ben stilaan gegeneerd in uw plaats. Ik knijp, zeg maar, de bilnaad dicht van plaatsvervangende schaamte.

Mijn vraag is dan ook deze: moet dat nu? Is het anno 2019 nodig om bij elke gelegenheid een onnozele toespeling te maken op uw geaardheid? Vroeger - toen Gaston en Leo nog leefden - werden er voortdurend scheve grappen gemaakt over De Vrouwtjes. Bij elke rondborstige dame die voorbijkwam in talkshow, quiz of sketch nam de machoseksuele grapdwang het over. Gelukkig zijn we daar na een stuk of drie hashtags wel van genezen. Ik zou zeggen: volg dat voorbeeld. Kijk nog eens naar Nanette van stand-upcomedienne Hannah Gadsby en weet dat u niet verplicht bent om aldoor met de eigen intimiteit te spotten. Het mag, hoor. Maar het hoeft niet. U bent homo. U valt op mannen. Wij weten dat. Relax. Het is oké.

Er is nog een bezorgdheid die ik met u wil delen. Die heeft niets met seks te maken, maar alles met kwakzalverij - Verhulst zou nu zeggen: 'Jaja, als het over kwakjes gaat, is den James er altijd snel bij', maar laten we het deftig houden. Dinsdag had u op de boot een medium te gast. Het betrof een Limburgse jongeman met een peroxide hanenkam die beweert dat hij, als medium dus, over de gave beschikt om met de doden te converseren. Normaal gesproken kieper je zo'n charlatan direct overboord, maar zowel u als Verhulst en de gasten gingen daar serieus op in. Onder het motto: mja, het klinkt een beetje raar, maar er is toch meer tussen hemel en aarde, enzovoort, blablabla.

Mocht dit probleem - het publiekelijk presenteren van gepatenteerde lulkoek (sorry!) als iets dat geloofwaardig is - alleen op uw boot voorkomen, dan zou het nog meevallen. Doch helaas. Ik ben contractueel verplicht om de collega's van VTM slim en sympathiek te vinden, maar dat zij onlangs het woord gaven aan een antivaxxer, was even pijnlijk.

Ook de openbare omroep heeft de laatste jaren, vooral bij Karolien Debecker op Radio 1 en Lieven Van Gils op Eén, veel steken laten vallen. De osteo-, homeo- en andere -paten buitelden er over elkaar heen met een gemak alsof de medische wetenschap nog niet is uitgevonden. Dat zulks niet zonder gevaar is, werd nog eens bewezen door het 14-jarige meisje dat aan tuberculose bezweek nadat de osteopaat haar ouders had verzekerd dat die koorts een teken van herstel was. Alternatieve geneeskunde eist meer mensenlevens dan we denken. Daarom werd ik deze week blij van het protest van Test-Aankoop tegen homeopathie - en ter attentie van mensen die zeggen dat oscillococcinum helpt bij een verkoudheid: een boterham met Samsonworst helpt óók bij een verkoudheid. Alles helpt bij een verkoudheid. Een verkoudheid gaat namelijk gewoon over.

Soit. Ik heb een idee. U bevindt zich op het toppunt van uw roem. Wat Jeroen Meus is bij Eén, bent u bij Vier: hyperpopulair en polyvalent. Elk programma waaraan u meewerkt, wordt een succes, ook een show waarin u charlatans zou ontmaskeren en waarheid zou promoten. Wat denkt u? Om het met Verhulst te zeggen: de ballen liggen in uw kamp.


Zedige groet,


Joël De Ceulaer


Top



SiteLock