Dirk Van Duppen

In memoriam Dirk Van Duppen

Afscheid van een groot man


"Buiten stormt het" Zo begon dokter Marc Van Ranst gisteren zijn openingstoespraak bij de boekvoorstelling van het levensverhaal van Dirk Van Duppen. Met zijn bedaarde stem zette Marc Van Ranst de toon voor een adembenemende namiddag in een bomvolle Roma. En hij sloeg nagels met koppen. Over kanker. Over belangeloze inzet. Over plotse mediabelangstelling. Over marxistische idealen. En inspiratie die verderleeft.


"Eigenlijk had niemand hier willen zitten, Dirk. Hier in De Roma zitten was niet onze eerste keuze. En toch wou iedereen er vandaag bij zijn, omdat we het allemaal belangrijk vinden."


"We zijn hier dus niet enkel voor je mooie boek. We zijn hier om je ganse leven te vieren. Een leven vol belangeloze inzet en oprecht engagement voor Geneeskunde voor het Volk, voor de gezondheid van de mensen. Je moet wel het een en het ander indrukwekkends hebben gedaan, want anders zaten we hier vandaag niet met zoveel volk."


"Je bent al je ganse leven een strijder. Je strijdt nooit voor jezelf. Maar je strijdt nu wel tegen pancreaskanker. Als 163 dagen. Als arts heb je niet de luxe van de onwetendheid. Je kent de ziekte. Als arts weet je ogenblikkelijk dat deze strijd niet te winnen valt. En dus schreef je een boek. En wat voor een boek."


"In je boek citeer je Dom Helder Camara, de rode bisschop tijdens het Braziliaanse militaire regime. Die zei: "Als ik de armen te eten geef, noemen ze me heilig. Als ik vraag waarom de armen geen voedsel hebben, noemen ze mij een communist." Een communist. Daar wil ik ook nog iets over kwijt."


"Op een normale dag is “communist” een scheldwoord dat zeer liberaal door rechtse politici gebruikt wordt om iedereen die ook maar neigt naar links de mond te snoeren. Maar voor jou maakt men nu even een uitzondering. Jij krijgt een afscheidstournee. Je wordt nu uitgenodigd in alle radio en TV-programma’s. We zagen je in De Afspraak, een groot interview in de Knack, in De Morgen, het Nieuwsblad, de Gazet van Antwerpen, in de Humo."

"Plots, nu je ziek bent, Dirk, erkennen de media en politici dat je leeft voor/en trouw bent aan/ je idealen. Plots noemen ze je een authentiek mens, en zegt men dat je hoop en inspiratie geeft. Plots ontdekt men dat een communist iemand is die zich inzet voor de medemens en voor de brede maatschappij, en niet denkt aan persoonlijke verrijking. En men vindt dat fantastisch."


"Men vindt jou fantastisch. Maar men kan niet jou vandaag ineens fantastisch vinden omwille van je idealen, je Marxistische idealen, en diezelfde Marxistische idealen morgen weer verguizen als waren ze duivels, naïef en verwerpelijk. "


"Tenslotte wil ik je bedanken. Jij bent een supersamenwerker, en je levenslange engagement inspireert vele anderen. Op de website van de VRT las ik :”Met PVDA-boegbeeld Van Duppen sterft straks een stukje van de ziel van de partij”. Ik geloof dat niet. Integendeel. Jouw leven inspireert jonge mensen binnen en buiten je partij om zich te engageren. De zaadjes zijn geplant. En al die mensen gaan supersamenwerken, en de ziel van de partij versterken. Dirk, het komt allemaal goed, en uiteindelijk beter.


"Ik heb weinig helden. Maar Dirk Van Duppen is er één van."


Top



Rust zacht Dirk Van Duppen



De laatste vrijdag van augustus 2019. Dirk Van Duppen krijgt een keiharde diagnose: uitgezaaide pancreaskanker. Eerst is er het onwezenlijke verdriet. Dan groeit de verbondenheid. Verbondenheid in verdriet, verdriet in verbondenheid.

Bertolt Brecht wist al: het mooiste geschenk dat je kan geven is het voorbeeld van je eigen leven. In Zo verliep de tijd die me toegemeten was blikt Dirk Van Duppen terug op een compleet leven. Hij werkt in een leerlooierij. Is dokter in Palestijnse vluchtelingenkampen. Bouwt een groepspraktijk uit in Deurne. Plaatst het kiwimodel voor goedkopere geneesmiddelen op de agenda. Bindt de strijd aan tegen het fijn stof in Antwerpen. Zetelt voor de PVDA in de districtsraad, gemeenteraad en OCMW-raad. Onderbouwt de idee dat de mens een supersamenwerker is.

In dit laatste boek van Dirk Van Duppen is de dood niet ver weg. Toch zindert het van het leven. En van de hoop. Het gaat over engagement en solidariteit. Over de liefde die je vindt in de strijd maar ook over hoe je in de strijd geliefd wordt. Gracias a la vida.

Opgetekend door Thomas Blommaert.



Klik hier of op de foto


Top



Dirk Van Duppen en Lieve Seuntjens
De Roma geeft dokter Dirk Van Duppen een staande ovatie. Verdriet, blijdschap en fierheid samen, dat is een zotte cocktail.
Zo was De Roma gisteren bij de boekvoorstelling van 'Zo verliep de tijd die me toegemeten was' (uitgeverij Epo).
Een leven vol engagement en liefde, gedeeld met een volle zaal. Ontroerend. Om nooit te vergeten. #dirkvanduppen #zoverliepdetijd #deroma - Samen met Dirk Van Duppen en Lieve Seuntjens in De Roma.


Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020
Dirk Van Duppen - De Roma - 9 Februari 2020

Het Laatste Nieuws


Afscheid van een vader, arts, politicus en dwarsligger

“Reken me af op wat ik voor een ander betekend heb”


Top



Dirk Van Duppen en zoon Ben.


Met trots en tranen in de ogen. Zo kijken vader Dirk (63) en zoon Ben (30) Van Duppen naar elkaar tijdens ons gesprek. Het zal het laatste interview van Dirk zijn. Hij heeft nog amper een paar weken leven in zich. De strijd tegen de pancreaskanker is de eerste en laatste die hij zal verliezen. Die tegen de Lange Wapper won hij glansrijk, de farma-industrie moest een deel van het Kiwimodel slikken. Een leven lang zette hij zich in voor zijn patiënten en Geneeskunde voor het Volk. “Je hoopt in het begin de dood nog een toer te kunnen lappen, te marchanderen. Nu ben ik blij dat ik straks, dankzij de euthanasie, zonder pijn kan vertrekken.”


Er is veel te vertellen. De tijd tikt ongenadig hard. En dus praten we meer dan twee uur lang, geflankeerd door journalist Philippe Truyts die Dirk een politiek leven lang volgde en zoon Ben, één van drie oogappels. Ondertussen volgt vrouw Lief aan de eettafel het gesprek van op een afstand. Niet dat dat haar plaats is. Een heel leven stond ze stevig náást haar man, niet er achter. En al snijden de woorden soms diep, in het gezin zit niemand gebukt. Er wordt gelachen en het leven gevierd. Bij momenten herinneren enkel de honderden kaartjes vol steun ons eraan dat dit een afscheid is.


Het is vrijdag 30 augustus 2019 als je je doodsvonnis leest. Pancreaskanker, één van agressiefste, meest dodelijke in zijn soort. Wat schiet er door het hoofd van een arts die dat slechte nieuws ongetwijfeld te vaak zelf heeft moeten brengen?


Dirk: “Die diagnose heb ik zelf moeten lezen in mijn radiologisch dossier. Ik voelde aan dat het niet goed zat. In juni werd ik abnormaal moe. Mijn vrouw Lief nam bloed en uit het staal bleek dat mijn suikerwaarden hoog waren. We dachten aan diabetes type 2, het gevolg van overgewicht. Ik verloor tien kilo, klom geregeld op de fiets en toch bleven de suikerwaarden stijgen. De spieren ontwikkelden zich ook niet zoals je zou verwachten - ze worden afgebroken door de pancreaskanker, maar dat wist ik toen nog niet. Daarna heb ik een CT-scan van mijn buik en pancreas laten nemen.”


“Omdat ik bij het ziekenhuis niemand kon bereiken - volgens de receptie kon ik pas binnen drie dagen mijn huisarts bellen om de diagnose te horen, maar daar wilde ik niet op wachten - besloot ik zelf mijn medisch dossier te bekijken. Daarin las ik mijn doodsvonnis. Het is een rare positie waarin je je dan als dokter bevindt. Je kan je beter informeren, maar je weet ook: dit is het einde. Ik heb zelf genoeg patiënten met pancreaskanker gehad. Ik was compleet overstuur. Alsof ze met een hamer op mijn kop hadden geslagen. Daarna heb ik Lief gebeld. Ze heeft alles laten vallen op de praktijk en is naar huis gekomen. We hebben hier lang samen zitten wenen.”


“Daarna moet je het nieuws nog aan de kinderen vertellen. Ook dat was hard. Ward is piloot en was net geland in Mexico. Dat wisten we niet. Hij had dan nog de pech dat zijn collega-piloot net aan pancreaskanker was overleden. Tussen zijn diagnose en het overlijden lagen maar zes maanden. En Ward is ondertussen vader geworden. Mijn kleinkind Louis is op 30 december geboren. Ward had gehoopt dat zijn zoontje Louis zijn opa had kunnen leren kennen. Dat zal niet gebeuren. Mijn dochter Lien was gelukkig al in het land voor de trouw van Ben in oktober. Ze kwam uit Australië, waar haar vriend woont.”


Hoe reageerde jij op dat rotnieuws, Ben?

Ben: “Ik was aan het werk op de unief (Ben is kwantumfysicus aan de Universiteit Antwerpen, red.) toen papa belde. ‘Ik heb slecht nieuws’, zei hij. ‘Ik heb pancreaskanker.’ Ik liet het werk voor wat het was en fietste naar huis. Omdat we allebei wetenschappelijk ingesteld zijn hebben papa en ik samen de literatuur doorzocht. We stootten op een tabel met de verschillende stadia. In het allereerste stadium was de levenskans twintig procent, de verwachte levensduur vijf jaar. Wat later hoorden we dat papa al in stadium drie zat. Nul procent kans op genezing. Dan denk je ‘shit, wat gaat er gebeuren?’ We hebben meteen beslist om met het hele gezin op weekend naar de Vossemeren te gaan. Om te praten en bij elkaar te zijn.”


“Mijn man werkt in Japan. Hij was al naar hier gekomen voor onze trouw in oktober. Zijn moeder had een week eerder de diagnose van borstkanker gekregen. Het was een hallucinante situatie. En dan voel je hoe je heel snel, heel dicht naar elkaar groeit. Het zijn diepe, diepe dalen, maar ook hoogtepunten. Je geniet in die laatste weken zo intens van elkaar, van elk gesprek, elk woord. Natuurlijk had ik liever méér tijd met papa kunnen doorbrengen, maar het dwingt je wel om écht na te denken over je leven, waar je mee bezig bent en waar je heen wilt. Ik heb het met hem ook vaak over zijn drijfveren gehad. Dat helpt bij een rouwproces dat dan al bezig is. Mijn e-mails kom ik thuis beantwoorden om zoveel mogelijk bij elkaar te zijn.”


Dirk: “Je hoopt in het begin de dood nog een toer te kunnen lappen, te kunnen marchanderen. De mens zit zo in elkaar, maar je weet vrij snel: de feiten zijn de feiten. De mediane overleving was met chemotherapie acht maanden, zonder vier. Van die acht maanden zijn er vijf verstreken en de laatste controlescan was niet goed. De chemo slaat niet aan en ik ben ermee gestopt. De therapie deed meer schade dan goed. Het is een kwestie van weken.”


“De gesprekken met mijn gezin in de Vossemeren hebben me veel deugd gedaan. Iedereen kon zeggen en vragen wat ze wilden. Praten helpt het verdriet delen. Het schept een verbondenheid die ik zelden gevoeld heb. Dat geeft steun. Het is de rode draad van deze periode geworden. Aan de ene kant de vreselijkheid van die ziekte en de aftakeling, daarnaast maak je prachtige dingen mee. De reacties van mensen, duizenden comments op Facebook, honderden kaartjes van patiënten, vrienden, collega’s, die hebben deugd gedaan. Zelfs van de paracommando’s, waar ik in 1977 mijn militieplicht deed, 43 jaar geleden, kreeg ik een kaartje en foto’s van die tijd. Het was maar een milliseconde in mijn levenstijd en toch een vriendschap voor het leven. De slogan van ons peloton stond op het kaartje: ‘Opgeven nooit. Spirit altijd. United we conquer.’”


Naar pancreaskanker wordt weinig onderzoek gedaan. De ziekte is te zeldzaam en te complex om interessant te zijn voor de farma-industrie. Net tegen die big pharma heb je je een heel leven verzet. Zo stond je aan de wieg van het Kiwimodel. Bittere ironie?


Dirk: “De behandeling die ik kreeg is meer dan 25 jaar oud. Er wordt weinig onderzoek naar pancreaskanker gedaan omdat het financieel niet interessant is voor big pharma. Ook ironisch is dat oncologen me vertelden dat er van alle mogelijke oorzaken niet één is die op mij van toepassing is. Ik rookte niet, dronk niet overdreven veel, was niet ziekelijk obees. Ook in de familie komt pancreaskanker niet voor. Wel blijkt uit recente studies dat luchtverontreiniging een mogelijke oorzaak is. Ook daar heb ik jaren tegen gestreden.”


Een strijd die je won. Met als orgelpunt het schrappen van de plannen voor de de Lange Wapper.


Dirk: “Ik heb meer bereikt als dokter door de Lange Wapper weg te laten stemmen dan door puffers voor te schrijven. We hebben daarmee meer dan een steen verlegd. Fijnstof stond nog niet in ons woordenboek, laat staan op de politieke agenda. In onze praktijk (Van Duppen werkt als arts bij Geneeskunde voor het volk, red.) zagen we dat zestig procent van de kinderen pufte van de astma. Vergeleken we dat met het in het groen gelegen Baarle-Hertog, dan was dat daar amper tien procent. De link met luchtvervuiling werd pas gelegd na een Californische studie die 4.000 kinderen die in buurt van een snelweg woonden acht jaar lang had gevolgd. Hoe dichter bij die snelweg, hoe groter het effect. Ook het aantal vrachtwagens en auto’s was relevant. Deurne ligt op 500 meter van de ring, op minder dan 500 meter van de E313. Elke 24 uur passeren er 300.000 auto’s en 82.000 vrachtwagens. Eén en één is twee.”


“Toen we hoorden over de plannen voor de Lange Wapper wisten we meteen: dit kan niet doorgaan, dit mag niet doorgaan. In 2008 startte Wim Van Hees de actiegroep Ademloos. We hebben elkaar gebeld en er volgde een actie aan het Sportpaleis waar toen Disney On Ice speelde. ‘Geen fijn stof in onze hof’, dat was de slogan. Het was de eerste keer dat mensen dat woord ‘fijn stof’ zouden horen. Daarna kwam de picknick op de Grote Markt. Een volksraadpleging en 60.000 handtekeningen later werden de plannen voor de Lange Wapper afgevoerd. Het was David tegen Goliath. BAM (het studiebureau BAM dat het idee voor de dubbeldeksbrug lanceerde, red.) had veertig keer het budget van de actiegroepen, maar we hebben die strijd gewonnen. Daar blijf ik bijzonder trots op.”


Hoe kijk jij naar dat tomeloze engagement van je papa, Ben? Je trad als districtsschepen voor PVDA in Borgerhout in zijn voetsporen.


Ben: “Ik heb niet het idee dat ik hem gevolgd ben. Ik ben ook geen dokter geworden zoals hij. Voor mijn ingangsexamen geneeskunde was ik geslaagd, maar ik was eigenlijk meer geïnteresseerd in onderzoek en dus koos ik voor pure wetenschap: kwantumfysica. Hoe de wereld in elkaar zit heeft me altijd geboeid, maar ik wil die kennis ook gebruiken om de wereld te veranderen. Samen met anderen. Zo ontdekte ik dat ik ook het engagement heb dat mijn vader heeft en ben ik bij de Partij van de Arbeid beland. Ten tijde van De Cholesteroloorlog (Het boek van dirk uit 2004 legde de financiële markt achter big pharma bloot, red.) herinner ik me dat we op vakantie waren in Zwitserland. Papa hing de hele dag aan de telefoon. ‘Waar is hij toch altijd mee bezig?’, vroeg ik me af.’

Dirk: “Ben heeft altijd zijn eigen weg gezocht, net als zus Lien en broer Ward, en dat is goed. Hij begon laat met politiek en was altijd kritisch, ook voor de PVDA. In zijn studententijd was hij vooral actief als preses in de studentenclub. Ik ontdekte ooit een brochure over de presesverkiezingen waarin een interview met Ben stond. De vraag werd gesteld wie hij het meest bewonderde. ’Mijn pa. Die is al heel zijn leven aan het proberen en hij breekt maar niet door met verkiezingen. (lacht) Maar toch houdt hij zijn engagement vol.”

“Ik ben heel trots op Ben. Die jonge gast, spierwit, schepen in dat supermulticulturele Borgerhout. En hij voelt zich daar als een vis in het water. Alle clichés worden verbroken. (filosofisch) Zo zit de mens in elkaar. Het is een sociaal groepsdier, hij bouwt zijn identiteit op in het aangezicht van de ander. En hoe diverser, hoe rijker. Dat beweest de evolutietheorie van Darwin al. De ‘struggle of the fittest’ is voor mensen een ‘struggle of the friendliest’.”


Ben: “Papa blijft altijd gaan voor het hoogst haalbare en weet dat kleine overwinningen tot hele grote triomfen kunnen leiden. Mandela zei ooit ‘it always seems impossible until it’s done’. Je ziet te veel mensen afzien en je hebt een bovenlaag die daarvan profiteert. Dat is een gigantisch probleem. Je moet ernaar streven dat op te lossen, maar dat doe je in kleine stappen. Wat ik in dat interview wilde zeggen was vooral dat zolang je weet waar je heen wilt, je doorgaat. No matter what. Dat typeert mijn papa. En daar bewonder ik hem om.”


De euthanasie is geregeld. Ben je klaar om te vertrekken?


“Dat denk ik wel. Euthanasie kan in ieder geval heel mooi zijn. Ik heb het zelf vaak toegepast bij patiënten en ik ben blij dat de euthanasiewetgeving bestaat. Het is onvoorstelbaar hoeveel leed vermeden wordt. Van een pancreastumor weten we dat het verloop crescendo gaat tot je uitgemergeld bent, geen voeding meer verdraagt omdat je lever faalt. Ik heb patiënten zien creperen. Het is het niet waard. Met mijn huisarts, mijn vrouw en kinderen heb ik afgesproken dat ik op een menswaardige manier afscheid wil nemen. Ik zie de zin van afzien niet in. Het gaat nu langzaam achteruit en dat voel je. De laatste scan die ik liet nemen zag er veel slechter uit dan ik me voel, maar dat wil wel zeggen dat het eraan zit te komen. Met de chemotherapie ben ik gestopt, de nevenwerkingen zijn groter dan de baat die ik erbij heb.”


“Het is een geruststelling dat mijn kinderen het alledrie goed doen in het leven. Ik ben erg trots op hen. En dat het lijden kan voorkomen worden, ook dat brengt rust. Maar weten dat je je kleinkinderen niet zal zien opgroeien, dat vind ik doodjammer.”

Ben: “Het is zo mooi om te zien hoe papa omgaat met mijn neefje Louis, zijn eerste kleinkind. Ik ben heel blij dat papa zelf kan beslissen hoe hij zijn leven afrondt. Nooit zou ik hem willen zien afzien. En je weet dat als je niet ingrijpt dat gaat gebeuren. Hij zei: ‘ik heb het geluk dat ik zo kan gaan’. Dat is raar om te horen, maar ik snap het nu helemaal. Ik ben blij dat papa er nog was op mijn trouwfeest en toen ik een prijs kreeg van de onderzoeksraad, maar je weet: er komen nog honderd momenten aan waarop ik hem zal moeten missen.”


Dirk: “De tijd die ik nu nog heb wil ik doorbrengen met Lief, met mijn kinderen. Ik heb nog heel veel lezingen gegeven en dit weekend stel ik mijn boek ‘Zo verliep de tijd die me toegemeten was’ voor in de Roma. Het einde komt nu snel dichterbij. Je staat een laatste keer stil bij je leven. Ik hoop dat ze me afrekenen op wat ik voor anderen betekend heb. Ik kan niet zeggen dat ik me verveeld heb. Het is boeiend geweest. Ik kan alleen maar dankbaar zijn.”


Het Laatste Nieuws 06/02/2020


Top


Humo


Dirk Van Duppen, het grote afscheidsinterview: 'Voor farmabedrijven is een levensjaar 50.000 euro waard'

Iemand zeggen dat hij een echt door en door goed mens is, is dat nog wel een compliment in dit tijdsgewricht, waarin winnen het hoogste goed is? Maar als we oog in oog zitten met Dirk Van Duppen (63), kunnen we niet anders dan denken: hij is er één.


HumoStefanie De Jonge - Maandag 7 oktober 2019



Farmabedrijven gaan ervan uit dat jij je huis wilt verkopen om van kanker te genezen.

Een levens jaar is voor hen 50.000 euro'


Dirk Van Duppen bond de strijd aan tegen het fijnstof in Antwerpen en voorkwam bijna eigenhandig mee de bouw van de Lange Wapper. Hij heeft de invoering van het kiwimodel afgedwongen, waardoor geneesmiddelen betaalbaarder werden. Nu geeft de ondervoorzitter van de Orde der Artsen hem na veertig jaar strijd gelijk. Hij en Geneeskunde voor het Volk beschuldigden de Orde ervan de centengeneeskunde in stand te houden. De Orde geeft dat nu toe – ‘Geneeskunde voor het Volk was zijn tijd vooruit,’ zei de topman – en volgt voor de nieuwe regelgeving het advies van Van Duppen op de letter. ‘Dat is mijn laatste wapenfeit,’ zegt hij, als we aan zijn eenvoudige tafel gaan zitten in de serre van zijn sober ingerichte huis. Hij slikt tranen weg. Een maand geleden viel het keiharde verdict: pancreaskanker.


Dirk van Duppen «In juni heb ik bij mezelf diabetes vastgesteld. Het gevolg van overgewicht, dachten Lieve (Seuntjens, zijn vrouw en ook huisarts bij Geneeskunde voor het Volk, red.) en ik. Ik heb toen tien weken lang een streng dieet gevolgd en veel bewogen, en ik ben 10 kilo vermagerd. Maar mijn bloedsuikergehalte daalde niet. Toen wisten we dat er iets ernstig mis was. We lieten een scan maken en ja…»


Lieve Seuntjens «Wij zijn geen mensen die stilstaan bij kleine tegenslagen. We denken altijd: komaan, doorgaan. Misschien hebben we het daarom ook niet zien aankomen.»


De woonkamer staat vol kaarten en planten. En op Facebook heeft hij zeshonderd reacties gekregen, zegt Dirk Van Duppen ontroerd. Op de tafel liggen alle boeken klaar die hij heeft geschreven. Hij wil samen terugblikken. Eerst was er het dagboek dat hij in 1986 samen met Lieve heeft geschreven, over het jaar dat ze levens hebben gered in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon. In ‘De supersamenwerker’, zijn laatste boek, legt hij uit hoe wetenschappelijk onderzoek onomstotelijk heeft bewezen dat de mens van nature solidair en goed is, en dus helemaal geen wolf voor zijn medemens, zoals we allemaal zijn gaan geloven. Dat is precies wat de Nederlandse historicus Rutger Bregman nu betoogt in zijn nieuwe boek ‘De meeste mensen deugen’. Daartussen was er ‘De cholesteroloorlog. Waarom geneesmiddelen zo duur zijn’, waarmee Dirk Van Duppen een aardverschuiving veroorzaakte in België. Die leidde tot de invoering van het kiwimodel, het terugbetalingssysteem dat, onder andere via openbare aanbestedingen, de prijs van medicijnen, die door de grote farmabedrijven kunstmatig hoog wordt gehouden, in sommige gevallen tot 90 procent deed dalen. De strijd tegen peperdure medicijnen is na de actie voor baby Pia weer pijnlijk actueel, en heeft Van Duppen ondanks alles weer op zijn paard gekregen. ‘In gevallen zoals dat van Pia zou de overheid een dwanglicentie moeten toepassen,’ zegt hij gedreven.


Van Duppen «Bij de Wereldhandelsorganisatie is er een clausule die de overheid toelaat een dwanglicentie in te roepen als de betaalbaarheid van de gezondheidszorg in gevaar is. De producent is dan verplicht zijn licentie tegen een billijke vergoeding vrij te geven, zodat een generische producent het middel goedkoop kan aanmaken. Dat is wat Nelson Mandela heeft gedaan om iedereen in Zuid-Afrika tegen hiv te kunnen vaccineren. Meer dan tweehonderd miljoen Afrikanen konden blijven leven dankzij dwanglicenties. In de rijke westerse landen ligt dat moeilijker. In het geval van Pia had minister De Block dat soort clausules wel kunnen toepassen, maar ze heeft het niet gedaan. ‘De farmaceutische industrie is onze partner, niet onze tegenstander,’ zei ze. Dan weet je welke belangen ze verdedigt. Voorlopig zijn we nog niet verlost van die neoliberale gang van zaken.»


HUMO Maar u hebt wel hoop, zei u vorige maand in een dubbelgesprek met psycholoog Paul Verhaeghe op ManiFiesta, het feest van de solidariteit in Bredene.

Van Duppen «Omdat de samenleving langzaam vastloopt, zoals Paul Verhaeghe ook zegt. De Orde der Artsen maakt nu zo’n enorme switch en herschrijft haar codex omdat Michel Bafort, toenmalig voorzitter van de Orde in Oost-Vlaanderen, had gemeld dat de prestatiegeneeskunde steeds meer artsen drankverslaafd maakte en zelfs tot zelfmoord dreef. De ziekenhuizen dwingen hen voor zoveel mogelijk omzet te zorgen. Ze kunnen de druk niet aan, en het feit dat ze steeds minder tijd hebben voor hun patiënten, gaat tegen hun aard in. Zij willen voor mensen zorgen: dat is wat hen motiveert. Die motivatie van binnenuit is veel sterker en gezonder dan de beloning of eis van een baas of een bedrijf.»


HUMO The survival of the fittest betekent the survival of the friendliest, niet the survival of the strongest, zei u op ManiFiesta.

Van Duppen «Ja. Herbert Spencer, een tijdgenoot van Charles Darwin, heeft een draai gegeven aan de evolutietheorie. Hij paste de principes toe op de samenleving en stelde dat de rijken hun positie te danken hebben aan hun erfelijke voortreffelijkheid, en de armen arm zijn door erfelijke minderwaardigheid. Met zijn sociaal darwinisme rechtvaardigde het kapitalisme de sociale ongelijkheid die het teweegbracht, en dat legde dan weer het fundament voor het denken in termen van winnaars en verliezers dat de neoliberale ideologie nog altijd overeind houdt. Maar als er iets is wat wetenschappelijk is bewezen, is het wel dat de mensheid het niet had overleefd als we niet voor elkaar gezorgd hadden. Een baby overleeft niet zonder zorg. Darwin bedoelde dat diegene overleeft die zich het best kan aanpassen. Daarom is de mens solidair geworden: in ons eentje redden we het niet.»


HUMO Daarvan is de redding van Pia een mooi voorbeeld, maar de belangengroep voor de spierziekte SMA voelde zich gepasseerd: de ouders van Pia zijn alleen voor hun kind opgekomen. Is dat geen vorm van ieder voor zich?

Van Duppen «Dat was niet de basishouding van de ouders, vind ik. Ze hebben van het begin af de politiek bekritiseerd en ook nu proberen ze de discussie open te trekken. De farmaceutische industrie zou niet zulke absurd hoge prijzen mogen vragen. De oplossing moet je dáár zoeken. Weet je van welke redenering ze uitgaan bij hun berekeningen? Dat jij bereid bent je huis te verkopen om van kanker te genezen. Een levensjaar schatten ze nu in op 50.000 euro, dus reken maar uit wat een baby redden in hun ogen mag kosten.»


«Je moet de gevoelens van solidariteit bij mensen koesteren, maar je moet hen tegelijkertijd wel bewustmaken van de mechanismen in de samenleving. Toen we voor de invoering van het kiwimodel pleitten, zijn we met acht bussen vol patiënten medicijnen gaan kopen bij apotheken in Nederland, waar het kiwimodel al van kracht was. Toen iedereen met zijn eigen ogen zag dat je daar maar 3 euro betaalt voor een doosje maagzuurremmers en bij ons 42 euro, viel hun frank: hier zit banditisme achter. Als er iets belangrijk is in een strijd, dan wel dat je je argumenten goed moet onderbouwen.»


Seuntjens «Toen ik Dirk leerde kennen, zat ik in de universiteitskantine uren met hem te discussiëren. Ik probeerde steeds iets in zijn argumentatie te vinden wat niet klopte, maar het is me nooit gelukt.»


HUMO Hoe koos u uw gevechten?

Van Duppen «Die begonnen altijd bij de problemen van mijn patiënten. Mijn cholesteroloorlog begon toen één van mijn patiënten een hartinfarct kreeg en daarna 184 euro moest betalen voor een doosje Zocor, de cholesterolverlager die hij nodig had. Omdat het medicijn zo duur was, hanteerde het RIZIV strenge criteria voor de terugbetaling: je cholesterolgehalte moest boven de 250 mg per dl liggen. Maar 60 procent van de mensen die een hartinfarct krijgen, haalt die waarde niet. Dat maakte me kwaad. Toen mijn patiënt een tweede infarct kreeg, werd ik echt woest. En toen heb ik uitgezocht hoe die belachelijk hoge prijzen voor medicijnen tot stand kwamen.»


'De mens is géén wolf voor de medemens,

maar dat is wel wat machthebbers en neoliberalen willen'


HUMO En uw kruistocht tegen fijnstof?

Van Duppen «Daar ben ik mee begonnen toen ik merkte dat wij 60 procent van de kinderen jonger dan 6 jaar in Deurne puffers moesten voorschrijven voor hun ademhalingsproblemen. We hebben de cijfers vergeleken met die in het groene Baarle-Hertog: daar bleek maar 10 procent van de kinderen een puffer nodig te hebben. Op dat moment verscheen er in The Lancet toevallig een artikel over een studie in Californië waaruit bleek dat kinderen die op een afstand van 1.500 meter of minder van een snelweg opgroeien, op hun 18de minder longcapaciteit hebben voor de rest van hun leven. Toen viel mijn frank: de ring ligt hier minder dan 500 meter verwijderd, en wat verder heb je de E313. En toen ze de Lange Wapper wilden bouwen, wat nog méér verkeer betekende, ben ik actie beginnen te voeren. Ik ontmoette Wim van Hees, die hetzelfde deed met zijn actiegroep Ademloos, en we hebben onze krachten gebundeld. Het DVC Sint Jozef, een school voor kinderen met ernstige beperkingen in de Luchtbal, raakte gealarmeerd door onze acties. Vooral over hun duchennepatiëntjes, die zuurstofapparaten nodig hebben om te kunnen ademen, maakten ze zich grote zorgen.»


«De Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), die de Lange Wapper zou bouwen, had hen uitgenodigd om de fameuze maquette te komen bekijken. Wat bleek: de BAM was vergeten de school in te plannen! Eén van de pijlers van de brug stond náást de speelplaats. Dat leidde tot onze bekende actie met de duchennepatiëntjes. De bom barstte toen Patrick Janssens (ex-burgemeester van Antwerpen, red.) daarna die vreselijke uitspraak ‘Walk and don’t look back’ deed. Wij hebben toen opgeroepen tot een volksraadpleging. Iedereen verklaarde ons voor gek, want het contract met de BAM was al getekend. Maar we hebben ontelbare informatieavonden in de buurt georganiseerd en het referendum heeft de bouw van de Lange Wapper tegengehouden.»


Hij wil terug in de tijd gaan en vertellen hoe het allemaal begon.


Van Duppen «Heb je gelezen dat het voor Rutger Bregman begonnen is met een leerkracht die over de essentie van het communisme vertelde? Die zei: ‘Dat is een samenleving waar iedereen kan hebben naargelang zijn behoefte en iedereen kan bijdragen naargelang zijn capaciteiten.’ Dertig jaar eerder heeft mijn leraar exact dezelfde uitspraak gedaan en ook bij mij is die altijd blijven hangen. Ik was 14 toen die leraar vroeg: ‘Wat is de beste ontwikkelingshulp: de mensen vis geven of hen leren vissen?’ Waarop ik zei: ‘Volgens mij is de kwestie: wie bezit de vissersboten?’»


HUMO Huh? En u was toen 14?

Van Duppen «Ja, maar ik was sterk beïnvloed door mijn oudere broer Jan, naar wie ik enorm opkeek. Hij was een rebel. Mijn vader, die onderwijzer was en zijn hele leven gefrustreerd is geweest omdat hij geen universitair onderwijs had kunnen volgen, had hem naar de jezuïeten gestuurd, maar dat is helemaal fout gelopen. Aan de normaalschool waar hij Jan vervolgens naartoe had gestuurd, waaiden de mei ’68-ideeën sterker dan waar ook en hij nam die elk weekend mee naar huis. Ik luisterde en wilde ‘Das Kapital’ lezen. Mijn broer is het voor mij in de bibliotheek gaan halen, want ik kreeg het niet mee: dat was geen boek voor kinderen. Voor de eerste hoofdstukken had ik een woordenboek nodig om te begrijpen wat er stond, maar ik was geboeid en op mijn 18de had ik de belangrijkste werken van Marx en Engels gelezen. Het was de tijd van de Vietnamoorlog en ik zag met mijn broer films in het alternatieve circuit die de gruwelijkheden toonden, terwijl de toen nog zeer katholieke Gazet van Antwerpen, die bij ons thuis op tafel lag, die toedekte. Die hypocrisie legde ik bloot en dat is uitgemond in een hevige strijd met mijn vader. Die sloeg erop los.»


Seuntjens «Het was de tijd waarin de roede niet werd gespaard.»


Van Duppen «Maar wat hij deed, was op het randje van kindermishandeling. Dat maakte de broederband en ons verzet tegen onderdrukking in het algemeen sterker. Dat wij op jonge leeftijd door de emancipatiebeweging zijn beïnvloed, heeft ons gered van een posttraumatisch stresssyndroom.»


'De farma­ceutische industrie is onze partner, niet onze tegenstander,'

zei minister De Block. Dan weet je welke belangen ze verdedigt'


Rotte koeienhuiden


HUMO ‘De supersamenwerker’ hebt u opgedragen aan uw moeder.

Van Duppen «Bij haar thuis waren ze enorm antifascistisch. Haar vader was diamantslijper en heeft tijdens de oorlog Joodse gezinnen helpen onderduiken. Zij heeft dat als kind meegemaakt en had een enorme weerzin tegen elke vorm van repressie. Ze was ook tegen de kerk omdat ze op het randje van misbruikt is geweest door de pastoor. Als iemand mij tot de strijd voor solidariteit heeft geïnspireerd, is zij het. Mijn broer en ik hebben ons echt vrijgevochten. Toen ik 15 was, heb ik mijn vader een keer tegen de grond gelegd. Sindsdien durfde hij ons niet meer aan te raken en kreeg hij zelfs respect voor ons.»


HUMO U bent niet gaan studeren, zoals uw vader had gehoopt, maar in de fabriek gaan werken.

Van Duppen «Ja, net zoals mijn broer. Hij was gestopt met zijn studie psychologie en was in de mijnen gaan werken. Die periode in de fabriek heeft een stempel gedrukt.»


HUMO Zei u net niet dat een mens volgens het communistische principe moet ‘bijdragen naargelang je capaciteit’?

Van Duppen «Ja. Mijn bedoeling was ook om op het terrein de sociale strijd mee te organiseren en de arbeiders bewust te maken. Maar ik wilde die wereld leren kennen, want als je voor mensen wilt opkomen, is het belangrijk dat je hen echt kent, dat je je met hen verbindt en leeft zoals zij leven. Dat is iets waar ik rotsvast in geloof. Je kunt wel commentaar geven vanaf de zijlijn als socioloog of journalist of wat dan ook, maar als je niet leeft zoals je denkt, ga je snel denken zoals je leeft.»


«Ik werkte toen in een leerlooierij. Het was vies werk, met veel toxische stoffen en weinig bescherming. We zijn er op een gegeven moment gaan staken voor 7 frank loonsverhoging. Ik was stakingsleider – ik was pas 19, maar ik was mijn broer gevolgd naar de AMADA-beweging (Alle Macht Aan De Arbeiders, voorloper van de PVDA, red.) en daar waren ze gespecialiseerd in stakingen. Ik bestudeerde de boekhouding en de jaarverslagen, en toen de bazen zeiden dat ze geen loonsverhoging konden geven, kon ik aantonen dat er genoeg reserves waren.»


Seuntjens «Dirk is heel goed in wiskunde (glimlacht).»


Van Duppen «We hebben de staking twaalf weken volgehouden. Ondertussen lag er voor 30 miljoen frank aan koeienhuiden te rotten. Dat was ons wapen. De eigenaar, Omer Vanaudenhove, die ook minister van staat was, heeft toen via koppelbazen allochtone arbeiders aangeworven die ’s nachts met wagens van de rijkswacht werden binnengeloodst. Als je dat meemaakt als 19-jarige jongen, weet je voor altijd aan welke kant de macht staat. Maar uiteindelijk heeft Vanaudenhove wel toegegeven.»


HUMO Daarna ging u in het leger en werd u paracommando. Werkte de hiërarchie daar niet op uw zenuwen?

Van Duppen «Ik ben wel een keer in hongerstaking gegaan, geloof ik, maar eigenlijk heb ik me er vooral geamuseerd.»


Seuntjens «Ik moest altijd zo lachen om je verhalen.»


Van Duppen «Ik herinner me dat ik tijdens een oefening uit een vliegtuig moest springen. Op de grond stond ik van de natuur te genieten, tot mijn officieren in de verte begonnen te zwaaien en riepen: ‘Van Duppen, het is oorlog, hè! De vijand zit hier!’ Ik kon het allemaal moeilijk serieus nemen.»


HUMO Waarom bent u na het leger niet teruggekeerd naar de fabriek?

Van Duppen «Het was volop crisis en mijn broer en ik lagen niet goed bij de ondernemingen in de Kempen. Het was moeilijk voor ons om aan werk te raken. We zijn toen, geïnspireerd door Kris Merckx, die Geneeskunde voor het Volk had opgericht, geneeskunde gaan studeren. En aan de universiteit heb ik Lieve leren kennen.»


HUMO Waar viel u voor, Lieve?

Seuntjens «Voor de filosofische discussies waar ik het net al over had. Echt. Ik kom uit een beschermd katholiek milieu en zijn analyses waren zo anders dan degene die ik kende. Hij brak de wereld voor mij open.»


Van Duppen «Tijdens mijn studie werkte ik ook bij de koperfabriek in Olen.»


Seuntjens «Dirk kwam bijna nooit naar de les.»


Van Duppen «Lieve maakte de notities.»


Seuntjens «Ik was op de kostschool getraind in het maken van letterlijke notities en daar maakte Dirk gestructureerde notities van.»


Van Duppen «Een win-winsituatie (lacht). Na onze studie wilde ik een groepspraktijk van Geneeskunde voor het Volk starten in de Kempen, maar Lieve wilde naar een ontwikkelingsland.»


Seuntjens «Ik had geneeskunde gestudeerd om naar de derde wereld te gaan. Er volgde toen een zware discussie...»


Van Duppen «...die zij heeft gewonnen. De Palestijnse hulpvereniging Rode Halve Maan riep westerse artsen op hen te helpen in de vluchtelingenkampen, omdat hun eigen artsen werden gekidnapt als ze zich wilden verplaatsen, en toen zijn we naar Beiroet gegaan. Daar is het zaadje voor het boek ‘De supersamenwerker’ gelegd. Hier dacht iedereen toen: de mens is een wolf voor zijn medemens, en tijdens de oorlog wordt dat alleen maar erger. Maar wat wij in de kampen zagen, was het bewijs van het tegenovergestelde. Mensen zorgden ondanks de moeilijke omstandigheden zo goed voor elkaar. De scholen bleven open, de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO had de gezondheidszorg goed uitgebouwd, en ze hadden in de kampen zelfs goede kindercrèches. In ‘De supersamenwerker’ tonen we aan dat de mens twee aangeboren neigingen heeft: de neiging om te zorgen voor eigen genot en eigen voordeel, en een hang naar samenwerken en zorgen voor anderen. Die twee neigingen hebben we in Libanon ervaren.»


HUMO Welke van de twee neigingen de bovenhand krijgt, hangt af van de ideeën die de omgeving ons inprent, zei u op ManiFiesta. Als je in films, boeken of in je werkomgeving krijgt ingelepeld dat de één zijn dood de ander zijn brood is, wakkert dat niet je neiging aan om samen te werken, maar die om voor je eigen gewin te gaan.

Van Duppen «Precies. De mens kan door anderen of door omstandigheden worden gemanipuleerd. Dat hebben we ook ervaren in de kampen. Diezelfde mensen die zo goed samenwerkten en voor elkaar zorgden, wilden dat wij onmiddellijk ons fototoestel gingen halen toen er een neergeschoten kind werd binnengebracht: ‘Maak een foto en laat in het Westen zien wat zij ons aandoen.’ Maar dat was precies wat de schutters voor ogen hadden: die wilden het wij-zij-denken aanwakkeren. Dat is de manier waarop alle machthebbers in de geschiedenis hun machtspositie hebben bestendigd. Om hun positie te kunnen handhaven en de uitbuiting te kunnen verantwoorden, hadden koningen het beeld nodig dat de mens een wolf is voor zijn medemens. Ook het neoliberale systeem wakkert daarom het wij-zij-denken aan. Door iedereen met elkaar te laten concurreren kunnen zij hun winst optimaliseren. Rutger Bregman legt dat heel goed uit in ‘De meeste mensen deugen’.»


HUMO Op ManiFiesta noemde u zijn boek ‘De supersamenwerker bis’. Steekt zijn succes?

Van Duppen (lacht) «Niet alle concurrentie is fout. Sociale competitie is goed. Dat heeft de evolutionair bioloog David Sloan Wilson wetenschappelijk aangetoond. Sociale competitie is een spel waarin je van elkaar leert en die kennis iedereen ten goede komt. Dat is iets anders dan de zero-sum-concurrentie die uit de handel is voortgevloeid, waarbij de andere altijd verliest als de ene wint. De Nederlandse historicus Bas van Bavel heeft uitgebreid beschreven hoe die concurrentie onvermijdelijk tot monopolievorming leidt en aan het algemeen belang voorbijgaat.»


'Bij Geneeskunde voor het Volk hebben we een ander beeld van allochtone nieuwkomers

dan het beeld dat de media en de politiek ophangen.

Maar ik geloof dat dingen zullen veranderen'


Eigen volk eerst


HUMO ‘Wat kan ik, behalve uw boek lezen, eigenlijk dóén om het neoliberale systeem te veranderen?’ vroeg een man op ManiFiesta machteloos.

Van Duppen «Om te beginnen moet je het mensbeeld bij jezelf corrigeren. Het idee dat de ander een wolf is, zit dieper in je dan je denkt.»


HUMO ‘Begin met aardig te zijn voor uw buurman,’ antwoordde u. Werkt dat?

Van Duppen «Ja, want dan krijg je een cascade-effect. Als je goeddoet voor een ander, komt er oxytocine vrij, het hormoon dat een grote rol speelt bij de moeder-kindbinding. Dat geeft een prettig gevoel en zet aan tot nog méér goeddoen. Ook bij de persoon die wordt geholpen, komt oxytocine vrij, met hetzelfde effect.»


HUMO Bregman noemt oxytocine het ‘eigen volk eerst’-hormoon.

Van Duppen «Ja. In een experiment is aangetoond dat, als je oxytocine aan een groep toedient via een neusspray, mensen empathischer worden binnen de groep, maar dat die stof ook de afkeer van mensen buiten de groep versterkt. Ik vind het jammer dat Bregman wel dat experiment aanhaalt en niet het werk vernoemt van Martin Nowak, de hoogleraar biologie en wiskunde die heeft uitgezocht wat de beste strategie is om tot een duurzame samenwerking te komen. Het komt erop aan genereus te zijn: je moet zelf de hand uitsteken en geloven dat je buurman positief zal reageren. En je moet vergevingsgezind zijn: als buurman een slechte dag heeft en niet fijn reageert, mag je niet meteen afhaken.  Bij een tweede poging zal hij zich extra gerespecteerd voelen. Maar je moet ook een grens trekken: de buurman moet wel weten hoever hij kan gaan.»


«Elinor Ostrom, de Amerikaanse wetenschapster die in 2009 de Nobelprijs voor de Economie heeft gewonnen, zei ongeveer hetzelfde. Zij geloofde niet in het uitgangspunt van economen dat, als je de gemeenschap natuurlijke bronnen zoals weiden of visgronden laat gebruiken, dat altijd tot uitputting zal leiden. Dat idee gaat uit van het negatieve egoïstische mensbeeld: er zal altijd wel een herder zijn die meer schapen laat grazen dan afgesproken; dat zou de anderen dwingen hetzelfde te doen, waardoor er op den duur geen weiden meer zijn. Dat was het argument om het beheer over die natuurlijke hulpbronnen te privatiseren. Ostrom heeft de moed gehad om de gemeenschappelijk beheerde natuurlijke bronnen die wel nog bestaan, te analyseren. Daaruit heeft ze de gedragsregels afgeleid die ervoor zorgen dat het nooit tot een uitputting van de bronnen komt. Die regels komen in grote lijnen overeen met die van Martin Nowak. Het zit in de mens om samen te werken en voor elkaar te zorgen, maar die capaciteit moet wel ontwikkeld worden.»


«In haar speech bij de overhandiging van de Nobelprijs in Zweden formuleerde Ostrom het heel goed. Ze zei: ‘De essentie van de politiek zou erin moeten bestaan om een politiek en instituten te ontwikkelen die het beste in de mens naar boven doen komen.’ Een politiek en instanties dus die het wij-zij-denken en het ‘eigen schuld’-denken afvoeren.»


HUMO Daar zijn we nog lang niet als we naar de voorbije verkiezingen en de nieuwe Vlaamse regering kijken.

Van Duppen «Nee. En de belangrijkste reden daarvoor is dat mensen elkaar niet ontmoeten en leren kennen. Wij hebben bij Geneeskunde voor het Volk 4.500 patiënten, van wie ongeveer de helft van allochtone oorsprong is. Van hen zijn er amper twee geradicaliseerd. We kennen de families van de geradicaliseerden en weten hoe ze zijn kunnen ontsporen. Wij hebben een ander beeld van allochtone nieuwkomers dan het beeld dat de media en de politiek ophangen. Maar ik geloof dat dingen zullen veranderen, al zal ik het niet meer meemaken. Weet je, de laatste avond dat Lieve en ik in Beiroet waren, hebben we Ali Abu Toq geïnterviewd, de PLO-leider die het vluchtelingenkamp waar we waren, bestierde en er de mensen motiveerde. Hij was een intelligente man, een ex-studentenleider, niet het type dat koos voor een diplomatieke loopbaan, al was dat de snelste en veiligste manier om bij de PLO carrière te maken. Ik vroeg hem wat jij mij nu steeds vraagt: ‘Hoe hou je het vol?’ Hij zei: ‘Als je revolutionair wilt zijn, moet je er niet van uitgaan dat je zelf de overwinning zult zien. Maar je hebt wel behoefte aan kleine, concrete overwinningen van tijd tot tijd.’ Dat gesprek is me altijd bijgebleven. Dat is de kracht van hoop.»


Hij haalt een map boven en toont me grafieken van de prijzen van medicijnen.


Van Duppen «Kijk, dit is 2004, het jaar waarin ‘De cholesteroloorlog’ is verschenen. Opeens stijgen de prijzen niet meer zo hard als in de voorgaande jaren. Ze noemen het de ‘kiwi-knik’. Uit angst voor het kiwimodel hebben alle farmabedrijven toen de prijzen voor medicijnen zwaar laten zakken. Ze hebben alles gedaan om de invoering van het kiwimodel te voorkomen. Het is ook nooit volledig ingevoerd, maar voor het vaccin tegen baarmoederhalskanker is er wel een aanbesteding uitgeschreven waardoor alle meisjes nu gratis worden ingeënt op school. En kijk (wijst op de grafiek): de cardioaspirine die chronische hartpatiënten moeten nemen, kost in plaats van 14 euro nog maar 1,47 euro. En hier (toont me een krantenartikel): het Federaal Planbureau heeft voor de verkiezingen de kosten van alle voorstellen in de partijprogramma’s uitgerekend. De PVDA wil het kiwimodel toepassen op honderd geneesmiddelen, en het Planbureau zegt dat onze berekeningen vollediger zijn dan die van elke andere partij. Onze maatregel zou een besparing van 500 miljoen euro opleveren.


«(Zakt achterover) Weet je dat Elinor Ostrom ook aan alvleesklierkanker is gestorven? Vlak nadat ze de Nobelprijs had gekregen.»


We nemen afscheid. Hij zou me graag knuffelen, zegt hij, om de oxytocine te laten waaien, maar hij moet uitkijken voor infecties. Dan maar een hand. Bedankt, Dirk.


Humo


Top



Klik hier of op de foto


Top


De Standaard


DIRK VAN DUPPEN KIJKT HET EINDE RECHT IN DE OGEN


‘Ik zie dat mijn leven betekenis heeft gehad’


Een marxist die dogma haat. Een dokter die voor een arbeidersloon werkt. Een ongeneeslijk zieke man die hoopvol is. Dirk Van Duppen, boegbeeld van Geneeskunde voor het Volk en PVDA-politicus, is het allemaal. Een adieu. ‘Niet veel mensen hebben het geluk zo naar hun einde te kunnen gaan.’ 


Ann-Sofie Dekeyser - De Standaard -  foto’s Sebastian Steveniers


Top


 

Zondag 9 februari, 17.15 uur. ‘O bella, ciao, ciao, ciao!/ O partigiano, portami via/ ché mi sento di morir.’ De Roma in Borgerhout is tot de nok gevuld. De zaal was in drie dagen uitverkocht. 1.350 mensen staan recht. Enkele steken hun linkervuist in de lucht, andere vegen een traan weg. Uit volle borst zingen ze het partizanenlied. De vertaling op het rode scherm laat geen misverstanden toe. ‘Oh kameraden, neem mij mee/ Want het voelt alsof ik doodga.’


Op het podium zit Dirk Van Duppen, ­gemeenzaam de communistische huisarts genoemd. Dit is de voorstelling van zijn laatste boek, Zo verliep de tijd die mij toegemeten was. Maar het is ook een afscheid. Sinds Vlaanderen weet dat hij terminaal ziek is, lopen journalisten zijn deur plat. Schipperend tussen trots en bescheidenheid zegt hij erg dankbaar te zijn voor de erkenning. Hij moet momenteel de meest geliefde PVDA-politicus ooit zijn. Er weerklinken halve heiligverklaringen. Vlak voor zijn dood wordt de gecontesteerde communist plots een held.


Viroloog Marc Van Ranst kan in een speech in De Roma een sneer niet laten. ‘Plots noemen ze je een authentiek mens, en zegt men dat je hoop en inspiratie geeft. Plots ontdekt men dat een communist iemand is die zich inzet voor de medemens en voor de brede maatschappij, en niet denkt aan persoonlijke verrijking. En men vindt dat fantastisch. Men vindt jou fantastisch. Maar men kan niet jou vandaag ineens fantastisch vinden vanwege je marxistische idealen, en diezelfde idealen morgen weer verguizen als waren ze duivels, naïef en verwerpelijk.’


Hier is Van Duppen tussen zijn mensen. Patiënten, collega’s van Geneeskunde voor het Volk, partijsympathisanten, stads- en lotgenoten. Hand in hand met zijn vrouw Lieve stapt hij het podium op. Staande ovatie. Hij houdt een hand boven de ogen om door de spotlights de mensen te kunnen zien. ‘Wie niet leeft zoals hij denkt …’, begint Van Duppen een van zijn favoriete ­motto’s. ‘Begint al snel te denken zoals hij leeft’, vult de vrouw achter mij fluisterend aan.


Er worden foto’s geprojecteerd. De Dirk Van Duppen die, niet zelden met een megafoon in de hand, op de beelden te zien is, lijkt haast niet op de man op het podium. Hij is fel vermagerd, wankeler en zijn weelderige krullen zijn verdwenen. Maar zijn stem klinkt als vanouds. Bedaard, maar sterk overtuigd van zijn zaak. Nog steeds even gedreven om de marxistische boodschap te verspreiden.


Verdrietig verbonden

Vrijdag 30 augustus 2019. Van Duppen voelt zich al een tijd niet goed. Diabetes dacht hij eerst, maar dieet en sport hadden geen effect op zijn bloedwaarden. Hij verwacht elk moment een telefoontje van de radioloog bij wie hij een CT-scan liet maken. Om 16.07 uur houdt hij het niet meer. Hij klapt zijn laptop open. Als dokter heeft hij toegang tot zijn eigen medische dossier. Hij leest: terminale pancreaskanker.


Handen schudden en knuffelen.

‘Ik ben overtuigd van de uiteindelijke overwinning,

maar moet daarom niet zelf op de dag van de bevrijding aanwezig zijn.’


Met zijn jongste zoon Ben begint hij meteen de wetenschappelijke literatuur uit te pluizen. Ben: ‘We hadden allebei een erg rationele reflex. Wat houdt dit probleem concreet in? Ik was in shock toen ik las dat er bij pancreaskanker in fase één maar 20 procent overlevingskans is. We gingen er toen nog van uit dat we er tijdig bij waren. Fase twee en drie gaven 0 procent kans. Vrij snel daarna is gebleken dat hij daar al zat. Met het hele gezin zijn we meteen op weekend vertrokken naar de Vossemeren. We hebben daar gepraat over alles wat essentieel is in het leven.’


Wanneer ik later bij hem thuis kom, vertelt Van Duppen daarover: ‘Door te praten, deel je je verdriet. Ik voelde een enorme verbondenheid groeien die ik zelden er­varen heb, tussen mijn vrouw en ik en de kinderen, tussen de kinderen onderling. Verdriet in verbondenheid en verbondenheid in verdriet.’


Die verbondenheid dijt uit wanneer het slechte nieuws bekend raakt. Op de schouw in zijn woonkamer staan honderden kaartjes met steunbetuigingen. Enkele patiënten geven hem een groot rood hart. De boodschap ‘van harte beterschap’ is ietwat pijnlijk voor een terminaal zieke, maar Van Duppen trekt het zich niet aan. Hij vlijt zich naast het hart in de zetel.


‘Ik heb gezien wat een martelgang de laatste weken bij pancreas­kanker zijn.

Ik wil niet dat mijn kinderen mij zien creperen’


Sinds de diagnose is hij nog van hot naar her gesjeesd. Zijn bucketlist bestaat niet uit tropische reisbestemmingen of exuberante kicks. Hij wil nog zijn kleinkind weten ­geboren worden, het huwelijk van Ben meemaken, in debat gaan met Paul Verhaeghe, een paar lezingen geven, gidsen in de galerij van de evolutie van de mens, en een gast­college en workshop geven. Dat lukt hem.


‘In het begin heb ik heel even proberen te marchanderen met de dood. Hopen tegen beter weten in. Maar dat duurde niet lang. De mediaanoverleving bij pancreaskanker met uitzaaiingen is vier maanden zonder chemo, acht met. Ik ben nu vijf maanden ver, heb twee soorten chemo gehad, en allebei slaan ze niet aan. Ik zie mezelf aftakelen. Vanbinnen zie ik er veel lelijker uit dan vanbuiten. Ik hoop nog zo veel mogelijk weken te hebben, maar illusies maak ik me niet.’


Hebt u pijn?

‘Ja, maar ik krijg morfine. Ik wil euthanasie niet propaganderen, maar ik ben heel blij dat het bestaat en dat ik rustig zal kunnen inslapen in het bijzijn van mijn dierbaren. Ik heb als dokter gezien wat een martelgang de laatste weken bij pancreaskanker zijn. Ik wil niet dat mijn kinderen mij zien creperen.’


Hoe beslist een mens wanneer het genoeg is?

‘Ik heb dat overlegd met mijn vrouw en kinderen. Het heeft even geduurd, maar we hebben een akkoord. Geen datum, maar na de langzame aftakeling komt er bij pan­creaskanker een systeemaftakeling. De lever faalt. De pijn is niet meer te controleren, je bent uitgemergeld en bedlegerig, ze moeten je op de pot zetten. Zodra die tweede fase ingaat, is het tijd om menswaardig afscheid te nemen.’


Gezworen kameraden

Filosofe Susan Sontag schreef: ‘Je kunt net zomin strak naar de dood kijken als in de zon’. Maar Dirk Van Duppen kijkt zijn ­levenseinde recht in de ogen. ‘Niet veel mensen hebben het geluk zo naar hun einde te kunnen gaan. Ik zie dat ik wat teweeg heb gebracht, dat mijn leven betekenis heeft gehad. Als ik aan de hemelpoort kom, wil ik afgerekend worden op wat ik betekend heb voor anderen.’ Niet dat hij erin gelooft, in de hemel. Maar nog minder in de hel.


‘Zowel dokwerkers als professoren her­ken­nen zich in hem.

Hij spreekt alle lagen van de bevolking aan en is een kei in mensen mobiliseren’


Dit interview zou over hem gaan. Maar elke vraag grijpt Van Duppen aan om de maatschappij onder de loep te nemen en zijn visie uit de doeken te doen. ‘De rode draad doorheen mijn leven is engagement en solidariteit. Dat gaat in tegen de koude, individualistische sfeer die nu wordt ge­creëerd. Ieder voor zich. Terwijl de essentie van het mens-zijn net is dat de mens het ensemble is van zijn sociale relaties. Eén plus één is meer dan twee. Daarnaast is het zo dat de maatschappelijke omstandigheden erg belangrijk zijn voor de mens, en dat we die omstandigheden dus zo menselijk mogelijk moeten maken. Karl Marx schreef die twee richtlijnen in 1845.’


Van Duppen las ze in 1971, hij was toen vijftien, en sindsdien zijn ze zijn lijfspreuken. Een leerkracht had hem aangeraden om Het communistisch manifest te lezen, nadat Van Duppen had geroepen: ‘De vraag die ertoe doet, is wie in de vissersboot zit.’ Het was zijn antwoord op de klassieke vraag over ontwikkelingshulp: wat is het beste, de mensen vis geven of hen leren vissen?


Nadat zijn drie jaar oudere broer Jan zich bij Amada had aangesloten, het extreme ­Alle Macht Aan de Arbeiders, volgde ook Dirk. Ze waren klimaatspijbelaars avant la lettre, maar streden voor een warmer maatschappelijk klimaat. Leraars die de wind van mei ’68 voelden waaien, knepen een oogje dicht. Voor vader Van Duppen was het alleen belangrijk dat zijn zonen intellectuelen werden en naar de universiteit gingen. Dat de jongste na het middelbaar in een leerlooierij aan de slag ging, leidde dan ook tot opschudding. Smerig, ongezond en slecht betaald werk. Op zijn negentiende leidde Van Duppen al een staking.


‘Ik ben altijd een studax geweest. Na mijn werkuren las ik handboeken economie en begon ik de boekhouding van de leerlooierij uit te pluizen.’ De fabriek ging twee maanden plat. Samen met de vakbonden en collega’s haalde Van Duppen opslag en meer werkzekerheid binnen. Hij maakte zich er niet bepaald populair mee bij werkgevers, dus ging hij maar geneeskunde studeren. Aan de universiteit van Antwerpen ontmoette hij zijn vrouw Lieve, ze werden gezworen kameraden.


‘Hij is intimiderend slim.

Ik leerde van hem om nooit naar beneden te stampen, maar altijd naar boven’ 

Sonja Van Giel, vriendin


‘Je mag mijn vader niet loskoppelen van mijn moeder’, vertelt Ben. ‘Ze werken allebei in De Bres (de groepspraktijk van Geneeskunde voor het Volk in Deurne, red.), zijn allebei sterk geëngageerd. Zij is evenzeer de drijvende kracht als hij.’ Waarover praat een marxistisch koppel aan de keukentafel met zijn kinderen? ‘Wij hebben vooral veel vrijheid gekregen om onze weg te zoeken. We zijn ook alle drie een andere weg opgegaan. Ward is piloot bij KLM en niet politiek geëngageerd, Lien is kinesiste en woont in Australië met haar vriend en ik ben fysicus aan de Universiteit Antwerpen en schepen voor PVDA in Borgerhout. Papa heeft nooit gedoceerd dat je jezelf niet moet vooropzetten, maar hij toonde het ­altijd in de praktijk. ’s Ochtends stond hij ­als eerste op en smeerde hij onze boterhammen. Ik moet bekennen dat dat beschamend lang heeft geduurd, zelfs nog toen we in de laatste jaren van het middelbaar zaten.’


De macht van het getal

Katrien Demuynck woonde als studente samen met het koppel. ‘Het waren turbulente jaren. Ons huis was een ontmoetingsplek: Palestijnen, Zuid-Amerikanen … van overal kwamen ze bij ons over de vloer. We discussieerden gretig over wantoestanden en onrecht. We lagen wakker van apartheid en ongelijkheid tussen noord en zuid. We zamelden geld en kleren in. Betogingen gingen er toen wat grimmig aan toe. De rijkswacht te paard joeg ons uiteen, we zijn vaak hard moeten gaan lopen.’ In die tijd zat Van Duppen ook in de clandestiene Amada-cel bij Union Minière in Olen.


Na zijn studies wilde hij een praktijk van Geneeskunde voor het Volk opstarten in Geel, maar Lieve overhaalde hem om in ­Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet te gaan werken. Bombardementen, ont­voeringen, scherpschutters en een continu gebrek aan bloed: het was veel voor een Kempenzoon. Na ruim een jaar keerde het koppel terug naar België. In die tijd vergde lidmaatschap van de PVDA een heel groot engagement. Actievoeren, staken bij de fabrieken, inzamelacties … je was er makkelijk 20 tot 30 uur per week mee bezig. Leden moesten ook een aanzienlijk deel van hun loon afstaan, het koppel doet dat vandaag nog steeds.


‘De PVDA was toen heel dogmatisch en sektarisch’, zegt Van Duppen. ‘Dat druiste tegen mijn natuur in. Ik ben de partij altijd trouw gebleven, maar er zijn veel hevige discussies geweest, die ik niet altijd won. Het was soms belachelijk, we moesten de mensen in de jaren 70 bewust maken van het oorlogsgevaar. Wij waren bezig met Rusland, Amerika en China en zij met hun loonopslag. We hadden spandoeken: “Geen Derde Wereldoorlog. 7 frank nu.”’


Al bijna een halve eeuw is Van Duppen militant. Of het nu in zijn strijd tegen big farma is, zijn verzet tegen de Lange Wapper of de waterafsluitingen in Antwerpen, altijd gebruikt hij hetzelfde stramien. ‘Van onderuit vertrekken, vanuit heel concrete problemen waarmee de mensen kampen. En daar dan degelijk onderzoek naar doen. Daarna stap ik met mijn analyse terug naar de mensen, naar zij die er belangen bij hebben, om hen te mobiliseren.’ Een andere constante: David versus Goliath.


Multinationals, de Beheers­maat­schappij Antwerpen Mobiel, kwade ministers, dreigende rechters. Hebt u zich nooit laten intimideren?

‘De farma-industrie heeft me proberen te intimideren door te dreigen met processen. Daar genoot ik van. Daarna hebben enkele farmabedrijven me proberen in te lijven. (lacht er smakelijk om, red.) Heel lief, maar bedankt. David wint van Goliath omdat hij de groep achter zich heeft. Ik kon dat ook maar doen omdat ik steun kreeg van andere dokters, advocaten, basisgroepen van de PVDA. We voelden ons als de mieren van Willem Elsschot, toen hij schreef dat geen tijger tegen de mieren bestand is. We hadden de macht van het getal. Zonder het ­collectief was ik ofwel doodgeknuppeld of doodgeknuffeld.’


Kiwimoes

Voor een Amadees heeft Van Duppen opmerkelijk veel volk, van allerlei strekkingen, achter zich kunnen scharen. Waar PVDA’ers doorgaans vrij gecontesteerde ­figuren zijn (wegens hun radicale opvattingen), wist hij de publieke opinie mee te krijgen. Hij hielp de PVDA uit haar marginale positie, al vertaalde zich dat niet meteen in eclatant electoraal succes. Jarenlang kwam de kiesdrempel zelfs nog niet in zicht. Van Duppen stootte eens op een boekje dat dateerde van toen zijn zoon Ben deelnam aan de presesverkiezingen aan de universiteit. Hem werd gevraagd wie hij het meest bewonderde en waarom. Er stond: papa. ‘Hij heeft nog nooit goede resultaten gehaald bij de verkiezingen, maar hij blijft doorzetten.’


Het verzet tegen de Lange Wapper was wel een klinkklare overwinning. Wim Van Hees van Ademloos leerde Van Duppen kennen en ze protesteerden samen. ‘Hij is een buitengewoon Mensch, in de Joodse betekenis van het woord: een integer en eervol mens. De strijd tegen de Lange Wapper was een hard gevecht, met aanvallen onder de gordel en politici die ons voor leugenaars uitmaakten. Mij kwetste dat, Dirk was dat soort aanvallen al gewend. Hij heeft er een olifantenvel voor gekweekt.’


‘Met zijn boek De cholesteroloorlog, waarom geneesmiddelen zo duur zijn heeft Van Duppen zijn naam in 2004 op de kaart gezet’, herinnert Leo Neels ons. Neels stond als baas van Pharma.be, de Belgische vereniging van farmaceutische bedrijven, lijnrecht tegenover Van Duppen in de arena. ‘De debatten die ik met hem had, zijn steeds hoffelijk verlopen. Hij zette zijn zaak met veel overtuiging neer. Zijn kritiek op de farmasector had feitelijke grondslag en was een aanleiding tot de verbeteringen die we ­hebben doorgevoerd. Maar hij maakte een erg brutale voorstelling van de farmaproducenten, wij moesten dienstdoen als de grote kapitalistische schurken.’


Van Duppen sprak over farmabanditisme en een hold-up op de ziekteverzekering. Hij kwam met het kiwi-model op de proppen: een wetsvoorstel om voor geneesmiddelen een openbare offerte uit te schrijven en ­alleen de goedkoopste bieder van het beste medicijn te vergoeden. Het is er niet gekomen. Van Duppen: ‘Men spreekt nu van een kiwi-light-model. Ik noem het kiwimoes.’ Volgens Neels heeft het kiwi-model nooit gewerkt in België. ‘Dat model is nutteloos bij innovatieve geneesmiddelen waar een patent op rust, want die zijn uniek. Maar ik geef toe: de facto heeft het de prijs van generische geneesmiddelen wel doen dalen.’


Van Duppen krijgt weer vuur in de ogen als hij erover vertelt. Hij somt prijzen op: voor ‘Omeprazol 40 milligram, 98 tabletten’, ‘Asaflow, 80 milligram acetylsalicylzuur.’ Mentaal is hij scherp als altijd. ‘Big farma rekent dat mensen 50.000 euro overhebben voor een gewonnen levensjaar. Als baby Pia 80 wordt, hebben ze 4 miljoen. Een ­ziekelijk businessmodel. Ik moet erop door­bomen, anders gebeurt er niets.’


Nutty professor

Enkele dagen voor de voorstelling in De Roma, de griepepidemie heeft de wachtzaal van Geneeskunde voor het Volk in de Sint-Rochusstraat in Deurne goed gevuld. Hier geen Libelle of Dag Allemaal te vinden, wel ­flyers voor de PVDA. Op het tv-scherm is partijvoorzitter Peter Mertens te zien. Aan de muur hangt een ingekaderde poster: ‘Kom op voor 1.500 euro netto minimumpensioen.’ Politiek en geneeskunde zijn hier nauw verweven. Geneeskunde voor het Volk is een initiatief van de PVDA.


‘Je hoeft geen partijkaart te hebben om hier geholpen te worden,’ zegt coördinator en verpleegkundige Kim Verberck, ‘zelfs niet om hier als arts te werken. Maar je moet wel onze visie delen: wij onderzoeken waarom mensen ziek worden. Vaak heeft de sociale context een sterke impact op lichamelijke klachten. Dat kun je niet individueel oplossen. En artsen mogen hier geen remgeld vragen. Wij doen niet aan prestatie­geneeskunde, maar werken met een forfaitair bedrag van de mutualiteiten. Patiënten moeten geen cent bovenhalen.’


Wat dacht Verberck toen ze Van Duppen leerde kennen? ‘Nutty professor. Die man is ontzettend slim, vreet dossiers in een mum van tijd, en heeft een paar opmerkelijke trekjes. Zo wou hij altijd in onderzoeksruimte vijf zitten, ook als daar al iemand anders zat. Nooit geweten waarom.’


Annie Vandeven komt hier al decennia. ‘Dirk zat er altijd “boenk” op met zijn diagnoses.’ Mede dankzij zijn zorg zal ze volgende maand 91 worden. ‘Ik ben de laatste jaren heel slecht ter been. Sindsdien komt Dirk gewoon bij mij aan huis. Met de fiets. Ook in de gietende regen.’ Robin Somers is geboren met één hartkamer in plaats van twee. ‘Toen ik achttien was, moest ik geopereerd worden in Leuven. Een heel complexe ingreep. Dirk was toen bij de operatie. En hij doet dat allemaal voor een gewoon arbeidersloon.’


De verbondenheid die patiënten met de praktijk voelen, is groot. Robin en Annie gingen mee betogen toen Van Duppen aangeklaagd werd door de Orde der Genees­heren en geschorst dreigde te worden, omdat hij zijn lidgeld niet betaalde uit protest. ‘Met 150 man stonden we daar te roepen. Hij is vrijgesproken.’


Marteling op de Meir

Peter Mertens omschrijft Van Duppen als ‘de wetenschapper die duizenden pagina’s academische studies synthetiseert’. ‘Maar hij is ook de man die met een gitaar in zijn handen tussen vijftig bejaarden staat te zingen uit protest omdat tram 11 niet meer voor hun woon-zorgcentrum stopt. Hij is het soort politicus dat graag van deur tot deur gaat, dat ervan geniet om op te markt te discussiëren. Opmerkelijk is dat zowel dokwerkers als professoren zich in hem herkennen. Hij spreekt alle lagen van de bevolking aan en is een kei in mensen mobiliseren.’


Toch is Van Duppen nooit een grote kopman in de partij geworden. ‘Nationaal niet, nee, maar dat komt omdat hij jaren Geneeskunde voor het Volk leidde. In Antwerpen heeft hij wel potten gebroken: in 2006 in Deurne en later in de OCMW-raad en de gemeenteraad van Antwerpen.’


Of is een deel van de verklaring banaler? Heeft het met zijn uitstraling te maken, wars van gratie en staatsie? Mertens: ‘Toen Dirk op tv een groot debat met Leo Neels aanging, moesten we iets doen. Hij zag er niet uit, met die seventiesbril en die eeuwige sokken in zijn sandalen. Ik heb toen Sonja Van Giel aangesteld als zijn stijlconsulente. Lieve was blij, zij had op dat vlak geen vat op Dirk.’


‘Voor Dirk was dat shoppen op de Meir een marteling’, herinnert Van Giel zich. ‘Maar het kon niet meer zijn, hij had echt een geklede vest nodig.’ Ze leerde hem kennen tijdens een antiracismebetoging na zwarte zondag. ‘In het begin was ik bang van hem. Hij is intimiderend slim. Ik ben een poetsvrouw en mijn man is een arbeider. Toch klikte het al snel. Onze band is uitgegroeid tot een heel warme vriendschap. Ik leerde van hem om nooit naar beneden te stampen, maar altijd naar boven.’


Terug naar De Roma. Terwijl de stoelen al worden dichtgeklapt en opgeruimd, blijven mensen Van Duppen handen schudden of knuffelen. Ze zoeken woorden. Twijfelen tussen de verleden en de tegenwoordige tijd. Hij stelt hen gerust. ‘Ik zie de wereld kantelen. Ik geloof dat het goedkomt. Ik ben overtuigd van de uiteindelijke overwinning, maar moet daarom niet zelf op de dag van de bevrijding aanwezig zijn.’


De Standaard


Top


De wereld morgen

“Kijk uit je duppen”:

heb oog voor onrecht en engagement


Zondagnamiddag (9 februari 2020), kwart na twee, de Antwerpse Roma stroomt vol.
Een uitverkochte zaal voor een boekvoorstelling, zoiets beleef je niet elke dag.


Samen het leven van Dirk Van Duppen vieren en afscheid nemen.


Zo verliep de tijd die me toegemeten was,
in geen tijd toe aan een vijfde druk, weet te raken. Ik was amper dertien pagina’s ver of er rolden al tranen over mijn wangen.


Hoeveel oog voor onrecht en vuur voor engagement kan één mens hebben?


Dirk Van Duppen en Rutger Bregman


Dirk Van Duppen en Rutger Bregman, het laatste dubbelgesprek.

'De neiging tot wij-zij-denken zit in ons geprogrammeerd, en we zijn manipuleerbaar wat dat betreft.'

Humo - Beeld: Thomas Sweertvaegher


Top


 

'Eén ding zou ik nog graag willen,’ zei Dirk Van Duppen tijdens ons gesprek eerder dit jaar, ‘een dubbelgesprek met Rutger Bregman.’ Hij had net het keiharde verdict gekregen dat de pancreaskanker niet meer te genezen was. We belden Bregman en die zei meteen ja. Ze kennen elkaar. Dirk Van Duppen (63) had hem indertijd de eerste versie van zijn boek ‘De supersamenwerker’ opgestuurd voor commentaar. In ‘De meeste mensen deugen’, het recente boek van Rutger Bregman (31), klinken er echo’s van door. Daarmee begint een onvergetelijke discussie tussen de arts-politicus en de schrijver, twee onvermoeibare denkers die ondanks alle bewijs van het tegendeel hardnekkig geloven dat het goed kan komen met de wereld. ‘Als we echt allemaal wij-zij-denkers waren, bestonden we niet meer.’

 

'In de prehistorie was iemand als Donald Trump ten dode opgeschreven'


Rutger Bregman «Wanneer heb je me ook weer ‘De supersamenwerker’ gestuurd?»


Dirk Van Duppen «In 2016. Ik had je gevraagd om een korte mening te formuleren voor op de achterflap.»


Rutger Bregman «Dat is er door alle drukte niet van gekomen, maar ik vond het wel fascinerend iemand tegen te komen die op dezelfde golflengte zat als ik, en we hebben toen gecorrespondeerd.»


HUMO Het idee voor ‘De meeste mensen deugen’ had u toen al. Of heeft Dirk Van Duppen u op dat idee gebracht?

Bregman «Neen (lacht). In 2015 had ik voor het onlineplatform De Correspondent al in een essay over de Russische anarchist Peter Kropotkin geschreven dat we van een ander mensbeeld moeten uitgaan. Kropotkin schreef in zijn boek ‘Wederzijdse hulp’ dat sociale diersoorten een grote voorsprong hebben in de strijd om het bestaan, omdat zij door samenwerking langer leven en meer nakomelingen kunnen voortbrengen. Het pleidooi voor het basisinkomen dat ik in 2014 heb geschreven, ‘Gratis geld voor iedereen’, veronderstelt ook een andere kijk op de mens.»


Van Duppen «Die nieuwe kijk voelde je internationaal van alle kanten opkomen.»


Bregman «Precies. We hebben allebei geprobeerd een synthese te maken van een stille wetenschappelijke evolutie die de afgelopen 25 jaar heeft plaatsgevonden in verschillende vakgebieden – in de archeologie, de antropologie, de neurologie, de biologie, de sociologie, de psychologie en zelfs de economie. Het besef is zo nieuw dat wetenschappers vaak niet van elkaar weten dat ze allemaal opschuiven naar een ander, positiever mensbeeld. ‘Oh, god,’ zei een vooraanstaande psycholoog me, toen ik haar vertelde wat ik had gehoord van collega’s in andere disciplines: ‘Daar gebeurt het dus óók!’»


Van Duppen «Ik vind het wel jammer dat je het in je boek amper hebt over het evolutionaire bewijs van de Harvard-bioloog en wiskundige Martin Nowak dat de overlevers in de evolutie niet diegenen zijn geweest die elkaar bestreden, maar de samenwerkers, diegenen die voor elkaar zorgden.»


HUMO Nowak publiceerde in 2011 het boek ‘SuperCooperators’. Meneer Van Duppen, u hebt gewoon dezelfde titel gebruikt!

Van Duppen «We hebben die geleend. Wij delen van alles, net zoals de jagers-verzamelaars. Die settelden zich niet en vergaarden geen bezit, waardoor er ook geen sprake was van ongelijkheid (lacht).»


Bregman «Van Martin Nowak is de schitterende frase dat er in de menselijke evolutie geen sprake was van een struggle for survival, maar van snuggle for survival. In de ijstijd streden mensen samen tegen de kou en hielden we elkaar warm.»


Van Duppen «Je hebt het ook niet over het sociaal darwinisme van Herbert Spencer, de man die de ideeën van Charles Darwin heeft misbruikt om racisme een pseudowetenschappelijke basis te geven. Dat is de versie van het darwinisme waarin je superieure en inferieure mensen hebt, en waarin het goed is dat die laatsten geëlimineerd worden: dat is volgens Spencer namelijk evolutionaire selectie. Darwin heeft zich hard tegen die foute interpretatie van zijn theorie verzet, maar de Duitse wapenfabrikant Krupp financierde en organiseerde Spencer-lezingen, en zo kreeg het sociaal darwinisme voet aan de grond. Het beleefde zijn hoogtepunt met de Holocaust.»


HUMO Spencer introduceerde het begrip ‘survival of the fittest’ of ‘de best aangepasten’, de rassen of volkeren die superieur zijn aan andere.

Van Duppen «Dat was het begin van het denken in termen van winnaars en verliezers, terwijl de wetenschap al herhaaldelijk heeft bewezen dat de mens als soort nooit had overleefd als we niet voor elkaar hadden gezorgd. Darwin nam het begrip ‘survival of the fittest’ over in de derde editie van zijn boek ‘The Origin of Species’, maar hij bedoelde daarmee diegenen die het best kunnen samenwerken.


«Martin Nowak heeft ook de gedragsregels afgeleid die een onderlinge samenwerking zo duurzaam mogelijk maken. Die komen min of meer overeen met de leefregels die je in het laatste hoofdstuk van je boek meegeeft, Rutger: je moet altijd eerst zelf je hand uitsteken en erop vertrouwen dat de andere positief zal reageren. En als die een slechte dag heeft en niet fijn reageert, moet je hem dat vergeven en niet afhaken. Dan zal hij zich bij een tweede poging extra gerespecteerd voelen en geneigd zijn wel je hand te nemen. Maar je moet ook grenzen trekken: de buurman moet weten hoever hij kan gaan.»


Bregman «Ik heb die leefregels met enige schroom opgetekend, want ik wilde zeker geen zelfhulpboek schrijven. Maar als je mensbeeld verandert, heeft dat wel gevolgen voor je persoonlijke ethiek. Een aantal regels vind ik echt de moeite om in je dagelijkse leven te onthouden. Ga bij twijfel uit van het goede, bijvoorbeeld. Dat is toch iets waar ik mezelf vaak toe moet dwingen.»


HUMO Meneer Van Duppen, dat doet me denken aan wat u zei tegen de man die naar uw lezing was gekomen en vroeg: ‘Wat kan ik zelf doen?’ U antwoordde: ‘Denk na over hoe je in het leven staat. Het idee dat de ander een wolf is, zit dieper in jou geworteld dan je zelf denkt.’

Bregman «Het is belangrijk om dat te benadrukken. We hebben allebei geen boek geschreven dat zegt: ‘Leef op je intuïtie! Volg je gevoel!’ Onze intuïtie leidt ons vaak de verkeerde kant op. We zijn sneller wantrouwig tegenover mensen die we niet kennen of er anders uitzien. Soms moet je even pas op de plaats maken en nagaan: waarom voel ik dat? Moet dat eigenlijk wel?»


Van Duppen «Dat kunnen we omdat we een prefrontale cortex hebben. Die miste ik ook in je boek, Rutger. Door onze voorhoofdskwab kunnen we emoties en impulsen afremmen en ruimte maken voor de ratio. De mens heeft een heel grote prefrontale cortex, dat onderscheidt ons van de chimpansees. Sluit vijftig chimpansees op in een kleine bus, en ze maken elkaar op den duur af. Doe dat met vijftig kinderen en ze beginnen te schreeuwen en te huilen, maar tot een bloedbad komt het niet.»


Geen managers

HUMO Meneer Bregman, in uw boek ‘De geschiedenis van de vooruitgang’ uit 2013 geloofde u nog dat de oermens, als jager en verzamelaar, een vrij gewelddadig wezen was.

Bregman «Dat is waar. Ik moet na mijn zoektocht grote delen van mijn vroegere werk in de prullenmand gooien.»


Van Duppen «Dat je nu zegt dat je het toen fout had, vind ik intellectueel heel sterk van jou.»


Bregman «Toen ik ‘De geschiedenis van de vooruitgang’ schreef, had ik natuurlijk ook Steven Pinker gelezen. Hij gaat uit van de vernistheorie, zoals de Nederlandse primatoloog Frans de Waal het noemt. Die zegt dat de beschaving maar een dun laagje is, en zodra er iets bedreigends gebeurt – een oorlog, een natuurramp – komt het beest in de mens naar boven. Pinker ziet de geschiedenis als één grote vooruitgang. Telkens als we iets positiefs uitvonden, het wiel, de landbouw, het geld, de stad, de staat, de industriële beschaving, werden we beter, omdat een steeds dikkere vernislaag ons weg hield van onze beestachtige natuur.»


'Onze intuïtie leidt ons heel vaak de verkeerde kant op.

We zijn sneller wantrouwig tegenover mensen die we niet kennen of er anders uitzien'


«Het wonderlijke is dat je in academische tijdschriften inzichten tegenkomt die veel minder aandacht krijgen in de pers, maar die beter onderbouwd zijn en een andere kijk op de mens laten zien. Ze tonen hoe vreedzaam en egalitair de samenleving van onze verre voorouders, de jagers-verzamelaars, was. Die periode beslaat het grootste deel van onze geschiedenis. Dan ga je denken dat Jean-Jacques Rousseau wel een punt had dat alles fout liep vanaf het moment dat iemand vier palen in de grond klopte en zei: ‘Dit stuk land is van mij.’»


Van Duppen «Doordat mensen bezittingen begonnen op te stapelen, ontstond er een elite die de macht naar zich toe trok. Daarna zag je conflicten en oorlogen. Wat mij opviel, is dat jij op school door dezelfde uitspraak van een leraar werd getroffen als ik: het communisme gaat uit van een samenleving waarin iedereen kan hebben naargelang zijn behoefte en iedereen kan bijdragen naargelang zijn capaciteiten.»


Bregman «Ik vond dat een sympathiek idee, ja. Als je erover nadenkt, hebben we ons leven al grotendeels communistisch ingericht. Honderden miljoenen huishoudens zijn communistisch georganiseerd: ouders delen hun bezit met hun kinderen en die kinderen dragen bij naar hun vermogen. Voor ‘De meeste mensen deugen’ heb ik veel gehad aan het commentaar van tientallen collega’s, terwijl ik hen niet heb betaald voor hun tijd. Sterker nog, dat zouden ze als een belediging hebben opgevat. Hoe vaak heb je een toerist laten betalen nadat je hem de weg had getoond? Of nadat je de deur had opengehouden voor iemand? Dat zijn geen ‘voor wat hoort wat’-transacties, je doet het gewoon.»


«Ik vind het jammer dat het zo vaak over de verschillen tussen links en rechts gaat. Politieke doorbraken zijn vaak pas mogelijk als je overeenkomsten ziet. Neem nu het verhaal van de Republikeinse gouverneur in Alaska die een variant van het basisinkomen heeft doorgevoerd toen daar grote olievoorraden waren gevonden. Hij vond dat die olie het eigendom van álle inwoners was. Vanaf 1982 kregen ze onvoorwaardelijk een dividenduitkering, die in goede jaren kon oplopen tot 3.000 dollar per persoon. Het is het langstlopende systeem van basisinkomen ooit en de reden waarom Alaska de kleinste inkomensverschillen heeft van alle Amerikaanse staten. Nochtans is het een heel conservatieve staat, maar de gedachte achter dat systeem is een combinatie van het linkse verlangen naar herverdeling en het rechtse verlangen naar individuele vrijheid, zelfexpressie en ondernemerschap. Daar is veel voor te zeggen.»


HUMO Zo’n basisinkomen klinkt u vast als muziek in de oren, meneer Van Duppen.

Van Duppen «Dat hangt ervan af. Ik zie in mijn praktijk veel ouders met gehandicapte kinderen. Ze hebben recht op bijstand, maar daarvoor zijn er lange wachtlijsten, dus nu geven ze die mensen een voucher, waarmee ze zelf op de markt diensten moeten kopen. Dan bouw je de bestaande sociale zekerheid af en laat je het over aan de vrije markt, iets wat de neoliberalen net willen. Maar dat is nefast.»


Bregman «Je hebt gelijk. Er zijn varianten van het basisinkomen die slecht zouden uitpakken. Tegelijk zit er in de klassieke conservatieve kritiek op de verzorgingsstaat soms een kern van waarheid. De kritiek dat zo’n staat paternalistisch is, bijvoorbeeld. Als ik de sociaaldemocraten bezig hoor, denk ik vaak: willen jullie nu dat mensen zichzelf helpen, of wil je dat jíj diegene bent die hen helpt? Ik voel aan de linkerzijde niet altijd veel vertrouwen om mensen hun eigen keuzes te laten maken. Als je in Nederland een uitkering wilt, moet je eindeloos bewijzen dat je ziek of depressief genoeg bent. Dat je echt een hopeloos geval bent, waar niemand nog iets van kan verwachten. Zo máák je mensen natuurlijk afhankelijk. Het systeem zou beter uitgaan van een positiever mensbeeld.»


Van Duppen «Daar ook zie je tot welke uitspattingen de privatisering in de zorgverzekering kan leiden. De sociologe Evelien Tonkens heeft er onderzoek naar gedaan. Zij wilde onder andere weten hoe het komt dat er nog geen zware accidenten zijn gebeurd in een model waar iedereen zich maar uit de slag moet trekken. Dat komt volgens haar omdat de zorgverleners het niet over hun hart kunnen krijgen om hun patiënten in de steek te laten. Maar het aantal burn-outs in de zorgsector blijft stijgen, dus die situatie is onhoudbaar. Als verpleegkundigen de kamer van een patiënt binnengaan, moeten ze tegenwoordig badgen: tot op de seconde wordt geregistreerd hoelang ze met de patiënt bezig zijn. Dat botst met hun verlangen iemand extra aandacht te geven.»


Bregman «Ik bewonder Jos de Blok van de thuiszorgorganisatie Stichting Buurtzorg enorm. Hij zegt: ‘Werken met managers is flauwekul.’ Mensen hebben volgens hem geen bazen nodig om hen in het gareel te houden en de juiste prikkels te geven. Ze kunnen heel goed zichzelf motiveren.»


Van Duppen «Sterker nog, motivatie van buitenaf – of het nu straf is of beloning – verdringt de innerlijke motivatie. Je moet eens naar de filmpjes van Harvard-psycholoog Felix Warneken kijken. Daarin zie je dat peuters spontaan anderen helpen, maar ze stoppen ermee als ze er een beloning voor krijgen. Hij pleit voor een systeem waarin mensen maximaal kunnen werken vanuit hun eigen motivatie.»


Bregman «Precies. Jos de Blok ziet zijn werknemers als intrinsiek gemotiveerde professionals, die zélf het best weten hoe ze hun werk moeten doen. Inmiddels heeft Buurtzorg 15.000 medewerkers die goedkoper en efficiënter werken dan de concurrenten. De patiënten en de werknemers zijn tevredener, en die laatsten verdienen nog meer ook. Stichting Buurtzorg is een grote middelvinger naar al wie roept om meer management in de zorg.»


Van Duppen «Maar ik heb ook al gezien dat mensen die hun bedrijf mensvriendelijk organiseerden, hun werknemers toch moesten afbeulen onder druk van de concurrentie op de markt. Om het beste in de mens naar boven te laten komen heb je wel een omgeving nodig die dat mogelijk maakt.»


De kracht van de verwachting is magisch.

Leerlingen die van hun leraar het gevoel krijgen dat ze slim zijn, gaan zichzelf ook als slim zien.


«Ik heb wel mijn wenkbrauwen gefronst toen ik las dat Jos de Blok betrokken was bij twijfelachtige geldtransfers.»


Bregman «Het doet mij pijn dat je dat zegt. Het was namelijk een verschrikkelijk slecht staaltje journalistiek van ‘RTL Nieuws’, waarin Jos werd weggezet als een idealistische zorgbaas die zijn zakken zou vullen. Een karaktermoord was het. En totale onzin, zo is inmiddels gebleken. In werkelijkheid werkt Jos keihard om zijn succesvolle concept internationaal uit te breiden. Ik ken hem en ik kan je zeggen: hij heeft een hart van goud. De branchevereniging Actiz heeft inmiddels trouwens sorry gezegd. Maar ja, dat berichtje haalde de krant niet.»


«Een cynische levenshouding lijkt onweerstaanbaar voor een grote groep opiniemakers. Het is alsof mensen die graag voor intellectueel doorgaan, denken dat ze bedachtzaam en pessimistisch moeten zijn.»


Narcist aan de macht

HUMO Het aantrekkelijke aan cynisme is dat je lekker lui kunt zijn, zegt u.

Bregman «Ja. Zowel praktische als intellectuele luiheid is de belangrijkste reden voor cynisme. Vooral mensen aan de top hebben er last van.»


HUMO Dirk Van Duppen is allesbehalve lui.

Bregman «Inderdaad! Hoe doe je dat eigenlijk, huisarts zijn en toch alles lezen? Lezen is mijn werk en ik denk soms: waar is mijn vrije tijd naartoe?»


Van Duppen «Ik heb heel veel naar de podcasts van de London School of Economics geluisterd als ik naar mijn moeder fietste, 43 kilometer heen en 43 kilometer terug. En met de wetenschappers van wie de podcast me interesseerde, ben ik beginnen te corresponderen – net als met jou.»


HUMO Maar we hadden het over cynisme, en dat vooral mensen aan de top er last van hebben.

Bregman «Cynisme en het idee dat de mens in wezen een wolf is, is erg handig als je veel macht hebt vergaard en die wilt legitimeren. Als jij er niet bent om iedereen in het gareel te houden, zo klinkt het verhaal dan, wordt het een potje en gaan we elkaar in het ergste geval de hersens inslaan. Maar als je er, zoals Dirk en ik, van uitgaat dat de meeste mensen deugen, heeft dat radicale gevolgen. De Russische geheime dienst heeft de denker en anarchist Peter Kropotkin de halve wereld achternagezeten omdat hij geloofde in het goede van de mens. De tsaar en zijn politie begrepen donders goed dat dat een heel gevaarlijk idee is, want dan waren ze overbodig.»


«Misschien had de titel van mijn boek trouwens ‘De meeste mensen deugen, maar macht corrumpeert’ moeten luiden. Ik zeg niet dat machthebbers per definitie slecht zijn, maar macht is een gevaarlijk goedje. Daarom moet elke samenleving zich afvragen hoe ze de macht in toom zal houden. Je moet er altijd voor zorgen dat macht tijdelijk is, en leiders moet je kiezen op basis van hun competenties. Jagers-verzamelaars waren daar heel goed in.»


HUMO Die leefden in kleine groepen: ze konden elkaars oogwit zien en daarin iemands gemoed lezen. Ze zágen dus wanneer iemand een liegende blaaskaak was: die kwamen daar nooit aan de macht.

Bregman «In de prehistorie was iemand als Trump waarschijnlijk ten dode opgeschreven. Egoïsten werden niet getolereerd. Hij zou door de groep verbannen zijn en dan kon hij het niet redden, want je had anderen nodig om te overleven. En als een leider anderen geweld had aangedaan, was de kans zelfs groot dat hij werd geëxecuteerd.»


'Elke samenleving moet zich afvragen hoe ze de macht in toom zal houden.

Je moet er altijd voor zorgen dat macht tijdelijk is'


HUMO Nu komen gekken juist aan de macht.

Bregman «Niet altijd, maar het komt voor dat narcisten en andere sociopathische types succes hebben in onze mediacratie, waarin show een grote rol speelt. Dat zet je natuurlijk aan het denken. Hoe kan het dat mensen die het niet hadden gered in het grootste deel van onze geschiedenis, nu soms aan het langste eind trekken? Dan doen we toch iets verkeerd? Deels heeft het te maken met de slechte controle van de macht. Het is een drug: je moet ermee uitkijken. Dat heb ik ook gemerkt in mijn eigen leven.»


HUMO Op het World Economic Forum in Davos zei u dat er te weinig gepraat werd over hoe de rijken hun deel van de belastingen niet betalen. U maakte wereldwijd furore, maar uw eigen vrienden zouden gezegd hebben: ‘Rutger, kan het niet wat minder?’

Bregman «Ja, dat klopt. Als je overal schouderklopjes krijgt, heb je snel de neiging om jezelf een hele meneer te vinden. Toen ik mezelf bij Tucker Carlson bezig zag (Bregman botste tijdens de uitzending stevig met de Fox News-presentator, die hij ervan beschuldigde mee te heulen met de rijken, red.), was ik zelf ook niet altijd zo trots. Ik hoorde mezelf zeggen: ‘I went to Davos to speak truth to power, and I’m doing exactly the same thing right now.’ Bah, Rutger, dacht ik.»


Van Duppen «Toen kwam de anarchist in je naar boven (lacht).»


Bregman «Precies. Ik vond het stiekem toch ook lekker om die extreemrechtse Tucker te zien afgaan. En het hielp wel om de media even te focussen op waar het over zou moeten gaan: over ongelijkheid, over belastingontwijking en over hoe geld mensen corrumpeert.»


Van Duppen «Dat is allemaal niet zomaar ontstaan. De neoliberalen hebben mechanismen waarmee ze ons denken beïnvloeden. Je moet op Netflix eens naar ‘The Hack’ kijken, waarin wordt getoond hoe een bedrijf als Cambridge Analytica te werk gaat.»


Bregman «Ik ben nogal sceptisch over het idee dat bedrijven als Cambridge Analytica ons leven regeren. Het wetenschappelijke bewijs ervoor is heel mager, en we zijn toch geen handpoppen die door een paar advertenties op Facebook opeens op Trump gaan stemmen? Soms heb ik het gevoel dat die heisa een leuk excuus is voor liberalen: ‘Wij hebben niks fout gedaan, het was Facebook!’ Maar zo ís het niet: Hillary Clinton was een flutkandidaat in de presidentsverkiezingen. De Democraten doen al dertig jaar dingen fout, ze hebben de ongelijkheid doen exploderen en het vertrouwen in de sociale zekerheid doen afbrokkelen.»


Van Duppen «Het neoliberalisme is toch niet spontaan ontstaan? Dat maakt iemand als Naomi Klein ook duidelijk in haar boek ‘De shockdoctrine’. Er zitten organisaties achter. Hans Achterhuis zet die in ‘De utopie van de vrije markt’ zelfs op een rijtje.»


Bregman «Ik ben het niet helemaal oneens met je, maar ik voel me altijd ongemakkelijk als ik in een gesprek met linkse vrienden urenlang moet horen hoe verschrikkelijk de neoliberalen zijn. In Nederland hebben we Thierry Baudet op die manier grootgemaakt. Toen we bij De Correspondent checkten hoeveel we over hem hadden geschreven, bleek dat meer te zijn dan over om het even welke andere politicus. Het is soms makkelijker om te vertellen waar je tegen bent dan waar je vóór bent. Dat heb ik in Davos geprobeerd door te zeggen: ‘Laten we het over belastingen hebben.’»


Van Duppen «Wat ik heel goed vond in je boek, is het hoofdstuk over contact. Je zegt dat contact leidt tot vertrouwen en hulp over en weer. ‘Het kwaad is sterker, maar het goede is met veel meer,’ schrijf je. Dat deed me denken aan de belangrijke rol van de vakbonden.»


Bregman (lacht) «Ik moet dan vooral aan de beweging Extinction Rebellion denken. Die gaan de strijd aan, maar wel geweldloos. Hun succes bewijst dat vreedzame sociale bewegingen succesvoller zijn dan de gewelddadige, omdat je meer mensen bij elkaar krijgt, zoals onderzoek van de Amerikaanse politicologe Erica Chenoweth heeft aangetoond. Niet alleen de vechtlustigen, maar ook oudere mensen, en jonge vrouwen en mannen. En met een grote massa kun je veranderingen teweegbrengen.»


Blauwe ogen

HUMO Uit Humo’s ecologie-enquête bleek dat het drammerige van Anuna De Wever en Greta Thunberg mensen afkerig heeft gemaakt van het milieudebat.

Bregman «Toch zijn het vaak de vervelende en drammerige types geweest die dingen in beweging hebben gezet en veranderd. Dat is de grote paradox van ‘De meeste mensen deugen’. Eerst schrijf ik dat de vriendelijke types winnen en dat dat het geheim is van het succes van onze soort. Vervolgens voer ik figuren zoals Jos de Blok op, die onaardig uit de hoek kunnen komen en drammerige trekjes hebben. Dat is de paradox van het leven.»


HUMO U zegt ook dat het kwade zich vaak vermomt als het goede. In het beroemde Milgram-experiment dienden proefpersonen fatale stroom-stoten toe aan mensen die foute antwoorden gaven. Ze deden dat volgens u omdat ze dolgraag de wetenschap van dienst wilden zijn. ‘En net als Milgrams proefpersonen deed nazikopstuk Adolf Eichmann het kwade omdat hij dacht dat het goed was.’

Bregman «De grootste misdaden zijn gepleegd in naam van de grootste idealen. Maar mensen doen dat niet plotsklaps. Het kwaad sluipt heel geleidelijk binnen en wordt genormaliseerd in een samenleving. In het Milgram-experiment gaven de proefpersonen in eerste instantie schokken van 15 volt, maar ze werden aangemoedigd het voltage langzaam op te voeren, en er werd nadrukkelijk bij gezegd dat het in het belang van het onderzoek was.»


De neiging tot wij-zij-denken zit in ons geprogrammeerd,

en we zijn manipuleerbaar wat dat betreft.


HUMO Ons kompas staat op het goede gericht, maar we zijn erg manipuleerbaar: een eng idee.

Bregman «Ja. Er zitten een paar ongemakkelijke boodschappen in mijn boek. Ik beargumenteer wel dat de vriendelijkste mensen evolutionair gezien aan het langste eind trekken, maar er zit een keerzijde aan: vriendelijke types kunnen makkelijk meelopers worden. Dat dubbele zit ook in het verhaal van het knuffelhormoon oxytocine. Dat werd in eerste instantie zo bejubeld dat je dacht: we moeten het verplicht toedienen aan iedereen. Maar toen bleek in 2010 uit een onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam dat het niet alleen de liefde voor onze vrienden vergroot, maar ook de afkeer van mensen buiten de groep kan versterken.»


Van Duppen «De neiging tot wij-zij-denken zit in ons geprogrammeerd, en we zijn manipuleerbaar wat dat betreft. Denk maar aan het experiment van Jane Elliott, de Amerikaanse lerares die haar klas in blauwogigen en bruinogigen verdeelde. Ze maakte de ene groep superieur aan de andere en zag hoe jongens die eerst vriendjes waren, elkaar gemeen gingen behandelen.»


Bregman «Politicologen en sociologen benadrukken in deze Trump- en brexittijden erg hard dat we ongeneeslijke wij-zij-denkers zijn. Ik denk dan: als het echt zo zou zijn, dan waren we hier niet meer. Er zijn ook veel voorbeelden in de geschiedenis waaruit blijkt dat we die neiging kunnen controleren en zelfs overwinnen.»


Van Duppen «Met dank aan onze prefrontale cortex! Ik vind het wel jammer dat je van oxytocine een ‘eigen volk eerst’-hormoon maakt. Die stof komt ook vrij als je goeddoet voor een ander, en dat zet aan tot nog meer goeddoen. Ook bij diegene die wordt geholpen, komt oxytocine vrij: het watervaleffect dat zo ontstaat, mag je niet onderschatten. Zo creëer je een omgeving waarin de neiging om vriendelijk te zijn de bovenhand krijgt.»


HUMO Jullie zeggen allebei dat we een goed en een slecht been hebben en dat het de vraag is welk been we trainen.

Van Duppen «Welk been het sterkst wordt, hangt af van de maatschappelijke omstandigheden. Elinor Ostrom, de winnares van de Nobelprijs voor de Economie in 2009, zei in haar dankwoord dat de essentie van de politiek erin moet bestaan om het beste in de mens naar boven te doen komen. Dus een politiek die het wij-zij-denken niet aanmoedigt.»


Bregman «Daarom besteed ik in mijn boek veel aandacht aan het Noorse gevangenissysteem. Daarin wordt een heel andere omgeving gecreëerd dan in de strafinrichtingen bij ons. Bewakers en gevangenen barbecueën er samen. Er zijn geen cellen en geen tralies. Bewakers dragen geen pistolen of handboeien: ‘We praten tegen de jongens, dat is ons wapen.’ Een gevangenisdirecteur zei: ‘Behandel mensen als tuig, en ze zullen tuig zijn. Behandel ze als mensen, en ze gedragen zich als mensen.’ En wat blijkt: Noorwegen heeft het laagste recidivecijfer ter wereld.»


HUMO Dat heeft te maken met de magische kracht van de verwachting, zegt u.

Bregman «Die is enorm. Dat zie je ook op scholen. Leerlingen die van hun leraar het gevoel krijgen dat ze slim zijn, gaan zichzelf ook als slim zien. Dat heeft een grote invloed op hun ontwikkeling.»


Van Duppen «In het experiment met de groepen van blauwe en bruine ogen bleek dat de groep die als inferieur werd bestempeld, er op den duur verslagen begon uit te zien. Die leerlingen waren in zichzelf gekeerd en behaalden steeds slechtere punten.»


HUMO Kunnen we in een maatschappij als de onze wel ons goede been ontwikkelen?

Bregman «We zitten op een kantelpunt. Het zou me niet verbazen dat historici later op onze tijd terugkijken en zeggen: ‘Toen kwam het allemaal op gang.’ Na de financiële crisis zag je al een beweging als Occupy Wall Street, die weliswaar slecht was georganiseerd, een klassieke anarchistische kwaal. Maar ondertussen is één en ander scherper omlijnd. De klimaatverandering staat bovenaan op de agenda. Het basisinkomen werd tot voor kort als compleet idioot gezien, maar komt nu als een mogelijke oplossing ter sprake. Je ziet de participerende democratie opkomen: al 1.500 steden hebben de burgerbegroting ingevoerd. Steeds meer mensen beseffen dat de status quo krankzinnig is. Radicaal is het nieuwe realistisch. Tegelijkertijd is het racisme en het wantrouwen in onze samenleving aan de oppervlakte gekomen. Het gaat alle kanten op, maar ik vind wel – zonder daarom een naïeve optimist te zijn – dat we hoop mogen koesteren. Dat je gelooft dat het goed kan komen, is heel belangrijk.»


Van Duppen «De kracht van hoop, daar geloof ik ook in. Helemaal mee eens, Rutger!»


Top



Dirk Van Duppen in gesprek met Bleri Lleshi over engagement en solidariteit. www.socialworkerlab.be #sociaalwerkt #ucll


Top


De Morgen


'Niet iedereen heeft het geluk zo te sterven'

PVDA-politicus Dirk Van Duppen neemt afscheid van het leven met een boek

Jan Stevens - De Morgen



Sinds 30 augustus vorig jaar weet dokter en PVDA-politicus Dirk Van Duppen (63) dat hij terminaal is.

In zijn boek 'Zo verliep de tijd die mij toegemeten was' maakt hij de balans op van leven en werk.


In de woonkamer van doktersechtpaar Dirk Van Duppen en Lieve Seuntjens in Deurne staat een wiegje voor als hun eerste kleinkind Louis op bezoek is. "Hij is geboren op 30 december", zegt Dirk. "Onze oudste zoon Ward had het er moeilijk mee dat Louis zijn opa niet zal leren kennen. Mijn boek Zo verliep de tijd die mij toegemeten was is daarom ook bedoeld voor mijn kleinkind dat ik nooit zal zien opgroeien. Zo leert hij later de betekenis van het leven van zijn opa kennen."

PVDA-dokter Dirk Van Duppen raakte de voorbije veertig jaar bij het grote publiek bekend als boegbeeld van Geneeskunde voor het Volk (GVHV) en als onvermoeibaar strijder tegen de farma-industrie en het fijnstof in Antwerpen. Tot voor kort was Van Duppen een stevig gebouwde man met een weelderige haardos. Vandaag oogt hij mager en frêle en is hij bijna kaal. Zijn lichaam takelt snel af, maar zijn geest blijft alert.

"Na de verkiezingen van mei vorig jaar was ik moe. We hadden hard campagne gevoerd en die vermoeidheid leek een logisch gevolg. Maar ik voelde me ook down en dat vond ik raar, want de PVDA behaalde een uitstekende uitslag. (lachje) Mijn suikerwaarden waren hoog. Ik had overgewicht en we dachten aan diabetes type 2. Dus nam ik medicatie, ging ik op dieet en begon ik stevig te fietsen, tien weken lang. Na afloop was ik tien kilo kwijt, maar mijn suikerwaarden bleven hoog.

"Er werd een CT-scan gemaakt. Op vrijdag 30 augustus zat ik hier in de zetel op telefoon van de radioloog te wachten. Die kwam maar niet. Als dokter heb ik toegang tot mijn eigen medisch dossier. Ik klapte mijn laptop open en las: 'terminale pancreaskanker'. Ik wist meteen: dit is het einde."


Het lijkt me verschrikkelijk om zo uw doodvonnis te moeten lezen.

"Het was alsof iemand met een voorhamer op mijn hoofd sloeg. Ik belde Lieve. Zij liet alles op de groepspraktijk vallen en kwam meteen naar huis. We zaten hier samen te huilen. 's Anderendaags lichtten we onze drie kinderen en hun partners in. Dat was zwaar. Iemand opperde om allemaal samen een weekend weg te gaan. Daar hebben we veel gepraat. Geen enkele vraag gingen we uit de weg."


Er is geen behandeling mogelijk?

"Nee. Er wordt weinig onderzoek gevoerd naar de behandeling van pancreaskanker. Big pharma is daar niet in geïnteresseerd. De tumor is te complex en er zijn te weinig zieken. De chemotherapie die ik nu krijg, is al meer dan 25 jaar dezelfde. Ze remt de groei van kankercellen en vernietigt ze, maar ze maakt geen onderscheid tussen gezonde en zieke cellen."


Een groot deel van uw leven streed u net tegen die Big Pharma.

"Ja, dat komt nu op een bizarre manier naar me terug, net als mijn strijd tegen luchtvervuiling. Ik sprak met de oncoloog over de mogelijke oorzaken van pancreaskanker: roken, morbide obesitas, alcoholisme, weerkerende alvleesklierontstekingen en familiale vatbaarheid. Geen enkele risicofactor geldt voor mij. Toen zei hij: 'Er is ook nog luchtvervuiling.'"


Als dokter weet u zeer goed hoe de ziekte evolueert.

"Zeker. Oncologen waren voorzichtig en probeerden niet al te pessimistisch te klinken. Maar ik kende mijn mediane overleving

(maanden of jaren waarna de helft van de mensen na diagnose of behandeling nog in leven is, JS).

Met chemo is dat acht maanden, zonder vier."


U koos voor chemo.

"Vier maanden vond ik nog de moeite. (lacht) Maar met die chemo begon ook de aftakeling. Ze zorgt voor extreme vermoeidheid die door veel rust of slaap niet verdwijnt."

"Lieve bleef thuis. Eerst werd aan de patiënten meegedeeld: 'Dirk heeft een ernstige ziekte.' Dat zorgde voor vragen, waarna we in ons patiëntenkrantje duidelijk communiceerden wat er met mij aan de hand is. Dat gaf rust: onze patiënten begrepen het, leefden mee en de druk viel weg."


U zei daarnet dat uw zoon een uitstekende relatie had met zijn opa, uw vader. Dat is ook de man waar u als kind harde klappen van kreeg.

"Tegenover zijn kleinkinderen was vader anders: een heel lieve opa. Veel generatiegenoten die nu op bezoek komen, vertellen gelijkaardige verhalen over hun gewelddadige vaders."


Uw vader was onderwijzer. U werd communist en lid van AMADA of 'Alle Macht Aan De Arbeiders', de voorganger van de PVDA.

"Vader liet me doen, ook al spijbelde ik om aan poorten van andere scholen pamfletten uit te delen. Hij kreeg bezoek van de BOB, de bijzondere opsporingsbrigade van de rijkswacht. 'Uw minderjarige zoon verkoopt opruiende taal. Bent u daarvan op de hoogte?' Vader werd toen niet boos op mij, maar wel op de BOB'ers."


Eind jaren tachtig nam een vriend me mee naar een lezing van wijlen Ludo Martens, op dat moment PVDA-voorzitter. Ik hoorde hem de lof van Jozef Stalin zingen. Ik vond dat schokkend.

"Zoiets heb ik nooit gehoord. Er woedde in de partij wel een hevig debat over het stalinisme. Dat is in 2008 definitief afgesloten. Ludo Martens schreef indertijd het boek Een andere kijk op Stalin. Veel van wat daarin staat, is niet per se verkeerd. Zo schreef hij dat tijdens het bewind van Stalin de Sovjet-Unie veel wetenschappers en ingenieurs telde, en dat voor een land dat net uit de feodale tijd kwam. Maar het boek was eenzijdig en selectief. De repressie onder Stalin was misdadig."


De Sovjet-Unie draaide uit op een compleet fiasco en China en Noord-Korea zijn niet meteen toonbeelden van staten waar de mensenrechten geëerbiedigd worden. De praktische uitvoering van het communisme is geen groot succes.

"Alles hangt af van welke inhoud je aan het begrip communisme geeft. In De meeste mensen deugen beschrijft Rutger Bregman hoe in het middelbaar een leraar vertelde: 'Communisme is: iedereen naargelang zijn behoeften en capaciteiten.' Ik had ook een leraar die net hetzelfde zei, dertig jaar voor Bregman. Die leraar raadde mij aan Het communistisch manifest van Karl Marx te lezen. Dat sprak mij aan. Ik ben een overtuigd marxist en geen stalinist. Op mijn kamer hing een affiche met een uitspraak van bevrijdingstheoloog Don Helder Camara: 'Als ik de armen eten geef, ben ik een heilige. Vraag ik waarom ze arm zijn, dan ben ik een communist.' Dat is voor mij de essentie."


Uw broer Jan was in zijn jonge jaren ook lid van Amada. Vandaag heeft hij oor voor Theodore Dalrymple, de Britse oerconservatieve psychiater die vindt dat het de 'onderklasse' aan wilskracht ontbreekt.

"Dalrymple is onwaarschijnlijk rechts en dat is dan nog vriendelijk gezegd. Ja, het verliep merkwaardig. Wij zijn nu net zoals Bruno en Bart De Wever."


Een dubbelinterview met uw broer zag u niet zitten. Als jullie samen zijn, spreken jullie niet over politiek?

"Dat heeft moeder ons op haar sterfbed gevraagd. Daarvoor hadden we een paar keer klinkende ruzie. Dat was niet slim van mij. In april 2009 kwam Tine Van Rompuy, de zus van CD&V-politici Herman en Eric, op voor de PVDA. Ondanks hun politieke meningsverschillen, praatten de broers altijd met veel respect over hun zus én omgekeerd. Dat had het voorbeeld voor mij moeten zijn. Jan is oprecht bezorgd over mij en komt zoveel mogelijk langs. Onze broederband is hersteld."


In uw boek schrijft u: 'Er leven twee opvattingen over de aard van de mens. De eerste luidt: de mens is van nature goed maar in staat tot het kwade. De tweede zegt precies het omgekeerde.' U koos voor de eerste opvatting; uw broer voor de tweede?

"Ja, we kozen een verschillend mensbeeld. Volgens sommigen is onze beschaving een dun laagje vernis. Van zodra je eraan begint te krabben, komt de ware, zelfzuchtige aard van de mens naar boven. Die theorie floreerde lang, maar werd de laatste jaren bedolven onder wetenschappelijk bewijs dat de mens vanaf de geboorte de neiging heeft tot empathie, hulpgedrag en samenwerking. Ik schreef daar in 2016 samen met moleculair bioloog Johan Hoebeke De supersamenwerker over. Ik ben heel trots op dat boek en beschouw het als het sluitstuk van mijn levensengagement."


Als dokter kunt uzelf goed inschatten hoe lang u nog heeft?

"Dat zijn niet veel maanden meer, eerder weken. Stilaan raak ik daarmee verzoend. Ik ben blij dat de euthanasiewet bestaat. Want een natuurlijk einde met pancreaskanker is creperen. Ik voerde de voorbije weken ontzettend veel gesprekken. Niet iedereen heeft het geluk op deze manier te kunnen sterven."

Zo verliep de tijd die mij toegemeten was door Dirk Van Duppen en Thomas Blommaert, EPO, 15 euro


Top


"Ik hoop dat mensen zich gaan engageren. Want als je dat doet, dan heb je mensen lief. En dan krijg je liefde terug. Liefde is de motor, een fundamenteel ingrediënt, van onze menselijke evolutie."
-
De Roma geeft dokter Dirk Van Duppen staande ovatie. Verdriet, blijdschap en fierheid samen, dat was De Roma gisteren bij de boekvoorstelling van 'Zo verliep de tijd die me toegemeten was' (uitgeverij Epo). Een leven vol engagement en liefde, gedeeld met een volle zaal.
-
"Samen met de mensen in actie komen. Je mag met je ideeën voorop lopen, maar alleen ga je het niet halen. Samen zaken veranderen, dat is het leven van Dirk Van Duppen,” prijst PVDA-voorzitter Peter Mertens.

Contact

 
 
 
 


Top