Interviews

Interviews

Maak hieronder je keuze


Walter Pauli


Rik Van Cauwelaert en Dave Sinardet meten de schade op.

'Er zullen koppen rollen'


Knack


Voor journalist Rik Van Cauwelaert en politoloog Dave Sinardet was de lockdown van de voorbije weken het meest zichtbare teken van een politieke crisis zonder weerga. Maar voor onze politici moet het echt zware werk nog komen. 'De coronacrisis dreigt mensen in de armoede te storten die dat nooit voor mogelijk hielden.'


We hebben afgesproken op zaterdagochtend in een verder volkomen leeg Paleis aan de Meir in Antwerpen. Ruimte zat voor social distancing dus. Geen twaalf uur na het einde van de persconferentie van premier Sophie Wilmès (MR) wordt er nog flink nagepraat over haar communicatie, waar het fout is gelopen, en hoe dat meteen leidt tot een kettingbotsing aan overspannen reacties op sociale media. Hoe dan ook hadden Wilmès en de verzamelde ministers-presidenten een kans verkeken om het gezag van de politiek verder te herstellen.


Dave Sinardet: Sophie Wilmès heeft nochtans haar kwaliteiten. Maar het ging wel ontzettend snel voor haar: in enkele jaren tijd werd ze van een schepen in een faciliteitengemeente een eerste minister die het hoofd moet bieden aan een van de grootste crisissen uit onze geschiedenis. Als ik lees hoe haar communicatie wordt vergeleken met de toespraken van de Franse president Emmanuel Macron, vind ik dat eigenlijk potsierlijk. Elke Franse president denkt in zijn diepste binnenste nog altijd dat hij een reïncarnatie van Napoleon of Charles de Gaulle is. Daar hoort een pompeuze stijl en retoriek bij. Als Wilmès zo'n taal zou gebruiken, zou het land haar weglachen: 'Wie denkt ze wel dat ze is?'


"In de regering zitten" is stilaan het eerste programmapunt van een partij als de CD&V.

Daarna zien ze wel verder.

Dave Sinardet


Zijn wij te streng voor onszelf?

Sinardet: Soms wel. Wij beschouwen Nederland als een land met een efficiënt bestuur, geen deelstaten en slechts één landstaal. Maar in deze coronacrisis wordt Nederland gehinderd door... versnipperde bevoegdheden. Niet de regering van Mark Rutte, maar vijfentwintig veiligheidsregio's zijn de eerste verantwoordelijken bij rampen. Hetzelfde zien we in Duitsland. Als Angela Merkel een knappe toespraak houdt, denken we dat zij het vanuit Berlijn voor het zeggen heeft. Terwijl in werkelijkheid de deelstaten allemaal eigen richtlijnen uitvaardigen. Winkels openden opnieuw aan de ene kant van de straat maar niet aan de andere, omdat er een deelstaatgrens tussen loopt. Het is een klein wonder dat uitgerekend België met zijn versnipperde staatsstructuur wel een coherent nationaal anticoronabeleid kent.


Doet de regering-Wilmès het dan beter dan haar critici beweren?

Sinardet: De regeringsmaatregelen werden ontsierd door ongegeneerd gelobby: dat tuincentra van een machtige organisatie als Aveve (van de Boerenbond dus, nvdr.) mochten openblijven, is toch om je dood te schamen? En het was vorige week ook duidelijk dat de heropstart van de economie voorrang kreeg op het herstel van onze sociale contacten. Dat dreigt het draagvlak voor het lockdownbeleid verder te ondermijnen.


Rik Van Cauwelaert: De MR had Wilmès vorig jaar uitgestuurd om de regering in lopende zaken te leiden, dus tot de verkiezingen. Door omstandigheden blijft de regeringsvorming maar duren, en ineens zit het land in een onwaarschijnlijke crisis. Nu is er geen alternatief meer behalve haar te laten verderdoen. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez heeft de verlenging van Wilmès' mandaat erg handig kunnen regelen. Dat bewijst hoe zwak deze generatie partijvoorzitters is. Niemand, ook Paul Magnette (PS) of Joachim Coens (CD&V) niet, kon deze wanvertoning verhinderen. Wellicht was Koen Geens (CD&V) een betere premier geweest. Of de kleine De Croo: Alexander heeft de bagage en de persoonlijkheid om het land door de coronacrisis te leiden. Zij kregen de kans niet. Koen Geens mag in de plaats daarvan mondmaskers uitdelen.


Georges-Louis Bouchez is wel the new kid in town: hij heeft branie te over en komt ermee weg ook.

Sinardet: Toch is Bouchez stilaan een probleem voor de MR: de Wetstraattop neemt hem nu al niet meer altijd ernstig. Dat is zijn eigen schuld. In een tijd waarin elke bijeenkomst verboden is, organiseert hij een persconferentie om zichzelf voor te stellen als de nieuwe voorzitter van voetbalclub Francs Borains. Als hij zo verder gaat, leidt Bouchez straks twéé amateurverenigingen. (grijnst)


Van Cauwelaert: Bouchez is een patser. Ik verdenk hem ervan dat hij stiekem aan bodybuilding doet. (lacht)


Intussen blijft Sophie Wilmès nog minstens een half jaar eerste minister. Ze slaagt er zelfs in om in de Nationale Veiligheidsraad Elio Di Rupo (PS) en Jan Jambon (N-VA) te doen samenwerken.

Sinardet: Als de externe druk hoog wordt, is veel mogelijk in België. Ineens blijkt die complexe structuur van de Nationale Veiligheidsraad inderdaad te werken. Dat komt ook omdat de Waalse regering niet moeilijk doet en duidelijk gekozen heeft om op de vlakte te blijven. Alleen Vlaams onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) deed zijn best om de aandacht te trekken. Dat de laatste Nationale Veiligheidsraad zo lang duurde, kwam omdat er eerst anderhalf uur is onderhandeld of onze scholen op 15 dan wel op 18 mei zouden heropenen. Dat is een zaak van niks, maar Weyts had die datum al naar voren geschoven in de tv-journaals en bij Gert Late Night. Hij zei wel dat hij zijn plan had afgetoetst met de andere gemeenschappen, maar dat was niet helemaal waar. Weyts had een akkoord op zak met de Vlaamse onderwijswereld, en heeft die afspraak aan de Frans- en Duitstalige Gemeenschap voorgelegd: 'Gaan jullie akkoord met ons, of niet?' Dat heeft veel kwaad bloed gezet.


Van Cauwelaert: Daaraan zie je toch dat de federale regering niet goed werkt? Of er opnieuw klassen opengaan op vrijdag 15 dan wel op maandag 18 mei heeft hoegenaamd geen belang voor de kwaliteit van ons onderwijs. Zo'n mineure kwestie moet dus uitgepraat worden vóór de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad begint. Voor dit soort klussen beschikken de topministers toch over kabinetschefs en andere sherpa's? Maar er is geen eensgezindheid, en dus moeten de topministers ook bij zulke futiliteiten zelf de knoop doorhakken.


Ben Weyts wilde natuurlijk niet dat met hem zou gebeuren wat welzijnsminister Wouter Beke (CD&V) was overkomen: dat vanuit Vlaanderen een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad wordt afgeschoten. Dat deed Margot Cloet, de topvrouw van Zorgnet-Icuro, met de beslissing om bezoek toe te laten in de woonzorgcentra (wzc's). Er was niet overlegd met de koepels en de vakbonden.


Van Cauwelaert: Als ik Wouter Beke was, dan had ik mevrouw Cloet veel steviger van antwoord gediend. Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor die schandalige toestanden in de woonzorgcentra? Dat bezoekrecht was toch nog maar een kleine compensatie voor de eenzaamheid van al die oude inwoners van onze wzc's die al weken geïsoleerd worden van hun familie en daarom wegkwijnen. Dat probleem dateert niet van gisteren. Huisdokters die de wzc's van binnenuit kennen, klagen al langer dat er 's nachts vaak maar één verzorger aanwezig is, en meestal zelfs geen verpleegkundige. Maar die niet-opgeleide mensen moeten wel medicijnen toedienen.


(scherp) In Humbeek heeft het gemeentebestuur de directie van wzc Den Bogaet aan de kant geschoven en in de plaats zelf een crisismanager aangesteld. Er waren toen al élf doden geteld. De logistieke organisatie van dat wzc was niet helemaal in orde en de opleiding van het personeel liet te wensen over. Wie heeft de voorbije jaren verzuimd om de commerciële wzc's in het gareel te houden - ik hoorde op tv een zekere Geert Uytterschaut zeggen dat zijn Orpea-groep in heel Europa honderden wzc's controleert. En wie kneep af en toe een oogje dicht? Mag ik opmerken dat mevrouw Cloet, voor ze voorzitter werd van de koepelorganisatie Zorgnet-Icuro, jarenlang de kabinetschef was van welzijnsminister Jo Vandeurzen (CD&V)?


Sinardet: Ik begrijp inderdaad niet hoe de christendemocraten sommige misstanden hebben laten bestaan in 'hun' welzijnssector. Sinds Welzijn in 1981 overgeheveld werd naar de gemeenschappen was dat ministerie veertig jaar lang vrijwel onafgebroken in christendemocratische handen, met als enige uitzondering de paars-groene jaren tussen 1999 en 2004. Vandaar dat de Vlaamse welzijnsstructuren tot vandaag geleid worden door CD&V'ers. Margot Cloet is er maar één van. Karine Moykens, de secretaris-generaal van de Vlaamse welzijnsadministratie, is een andere voormalige kabinetschef van Jo Vandeurzen. Toch lijkt het wzc-beleid niet echt doordrongen van een christendemocratische bekommernis voor de zwakkere medemens.


Van Cauwelaert: Aan Franstalige kant is het minstens even erg. De PS behandelt de oudereninstellingen ook niet met veel zin voor socialistische solidariteit. L'Echo heeft onlangs de coronacijfers uit de Brusselse rusthuizen gepubliceerd. Het is verbijsterend wat zich daar afspeelt.


Sinardet: Het valt ook niet goed te begrijpen dat zo'n thema zo moeilijk boven aan de agenda van de media en de politiek raakt. Welzijn raakt ons toch allemaal? Iedereen heeft wel zorgbehoevende (groot)ouders, overal is er wel een familielid dat nood heeft aan psychologische hulp. Blijkbaar zijn er geen grote lobby's die de belangen behartigen van de tachtigplussers en de mensen die zorg nodig hebben.


Van Cauwelaert: Ik pleit voor de oprichting van parlementaire onderzoekscommissies naar de woonzorgcentra. Pas dan zullen er lastige vragen worden gesteld aan mevrouw Cloet. Tot nu toe konden de verantwoordelijken van Welzijn zich verschuilen achter 'de virologen' en de 'epidemiespecialisten'. Die tijd is voorbij. Als het erop aankomt, zal worden vastgesteld wie voor welke wantoestand politiek verantwoordelijk was, en dan kan het dat die betrokkenen hun conclusies zullen moeten trekken. Tant pis. Er zullen koppen rollen. Dat zie je zo aankomen.


Als een bende amateurs tot een echte federale regering wordt toegelaten, zal het niet lukken.

Met permissie gezegd: er is geen plaats voor Ecolo of Groen.

Rik Van Cauwelaert


Ook minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) wordt verantwoordelijk gehouden voor het gebrek aan mondmaskers.

Van Cauwelaert: Het was natuurlijk niet verstandig wat De Block destijds met die mondmaskers heeft gedaan. Wellicht had ze geen andere keuze dan een oude verpieterde voorraad op te ruimen. Alleen had ze moeten zorgen voor een nieuwe stock. Maar laten we eerlijk zijn: wie van ons wilde vijf jaar geleden miljoenen investeren in preventie tegen mogelijke pandemieën? Als Marc Van Ranst op tv verscheen, dacht iedereen: 'Daar is die kerel weer die ons allemaal een griepspuit wil aansmeren.' De woonzorgcentra zijn een grotere schande dan de mondmaskertjes.


Sinardet: Het debacle van de woonzorgcentra wijst ook op een crisis in de christelijke zuil. CD&V-minister Koen Geens zit in de Nationale Veiligheidsraad. Hij heeft ervoor gepleit om bezoekers toe te laten in de woonzorgcentra. Dan is het toch logisch dat de anderen ervan uitgaan dat dit standpunt vooraf werd doorgesproken met de Vlaamse zorgsector? Ik begrijp dus wel dat Margot Cloet boos was indien Zorgnet-Icuro niet werd geconsulteerd. Maar haar categorische 'nee' was evenmin verstandig. Terwijl oudere rusthuisbewoners sterven van eenzaamheid beperkt zij zich tot de mededeling: 'Spijtig, maar onze instellingen en ons personeel kunnen nu nog geen bezoek aan.' Voor een christendemocraat klonk dat bot en weinig empathisch.


Van Cauwelaert: Met wie heeft mevrouw Cloet overlegd toen zij besloot om de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad te negeren? Zij belde niet naar Wouter Beke, zij sprak wel met de VRT. Met politici als Louis Tobback (SP.A) zou dat niet waar geweest zijn. Het doet mij denken aan de weigering van Hubert Ansiaux, gouverneur van de Nationale Bank, om in zijn instelling de taalwetten toe te passen. Gaston Eyskens (CVP) was toen eerste minister en riep Ansiaux bij zich: 'Ik heb een oplossing voor uw probleem. U schrijft uw ontslagbrief en ik aanvaard die.' Beke had tegen Cloet ook kunnen zeggen: 'Neem ontslag.'


De CD&V leek de voorbije maanden vooral geobsedeerd door een federale regeringsvorming zonder de N-VA.

Sinardet: Sinds de uitbraak van het coronavirus zien steeds meer CD&V'ers in dat het goed is dat hun partij deel uitmaakt van de federale regering: daar ligt, in deze crisis, het zwaartepunt van de politieke besluitvorming. Maar inderdaad, maandenlang zijn de meeste CD&V'ers blijven geloven in de vorming van een regering met de PS en de N-VA. Terwijl al lang duidelijk was dat dat nooit zo lukken.


Ik heb die droom van een PS/N-VA-coalitie in november al omschreven als de heropvoering van de oude Dead Parrot-sketch van Monty Python. Daarin wil winkeluitbater Michael Palin een dode papegaai niet omruilen, en dus houdt hij vol dat de vogel nog leeft. Terwijl John Cleese beter weet en met het lijkje op de toonbank blijft slaan om duidelijk te maken dat het dier morsdood is. Joachim Coens en veel andere CD&V'ers zijn in de huid van Michael Palin gekropen. Ze bleven een formule aanprijzen die al lang duidelijk dood was.


Een Vivaldi-coalitie - een alliantie van blauw, rood, groen en CD&V - wil evenmin echt lukken. Nieuwe verkiezingen zijn dan toch het enige logische alternatief?

Sinardet: Verkiezingen organiseren in volle coronacrisis zou het totale failliet van de politiek betekenen. Wat als de epidemie een nieuwe piek kent? Hoe moeten politici campagnevoeren? Moeten ze met mondmaskers elleboogstotend de markten bezoeken?


U vindt het denkbaar dat er in deze bestuursperiode, dus tot 2024, geen volwaardige federale regering komt?

Sinardet: Ik hoop dat onze politici zo verantwoordelijk zijn dat ze deze toestand geen vier jaar laten aanslepen. En dat er een nieuwe regering komt. De paarse as, die aan de basis lag van de vorige poging, moet misschien opnieuw samenzitten. Maar à la limite is een minderheidsregering met volle bevoegdheid inderdaad beter dan nieuwe verkiezingen. Ook al omdat na die verkiezingen de puzzel wellicht nog moeilijker te leggen is.


'Ik begrijp niet hoe de christendemocraten sommige misstanden hebben laten bestaan in "hun" welzijnssector.' 

Dave Sinardet


Van Cauwelaert: Tot de coronacrisis begon, was ik voorstander van nieuwe verkiezingen. Maar wie die vandaag nog wil, is aan het ijlen. Ik denk dat er een échte federale regering moet komen. Die moet bemand worden door de grote partijen. Zij beschikken over bestuurservaring en hebben ook het juiste politieke personeel. En die regering zal maar één taak hebben: het land budgettair, economisch en sociaal terug op de sporen krijgen. Daarom moeten de zware jongens aan tafel komen - om moeilijke beslissingen te nemen. Of ze nu willen of niet. En zij alleen. Want het zal niet lukken als ook een bende amateurs wordt toegelaten. Met permissie gezegd: er is geen plaats voor Ecolo of Groen.


Ook de N-VA behoort niet tot de klassieke beleidspartijen.

Van Cauwelaert: Noodgedwongen reken ik de N-VA daar toch toe, als grootste partij van Vlaanderen. De N-VA bestuurt Vlaanderen, en Vlaanderen heeft het meeste te verliezen bij de coronacrisis. Alleen al de Antwerpse haven heeft meer economisch gewicht dan eender welke andere sector in het land. Daarom vind ik ook dat de Vlaamse regering tot nu toe nog niet sterk gehandeld heeft. De regering-Jambon had meer moeten wegen op de aanpak van de crisis.


In de aanpak van de coronacrisis heeft de Vlaamse minister van Economie, Hilde Crevits (CD&V), zich eerder bescheiden opgesteld.

Van Cauwelaert: Ach, wij van de media zijn meesters in het geloven van constructies die we zelf hebben bedacht. 'De sterke politica Hilde Crevits': waar haalt men dat eigenlijk?


Sinardet: Allee, Rik. Je kunt twijfelen aan haar capaciteiten, maar Hilde Crevits is een van de belangrijkste politici van de CD&V.


Van Cauwelaert:(boos) Toen Bart De Wever (N-VA) na 26 mei twee maanden lang met het Vlaams Belang zat te onderhandelen, stonden Crevits en de voorzitters van de andere Vlaamse partijen met hun pet in de hand te wachten tot het hun beurt zou zijn. In plaats van de telefoon te nemen: 'Meneer De Wever, als deze komedie nog lang blijft duren, doen wij niet meer mee.' Het had hem tot rede kunnen brengen. Maar dat durfden ze niet.


Sinardet: Natuurlijk niet. Zelfs de SP.A'ers waren braaf aan het wachten tot De Wever hun zou vragen om mee te doen. 'In de regering zitten' is stilaan het eerste programmapunt van een bestuurspartij als de CD&V. Daarna zien ze wel verder.


Van Cauwelaert: Dat weet ik ook, maar ik aanvaard het niet. Met die filosofie zijn de klassieke Vlaamse partijen beland waar ze nu zitten: aan de rand van de afgrond.


En de N-VA? De grootste partij van het land zit niet eens in de federale regering.

Van Cauwelaert: Ik heb me al vaak afgevraagd wie de communicatieconsultant is van de N-VA. Voor die partij is alles fout beginnen te lopen toen ze einde 2018 de Marrakeshcrisis aangreep om uit de regering-Michel te stappen. De N-VA-top had zich in het hoofd gehaald dat er dan volautomatisch vervroegde verkiezingen zouden komen. Dat was een verkeerde inschatting, de eerste van vele.


Het is nog gebeurd dat een regeringspartij een coalitiepartner in de rug schoot. Als je dan geen wisseloplossing hebt, blijf je met lege handen achter. Dat is de N-VA overkomen. Ze had moeten weten dat Elio Di Rupo zou verdwijnen als PS-voorzitter - en dat Di Rupo uiteindelijk de enige top-PS'er was die nog had willen overwegen om met haar een akkoord te sluiten. Nu moet ze het doen met de onwrikbare Paul Magnette. Het is een opeenstapeling van foute inschattingen.


Het ontbreekt de N-VA dus aan vooruitziendheid. Een vooruitziende partij zorgt ervoor dat ze open lijnen heeft met andere partijen: al vóór de verkiezingen, en ook ten zuiden van de taalgrens. Veel Franstaligen denken ongeveer hetzelfde als de N-VA. Maar de N-VA zoekt geen contact.


Sinardet: Al tijdens de Marrakeshcrisis bestond er binnen de N-VA veel scepsis bij de beslissing om uit de regering te stappen. Nadien werd die groep critici almaar groter. Als de N-VA in 2018 de regering-Michel niet had verlaten, dan zat ze nu nog altijd mee aan de knoppen in de federale regering. Het is haar eigen schuld dat ze nu vanaf de zijlijn moet toekijken hoe anderen de coronacrisis aanpakken.


Van Cauwelaert:Ik heb er ook nog altijd het raden naar wat De Wever heeft willen aantonen door twee maanden lang zijn tijd te verliezen door met Vlaams Belang te onderhandelen. Die coalitie had geen meerderheid: dan is het praten toch gedaan? Bovendien heeft hij op die manier al zijn krediet bij de Franstaligen verloren. Zij geloofden nog ergens dat de N-VA uiteindelijk een dam wilde zijn tegen Vlaams Belang. Dat vertrouwen is er niet meer.


Het ontbreekt de N-VA aan vooruitziendheid.

Rik Van Cauwelaert


Luidt dat alles het einde van het voorzitterschap van Bart De Wever in?

Sinardet: Zijn onaantastbaarheid is aan het afkalven. Voor De Wever geldt dezelfde wet als voor elke andere partijvoorzitter die verkiezingen verliest: het interne draagvlak brokkelt af. Zeker als er tegelijk partijgenoten zijn die een persoonlijke knappe score behaalden, niet lijden aan veel modestie en graag de koers mee uitzetten.


U hebt het over Theo Francken?

Sinardet: Mogelijk. De N-VA twijfelt nu al een aantal jaren of ze een nieuwe CVP wil worden - een ernstige beleidspartij, centrumrechts van inslag maar bereid tot compromissen - of een Vlaams Belang light. Tussen die twee posities schippert ze. In de regering-Michel leek men daarmee weg te komen. Op Binnenlandse Zaken kon Jan Jambon zich profileren als goede bestuurder, meer nog dan als minister-president. Theo Francken moest als staatssecretaris voor Asiel en Migratie aantrekkelijk blijven voor Vlaams Belangkiezers. Maar toen de N-VA zwaar verloor bij de verkiezingen werd het moeilijk om die dubbele strategie te blijven verkopen.


Ooit was Bart De Wever de great communicator van het land. Het laatste jaar heeft hij zich haast meer moeten verontschuldigen dan in al zijn vorige jaren als N-VA-voorzitter.

Sinardet: Als burgemeester van Antwerpen doet hij het anders niet slecht. Hij heeft zelfs gelijk met zijn kritiek op een aantal richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad. Waarom zou je in je eentje geen boek mogen lezen op een bank in het park? Men miskent de grootstedelijke realiteit en doet alsof Vlaanderen een land is vol verkavelingen van huizen met tuinen. Waarom mag je wel vissen, maar niet in je eentje basketballen op een pleintje? Het was verstandig om ervoor te zorgen dat de coronamaatregelen in Antwerpen niet te streng gehandhaafd werden.


Is het niet schizofreen dat de N-VA-voorzitter minnetjes doet over maatregelen die mee goedgekeurd zijn door 'zijn' minister-president?

Sinardet: Bart De Wever had zijn Antwerpse aanpak niet mogen gebruiken om als N-VA-voorzitter het federale beleid te ondergraven. Ook omdat hij op die manier ongewild zijn eigen gezag in Antwerpen heeft aangetast. Als De Wever een advertentie plaatst waarin hij ostentatief op een bankje zit, geeft hij het signaal dat je de coronamaatregelen niet ernstig hoeft te nemen. Dat vergemakkelijkt het werk van de Antwerpse politie niet. Onlangs was ik getuige van een discussie tussen Antwerpse agenten en een paar jongens die samen hadden gevoetbald: 'De burgemeester heeft op tv gezegd dat jullie geen boetes kunnen uitschrijven.' (lacht)


Vlak voor de coronacrisis was er een peiling die Vlaams Belang bijna 30 procent van de stemmen toekende. In deze crisis lijkt 'de grootste partij van Vlaanderen' van de aardbodem verdwenen.

Van Cauwelaert: Valt het u ook op dat ze zwijgen? Voorzitter Tom Van Grieken beseft goed dat dit niet het moment is om zich te profileren als een criticaster van het coronabeleid. Filip Dewinter mag zich eens laten horen, maar verder houdt Vlaams Belang de lippen op elkaar. Van Grieken had uit zijn dak kunnen gaan na de rellen in Anderlecht. Op een paar opmerkingen na heeft hij die zaak laten passeren.


Vlaams Belang wacht tot de coronacrisis voorbij is en de écht grote problemen naar boven komen. De crisis dreigt mensen in de armoede te storten die dat nooit voor mogelijk hebben gehouden - kleine middenstanders die ineens bij het OCMW eindigen. Veel Europese landen hebben na de bankencrisis bij verkiezingen een zogezegde 'populistische golf' gekend. Straks kan het nog erger worden. Als de regering niet verstandig en doortastend optreedt, staat ons na de coronacrisis een sociaal bloedbad te wachten. Tom Van Grieken ruikt zijn kans. Hij wacht af.


Je kunt veel zeggen van onze politici, maar er is er nog geen die de bevolking heeft gesuggereerd om Detol te drinken ter zuivering van het lichaam.

Van Cauwelaert: Donald Trump is een nieuwe Caligula. Die benoemde ooit zijn paard tot senator. Trump durft dat te doen met zijn caddie. Hij is gestoord.


Sinardet: Het verhoogt in deze tijden wel de legitimiteit van onze Europese leiders. Wij hebben tenminste geen raving lunatic als staatshoofd of regeringsleider. Hopelijk houden we dat zo. 



Paolo Giordano


‘Het is de mens die de virussen opzoekt’


Danny Ilegems - De Morgen


Het coronavirus moet zijn piek nog bereiken, maar de Italiaanse schrijver Paolo Giordano

heeft er met In tijden van besmetting al een essay over klaar.

‘De wetenschap geeft soms antwoorden die we niet willen horen.’


Paolo Giordano (37) is nog altijd dezelfde schrijver als degene die op zijn 26ste debuteerde met de wereldwijde bestseller De eenzaamheid van de priemgetallen. In zuinige, pretentieloze zinnen zegt hij veel. Zijn proza is zo klaar als bronwater, en het heeft ook vaak dezelfde heilzame werking. Als fysicus van opleiding bedient Giordano zich bovendien graag van wiskundige metaforen. Niet om zijn verhalen te mystificeren met de poëtica van getallen en formules, maar om ze nog te verhelderen.


‘Laten we doen alsof we zevenenhalf miljard biljartballen zijn.’ Dat is het beeld waarmee In tijden van besmetting opent. Aan de hand daarvan verklaart Giordano hoe het coronavirus zich verspreidt: ‘Ineens knalt er een geïnfecteerde biljartbal tegen ons aan. Hij kan twee andere biljartballen raken voor hij stilligt. Die schieten weg en raken er elk nog eens twee, en nog eens, en nog eens. Het is een kettingreactie.’ En in datzelfde beeld zit ook de voorlopige oplossing vervat: ‘We moeten de ballen verder uit elkaar leggen.’


De verborgen kern van elke epidemie is een getal achter een symbool, legt Giordano uit. Het symbool is de rho. De rho van de Spaanse griep, die in het begin van de vorige eeuw tientallen miljoenen dodelijke slachtoffers maakte, was 2,1. Elke besmette persoon infecteerde gemiddeld 2,1 vatbare personen. De rho van Covid-19 is 2,5.


Als de rho onder 1 zakt, stopt de verspreiding van het virus vanzelf. Dus we moeten ervoor zorgen dat de geïnfecteerde biljartballen gemiddeld tegen minder dan 1 andere, nog niet geïnfecteerde bal aantikken. Rho is de wiskundige vertaling van de offers die wij nu brengen. Verder van elkaar gaan liggen. Elkaar niet raken.


Paolo Giordano woont met zijn vrouw en twee kinderen in Rome. “De toestand lijkt hier min of meer onder controle”, zegt hij. “Maar je weet het niet, hè. We verlaten het huis zo weinig mogelijk. Wat er zich buiten en in de wereld afspeelt, volgen we op een scherm. De gebeurtenis die ons in de ban houdt en aan huis kluistert, lijkt ver weg. De vijand is onzichtbaar. Rome, de stad waar we wonen en werken en waar onze kinderen naar school gaan, lijkt geen fysieke plek meer te zijn. Het leven is opgeschort, niet alleen in de tijd maar ook in de ruimte. In gedachten ben ik trouwens meer in Noord-Italië – in Bergamo en Milaan en al die plekken waar het nu pompen of verzuipen is – dan in Rome.”


Herinnert u zich uw laatste etentje met vrienden nog?

Paolo Giordano: “Vijf weken geleden! Het lijkt een eeuwigheid. Ik heb niemand gekust of omhelsd toen ik binnenkwam. Dat vonden mijn vrienden absoluut niet leuk. De volgende dag ben ik in vrijwillige afzondering gegaan. Ik had gezworen dat ik dat zou doen zodra er meer dan 2.000 besmettingen waren in Italië.”


Ondertussen zijn er al 150.000 besmettingen in Italië, en meer dan 1,5 miljoen in de wereld...

“Dat is het aantal mensen dat positief getest heeft. Maar we weten allemaal dat slechts een fractie van de besmette personen werd getest. In werkelijkheid zijn het er dus veel meer. Tien tot vijftien miljoen, waarschijnlijk, als het er geen twintig miljoen zijn. Nu, hoe hoger dat cijfer oploopt, hoe relatiever het wordt. Getallen zeggen ons welke richting het uitgaat. Maar we weten het ondertussen wel: dit is een epidemie die over de wereld raast.”


Had u meteen in de smiezen dat het daarop kon uitdraaien?

“Ik keek met een bang hart naar de cijfers en de statistieken uit China, en ik maakte eruit op dat een epidemie tot de mogelijkheden behoorde, ja. Vanuit mathematisch oogpunt is een ‘mogelijkheid’ trouwens heel wat. Het is meer dan een waterkansje, het is een waarschijnlijkheid. Maar het is zeker niet zo dat ik de beelden al voor mij zag die we nu elke dag te zien krijgen: spooksteden, overvolle hospitalen, mensen die beademd worden, lijken die in koelwagens worden geladen in New York. Ik ben geen waarzegger.”


Maar op dat diner maakten uw vrienden zich niet de minste zorgen, en u duidelijk wel. Wat zag u dat zij niet zagen?

“Ik was er net iets beter op voorbereid dan zij. Ik heb de jongste jaren een aantal boeken gelezen die mijn manier van denken en zelfs mijn eigen gedrag hebben veranderd. Zoals Spillover van wetenschapsjournalist David Quammen, dat specifiek gaat over virussen die overspringen van dier op mens en die een pandemie als deze kunnen veroorzaken (zie het interview met Quammen in ‘De Morgen’ van 4 april, red.).


“En in De hemel verslinden, mijn laatste roman, heb ik het zijdelings over een epidemie die woedt in de plantenwereld: Xylella fastidiosa, de bacterie die de olijfbomen in het zuiden van Puglia aan het verwoesten is. Ook een groot drama dat aanvankelijk geminimaliseerd werd, en waarvoor we nog geen remedie hebben gevonden. Voorts heb ik een achtergrond in de fysica en ben ik de zoon van een dokter. (lacht) Wat me trouwens niet minder bang heeft gemaakt voor ziektes, virussen en bacteriën. Ik ben nogal een hypochonder.”


Op 29 februari, de dag dat u dit essay begon te schrijven, noteerde u: ‘Ik ben niet bang dat ik ziek word. Ik ben bang dat ik ontdek dat de beschaving die ik ken een kaartenhuis is.’

“Dat is waar we écht bezorgd om zijn, toch? Uiteraard geven we om onszelf en onze geliefden, willen we gezond blijven, willen we overleven. Maar op dit moment beseffen we ook dat er veel meer op het spel staat: ons gezondheidssysteem, het lot van de mensen die kwetsbaarder zijn dan wij, onze manier van leven, de cultuur die we hebben opgebouwd. Dat is de reden waarom we ons schikken naar de maatregelen die worden genomen en waarom we ons al bij al zeer behoorlijk en solidair gedragen.”


Blijft dat duren, is natuurlijk de vraag. Kunnen we dat volhouden? En maakt het op den duur nog een verschil, als de cijfers blijven oplopen en de biljartballen uit alle richtingen op ons af komen?

“Het zal zeker nog een tijd het beste zijn wat we kunnen doen. Maar nu moet men ook op institutioneel en internationaal niveau wat daadkrachtiger worden. Tot een heldere, gemeenschappelijke strategie tegen de verspreiding en de impact van het coronavirus zijn we nog niet in staat gebleken. Alle landen doen het op hun manier, met hun inzichten, hun protocollen, hun noodmaatregelen. Het enige wat die gemeen hebben, is dat ze doorgaans te laat zijn gekomen. En dan moeten we de economische rampspoed die hieruit zal voortvloeien nog beginnen managen."


“Gelukkig hebben we wetenschappers. Zij werken wél samen, over grenzen en disciplines heen. In mijn ogen leveren de wetenschappers op dit moment de meest indrukwekkende inspanning die ze ooit gedaan hebben, onder een immense tijdsdruk. Zij tonen hoe het moet.”


Artsen, epidemiologen en virologen domineren vandaag de publieke ruimte en dicteren bijna de maatregelen die de politici moeten nemen. Is dit de wraak van de wetenschappers op de politiek, die hen de jongste jaren in een ander levensbelangrijk debat, dat over de klimaatverandering, volledig aan de kant heeft geschoven?

“Wetenschappers, artsen en deskundigen zijn inderdaad prominenter aanwezig in de media dan op enig ander moment dat ik mij herinner. Dag na dag verklaren ze de situatie in journaals en nieuwsshows. Ze zijn vast heel moe. Maar wat ze doen is levensbelangrijk. We kunnen alleen maar het juiste doen als we juist geïnformeerd worden; als we weten waarom we het moeten doen. Of de wetenschappers daarbij ook wraakgevoelens koesteren, durf ik te betwijfelen. Zo zou het altijd moeten gaan in kwesties over leven en dood, toch? Elke politieke beslissing zou gebaseerd mogen zijn op wetenschappelijke analyse."


“Het is zeker jammer dat de wetenschappers pas een prominente plaats krijgen in het debat als het uit de hand loopt. Correctie: dat is rampzalig. We hadden beter wat vroeger naar hen geluisterd. Dan hadden we deze pandemie misschien kunnen voorkomen. Maar toen het over klimaatverandering ging, lieten we de wetenschap er liever buiten en hadden we vooral oor voor heilsboodschappers die gemakkelijke antwoorden gaven, gebaseerd op twijfelachtige conclusies. Dat is natuurlijk het probleem met de wetenschap: soms weet ze het nog niet, en soms geeft ze antwoorden die we niet willen horen.”


Paolo Giordano: ‘We grijpen opnieuw naar betrouwbare nieuwsbronnen.

Dat is een opluchting, na jaren waarin fake news rondging als een virus.’ 


Is het voor u duidelijk dat corona en andere virussen samenhangen met klimaatverandering?

“Ja, en de wetenschap waarschuwt daar al lang voor. De nieuwe virussen komen uit de natuur. Ze bereiken ons omdat wij naar hen op zoek zijn gegaan. Door naar plekken te gaan waar we niet hoeven te zijn, door ecosystemen en habitats te verstoren. Ontbossing en verstedelijking brengen ons dichter bij habitats die niet op onze aanwezigheid hadden gerekend. De bacteriën die in de ingewanden van uitstervende diersoorten leven, moeten uitkijken naar andere gastheren. Onze intensieve veeteelt is een voedingsbodem voor virussen. Van de bosbranden in het Amazonegebied en in Australië kennen we de ecologische gevolgen nog niet, maar die zullen er zijn en we zullen ze voelen."


“De mens is de ideale gastheer voor die nieuwe virussen. We zijn met velen, we zijn invasief, en we verplaatsen ons voortdurend. Alomtegenwoordig, agressief en continu in beweging. Zodra zo’n virus op de mens is overgesprongen, kan het zich snel over de planeet verspreiden en dus uiterst effectief zijn. Wij hebben wetenschap en technologie tot onze beschikking, en die maken ons sterk en kwetsbaar tegelijkertijd. Ze verhogen onze agressiviteit tegenover onze omgeving, maar ook onze kansen om epidemies en pandemieën te overleven.”


Tussen de lijnen lees ik dat er na dit coronavirus, dat u steevast bij zijn wetenschappelijke naam SARS-CoV-2 noemt, onvermijdelijk nog andere, misschien nog veel gevaarlijker virussen op ons af komen.

“Ik hoop dat het niet gebeurt, maar ik denk dat het waarschijnlijker is dat het wel gebeurt. Tenzij we ons bewust worden van de ernst van de situatie en ophouden de natuur en de planeet uit evenwicht te brengen.”


Ziet u dat als een mogelijke positieve uitkomst van deze crisis: dat we het eindelijk snappen?

“Zo cynisch ben ik niet. Op een moment dat zo veel mensen lijden en sterven in de wereld, wil ik niet degene zijn die zegt: ‘Brute pech, dit is de wraak van de natuur, we hebben het zelf gezocht, we hadden beter moeten weten.’ We moeten de kern van het probleem proberen te begrijpen, zeker, maar we moeten nu vooral elkaar begrijpen."


“En dat vind ik wel positief aan wat ik nu zie gebeuren: de solidariteit, de steun die de mensen in de zorg krijgen, de artsen, de verplegers, alle hulpverleners. Plus het feit dat we weer naar betrouwbare nieuwsbronnen lijken te grijpen. Dat is een opluchting, na jaren waarin fake news rondging als een virus, in het ecosysteem van de angst. Er circuleert nog een hoop crap, maar toch al minder dan we gewoon waren geworden. Als het er echt op aankomt, gaan we op zoek naar correcte, onderbouwde antwoorden en zijn we bereid geduldig te luisteren. Dat geduld zullen we nog nodig hebben.”


U had het begin van de crisis iets vroeger in de gaten dan vele anderen. Hebt u ook een idee van hoe ze gaat eindigen?

(denkt na) “Ik weet het echt niet... We moeten nu wel beginnen te praten over de exitscenario’s uit de lockdown. We hebben een perspectief nodig. Niemand wil nog maanden, laat staan een jaar, opgesloten zitten in zijn eigen huis. Dat zou ondraaglijk zijn – een catastrofe bovenop de catastrofe. Misschien wordt het nooit meer zoals vroeger. Maar ik ben ervan overtuigd dat we over de kennis en de technologie beschikken om iedereen opnieuw een acceptabel sociaal leven te geven.”


Gaat u een wild feestje houden met uw vrienden als het voorbij is?

“Dat lijkt me niet zo verstandig. We zullen moeten beseffen dat onze vorige manier van leven niet de juiste was – niet erg slim en niet erg duurzaam. Ik zal een feestje geven wanneer het kan, maar het zal hier thuis zijn en...


... met heel weinig drank en heel weinig vrienden?

“Haha, nee, zo bedoel ik het niet. Maar het idee om de draad gewoon weer op te pakken en van ons leven post-corona een kopie te maken van het leven dat we voordien leidden, vind ik... lichtzinnig, bijna beangstigend. Dat zou betekenen dat we niets geleerd en niets begrepen hebben. (denkt na) Het zal een stapsgewijze overgang moeten zijn. En ik ben ervan overtuigd dat we andere reflexen aan het kweken zijn in afzondering. Als ik naar mezelf kijk: ik reisde veel meer dan nodig was. Wel, ik ga dat niet meer doen. Zeker de verre verplaatsingen ga ik beperken tot de strikt noodzakelijke. Ik ga selectiever zijn in alles.”


Zijn er nog dingen die u niet meer gaat doen? Vlees eten? Vrienden kussen?

“Gevaarlijke vraag. Verstrekkende beslissingen aankondigen op een moment dat je bang bent, of in een abnormale situatie leeft, is doorgaans niet zo verstandig. Wanneer je ziek bent van een stomme griep komt er ook altijd zo’n moment dat je zegt: ‘Ik zie de dingen helder nu, als ik genezen ben ga ik alles anders doen, stoppen met roken, gezonder leven.’ Maar nog op de ochtend dat je je wat beter voelt, vergeet je alles."


“Daarom heb ik dit essay geschreven. Daarom verplicht ik mezelf om te praten en te schrijven over wat we nu meemaken: om een aantal dingen niet te vergeten. Wezenlijke dingen, waarover we straks nog eens grondig met elkaar moeten praten. Gaan we blijven leven zoals we leefden? Is onze maatschappelijke ordening prima zo, of moeten we dringend een paar correcties aanbrengen?”


Paolo Giordano, In tijden van besmetting, De Bezige Bij, 80 p., 9,99 euro.


Danny Ilegems - De Morgen



Dirk De Wachter


‘Dit is een uitstekende kans om ons te vervelen’.

Psychiater Dirk De Wachter relativeert lamlegging van het land.


Dirk De Wachter - De Morgen



Dirk De Wachter (60), psychiater en pleitbezorger van de saaiheid.

Beeld BELGAIMAGE


We worden er wat ongemakkelijk van: het vooruitzicht van drie weken leegte, drie weken solitude.

Maar gelukkig is er dan de tegenstem van Dirk De Wachter (60), psychiater en pleitbezorger van de saaiheid.

‘Laat ons toch niet zeuren. Er zijn dingen waar ik mij voor de komende weken zorgen om maak.

De burger die zich gaat vervelen, is er daar geen van.’


Drie weken waarin we teruggeplooid zijn op onszelf: dat klinkt angstig lang. Hoe kijkt een psychiater daarnaar?

"Ik kan je zeggen: de psychiatrische diensten worden vandaag niet overspoeld met angstige problematieken. Natuurlijk zijn mensen wat ongerust. Ze gaan hamsteren. Maar je ziet geen rellen, geen zotte toeren, niks dat niet 'gemanaged' kan worden. Alles is onder controle. De bevolking toont zich van haar beste kant. Er zijn verregaande maatregelen getroffen en de mensen begrijpen dat. Ik werd vandaag (gisteren, red.) opgebeld door een aantal patiënten. 'Dokter, ik ga vandaag niet naar het dagcentrum komen'. Mensen zijn soms verstandiger dan je denkt, zelfs als ze een psychische kwetsbaarheid hebben."


"De komende weken zullen ons doen nadenken over het grote belang van menselijke verbinding, denk ik. Nu het tijdelijk niet meer mag om elkaar vast te nemen, beseffen we nog meer dan anders hoe belangrijk dat is. Het is nu even 'reculer pour mieux sauter'. Even vastentijd. Om achteraf te beseffen hoe hard we elkaar nodig hebben en hoe belangrijk die verbindingen zijn. We moeten dat nu even inhouden en er op andere creatieve manieren iets mee doen. Ik hoop dat we elkaar over drie of vijf weken nadrukkelijker begroeten, in de ogen kijken en aanraken dan ooit voordien. Dat wens ik. En dat zal ook wel zo zijn, denk ik."


Journalist Thomas Siffer woont en werkt in Italië. Hij zit een week in lockdown en wordt gek, zegt hij. "Ik wil iemand aanraken. Ik verlang naar het geluid van boeren die ploegen, kettingzagen die snoeien. Maar de wereld is stil en ik sterf een beetje."

"Ik begrijp dat en ik geef hem daar erkenning voor, maar tegelijk zeg ik: kijk eens naar mijn patiënten. Dat is nog een ander verhaal. Dat zijn mensen die in eenzaamheid worden geworpen en daar vanuit hun sociaal weefsel géén erkenning voor krijgen. Mensen bij wie dat een chronisch gegeven is. De eenzaamheid die meneer Siffer beleeft - die ik ook begrijp en die ons straks misschien ook te wachten staat - is tijdelijk. Dat is eenzaamheid van een heel andere orde dan degene die ik elke dag bij mijn patiënten zie. Ik wil het daarmee niet wegrelativeren. Maar we moeten ons wél goed blijven realiseren dat het van korte duur is. Het is nu wat het is: alle hens aan dek. En proberen verbinding te maken via veilige wegen. Facebook, Skype, WhatsApp en Facetime: laat ons die dingen nu maar volop inzetten, zodat ze hun nut bewijzen."


Eigenlijk zegt u: 'Stop met zeuren, ik zal je eens tonen wat échte eenzaamheid is.'

"Een beetje, ja. Ik zie hoe moedig mijn patiënten zich vandaag gedragen door afspraken af te zeggen. Dan denk ik: 'amai'. Daar kunnen wij, die het allemaal goed hebben, iets van leren. Want laat ons toch niet overdrijven. Het is geen oorlog, we hebben bewegingsvrijheid, we kunnen communiceren en we hebben eten en drinken. Ik wil die angst, die paniek toch graag wat temperen. Ons gezondheidssysteem werkt tot nader order zeer goed. Als er morgen honderd doden vallen, kan het misschien anders zijn. Het is een dubbeltje op z'n kant. Maar het blijft wel op z'n kant."


Bij kinderen, bij volwassenen: als elke verstrooiing buitenshuis wegvalt, dreigt er op een dag verveling. Dat zijn wij, overprikkelde burgers, niet meer gewend.

"Sta me toe, zonder enige ironie, om dat een bijzonder opportuniteit te vinden. Ik pleit in lezingen al jaren voor wat minder gedoe. Mensen vinden altijd maar dat ze overal naartoe moeten. Door omstandigheden is dat nu anders en ik vind dat een interessant gegeven. Hoe zal de 16-jarige zich thuis bezighouden? Lees een boek. Kijk een filmpje. Ga met de velo rijden. Of de volwassene: ruim misschien eindelijk die zolder op. Of maak die wandeling waar anders nooit tijd voor is. Ja, sorry, ik kan niet anders dan een beetje ironiseren. We vinden er wel iets op. Laat ons van het nadeel een voordeel maken. Ik weiger dit rampzalig te noemen. Het is een opportuniteit om creatief om te gaan met de rijkdom van het tekort."


"Met eventuele wrijvingen, die binnenhuis de komende weken zouden ontstaan, is het net zo. Zoek het uit. Overleg met de kinderen hoe je de zaken gaat aanpakken. Dat is lastig, maar niks dat onoverkomelijk is. Het zal interessant worden."


U gaat er een beetje van glimlachen.

"Ik wil niks banaliseren. Je zal maar thuiszitten met kinderen en ziek zijn. Of als zelfstandige in de horeca werken. Er zullen mensen sterven - van corona of iets anders. We zullen begrafenissen moeten organiseren. Maar hoe? Je mag niet samenkomen. Dat zijn moeilijke dingen. Daar denk ik aan. Een vriend van mij was zaterdag op een begrafenis. Er waren nog geen draconische maatregelen, maar handen geven werd al afgeraden. Dat was een heel vreemde situatie, zei hij. Je wil een moment van innigheid. Elkaar de hand schudden. Eens vastpakken. Dat is ritueel belangrijk en plots gaat zoiets dan niet meer. 'Kijk elkaar in de ogen', zegt Angela Merkel. Dat is mooi en goed. Maar ook moeilijk. Op momenten van verdriet toont zich de diepe noodzaak van dat lijfelijke."


"Ik maak me geen zorgen om de mensen die nu niet mogen gaan werken. Of niet mogen fitnessen - jog wat rond uw huis. Nee, ik maak mij zorgen om de mensen die ziek gaan worden. Die gaan sterven. Die door hun geliefden moeilijk verzorgd kunnen worden. Of die eenzaam en verlaten zijn, weinig van zich laten horen en misschien niet aan de supermarkt geraken. Dat is het echte probleem. Als psychiater is het mijn taak daar aandacht voor te vragen en de zaken in de juiste proportie te blijven zien. Als je weet dat je buurman een sukkelachtige oude mens is: ga aanbellen. 'Kan ik iets meebrengen uit de winkel?'"


Onze sociale contacten vallen voor een tijdje weg. Hebben we die nodig om ons welzijn op peil te houden?

"Zonder twijfel. We hebben sociale contacten heel erg nodig. Dat gaan we de komende weken extra goed beseffen. Ik verwacht erna een inhaalbeweging. We behelpen ons nu met elektronische middelen maar zullen er straks extra attent voor zijn. In de tussentijd moeten we creatief zijn. Op de universiteit ga ik les geven met video conferencing. We gaan zien wat dat geeft. Normaal zijn mijn lessen interactief. Maar goed, ik vind er wel iets op. Straks, in mei, als het allemaal over is, gaan we elkaar met veel genoegen terugzien en beseffen hoe belangrijk het is elkaar vast te pakken en een kus te geven en een hand te geven."


Zijn we verwend, met onze vrees voor solitude? Onze ouders en voorouders kenden wel andere ontberingen.

"Ik gebruik dat woord 'verwend' niet graag. En ik vergelijk ook niet graag met vroeger. We leven nu. We moeten goed beseffen hoe kostbaar ons bestaan hier is. Met sociale zekerheid. Met gezondheidszorg. Met solidariteit. Ik zie véél solidariteit. Mensen bieden zich spontaan aan om te helpen. Laten we elkaar in dat laatste maar ondersteunen. Om na de miserie te beseffen: we moeten dat goed bewaken, we hebben nu gezien hoe belangrijk dat is."


En dus niet: zwelgen in zelfmedelijden omdat we straks op restaurant geen glas wijn kunnen gaan drinken bij de suggestie van de chef.

"Drink dat glas thuis."


Hebt u, voor uzelf in deze bittere tijden, thuis nog een goeie fles staan?

"Ge moogt gerust zijn. (lacht)"


De Morgen



Luc Tuymans


'De politici die dit bedachten, moeten zich kapot schamen'


Luc Tuymans - De Morgen



Luc Tuymans roept op tot verzet met een nieuwe 0110-actie voor de Vlaamse cultuur.


Met een expo in Venetië werd hij dit jaar officieel de godfather van de hedendaagse schilderkunst. We spraken met Luc Tuymans (61) over zijn gloriejaar, maar toen sneden we het thema besparingen op cultuur aan. 'Het is pure politieke stemming-makerij. Desinformatie. Hemeltergend.'


ZIjn tentoonstelling La Pelle in het Palazzo Grassi in Venetië werd sinds de plechtige opening in maart dermate drukbezocht en unisono bejubeld, dat er in het vooruitzicht van de sluiting (op 7 januari) niet veel meer over te zeggen valt. De meest sprekende woorden blijven die van Jackie Wullschläger, de kunstcritica van de Financial Times, die Luc Tuymans na haar bezoek aan La Pelle uitriep tot 'lichtend baken van de hedendaagse schilderkunst'. Hij ging al dertig jaar door voor 'redder' van de schilderkunst, in 2019 kreeg hij officieel de status van godfather. En zijn kunsthistorische prominentie werd dit jaar onomstotelijk vastgelegd in een catalogue raisonné: drie luxueus uitgegeven plaatjesboeken met in totaal 560 schilderijen.

Van peetvaderlijke gevoelens geeft Luc Tuymans ook blijk op deze donkergrijze dag in Antwerpen. "Wat mij zelf het meest heeft verrast, en het diepst heeft getroffen, zijn de vele reacties van kinderen en jongeren", zegt hij, terwijl hij in zijn kantoor afwisselend een aansteker en een pakje sigaretten laat ronddraaien tussen zijn vingers.

"Opvallend veel mensen zijn me komen zeggen dat hun kinderen zo van La Pelle hebben genoten. Studenten hebben me verteld dat ze twee, drie keer zijn gaan kijken en telkens met opgeladen batterijen weer buitengingen. Dat heeft me ontroerd. Kinderen die totaal niet voorbereid zijn op wat ze te zien krijgen, jongeren die niet vertrouwd zijn met de achtergrond en de betekenis van mijn beelden, maar die er toch op de een of andere manier door gegrepen worden: dat is het mooiste compliment dat je kunt krijgen. En het bewijst nogmaals dat je niet simplistisch hoeft te worden om een groot publiek te bereiken."

De spectaculaire vloermozaïek Schwarzheide, waarop nagenoeg al wie La Pelle bezocht zich liet fotograferen - onder wie ook een kinderlijk enthousiaste Brad Pitt - moest vanwege de watervloed die Venetië in november trof wel voortijdig ontmanteld worden. Maar de kans is groot dat ze in de toekomst opnieuw te zien zal zijn in Palazzo Grassi. Tuymans heeft haar geschonken aan François Pinault, de Franse modemiljardair die eigenaar is van het gebouw en die meer schilderijen van Tuymans bezit dan wie ook.

Tuymans: "Uit dankbaarheid voor wat de man allemaal al voor mij heeft gedaan. En omdat het een echt in-situwerk is, dat altijd het best tot zijn recht zal komen op de plek waarvoor het gemaakt is. Op die manier blijft er, desgewenst ten eeuwigen dage, een spoor van mijn tentoonstelling achter in dat iconische gebouw."

Er zijn nog dagen dat hij wat last heeft van 'post-euforieblues', geeft hij toe, maar uit ervaring weet hij wat daartegen de beste remedie is: werken. Sinds de zomer heeft hij lange dagen gesleten in zijn atelier. Zijn volgende project is helemaal klaar: vijftien schilderijen die samen een galerietentoonstelling zullen vormen bij David Zwirner in Hongkong, in maart van volgend jaar. De beelden zitten in zijn iPhone. Terwijl ik er doorheen scrol, leunt hij achterover, met een vette grijns om de lippen. Het is een verrassende verzameling, veel gevarieerder en kleurrijker dan de vorige reeks die ik bij hem zag. Zelfs in het miniformaat van een schermafbeelding spat de urgentie en het makersplezier ervanaf.

"Ik was nerveus toen ik weer begon te schilderen", zegt hij. "Na La Pelle moest de lat hoog liggen. Maar het ging bijzonder goed. Alsof de opgespaarde adrenaline van Venetië er in mijn atelier uit gutste. Nu maar hopen dat de tentoonstelling in Hongkong kan doorgaan."


Wat kan er nog tussenkomen?

Luc Tuymans: "Als de protesten opnieuw oplaaien en het leger de straten zou innemen, hebben we wat mij betreft een reusachtig probleem. Hoe boeiend het ook zou zijn om in een war zone tentoon te stellen, ik wil niet dat het een louter demonstratief gebaar is en dat het lijkt alsof ik het mij allemaal niet aantrek. In dat geval verkassen we waarschijnlijk naar de nieuwe galerie van David Zwirner in Parijs. Het zou jammer zijn. De titel van de show in Hongkong ligt ook al vast: Good Luck. (lacht) Uiteraard ironisch bedoeld."

Ook jammer, en nefast voor de interviewvreugde, is dat we het over de Vlaamse besparingen op cultuur moeten hebben. Zijn gezicht betrekt. "Het is een gevaarlijke situatie", mompelt hij.

Achter de schermen blijkt er een operatie bezig te zijn om mensen zoals hij, cultuurfiguren met enige renommee, los te weken uit het protest tegen de aangekondigde besparingen op cultuur. Hij wil er niet veel over zeggen, behalve dat hij een paar telefoons heeft gekregen die in die richting wijzen. En dat hij nog liever doodvalt dan zich voor de kar van deze Vlaamse regering te laten spannen.


Waarom gaat u niet in dialoog? U zou hen misschien tot andere inzichten kunnen brengen?

"Niemand heeft mij, of de culturele sector als geheel, uitgenodigd voor een dialoog. Deze regering en deze niet-minister van Cultuur (de bevoegdheid zit bij minister-president Jan Jambon, red.) hebben hun visie op de toekomst van de Vlaamse cultuur helemaal zelf uitgedokterd. Ik kan alleen maar zeggen dat ik ze compleet verkeerd vind. En dan moet de Vlaamse canon nog komen. Ik hou mijn hart vast."


Is dat de operatie die achter de schermen bezig is: dat men u probeert te paaien met een ereplaats in de canon?

"Blijkbaar staat men al verder dan dat. Toen ik onlangs het voorrecht had een zitting van de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement te mogen bijwonen, die waarop de minister-president uitleg gaf over de besparingen op cultuur, was er een N-VA'er die al een tip van de sluier lichtte. Ons roemruchte verleden zal uiteraard zijn plaats moeten krijgen in de canon, zei hij, maar de kunst van vandaag zal niet over het hoofd worden gezien: 'Van Eyck en Rubens, maar ook Borremans en Tuymans!' (grijnst) "Bon, ik heb dus de indruk dat men maar wat aan namedropping doet, en dat men die namen aan elkaar probeert te breien tot een gefingeerd identitair verhaal. In de tijd van Van Eyck bestond Vlaanderen nog niet. In de tijd van Rubens waren we nog halvelings het product van de Nederlanden en zaten we onder de duim van Spanje. Een grote kennis van de geschiedenis heeft historicus Bart De Wever zijn troepen ook al niet kunnen bijbrengen.

(cynisch) "Ik heb altijd gedacht dat de Vlaamse beweging in de eerste plaats een sociale beweging was, en in niet minder belangrijke mate een cultuurbeweging. Maar de nieuwe Vlaamse leiders lijken er alles aan te willen doen om hun oorsprong te verraden. Ze nemen volop antisociale maatregelen, ze beschouwen armoede als een vieze ziekte, en alle vormen van hedendaagse cultuur vinden ze onbelangrijk tot heel vervelend."


Wat is uw grootste bezwaar tegen de aangekondigde besparingen?

"Ten eerste dat het besparingen zijn, de zoveelste op rij voor cultuur. Ten tweede dat de criteria die gehanteerd worden ondoordacht, betwistbaar en volgens mij ook politiek-ideologisch gemotiveerd zijn. En ten derde dat het decimeren van de projectsubsidies - min 60 procent - jonge artiesten van een mogelijke toekomst berooft én dat men zo ook het cultureel erfgoed van de toekomst in de kiem smoort. Dat het verhaal van geen kanten klopt, met andere woorden."

"Men beweert nu wel dat men het erfgoed en de gevestigde waarden van vroeger en nu nog meer wil laten schitteren, maar als men dat werkelijk meent, zal men ook daar veel grotere budgetten voor moeten uittrekken. En de boel zal geleid moeten worden door competentere mensen."


Is dat nu niet het geval?

"Nee. Om in mijn vakgebied te blijven: sommige museumdirecteurs lijken hier wel benoemd voor het leven. In de museumwereld heerst een door de politiek geïnstalleerde bureaucratie die vooral tot inertie leidt, en zeker niet tot dynamiek en schittering. Het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen blijft nog zeker tot 2025 dicht. Telkens als de subsidiekraan wordt dichtgedraaid, stoppen de werkzaamheden. Straks zijn er twee generaties studenten die de binnenkant van dat museum nooit zullen hebben gezien. En dan zwijg ik nog van de belastingbetalende inwoners van de stad en van de toeristen die onze grootste schatkamer van kunsthistorisch erfgoed niet kunnen bezoeken. Een reusachtig schandaal is dat. Mij maak je dus niet wijs dat er een politieke keuze wordt gemaakt voor het erfgoed en tegen het nieuwe. Nee, het is een keuze tégen de cultuur als geheel."


Het is een keuze voor schoonheid, als we N-VA-Kamerfractieleider Peter De Roover mogen geloven.

(grijnst) "Peter De Roover is voor mij een figuur uit een Rode Ridder-strip van Willy Vandersteen. Schoonheid: het meest rekbare en filosofische van alle begrippen, dat door iedereen anders wordt ingevuld, hoe zou je dát nu kunnen hanteren als richtsnoer voor beleid? Ik heb ooit nog kunstgeschiedenis gestudeerd en ik zal je zeggen: het is geen harde wetenschap. Het is een wonderlijk divers universum waar je per definitie naar kijkt door de bril van je eigen, zeer subjectieve smaak en voorkeur. Dus wat de heer De Roover daarover zegt, is op het stompzinnige af lachwekkend."

"Het enige wat hij wel duidelijk maakte, is dat de N-VA de Vlaamse cultuurproductie graag zou plooien naar haar eigen bekrompen wereldbeeld: 'Vroeger was het beter.' Cultuur als propaganda-abteilung, ik zeg het expres in het Duits. Ik zal me daar alvast niet voor laten gebruiken."


Bokrijk wordt dan weer bedolven onder de subsidies. Is dat voor u een indicatie in die richting?

(lacht) "Bokrijk, wat moet ik daarover zeggen? Voor mij mag het bestaan. Het is een interessante aberratie, een plek waar men de disneyficatie van het verleden in zijn volheid kan ondergaan. Maar daar wordt een wel heel onderkomen beeld van de Vlaming geëtaleerd, hè. Een beeld dat hem terugwerpt op zijn plattelandsbestaan, als zwoegende lijfeigene, ten dienste van een bourgeoisie die uitsluitend Frans sprak. Een beeld dat ons terugvoert naar de tijd toen er nog geen stedelijke middenklasse bestond en de straatnamen in een stad als Antwerpen in twee talen vermeld werden op de borden: groot in het Frans, klein in het Nederlands. Bon, als dat het model is..."


Lijdt u zelf ook niet aan heimwee naar het verleden? Meer bepaald naar de gloriejaren van de paarse regeringen, die zo gul waren voor cultuur?

"Ja, maar toen was het cultuurbeleid ook objectief beter en vooral succesvoller. De aanzet daartoe werd trouwens gegeven lang voor paars aan de macht kwam. Ik weet nog dat de jonge Patrick Dewael op Cultuur kwam (in 1985, red.) en de campagne 'Vlaanderen leeft' lanceerde. Daar werd mee gespot, maar achteraf gezien is dat het startpunt geweest van de dynamisering van de hele sector. Dat liep goed tot en met Bert Anciaux. In die periode zat ik mee in de beoordelingscommissie Beeldende Kunsten. De subsidiëring is toen vervijfvoudigd."

"En over de schittering van cultuur gesproken: dat was pas een succes. Daar en toen is een generatie kunstenaars opgestaan die zich zonder die steunmaatregelen niet zou hebben kunnen manifesteren. Toen heeft Vlaanderen - N-VA'ers zullen het graag horen - een geweldige voorsprong genomen op Wallonië. En dat is de Vlaamse kunst die nu schittert in de wereld."

"Ik heb het al vaak gezegd en ik blijf het zeggen: wat een klein landje als België heeft voortgebracht op het gebied van moderne en hedendaagse kunst is echt onwaarschijnlijk. Anne Teresa De Keersmaeker, Ivo van Hove, Berlinde De Bruyckere, Stefan Hertmans: in alle segmenten van de cultuur stralen we tot ver buiten de landsgrenzen. En de return is navenant: elke euro die in kunst en cultuur wordt geïnvesteerd, verdienen we dubbel en dik terug, dat is bewezen."

"Het idee dat cultuur een hobby is van een elitair kransje linkse, subversieve subsidievreters die tot de middag in hun bed liggen, is pure politieke stemmingmakerij. Desinformatie. Hemeltergend."


Mag ik even advocaat van de duivel spelen? Echt goede kunstenaars hebben geen subsidies nodig, die komen er zo ook wel.

"Zoals een starter in om het even welk ander beroep, kan elke beginnende kunstenaar een steuntje in de rug gebruiken. En iedereen in de cultuur is gebaat bij een zo professioneel mogelijke omgeving. Toen ik begon, kon elke jonge werkloze een subsidie krijgen om een zaak te beginnen. Een kunstenaar kreeg die niet, omdat het kunstenaarschap niet werd aanzien als een beroep."

"Yasmine Kherbache, toen nog advocate, en kunstenaar Danny Devos hebben ervoor gezorgd dat er een kunstenaarsstatuut kwam. Alle jonge en minder jonge kunstenaars van België zijn hun dank verschuldigd. Want het is natuurlijk wél een beroep. Het romantische idee van de kunstenaar die arm en sukkelachtig is, maar die zich masochistisch wentelt in zijn lijden omdat hij erop rekent dat zijn genie vroeg of laat wel zal worden ontdekt, heb ik altijd pathetisch gevonden. In de harde, geglobaliseerde kunstwereld van vandaag, met een kunstmarkt die onvergeeflijk is, is het helemaal achterhaald."


Heeft de doorsneekunstenaar het vandaag moeilijker dan pakweg dertig, veertig jaar geleden, in weerwil van de exploderende markt en de exploderende prijzen?

"Op dit moment is het voor jonge kunstenaars extreem moeilijk. Zelfs de jonge en middelgrote galeries hebben het moeilijk. Want er is bijna geen middensegment meer in de kunstwereld. Aan de top heb je een select kransje globaal opererende galeries, die de gevestigde waarden onder de kunstenaars in hun portefeuille hebben, die de meest beloftevolle jonge talenten naar zich toe trekken, en waar de miljonairs en de miljardairs klant zijn. Daarnaast zijn er overal ter wereld galeries die heel sterk staan in hun eigen land."

"Maar voor de anderen is het elke dag schrapen. Begin er maar aan, hè, als jonge kunstenaar. Daarom zijn er steeds meer kunstenaars die in hun eigen appartement tentoonstellen, of die een collectief vormen met andere kunstenaars, om samen sterker te staan en meer weerklank te krijgen. Geloof me, er wordt ondernomen bij het leven in de kunst, ook door de kunstenaars zelf, met de moed der wanhoop. Maar als het beetje ondersteuning dat ze krijgen wegvalt, wordt het héél precair."


En in Vlaanderen zijn dat de projectsubsidies.

"Ja, een belachelijk potje geld dat vermenigvuldigd zou moeten worden in plaats van afgeroomd. Min 60 procent: voor de beeldende kunsten is dat erg, maar voor de podiumkunsten is het gewoon desastreus. Daarom zijn acteurs, actrices en muzikanten zo ruim vertegenwoordigd in het protest tegen de besparingen."

"In die sector worden een hoop mensen werkloos als gevolg van deze maatregelen. Terwijl het theater toch een vorm van publieke dienstverlening is. (kwaad) Echt, de politici uit wier koker dit komt, zouden door de grond moeten zakken van schaamte."


Ziet u een oplossing?

"Cultuur wegtrekken van de partijpolitiek. En opnieuw een minister van Cultuur installeren die het departement ter harte neemt, in plaats van een minister-president die tussen de bedrijven door de bonnetjes aftekent."


Dat lijkt me nogal tegenstrijdig: die minister zal een politicus zijn.

"Het zou een partijloze man of vrouw kunnen zijn, iemand die echt uit het veld komt en die aan de politieke wereld rapporteert vanuit zijn of haar competentie."


De minister-president heeft inmiddels een kabinetschef voor Cultuur aangesteld, Joachim Pohlmann. Je zou het kunnen opvatten als een kleine besparing aan de top.

"Ja, maar die kabinetschef is de gewezen spindoctor van Bart De Wever; politieker kan haast niet. Wat er volgens mij op wijst dat men zich in die rechtse hoek wapent voor een echte kulturkampf."


De reacties op uw idee zijn voorspelbaar: 'Die culturo's vragen eerst een uitzondering voor zichzelf op de besparingsinspanning die iedereen moet leveren, en nu willen ze ook nog hun eigen minister aanduiden. De verkozenen des volks mogen duidelijk niet op hun vingers kijken. De hoogmoed!'

"Dat zijn zeer terechte opmerkingen. (lacht) Ik maak me dan ook geen illusies. Maar ik zal wel op de spijker van de competentie blijven kloppen. Per hoge uitzondering zou een Vlaams minister wel eens mogen beschikken over kennis van zaken en passie voor de materie."


Hebt u al iets gehoord uit de hoek van de grote Vlaamse ondernemers die bekendstaan als investeerders in cultuur, kunstverzamelaars en filantropen? Maken zij zich zorgen over deze situatie?

"Ik heb nog niets gehoord... (denkt na) Wat teleurstellend mag worden genoemd. Er zijn in Vlaanderen inderdaad ondernemers die kunstminnend zijn, en die kapitaalkrachtig en machtig genoeg zijn om politieke invloed uit te oefenen. Maar deze aanslag op de cultuur laat hen kennelijk onverschillig."


U zou toch makkelijk een aantal vermogende mensen rond de tafel kunnen brengen, liefhebbers van uw werk, om een fonds te stichten dat een veelvoud van het Vlaamse projectbudget beschikbaar stelt aan jonge kunstenaars?

"Dat zouden sommige politieke bewindvoerders wel graag hebben, natuurlijk. Dat je bij wijze van spreken zelfbedruipend wordt, zodat de verantwoordelijkheid helemaal van hun schouders valt. Ik vind dat een gevaarlijke piste. Als de cultuur volledig gestuurd en gedragen wordt door privékapitaal, zitten we in het Angelsaksische model, waar grote bedrijven en vermogende ondernemers alles bepalen. Terwijl ik het belangrijk vind dat de overheid een grote belangstelling voor cultuur aan de dag blijft leggen, omdat cultuur gaat over wat er leeft in de maatschappij, over wat we creëren, waarover we dromen, wat er kolkt onder de oppervlakte."

"Van overheidswege moet dat gestimuleerd en erkend worden. Daarom zijn die projectsubsidies zo cruciaal: om de diversiteit te waarborgen, om ervoor te zorgen dat er ook nog dingen gemaakt worden waar rijke mensen niet meteen brood in zien, of die Peter De Roover níét mooi vindt. (lacht)"

"Maar een mengvorm van de twee financieringsmodellen - overheid en privé - liefst in een permanente dialoog met elkaar: absoluut, waarom niet? Er zijn genoeg mogelijkheden. Ik heb zelf ooit het idee gelanceerd om de grootverdieners binnen het culturele veld in kaart te brengen, en er vervolgens voor te zorgen dat de belastingen die zij betalen integraal worden ingespoten in cultuur. Dan zouden we waarschijnlijk al gedeeltelijk zelfbedruipend zijn."


Dat zijn dan onder meer de belastingen die u betaalt.

"Correct, dat zijn de miljoenen euro's aan belastingen die ik elk jaar betaal. Maar dat idee kon toen niet uitgewerkt worden, omdat bij een eerste toetsing al was gebleken dat het federaal niet kon. Ik heb niet verder aangedrongen, want het laatste wat ik wil, is dat we in een separatistisch straatje terechtkomen. Om maar te zeggen: het is misschien complex, maar er zijn zeker mogelijkheden om de Vlaamse cultuur beter te organiseren en beter te financieren."


't Pallieterke had ook een goede suggestie voor u: doe het zelf, met uw vermogen en uw netwerk. Een projectsubsidie-potje van ocharme 8 miljoen, dat is toch peanuts?

"Ik heb dat gazetje niet nodig om te weten wat ik moet doen. Door werken te doneren aan Belgische musea en kunstinstellingen, of door ze in een vroeg stadium tegen fors verminderde prijzen aan te bieden, heb ik op sommige budgetten wellicht meer bespaard én tegelijk meer waarde gecreëerd voor de gemeenschap dan wie dan ook. Voor de mozaïek aan het MAS en de muurschilderingen in het concertgebouw in Brugge en het MSK in Gent heb ik geen honorarium gevraagd. Het werk in het Atheneum van Antwerpen: gratis gegeven. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Als ik zou optellen wat ik heb geschonken aan goede doelen, ik zou er waarschijnlijk zelf van schrikken."

"Nog niet zo lang geleden heb ik samen met mijn vrouw Carla Arocha en met kunstenaar Stéphane Schraenen zelf een kunstruimte opgestart, in ons huis annex studio in Antwerpen: Casstl, een vrijplaats waar tentoonstellingen, performances, optredens en lezingen kunnen plaatsvinden, zonder enige verbintenis tegenover ons. No pressure is het motto. Voorts koop ik regelmatig werk van jonge kunstenaars, in de eerste plaats omdat het me bevalt, maar zeker ook als ondersteuning. Bon, waarom zit ik me hier eigenlijk te verdedigen?"


Verwacht u nog een reactie van de Vlaamse regering op het protest van de cultuursector, of is men totaal niet onder de indruk?

"Ik verwacht niets. Mijn prognose is dat ze hier en daar een cijfer zullen veranderen of een budgetje verschuiven, dat ze hun discours lichtjes zullen aanpassen en een aantal bekende artiesten zullen proberen te charmeren. We zullen dus zeer attent moeten zijn. (lacht) En we zullen een speciale bril nodig hebben om door de mist die wordt gespuid heen te kunnen kijken."


Wat kunnen de verzamelde culturo's nog doen?

"Vragen blijven stellen, het debat aangaan, zich niet laten opsluiten in het beeld dat van hen wordt gecreëerd."


Weigeren op te draven voor elke plechtige gelegenheid waarbij een Vlaamse excellentie aanwezig is? Cultuurprijzen weigeren en eisen dat de voorziene geldsom in de pot van de projectsubsidies gestopt wordt?

"Dat zijn allemaal dingen die overwogen moeten worden."


En elke mogelijke verleidingspoging weerstaan?

"Opdraven in het kader van de politieke agenda van iemand anders, bijvoorbeeld die van de Vlaamse regering: dat gaan we principieel niet doen. Maar het is altijd interessant om te luisteren. Zeker ook naar de mensen die hun stem hebben uitgebracht op deze lieden, en die er mee voor hebben gezorgd dat deze bovenste helft van het land politiek gezien niet meer gewoon rechts is, maar extreemrechts. Ik ben altijd bereid om in gesprek te gaan met mensen die zich virulent anticultureel opstellen. Ik denk dat dat een belangrijk en zinnig gesprek is, want het is voor beiden een gesprek over het grote onbekende."

"Persoonlijk heb ik alleen maar goede ervaringen met confrontaties met mijn publiek. Toen ik in 2004 als eerste levende Belg tentoonstelde in het Tate Modern in Londen, zijn daar legioenen landgenoten naar gaan kijken. Ook veel gewone mensen, die zeer opgezet bleken te zijn met wat ze te zien kregen. En heel veel gewone Antwerpenaren zijn twee, drie keer binnengelopen bij Sanguine/Bloedrood, mijn tentoonstelling over de barok in het M HKA. Dat kunst elitair, hoogmoedig, ontoegankelijk, geldverslindend en volstrekt nutteloos zou zijn, dat wordt die mensen aangepraat, hè. Het zijn de populistische politici van rechts en extreemrechts die hen tegen de cultuur opzetten..."


Met succes. Als je sommige enquêtes mag geloven, zouden veel mensen liever geen cent meer uitgeven aan cultuur.

"Daarom is het zo belangrijk dat de culturele sector samen met de sociale sector op straat komt, met de verpleegkundigen en de mensen die aan zelfmoordpreventie doen, met de beroepsgroepen die door de N-VA en haar geestesgenoten worden aanzien als zwak of zelfs overbodig. Om duidelijk te maken dat de politici die besparen op cultuur, ook degenen zijn die aan de zorg en de sociale zekerheid van de mensen zitten."

(steekt een sigaret aan, knikkert zijn aansteker op tafel) "Voor mij is 0110 (het gratis muziekfestival voor verdraagzaamheid dat op 1 oktober 2006 plaatsvond in Antwerpen, Brussel, Gent en Charleroi, red.) nog altijd een schoolvoorbeeld van hoe het moet. Een zeer bont gezelschap van muzikanten, schrijvers, beeldend kunstenaars en theatermakers is er toen in geslaagd een massa mensen warm te maken voor een heel duidelijke, positieve boodschap: verdraagzaamheid. Door de aanwezigheid van mensen als Helmut Lotti, Koen Wauters en Will Tura kon dat niet afgedaan worden als een elitaire bedoening."

"Nu gaat het over culturele identiteit en diversiteit, en over de toekomst van jonge mensen die zich met kunst en cultuur willen uitdrukken. Nu moeten we opnieuw duidelijk maken dat er veel meer op het spel staat dan het hachje van een aantal marginale subsidieslurpers. De geest van 0110 moet in ons waren."


In 2007 zei u in een interview met Vrij Nederland: 'Als men in België de sociale zekerheid zou splitsen, valt het land de facto uit elkaar. Dan zie ik er eerlijk gezegd het nut niet meer van in hier nog langer belastingen te betalen. Dan kan ik ook net zo goed in Monaco gaan wonen, zoals de eerste de beste sportvedette.' (Justine Henin en Tom Boonen hadden zich toen pas gevestigd in het fiscaalvriendelijke prinsbisdom, red.) Komt dat moment naderbij?

"Dat was toen. Nu vind ik dat ik mee weerstand moet bieden, en moet blijven. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om mijn punt te maken op de plek waar ik geboren ben en waar ik leef. Het gaat niet alleen over de besparingen op cultuur, het gaat over een fundamentele politieke en sociale strijd die nog maar net begonnen is. Als ik in een belastingparadijs zou gaan wonen, heb ik geen poot meer om op te staan. Bovendien zijn belastingparadijzen strontvervelend. En ik geloof niet in een cultuur zonder generositeit."


Wie is Luc Tuymans

  • Geboren in 1958 te Mortsel
  • Woont en werkt in Antwerpen
  • Is getrouwd met de Venezolaanse kunstenares Carla Arocha
  • Maakt vaak werk met een documentaire inslag
  • Exposeerde in 2004 als eerste levende Belg in Tate Modern (Londen)
  • Had tentoonstellingen in de meest prestigieuze musea, zowat overal ter wereld
  • Oogstte dit jaar succes met zijn expo La Pelle in Venetië
  • Werkt momenteel aan een nieuwe expo, die moet plaatsvinden in Hongkong




Dalilla Hermans


‘Ik heb met trollen koffie gedronken om racisme te bestrijden’

Dalilla Hermans wil verhalen vertellen en dat doet ze in haar eerste theatervoorstelling ‘Her(e)’.

Tegelijk schreef ze een nieuw boek, ‘Het laatste wat ik nog wil zeggen over racisme’. 


Marijke De Vries - Beeld Hollandse Hoogte / Kees van de Veen - Humo



‘Empathie is de sleutel. Het gaat erom dat we ons kunnen inleven in de ander.’


Toen Dalilla Hermans (33) vijftien jaar was, moest ze voor handvaardigheid een zelfportret maken van haar toekomstige zelf. Maandenlang twijfelde ze wat ze zou schilderen. ‘Ik kon niets bedenken’, schrijft ze in haar boek ‘Het laatste wat ik nog wil zeggen over racisme’, dat deze week verschijnt.


Uiteindelijk schilderde ze zichzelf als zakenvrouw. Ze had een matige film gezien over vier zwarte vrouwen, van wie er een haar vreemdgaande man voor de rechter sleept. In maatpak. Het werd een prima portret. Haar docent begreep haar motivatie alleen niet. Ze had Hermans nooit kunnen betrappen op zakelijke ambities. Ze had volkomen gelijk, schrijft die. ‘Ik had zo’n nood aan een zwarte vrouw als rolmodel, dat een B-film met Angela Bassett genoeg was om me eindelijk een richting in het leven te geven.’


Het duurde nog jaren voor de kern van het probleem tot haar doordrong. ‘Het draait allemaal om representatie’, zegt Hermans in een restaurantje in het centrum van Gent. ‘Als er geen mensen zijn die op jou lijken en jouw verhaal vertellen, is het heel moeilijk om iemand te worden.’


Hermans is in Gent voor haar eerste theatervoorstelling ‘Her(e)’ bij NTGent, die begin deze maand in première ging. Ze drinkt kruidenthee en ze praat met een vet Noord-Vlaams accent. Vurig, zelfverzekerd; haar enthousiasme is aanstekelijk. Soms schakelt ze halve zinnen over op het Engels, alsof ze die delen wil onderstrepen. Hermans is door het dolle heen dat ze niet alleen de tekst voor het stuk mocht schrijven, maar het ook mag regisseren. ‘Dat heb ik nog nooit gedaan, dus het is spannend. Maar het ergste dat er kan gebeuren, is dat some white dude het niet goed vindt.’


Waarover gaat ‘Her(e)’?

Dalilla Hermans «Over de weg die je als zwarte vrouw moet afleggen om oké te zijn met jezelf. Dat is voor zwarte vrouwen in Vlaanderen extra moeilijk, omdat we zo ondergerepresenteerd zijn. Wij worstelen ermee dat we hyperzichtbaar zijn: als ik ergens binnenkom, heeft iedereen dat gezien. Maar tegelijkertijd word je onzichtbaar gemaakt, doordat jouw verhalen nergens zijn. Er zijn weinig rolmodellen.»


Geïnspireerd door Oprah Winfreys ‘Legends Ball’ nodigde Hermans in december 32 zwarte vrouwen uit Vlaanderen en Brussel uit om samen een weekend door te brengen in een afgelegen landhuis. 


Hermans «Tijdens het diner wilde ik een aantal thema’s bespreken en ervaringen delen voor mijn theaterstuk, maar verder was het idee om gewoon lol te hebben en te tutten. But that did not happen. Het was alsof iedereen dacht: we hebben 24 uur. Dus hup, ik rits mijn borstkas open en gooi mijn hart op tafel. We hebben geheimen gedeeld, trauma’s besproken, het was echt helend. Ik voelde echt: iedereen heeft hier nood aan.»


«Met dit theaterstuk heb ik heel hard geprobeerd om een stuk te maken waarin ik racisme niet uitleg aan witte mensen. Ik heb deze voorstelling gemaakt voor de 32 zwarte vrouwen die tijdens de première op de eerste rij zaten.»


Je spreekt in de aankondiging van ‘Her(e)’ over ‘sisterhood’. Is die sterker onder vrouwen van kleur?

Hermans «Ja, dat denk ik wel. That’s all we have. Ik zal andere bekende zwarte vrouwen nooit publiekelijk aanvallen, ook al ben ik het niet met ze eens. Er zijn al genoeg mensen die klaar staan om ons te bashen.»


Hermans is niet meer weg te denken uit het Vlaamse antiracismedebat sinds ze in 2014 een veel gedeelde open brief schreef over het racisme dat zij ondervond. Over hoe ze als veertienjarige door skinheads werd aangevallen, de drol die haar adoptieouders in de brievenbus vonden na een verhuizing, de glazen bier die over haar werden gegooid tijdens het uitgaan – haar opsomming was nog veel langer.


‘Ik word stilaan wat ik nooit ben geweest en nooit wilde zijn: boos, achterdochtig, bitter soms’, schreef ze. ‘Het is tijd voor actie, er moet nu iets gaan gebeuren. Want als ik al zeg dat mijn emmer bijna vol is, dan sta ik niet in voor wat er kookt en kolkt vanbinnen bij de vele allochtonen in dit land die niet zoveel geluk hebben gehad als ik.’


Wat is uw belangrijkste inzicht na vijf jaar op de barricaden?

Hermans «Dat empathie de sleutel is. En representatie genereert empathie. Het gaat erom dat we ons kunnen inleven in de ander. Mensen van kleur en mensen met een migratieachtergrond worden van jongs af aan getraind om empathisch te kijken naar witte mensen. Wij moeten weten hoe witte mensen denken, zodat wij kunnen anticiperen op hoe wij ons moeten gedragen. Om veilig te zijn, om niet gepest te worden, om een baan te krijgen. Dat wordt ons geleerd door representatie.»


«Ik groeide op bij fijne witte ouders, mijn beste vrienden zijn wit. Ik weet dus perfect wat zij voelen en denken en hoe ik bij witte mensen racisme moet aankaarten.»


Is er nu minder racisme in Vlaanderen dan vijf jaar geleden?

Hermans «Er is niet minder racisme, maar er is wel degelijk vooruitgang geboekt. Aan de ene kant is er sprake van enorme verrechtsing. Extreem-rechtse en rechts-radicale populisten wonnen de verkiezingen. Tegelijkertijd eisen mensen van kleur hun plaats op. Ze zijn georganiseerder, mondiger, vaker in de media. Dat maakt mij optimistisch, de kentering is onmiskenbaar. Daarom zijn al die rechtse sites zo actief, die maken zich zorgen.»


Wordt er in Vlaanderen een ander antiracismedebat gevoerd dan in Nederland?

Hermans «Vlamingen denken dat er in Nederland minder racisme is. Dat is niet zo, heb ik gemerkt toen ik meewerkte aan de essaybundel ‘Zwart’. Een verschil is wel dat er bij jullie niet zo’n schrijnend gebrek aan representatie is. In Nederland zijn er meer donkere mensen van de derde of vierde generatie, bij jullie gaat het al jaren over Zwarte Piet. In Vlaanderen lopen we vijfentwintig of dertig jaar achter op dat vlak. In 2016 ging ik in een actualiteitenrubriek met de zwarte Vlaamse comédienne Lies Lefever (onverwacht overleden in 2018, red.) in debat over Zwarte Piet. Dat was de eerste keer in Vlaanderen dat twee zwarte mensen aan tafel zaten om over dit onderwerp te praten. De gemiddelde Vlaming kan niet tien bekende zwarte Vlamingen opnoemen. De bewustwording ligt hier ver achter. Dat hoeft niet negatief te zijn, we komen misschien wel sneller tot oplossingen.»


U schrijft dat het moeilijker is om te praten over racisme met witte, progressieve mensen dan met racisten.

Hermans «Het grootste probleem zit niet bij de kiezers van Theo Francken en Dries Van Langenhove. Een racist bekeren is makkelijk. Ik heb de afgelopen jaren veel van zulke mensen gesproken toen ik koffie ging drinken met trollen die mij online belaagden. De meeste van die mensen zijn bang en volgen daarom een sterke man. Als je hen uitlegt dat ze niet bang voor mij hoeven te zijn, dan heb je ze vrij snel voor je gewonnen.»


Wat doen die witte progressieven dan verkeerd? ‘Elke witte man wordt weggezet als racist, of hij wil of niet’, schreef een lezer van Trouw vorig jaar aan onze columnist Babah Tarawally.

Hermans «Het grootste probleem zit bij mensen die denken dat ze goed bezig zijn en dat het wel meevalt. Het is in deze tijd niet genoeg om te zeggen: ik ben geen racist. Je moet een actieve antiracist zijn. Als mannen niet hadden meegedacht over het feministische gedachtegoed, was er nooit iets veranderd voor vrouwen. Je moet samen voor gelijkheid willen gaan.»


«Kijk, ik zeg niet dat alle witte mensen racisten zijn. Mijn ouders zijn witte Vlamingen, mijn man is een witte Vlaming. Maar als jij je aangesproken voelt door wat ik zeg of schrijf, moet je je misschien afvragen hoe dat komt. Het is zoals met de #MeToo-discussie waarover sommige mannen zeiden: we mogen niet meer flirten. Als jij door dat debat bang bent over de manier waarop jij hebt geflirt de afgelopen jaren, dan heb jij waarschijnlijk iets gedaan waar je je nu oncomfortabel bij voelt. Dan zou je ook naar jezelf kunnen kijken.»


Als kind kreeg u te horen: sta erboven, laat je niet gek maken. Wat leert u uw kinderen?

Hermans «Mijn activisme kwam voort uit de wil om voor hen de wereld te veranderen. Dat lukt niet, heb ik gemerkt. Ik heb me gerealiseerd dat ik hen beter tegen die wereld kan wapenen door voor rolmodellen te zorgen. Ik zorg dus dat ze niet alleen maar de blonde prinses van ‘Frozen’ zien, maar ook ‘Vaiana’, een Disney-sprookje met in de hoofdrol een zwarte prinses. Om dezelfde reden heb ik ook zelf een kinderboek gemaakt over zwarte meisjes, zodat zij kunnen lezen over zichzelf. Mijn man en ik zeggen daarnaast positieve dingen over hun haar, hun roots, hun huidskleur, zodat ze sterk zijn wanneer ze geconfronteerd worden met de wereld.»


«Mijn oudste, Cooper, is zes. Die vindt het gek als mensen iets negatiefs zeggen over zwarte mensen. Hij zegt dan: ‘Misschien heeft die mevrouw slecht geslapen’. De eerste keer dat ik merkte dat hij racisme niet op zichzelf betrekt, maar ziet als iets van die andere persoon, viel er een last van mijn schouders.»


U wilt als activist ‘met pensioen’, schrijft u in uw boek. Waarom?

Hermans «Wat in Vlaanderen absurd onderbelicht is gebleven, is dat mensen als Dries Van Langenhove echt slachtoffers hebben gemaakt. Als je je tegen hun gedachtengoed uitspreekt of racisme aankaart, krijg je een heel trollenleger over je heen. Ze sturen me verkrachtingsscenario’s, plaatjes van lynchpartijen waar mijn gezicht op gefotoshopt is. Ze bedreigen mijn kinderen.»


«Als ik geen kinderen had gehad was ik bij de eerste aanval gestopt. Maar ik dacht: als ik mijn mond niet opentrek, gaan zij dezelfde shit meemaken. Want mijn kinderen zijn hier geboren, ze hebben een witte, Vlaamse vader, Vlaamse grootouders. Daarom is het nog belangrijker dat déze maatschappij verandert.»


«Maar het is ook heel zwaar geweest voor mijn gezin. Ik ben echt heel bang geweest. Ik ben voor die aanvallen in therapie geweest en ben ook met trollen gaan praten. Dat hielp me relativeren: de meeste zijn niet echt bedreigend. Maar je weet nooit zeker hoe serieus het is. Ik heb genoeg gegeven, nu wil ik me focussen op het vertellen van verhalen. Er zijn gelukkig genoeg anderen die op de barricaden klimmen. Het gesprek over racisme in Vlaanderen zal niet bij mij stoppen.»


Ⓒ Trouw - Humo



Joachim Pohlmann


De ware minister van cultuur


‘Het Avondland ís al ondergegaan’


Ruud Goossens en Matthias Verbergt - De Standaard -  foto’s Sébastien Van Malleghem



Op papier is hij ‘slechts’ kabinetschef.
Maar het is duidelijk dat Joachim Pohlmann, de intellectuele compagnon van Bart De Wever,
het Vlaamse cultuur­beleid de komende jaren zal boetseren.

De marsrichting is rechts-conservatief.

‘Je moet erover waken dat de beste ideeën het halen. Dat is een voortdurende strijd.’ 


De nieuwe werkplek van Joachim Pohlmann staat nog niet volledig op punt. Het is een woensdagavond in februari, ongeveer 24 uur voor Jan Jambon, zijn nieuwe baas, op de uitreiking van de MIA’s zal worden uitgejouwd. Om klokslag zes uur vallen alle lichten in zijn bureau op het Martelaarsplein uit. De schuld van een geherprogrammeerde timer. Er wordt gespecialiseerd personeel op de hoogte gebracht, maar geen mens blijkt in staat de techniek te overwinnen. Het zou een scène kunnen zijn uit zijn laatste, van moderniteitskritiek doordrongen roman, Een unie van het eigen. De rest van het gesprek speelt zich noodgedwongen in het schemerduister af, slechts een beetje bij­gelicht door de straatlantaarns van een ­ondergaand Brussels avondland. Het deert Pohlmann, sinds enkele maanden kabinetschef Cultuur van Jambon, niet. Onder het oog van een ingekaderde Mia Doornaert – haar foto begeleidt hem al 15 jaar – trekt hij zijn das uit. Hij vertelt dat hij de laatste weken iedereen uit de cultuursector heeft ontvangen die erom vroeg. Hij zegt dat hij zich amuseert.


Dat was het afgelopen jaar, als woordvoerder van de N-VA, niet meer het geval. Die job, die hij sinds 2012 uitoefende, was eigenlijk zijn ding niet, zegt Pohlmann. Hij dweept met het feit dat hij geen kranten leest, geen tv kijkt en niet gebeten is door de brandende actualiteit. En dat hij dat ook allemaal liet weten aan Bart De ­Wever, toen die hem vroeg om de partijcommunicatie voor zijn rekening te nemen. ‘Bart antwoordde: net dáárom wil ik jou’, verklaart hij. ‘Maar het was goed geweest. Het is belastend om altijd in het hoofd van iemand anders te kruipen. Op de duur begin je in die job overal strategie te zien. Ik ben dus blij dat ik van een aantal dingen verlost ben.’ Een grijns. ‘Ik ben vooral blij dat ik van jullie verlost ben. Ik kan nu iets ten goede proberen te veranderen in de reële  werkelijkheid.’


Pohlmann liet een paar maanden geleden aan De Wever weten dat hij slechts voor twee kabinetten beschikbaar was: Defensie en Cultuur. Hij noemt Cultuur ‘de belangrijkste Vlaamse bevoegdheid’. ‘Het is de fond van de samenleving. Ik ben geen materialist, laat staan een marxist. Ik geloof niet dat de werkelijkheid onze ideeën bepaalt. Ik ben een idealist, in de filosofische betekenis. Met Antonio Gramsci zeg ik dat ideeën de wereld regeren. Je moet er dus over ­waken dat de beste ideeën het halen. Dat is een voortdurende strijd. Voor alle duidelijkheid: ik ga me als kabinetschef niet moeien met de inhoud, ik zal niet zeggen dat de KVS de stukken van Cyriel Buysse moet opvoeren. Maar ik wil natuurlijk wel accenten leggen, bijvoorbeeld op het vlak van erfgoed. Ik bel niet vaak naar hoofdredacteurs, maar toen een krant onlangs een denigrerend stuk schreef over het extra geld voor Bokrijk, deed ik het wél. Zij houden daar vakkennis in leven die anders dreigt uit te sterven. Waarom waarderen we dat niet?’


 Pohlmann is moeilijk te vatten.

Hij schreef twee romans en kan uit het blote hoofd Edmund Burke citeren.

Tegelijk liet hij zijn partij voorop­lopen op sociale media, met rauw-rechtse campagnes.


Man met vele gezichten

De kunstenwereld daverde eind vorig jaar op haar grondvesten. Eerst raakte bekend dat de N-VA, de partij waar ze al jaren een nogal vijandige relatie mee onderhoudt, de minister van Cultuur zou leveren. Vervolgens bleek dat er meteen stevig gesnoeid zou worden in de projectsubsidies voor de podiumkunsten. Uit die pot verdwijnt 60 procent van de middelen. Tegelijk werden er plannen voor een Vlaams geschiedenismuseum en een Vlaamse canon ontvouwd, ook geen reden tot enthousiasme. En tot slot bleek dus dat Joachim Pohlmann, die de voorbije jaren in zijn columns in De Morgen de sector meermaals aanviel, dat hele project in goede banen zou leiden.


‘Daarom is mijn eerste boodschap telkens: dit is géén georkestreerde aanval’, zegt hij. ‘Iederéén moet besparen. Helaas hebben we dat, door de trage regeringsvorming, vooraf onvoldoende kunnen doorpraten.’


Pohlmann vervulde de laatste vijftien jaar een rol achter de schermen bij de N-VA. De Kempenaar, 39 jaar oud, is een moeilijk te vatten personage. Hij schreef de laatste jaren twee romans, is belezen en kan uit het blote hoofd Edmund Burke citeren. Tegelijk is hij ook de man die zijn partij voorop deed lopen op sociale media, met rauw-rechtse campagnes die op de onderbuik mikten, bijvoorbeeld over het VN-Migratiepact. Pohlmann kan minzaam uit de hoek komen, zelfs charmant zijn. Maar journalisten die tegen zijn kar rijden, worden bulderend en publiekelijk in de hoek gezet. Hij is een fan van conservatief-rechtse helden als Roger Scruton of Ernst Jünger. Maar hij raakte ook verslingerd aan Louis Paul Boon, een icoon van de Vlaamse linkerzijde. Hij is een individualist die de opwinding op vergaderingen vaak van aan de rand gadeslaat. Toch diende hij zich twee jaar geleden aan als reservist bij het Belgische leger.


Joachim Pohlmann is een man met vele gezichten. Waar af en toe ook eens op gemept wordt. Hij bokste jarenlang bij een club in Borgerhout.


De afgelopen jaren groeide hij uit tot een van de steunberen van zijn partij. Toen Bart De Wever begin 2013 naar het Schoon Verdiep in Antwerpen trok, vertrouwde hij de Brusselse werking van de N-VA toe aan twee achtergrondfiguren: Piet De Zaeger en Pohlmann. De Zaeger werd de man van de organisatie: hij ondersteunde de lokale afdelingen, bereidde congressen en campagnes voor, beheerde de financiën en het vastgoed. Pohlmann leidde het steeds groter wordende ­communicatieleger. Als dat op dinsdag ­onder zijn leiding vergaderde, zaten er op de duur meer dan twintig mensen rond de tafel. Die leidinggevende rol deed, samen met zijn directe toegang tot De Wever, zijn ster binnen de N-VA rijzen.


‘Hij was ook de huisideoloog van de partij’, vertelt Kamerlid Sander Loones. Hij kent Pohlmann al bijna twintig jaar. ‘Samen met Bart heeft Joachim de ideologische vloer onder de partij gelegd, het conservatisme in burkeaanse zin. Een aantal belangrijke speeches kwam uit zijn pen. Denk aan de openingslezing van Bart in 2015 aan de Gentse universiteit, over migratie. Of aan de mantra dat de N-VA er is “voor wie werkt, spaart en onderneemt”. We zullen moeten zien wat het effect is, nu er voor het eerst iemand met een uitstekend politiek instinct uit de absolute kern van de partij wegvalt. Maar ik vind het fijn dat hij kabinetschef wordt. De N-VA heeft stevig gewogen op het culturele en identitaire luik van het Vlaamse regeerakkoord. Of Joachim zijn ideologie meeneemt in zijn nieuwe job? Ik mag het hopen.’


‘Samen met De Wever heeft hij de ideolo­gische vloer onder de partij gelegd.

De mantra dat de N-VA er is “voor wie werkt, spaart en onder­neemt”, kwam uit zijn pen’ 

Sander Loones, Kamerlid


‘Dat is ’m’

Pohlmann behoort tot de ‘tweede Leuvense generatie’ in de N-VA. Begin ­jaren ­90, tijdens hun studentenjaren in ­Leuven, smeedden mensen als De Wever, De Zaeger, Fons Duchateau, Koen Kennis en Liesbeth Homans vriendschapsbanden die tot op vandaag doorwerken. Maar ook de generatie van Pohlmann, tien jaar jonger, gaat al lang terug. Pohlmann sleet uren aan de toog met Loones, Theo Francken, Matthias Diepen­daele en Sarah Smeyers. Daar zit een inclusieve en een exclusieve kant aan. Het creëert een grote onderlinge solidariteit, ze laten mekaar niet gauw vallen. Maar het leidt er ook toe dat nieuwkomers, of beter: mensen die iets later arriveerden in de partij, zich altijd een beetje buitenstaander voelen. In hun eigen woorden: ‘Je blijft toch altijd een vreemde eend.’


De link tussen de twee Leuvense generaties is de voorzitter. Bart De Wever was al afgestudeerd toen Pohlmann in 1999 arriveerde, maar hij liep toen nog wel in Leuven rond als assistent aan de faculteit geschiedenis. Pohlmann en De Wever ontmoetten elkaar voor het eerst na een debat van het Liberaal Vlaams Studentenverbond. Om precies te zijn: in café De Lange Trappen.


‘Ik dacht toen: dat is ’m’, vertelt Pohlmann over die avond. ‘Ik was pas 19, Bart was 30. Hij stond op intellectueel vlak al veel verder dan ik. Maar het klikte. Ik begon hem te mailen, ik vroeg wat ik moest lezen. Hij suggereerde Edmund Burke, Alexis de Tocqueville, Benedict Anderson. Ik ging echt in de leer bij Bart. Toen we jaren later gingen samenwerken, bleef dat de onder­linge verhouding: die van een meester met zijn meesterknecht. Pas een jaar of vijf geleden, na de verkiezingen van 2014, werd ik een evenwaardige sparringpartner. Toen ­begon hij me echt vrijheid te geven. Zoals ­Rubens ooit tegen zijn pupil Van Dyck zei: je hebt nu wel genoeg achtergronden geschilderd, ga maar eens voor een volledig doek.’


Pohlmann zegt dat de ontmoeting met De Wever in Leuven een moeilijk proces in gang zette. ‘Mijn nationalisme was tot op dat moment intuïtief, emotioneel, romantisch. Ik kwam uit de typisch flamingantische traditie van Albrecht Rodenbach. Maar ik begon te voelen dat mijn uitgangspunten niet langer houdbaar waren. Het luidde een periode van radicale zelftwijfel in. Ik brak mijn denken af tot er haast niets meer van overbleef. Tot op het punt dat ik dacht: ik kieper dat Vlaams-nationalisme in de vuilnisbak. Pas toen kon ik weer iets opbouwen dat de toets van de kritiek doorstond. Ik vind nog steeds dat we onze overheid het best op het niveau van de deelstaten organiseren. Dat is gebleven. Maar ik werd ook een echte conservatief, iemand die identiteit heel belangrijk ging vinden.’


Vies, vuil, zwart ventje

Pohlmann zette zichzelf de afgelopen ­jaren graag neer als een kind van soixante-huitards. Dat was communicatief niet altijd oninteressant: in debatten over de erfenis van mei ’68 kon hij zich positioneren als ­iemand die zelf ooit aan de ‘overkant’ had vertoefd maar uiteindelijk ‘beter’ had ontdekt. Dat beeld behoeft nuance. Je kunt met Pohlmanns familiegeschiedenis eigenlijk ­alle kanten uit. Zijn ouders hamerden ­inderdaad niet op discipline, ze waren nogal libertair. Maar echte soixante-huitards ­waren ze niet. Ze waren kleine midden­standers, met een brasserie in de bossen van Postel, een gehucht van Mol. Ze zwegen over alles wat politiek gevoelig lag. Zijn grootouders van vaderskant – uit Oostenrijk en Nederland – vertoefden tijdens de oorlog dan weer in verzetskringen. Met die kant van de familie had Pohlmann echter weinig tot geen contact.


Hij zegt dat het vooral zijn grootvader van moederskant was die hem met zijn verhalen op sleeptouw nam. Het is aan die man dat Pohlmann in 2003 zijn licentiaatsthesis in de politieke wetenschappen – over het partijpolitieke Vlaams-nationalisme tijdens het interbellum – opdroeg. Jef Gevers was een katholieke flamingant. Hij collaboreerde zelf niet, maar was vertrouwd met het milieu dat het wel had gedaan. Hij ving kinderen van collaborateurs op. En hij injecteerde de jonge Pohlmann met de rechts-conservatieve politieke microbe.


‘Toen hij elf jaar oud was, had hij al een politieke partij opgericht, mét lidkaarten.

Hij was toen al zeer Vlaams en behoorlijk rechts’ 

Jef Van Baelen, jeugdvriend


‘Joachim was al op heel jonge leeftijd met politiek bezig’, vertelt Jef Van Baelen. Hij zat jarenlang naast Pohlmann in de klas en was goed met hem bevriend. ‘Toen hij elf jaar oud was, had hij al een politieke partij opgericht, mét lidkaarten. Ik discussieerde graag met hem, al waren we van een ­ander gedacht. Joachim was toen al zeer Vlaams en behoorlijk rechts. Ik heb nooit het idee gehad dat hij een racist was, maar hij maakte wel heel aangebrande grappen, grappen waar leraars het vaak moeilijk mee hadden. Joachim was een geweldige provocateur. Als iedereen A zei, zei hij B. Het is niet zonder ironie dat hij nu de lijnen uitzet bij de grootste partij van Vlaanderen. De ­rebel van de jaren 90 is nu de man van de mainstream geworden.’


Een rebel was Pohlmann zeker. Toen het Sint-Jan-Berchmanscollege in Mol twintig jaar geleden een dik boek uitbracht over zijn honderdjarige geschiedenis, kroop hij als oud-leerling in zijn pen, net als Guy Mortier en Leo Neels. Hij beschreef hoe hij het rookverbod aan zijn laars lapte, stink­bommen deed ontploffen in de klas en ­jarenlang ‘balanceerde tussen van school gesmeten worden of toch net niet’. Toch bewaart zijn leraar Frans, Joris Branckaerts, goede herinneringen aan hem. Hij zegt dat Pohlmann rechts was – ‘vooral gebeten op de CVP en de VLD, omdat die hem zo teleurstelden, de socialisten waren sowieso zijn ding niet’ – maar dat hij ook altijd respectvol in debat ging.


‘Ik herinner me dat een van mijn leerkrachten mij eens aansprak als “vies, vuil, zwart ventje”’, zegt Pohlmann. ‘Niet aangenaam. Ik vond het intellectuele klimaat in de jaren 90 verstikkender dan het huidige. Als je Vlaams was, werd je meteen in de hoek van het Vlaams Blok gezet. En ik wás Vlaams. Ik had veel vrienden bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (een vrij militaristische jeugdbeweging, red.). Een aantal van die jongens is later bij het Vlaams Blok beland. Maar ik voelde al snel dat ­extreemrechts niet mijn ding was. Toen ik vijftien of zestien jaar oud was, heb ik het zeventigpuntenplan van Filip Dewinter gelezen. Hij vulde identiteit te eng en te essen­tialistisch in. Ik heb me vervolgens meteen een lidkaart van de Volksunie aangeschaft.’


‘Zijn plichtbewustzijn typeert hem.

Je hoort je talenten ten dienste te stellen van een hoger ideaal, dat is het idee’ 

Bram Bombeek, Ex-Adjunct


De kracht van de matrak

Misschien valt dat nog het meest op in de levensgeschiedenis van Joachim Pohlmann: de grote continuïteit. Ondanks de crisis in het post-Lange Trappen-tijdperk ondergingen zijn denkbeelden geen complete metamorfose. Toen hij veertien jaar oud was, ging hij al affiches plakken voor VU-boegbeeld Kris Van Dijck. Toen hij in Leuven arriveerde, werd hij meteen lid van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten­verbond (KVHV). Toen de N-VA werd opgericht, kocht hij direct een lidkaart van de jongerenafdeling. En toen hij in 2001 een stuk pleegde voor Ons Leven, het tijdschrift van het KVHV, ging dat over Edward Poppe, de priester die grote sympathie had voor de Vlaamse strijd. Ook uit de teksten die Pohlmann in die jaren vanuit Leuven schreef voor het schoolblaadje van het Sint-Jan-Berchmanscollege, doemt geen ­ander personage op.


Hij beschreef daar bijvoorbeeld hoe hij tijdens de relletjes naar aanleiding van de Blijde Intrede van het toenmalige prinsenpaar Filip en Mathilde in aanraking kwam met een ‘Leuvense politiematrak’. ‘Toen begon het leven waarvoor ik geboren ben’, ­noteert de jonge Pohlmann, niet zonder ­pathos. ‘Betogen tegen de monarchie, tegen de faciliteiten, tegen de vrijlating van ­Augusto Pinochet. Petities organiseren voor de autochtone culturen in het Zuid-Amerikaanse regenwoud, voor de vrijlating van Ierse republikeinse en loyalistische activisten, voor de verhuis van Baskische gevangenen naar gevangenissen in het Baskenland, tegen kernwapens op Kleine-Brogel. Ik kon terugvallen op een groep zielsverwanten met als gemeenschappelijk ideaal een pluralistisch Vlaanderen.’


Ook zijn afkeer van de progressief-culturele scene was toen al aanwezig. Hij stak bijvoorbeeld de draak met het Leuvense kunstencentrum Stuk. Het is een ­instelling die hij nu gaat subsidiëren, maar waar het toen vol liep met ‘pseudo-intel­lectuelen’ en ‘bekakte kunstenaars-in-een-notendop, die boven hun koppen pompoensoep de wereldpolitiek aan een analyse ­onderwierpen en concludeerden dat alleen “echte kunst” de wereld kon redden’. Hij kapittelde een medestudent, omdat die Stijn Streuvels een heimatschrijver had genoemd. ‘Het imago van Streuvels was hem gewoon niet kunstelend genoeg. Arty-farty noemden ze dat in de Angelsaksische wereld.’


Veel van zijn partijgenoten omschrijven Pohlmann als een sfinx.

Op een paar goede vrienden na, te tellen op de vingers van één hand, houdt hij iedereen op een afstand.


Metafysische leegte

Een decemberavond in 2019. Arty-farty is het gezelschap niet waar Pohlmann, voor het eerst sinds zijn benoeming als kabinetschef, gaat spreken. De Vlaamsgezinde denktank Vives heeft hem uitgenodigd voor een lezing over identiteit aan het Iers College in Leuven. In de zaal zitten ongeveer honderd mensen, onder wie ook ex-KBC-topman Remi Vermeiren en Vives-directeur Joep ­Konings. Pohlmann betoogt dat een superdiverse samenleving alleen kan blijven bestaan als er een ‘monoculturele kern’ is, een doel dat door iedereen ‘gedeeld en gediend’ wordt. Tot voor vijftig jaar was die kern het christendom. ‘Maar na de dood van God zitten we in een enorme morele crisis’, zegt hij. ‘Wat is in onze seculiere samenleving van vandaag de culturele kern? Daar gaan we nog minstens vijftig jaar over debatteren.’


Het is vertrouwd terrein. Pohlmann put uit de teksten die hij de laatste jaren voor De Wever schreef. Tot Joep Konings wil weten hoe hij zijn visie zal concretiseren in zijn nieuwe job. De kersverse kabinetschef is zich, met een journalist in de zaal, bewust van het gevaar. Hij wil hier geen nieuw front openen met de cultuursector. Hij wil enkel op persoonlijke titel meegeven dat hij ‘de afgelopen decennia in de kunsten een metafysische leegte zag ontstaan’. ‘Het post­modernisme, weet u wel. Men ging niet meer op zoek naar betekenis, naar hoe onze seculiere samenleving eruit zou moeten zien.’ In het gesprek op zijn kabinet formuleert hij het, twee maanden later, nog iets puntiger: ‘Het Avondland ís al ondergegaan.’


Het sluit perfect aan bij zijn columns van de afgelopen jaren in De Morgen, waarin hij zijn ‘scepsis’ tegenover moderne en postmoderne kunst ook graag beleed. ‘In onze nihilistische tijden, waarin de Ilias op dezelfde trede staat als een urinoir, word ik niet meteen warm bij het vooruitzicht van cultuurbeleving’, schreef Pohlmann in 2017. ‘Niets heeft nog een intrinsieke betekenis of esthetiek. De waarde die iets heeft, drukken we monetair uit. Dan worden schilderijen speculatief en ballonnenhondjes kunst. Ik haak sowieso af.’ Pohlmann is, dat weze duidelijk, geen fan van Marcel ­Duchamp of Jeff Koons, maar evenmin van al te veel overheidsinterventie. ‘De cultuursector is veel te afhankelijk van subsidies’, klonk het op een ander moment. ‘Ook zonder subsidies zal er grote kunst gemaakt worden.’


 Ooit zei De Wever hem dat hij naar de succesreeks ‘Breaking bad’ moest kijken.

Na twee afleveringen hield hij het voor bekeken. Tijdverlies


In het schemerduister van zijn Brusselse bureau wordt hij niet zo graag aan dat soort provocaties herinnerd. Pohlmann is niet toevallig gestopt als columnist. Hij zegt dat hij als kabinetschef iedereen die zijn bureau betreedt als gelijkwaardig wil beschouwen. ‘Wij vinden gemeenschapsvorming en identiteit belangrijk’, zegt hij. ‘Dat wordt een aandachtspunt in het beleid, zeker. Over ­bepaalde kunstvormen is er jarenlang met een zekere neerbuigendheid gesproken. ­Onterecht. Tegelijk is gemeenschaps­vorming ook ondoorgrondelijk, zoals God. Waarom noemen we deze regio Vlaanderen? Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag? Omdat Hendrik Conscience in 1838 besliste om De Leeuw van Vlaanderen en geen ander boek te schrijven. Hij creëerde een symbolische ruimte die andere Vlaamsvoelenden konden beginnen in te vullen. Zo’n proces kun je niet managen.’


Geen tijd te verliezen

Veel van zijn partijgenoten omschrijven Pohlmann als een sfinx. Op partijvergaderingen voert hij niet het hoge woord, terwijl iedereen weet dat hij machtig is. Hij straalt iets onaantastbaars uit. Hij is, ook volgens partijgenoten, cynisch. Op een paar goede vrienden na, te tellen op de vingers van één hand, houdt hij iedereen op een afstand. Collega’s die met hem op de trein zitten, stellen al eens vast dat hij Jenseits von Gut und Böse van Friedrich Nietzsche leest. Pohlmann omschrijft zichzelf als een buitenstaander. Tegelijk heeft hij iets serviels, bijvoorbeeld in zijn relatie tot zijn ‘meester’, Bart De Wever. Hij is ook een echte partijtijger. Zelf vindt hij dat geen paradox: ‘Als je iets wilt verwezenlijken, heb je anderen nodig.’


‘Zijn plichtbewustzijn typeert hem’, zegt Bram Bombeek, jarenlang zijn adjunct als woordvoerder. ‘Nadat hij een maand in het leger had gezeten, vertelde hij ons over alle regeltjes daar. Ze mochten niet tegen de muur leunen of ze werden gestraft. Het leek bij momenten op een kleuterklas. Maar Joachim zag het probleem niet. Hij vond dat net geestig. Je hoort je talenten ten dienste te stellen van een hoger ideaal, dat is het idee. En als je iets beslist heb, ga er dan ­volledig voor. Na een zware nacht besliste hij plots om te stoppen met roken. Hij stak zijn halfvolle pakje in zijn lade en heeft het nooit meer aangeraakt.’


Als woordvoerder aanwijzingen gevend tijdens een persconferentie.

‘Die job was mijn ding niet meer.’ 


Pohlmann zelf bevestigt dat zijn geheim zijn spartaanse discipline is. Zijn vader en zijn grootvader stierven voor hun 65ste levensjaar. Er valt dus geen tijd te verliezen. Ooit zei De Wever hem dat hij absoluut naar de Amerikaanse succesreeks Breaking bad moest kijken. Na vijftien minuten begon hij zich af te vragen waar hij eigenlijk mee bezig was. Na twee afleveringen hield hij het voor bekeken. Tijdverlies. Nee, dan liever een boek. Behalve de Angelsaksische conservatieven heeft Pohlmann ook tal van duistere Duitse denkers gelezen, zoals ­Martin Heidegger en Oswald Spengler, de man van De ondergang van het Avondland. En dan is er natuurlijk nog Ernst Jünger. Van hem verslond Pohlmann zowat alles.


Het Ernst Jünger Genootschap

Dat deed hij onder meer omdat hij ongeveer één keer per jaar afzakt naar een bijeenkomst van het Vlaamse Ernst Jünger Genootschap. Het is een informele leesclub die het werk van de Duitse schrijver, op de zolder van het Antwerpse etablissement Jardin Public, tegen het licht houdt. Behalve Pohlmann tekenen ook andere Vlaamse conservatieven als Doorbraak-uitgever Karl Drabbe, voormalig Klara-presentator Jean-Pierre Rondas en De Tijd-columnist Rik Van Cauwelaert geregeld present. Het Genootschap wordt voorgezeten door Hans Verboven, een Antwerpse professor die drie jaar geleden een boek over de Duitse schrijver schreef. Hij vertelt dat ze de laatste keer onder meer naar een film keken over het wedervaren van Jünger in Vlaanderen. Vervolgens barstte de discussie los.


Jünger is, behalve razend interessant, ook een van de meest controversiële Duitse auteurs van de 20ste eeuw. Hij leefde van 1895 tot 1998. Bij de start van de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich aan om te vechten in de loopgraven. Daarover schreef hij achteraf tal van boeken waarin het geweld volgens zijn critici verheerlijkt werd. Jünger weigerde altijd om lid te worden van de NSDAP, maar was door zijn oorlogsdagboeken volgens Thomas Mann wel een van de wegbereiders van het nazisme. Berucht is ook een passus uit de Parijse dagboeken van Jünger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met een glas bourgogne in de hand bezong hij, vanop het dak van zijn hotel, de ‘ongelooflijke schoonheid’ van de bommen die op de Franse hoofdstad neerdaalden. Toen hem in 1984 bij een herdenking in Verdun door Franse journalisten gevraagd werd wat hij het meest betreurde aan de Eerste ­Wereldoorlog, antwoordde hij laconiek: ‘Dat we hem verloren hebben.’


‘Jünger wordt altijd omstreden genoemd, maar ik zou hem eerder als enigmatisch omschrijven’, zegt Hans Verboven. De Kempenaar is goed bevriend met Pohlmann. Ze leerden elkaar in Leuven kennen in het ­milieu van de Vlaamse studentenclubs. ­‘Joachim is een van de weinige mensen in Vlaanderen met wie je kan doordis­cus­siëren over de Duitse idealisten. Denkers die de waarden van de klassieke oudheid verbinden met die van de verlichting, de romantiek en het christendom. Het zijn échte Europeanen. Weet u, Jünger wordt al te zeer gereduceerd tot zijn oorlogsdagboeken. Ik zie hem vooral als een figuur die opgetrokken is uit tegenstellingen. Een van de grootste francofielen van de vorige eeuw bovendien. Je kan lezend met hem meegroeien.’


Misschien wordt Pohlmann ook aangetrokken door de radicaliteit van Jünger, door zijn begrip voor mensen die bereid zijn om alles op het spel te zetten voor hun overtuiging? Zelf zegt hij dat hij de Duitse schrijver zo interessant vindt omdat hij de hele twintigste eeuw overspant, omdat Jünger de restanten van de Oude Wereld nog zag en omdat hij ‘de mensheid in al haar waanzin’ toonde. Maar Pohlmann beseft dat het iemand is ‘van wie men – wat mij betreft onterecht – ook makkelijk een foute figuur kan maken’.


Van VNV tot Boon

Dat geldt ook voor de ex-woordvoerder van De Wever zelf. Pohlmann behoorde dertien jaar geleden tot het interne N-VA-clubje dat zichzelf ‘VNV’ noemde en geleid werd door ‘waarnemend leider’ Theo Francken. VNV stond voor ‘Vlaams-Nationale Vrienden’, maar de afkorting riep natuurlijk ook herinneringen op aan de fascistische partij die in de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met Hitler. Pohlmann doet het nu af als een jeugdzonde, maar hij zoekt de rafel­randen van het Vlaams-nationalisme wel ­vaker op. Toen hij na de aanslagen in Zaventem, als Borgerhoutenaar, een column schreef met als titel ‘Willen mijn buren mij vermoorden?’, oogstte hij een storm van kritiek. En toen het VRT-programma Pano het ware gezicht van Schild & Vrienden en Dries Van Langenhove toonde, schreef hij dat hij ‘niemand in de wildernis zou achterlaten om verscheurd te worden door de bloedhonden’.


‘De partij kent het veld niet. Ze snapt niet wat dat is, kunst en cultuur’

Dirk Van Bastelaere, x-woordvoerder N-VA-Kamerfractie


‘Ik zie die episode net als een voorbeeld van zijn menselijkheid’, zegt Xavier Lesenne, ook een ex-adjunct-woordvoerder van Pohlmann. ‘Hij heeft de jonge N-VA’ers die bij Schild & Vrienden zaten allemaal naar zijn bureau geroepen. Dat waren harde gesprekken. Maar hij had ook veel aandacht voor hun mentale toestand. Hij wilde niet dat het misliep, zoals met Dylan Vandersnickt, de ex-ondervoorzitter van Jong-N-VA die uit het leven stapte na een mediastorm. Hij zei hen: “Als je problemen hebt, mag je me altijd bellen.”’


Het is fascinerend dat die figuur, die zoveel doet waar links Vlaanderen van gruwt, tegelijk gepassioneerd is door Louis Paul Boon, de Aalsterse schrijver die het zo graag opnam voor de kleine man. Toch valt Kris Humbeeck, literatuurprofessor en Boon-kenner, er niet van achterover. Hij nodigde Pohlmann ooit samen met Jeroen Oly­slaegers uit voor de presentatie van een nieuw deel van Boons Verzameld werk. Humbeeck wijst erop dat Boon, behalve radicaal links, ook een ‘erg overtuigde Vlaamse republikein’ was en dat er in zijn werk veel kritiek zit op de ‘barbaarse moderne wereld’. De professor kan zich voorstellen dat dat bij Pohlmann, hoewel hij zich aan het andere eind van het politieke spectrum bevindt, ‘resoneert’: het verzet van de enkeling tegen de moderniteit.


‘Klopt’, zegt Pohlmann. ‘Boon schrijft over de mens die vermorzeld wordt door het systeem. Dat trekt me aan. Maar het gaat me ook over zijn intrinsieke kwaliteiten als schrijver. Is dat zo bijzonder? Ik kan váák goed overweg met mensen die een totaal andere mening hebben. Met de standpunten van Jeroen Olyslaegers ben ik het haast altijd oneens. Maar ik respecteer en apprecieer hem wel.’


Zijn talisman, een foto van Mia Doornaert.

‘Zoek er geen betekenis achter. Het had net zo goed een paard of Bert Anciaux kunnen zijn.’


Het belet niet dat de N-VA over weinig antennes beschikt in de cultuursector. De vijandelijkheden van de laatste jaren hebben hun tol geëist. Toen Jan Jambon in september de cultuurportefeuille in zijn mandje zag belanden, had de partij alle moeite om een geschikte kabinetschef te vinden. Op een bepaald moment belde het Antwerpse gemeenteraadslid André Gantman, nu N-VA’er maar ooit liberaal, zelfs naar de ­kabinetschef van Jambons voorganger Sven Gatz om te horen of die er geen zin in had. Maar Luc Jansegers, een doorgewinterde liberaal met een lange staat van dienst, bedankte vriendelijk voor het aanbod. Uiteindelijk zat er niets anders op dan Pohlmann weg te trekken uit het hart van de partij.


Huilen met de pet op

‘De N-VA zal aan een superzware inhoudelijke inhaalronde moeten beginnen’, zegt Dirk Van Bastelaere, dichter en tot voor enkele jaren woordvoerder van de N-VA-Kamerfractie. ‘De waarheid is immers dat ze het veld niet kennen. Ze snappen niet wat dat is, kunst en cultuur. Ik herinner me dat ik twee keer een partijwerkgroep over het cultuurbeleid heb bezocht, in het Vlaams Parlement. Dat was huilen met de pet op. Al vraag ik me bij mensen als Pohlmann en Peter De Roover soms ook wel af of ze zich niet gewoon aan platte, cynische provocatie bezondigen. Dat ze wel degelijk weten hoe het werkt, maar de sector graag willen schofferen.’


Het valt moeilijk te voorspellen hoe Pohlmann het de komende maanden zal aanpakken. In de raden van bestuur waarin hij de afgelopen jaren zetelde – van het ­Toneelhuis over het Muhka tot Literatuur Vlaanderen – stelde hij zich volgens verschillende betrokkenen terughoudend op. Maar als partijwoordvoerder was hij de man van het offensief, iemand die de debatten naar zijn hand probeerde te zetten door als eerste uit te halen. Dat lijkt ook te zijn wat zijn medestanders nu van hem verwachten. Hans Verboven van het Ernst Jünger Genootschap zegt dat hij hoopt dat Pohlmann – ‘tegen de cultuurrelativisten in’ – aan een Vlaamse canon zal werken. Matthias Diependaele, Vlaams minister van Begroting, zegt dat zijn vriend ‘een belangrijke rol’ te spelen heeft.


‘Ik denk dat het moment van De Wever er nog zit aan te komen.

Het zal geen jaren meer duren’

Joachim Pohlmann


‘Het ondoorzichtige is dat het broodnoodzakelijke inhoudelijke gesprek uit de weg wordt gegaan’, zegt Matthijs de Ridder. Hij is een interessante waarnemer. De Ridder was redacteur van Pohlmanns tweede roman en hij zat als voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging onlangs op het kabinet tegenover Jambon en zijn kabinetschef. ‘Velen vermoeden een ideologische agenda achter de eerste besparingen. Die gedachte is niet zo vreemd. Enkele N-VA’ers hebben op zijn minst onvoorzichtige uitspraken gedaan: De Roover zei dat de kunst “vroeger” nog “schoon” was. Wat wilde hij daarmee zeggen? Dat de kunst zich nu bezighoudt met verkeerde zaken? En is dat dan geen debat dat in volle openbaarheid gevoerd moet worden? Het probleem is: voorlopig is dat nog altijd niet gebeurd. Men zegt: de begroting moet in evenwicht, laten we ideologie erbuiten laten. Maar ook budgettaire keuzes zijn ideologisch.’


Wachten in de modderpoel

Pohlmann is een leperd. Dat leert een lange discussie die in 2012 woedde op de opiniepagina’s van De Standaard. De Wever had de knuppel in het hoenderhok gegooid met een lang essay over identiteit en geschiedschrijving: Wat Lisa Simpson ons over onszelf leert. Vervolgens voelde niet alleen Luc Huyse, maar ook Karel De Gucht zich genoodzaakt tot een repliek. Toen kroop De Wever zelf weer in zijn pen. Waarna drie Gentse historici, onder wie Koen Aerts, op hun paard bleken te zitten. Uiteindelijk werd het debat afgesloten door Eric Defoort, historicus en N-VA-lid. Defoort zette alle criticasters van De Wever op hun plaats. Wat De Standaard pas recentelijk te weten kwam, is dat Pohlmann toen niet alleen de teksten van De Wever schreef, hij zette ook de slotconclusies van de toen ernstig zieke Defoort op papier.


Een debat op gang trekken en het onder een andere naam weer afsluiten, het is behoorlijk postmodern. Maar Pohlmann is niet vies van zo’n politieke truc. Hij is een intellectueel die de handen graag vuil maakt. Hij heeft veel bewondering voor de Republikeinse Amerikaanse ex-president Ronald Reagan. Hij keek ontelbare keren naar A time for choosing, diens speech uit 1964. Hij zegt dat Reagan toen het programma voor de rechterzijde in de vorige eeuw formuleerde: individuele vrijheid, een vrije markt, patriottisme. Maar hij is nóg meer onder de indruk van Winston Churchill. Dat is geen toeval.


‘Ik bewonder de tragiek in die figuur’, vertelt hij. ‘Churchill had idealen, maar hij moest die jarenlang compromitteren om uiteindelijk bij zijn doel uit te komen. Hij heeft zich door de modderpoel gesleept, terwijl hij zijn moment afwachtte. Als hij in 1938 was gestorven, zou hij de geschiedenis zijn ingegaan als een oorlogszuchtige alcoholicus, een loser. Maar hij hield vol. In het voorjaar van 1940 waren de omstandig­heden eindelijk juist om in actie te komen. En toen deed hij het. Ik denk dat het moment van De Wever er ook nog zit aan te komen. Het zal geen jaren meer duren.’


Mia’s gezelschap

Pohlmanns eigen grote opdracht begint nu. Hij moet geen communicatieplannetjes meer ontwikkelen, maar er ernstige decreten zien door te krijgen. Hij moet medestanders zoeken. Dat leidt tot enkele veranderingen. Pohlmann draagt tegenwoordig weleens een das. En hij stelt zich wat leniger op. Hij neemt bijvoorbeeld zijn tijd voor De Standaard, een krant die hij de afgelopen jaren liever wegdrukte als ze aan de lijn hing. Hij legt met plezier uit waarom die ­foto van Doornaert zo’n prominente plek op zijn bureau kreeg.


Toen de N-VA in 2005 verhuisde uit het oude VU-hoofdkwartier op het Barricadenplein, moest het volledige archief van het voor­malige VU-partijblad Wij vanop de zolder in bestelwagen geladen worden. Daarvoor werd een jonge vrijwilliger ingezet: Joachim Pohlmann. Toen de laatste bestelwagen vertrokken was, bleek er één papiertje te zijn achterbleven: de foto van Mia Doornaert. ‘Ik heb ze in Leuven opgehangen op mijn kot’, vertelt hij. ‘Ze werd mijn talisman. Maar zoek er geen betekenis achter. Het had net zo goed een paard of Bert Anciaux kunnen zijn.’


Het kabinet is, na drie uur gesprek, volledig verlaten. We vragen Pohlmann waarom hij nooit zelf op een lijst ging staan. In ­Altijd iets, zijn eerste roman uit 2012, schetste hij een weinig verheffend beeld van de politiek. ‘Een verslaving aan eigenwaan’, schreef hij. ‘Een verslaving aan goedkeurende schouderklopjes. Of een moeras. Je stapt er onwetend in en probeert er met alle macht uit te raken. Hoe harder je wroet, hoe dieper je wegzakt.’


‘Ik zie mezelf niet als een politicus’, antwoordt hij. ‘Voor die stiel heb je een bepaalde psychologie nodig. Je moet met je kop op een affiche in het straatbeeld willen hangen. Die drang heb ik niet. Maar ik speel het spel wel mee. Mij zal je nooit horen zeggen dat ik er morgen misschien mee ophoud. Nee, ik ben constant bezig met politiek. Ik ga er ooit een boek over schrijven. Ik ben er volledig aan verslaafd.’


De Standaard



Fleur Pierets


Kunstenares, auteur en weduwe 

‘Vroeger kon ik duizelingwekkend gelukkig zijn’


Hugo Camps - De Morgen - Beeld Jef Jacobs



Kunstenares en auteur Fleur Pierets (46) moet nog wennen aan het woord: weduwe.

Twee jaar geleden stierf haar vrouw Julian, met wie ze in 28 landen wilde trouwen.

Op de ruïnes van hun prachtige liefde probeert ze nu een nieuw bestaan te metselen,

met boeken, kunst en een strijd die ze nu in haar eentje verderzet:

die voor gelijke rechten, los van wie je bent en op wie je valt.


Ze heeft een lief wintergezichtje met ijsbloemen op de wangen en diepe ogen. Het ranke lichaam is atletisch. Aan haar lijf idyllische vredigheid, geen bijtende rouw. En toch, de dood is nog steeds de onlosmakelijke partner van kunstenares en schrijfster Fleur Pierets. Op 25 januari kreeg ze van Çavaria (de Vlaamse belangenverdediger voor LGBTQ-mensen) de Lifetime Achievement Award voor haar werk als LGBTQ-activiste en voor haar boek Julian, over leven en dood van haar geliefde vrouw die twee jaar geleden ­overleed aan kanker. De laudatio voor Julian en Fleur werd uitgesproken door haar ex-man Jeroen Olyslaegers. Hij noemde hen bewustzijnsrevolutionairen en zei: “We eren een vrouw die is overgebleven, maar met haar boek zo veel mensen weer troost heeft gegeven, zo veel mensen heeft ontroerd, zo veel mensen de kracht heeft gegeven om te erkennen wat liefde vermag en wat pijn kan doen. Ook dát allemaal mag ‘hoop’ heten.”


De dood had een abrupt einde gemaakt aan een wonder van de liefde tussen twee vrouwen.


Sindsdien heeft de schrijfster talloze lezingen en ­interviews gegeven over haar zeven gelukkige en ­inspirerende jaren met Julian. Ze deden alles samen, waar de ogen rustten, waakten hun handen, en omgekeerd. Hun liefde was absolutistisch, totalitair. Een kunstproject ook. Soms doen herinneringen haar stralen, soms verdonkeren ze de blik. Ze is blij dat ze kan werken en schrijven, zegt ze. Haar geliefde Julian heeft haar een steekvlam van energie gegeven. Ze is aan haar tweede boek bezig, maar het ­verdriet is er niet minder om.


Fleur Pierets (46) was tien jaar getrouwd met schrijver Jeroen Olyslaegers. Een gelukkig huwelijk, maar op een gegeven moment was het op. “Na de scheiding staat daar ineens Julian. Een vrouw. Lesbisch. In één blik gebeurde het: wij zijn van elkaar. Zeven jaren van intens geluk ­volgden. Onze liefde kreeg een artistieke schwung. We ­gingen samen projecten ontwikkelen.


“We zouden 28 keer met elkaar trouwen, telkens in een ander land. Daarmee konden we de wereld tonen in hoe weinig landen het homohuwelijk legaal is. Van de 28 symbolische huwelijken zouden we een video-installatie, een ­documentaire en een fotoboek maken. Als basis voor een tentoonstelling die de wereld zou rondreizen. We trouwden in New York, Antwerpen, Amsterdam en Parijs. De plannen lagen klaar voor Madrid.”


Het kunstenaarskoppel had een wereldtournee van de liefde tot in de puntjes uitgewerkt. Kunstenaars als Jef Koons en Marina Abramovic hadden toegezegd een postkaart te ontwerpen en te versturen.


We eten in een Antwerps restaurant. Fleur houdt het sober, water. Tot drie keer toe zegt ze: “Wat ben jij donker, Hugo”. Ach, repliceert de verslaggever: “Het zijn de jaren, Fleur”. Zelf is ze niet donker, zegt ze. Althans, niet altijd. Toen Julian stierf had ze haar gevraagd of ze mee mocht gaan. “Een paar maanden geleden heb ik mij vrijwillig laten opnemen in een ziekenhuis. Ik vertrouwde mezelf niet meer. Dat verlangen is nog niet helemaal weg. Maar door hard te ­werken, krijg ik energie.”


“Nadat we voor de vierde keer getrouwd waren, in Parijs deze keer, voelde Julian zich niet lekker. Ze was moe en ­duizelig. We besloten even door te reizen naar de Dordogne waar mijn mama woont. Na een bezoek bij de dokter bleek dat Julian een groot aantal tumoren in haar hersenen had die uitgezaaid waren over haar hele lichaam. Ons sprookje ontplofte met een hevige knal.”


Op Facebook schreef Fleur: ‘De vrouw van mijn leven is aan het sterven’. De laatste zes weken heeft ze dag en nacht aan het sterfbed gezeten. “Af toe had Julian nog een helder moment, maar het duurde niet lang. Enkele zinnen. Dan zakte ze weer weg in haar duisternis. Bij zo’n helder moment kreeg ik telkens weer hoop. Telkens dacht ik: de dokters hebben zich vergist, dit is een misverstand, dit komen we weer te boven. Er zit veel rek op hoop. Soms kan het ook een echte kwelling zijn.”


Ze leest veel. Over kunstenaars, activisten, mensen­rechten en filosofen, maar uiteindelijk is het allemaal terug te brengen tot de liefde. Alles gaat over liefde. Ze verheugt zich op de tournee met Saint-Amour. Ze was door een Amerikaanse uitgeverij gevraagd om een kinderboek te schrijven. Over twee vrouwen, Fleur en Julian, die in alle landen gaan trouwen waar het mag. In het boek gaat Julian niet dood en leven ze nog lang en gelukkig. Love Around the World, met prachtige illustraties van Fatinha Ramos, is afgelopen november uitgekomen in de VS. Na de publicatie van Julian heeft ze heel veel interviews gegeven, tot in De wereld draait door. De mensen willen horen wat ze te zeggen heeft. “En daar ben ik dankbaar om. Het is nu twee jaar geleden en ik voel dat ik mijn nieuwe leven in handen moet nemen. En nee, dat neemt het verdriet niet weg, maar ik heb me gedistantieerd van het verhaal. Het verdriet om Julian zit voor altijd onder mijn huid, maar het verhaal zelf is groter geworden dan mij, staat buiten mij. En dat is ook noodzakelijk, niet alleen als overlevingsmechanisme, maar ook om alleen verder te kunnen werken. Ik ben meer dan enkel een weduwe. Julian en ik vertelden een verhaal van hoop, van inclusie en verandering. Nu moet ik ontdekken hoe ik dat in mijn eentje kan doen. Niettemin zal de basis die we samen hebben gelegd altijd aanwezig zijn in alles wat ik doe. Het geeft me de mogelijkheid haar mee te nemen.”


Julian was de liefde van haar leven. Ze waren symbiotisch. “Zij was nuchter, ik heb een springerige persoonlijkheid. Zij was praktisch, ik doe honderd dingen tegelijkertijd en kijk dan verbaast naar de chaos die ik om me heen heb gecreëerd. Ze was mijn buffer tegen de realiteit, waartegen ik niet echt goed ben opgewassen. Die combinatie gaf een zeer evenwichtige relatie en samenwerking. Een luxepositie voor een dromer.”


Om de trouw-performance te kunnen maken hadden ze alles verkocht. “Ons huis, al onze spullen. We reisden met elk één koffer, gevuld met het enige dat we nog over hadden. We waren helemaal ontdaan van huiselijke besognes. We hadden alleen de liefde, en dat was genoeg. Toen Julian ziek werd, waren we nog volop aan het reizen en toen ze stierf had ik geen plek om naar terug te gaan. Ik bleef achter met twee koffers. Ik ben nog een tijdje blijven doorreizen omdat ik niet wist waar ik wilde wonen, maar ik voelde dat ik een huis nodig had. Een plek waar ik tot rust kon komen en waar ik op zoek kon gaan naar wat er nog van me overbleef.


“Sinds kort woon ik terug in Antwerpen en het voelt vreemd om weer een huis te hebben, om me weer vast te haken aan een huurcontract, aan regeltjes. Verleden week stond ik in een winkel om spullen te kopen. Kopjes en ­schoteltjes, zulke dingen. Ik besefte dat ik niet wist wat mijn nieuwe ik graag zag, welke kleur ik mooi vond. Ik heb het bijna op de tast gekozen waardoor nu niets bij elkaar past. Maar dat is ook prima. Misschien is dat wel diegene die ik nu ben: een verzameling van dromen, verdriet, verlangens die niet noodzakelijk bij elkaar passen maar waar ik het toch mee zal moeten doen.”


Bij de presentatie van haar kinderboek kwam ze in New York een man tegen. Hij noemde zich een energy healer. “Hij zei me dat ik, naast het rouwen, ook de mooie dingen uit mijn leven moest vieren. De fijne dingen die ik met haar heb meegemaakt. Ik begrijp wat hij zegt, maar het is nog steeds een moeilijke evenwichtsoefening. Veelal worden de gelukkige momenten overschaduwd. Als een kapotte diaprojector die elke keer teruggaat naar de laatste zes weken. Ik zal moeten leren hoe ik dat moet doen, maar zijn opmerking heeft me wel weer een handvat gegeven in mijn zoektocht naar hoe ik het leven terug goed kan leven.”


Als we praten over het Vlaamse lamento zegt ze dat ze het eindeloze zeuren en zeveren beu is, die tsunami aan onbenulligheden. Al die meningen. “Maar we leven ook in een bijzondere tijd waarin alles aan het verschuiven is. Voor vrouwen, voor mensen van kleur, voor LGBTQ-personen. Alles is in transformatie. Ik hou heel erg van een utopisch ideaal. Voor mij is dat ideaal een identiteit die alle hokjes overstijgt.”


“Ik ben niet op zoek naar een nieuwe relatie. Seks, ja dat ken ik, maar dat staat los van een relatie. Hoe lesbisch ik vandaag nog ben? Ik hou niet van labels. Julian was de ­eerste vrouw met wie ik samenleefde en leven met haar was onwaarschijnlijk gemakkelijk. Maar ik heb alleen haar als referentie en ik weet ook dat onze relatie nog geen rimpels had, niet de kans heeft gekregen om mindere momenten te hebben. Toen ze stierf, zei ze me: maak van mij geen heilige. Nu ja, dat is dus niet gelukt.”


Verdriet met elegantie, Fleur Pierets is er de ­verpersoonlijking van. Soms zie je nog de gecontroleerde radeloosheid in haar gezicht, maar er is ook die lach vol ­vallende ijsklontjes. Ik zeg dat ik graag naar haar kijk. Ze doet alsof ze het niet gehoord heeft.


Ze heeft haar lijf laten tatoeëren. Met wiskundige formules, teksten en een gelijkheidsteken. Gracieuze miniaturen, feminien. Op haar rug heeft ze er nog, maar die blijven ­vandaag bedekt.


Ik vraag of ze na twee jaar nog gelooft dat het verdriet ooit zal ophouden.


“Ik kan het nog steeds niet helemaal beheersen. Soms zie of ruik ik iets op straat en ben dan volledig van slag. Ik heb het nog niet helemaal in de hand en kan niet inschatten of het ooit zover komt. Er zijn vaak dagen dat het verdriet uitzichtloos is. Vooral wanneer ik haar mening wil vragen. Of bij een flard muziek waar ze van hield. Of wanneer ik haar dicht tegen me aan wil houden. Toen ik de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen heb ik daarna twee dagen in bed gelegen omdat het emotioneel te overweldigend was. Als ik me slecht voel, sluit ik de deur. Alleen weet ik ondertussen dat ik elke keer weer opsta, dat maakt het draaglijker. Er zit een blijheid in mij die is weggevaagd, maar waarvan ik voel dat die toch kan terugkomen. Vroeger was ik heel onbevangen en kon ik duizelingwekkend gelukkig zijn. Die persoon bestaat niet meer en ik mis haar heel erg. Op een irrationele manier voel ik echter wel dat ik haar na mijn dood zal terugzien. Dat maakt me blij. Ik weet ondertussen ook dat ik een heel sterke overlevingsdrang in me heb en dat mijn werk nog niet af is. Ik heb nog iets te vertellen. Ik kan nog dingen veranderen, verdiepen. Daarom laat ik ook het lijden toe. Ik heb beseft dat ik veel kracht kan halen uit kwetsbaarheid.”


Ondertussen is ze een klankbord voor de LGBTQ-gemeenschap. Er zijn besprekingen aan de gang voor de theater- en de filmrechten van Julian, ze werkt aan een nieuwe kunstperformance en aan een tweede boek. In juni gaat ze een maand naar New York om in een opvanghuis te wonen voor LGBTQ-jongeren. “Wist je dat 40 procent van de dakloze kinderen door hun ouders de straat op zijn gegooid omdat ze gay zijn? Ik ben al volop bezig met het warm maken van bevriende kunstenaars om er te komen spreken over hoop en doorzettingsvermogen. Ik bekijk het als een voorrecht om te mogen leven in een artistiek milieu waar bijna alles een andere betekenis krijgt. Kunst is troostend en geeft mensen een open blik. Een diepere laag.”


Ik ga nog één keer los en zeg: “Fleur, er zit niet één krimp in jou. Ik zie je in de zomer zelfs lopen in een kleurrijk mini-jurkje.” Ze kijkt me aan en zegt: “Ik draag liever zwart.”


Het boek Julian is uitgegeven bij Das Mag en kost 22,99 euro.


Wie is Fleur Pierets:

  • Geboren op 24 juni 1973 in Zelzate
  • Woont nu in Antwerpen
  • Studeerde kunstgeschiedenis
  • Is kunstenaar, schrijver en LGBTQ-activist
  • Publiceerde samen met haar vrouw Julian P. Boom Et Alors? Magazine. Samen vormdes ze het kunstenaars duo JF. Pierets
  •  Schreef al een boek en een kinderboek over haar liefde voor Julian, die gestorven is


De 26ste editie van Saint Amour tourt deze maand door Vlaanderen,

met o.a. Fleur Pierets, Ish Ait Hamou en Dimitri Verhulst. 

Tickets en info via begeerte.be

Duoticket winnen voor Saint Amour, op 19/2 in de KVS in Brussel? Klik hier



Anthony Bosschem


'Waarheid zal je bij ons niet vinden, wel hoop'

Hoe Anthony Bosschem met platform 'Zwijgen is geen optie' een warme kamer op het internet bouwde.


Freek Evers - De Morgen


 'We zijn vrijbuiters in een groot medialandschap.' Foto Eric De Mildt


Een gastheer, een gast en een goed gesprek. De recepten in de online-interviews van 'Zwijgen is geen optie' zijn niet nieuw. Toch doneren mensen en bedrijven geld zodat Anthony Bosschem interviews kan afnemen en delen. Wat is het geheim van 'Zwijgen is geen optie'?


"Dit is wel heel echt." Zo introduceert Anthony Bosschem op Facebook de link naar Bol.com waar iedereen zijn allereerste boek Waarom zwijgen geen optie is kan bestellen. Mensen reageren met 'vind-ik-leuks' en gelukwensen. Tussen al het enthousiasme ook een paar kritische stemmen. Zo zegt iemand: "Voor Bol.com is zwijgen helaas wel nog steeds een optie... Laat zeker de kans niet liggen om het via de zelfstandige boekhandels te promoten. Lokale verankering is een van de pijlers van duurzaam ondernemen."

Zijn ijdelheid nam de bovenhand, verdedigt Bosschem zich op Facebook. Het boekje zal ook in zoveel mogelijk zelfstandige boekhandels verschijnen. Er is nu ook een eigen webshop "waar het verpakt en verstuurd wordt door flinke in België belasting betalende mensen".

Bosschem glimlacht als we hem de reactie voorleggen. "Zalig, hé. Een terechte opmerking. Maar eigenlijk maakt die persoon een veel groter punt. De verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor de wereld ligt vandaag te veel bij mensen die daar de macht niet voor hebben. Voor een politicus moet dat de max zijn (lacht). Doe maar! Maak u maar kwaad op elkaar."

Laat net dat het punt zijn waar 'Zwijgen is geen optie' (Zigo) zich al drie jaar tegen verzet. De kans is groot dat u in de afgelopen weken of maanden via sociale media of op aanraden van een vriend(in) op gesprekken bent gebotst met gasten als Stefan Hertmans, Francesca Vanthielen of Hans Bourlon. Zigo probeert door middel van interviews met bekende en minder bekende mensen aan te tonen dat er hoop is. Het wil actief burgerschap aanwakkeren en mensen de moed geven om de complexe wereld te blijven doorgronden. Ondanks het falen van bijvoorbeeld politici.

En dat lijkt steeds beter te lukken.

In 2019 werden de online-interviews van Zigo vier miljoen keer bekeken. Rutger Bregman, de bekende Nederlandse historicus, stopte zijn lof voor het jonge mediamerk niet onder stoelen of banken. Van op zijn Facebook-pagina: "Was te gast in misschien wel het beste interviewprogramma van Vlaanderen: Zwijgen is geen optie. Anderhalf uur lang, gratis voor iedereen te bekijken en/of te beluisteren. Ik vond het een eer om te gast te zijn."

In totaal zijn er meer dan 17.000 mensen geabonneerd op de wekelijkse nieuwsbrief. Daarin wordt elke keer een vers interview geïntroduceerd. Dat zijn in mediatermen relatief bescheiden grootteordes. Puur om een idee te geven: een aantal nieuwsbrieven bij De Morgen worden naar meer dan 200.000 mensen uitgestuurd. Ook dat is in vergelijking met andere media bescheiden.


Hippe Start-up

Als er nu één ding is waar Anthony Bosschem zo weinig mogelijk om maalt, dan zijn het zulke cijfers. "We zijn vrijbuiters in een groot medialandschap." Die 'we' slaat in de eerste plaats op Tom Mahy en Bosschem zelf. De twee jeugdvrienden wisten in 2016 één ding zeker: ze wilden samen iets uitbouwen. Iets met betekenis. Ze zouden allebei vader worden en kwamen tot een vaststelling: "Ons kind komt in een krot terecht. De wereld is een krot."

Bosschem kwam bovendien tot het inzicht dat hij tot dan toe nog maar weinig had gedaan om dat krot te helpen opsmukken. Meer zelfs, als jonge gast had hij maar één doel: een bedrijf oprichten, het snel doen groeien en voor veel geld verkopen. Dat geld zou hij niet gebruiken om te rentenieren, of om in een nieuw bedrijf te investeren. Neen, hij zou er privélessen mee kopen. Als tiener haatte hij school. Alles ging te traag. Hij kapte na een tweede C-attest in het vijfde middelbaar met school.

Hij heeft het uiteindelijk twee keer geprobeerd: een bedrijfje met een hippe naam oprichten en doorverkopen. Noch met Youreka!, een consultancybedrijf in de reclamesector, noch met Darwin Analytics, een data-analysebedrijf, is Bosschem in zijn opzet geslaagd. "Vooral na het einde van Darwin was ik daar kapot van. Wij hadden enkele honderdduizenden euro opgehaald, er werkten een aantal werknemers voor grote klanten zoals Microsoft en Artsen Zonder Grenzen." Darwin ontwikkelde technologie die bedrijven op basis van data wilde helpen om beter te communiceren. "Uiteindelijk bleken er te weinig klanten bereid om daarvoor te betalen. Bovendien hebben we de kosten voor de ontwikkeling van het product onderschat."

Er zat maar één ding op. Als Bosschem die privélessen écht wilde realiseren, dan moest hij ze zelf organiseren en openbaar maken. Een tafel, twee stoelen en een camera was in principe alles wat hij nodig had. "Net voor ik vader ben geworden, had ik een lijst gemaakt van mensen van wie ik dacht: zij delen de analyse dat het niet bepaald goed gaat met de wereld. Maar ze raken er niet door verlamd. Mensen van wie ik vermoedde dat ze hun brein niet verdoven met een avondje Netflix om de miserie te vergeten. Maar mensen die in hun vakgebied een steentje proberen te verleggen om van deze wereld een betere plek te maken."

Door zulke gasten uitgebreid aan het woord te laten, wilden Bosschem en Mahy in de eerste plaats zichzelf en nadien anderen inspireren. Ze klopten aan bij televisiestudio's en mediabedrijven met de vraag of niemand in het format geïnteresseerd zou zijn. Al snel werd duidelijk dat ze op zichzelf aangewezen waren. Wie zit nu op een zoveelste online-interviewformat te wachten?

De eerste test was een interview met Murielle Scherre, oprichtster van het lingeriemerk La fille d'O. En die was er meteen op. "We hadden onszelf een target gezet van 500 views. Enkel dan zouden we er effectief mee doorgaan." De teller liep al snel op tot 13.000. "Ik herinner me dat ik voor het eerst écht fier was op mezelf. Niet omwille van het aantal kijkers, maar omwille van het eindproduct."


Dekentje tegen kilte

Na die eerste aflevering voelden Mahy en Bosschem dat ze een gevoelige snaar hadden geraakt. Ze raakten voldoende overtuigd om hun spaargeld bijeen te leggen en zich voltijds toe te leggen op hun droom. Daar hebben ze vier jaar later nog steeds geen spijt van. Vandaag is Zigo uitgegroeid tot een bescheiden mediabedrijf, met vijf werknemers in dienst.

Als we Bosschem vragen naar een verklaring van dat succes, blijft het even stil, wikt en weegt hij zijn woorden. "Weet je wat zo moeilijk is vandaag? Luidop twijfelen. Waar kan dat nog?" Hij benadrukt dat mensen geen waarheid zullen vinden in de gesprekken die hij voert. Daar bestaan volgens hem al voldoende media voor. 'Zwijgen is geen optie' is voor veel mensen een warm dekentje in een kille samenleving.

Plots vertelt hij over Fatima. "Fatima was bij ons te gast om het interview met acteur Rashif El Kaoui bij te wonen." Daarin vertelt El Kaoui hoe moeilijk hij het persoonlijk heeft gehad en soms nog heeft met zijn migratieachtergrond. "Fatima vertelde me dat ze op de VDAB werkt en dat het integratiebeleid er vierkant draait. Dat ze daar ongelukkig van wordt. Dankzij het gesprek met Rashif had ze opnieuw moed en hoop getankt."

Fatima is een van de 750 mecenassen van 'Zwijgen is geen optie'. Ze betalen een gift tussen de 10 en 2.500 euro. "Het is dankzij giften van mensen en bedrijven dat wij die veilige ruimte om te twijfelen kunnen creëren. Ze geven ons geld zonder enige resultaatsverbintenis. Ze geven geld omdat ze ons vertrouwen."

Er zijn enkele extraatjes. Zo worden mecenassen uitgenodigd om interviews live bij te wonen, kunnen ze elkaar ontmoeten tijdens live-evenementen en worden ze toegevoegd in afgeschermde Facebook-groepen. En er is een pin, ontworpen door Gerard van Afreux. "Laatst stond een woordvoerder van De Lijn uitleg te geven bij een staking. Met een pin op haar trui gespeld. Dan weet je zeker: met die mens valt te klappen. Die mens wil van De Lijn een betere organisatie maken."

Het mecenaat is de enige bron van inkomsten. Bosschem en Mahy ontvingen één keer een subsidie. Maar die hebben ze teruggestort omdat ze voor dat geld niet konden leveren wat zij wilden. "We hebben het geluk dat ook sociale ondernemers zoals Piet Colruyt (die minderheidsaandeelhouder is bij Zigo, FE) in ons project geloven." Hun gift heeft ervoor gezorgd dat Zigo niet in de val getrapt is waar heel wat creatieve bedrijfjes in vast komen te zitten: twee bedrijven tegelijkertijd runnen. Bedrijf één moet geld verdienen voor bedrijf twee. Bedrijf twee moet dromen vervullen. In heel wat gevallen slorpt bedrijf één alle energie op.

Of het model van de gift ook in de toekomst voldoende bewegingsvrijheid biedt, is maar de vraag. Aan toekomstplannen is er alleszins geen gebrek. Zo zal er vanaf nu elk kwartaal een nieuw boek bij Borgerhoff & Lamberigts uitgegeven worden. Vrienden van 'Zwijgen is geen optie' krijgen er zestig pagina's om hun licht te laten schijnen op hete maatschappelijke hangijzers. Daarnaast wil het Zigo-team nog in de komende maanden ontmoetingen organiseren in heel Vlaanderen. "Daar zullen mecenassen elkaar leren kennen en samen naar een interview kijken of luisteren."

Of er ooit politici uitgenodigd zullen worden? "Die discussie voeren we elke zes weken", lacht Bosschem. "Maar op dit moment lijkt ons dat geen goed idee."

Waarom zwijgen geen optie is ligt vanaf 1 februari in de boekhandel.

Het is ook te verkrijgen via de webshop van 'Zwijgen is geen optie'.



Dirk Van Duppen


'Niet iedereen heeft het geluk zo te sterven'

PVDA-politicus Dirk Van Duppen neemt afscheid van het leven met een boek


Jan Stevens - De Morgen



Sinds 30 augustus vorig jaar weet dokter en PVDA-politicus Dirk Van Duppen (63) dat hij terminaal is.

In zijn boek 'Zo verliep de tijd die mij toegemeten was' maakt hij de balans op van leven en werk.


In de woonkamer van doktersechtpaar Dirk Van Duppen en Lieve Seuntjens in Deurne staat een wiegje voor als hun eerste kleinkind Louis op bezoek is. "Hij is geboren op 30 december", zegt Dirk. "Onze oudste zoon Ward had het er moeilijk mee dat Louis zijn opa niet zal leren kennen. Mijn boek Zo verliep de tijd die mij toegemeten was is daarom ook bedoeld voor mijn kleinkind dat ik nooit zal zien opgroeien. Zo leert hij later de betekenis van het leven van zijn opa kennen."

PVDA-dokter Dirk Van Duppen raakte de voorbije veertig jaar bij het grote publiek bekend als boegbeeld van Geneeskunde voor het Volk (GVHV) en als onvermoeibaar strijder tegen de farma-industrie en het fijnstof in Antwerpen. Tot voor kort was Van Duppen een stevig gebouwde man met een weelderige haardos. Vandaag oogt hij mager en frêle en is hij bijna kaal. Zijn lichaam takelt snel af, maar zijn geest blijft alert.

"Na de verkiezingen van mei vorig jaar was ik moe. We hadden hard campagne gevoerd en die vermoeidheid leek een logisch gevolg. Maar ik voelde me ook down en dat vond ik raar, want de PVDA behaalde een uitstekende uitslag. (lachje) Mijn suikerwaarden waren hoog. Ik had overgewicht en we dachten aan diabetes type 2. Dus nam ik medicatie, ging ik op dieet en begon ik stevig te fietsen, tien weken lang. Na afloop was ik tien kilo kwijt, maar mijn suikerwaarden bleven hoog.

"Er werd een CT-scan gemaakt. Op vrijdag 30 augustus zat ik hier in de zetel op telefoon van de radioloog te wachten. Die kwam maar niet. Als dokter heb ik toegang tot mijn eigen medisch dossier. Ik klapte mijn laptop open en las: 'terminale pancreaskanker'. Ik wist meteen: dit is het einde."


Het lijkt me verschrikkelijk om zo uw doodvonnis te moeten lezen.

"Het was alsof iemand met een voorhamer op mijn hoofd sloeg. Ik belde Lieve. Zij liet alles op de groepspraktijk vallen en kwam meteen naar huis. We zaten hier samen te huilen. 's Anderendaags lichtten we onze drie kinderen en hun partners in. Dat was zwaar. Iemand opperde om allemaal samen een weekend weg te gaan. Daar hebben we veel gepraat. Geen enkele vraag gingen we uit de weg."


Er is geen behandeling mogelijk?

"Nee. Er wordt weinig onderzoek gevoerd naar de behandeling van pancreaskanker. Big pharma is daar niet in geïnteresseerd. De tumor is te complex en er zijn te weinig zieken. De chemotherapie die ik nu krijg, is al meer dan 25 jaar dezelfde. Ze remt de groei van kankercellen en vernietigt ze, maar ze maakt geen onderscheid tussen gezonde en zieke cellen."


Een groot deel van uw leven streed u net tegen die Big Pharma.

"Ja, dat komt nu op een bizarre manier naar me terug, net als mijn strijd tegen luchtvervuiling. Ik sprak met de oncoloog over de mogelijke oorzaken van pancreaskanker: roken, morbide obesitas, alcoholisme, weerkerende alvleesklierontstekingen en familiale vatbaarheid. Geen enkele risicofactor geldt voor mij. Toen zei hij: 'Er is ook nog luchtvervuiling.'"


Als dokter weet u zeer goed hoe de ziekte evolueert.

"Zeker. Oncologen waren voorzichtig en probeerden niet al te pessimistisch te klinken. Maar ik kende mijn mediane overleving

(maanden of jaren waarna de helft van de mensen na diagnose of behandeling nog in leven is, JS).

Met chemo is dat acht maanden, zonder vier."


U koos voor chemo.

"Vier maanden vond ik nog de moeite. (lacht) Maar met die chemo begon ook de aftakeling. Ze zorgt voor extreme vermoeidheid die door veel rust of slaap niet verdwijnt."

"Lieve bleef thuis. Eerst werd aan de patiënten meegedeeld: 'Dirk heeft een ernstige ziekte.' Dat zorgde voor vragen, waarna we in ons patiëntenkrantje duidelijk communiceerden wat er met mij aan de hand is. Dat gaf rust: onze patiënten begrepen het, leefden mee en de druk viel weg."


U zei daarnet dat uw zoon een uitstekende relatie had met zijn opa, uw vader. Dat is ook de man waar u als kind harde klappen van kreeg.

"Tegenover zijn kleinkinderen was vader anders: een heel lieve opa. Veel generatiegenoten die nu op bezoek komen, vertellen gelijkaardige verhalen over hun gewelddadige vaders."


Uw vader was onderwijzer. U werd communist en lid van AMADA of 'Alle Macht Aan De Arbeiders', de voorganger van de PVDA.

"Vader liet me doen, ook al spijbelde ik om aan poorten van andere scholen pamfletten uit te delen. Hij kreeg bezoek van de BOB, de bijzondere opsporingsbrigade van de rijkswacht. 'Uw minderjarige zoon verkoopt opruiende taal. Bent u daarvan op de hoogte?' Vader werd toen niet boos op mij, maar wel op de BOB'ers."


Eind jaren tachtig nam een vriend me mee naar een lezing van wijlen Ludo Martens, op dat moment PVDA-voorzitter. Ik hoorde hem de lof van Jozef Stalin zingen. Ik vond dat schokkend.

"Zoiets heb ik nooit gehoord. Er woedde in de partij wel een hevig debat over het stalinisme. Dat is in 2008 definitief afgesloten. Ludo Martens schreef indertijd het boek Een andere kijk op Stalin. Veel van wat daarin staat, is niet per se verkeerd. Zo schreef hij dat tijdens het bewind van Stalin de Sovjet-Unie veel wetenschappers en ingenieurs telde, en dat voor een land dat net uit de feodale tijd kwam. Maar het boek was eenzijdig en selectief. De repressie onder Stalin was misdadig."


De Sovjet-Unie draaide uit op een compleet fiasco en China en Noord-Korea zijn niet meteen toonbeelden van staten waar de mensenrechten geëerbiedigd worden. De praktische uitvoering van het communisme is geen groot succes.

"Alles hangt af van welke inhoud je aan het begrip communisme geeft. In De meeste mensen deugen beschrijft Rutger Bregman hoe in het middelbaar een leraar vertelde: 'Communisme is: iedereen naargelang zijn behoeften en capaciteiten.' Ik had ook een leraar die net hetzelfde zei, dertig jaar voor Bregman. Die leraar raadde mij aan Het communistisch manifest van Karl Marx te lezen. Dat sprak mij aan. Ik ben een overtuigd marxist en geen stalinist. Op mijn kamer hing een affiche met een uitspraak van bevrijdingstheoloog Don Helder Camara: 'Als ik de armen eten geef, ben ik een heilige. Vraag ik waarom ze arm zijn, dan ben ik een communist.' Dat is voor mij de essentie."


Uw broer Jan was in zijn jonge jaren ook lid van Amada. Vandaag heeft hij oor voor Theodore Dalrymple, de Britse oerconservatieve psychiater die vindt dat het de 'onderklasse' aan wilskracht ontbreekt.

"Dalrymple is onwaarschijnlijk rechts en dat is dan nog vriendelijk gezegd. Ja, het verliep merkwaardig. Wij zijn nu net zoals Bruno en Bart De Wever."


Een dubbelinterview met uw broer zag u niet zitten. Als jullie samen zijn, spreken jullie niet over politiek?

"Dat heeft moeder ons op haar sterfbed gevraagd. Daarvoor hadden we een paar keer klinkende ruzie. Dat was niet slim van mij. In april 2009 kwam Tine Van Rompuy, de zus van CD&V-politici Herman en Eric, op voor de PVDA. Ondanks hun politieke meningsverschillen, praatten de broers altijd met veel respect over hun zus én omgekeerd. Dat had het voorbeeld voor mij moeten zijn. Jan is oprecht bezorgd over mij en komt zoveel mogelijk langs. Onze broederband is hersteld."


In uw boek schrijft u: 'Er leven twee opvattingen over de aard van de mens. De eerste luidt: de mens is van nature goed maar in staat tot het kwade. De tweede zegt precies het omgekeerde.' U koos voor de eerste opvatting; uw broer voor de tweede?

"Ja, we kozen een verschillend mensbeeld. Volgens sommigen is onze beschaving een dun laagje vernis. Van zodra je eraan begint te krabben, komt de ware, zelfzuchtige aard van de mens naar boven. Die theorie floreerde lang, maar werd de laatste jaren bedolven onder wetenschappelijk bewijs dat de mens vanaf de geboorte de neiging heeft tot empathie, hulpgedrag en samenwerking. Ik schreef daar in 2016 samen met moleculair bioloog Johan Hoebeke De supersamenwerker over. Ik ben heel trots op dat boek en beschouw het als het sluitstuk van mijn levensengagement."


Als dokter kunt uzelf goed inschatten hoe lang u nog heeft?

"Dat zijn niet veel maanden meer, eerder weken. Stilaan raak ik daarmee verzoend. Ik ben blij dat de euthanasiewet bestaat. Want een natuurlijk einde met pancreaskanker is creperen. Ik voerde de voorbije weken ontzettend veel gesprekken. Niet iedereen heeft het geluk op deze manier te kunnen sterven."

Zo verliep de tijd die mij toegemeten was door Dirk Van Duppen en Thomas Blommaert, EPO, 15 euro


In memoriam Dirk Van Duppen



Universele mensenrechten vieren 70e verjaardag.


Hoe relevant zijn ze nog vandaag?


Philippe Kerckaert - vrt NWS



UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS


Preambule


  • Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;
  • Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;
  • Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en onderdrukking;
  • Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;
  • Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;
  • Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;
  • Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;


  • Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:


Artikel 1

  1. Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.


Artikel 2

  1. Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.


Artikel 3

  1. Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.


Artikel 4

  1. Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.


Artikel 5

  1. Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.


Artikel 6

  1. Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.


Artikel 7

  1. Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.


Artikel 8

  1. Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.


Artikel 9

  1. Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.


Artikel 10

  1. Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.


Artikel 11

  1. Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
  2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.


Artikel 12

  1. Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.


Artikel 13

  1. Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
  2. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.


Artikel 14

  1. Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
  2. Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.


Artikel 15

  1. Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.


Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
  2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
  3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.


Artikel 17

  1. Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
  2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.


Artikel 18

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door hetonderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.


Artikel 19

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.


Artikel 20

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.


Artikel 21

  1. Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
  2. Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
  3. De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.


Artikel 22

  1. Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.


Artikel 23

  1. Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
  2. Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
  3. Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
  4. Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.


Artikel 24

  1. Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.


Artikel 25

  1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
  2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.


Artikel 26

  1. Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.


Artikel 27

  1. Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
  2. Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.


Artikel 28

  1. Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.


Artikel 29

  1. Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
  2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.
  3. Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.


Artikel 30

  1. Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.


Dossier Euthanasie


‘Toen ik het spuitje gaf, keek hij recht in mijn ogen: ‘Docteur, mijn pijn, mijn pijn gaat weg’’


Sam Ooghe en Tom Pardoen - De Morgen



Deze week start voor het Gentse hof van assisen voor het eerst in ons land een euthanasieproces.

De 38-jarige Tine Nys kreeg in 2010 euthanasie, maar volgens haar zussen werd ze niet uitbehandeld.

De dokter zou de euthanasie ook slordig hebben uitgevoerd.

Drie artsen staan terecht voor vergiftiging, de rest van de medische wereld houdt de adem in.


Hoe beleven dokters eigenlijk de laatste dag van hun patiënt?

‘Ik wil absoluut een band met mijn patiënt creëren. Anders ben je niet meer dan Doctor Death.’













LUC PROOST: ‘GLAASJE CHAMPAGNE’

Tijdens zijn lange carrière als oncologisch chirurg in Brugge beleidde Luc Proot honderden kankerpatiënten.

Soms genazen ze, soms doofde het licht uit. Voor de euthanasiewet er was, stond zijn team vaak machteloos, terwijl een terminale patiënt wekenlang een pijnlijke doodsstrijd moest leveren.


Proot: “Van begin jaren 80, lang voor er sprake was van de euthanasiewet, herinner ik me veel doodsangst bij terminale patiënten. Mensen stierven in werkelijk penibele omstandigheden. Als artsen konden wij soms niets doen om hun pijn onder controle te krijgen. Mensen waren zo kortademig dat ze het gevoel kregen dat ze zouden stikken. Ze waren bang, wilden dat het allemaal ophield, maar wij stonden machteloos. Er was wel palliatieve sedatie (het verlagen van het bewustzijn van een patiënt door toediening van medicatie, red.), maar daarmee was het allemaal nog niet voorbij, natuurlijk. Door mijn specialisatie in de oncologische heelkunde kwam ik automatisch in aanraking met de problematiek van het levenseinde. En het heeft me nooit meer losgelaten.”


Luc Proost: ‘Ik zou ook euthanasie overwegen, ja.

Gelukkig ken ik veel artsen. ‘Nu is het mijn beurt’, zal ik dan zeggen.'


Hoe ervoer u de eerste keer euthanasie?

“Dat was een heel bijzondere situatie. Mijn patiënt was een gedetineerde in de Brugse gevangenis. Hij leed aan een ongeneeslijke vorm van kanker. De verpleegsters vroegen me: ‘Die man heeft zulke erge dingen uitgehaald. Vind je niet dat hij met euthanasie aan zijn straf ontsnapt?’ Maar die man was doodziek. Het is niet omdat je een celstraf krijgt, dat je moet afzien tot je laatste dag. Alsof zoiets bij je straf hoort. Iemand een menswaardig levenseinde ontzeggen, dat is pas onethisch.”


Een mens helpen sterven, kruipt dat niet in je kleren?

“Je voert euthanasie niet uit bij eender welke patiënt. Een band opbouwen is cruciaal. Als arts begeleid je de patiënt door de verschillende fasen van de ziekte. Zo krijg je inzicht in de persoonlijkheid, maar ook in de gezondheid van de patiënt. Alleen dán kun je euthanasie uitvoeren. Ik wist telkens: ‘Dit is een persoon in een uitzichtloze situatie die het zelf ook niet meer ziet zitten.’ ‘Dokter, maak er een eind aan. Dit wil ik niet meer, ik wil doodgaan.’ Als je dat hoort, en je kunt er oprecht begrip voor opbrengen, dan kun je euthanasie uitvoeren.


“Ik heb geleerd om mijn emoties onder controle te houden, om professioneel te blijven functioneren, zonder dat ik er slapeloze nachten aan overhoud. Maar dat is niet aan iedereen besteed, dat besef ik.”


Kon u na een euthanasie gewoon doorgaan met uw dag?

“Dat is me altijd vrij goed gelukt. Ik plande euthanasie zelfs bij voorkeur ’s voormiddags in. Vergeet niet dat ik nooit alleen was. Ik werd altijd ondersteund door een verpleegkundige. Een belangrijk moment was het terugrijden, samen in de auto. Dan konden we even ventileren – debriefen, zeg maar – over wat er net gebeurd was. Dat had ik nodig. Maar thuis, met mijn vrouw en kinderen, heb ik het er nooit over gehad.”


Welke patiënten hebben een uitzonderlijke indruk op u gemaakt?

“Ik herinner mij een terminaal zieke vrouw. Ze nam afscheid van haar echtgenoot en kinderen. De dankbaarheid die ze had voor haar man, dat was zó mooi. De hele sfeer was er zo warm, zo menselijk, zo emotioneel. Het gebeurde me zelden, maar ik heb me toen moeten omdraaien om mijn emoties onder controle te krijgen."


“Een tweede patiënt die mij altijd is bijgebleven, was een oude man met zwaar vaatlijden, met héél veel pijn in de benen. Het moment waarop ik het eerste spuitje begon te geven, keek hij op, recht in mijn ogen, en zei hij: ‘Docteur, mijn pijn, mijn pijn gaat weg.’ Die opluchting, die pure emotie, dat was onvoorstelbaar."


“Wij voeren euthanasie steevast bij de patiënt thuis uit, in de aanwezigheid van familie. We staan er nauwelijks nog bij stil, maar als je dat vergelijkt met hoe terminale patiënten stierven vóór de euthanasiewet... Een wereld van verschil. Het heeft veel mensen een vreselijk beeld opgeleverd van een moeizaam en pijnlijk gevecht met de dood. Vandaag zie je het tegenovergestelde. Ik had doorgaans patiënten die heel blij waren dat ik arriveerde, en die dat ook uitdrukkelijk zeiden: ‘Oef, eindelijk bent u daar.’ De familie had soms al een stukje gefeest. Ze namen afscheid met tranen, maar evengoed met een glas champagne. Ik heb momenten meegemaakt die zo onvoorstelbaar warm waren dat ik het niet kan beschrijven. En net dát maakte het voor mij ook draaglijk om ermee door te gaan. Ik heb nooit euthanasie willen uitvoeren zonder dat er minstens één vriend of familielid aanwezig was. Ik denk niet dat ik dan zou kunnen doorgaan.”


Overweegt u zelf euthanasie, mocht u in een vergelijkbare situatie belanden?

“Zeker en vast. Wanneer ik een patiënt zag die niet meer wilde doorgaan, zei ik soms tegen mezelf: ‘In die situatie zou ik ook om hulp vragen.’”


Bent u nu zelf ook minder bang om te sterven?

“Absoluut. Uiteraard heb ik mensen gezien die bang waren. Maar ook omgekeerd. Wanneer ik patiënten vertel dat de procedure rond is en de euthanasie kan worden uitgevoerd, bespeur ik vaak vreugde. ‘Ik kan gaan. Eindelijk ga ik van mijn lijden af zijn.’ Als je dan ziet hoe vredig mensen euthanasie ondergaan, denk je: ‘Het moet toch zo slecht niet zijn.’"


“Ik ben op een leeftijd gekomen waarop ik aanvaard dat ik ga sterven. Ik heb het ver geschopt: ik ben al 72. Ik hoop nog een tijdje mee te gaan, maar als het moment komt, wens ik dat het zacht gebeurt. Het voordeel is dat ik veel artsen ken. ‘Nu is het mijn beurt, jongens’, zal ik hun dan zeggen. (lacht)”











BEA VERBEECK: ‘SEKSUEEL MISBRUIK’

Het euthanasiedebat anno 2019 is nog altijd netelig.

Bea Verbeeck is een van de weinige psychiaters in ons land die euthanasie niet alleen toekent, maar ook zelf uitvoert.


Verbeeck: “Ik ben niet de enige, maar we zijn niet met veel. (glimlacht) Het is simpel: psychiaters praten, maar injecteren niet. Voor mij was het als psychiater al erg lang geleden dat ik een injectie had gegeven. Maar als ik inga op een vraag om euthanasie, vind ik dat ik ze ook moet kunnen uitvoeren. Het is te makkelijk om ‘ja’ te zeggen om dan via de achterdeur te verdwijnen. Maar ik heb nog niet dikwijls euthanasie uitgevoerd; meestal word ik gevraagd als adviserend arts.”


Dat de meeste van uw collega’s bedanken, impliceert dat het geen lichte beslissing is.

“Nee. En al zeker niet bij psychiatrische patiënten. Het gaat meestal om mensen die al een heel parcours hebben afgelegd. Als de vraag komt, bestuderen we heel grondig het dossier: welke behandelingen zijn al gebeurd, welke mogelijkheden blijven over? Soms zijn de meest evidente opties niet gevolgd. Ik heb al meegemaakt dat mensen zelfs geen gesprekstherapie hebben gevolgd. Ik vind wel dat een bijkomende behandeling effect moet hebben binnen een redelijke termijn. Als mensen al twintig jaar afzien, mag je niet zeggen: ‘Misschien gaat het hiermee over tien jaar beter.’”


Was u altijd al voorstander van euthanasie bij psychisch lijden?

“Vóór de euthanasiewet heb ik dramatische situaties meegemaakt, waarbij ik simpelweg geen antwoord kon bieden op de problemen van de mensen. Ik beweer niet dat euthanasie een alternatief is voor zelfdoding, maar ik herinner me nu specifiek een vrouw die zelfmoord heeft gepleegd omdat ze geen enkel perspectief meer had. Ze had me gevraagd om te mogen sterven, en ik begreep haar vraag, maar kon er niet op ingaan.”


Het debat over euthanasie bij psychisch lijden wordt op het scherp van de snee gevoerd. Tegenstanders houden halsstarrig vol dat de wet het niet toelaat.

“Omdat ze zeggen dat er altijd nog wel een behandeling mogelijk is. En dat de vraag om euthanasie wegvalt als je maar lang genoeg wacht en iemand lang genoeg behandelt. Ik ben het daar niet mee eens."


“Mij gaat het ook om waardigheid: wat als iemand al dertig jaar aan een zware depressie lijdt? Je kunt die mensen in leven houden, zeker, je kunt ze verdoven. Maar is dat menswaardig? Kun je iemand vragen om te blijven lijden omdat wij denken dat er altijd een behandeling uit de bus kan komen? Ik vind dat niet redelijk. Wat ik na al die jaren heb begrepen: mensen willen niet dood, ze willen dat het lijden ophoudt. Het is onze job om op die vraag een antwoord te bieden.”


U hebt als psychiater niet hetzelfde houvast als de oncoloog, die met bloedstalen of CT-scans uitsluitsel kan geven. Ligt u daar niet wakker van?

“Ik kan alleen vertrouwen op wat de patiënt vertelt, het dossier en de feedback van de huisarts en de behandelende psychiater. Maar als u me vraagt waarvan ik wakker lig, dan zeg ik: van de geschiedenissen die ik te horen krijg. Ik zie mensen die afschuwelijke vroegkinderlijke trauma’s hebben opgelopen, wat onpeilbaar lijden met zich meebrengt. Seksueel misbruik is een heel belangrijke constante in deze dossiers.”


Herinnert u zich uw eerste euthanasie nog?

“Het was een dame met een zware depressie. Jaren psychotherapie, antidepressiva, elektroshocks: niets hielp. Die vrouw was helemaal in zichzelf gekeerd, ze had geen contact meer met de buitenwereld. Dat betekent niet dat ik niet met haar kon praten – ik heb heel vaak en lang met haar gesproken. Dat heeft lang aangesleept, omdat het mijn eerste keer was en omdat ik maar bleef denken dat ik wel iets zou vinden. Maar ik ben uiteindelijk tot de slotsom gekomen: ‘We hebben gedaan wat we konden.’ Haar partner kwam op datzelfde moment ook tot die conclusie, hij vond het verschrikkelijk om te zien hoe ze moest leven. De huisarts stemde in met de euthanasie, maar wilde ze niet uitvoeren: ‘Dat is te moeilijk, ik ken die vrouw al te lang.’ Op het moment zelf werd ik vooral getroffen door de sereniteit. Je zag de last van haar schouders vallen: ‘Het moet niet meer.’ Ik had die vrouw nooit zien lachen, maar op het allerlaatste moment glimlachte ze, uit pure dankbaarheid.”


Hebt u ooit al achteraf gedacht: ‘Misschien hadden we die ene laatste optie toch nog eens moeten proberen?’

“Nee. Precies omdat we zo minutieus en consciëntieus werken. De wettelijke minimumtermijn bedraagt één maand, maar in de praktijk duurt een traject misschien wel een jaar. Soms doen we er vijf jaar over om tot de conclusie te komen dat we alles geprobeerd hebben."


“Weet u: onder de grootste tegenstanders van euthanasie bij psychisch lijden zijn er velen die niet in contact komen met mensen uit de psychiatrie.”


Is hun angst dat sommige zorgverstrekkers te lichtzinnig euthanasie toekennen niet gerechtvaardigd?

“Die zorgverstrekkers moet je mij dan toch eens leren kennen. Dat lijkt me op paranoïde denken, alsof wij op de loer liggen met een spuitje en baat hebben bij een euthanasie, of er plezier aan beleven. Er circuleren wilde verhalen. Onlangs kwam iemand bij mij: ‘Ze hebben mij gezegd dat ik hier na één gesprek met een positief advies buitenwandel.’ Ik was geshockeerd: ‘Excuseer!?’”


Binnenkort verschijnt Beginnen over het einde van Henk Blanken, een parkinsonpatiënt die een verhoogde kans op dementie heeft. Het boek is een verslag van zijn zoektocht naar een antwoord op de vraag: ‘Wil ik euthanasie, en wanneer neem ik de beslissing?’ Blanken wil de beslissing zo lang mogelijk uitstellen, maar riskeert zo dat hij een dag te laat is en dan de volledige, helse rit moet uitzitten. Bent u voorstander van euthanasie bij dementerende mensen?

“(denkt lang na) Ik ben geen voor- of tegenstander: het hangt af van patiënt tot patiënt. Sommigen zeggen op tijd: ‘Het moment is aangebroken.’ Een vergevorderde demente man had een wilsverklaring, maar moest die nog bevestigen. Hij heeft me tijdens een gesprek gezegd: ‘Ik herinner me zo meteen niet meer wat je gevraagd hebt – mijn geheugen is weg – maar ik weet dat ik euthanasie heb gevraagd. Ik wil het nu!’ Als in een opflakkering, maar hij had wel inzicht in zijn probleem. Een andere man bleef de hele tijd herhalen: ‘Ik wil euthanasie. Maar niet nu. Later.’ Dat is hij blijven volhouden, tot de aftakeling onherroepelijk was ingezet. Toen ik hem ging opzoeken in het woonzorgcentrum, herkende hij me niet meer: ‘Wie zijt gij? Euthanasie? Nooit.’ Dan is het te laat.”


Voor oncoloog Wim Distelmans mag de wet best liberaler. Hij zei me: ‘Als een dementerende met zijn hoofd tegen de muur staat te bonken en met zijn uitwerpselen speelt, moet een arts, in overleg met een vertrouwenspersoon, euthanasie kunnen toekennen, als er natuurlijk een wilsverklaring euthanasie bestaat.’ Henk Blanken wil de beslissing aan zijn vrouw overlaten.

“Ik vind dat je de verantwoordelijkheid niet bij de familie mag leggen, dat is een heel moeilijke beslissing. Ik betrek de familie er altijd bij, maar niet omdat ik hun goedkeuring wil. Die mensen hebben natuurlijk geen zin om hun geliefde te laten gaan. Maar in sommige omstandigheden, zoals Wim zegt...”


Hebt u zelf al een wilsverklaring opgesteld?

“(lacht luid) Nee. Ik wil die beslissing nu niet nemen, ik hou enorm van het leven. Al kan het zijn dat ik ooit mijn grenzen niet meer kan verleggen en toch om euthanasie vraag.”















REINIER HUETING: ‘ALS EEN BEVALLING’

Een dodelijk spuitje geven, hoe graag de patiënt het ook wil: volledig wennen doet het nooit.

Ook niet bij Reinier Hueting, decennialang actief als huisarts.

Hoe meer hij euthanasie uitvoert, hoe onbegrijpelijker hij de dood vindt.


Hueting: “De dag van een euthanasie is surreëel. Een patiënt heeft zélf een moment gekozen waarop hij zal sterven. Een datum en een uur. Dat is zó concreet – ik weet niet of ik dat zelf zou kunnen. Ook de overgang van leven naar dood vind ik moeilijk te vatten. Ik kan het moeilijk uitleggen. Je spuit een stof in, en je ziet van alles veranderen. Die lichamelijke reacties begrijp ik als arts uiteraard, maar dat een mens op het ene ogenblik nog leeft, bestáát, en even erna niet meer: dat begrijp ik elke keer minder. Wat gebéúrt daar in godsnaam? Het ene moment zegt die persoon dat hij wil sterven. En het volgende is hij weg. Verdwenen.”


Het doet u telkens iets.

“En gelukkig maar. Als euthanasie routineus voelt, ben je al te cynisch en afgestompt geworden. Hoe zwaar het is, hangt af van patiënt tot patiënt: soms heb je samen een intens verhaal achter de rug, soms wat minder. Maar zelfs als ik als behandelend arts optreed bij een patiënt met wie ik tot dan toe geen band heb, omdat een collega de euthanasie op het laatste moment niet meer wil uitvoeren, probeer ik nog een band te creëren. Dan ga ik nog enkele keren op bezoek. Zonder die relatie overschrijd je een grens. Dan degradeer je jezelf tot Doctor Death, een beul. Ik zou dat niet kunnen.”


Een euthanasie uitvoeren: dat moet een cocktail van emoties geven.

“Het klinkt misschien raar, maar een van mijn collega’s vergeleek het ooit met een bevalling begeleiden. Net als bij euthanasie leef je toe naar een cruciaal moment, het zijn spannende ogenblikken waarop niets mag mislopen. Je mag niet kwakkelen bij euthanasie – er zijn genoeg voorbeelden waar het niet bepaald gesmeerd loopt. En net als bij een bevalling word je na afloop overspoeld door een soort leegheid. Decompressie, zoals na een examen. Tegelijkertijd ben je opgelucht dat het allemaal rustig verlopen is. Opgelucht ook voor de patiënt, van wie je weet dat hij zo hard heeft afgezien. Vergeet niet dat je als arts ook afscheid neemt van iemand die je dikwijls al heel lang kent. Het is inderdaad een cocktail van emoties. Zéker wanneer er een uitzonderlijke warme of net een heel koele sfeer heerst. Soms staan er mensen rond het bed die elkaar en de patiënt niet kunnen luchten. Die spanningen, dat gebrek aan emotie: zulke zaken treffen mij soms nog het meest.”


Reinier Hueting: ‘Zélf een moment kiezen waarop je sterft, een datum en een uur.

Dat is zó concreet. Ik weet niet of ik dat zou kunnen.’


Draagt u de impact daarvan lang mee?

“Er zijn dokters die me vertellen dat ze het er bijzonder moeilijk mee hebben. Het kost sommigen dagen om er weer bovenop te komen. Dat heb ik niet. Maar let op: die artsen vragen niet aan een andere dokter om het te doen. Ze vinden het zeer belastend, maar blijven het uitvoeren, omdat het het enige is dat ze nog kunnen doen voor hun patiënt.”
















WIM DISTELMANS: ‘GRAPJE MAKEN’

Oncoloog Wim Distelmans bracht in 1993 de euthanasiebal aan het rollen met een geruchtmakend interview waarin hij opbiechtte dat hij, zonder wettelijk kader, euthanasie toepaste. Distelmans was vervolgens coauteur van de euthanasiewet van 2002, en sindsdien bestrijdt hij te vuur en te zwaard iedereen die wil tornen aan het recht op zelfbeschikking. In 2015 schreef de conservatieve Britse krant The Telegraph dat Distelmans al meer dan duizend keer euthanasie heeft uitgevoerd.


Distelmans: “Duizend? Complete onzin. Ik heb geen idee hoe ze aan dat cijfer komen, want ik zet geen streepjes. Het is een hallucinant, onjuist cijfer.”


Herinnert u zich uw allereerste euthanasie nog?

“Uiteraard. Dat was in het begin van de jaren 90, toen de euthanasiewet nog niet bestond. Een vrouwelijke notaris van in de 70 was in het ziekenhuis beland omdat ze blind was en zo goed als doof – daarnaast had ze nog een rist andere klachten. Dat noemen we polypathologie: na kanker is dat de meest voorkomende motivatie. Mijn collega’s van die dienst hebben mij erbij geroepen. Het was een erg fiere vrouw, die het vreselijk vond dat ze niet meer zelfredzaam was. Ze vertelde me dat haar leven rond literatuur en muziek draaide. Dat ze dat moest loslaten, daar kon ze niet mee leven. Het is flauwekul om dan te zeggen: ‘Kun je geen andere hobby zoeken?’"


“Ik heb dikwijls met die vrouw gesproken, maar ze was niet op andere gedachten te brengen: ze wilde niet meer leven. Ik heb er ook andere mensen bij betrokken, euthanasie is tenslotte betrekkelijk onherroepelijk, maar het werd me gaandeweg duidelijk dat die vrouw ondraaglijk leed."


“Er was dus geen wettelijk kader, maar we hebben die eerste euthanasie uitgevoerd volgens de zorgvuldigheidsregels zoals die nu in de wet staan. Is het lijden ondraaglijk? Is het een gevolg van een ongeneeslijke aandoening? Ik heb er ook twee collega’s bijgehaald voor een second opinion. Ik heb de psychiater gevraagd om te onderzoeken of ze niet depressief en dus behandelbaar was. Na vier, vijf weken hebben we beslist dat ze euthanasie kreeg. Dat komt ongeveer overeen met de termijn van een maand die nu in de wet staat.”


U begaf zich op glad ijs.

“We moeten niet flauw doen: ik was niet de eerste en enige dokter die het toen deed. En als het me op een klacht was komen te staan, had ik me nog kunnen beroepen op de ‘noodsituatie’, die je kunt inroepen als er een conflict is tussen twee ethische waarden: het lijden wegnemen en het leven beschermen.”


Hoe is die eerste keer verlopen?

“Zoals het nadien altijd is gegaan. Bij mij is de patiënt de regisseur. Als die zegt: ‘Ik wil er dertig man bij’, dan zorg ik voor dertig stoelen. Als iemand een fles champagne wil opentrekken, zorg ik voor de koelemmer."


“In dat specifieke geval waren er maar een paar mensen. Ik heb de patiënte op een gegeven ogenblik uitgenodigd om op bed te gaan liggen, in de kleren die ze zelf had gekozen. Er speelde loeihard muziek die zij graag hoorde. Ik probeer het altijd uit de medische sfeer te halen, ik neem zelfs mijn stethoscoop niet mee."


“Ze hebben nog een glas gedronken, en dan heb ik gewacht tot het moment waarop de patiënte zelf aangaf dat ze klaar was. Ik had op voorhand alles uitgelegd. Als de patiënt teken doet, geef ik het spuitje.”


Dat moet een zwaar beladen moment zijn.

“Nee. Dat verloopt altijd heel sereen en kalm. In dit geval was het een vrouw met een goed gevoel voor humor, en ik vind niet dat je in het aanschijn van de dood dan plots bloedernstig moet worden. Ik heb een grapje gemaakt: ‘Laat iets weten als het daarboven tegenvalt!’ Maar ze was vrijzinnig: ‘Als blijkt dat ik mij vergist heb, geef ik een teken.’”


Hebt u enige aarzeling gevoeld toen u de dodelijke vloeistof voor de eerste keer inspoot?

“Niet echt. Het is natuurlijk niet het prettigste moment dat je je kunt inbeelden, maar het is wel een bijna vanzelfsprekend sluitstuk van een lang proces. Ik besteed veel zorg aan de aanloop. Dat is een enorm emotionele en intellectuele inspanning. Je probeert het ultieme zo lang mogelijk uit te stellen: ‘We hebben deze optie nog, en deze.’ Maar onvermijdelijk komt het moment waarop je beiden zegt: ‘We gaan het niet nodeloos rekken.’”


Maar het moet toch indruk hebben gemaakt?

“Natuurlijk. Maar ik ken collega’s van intensieve zorg die bijna dagelijks de knop van een beademingsmachine omdraaien, waarna de patiënt onmiddellijk sterft. Blijkbaar is dat psychologisch makkelijker dan een dodelijke vloeistof inspuiten, maar op ethisch vlak zie ik geen verschil.”


Wie was allemaal op de hoogte van die eerste euthanasie?

“De collega’s van de second opinion, de psychiater en een aantal verpleegkundigen die ik goed kende.”


De ziekenhuisdirectie niet?

“Nee, maar die hadden me voordien al te kennen gegeven waar ze voor stonden. Ik mag van geluk spreken dat ik in het UZ Brussel van de VUB werk, een soort beschutte werkplaats. (lacht)"


“Niet veel later, in 1993, heb ik dat interview gegeven aan De Standaard. Een journaliste had de dienst gebeld, en ik was de enige die wilde opnemen: ‘Hebt u al euthanasie uitgevoerd?’ Ik heb toen open kaart gespeeld. Toen heb ik de directie wel verwittigd, want ik trok ze natuurlijk mee in het bad. De directeur reageerde heel sympathiek: hij beloofde dat ze me juridisch en financieel zouden steunen als het een staartje zou krijgen. Fantastisch natuurlijk, maar anderzijds dacht ik: ‘Oei, die denkt verder dan ik.’ (lacht)”


Is dat interview u op bedreigingen komen te staan?

“Toen niet, maar later, toen mensen merkten dat ik het meende, wél. (lacht) Scheldtirades per telefoon, dreigmails van mensen die me uitmaakten voor moordenaar: ‘God zal je vinden.’ Dat soort onzin. Ze hebben het zelfs gepresteerd om mijn partner te bellen: ‘Uwen Distelmans heeft daar en daar een lief zitten.’”


Het is niet bij die eerste euthanasie gebleven, is het ooit fout gelopen?

“Ja, maar alleen in de technische zin. In de beginperiode, vóór de wet, was het middel dat we gebruikten moeilijk te verkrijgen. Eigenlijk was het alleen op intensieve zorgen te krijgen. Ik herinner me een verschrikkelijke situatie met een vrouw hier in Brussel. Het was op kerstavond, ze zag zo erg af dat we geen uur langer konden wachten. Toen ik de thiobarbital had toegediend, bleek één dosis niet te volstaan. Maar ik had niet meer, en bij de apotheker om de hoek hadden ze dat product niet. Ik ben naar het ziekenhuis moeten gaan, maar om twaalf uur ’s nachts zijn de deuren dicht. We hebben moeten inbreken, bij manier van spreken. Gelukkig heeft de euthanasiewet een einde gemaakt aan dat soort misstanden.”


Wim Distelmans: ‘Ik heb het volste respect voor mensen die geen euthanasie voor zichzelf willen.

Maar de keuze moet er zijn.’


Nog altijd duiken verhalen op over dokters die er een boeltje van maken. Ze vragen familieleden om de baxter vast te houden of leggen die op de rand van de sofa, waarna die op de grond valt.

“Ik begrijp dat het op dat moment heel erg ongelegen komt, maar natúúrlijk gebeuren er soms ongelukken. Ik heb meegemaakt dat een ader sprong wanneer ik de injectie gaf. Je kunt zulke incidenten niet uitsluiten, maar op dat moment is het afschuwelijk omdat de familie erop zit te kijken. Ze leven toe naar dat serene, haast sacrale moment. Als je dan ook maar de minste fout maakt, wordt daar tien jaar later nog over gesproken.”


De zussen van Tine Nys hebben klacht ingediend tegen de dokters die haar euthanasieverzoek goedkeurden. Ze vinden dat hun zus niet was uitbehandeld en dat de dokter die de euthanasie uitvoerde amateuristisch te werk ging.

“Binnenkort moeten drie dokters voor assisen verschijnen: dat is nog nooit gebeurd. Ik vermoed dat het heel wat stof zal doen opwaaien.”


Ook tegen u hebben al twee mensen klacht ingediend. Eén man vond het onbetamelijk dat u zijn moeder euthanasie had verleend en beweerde dat hij niet op de hoogte was. De klacht werd, net als de tweede, zonder gevolg geklasseerd.

“Die vrouw had al lang geen contact meer met haar zoon, maar ze heeft hem op onze vraag toch gemaild. Hij heeft toen nooit gereageerd. Wij doen alles wat we kunnen om de familie te betrekken, maar finaal is het de patiënt die de beslissing neemt. Dat geldt ook bij andere medische interventies.”


Hebt u ooit al wakker gelegen na een euthanasie?

“Nee, want als ik de minste twijfel voel, doe ik het niet. Weet u wanneer ik wakker lig? Wanneer ik de euthanasie te lang heb uitgesteld. Als een patiënt klaagt over onuitstaanbare pijnen en er is net nieuwe pijnmedicatie op de markt, dan dring ik soms nog aan. Vaak stemmen mensen toe om mij ter wille te zijn, maar vooral omdat niemand zomaar dood wil. Als dat medicijn dan niet aanslaat, heb ik hun lijden verlengd: dat vind ik verschrikkelijk.”


Hoe erg bent u begaan met uw reputatie? Als een Britse krant schrijft dat u ‘meer dan duizend keer euthanasie pleegde’, is dat natuurlijk stemmingmakerij.

“Ik vind dat erg. Mensen schijnen te vergeten dat ik dertig jaar gezwoegd heb om de palliatieve zorg in België mee uit te bouwen. Ik ga meticuleus en gewetensvol te werk en betrek zo veel mogelijk mensen.”


De idee dat u erop uit bent om mensen te doden leeft hardnekkig voort.

“Ja, bij een kleine groep obstinate tegenstanders die de samenleving hun ideologie proberen op te dringen. Ik heb het volste respect voor mensen die geen euthanasie voor zichzelf willen, maar je moet de keuze kunnen maken. Dat is cruciaal.”


Bent u er intussen zelf al uit?

“Nee, want ik leef te graag. Zolang ik een strohalm zie, zal ik mij daaraan vastklampen. Ik kan nu onmogelijk zeggen hoe ik zal reageren wanneer het moment is gekomen.”


© Humo



Jan Caeyers


Dirigent en biograaf Jan Caeyers over het jubileumjaar

‘Bij Beethoven was niets gratuit’


Geert Van Der Speeten - De Standaard



Het Beethovenjaar wordt er een van superlatieven, maar ook van clichés.

We moeten af van het beeld van Beethoven als een gekweld, nors genie,

vindt Jan Caeyers, biograaf en artistiek directeur van het orkest Le Concert Olympique.

'Beethoven is een idee. Hij overstijgt de muziek.’

 

Konden we van Beethoven een olympische discipline maken, dan was Jan Caeyers onze grootste medaille­kandidaat. De dirigent en voormalig docent muziekanalyse aan de KU Leuven schreef tien jaar geleden een biografie die een bestseller werd.


Nu de 250ste geboortedag van de componist gevierd wordt, bereikt het succes een nieuwe piek. Eind vorig jaar werd de tiende, herziene druk van het boek boven het doopvont gehouden. Ook internationaal gaat het de 700 bladzijden tellende klepper voor de wind, met een Engelse en een Italiaanse vertaling op stapel. Het wordt de officiële biografie van het jubileumjaar. Als kenner en uitmuntend verteller mag Jan Caeyers (66) ook steeds vaker opdraven. De American Beethoven Society, de BBC, Arte, de Oostenrijkse televisie: ze klopten allemaal bij hem aan. Bij ons volgt in februari een negendelige reeks op Klara, plus een podcast.


‘Had ik het succes van dit boek kunnen voorspellen’, zegt Caeyers in de rijk gestoffeerde Beethoven-bibliotheek van zijn huis in Boutersem, ‘dan was ik verkrampt geraakt. En had ik het nooit aangedurfd om het te schrijven.’


‘Beethoven heeft mij beïnvloed als mens en in mijn professionele activiteiten.

De omgang met zijn werk doet mij streven naar grondigheid en excellentie’


Met zijn biografie, waarin geen wetenschappelijke dorheid of romantische dweperij te bespeuren vallen, realiseerde hij een huzarenstukje.


Caeyers: ‘Er liepen beslist meer competente musicologen rond om dit te doen. Maar vaak zijn die zo gefocust op hun studieobject, dat ze door de bomen het bos niet meer zien. Een biografie schrijven heeft iets dilettantisch. Je moet er met de ruwe borstel durven door te gaan. Een toename aan precisie staat de helderheid in de weg. Een biografie is geen naslagwerk. Ze vraagt om synthese en afronding. Mijn voordeel was alvast mijn ongebondenheid. Ik maakte zo goed als geen deel meer uit van de academische wereld, waar je je hard moet bewijzen. Ik had ook geen band met de Stiftung Beethoven-Haus in Bonn. En dan kwam ik nog eens uit een klein taalgebied, waar de Beethovenstudie zo goed als onbestaande is.’


Waaraan dankt u het succes van uw boek?

‘De muziekwetenschap worstelt met het vinden van de juiste taal om het over muziek te hebben. Erover schrijven blijft een hachelijke onderneming: je cirkelt eromheen. Het alternatief is een analytische benadering van de partituur, maar daarmee bereik je alleen de specialisten.’


‘Het speelde in mijn voordeel dat ik met beide voeten in de praktijk sta. Uit het rijke bronnenmateriaal heb ik vaak ideeën en anekdotes geplukt die mij als muzikant triggerden. Wanneer ik las over Beethoven, zijn muzikanten en geldschieters, herkende ik mechanismen die ik aan den lijve ondervonden had. De kleine kantjes aan zijn verhaal kon ik haast ruiken en ook plastisch neerschrijven.’


Wat verwacht u van dit Beethovenjaar?

‘Met Le Concert Olympique hebben we het eind december mee opgestart in de Philharmonie van Berlijn. Duitsland investeert veel: Beethoven is hun enige componist met zo’n internationale uitstraling. Hij overstijgt ook de muziek. Beethoven is een idee: hij vertelt een verhaal over Europa, over de nieuwe tijd, over een nieuw type kunstenaar. Naast zijn persoonlijke verhaal is er ook de politiek-ideologische inkleuring.’


‘Het jongste Beethovenjaar was 43 jaar geleden. Dat is ver weg. Er is intussen veel research gedaan. De uitvoeringspraktijk is mee geëvolueerd. Wij vieren dus een andere Beethoven: niet meer die van het gekwelde, nukkige genie, zoals het cliché dat wil.’


Wat heeft Beethoven deze eeuw te melden, volgens u?

‘Beethoven is voor mij een inspiratiebron om grondig met de dingen te blijven omgaan. We leven in een oppervlakkige tijd, we gaan nogal gratuit om met de overkill aan informatie. Bij Beethoven is niets gratuit. Alles heeft een haast absolute geladenheid. Zijn diepgang en grondigheid kunnen ons iets leren: reiken naar de kern van de dingen.’


‘Ook zijn zucht naar vrijheid was exemplarisch. We leven nogal gemakkelijk naar de normen die de samenleving oplegt, we conformeren ons. Slechts weinigen zijn echt radicaal, met uitzondering misschien van de kunstenaars. Beethoven was zo iemand. Hij meed rechtlijnigheid en koos voor de ongewone wegen.’


Hij werd haast voor gek verklaard, maar in zijn tijd was hij al een legende.

‘De Oostenrijkers noemden hem een ‘exemplaar’, halfgek maar ook geniaal. In Wenen kan je de grond ingeboord worden en in één beweging ook de hemel in geprezen. Dat is nog altijd zo voor mensen die in Wenen boven het maaiveld uitsteken: je moet de risee van de stad zijn om iets te betekenen. Beethoven is op een bepaald moment ook gerecupereerd, vanuit een ressentiment tegenover de Fransen en vanuit nationalistische gevoelens. Hij stond symbool voor een cultuur. Al zou de tijdgeest snel kantelen. In de plaats kwam het knusse biedermeier­gevoel, waar hij niet meer in paste.’


Wat als hij niet doof geworden was?

‘Dan was hij een Liszt avant la lettre geworden. Een briljant pianist, exuberant in zijn uitvoeringen en composities. Zijn doofheid speelde een sleutelrol in zijn kunstenaarschap. Toen Beethoven besliste om van componeren zijn beroep te maken, begon hij daar zijn leven naar te organiseren. Die ­focus veranderde ook zijn muziek.’


Welk nieuw tijdperk begon er met Beethoven?

‘De betekenis van muziek veranderde. Concerten werden minder vrijblijvend, met hoogst geconcentreerde muziek die om stilte en toewijding vroeg. Je zag hetzelfde in de opera: in 1850 zouden de lichten in de zaal doven. Er ontstonden codes voor uitvoerders en publiek.’


‘Zo kon het misverstand groeien dat Beethovens muziek vooral zwaar en getormenteerd klinkt. Dat beeld van de late Beethoven was zeer sympathiek voor de 19de-eeuwse Duitse burger. De anarchistische, lijdende man die het tot wereldster schopt, ondanks zijn nederige afkomst: het sprak tot de verbeelding. Er ontstond ook een geschiedschrijving die dit soort waarden uitvergrootte en tot ideaalbeeld kneedde. Met als gevolg dat men Beethovens muziek in dat perspectief is blijven lezen.’


Wat staat er op het spel voor uw orkest? U voert de ‘Negende symfonie’ uit, in wereldpremière naar de oertekst uitgegeven door Breitkopf & Härtel. Daarna een reconstructie van een onvoltooide symfonie, waarvan we alleen schetsen kennen.

‘Dat laatste wordt een interessant experiment. Computer­experts zullen eerst hun algoritmes loslaten op de fragmenten van de zogenaamde Tiende symfonie, voor een concert in Bonn. In dezelfde week brengen we in Berlijn onze eigen versie, een opdracht aan de componist Jens ­Joneleit. Beethovens schetsen krijgen een nieuw leven als basismateriaal voor een hedendaagse compositie.’


‘Ik geloof niet in een hypothetische reconstructie, die ons zou toelaten in het hoofd van Beethoven te kijken. Wij nemen de artistieke optie, door een mens gemaakt en niet door een programma. Vanuit de vraag: wat zou een Beethoven van vandaag ermee doen?’


In welke mate heeft de duik in Beethovens biografie uw leven als dirigent beïnvloed?

‘Mijn oorspronkelijke bewondering is nog gegroeid, maar ook verdiept en verankerd.’


‘Het succes van de biografie heeft mij in één klap een status en reputatie bezorgd. Maar Beethoven heeft mij ook beïnvloed als mens en in mijn professionele activiteiten. De omgang met zijn werk doet mij streven naar grondigheid en excellentie. Ik ben ook radicaler geworden. Ik durf verder te gaan dan vroeger: mijn moed is toegenomen, omdat ze gebaseerd is op grondige voorbereiding. Op dat vlak heb ik aan metier en ervaring gewonnen. Ik ben ook veel beter geworden in het omzetten van mijn inzichten naar richtlijnen voor de orkestmusici. Met Le Concert Olympique heb ik een instrument dat mijn grammatica kent.’


‘Daarnaast ben ik Beethovens taal beter gaan begrijpen. Ik ben doordrongen geraakt van zijn gedachtegoed, de kleur van zijn muziek, de emotionaliteit van zijn tijd. Ik denk aan hem als ik de schilderijen van Caspar David Friedrich zie, of de architectuur van Schinkel.’


‘Omdat ik lange tijd een academische carrière koppelde aan een praktijk als dirigent, was ik voor beide werelden verdacht. Ze staan mijlenver van elkaar, ik zag ze zelf ook lange tijd als gescheiden activiteiten. Maar na dertig jaar lectuur en intellectuele training, het schrijven aan de biografie gekoppeld aan uitvoeringspraktijk, komen al die lijnen samen op één punt. En dat op het juiste moment in mijn leven. Want als ik dit op mijn twintigste had nagestreefd, was het er nooit van gekomen.’


De Standaard



Siegfried Bracke


Geniet van zijn pensioen

‘Politici verdienen helemáál niet te veel’


Ann Van Den Broeck en Pieter Dumon - De Morgen



Siegfried Bracke (66) mag dan wel met pensioen zijn, zijn meningen hebben nog een fulltimebaan.

Een gesprek over de VRT, zijn oude liefde, en over de zorgwekkende politieke stand van het land.

‘Ik wil Belg blijven.’


Het regent in Mol. Pijpenstelen. Maar van Siegfried Bracke straalt de zon af. Even is hij terug in het land, een bezoekje van een week of drie. Eind deze maand neemt hij opnieuw het vliegtuig naar Zuid-Afrika. Daar, op een boogscheut van Kaapstad, midden in wijngebied, brengt hij nu voor het eerst zijn winter door. “Een oude mens, hè!”, zegt hij, wijzend naar zichzelf, terwijl hij koffie zet. Een brede grijns volgt. “Ik was er vooraf bang voor, maar ik kan u met de hand op het hart zeggen: ik ben heel goed in gepensioneerd zijn. Maar echt, héél goed.”


In mei werd Bracke als uittredend Kamervoorzitter niet herkozen. Dat was even verrassend als pijnlijk en een maand later besloot hij om dan maar helemaal met politiek te stoppen. Wat zijn belangrijkste politieke nalatenschap is, vragen we. Heeft hij in de afgelopen tien jaar een kei kunnen verleggen? Bracke haalt de schouders op. “Dat is aan anderen om over te oordelen.”


Liever weidt hij uit over de cottage die zijn vrouw en hij momenteel in Zuid-Afrika huren, over hoe ze na enkele korte reizen in de ban zijn geraakt van het land en nu overwegen om er een pied-à-terre aan te schaffen. Het leven daar bevalt hem extreem. Het licht, de zon, de warmte. En iedere ochtend natuurlijk zijn vast ritueel: het lezen van vijf Vlaamse kranten en Le Soir. “Onlangs heb ik eens een dag geen kranten kunnen lezen. Jongens toch, dan loop ik echt lastig. Ik kijk ook elke dag naar De afspraak en Terzake, ik denk niet dat ik in Zuid-Afrika twee uitzendingen gemist heb. Dus nee, loslaten, dat ga ik nooit kunnen. Dit was mijn leven, daar kan ik niet mee stoppen.”


Wie soms eens een blik werpt op Twitter, weet: ook het becommentariëren kan hij niet laten. Hoe moeilijk moet het hem vallen dat hij voor het eerst in decennia – eerst als journalist, de afgelopen tien jaar als mitspieler – niet met zijn neus bovenop de regeringsonderhandelingen zit? Meteen gaat de blik naar ernstig. Een antwoord komt er niet, wel meteen een eerste analyse.


“Het is jammer dat we al zo lang geen regering hebben. Maar het was uiteraard een accident waiting to happen. And now it happens. Robert Houben, de laatste voorzitter van de unitaire CVP-PSC had in de jaren 1960 al voorspeld dat de verschillen tussen Noord en Zuid op een bepaald moment zo groot gingen zijn, dat we niet meer verder zouden kunnen. Die blokkage, we zijn er.”


Nu loopt u op de zaken vooruit. Er is wel degelijk nog een regering mogelijk.

“Akkoord, de Vivaldi-coalitie (paars-groen plus CD&V, red.) is nog een optie. Al lijkt mij dat een bijzonder riskante onderneming. Het is echt niet verboden om op iets langere termijn te denken. Wat gaat dit voor gevolgen hebben over vijf jaar, denkt u?”


Zegt u het maar.

“We gaan op veel kortere termijn dan eerst gedacht tot een toestand komen waarbij we noodgedwongen zullen moeten splitsen. De Vlaming zal die Vivaldi-regering niet tolereren. Ik kan me ook bijna niet voorstellen dat je zo’n coalitie in elkaar krijgt. Dat is pure kamikaze voor de partijen aan Vlaamse kant.”


Het klinkt als een droomscenario voor wie het einde van België wil, zoals de Leuvense politicoloog Bart Maddens. Hij zegt: N-VA moet passen voor de federale regering en vanuit Vlaanderen een verrottingsstrategie volgen. Vervolgens kunnen ze dan in 2024 samen met Vlaams Belang voor de Vlaamse onafhankelijkheid gaan.

(afkeurend) “Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Sorry, maar ik ben niet dat soort flamingant. Ik wrijf me niet in de handen bij het idee aan onbestuurbaarheid, daar gaan we echt niet beter van worden. De Vlaamse onafhankelijkheid, dat heb ik nooit gewild, daar ben ik heel duidelijk over geweest vanaf mijn overstap naar N-VA."


“Ik wil Belg blijven. Daarom pleit ik voor een regering met een Vlaamse meerderheid. En ik heb de pretentie om te zeggen dat in Vlaanderen de meeste mensen ook niet staan te springen om onafhankelijk te worden.”


Maar wil N-VA wel meeregeren?

“Er is verdeeldheid, maar die is er ook bij CD&V en Open Vld. Heel het politieke systeem zit met hetzelfde probleem. Zelfs bij de PS vragen ze zich af: moeten wij wel in de regering stappen?"


“Ik wil een regering met Vlaamse meerderheid, maar tegelijk is er de realiteit: Magnette (PS-voorzitter, red.) zegt njet. Hij heeft de deur dichtgedaan, niet N-VA. Al wil N-VA natuurlijk ook niet met de PS besturen, en met recht en reden. Ik ben niet degene die de standpunten van de PS gaat afdoen als des duivels. Ze zijn zeker legitiem. Maar ze zijn onverenigbaar met die van de grote meerderheid van de Vlaamse partijen en kiezers. Er is dus geen gemeenschappelijk doel.”


De perceptie is dat de politiek niet eens probeert om er één te vinden.

“Maar neen! Die aanname is vals. Het ligt niet aan de politici. Het ligt aan het fundamentele probleem. Noord en Zuid zijn uit elkaar gegroeid. Daar moet je iets mee doen. De kiezer ziet dat ook, die is niet dom. Ik word daar eigenlijk heel boos over, de commentaren in de kranten: ‘als je wilt, dan kan het toch’. Nee, nee, en nog eens nee: dat gaat níét."


“Stel dat u tien euro verdient en ik vijf. Dan is er een model dat dat verschil aanneemt als een feit, maar beiden de mogelijkheid wil geven om vooruit te gaan. Een ander model zegt: ‘U tien en ik vijf euro? Dat wordt dan allebei 7,5.’ Waarbij de volgende stap - dat is historisch bewezen - ook vaststaat. Van 7,5 naar 6, dan naar 5, enzovoort. Dat is in wezen het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië.”


Wat stelt u dan voor?

“Een reorganisatieplan van de Belgische staat dat op relatief korte termijn kan worden uitgewerkt, waarbij natuurlijk de voorwaarde is dat we geleidelijk aan zullen evolueren naar een ander samenlevingsmodel. We gaan niet in de nacht van 11 op 12 januari het confederalisme invoeren. Maar we zouden nu wel een princiepsakkoord moeten sluiten dat we daar op zo kort mogelijke termijn werk van maken en dat de solidariteit tussen de deelstaten lang genoeg zal duren. Anders krijg je dat in Wallonië nooit verkocht. En ik versta dat heel goed.”


Wat doet u denken dat de Franstalige partijen bereid zouden zijn tot zo’n pact?

“Het alternatief is een vijandige scheiding over zoveel jaar. Of de boel nu voor jaren blokkeren. Dat laatste kunnen we ons echt niet permitteren, en het eerste zou ik echt vreselijk vinden."


“Ik heb als Kamervoorzitter uitstekende contacten gesmeed over de taalgrens. Ik ga deze week nog eten met enkele vrienden bij de PS. Ik ben ook heel veel in Wallonië geweest de afgelopen jaren. Als je daar met de mensen praat, die snappen het wel hoor. Meer zelfs: ze smeekten keer op keer dat N-VA ook in Wallonië zou opkomen.”


‘De VRT zwemt in het geld. Echt.

Er lopen aan de Reyerslaan mensen rond voor wie ze iets moeten zoeken om ze bezig te houden.’ 


Als u zulke goede contacten hebt, zou de koning ú dan niet beter het veld insturen?

“Ik heb beslist om te stoppen en daar hou ik me aan. Ook al krijg ik nog wekelijks aanbiedingen om allerlei dingen te doen.”


U bent wel degelijk gepolst om een rol te spelen in de formatie?

“O nee, dat niet. Ik ben enkel nog lid van de partij, point final. Maar ik krijg talloze keren de opmerking dat men me mist in het partijbestuur, omdat ik daar blijkbaar de stem van de buitenstaander verkondigde. Ik ben wel tien jaar politicus geweest, maar in mijn hoofd ben ik altijd journalist gebleven. Dat heeft me altijd een helikopterzicht gegeven. Waarschijnlijk is het dat.”


Staan beroepspolitici soms te ver van de werkelijkheid?

“Natuurlijk, dat kan bijna niet anders.”


De kritiek is vaak dat politici te veel verdienen om te beseffen wat de impact van hun maatregelen is.

(nadrukkelijk) “Politici zijn met veel te veel, maar ze verdienen helemáál niet te veel. Toen ik voor het eerst verkozen werd, werd ik onmiddellijk ondervoorzitter van de Kamer. Daardoor had ik ietsje meer dan ik voorheen verdiende op de VRT. Dat is toch niet normaal? Ik kan u verzekeren dat mijn leven bij de VRT heel wat comfortabeler was dan in de politiek, hoor. En dan die oefeningen in zelfkwelling die worden georganiseerd...


Bedoelt u de hervorming van de uittredingsvergoedingen?

“Bijvoorbeeld.”


U hebt uw vergoeding opgenomen, goed voor 175.000 euro.

“Er waren 176 volksvertegenwoordigers die er na de verkiezingen recht op hadden. Eén heeft zijn vergoeding niet gevraagd. Ik wel. Waarom zou je daar geen gebruik van maken?"


“Maar eigenlijk ben ik nooit met geld bezig geweest. Dat is ook een deel van mijn ondergang geweest.”


Zo wist u niet of u nu al dan niet betaald werd voor uw advies aan Telenet, hoewel het over 12.000 euro ging. Snapt u dat mensen dat onbegrijpelijk vinden?

(knikt) “Maar ik heb ook altijd genoeg gehad, ik moest daar niet mee bezig zijn.”


Bewijst dat niet juist het punt dat politici wel degelijk te veel verdienen om voeling te hebben met de maatschappij? We zitten hier in uw buitenhuis, u hebt nog een woning in Gent en de gemiddelde mens kan evenmin overwinteren in Zuid-Afrika.

“Ik denk dat je ervan zou kunnen schrikken wat de gemiddelde mens heeft. Kijk maar naar hoeveel geld er geparkeerd staat op de spaarboekjes.”


Het gemiddelde Belgische maandinkomen schommelt rond de 3.500 euro bruto.

“Ja, er is verschil. Maar dat is het model van daarstraks. De ene verdient 10 euro, de andere 5. Maar allebei 7,5, dat gaan we niet doen."


“U hebt het over de afstand tussen de politicus en de man in de straat. Wel, hoe langer u hier nog over doorgaat, hoe groter die nog zal worden. Maar doet u maar.”


Maar vindt u het dan gek dat de man in de straat zegt: we betalen hen zoveel en ze krijgen niet eens een regering gevormd?

(scherp) “Dat heeft niets, maar dan ook niets met elkaar te maken."


“Ik weet het: dit is een discussie die ik niet kan winnen, maar ik ken heel veel mensen die veel meer verdienen dan politici, zonder dat ze buitenissige jobs hebben of Jeff Bezos (oprichter van internetbedrijf Amazon, red.) zijn.”


Dat zegt dan misschien meer over de kringen waarin u verkeert.

“Nee hoor, dat zijn heel gewone mensen. Kijk, iedereen heeft gelijke kansen. Er zijn alleen geen gelijke uitkomsten. Je hebt veel schilders die heel hard hun best doen maar nauwelijks iets verkocht krijgen, en dan heb je Luc Tuymans die miljoenen krijgt voor een schilderij. Dit is een fair systeem en ik ben voor dat systeem.”


Intussen verkeert de VRT in crisis, sinds het voltallige directiecomité zich tegen Peter Claes, de nummer twee van diezelfde directie, keerde. Hoe kijkt u daarnaar?

“Met zeer verwonderde ogen.”


Zei hij geamuseerd.

“Neen, echt niet. Ik kan echt niet begrijpen wat leden van een directie bezielt om een gezamenlijke brief te schrijven aan de Vlaamse overheid, haar enige aandeelhouder, om het vertrouwen in een van haar collega’s op te zeggen. Hoever moet je van de werkelijkheid weg zijn om dat te doen? Tenzij je natuurlijk kiest voor een soort van collectieve zelfmoord. Dat lijkt me de enige plausibele uitleg: dat al die directieleden sowieso aansturen op ontslag. Ik neem aan: mét uittredingsvergoeding.”


Het directiecomité en de CEO moeten weg en Claes moet blijven?

“Dat laatste weet ik niet, want ik ken die mens eigenlijk niet zo goed. Maar ik hoor uit alle mogelijke hoeken dat hij de enige is met kennis van zaken wanneer het gaat over de corebusiness van het huis.”


De raad van bestuur van VRT duidde intussen een bemiddelaar aan. Noël Slangen tweette daarover dat dat een poging is van die raad van bestuur om de hete aardappel door te schuiven naar hun opvolgers. Ze moeten binnenkort namelijk vervangen worden. U reageerde met ‘it’s far more wicked’. Wat bedoelt u daarmee?

“Natuurlijk is het far more wicked. Wie is de bemiddelaar? De man die Paul Lembrechts op zijn stoel heeft gezet (Fabiaan Van Vrekhem van consultancybedrijf Accord Group Belgium die destijds de selectieprocedure voor de nieuwe VRT-CEO begeleidde, red.). Als uitgerekend die man wordt aangesteld om te bemiddelen, is dat duidelijk met een agenda gebeurd.”


U vermoedt een politieke zet?

“Ik mag niet antwoorden: ‘ja’. Maar het zou me verbazen mocht het geen politieke zet zijn. Er zijn mensen die het niet kunnen laten zich in dat soort situaties te mengen.”


Zoals?

“Namen zal u van mij niet krijgen."


“Ik heb het Mark Coenen (oud-directeur VRT Radio, red.) onlangs nog horen vertellen in Touché op Radio 1. Hij was in de running om CEO te worden, tot hem wordt meegedeeld dat het iemand moest worden van de partij van de toenmalige minister. Hij zegt dat letterlijk. Ik heb dat zelf ook gezien. Dat is het grote drama van de VRT. Eric Van Rompuy (CD&V, Vlaams minister van Media van 1995-1999, red.) verdient een standbeeld voor de depolitisering van de VRT. Maar na hem kwam de politiek petit à petit terug binnen sluipen."


“Ik ken er maar één die zich zeker nooit bemoeid heeft en dat is Geert Bourgeois. Hij was Vlaams minister-president toen Paul Lembrechts werd aangesteld. Toen de selectieprocedure liep, heeft hij op het partijbureau verschillende keren gezegd: we laten het aan de headhunter over. Terwijl de politieke beïnvloeding natuurlijk juist via die headhunters verloopt. Je betaalt die mensen veel geld om te doen wat jij vraagt. (lacht) Ik hou van Geert, het is echt een schat van een mens, verstandig en al wat je wilt, maar tot op zekere hoogte een beetje naïef.”


Hoe moet het nu verder?

“Natuurlijk is wat nu gebeurt nefast voor de VRT, maar het is tegelijk een enorme kans. De nieuwe minister van Media, Benjamin Dalle (CD&V), kan zo goed worden als Van Rompuy. Als hij nu de juiste man op de juiste plaats kan zetten, zit hij gebeiteld. Het wordt tijd dat je iemand aan de kop zet die verstand heeft van media. En niet iemand uit een koekjesfabriek of een veearts (hij doelt op Paul Lembrechts, red.) die zogezegd verstand heeft van financiën."


“Weet je wat de VRT nodig heeft? Een eigen Mike en Guido (Verdrengh en Depraetere, oprichters van VTM, red.). Ik heb die alle twee heel goed gekend. Zij hadden echt heel verschillende talenten. Guido kon tellen, Mike veel minder. Maar die kon wel een studio binnenkomen en meteen zien dat het licht totaal verkeerd hing. Dat heb je nodig. Mike en Guido."


“Je merkt toch dat het ontbreekt aan visie waar het met de VRT naartoe moet. Bij de VRT zullen ze me weer verwijten dat ik hen bash maar dat is absoluut onjuist. Er werken op de VRT – niet allemaal – maar toch een voldoende groot aantal zeer goede mensen. En die hebben recht op een beter beleid. Dat zal ons ook betere programma’s en betere content online opleveren."


Dat wordt moeilijk met die extra besparingsronde.

“Dat heeft daar niets mee te maken. Die besparingsoefening betekent echt niets voor de VRT. Er kan gigantisch veel aan efficiëntie gewonnen worden. Wie in een privé-mediaomgeving heeft gewerkt, kan niet anders dan zich bescheuren van het lachen als hij hoort dat de VRT niet meer kan besparen. Ze zwemmen in het geld. Echt.”


Toch krijgen we steeds meer herhalingen te zien.

“Omdat ze op de verkeerde dingen besparen. Als je iedereen aan boord wilt houden, kun je op den duur alleen nog in het programma-aanbod knippen. De mismatch, waarvan ze bij de VRT blijven beweren dat die niet bestaat, is er wel degelijk. Er lopen aan de Reyerslaan mensen rond voor wie ze iets moeten zoeken om ze bezig te houden. Mensen die tweeënhalve dag krijgen om iets te doen wat in anderhalf uur kan. Er kan gigantisch veel aan efficiëntie gewonnen worden."


“Het mooiste wat ik in mijn leven heb meegemaakt, is de omslag van het ministerie van radio en televisie van Cas Goossens naar het bedrijf VRT, geleid door Bert De Graeve. Maar Tony Mary heeft daarna aan de Reyerslaan opnieuw een Mexicaans leger geïnstalleerd. Al wie malcontent is, wordt chef en moet niet meer werken. Een beetje zoals in het onderwijs. Ook daar heb je gigantisch veel mensen die niet voor de klas staan maar toch betaald worden."


“Ach, we hebben een land met potentie. Alleen wordt het verschrikkelijk slecht bestuurd. Op macroniveau, maar ook op microniveau, zoals bij de VRT.”


Er zijn toch pogingen geweest om een en ander efficiënter te doen verlopen, zoals de eenmaking van de nieuwsdienst?

“Een van de dingen die voor mij de deur dichtdeden, waren de verkiezingsprogramma’s. Die waren verschrikkelijk. Je hebt het over federale en regionale verkiezingen en je vindt er niets beters op dan de formats van de gemeenteraadsverkiezingen te kopiëren. Enkel dankzij het grote talent van Phara is dat nog een beetje rechtgetrokken."


“En dan maken ze ook nog zulke gigantisch stomme fouten. Eindeloos focussen op het klimaat bijvoorbeeld, waarvan ze intussen hebben toegegeven dat dat verkeerd was. Of dat filmpje dat ze getoond hebben in een debat tussen Guy Verhofstadt en Geert Bourgeois, net op het moment dat Verhofstadt een argument maakt dat daarbij aansloot. Iedereen die televisie maakt, weet dat dat not done is. Je kunt het niet maken om tijdens een debat een bepaald argument met beeldmateriaal te ondersteunen."


“Het was een menselijke fout van de regisseur, weet ik intussen, maar geef dat dan toe. Maar als ik daarover tweet, krijg ik van Kathleen Cools als antwoord: ‘Meneer Bracke, u bent dat misschien vergeten, maar televisie wordt nu eenmaal met beeld gemaakt’. Dan denk ik: ‘It’s over’. Dan valt er niet meer te praten.”


Was u geschrokken van hoe gedetailleerd de VRT in het Vlaams regeerakkoord aan bod kwam?

“Ik was verschrikkelijk blij. Het Vlaams regeerakkoord is een heel uitgebreid document. Daar ben ik in principe nochtans een tegenstander van. Toen de vorige beheersovereenkomst onderhandeld moest worden, had ik een proeve van zo’n beheersovereenkomst gemaakt voor de eigen partij. Dat document was amper twee bladzijden lang. Maar ik kan u verzekeren: hadden ze dat uitgevoerd, dan stond de VRT er een stuk beter voor dan vandaag.”


Wat stond daarin?

“Het uitgangspunt was vertrouwen, hoe raar dat ook mag klinken. Maar ook controle was belangrijk."


“Alleen had mijn document binnen de N-VA geen schijn van kans. Toen de uiteindelijke beheersovereenkomst binnen de partij besproken werd, had men maar oog voor één ding: of er iets in stond over het gebruik van Standaardnederlands. En warempel, dat stond praktisch op de eerste bladzijde. Het idee dat de VRT ging beginnen uitzenden in het Chinees, kreeg dus geen kans (grijns). Voor de N-VA was dat dé essentie. Meer moest het voor hen niet zijn. Die overdreven belangstelling voor het Nederlands op de VRT is belachelijk.”


In het regeerakkoord staat nu wel duidelijk wat VRT allemaal moet doen.

“Dat is typisch Jambon. Hij is een zakenmens.”


Bij VRT heerst de angst dat N-VA er een staatszender van wil maken.

“Ik kan daar maar één zinnetje op antwoorden: C’est le ridicule qui tue. Hebben ze nu echt de bedoeling om hun eigen problemen te vergroten of hoe zit het? Dat insinueren is gewoon belachelijk.”


De schrik die er heerst komt ook niet uit de lucht vallen. De kritiek, vooral vanuit N-VA-hoek, was de voorbije jaren snoeihard.

“Natuurlijk. Maar het is niet de bedoeling van de N-VA om te bepalen welke programma’s er worden gemaakt en wie daarin aan bod komt. En mocht het zo zijn, dan zul je deze jongen horen foeteren.”


U zegt dat u zo goed bent in gepensioneerd zijn, waarom geeft u dan toch nog zo graag uw mening?

“Ik kan niet anders. Kent u dat boekje van Ronald Giphart, De voorzitter? Dat gaat over een man die voorzitter is van een voetbalclub. Hij heeft een visitekaartje maar onder zijn naam staat niet ‘voorzitter’, maar wel ‘voor al uw bemoeienissen’. Dat is iets wat ook bij mij zou kunnen staan. (lacht) Ik ben een moeial. Ik kan niet woordeloos toekijken. Maar ik ken mijn plaats wel.”


Is die niet eerder in de raad van bestuur van VRT?

“Neen, neen. Laat mij maar af en toe een stukje schrijven.”


Bent u al gepolst?

“Ik heb daar twintig telefoons van journalisten over gekregen.”


Maar geen enkel van de N-VA?

“Ik heb meteen laten weten dat ik geen vragende partij was.”


Aan de zijlijn blijven roepen is ook de makkelijkste keuze. Dan moet u geen verantwoordelijkheid opnemen.

“Ik ga antwoorden met Sun Tzu, auteur van De kunst van het oorlogvoeren: ‘Je kunt de oorlog het makkelijkst winnen door niet te vechten.’”


Toch is wat u op Twitter gooit over de VRT niet bepaald vredestichtend.

“Vindt u?”


Vreest u dat u zich te veel zou opwinden, mocht u in de raad van bestuur zetelen?

“Ik kan heel goed doen alsof ik me gigantisch opwind, ook als er eigenlijk amper iets aan de hand is. Toen ik baas was op de VRT, deed ik dat ook: af en toe eens doen alsof ik heel kwaad was. Ik word één keer om de zeven jaar kwaad. En dan eigenlijk enkel om privézaken. Het gebeurt uiterst zelden, maar wanneer het zover is, hoed u dan. Dan zeg ik niets meer, maar ben ik wel levensgevaarlijk.”


De dag dat u niet meer tweet, zoeken we best dekking?

“Ja. Al kan het natuurlijk ook zijn dat ik dood ben.”


Wie is Siegfried Bracke

  • Geboren op 21 februari 1953 in Gent
  • Werkte van 1981 tot 2010 voor VRT
  • Was daar tussen 2007 en 2009 hoofdredacteur Duiding 
  • Stapte in 2010 in de politiek voor N-VA
  • Was Kamervoorzitter van 2014-2019 
  • Werd op 26 mei verrassend niet herkozen 
  • Nam in juni ook ontslag uit de Gentse gemeenteraad en stopte zo met politiek



Dirk De Wachter & Paul Verhaeghe


'Het normale leven is waanzin geworden, maar we merken het niet eens'


Humo


 

Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter pikken de mensen op die de razende vaart van de samenleving niet meer kunnen volgen. Hun wachtkamers puilen uit van de opgevers, die vaak met de vinger worden nagewezen wegens een vermeend gebrek aan karakter en ijver. Maar in hun pas verschenen boeken ‘Over normaliteit en andere afwijkingen’ en ‘De kunst van het ongelukkig zijn’ vragen Verhaeghe en De Wachter zich af wie eigenlijk de gekken zijn: de afhakers, of de groep die succesvol meedraait aan de top. Een gesprek over liefde, egoïsme en bubbelbaden op de Kaaimaneilanden.


'Mensen willen zoals Brad Pitt en Angelina Jolie zijn, maar ze vergeten dat die sterren rampzalige relaties hebben'


Dat het allemaal wat minder mag, zeggen ze vaak tegen de mensen. Minder perfect, minder snel, minder mooi. Maar hun eigen adviezen toepassen is voor de bekendste zielenknijpers van Vlaanderen nog een werkpuntje. Dit interview vindt plaats om halfnegen ’s avonds, in het Gentse Museum Dr. Guislain, waar Dirk De Wachter na halfelf nog een evenement heeft. Maar in een tijdspanne van drie weken was dit het enige gaatje in hun overvolle agenda’s. ‘We draaien mee in de mallemolen die we aanklagen,’ zegt Dirk De Wachter. ‘Maar wij hebben een job die ons tevredenstelt. Veel mensen hebben dat geluk niet.’


Humo Uit het Nationaal Geluksonderzoek van professor Lieven Annemans bleek dit jaar dat 46 procent van de Belgen zich soms tot altijd eenzaam voelt, bij jongvolwassenen tussen 20 en 34 jaar is dat meer dan de helft. Eén op de vijf jongeren heeft psychische problemen en België scoort zeer hoog in de lijstjes met burn-outs, depressies en zelfdodingen. Wat is er aan de hand?

Paul VERHAEGHE «Onze neoliberale maatschappij is ziekmakend. De normen waaraan mensen moeten voldoen, liggen zo hoog dat velen die niet halen. En zelfs degenen die ze wel halen, voelen zich vaak niet lekker, omdat het maatschappelijke ideaalbeeld ons sterk op onszelf teruggooit.»


Humo Wat is dat ideaalbeeld?

VERHAEGHE «Dat je succesvol moet zijn en voortdurend in competitie moet gaan met anderen: op het werk, in je vrije tijd, in je familie… Dat idee is eind jaren 80 ontstaan, en de digitalisering en de Instagramcultuur, waarin we onszelf als uniek merk in de markt moeten zetten, hebben daar nog een turbo op gezet. Het gevolg van die aanhoudende concurrentie met anderen is dat we niemand meer vertrouwen. Zelfs in koppels bestaat die rivaliteit: ‘Wie van ons is de strafste? Wie moet de meeste huishoudelijke klussen doen, zodat de andere meer tijd heeft om succes te boeken?’ Mensen voelen zich alleen, omdat ze merken dat ook de andere met zichzelf bezig is. Volgens de Franse schrijver Michel Houellebecq zijn we allemaal elementaire deeltjes geworden. We leven apart together, elk in onze bubbel.»


Humo Is dat niet de natte droom van elke stamboekliberaal: de ultieme vrijheid en zelfontplooiing?

DE WACHTER «Het is vooral een illusie. Wij zijn een sociale diersoort, we hebben de anderen nodig. Zet ons allemaal apart en we worden ziek.»


Humo Waarom hekelt u allebei de idee dat geluk maakbaar is?

DE WACHTER «Omdat geluk dan heel egocentrisch wordt: geluk als ‘iets van míj, waar ik zelf voor heb gezorgd, en wat de anderen doen, boeit me niet’. Dat is het recept voor een kille samenleving, waarin pech, lijden en verdriet als je eigen schuld worden beschouwd. Het gevolg is dat mensen de pijn verzwijgen in plaats van erover te praten. Verdriet dat niet naar buiten komt, gaat rotten. Het kan je ziek maken. Pas als we het uiten, wordt het draaglijk. Daarom is de kunst van het leven de aanvaarding dat moeilijkheden en tekortkomingen bij het leven horen, en dat je die deelt met anderen.»


VERHAEGHE «Als je die idee van maakbaar geluk doortrekt, is het nooit goed genoeg. Dan wordt jezelf beter maken een morele plicht, en elke mislukking een persoonlijk falen. In mijn praktijk zie ik veel perfectionisten die bang zijn om te mislukken of die al mislukt zijn. Uitblinken op alle terreinen is een must: op het werk, als partner, ouder, vriend, sportman… Ze zijn verwikkeld in een continue rechtszaak met zichzelf als beschuldigde én rechter, maar zonder verdediging: ‘Dit kan beter, dat heb ik niet goed gedaan, mijn kinderen presteren slecht op school…’ Hun faalangst drijft hen almaar verder, en zo branden ze op.»


DE WACHTER «Ofwel boek je succes en voel je je fantastisch, ofwel ben je een loser. Ook politiek is het wit of zwart. Waar zijn de vijftig tinten grijs gebleven?»


VERHAEGHE «Het normale leven is waanzin geworden, maar we merken het amper, omdat iedereen achter hetzelfde ideaal aanholt. Werk moet ons niet meer opgelegd worden, we moeten er bijna van weggehouden worden of we verliezen onszelf erin. En als het stopt, blijven we verweesd achter, omdat onze hele identiteit erop stoelt. De belangrijkste oorzaak voor eenzaamheid bij ouderen is het gevoel dat ze niet meer meetellen, omdat ze niet meer werken. Oudere collega’s die met emeritaat gegaan zijn, zeggen: ‘Van de ene dag op de andere ben je niets meer.’»


Humo Dat lijkt me vooral het geval bij hoogopgeleiden en zelfstandigen.

VERHAEGHE «Juist. Daarnaast heb je een grote groep ambtenaren, arbeiders en mensen in onderbetaalde banen die nauwelijks erkenning krijgen. Ze worden geconfronteerd met besparingen en efficiëntie-oefeningen: ze moeten er steeds meer taken bij nemen. Daardoor vallen steeds meer mensen uit en stijgt de druk op de overblijvers.»


DE WACHTER «Ik ben ervan geschrokken hoeveel jonge werknemers, en zelfs studenten, bij mij komen met een burn-out. Vaak zeggen ze: ‘Dokter, eigenlijk zou mijn baas hier moeten zitten.’ Het grappige is dat die baas een week later óók bij mij komt en hetzelfde zegt over zíjn baas.»


Humo Dat de Vlaamse regering in haar programma zo sterk de nadruk legt op excelleren, is dus geen goede zaak?

VERHAEGHE «Zoals de politiek het begrip excelleren invult, zul je onvermijdelijk nóg meer burn-outs zien. In het advies van de Gezondheidsraad staat letterlijk dat burn-out het gevolg is van een ziekmakende omgeving. Dat gaat lijnrecht in tegen de politieke visie.»


DE WACHTER «Ik vergelijk onze tijdgeest met een speedboot, TINA genaamd: There Is No Alternative. Die boot vaart heel snel, en vooraan staan blitse jongens in dure pakken met hun haren in de wind magnumflessen champagne leeg te spuiten, terwijl hun mooie vrouwen kirren van plezier. Maar achteraan vallen mensen uit de boot, omdat het zo snel gaat en er geen relingen zijn. Door het geraas horen de succesboys dat niet. En achter die speedboot varen wij, de psychiaters en de psychologen, in rubberbootjes. Wij vissen de overboord gevallen sukkelaars op en geven ze droge kleren.»


VERHAEGHE «Een schitterende metafoor!»


DE WACHTER «Maar onze rubberbootjes kunnen amper volgen, waardoor het heel moeilijk is om die patiënten weer op de speedboot te krijgen. De overheid zegt nu dat die boot nog harder mag gaan, en dat de rubberbootjes van de psychiaters te duur zijn: ‘Laten we de mensen zwemvesten geven, dan verdrinken ze ook niet.’ Néé, die speedboot moet trager varen, en achteraan moet er een stevige reling komen, een sterke sociale zekerheid, zodat minder mensen in het water vallen. Want vergis u niet: de meesten hebben geen psychiatrische afwijkingen, maar zijn gewone mensen die de ratrace niet meer aankunnen. Je zou kunnen zeggen dat degenen die wel succesvol zijn de gekken zijn, om het woord ‘psychopaten’ niet te gebruiken.»


Humo Een straffe uitspraak.

VERHAEGHE «Dirk heeft gelijk. Kijk naar de politiek, de grootbanken die de bankencrisis hebben veroorzaakt, of multinationals die excelleren door hun personeel uit te persen: aan de top zitten vaak succesvolle sociopaten die alleen met zichzelf bezig zijn.»


DE WACHTER «Uiteraard zijn er ook sociaal voelende bedrijfsleiders en politici, maar het lijkt er toch op dat gewetenloos doordrammen zonder rekening te houden met de medemens of de planeet de kortste weg is naar succes. Veel mensen zijn gelukkig ten koste van anderen. Ze vertrappelen hen en worden daar soms nog om bewonderd ook.»


Humo U vindt dat de gelukkigen wat nederiger moeten zijn. Waarom is die Vlaamse bescheidenheid nodig?

DE WACHTER «Omdat het behalen van succes meer te maken heeft met geluk dan met je eigen verdienste. Dat ik psychiater ben, dank ik aan het feit dat ik geboren ben in een land zonder oorlog of hongersnood, met bijna gratis onderwijs en een goede gezondheidszorg. Ik had ook het geluk dat ik wat verstand meekreeg en geboren werd in een gezin waarin ik graag werd gezien. Ik zie dagelijks in mijn praktijk hoe belangrijk die liefdevolle omgeving is. Wij, westerlingen, beseffen niet hoeveel we krijgen.»


Humo Is het dan geen verdienste dat je de geboden kansen ook grijpt?

DE WACHTER «Jawel, maar dat geeft je nog niet het recht om hoog van de toren te blazen. Schenk wat meer aandacht aan de mensen rondom je. Wie kansen heeft gekregen, heeft de verantwoordelijkheid om iets te doen voor wie door zijn ouders mishandeld of verwaarloosd is, die in oorlog is opgegroeid of door erfelijkheid een kwetsbaar brein heeft dat hem bij de minste stress door de knieën doet gaan. Als de gelukkigen voor de ongelukkigen zorgen, worden ze daar zelf ook gelukkiger van, want het geeft hun leven een diepere betekenis. Dat gevoel gaat dieper dan het oppervlakkige streven naar succes, genieten en steeds weer nieuwe kicks. Het idee dat het leven altijd leuk moet zijn, is de ziekte van deze tijd.»


Humo Wat is er mis met genieten?

DE WACHTER «Als dat het doel van het leven is, vind ik het nogal leeg.»


VERHAEGHE «Maar dat wordt ons wel opgedrongen door de consumptiemaatschappij.»


DE WACHTER «Op den duur voel je je bijna schuldig als je niet op reis gaat, maar gewoon in de tuin zit, want dat kost niets, en het oogt minder spectaculair op Instagram.»


VERHAEGHE «Tenzij je een zwembad laat aanleggen en nieuwe tuinmeubels koopt. En een poolhouse met een buitenkeuken (lacht).»


Humo Mensen die elke zomer naar Ibiza willen, en elke winter naar Ischgl en Tenerife, zijn dus afgedwaald?

DE WACHTER «Mensen mogen reizen, dat doe ik zelf ook, maar waar houdt het op? Op den duur wordt Ibiza te saai en zijn we alleen nog tevreden als we ons in een wellnessresort op de Kaaimaneilanden in een bubbelbad kunnen laten zakken. Dan wordt geluk synoniem voor zelfgenoegzaam wegzinken in leegheid. Ik betwijfel of je daar fundamenteel gelukkig van wordt. De wonderlijkheid van het bestaan zit in doodgewone dingen: koken met je geliefde, je kind zien lachen, afspraakjes met vrienden, rustig genieten van een goed boek…»


VERHAEGHE «Maar dat gaat in tegen de heersende yolo-moraal: you only live once.»


DE WACHTER «Ja, leven tot op de bodem. Maar op de bodem van de pot is de pudding soms aangebrand. Als je te veel schraapt, wordt het minder lekker. Ik zie geregeld succesvolle mensen die jarenlang hebben geleefd alsof het hun laatste dag is, zoals André Hazes jr. zingt, tot ze instorten. Misschien is het dan beter om kleine hapjes pudding te eten en daar maximaal van te genieten.»


Humo Er kwam ook kritiek op uw boek: het zou een pleidooi voor saaiheid zijn, je moet je schikken in je kleurloze lot. Bestaat het risico niet dat mensen die hun relatie of job beu zijn, zich daarbij neerleggen?

DE WACHTER «Dat is een cynische interpretatie. Ik pleit voor een ambitieus en gelukkig leven met veel engagement, maar minder ikkigheid. Als mensen denken dat ze zich kunnen verbeteren, hou ik hen niet tegen. Maar niet iedereen heeft de kracht om op z’n 45ste nog van job te veranderen. Zo iemand kan zich wel buiten het werk engageren, in vrijwilligerswerk, als trainer in de voetbalclub, in de buurt of bij familie.»


Humo Pijn en lijden als deel van het leven, bescheidenheid, je plicht doen: het doet een beetje aan de Kerk denken.

DE WACHTER «Je zou denken dat mensen die boodschappen al kennen, maar blijkbaar hebben ze, door het wegvallen van de Kerk, psychiaters nodig om hen eraan te herinneren. Toch word ik niet graag bestempeld als een pastoor. Het wekt de indruk dat ik niet meer van deze tijd ben. Ik zeg mijn patiënten niet hoe het moet, ik ga met hen in dialoog en hoop dat ze door dat gesprek zelf een oplossing vinden. Maar ik sta wel achter de christelijke waarden. Mijn familie was nogal ‘multicultureel’, met een liberale vader, een socialistische tante en ook enkele pastoors aan moederskant. Daar hoopte men dat ik ook pastoor zou worden, maar mijn moeder heeft me nooit gepusht: ze vond een gezin belangrijker. Vandaag ben ik niet meer zo gelovig, maar ik vind dat we de christelijke traditie, met haar zingeving en rituelen op belangrijke levensmomenten, moeten koesteren.»


Humo Veel mensen zijn ontgoocheld in de liefde. Merken jullie dat ook?

DE WACHTER «Zeker. Dat heeft vooral te maken met onrealistische, hollywoodiaanse verwachtingen. In zijn boek ‘Sapiens’ schreef Yuval Noah Harari: ‘Als je een ossenwagen wilt en je krijgt een ossenwagen, dan ben je tevreden. Als je een nieuwe Ferrari wilt, en je krijgt een tweedehandse Fiat, dan voel je je tekortgedaan.’ Mensen willen zoals Brad Pitt en Angelina Jolie zijn, maar ze vergeten dat die sterren rampzalige relaties hebben. De wonderlijkheid van de liefde zit in het gewone, duurzame samenleven, niet in altijd weer nieuwe prikkels en horizonten zoeken. Ik ben een romanticus, maar ik zoek die romantiek in innerlijke verdieping, niet in strandwandelingen op paradijselijke bestemmingen.»


Humo Ik ken vrouwen die boos worden als therapeuten zeggen dat de liefde uit de Hollywoodfilms niet bestaat.

DE WACHTER «In uitzonderlijke, bijna miraculeuze gevallen zal dat wel bestaan, maar het is niet weggelegd voor 99,9 procent van de bevolking. Je kunt hopen op een partner met wie je perfect samenvalt, nooit ruziemaakt en steeds hogere romantische toppen bereikt, maar de kans op ontgoocheling is gigantisch. De perfecte liefde bestaat net zomin als de perfecte vriendschap.»


VERHAEGHE «Volgens psychoanalyticus Jacques Lacan bestaat er geen correct model voor een liefdesverhouding. Elk koppel moet dat opnieuw uitvinden.»


DE WACHTER «Je moet de imperfectie koesteren en elkaars verschillen aanvaarden. De motor van het verlangen is dat je de ander nooit helemaal kunt begrijpen. Daardoor blijf je geïnteresseerd en verwonderd: ‘We zijn nu al zo lang samen en ik begrijp haar nog altijd niet.’»


VERHAEGHE «Veel mensen beginnen aan een relatie met de rem op, vanuit de verwachting dat het toch zal mislukken, terwijl zo’n relatie een veilige haven zou moeten zijn.»


Humo Joke Devynck had het laatst in De Morgen over een generatie emotioneel geconstipeerde mannen die zijn opgevoed door ouders die hen terechtwezen als ze huilden. Daardoor hebben ze nooit geleerd om hun emoties te uiten, tot frustratie van hun partners, die het gevoel hebben op een muur te botsen.

DE WACHTER «Dat is de nagel op de kop. Ik krijg veel vrouwen over de vloer die vragen of ik hun man niet op autisme kan testen (hilariteit).»


VERHAEGHE «Soms wordt het pijnlijk grappig. ‘Maar zég nu verdorie eens wat je voelt!’ Dan deinst die man natuurlijk nog wat verder achteruit.»


DE WACHTER «Ik ben niet voor zo’n autismetest, maar soms komt er wel een kleine autismestoornis aan het licht en blijkt dat voor de vrouw een geruststelling: ‘Ah, het ligt niet aan mij, hij is gewoon zo.’»


VERHAEGHE «Dat is de zoveelste illustratie van het negatieve effect van psychiatrische etiketjes. Niet mijn ding.»


DE WACHTER «Ik maak partners ook liever duidelijk dat ze elkaar niet al te zeer kunnen veranderen en dat het beter is liefdevol om te gaan met hun verschillen. Maar soms is die diagnose een manier om de situatie te aanvaarden en samen voort te leven. Al vrees ik dat zich dat op lange termijn toch kan wreken.»


Humo In de NPO-documentaire ‘Mijn seks is stuk’ onderzocht de 34-jarige Lize Korpershoek waarom ze geen zin meer heeft in seks. Dat blijkt bij veel jonge koppels een probleem te zijn. Heeft dat u verrast?

VERHAEGHE «Absoluut. Dat fenomeen was tot voor kort typisch voor oudere koppels die lange tijd samen zijn, en dan vooral bij vrouwen. Dat het nu ook bij jongeren opduikt, was toch schrikken. Volgens het kenniscentrum Sensoa zijn de meest voorkomende oorzaken mentale problemen, stress, vermoeidheid, een laag zelfbeeld, relatieproblemen, medicatie, alcohol en drugs. Die factoren kun je bijna allemaal aan de ratrace linken. De jacht naar succes maakt ons niet alleen ziek, maar ook zo suf dat we geen zin in seks meer hebben. En het gebruik van medicatie of de pil fnuikt de sekshonger nog meer.»


Humo Heeft het ook te maken met de prestatiesfeer waarin seks is beland?

VERHAEGHE «Ongetwijfeld. Als seks een perfect nummertje moet zijn tussen twee perfecte lijven, krijg je een opvoering met partijen die tegelijk acteur en beoordelaar zijn. Als je de hele tijd met een rechter in je hoofd rondloopt en je vreest de afkeuring van de ander, wordt het moeilijk om jezelf bloot te geven. In mijn praktijk hoor ik vaak: ‘Ik wil intimiteit, maar ik krijg alleen seks.’


Humo Is dat niet ongeveer hetzelfde?

VERHAEGHE «Intimiteit gaat veel breder. Het begint in de verhouding tussen moeder en kind: de lichamelijkheid, aandacht en zorg van de moeder. Die behoefte blijven we ons hele leven meedragen. Veel vrouwen missen dat in hun relatie, omdat hun man meer op seks is gericht, waardoor er een mismatch ontstaat.»


DE WACHTER «Toch hebben ook mannen nood aan intimiteit, maar ze drukken het niet zo uit, omdat ze dan denken dat ze mietjes zijn. De maatschappij geeft dubbele signalen: enerzijds heb je de groeiende gelijkheid tussen man en vrouw, anderzijds moet de man nog altijd de macho zijn die presteert, succesvol is, sportief, verleidelijk, slim… Maar thuis moet hij wel de afwas doen!»


Humo Meneer Verhaeghe, u schrijft in uw boek dat de psychiatrie moet aandringen op structurele hervormingen. U vergelijkt die taak zelfs met wat de geneeskunde heeft verwezenlijkt tussen 1850 en 1950.

VERHAEGHE «De voorbije 150 jaar hebben wij op medisch vlak grote vooruitgang geboekt. Dat we veel langer en gezonder leven, komt door een reeks gezondheidsmaatregelen zoals proper drinkwater, inentingen, betere hygiëne, betere rioleringen, betere voeding… Helaas is het accent verschoven naar de zorg voor de individuele patiënt. Dat moet veranderen. Als psychiaters en psychotherapeuten zien dat er te veel uitval is in de maatschappij, is het hun plicht om de overheid ervan te overtuigen dat ze moet ingrijpen.»


DE WACHTER «Daar is ze nog niet aan toe.»


VERHAEGHE «Zoiets vraagt tijd, maar elders wordt onze boodschap toch stilaan opgepikt.»


Humo Wat moet er veranderen?

VERHAEGHE «Laten we beginnen met een betere kinderzorg. Jonge ouders die voor de opvang van hun kinderen niet op de grootouders kunnen rekenen, hebben van ’s morgens tot ’s avonds stress. Er is geen tijd om de dag rustig te beginnen en samen te ontbijten, wat nochtans het begin van de opvoeding is, en ’s avonds komen de ouders dolgedraaid thuis, waardoor ze zichzelf minder kunnen beheersen dan normaal. Als het kind dan vervelend doet, kunnen er spijtige dingen gebeuren.»


DE WACHTER «Het is dubbel: kinderen zijn koningen die alle geprojecteerde dromen van hun ouders moeten waarmaken, maar die ouders hebben steeds minder tijd voor hen omdat ze zo hard bezig zijn met het najagen van hun eigen succes. Toch mogen we hen niet met een schuldgevoel opzadelen.»


VERHAEGHE «Nee, hun gedrag is het gevolg van de maatschappelijke context. Díé moet veranderen. In de Scandinavische landen kunnen beide ouders een jaar thuisblijven na de geboorte van hun kind. Waarom kan dat hier niet? En het is bewezen dat kinderen die in kwaliteitsvolle crèches opgevangen worden, het even goed doen als peuters die thuis opgroeien. Maar sommige van mijn assistentes hadden een maand vóór de bevalling nog altijd geen crèche gevonden voor hun baby. Dat kan toch niet in één van de rijkste landen ter wereld?»


«Als we willen dat iedereen werkt, moeten we veel meer investeren in kinderopvang en scholen, en moet er meer geluisterd worden naar de werknemers over hoe de combinatie tussen arbeid en gezin beter kan. Voor de nieuwbouw van onze faculteit heb ik gepleit voor een crèche in het gebouw. Als 70 procent van de werknemers jonge vrouwen zijn, lijkt me dat logisch, maar ze is er niet gekomen. Crèches zouden een standaardvoorziening moeten zijn in bedrijvencentra, zodat mensen minder tijd verliezen. Gezondheidseconomen hebben berekend dat zo’n beleid op korte termijn een enorme besparing zou opleveren, omdat er later minder jongeren uitvallen. Helaas doet de regering exact het tegenovergestelde.»


'Vijf jaar geleden hadden we 344.000 langdurig zieken, vandaag zijn dat er al 420.000.

En hun kwalen hebben bijna allemaal met het werk te maken'


Humo Ze wil nog meer mensen aan de slag krijgen en zal de komende jaren de groeiende groep langdurig zieken achter de veren zitten.

VERHAEGHE «Dat men meer mensen aan de slag wil helpen, is niet verkeerd. Maar men moet stoppen met hen uit te persen in citroenloopbanen.»


'Lekkende scholen en bachelors in de aardrijkskunde die wiskunde geven:

het is een wonder dat ons onderwijs het nog zo goed doet'


DE WACHTER «Zolang de speedboot niet trager vaart, zal die groep niet krimpen. Vijf jaar geleden hadden we 344.000 langdurig zieken, vandaag zijn dat er al 420.000. En hun kwalen hebben bijna allemaal met het werk te maken.»


VERHAEGHE «Onze mentaliteit moet veranderen. In Scandinavië is het normaal dat een oncoloog ’s middags zijn kinderen van school gaat halen. In Nederland doen ze om vijf uur of halfzes ’s avonds de boeken dicht. Daar krijg je na zes uur geen specialist meer te pakken. In België werken we door. Wij zijn katholieker dan de paus.»


DE WACHTER «Wat mij ook zorgen baart, is dat de zorgsector en het onderwijs onder druk staan, terwijl dat de belangrijkste steunpilaren van onze maatschappij zijn. De stem van leerkrachten en zorgkundigen wordt te weinig gehoord. Alles is een product geworden dat moet renderen.»


VERHAEGHE «Het gevolg zijn lekkende schoolgebouwen, kleuterjuffen die in de lagere school moeten lesgeven en bachelors in de aardrijkskunde die wiskunde geven. En dan is men verwonderd dat de kwaliteit van het onderwijs achteruitgaat. Het is een wonder dat we het nog zo goed doen!»


Humo U hebt ook kritiek op de vele labels die in de zorg op kinderen worden gekleefd. Als ik u goed begrijp, is ADHD eigenlijk een luchtbel?

VERHAEGHE «Juist. Alle gedragingen die van de norm afwijken, worden omschreven als psychiatrische stoornissen. Kinderen die niet opletten, te veel bewegen, vechten of pesten, worden gelabeld met een hersenziekte en krijgen medicijnen voorgeschreven die eigenlijk chemische dwangbuizen zijn, met vaak onomkeerbare neurologische effecten. Maar in werkelijkheid gaat het om psychosociale problemen, niet om ziektes.»


«Het ergste is dat mensen zich met zo’n label gaan identificeren en het als een verontschuldiging gebruiken: ‘Ik slaag niet in het leven’ wordt omgedraaid tot ‘Ik ben de grootste ADHD’er van de klas’. Of: ‘Het lukt niet in de liefde, want ik heb asperger’.»


DE WACHTER (sussend) «Maar de patiënt die bij mij komt, heeft het recht om serieus genomen te worden. Ik zal nooit zeggen: ‘ADHD bestaat niet, vriend. Stap het af.’»


VERHAEGHE «Uiteraard moet je die helpen. Maar zulke etiketten zetten mensen vast, er zijn betere manieren om te helpen.»


Humo U klaagt allebei over te veel werk.

DE WACHTER «De wachtlijsten in de zorg spreken voor zich.»


Humo Stuurt u soms patiënten door die maar een beetje ongelukkig zijn?

DE WACHTER «Nee, iedereen is welkom. Je hoeft niet schizofreen te zijn om bij mij een afspraak te krijgen. Maar we moeten opletten dat we niet alles psychiatriseren. Het zou goed zijn als mensen hun vrienden en familieleden wat meer in vertrouwen nemen, zodat ik niet de enige ben met wie ze nog over verdriet durven te praten. Pas als we goed omringd zijn, kunnen we weer opveren. Daarom vraag ik nieuwe patiënten altijd wie ze rond zich hebben. Heel vaak is het antwoord: ‘Ik heb niemand.’ De toenemende eenzaamheid is de rode draad in alle psychiatrische ziektebeelden. Wie zich vaak alleen voelt, geneest niet.»


«Ik heb een patiënte die al dertig jaar bij mij komt, een lieve dame met een traumatische ervaring die haar vertrouwen in de wereld heeft weggevaagd. Ik ben de enige met wie ze spreekt. Dat ene uur per week is het enige moment waarop ze echt bestaat. En zo zijn er veel mensen.»


VERHAEGHE «Daarom was ik blij met de reeks ‘Eenzaam’ van Xavier Taveirne op Eén. Die geïnterviewden zijn de signaalgevers van onze tijd.»


Humo Zien jullie het soms niet te zwart in, omdat jullie elke dag met pijn en verdriet geconfronteerd worden?

DE WACHTER «Ik krijg weleens het verwijt dat ik alleen de losers en de zieken zie, maar mijn patiënten komen uit alle lagen van de bevolking. In het psychiatrisch ziekenhuis in Kortenberg werk ik met mensen die aan chronische psychoses lijden en medicatie nodig hebben om te kunnen functioneren. Maar in mijn thuispraktijk ontvang ik zeer succesvolle mensen die het plots niet meer zien zitten. Ons bestaan is broos: één tegenslag kan ons uit het lood slaan.»


«Het verrassende is dat die twee uiteenlopende groepen sterk op elkaar lijken. Ze worstelen met dezelfde vragen. Hoe moet ik leven? Wat is de zin van mijn bestaan? Ook de succesvolle mens kan een zelfmoordkandidaat worden, en ook de zieke kan een liefdevolle relatie uitbouwen.»


VERHAEGHE «Ik herken die twee groepen, maar voor mij verschillen ze compleet van elkaar. De ene groep functioneert ogenschijnlijk normaal, heeft een goed inkomen, lijdt onder de maatschappelijke druk en betaalt een privépsycholoog om daarmee om te gaan. Daarnaast heb je de vuilnisbak van de maatschappij: eenoudergezinnen met veel armoede, en gezinnen met zware verslavingen, seksueel misbruik, porno op tv, lege brooddozen, vier kinderen van drie verschillende vaders… Die groep is oververtegenwoordigd in de kinderpsychiatrie en daar weet men niet waar eerst te beginnen. Collega’s zeggen me dat ze niet eens aan therapie toekomen. Het zijn voortdurend crisisinterventies.»


Humo Een pleegmoeder vroeg zich in een open brief in De Morgen af of de maatschappij niet moet verhinderen dat zulke kinderen geboren worden. Ook SP.A-kopstuk John Crombez liet een ballonnetje op over tijdelijke geboortebeperking in extreme marginaliteit.

VERHAEGHE «Ik snap de frustratie: ik heb zelf gezien welke schade kinderen van drugsverslaafde ouders oplopen. Maar als het antwoord is dat ze een spuitje moeten krijgen, pas ik. Men begint met het uitschakelen van die moeders, en voor je het weet, doet men hetzelfde met homoseksuelen, gehandicapten, geesteszieken, zigeuners, vrijmetselaars en getuigen van Jehova. De nazi’s baseerden zich daarvoor op het sociaal darwinisme en the survival of the fittest. In het neoliberalisme is dat veranderd in een survival of the strongest: wie niet meekan, vliegt eruit. Ze krijgen geen spuitjes, maar ontslagbrieven, beschuldigende vingers en een maatschappij die zich van hen afkeert, behalve tijdens de feelgoodshow van de Warmste Week.»


DE WACHTER «Een warme maatschappij zorgt voor de zwaksten en zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk zwakken zijn, maar niet door hen te elimineren. Zullen we met die late kerstboodschap afsluiten?»


Humo



Bruno De Wever


‘Ik was een oostfrontstrijder geweest, zonder twijfel’


Huis Van Hiele - De Morgen

Beeld: Wouter Van Vooren



Ooit was hij de knapste kop van de familie, nu is hij vaker ‘de broer van’.

Maar dat houdt historicus Bruno De Wever (59) niet tegen om zijn mening te verkondigen.

‘Ik wéét hoe een spiraal van geweld tot stand komt.'

'Daarom ook: Schild & Vrienden, je moet daar­tegen optreden.’


De rit Deurne-Koksijde voelt voor Bruno De Wever (59) een beetje als thuiskomen. Jarenlang heeft hij hier vlakbij, te midden van de duinen op de grens tussen Koksijde en Oostduinkerke, vakantie gevierd toen zijn kinderen nog lang geen opgeschoten twintigers waren. De aanblik van de Hoge Blekker en de geur van de zeelucht doen de verhalen automatisch opborrelen.


“Dat was hier vroeger de thuisbasis van de flaminganten, wist u dat? De familie Lannoo had hier een villa, net zoals oud-Volksunievoorzitter Frans Van der Elst en andere vooraanstaande Vlaamse families. De Franstalige bourgeoisie zat in La Panne en Knokke-Le Zoute, de welgestelde flaminganten hier.”


En nee, het is zeker niet daarom dat hij hier zoveel zomers versleten heeft, lacht hij. Toch noemt de oudste De Wever zich wel “onbeschaamd Vlaamsgezind”. Haal pakweg de verengelsing van het hoger onderwijs aan en hij is vertrokken voor een bevlogen betoog. Maar wie nu vermoedt dat Bruno De Wever in huiselijke kring weleens graag ‘De Vlaamse Leeuw’ aanheft of jaarlijks een bedevaart naar de IJzer plant, moeten we teleurstellen. “Oeioei, nee. Vandaag interpreteert men Vlaamsgezind nogal snel in de enge zin: in de zin van het anti-Belgische Vlaams-nationalisme dat nu zo actueel is. Daar herken ik me helemaal niet in. Pas op, ik zal geen traan laten wanneer België straks zou ophouden te bestaan. Maar ik voel evenzeer niets voor een Vlaamse onafhankelijkheid.”


Vervelend, wanneer je de broer bent van Bart De Wever. Iedere uitspraak die je doet, wordt immers onder een vergrootglas gelegd. Nog vervelender wordt het wanneer dat Vlaams-nationalisme je expertise par excellence is. De Wever was al een klinkende naam binnen de Vlaamse beweging, lang voor de jongste van de twee broers politiek actief werd.


Bruno De Wever schreef als historicus aan de UGent een opzienbarend doctoraat over het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en geldt als een autoriteit op het gebied van de Vlaamse beweging. De collaboratie kent voor hem nog weinig geheimen; aan een boek over het verzet wordt gewerkt, net zoals aan de digitale versie van de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Ooit, na zijn pensioen, droomt hij van een boek dat de hele geschiedenis van die Vlaamse beweging in kaart brengt. “Het hele N-VA-verhaal moet namelijk nog geschreven worden.”


De wegen van de broers durven elkaar dus weleens te kruisen. “Dat is onvermijdelijk. Maar zwijgen is geen optie, vind ik. Ik word tenslotte door de gemeenschap betaald om wetenschap te bedrijven en het Vlaams-nationalisme is mijn terrein.” Het spreekt dus voor zich dat Bruno De Wever de politieke actualiteit met bovengemiddelde belangstelling volgt.


Elf weken na de verkiezingen heeft N-VA Vlaams Belang officieel nog steeds niet gedumpt als mogelijke coalitiepartner in de Vlaamse regering. Hoe kijkt u naar die gesprekken?

Bruno De Wever: “Ik snap uit politiek oogpunt dat ze plaatsvonden. Kijk naar elders in Europa: N-VA is niet de enige partij die met dit dilemma worstelt. Er zijn landen waar coalities gesloten zijn met zeer rechtse partijen. Ik zie ook dat er bijzonder vreemde combines ontstaan in het Europees Parlement. Dan is het raar dat je in Vlaanderen zuiverder dan de paus zou moeten blijven. Christendemocraten en liberalen mogen daarover gerust eens aan introspectie doen."


“Het was pas echt interessant geweest wanneer beide partijen een paar procenten meer gehaald hadden. Het is jammer dat we nu niet zullen weten of N-VA echt met Vlaams Belang had willen besturen. Of ze de erfzonde van het Vlaams-nationalisme, zoals Hugo Schiltz (de in 2006 overleden voorman van de Volksunie, red.) dat noemde, over zich had willen afroepen: had ze een bondgenootschap gesloten met een abjecte ideologie om haar Vlaamse natieproject te realiseren?”


N-VA is veel te rechts voor mij.

Ik heb na de verkiezingen al gezegd dat ik blij ben dat hun hardvochtige sociaal beleid is afgestraft en daar blijf ik bij.


Politicoloog Bart Maddens (KU Leuven) pleitte daarvoor eerder al in deze krant. Hij vindt dat de wegen weer kunnen scheiden, zodra het confederalisme bereikt is.

“De Forza Flandria-gedachte is nog heel sterk aanwezig bij de Vlaamse Volksbeweging, dat weet ik. En ik waardeer Bart Maddens enorm als politicoloog, maar wanneer het gaat over de Vlaamse beweging krijgt hij een rode lap voor zijn ogen. Voor hem is de onafhankelijkheid prioritair. Voor mij zijn dat de mensenrechten. Regeren met het Vlaams Belang, dat is de deur openzetten voor een politiek die teert op xenofobie en racisme. Voor een politiek die een beroep doet op de onderbuik en mensen stigmatiseert. De geschiedenis leert ons waartoe dat kan leiden en wat mij betreft kunnen daarover absoluut geen compromissen gesloten worden. Ook niet om eventjes het onafhankelijke Vlaanderen te bewerkstelligen."


“Nu, zeg nooit nooit. Vlaams Belang kan veranderen. Ze zou kunnen vervellen tot een uiterst rechtse partij die nog net binnen de marges valt. Al zie ik dat niet snel gebeuren, want dan haal je niet iemand als Dries Van Langenhove binnen.”


U noemt hem een salonfascist.

“Wat is hij anders?”


Verontrust het u dat hij in de Kamer zit?

“Het is verontrustend dat hij zijn abjecte ideeën nu via een forum kan verkondigen dat hem voor een stuk legitimeert. Het is ook verontrustend dat hij zo populair is bij jongeren. De reden daarvoor moeten we niet ver zoeken: migratie. Er is een nieuwe clash ontstaan tussen de nieuwe generatie die opgegroeid is met migrantenjongeren en er een probleem mee heeft dat ze met hen de openbare ruimte moeten delen. Dries Van Langenhove is hun kampioen."


“Ik ben van nature een optimist en ik wil niets dramatiseren. Maar we moeten één ding heel goed beseffen: het leven dat wij vandaag leven, kan direct voorbij zijn. Kan u morgen uit uw huis gesleept worden? Ja, dat kan. We wonen in de best mogelijke hoek van de wereld, maar veel is er niet nodig om de neerwaartse spiraal weer in gang te zetten. Een Jood die al generaties lang in Duitsland woonde en officier was voor het Duitse leger aan het IJzerfront, die had ook nooit gedacht dat er vijftien jaar later een klop op de deur zou volgen en hij plots geen Duitser meer zou zijn. Niets is ooit verworven.”


Horen we u nu een vergelijking maken met de jaren 30?

(bedachtzaam) “Ik ben nogal geneigd om eerder de verschillen te benadrukken. Er bestond toen nog geen sociale zekerheid; de kracht van de parlementaire democratie was veel minder groot; er bestond nog geen Europese Unie. Er zijn dus heel veel dingen anders dan toen. Maar het is een onweerlegbaar feit dat de stroming die een binnenlandse vijand zoekt, vandaag aan kracht wint. Daar moet je zeer attent voor zijn.”


Het populisme rukt overal in Europa op, hoewel iedereen de geschiedenis kent. Leren we dan nooit?

“Nee. De generaties die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, zijn stilaan uitgestorven. De jongere generaties kennen enkel vrede en vinden dat vanzelfsprekend.”


En toch: we vieren dit jaar al 75 jaar bevrijding en de fascinatie voor de oorlog is allerminst afgenomen. Canvas zendt dit najaar na het grote succes van de Kinderen van de collaboratie ook de Kinderen van het verzet uit. Ieder artikel dat op demorgen.be verschijnt over WO II is een hit.

“Ik weet het! Kijk ook naar de boekenmarkt en het aantal films dat er nog steeds over gemaakt wordt. Oorlog verkoopt, dat is niet normaal. Nu, die belangstelling hoeft niet gepaard te gaan met een ideologisch besef. Die kan evenzeer om een fascinatie voor geweld en het militaire gaan. Of voor spannende verhalen, een beetje zoals we naar crimi’s kijken."


“Daarnaast zijn er natuurlijk ook mensen die nieuwsgierig zijn naar hun eigen familiale verleden; zo krijg ik er ook nog heel vaak over de vloer. Bijna altijd zijn dat mensen van mijn generatie trouwens, heel gek. Alsof ze pas op latere leeftijd beseffen dat ze toch wel heel graag willen weten wat er precies gebeurd is.”


Als ik mijn kinderen iets geleerd heb, dan wel wat feesten is.

De stoelen kunnen niet vaak genoeg aan de kant voor mij.

Als u zin heeft...


Valt er eigenlijk nog veel te ontdekken over ons oorlogsverleden?

“De meeste feiten kennen we intussen wel. Maar nieuwe inzichten kunnen we natuurlijk nog wel krijgen. En sowieso liggen er nog talloze verhalen te wachten om opgeschreven te worden.”


Een van die nieuwe inzichten kwam dit jaar van Herman Van Goethem, historicus en rector van de UAntwerpen. Hij onthulde in zijn boek 1942 dat de collaboratie van Antwerps oorlogsburgemeester Leo Delwaide veel verder ging dan tot nog toe werd aangenomen.

“Uit de documenten die Van Goethem inzag, blijkt dat Delwaide in de maanden voor de razzia’s doelbewust agenten met sympathieën voor de Nieuwe Orde inzette in de Jodenwijk. Delwaide was dus niet alleen een lafaard die zich op het moment van de feiten terugtrok in zijn buitenverblijf, hij heeft alles voorbereid. Dat moet heel hard zijn voor zijn familie."


“De oorlogsburgemeester is overal een heel complexe figuur. De bevolking was vaak heel mild voor hen, omdat ze wat meer gedaan kregen bij de bezetter. Het volk was blij wanneer hun burgemeester pakweg een deel van de wonderbaarlijke haringvangst van 1942 naar hun gemeente wist te krijgen. Of vond het schoon dat hij bij de bezetter pleitte om die arme Schele Mon, de dorpsgek die zo stom geweest was om metaal te pikken van den Duits, vrij te laten. Maar waarom kregen die oorlogsburgemeesters, die doelbewust de sjerp omgord hebben tijdens de oorlog, dat gedaan? Omdat ze ook vlotter meegingen in de wil van de bezetter. Want wat de bevolking niet zag, is dat diezelfde burgemeester lijsten doorgaf van de communisten in zijn dorp.”


Hoe komt het dat Vlaanderen, zeker in vergelijking met andere regio’s, zo vergoelijkend kijkt naar collaboratie? Het argument ‘ze konden niet anders’ of ‘ze wisten niet beter’ is nooit ver weg.

“Er is natuurlijk ook een grote grijze zone. 95 procent van de mensen was alleen bezig met overleven en niemand wist uiteraard ook wat de toekomst zou brengen. Misschien bleven die Duitsers wel? Maar er is wel een groot verschil met brood op tafel proberen te krijgen en doelbewust meewerken aan het ‘nieuwe positieve project’ van de Duitsers. Daarvoor bestaat geen excuus."


“Desondanks hebben argumenten als ‘we deden het voor Vlaanderen’ en ‘het is de schuld van België – was België meer opgekomen voor de Vlaming, dan hadden wij nooit moeten collaboreren’, hier bijzonder veel ingang gevonden. Mijn collega Koen Aerts heeft dat schitterend beschreven in zijn boek Kinderen van de repressie. De Vlaamse beweging heeft het narratief weten te keren en haar verhaal dominant gemaakt.”


Hoe komt het dat ze daarin gelukt is?

“Je kunt dat niet los zien van de staat waarin België na de oorlog verkeerde. In Nederland nam de overheid na de oorlog meteen de herdenking in handen: Nederland was het slachtoffer van de bezetter en het eerde zijn verzetsstrijders. Zelfs De Gaulle heeft van Frankrijk een verzetsnatie weten te maken, hoewel daar de staat nota bene collaboreerde onder leiding van maarschalk Pétain."


“Maar hier gebeurt dat niet. Om te beginnen heeft België niet de traditie om de burger op te leggen wat hij moet denken, maar er bestond ook geen eensgezindheid bij de politieke elite. De Koningskwestie verdeelde het land diep op dat moment. Leopold III was nog wel staatshoofd, maar kon niet terugkeren omdat de regering zijn veiligheid niet kon garanderen."


Kan u morgen uit uw huis gesleept worden?

Ja. We wonen hier erg goed, maar veel is er niet nodig om de neerwaartse spiraal weer in gang te zetten.


“Hij stond tijdens de oorlog bovendien zelf op de rand van de collaboratie; hij was met Hitler gaan onderhandelen. En hij werd geruggensteund door de CVP."


“De katholieken ontwikkelden na de oorlog meteen een zeer vergoelijkend discours. Zij droomden namelijk van een absolute meerderheid en wilden maar wat graag de 15 procent kiezers van het VNV voor zich winnen. Maar het was zeker ook ideologisch: de CVP was een Vlaamsgezinde partij en vele katholieke bestuurders waren tijdens de oorlog tot op, of zelfs óver de grens van collaboratie gegaan. Delwaide is daarvan het beste voorbeeld. Dat motiveerde de partij natuurlijk nog meer om vergoelijkend op te treden.”


Hebt u zich al afgevraagd wat uw rol geweest zou zijn, mocht u tijdens de Tweede Wereldoorlog geleefd hebben?

“O, daarover bestaat geen enkele twijfel: ik zou een oostfrontstrijder geweest zijn. Kijk naar het milieu waar ik uitkom: mijn vader was niet gewoon Vlaamsgezind, hij was een zeer anti-Belgische, extreemrechtse Vlaams-nationalist. Ik was lid van het AVNJ in Kontich, het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond. Dat was een extreemrechtse afsplitsing van het al extreem-rechtse Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ). Ik ging met Duitse neonazi’s op kamp. Wij kwamen thuis en ontkenden de Holocaust."


“Kijk ook naar mijn karakter: de jonge Bruno wilde alles beleefd hebben. Als ik de opportuniteit gehad zou hebben om te gaan strijden voor Vlaanderen aan het oostfront, dan zou ik sowieso vertrokken zijn.”


Dat moet hard zijn om te beseffen.

“Het maakt je vooral zeer bescheiden als historicus. Over collaboratie kan geen twijfel bestaan, maar over de collaborateur moet je voorzichtig zijn. Mensen zijn altijd het product van het milieu waaruit ze voortkomen. Hoezeer ik ook veroordeel dat men later van oostfronters helden heeft gemaakt, vind ik wel dat je met enige mildheid naar die jongens moet kijken. Zij werden steeds verder meegezogen in een spiraal van geweld. Wanneer je daar zo diep inzit, zullen de meeste mensen ook blind gehoorzamen wanneer hen op een dag gevraagd wordt om partizanen af te knallen. Ik weet hoe zo’n mechanisme in zijn werk gaat.”


De Wever buigt zich opnieuw over zijn bord, legt dan plots het bestek neer. “Weet u hoe u een molotovcocktail maakt? Je neemt een fles, doet daar stookolie in en mengt dat met confituur of iets anders dat goed plakt. Drenk een vod in benzine, vlam erin en gooien. Dat leerde ik bij de jeugdbeweging. Schieten, dat heb ik er ook geleerd. Als je daarin opgroeit, weet je niet beter. Pas veel later zeg je: wat was dát? Daarom dat ik weet hoe een spiraal van geweld tot stand komt. En daarom ook dat ik zeg: Schild & Vrienden, je moet daartegen optreden. Ik ken dat soort groeperingen maar al te goed.”


Ik heb uiteraard bewondering voor de politieke topcarrière die Bart heeft uitgebouwd.

Maar het is een dubbel gevoel, wanneer je politiek zo in een andere hoek zit.


Grepen uw ouders dan niet in?

“Mijn vader zal wel eens de wenkbrauwen gefronst hebben wanneer ik thuiskwam met neonazistische propaganda. Hij vond dat eigenlijk ook niet oké. Maar wat hij niet gedaan heeft, is mij uit die jeugdbeweging halen. Integendeel: hij besliste dan om zich te engageren om die AVNJ in Kontich weer te laten aansluiten bij het VNJ. Mijn vader, een man van op dat moment veertig jaar, was hoofdleider van een extreemrechtse jeugdbeweging. Extrapoleer dat naar de jaren 30 en het is glashelder welke kant ik opgegaan zou zijn.”


Weet u hoe uw vader zo extreemrechts geworden is?

“Nee. Mijn grootvader was een heel simpel lid van het VNV. Hij was dat ook pas heel laat geworden, in 1943; op een moment dat iedereen eruit stapte, stapte hij erin. Waarom deed hij dat? Ook dat weten we niet. De familielegende wil dat hij ‘gemakkelijker aan patatten wilde geraken’. Was het dat? Hij was leerkracht aan de school die Lieven Gevaert (Vlaamsgezinde ondernemer, ook weleens ‘de man die zijn volk leerde fotograferen’ genoemd, red.) had opgericht in Mortsel en verkeerde daar wel in Vlaamsgezinde milieus."


“Pas heel recent heb ik ook de link gelegd met de bombardementen op Mortsel in 1943. Daarbij vielen meer dan 900 doden, onder wie 209 kinderen. Verschillende scholen werden getroffen, ook die van mijn grootvader. Maar hij ontkwam omdat hij net met zijn leerlingen was gaan turnen op Oude God Sport. Ging hij bij het VNV uit colère tegen die bombardementen van de geallieerden? In ieder geval was zijn lidmaatschap van het VNV genoeg om na de oorlog zijn job als onderwijzer te verliezen. Hij heeft in 1944 een aantal maanden in de gevangenis gezeten."


“Voor mijn vader, die op dat moment tien jaar was, moet dat volgens mij een motorisch moment geweest zijn. Enfin, dat dénk ik. Hij is in ieder geval gaan militeren in de uiterste vleugel van het Vlaams-nationalisme. Hij was lid van de VMO, de Vlaamse Militanten Orde van Wim Maes, de knokploeg van de Volksunie. Liep in dat uniform rond. Maar hij was de enige in de hele familie. Zijn vijf zussen waren apolitiek. Mijn grootouders, die ik nog goed gekend heb, heb ik later ook nooit over politiek horen spreken. Waarom is mijn vader dan wel die weg opgegaan? Dat is toch raar?”


U hebt het hem nooit gevraagd?

“Nee. Zo gaat dat: ineens blijkt het te laat. Nochtans hebben we thuis wel altijd ontzettend veel over politiek gepraat. Politiek was het enige wat telde. Fantastisch. Ondanks zijn politieke overtuigingen was hij een geweldige vader en hebben wij een geweldige opvoeding genoten. Een zeer anti-autoritaire opvoeding bovendien.”


Dat past niet direct bij het beeld van de VMO-militant.

“En toch. Ik had vrienden met linkse ouders die veel autoritairder werden opgevoed dan ik. Zij mochten hun haar niet laten groeien in de jaren 70. Ik had haar tot híér (wijst naar zijn schouders). Mijn vader lachte mij daarmee uit, in zijn kenmerkende cynische stijl. Maar het kwam niet in hem op om me te verbieden een oorbel en een sleutel in mijn oor te dragen. Ik liep er bij als een bohemer en hij accepteerde dat. Mijn vrienden die bij Amada (voorloper van de PVDA, red.) waren, verwelkomde hij met open armen. Met hen discussiëren was zijn lang leven."


“Wees trouwens gerust dat er in zijn kringen opmerkingen gemaakt zijn toen ik begon te publiceren over het VNV en de mythe van de oostfronters doorprikte. Hij heeft altijd pal achter mij gestaan. De wetenschap heeft haar rechten, vond hij. Hij las alles wat ik schreef, ging mee naar lezingen. Kritisch historisch denken, daar had hij geen enkel probleem mee. Ik vermoed dat hij heel fier was.”


De Wever valt stil. Ineens is hij daar, de krop in de keel. “Hij was een complexe man, mijn vader. Hij is helaas al gestorven in 1996, op zijn 62ste. Ik mis hem nog elke dag.”


Fotograaf Wouter Van Vooren stelt voor om even de duinen in te trekken. De Wever, nochtans allesbehalve fan van poseren voor een lens, neemt de uitnodiging dankbaar aan. Bij terugkomst weet hij blij te melden dat de villa waar hij zoveel zomers doorbracht er nog steeds staat. Nog blijer wordt hij wanneer hij chef Willem Hiele in de tuin een varkensschouder en twee uit de kluiten gewassen tarbotten ziet roken. Er volgen verhalen over de feestjes die hij met graagte en zo vaak mogelijk organiseert, tips over waar het beste kwaliteitsvlees te vinden in Antwerpen en hoe het zo succulent mogelijk te braden.


Het is jammer dat we niet zullen weten of N-VA echt met Vlaams Belang had willen besturen.

daarvoor kwamen ze beide een paar procenten tekort.


U bent naar verluidt niet enkel een enthou­siaste gastheer, u bent een volbloed feestbeest.

(Pretoogjes) “Ab-so-luut. Als ik mijn kinderen iets geleerd heb, dan wel wat feesten is. Als wij van huis zijn, gebeurt het weleens dat zij bij ons een honderdtal mensen uitnodigen en de decibels laten knallen. Die feestjes hebben ook een naam: ‘Boumboum au chateau’. Wij wonen samen met vijf andere gezinnen in een woongemeenschap in een kasteel. Dat was een ruïne toen we het bijna twintig jaar geleden kochten. Samen hebben we dat gerenoveerd. Stel u er geen commune bij voor, ieder heeft er zijn eigen afzonderlijke woonst; we delen enkel de tuin, moestuin, fietsberging en een binnenplaats."


“Ik ben dus niet anders, de stoelen kunnen niet vaak genoeg aan de kant.”


Welke muziek moeten we dan opzetten?

“Ik heb geen favoriet nummer. Al wat dansbaar is, is goed: rock-’n-roll, funk, disco. Destijds mocht je daar niet op dansen, tenzij je sociaal dood verklaard wilde worden. Wij freaks, die langharigen in hun parka’s, gruwden van de discokikkers. David Bowie, Frank Zappa en van die psychedelische toestanden, dat was ons ding. Maar geef nu toe, het is toch onmogelijk om stil te blijven staan op discomuziek? (rolt met de ogen) Dus nu dansen we daarop als een bende zielige zestigers."


“Onze beste feestjes organiseren we in de Ardennen. We hebben een groepje van acht vrienden en een van hen heeft daar een huis. Minstens vijf à zes keer per jaar trekken we daarheen. Je hebt dat nodig, vind ik. Alles loslaten, dat is het lange leven. Mijn vader hield overigens ook wel van een feestje. Hij kon goed jiven. Ik kan dat ook redelijk, trouwens.”


Onverstoord wijst de professor geschiedenis naar de paar vierkante meter tussen onze tafel en die van de andere gasten. “Als u zin heeft?”


Aan de andere kant van de tafel behoort gevoel voor ritme helaas niet tot de talenten, dus bedanken we vriendelijk. Hij gebruikt de tijd om de fotograaf en journalist tegenover hem te monsteren. “Hoe oud zijn jullie? Een generatie jonger dan ik, wellicht? Maar vinden jullie ook niet dat we in tijden van regressie leven? Als ik dat vergelijk met toen ik jong was: toen kon alles. Vandaag mag er vooral heel veel niet meer. De moppen die ik vroeger maakte onder collega’s of tijdens mijn colleges, die kunnen vandaag niet meer. Er zijn grenzen aan de humor, aan wat je tegen mensen mag zeggen, aan wat je mag eten, aan wat je mag drinken.”


Dagen zonder vlees is niet aan u besteed?

“Toch wel hoor, wij doen alles wat je van de progressieve middenklasse zou mogen verwachten.” (lacht)


U noemt zichzelf steevast links. Iets zegt ons: u stemt niet voor uw broer.

“Nee, zeker niet. Hij weet dat ook. Ook al denk ik persoonlijk dat de Vlaamse onafhankelijkheid niet de juiste weg is, de strijd is wel legitiem. Mijn probleem zit elders: N-VA is veel en veel te rechts voor mij. Ik heb na de verkiezingen al gezegd dat ik blij ben dat hun hardvochtige sociaal beleid is afgestraft en daar blijf ik bij. Als ze hun analyses gemaakt hebben, zullen ze zelf ook wel begrijpen dat ze zo stemmen verloren zijn. Daarbij komt dan nog eens het stuitende stigmatiserende spreken over nieuwkomers. Die hele lijn-Francken is ronduit stuitend, ik kan dat niet anders noemen. Maar daar praat ik met mijn broer zo weinig mogelijk over. Dat heeft geen zin, we kennen elkaars standpunten.”


Bent u wel trots op hem?

“Trots, dat zou ik niet zeggen. Ik heb uiteraard bewondering voor de politieke topcarrière die hij heeft uitgebouwd. Vriend en vijand beschouwen hem als een van de meest getalenteerde politici van zijn generatie en dat is fijn, het blijft mijn broer. Maar het is een dubbel gevoel, wanneer je politiek zo in een andere hoek zit.”


Hoe komt het dat twee zonen uit hetzelfde gezin, met dezelfde opvoeding en dezelfde interesses, na krek dezelfde studies, ideologisch zo’n andere weg zijn opgegaan?

“Ik vind dat ook een interessante vraag. Waarom evolueert de ene mens zo en de andere helemaal anders? Ligt dat aan je karakter? Ik vermoed dat de tijd waarin we zijn opgegroeid ook een rol speelt. Ik werd volwassen in de linkse jaren 70. De jaren 80 waarin mijn broer tot wasdom kwam, waren veel rechtser."


“Omdat ik elf jaar ouder ben dan mijn broer en acht jaar ouder dan mijn zus, zijn we ook niet samen opgegroeid. Mijn band met hen is altijd veel meer zorgend geweest. Meer die van een halve ouder dan die van een broer. Maar we horen en zien elkaar wel vaak. We delen de zorg over onze moeder, we vieren alle verjaardagen van onze kinderen samen. Kerstmis uiteraard ook.”


En als u dan de kroketten eens vergeet, dan weet heel Vlaanderen het.

“Inderdaad! Dank u wel, Bart. Mijn broer heeft dat op sociale media gepost en in geen tijd stond het op alle nieuwssites. Ach, ik kan daar wel mee lachen. Maar ik wil wel even rechtzetten dat ik de kroketten níét vergeten was. Mijn kinderen hadden ze allemaal in hun kas geslagen de dag voordien. Feestje met vrienden, vijftien à zestien kroketten per man hadden ze erdoor gejaagd, alstublieft.” (lacht luid)


Uw naam was als eerste gevestigd, intussen staat u in de schaduw. Was dat niet lastig?

“Nee, absoluut niet. Ik deel veel slechte eigenschappen met mijn broer, sommigen zullen ons mogelijk arrogantie toedichten, maar jaloezie is er niet een van."


“Kijk, ik maak me geen illusies. Waarom zit ik hier, en niet een van mijn collega’s die geweldig interessante dingen te vertellen hebben? Omdat hij mijn broer is. Ik heb die aandacht nooit opgezocht, maar ik ben me er wel van bewust dat ik meegezogen word in zijn slipstream. Daarom waak ik erover dat het, als ik praat, uitsluitend over mijn expertise gaat. Met dit soort interviews ga ik uiterst spaarzaam om. Ook omdat ik een bloedhekel heb aan levensgoeroes die allerlei wijsheden op de mensheid loslaten. Begrijp me niet verkeerd: de kwaliteit van de journalistiek is er alleen op vooruitgegaan in de loop der decennia. Je moet maar af en toe een krant van twintig jaar geleden openslaan om dat te beseffen. Maar kranten zouden toch de helft dunner kunnen? Human interest, brrr. Dat is de ziekte van de journalistiek vandaag.”


Toch nog even een wijsheid, graag. U discussieert met een van uw beste vrienden graag over de waarheid, vertelde u ons eerder. Hebt u ze al gevonden?

(enthousiast) “Die vriend is geneticus, een positieve wetenschapper dus. Dat is boeiend, want hij brengt zijn dagen al testend door, steeds op zoek naar empirische bewijzen. Ik daarentegen moet de waarheid construeren. Ik baseer me op bronnen, tweedehandsinformatie. Wat is dan de waarheid? Dat niets simpel is, dat is de waarheid. Niets is zwart-wit. De waarheid is nuance."


“Kijk, zulke gesprekken voeren wij dan in de Ardennen bij het ontbijt en ’s avonds gaat het dan weer van ‘chachacha’.”


Hij steekt de handen in de lucht en heupwiegt op zijn stoel. “Fantastisch toch?”


Wie is Bruno De Wever

  • 59 jaar
  • Professor Hedendaagse geschiedenis UGent
  • Gespecialiseerd in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging
  • Groeide op in een Vlaams-nationalistisch gezin, beschouwt zichzelf vandaag als links
  • Heeft een vrouw, twee zonen en een dochter
  • Woont samen met vijf andere gezinnen in een gerenoveerd kasteel in Deurne




Etienne Vermeersch


Filosoof


De Morgen



Etienne Vermeersch over leven en dood: “De euthanasiewet is een van de beste dingen die ik in mijn leven heb gedaan”

ADB - Bron: De Morgen, Nieuwsblad, Knack


Na een levenslange strijd voor het recht op euthanasie koos filosoof Etienne Vermeersch ook zelf voor de dood. De voorbije jaren sprak hij daar regelmatig over. “Waarom zou je een probleem moeten hebben met mensen die op vergevorderde leeftijd vinden dat ze een mooi leven geleid hebben en dat het afgerond is? Als een mens geen verantwoordelijkheden meer heeft of niet meer in staat is die verantwoordelijkheden op te nemen, heeft het individu het recht te zeggen: ik stop. Het leven heeft mij niets positiefs meer te bieden.” - Bron: De Morgen 19/8/2017


“Het zou aangenaam zijn, mocht ik herinnerd worden als iemand die zijn best heeft gedaan. Ik heb ook al een grafschrift in gedachte, ook al zal er geen graf zijn, maar een urne. Dit zal erop staan: Non fui, fui, non sum, non curo. Ik was niet, ik was, ik ben niet meer, ik trek het mij niet aan.” - Bron: Nieuwsblad 2/5/2017


‘Ik heb ook al een grafschrift in gedachte:

Non fui, fui, non sum, non curo.

Ik was niet, ik was, ik ben niet meer, ik trek het mij niet aan’

Etienne Vermeersch


“Zolang een leven bevrediging schenkt, is dat leven de moeite waard. Voor veel mensen is dat tot het ultieme eind. Maar ik heb niks voor een leven dat een leven in lijden is. Zodra men in een bed ligt in een ouderentehuis, immobiel, incontinent, misschien zo goed als blind en wat nog meer. En een keer per maand komt er eens een vriend of een kind langs. Wat moet je dan nog? Dan is de dood een positief ding.”

Bron: De Morgen 19/8/2017


“Een vriendin van mij was vijf jaar lang getuige van de afschuwelijke aftakeling van haar broer. Toen ze zelf de diagnose van alzheimer kreeg, koos ze voor euthanasie. Op dat moment leed zij vanzelfsprekend niet ondraaglijk, fysiek noch psychisch. Haar besluit was uitsluitend gebaseerd op het vooruitzicht van toekomstig lijden. Maar ik vind die keuze volkomen legitiem, en ik zou meteen hetzelfde doen in die situatie.” - Bron: Knack, 1/11/2017


‘Als je weet dat je, samen met anderen,

het zinloos lijden van duizenden mensen hebt helpen verlichten,

dan heb je toch een keitje verlegt in de rivier’

Etienne Vermeersch


“De totstandkoming van de euthanasiewet is een van de beste dingen die ik in mijn leven gedaan heb. Ik heb niet voor niets geleefd. Als je weet dat je, samen met anderen, het zinloos lijden van duizenden mensen hebt helpen verlichten, dan heb je toch een keitje verlegt in de rivier.” - Bron: De Morgen 19/8/2017


‘Als het gedaan is, is het gedaan.

Spijtig, maar helaas’

Etienne Vermeersch


“Mijn testament ligt er al lang en de papieren voor euthanasie ook. Men weet precies wat ik wil als er mij iets overkomt. Sommige dingen zijn nog niet wettelijk aanvaardbaar, maar je vindt altijd wel een dokter die dat wil doen. Ik wil nog een hele tijd behoorlijk leven, maar als het niet meer de moeite waard is, maak ik er een eind aan. Als het gedaan is, is het gedaan. Spijtig, maar helaas.”

Bron: Nieuwsblad 2/5/2017




Etienne Vermeersch: “Iedereen heeft het recht om over zijn leven en dood te beschikken”

Ann Van den Broek en Bart Eeckhout


Etienne Vermeersch, onze bekendste Vlaamse denker, is vorige vrijdag overleden na een lange ziekte.

Vandaag is afscheid van hem genomen in beperkte kring. Vermeersch zou in mei 85 jaar geworden zijn. 

Hier kunt u een interview herlezen dat De Morgen met de filosoof had in augustus 2017.


Moet iemand die vindt dat zijn leven voltooid is geholpen worden om dat leven te beëindigen? Professor Etienne Vermeersch vindt van wel. Toch op voorwaarde dat de persoon 90 plus is en een jaar bedenktijd heeft gehad.


Zelf heeft hij er hoegenaamd geen last van. "Een jong mens ben ik", zal hij, bezig aan zijn 84ste zomer en in volle voorbereiding van alweer een nieuw boek, verschillende keren benadrukken. Maar dat mensen levensmoe kunnen worden en dat het dan maar normaal is dat ze geholpen moeten worden, dat vindt Etienne Vermeersch – onder meer filosoof, ethicus en een van de belangrijkste grondleggers van onze euthanasiewet – een uiting van "normaal gezond verstand".


Veel medestanders heeft hij nochtans niet. Toen Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) eerder deze week voorstelde om het debat in navolging van Nederland ook hier te voeren, hadden alleen de groenen daar oren naar. Zelfs vooraanstaande pleitbezorgers van euthanasie onder artsen en filosofen fronsten danig de wenkbrauwen.


Waarom bent u zo voor?

Vermeersch: "Waarom zou je een probleem moeten hebben met mensen die op vergevorderde leeftijd vinden dat ze een mooi leven geleid hebben en dat het afgerond is? Als een mens geen verantwoordelijkheden meer heeft of niet meer in staat is die verantwoordelijkheden op te nemen, heeft het individu het recht te zeggen: ik stop. Het leven heeft mij niets positiefs meer te bieden."


De vraag is of die persoon daarbij ook de legale hulp van een arts moet kunnen inroepen.

"Waarom niet? De Belgische wet aanvaardt de suïcide en iedereen heeft volgens diezelfde Belgische wet ook recht op euthanasie. Ik lees nu her en der dat dat niet zo zou zijn. Fout. Een vrouw heeft toch ook recht op een esthetische ingreep? Alleen is een arts niet verplicht om die ook uit te voeren. Dat is net hetzelfde voor euthanasie."


Het is toch een totaal andere verantwoordelijkheid voor een arts: iemand uit zijn lijden verlossen, of iemand uit zijn leven verlossen?

"Onderschat niet hoe zwaar mensen kunnen lijden onder levensmoeheid."


Maar hoe moet er vastgesteld worden of iemand al dan niet levensmoe is? Palliatief arts Wim Distelmans zegt zich niet bevoegd te voelen om dat oordeel te vellen.

"Je zou dat ook aan psychologen kunnen overlaten, maar bevoegd is volgens mij iedere arts. Ze kunnen allemaal vaststellen of iemand gedurende een zekere periode te kennen geeft dat het voor hem of haar op is.


‘Ik geloof niet dat de ouderenzorg nog ooit zal verbeteren’


"Natuurlijk heb je enkele goede criteria nodig. Het is voor mij belangrijk dat die persoon geen verantwoordelijkheid meer heeft ten opzichte van zijn kinderen of andere familieleden. En je moet er ook over waken dat de persoon die om euthanasie vraagt, zich niet in een acute crisis bevindt en er na verloop van tijd weer bovenop zou kunnen komen. Daarom is een wachttijd van minimaal een jaar aangewezen. Als die persoon dan nog steeds bij zijn besluit blijft, moet een verlicht arts toch een verstandig oordeel kunnen vellen."


Moet er ook een minimumleeftijd komen? In Nederland, waar het debat al maanden woedt, werd 75 jaar gesuggereerd.

"Dat vind ik toch wel erg vroeg. Op 75, dan kun je nog veel overwinnen. Ik ben 83 en ik ben een jong mens. Nu weet ik wel dat er mensen zijn die vinden dat 80 oud is. Er zijn zelfs vrouwen die 40 jaar oud vinden."


"Nee, ik zou de grens eerder op 90 jaar leggen. Bij hoge bejaardheid boven de 90 is de kans groter dat die levensmoeheid werkelijk authentiek is."


90 jaar. Zo wordt de doelgroep voor een nieuwe wet wel extreem klein. Dan is het voor heel veel mensen wellicht niet eens meer nodig.

"(Stellig) Binnenkort wel, hoor. Nu, ik zeg 90, maar daar zou uiteraard discussie over gevoerd moeten worden."


"Ik wil het recht op zelfbeschikking niet inperken, maar de maatschappij kan er wel voor zorgen dat niemand dat recht op een onverantwoorde manier gebruikt. We moeten toch vermijden dat iemand er toch overheen zou kunnen komen en – gesteld dat hij zijn keuze zou kunnen overdoen – zijn daad zou betreuren."


Het risico is wel dat er een druk komt op hoogbejaarden die in tehuizen liggen te verkommeren om te zeggen: stop er maar mee. Terwijl onze ouderenzorg misschien net wat meer mededogen nodig heeft.

"Zeker, maar ik geloof niet dat dat zal verbeteren."


Dat is een fatalistisch maatschappijbeeld.

"Natuurlijk. Waarom zou die ouderenzorg nog verbeteren? Wie gaat dat betalen? Met 50 procent meer werklozen over 50 jaar? Met meer en meer mensen zonder kinderen? Met kinderen die het niet als hun plicht zien om hun bejaarde ouders te verzorgen en ouderen die niet van hun kinderen willen afhangen? Ik maak me daar niet te veel illusies over."


‘Als men mijn euthanasie niet wil uitvoeren, dan doe ik het zelf’


"En stel nu nog dat die ouderenzorg verbetert, dan zal dat nog steeds voor 10 à 20 procent van de mensen niet het geval zijn. Dat moet je kunnen voorzien."


Het is toch verschrikkelijk dat de uitweg die de maatschappij hen dan biedt, hulp bij zelfdoding is?

"Waarom is dat verschrikkelijk? Wanneer men een mooi leven gehad heeft en men 93 of 94 jaar is, wat is dan nog verschrikkelijk aan sterven? De dood is het normale einde van het leven."


Maar je kunt je wel afvragen of we niet té oud worden dankzij de moderne geneeskunde, wanneer we naar zulke oplossingen beginnen te grijpen.

"Zolang een leven bevrediging schenkt, is dat leven de moeite waard. Voor veel mensen is dat tot het ultieme eind. Maar ik heb niks voor een leven dat een leven in lijden is. Zodra men in een bed ligt in een ouderentehuis, immobiel, incontinent, misschien zo goed als blind en wat nog meer. En een keer per maand komt er eens een vriend of een kind langs. Wat moet je dan nog? Dan is de dood een positief ding."


Kunt u zich een omstandigheid inbeelden dat het u aan levenslust zou ontbreken?

"Zeker. Wanneer ik niet meer actief zou kunnen zijn, dan hoeft het niet meer."


En dan?

"(Laconiek) Voor mij is dat geen probleem. Mijn euthanasie is al lang beschreven. En als men het niet zou willen uitvoeren, dan doe ik het zelf. Suïcide is niet moeilijk, alleen weten de meeste mensen niet wat een behoorlijke manier is om suïcide te plegen. En dat is precies een van de redenen waarom ik zo hard voor het wetsvoorstel ben: men moet de ongeregelde suïcides proberen te vermijden. Die zijn pijnlijk, gevaarlijk voor andere mensen, traumatisch voor eventuele getuigen. Als men dat kan vermijden op een verantwoorde manier, moet men dat doen."


Bent u, als een van de grondleggers van de euthanasiewet, niet bang dat zo'n uitbreiding van de wet het brede maatschappelijke compromis rond euthanasie gaat doen verdwijnen?

"Daarom zal het debat over euthanasie bij een voltooid leven enkel gevoerd worden wanneer de maatschappij daar klaar voor is. Dat is nu nog niet het geval, maar dat moment zal wel komen en mensen gaan dat dan aanvaarden. Euthanasie bij levensmoeheid komt er, gegarandeerd."


Volgens uw UGent-collega Ignaas Devisch is euthanasie bij een voltooid leven de glijbaan naar de georganiseerde dood. In Nederland hebben tegenstanders het over het dreigend moreel verval van de staat.

"Allemaal flauwe zever. Euthanasie was een glijbaan, abortus was een glijbaan, we hebben al heel veel glijbanen gekend, hoor."


Misschien is dit nu wel een échte glijbaan?

"Dat kan alleen wanneer je ontsporingen toestaat. Dat doen we niet en daarom zal de publieke opinie die levensmoeheid vroeg of laat ook aanvaarden. Dat is logica. Iedereen heeft het recht om over zijn leven en dood te beschikken."


Toch lijkt het alsof het draagvlak voor euthanasie bij psychisch lijden weer aan het verkleinen is.

"(snuift) In De Standaard heeft een opiniestuk gestaan van een klinisch psycholoog, Geert Hoornaert, die meent dat psychisch lijden altijd een geestesziekte is en dat de persoon bijgevolg krankzinnig en wilsonbekwaam is. Dat wil dus zeggen dat zo iemand nooit in aanmerking zou komen voor euthanasie. Hij schrijft: “De uitzichtloosheid is geen legitieme prognose, maar is een essentieel ingrediënt van elk lijden.” Die man heeft nog nooit een niercrisis gehad. Een niercrisis is verschrikkelijk. Maar het is niet uitzichtloos, want met een goede spuit morfine kun je dat overwinnen. Weet je wat uitzichtloos is? Met een niercrisis in de brousse zitten en geen morfine bij de hand hebben."


Wanneer men een mooi leven gehad heeft en men 93

of 94 jaar is, wat is dan nog verschrikkelijk aan sterven?


"Er is een kleine reactionaire groep geweest, maar die heeft geen voet aan grond gekregen. Onlangs was er een bijeenkomst van een paar honderd LEIF-artsen (artsen die patiënten willen begeleiden bij een waardig levenseinde, AVB/BE) in de VUB. Na een betoog pro en contra over euthanasie bij psychisch lijden volgde een stemming. Er waren enkele onthoudingen, maar niemand stemde tegen. Dat zou een jaar geleden nog anders geweest zijn."


Hoe verklaart u dat onze publieke opinie zo soepel is? Wij staan al op sport vijf, terwijl de rest van de wereld nog niet aan de klim begonnen is. En nog willen sommigen hoger.

"Omdat de meeste mensen een normaal gezond verstand hebben. De meeste mensen voelen geen enkele positieve relatie met zinloos lijden. Ik heb zo een onderpastoor gekend. Die had een hersenbloeding gehad en was nu half verlamd en ongelooflijk pessimistisch. Daar kwam geen positief woord meer uit. Waarop mijn moeder hem vroeg: maar wat vertelde jij dan allemaal op de preekstoel? “Een hoop flauwe kul”, zei hij." (lacht)


"Niemand wil lijden. Zeker niet nu ze zien dat je dat lijden op een mooie manier kunt lenigen. Een vriendin van mij had na een lange reeks kankerbehandelingen ook besloten tot euthanasie. Toen de dokter kwam, was ik net op tv. 'Wacht even', zegt ze, 'dat programma wil ik nog even zien.' (lacht luid) Zo heeft haar man het mij verteld. Mooi toch?"


Vermoedelijk is het voor de gemiddelde Fransman of Colombiaan evenmin een prettig vooruitzicht om uitzichtloos te lijden.

"Maar ze hebben geen kennis van het alternatief. Onderschat ook het paternalisme van de artsen niet. Een Franse arts zei me ooit letterlijk: ik kan mijn patiënten op hun sterfbed van alles wijsmaken. Dat is nog steeds de Franse mentaliteit en die werkt door in Wallonië. Vandaar dat euthanasie er veel minder voet aan grond heeft dan in Vlaanderen."


Belgen en Nederlanders lijden niet aan euthanasiasme, zoals tegenstanders van een uitbreiding beweren?

"Ach, hou toch op. Compleet onnozel, vind ik dat. Wat een dwaasheid."


Het is toch onmiskenbaar dat België en Nederland kilometers voorlopen?

"Het tij begint te keren. Alleen al het feit dat men terminale sedatie in meer en meer landen toepast. Ze denken daar nog dat dat gewoon wat meer spuiten is. Nee, men stopt eerst met het toedienen van voedsel en vocht. Volgens mij valt dat onder de noemer moord. Julie en Mélissa, die zijn gestorven omdat ze geen voedsel en vocht gekregen hebben. Dien je een persoon geen voedsel en vocht toe, dan gaat die dood. Het kan tien, twaalf dagen duren, maar hij gaat daardoor dood. Dat is niet alleen door die spuit."


"Geef het nog vijf, of tien jaar. Maar vroeg of laat komt ook in andere landen het besef: waarom moeten we het onvermijdelijke nog tien of twaalf dagen rekken? Het vonnis hebben we toch al betekend door geen eten en drinken meer te geven. De acceptatie van euthanasie zal zich op termijn waar dan ook ter wereld voltrekken."


"Als je weet dat je, samen met anderen,

het zinloos lijden van duizenden mensen hebt helpen verlichten,

dan heb je toch een keitje verlegt in de rivier'


Waar ziet u de euthanasiewetgeving eindigen? Is ze compleet een keer het voltooid leven opgenomen is?

"Bijna. De Groningen-criteria (het protocol voor levensbeëindiging van pasgeborenen, AVB/BE) zouden nog aanvaard moeten worden. Een kind dat geboren wordt met een ongeneeslijke ziekte, waarvan men weet dat er voor dat kind en zijn ouders een verschrikkelijke lijdensweg te wachten staat, dat zou euthanasie moeten kunnen krijgen."


En dementie?

"Dat had ik graag van het begin af al geregeld willen zien. Ons voorstel was dat je vooraf een wilsbeschikking kon regelen voor wanneer je wilsonbekwaam zou worden. Maar de Franstalige liberalen hebben daarvan gemaakt: onbewust. Daardoor kan het niet voor zware alzheimerpatiënten, want die zijn nog bewust. Ik heb het in ieder geval in mijn wilsverklaring geëxpliciteerd, voor het geval dat. Mijn arts zal dus nog moeten opletten."


Bent u, ondanks de tekortkomingen, nog blij met de wet die u destijds tot stand hielp komen?

"Het is een van de beste dingen die ik in mijn leven gedaan heb. Ik heb niet voor niets geleefd. Als je weet dat je, samen met anderen, het zinloos lijden van duizenden mensen hebt helpen verlichten, dan heb je toch een keitje verlegt in de rivier. Dan heb je iets gedaan."


"Er moet nog een en ander aangepast worden, maar ik ben daar niet ongeduldig voor. Alleen de verjaringstermijn van vijf jaar moet er dringend uit. Een ongelooflijk onnozel aspect van onze wet: je moet je wilsbeschikking om de vijf jaar vernieuwen. Uitgerekend ik, die heel mijn leven al wijd aan de euthanasie, was dat vergeten. Stel u voor."


Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 en www.zelfmoord1813.be.


De vriendinnen van Julie Van Espen


‘Ze zei wat ze zou doen als het haar zou overkomen: vechten’


Douglas De Coninck - De Morgen

Beeld: Wouter Van Vooren



Claire, Monique en Kathleen. ‘Julie kende geen angst.’


‘Julie was extreem gelukkig.

Zij heeft een niveau van levensvoldoening bereikt waar de meeste mensen op hun tachtig jaar nooit zijn geraakt.’

Kathleen, Monique en Claire, drie hartsvriendinnen van de op 4 mei vermoorde Julie Van Espen,

brachten haar deze week even weer tot leven in een filmpje:

‘Wij proberen nu veel meer Julie te zijn.’


We zitten in het flatje van Kathleen Mariën (24), op het Antwerpse Zuid, waar Julie Van Espen die avond naartoe zou fietsen. Met Monique Theunissen (24) erbij zouden ze op restaurant gaan. Zaterdagavond onder vriendinnen. Claire Van Roey (22) was in Montpellier, waar ze op Erasmus-uitwisseling zat.


Kathleen: “Ik had hapjes gemaakt, wat apero’s. Er was feest op het Marnixplein. Misschien zouden we daar naartoe gaan. We probeerde haar te bereiken. Het werd altijd maar later.”


Monique: “Kathleen en ik hebben de eerste zoekacties in gang gezet.”


Kathleen: “Eerst doe je het kleinschalig, met Thomas, haar vriend. Een oproep op Facebook. Uiteindelijk ga je flyeren. Op zondagochtend had Thomas het hele traject langs het kanaal onderverdeeld in zones. Elke groep kreeg een kleur: ‘Jullie geel, jullie groen.’ Thomas heeft die actie echt heel knap gecoördineerd. Op een gegeven moment werden haar kleren gevonden. De politie nam het over.”


Jullie bleven tegen beter weten in flyeren.

Kathleen: “Op een gegeven moment was ik met de ouders van Julie flyers naast flyers aan het plakken. Het was bezigheidstherapie, maar je voelde je anders zo machteloos. Drie dagen lijkt niet lang, maar drie dagen onwetendheid is keilang.”


Monique: “Eigenlijk sliepen we niet. Ik kon niet stoppen met zoeken. Ik heb vuilniszakken geopend (stil). Je kon nooit weten dat Julie ergens tussen lag. Ik was die maandagnamiddag nog aan het flyeren naast de Theunisbrug. Toen hoorde ik dertig sirenes tegelijk. Toen pas kon ik stoppen.”


Jullie filmpje, met beelden van een door het leven dansende Julie, ging deze week viraal.

Kathleen: “Eigenlijk is het filmpje bedoeld om geld in te zamelen voor de vzw Punt, een organisatie die zich inzet voor slachtoffers van seksueel geweld. Maar zoals in het echte leven zoog Julie ook in het filmpje alle aandacht naar zich toe (lacht). Het initiële idee achter de vzw kwam van de Universiteit Antwerpen. We hadden erg veel beeldmateriaal van Julie. Nu denk ik dat weinig mensen hebben begrepen dat het is bedoeld om geld in te zamelen. Dus (richt zich tot het microfoontje, DDC): mensen, het is om geld in zamelen!”

Als zich een drama als dit voltrekt, hoor je nabestaanden vaak strengere straffen eisen of foeteren over justitie. Bij familie en vrienden van Julie Van Espen is dat volstrekt afwezig."


Kathleen: “Uiteraard willen we dat die man gestraft wordt, maar het is niet aan ons om met vingers te wijzen. Julie zou trouwens niet hebben gewild dat we verdrietig waren.”


Monique: “Hoe zei Julie het ook weer? ‘Ge verliest iemand, maar juist daardoor komt ge bij elkaar. En door bij elkaar komen, wordt ge sterker, en komt ge nog meer samen.’ Daar heb jij toch nog een filmpje van?”


Kathleen (knikt): “We waren met Allerzielen naar een herdenking gegaan in het Vondelpark. Je kon daar een bootje te water laten met een kaarsje in. Ik heb Julie gefilmd. Dit is hoe ze over dood en verdriet dacht.”


Claire: “Julie was eigenlijk alleen maar bezig erover te waken dat iedereen rondom haar gelukkig was. Ze probeerde elke dag iedereen de beste versie van zichzelf te doen zijn.”


Monique: “Camille, een van onze vriendinnen, geraakte altijd moeilijk uit haar bed. Julie stond gewoon wat vroeger op, fietste naar daar om die uit haar bed te halen: ‘Komaan, opstaan, het is een prachtige dag!’”


Kathleen: “We waren een groep van veertien meisjes. Als je nu naar die foto’s kijkt en je vraagt je af wie via wie met wie is verbonden, dan is het antwoord altijd hetzelfde. Julie.”


Monique: “Ik kon gewoon grumpy worden als ik haar een paar dagen niet had gezien. Je kon haar niet bezitten, maar zij maakte je leven zo leuk. Je kon nooit genoeg Julie hebben.”


Was ze altijd zo?

Monique: “In het middelbaar was ze ook al lief en spontaan, maar die drang om mensen diep te raken, dat is pas sinds Australië. Heel gek ook: ze heeft daar haar blonde haarkleur opgepikt. Het waren geen highlights, het was natuurlijk, en het is gebleven. Je kon niet naast haar kijken.”


Kathleen: “Ik ben haar in Australië gaan bezoeken. Dat was het semester na haar bachelor, in 2016. Julie hield erg van de natuur, van zwemmen en zon. Elke dag zat ze aan zee, of lag ze naast een meer. Dat fietsen, dat is ook daarna pas zo fel geworden.”


Monique: “Dat traject, van Antwerpen naar Schilde, waar ze woonde, deed ze soms drie keer per dag. Ze hield van fietsen, zelfs in de regen. Ze kon helemaal verzopen bij je aankomen en haar kleren over de verwarming hangen. Hier, of bij mij op kot. Dan zei ze: ‘Mo, kan ik snel wat kleren van je lenen?’”


Kathleen: “Ze fietste altijd. Ze kon er niet tegen om afhankelijk te moeten zijn van een bus of een auto. Het gebeurde vaak dat ze ’s ochtends en ’s namiddags in Antwerpen moest zijn, maar dan fietste ze twee keer heen en weer.”


Monique: “Winter? Sneeuw? Het maakte haar niks uit. Gewoon iets warmers aantrekken. Ze deed het ook in het donker, na twee of drie uur ’s nachts. Julie kende geen angst.”


Kunnen jullie je voorstellen hoe haar ontmoeting met Steve Bakelmans moet zijn verlopen?

Claire: “Ze heeft daarover gesproken, wat ze zou doen als het haar zou overkomen. Vechten. Altijd vechten. Ze zou zich nooit laten doen.”


Kathleen: “Dat heeft ze letterlijk gezegd. Het was een gesprek over verkrachting. Iemand zei: ‘Ja maar, als je alleen bent en fragiel, kun je je beter laten doen.’ Julie reageerde heel fel: ‘No way, ik laat mij niet doen, ik vecht!’”


Monique: “En ze hééft gevochten. Ik pieker er soms over. Wat als ze dit had overleefd? Dan, denk ik, zou er zich een karakterknip hebben voorgedaan. Zou de Julie die wij nu beschrijven er ook niet meer zijn geweest.”


Kathleen: “We zetten nu onze schouders onder die vzw omdat het heel dicht bij ons is gekomen. Nu het met onze beste vriendin is gebeurd...”


Monique (onderbrekend): “Het is niet gebeurd. Het was de aanleiding om haar van haar fiets te sleuren.”


Kathleen: “Wij leefden tot vijf maanden geleden in een bubbel. En ook Julie. Ik zou vijf maanden geleden eerder een ander goed doel hebben gekozen.”


Monique: “Toen ik voor het eerst hoorde over een dakloze, dacht ik: Julie moet zijn gestopt om hem wat te eten te geven. Ik ken Julie sinds m’n eerste middelbaar, toen ik twee maanden naar Oxford moest voor mijn Engels, was dat de eerste keer dat we van elkaar werden gescheiden. Julie kwam me bezoeken, en ik zie ons nog zitten in die koffiebar. Daar zat die dakloze. Julie bestelde een koffie en bracht die naar hem. Ze zei: ‘Geld is zo koud, ik geef u liever iets warms.’ Als ze op de Meir een dakloze zag, dan kocht ze frambozen voor hem.”


Hoe is het leven zonder haar?

Monique: “We hebben nog herinneringen, maar Julie zal altijd op diezelfde plaats blijven. Zij zal niet gaan werken, ze zal geen kinderen krijgen, ze zal altijd drieëntwintig blijven. Dat is zo raar.”


Claire: “Dat er levensfases zullen zijn die we niet samen kunnen beleven. Anderzijds heeft ze zoveel moois achtergelaten. Wij blijven haar liefde voelen. Julie was extreem gelukkig. Zij heeft een niveau van levensvoldoening bereikt waar de meeste mensen op hun tachtig jaar nooit zijn geraakt. En dat gevoel geeft het voor mij een klein beetje zin. Haar energie is er nog.”


Monique: “Ze laat het niet toe dat we in een hoekje gaan zitten of ons bed niet uitkomen. Ik voel mij al schuldig als ik niet blij ben omdat de zon schijnt.”


Claire: “Ik fiets nu ook heel vaak. Regen? Wind? Ik denk: ‘Wat zou Julie nu doen?’”


Monique: “Die zou zeggen: ‘Oh, dan worden we lekker nat en kunnen we binnen theetjes gaan drinken!’ En dan zou ze je ook van dat moment doen genieten.”


Claire: “We proberen allemaal veel meer Julie te zijn. Complimentjes uitspreken. Dat soort dingen”


Monique: “Weet je nog, die Sofie van bij de Pain Quotidien? Ze had een mindere dag. Julie merkte dat, sprak haar aan: ‘Jij bent de allerbeste hier, ik ga een geweldige recommendation op Facebook schrijven. Dat jij die keileuke bent die ons heeft geholpen. Wat was je naam?’ Toen Julie vermist was, meldde dat meisje zich meteen. Ze herinnerde zich heel precies wie Julie was.”


Kathleen: “Dat had je tijdens de zoekacties vaak.”


De zaak komt wellicht volgend jaar voor assisen. Daar komen jullie oog in oog te staan met de dader.

Monique: “Nu kun je dat even nog van je wegduwen. Heel af en toe is het in het nieuws: ‘De raadkamer heeft beslist...’ Of hij, die weigert deel te nemen aan de wedersamenstelling.”


Kathleen: “Ik zie hem als iemand zonder emoties.”


Monique: “Ik wil niet dat die opeens sorry zegt. Hij gaat dat doen, omdat het hem zo is aangepraat door z’n advocaat, maar het maakt niks uit.”


Kathleen: “Voor mij zou het de dingen moeilijker maken. Zou ik zoiets hebben van: gast, waarom heb je het dan gedaan? Hij bood via de krant zijn excuses aan aan de ouders omdat hij niet wou deelnemen aan de reconstructie. Allee, dat je zoiets durft!”

Monique: “Wat heeft die man trouwens eigenlijk nog te willen?”


Dave Sinardet


Top


Dave Sinardet

Professor politieke wetenschappen

 ‘N-VA moet kiezen: de nieuwe CVP zijn of Vlaams Belang Light’



2019 gaat de annalen in als het jaar waarin België op geen enkel moment een functionerende federale regering had.

Het jaar ook waarin het klimaatdebat even gepolariseerd gevoerd werd als dat over migratie en integratie.

Brengt 2020 beterschap? Professor politieke wetenschappen Dave Sinardet (VUB) blikt vooruit.

‘We moeten meer met elkaar praten, in plaats van over elkaar.’

 

Geen vooruitblik op 2020 zonder de vraag van een miljoen: wanneer hebben we een federale regering?

“Het is totaal absurd, maar zeven maanden na de verkiezingen zitten we dus nog steeds in een informatiefase. Er zijn partijen die met een uitgestreken gezicht durven zeggen dat het nog te vroeg is om aan de echte formatie te beginnen. Compleet aberrant. Maar dat betekent dus ook dat we ten vroegste later deze maand aan de echte formatiefase kunnen beginnen, als men snel durft toegeven dat er slechts één echte optie is. Maar dan zijn we nog eens voor minstens een maand of twee formatiegesprekken vertrokken. Dus als ik een gok moet wagen, laat ons zeggen: Pasen? Dat is in het meest optimistische scenario, maar dan moeten ze nu wel stoppen met hun perceptiespelletjes. Ze willen daarmee allemaal de publieke opinie voor de eigen partij winnen, maar daarmee ondermijnen ze de collectieve geloofwaardigheid van de politiek.”


Die enige echte optie is: paars-groen plus CD&V. Gelooft u in de levensvatbaarheid van zo’n coalitie?

“Ik geloof in ieder geval dat ze kan worden gevormd. Simpelweg omdat het enige alternatief luidt: nieuwe verkiezingen. En voor alle paars-groen-oranje partijen, uitgezonderd misschien de PS, is dat een veel angstaanjagender vooruitzicht."


“Ik denk ook niet dat een coalitie met een minderheid in een van de taalgroepen een slechte zaak hoeft te zijn. Dat toont het verleden wel aan: de regering-Di Rupo had bij de start geen meerderheid aan Vlaamse zijde, maar Open Vld en CD&V werden beloond voor hun regeringswerk en na de verkiezingen van 2014 hadden ze wél een meerderheid. Hetzelfde hebben we gezien bij de regering-Martens-Gol, begin jaren 80. De PS heeft toen vanuit de oppositie niet kunnen profiteren van het feit dat de Franstaligen geen meerderheid hadden in die regering, ondanks een zwaar besparingsbeleid.


“Dat lijkt me de belangrijkste les: je kunt erg diverse partijen bij elkaar zetten, zolang er de wil is om samen te werken en een coherent beleid te voeren. De horrorscenario’s die sommigen nu schetsen bij de optie dat Open Vld en CD&V in een federale regering zonder N-VA zouden stappen, zijn dus nergens op gebaseerd. Het kan uiteraard verkeerd lopen, maar dat gebeurde met de droomcoalitie van Michel I ook. Zelfs de regering-Jambon heeft al bewezen dat met N-VA in zee gaan niet per se de beste optie is voor CD&V en Open Vld.”


Zou de Vlaamse regering, waarin CD&V en Open Vld wel bestuurt met N-VA, dat scenario overleven?

“Die zal overleven, omdat het een gedwongen huwelijk is. Nieuwe verkiezingen zijn in Vlaanderen geen optie, aangezien we een legislatuurparlement kennen. Bourgondisch (N-VA, Open Vld en sp.a, AVB) was te krap, met Vlaams Belang alleen had N-VA geen meerderheid. De regering werd niet gevormd uit goesting, maar uit noodzaak. En bovendien heeft die formatie ook historisch lang geduurd. De enige manier waarop de regering kan vallen, is als pakweg Open Vld eruit stapt. Iets waar ze al half op gehint hebben.”


Vijf jaar geleden was het CD&V dat op zijn ongemak zat binnen centrumrechts, nu vooral Open Vld. Het is opmerkelijk hoe fel de partij tegen N-VA van leer trekt.

“Open Vld heeft er inderdaad voor gekozen van zich af te bijten. Er is duidelijk een vertrouwensbreuk tussen de twee voorzitters, Bart De Wever en Gwendolyn Rutten. Maar inhoudelijk zie je ook duidelijke breuklijnen. Bart Somers, minister van Samenleven, moet een programma uitvoeren dat niet helemaal het zijne is en daarover ook nog een perceptiestrijd moet voeren met N-VA. Zij willen aantonen dat ze wat betreft integratie voor Vlaams Belang Light gegaan zijn, Somers overgiet alles met een Mechels progressief sausje. Dat is zowel voor Open Vld als voor N-VA niet evident."


“Maar ik denk dat je niet mag onderschatten hoe ongemakkelijk CD&V zich voelt. De besparingen die Wouter Beke moet doorvoeren op Welzijn: het is toch heel moeilijk te verklaren dat je bespaart op zo’n domein terwijl de zelfmoordcijfers hier bij de hoogste van heel Europa zijn? Dat is de paradox in het hele verhaal ook. CD&V heeft een heilige schrik om in een federale regering te stappen zonder N-VA, maar tegelijk voeren ze in de Vlaamse regering een beleid uit dat niet uit te leggen valt. Ik denk dat CD&V op een paar maanden tijd al meer schade opgelopen heeft in deze Vlaamse regering dan dat ze in een paar jaar paars-oranje-groen kunnen doen.”


Open Vld en CD&V  hebben volgens u al spijt dat ze in de regering-Jambon zijn gestapt?

“Dat denk ik niet, besturen is altijd de eerste betrachting van een partij. Maar ik denk wel dat ze allang doorhebben dat dit niet de weg is naar de snelle wederopstanding. De stempel van N-VA is veel groter dan tijdens de regering-Bourgeois.

“Dat vond ik zo frappant aan die uitspraken van Jambon over de asielzoekers die met hun kindergeld een huis zouden kunnen kopen. Hij poneert dat als ware het een erfenis uit een ver links permissief verleden, een aberratie waar hij niks mee te maken heeft. Terwijl het soepele regime net door de vorige Vlaamse regering is ingevoerd.”


De uitspraken kwamen Jambon op forse kritiek te staan, maar hij zit nog wel steeds op het Martelarenplein. Zijn we zo gewend aan fake news?

“De reprimande van Rutten was er niet naast en bij CD&V wordt er ook serieus gemord. Maar bij N-VA sluit men intern uiteraard de rangen. Toch zouden ze daar ook eens moeten gaan beslissen wat voor partij ze eigenlijk willen zijn: Vlaams Belang Light of de nieuwe CVP? Strategisch is het voor N-VA misschien lange tijd verstandig geweest om op die twee benen te hinken, zolang Vlaams Belang verslagen leek. Maar in de huidige context, met een sterker VB, denk ik dat ze de keuze weleens zullen moeten maken."


“Sowieso is het heel problematisch dat een regeringsleider fake verhalen de wereld in stuurt die mensen tegen elkaar opzetten en normaal gezien door extreem-rechts gevoed worden. De uitleg dat zoiets niet wetenschappelijk correct moet zijn, is hetzelfde als zeggen dat je mensen eender wat mag wijsmaken. In tijden van populistische retoriek gebaseerd op leugens, denk ik dat politici toch moeten zorgen dat ze aan de juiste kant blijven staan van de geschiedenis.”


2019 was ook het jaar waarin de samenleving nog meer polariseerde. Hoe ziet u dat evolueren?

“Men zegt inderdaad vaak dat de polarisering nooit erger was dan vandaag, maar dat wil ik wel graag nuanceren. Misschien is de samenleving nu meer verdeeld dan twintig of dertig jaar geleden, maar plaats dat eens in een breder historisch perspectief? Tijdens de Schoolstrijd lustten katholieken en vrijzinnigen elkaar rauw. Het referendum over de terugkeer van Leopold III: daar zijn doden bij gevallen. Ten tijde van de verzuiling was de samenleving ook erg verdeeld. Ik herlas onlangs de biografie van Camille Huysmans, de gewezen socialistische kopman. Hij werd in de liberale pers beschuldigd ‘een vuile kapitalist’ te zijn omdat hij een duur huis had gekocht. Vervolgens haalde hij ongemeen hard en plat uit naar die liberale hoofdredacteur, daar zou hij nu zwaar voor worden aangepakt."


“Maar het is niet omdat die polarisatie niet nieuw is dat we ze niet moeten betreuren. Ik maak me er wel zorgen over dat steeds meer thema’s verstrikt geraken in een cultuurstrijd, zoals sinds kort nu ook het klimaatdebat. Het rationele debat moet plaats ruimen voor karikaturen en karaktermoorden. Dat gaat de kant uit van de scherpte waarmee het integratie-en migratiedebat nu al dertig jaar gevoerd wordt en daar zijn we nog geen millimeter mee opgeschoven al die tijd.”


Actrice Maaike Neuville schreef naar aanleiding van de besparingen in de cultuursector een boze open brief over hoe de politiek werkt. Ze vergeleek politici met kleine kinderen in een speeltuin. Deelt u haar verontwaardiging?

“Ik probeer antipolitieke gevoelens altijd te bestrijden. Maar ik moet zeggen dat ik het de laatste zeven maanden heel moeilijk heb gekregen om nog begrip te tonen. Ik probeer nu op te passen dat expliqueren niet legitimeren wordt. Ik vind ook dat er een probleem is met politici die vastzitten in de logica van partijpolitieke belangen. Maar de kritiek mag wel verfijnd zijn: ik weet niet of politici met kleuters vergelijken niet per se zoden aan de dijk zet.”


Is ons huidige politieke bestel op zijn grenzen gestoten?

“We kijken te veel naar de Belgische situatie vanuit onze eigen navel, vind ik. De uitslag van onze verkiezingen is niet uitzonderlijk maar vergelijkbaar met die in andere Europese landen. Radicale anti-establishmentpartijen kennen succes, traditionele partijen kwijnen weg, maar dat het partijstelsel evolueert is ook maar logisch als de samenleving evolueert. "


“Ik geloof in ieder geval niet dat een staatshervorming ons naar het grote bestuurlijke Walhalla zal brengen. Het enige wat de vorige staatshervormingen hebben opgeleverd is meer complexiteit. Waarom zouden we nu plots wel een staatshervorming krijgen die gebaseerd is op efficiëntie en coherentie? Waar we wel een kentering bereikt hebben: als er vandaag door het gros van de partijen gepraat wordt over het hervormen van de staat, hebben ze het ook over herfederaliseren. Ik heb het al getweet bij wijze van boutade, maar straks gaat N-VA nog de enige partij zijn die geen staatshervorming meer wil, omdat ze niet kwijt wil wat ze nu hebben.”


Ziet u lichtpuntjes voor 2020?

“Positief zijn in elk geval de democratische protesten in Hongkong, Libanon en Chili. Ook in België is zeker niet alles kommer en kwel. Maar ik vind dat we met een soort welzijnscrisis zitten die serieus onderschat wordt. We hebben zulke hoge zelfmoordcijfers, het aantal burn-outs en psychische problemen stijgt. Daar wordt politiek heel weinig op gefocust terwijl het mensen recht in het hart raakt. Economische en fiscale kwesties zijn natuurlijk belangrijk, maar is 10 euro netto meer of minder per maand je grootste zorg als je ouders in een zorginstelling zitten waar niet goed voor hen gezorgd kan worden?”


Hoe kunnen we het in 2020 beter doen?

“Als we het komende jaar wat meer met elkaar praten in plaats van over elkaar, dan komen we al een heel eind. Een regering zou natuurlijk ook leuk zijn.”


Dave Sinardet - De Morgen


Top


Bart De Wever


Top


Bart De Wever

Voorzitter N-VA



We kunnen de klimaatverandering aan


Als tiener in de jaren 80 was ik ervan overtuigd dat de zure regen alle bossen van Europa ging doden. Ik herinner me dat ik op een woensdagnamiddag de tram naar de stad nam om te gaan kijken naar de beelden aan de poort van de kathedraal, want ik had gelezen dat de zure regen die onherstelbaar zou verminken en was werkelijk bang dat ik ze nooit meer zou zien.


De bedreiging van de zure regen werd uiteindelijk afgewend; de nieuwe kerncentrales speelden daar toen een rol in. Later leerde ik dat mijn generatie niet de enige was die zich zorgen maakte over het einde van de wereld. Ook lang daarvoor werd al meermaals in bijna apocalyptische bewoordingen het einde van het menselijke bestaan voorspeld, tenzij we drastisch ons leven zouden veranderen.


Al die voorgespiegelde fatale crises werden uiteindelijk opgevangen door het menselijke vernuft. Je zou verwachten dat we na verloop van tijd zouden leren om dergelijke berichten met meer ratio en wat minder emotie te benaderen. Maar dat gebeurt niet. En zo worden we wederom om de oren geslagen met verhalen over hoe de CO2-uitstoot de planeet bedreigt, hoe het eigenlijk al te laat is en dat we reeds verdoemd zijn.

De mens heeft een ontegensprekelijke impact op de natuur. Een eeuw geleden was malaria nog een inheemse ziekte en stierven mensen aan polio of de mazelen. Onze rivieren waren open riolen en de olie koekte aan de Scheldekaaien aan. Vandaag is de Gentse Reep weer open en zwemmen er terug vissen in de Schelde. De Vlaamse luchtkwaliteit wordt jaar na jaar beter. En zelfs de wolf is terug.


MENSELIJKE INNOVATIE

We gaan vooruit en dat hebben we te danken aan de kracht van menselijke innovatie en technologische vooruitgang. We moeten afstappen van de doemscenario’s en denken in termen van winstscenario’s. Die vereisen een eerlijke kosten-batenanalyse van de genomen en te nemen maatregelen. Maar wie dat op tafel legt, wordt afgedaan als iemand die het probleem ontkent. Alleen het formuleren van steeds ambitieuzere klimaatdoelstellingen lijkt nog een aanvaardbaar antwoord.


Doelstellingen die wij niet kunnen halen omdat de technologie nog niet op punt staat om de transitie met behoud van de economische groei en welvaart te realiseren. En dat geeft de doemdenkers vrij spel om volstrekt onrealistische gedragsveranderingen te vragen. Vliegtuigreizen, huisdieren, een haardvuur of zelfs een broodje smos, het lijkt straks alleen nog weggelegd voor wie het kan betalen.


Want de last van die gedragssturende maatregelen komt op de schouders van de burger. En dat zal geen probleem zijn voor wie zich zonnepanelen of een elektrische wagen kan veroorloven. Maar wie zich blauw betaalt aan groene facturen heeft niet de luxe om zich zorgen te maken over het einde van de eeuw. Die maakt zich zorgen over het einde van de maand.


CREATIVITEIT

Dat wij werk moeten maken van de CO2-reductie en de afbouw van onze fossiele brandstofafhankelijkheid staat buiten kijf. En alle aspecten van het beleid komen hierbij in beeld: stadsplanning, bouwvoorschriften, ecofiscaliteit, vergroening van het wagenpark, clean energy, waterhuishouding, CO2-reductie in de industrie, modal shift in de mobiliteit, renovatie…

Maar de echte sleutel daartoe ligt bij de menselijke creativiteit. Bij ons vermogen om ons aan te passen en heruit te vinden. Neem de MYRRHA-reactor, waar we al honderden miljoenen in hebben geïnvesteerd. Daarmee kunnen we de meest veilige en moderne kernenergiereactoren testen, waarbij kernafval zelfs deels gerecycleerd zal kunnen worden. Maar tegen dat het onderzoek afgerond is, zouden wij al lang uit de kernenergie gestapt moeten zijn. Dat is totaal onbegrijpelijk. We moeten net durven te investeren in de toekomst en op zijn minst de jongste kernreactoren durven open te houden.


De beschikbare technologie voor hernieuwbare energie zal niet volstaan om onze huidige behoefte te dekken, laat staan die van een toekomst zonder fossiele brandstoffen. Als het antwoord dan is economische achteruitgang en sociale afbraak door massaal banenverlies, pas ik. Maar het punt is net dat dit helemaal niet hoeft. De ingrijpende energietransitie waar we voor staan, kan juist een economische opportuniteit zijn.


Onze fossiele brandstoffen zijn eindig en maken zowel onze huishoudens, bedrijven als mobiliteit rechtstreeks afhankelijk van niet-westerse landen. De uitstap uit de fossiele energie biedt dus een enorme kans om ons autonomer, sterker en weerbaarder te maken. Een mix tussen hernieuwbare en kernenergie is de beste garantie op betaalbaarheid, zekerheid en duurzaamheid. Ik heb er alle vertrouwen in dat we die uitdaging aan kunnen.


Bart De Wever - De Morgen


Top


Gino Russo


Top


Gino Russo

Vader van vermoorde Mélissa

Van de Witte Comités naar de gele hesjes: Gino Russo blijft strijdbaar

"De tijd dat men ons iets kon wijsmaken, is voorbij"

Sue Somers - De Morgen



Vader van vermoorde Mélissa draagt nu een geel hesje: "We leven verdorie in België, niet onder Erdogan!”


Hoeveel slaag kan een mens in het leven krijgen en nog rechtop blijven staan? Gino Russo, vader van Mélissa, een van de slachtoffers van Marc Dutroux, en sinds kort drager van een geel hesje, geeft het voorbeeld. “De armoede van mijn ouders heeft het politieke beest in mij wakker gemaakt.”


In de lokalen van de vzw Julie et Mélissa, in een bescheiden appartement in Jemeppe, deelgemeente van Seraing, zit Gino Russo achter een dampende kop koffie. Op de ramen ligt een dikke laag plakkerig stof, het keukentje kan een opfrisbeurt gebruiken. Sinds het proces-Dutroux in 2004 is Russo hier alleen geweest om de verwarming aan en uit te zetten en de post op te halen. Het naambord aan de deur is er altijd blijven hangen.


Het appartementje puilt uit van de paperassen. Op de bovenverdieping neemt het archief van de zaak-Dutroux – een half miljoen pagina’s, netjes gesorteerd in thematische ringmappen – een volledige kamer in beslag. Ernaast, op de overloop, het al even imposante archief van de vzw zelf, met dossiers van slachtoffers van seksueel misbruik en van wat Russo ‘les injusticiables’ noemt, mensen die nooit verhaal hebben kunnen halen bij het gerecht en die ten einde raad bij de vzw Julie et Mélissa aanklopten.


Russo heeft het druk. Na bijna veertien jaar waakstand is de vzw sinds een maand weer actief. Er is iemand in dienst genomen om Russo te helpen bij het titanenwerk waarmee hij zichzelf heeft opgezadeld: de digitalisering van zijn bewogen verleden. Documenten scannen, beelden van videobanden op harde schijven kopiëren...


Aan het werk is hij niet meer. Russo is een SWT’er: een werkloze met bedrijfstoeslag, het systeem dat in de plaats is gekomen van het vroegere brugpensioen. Vier jaar geleden werd Russo ontslagen bij staalreus ArcelorMittal, waar hij zijn hele leven aan de slag was geweest, eerst als arbeider, daarna als vakbondsafgevaardigde. Nadien heeft hij nog enkele jaren gewerkt als coach bij een Waalse reconversiecel. “Om mensen bij te staan die pakweg dertig jaar hetzelfde werk hebben gedaan, op hun 48ste ontslagen worden en alles verliezen. Welk bedrijf wil zulke mensen nog aannemen? We voelen heel goed dat er op politiek vlak niets voorbereid wordt voor hen. Dus wat moeten ze?”


Russo grijnst. “Die worden allemaal gele hesjes.”

 

‘Links heeft zich tot de bourgeoisie gewend,

waardoor de armen plots zonder vertegenwoordiging zaten’


Ook de papa van Mélissa trok begin december een geel hesje aan. Actievoerders vroegen hem of hij wilde meegaan naar de nationale betoging in Brussel. “Ik zei eerst nee, maar ik was de beweging wel al een tijdje aan het observeren. Ik heb met hen afgesproken, ze hebben me hun motieven uitgelegd en op 8 december ben ik met mijn hesje op de trein naar Brussel gestapt.”


Hun eindstation hebben de actievoerders die dag nooit bereikt. “De politie heeft ons verplicht vroeger af te stappen om ons door een controlepost te laten gaan, waar we werden gefouilleerd alsof we terroristen waren. Met de metro ben ik uiteindelijk op de plaats van afspraak geraakt. Daar heb ik met enkele mensen gesproken en naar hun verhalen geluisterd. Een week later ben ik opnieuw met hen gaan betogen.”


U lijkt me niet meteen het doelpubliek van de gele hesjes.

Gino Russo: “Op financieel vlak niet, nee. Ik heb een inkomen en kan goed leven. Alle grote kosten zijn gedaan: ik heb een huis, een auto, mijn zoon heeft werk en staat op eigen benen. Ik ben geen 25-jarige die gaat samenwonen met zijn lief en aan kinderen wil beginnen, terwijl ik maar 800 euro per maand verdien, zoals de jongeren die ik op de betoging heb gesproken."


“De voorbije drie jaren heb ik mensen begeleid die ontslagen waren. Ik heb de armoede alleen maar zien toenemen. Zelfs ik, die mijn facturen nog altijd kan betalen, merk dat alles duurder wordt: elektriciteit, verwarming, taksen. Mijn verzekeringspremies worden elk jaar hoger, terwijl mijn inkomen hetzelfde blijft.”


Economen zeggen dat onze koopkracht er de laatste jaren alleen maar op vooruit is gegaan.

“Dat is wat we moeten geloven, maar de realiteit is anders. Er gaapt een groot gat tussen wat men vertelt en hoe de mensen echt leven. Maar daar wordt niet over gepraat en dat maakt de mensen die het moeilijk hebben om het einde van de maand te halen, enorm kwaad. Volgens mij gaat het na de feesten erger worden. Het nieuwe jaar gaat nog meer boze mensen brengen – beter gaat het er alleszins niet op worden. Er komt een mondiale recessie op ons af.”


Toen ik de straat inreed, zag ik op het einde een gebouw van staalbedrijf ArcelorMittal. Is dit het epicentrum van de Luikse gele hesjes?

“Er zijn behoorlijk wat arme plekken in Wallonië, en Jemeppe is er daar zeker een van, ja. Dit is de gemeente waar ik geboren en getogen ben. Jaar na jaar is het hier achteruitgegaan: meer armoede, meer daklozen, meer clochards. Je vindt hier ook alleen maar winkels zoals Aldi en Action."


“Dit is het staalbassin, het centrum van de oude staalnijverheid met de fabrieken van Cockerill. Vandaag is hier alleen nog ArcelorMittal, waarvan onlangs de helft is verkocht. ArcelorMittal heeft Ilva, een fabriek in het zuiden van Italië met de grootste staalproductie van Europa, opgekocht. Om in orde te zijn met de Europese concurrentieregels moest Mittal een deel van zijn bedrijf afstoten en het heeft daarvoor Wallonië uitgekozen.”


Toch zie je hier amper iets van verzet broeien. In Frankrijk zijn de gele hesjes standvastiger en meer zichtbaar. Hoe komt dat, denkt u?

“Wellicht hebben culturele en historische aspecten daar iets mee te maken. De Fransen zijn vastberadener, Belgen lijken gelaten.”

Christiane Taubira, minister van Justitie in Frankrijk onder François Hollande, wijst op de verpletterende verantwoordelijkheid van links, wiens staat ze als ‘wanhopig’ bestempelt.

 

‘Het is on-toe-laat-baar

hoe de politie de betogers op 8 december behandelde.

We leven verdorie in België, niet onder Erdogan!’


“Ze heeft gelijk. De laatste jaren hebben linkse partijen overal in Europa gestreden voor burgerlijke rechten: het homohuwelijk, rechten voor nieuwkomers... Maar ze hebben de economische en sociale strijd uit het oog verloren. Links heeft zich veilig genesteld in de hoek van alles wat cultureel is. Ze hebben zich tot de bourgeoisie gewend en hun rug getoond aan de rest, waardoor de armen plots zonder vertegenwoordiging zaten. De vakbonden en het middenveld hebben praktisch geen macht meer en het parlement, dat geacht wordt iedereen te vertegenwoordigen, reageert niet."


“Zo is het kunnen gebeuren dat er tijdens de betoging op 8 december 450 personen zijn opgepakt. Gewone mensen, die ongevaarlijk waren. Ik kon me op tijd bekendmaken, anders was ik er ook bij geweest. De politie heeft hen op de grond gedwongen, met de armen op hun rug en hun handen vastgebonden met plastic bandjes. We leven verdorie in België, niet onder Erdogan! Ik begrijp niet dat niemand in de Kamer daar opheldering over heeft gevraagd. (nadrukkelijk) Dit is on-toe-laat-baar. Die mensen waren totaal niet gevaarlijk. En dan klaagt men dat we ons geloof in de overheid verliezen.”


We letten niet op omdat we het nog goed hebben. Zolang de koelkast maar gevuld is.

(op dreef) “Het is pure onwetendheid. De parlementaire elite begrijpt niet dat een verhoging van 10 procent van de levenskosten mensen in de armoede duwt. In het parlement zitten geen armoezaaiers, of een vertegenwoordiging daarvan. De PTB (de Waalse tegenhanger van de PVDA, red.) laat soms van zich horen, maar zij zijn de enigen. Waar zitten de socialisten en de groenen? Of de zogenaamde humanisten? Zij aanvaarden blijkbaar dat mensen zonder reden worden opgepakt en vastgebonden, terwijl de beelden over heel Europa gaan. Ik heb ze op de Italiaanse tv gezien, niet op de Belgische. Je vindt er ook geen foto’s van op het internet. De overheid verbergt haar fouten. Maar de mensen zijn geen idioten. De tijd dat men ons iets kon wijsmaken, is voorbij.”


Voelt u zich voor een stuk mee verantwoordelijk voor de huidige situatie? U bent altijd afgevaardigde geweest voor de FGTB, de Waalse socialistische vakbond.

“Je kunt niet ontkennen dat de vakbonden bourgeois geworden zijn. Ze hebben de band met de werknemer losgelaten, misschien niet altijd bewust. Dus trekken mensen een geel hesje aan en laten ze van zich horen. En als ze spreken, doen ze dat in eigen naam. Er zijn wel strategische vergaderingen, maar er is geen verticale organisatie. En dat is noodzakelijk als ze resultaten willen.”


‘Ik zou een leider kunnen zijn’, zei u onlangs in het onlinemagazine Wilfried.

“Dat had ik gekund, als ik twintig jaar jonger was geweest. Vandaag heb ik de kracht niet meer. Mijn leven heeft me emotioneel uitgeput. Ik voel me sowieso dichter bij de gewone mensen dan bij de elite, die ik in een bepaalde periode van mijn leven heb leren kennen. Ik kan wel raad geven aan de gele hesjes: ik zou ze adviseren niets te eisen en alleen hun situatie te tonen. Het is niet aan de burgers om structurele problemen op te lossen. Dat is de taak van het parlement en de regering.”


Ik zou u willen terugnemen naar 1996...

(lacht) “Ah, toen ik de zon was!”


U vormde destijds een bedreiging voor de grote politieke partijen. De Witte Mars had 300.000 mensen op de been gebracht, u had macht.

“Ja, dat heb ik ook zo gevoeld. Maar die macht kwam van de basis. Politici wisten niet hoe het dagelijkse leven van gewone mensen eruitzag. Ze beseften niet wat wij konden teweegbrengen. Daarom moeten we de gele hesjes niet negeren: het kan uitdoven, maar de beweging kan evengoed opflakkeren. Schrijf ze nog niet af.”


Kun je de gele hesjes vergelijken met de Witte Comités die in de jaren 90 her en der in het land ontstonden en die het tekortschieten van politie en gerecht aankaartten bij het misbruik en de verdwijning van kinderen?

“De Witte Comités en de gele hesjes gaan allebei over onrecht. Vroeger stonden het gerecht en de politie ter discussie, vandaag de economie. De Witte Mars is er gekomen omdat we ons verraden voelden door de instellingen. Als ouders van verdwenen en misbruikte kinderen klaagden we over de manier waarop het gerecht functioneerde en ons in de kou liet staan. Wij werden neergezet als die arme ouders, die zomaar wat zeiden omdat ze pijn hadden."


“Maar uiteindelijk hebben we over de hele lijn gelijk gekregen. De parlementaire onderzoeks-commissies hebben aangetoond dat de politie en het gerecht niet alles hebben gedaan om Julie en Mélissa terug te vinden. Een paar dagen na hun verdwijning stond de naam van Marc Dutroux al op de radar. Met die informatie is te weinig gedaan. Het land had zijn inwoners verraden en dat heeft de Witte Mars uitgelokt."


“Als volk hebben wij de gewoonte om te delegeren. We gaan stemmen en denken: de verkozenen zullen het zich wel aantrekken en het goed doen. Maar zij laten het afweten.”


Wat hebt u gedaan met de macht die u destijds in handen had?


‘Op menselijk vlak ben ik blij

dat het gemis van Mélissa zin heeft gehad.

Zo leeft ze toch nog’


“Ik heb er niet van geprofiteerd en dat is mijn geluk geweest. Ik had niets te bewijzen, ik heb gewoon geprobeerd te vertolken wat er leefde bij de ouders van de ontvoerde en vermoorde kinderen.


“Toen Julie en Mélissa in 1996 teruggevonden werden, zag ik op de kalender dat we nog maar drie jaren verwijderd waren van de volgende parlementsverkiezingen. We hadden drie jaar om iets te veranderen, om te corrigeren wat er in de zoektocht naar Julie en Mélissa fout was gelopen. Dat is gelukt, maar het heeft ons veel energie gekost. Als je een politieke strijd wilt voeren, kom je maar beter gewapend aan de start. Maar wij, de ouders, waren al lamgeslagen nog voor we eraan begonnen. En toch hebben we doorgezet. Het systeem heeft nooit gedacht dat we het zo lang zouden volhouden.”


Was de vzw Julie et Mélissa een hulpmiddel in die strijd?

“De vzw was in de eerste plaats een toevluchtsoord voor slachtoffers van seksueel misbruik die bot hadden gevangen bij het gerecht. Dat waren moeilijke dossiers, waarin een psycholoog ons bijstond. Op den duur kregen we iedereen over de vloer die niet tevreden was over het gerecht en mensen die vonden dat ze het slachtoffer waren van favoritisme. We hadden een groot bereik: ons trimestrieel tijdschrift had 10.000 abonnees. Er waren ook veel donateurs – subsidies heb ik altijd geweigerd. Met dat geld is de vzw kunnen blijven bestaan en kan ik vandaag opnieuw iemand in dienst nemen. Vroeger werkten hier drie meisjes. Een van hen heeft zelfs het assisenproces gevolgd.”


U en uw vrouw zijn nooit naar het proces in Aarlen willen gaan omdat jullie het niet eens waren met de visie van de onderzoekers. Maar onrechtstreeks waren jullie er toch?

“Via de vzw waren we erin geslaagd een perskaart te bemachtigen. Een van de meisjes is elke dag naar het proces geweest en maakte aantekeningen, die hier werden uitgetikt en verwerkt – het waren de meisjes die dat zo hadden beslist. Zij vonden dat als wij het woord wilden nemen, we op de hoogte moesten zijn van wat er gezegd was.”


Waar bent u, terugblikkend, het meest trots op?

“Dat als je het vandaag over Julie en Mélissa hebt, de mensen weten over wie het gaat. In moordzaken gaan de daders meestal met alle aandacht lopen – misdaad fascineert mensen, ze willen er alles over weten. Maar over de slachtoffers werd zelden gesproken. Dat is nu veranderd.

 

‘Het zou weleens kunnen gaan zoals in Italië.

Dat waren ook eerst mensen

die op pleinen stonden te protesteren.

Nu zitten ze in de regering’


“Ik zou ook de wet-Franchimont kunnen noemen, en dat je na je verhoor een kopie van het proces-verbaal mee naar huis krijgt. Of dat wanneer je kind verdwijnt, het kindergeld niet meteen wordt ingehouden. Er zijn dankzij ons heel wat wetgevende initiatieven genomen, maar vooral op menselijk vlak ben ik blij dat het gemis van Mélissa zin heeft gehad. Ze is dood, maar ze leeft nog."


“Het klinkt nu alsof die periode achter me ligt, maar ze is eigenlijk nog altijd bezig. Als je Bruno Dayez (de advocaat van Marc Dutroux, red.) bezig hoort over de voorwaardelijke vrijlating van zijn cliënt, dan vraag je je toch af wat er door het hoofd gaat van die man. Eerst was er de vrijlating van Michelle Martin en het gedoe over het klooster waar ze verbleef, waarna een rechter zich over haar heeft ontfermd die overal rondtoetert dat we haar moeten vergeven. Het blijft maar bezig, wij krijgen geen rust. En behalve energie moet ik ook nog geld vrijmaken om daartegen in het verweer te gaan (Russo diende klacht in tegen Bruno Dayez bij de orde van advocaten, red.). Eigenlijk is het pure provocatie. En de pers gaat daar gewillig in mee.”


U kunt zich nog altijd boos maken.

“Ik bezit nog altijd het vermogen tot verontwaardiging, ja. Niet alleen over de zaak-Dutroux, maar over het leven in het algemeen. Het is gemakkelijker om in je zetel te blijven zitten en niets te doen, maar daar zul je niks mee bereiken.”


Hebt u uw rechtvaardigheidsgevoel en de aanleg voor politiek van thuis meegekregen? Uw moeder was secretaris van de communistische partij in Sicilië.

“Mijn ouders waren arm en ik denk dat ik onbewust hun strijd mee heb gevoerd om zich te integreren. Ik was een kind van de cité. Toen ik 10 jaar was, kocht mijn moeder mijn kleren op de markt. Ik droeg carnavaleske hemden en schoenen die op niets trokken. Ik zag de mensen kijken. De armoede van mijn ouders voelde aan als een onrecht. Dat heeft het politieke beest in mij wakker gemaakt."


“Ik ben maar tot mijn vierde middelbaar naar school geweest, daarna wachtte het bandwerk in de staalfabriek. Ik werkte in ploegenshiften, voor een jongere is dat confronterend. Terwijl mijn vrienden in het weekend uitgingen, moest ik gaan werken."


“Op het werk verdedigde ik mijn collega’s. Als er onrecht was, kwam ik tussenbeide. Dat kwam de vakbonden ter ore, die me vroegen of ik lid wilde worden. Eerst zat ik als arbeider in de ondernemingsraad, waar het alleen maar ging over cijfers en diagrammen – ik snapte er niets van. Later werd ik afgevaardigde. Ik was de man van de vloer, ik nam het liever op voor de mensen.”


Er hebben veel politieke partijen bij u aangeklopt. Waarom hebt u nooit toegehapt?

“Die waren niet geïnteresseerd in wat ik zei, dat was alleen maar om stemmen te ronselen. Toe-treden tot een partij en je eigen ideeën uitvoeren: vergeet het. Ik heb dat gezien bij mijn vrouw Carine, die van 2007 tot 2009 senator was voor Ecolo. Politiek is een soort sekte, een spel dat alleen ingewijden mogen spelen. Je stapt op een carrousel en moet meedraaien. Je dient een wetsvoorstel in, maar omdat je niet tot de meerderheid behoort, wordt het afgekeurd."


“Er is vandaag te veel politiek. Er valt niet meer naast de politieke uitzendingen te kijken, politici struikelen over elkaar om op tv te komen. Ze zitten voortdurend in campagnemodus. Dat wordt problematisch: het gevaar bestaat dat de mensen gedegouteerd raken. Het zou weleens kunnen gaan zoals met de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo in Italië. Dat waren ook eerst mensen die op straten en pleinen stonden te protesteren. Nu zitten ze in de regering, waar ze ministers leveren voor de posten Werk en Justitie.”


De Vijfsterrenbeweging heeft een nare bijklank omdat ze populistisch is.

“Meer nog: ze eisen die titel op. Ze voelen zich verraden door links en houden niet van rechts, omdat die voor de rijken rijden. Hun discours is simpel: het establishment buiten, wij gaan het zelf doen. Mensen worden met pensioen gestuurd om jongeren aan het werk te helpen, de armsten krijgen een extra uitkering. Gedaan ook met de onduidelijke geldstromen. Goed, in Italië is het nogal karikaturaal, maar in België zijn er toch ook populisten? Bij N-VA zie ik niets anders. Ik zie trouwens het verschil niet tussen de N-VA en de extreemrechtse Lega Nord in Italië – daar durven ze zelfs geen kinderen van vluchtelingen op te sluiten zoals bij ons. Nee, wij sluiten de ogen voor wat er gebeurt in ons land en maken ons liever druk over Órban en Trump. Maar er wordt niet uitgelegd waarom Órban en Trump er zijn, want dan moeten we het over de oorzaken hebben."


“Mensen hebben geen vertrouwen meer in traditionele politici, die doen alsof ze niets te maken hebben met populisme. Maar zij hebben het gecreëerd, ze oogsten wat ze gezaaid hebben. En dan wijzen ze het volk met de vinger.”


Met de gele hesjes dreigt het dezelfde kant op te gaan. Hen worden extreem-rechtse sympathieën toegedicht.

“Wat een dooddoener. Zelfs als zouden ze een groene broek aanhebben of een rode pet opzetten, dan nog werden ze voor extreemrechts versleten. Wij hebben hetzelfde meegemaakt met de Witte Comités, die zogezegd ook extreerechts waren. Maar praat eens met die mensen: je zult zien dat ze lijden en dat ze zich daarom radicaal tonen. Ze worden onderdrukt."


“Het establishment is bang voor emoties. Maar het is door emoties dat dingen veranderen, niet door rationele overwegingen. We leven in een maatschappij die wordt geregeerd door de ratio. Prestaties en performantie zijn de codewoorden. Mensen zijn productiemachines geworden die de economie moeten doen draaien. Als je koopt, gaat het alleen nog over het geld, niet over het product. Een auto? Hier is de lening. Een nieuwe keuken? Dit zijn onze afbetalings-voorwaarden. Ons systeem draait op schuld, die het geld creëert. Waar zit de emotie nog? Die zie je alleen maar op Facebook en Instagram.”


Verbaast het u soms dat u er nog bent, na alles wat u hebt meegemaakt?

“Ik heb me vaak afgevraagd hoe ik het volgehouden heb. Er is veel tegenslag geweest in mijn leven, maar ik kan nog altijd om mezelf lachen. Misschien ben ik er nog omdat ik nooit iets gewild heb. Ik heb het nooit gedaan voor de erkenning. Ik deed interviews, leerde politici kennen, begaf me in hogere kringen, maar ik verwachtte niets terug. Ik kon niet vernietigd worden – dat had het verlies van mijn dochter al gedaan."


“Ik heb alles op een dienblad aangeboden gekregen, maar ik ben altijd een gewone werknemer gebleven. Titels zouden me niet gelukkig gemaakt hebben. Mijn waarden zijn vriendschap, de uitwisseling tussen mensen, gezien worden. Daarom dat ik de gele hesjes een warm hart toedraag: zij worden niet geduld door de academici en de intelligentsia, die hen beschouwen als brol in de marge."


“Maar uiteindelijk willen de gele hesjes erkend worden voor wie ze zijn, net zoals iedereen.”


Uw vrouw Carine bracht twee jaar geleden het boek 14 maanden uit, waarin ze de periode beschrijft van Mélissa’s verdwijning. Hoe was het voor u om die maanden te herbeleven?

“Het boek deed me beseffen hoe uitzonderlijk het is dat Carine en ik nog samen zijn. Een trauma zoals dat van ons vraagt vaak om radicale ingrepen. Je wilt breken met het verleden en denkt dat je alles moet veranderen, ook je partner. Mensen zoeken het geluk, tegen elke prijs.”


Sue Somers - De Morgen


Top


Gea Schoeters


“Stuitend, onverantwoord en gevaarlijk”

Gaea Schoeters schrijft een brief aan politici die in hun parlementen onvolwassen en ongedisciplineerd gedrag vertonen.


Gaea Schoeters - De Standaard


Top



Beste politici,


Afgelopen weekend debatteerden we op het congres van de Vlaamse Auteursvereniging over het carrièreperspectief van schrijvers. Voorafgaand praatte ik met collega’s die aanwezig waren in het Vlaams Parlement tijdens de stemming over de cultuurbegroting. Allemaal waren ze gechoqueerd door wat ze hadden gezien. Dat komt ervan, als u het volk zo aan het morren brengt dat ze in het parlement komen kijken hoe u doet wat ze u jarenlang in vertrouwen hebben laten doen, met name het volk vertegenwoordigen, en dan vaststellen dat u dat niet naar behoren doet.


De kunstenaars hadden het over slecht theater, dovemansgesprekken, halfhartige tussenkomsten, geveinsde verontwaardiging en vooral: een stuitend gebrek aan betrokkenheid en beroepsernst. Dat het debat om het inkomen, de roeping en het levenswerk van echte mensen ging, scheen niemand te beseffen; welnee, het was gewoon het volgende agendapunt. Nog twee te gaan en dan is het vakantie.


Een parlement dat de verzorgingsstaat sneller sloopt dan de Berlijnse Muur is neergehaald,

laat zich grijnzend vereeuwigen terwijl het aan liefdadigheid doet voor de arme kindjes.


Hoe dan ook. We debatteerden. Over de moeilijke loopbaan van wie in de kunsten werkt. Over hun precariteit. Over het feit dat onze ouders zich zorgen maken om ons. Omdat we geen voorspelbaar inkomen hebben. Niet pensioensparen. Op zolderkamers wonen. Hoewel we relatief succesvolle kunstenaars van middelbare leeftijd zijn. Hoe we moeten kiezen tussen carrière en gezin, omdat de combinatie door de werkdruk en het wankele financiële model onhaalbaar blijkt. Over een kunstenlandschap waarin binnenkort niemand meer zal excelleren, omdat de grote namen dood zullen zijn en het talent van nu zich niet langer kan ontwikkelen, niet kan professionaliseren en dus zal uitdoven. Zelf sloot ik gisteren mijn boekjaar af: ik verdiende afgelopen jaar ongeveer 1.000 euro per maand. Daarvoor werk ik 7 op 7 en combineer ik vijf jobs: ik geef les, werk als freelancejournalist voor tijdschriften, kranten en de radio, sta met een prestigeproductie in twee internationale operahuizen, schrijf voor theater en geef boeken uit bij drie professionele uitgeverijen. O, en ik geef lezingen. ’s Avonds. En schrijf voor tijdschriften, zit in commissies en raden van bestuur en ben cultuuractivist. Gratis. Ik werk elk jaar meer, en word elk jaar meer een werkende arme.


Toch zijn wij de subsidieslurpers. Wij. Niet u.


En wat nog erger is: iedereen haastte zich om te zeggen dat ze niet willen klagen. Want dat wij de gelukkigen zijn. Diegenen die nog kunst kunnen maken. Kunnen excelleren. En dat we er beter aan toe zijn dan vele andere, nog armeren in de maatschappij. Hier en elders. Zelfs op onze zolderkamers kennen wij nog empathie. Wij wel. Wij maken kunst, veelal geëngageerde kunst, waar we vaker geld aan toesteken dan we eraan verdienen, omdat het ons iets kan schelen. Ons wel. Tijdens die repetities en producties denken we na over de maatschappij, we reflecteren, we werken. We nemen de zaken ernstig. Wij wel. U speelt pacman tijdens het debat. Gaat drie uur uit lunchen. Boekt theatertickets. En maakt nog een mopje, terwijl u intussen een paar duizend mensen van hun inkomen berooft. Moet kunnen, toch?


Toch zijn wij de profiteurs-in-de-ivoren-toren. Wij. Niet u.


Zelf was ik niet in het parlement, donderdag. Ik stond buiten te zingen, met nog een paar honderd van die armoezaaiers. Enkele politici kwamen even kijken, wat veeleer gênant dan bemoedigend was; geen van hen sprak ons aan, geen van hen zei iets, geen van hen sprak bevlogen woorden – ze stonden even in de lijn tussen ons en de tv-camera’s en probeerden zich een houding te geven. Het werd iets tussen aapjes kijken en een verplichte acte de présence.


Nog gênanter was wat zich verderop achter de ramen van het parlementsgebouw afspeelde. Terwijl de kunstenaars zich buiten de ziel uit hun lijf stonden te zingen, om op hun bestaan en hun financiële precariteit te wijzen, zaten parlementairen en ambtenaren op een spinningfiets. Begeleid door luide beats maalden ze, een glas bubbels in de hand, de bolle buikjes in strakke (Vlaamse) wielershirts, rondjes voor het goede doel. De Warmste Week, weet u wel. Iets met kinderarmoede. Fietsend voor de camera. ‘Samen voor het goede doel!’ Hoeveel cynischer kan het worden? Een parlement dat de verzorgingsstaat sneller sloopt dan de Berlijnse Muur is neergehaald, laat zich grijnzend vereeuwigen terwijl het aan liefdadigheid doet voor de arme kindjes. Fietst een aalmoes euro bij elkaar, terwijl het tegelijkertijd knoeit met armoedecijfers en zonder schroom subsidies schrapt van kinderwelzijnsorganisaties, het onderwijs, de kunsten. En subsidies uitdeelt aan vervuilende bedrijven en multinationals. Zelfs de Zelfmoordlijn moest eraan geloven. Of wacht, nee, niet de Zelfmoordlijn. Dat draaien we even terug. Too much bad publicity. Zo arbitrair is het beleid.


Uw onvolwassen en ongedisciplineerd gedrag, beste politici, is niet alleen stuitend, het is onverantwoord en gevaarlijk. Want het gaat niet om agendapunten, maar om realiteiten. Echte armoede. Een echte klimaatcrisis. Echt opkomend extreemrechts gedachtegoed. Echte haat. Echte polarisatie. En echte dreiging voor de verzorgingsstaat en de democratie.


Verkozen zijn, besturen, het volk vertegenwoordigen impliceert verantwoordelijkheid nemen. Als u zich bij de volgende verkiezingen opnieuw afvraagt waar uw kiezers heen zijn, laat dat dan het antwoord zijn: weggevlucht van uw gebrek aan oprechte betrokkenheid. Want het gaat niet alleen over die paar honderd kunstenaars. Het gaat ook om de zorgsector. De sociale sector. Het onderwijs. De flexwerkers. De werkende armen. Het gaat om onze verzorgingsstaat. Onze democratie. Ons klimaat. Onze toekomst.


En als u zich afvraagt waarom het alweer zwarte zondag is, laat dat dan ook uw antwoord zijn. Boze mensen geloven graag dat anderen het anders zullen doen. Beter. Ze lopen weg van het centrum. En weg van de democratie, die u zo schaamteloos uitholt.


Denkt u daar, tijdens uw kerstvakantie (u heeft vakantie, betaalde vakantie, dik betaalde vakantie; wij werken gewoon on- of onderbetaald door) maar eens over na. Hoe u wilt dat de opstand, die er onvermijdelijk aankomt, er straks uitziet. Zoals die in 1789? Zoals de revolutie in Iran in 1979? Of zoals die in 1933, of 1939? Want een dergelijk dedain van de politiek voor het volk, dat blijft niet ongestraft. Dat leidt vroeg of laat tot een opstand. En de vraag is maar wie daar iets bij te winnen heeft. Niet de democratische partijen, zoveel is zeker. In het beste geval krijgen we burgerdemocratie. Veel waarschijnlijker krijgen we doffe ellende. En uw onverschilligheid is daar verantwoordelijk voor.


Desalniettemin,

Fijne feesten

Gea Schoeters - De Standaard


Top


Tom De Meester


“Onder de glazen stolp van het Vlaams parlement,

een verontwaardigd ooggetuigenverslag”


Tom De Meester


Top



“Ons systeem is niet perfect, maar het is het beste wat er is, velen vergeten dat het nog steeds een parel van de democratie is die we moeten verdedigen.” Zo reageert Marius Meremans (N-VA) vandaag op de striemende kritiek van actrice Maaike Neuville en auteur Gaea Schoeters, die donderdag met open mond het begrotingsdebat in het Vlaams parlement - 17 uur lang - aanschouwden. “Ik voel mij op geen enkele manier gerepresenteerd door de spelende, joelende kinderen die ik donderdag bezig zag”, schrijft Maaike. “U bent niet de voeling met het volk kwijtgeraakt, maar met uw verantwoordelijkheid. Even je mening komen verkondigen in de volle wetenschap dat het niets uitmaakt, want de uitslag ligt toch al vast? Dit was een schijnvertoning.”


Mijnheer Meremans heeft duidelijk niets van de kritiek begrepen. Ook wij, kersverse PVDA-parlementsleden, nieuw in het parlement, keken met grote ogen naar het schouwspel dat zich tijdens het begrotingsdebat voor onze neus afspeelde. De holle woordenkramerij, de verplichte nummertjes, de zelfbewieroking, de feitenvrije retoriek, de arrogantie van de macht.


Het was mijn eerste begrotingsdebat, en ik heb veel geleerd. Vier scènes die mij altjid zullen bijblijven, uit wat Maaike Neuville treffend “de duurste gesubsidieerde toneelproductie van het land” noemt.


EERSTE SCÉNE: ONDER DE GLAZEN STOLP

Het luide gejoel, bij de regeringspartijen en het Vlaams Belang, toen ik het waagde om een brief voor te lezen van Rudi uit Landen, een sociale huurder met een gehandicapte zoon, die per 1 januari 172 euro extra huur moet betalen door de nieuwe prijsbepaling, opgelegd door de Vlaamse regering. De stem van gewone burgers laten horen, daar onder de geluidsdicht geïsoleerde glazen stolp van het Vlaams parlement, het is blijkbaar bijna heiligschennis.


Toen we rond 19u de schorsing van het debat vroegen, om met het parlement naar buiten te gaan en tenminste te luisteren naar de bekommernissen van kunstenaars, sociaal werkers, wachtlijstmoeders en overheidspersoneel, werd ons dat met veel eyerolls geweigerd. De PVDA-fractie stapte dan maar zelf naar buiten, wat ons een zure uithaal van minister Wouter Beke (CD&V) opleverde. Alsof we aan onze democratische plicht verzaakten door buiten naar protesterende burgers te gaan luisteren.


TWEEDE SCÉNE: IN DE KOFFIEKAMER

Rond middernacht had PVDA-fractieleider Jos D’Haese het helemaal gehad met het aanzwellende lawaai in wat eufemistisch de ‘koffiekamer’ wordt genoemd. De koffiekamer ligt net naast de Koepelzaal, en er wordt drank à volonté geschonken. Het is de enige plek in het parlement waar de pers niet binnen mag. Rond middernacht zaten er méér parlementsleden in de koffiekamer dan er in het halfrond het debat nog aan het volgen waren. Hoe meer bier en wijn er verzet werd, hoe luider het lawaai.


Tot twee keer toe heeft Jos de parlementsvoorzitter moeten vragen of het misschien, uit respect voor het debat, een beetje stiller kon. De jolige sfeer in de ‘koffiekamer’ – parlementsleden gedroegen zich alsof ze op schoolreis waren, terwijl in het halfrond gedebatteerd werd over harde besparingen in zorg, welzijn en cultuur - zal mij altijd bijblijven. Veel cynischer moet de politiek niet worden.


DERDE SCÉNE: DE UITGESTOKEN HAND

Na twee uur heftig debat over de besparingen op cultuur is het overduidelijk dat de harde besparingen op cultuur geen meerderheid hebben in het parlement. Stephanie D’Hose (Open VLD) breekt openlijk een lans voor de projectmiddelen. “Het is de humus van onze cultuursector waar absoluut heel veel middelen in gestoken moeten worden.” Karin Brouwers (CD&V) houdt op het spreekgestoelte een, naar mijn aanvoelen, eerlijk en oprecht pleidooi, voor de kunsten, en – meer nog – spreekt zich óók duidelijk uit tegen de besparingen op projectmiddelen. “Dat er 60% bespaard wordt op de projectsubsidies voor cultuur heb ik in de krant moeten vernemen. De regering heeft dat beslist. Wij mogen als parlementsleden toch ook nog onze zeg hebben? Wij moeten dat hier wel goedkeuren vanavond!”


Het was een uitgestoken hand die ik graag aanvaardde. “U zegt zeer terecht dat deze besparingen op Cultuur geen draagvlak hebben, niet in dit parlement, niet bij de kunstenaars, niet in de samenleving. Mag ik er dan van uitgaan dat u straks ook tegen die besparing zult stemmen?” Het antwoord van mevrouw Brouwers sloeg mij met verstomming. “Zo werkt dat hier natuurlijk niet, ik zeg u dat eerlijk.” “Hoe werkt het dan wel?”, vroeg ik. “Ik zal u zeggen hoe het werkt, mijnheer De Meester. De besparingen op cultuur schrappen, zonder duidelijk te zeggen waar u dan de middelen haalt, daar doe ik niet aan mee.”


Veel duidelijker kon ik het nochtans niet zeggen. Ons voorstel was perfect gefinancierd: de PVDA stelde in haar amendement voor om 60% van de partijdotaties te schrappen in plaats van 60% te besparen op cultuur. Dat voorstel brengt jaarlijks 7,2 miljoen euro extra in het laatje – maar werd door de meerderheidspartijen unaniem weggestemd. Ook door Karin Brouwers en Stephanie D’Hose.


VIERDE SCÉNE: BIJ NACHT EN ONTIJ

Om 3u ’s nachts, na 17 uur debat – voor wie tenminste de hele tijd in het halfrond was blijven zitten – wordt de begroting gestemd. Meerderheid tegen minderheid. Niemand is van mening veranderd. De besparingen op onderwijs, welzijn, de openbare diensten en cultuur worden door de meerderheidspartijen unaniem goedgekeurd. Alle amendementen van de oppositie worden weggestemd. Ons amendement om 60% te besparen op de partijdotaties – aangezien al die partijen ook federaal al langs de kassa passeren en dat geld toch alleen maar in vastgoed beleggen – wordt arrogant weggestemd. Ons voorstel om 6% te besparen op de ministerlonen – iederéén moet toch besparen’? – gaat zonder het minste debat de vuilbak in. Een amendement van de PVDA om 93 miljoen uit het Klimaatfonds niet aan vervuilende multinationals te geven - van subsidieslurpers gesproken - maar te investeren in beter, ecologisch openbaar vervoer, wordt meteen weggestemd.


Ook de besparingen op de projectmiddelen voor cultuur worden manu militari goedgekeurd. Een amendement van PVDA, Groen en sp.a om de 60% besparingen op de projectsubsidies te schrappen wordt zonder verpinken weggestemd. Ook door Karin Brouwers (CD&V) en Stephanie D’Hose (Open VLD). “Op drie maanden tijd is uw regering erin geslaagd om héél Vlaanderen tegen zich in het harnas te jagen”, zegt PVDA-fractieleider Jos D'Haese op het spreekgestoelte. “Maar dankzij een ijzeren partijtucht duwt u die besparingsbegroting toch door.” Met democratie heeft het weinig te maken, wel met pure kadaverdiscipline, en néén, mijnheer Meremans, dat is niét “het beste wat er is”, dat is een opgestoken middelvinger naar de samenleving.


Tom De Meester
Vlaams volksvertegenwoordiger (PVDA)


Top


Maaike Neuville


“Beste parlementsleden,

ik voel mij op geen enkele manier gerepresenteerd door de spelende,

joelende kinderen die ik bezig zag”


Maaike Neuville - De Morgen


Top



Beste verkozenen van het Vlaamse volk, beste parlementsleden,

Ik richt mij tot u allen. Ik had donderdag het genoegen om voor de eerste keer een zitting bij te wonen in het Vlaams Parlement. Het ging om de stemming van de Vlaamse begroting, voorafgegaan door een democratisch debat. Ik was in de eerste plaats, gezien mijn werkgebied, gekomen om te luisteren naar het debat rond de besparingen binnen het domein Cultuur. Maar mijn interesse richtte zich na enkele minuten al meteen op iets anders. Op jullie. Met open mond aanschouwde ik hoe er gedebatteerd werd.

Open mond. Ik geef het toe. Misschien had ik mij ergens, via mijn ouders of mijn school, een naïef beeld gevormd van hoe het er in een parlement aan toegaat. Ernstige mensen die met ervaring in het eigen domein en met respect voor anderen spreken over complexe maatschappelijke thema's en daar met elkaar een consensus over proberen te vinden om een land of een regio zo goed mogelijk te laten functioneren. Dat was zo ongeveer het beeld dat ik had van dit democratische halfrond.

Tot ik op de publiekstribune zat.

Ik zag hoe jullie, als kleine kinderen in een speeltuin, om de haverklap afgeleid waren, moord en brand schreeuwden als iemand iets van jullie dreigde af te pakken en vooral: hoe jullie systematisch weigerden te luisteren naar elkaar. Mag ik verwachten van een afgevaardigde van het volk dat die ten minste concentratie aan de dag legt als die moet doen waar die voor betaald wordt? Mij vertegenwoordigen?

Wat me vooral erg de ogen heeft geopend was de totale afwezigheid van enige connectie met de mensen uit het domein waarover gesproken wordt. Meerdere keren werden flauwe moppen uitgehaald, terwijl wij daar met een twintigtal artiesten op zaten toe te kijken om te weten wat er met het - weinige - geld binnen de cultuursector zou gebeuren.

U hebt een verpletterende verantwoordelijkheid. En daar wordt u ook voor beloond. Maar u gedraagt zich er niet naar. Er wordt op geen enkel moment echt naar elkaar geluisterd. Niemand, links, rechts, centrum, whatever, niemand durft het aan om zich open en dus kwetsbaar op te stellen en te zeggen : ik heb u gehoord.

Na twee uur 'debat' over het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media zette de minister-president zijn microfoon aan en herhaalde in een paar zinnen wat hij in de commissie Cultuur ook al had gezegd. Bijna woord voor woord.

Leg het mij uit, want ik, als gewone burger, begrijp niet wat dit parlement doet. Even je mening komen verkondigen in de volle wetenschap dat het niets uitmaakt, want de uitslag ligt toch al vast?

Misschien nog wel het meest frappante moment voor mij was toen Filip Brusselmans van het Vlaams Belang in het spreekgestoelte stond en een uitval deed naar de minister-president, waarna een korte stilte volgde, een andere parlementariër het woord nam en zich tot iemand anders richtte, met de woorden 'Ik heb niets te vragen aan iemand van het Vlaams Belang'. Is dat niet precies wat we wél zouden moeten doen? Luisteren naar elkaar? Vragen stellen? In het volle besef dat we elkaars overtuiging niet hoeven te delen om met elkaar in gesprek te kunnen gaan? Is dat niet de reden waarom het Vlaams Belang zoveel succes heeft? Omdat hun kiezers zich niet gehoord voelen? Zouden we niet beter luisteren naar hun beslommeringen, naar hun angsten? En daaruit leren?

Om eerlijk te zijn, ik voel mij ook niet gehoord. Ik zal niet meteen een radicale stem uitbrengen, maar ik voel mij op geen enkele manier gerepresenteerd door de spelende, joelende kinderen die ik donderdag bezig zag. U bent niet de voeling met het volk kwijtgeraakt, maar met uw verantwoordelijkheid. U bent vergeten dat u niets anders bent dan een gewone burger.

Voor mij, als leek, als buitenstaander, als naïeve passant, is het overduidelijk. Dit werkt niet. Dit is een schijnvertoning. De duurste gesubsidieerde toneelproductie van het land.

Is het niet eens tijd om na te denken over een politiek systeem waar niet partijen het voor het zeggen hebben, maar mensen? Nodig systematisch burgers uit, experten, mensen uit het veld, om mee in debat te gaan. Niet één keer. Maar elke zitting opnieuw.

Maar niet dit. Ik voelde mij door niemand gerepresenteerd. En nochtans heb ik een stem uitgebracht en ben ik tot nader order wat jullie ook allemaal zijn. Mens.

Met vriendelijke groeten,

Maaike Neuville, De Morgen


Top


N-VA Joël De Ceulaer


‘Niemand heeft nog vat op Theo Francken’: het rommelt bij N-VA


Joël De Ceulaer - De Morgen - Beeld DM


Top



Het valt zelfs buitenstaanders op. De almacht van Bart De Wever is voltooid verleden tijd.

En er is één man die de vrijgekomen ruimte met veel bravoure bezet: de voor­malige staatssecretaris van Asiel en Migratie.

Een insider: ‘Niemand heeft nog vat op Theo Francken, hij doet vierkant zijn eigen zin.

Maar als hij voorzitter wordt, scheurt de partij in twee.’


Het heeft lang geduurd, maar nu is het dan zover. De verhoudingen zijn gekanteld. Was het vroeger Bart De Wever die Theo Francken tijdens het partijbestuur weleens op zijn plaats moest zetten, met een geïrriteerde opmerking over zijn soms rauwe standpunten en dito tweets, dan zijn de rollen nu omgekeerd. De laatste tijd is het Theo Francken die Bart De Wever onderbreekt en openlijk tegenspreekt, ook in het bijzijn van derden, van andere partijen zelfs. “Dat is volledig nieuw”, vertelt een toppoliticus die aanwezig was bij federaal overleg tussen de verschillende partijen. “Soms was De Wever iets aan het uitleggen, en nam Francken het gewoon over, om namens de partij de puntjes op de ‘i’ te zetten. Het is duidelijk dat de positie van De Wever serieus is aangetast.”


Dat Francken vaak het hoge woord voert, en zijn voorzitter overvleugelt, wordt ook door andere bronnen bevestigd. In de krant La Dernière Heure van 12 oktober viel al te lezen dat het ook de PS-gezanten bij die federale besprekingen opviel: hoe De Wever haast in permanente twijfel verkeert, terwijl Francken één brok twijfelvrije zelfverzekerdheid is en niet aarzelt om zijn voorzitter te onderbreken.


Op het Vlaamse niveau zouden zich soortgelijke scènes hebben voorgedaan. Bij die onderhandelingen zat Francken niet in de centrale N-VA-delegatie, maar maakte hij wel deel uit van de werkgroep integratie, bijvoorbeeld. “En ook daar week hij op eigen initiatief vaak af van de partijlijn”, vertelt iemand die namens een andere partij in dezelfde werkgroep zat. “Soms leidde dat zelfs tot spanningen binnen de N-VA-delegatie, en moest de vergadering worden geschorst omdat Francken een zorgvuldig voorbereide N-VA-nota ineens niet meer volgde.”


Wat is er aan de hand? Een partijmedewerker laat er geen twijfel over bestaan: “Het ego van Francken is uit zijn voegen gebarsten. Hij is een loose cannon. Niemand heeft hem nog in de hand. Niemand heeft nog vat op hem. Hij doet vierkant zijn eigen zin. En hij heeft duidelijk de ambitie om partijvoorzitter te worden. Maar als het ooit zover komt, scheurt de partij in twee.”


Ook Jan Peumans, die de partij inmiddels verlaten heeft en van wie iedereen weet dat hij zich niet kon vinden in de lijn-Francken, heeft er geen goed oog in. “U hebt het zelf ooit voorspeld”, lacht hij. “Dat de problemen voor N-VA zouden beginnen op het moment dat Bart De Wever niet langer voorzitter is. Welnu, dat zal inderdaad zo zijn. En Francken gloeit momenteel van ambitie, dat is duidelijk. Hij heeft het gevoel dat de wereld aan zijn voeten ligt. En hij heeft zeker aanhangers binnen de partij.


“Maar vergis u niet, ook mijn strekking is duidelijk aanwezig, alleen is die niet zo luidruchtig. Ik hoor momenteel van veel mensen dat ze het spijtig vinden dat ik vrijwillig ben opgestapt.”


NIET LANGER ALMACHTIG

De opmars van Francken verloopt volgens een ijzeren politieke logica. De N-VA heeft bij de laatste verkiezingen een kwart van haar kiezers verloren. Dat is een dreun waarvan veel partijvoorzitters nooit meer herstellen. Voor De Wever betekent dat niet het einde – per slot van rekening is N-VA nog altijd de grootste partij – maar wel het einde van zijn almacht. Dat Francken de vrijgekomen ruimte wil innemen, spreekt vanzelf: hij was de enige lijsttrekker die alle Kamerzetels in zijn provincie heeft behouden. Wie dat kan, stijgt in de politieke pikorde. De kiezer bepaalt hoeveel iemand weegt.


Behalve Francken en De Wever maakt ook Jan Jambon vandaag deel uit van de heilige drievuldigheid bij N-VA. Op dinsdag 11 juni, dik twee weken na de verkiezingen van 26 mei, probeerde dat drietal de violen te stemmen tijdens een bijeenkomst bij De Wever thuis.

Tijdens die vergadering zou naar verluidt bevestigd zijn dat Jambon de Vlaamse formatie in handen zou nemen – dat De Wever zich kandidaat had gesteld om minister-president te worden, zou een afleidingsmaneuver zijn geweest met een dubbel oogmerk: de kiezer zo massaal mogelijk mobiliseren, en gezichtsverlies vermijden voor de vorige minister-president Geert Bourgeois, die alleen voor De Wever zelf bereid was om een stap opzij te zetten, niet voor Jan Jambon.


Wat het triumviraat die avond verder nog heeft afgesproken, weten uiteraard alleen de betrokkenen zelf. Maar de kans is niet denkbeeldig dat ook de opvolging van De Wever als partijvoorzitterschap er ter sprake is gekomen.


In elk geval is er beslist dat Francken deel zou uitmaken van de federale onderhandelingsploeg. Terwijl hij niet alleen bij de PS, maar ook bij de MR zeer moeilijk ligt – de Franstalige liberalen schrijven hun enorme verkiezingsnederlaag deels toe aan de factor-Francken, die voormalig premier Charles Michel verschillende keren fameus op de zenuwen heeft gewerkt.


Dat Francken federaal mee aanschuift, kan dus twee dingen betekenen. Ofwel ging De Wever daarmee akkoord, en koos N-VA van meet af aan voor een federale blokkering. Ofwel had De Wever het liever anders aangepakt, maar heeft Francken die plek aan tafel afgedwongen.


Dat Francken meer ruimte opeist, is duidelijk. Maar wil hij ook partijvoorzitter worden? Als N-VA niet in een federale regering stapt, en Peter De Roover fractievoorzitter blijft in de Kamer, zou Francken ‘gedegradeerd’ worden tot gewoon Kamerlid. Zal hij zich in die relatief ondergeschikte rol kunnen vinden? Of wil en kan hij aan het roer komen?


Dat laatste hangt uiteraard af van De Wever zelf. Over een jaar loopt diens vijfde termijn als voorzitter af. Vraagt hij opnieuw een uitzondering op de partijstatuten – die maar twee ambtstermijnen toelaten – of maakt hij plaats voor een opvolger?


In 2012 zei De Wever in P-Magazine nog dat hij niet van plan was om eeuwig voorzitter te blijven: “In 2014 ben ik het tien jaar. Dan moet ik een bos bloemen, een fles porto en een opvolger krijgen.” Zes jaar later zei hij in Humo: “Vroeger zei ik altijd dat het mijn laatste mandaat als voorzitter was. Ik prentte mezelf in dat de partij me niet meer kon overtuigen om verder te doen, terwijl dat telkens wel zo was. Nu heb ik het losgelaten. Misschien stopt het volgend jaar, misschien doe ik nog tien jaar verder.”


Tot een open duel zal het nooit komen – als De Wever voorzitter wil blijven, zál hij het blijven. Maar gelet op zijn verzwakte positie en duidelijke vermoeidheid – De Wever was de laatste maanden erg spaarzaam met tussenkomsten die niets met zijn Antwerpse burgemeesterschap te maken hadden – wordt de vraag almaar prangender: wat doet hij volgend jaar? Nog een termijn erbij, of wordt de strijd voor geopend verklaard?


HET LEGE HOOFDKWARTIER

Dat er een nieuw tijdperk is aangebroken voor de Vlaams-nationalisten, is ook achter de schermen duidelijk merkbaar. In het hoofdkwartier werd de communicatie tot dusver gestroomlijnd onder de strakke leiding van Joachim Pohlmann, die jarenlang een soort Siamese tweeling vormde met Bart De Wever.


Pohlmann, die al enige tijd zelf columnist is in De Morgen, was mede-inspirator en coauteur van heel wat columns die De Wever vroeger zelf in De Morgen en De Standaard publiceerde. In het hoofdkwartier zette hij de lijnen uit en hield hij de falanx, de op welhaast militaire wijze gesloten formatie die de N-VA altijd geweest is, op het goede spoor.


Die Pohlmann is nu, onder licht protest van zijn voorzitter, verhuisd naar het kabinet van Jambon, als kabinetschef cultuur. Pol Van Den Driessche, die andere vertrouweling en communicatieve secondant van De Wever, heeft het hoofdkwartier ook verlaten, om diplomatiek adviseur te worden, ook bij Vlaams minister-president Jambon.


Blijft over van de oude garde: Piet De Zaeger, politiek directeur en al sinds hun studententijd een fellowtraveller van de voorzitter. “Maar die leegloop op het hoofdkwartier is wel degelijk een probleem”, zegt een insider. “De partijmachine is even stilgevallen en zal nu moeten worden heropgebouwd. Dat is niet simpel, want ook Bram Bombeek, de gedoodverfde opvolger van Pohlmann, is recent van functie veranderd.”


Tel dat allemaal bij elkaar op – een verzwakte voorzitter, een hyperactieve Francken, een kink in de structuren en het vermoeiende schimmenspel dat de federale formatie tot dusver is – en er ontstaat een ideale voedingsbodem voor iets wat de N-VA altijd goed heeft weten te bedwingen: interne verdeeldheid.


PIJNLIJKE TRADITIE

Bij partijen zoals sp.a en Open Vld is dat een pijnlijke traditie, bij N-VA is het nieuw: medewerkers en mandatarissen die zich niet meer inhouden om hun ongenoegen te uiten tegenover een journalist, in dit geval van De Morgen, die bereid is om een paar dagen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan de telefoon te hangen. Alles altijd off the record, dat wel. Zeker als het over Francken gaat. Wie niet op zijn lijn zit, zwijgt, uit angst of opportunisme: “Wie Francken tegen de kar rijdt, komt op de zwarte lijst en heeft het verkorven.”


Maar het ongenoegen zit diep, en is wijdverspreid. Van de onbekende voorzitter van een Oost-Vlaamse afdeling die het beu is zich altijd te moeten verdedigen als Francken weer eens uit de bocht gevlogen is, tot een aantal bekende volksvertegenwoordigers die zich niet kunnen vinden in de lijn van Francken, omdat hij de Chinese Muur tussen N-VA en Vlaams Belang niet altijd even goed bewaakt.


“Bart De Wever vindt dat we aan de juiste kant van die muur moeten blijven”, zegt een partijmedewerker. “Maar Francken ligt daar niet meer van wakker. Hij staat als het ware óp die muur. Het is moeilijk te zeggen hoeveel procent van de partij hij vertegenwoordigt, maar het is een minderheid. Met de natte vinger zou ik zeggen: zo’n 20 tot 30 procent van onze mandatarissen. Maar wie het niet met Francken eens is, zal dat nooit on the record zeggen.”


Dat laatste klopt volledig, blijkt tijdens die uitgebreide belronde. “Er zijn inderdaad wel spanningen”, bevestigt een bekende mandataris. “Tegen het Vlaams Belang kun je toch niet op. Als je hun retoriek overneemt, kiezen mensen voor het origineel. Wij zijn altijd een aanbodpartij geweest. Dat was onder Bourgeois zo, dat is onder De Wever nog zo. Francken loopt de VB-kiezer achterna, en dat is niet waar wij voor staan.”


HET VERDEELDE APPLAUS

Het was een op het eerste gezicht onopvallend, maar bij nader toezien zeer opmerkelijk tafereel, twee weken geleden in het Vlaams Parlement. Na de felle uithaal naar Vlaams Belanger Filip Dewinter werd de liberale minister van Samenleven Bart Somers door de meerderheid getrakteerd op een gul applaus – ook op de voorste banken van de N-VA-fractie, waar onder meer Wilfried Vandaele en Philippe Muyters flink meeklapten.


Wat sommigen in het halfrond evenwel opviel, was dat niet álle N-VA’ers dat enthousiasme deelden. Nadia Sminate, bijvoorbeeld. “Ha, u zoekt verdeeldheid bij de N-VA”, lacht ze als we haar bellen voor tekst en uitleg. “Maar het klopt, ik heb niet mee geapplaudisseerd voor Bart Somers. Heel bewust. Ik kan niet voor de anderen spreken, maar ik vind het ongepast dat een minister die de mond vol heeft over verbinden en bruggen slaan, zo hard uithaalt en op de man speelt. Ik heb een andere politieke overtuiging dan Vlaams Belang, maar ik vind niet dat je mensen moet uitschelden voor nazi.”


Sminate is een van de N-VA-mandatarissen die door waarnemers en kenners eerder in de invloedssfeer van Francken wordt gesitueerd. “Het is de groep die zich weleens durft te bedienen van het hondenfluitje”, zegt een insider. “Tot die groep behoren ook Darya Safai en Assita Kanko, bijvoorbeeld, de exponenten van het zogenaamde Nieuw Vlaams Feminisme.”


Een politicus die zich van een hondenfluitje bedient, stuurt een boodschap uit waar officieel niets mis mee is, maar waarvan de betekenis toch duidelijk aankomt bij de doelgroep – zoals het geluid van een hondenfluitje niet door het menselijk oor kan worden waargenomen. In de politiek gaat het dan bijvoorbeeld om als migratiekritiek vermomde islamofobie.


De verdeeldheid van N-VA op dat punt ligt al jaren open en bloot op straat. Founding father Geert Bourgeois, ondertussen op een zijspoor gezet in het Europees Parlement, staat als inclusief nationalist boven elke twijfel verheven. Als minister-president liet hij altijd luid en duidelijk verstaan dat Vlaamse moslims er gewoon bij horen. Bij Bart De Wever ligt dat al iets moeilijker. Zo noemt hij in zijn boek Over identiteit de islamitische hoofddoek sarcastisch in één adem met de peniskoker en het spaghettivergiet.


Toch is de voorzitter tot nader order duidelijk een inclusief nationalist. In 2004, toen hij Bourgeois opvolgde aan het hoofd van de toen nog minuscule N-VA, was het zelfs zijn grote missie om het Vlaams-nationalisme te redden uit de klauwen van Vlaams Belang, dat het nationalisme had besmeurd en toen een kwart van het Vlaams Parlement innam.


“Ik zal in deze strijd, waarin de vroegere Volksunie veel terrein verloren heeft, desnoods ten onder moeten gaan”, zei De Wever in de zomer van 2006 in Knack. “Het is een soort Stalingrad geworden. Dat gevoel heb ik als voorzitter van N-VA. Ik ben de commandant van de Russen in Stalingrad. En ik moet mij staande houden tegen die overmacht van het Vlaams Belang. Ik kan alleen maar hopen dat mijn strijd ook afloopt zoals in Stalingrad, met een overwinning voor de Russen. Achteruitgaan is alleszins geen optie. Het is winnen of sterven.”


Ironisch genoeg is vandaag Theo Francken, de man die het dichtste aanleunt bij de retoriek van Vlaams Belang, de enige N-VA’er die standhoudt. En ook de N-VA’er die het minste moeite zou hebben met een samenwerking. Denk aan zijn fameuze opmerking voor de camera van Jambers in de politiek, op zondagavond 26 mei, toen hij verheugd vaststelde dat N-VA en Vlaams Belang op een bepaalde plek “samen een meerderheid” leken te zullen hebben.


Bij insiders valt te horen dat Francken vindt dat De Wever nog langer had moeten praten met Vlaams Belang bij de vorming van een Vlaamse regering. Een bevoorrecht waarnemer: “Francken vindt dat De Wever nog veel langer had moeten wachten, tot CD&V of Open Vld bereid waren geweest om een minderheidsregering te vormen in Vlaanderen, met gedoogsteun van Vlaams Belang.”


HET CHARISMA VAN SALVINI

“De partij is gespleten”, zegt een actief lid van Jong N-VA. “Dat was al meteen te merken op de avond na de verkiezingen. Er is een deel dat zaken wil doen met Vlaams Belang, er is een deel dat daar nooit mee akkoord zal gaan. Die strubbelingen zijn duidelijk. Bij Jong N-VA hebben we daarover gestemd, en – een beetje tot mijn verbazing – hebben wij ons op de lijn gezet dat er met Vlaams Belang niet kan worden samengewerkt.”


Bij Jong N-VA is de irritatie over sommige uitspraken van Francken groot. “Wij zijn erg geschrokken van wat we maandag in De Morgen lazen over zijn toespraak in Beveren. Vooral dat hij naar eigen zeggen ‘creatief’ was in het terugsturen van illegale criminelen, en dat hij in de problemen zou geraken als hij zou vertellen hoe hij dat deed, vinden wij zeer problematisch. Ik vermoed dat velen bij Jong N-VA het geen goed idee zouden vinden mocht Francken ooit partijvoorzitter worden.”


Twee buitenstaanders, die Francken allebei erg goed kennen, willen wel on the record. Philip Roose, publicist op Doorbraak.be en goed ingevoerd in de interne keuken, ziet dat Francken iets heeft wat De Wever niet heeft. “Ik zeg niet dat hij op dezelfde lijn zit als de Italiaanse populist Matteo Salvini, maar hij heeft in sommige opzichten dezelfde stijl en hetzelfde effect op mensen”, aldus Roose. “Men zegt nogal vaak dat Francken het moet hebben van zijn sociale media, maar dat klopt niet. Hij gaat elke week een paar keer spreken voor de lokale afdelingen, en brengt mensen op de been. Hij heeft duidelijk leiderskwaliteiten, is een harde werker en kan een ploeg motiveren. Hij heeft een speciaal charisma, mensen willen een selfie met hem, ze willen hem aanraken. Ik denk ook dat hij de ambitie heeft om ooit voorzitter te worden.”


Karl Drabbe, drijvende kracht achter Doorbraak.be en uitgever van de boeken van Theo Francken, is het daarmee eens. “Theo heeft de carrure om voorzitter te worden”, zegt hij. “Hij zou aan de rechterkant zeker zieltjes kunnen terugwinnen, en zo opnieuw een dam opwerpen tegen Vlaams Belang. De man is niet zo rechts als de perceptie soms wil. Hij is bijvoorbeeld bijzonder sociaal, veel meer dan De Wever. Herinner u dat De Wever ooit zei dat de Vlaamse werkgeversvereniging Voka zijn baas is? Wel, dat zou Francken nooit zeggen. Een bijkomend pluspunt is dat hij al heel wat politieke kopstoten heeft gekregen en dus wel bestand is tegen wat kritiek.”


In een uitgebreide reactie  – die u onderaan dit verhaal kunt lezen – drukt Francken alle speculaties over zijn eventuele voorzittersambities de kop in. Maar een jaar is lang in de politiek. “En Francken gelooft dat hij het recept heeft om de partij opnieuw te doen groeien, ten koste van Vlaams Belang”, zegt een partijmedewerker. “Hij zal De Wever nooit rechtstreeks uitdagen, maar De Wever oogt erg vermoeid”, zegt een andere bevoorrechte waarnemer. “De komende maanden zijn dus onvoorspelbaar. Maar De Wever zal zich vroeg of laat helemaal willen terugplooien op Antwerpen. Als hij over vijf jaar het burgemeesterschap wil behouden, zal hij daar hard moeten werken. Vergeet niet dat de demografische evolutie in die stad momenteel niet in zijn voordeel speelt.”


EÉN GROTE ANGST

Er zijn de voorbije jaren al een paar kroonprinsen de revue gepasseerd in de zoektocht van De Wever naar een eventuele opvolger. Zo liepen Jan Jambon en Ben Weyts even in de kijker, maar was snel duidelijk dat zij niet het geknipte profiel hebben: Weyts vond zelf ook dat hij te veel een specialist is, een goed vakminister dus, en niet de generalist die een voorzitter nu eenmaal moet zijn. Jambon werd de bestuurder bij uitstek van de partij. De West-Vlaming Sander Loones, die door De Wever een paar jaar geleden heel expliciet tot opvolger werd gekroond, heeft de verwachtingen niet ingelost.


Blijft over: Theo Francken, die eerder al in de running leek te zijn. Heeft vele kwaliteiten, daarover zijn vriend en vijand het eens. Maar is ook een ongeleid projectiel. Er circuleert een anekdote over de avond waarop De Wever de federale ploeg voor de regering-Michel I voorstelde aan het partijbestuur, met Francken als staatssecretaris en Steven Vandeput als minister van Defensie. De Wever zou toen gegrapt hebben: “Als ik Theo minister van Defensie maak, hebben we morgen oorlog met een van de buurlanden.”


Er is nog één naam die voortdurend opduikt tijdens gesprekken met mensen in de buik van de partij: Valerie Van Peel. “Ze is mediatiek heel sterk”, aldus een insider. “Ze is ook altijd fatsoenlijk in haar standpunten en communicatie, bijzonder ambitieus en zeker in staat om een extra kiezersmarkt aan te boren.”


Anderen maken zich sterk dat het nooit zover zal komen. Tussen haakjes: zelf suggereerde Van Peel in een interview met De Morgen twee jaar geleden om stichter Geert Bourgeois als een soort tussenpaus aan te duiden, zodat de nieuwe voorzitter niet met onmiddellijke ingang de schoenen van De Wever zou moeten vullen – want dat lijkt haast ondoenbaar. Maar nu Bourgeois uit het centrum van de macht verdwenen is, lijkt dat scenario verder weg dan ooit.


En zo ligt een oude vraag nog altijd op tafel: hoelang houdt De Wever dit vol, en wat ná De Wever? Hoe luider die vraag klinkt, hoe groter de interne spanningen en hoe vaker u dit soort verhalen zult lezen – over een verdeelde N-VA. Het is de ultieme nachtmerrie van zowel Bourgeois als De Wever: een herhaling van de Volksunie-crash in 2001, toen die partij explodeerde na onhoudbare spanningen tussen de verschillende vleugels en strekkingen, met Bert Anciaux als splijtstof.


De ironie van de geschiedenis wil dat de rol die Anciaux toen speelde, nu – in het worstcasescenario voor de partij – wordt gespeeld door Theo Francken. Alleen trok Anciaux de Volksunie volgens velen te hard naar links, en trekt Francken de N-VA volgens velen te hard naar rechts. Nationalisme heeft geen vaste plaats op de as van links naar rechts, dus verdeeldheid is nooit verrassend.


Als De Wever de eenheid wil bewaren, moet hij de Gerry Adams van de N-VA worden en er vanaf volgend najaar nog eens twintig jaar bijdoen. Het wordt een spannend jaar in het hoofdkwartier van de grootste partij van Vlaanderen.


Dit artikel kwam tot stand op basis van gesprekken met meer dan twintig medewerkers,

mandatarissen en kenners van de N-VA. De meesten wilden alleen off the record praten.


THEO FRANCKEN REAGEERT: ‘IK STA OPEN VOOR KRITIEK’


Bart De Wever, aldus zijn woordvoerder, houdt “een mediastilte” in acht. Ook Kamerlid Valerie Van Peel en Europees Parlementslid Geert Bourgeois, wier namen vallen in verband met de opvolging van De Wever, wilden niet reageren. Theo Francken wel.


Wilt u partijvoorzitter worden?

Theo Francken: “Dat is niet aan de orde.”


Maar hebt u de ambitie?

“Ik heb vooral veel bewondering voor Bart De Wever. Ik vind hem de verstandigste en scherpste en sterkste partijvoorzitter van België. Zelfs buiten België zie ik weinig politici die zich met hem kunnen meten. Wat mij betreft is Gerry Adams een goed voorbeeld: die is 35 jaar de leider geweest van de Noord-Ierse politieke partij Sinn Féin, en heeft met die partij zowel hoogtepunten als dieptepunten beleefd.”


Maar de positie van De Wever is nu verzwakt.

“Bart heeft nog altijd alle steun binnen de partij. En hij zal zelf beslissen wanneer hij het voorzitterschap wil doorgeven. Wij zijn een partij waarin alles op een erg ordelijke wijze verloopt, zoals u weet.”


Maar naar verluidt spreekt u De Wever tegen tijdens regeringsonderhandelingen.

“Dat is dan een zeer selectieve lezing van de feiten. Ik probeer altijd beleefd te zijn en zal mensen nooit onderbreken. Zeker mijn voorzitter niet tijdens formatiegesprekken. Maar vraag hem dat zelf vooral eens.”


Hij wil niet met mij praten. Bent u zich bewust van de gespletenheid in uw partij tussen de zachte, inclusieve flank en de harde strekking die, onder uw invloed, richting Vlaams Belang leunt?

“Dat is uw eigen overtuiging, die u probeert te bevestigen.”


Ik heb heel wat mensen gebeld en noteer gewoon wat zij mij vertellen.

“Ik vind het een kwalijke framing. U, en uw krant, schilderen mij af als een soort van extreemrechtse idioot. Dat ben ik niet. Ik ben een sociale, inclusieve Vlaams-nationalist, die trouw blijft aan de lijn die Geert Bourgeois en Bart De Wever hebben uitgezet.”


Toch hebben heel wat partijgenoten problemen met uw lijn. Zo hoor ik bij Jong N-VA dat ze schrokken van uw uitspraken over de “creatieve” praktijken die u als staatssecretaris toepaste om illegale criminelen het land uit te krijgen. De Morgen bracht daar maandag nog verslag over uit.

“Uw collega was naar een lezing in Beveren gekomen om aan te tonen dat ik mensen zou ophitsen tegen een asielcentrum. Toen dat niet het geval bleek te zijn, heeft hij een paar uitspraken los uit de context gehaald. Opnieuw zeer kwalijke framing. Misschien had ik het anders moeten formuleren, maar mijn uitspraak verwees niet naar onwettige praktijken, maar naar afspraken die ik moest maken met Buitenlandse Zaken.”


Ook uw cijfers over alleenstaande mannen klopte niet.

“Dat heb ik ondertussen dan ook rechtgezet. Iedereen maakt fouten. Maar laat mij u eens iets vragen: gaat uw krant voortaan bij elke toespraak van elke politicus een journalist zetten om elke uitspraak en elk cijfer te checken? Ik begrijp dat hoge bomen veel wind vangen, maar ik zie bij sommige journalisten toch twee maten en gewichten.”


Maar ook binnen uw partij is er kritiek, hoor.

“Dat is mogelijk. Ik weet dat Jan Peumans het bijvoorbeeld soms moeilijk heeft met mijn stijl. En ik maak fouten en ga soms kort door de bocht, dat weet ik. Maar ik sta open voor kritiek en wil van iedereen leren. En ik ben wel een asset, een troef, voor mijn partij. Ik heb goed werk geleverd, in de regering, als burgemeester en nu als Kamerlid. Dus ik laat mij door al die negatieve stemmingmakerij in de pers niet van de wijs brengen.”


Joël De Ceulaer - De Morgen


Top


Vincent Scheltiens


Vincent Scheltiens

“Het algemeen belang, dat is pure quatsch”

Joël De Ceulaer - De Morgen


Top



Historicus Vincent Scheltiens over de toekomst van de ‘doodzieke’ sociaaldemocratie


Dat de sp.a in Antwerpen met Bart De Wever in zee ging, was een zware vergissing, vindt historicus Vincent Scheltiens, die een nieuw boek schreef over de neergang van de sociaaldemocratie. Een gesprek over polarisering, het minste kwaad en witte konijnen.


“De verhouding klopt niet”, zegt Vincent Scheltiens. “Als je optelt wat sp.a, Groen en PVDA samen halen, kom je uit op 25 procent. Als je kijkt naar de syndicalisatiegraad in ons land, dan zie je dat 55 procent van de werknemers nog altijd bij de vakbond is. De sociale krachtsverhouding is dus wél in het voordeel van links.”


Vincent Scheltiens (°1962) is historicus. Hij doceert aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven, en gaf afgelopen zaterdag in het Antwerpse Zuiderpershuis de Paul Verbraekenlezing. De stelling die hij daar heeft verdedigd, werkte hij uit in een boek waarvan de titel weinig aan de verbeelding overlaat: De sociaaldemocratie is doodziek. De sp.a, aldus zijn diagnose, staat geen “fundamenteel andere maatschappijordening” meer voor.


Waar is het misgegaan?

Vincent Scheltiens: “De klassieke achterban, die mannelijk en wit en vrijzinnig was en van wieg tot graf binnen de socialistische zuil leefde, bestaat niet meer als min of meer homogene groep.”


De sp.a blijft worstelen met diversiteit?

“Ook. Het is een groot misverstand bij sommigen dat die oude vrijzinnigheid in ere kan worden hersteld, door de maatschappij te laïciseren. Maar dat kan niet meer, je moet de superdiversiteit in de samenleving accepteren zoals ze is, en daarmee aan de slag gaan. Een van de andere problemen is uiteraard dat de sociaaldemocraten opgeschoven zijn naar het centrum. Toen de economische boom, met veel grote infrastructuurwerken en openbare diensten, in de jaren 70 ophield, hebben zij gaandeweg het liberalisme omarmd.”


Was het niet goed dat socialisten de vrije markt omarmden?

“Dat hadden ze al gedaan: ze aanvaardden de marktwerking, maar met een sterke sociale correctie. En ook dat laatste hebben ze gelost. Dat is laconiek verwoord door de Nederlandse sociaaldemocraat Wim Kok, die in de jaren 90 zei dat zijn partij haar ‘ideologische veren’ moest afschudden. Ook bij ons hoorde je dat, bij mensen zoals Frank Vandenbroucke. Zo kreeg je een politieke stroming die geen verwachtingshorizon meer creëerde. En de rol van de vakbonden wordt steeds meer betwist.”


‘De vakbond is van goudwaarde voor de amechtige sp.a,

die moet vechten om electoraal te overleven.

Dat mag de partij weleens beseffen’


Er is bij ons toch nog sociaal overleg.

“Zeker. In België kun je dan ook niet naast de vakbond. Maar neem Frankrijk, waar de syndicalisatiegraad nog geen 10 procent bedraagt: het was een van de grote ambities van president Emmanuel Macron om de arbeidsmarkt desnoods maar zonder de vakbond te hervormen. Ook bij ons klinkt constant de klacht dat de vakbond niet wil moderniseren, zich niet wil aanpassen aan de 21ste eeuw. Men maakt van de vakbond een karikatuur.”


Klopt dat niet, dat de vakbond niet meewil met de tijd?

“In sommige sectoren kan dat soms een probleem zijn. Maar ik denk dat de mensen bij de vakbond zéér goed beseffen wat er op het spel staat: de ingrijpende neoliberalisering van het sociaal-economische weefsel, met een steeds kleinere rol voor de vakbond.”


Zou de sp.a er beter voor staan, mocht ze dichter bij de vakbond zijn gebleven?

“Ik denk het wel. Toen hij nog partijvoorzitter was, werd Bruno Tobback in Terzake eens het vuur aan de schenen gelegd over syndicale acties. Wat hij daarvan dacht, vroeg de presentator. ‘Dat moet u aan die mensen vragen’, zei Tobback. ‘Ik ben daar geen lid van.’ Die hovaardigheid was totaal ongepast. Nu zoekt men natuurlijk toenadering, omdat de partij in de oppositie zit. Maar daarvoor moet de vakbondsleiding uitkijken.”


Hoezo?

“Vakbondsleiders moeten nu strenger zijn voor de partij, en haar aanmoedigen om weer een eigen smoel te krijgen. De vakbond is van goudwaarde voor de amechtige sp.a, die moet vechten om electoraal te overleven. Dat mag de partij weleens beseffen. Overigens kan de socialistische vakbond het niet meer maken om enkel naar de sp.a te kijken en de andere progressieve partijen te negeren.”


Heeft Groen vandaag de leiding op links?

“Groen profileert zich graag in het midden, niet links en niet rechts. Groen doet alsof er geen tegenstelling bestaat tussen werkgevers en werknemers. En dat is belachelijk. Werknemers en werkgevers hoeven elkaar niet elke dag gewapend naar het leven te staan, maar ze hebben niet dezelfde belangen. Een allochtone dame die werkt voor een dienstenchequebedrijf heeft andere belangen dan de eigenaar van dat bedrijf.”


Groen wil verbinden.

“Dat is het verhaal: zij zijn tegen het gekibbel, voor de harmonie. Ook de ondernemers hoeven niet te vrezen voor hun klimaatbeleid, want dat zal niemand pijn doen. Ik vraag mij af hoe duurzaam dat verhaal is. Groen heeft altijd gemakkelijk succes geboekt, maar heeft geen georganiseerde achterban. Het is een lichtvoetige partij, zeg maar, zonder diepe wortels. Daarom kon ze ook heel snel veranderen van een anti-establishmentpartij naar een centrumpartij.”


‘Het euronationalisme van Verhofstadt heeft ook een vlag,

een lied en een boze belager: in zijn geval is dat Vladimir Poetin’


U pleit in uw boek tegen dat centrum, voor meer politieke verdeeldheid. Voor polarisering, als het ware.

“Ja. En polarisering betekent niet dat je onhoffelijk moet zijn, of ruzie moet maken. Het betekent alleen dat je de dingen bij naam noemt en de tegenstellingen die er nu eenmaal bestaan, opnieuw blootlegt. Dat is zeer belangrijk. Sinds de jaren 90 doet iedereen zogezegd aan politiek in het algemeen belang.”


En dat bestaat niet.

“Het algemeen belang bestaat niet. Het algemeen belang is pure quatsch, net zoals het homogene volk dat is. Er bestaat geen objectief beleid dat goed is voor iedereen, dat boven partijen en ideologieën staat. Achter wat het algemeen belang wordt genoemd, schuilt een consensus rond het neoliberale beleid. Er zijn verschillende belangen in de samenleving. En je kunt proberen om die af en toe te laten samenvallen, maar je kunt niet ontkennen dat ze bestaan. Die tegenstellingen moeten worden gepolitiseerd – politiek bespreekbaar gemaakt.”


Je kunt niet goed doen voor iedereen.

“Dat is onmogelijk. En toch beweert de sp.a, en ook een partij als CD&V bijvoorbeeld, dat dat wel mogelijk is. En hoe doen ze dat? Via wat ze ‘goed bestuur’ noemen, nog zo’n mysterieus concept, alsof er maar één manier is om beleid te voeren. En iemand die een probleem heeft met dat soort begrippen, wordt geabnormaliseerd, die polariseert, of is populistisch, of demagogisch.”


De sociaaldemocraten hebben ook mee de Europese Unie gesmeed, die almaar meer weerstand oproept.

“Dat heeft ook meegespeeld bij de electorale neergang. Ik ben niet tegen de Europese eenmaking op zich, maar er is op dit moment een groot democratisch en sociaal deficit. Men ontnam ons heel wat nationale soevereiniteit zonder daar echte Europese soevereiniteit voor in de plaats te stellen. En de Guy Verhofstadts van deze aarde hebben op een kunstmatige manier een nieuw nationalistisch discours gecreëerd. Dat is hetzelfde als het nationalisme van de N-VA. Met een vlag en een lied, en een boze belager: bij Verhofstadt is dat Vladimir Poetin.”


Wat Elio Di Rupo is voor Bart De Wever, is Poetin voor Verhofstadt.

(lacht) “Precies. Het werkt op exact dezelfde manier. Ze gebruiken dezelfde technieken. Ik ben er zelf nog niet uit of de Europese Unie nog kan worden hervormd op een sociale manier. Misschien moet er op termijn een andere constructie komen.”


Terug naar Vlaanderen: was het slim van de sp.a om in Antwerpen met de N-VA van Bart De Wever in zee te gaan?

“Helemaal niet. Dat is zo ongeveer het summum van opschuiven naar het centrum. Deze coalitie maakt duidelijk dat de sp.a geen politieke lijn meer heeft, geen perspectief op de lange termijn. Ze klampen zich vast aan om het even wie, om toch maar te besturen.”


Hebben ze geen punt als ze zeggen dat ze tenminste voor een paar sociale accenten kunnen zorgen?

“Dat is dus de boodschap die de sp.a al decennia geeft: ‘Zonder ons is het nog slechter: klamp u vast aan ons, kiezer, want wij zijn de partij van het minste kwaad.’ Dan weet je toch echt niet meer van welk hout pijlen maken.”


De sp.a kan nu toch het discours in Antwerpen wat inclusiever helpen maken?

“Dat wel. Onder De Wever was de stad niet meer van iedereen, op dat punt kan vooruitgang worden geboekt. Ik begrijp de redenering van de sp.a wel: ze hebben nog wat sociale oases in de stad, en die willen ze vrijwaren. Maar met zo’n redenering kun je ver gaan, hoor. Je moet uitkijken met historische parallellen, maar met die ingesteldheid hadden de Duitse sociaaldemocraten in januari 1933 ook kunnen besluiten om toch maar mee te doen, om bepaalde posities in de samenleving te vrijwaren.”


‘Witte konijnen hebben geen politiek profiel en krijgen toch een vooraanstaande plek.

Dat draagt bij aan de depolitisering van het debat’


Wacht even: vergelijkt u De Wever nu met...

(lacht) “Nee, helemaal niet. Ik wil geen parallel maken met De Wever, maar met de sp.a. Ik wil met die vergelijking duidelijk maken dat er geen ondergrens zit aan de redenering van het minste kwaad. Als je zegt dat je het minste kwaad bent, kun je met iederéén een coalitie vormen.”


Dan ziet het er voor de sp.a beroerd uit voor de komende jaren.

“Ik vrees het. Er is ook een probleem van politiek personeel. Als je een links profiel aanneemt en samen, schouder aan schouder, de samenleving echt wil veranderen, dan trek je andere mensen aan dan als je gewoon ‘goed’ wil ‘besturen’. Ik weet wat men vertelt tijdens de sessies van de sp.academy. Je leert daar niet wat er fout gaat in de wereld en wat een sociaaldemocraat daaraan wil veranderen, je leert er voornamelijk hoe je het goed kunt uitleggen. Voor je het weet, zit je debatfiches voor te lezen.”


Er zijn niet veel politici die hun eigen ideologie nog kennen.

“En daarom zijn ze onderling inwisselbaar. Dat Gentenaar Veli Yüksel overstapt van CD&V naar Open Vld, is geen enkel probleem tegenwoordig. Ik vel geen oordeel over de man, want ik ken hem niet. Maar denkt u dat het in 1945 mogelijk was geweest: een christendemocraat die overstapte naar de liberalen? Ik zeg niet dat iedereen terug naar de zuilen moet, en dat ideologie moet overgaan van vader op zoon, maar ik mag hopen dat mensen aan politiek doen om de wereld op een bepaalde manier te herkneden.”


Met al die witte konijnen tegenwoordig begint een mens daaraan te twijfelen.

“Los van de persoonlijke integriteit van die mensen, is dat een doorzichtige strategie. Die mensen hebben geen politieke ervaring en evenmin een duidelijk politiek profiel, en krijgen toch een vooraanstaande plek. Dat draagt bij aan de depolitisering van het debat. En het loopt zelden goed af. Herinner u ondernemer Fernand Huts die ooit voor de liberalen in het parlement zat. Die vond dat een praatbarak: en passant problematiseerde hij zo de parlementaire democratie.”


Tot slot: zit de PVDA op een goed spoor?

“Die partij heeft, gelukkig maar, ideologische verwijzingen naar het verleden geschrapt. De vraag is nu of ze in staat zijn om samen te werken aan een constructief alternatief.”


In Franstalig België had het na de vorige gemeenteraadsverkiezingen gekund, maar het is nergens gebeurd.

“Ik weet niet wat er concreet op tafel lag op de plekken waar ze hebben onderhandeld, maar ze gingen inderdaad met de handrem de onderhandelingen in en stonden zeer snel weer buiten. Wat ik betreur bij de PVDA, is dat ze geen echt maatschappijproject heeft: ze doet geen voorstel om de krachten te bundelen. Wat in Antwerpen bijvoorbeeld toch perfect had gekund: men had de coalitie Groen, sp.a en PVDA in het district Borgerhout als voorbeeld voor de stad kunnen nemen. De PVDA moet leren samenwerken.”


Wat kan links leren van rechts?

“De ideologie herwaarderen. Ik ga geen vrienden maken door dit te zeggen, maar links heeft met Minerva een nieuwe denktank. Maar die beperkt zich vooral tot becijferde rapportjes die de vakbond en de partij allang hebben – vakbonden en partijen hebben namelijk een studiedienst. Men moet gedurfder uitpakken.”


U komt zelf, net zoals bijvoorbeeld Frank Vandenbroucke, uit het trotskisme.

“Ja, maar twintig jaar geleden ben ik daar uit gestapt. Als je geen impact hebt als partij of als beweging, moet je jezelf bezinnen. Ik denk liever na over een toekomst voor links dat het verschil kan maken. En ik blijf geloven dat de sociaaldemocratie nieuw leven kan worden ingeblazen. Kijk naar Jeremy Corbyn en Labour in het Verenigd Koninkrijk.”


Moet hij een voorbeeld voor sp.a zijn?

“Met voorbeelden en modellen moeten we uitkijken, maar hij heeft momenteel in elk geval de grootste partij van Europa, met een half miljoen leden, ook veel jongeren. Hij wil van New Labour af en durft de hernationalisering van het spoor op de agenda zetten. Dat is zeer interessant. En charisma heb je blijkbaar niet nodig, want volgens alle definities van de spindoctors heeft Corbyn dat niet. En toch werkt het, omdat mensen oprechtheid willen, weg van het gedaas en het wollige gespin.”


Vincent Scheltiens, De sociaaldemocratie is doodziek

Pleidooi voor een herpolitisering van de politieke orde

ASP/VUB Press, 120 p., 18,50 euro. 


Joël De Ceulaer - De Morgen


Top


Bert Gabriëls en Bert Kruismans


Bert Gabriëls en Bert Kruismans

“Mensen verlangen naar een dictator die de wetten even opzijschuift

om alles op te lossen”


Joël De Ceulaer - De Morgen


Top



Comedians annex juristen Bert Gabriëls en Bert Kruismans fileren de actualiteit


Iedereen kent hen in de hoedanigheid van comedian. Maar ook als juristen hebben Bert Gabriëls en Bert Kruismans een frisse, scherpe kijk op de dingen. Twee serieuze mensen over IS-strijders, pesten op school en excuses aan Congo.


Als een journalist van The New York Times tekst en uitleg wil over de geschiedenis van het sociaal overleg in België, dan belt hij naar Bert Kruismans. Als Nic Balthazar iemand zoekt die zijn klimaatbetoog van twee uur wat snediger en grappiger kan krijgen om er een Canvas-programma van te maken, dan belt hij naar Bert Gabriëls.


Om maar te zeggen dat beide heren meer in hun mars hebben dan stand-upcomedy. “In Nederland, maar ook in Franstalig België, wordt ons metier sowieso ernstiger genomen”, zegt Kruismans. “Ik ben de voorbije jaren bijna rot geïnterviewd over de actualiteit, niet alleen door The New York Times, maar ook door Franse en Zweedse zenders. Hier in Vlaanderen gebeurt dat bijna niet met mensen van ons vak.”


“In Nederland wordt ook verwacht dat comedy echt ergens over gaat”, vult Gabriëls aan. “In Vlaanderen willen mensen gewoon een grappige voorstelling, en niet dat je hen lastigvalt met een boodschap of wat dan ook. Nu goed, ik doe ook af en toe een poging om mij te mengen in het publieke debat, al weet ik niet in hoeverre ik ernstig genomen word.”


De interviewer neemt beide heren in elk geval zeer ernstig. Daarom zit ik hier met hen op een zonovergoten terras in Aalst, dat zich volop klaarmaakt voor carnaval. Niet om het over comedy te hebben, maar over politiek, democratie en rechtsstaat. Kruismans en Gabriëls zijn allebei juristen met diepe kennis van die rechtsstaat – Kruismans heeft een column in de Juristenkrant, Gabriëls was lang actief als specialist vreemdelingenrecht. Niet zelden gebeurt het dat zij, onder meer op sociale media, moeten uitleggen hoe ons systeem werkt. “Mij verbaast dat ook”, lacht Kruismans. “Maar ja, soms is dat wel zo.”


‘Mensen denken dat het onmogelijk is om iedereen rechten te geven.

Dat het dan een chaos wordt’


Wat snappen velen niet aan de rechtsstaat?

Bert Gabriëls: “Mensen denken bijvoorbeeld dat het onmogelijk is om iedereen rechten te geven. Dat het dan een chaos wordt. Dat is een rare gedachte, maar ze is niet nieuw. Ze komt vaak terug, vooral op momenten dat het minder goed gaat. Mensen krijgen dan het gevoel dat de wetten hen niet beschermen, en verlangen naar een dictator, die de wetten even opzijschuift om alles op te lossen. (grijnst) Maar de geschiedenis leert ons dat het zelden tot een fantastisch resultaat leidt als je dat probeert.”


Bert Kruismans: “Dat onbegrip voor de rechtsstaat heeft altijd bestaan. Alleen wordt het nu aangejaagd door politici die de mensenrechten willen omzeilen. Theo Francken heeft dat ooit letterlijk zo gezegd, dat hij een manier zocht om het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te omzeilen.”


Gabriëls: “Ook de Nederlandse premier Mark Rutte zegt dat tegenwoordig: dat we op een ‘realistische’ manier moeten omgaan met zulke verdragen.”


Kruismans: “Politici die de wet omzeilen: het is van alle tijden. Vroeger deden ze dat met bouwvergunningen, bijvoorbeeld. Maar ze zegden dat niet luidop. Vandaag zeggen ze het wel luidop, voor de camera. Dat zet een ventilator op het ongenoegen dat bij veel mensen bestaat. Tot mijn verbazing moet ik op Twitter keer op keer elementaire rechtsprincipes uitleggen. Over de dubbele nationaliteit, bijvoorbeeld.”


Welk misverstand bestaat daarover?

Kruismans: “Het centrale concept is soevereiniteit. Veel politici begrijpen dat niet, denk ik. Ze eisen het op voor hun eigen land, maar houden er geen rekening mee dat andere landen dat natuurlijk ook hebben. Je kunt niet zomaar mensen die hier criminele feiten hebben gepleegd in een Marokkaanse gevangenis droppen. Of criminelen die in de weg lopen, naar Albanië sturen. Dat gaat in tegen de soevereiniteit van Marokko en Albanië. Elk land heeft zijn eigen wetten en die moeten wij respecteren. Een extreem voorbeeld: als Saudi-Arabië kinderen van 15 jaar onthoofdt wegens tovenarij, dan vallen wij dat land niet gewapenderhand binnen.”


Gabriëls: “We kunnen wel sancties nemen, bijvoorbeeld.”


Kruismans: “Of we kunnen het ter sprake brengen bij diplomatieke gesprekken. Maar we trekken niet ten oorlog. En die soevereiniteit geldt dus ook voor de nationaliteit: elk land bepaalt zélf wie zijn burgers zijn. Dat snappen veel van onze politici blijkbaar niet. Wij zijn het gewend om te leven in een poel van vrijheid. Wij kiezen onze naam, ons geslacht, onze nationaliteit. We staan er niet meer bij stil dat onderdanen van Marokko, Cuba, Turkije, Argentinië en een tiental andere landen dat niet kunnen. Als Marokko en Argentinië zeggen dat je hun onderdaan bent, dan is dat zo. Daar geraak je niet vanaf.”


En wat is het belang van die wetenschap?

Kruismans: “Simpel. Zowel in Nederland als in België wordt vaak gediscussieerd over de afschaffing van de dubbele nationaliteit. Maar als Nederland die afschaft, dan is Máxima geen koningin meer, want dan zal ze haar Argentijnse nationaliteit behouden en haar Nederlandse moeten afgeven. Als België dat doet, is de kleinzoon van Eddy Merckx geen Belg meer, want die heeft ook de Argentijnse nationaliteit. Theo Francken zei ooit dat er in Beringen geen schepenen met de Belgische én Turkse nationaliteit meer mochten zijn. Ik heb toen uitgelegd dat Zuhal Demir dan ook geen Belg meer is.”


Heeft zij haar Turkse nationaliteit niet afgezworen?

Kruismans: “Ze beweert dat ze de Turkse overheid heeft gevraagd om daar afstand van te mogen doen, maar in Turkije is dat een gunst, en gebeurt dat niet vanzelf.”


Gabriëls: “Het is maar de vraag of Turkije haar dat effectief heeft toegestaan.”


Kruismans: “En als je alleen voor mensen die vanaf nu geboren worden, die dubbele nationaliteit onmogelijk maakt, dan is dat probleem dus over 85 jaar opgelost, als alle Belgen met dubbele nationaliteit dood zijn. Leg mij eens uit hoe dat helpt?”


Gabriëls: “Niet, dus.”


Kruismans: “Het is een symbooldiscussie.”


Gabriëls: “Uiteindelijk gaat het over loyauteit, dat begrijp ik wel. Men wil weten of je wel voldoende loyaal bent aan België als je ook nog een andere nationaliteit hebt. Maar in 99 procent van de ­gevallen heb je die andere nationaliteit niet ­gekozen.”


‘We bewijzen die IS-strijders een dienst door hun Belgische nationaliteit af te nemen.

Als ze morgen in Irak een paar Belgische toeristen neerschieten,

kunnen wij hen niet meer straffen’


Ook Fouad Belkacem niet, bijvoorbeeld.

Gabriëls: “Nee, die heeft niet gekozen voor de Marokkaanse nationaliteit.”


Kruismans: “Maar hij geraakt daar nooit meer vanaf. Dat is nog nooit toegestaan.”


Gabriëls: “Het afnemen van die man zijn nationaliteit is op zich geen efficiënte straf. Mij lijkt het belangrijk dat mensen die zich niet aan de wet houden, gestraft worden, en de schade ­vergoeden die ze hebben veroorzaakt. Welk hoedje ze daarbij op hebben, tja, dat doet er ­uiteindelijk niet toe. Als je onze nationaliteit ­verliest, verlies je je verblijfsrecht trouwens niet. Belkacem heeft zonder de Belgische nationaliteit nog altijd het recht om in België te verblijven. Je hebt alleen zijn hoedje afgepakt.”


Het is een louter symbolische sanctie.

Gabriëls: “Precies. Wie doet alsof hij daarmee een slag heeft thuisgehaald, zit ernaast.”


Kruismans: “Dat slaat inderdaad nergens op.”


Gabriëls: “Het is dus zeker geen goede straf.”


‘Ooit was Jejoen Bontinck het grootste gevaar ter wereld.

Ondertussen verneem ik via via dat het vrij goed met hem gaat’


Dus IS-strijders die nog in Syrië of Irak zitten onze nationaliteit afpakken, is geen goed idee.

Kruismans: “Francken zegt: dan zijn ze ons probleem niet meer. Maar dat is eigenlijk onverantwoord, want dan hebben we ook geen controle meer over de strafuitvoering.”


Gabriëls: “Door de Belgische nationaliteit af te nemen, maak je het voor België onmogelijk om hen te laten uitleveren en te bestraffen.”


Kruismans: “En als de Koerden die hen nu gevangen houden, hen loslaten, lopen ze vrij rond, zonder dat wij daar wat dan ook aan kunnen doen.”


Gabriëls: “We bewijzen die IS-strijders een dienst door hun Belgische nationaliteit af te nemen. Als ze morgen in Irak een paar Belgische toeristen neerschieten, kunnen wij hen niet meer straffen. Tussen haakjes: het gaat op dit moment over zes mensen. Als we die niet naar België kunnen halen, berechten en in de gevangenis stoppen, dan kunnen we maar beter met z’n allen carnaval gaan vieren. (lacht) Dan houdt het echt op.”


Is het probleem niet dat het hier moeilijk zou worden om bewijzen te verzamelen?

Gabriëls: “Dat vind ik grappig. We durven de grootste misdadigers ter wereld niet naar hier te halen, omdat we bang zijn dat we niets kunnen bewijzen. Als ze ter plaatse worden berecht, kun je hopen dat het zonder bewijs gebeurt, en dat er in Irak geen rechtsstaat bestaat. Dat is toch ongelofelijk: wij laten die moslims ginder ons vuile werk opknappen. We gaan niet eens naar daar om bewijzen te vragen en te verzamelen. Eigenlijk vragen wij aan de lokale bewakers: kunnen jullie die mensen de doodstraf niet geven?”


Kruismans: “Zodat wij het niet meer hoeven te doen. Terwijl al veel Syrië-strijders hun straf hebben uitgezeten en hier vrij rondlopen. Ooit was Jejoen Bontinck het grootste gevaar ter wereld. Ondertussen verneem ik via via dat het vrij goed met hem gaat.”


Maar is het probleem niet dat IS-strijders in de cel vaak nog radicaler worden?

Kruismans: “Dan is er een probleem met onze gevangenissen, met strafuitvoering en met opvolging. En dan moeten we daar dus dringend iets aan doen.”


Gabriëls: “Ik vind het in elk geval ook raar om voor een paar strijders een internationaal strafhof te organiseren – we krijgen niet eens een migratiepact onderhandeld, laat staan zo’n strafhof. In plaats van de nodige budgetten vrij te maken zodat de opvolging hier in onze gevangenissen beter kan verlopen. Dat probleem van die zes strijders kan perfect door onze eigen rechtsstaat opgelost worden. Door opnieuw burgers van hen te maken in de gevangenis, of door hen ook na hun straf onder toezicht te houden.”

   

‘Kleuters blootstellen aan sigarettenrook vinden we onvergeeflijk.

Een peuter meenemen naar een oorlogs­gebied raakt onze kouwe kleren niet’


Wat met de kinderen van IS-strijders? De overheid ging in beroep tegen de verplichting om hen terug te halen, maar gaat het nu toch doen.

Gabriëls: “Dat vonnis van deze week maakt in principe niet veel uit. Onze overheid heeft een tijd geleden al beslist om die kinderen terug te halen. Ze wil dat alleen vrijwillig doen, en niet onder dwang.”


Kruismans: “De Belgische overheid wil geen resultaatsverbintenis, en dat begrijp ik. We kunnen niet garanderen dat het zal lukken. Los daarvan vind ik wel dat België alles moet doen om Belgische kinderen in veiligheid te brengen. Ik heb daar ook een column over geschreven in de Juristenkrant. Kleuters blootstellen aan sigarettenrook vinden we onvergeeflijk. Een peuter meenemen naar een oorlogsgebied en het daar opvoeden met onthoofdingsvideo’s raakt onze kouwe kleren niet. Ik vind dat we alle kinderen moeten terughalen, ook zij die ouder zijn dan tien jaar. Wat hebben die kinderen van 11 jaar oud misdaan? Verjaren?”


Wat weten we over de situatie in de vluchtelingenkampen? Volgt u die situatie nog, mijnheer Gabriëls, als expert vreemdelingenrecht?

Gabriëls: “Zeker. En we weten daar veel over. Negentig procent van alle vluchtelingen wereldwijd bevindt zich in de eigen regio. Eigenlijk zouden wij dus moeten staan juichen, want dat is per slot van rekening wat wij willen. Maar de situatie waarin die mensen zich bevinden, is echt ondermaats. De Verenigde Naties kunnen die mensen iets minder dan de helft geven van wat ze nodig hebben. Concreet wil dat zeggen: eten voor tien dagen waar ze een maand mee moeten rondkomen. En het onderwijs in de kampen in Afrika is een ramp. Sommige kinderen gaan al vier of vijf jaar niet naar school.”


Is het in Turkije, waarmee de Europese Unie een deal heeft, ook zo erg?

Gabriëls: “Jazeker. Zelfs met die paar miljard die wij daarin investeren. Velen hebben een halfslachtig statuut of werken ergens in het zwart en hebben geen papieren.”


‘Als we kwetsbare mensen willen invliegen: niets houdt ons tegen.

De VN hebben een lijst met een paar honderdduizend namen.

Kies maar, hè’


Moet de EU meer kwetsbare mensen daar ophalen en dan invliegen?

Gabriëls: “Ja, dat zou de EU kunnen doen. Maar meer budget naar daar sturen kan ook.”


Kruismans: “Ik zit, samen met onder meer socioloog Mark Elchardus, in de jury van de Burgerschapsprijs van P&V. Wij hebben die ooit uitgereikt aan Paul Collier, een expert in migratie die een systeem heeft uitgedokterd waarbij zowel de vluchtelingen als de lokale bevolking kunnen profiteren van de situatie, via werkgelegenheidsprojecten. In Jordanië, bijvoorbeeld. Het huidige systeem, waarbij je je leven moet riskeren om in Europa te geraken en hier eventueel aan papieren te komen, is in elk geval waanzinnig.”


Gabriëls: “Het huidige systeem is inderdaad onmenselijk. Daar is iedereen het over eens. En als we kwetsbare mensen op een veilige manier willen invliegen: niets houdt ons tegen. De Verenigde Naties hebben een lijst met een paar honderdduizend namen. Kies maar, hè. De lijsten bestaan, maar Theo Francken besliste om ermee te stoppen, toen hij nog staatssecretaris was. (grijnst) Hij kende wel iemand die dat beter kon.”


‘Politici zoals Zuhal Demir hebben niets tegen godsdienst.

Ze hebben alleen iets tegen moslims.

Zég dat dan’


Francken heeft duidelijk getoond dat hij wel christenen, maar geen moslims wil redden uit ‘de klauwen van IS’.

Kruismans: “Mijn nieuwe voorstelling De blote Belg is een update van mijn voorstelling België voor beginners van 15 jaar geleden. Net zoals toen gaat het over onze normen en waarden. Alleen is daar nu ook nog de joods-christelijke identiteit bij gekomen. Die hadden we 15 jaar geleden blijkbaar nog niet. (lacht) Ik hoor politici zoals Zuhal Demir graag roepen over de scheiding van kerk en staat. Terwijl ze eigenlijk helemaal niets tegen godsdienst hebben. Ze hebben alleen iets tegen moslims. Zég dat dan, hè. Als Zuhal Demir wil dat religie uit de openbare ruimte moet verdwijnen, dan heeft ze het over de islam, en niet over al die processies die Vlaanderen nog kent.”


Gabriëls: (lacht) “Of over die rare torens die je overal in onze dorpskernen aantreft.”


Lijdt de N-VA aan moslimhaat?

Kruismans: “De vraag is of het overtuiging is dan wel stemmingmakerij. Bij Vlaams Belang is het duidelijk een kwestie van overtuiging, bij de N-VA kun je nog twijfelen. Ik weet het zelf niet. Ik denk dat sommige politici zo naarstig bezig zijn met het tellen van hun volgers op Facebook en Twitter dat ze niet meer weten wat hun principes nog zijn.”


Misschien heeft Francken niets tegen moslims.

Kruismans: “Ik kan mij dat perfect voorstellen. Hij is een zeer ijdel man, die wel meer pirouettes maakt. Een crimineel die voor het gerecht moest verschijnen, stuurde hij naar Albanië, waar die man ondertussen verantwoordelijk zou zijn voor vier nieuwe moorden. Ooit liet hij criminelen uit gesloten centra gewoon los om er transmigranten te kunnen herbergen. Daar zit geen visie achter, dat is alleen maar scoren met cijfers. (wijst naar een bankkantoor) In die bank moeten ze elke week x-aantal kredietkaarten en verzekeringen verkopen. Welnu, Francken zat in dezelfde logica: zijn cijfers halen.”


‘Francken deed precies hetzelfde als Joke Schauvliege.

Allebei zegden ze: ‘Jamaar,

ik heb mijn best gedaan!’


Hoe is dat probleem van die transitmigranten ontstaan?

Gabriëls: “Sinds een jaar of twee krijgt elke asielzoeker een nummer en wordt dan de straat op gestuurd. Hij moet dan elke dag op de website van Dienst Vreemdelingenzaken kijken of zijn nummer al aan de beurt is. Als dat een week of twee duurt zonder dat jouw nummer aan bod komt, en je leeft in Brussel op straat, dan is de kans groot dat iemand naar je toe komt en zegt: ‘Voor 500 euro breng ik u naar Engeland’. Zo heeft Francken de asielcijfers laag gehouden en honderden mensen de E40 op gestuurd.”


Kruismans: “En dan kwam eind vorig jaar nog het quotum van maximaal 50 aanvragen per dag. Er werden toen per dag maar 50 van die nummers uitgedeeld. En mensen die geen nummer hebben, bestaan niet in de statistieken. Die zijn dan het probleem van de Brusselse burgemeesters, die zogezegd hun stationsbuurten niet proper houden.”


Gabriëls: “Er zijn ooit mensen de Franse grens overgezet, om de cijfers laag te houden. Eigenlijk sta je dan als beleidsmaker machteloos tegenover migratie. Francken deed precies hetzelfde als Joke Schauvliege. Allebei zegden ze: ‘Jamaar, ik heb mijn best gedaan!’”


Dat brengt ons bij hét verkiezingsonderwerp van dit moment: het klimaat. Terwijl het tot voor kort nog migratie leek te worden.

Gabriëls: “Dat heeft mij wel verbaasd, dat migratie als thema zo is weggedeemsterd. Al kan het zeker terugkomen. Er kan ook nog een ander onderwerp opduiken.”


Kruismans: “In 1999 ging Jean-Luc Dehaene de verkiezingen winnen met de vingers in de neus, tot de dioxinecrisis uitbrak en mensen geen stukje kip meer op de barbecue mochten leggen.”


Gabriëls: “Wat mij heeft getroffen door mee te werken aan Het Klimaatbetoog van Nic Balthazar is de korte tijd die ons nog maar rest. Als we binnen dit en twaalf jaar niets veranderen, kunnen we net zo goed alleen nog maar neuken en zuipen. (lacht) Ook je kinderen opvoeden heeft dan geen zin meer. Wat op zich wel gemakkelijk is.”


Kruismans: “Daar kruipt toch veel te veel tijd in, in die opvoeding.”


Is die opvoeding niet de oorzaak van die klimaatmarsen? Gaat het niet om kinderen die de voorbije 15 jaar alleen maar doemverhalen aan de ontbijttafel hebben gehoord en zo natuurlijk ongelofelijk bang zijn geworden?

Gabriëls: “Aan mijn keukentafel is dat in elk geval niet gebeurd. Het is ook niet zo dat de planeet kapot gaat of zo. We moeten ze alleen leefbaar houden voor de mens, door geen CO2 meer bij in de atmosfeer te pompen. Het grote voordeel van dat jongerenprotest is trouwens dat zij zich zullen moeten neerleggen bij de maatregelen: als een regering ooit vliegen verbiedt, bij wijze van ­spreken, kunnen die jongeren niet komen ­klagen.”


‘De spijbelaars zullen zich moeten neerleggen bij de maatregelen:

als een regering ooit vliegen verbiedt, kunnen die jongeren niet komen klagen’


U pleitte er onlangs in De Standaard en De afspraak ook voor om ons geld weg te halen bij banken die nog investeren in CO2-rijke sectoren.

Gabriëls: “Als je aan politici vraagt om investeringen in CO2 af te bouwen, moet je dat ook zélf doen, vind ik. Door je geld weg te halen bij banken die daarin investeren. Ik heb dat gedaan. Ik maak gebruik van de macht die ik heb.”


Kruismans: “Terecht. En of die kinderen nu de mening vertolken die hun ouders aan de ontbijttafel altijd vertolkten of niet, ik vind die klimaatspijbelaars een zeer boeiend fenomeen. Het is opvallend dat die kinderen ontvangen worden door de Europese Commissie, terwijl er zoveel drukkingsgroepen bestaan. Soms is iets blijkbaar zo belangrijk dat de machtigen der aarde vinden dat ze er iets mee moeten doen, al was het alleen maar voor de pr.”


Over drukkingsgroepen gesproken: u hebt in The New York Times uitgelegd hoe het sociaal overleg in België, dat deze week weer werd afgerond, is ontstaan.

Kruismans: “De journalist vond het raar dat een deel van de besluitvorming bij ons door de regering is uitbesteed aan de sociale partners. Ik heb hem uitgelegd dat de basis daarvan gelegd is in de jaren 30, maar dat 1944 een cruciaal jaar was. De regering zat in ballingschap en dus moesten werkgevers en werknemers elkaar vinden, zonder regering erbij. Toen die regering in 1944 terugkeerde uit Londen, was die zeer onpopulair en besloot ze om dat sociaal overleg zo te laten ­voortbestaan. Het land had steenkool en arbeid nodig.”


Gabriëls: “Ik vind het laatste sociaal akkoord wel een gemiste kans. Voor de vakbonden was 0,8 procent loonsverhoging pure horror. Nu krijgen ze 1,1 procent. Dat betekent dus dat ze gestaakt hebben voor 0,3 procent. Zijn er geen belangrijkere dingen om voor te staken? Betere werkomstandigheden, bijvoorbeeld? Of glijdende uren? Zou dat het leven niet veel comfortabeler maken?”


Even tussendoor: u doet ook schoolvoorstellingen over pesten en sociale media. Wat is de belangrijkste les die u kinderen kunt geven?

Gabriëls: “Dat het belangrijk is om op te treden tegen de pester, maar minstens even belangrijk om tegen de persoon die gepest wordt te zeggen dat je niet akkoord gaat. Wie gepest wordt, denkt vaak dat iedereen het op hem gemunt heeft. Door te zeggen dat je niet akkoord gaat met de pesters, stel je hen gerust.”


Welk sociaal medium moeten kinderen zeker vermijden?

Gabriëls: “Ask.fm. Dat is echt gemaakt voor pesterijen. Daar moet je een foto posten die iedereen dan anoniem kan becommentariëren.”


Moeten we dat in het maatschappelijk debat ook blijven doen, ten aanzien van moslims, bijvoorbeeld? Blijven herhalen dat niet iedereen hetzelfde denkt?

Gabriëls: “Absoluut. Dat vergeten we ook soms, te zeggen dat niet iedereen denkt wat de man met de toeter denkt.”


Kruismans: “Er bestaat wel degelijk een zwijgende meerderheid.”


‘Er circuleren ook mythes die niet kloppen.

Denk aan de afgehakte handen.

Dat was geen systematische politiek, geen bevel van Leopold II.

Die man was een ondernemer en ­iemand zonder handen kan niet meer werken’


Tot slot. U schreef er onlangs een stuk over in de Juristenkrant, mijnheer Kruismans: moeten wij onze excuses aanbieden aan Congo?

Kruismans: “Excuses aanbieden is een juridisch concept. Daar moet je mee uitkijken, want dat impliceert dat je een vergoeding moet betalen voor geleden schade.”


Gabriëls: “Toch zou ik het fijn vinden als mijn land zijn verantwoordelijkheid opneemt, en zich op een of ander manier verontschuldigt.”


Kruismans: “Al circuleren er ook mythes die niet kloppen. Denk aan de afgehakte handen. Dat was geen systematische politiek, geen bevel van ­Leopold II. Die man was een ondernemer en ­iemand zonder handen kan niet meer werken. Die afgehakte handen waren het bewijs dat ­soldaten meebrachten na een strafexpeditie om te bewijzen dat ze werkweigeraars hadden vermoord. In de plaatselijke cultuur was het al een teken van moed om handen van dode krijgers te verzamelen. Daar komen die verhalen vandaan. Wat niet wegneemt dat het regime van Leopold II verschrikkelijk was, natuurlijk.”


Gabriëls: “Het drama is dat we natuurlijk ook vandaag nog fouten maken. Wij hebben na de presidentsverkiezingen de verkeerde gefeliciteerd: ­Félix Tshisekedi, terwijl Martin Fayulu veel meer stemmen heeft gehaald. Dat is zoals na de verkiezingen in Antwerpen Kris Peeters op het schild hijsen en zeggen: ‘We hebben een burgemeester!’” (lacht)


Kruismans: “De overheid komt daarmee weg ­omdat het geen issue is. Niemand gaat daarvoor spijbelen of komt daarvoor op straat.”


Gabriëls: “Ik vind het toch heel erg dat mijn land zich zo misdraagt. Ik vraag mij af: als we ons vandaag verontschuldigen voor wat vroeger is gebeurd, wanneer gaan we ons dan verontschuldigen voor wat vandaag nog altijd gebeurt?”



Bert Kruismans

  • geboren in 1966
  • licentiaat in de rechten (KU Leuven)
  • stand-up­comedian
  • zijn nieuwe show De blote Belg ging een week geleden in première
  • meer info: kruismans.be



Bert Gabriëls

  • geboren in 1973
  • licentiaat in de rechten (KU Leuven)
  • stand-up­comedian
  • zijn show Gelukzoeker loopt nog tot eind mei
  • meer info: bertgabriels.be


Joël De Ceulaer - De Morgen


Top


Louis Tobback


Louis Tobback

“Onze democratie verkiest zichzelf dood”

Bart Eeckhout en Jonas Muylaert 29-04-2016 - De Morgen


Top



Ex-Burgemeester van Leuven over macht en onmacht


Macht in de politiek?

Louis Tobback ziet, na al die jaren, almaar meer onmacht.

"Nog een paar verkiezingen en het land wordt onbestuurbaar."


Vanuit het raam van zijn kantoor, hoog in het nog nieuwe Stadskantoor aan het Leuvense station, overziet Louis Tobback het krioelen van de stad. 'Zijn' stad.


"Als daar nu een vreselijk ongeluk gebeurt", zegt hij, naar beneden wijzend, "rollen vanmiddag al de eerste persberichten uit de telexen en zit er vanavond een politicus met De Ultieme Oplossing in Terzake. Niet dat je er later ooit nog wat van hoort, maar de media zijn dan toch al bevredigd. De stolp van de Wetstraat, met al die adviseurs en woordvoerders en watchers: dat is het Versailles van nu. Dat loopt maar door elkaar. En niemand binnen die stolp die zich eens afvraagt waarover we in godsnaam bezig zijn."


Versailles? Welja, Versailles, doceert Tobback: "Roberto Rossellini heeft ooit een documentaire gemaakt over La prise du pouvoir par Louis XIV. Hij portretteert Louis XIV als een plompe jongeman die eigenlijk helemaal niets had met etiquette en uiterlijk vertoon. Hij besefte wel dat hij alleen absoluut monarch kon worden als hij de adel aan zich kon binden. Zo ontstond het Hof van Versailles. Als Lodewijk de adel daar kon bezighouden, deden ze niets anders verkeerd. Zo zijn al die rituelen en ceremonieën ontstaan.


"De opiniemakers en hun boekskes en gazetten en tv-shows van nu zijn de adel van toen.

Geef ze wat rituelen en sentimenten, dan zijn ze content."


Gaat u de stolp missen?

Louis Tobback: "Ik ben allang weg uit de stolp. En als ik hier vertrek, zal ik ook hier echt weg zijn. Zoals ik ook weg was uit de nationale partij zodra ik in Leuven zat. Als minister van Staat mag ik statutair alle partijbureaus bijwonen. Ik ben er nooit geweest sinds ik niet meer nationaal actief ben. Ik mis het geen moment."


U blijft wel 'aanwezig' van hieruit.

"Wie mijn mening nuttig acht, mag ze kennen, maar ik ga ze niemand opdringen. Bij elk interview, ook dit, vraag ik me af: wat heb ik er zelf bij te winnen? Gij gebruikt mij en ik u."


"Ik ben ook in De slimste mens gaan zitten, ja, omdat ik dat geestig vond en omdat je nu eenmaal in dit vak moet meespelen volgens de regels van het spel. Maar voor elke Slimste mens zijn er vijftig voorstellen waar ik niet op in ben willen gaan. Van mij zult u geen beelden terugvinden op een afgelegen eiland of met een pruik en een valse baard."


'Het doel dat het volk nastreeft,

is hoogstaander dan wat de aanzienlijken beogen,

aangezien deze laatsten willen onderdrukken

en het volk alleen maar niet onderdrukt wil worden.'

(Machiavelli, De heerser, IX,3)


Hoeveel macht heeft de politicus? Op die vraag heeft Louis Tobback, na vijftig dienstjaren, wel een helder antwoord klaar. "Geen enkele."

Het is de foute vraag, meent de burgemeester die onder meer oppositieleider, minister, vicepremier en partijvoorzitter is geweest. "De grondwet zegt dat alle macht voortkomt uit de natie. De natie delegeert haar bevoegdheden via verkiezingen. Ze zet er een tijdslimiet op en een controlemechanisme, tot op het allerkleinste niveau van bestuur. Er is een uitvoerende, een wetgevende en een rechterlijke macht. En die moeten van elkaars terrein afblijven."


Als vooraanstaand politicus hebt u dus nooit macht gehad?

"Geen macht, wel bevoegdheden - met beperkingen. En je ziet dat politici, ook bij ons, voortdurend proberen te knabbelen aan die inperking. Banaal maar treffend voorbeeld: de recyclage van het idee van studentenstemrecht bij Open Vld, nu door Rik Daems. De student mag stemmen in de stad waar hij studeert! Klinkt goed. Wat staat concreet in dat voorstel? 'De koning bepaalt de modaliteiten waaronder dit kan gebeuren.' Begrijpen jullie goed wat daar staat? Dat de regering zelf mag beslissen hoe er gestemd wordt. Dat is de dictatuur, hè."


"Je kunt dat niet hip vinden, maar het is cruciaal dat de organisatie van verkiezingen bij wet geregeld wordt. In een democratie bepaalt de wet zelfs hoelang het touwtje moet zijn waaraan het potlood zit om te kunnen stemmen, niet bij koninklijk besluit. Want de uitvoerende macht zou weleens van mening kunnen zijn dat ze alle mensen met korte armpjes niet wil laten meestemmen."


Maar u bent wel voor het principe dat kotstudenten hier in Leuven kunnen stemmen voor de gemeenteraad?

"Je krijgt dat niet georganiseerd zonder dat het Grondwettelijk Hof je terugfluit wegens discriminatie. Want jij mag stemmen waar je wilt omdat je student bent, en ik niet. Maar een student die hier 12 maanden op een jaar een kot heeft en tien maanden verblijft, zou hier moeten kunnen stemmen. Dan moet hij zich wel inschrijven in de gemeente. Dat vertelt Rik Daems er nooit bij, en niemand die er wat van zegt dat dit soort aankondigingspolitiek nooit ergens toe zal leiden, omdat de grondwet het simpelweg niet toestaat."


Politici moeten zichzelf niet machtiger voordoen dan ze zijn?

"Voilà. Dat geldt ook voor de minister van Binnenlandse Zaken, die zich blijkbaar echt de grote baas van de politie acht. Toen ik Jan Jambon (N-VA) meteen na de arrestatie van Salah Abdeslam bezig hoorde, dan leek het wel of we terug waren in de tijd van Jean Gol (Franstalig liberaal minister in de jaren 80, red.), maar dan omgekeerd. Die leek als minister van Justitie eigenlijk Binnenlandse Zaken overgenomen te hebben. Ik had nu de indruk dat Jan Jambon Justitie had overgenomen."


Leg uit.

"De wet op het politieambt is al 22 jaar oud en houdt nog altijd stand, met mijn handtekening eronder. In bestuurlijke aangelegenheden handelt de politie onder het gezag van burgemeesters, gouverneur en de minister van Binnenlandse Zaken. Bewaking, patrouilleren, controleren gebeurt dus onder de bevoegdheid van Binnenlandse Zaken. In gerechtelijke aangelegenheden staat de politie evenwel onder het gezag van de procureurs en procureurs-generaal bij de hoven van beroep. Er wordt zelfs niet gezegd: onder het gezag van de minister van Justitie."


Wat doet minister Jambon dan fout?

"Jambon moet helemaal niet willen aankondigen wie waar gepakt is. Hij heeft daar niks mee te maken. Al wat daar gebeurt, is op bevel van de onderzoeksrechter. Ik weet wel, wie het eerst en luidst roept, staat in de gazet, maar dit is niet gezond."


"Het probleem is dat er nog altijd een grove weeffout in het Belgische systeem zit. In alle rechtsstaten zit de staatsveiligheid bij de minister van Binnenlandse Zaken, behalve bij ons. De Veiligheid van de Staat heeft geen gerechtelijke bevoegdheden, toch zit ze bij Justitie. Dat is vragen om miserie."


"Een efficiënte staat is een staat waarin men niet elkaars territorium betwist. Want als dat wringt, dan beginnen er fantasieën te ontstaan zoals: willen we eens de Senaat bij loting samenstellen? Of zullen we er eens duizend bijeenbrengen op de Heizel om te zeggen hoe het land bestuurd moet worden?"


De natie kan toch niet tevreden zijn met de manier waarop haar macht nu wordt uitgeoefend?

"Dan moet de natie die delegatie veranderen."


Het parlement heeft toch nog maar weinig te zeggen? De regering en de partijleiders stellen de wet.

"Dat is to-taal onjuist. Je verwart de feitelijke toestand met wat zou kunnen zijn. Ik heb ooit een wetsvoorstel gezien van drie jonge CVP'ers, onder wie Pieter De Crem. Om de macht van het parlement te vergroten, vroegen zij over belangrijke wetten een geheime stemming. Dán zouden ze durven tegenstemmen. Wel, in hetzelfde systeem met dezelfde grondwet en hetzelfde huishoudelijk reglement heeft Jan Verroken (oud CVP-fractieleider die in 1968 de regering liet vallen over 'Leuven Vlaams', red.) toch nooit getwijfeld om zijn eigen regering te interpelleren?"


'De manier waarop de regering nu over het parlement walst,

dat was vroeger onmogelijk.'


"Als je die geheime stemming alleen maar nodig hebt omdat een paar lafaardjes anders hun mening niet durven te zeggen, dan moet je iets aan die lafaardjes doen en niet aan de wet. De manier waarop de regering nu over het parlement walst, of beslist welke minister de goedheid heeft om naar de Kamer te komen en hoe haar ontwerpen moeten worden goedgekeurd: dat was vroeger onmogelijk."


Hoe krijg je dat weer rechtgetrokken?

"Door in de Kamer mensen te zetten die aan iets anders denken dan de vraag hoe ze vanavond op de televisie kunnen komen. Als je geen inhoud meer hebt, blijft alleen het poppenspel over. Dat is geen probleem van het systeem. Het systeem zegt dat je als parlementslid de vrijheid hebt om te stemmen. Niemand kan je ergens toe dwingen."


'De enige echte particratieën zijn die in de Volksrepubliek China en die in Cuba'


In de feiten leven we wel in een particratie.

"De enige echte particratieën zijn die in de Volksrepubliek China en die in Cuba. Daar beslist de partij wat het parlement gaat stemmen. Hier neemt de versnippering hand over hand toe. Ondertussen zijn er zo veel partijen en partijtjes dat je zelfs geen deftig werkende meerderheden kunt samenstellen. Toch curieus, als we particratisch worden bestuurd."


"De particratie was zestig jaar geleden veel sterker, niemand die daar een probleem mee had. Denk je dat Achiel Van Acker (socialistisch premier in 1945-1946 en 1954-1958, red.) veel ruimte liet voor inspraak? De parlementsleden deden wat hij zei. Uit vrije wil. Als je doet wat ik zeg, dan is dat een teken dat jij vertrouwen in mij hebt."


Of dat je bang bent, dat je je job anders kwijt bent.

"Ha, dan ben je dus een lafaard. Het kan zijn dat mijn partij dingen doet waar ik het niet mee eens ben, maar dat ik het toch de moeite niet vind om daarvoor een breuk te maken, omdat het groter geheel belangrijk is."


"Ook in mijn tijd waren er dwarsliggers. Dat was niet altijd plezant, maar die meenden tenminste nog wat ze zeiden. Dat was niet om 's avonds op tv te raken en 's ochtends in de gazet."


We denken nu aan Jef Sleeckx.

"We hebben Jef toch nooit buiten gezet?"


Warme kameraadschap was er ook niet tussen u beiden.

"Denk je dat er tussen Vanden Boeynants (gewezen eerste minister en partijvoorzitter, red.) en Verroken hete liefde was? De vraag is: accepteer ik de groepsdiscipline die het noodzakelijk maakt om te kunnen functioneren? Als ik die niet respecteer, dan mag ik hopen dat het is omdat ik het fundamenteel oneens ben over iets."


"Wie alleen blijft zwijgen uit vrees voor zijn postje, is een gevaar voor de democratie. Met zulke lafaards moet je hopen dat het nooit oorlog wordt. Want dan blijven ze zwijgen voor de bezetter. Je mag van je volksvertegenwoordiger toch verwachten dat hij een beetje karakter heeft? Dat is iets anders dan proberen elke dag de interessante uit te hangen. Karakter tonen kan evengoed zijn: het hoger belang afwegen."


Voor iemand zonder macht hanteert u wel een autoritaire stijl.

"Ach 'stijl'... Op een zwart veld is het minste witte stipje bijzonder opvallend. Ik ben voor klare taal. Dat is me nooit tegengevallen."

Mochten parlementsleden in uw tijd hun zin doen?"


"Dat mochten ze niet. We stelden op het partijbureau vast wat onze houding ging zijn en dan mocht je ervan uitgaan dat de parlementsleden zich aan die lijn zouden houden."


Dus ze moesten vrezen voor hun job.

"Neen, ze moesten de conclusie trekken dat als ze tegen de partijlijn stemden, ze ook niet meer bij de club hoorden. Je kunt natuurlijk met de meerderheid onder elkaar beslissen dat er een paar zich gaan onthouden. Daarmee geef je de nuance aan, maar laat je zien dat je in een coalitie compromissen kunt maken."


"Als door meer onthoudingen de regering in de minderheid wordt gesteld, dan ben je niet alleen meer aan het beslissen over één maatregel die je niet aanstaat, maar over een regering - die plots vleugellam wordt. Is het een schande om daar rekening mee te houden? Bij Jef Sleeckx lag dat anders: die kon je met geen honderd paarden in een gareel houden als zijn hart hem wat anders ingaf. Jef liep met de hand op het hart, daar had ik geen probleem mee."


Is het ook niet moedig om neen te zeggen tegen de top?

"Als je vindt dat het een crisis waard is. Maar niet om jezelf 's avonds in Het journaal tot held van de vrije meningsuiting te kronen."


"In de huidige mediacultuur word je populair als je het afstapt. Als je vandaag de regering ten val brengt, haal je in je eentje twintig zetels. Met jullie hulp. Jullie zullen het dagenlang over niets anders hebben, en ik zal in alle talkshows zitten. Dat is geen verwijt. We hebben gekregen wat we gezocht hebben. We wilden de media uit de zuilen, en nu zitten we tot boven onze ogen in de commercie. Onafhankelijke media? Zolang de commercie draait, zeker?"


Als burgemeester gaat u steeds weer in verzet tegen uw Vlaamse voogdijoverheid. U duldt geen bazen boven u?

"Heeft er niets mee te maken. Ik heb van de kiezer een bevoegdheid gekregen, maar ik word verhinderd om die uit te oefenen. Ik ben dus verplicht om de mensen te ontgoochelen. En wat zeggen die de volgende keer: foert hè. Dat is de macht van slechte decreten. En de Vlaamse regeringen hebben al véél slechte decreten ingevoerd."


"Dat we nu nog altijd bezig zijn over Oosterweel, dat is toch te zot voor woorden. Let op, ik zou me als Antwerpse burger ook verzet hebben tegen een viaduct dat elke dag 10.000 wagens boven mijn hoofd stuurt. Maar de manier waarop de eerste de beste nu de mogelijkheid krijgt om zoiets jaren te laten aanslepen, is ongezien. Dat kun je niet die individuele burger verwijten, maar diegenen die al die contradicties en procedures hebben ontworpen."


Gaat de Raad van State te gewillig in op die eisen?

"De Raad van State vindt dat niet uit om ons te koeioneren. Die passen alleen de idiote teksten van de Vlaamse overheid toe. Zo komt het dat niemand nog iets kan beslissen omdat iedereen mag meebeslissen. En dan komt Uplace en maak ik met veel plezier zelf gebruik van de bestuurlijke chaos."


"We zijn nu bijna zover dat iemand zelf wil beslissen of hij voor het rode licht stopt omdat hij de politie veel te lomp vindt om daarover te oordelen. Nog een paar verkiezingen en het land is onbestuurbaar."


Ons land verkiest zichzelf dood?

"Onze democratie verkiest zichzelf dood. Dit is geen 'Belgisch' fenomeen. Op een dag staat er dan iemand op die orde op zaken stelt in het bordeel. Dan zit je in de dictatuur. Waarvan is Trump het resultaat? Van de onbestuurbaarheid van dat land, met twee blokken die elkaar verlammen."


"La nature a horreur du vide. Op een bepaald moment vult iemand het machtsvacuüm in, en dan gaat men die mens op handen dragen. Dat we beter zouden moeten weten omdat we dat al eens meegemaakt hebben? Ach wie maalt er nog om geschiedenis..."


U bent oud genoeg om het belang van de vereniging van Europa te kunnen inschatten. Die staat onder druk.

(grijnst)"Juust oud genoeg. Ik ben het eens met Herman Van Rompuy. Europa valt niet uiteen. Dat is quatsch. Ik heb iemand horen pronostikeren op Terzake dat Europa in mei ging uiteenvallen. Ze zullen zich mogen haasten."


Dat was John Crombez, uw partijvoorzitter.

(koel) "Ik weet niet meer wie het was. Het is me niet bijgebleven."


"Europa kan niet meer uiteenvallen. Het alternatief is de afgrond. Dit is 1914 niet. Europa heeft wel fouten gemaakt. Karel Van Miert (gewezen SP-politicus en Eurocommissaris, red.) heeft daar al voor gewaarschuwd: hij was tegen de uitbreiding met landen die daar niet klaar voor waren. Griekenland moest er voor de symboliek absoluut bij, want een Europese democratische unie zonder Griekenland, dat is het christendom zonder Christus. Plus ook nog eens Polen, Roemenië, Slowakije, de Balten... Dat was geen goed idee."


De EU is te divers geworden?

"De Bulgaren of Roemenen zijn niet diverser van ons als de Amerikaanse cowboy uit Idaho van de Amerikaan uit Boston. Zij hebben wel een gemeenschappelijke taal en een politieke unie. Europa heeft een munt gemaakt, maar is vergeten dat je een koning nodig hebt voor de beeltenis. En nu moet je dus elke week naar Brussel rijden of vliegen om te proberen daar met 28 tot een oplossing te komen."


"Het wonder van de beschaving van een democratie is dat ik me neerleg bij de aanwezigheid van een meerderheid die beslissingen neemt, ook al zint die mij niet. Die democratie bestaat er niet in dat je mij voldoende middelen geeft om die meerderheid te beletten te regeren. Dat is geen democratie, dat is mijn goesting. Dat is het einde van de democratie."


De oppositie moet haar mond houden?

"Maar neen! Om te beginnen, de oppositie houdt haar mond niet. Zij kan ook gedurende vier jaar aantonen dat wat die anderen hebben gepresteerd, op niets trekt. In de mate dat zij een alternatief heeft, moet zij uittesten of er daarvoor in de natie een meerderheid bestaat. En ze krijgt iedere vier jaar de kans om dat na te gaan."


Wat maakte van u een uitzonderlijk goed oppositieleider?

"Mijn groot bakkes." (lacht)


'Ik fret mijn kas op.

Dat je na een jaar waarin regeringen zulke toeren uitsteken

als socialistische partij blij moet zijn met 0,6 procent vooruitgang in de peilingen,

dat steekt, ja.'


Mogen we zeggen dat de sp.a-oppositie vandaag wat meer 'bakkes' zou kunnen verdragen?

"Ik fret mijn kas op. (zwijgt) Ik ga daar verder niets over zeggen. Maar dat je na een jaar waarin regeringen zulke toeren uitsteken als socialistische partij blij moet zijn met - wat is het? - 0,6 procent vooruitgang in de peilingen, dat steekt, ja. Dat mag je gerust weten."


Hoe komt dat?

"Ik ben diep bedroefd dat mijn partij momenteel niet sterker staat, maar over het gedachtegoed maak ik me geen zorgen. Die slinger komt wel terug. Zelfs in de VS is hij teruggekomen. Ze hebben de ongelijkheid daar nu zo ver gedreven, dat zelfs een oudere man er populair kan worden door zichzelf 'socialist' te noemen met een erg voorzichtig links programma. Dat is Hegel: these en antithese."


"Wij hadden niet alleen Tobback met zijn groot bakkes, natuurlijk. Wij hadden een generatie die de rechtse regeringen geen moment rust gunde. Je had Van Miert op de partij en in mijn fractie zaten een Van den Bossche, een De Batselier, een Colla, een Willockx en ik vergeet er nog. En nu..."


Het heeft dus met talent te maken.

"Neen, toch niet. De oude generatie, die ging ook mee het vuur in. Je moest een groep hebben die in dezelfde richting wou. In vergelijking met de besparingen van Martens zou het vandaag veel makkelijker of duidelijker moeten zijn om linkse oppositie te voeren. Het besparingsbeleid van deze regeringen is manifest veel onevenwichtiger en gepolariseerder gericht op wie al niet veel heeft. Dit is pas een neoliberaal programma. (monkellachje) Bart De Wever zal mij niet tegenspreken."


Nu is er niet zo'n eensgezinde groep?

"Dat is een feit. Dat is niet de schuld van Bruno of John Crombez, zelfs niet van Caroline Gennez en Johan Vande Lanotte. We komen uit een periode waarin Patrick Janssens deed waarin hij goesting had, desnoods zonder partijembleem. En Vande Lanotte deed in West-Vlaanderen waar hij goesting in had en Termont in Gent ook. Geen kwaad woord over Daniël Termont, maar hij heeft zelf in de gazet gezegd dat hij niet voor Bruno was, want die deed niet wat hij wou. Bon, ieder was met zijn eigen zaakjes bezig."


Dus moet een partijvoorzitter toch een beetje een dictator zijn.

"Enfin, als Pep Guardiola Bayern München naar zijn hand zet, is hij dan een dictator? Hij heeft een plan en hij heeft de autoriteit om die bende kleine kinderen met hun uitgebouwde Ferrari's bijeen te houden. Autoriteit kan ook voortkomen uit respect. Omdat er een groep is van mensen die vinden dat je gelijk hebt. Is dat nu verboden?"


"Een dictator is iemand die mensen dingen oplegt die ze niet willen. De Romeinen hadden dat zo goed begrepen dat ze een dictator aanstelden voor zes maanden of een jaar. Dan moest hij weg, anders kreeg je een burgeroorlog."


U bent wel altijd graag de baas: fractieleider, vicepremier, voorzitter, burgemeester.

"Omdat ik mijn overtuigingen in daden wou omzetten. Ik wilde beslissend zijn. Ik ga me daar niet voor schamen. Als dat niet je doelstelling is, blijf dan thuis. Voor het geld moet je het niet doen. Ga dan maar in de privé."


U had veel macht als partijvoorzitter. Na u kwam er een voorzitter die nog veel meer macht had.

(verwonderd) "Patrick Janssens?"


We bedoelen Steve Stevaert.

"Steve had invloed. Er is een periode geweest dat hij bijna iedere dag aan de telefoon hing. Hij vroeg wat we met dit of dat zouden moeten doen. Ik antwoordde dan, maar de afspraak was dat hij achteraf deed wat hij dacht te moeten doen, zonder dat ik daar nog een kik over gaf. Hij droeg de verantwoordelijkheid. Hij wist dat als het fout ging, hij degene was die moest gaan."


"Dat is het lot van de leider. Je hebt de macht te kunnen doen wat je wilt doen en anderen daarin mee te trekken. Als het lukt, dan zijn er vele vaders van jouw succes. Maar als het mislukt, dan ben je wees."


Dit doet erg denken aan de vorige voorzitter, uw zoon Bruno. Hij wist dat hij op een zekere nederlaag afstevende. Waarom dan toch die strijd aangaan?

"Dat moet je aan hem vragen."


U hebt hem niet tegengehouden.

"Neen. Bruno heeft nogal een zelfstandig karakter. Hij heeft me nog nooit om politieke raad gevraagd. Ik zou hem trouwens ook geen raad gegeven hebben over zijn carrière."


"Ik heb hem niet gepusht om voorzitter te worden, ik heb hem niet gepusht om minister te worden. Ik heb hem zelfs niet gepusht om volksvertegenwoordiger te worden. Hij is in 1994 uit eigen beweging op de provincieraadslijst gaan staan als lid van de Jongsocialisten. Hij stond op de laatste plaats en hij was verkozen met de meeste stemmen. Op basis van zijn naam? Dat zal dan wel, zeker? Net zoals de jonge De Croo, de jonge De Gucht of de jonge Van Rompuy de eerste keer op basis van hun naam verkozen zijn. In 1995, na het uitbreken van het Agusta-schandaal (corruptie bij de aankoop van gevechtshelikopters, red.), was het alle hens aan dek. Bruno heeft toen de lijst voor het Vlaams Parlement geduwd, en opnieuw was hij rechtstreeks verkozen. Stevaert heeft hem dan minister gemaakt. Ik ben daarbij nooit tussenbeide gekomen, ook niet achter de schermen."


Geen enkele vader ziet zijn zoon toch graag ten onder gaan?

"Toch heb ik begrip voor zijn keuze. Of dat voor de partij de beste keuze was, is weer wat anders. Maar Bruno heeft daarvoor wel gedaan wat best was voor de partij. Toen de uitslag van de verkiezingen tegenviel, heeft hij op het eerstvolgende partijbureau zijn mandaat ter beschikking gesteld. Maar toen kikte niemand, ook John Crombez niet. Omdat ze toen nog dachten dat er een kans was dat de sp.a er weer bij ging zijn en dat er misschien nog ministerposten te verdelen waren. Pas toen die droom voorbij was, zijn ze zich beginnen roeren. Dat zijn de feiten. En dat Bruno dan denkt 'niet met mij', dat kan ik begrijpen, ja."


De opposanten hadden hun kans gehad?

"Bruno was vanuit zijn functie verantwoordelijk voor de nederlaag. Hij heeft op het eerste bureau na de verkiezingen zijn mandaat op tafel gelegd. Diegenen die vonden dat er met hem geen land te bezeilen viel, hadden het toen moeten opnemen. Niet in een vuile campagne achteraf."


"Toen Van Miert de eerste keer voorzitter was in '78, zakten we voor het eerst onder de 20 procent. Hij heeft toen ook gezegd: voilà, ik ben mislukt, ik stel mijn mandaat ter beschikking. Ook wij hebben dat toen niet gewild, maar we hebben het hem ook niet willen afpakken toen we zagen dat we geen minister meer konden worden."


De onvrede zat toch dieper dan bij het partijbureau alleen?

"Ik ken geen enkele partij waar het feest is als de verkiezingen niet gewonnen worden. Bovendien is het lot van de voorzitter dat hij bij elke beslissing één mens gelukkig maakt en negen andere malcontent. Zolang het goed gaat, hoor je die niet. Genoeg daarover. Een andere keer misschien."


In 2019 stopt u. U zult dan tachtig zijn. Dat wijst op een verslaving.

"Ik heb het schandelijke privilege altijd gedaan te hebben wat ik graag deed. Er zijn weinig mensen die dat kunnen zeggen. Vraag eens aan een schrijnwerker die vijftig jaar met plezier zijn job heeft gedaan of hij verslaafd is. De aandacht missen? Dat is toch allemaal praat voor de boekskes? Wel kijk, dat is Versailles, dus."


Wat gaat u dan wel doen?

(lachend) "Stillekes sterven, zeker?"


Hoeveel verdient u?

"Zoveel als in de gazetten staat. Een burgemeester van een stad als Leuven verdient netto 4.900 euro en oneffen."


Wie is de machtigste mens in België?

"De invloedrijkste persoon was tot voor kort Bart De Wever (N-VA). Nu weet ik het niet meer. De tegenstellingen binnen de regering die hij mee in de steigers heeft gezet, zijn blijkbaar onbeheersbaar, zodat je toch moeilijk kunt zeggen dat hij 'machtig' is."


"De schuld van CD&V? Een wijze raad van een ouder wordende man: drijf het konijn niet te ver in zijn hol, of het begint te bijten. Als je dat niet kunt beseffen, zul je nooit machtig zijn. Je moet altijd proberen te vermijden dat de ander zich gedwongen voelt om je aan te vallen. Wat kon CD&V nog anders dan beginnen terugklauwen? Was dat verstandig van De Wever? Kijk naar het resultaat en je kent het antwoord."


Louis Tobback


  • geboren op 3 mei 1938 in Leuven
  • sinds 1995 burgemeester van Leuven
  • 1974-1991 volksvertegenwoordiger voor de SP
  • 1978-1988 voorzitter van de SP-fractie in de Kamer
  • 1989-1994 minister van Binnenlandse Zaken
  • 1991-2003 senator voor SP/sp.a
  • 1992-1994 minister van Ambtenarenzaken
  • 1994-1998 partijvoorzitter van de SP
  • was in 1998 kortstondig minister van Binnenlandse Zaken. Trad in september af, nadat asielzoekster Semira Adamu bij haar gedwongen uitwijzing om het leven was gekomen.


Bart Eeckhout en Jonas Muylaert - 29-04-2016 - De Morgen


Top


Tom Lanoye


'Mijn burgemeester is een beetje als een oude hoer.

Hij komt alleen als hij mag faken dat hij komt'

Tom Lanoye - Humo


Top



Rara! Wie onderschreef tien jaar geleden in Vrij Nederland het cordon sanitaire tegen extreemrechts met de volgende faustiaanse tegelspreuk? ‘Als je met de duivel danst, is het niet de duivel die verandert, maar jijzelf.’


Rara! Wie voegde daar vijf jaar later in ‘De zevende dag’ deze stoere weerspreuk aan toe? ‘Als extreemrechts morgen een resolutie indient dat de zon schijnt, zal ik nog niet meestemmen met hen.’


Rara! Wie onderhandelde na de vorige verkiezingen niettemin gezapig en uitvoerig met extreemrechts over een nieuwe Vlaamse regering? Zonder samen zelfs maar een schijn van een meerderheid te bezitten? En om pas na een kwartaal van buikschuiven en bijna-muilen te besluiten dat het Zwart Behang geen dansmarieke is met wie je tot een werkbare tango kunt komen? Zoals tien jaar eerder zelf aangekondigd?


’t Is weer die dekselse Bart De Wever! Je moet het hem nageven: hij is overal. Zelfs hier weer, dus dat is overal. Behalve in talkshows waar ze hem terdege aan de tand mogen voelen, zonder zijn debatfiches en zonder een vooraf opgestelde lijst met onderwerpen – zelden meer dan twee. Ik wil niet als een spreker voor het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond klinken, maar mijn burgemeester is een beetje als een oude hoer. Hij komt alleen als hij mag faken dat hij komt, op een tijdstip en tegen een prijs die alleen hij bepaalt. Dat de vaderlandse pers zich al jaren op die manier laat ringeloren zonder collectief een boycot af te spreken, zegt alles over de ruggengraat en de bespeelbaarheid van onze vaderlandse pers. Wie is hier eigenlijk de lichtekooi?


Bart De Wever is niet de enige die af en toe een profetische punt aan de werkelijkheid zuigt. Drie weken geleden voorspelde ik op deze plek wat zelfs een kleuter al maanden aan zijn leuter voelt en wat onlangs door een peiling is bevestigd. De Nieuw-Vlaamse Elite zakt sinds de vorige verkiezingen nog verder weg. Ze is haar koppositie kwijt aan extreemrechts en daar is ze zelf verantwoordelijk voor. Wie voert er nu jarenlang campagne óp het terrein van zijn tegenstander door hem dagelijks te overtroeven in harde migratieretoriek, terwijl je de dag erna altijd een minder hard beleid zult moeten voeren? Plak dan ineens een mikpunt op je voorhoofd en je rug.


De Gele Roerganger zult u dat nooit op die manier horen toegeven. Au contraire. Er is één ding waarvoor hij desnoods wél elke dag in het VTM-middagjournaal wil verschijnen. Klagen dat hij in de puree zit door iemand anders. Fiches heeft hij niet nodig. Hij kent de namen van zijn zondebokken beter dan de tekst van ‘Seg weverke, wilde gij dansen?’


Zíjn immobilisme? Dat wordt veroorzaakt door de vakbonden, de Walen, de werklozen, de Belgen, de PS, de Rode Duivels, de Mechelse Syriërs, de vakbonden, de VRT, Bart Schols persoonlijk, Phara ook, de vader van Delphine Boël, de culturo’s, de tjeven, de liberalen, de vluchtelingen, de vakbonden, rood-groen, Mao Zedong, de PS, de Bourgondiërs, de nieuwe meesters, de oude meesters, de familie Goossens, de kinderen van het verzet, de klimaatpubers, de windmolens en dus ook Jean-Marie Dedecker en Guy Verhofstadt, heel China, heel Europa, alle yogasnuivers, Hannibal en zijn olifanten, Unia, de rue Dansaert, Borgerhout, alle Hollanders, alle tjeven, alle vakbonden, alle aangespoelde kinderen en de hele PS.


Waarom, denkt u, houden álle N-VA’ers vast aan Zwarte Piet? Dan kunnen ze hem elke week iemand anders toespelen.


Sinds kort is hun repetitieve klaagzang verworden tot een traangasgordijn met nog maar één doel. De uitslag van de voorbije verkiezingen verbergen. De beide regeringen die ze ‘hun droomcoalities’ noemden, scoorden een historische pandoering. Federaal gingen 22 zetels verloren – meer dan een kwart, verdeeld over de deelnemende partijen: een naoorlogs record. Pikant detail? De voorgaande regering, onder de gehate Elio Di Rupo, boekte zetelwínst. Zij het alleen voor zijn coalitiegenoten, de liberalen en de katholieken. Zij gokten vervolgens op de andere hengst en blijven nu achter met een ezelsstamp, een bloedneus en existentiële twijfels.


Ook vijfvoudig voorzitter De Wever doet alsof het alleen zijn neus is die bloedt. Hij wil een voortzetting van de Zweedse coalitie. Dat klinkt sowieso als een dreigement. Maar het is ook gewoon onmogelijk. Mathematisch gezien moeten de Waalse socialisten er altijd bij, en melodramatisch gezien is dat voor hem al onaanvaardbaar. Ook tactisch en carrièrematig kan hij zich geen tweede nederlaag plus een verdere aderlating richting extreemrechts veroorloven. Vooral niet in zijn eigen partij. Maar dat kan hij niet zomaar onversneden ophoesten.


Ook zo kan de democratie er dus uitzien. Een fat die luidkeels op het voortoneel staat te snoeven dat hij nog altijd het initiatief opeist voor de formatie, terwijl iedereen, inclusief hijzelf, weet dat hij het tegendeel bedoelt. Het liefst wil hij van het podium worden geduwd om zich daar vier jaar lang over te kunnen beklagen vanuit de orkestbak. In de hoop dat zijn lamento nog altijd als lokroep werkt, luid genoeg om het aanzwellende geroffel van de blikken trommels naast hem te overstemmen. En als dat niet lukt, tja – wie weet? Misschien kunnen ze dan over vier jaar alsnog samen de hele boel blokkeren en doen ontploffen.


Is dat het Plan B of het eigenlijke masterplan? In beide gevallen zal de grote veldheer de leiding kwijtraken. Eigenlijk is dat nu al het geval. Je kunt niet altijd alles blijven combineren. Ik heb het niet eens over die vijf jobs tegelijk – burgemeester, voorzitter, parlementariër, huisman, vader – en over de bewering dat je die allemaal tezamen fulltime pico bello kúnt uitvoeren. Iedereen die zich met de auto, de fiets of het openbaar vervoer moet verplaatsen in Antwerpen, weet beter. Het bestuur van die stad is zo kapotgedelegeerd dat sommige kabinetten na een jaar nog altijd niet weten wat de globale marsrichting is, omdat de grote baas meer tijd in Brussel doorbrengt dan op het Schoon Verdiep.


Om dat grotere groteske poppenspel, met al zijn schuivende schaduwkandidaten, dáár gaat het me om. Wat zei Bart De Wever vóór de verkiezingen? Het was ‘een productiefout dat mijn partij als grootste niet de premier heeft geleverd’. Had daar dan indertijd op aangedrongen, denk ik dan. Maar wie stelt hij vervolgens als kandidaat voor? Weer niet de grootste, hijzelf, maar de tweede grootste, Jan Jambon. Hijzelf moet de grootste worden op het kleinere niveau, het Vlaamse, omdat hij daar als enige de middelgrote Geert Bourgeois naar het hoogste niveau, het Europese, kan doen oprotten, zogenaamd in het belang van de partij die de brave man eigenhandig heeft opgericht.


Zodra Geert Bourgeois is opgerot, volgt niet Bart De Wever hem op, maar Jan Jambon. Die wordt getransfereerd van het Belgische echelon, waarvoor hij verkozen was. En sinds kort schuift De Wever, verkozen in Vlaanderen, dan toch zichzelf op het Belgische niveau naar voren als formateur en premier – zoals hij trouwens al eens heeft gedaan in de laatste week van de vóór-vorige verkiezingscampagne. Ook toen al meer voor de schijn dan in ernst. Enzovoort, en zo verder. En dat zijn dan de mensen die zeggen dat België als constructie veel te ingewikkeld is!


Er zijn politicologen die dat geschuif voor geniale strategie verslijten. Ik zie een patroon van bestuurlijke lafheid. Iedereen kent de idolen van mijn burgemeester, gaande van Winston Churchill over Napoleon tot Julius Caesar. Zouden zij ook maar één moment hebben geaarzeld om het hoogst mogelijke ambt zelf uit te oefenen, in plaats van het over te laten aan paladijnen? Wie spreekt het machtswoord als de chef structureel uithuizig is?


Onze productiefout is deze. Wij zitten opgezadeld met een poppenmeester van wie iedereen denkt dat hij een geboren keizer is. Hoe langer hij die dubbelrol speelt, des te paranoïder hij wordt. Steeds vaker zit hij over zijn eigen schouder te kijken. Inmiddels ook binnen zijn eigen partij. Binnenkort heeft hij een omgekeerde achteruitkijkspiegel nodig om ook vooruit te durven blikken.


Tom Lanoye - Humo


Top


Caroline Pauwels


VUB-rector Caroline Pauwels:

‘Mijn kansen op genezing? De dokters praten er niet over en ik vraag er niet naar’


Stef Selfslagh - De MorgenBeeld Thomas Sweertvaegher


Top



Nadat Caroline Pauwels (55) in juni te horen kreeg dat ze kanker had, verdween ze even van de radar.

Maar sinds de opening van het nieuwe academiejaar is de VUB-rector weer alomtegenwoordig.

‘Ik heb de voorbije maanden al even vaak gelachen als gehuild.’


“Kanker of niet, ik ga straks in de AB naar Brihang kijken”, zegt Caroline Pauwels. Haar ogen fonkelen harder dan een glitterpump van Jimmy Choo. “Ik ben een grote fan van Brihang. Geen hiphopper is poëtischer dan hij.” Een paar uur later zal ze op haar Facebookpagina enkele foto’s van het concert delen. Ze voegt er een geparafraseerd stukje tekst uit de Broadway-musical A Chorus Line aan toe: ‘But I felt nothing. Except goooooood.’


Voor wie het nog niet had meegekregen: de door maag- en slokdarmkanker getroffen VUB-rector is nog niet meteen van plan om een euthanasieformulier te downloaden. Haar kankercellen mogen dan hun best doen om haar lichaam van binnenuit op te vreten, op haar levenslust krijgen ze voorlopig geen vat. “Ik vecht niet tegen de dood, ik vecht voor het leven”, liet ze in Knack optekenen. “Ook als je ziek bent, kun je nog mooie dingen doen”, klonk het in De zevende dag.


De daad bij het dappere woord voegend, publiceerde ze in een maand tijd liefst twee boeken: Ode aan de verwondering, een tachtig pagina’s tellend pleidooi om de wereld te zien als één groot Surprise-ei; en Wonderlust, een interviewboek waarin ze samen met journalist Pat Donnez en filosoof Jean Paul Van Bendegem uitlegt hoe je van het leven meer kunt maken dan een aaneenschakeling van softwareupdates, katers en boterhammen met preparé.


Met de ondertitel De kunst van een mooi leven positioneert Wonderlust zich als een gebruiksaanwijzing bij het bestaan. Aangezien dat genre de laatste jaren tekenen van saturatie begint te vertonen, vraag ik waarin Wonderlust verschilt van andere levensbeschouwelijke titels. “Wonderlust is niet dogmatisch”, zegt Caroline Pauwels. “We leggen de lezer geen onwrikbare geboden op. Dat is belangrijk, want een mooi leven is niet per se een coherent leven. Zelf vind ik bijvoorbeeld dat we absoluut iets aan het klimaat moeten doen. En toch leef ik niet elke minuut van de dag klimaatbewust. Ben ik daarom hypocriet? Ik vind van niet. Het is niet omdat je ergens heel hard in gelooft, dat je niet af en toe een steekje mag laten vallen. Van dat uitgangspunt is Wonderlust doortrokken. En dat geeft de lezer ademruimte, vermoed ik.”


Is het niet te ironisch voor woorden dat ze een boek met levensadviezen uitbrengt, uitgerekend op het moment dat er achter haar eigen leven een vraagteken wordt geplaatst? “Dat is zo”, glimlacht ze gelaten. “En toch heeft mijn ziekte Wonderlust op geen enkele manier beïnvloed. Toen Pat, Jean Paul en ik onze laatste gesprekken voerden, wist ik al dat ik kanker had. Maar aangezien ik op dat ogenblik nog niet eens mijn eigen kinderen had ingelicht, heb ik gedaan alsof er niks aan de hand was. Dat kostte me trouwens weinig moeite: ik heb tijdens de interviews voor Wonderlust nauwelijks aan mijn diagnose gedacht.”


Ze neemt een slokje van haar biologisch geproduceerde limonade en zegt: “Toen ik mijn andere boekje – Ode aan de verwondering – voor het eerst in mijn handen hield, heb ik me wel afgevraagd: ‘Is dit nu mijn testament? Is dit het laatste wat ik geschreven heb?’ Maar meteen daarna dacht ik: een tekst die oproept om in een staat van kinderlijke verwondering te leven: qua testament is dat zo slecht nog niet. Als het lot er zo over beslist, laat mijn liefdesverklaring aan de verwondering dan maar mijn ultieme boodschap aan de wereld zijn. Al hoop ik natuurlijk dat het dat níét wordt.”


‘Ik ben heel blij dat ik samen met mijn vriendinnen nog altijd in het openbaar de slappe lach durf te krijgen.’ 


In Ode aan de verwondering roept ze op om ‘been there, done that’-gedachten te vermijden en een kinderlijke blik op de wereld te cultiveren. Slaagt ze daar op haar 55ste zelf nog in? “Ja. En ik moet daar eigenlijk weinig voor doen. Ik heb mijn kinderlijke nieuwsgierigheid nooit verloren. Mijn kinderen hebben zich dat bij momenten wel eens beklaagd. (lacht) Op een dag reden we met de auto ergens naartoe en zagen we een ree staan. Ik vond dat een absolute verrukking en was in alle staten, terwijl mijn kinderen – het waren al pubers – hun wenkbrauwen optrokken en zeiden: ‘So? Dit is een ree, ja. Kun je dan nu opnieuw normaal doen?’” (lacht)


Misschien moet de wetenschap maar eens een miniem brein-ingreepje bedenken dat ook pubers toelaat om nog onbevangen naar de wereld te kijken, opper ik. Ze lacht en zegt: “Ik denk dat we daar vooral in onze opvoeding aan moeten werken. Veel ouders zeggen tegen hun kinderen dingen als: ‘Doe niet onnozel’, ‘Dat is nu eenmaal zo’, ‘Spreek met twee woorden’. Een begrijpelijk onderdeel van het opvoedingstraject, maar als je niet oplet, bouw je in je kind zo veel remmen in dat het elke vorm van spontaniteit verliest. En dat zou zonde zijn.


“Ik ben in ieder geval heel blij dat ik samen met mijn vriendinnen nog altijd in het openbaar de slappe lach durf te krijgen. Ik zie andere mensen dan denken: ‘Maar enfin. En dat op hun leeftijd.’ (lacht) Maar daar trek ik mij weinig van aan. Er is niks zo heerlijk als de slappe lach krijgen, elkaar aankijken en opnieuw in lachen uitbarsten. Lachen is lang niet au sérieux genomen – en bijgevolg ook niet wetenschappelijk bestudeerd - maar het is een van de mooiste bezigheden waaraan een mens zich kan overgeven.”


KANKERMOPJES

Valt er ook te lachen met een ongenadige ziekte als kanker? “O ja. Ik heb de voorbije maanden al even vaak gelachen als gehuild. Toen ik een goeie vriend vertelde dat ik kanker had, zei hij: ‘Aha, nu kan ik jou al mijn kankermopjes vertellen!’ Ik heb geantwoord: ‘Die kankermopjes mag je voor jezelf houden, maar je mag gerust met míj lachen.’ En dat doet hij dan ook. Met verdacht veel overgave, zelfs.” (lacht)


En dan heeft mevrouw de rector plots zin in een peer. Een harde. Een van haar medewerkers zet een kom vol peren op tafel. ‘Kies er de hardste maar uit’, zegt hij. Wanneer de peren na rectorale inspectie allemaal van het zachte type blijken te zijn en de kom weer weg mag, richt de medewerker zich tot mij: “Niet dat de rector kieskeurig is, hoor. Verre van.”


Pauwels lacht. Plaagstoten zijn op de vijfde verdieping van het Braemgebouw niet verboden. Ook niet in tijden van tegenspoed.


Ze vertelt me hoe ze haar vrienden heeft meegedeeld dat ze ziek was. Het gebeurde – dat kon even niet anders – op haar verjaardag. “Ik was een Whats­App-groepje aan het samenstellen van iedereen die ik op de hoogte wilde brengen. Mijn vrienden zagen dat. Maar omdat ik verjaarde, dachten ze: ‘Caroline wil ons uitnodigen voor een feestje vanavond.’ Toen ik klaar was om hen te melden dat ik kanker had, waren ze al volop aan het speculeren over waar mijn feestje precies zou plaatsvinden en wie ik allemaal zou uitnodigen.” (lacht)


Humor is verdriet dat op zijn kop staat. Zeg dat Ernest Claes het gezegd heeft.


‘Er zijn momenten waarop ik alles gitzwart zie.

Maar er zijn ook momenten waarop ik mij volstrekt zorgeloos voel.’ 


Wanneer ik schoorvoetend naar haar genezingskansen pols, zegt ze: “Daarover kan ik kort zijn: de dokters praten er niet over en ik vraag er niet naar. Ik heb begrepen dat maag- en slokdarmkanker in meer dan 80 procent van de gevallen mannelijke zestigplussers treft. En dat het bijgevolg erg ongewoon is dat een 55-jarige vrouw eraan lijdt. Maar voor de rest ben ik niet van plan om over mijn ziekte iets op te zoeken. Dat is misschien niet bijster wetenschappelijk, maar ik wil mij niet laten destabiliseren.”


Liever dan dokter Google te consulteren, kiest ze voor activiteiten die haar lichaam en geest opmonteren. Zwemmen, bijvoorbeeld. “Een tijdje geleden ben ik om zeven uur ’s ochtends in de Noordzee gaan zwemmen. Ik lag helemaal alleen in die grote plas, er was niemand op het strand, ik hoorde alleen mijn eigen ademhaling en het geklots van het water. ‘Wow’, dacht ik met een brede smile op mijn gezicht, ‘dit is écht leven.’”


De herinnering is zoet, ze trekt zich even terug in haar gedachten. In de stilte die ontstaat, hoor ik Elisa Waut in mijn hoofd ‘Sailors Don’t Cry’ zingen. Therapeuten zullen er vast een uitleg voor hebben.


Wanneer Caroline Pauwels opnieuw gespreksklaar is, vat ze onbeschroomd haar state of heart voor me samen. “Er zijn momenten waarop ik alles gitzwart zie. Maar er zijn ook momenten waarop ik mij volstrekt zorgeloos voel. Eén ding is zeker: ik wil opnieuw aanhaken bij het leven. Ik zou me ook kunnen laten gaan – dat zou in de gegeven omstandigheden niet zo moeilijk zijn – maar daar pas ik voor. Er zijn trouwens maar weinig kankerpatiënten die de moed opgeven. Als de dood lonkt, doen de meeste mensen er alles aan om zo lang mogelijk te blijven leven. Dan is zelfs een extra uur de moeite waard.”


‘Wat ik me heb afgevraagd, is: wat zullen – ooit – mijn laatste gedachten zijn?’ 


Ik vraag of ze gelooft in een wisselwerking tussen lichaam en geest. Of ze denkt dat ze minder kans heeft om te genezen als ze er mentaal onderdoor gaat. “Ik geloof dat lichaam en geest tot op zekere hoogte één zijn, ja. Of dat een wetenschappelijk onderbouwd geloof is, heb ik niet onderzocht. (glimlacht) Maar ik weet wel dat yoga – de niet al te esoterische variant, bedoel ik dan – mij al veel deugd heeft gedaan. Als ik voor een lastig onderzoek sta, ga ik altijd in yogamodus. Dat helpt mij om het onderzoek in kwestie te doorstaan.”


Overweegt ze als patiënt behandelingen die ze als wetenschapper hoort af te wijzen? “Ik ga niet op zoek naar alternatieve behandelingen, als je dat bedoelt. Al weet ik natuurlijk niet wat ik ga doen als ik op een dag te horen krijg dat ik uitbehandeld ben. Misschien ben ik dan wél bereid om een of andere wazige therapie uit te proberen. Maar tot nog toe benader ik mijn ziekte wetenschappelijk.


“Zeker in het ziekenhuis treedt mijn analytische geest snel in werking. Ik bekijk dan hoe de werking van het ziekenhuis nog verbeterd kan worden. Of ik schrijf in gedachten een sociologische observatie over al die jonge mensen die op de oncologische dienst werken.


“Het helpt natuurlijk dat ik – nog? – niet volledig murw geslagen ben. Mocht ik doodziek in een rolstoel zitten, zou ik in de kliniek al heel wat minder observeren. Dan zou ik alleen maar hopen dat mijn pijn zo efficiënt mogelijk onderdrukt wordt en dat mij een zekere sereniteit gegund wordt. Want vergis je niet: ook al maak ik soms grapjes over mijn ziekte, ik word heel vaak getroffen door de verwoestende impact die kanker op mensen heeft. Er zijn patiënten die nog tien keer, wat zeg ik: hónderd keer moediger zijn dan ik.”


KLEINKINDEREN

Op sommige vragen ken je het antwoord al. En toch stel je ze. “Of ik vaak verdrietig ben? Natuurlijk. Maar niet omdat ik denk: wat overkomt mij nu toch? Wel omdat ik moet vaststellen dat mijn energiepeil zakt. Dat ik sommige dingen niet meer voor elkaar krijg. Ik doe niks liever dan koken voor mijn vrienden. Alleen: door mijn behandeling walg ik momenteel van eten. Als je mij zou vragen wat ik straks ga eten, zou ik je met grote, holle ogen aankijken. Vrienden rond mijn eettafel verzamelen en gezellig voor hen koken, lukt me momenteel dus niet. Het zijn die dingen waar ik nog het meest verdrietig om ben.”


Sinds ze de status van kankerpatiënt heeft, vraagt ze haar vrienden en vriendinnen om haar bij wijze van troost grappige filmpjes van hun kinderen door te sturen. Vertedering als antidotum tegen verdriet. “De ongekunsteldheid van kinderen zien, helpt me om mijn levenslust op peil te houden.”


Ook haar eigen kinderen stutten haar hart. Emil (21) studeert in Canada, maar nam een gap year om wat vaker bij zijn moeder te kunnen zijn. Anna Violette (19) zou in Parijs kunst gaan studeren, maar week uit naar de VUB en de kunstacademie in Brussel. “Ik wilde eigenlijk niet dat mijn kinderen hun plannen voor mij zouden aanpassen”, zegt Caroline Pauwels. “Maar ze zijn volwassen, ik heb hen niet te zeggen wat ze wel of niet moeten doen. En natuurlijk ben ik ook wel blij dat ze zo vaak bij me zijn.”


Een stilte, een kuchje, een zucht. Dan: “Ik ben opnieuw brieven naar mijn kinderen beginnen te schrijven. Dat deed ik vroeger ook al. Wanneer Emil en Anna Violette vonden dat ik als moeder een verkeerde beslissing had genomen, gaf ik hen in een brief wat extra duiding. Maar vandaag valt het schrijven van die brieven me een stuk zwaarder dan vroeger. Ik word er soms verschrikkelijk emotioneel van.”


‘Het besef dat ik eindig ben, heeft ervoor gezorgd dat ik een vrij getalenteerd levensgenieter ben geworden.’ 


Voor het eerst klinkt in haar stem een vorm van vertwijfeling door. Dat haar kinderen nog zo jong zijn, zegt ze. En dat ze er altijd zo naar heeft uitgekeken om kleinkinderen te hebben. “Ik hou al jaren het speelgoed van mijn kinderen bij om het aan mijn toekomstige kleinkinderen te kunnen geven.” Ze zegt er niet bij: ‘Heb ik dat dan allemaal voor niks gedaan?’ Maar haar ogen vragen het zich wel af.


Ik vraag of ze voorbereid is op een negatief verdict. Of ze mentaal al heeft gerepeteerd wat ze dan gaat denken, zeggen en doen. “Ik denk niet dat je op voorhand kunt inschatten hoe je op een doodvonnis reageert”, zegt ze. “Dat weet je volgens mij enkel op het moment zelf. Wat ik me al wél heb afgevraagd, is: wat zullen – ooit – mijn laatste gedachten zijn? Gaat mijn brein zich tijdens de laatste minuten van mijn leven concentreren op de goeie dingen die ik heb meegemaakt? Of op de slechte? I hope the leaving is joyful, om het met Frida Kahlo te zeggen. Ik las dat Marieke Vervoort met een glas cava in de hand afscheid heeft genomen van het leven. Dat vind ik wel mooi.


“Bang ben ik in ieder geval niet. Misschien komt dat omdat ik altijd al doordrongen ben geweest van mijn eigen sterfelijkheid. Het leven hangt altijd aan een zijden draadje, zo eenvoudig is het. Ik moet nu leven met een existentiële onvoorspelbaarheid, maar eigenlijk is onze existentie per definitie onvoorspelbaar. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Het besef dat ik eindig ben, heeft ervoor gezorgd dat ik mij niet te veel au sérieux heb genomen. En dat ik een vrij getalenteerd levensgenieter ben geworden. (lacht) Ik leef ontzettend graag. Ik probeer me met alles wat ik in me heb terug te knokken naar het leven dat ik had vóór ik ziek werd.”


In Het Nieuwsblad zei ze: ‘Mijn diagnose heeft me laten voelen hoe graag ik gezien word.’ Ik vraag of ik dat een van de positieve neveneffecten van kanker mag noemen: dat de ziekte liefde zichtbaar maakt. “Ik zal niet gauw de woorden ‘kanker en ‘positief’ in een en dezelfde zin gebruiken. (lachje) Maar de liefde die ik de voorbije tijd heb mogen ervaren, ontroert mij... mateloos. Ik had totaal niet door dat ik zo graag gezien word. En ik moest niet eens doodgaan om dat te weten te komen. (lacht)


“Hoe mijn familie, vrienden en collega’s zich organiseren om mij te helpen, je houdt het niet voor mogelijk. Als ik nog maar opper dat ik misschien zwemvliezen nodig heb om ondanks mijn verzwakte staat nog in een aanvaardbaar tempo te kunnen zwemmen, gaan mijn vrienden direct in overdrive: ‘Zwemvliezen! Caroline heeft zwemvliezen nodig!’ En binnen het halfuur héb ik die zwemvliezen dan ook. Hallucinant. Er zijn zelfs vreemden die me lange, mooie brieven schrijven. Ik ga voor de mensen nooit hetzelfde kunnen doen wat zij allemaal voor mij doen. Ik moet mij inhouden om mij daar niet schuldig over te voelen.”


De afgelopen maanden verbleef ze met haar gezin en haar vrienden vaak in Oostende. Speelt de koningin der badsteden een rol van betekenis in haar genezingsproces? Ze knikt en zegt: “Ik hou ontzettend veel van het strand, de zeelucht, het eeuwige spel van eb en vloed. En Oostende is een beetje zoals Brussel: schoonheid en lelijkheid zijn er in gelijke mate vertegenwoordigd. Dat vind ik heerlijk. Knokke is me te eenduidig. Ik kan wel een tijdje genieten van orde en properheid, maar daarna verlang ik toch weer naar een portie chaos en smerigheid. (lacht) Oostendenaren zijn vaak ook wilde denkers. Mensen die hun voeten vegen aan het status quo. Die hun gedachten alle kanten laten opwaaien. Ik mag graag denken dat dat het heilzame effect is van de zeewind.”


Op mijn vragenlijst staat nog: ‘Gaat u zich begin volgend jaar opnieuw kandidaat stellen voor het rectorschap?’ Het komt me plots als een bijkomstigheid voor, maar ik besluit de vraag toch maar op tafel te leggen. “Voor ik ziek werd, wilde ik héél graag opnieuw rector worden. Vier jaar is eigenlijk te weinig om je stempel op een universiteit te drukken. Maar mijn kandidatuurstelling is hypothetisch geworden. Als mijn gezondheid het toelaat, zal ik kandidaat zijn, anders niet. Hoe dan ook: zelfs mocht het mij gegeven zijn om mezelf op te volgen, zal ik beduidend meer momenten van rust moeten inlassen. Daar ontkom ik niet aan.”


We hebben bijna twee uur gepraat, haar medewerkers komen polsen of ze niet te moe is. Lees: of het niet hoog tijd wordt om de mijnheer van De Morgen met zijn klikken en klakken buiten te smijten. Hoewel Pauwels aangeeft dat ze nog niet meteen in elkaar dreigt te zakken, ronden we af. Hoffelijkheid gaat boven nieuwsgierigheid. En bovendien moet ze nog naar Brihang.


In de auto op weg naar huis herinner ik me plots een flard van ons vorige gesprek, in februari van dit jaar. “Wat beschouwt u als uw grootste uitdaging?”, had ik gevraagd. “Dit leven overleven”, had ze geantwoord.


Rectoren beschikken soms over profetische gaven.


Wie is Caroline Pauwels

  • Geboren in Sint-Niklaas op 23 juni 1964
  • Studeerde filosofie aan de UFSIA en communicatie­wetenschappen aan de VUB
  • Hoogleraar communicatie­wetenschappen, gespecialiseerd in mediabeleid
  • Sinds september 2016 rector van de VUB
  • Woont in Watermaal-Bosvoorde
  • Heeft twee kinderen: Emil en Anna Violette  



Top