Mawda

Justice for Mawda

Word lid van Facebook groep

Edegem met een hart


#JusticeForMawda





De ouders van Mawda


‘Uiteindelijk komt het echte verhaal naar boven’


Bruno Struys en Samira AtillahDe Morgen



Amer Phrast (26) en Ali Shamdin (27), de ouders van de in 2018 neergeschoten Mawda. Beeld Tim Dirven


Twee jaar en zes maanden na de dood van de Koerdische peuter Mawda zijn haar ouders klaar voor het proces dat vandaag start in Bergen. Hoe moeilijk het ook zal zijn. ‘We brengen nog veel dagen al huilend door.’

 

De tweejarige Mawda overleed op 17 mei 2018 door een politiekogel na een wilde achtervolging op de autosnelweg. Naast V.J., de Belgische agent die het dodelijk schot afvuurde, staan ook de vermoedelijke bestuurder van de bestelwagen en een vermoedelijke smokkelaar terecht.


Mawda’s ouders, Ali Shamdin (27) en Amer Phrast (26), wonen in een appartement in het Brusselse Sint-Lambrechts-Woluwe. Samen met zesjarige zoontje Muhammed, maar sinds kort ook met nieuw leven in huis.


“Elf maanden geleden is Shahin geboren”, zegt Shamdin. “Ik ben iemand die echt graag kinderen ziet. Nu moet ik ervoor zorgen dat mijn twee kinderen een goede toekomst hebben. Ik wil een goede vader voor hen zijn.”


Shahin lijkt als twee druppels water op Mawda. Sommige foto’s zijn daardoor zelfs verwarrend.


Shamdin: “Geloof mij, de gelijkenissen zijn niet enkel fysiek: ook qua karakter lijkt hij op Mawda.”


Phrast: “De manier waarop Mawda naar mensen keek, de manier waarop zij glimlachte: die mooie eigenschappen heeft hij ook.”


In twee jaar tijd lijkt er veel veranderd voor jullie, of niet?

Shamdin: “Ondertussen begrijp ik beter hoe het leven hier in elkaar zit. Ik doe mijn best om de taal te leren. Eén van mijn beweegredenen om Frans te spreken is om goed te kunnen uitleggen wat ik heb meegemaakt. Ik volg een opleiding voor kapper en ik heb de Belgische cultuur een beetje leren kennen. Maar het verdriet, dat blijft hetzelfde.”


“Eigenlijk is het zwaarder dan we verwacht hadden. We dachten dat we met de vele hulp die we krijgen de situatie een beetje konden vergeten. Dat het milder zou worden. Maar geloof mij, er zijn nog veel dagen die we al huilend doorbrengen. Wat we die avond hebben meegemaakt, blijft steeds terugkomen.”


Na meer dan twee jaar start vandaag het proces. Wat verwachten jullie?

Shamdin: “We hopen op een rechtvaardige uitspraak, zowel over het optreden van de politie als dat van de mensensmokkelaars. Willen of niet, maandag is een belangrijke dag voor ons, omdat het over onze Mawda gaat. En ik wil dat rechtvaardigheid geschiedt.”


Voor de agent wordt ‘onvrijwillige doodslag’ gevorderd. Is dat voor jullie rechtvaardig?

Shamdin: “Het is enorm zwaar om een kind te verliezen. Je wenst het niemand toe. Als de agenten kinderen hebben gezien in de bestelwagen, of het nu aan de achterkant was of aan de voorkant, dan denk ik dat ze niet hadden moeten schieten.”


“Maar ik wil vooral dat dit zich niet meer herhaalt. Dat geen andere familie hetzelfde moet meemaken. Dit incident had niet op deze dramatische manier mogen aflopen.”



Vader Ali Shamdin met twee foto's van zijn overleden dochter Mawda.

‘Als de agenten kinderen hebben gezien in de bestelwagen, of het nu aan de achterkant was of aan de voorkant, dan denk ik dat ze niet hadden moeten schieten.’ Beeld Tim Dirven


De bestuurder en de smokkelaar riskeren zwaardere straffen dan de agent. Hoe kijken jullie naar hun verantwoordelijkheid?

Shamdin: “Ik denk dat het normaal is dat wie een crimineel feit gepleegd heeft, ook berecht wordt. Ik hoop dat die mensen een juiste straf krijgen, maar voor ons is het belangrijk dat ook die agent een straf krijgt. We gaan al twee jaar en zes maanden door een hel, en onze dochter is haar toekomst kwijt.”


Is de veroordeling van de bestuurder en de smokkelaar dan minder essentieel?

Shamdin: (schudt hevig het hoofd) “Het is even essentieel. Zonder het gedrag van de mensensmokkelaar zou dit nooit gebeurd zijn. Maar uiteindelijk is mijn dochter enkel vermoord door de kogel van de agent.”


Herkennen jullie de bestuurder en smokkelaar die nu terechtstaan?

Shamdin: “De personen vooraan droegen mutsen en sjaals en waren onherkenbaar. Ook over de smokkelaar kan ik me niet uitspreken. Laat de rechtbank, met volle kennis en ervaring, daarover oordelen.”


Tijdens de achtervolging in de nacht van 16 op 17 mei 2018 haalden twee agenten van de wegpolitie van Bergen hun wapen boven. De agent die het dodelijk schot afvuurde, V.J., verklaarde dat hij zijn pistool op de voorband richtte, net toen het busje met migranten een gevaarlijk manoeuvre maakte en zijn collega aan het stuur plots moest uitwijken. Zo zou hij het schot per ongeluk gelost hebben, wat op het proces ter discussie zal staan.


In elk geval ging de kogel door het hoofd van Mawda. Een ander discussiepunt is waar het kind zich bevond in het busje. Had de smokkelaar haar vooraan gezet, naast de chauffeur, om de agenten te tonen dat er kinderen aan boord waren, zoals uit sommige verklaringen blijkt?


“Mawda bevond zich in de armen van mijn vrouw, vooraan maar achter de bestuurder”, zegt Shamdin.


Phrast: “Mawda was al die tijd bij mij.”


Wat dachten en voelden jullie tijdens die achtervolging?

Shamdin: “Ik kan dat niet in woorden vatten. Het gaat me altijd bijblijven: dat gevoel dat je ofwel dood kan gaan door het roekeloze rijgedrag van de bestuurder, ofwel door een kogel van de politie. En dan het geluid van het schot. Het is onbeschrijfelijk.”


Kort na het schot stopte de bestelwagen dan toch. Wat gebeurde er toen?

Shamdin: “Het was het slechtste moment van mijn leven. Ik nam Mawda uit de armen van mijn vrouw en stapte uit de bestelwagen. Ze hing vol bloed.”


“De agenten kwamen op ons afgestormd en ik probeerde met gebarentaal duidelijk te maken dat mijn dochtertje geraakt was. Maar ze trokken Mawda van mij af en gooiden haar op de grond. Ze vielen me aan en hebben me gehandboeid. Ik probeerde te zeggen dat ze een ziekenwagen moesten bellen. ‘Mawda, ambulance’, riep ik, want ik wist dat ze dat woord zouden kennen.”


“Het duurde heel lang voor er een ziekenwagen was. Twee dagen lang wist ik niet wat er met mijn dochter gebeurd was. Het waren de moeilijkste 48 uur van mijn leven.”


Shamdin buigt het hoofd en probeert met de handen in het gezicht zijn emoties te bedwingen. Maar de tranen zijn niet te stoppen. De laatste dagen voor het proces brengen het koppel helemaal terug naar de eerste dagen na het incident. “Zonder het te willen brengt het ons terug naar die periode. En dat is erg moeilijk”, zegt hij.


Zijn vrouw geeft hem een zakdoekje. Overal in het appartement tonen foto’s de liefde tussen dit jonge koppel en hun kinderen. Alleen meteen na het incident werden ze van elkaar gescheiden. De mama maakte aanstalten om met de ziekenwagen mee te gaan, maar dat mocht niet.


Terwijl Mawda naar het ziekenhuis ging, verdwenen Amer Phrast en Ali Shamdin elk in een andere cel, zonder nieuws over hun dochtertje. De kleine Muhammad, vier jaar op dat moment, mocht bij zijn mama blijven in de cel. “Het was zo angstaanjagend voor hem dat hij die twee dagen lang geen woord heeft gezegd”, zegt Phrast. “Hij was in shock.”


Muhammad is intussen zes jaar. Hoe gaat het nu met hem?

Shamdin: “Als hij nu politie ziet, wordt hij bang. Het incident heeft veel invloed gehad op hem. Hij spreekt ook vaak over Mawda. Soms, als hij anderen hoort praten over Mawda, zegt hij dat ze niet slecht mogen praten over haar. ‘Onze Mawda’, zegt hij dan. Ook voel ik dat verdriet nog in hem.”


Gaat Muhammad naar school in België? Hoe verloopt dat?

Shamdin: “Dit jaar gaat het goed, maar vorig jaar was het moeilijker. Dat komt door wat we hebben meegemaakt, maar ook omdat hij de taal nog niet goed sprak. De sfeer in België was nieuw voor hem. Wij kenden ook niemand hier. Leerkrachten zeiden dat hij zich eerst isoleerde in de klas, dat hij met niemand sprak. Dit jaar gaat het veel beter.”


Beseft hij min of meer dat er vandaag een proces begint?

Phrast: “Nee, we hebben hem niet uitgelegd wat er nu gaat gebeuren. Hij heeft het al moeilijk genoeg met die situatie en we willen die herinneringen niet oproepen bij hem. Alleen op zaterdag, als we naar het kerkhof gaan, praten we over Mawda.”


Shamdin: “Hopelijk zullen we ooit aan Muhammad en Shahin kunnen vertellen dat er een rechtvaardig verdict werd geveld.”


Hebben jullie spijt dat jullie ooit vertrokken zijn uit Irak?

Shamdin: “Nee, want het was niet onze beslissing om te vertrekken destijds. We werden daartoe gedwongen. We konden bovendien nooit verwachten dat we in het hart van Europa zoiets zouden meemaken. We dachten dat we naar een veiligere plaats gingen, waar we een goede toekomst voor onze kinderen konden opbouwen.”


Phrast: “We werden gedwongen om te vluchten omdat we problemen hadden. Niemand laat zijn familie, zijn vaderland en zijn herinneringen zomaar achter. We hadden geen keuze. We moesten.”


Shamdin: “Omdat het een verboden huwelijk was.”


Destijds deden jullie er alles aan om in Engeland te geraken. Is dat nog steeds jullie droom?

Shamdin: “Nee, zeker niet. Onze zoon gaat naar school hier. We willen niet meer emigreren. Als ze ons hier een verblijfsvergunning geven, blijven we voorgoed hier.”


Hoe zit dat juist met die verblijfsvergunning? Die wordt telkens vernieuwd voor een jaar?

Shamdin: “Ja. Op dit moment is onze verblijfsvergunning geldig tot 25 februari 2021. Ik denk dat er na het proces een beslissing wordt genomen over ons dossier. Ook daarover hebben we dus een beetje stress.”


Jullie krijgen veel steun van verschillende organisaties zoals Het Burgerplatform voor Steun aan de Vluchtelingen. Voelen jullie je gesteund?

Shamdin: “Ik wil mijn enorme dank betuigen aan alle mensen die hun solidariteit getoond hebben. Dat is nog een reden waarom ik de taal heel goed wil leren. Ik wil deze mensen ooit in mijn eigen woorden bedanken.”


Phrast: “Heel veel mensen hebben contact met ons opgenomen en steunen ons. Ook bekende mensen, zoals artiesten en politici.”


Op sociale media zijn er inderdaad steunbetuigingen van internationale sterren als Peter Gabriel en Roger Waters. Zeggen die namen jullie eigenlijk iets?

Shamdin: “Niet echt. Wij zitten ook niet in die wereld. We zien het op Facebook of we horen van vrienden dat artiesten ons willen steunen. Voor ons is het niet belangrijk hoe bekend die mensen zijn. Wél dat ze ons begrijpen, ons voelen en een beetje meeleven met ons.”


Phrast: (lacht) “Als ze een liedje over haar schrijven, zal ik er dag en nacht naar luisteren.”


Het is cynisch, maar Mawda is door deze tragedie beroemd geworden.

Shamdin: “Ja, dat is ook zo. In het begin had ik het gevoel dat men het dossier onder tafel wou schuiven. Dat er zo weinig mogelijk over gesproken mocht worden. Het leek erop dat niemand wilde toegeven dat de politie geschoten had. De agenten legden ook verklaringen af die de zaken minder erg voorstelden.”


“Het is enkel dankzij de mensen die ons gesteund hebben, dat de waarheid uitkwam. Dat is het belangrijkste: dat uiteindelijk het echte verhaal van Mawda naar boven komt.”


De Morgen vroeg ook agent V.J. om een interview, maar hij weigert elke aanvraag sinds het incident.


Top












23 november 2020 - Lokale acties




Hiermee tonen we onze verontwaardiging over het politiegeweld waar Mawda, een 2-jarig kind, het slachtoffer van werd. In 2018 werd ze gedood door een politiekogel toen ze samen met haar ouders op de vlucht was, op zoek naar een beter leven.


Met deze actie eisen we dat er een einde komt aan disproportioneel politiegeweld, racisme en de dehumanisering van mensen op de vlucht. Het zijn die structurele problemen die een context scheppen waarin dit drama mogelijk was. #Justice4Mawda


PS: De kleertjes worden nadien aan vzw Humain geschonken. Deze organisatie zal ze bezorgen aan mensen op de vlucht.


PPS: Corona-proof! Draag een mondmasker, hou voldoende afstand en ontsmet je handen. Wij zorgen in ieder geval voor voldoende ontsmettingsmateriaal.


Top






Mawda


 ‘De kogel ‘raakte niemand’, maar toch is Mawda (2) dood: reconstructie van een tragedie’


Bruno Struys - De Morgen



De 2-jarige Mawda liet het leven tijdens een mensensmokkeltransport.Beeld Guardian


Maandag start het proces-Mawda, tweeënhalf jaar na de dood van de Koerdische peuter door een politiekogel. De agent staat terecht, net als de vermoedelijke bestuurder van het busje met migranten en een vermoedelijke smokkelaar. Het onderzoek verliep niet zonder slag of stoot. Het parket legde foutieve verklaringen af en de vermoedelijke bestuurder en smokkelaar werden eerst het land uitgezet.


Een parking in de buurt van Bergen, langs de E47/E19 richting Frankrijk, de nacht van 16 op 17 mei 2018. Een tiental mensen staat in het halfduister naast een bestelwagen, die even tevoren tot stilstand kwam tegen een geparkeerde vrachtwagen. Agenten lopen aan. Ze zien aan de rechterkant een openstaande schuifdeur. 


Een man komt uit de laadruimte, wenend en schreeuwend. Hij is bebloed en houdt zijn armen voor zich uit, met daarin een kind. Het is de kleine Mawda, 2 jaar jong. Met elke stap bengelt haar hoofdje van links naar rechts. Levenloos. Achter de man met het kind komt ook een vrouw uit de bestelwagen. Ook zij zit onder het bloed. Ook zij huilt. De man met het kind laat zich op zijn knieën vallen. “Ambulance”, roept hij. “Ambulance!”


Een politieagent neemt het kind over. “Ik verwijderde haar vest, een pull in felle kleuren, blauw en rood denk ik. En eronder een wit rompertje zoals een pyjama. Ik ben haar snel beginnen te onderzoeken: de rug, de borst, de mondholte. Ik ben een hartmassage begonnen, maar tevergeefs.”


Ondertussen zijn in totaal 26 volwassenen uit het busje gekropen, en nog drie andere kleine kinderen, onder wie Mawda’s broertje Muhammad, net vier jaar. Agenten gaan over tot de arrestatie van de volwassenen.


Als de ambulanciers aankomen, nemen ze de hartmassage over, ook tevergeefs. Een agent vertelt de ambulanciers dat het meisje uit de bestelwagen is gevallen, of zelfs geduwd. Ook een andere agent zegt hem dat.


De achterruit van het busje is verbrijzeld, dus klinkt die uitleg aannemelijk. Toch klopt hij niet. Het parket zal de dag nadien communiceren dat de politie een schot had gelost, maar dat “niemand is geraakt door een kogel”. Ook dat klopt niet. De persmagistraat zei dat het busje inreed op agenten die er stonden. En ook dat klopt niet.


WAT IS ER DAN WEL GEBEURD?

Enkele dagen voor het dodelijke incident, op 14 mei, stappen drie mannen een pitazaak binnen aan het station van Luik-Guillemins. Ze blijken de eigenaar van de zaak te kennen en vertellen dat ze een bestelwagen willen kopen. Een van de klanten, een Italiaan, vangt het gesprek op en begint op Facebook te zoeken. Hij vindt een Peugeot Boxer, in Herstal. In ruil voor een commissie op de aankoopprijs brengt hij de mannen naar daar. 


Een van die drie is D.R., een Koerdische Irakees, die de nacht van het incident ook in het busje is aangetroffen. Zijn DNA is veelvuldig vooraan in het busje terug te vinden.


D.R. rijdt na de aankoop samen met de twee anderen van Luik naar Duinkerke. Daar ontsnapt het busje niet aan de aandacht van enkele Fransen agenten, die een onderzoek voeren naar Koerdische mensensmokkelnetwerken. Zowel Noord-Frankrijk als België worstelen al enkele jaren met transitmigranten, die geen asiel aanvragen maar doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk. 


De Belgische regering weigert opvang voor hen te voorzien en kiest voor meer repressie. Zonder veel succes, want niet zelden zijn het migranten die moeilijk terug te sturen zijn. Degenen die daarvan profiteren zijn de mensensmokkelaars.


Vandaar het onderzoek naar mensensmokkel, dat in Frankrijk ‘Pêche Melba’ heet en in België ‘Hermes’. Op 16 mei merken de Fransen het busje op, dat ze nog niet eerder hadden gezien, en ze installeren een zendertje. Ze brengen diezelfde dag nog hun Belgische collega’s op de hoogte en geven de nummerplaat door, die vervalst blijkt.


DERDE KEER

Die avond rijdt het busje naar Groot-Sinten, bij Duinkerke, waar honderden migranten verblijven in en rond de gemeentelijke sporthal. Hulpverleners trokken eerder al aan de alarmbel, omdat niet de gemeente, maar mensensmokkelaars er de plak zwaaien. 


Onder de gezinnen in de sporthal is ook het gezin van Mawda. De op dat moment 25-jarige Ali Shamden en 24-jarige Amer Phrast zijn Koerdische Irakezen, naar eigen zeggen gevlucht omdat de familie van Phrast niet akkoord ging met het huwelijk. 



Een herdenkingsplaats aan het opvangcentrum in Grande-Synthe, vlak na de dood van Mawda.

Beeld Wouter Van Vooren


Ze willen in het Verenigd Koninkrijk geraken. In de meeste gevallen is dat ook waar migranten voor betalen bij vertrek in het thuisland. Op 8 mei onderschept de wegpolitie hen aan een snelwegparking in Postel, aan de Nederlandse grens. Enkele dagen later, op 11 mei, proberen ze het opnieuw. 


In Veurne hoort een Roemeense vrachtwagenchauffeur gestommel in zijn koelwagen. Er blijken zes mensen in te zitten, onder wie het gezin van Mawda. Niet onderkoeld, wel verbaasd dat ze in de verkeerde richting reden, weg van het kanaal. Opnieuw mogen ze ’s anderendaags weer beschikken. Op 16 mei moet het ‘derde keer, goede keer’ worden. 


Onder een brug in Duinkerke stappen ze in de Peugeot Boxer, die hen in België op een snelwegparking moet afzetten. Daar moet de ‘passeur’ hen helpen aan boord te geraken van een vrachtwagen met als bestemming het beloofde land. Rond 1 uur ’s nachts stopt de bestelwagen op de parking van Hulplanche, in de buurt van Namen. 


WILDE ACHTERVOLGING

Daar ziet een patrouille van de wegpolitie dat de Peugeot zich tussen twee vrachtwagens parkeert. Ze stellen vast dat de valse nummerplaat terugleidt naar iemand gekend voor mensensmokkel. De databank leert hen niet dat er onder het busje een zender zit. 

Ook de migranten krijgen de agenten in het oog. Volgens sommige verklaringen wil de chauffeur daarom niet meer rijden en neemt iemand anders het stuur over. Ze vertrekken weer. 


De agenten volgen vanop een afstand en roepen versterking op. Ze zien dat de bestelwagen zwaar geladen is. Na 15 kilometer willen ze het voertuig dwingen om de afrit Sambreville te nemen. Daarbij maakt het busje plots een manoeuvre naar links. De tweede politiewagen moet uitwijken en botst tegen een andere personenwagen. 


Nog meer versterking, klinkt het op de radio. Het busje vertraagt soms om dan weer te versnellen, zigzagt over de weg. Een van de migranten zal anoniem verklaren dat het D.R. is die als passeur de bevelen uitdeelt in de bestelwagen. Een aantal inzittenden roept en tiert, en vraagt de chauffeur om te stoppen.


“De passeur zegt dat stoppen geen optie is”, zo verklaart de anonieme getuige aan de speurders. “Hij heeft een hamer genomen en de achterruit gebroken. Hij gooide onze zakken met persoonlijke spullen naar de politiewagens.”


D.R. is ook degene die een meisje van een ander gezin afneemt en haar toont aan de achterruit. Volgens de getuige om de Belgische politie te waarschuwen dat er kinderen aan boord waren. De agenten in de achtervolging geven dat ook door via de radio: “Er zit veel volk in die bestelwagen, volgens mij moeten we erg opletten, hé...” 


In een van de reconstructies minimaliseert D.R. zijn rol volledig. Wie dan wel de passeurs waren, weet hij niet. 


“Hij vloekte tegen ons, riep”, zegt de anonieme getuige. “Hij eiste dat het kleine meisje, Mawda, vooraan werd gezet, in het compartiment van de bestuurder. Ze werd in de handen gegeven van iemand die vlak naast de rechterdeur zat. Haar moeder stond achter de chauffeur, rechtop.”


De moeder van Mawda bevestigt dat ze rechtop stond achter de bestuurder, maar zegt dat het kind altijd bij haar is gebleven. De bestelwagen nadert intussen Bergen. Aan boord van een auto van de wegpolitie van Bergen zitten twee agenten te wachten om tussenbeide te komen. S.D. is op dat moment 48 jaar, V.J. 45 jaar, samen goed voor meer dan 25 jaar ervaring bij de wegpolitie. Ze slagen er niet in om via de radio te communiceren met hun collega’s uit Namen, maar weten via de dispatching wel dat er meerdere personen aan boord van het busje zijn, onder wie minstens één kind.



HET SCHOT

S.D. zit aan het stuur. Hij probeert de bestelwagen klem te rijden tegen de middenberm. Als extra argument om de bestuurder te doen stoppen, toont hij ostentatief zijn wapen, ongeladen. Het busje vertraagt, tot 80-90 kilometer per uur en gaat plots in de remmen. Op die manier ontsnapt hij achter de politiewagen, naar het rechterrijvak, trekt weer op en duikt op aan de rechterkant van S.D. en V.J..


“Toon je wapen, doe zoals ik”, zegt S.D..


V.J. laat zijn raam zakken. Tot verbazing van S.D. laadt hij zijn pistool en richt het niet op de chauffeur, maar een stuk lager. 


V.J. zal achteraf verklaren dat hij op de band mikte, om zo de bestelwagen te doen stoppen. Een out of the box-idee dat niet in politiehandleidingen staat. Meer nog: een nota van de directie van de federale wegpolitie uit 2015 raadt schieten op voertuigen ten stelligste af.


“Ik richt opnieuw mijn wapen naar het wiel, met de arm door het raam naar buiten. Op dat moment zwiept de bestelwagen naar links”, aldus V.J.. “Mijn collega geeft een zwaai aan het stuur en op dat moment vertrekt het schot van mijn pistool. Omdat ik de band wou raken, was mijn vinger op de trekker. Voor de duidelijkheid, het gaat om een accidenteel schot. Ik had de vinger op trekker, maar twijfelde nog.”


De kogel versplintert het zijraam, gaat bij Mawda naar binnen net naast de rechterneusvleugel en weer buiten langs de achterkant van haar hoofdje. In het busje is het meteen duidelijk wat er gebeurd is.



Bloedsporen op het dashboard van de bestelwagen. Beeld Photo News


Vlak voorbij de pijl naar dierentuin Pairi Daiza rijdt de bestelwagen de parking van Maisières op. Volgens een aantal verklaringen van inzittenden springt de chauffeur dan uit de bestelwagen, zet hij het op een lopen en knalt de bestelwagen tegen de geparkeerde oplegger. 


Maar bij hun aankomst zien agenten niemand weglopen. Ze denken dat de chauffeur zich onder de migranten in de laadruimte heeft gemengd. Des te verbazend is wat vervolgens gebeurt: alle migranten worden gearresteerd en verhoord maar op 18 mei weer vrijgelaten, mét een bevel om het grondgebied te verlaten.


Velen doen wat hen gevraagd wordt en verlaten het land, terwijl het DNA-onderzoek nog loopt, gsm’s worden leeggehaald en andere onderzoeksdaden verricht. Gevolg: alle getuigen maar ook mogelijke verdachten zijn gaan vliegen, en de onderzoeksrechter moet twee internationale aanhoudingsbevelen uitvaardigen. 


Eén aanhoudingsbevel is voor de vermoedelijke passeur, D.R.. Hij loopt op 4 december 2019 in Nederland tegen de lamp, bij het indienen van een asielaanvraag. Het tweede aanhoudingsbevel loopt tegen een zekere J.D., de vermoedelijke bestuurder, die net voor de dood van Mawda een eerdere veroordeling voor mensensmokkel in Frankrijk had uitgezeten. Met veel geluk wordt hij op 24 juli 2018 in het Verenigd Koninkrijk aangetroffen.


J.D. en D.R. staan maandag terecht in Bergen voor kwaadwillige belemmering van het verkeer met de dood als verzwarende omstandigheid. Later dit jaar volgt een apart proces voor het luik mensensmokkel. 


JUSTICE FOR MAWDA

Het openbaar ministerie zal de rechtbank van Bergen moeten overtuigen dat D.R. effectief de passeur was en J.D. de bestuurder. Beiden ontkennen. Er zat veel DNA van J.D. op het stuur en de versnellingspook, maar zelf zegt hij dat hij enkel in het begin even reed en dan het stuur heeft doorgegeven. Op het belemmeren van het verkeer met de dood tot gevolg staan zware straffen, tot 30 jaar celstraf.


Ook als zij werkelijk de passeur en bestuurder waren, blijft de vraag of Mawda’s dood niet vermeden had kunnen worden door een ander optreden van de politie tegen een bestelwagen met een zendertje. Dat wordt allicht de hamvraag van het proces. 


De ouders van Mawda stellen zich burgerlijke partij tegen de Belgische staat, volgens hun advocaten de opdrachtgever van agent V.J.. Hij staat maandag terecht voor onvrijwillige doodslag door een fundamenteel gebrek aan vooruitziendheid en/of voorzorg en riskeert daarmee een gevangenisstraf die kan variëren van drie maanden tot twee jaar.


De advocaten van de ouders bestrijden die kwalificatie ‘onvrijwilllig’. Niet alleen laadde de agent doelbewust het pistool, om de trekker over te halen is ook een kracht van 28 Newton nodig, ongeveer 3 kilogram. Of in de diplomatische woorden van de expert ballistiek: “Het toevallige karakter van het schot is moeilijk vast te stellen in die zin dat de kracht die nodig is om de trekker over te halen 28 Newton is.” Richtte hij wel echt op het wiel, en schoot hij vervolgens per ongeluk?


De afhandeling na de feiten is ook bijzonder. Op de parking van Maisières is op een ruitenwisser van de politiewagen van V.J. de kogelhuls aangetroffen. Onverklaarbaar, volgens alle analyses. Terwijl de agent urenlang bleef rondhangen op de parking waar hij kon praten met collega’s die het onderzoek in gang zetten, werden alle migranten zonder onderscheid niet als kroongetuigen behandeld, maar als verdachten. Inclusief de ouders van Mawda, die om die reden niet mee mochten met de ziekenwagen.


Zonder informatie over de toestand van hun jongste kind brachten de ouders gescheiden van elkaar de nacht door in de cel. Broertje Muhammad bleef bij de moeder, in shock. De dag erna vernam de moeder dat haar dochtertje dood was, maar ook dan mocht ze niet meteen naar haar toe. Ze zal in een verhoor verklaren: “Het was alsof we terroristen waren.” 


Top




Wij eisen gerechtigheid


'Acties gepland bij start proces rond dood peuter Mawda'


Knack



Naar aanleiding van de start van het proces over de dood van Mawda vinden maandagochtend in verschillende steden protestacties plaats. 'Wij eisen gerechtigheid'.


De Iraaks-Koerdische peuter Mawda Shawri stierf op 17 mei 2018 door een politiekogel tijdens een nachtelijke achtervolging op de snelweg E42 nabij Bergen. Maandag staat de betrokken politieagent voor de correctionele rechtbank in Bergen terecht voor onvrijwillige doodslag. De familie van Mawda stuurt aan op een herkwalificatie naar moord. 'Je wapen op een rijdend busje richten, de veiligheidspal eraf halen en dan de trekker overhalen kan je moeilijk onvrijwillig noemen', stelt advocate Selma Benkhelifa. 'Bovendien is de hele Belgische migratiepolitiek hier mee verantwoordelijk voor.'


Maandagochtend hangen burgers in meerdere steden en gemeenten in België, onder meer aan het Justitiepaleis in Brussel, waslijnen uit waar mensen kinderkleding en steunbetuigingen kunnen komen ophangen, om onder de slogan 'Justice4Mawda' hun solidariteit te tonen met de familie van Mawda, en om gerechtigheid te vragen. 'Tijdens het onderzoek hebben de politie en de Belgische staat er alles aan gedaan om hun eigen verpletterende verantwoordelijkheid te verduisteren', zeggen woordvoersters Mirjam Henkens en Sarah El Massaoudi. 'Wij willen met onze actie de was buitenhangen: in ons zogenaamd verlichte België is dit een zoveelste feit van dodelijk politiegeweld en ontmenselijking van niet-gewenste mensen. Wij eisen gerechtigheid.'


Rond de rechtszaak is intussen een brede solidariteitsbeweging gegroeid. Zo betuigden onder meer Dalilla Hermans, Aya Sabi, Els Dottermans, Sachli Gholamalizad, en Marieke Dilles hun solidariteit met de ouders van Mawda, maar ook internationale figuren zoals filmregisseur Ken Loach, academicus en activist Noam Chomsky, cineast Mike Leigh, Thurston Moore van Sonic Youth, Roger Waters van Pink Floyd en muzikant Peter Gabriël spraken deze maand al hun verontwaardiging uit.


Top







Aya Sabi


Auteur van ‘Verkruimeld land’. Haar column verschijnt tweewekelijks.


'Kogels verdwalen niet. Niet in een kindergezicht'


Aya Sabi - De Morgen



Lange tijd hebben akelige dingen geen gezicht. Een oorlog. Zoveel doden. Zoveel mensen op de vlucht. Zo weinig plek – in ons hart. Dit zijn de grenzen. Dit is een zee. En hierin verdrinken mensen. Een vluchtelingenbeleid. De criminalisering van onschuldigen. De straffeloosheid van schuldigen. De tweedeling. Jij mag wel en jij mag niet. Er is nooit plek geweest.


En dan krijgen al die akeligheden een gezicht. Soms spoelt er een kinderlichaampje aan op een strand voor toeristen en dan zijn we verontwaardigd voor een lange tijd, maar daar stopt het ook altijd. Bij de verontwaardiging.


Dan is er een ander gezicht. Twee staartjes in donkerbruin haar. Een naam. Grote ogen die verwonderd giechelen. Een foto van een opgroeiend kind, met een leven voor zich. En dan plots niet meer. Wat er overblijft is de foto, levenloos.


Mawda was twee jaar. Ouder is ze nooit geworden. Ze werd in de nacht van 16 op 17 mei 2018 doodgeschoten door een Belgische politieagent nabij Mons. Haar Koerdische familie vluchtte. Ze wilden een beter leven voor hun kinderen, veiligheid, vrede, de kleine dingen, wat er nodig is om een menswaardig bestaan te leiden. De grote dingen eigenlijk, die voor de meesten van ons klein zijn omdat we deze als een vanzelfsprekendheid beschouwen.


Maar er zijn twee soorten mensen op de wereld. Er zijn mensen waarvoor dit een vanzelfsprekend recht is en mensen voor wie het zelfs vreemd is als ze er ook maar aan denken om de halve wereld te doorkruisen om voor een oorlog te vluchten. Hoe durven ze? Wat een lef. Ze moeten hun eigen oorlogen daar maar oplossen. Wat we (willen) vergeten is dat hun oorlogen ook de onze zijn, voor een deel het gevolg van de buitenlandse politiek gevoerd door de leiders die wij gekozen hebben.


Mawda zal voor altijd twee jaar blijven. Waarom? Volgens de politieagent die haar doodschoot, was Mawda uit het raam gevallen, maar het medisch onderzoek bevestigde dat Mawda geraakt en gestorven is door een kogel. Op 23 en 24 november staat dezelfde agent terecht voor onvrijwillige doodslag door een ‘verdwaalde’ politiekogel. Een ‘verdwaalde’ politiekogel. Dat zal ik nooit begrijpen. Er zijn mensen die verdwalen en daar open je je huis voor, je zegt ‘welkom’, zet ze thee voor, en vraagt ‘kan ik helpen?’ Je zet geen politie-achtervolging in zoals men doet bij criminelen. Kogels verdwalen niet. Niet in een kindergezicht.


Zeg haar naam. Laat haar meer zijn dan een foto, een status voor je Facebook-vrienden. Ze had eigenlijk een leven moeten zijn, ogen die nog steeds verwonderd giechelen, donkerbruine haren die bewogen worden door de wind, meer dan enkel een gezicht, ouder dan twee jaar. Maar ze is niet meer. Zeg haar naam. Mawda.


Top





Zaak Mawda


'De vele leugens van de politie in de zaak Mawda'


Michel Bouffioux - De Morgen



Jozef Chovanec, Jonathan Jacob, Brusselse minderjarigen die na tussenkomst van de politie de dood vinden: voor politiegeweld en de gebrekkige verklaringen achteraf hoeven we niet naar de VS te kijken. Ook in ons land schort er wat aan de politiecultuur, met als pijnlijkste voorbeeld van de voorbije jaren de dood van de 2-jarige peuter Mawda op een snelwegparking in Henegouwen. Er werden in de nacht van het drama verschillende versies van de feiten gefabriceerd, tot het parket wel moest toegeven dat het meisje door een politiekogel was gestorven.


In de nacht van 16 op 17 mei 2018 achtervolgen vier politieauto’s een bestelwagen op de E42 tussen Charleroi en Bergen. Om 2.03 uur weerklinkt iets wat op een schot lijkt. Om 2.04 uur komt de bestelwagen tot stilstand op de snelwegparking in Maisières. De agenten omsingelen de bestelwagen met getrokken wapens, en 28 mensen, voor het merendeel Koerdische vluchtelingen, springen uit de laadruimte. Eén man houdt een klein meisje in de armen en huilt hartverscheurend. ‘Please, ambulance! Please, ambulance!’ smeekt hij de agenten, terwijl hij het roerloze, bebloede lichaampje omhooghoudt.


Om 2.17 uur rijden ambulanciers Raymond en Louis het parkeerterrein op, even later gevolgd door spoedarts Johan en verpleegster Dorothée (*). Zij proberen de kleine Mawda te reanimeren, maar de dokter kan alleen maar vaststellen dat de peuter al overleden is. Om 2.32 uur rijden Raymond en Louis weg, met achteraan in de ambulance het lijkje van het meisje. Raymond is erg aangeslagen en belt het noodnummer 112 om zijn hart te luchten tegen de dispatcher – het gesprek wordt opgenomen, zoals het protocol het voorschrijft.


‘Noodnummer 112.’


‘Ja, goeienavond. Excuseer me dat ik u stoor. Raymond hier.’


‘Ja, zeg maar.’


‘Er is net een achtervolging geweest met een busje vol vluchtelingen.’


‘Oké.’


‘Blijkbaar hebben ze als dreigement het meisje (onduidelijk)... Ze reden en hebben de achterruit gebroken, en daarna zou die kleine per ongeluk uit het busje gevallen zijn.’


‘Dus het was een minibusje met illegalen en...’


‘Ja, een camionette...’


‘En ze hebben die kleine getoond om... Waarom eigenlijk?’


‘Tja, dat is het nu net: om te zeggen dat ze moesten stoppen met de achtervolging, of dat ze anders... Euh, ze hielden dat meisje uit het raam en toen was er een botsing. Ze hebben hard geremd en toen is ze gevallen, terwijl ze nog reden...’


‘Shit zeg. Is ze er erg aan toe?’


‘Ze is dood. We brengen haar nu weg.’



Advocate Selma Benkhelifa: 'Waarom zit de getuigenis van de spoedarts niet in het dossier?

Ik vraag al maanden dat die man wordt geïdentificeerd.'


HOOFD ALS STORMRAM

De volgende dag, op vrijdag 18 september 2018, staat de nachtelijke achtervolging met dodelijke afloop breed uitgesmeerd in de kranten. Maar ze vermelden allemaal een andere versie dan die van de ambulancier: de vluchtelingen zouden het meisje als een soort stormram gebruikt hebben om de achterruit te verbrijzelen, en ze zouden haar daarna uit het raam gehouden hebben om de politiepatrouilles op afstand te houden. Dat is namelijk wat Henri (*), een officier van de federale gerechtelijke politie die ter plaatse was, in zijn proces-verbaal heeft geschreven. Dat is ook wat het parket van Bergen op 17 mei volhoudt tegenover de verzamelde pers: de kleine Mawda is overleden aan de gevolgen van een schedeltrauma. Tot de autopsie ’s avonds een andere doodsoorzaak aan het licht brengt: het meisje is omgekomen door een politiekogel.


Dokter Dominique (*) van het ziekenhuis in Jolimont, waar het lichaam van Mawda naartoe is gebracht, vertelt een jaar later aan het Comité P, dat toezicht houdt op het functioneren van de politiediensten, hoe de autopsie is gegaan. ‘Toen we het lichaam van het kindje overhandigd kregen, hadden we als enige informatie dat er een achtervolging door de politie was geweest. Het kindje was door een raam aan de politie getoond en er ook uit gevallen, wat mogelijk de dood heeft veroorzaakt.’


De tweede arts, dokter Christiane (*), heeft haar twijfels als ze het stoffelijk overschot onderzoekt. ‘Ik zag een wonde rechts van de neus, ter hoogte van het neusgat. Het was een cirkelvormige en vrij diepe wonde. Dat leek me toch vreemd: het klopte niet met de uitleg die ons was gegeven. De verwondingen zouden er ook anders uitgezien hebben als het meisje uit een voertuig was gevallen.’ De dokters nemen contact op met de dispatching van de politie, en krijgen te horen dat ze niets meer mogen doen om het onderzoek niet te belemmeren. De volgende avond wordt een grondige autopsie uitgevoerd en het vermoeden van dokter Christiane wordt bevestigd: het gaat om een kogelwonde.


In de tussentijd wordt er druk overleg gepleegd. Donderdagochtend om 3.10 uur krijgt de magistraat van wacht bij het parket van Bergen, Pierre Marleghem, een telefoontje dat een politieagent zijn wapen heeft gebruikt bij een achtervolging. De beller is Henri, de officier van de federale gerechtelijke politie die zich nog op het parkeerterrein bevindt. Heeft hij de magistraat verteld dat het meisje desondanks niet is gestorven door een politiekogel, maar ten gevolge van een schedeltrauma? Het antwoord op die vraag blijft onduidelijk. Niet veel later wordt de magistraat gebeld door Patrick (*), die nacht de officier van wacht bij de gerechtelijke politie, die zich in zijn kantoor bevindt. Hij wil op veilig spelen en suggereert Marleghem om het Comité P in te schakelen. Op zijn beurt vraagt de magistraat hem om een wetsdokter contact te laten opnemen met de spoedarts en ‘zekerheid te hebben of het al dan niet om een schotwonde gaat’. De wetsdokter doet dat telefonisch, zonder het lichaampje van Mawda te zien.


Op 22 mei belegt het parket opnieuw een persconferentie, waarop Ignacio de la Serna, de procureur-generaal van Bergen, en procureur des Konings Christian Henry zich in alle mogelijke bochten wringen om uit te leggen hoe ze zich zo hebben kunnen vergissen. De verklaring: de spoedarts heeft bij de eerste diagnose vastgesteld dat Mawda is overleden aan een schedeltrauma, ‘waarbij hij uitsloot dat ze gestorven kon zijn door een kogel’. Procureur Henry: ‘We hebben ons gebaseerd op wat de spoedarts de agenten ter plaatse heeft verteld. Aan een wetsdokter is gevraagd om contact op te nemen met de spoedarts, en die heeft zijn versie nogmaals bevestigd: het gaat om een schedeltrauma, niet om een schotwonde.’


Een journalist die wil weten voor welk ziekenhuis de spoedarts werkt, krijgt nul op het rekest van de procureur: ‘Dat ga ik u niet zeggen.’



‘Een familie achteraan in de bestelwagen is in paniek geraakt.

Een vader heeft een ruit gebroken en zijn kind aan de politie getoond.

‘Neem geen risico's!' wilde hij daarmee zeggen.’ Beeld RV


NIET SCHIETEN

In februari 2019 maakt Selma Benkhelifa, de raadsvrouw van de ouders van Mawda, zich boos: ‘Waarom zit de getuigenis van de spoedarts niet in het dossier? Ik vraag al maanden dat die man wordt geïdentificeerd. Heeft hij echt gezegd wat er wordt beweerd in het dossier?’ Onderzoeksrechter Pamela Lonfils vraagt meteen aan het Comité P om de spoedarts te ondervragen.


Tijdens dat aanvullende onderzoek blijkt dat het niet om één persoon gaat, maar wel om de twee ambulanciers, de spoedarts en de verpleegster die in de nacht van 16 op 17 mei naar de snelwegparking in Maisières zijn gereden. Zij komen in het voorjaar van 2019 getuigen voor het Comité P en leggen dezelfde verklaringen af. ‘Een agent kwam ons vertellen dat het meisje uit de bestelwagen was gevallen’, zegt verpleegster Dorothée. ‘De inzittenden hadden de achterruit aan diggelen geslagen en de peuter getoond, en op een bepaald moment is ze uit de bestelwagen gevallen. Ik heb een agent nog gevraagd of er vuurwapens waren gebruikt, maar dat ontkende die ten stelligste.’


Ambulancier Raymond vertelt hetzelfde, en zijn gesprek met de dispatcher van het noodnummer 112, dat is opgenomen, bevestigt zijn versie. Ook dokter Johan getuigt in die zin: ‘Mij werd verteld dat het meisje uit de rijdende bestelwagen was gevallen. Ik heb op geen enkel moment iets over een vuurwapen horen zeggen.’


Nochtans weten meerdere agenten die zich die nacht op het parkeerterrein bevinden, dat er wel een schot is gelost. Ze kunnen op zijn minst vermoeden dat het gewonde meisje daar het slachtoffer van is geworden. Om 2.02 uur hoort de dispatcher van de politie over de radio een geluid: ‘Wat was dat?’ Een agent in een auto van de federale wegpolitie die vlak achter de bestelwagen rijdt, antwoordt meteen: ‘Het venster aan de rechterkant is uit elkaar gespat, ze hebben de ruit rechts gebroken.’ De dispatcher dringt aan: ‘Ben je zeker dat het een ruit was? Heeft er niemand geschoten?’ Een inspecteur antwoordt: ‘Ik kan dat niet bevestigen, maar ik heb wel gezien dat de ruit is ontploft.’


Alle acht de agenten in de vier achtervolgende auto’s hebben dat gesprek kunnen volgen. Een paar uur later worden ze ondervraagd door hun collega’s van de politiezone Bergen-Quévy, en verscheidene agenten bevestigen dat ze een schot gehoord hebben. Eén van hen verklaart: ‘Ik hoorde een dof geluid en meteen daarna zag ik dat het venster vooraan rechts aan scherven was gevlogen.’ Een andere agent was nog explicieter: ‘Ik hoorde iemand schieten. Ik ben er absoluut zeker van dat het een schot was.’ Maar tegenover de hulpverleners zwijgen ze daarover in alle toonaarden.


De ambulance blijft een kwartier ter plaatse, van 2.17 uur tot 2.32 uur. Om 2.25 uur belt Dimitri (*), de teamgenoot van de man die later de schutter blijkt te zijn, met zijn overste Clément (*), de officier van wacht in het commissariaat. Hij brengt hem ervan op de hoogte dat zijn collega een kogel heeft afgevuurd. Ondertussen loopt hij meerdere keren rond de bestelwagen, en zegt hij dat ‘het mogelijk is dat het kind daardoor gewond is geraakt – ik had hem nochtans gezegd niet te schieten.’ De schutter blijft al die tijd in de politieauto zitten. Iets later vertelt Dimitri hetzelfde aan een officier van de federale wegpolitie, die mee de achtervolging heeft ingezet. Maar geen van hen zegt er een woord over tegen de hulpverleners; ze houden het op ‘uit de wagen gevallen’.


Aan de leden van het Comité P vertelt dokter Johan waarom hij daar in eerste instantie geloof aan heeft gehecht: ‘De wonde kon door een val veroorzaakt zijn. Het hoofd van een kindje is vrij zwaar in verhouding tot de rest van het lichaam, en als het valt, komt het vaak eerst met het hoofdje in contact met de grond. Daarbij kunnen de halswervels breken en de hersenstam of het ruggenmerg raken, en zo een hartstilstand uitlokken. Niemand heeft me daar gezegd dat er een vuurwapen was gebruikt. Ik heb daar ook niet aan gedacht, ik wilde in de eerste plaats het kindje redden. Toen dat niet was gelukt, ben ik niet lang meer gebleven, hoogstens nog tien minuten.’


Hij legt ook uit dat hij kort na de achtervolging donderdagochtend vroeg is opgebeld door de wetsdokter, maar hij ontkent met klem dat hij uitgesloten achtte dat Mawda door een kogel was gestorven. Bovendien stipt hij aan dat hij diezelfde ochtend is gebeld door ‘een magistraat van het parket van de procureur des Konings’. ‘Die vrouw vroeg me of het kind door een kogel was geraakt. Ik was erg verbaasd, en antwoordde dat ik niet wist dat er een vuurwapen was gebruikt. Ik vertelde haar wat ik ter plaatse had vernomen, en dat ik een wonde in het aangezicht van het meisje had gezien. Dat die door een kogel veroorzaakt kon zijn, dat viel helemaal niet uit te sluiten.’

Die verklaring staat dus haaks op wat het parket de volgende dag zal blijven benadrukken: dat het absoluut uitgesloten is dat Mawda door een vuurwapen om het leven is gekomen. De identiteit van de vrouw is nooit achterhaald, omdat de telefoontjes niet zijn onderzocht: het is niet bekend of ze bij het parket werkt, dan wel of het om een agente gaat.


GEEN RISICO’S

Tijdens het onderzoek door Comité P in 2019 komt er wel een ander element aan het licht, dat kan verklaren waarom de agenten de versie van de gevallen peuter aan de hulpverleners hebben verteld. Tijdens de achtervolging heeft een inzittende de linkerachterruit aan scherven geslagen met een koevoet en één, dan wel twee kinderen laten zien aan de politiepatrouilles. ‘We waren bang dat ze een kind door het raam zouden gooien’, bevestigen meerdere agenten later. Volgens hen leek het alsof de vluchtelingen de kinderen als schild gebruikten, maar de vader van Mawda nuanceert dat: ‘Tijdens de achtervolging riepen mensen tegen de bestuurder dat hij moest stoppen. Er werd gegild en gehuild, en een familie achteraan in de bestelwagen is in paniek geraakt. Een man heeft die ruit gebroken en zijn kind aan de politie getoond. ‘Er zijn kinderen aan boord, neem geen risico’s!’ wilde hij daarmee zeggen.’


Volgens het onderzoek van het Comité P hebben de agenten inderdaad de kinderen gezien en zijn ze trager beginnen te rijden. Hoe dan ook is er toch één auto dichter genaderd en is er een schot gelost, dat dodelijk zou blijken te zijn. Daarna zijn er op het parkeerterrein in Maisières uiteindelijk drie verschillende versies van het drama gebrouwen. Eerst was Mawda uit de bestelwagen gevallen. Toen één van de agenten zijn superieuren ervan op de hoogte bracht dat er was geschoten, kwam iemand met een ander scenario op de proppen: er zouden niet één, maar twee schoten gevallen zijn: iemand van de vluchtelingen zou teruggeschoten hebben. In de derde versie zouden de vluchtelingen zelf Mawda om het leven gebracht hebben.


Al die versies zijn van tafel geveegd na onderzoek door het parket van Bergen. De schade is dus beperkt gebleven, maar dat er agenten gelogen hebben, staat vast. En binnen het parket hebben mensen er de ogen voor gesloten, mogelijk in verlegenheid gebracht door één van de magistraten, die bleef volhouden dat het meisje niet was gedood door een politiekogel.


Het proces over de dood van Mawda vindt plaats op 23 en 24 november voor de correctionele rechtbank van Bergen. De agent die het dodelijke schot loste, zal zich moeten verantwoorden voor onopzettelijke doodslag. Daarnaast staan ook de bestuurder van de bestelwagen en een mensensmokkelaar terecht voor kwaadwillige obstructie van het verkeer met de dood tot gevolg.


(*) Om juridische redenen zijn de namen van de betrokkenen veranderd.


Top





Top





Internationaal protest


'#Justice4Mawda: wereldsterren hebben een boodschap aan alle Belgen'


Freek Evers - De Morgen



Rockmuzikant Roger Waters roept in een videoboodschap op tot gerechtigheid voor Mawda.

Beeld Justice4Mawda


Roger Waters, Ken Loach, Noam Chomsky en Thurston Moore hebben een boodschap aan alle Belgen: Mawda, het tweejarig meisje dat twee jaar geleden doodgeschoten werd door de politie, verdient gerechtigheid. Wie zit er achter de video’s?


“Make a fuzz. Do not let them sweep the death of this child under a rug. Okay?” Dat is de boodschap van de Britse rockmuzikant Roger Waters in een Facebook-video die hij richt aan alle Belgen. In de video heeft hij het over de tweejarige Mawda, die twee jaar geleden tijdens een achtervolging op de E42 tussen Charleroi en Bergen werd doodgeschoten door de politie. Op 23 november begint de rechtszaak over de dood van de peuter. 


Roger Waters is niet de enige internationale ster die via het Twitter-, Facebook- en Instagram-account Justice4Mawda zijn ongenoegen laat blijken over het lot van Mawda. “Welke omstandigheden rechtvaardigen het om op een bestelwagen vol mensen te schieten”, vraagt de Britse regisseur Ken Loach zich luidop af. “Het is tijd om te stoppen met het criminaliseren van vluchtelingen”, zegt Sonic Youth-zanger Thurston Moore.


Achter de video’s zit een collectief van verontwaardigde burgers die zich in korte tijd georganiseerd hebben in de aanloop naar het proces. Onder hen Sarah El Massaoudi (28) en Mirjam Henkens (29). “Wij merkten dat de zaak Mawda in Franstalig België veel meer losweekt dan in Vlaanderen”, zegt El Massaoudi. “Maar als we op straat komen tegen disproportioneel politiegeweld na de dood van George Floyd in de Verenigde Staten, lijkt het me logisch dat we dat hier ook niet tolereren.”


In coronatijden is fysiek actievoeren niet mogelijk, dus besloot het burgerinitiatief om voluit de kaart van de sociale media te trekken. “In een geconnecteerde wereld als vandaag raak je in enkele stappen bij de juiste mensen”, zegt Henkens. “We spraken bekende mensen aan die zich ook eerder al uitgesproken hadden tegen politiegeweld.” Al blijft het niet bij sociale media. Er volgen nog acties in steden en gespreksavonden.


LUIS IN DE PELS

De actievoerders hopen met de video’s burgers wakker te schudden. “De rechtszaak over de moord op Mawda is illustratief voor wat er in onze samenleving fout loopt”, zegt El Massaoudi. “Zelfs als de politie disproportioneel geweld gebruikt, blijft dat ongestraft. Dit gaat niet enkel over Mawda. Denk ook aan Adil of Mehdi, allemaal slachtoffers van geweld. Bovendien is ook hier sprake van duidelijk racisme. Zou een politieagent ook het vuur openen op een bestelwagen vol witte middenklassers?”



Uit de oproep blijkt dat de actievoerders weinig vertrouwen hebben in justitie. Uiteindelijk start er op 23 november een rechtszaak tegen de politieagent en de bestuurder van het busje. Moeten we de uitspraak van de rechter niet afwachten vooraleer we over onrechtvaardigheid kunnen spreken?


“Neen”, klinkt het bij advocate Mieke Van den Broeck, die samen met Selma Benkhelifa de ouders van Mawda vertegenwoordigt. “De politie en het parket hebben al zoveel gelogen in dit dossier dat een eerlijk proces eigenlijk al niet meer mogelijk is.” Zo hield het parket van Bergen een dag lang vol dat Mawda overleden was aan de gevolgen van een hersentrauma en dat er niet geschoten was.


De politieagent die Mawda doodschoot, wordt beschuldigd van onopzettelijke doodslag. Een kwalificatie waar noch de advocaten van de ouders van Mawda, noch de actievoerders het mee eens zijn.


Rest nog de vraag of politiegeweld bij ons een structureel probleem is. Criminoloog Sofie De Kimpe (VUB) gelooft dat de waarheid in het midden ligt. “Volgens het parket en de politie zullen dit soort feiten altijd uitzonderlijk zijn, actievoerders zullen argumenteren dat het structureel is”, zegt De Kimpe.


Volgens de criminoloog zouden parket en politie al veel wantrouwen kunnen wegnemen bij een groot deel van de bevolking als ze transparanter zouden zijn over hoe zij optreden. “Tot op vandaag is de tactiek van beide instanties om plat op de buik te gaan liggen wanneer er iets fout loopt en te wachten tot de storm voorbij is. Deze initiatieven kunnen politie en justitie bewust maken dat er meer aan de hand is dan enkel een eenmalig incident.”


Top




Contact

 
 
 
 


Top