Sanda

Justice for Sanda

Word lid van Facebook groep

Edegem met een hart


#JusticeForSanda




Sanda Dia

Sanda Dia uit Edegem werd slechts twintig jaar.
Hij overleed nadat hij in het ziekenhuis werd opgenomen na een uit de hand gelopen studentendoop van studentenclub Reuzegom uit Leuven. Sanda en zijn vrienden hebben daarbij een reeks mensonterende opdrachten moeten uitvoeren in Leuven en Vorselaar. Tijdens zijn doop op 5 december 2018 moest Sanda ondermeer een put graven. Die werd gevuld met ijs en water. Hij overleed aan de gevolgen van onderkoeling. Zijn lichaamstemperatuur was daarbij gedaald tot 27 graden.
Op 4 september buigt de raadkamer zich over deze zaak.


#JusticeForSanda




The New York Times


A Black Belgian Student Saw a White Fraternity as His Ticket.

It Was His Death.


Matt Apuzzo and Steven Erlanger  - The New York Times



Klik op de foto voor de reportage in The New York Times



Dit is het artikel van de New York Times dat ons land in opspraak brengt


De zaak Sanda Dia, over de jongen die in 2018 om het leven kwam bij de doop van studentenclub Reuzegom,

haalt nu ook de voorpagina van The New York Times.

Journalist Matt Apuzzo (41) situeert het drama binnen grotere problemen in ons land met racisme en extreemrechts.

Hieronder kunt u een vertaling lezen van het NYT-artikel.


De dood van Sanda Dia na een ontgroeningsritueel werd beschouwd als een tragisch ongeval. Uit nieuw beeldmateriaal blijkt dat het vooral een symbool van toenemende onverdraagzaamheid was.


Sanda Dia zag de studentenclub als zijn ticket naar een ander leven. Als zoon van een fabrieksarbeider met een migratieachtergrond studeerde de ambitieuze 20-jarige zwarte student aan een van de meest prestigieuze Belgische universiteiten. De studentenclub, Reuzegom, was vooral populair bij telgen van de witte Antwerpse elite.


Voor toegang tot die bevoorrechte wereld wilde Dia best het zware doopritueel van de studentenclub ondergaan.


Hij overleefde het niet.


Nadat hij samen met twee andere schachten gedwongen was grote hoeveelheden alcohol te drinken, visolie in te slikken tot hij braakte, een levende goudvis door te slikken en buiten in een ijskoude put te zitten overleed Dia in december 2018 aan orgaanfalen. Zijn dood werd beschouwd als een tragisch ongeval, een voorbeeld van een fout gelopen ontgroening.


In de voorbije weken is een kwalijker verhaal naar boven gekomen. De leden van de studentenclub gebruikten racistische taal toen ze Dia opdroegen op te ruimen na een feestje. Er dook een foto op van leden van de studentenclub die een gewaad van de Ku Klux Klan droegen. Een speech verwees naar “onze goede Duitse vriend Hitler”. In een filmpje zingen ze een racistisch liedje.

In een verwijderd WhatsApp-bericht, dat de politie kon opvissen, is te zien hoe de leden van de studentenclub – zonen van rechters, bedrijfsleiders en politici – hun sporen probeerden te wissen.


“Dit was geen ongeval”, zegt Seydou De Vel, de broer van Dia.


De details die onlangs werden blootgelegd door lokale media dwingen het Nederlandstalige landsgedeelte van België, Vlaanderen, om het toenemende racisme en de vreemdelingenhaat onder ogen te zien, zelfs aan gerenommeerde universiteiten zoals de Katholieke Universiteit Leuven, kortweg KU Leuven.


Belgische universiteiten worden zoals de Amerikaanse algemeen beschouwd als veeleer linksgezind. Toch hebben campussen en studentenclubs altijd ook het conservatieve gedachtegoed weerspiegeld en aangestookt dat leeft in Vlaanderen, waar een nationalistische beweging die alsmaar openlijker racistische en anti-immigratiestandpunten verkondigt gestaag machtiger is geworden.


“Ze dachten: ‘Het is maar een zwarte’”, zegt Sanda’s vader, Ousmane Dia. “We zijn machtig, niets kan ons overkomen.”


Tegen achttien leden van de inmiddels ontbonden studentenclub loopt een gerechtelijk onderzoek. Het parket stuurt aan op aanklachten wegens onopzettelijke doding, onterende behandeling en nalatigheid. De leden die nog niet afgestudeerd zijn mogen nog online lessen volgen terwijl het onderzoek voortduurt.


Er is geen bewijs dat Dia opzettelijk is gedood. Maar van de drie studenten die die avond gedoopt werden, was hij de enige zwarte en de enige die is gestorven.


In België draait het publieke debat omtrent racisme vaak om het bloederige verleden, en niet om het heden. Onder druk van protest geïnspireerd door de Black Lives Matter-beweging werden sommige beelden van Leopold II verwijderd, de koning die verantwoordelijk was voor de brutale kolonisatie van de huidige Democratische Republiek Congo in de jaren 1880.


De dood van Sanda Dia onderstreept echter dat België ook nu een probleem heeft met racisme en extreemrechtse identitaire denkbeelden. Het land is opgesplitst tussen Franstaligen in het zuiden en Nederlandstaligen in het noorden. Beide gemeenschappen hebben hun eigen regeringen, wetten en cultuur. In de rijkere Nederlandstalige regio, Vlaanderen, is een omvangrijke separatistische beweging actief die zich wil afscheiden, met als doel de Vlaamse cultuur en rijkdom te vrijwaren. Dat discours heeft de laatste jaren een scherpe anti-immigratie- en anti-islamtoon aangenomen.


Ousmane Dia, 51, was zich niet bewust van die culturele verschillen toen hij in 1994 als asielzoeker uit Senegal in België arriveerde. Hij vestigde zich in Antwerpen, waar hij werk vond aan de haven en daarna in een vrachtwagenbedrijf. Hij leerde Nederlands. Hij en zijn vrouw stichtten een gezin.


Sanda was een ambitieuze Belg van de eerste generatie, en deed het volgens zijn vader goed op school. Dat hij naar de KU Leuven ging, was voor zowel de vader als de zoon een mijlpaal. “Het was een droom voor me”, zei Ousmane Dia.


Sanda begon aan zijn derde jaar toen hij lid werd van Reuzegom, een studentenclub voor jonge mannen uit Antwerpen en omgeving. “Ze staan voor een soort maatschappelijke klasse”, zegt Kenny Van Minsel, voorzitter van de overkoepelende studentenvereniging. “Voornamelijk wit – dat staat vast – en voornamelijk upperclass.”


Van Minsel onderhandelde vaak met studentenclubs en probeerde tevergeefs Reuzegom te overtuigen een gedragscode voor studentendopen te ondertekenen. Reuzegom had slechts één ander zwart lid, die de bijnaam Rafiki had gekregen, de naam van de aap in de Disneyfilm The Lion King, zegt hij.


Maar Sanda Dia zag Reuzegom als een opportuniteit. “Het heeft voordelen als je lid bent van zo’n club”, zei hij volgens zijn broer. “Als je hen kent, dan is dat goed voor je netwerk. En als je van school weg bent, gaan ze je veel sneller vertrouwen.”


Het klinkt vreemd dat een zwarte student lid wordt van een vrijwel uitsluitend wit genootschap om aan networking te doen. Maar volgens studenten houdt dat steek. “Het lijkt misschien bizar, maar voor veel zwarte mensen is dat heel begrijpelijk”, zegt Nozizwe Dube, een studente aan de KU Leuven die als tiener vanuit Zimbabwe naar België emigreerde.


Een van de mantra’s in Vlaanderen is dat iedereen kan slagen in het leven als ze de taal leren, hard werken en een diploma halen, zegt ze. In werkelijkheid toont onderzoek aan dat Belgen van Afrikaanse origine veel meer kans hebben om werkloos te zijn of op een lager niveau tewerkgesteld te zijn dan hun diploma toelaat. Studentenclubs kunnen volgens haar ogen als een pad naar een betere carrière.

Reuzegom was berucht om zijn dooprituelen. In oktober 2018 hield Reuzegom een drankfeestje in een gebouw van de overkoepelende studentenvereniging. De studentenclub hield lelijk huis, met voor duizenden euro’s schade tot gevolg, zegt Van Minsel. Leden van Reuzegom bevalen Dia op te ruimen, en gebruikten daarbij racistische taal, zegt Van Minsel, wiens collega van de studentenvereniging getuige was en het incident aan hem vertelde.


“Hun argument was dat zwarte mensen voor witte mensen moeten werken”, zegt Van Minsel. “Ze behandelden hem als een object.” Twee maanden later was Dia dood.


Geen enkele van de achttien Reuzegom-leden tegen wie een onderzoek loopt is publiekelijk bij name genoemd. Hun advocaten belden niet terug of weigerden commentaar te geven, met als argument dat het onderzoek nog loopt. Bijna alle informatie over het lidmaatschap van de club – ze is geen officieel genootschap en maakt niet deel uit van een nationale koepelorganisatie – werd gesprokkeld op het internet na de dood van Dia.


Voor de meeste buitenstaanders was Reuzegom geen club die openlijk de blanke suprematie uitdroeg, zeggen studenten. Maar de leden leefden wel in een omgeving waar racistisch taalgebruik enigszins aanvaard is en zelfs routineus gebezigd wordt. Op feestjes en in cafés is het niet ongewoon dat dronken studenten liedjes aanheffen over Belgische kolonisators die de handen van miljoenen Congolezen afkapten. “Hak hun handen af, Congo is van ons!”


Zelfs professoren kunnen als het over het kolonialisme gaat dingen zeggen zoals: “België heeft ook veel prachtige zaken gedaan in Congo”, zegt Dube. “Niemand reageert daar geschokt op. Het is de norm.”


“Een typisch Vlaamse zin begint met ‘Ik ben geen racist, maar…’”, zegt Van Minsel. “Ik ben met dat soort zinnen opgegroeid.”

Lange tijd was Vlaanderen de arme regio van België, en werd het aan zijn lot overgelaten door de Franstalige elite. Daaruit ontstond een Vlaamse beweging die streefde naar erkenning van de taal en de cultuur. In de voorbije vijftig jaar is Vlaanderen uitgegroeid tot de economische motor van België, maar de Vlaamse cultuur beschermen blijft een hoeksteen van het politieke streven.


Vlaanderen is geen eenpartijstaat: in het Vlaams Parlement zitten zowel linkse als rechtse partijen. Toch heeft het identiteitsdenken zich de voorbije jaren sterk gericht tegen de immigratie, waardoor de uiterst rechtse partij Vlaams Belang, met haar slogan ‘Eigen volk eerst’, weer een sterke opmars maakt. Onlangs organiseerde de partij een grootse protestactie in Brussel, waarbij sommige auto’s nazisymbolen droegen.


De details van de ‘dooppraktijken’ van Reuzegom zijn choquerend, ook al is wreedheid vaste prik bij dat soort initiatieven.


Op de avond van 4 december 2018 ging de doop van Dia en twee andere schachten van start toen ze gedwongen werden zich laveloos te drinken. Speurders vonden later filmpjes waarop te zien was hoe leden van de studentenclub op hen urineerden, volgens mediaberichtgeving die The New York Times kon verifiëren.


De volgende ochtend ging het naar een barak in de bosachtige gemeente Vorselaar. De schachten werden verplicht een put te graven en erin te gaan staan naarmate die zich vulde met ijs en water. Ze moesten de kop van levende muizen afbijten, hele goudvissen inslikken en visolie drinken.


Ze werden één voor één uit de put gehaald, maar Dia moest die decembernacht het langst in het ijs blijven. Nadat de andere schachten hem eruit hadden gehaald, is op foto’s te zien hoe hij in foetuspositie op het gras ligt, volgens lokale persberichtgeving die bevestigd werd aan The Times.


Bijna onmiddellijk na de dood van Dia begonnen leden van Reuzegom tekstberichten te verwijderen. Ze maakten hun Facebook- en Instagram-accounts leeg en ruimden snel de barak en de kamer van Dia op de campus op. “Alles proper”, schreef een speurder toen hij bij de barak arriveerde, volgens notities ingekeken door Het Nieuwsblad.


Tijdens het onderzoek verzamelde de politie WhatsApp-berichten, filmpjes en foto’s. Op een van de filmpjes was te zien hoe Reuzegom-leden ‘De Congo is van ons’ zongen tegenover een dakloze zwarte man, kort na de dood van Dia.

Dia’s vader en broer bekijken zulke details verschillend, wat ook aangeeft hoe de attitudes veranderd zijn de jongste jaren.


“Ik was er niet door gechoqueerd”, zegt De Vel, Dia’s broer.


“Ik was wel gechoqueerd”, werpt de vader op.


“Wij zijn van een andere generatie. Ik ben hiermee opgegroeid”, zegt De Vel, 31. Hij vertelt hoe hij geleerd heeft racistische opmerkingen weg te lachen. “Je laat het hen zeggen, want binnenin hoop je vurig dat ze zo niet zijn.”


De universiteit schorste de Reuzegom-leden nooit. Ze moesten wel een essay over de geschiedenis van het dopen schrijven en 30 uur gemeenschapsdienst doen.


Ousmane Dia is vooral teleurgesteld in de acties van de rector van de universiteit, Luc Sels, wiens enige contact met de familie was toen hij snel zijn medeleven uitsprak tijden de uitvaart van Sanda.


Sels zegt dat hij anders had gereageerd als hij op de hoogte was geweest van alle feiten, en dat hij ervoor beducht was het onderzoek te beïnvloeden. Een woordvoerster van de universiteit, Sigrid Somers, zegt dat de universiteit pas onlangs inzage heeft gekregen in het onderzoeksdossier, en dat ze de studenten de toegang tot de gebouwen heeft ontzegd.


Ousmane Dia heeft de uitleg gehoord – dat de studentenclub onafhankelijk was, dat de universiteit niet alle informatie had, dat het onderzoek tijdrovend is. Maar bijna twee jaar na de feiten, zegt hij, heeft hij het antwoord op één vraag nooit gekregen: “Wat was er gebeurd als Sanda wit was geweest?”


© The New York Times





Ousmane Dia de vader van Sanda


‘België heeft me alles gegeven. Reuzegom heeft me alles afgenomen.’


Tom De Smet - De Morgen



‘Ik denk dat de KU Leuven zich geen burgerlijke partij stelt omdat ze al partij gekozen heeft.

De universiteit heeft Sanda in de steek gelaten’, zegt Ousmane Dia (51). Beeld Tim Dirven


Op 4 september beslist de raadkamer of achttien leden van studentenclub Reuzegom vervolgd worden

voor de dood van Sanda Dia (20) na een doop in 2018.

Nu spreekt Sanda’s vader voor het eerst.

‘Ik stuurde mijn zoon naar de KU Leuven voor een diploma. Ik kreeg een lijk terug.’


Voor het eerst na de dood van zijn zoon, op 7 december 2018, spreekt de vader van Sanda Dia met een journalist. “Veel mensen hebben een mening over mijn zoon en wat er gebeurd is”, zegt Ousmane Dia (51). “Zeker nadat een maand geleden de gruwelijke details van zijn dood bekend werden. Maar ik kende Sanda beter dan wie ook. Ik wil de mensen vertellen hoe fantastisch hij was. En ik wil dat men weet hoe kwaad ik ben. Op die studenten, die mijn zoon aan zijn lot overlieten. En op de KU Leuven, die niet voor hem en zijn nabestaanden opkomt.”


Ousmane ontvangt ons in een bescheiden appartementje aan een van de drukste wegen van Edegem. Het is in deze buurt dat zijn zoon opgroeide. “Sanda was gek op Edegem, en Edegem was gek op Sanda. Iedereen kende hem hier”, vertelt zijn vader. “Al van jongs af aan verzamelde hij een grote groep vrienden rond zich: jongens en meisjes die samen zijn opgegroeid, samen de lagere en de middelbare school hebben doorlopen, samen voetbalden, reisden, dansten en plezier maakten. Toen Sanda gestorven was, waren zijn vrienden bang dat ik hem in Senegal zou laten begraven. Ik ben daar opgegroeid, en ik ben moslim. Maar ik heb hen meteen gerustgesteld: ‘Sanda is hier in Edegem in het UZA geboren, hij is in hetzelfde UZA gestorven, hij zal hier ook zijn rustplaats krijgen, zodat jullie hem kunnen bezoeken.’ Op voorstel van zijn vrienden heb ik er ook mee ingestemd dat hij een uitvaartceremonie kreeg in de basiliek van Edegem. Daar waren 800 mensen!”


Ousmane begint te huilen, excuseert zich even, en keert na een minuut terug met een fotoboek. “Dit heb ik gekregen van zijn Edegemse vrienden. Ze hebben alle foto’s verzameld die ze van Sanda hadden en hebben ze in dit boek geplakt. Kijk: overal staat hij lachend op. Je zult niet makkelijk een foto vinden waarop hij niet lacht. En als hij weende, was het van vreugde. Zoals toen zijn tien jaar oudere broer Seydou – de zoon van mijn ex uit een vorige relatie – Sanda vroeg om de peter van zijn eerste kind te worden. Tranen van ontroering. Helaas heeft Sanda de geboorte van dat meisje niet meer mogen meemaken.”


Ousmane Dia arriveerde in 1994, op zijn 24ste, in België, op de vlucht voor de levensomstandigheden in Afrika. Hij leerde Nederlands, volgde een opleiding, vond werk, trouwde, en kreeg in 1998 zijn zoon Sanda. “Een droom van een jongen”, zegt hij. “Hij stond altijd klaar om te helpen, was nooit ongehoorzaam. Geen spatje rebellie tijdens zijn puberteit. Hij wilde iets maken van zijn leven, studeerde hard. Ik heb hem dat ook van in het begin ingepeperd: ‘Je zult het moeilijker hebben dan je vrienden – je ouders zijn niet welgesteld, je hebt hier geen grootouders die voor je kunnen zorgen – maar als je hard genoeg werkt, kom je er altijd. Maar die prijs moet je wel willen betalen.’ En die prijs betaalde hij. Hij was een getalenteerde voetballer, speelde bij Lierse en Racing Mechelen, maar hij besefte al snel dat zijn studieresultaten zouden lijden onder de combinatie met het voetbal. Dus koos hij voluit voor de universiteit.


“Hij wist dat kunnen studeren een enorm voorrecht is. Ik heb hem vaak genoeg gezegd dat ik zonder diploma in dit land ben aangekomen en dat ik het doodjammer vond dat ik nooit de kans heb gehad om te studeren. Superfier was ik toen hij in het middelbaar zulke goede resultaten haalde dat hij naar de universiteit kon om voor burgerlijk ingenieur te studeren. En het moest aan de KU Leuven zijn, ‘want dat is de beste universiteit, papa’. Alles wat ik niet heb kunnen bereiken in mijn leven, ging hij wel bereiken, daar ben ik zeker van.”


“Toen hij in 2016 op het punt stond om naar Leuven te trekken, zei ik: ‘Sanda, ik kan proberen je studies te betalen, maar voor je studentenleven heb ik de centen niet. Ik ben maar een simpele arbeider.’ Maar dat vond Sanda niet erg, hij heeft daar nooit over geklaagd: ‘Ik ga in de vakanties wel werken, papa.’ En dat deed hij: hij was steward op Tomorrowland, hij werkte op de hockeyclub in Kontich, hij deed interims. Sinds hij aan de universiteit was begonnen, was hij geen jongen meer, maar een man. Hij was rijper geworden. Hij was niet alleen meer mijn zoon, maar voortaan ook een vriend.”



‘Ik hoop van harte dat men geen tijd probeert te winnen. Mijn leven staat stil.’ Beeld Tim Dirven


Anderhalf jaar voor Sanda’s dood werd zijn vader ernstig ziek. “Ik raakte gedeeltelijk verlamd. De diagnose was hard: het syndroom van Guillain-Barré. Dat is een ernstige auto-immuunziekte, waarbij het lichaam antistoffen aanmaakt die het zenuwstelsel aanvallen. Ik dacht dat ik zou sterven. Ik heb drie maanden in het ziekenhuis gelegen en daarna acht maanden in een revalidatiecentrum moeten doorbrengen, met maar één gedachte: ik moet dit overleven en ik moet beter worden, want anders blijft Sanda, die toen in zijn tweede jaar aan de universiteit zat, alleen achter. Ik heb voor hem gevochten, anders zou ik het allicht niet overleefd hebben.”


Ousmane Dia herstelde gedeeltelijk en ging weer deeltijds aan het werk. De studies van Sanda moesten immers betaald worden. “Mijn zoon deed het voortreffelijk op de universiteit. In zijn eerste jaar burgerlijk ingenieur had hij voor een paar vakken een tweede zit, maar uiteindelijk was hij geslaagd. In zijn tweede jaar haalde hij – ondanks de ongerustheid om mijn gezondheid – uitstekende resultaten. Hij zei altijd: ‘Papa, maak je geen zorgen: ik ga wat van mijn leven maken. Je zult trots op me zijn.’ En dat was ik. Ben ik.”


In zijn derde jaar wilde hij lid worden van de beruchte studentenclub Reuzegom. Wist u dat?

“Nee, dat wist ik niet. Hij vertelde weinig over zijn leven in Leuven. Elk weekend kwam hij naar huis. Dan aten we samen – Sanda kookte graag Aziatisch – en keken we naar het voetbal. Hij trok dan ook op met zijn echte vrienden, de jongens en meisjes van hier in de buurt in Edegem. Hij zag Leuven eerder als een ‘werkplek’, waar hij zijn diploma ging halen om daarna carrière te maken. Dat is allicht ook de reden waarom hij bij die club is gegaan: hij dacht dat hij later op die jongens – allemaal zonen van gegoede en invloedrijke burgers – zou kunnen rekenen om vooruit te raken in het leven. Want hij barstte van de ambitie: ook in de weekends hier zat hij urenlang te studeren. Dat ik hem soms zei: ‘Jongen, het is zondag, ga je nu eens ontspannen.’”


“Het weekend voor zijn dood heb ik hem voor het laatst gezien. Hij had een soort wit ‘apostelkleed’ nodig dat hij moest dragen om rozen te gaan verkopen in Leuven. We hebben dat kleed nog samen gesneden uit een laken. Hij had me verteld dat die rozenverkoop kaderde in een liefdadigheidsproject. Pas na zijn dood vernam ik dat het in werkelijkheid het begin was van de Reuzegom-doop: wie te weinig rozen verkocht, moest gigantische hoeveelheden alcohol drinken.”


Volgens getuigenverklaringen was hij er daarna al erg aan toe.

“Ze hebben hem die dinsdag 4 december 2018 half bewusteloos naar zijn kot gebracht en daar alle waterkranen afgesloten, zodat hij niet kon herstellen. Na enkele uren zijn ze hem opnieuw gaan ophalen. Onderweg is het groepje tegengehouden door een vrouw die zag hoe erg Sanda eraan toe was. Ze heeft die Reuzegom-leden gezegd dat ze moesten stoppen. Zij hebben dat weggelachen en hem naar Vorselaar gebracht, waar hij in een put met ijskoud water moest gaan zitten, allerlei gore dingen moest drinken en eten, en uren onnoemelijk heeft moeten lijden voordat ze hem woensdagavond 5 december naar het ziekenhuis hebben gebracht.”


“Een van hen heeft de Edegemse vrienden van Sanda gecontacteerd en die zijn me dan woensdagnacht uit mijn bed komen bellen. Ik heb me naar het ziekenhuis gespoed. Enkele andere vrienden van Sanda stonden me daar al op te wachten. De Reuzegommers waren nergens te bespeuren. Toen ik aankwam, lag Sanda al in een coma. Ik heb hem dus niet meer kunnen zeggen dat ik van hem hou. De dokter zei me dat hij nog nooit meegemaakt had dat iemand zoveel zout in zijn lichaam had, door de liters visolie die ze hem hadden laten drinken. Hij zei: ‘Dit is zo ongezien dat ik geen idee heb van wat dit met een lichaam doet.’ Op vrijdag 7 december 2018 is Sanda dan gestorven.”


Na zijn dood kwamen de details van de doop aan het licht. Dat Sanda urenlang in een put met ijskoud water moest zitten, maar ook dat er op hem geürineerd is, dat hij een levende goudvis moest inslikken… Toen hij op de spoed werd binnengebracht, bedroeg zijn lichaamstemperatuur nog 27 graden.


“Je kunt als ouder alleen maar hopen dat hij niet te veel geleden heeft. Dat hij in een toestand was waardoor hij het niet meer bewust beleefde en de pijn niet meer voelde.”



Ousmane Dia met zijn zoon Sanda. ‘Alles wat ik niet heb kunnen bereiken, ging hij wel bereiken.’ Beeld Tim Dirven


“Ik wist niet dat zulke praktijken bestonden in België. Achteraf hoorde ik dat dat al jaren bezig was, en dat men dat aan de universiteit ook wist. Waarom heeft men dan nooit iets ondernomen? Rector Sels van de KU Leuven zei onlangs – naar aanleiding van de mediaheisa rond de dood van mijn zoon – dat de studentendopen herbekeken moeten worden, dat er alternatieven moeten komen. Maar waarom moest mijn zoon eerst sterven? Dat had de universiteit toch vroeger kunnen bedenken? Ik had veel vertrouwen in de KU Leuven. Ten onrechte. Ik stuurde mijn zoon naar daar voor een diploma. Ik kreeg een lijk terug.”


Sommigen zeggen: Sanda wist wat hem te wachten stond, de reputatie van Reuzegom was bekend, hij had nooit aan die doop mogen deelnemen.

“Sanda wist dat niet, daar ben ik van overtuigd. De procedure van de Reuzegom-doop werd strikt geheimgehouden, Sanda en zijn twee mede-schachten wisten dus niet wat hun te wachten stond. Bovendien was Sanda na die eerste dag al amper bij bewustzijn, zoals die vrouw ook zal kunnen getuigen. Hij wist gewoon niet meer wat hem overkwam. Ik ben ervan overtuigd dat hij aan die doop begonnen is met de idee: ‘Als het te erg wordt, zal er wel iemand ingrijpen.’ Maar dat deden ze dus niet. Dat neem ik die achttien Reuzegommers bijzonder kwalijk. Ze grepen pas in toen hij al stervende was. En ze vonden het dan ook nog belangrijker om hun sporen te wissen: hun WhatsApp-berichten over de doop te deleten, de plek van de doop op te kuisen, Sanda’s kot schoon te maken… Weet u dat ik de sleutels van zijn kot na zijn dood niet heb meegekregen? Die waren toen nog bij Reuzegommers, blijkbaar.”


Ziet u verzachtende omstandigheden voor die Reuzegommers? Bijvoorbeeld hun jonge leeftijd, waardoor ze mogelijk de gevolgen van hun daden niet correct hebben ingeschat?

“Ik kan daar niet op antwoorden, een rechter moet daarover oordelen. Alleen dit: hun houding na de feiten pleit niet in hun voordeel. Als ik hun verklaringen lees, is het alsof ze er die dag allemaal niet bij waren.”


“Er is een voorval enkele maanden voor Sanda’s dood dat voor mij veel, zo niet alles zegt: Sanda zat op een zomeravond in augustus met een groep jongeren op een plein in Antwerpen. Plots valt een man onder invloed iemand uit die groep, ene J.S., met een kapotgeslagen fles aan. Sanda had niets met die ruzie te maken, maar deed wat hij altijd zou doen: iemand in nood te hulp schieten. Met gevaar voor eigen leven heeft hij J.S. beschermd en die aanvaller overmeesterd. Sanda is daarbij gewond geraakt. Die aanvaller is later overigens veroordeeld voor die feiten. Wel, amper vier maanden na die zomeravond stond J.S., de jongen die door mijn Sanda gered was, als lid van Reuzegom aan de put waarin mijn zoon aan het sterven was. En hij deed niets. Sanda en J.S.: twee jongens van vooraan in de twintig, maar toch heel verschillend.”


Hebt u een vraag die u aan J.S. en de andere Reuzegommers zou willen stellen?

“Waarom Sanda? Waarom werd hij zo zwaar aangepakt, veel zwaarder dan de twee andere schachten? Er wordt gesproken over een racistisch motief. Ik hoop dat het gerecht daar uitsluitsel over kan brengen.”


Hebt u na Sanda’s dood nog iets vernomen van leden van Reuzegom?

“Nee. Slachtofferhulp heeft me een keer gecontacteerd met de mededeling dat iemand een brief had geschreven. Ik weet niet wie. Ze vroegen me of ik die brief wilde lezen. Maar ik zat toen zo diep dat het me niet interesseerde. Voor alle duidelijkheid: ik voel geen haat. Maar hen vergeven: dat kan ik niet. België heeft me alles gegeven: een zoon, een toekomst. Reuzegom heeft me alles afgenomen. Mijn leven is verwoest.”


“De twee schachten die samen met Sanda in die put zaten, zijn hier wel één keer geweest, samen met hun ouders. Dat was kort na Sanda’s dood. Maar het waren vooral hun ouders die spraken. Die jongens bleven grotendeels op de achtergrond.”


“En de twee schachten hebben toen, zo blijkt nu, ook heel wat verzwegen. De mensonterende behandeling die Sanda ondergaan heeft: daar hebben ze toen niks over gezegd. Ze beweerden ook dat Sanda heel plots is achteruitgegaan. Uit het onderzoek blijkt dat dat niet klopt.”


De achttien leden van Reuzegom die aanwezig waren op de doop moeten op 4 september voor de raadkamer verschijnen, die kan beslissen om hen door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Maar op sociale media gelooft niet iedereen in een eerlijke rechtsprocedure, omdat heel wat Reuzegommers zonen zijn van advocaten, van invloedrijke ondernemers, van een notaris, een rechter… Deelt u die mening?

“Nee, ik heb vertrouwen in het gerecht. België is een democratie, met een onafhankelijke justitie. Dat is ook een van de redenen waarom ik trots ben dat ik intussen de Belgische nationaliteit heb. Ik geloof dat het gerecht zijn werk zal doen in de zaak van mijn zoon.”


“Wat die ouders van de Reuzegommers betreft: het kan zijn dat ze invloedrijke, machtige mensen zijn. Maar ze zijn ook ouders. Ouders die het blijkbaar normaal vinden dat hun kinderen hun sporen hebben gewist. Ouders die het niet nodig vonden om deze ouder, die zijn kind door toedoen van hun kinderen heeft verloren, te condoleren. Dat begrijp ik niet.”



‘Het weekend voor zijn dood heb ik hem voor het laatst gezien. 

We hadden een wit apostelkleed voor hem gemaakt.’Beeld Tim Dirven


De website Apache schreef dat de advocaten van de achttien vlak voor de raadkamer allicht een vraag voor bijkomend onderzoek zullen indienen. Waardoor de beslissing van de raadkamer uitgesteld zou worden.

“Ik hoop van harte dat men geen tijd probeert te winnen. Ik leef nu al bijna twee jaar in een nachtmerrie. Mijn leven staat stil. Men zegt mij dat ik naar een psycholoog moet. Maar ik wil geen psycholoog. Ik wil gerechtigheid. Ik wil weten wat er die dag exact gebeurd is, want op basis van de verklaringen van de Reuzegommers valt dat niet te achterhalen. Pas daarna kan ik dit beginnen te verwerken.”


Enkele Reuzegommers die wel in de WhatsApp-groep van de doop zaten maar niet op de doop zelf aanwezig waren, moeten niet voor de raadkamer verschijnen. Een van hen is de zoon van Antwerps gouverneur Cathy Berx, die in een interview met HUMO zei dat haar zoon kapot is van de dood van zijn vriend, dat Sanda’s doodsprentje nog altijd naast zijn bed staat, dat hij op de uitvaartplechtigheid was, en ook mee voor de decoratie van het graf heeft betaald. Kunt u dat bevestigen?

“Ik ken die jongen niet, heb hem nooit gezien. Een goede vriend van Sanda zal hij dus zeker niet geweest zijn. Of hij in de basiliek was, weet ik niet. Er waren 800 mensen, ik ken ze niet allemaal persoonlijk en heb ze ook niet allemaal begroet.”


“Wat die grafdecoratie betreft: de Edegemse vrienden van Sanda hebben een galavoetbalmatch georganiseerd en daar is ook geld ingezameld voor zijn graf. Het zou dus kunnen dat hij daar iets voor gegeven heeft. Maar om dan in een interview te beweren dat die jongen als lid van Reuzegom mee voor de grafzerk heeft betaald... Ik vond zowel de toon als de inhoud van dat interview van mevrouw Berx ongepast.”


Ook KU Leuven-rector Luc Sels was op de plechtigheid.

“Ik herinner me inderdaad dat hij me een hand is komen geven en twee woorden heeft gezegd: ‘Innige deelneming.’ Dat is de eerste en laatste keer dat ik hem gezien of gehoord heb. Daarna heeft iemand van de universiteit me nog gebeld en gezegd dat ik altijd contact mocht opnemen als ik vragen had. En dat was het dan.”


“Ik begrijp niet dat de KU Leuven zich geen burgerlijke partij wil stellen in de zaak van mijn zoon. Een van haar studenten is doodgemarteld! Blijkbaar volstaat zelfs dat niet om je burgerlijke partij te stellen. Ze beperkt zich tot ‘belanghebbende’ partij, wat betekent dat ze aan de zijlijn gaat staan. De KU Leuven weigert dus op te komen voor mijn zoon en maakt er zich van af met belachelijk lage tuchtstraffen voor de Reuzegommers. Een taakstraf van dertig uur, en dat is het dan. Dertig uur voor een dode jongen en een verwoeste familie...”



Ousmane met zijn nieuwe partner Makemu. ‘Ik voel geen haat, maar Reuzegom vergeven kan ik niet.’Beeld Tim Dirven


“Ik heb meneer Sels zich zien verdedigen op televisie, in Terzake. Ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat hij meer begaan was met de toekomst van de achttien Reuzegommers die voor de correctionele rechtbank kunnen verschijnen dan met het lot van mijn zoon. Sanda was nochtans ook een student aan zijn universiteit. Ik denk dat de KU Leuven zich geen burgerlijke partij stelt omdat ze al partij heeft gekozen. De universiteit heeft Sanda in de steek gelaten.”


“U vroeg me net naar mijn vrees voor klassen­justitie. Ik geloof dat het gerecht eerlijk zal zijn. Maar als ik naar de KU Leuven kijk, heb ik wel het gevoel dat er een soort klassenjustitie speelt. Dat de zonen van advocaten, ondernemers en een rechter – die nota bene ook voor de KU Leuven werkt – zwaarder doorwegen dan de zoon van een arbeider van allochtone afkomst.”


“Maar er is meer dat ik de KU Leuven kwalijk neem: de club Reuzegom had in de jaren voor de fatale doop blijkbaar al van zich laten spreken. Dierenmishandeling, verwondingen bij eerdere dopen: waarom heeft de KU Leuven toen al niet ingegrepen? De K staat voor Katholiek, toch? Ze zeggen dat Reuzegom los staat van de universiteit, maar dat vind ik onzin: het gaat om studenten van de KU Leuven; de universiteit had zeker actie kunnen ondernemen. Lid van Reuzegom zijn onverenigbaar maken met studeren aan de KU Leuven, bijvoorbeeld. Maar de universiteit keek weg.”


Rector Sels waarschuwde in datzelfde interview in Terzake voor een ‘trial by media’.

“Ik ben u en uw collega’s bijzonder dankbaar dat jullie over deze zaak hebben geschreven. Om twee redenen. Eén: men wilde de indruk wekken dat de dood van mijn zoon een spijtig ongeval was. Door de details van zijn martelgang te geven en door te schrijven dat de leden van Reuzegom nadien hun sporen hebben willen wissen, kan dat verhaal van een spijtig ongeval naar de prullenmand.”


“Twee: door de maatschappelijke aandacht die de artikels over mijn zoon hebben gekregen, hoop ik dat deze gruwel nooit meer opnieuw gebeurt. Dat is een verantwoordelijkheid van alle universiteiten, maar ook van de maatschappij. Laat de dood van mijn Sanda niet voor niets geweest zijn.”


Door ‘De Morgen’ geconfronteerd met de kritiek van Ousmane Dia, laat de KU Leuven weten ‘uit respect voor de vader van het slachtoffer’ niet op zijn uitspraken te willen reageren in de media.





VRT reportages


Kik hier of op de foto





Afscheid van Sanda


Bomvolle basiliek neemt afscheid van overleden student Sanda (20):

“Hij was niet enkel een zoon maar ook een beste vriend”


Sander Bral - Het Laatste Nieuws



Foto Sander Bral


Een bomvolle Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdesbasiliek heeft vrijdagvoormiddag afscheid genomen van de twintigjarige Sanda Dia. De student bezweek een week geleden in het ziekenhuis na een uit de hand gelopen studentendoop in Vorselaar. “Sanda en zijn vrienden zijn een voorbeeld voor onze samenleving”


Familie, vrienden, medestudenten, voetbalmakkers, oude klasgenoten en vele andere sympathisanten uit Edegem en de rest van het land kwamen vanochtend samen in de basiliek van Edegem om afscheid te nemen van Sanda Dia (20) die vorige vrijdag overleed in het universitair ziekenhuis in Edegem.


“Sanda was een bron van energie voor zijn papa”, vertelt Sanda’s stiefmama, die het woord nam voor de familie. “Hij was niet enkel een zoon maar ook een beste vriend. Hij was er altijd voor ons, voor zijn broer, voor zijn stiefbroer en stiefzus. Onze familie wil ook de echte vrienden van Sanda bedanken, die hier vandaag zo talrijk aanwezig zijn en zich hebben ingezet om dit afscheid te organiseren. Er zijn duidelijk nog jongeren die niet kicken op barbaarse praktijken. Er is nog toekomst voor de jeugd. De hoffelijkheid en vriendelijkheid van Sanda en zijn vrienden is waar onze maatschappij naar snakt. Dat is vandaag nog meer eens bewezen.”


Spits

Sanda’s vrienden en vriendinnen zelf wilden ook graag iets kwijt op het afscheid. “Of er nog plaats was voor een spits in de ploeg, vroeg Sanda zich deze zomer af”, herbeleven zijn vrienden van voetbalclub Ik Dien. “Niet echt, maar door zijn indrukwekkende snelheid en nog grotere glimlach konden we hem gewoon niet weigeren. In een mum van tijd had hij zich ingewerkt in de ploeg. De kille zondagochtenden werden steeds veel aangenamer wanneer Sanda het veld op liep. Afgelopen weekend hielden we een erewedstrijd voor Sanda. De ingetogen stilte voor de match, de absolute inzet tijdens de match en de vele anecdotes na de match bewijzen hoe graag we hem in onze ploeg hadden. Het rugnummer negen is voor altijd voor jou, Sanda. We spelen kampioen dit jaar. Zonder jou op het veld, maar met jou in ons hart.”



 Foto Sander Bral

Sanda’s vrienden nemen het woord in de basiliek.


Ook Sanda’s vriendinnen van de middelbare school waren talrijk aanwezig. “We vroegen steeds veel te veel aandacht van jou en we vielen jou altijd lastig met onze meisjesproblemen”, glimlachen de jonge dames. “Maar je was er steeds voor ons. Wij zullen er altijd zijn voor jou.”


“Door jouw stijlvolle dansmoves was jij de Michael Jackson van Edegem. Of was Michael Jackson de Sanda Dia van Amerika?”, vroegen Sanda’s beste maten zich af. “We zullen jouw euforie op de eerste bosklassenfuif met kinderchampagne nooit vergeten. Of het moment wanneer je je halfnaakt bezeerde in een fontein in Zagreb. Je was sowieso de slimste van ons allemaal, maar de handigste?”, herinneren de jonge knapen zich.


Dansen

Dansen was heel belangrijk voor Sanda. Naast filmmuziek van Inception en The Lion King werd er ook hiphop gedraaid op Sanda’s afscheid van onder andere Wiz Khalifa met Charlie Puth en XXXTentacion’s Changes, Sanda’s favoriete nummer.


Sanda Dia uit Edegem werd slechts twintig jaar. Hij overleed vorige vrijdag nadat hij woensdag in het ziekenhuis werd opgenomen na een uit de hand gelopen studentendoop van studentenclub Reuzegom uit Leuven. Sanda en zijn vrienden zouden een reeks mensonterende opdrachten hebben moeten uitvoeren in Leuven en Vorselaar. Het toxicologisch onderzoek moet uitmaken of een te hoge dosis vissaus aan de basis lag van Sanda’s overlijden. De families van de twee studenten uit Hove en Malle die de doop wel overleefden, hebben klacht ingediend tegen de doopmeesters. “Niet om een heksenjacht tegen die jongeren te ontketenen”, benadrukten de families eerder al. “Wel om te weten te komen wat er precies is misgelopen tijdens die doop.”



Foto Sander Bral 


De Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdesbasiliek in Edegem was te klein voor iedereen die Sanda’s familie een hart onder de riem wilde steken.





Reconstructie


Reconstructie van de laatste uren van de fatale studentendoop:

‘Ze waren echt knock-out van de drank. Ze lagen op de grond en spraken niet meer’


Pieter Huyberechts - De Standaard



Zijn lichaamstemperatuur bedroeg 27,2 graden toen hij op 5 december 2018 om 21.15 uur in het ziekenhuis van Malle werd opgenomen. Hoe is het zover kunnen komen, dat de 20-jarige ingenieursstudent Sanda Dia zo’n trieste dood zou sterven? In een zelfgegraven put, uitgeput door onderkoeling en dehydratatie, van de wereld na sloten alcohol en visolie? Wij konden de laatste 30 uur reconstrueren van de doop door de beruchte club Reuzegom, op basis van verklaringen en chatgesprekken van betrokkenen.


Het is 4 december 2018. Vandaag doopt de Leuvense studentenvereniging Reuzegom drie schachten.

Voor de leden, allen Antwerpse ingenieur- en rechtenstudenten uit gegoede milieus, de jaarlijkse tweedaagse “hoogmis”.

De activiteiten starten rond de middag en vinden plaats in de Leuvense binnenstad.

We pikken in de loop van de namiddag in, bij de straf die Sanda Dia moest ondergaan.


Leuvense binnenstad, 16.02 uur

‘Sanda had dertig rozen minder verkocht dan de andere twee. Hij was al zo dronken dat hij niet meer kon spreken’


Antwerpenaar ‘schacht 1’ is een van de drie studenten die vandaag gedoopt zullen worden. Hij is gestraft omdat hij te weinig rozen heeft verkocht binnen de afgebakende tijd. Het concept: hoe meer rozen je aan twee euro verkoopt, hoe minder strafopdrachten je krijgt. ‘Als straf moest ik een glas melk met brokken drinken. En ook een vetbol voor vogels opeten’, verklaart schacht 1.


Ook zijn maat Sanda Dia, ingenieursstudent uit Edegem, maakt deel uit van het verklede drietal dat ervan droomt volwaardig lid te worden van Reuzegom. De verkoop vlot niet, en dus krijgt hij de meeste ad fundums te drinken en het meeste te eten.


Mechelsestraat, 19.12 uur

‘De jongen met de donkere huidskleur kon zelf niet meer stappen en was in elkaar gezakt’


De rozen gaan de kast in, de doop gaat in de vooravond voort op een boogscheut van Sanda’s kot. Als activiteit worden er vragen gesteld. Wie fout antwoordt, moet op bevel van schachtenmeester Janker zuipen. Een studente getuigt later aan de politie hoe ze de drie schachten in sneltempo een volledige fles gin zag leegdrinken. ‘Ik zag drie jongens op hun knieën zitten, op twintig meter van elkaar. De middelste jongen viel op omdat hij in elkaar was gezakt. Het was een jongen met een donkere huidskleur. Hij kon zelf niet meer stappen. Het was een donkere jongen, en toch zag je dat hij wit zag, want hij was weggetrokken rond zijn neus.’


‘Als ze comateus op de grond liggen, wordt ook weleens geplast op de mannen’


Zaadje, de preses van Reuzegom, zegt in zijn verklaringen het volgende: ‘Het is de bedoeling dat de schachten volledig van de wereld zijn. Sanda dronk anderhalve fles gin. Bij het begin van de cantus kunnen ze nog mee, maar dan begint de alcohol in te werken en gaan ze volledig buiten westen.’ Volgens Reuzegommer Sondage moeten ze voorafgaand een fles gin volledig opdrinken, zonder over te geven. ‘Meestal lukt dat niet. Ze kunnen zelf de fles niet vastnemen. Als ze daar liggen, wordt er ook weleens op de mannen geplast. Door iedereen, mezelf incluis. Sanda was aan het overgeven. We hebben hem dan in een houding gelegd dat hij niet kon stikken in zijn braaksel.’


Aankomst bij zaal Rumba voor cantus, 21.10 uur

‘De schachten waren echt knock-out van de drank, lagen op de grond en spraken niet meer’


‘Bij de cantus is het de bedoeling om de schachten comateus te krijgen’, legt Igean uit in een later verhoor. Volgens lid Paterberg waren de drie schachten stomdronken bij aankomst. Janker zegt dat er op die cantus in een zaaltje op de bovenverdieping bier, gin en wodka werd gedronken. ‘Ze hebben maximaal vier flessen sterkedrank gedronken.’


Zaadje verklaart dat er eenmaal binnen een nieuwe vragenronde volgde. ‘De schachten moeten zeggen hoeveel pinten ze na elkaar kunnen drinken. Daar tellen we dan nog één pint bij. Sanda dronk zes of zeven pinten, bij de vijfde moest hij braken. Daarna heeft hij nog één pint moeten drinken en dan hebben we hem weggestuurd.’ Op de vraag van de speurders of hij nog bij bewustzijn was, antwoordt de preses: ‘Twijfel. We hebben ze alle drie in een veilige houding gelegd, zodat ze binnen niet opnieuw konden overgeven.’


Alle aanwezigen zijn het over één punt eens: het drietal is compleet van de wereld. ‘Ze waren echt knock-out van de drank. Ze lagen op de grond en spraken niet meer. Ze lagen aan de uitgang van de Rumba’, zegt Sondage. De preses geeft toe dat er herhaaldelijk – voor, tijdens en na de cantus – op hen werd geürineerd. ‘Dat gebeurt alle jaren. Door wie? Door iedereen.’


Mechelsestraat, 23.59 uur

‘Alle kranen op Sanda’s kot waren hermetisch afgeplakt. Onder geen beding mogen ze ’s nachts water drinken.’

De drie halen het einde van de cantus niet, maar dat is ook expliciet zo voorzien in het ‘doopscript’. ‘Toezuipen en weg’, staat er. Ze worden door enkele leden naar het kot van Sanda gedragen, waar ze in bed worden gelegd.


Uit verhoren blijkt dat in het kot de schaar in Sanda’s haar wordt gezet, er choco in wordt gesmeerd, en er ketchup wordt leeggespoten. Alle kranen zijn voordien al hermetisch dichtgeplakt, opdat de schachten ‘onder geen beding’ aan water kunnen om hun kater en bijhorende nadorst te stillen.


Het is 5 december 2018, gisteren, op de eerste dag van de studentendoop had de 20-jarige Sanda Dia al sloten alcohol binnengekregen. De nacht bracht weinig heil, want alle kranen waren dichtgeplakt zodat hij zijn nadorst niet kon stillen.

Alles om ook de tweede dag van de doop zo zwaar mogelijk te maken.


Vertrek naar Vorselaar vanaf Vismarkt, 10.23 uur

‘Sanda gaf een wazige indruk en reageerde niet zoals de andere twee’


De schachten worden ’s ochtends gewekt, waarna ze samen met enkele Reuzegommers naar de Leuvense Bodartparking wandelen. ‘Sanda gaf een wazige indruk en reageerde niet zoals de andere twee’, zegt Paterberg. ‘Maar buiten die gigantische kater leken ze alle drie perfect in orde.’


Een vrouw, die werkt aan de KULeuven en toevallig hun pad kruist, houdt de dopers desondanks tegen en vraagt of de schachten wel oké zijn. Ze vertrouwt het niet. Ze wordt afgewimpeld, waarna in verschillende groepen koers gezet wordt richting Blokhut Cardon, een scoutslokaal aan de Rommelzwaan in Vorselaar.


Een deel trekt naar dierenwinkel Anaconda in Kontich, om ‘enkele visjes, een aal, vetbollen en vier muizen’ in te slaan. In de Colruyt van Heverlee wordt voor meer dan vierhonderd euro aan ‘lekkers’ afgehaald, in Exotic World in Leuven worden liters visolie gekocht. Berichten dat Sanda ondersteund moet worden om in de auto te stappen, worden tegengesproken. Zeker is dat hij op de achterbank ligt.


Aankomst aan ‘de put’, 12.09 uur

‘Schachten put aant schuppen, Sanda al rijp voor de vuilbak’


Amper vijf minuten na aankomst, zo blijkt uit WhatsApp-gesprekken van Reuzegomleden, moeten Sanda en de twee andere schachten de put graven waar ze volgens de planning de rest van de middag en avond in zullen doorbrengen. Om 12.14 uur stuurt Flodder een – achteraf gewist – bericht in de WhatsApp-groep: ‘Schachten put aant schuppen, Sanda al rijp voor de vuilbak. Andere twee zen wel nog ok.’


‘De put’, ’s namiddags

‘De eetproeven zijn zaken die niet echt lekker zijn. Van IJslandse of Aziatische dingen tot pepers en visolie’


‘De put’ heeft voor de al gedoopte leden de allures van een magisch ritueel. Een soort ontgroening waar in de jaren nadien aan het kampvuur of in hun Leuvense stamcafé In Den Boule straffe verhalen over worden gedeeld. ‘Het doel is een band creëren en samen liedjes zingen’, verklaart de oud-preses van Reuzegom.


Hoewel het buiten amper zes graden is, moeten de schachten urenlang halfnaakt in de met water gevulde put doorbrengen. Wat volgt, is een reeks proeven. Wie goed antwoordt op vragen, wordt beloond met water of Aquarius. Wie slecht antwoordt, krijgt andere kost voorgeschoteld. Janker: ‘De eetproeven zijn voornamelijk zaken die niet echt lekker zijn. Bijvoorbeeld een IJslands gerecht, pepers, olijven en nog een reeks Aziatische dingen. Ze moeten geen alcohol drinken, wel visolie.’


Een van de schachten vertelt dat ze schachtenpap kregen, naast sardientjes, mosseltjes en pepers. ‘We hebben alle drie min of meer hetzelfde gegeten en gedronken.’ De drie krijgen ook urine te drinken, bevestigen meerdere aanwezigen.


De sterkste van de drie wordt ‘de badmeester’ genoemd. De eer is weggelegd voor Sanda. Hij vangt de aal die in de put zwemt en bijt de kop eraf op uitdrukkelijke vraag van de omstaanders. ‘Ze waren allemaal snel volledig doorweekt, maar ze hadden wel kledij aan’, zegt een Reuzegommer. ‘Ik zag wel dat Sanda wat scherpte in zijn ogen miste.’


‘De put’, 19 uur

‘De schachten moeten een levende goudvis inslikken. Toen de vis er niet opnieuw uitkwam, hebben we hem nog meer visolie laten drinken’


Tijd voor de volgende eetproef. De proef met de levende goudvis. Zaadje legt uit: ‘Stipt om 19 uur rijdt er een auto met de lichten aan en de muziek vollenbak het veld op. De schachten moeten dan een levende goudvis inslikken. Het is de bedoeling dat ze zelf visolie drinken om de vis er terug uit te krijgen. De olie heeft zo’n indringende geur dat je er normaal van begint te braken. Bij Sanda lukte het niet. Er is dan op ons aanraden nog meer visolie gedronken, maar op de duur komt de olie er door het kokhalzen onmiddellijk weer uit. Het leek alsof Sanda heel dronken was, maar dat kon niet want er werd die dag niet gedronken.’


Volgens een andere aanwezige wordt er tijdens het ritueel veel geroepen en krijgen de mannen een tikske met de voeten tegen de rug. Het wordt omgeschreven als ‘het mentale gedeelte’. ‘Ze zitten dan op hun knieën in het water en worden mentaal afgebroken door de schachtenmeester. Er wordt gedreigd met een boks. Er wordt ook geplast op de mannen. Sanda leek een vod en leek ook zat. Het jaar voordien waren er gelijkaardige problemen geweest met Pronker.’


‘Dees vind ik erover’


Op een later gewist filmpje is te zien hoe iemand bier langs een ontblote kont van een schacht giet. En vooral: een video waarop iemand een grote behoefte doet op een andere die schijnbaar uitgeteld op de grond ligt. Waarna nog iemand roept: ‘Dees vind ik erover.’


Normaal hangt er ook een bel in de put. Wie de bel luidt, geeft op. Dit jaar is die bel er niet want Flodder is ze op kot vergeten mee te nemen. Hoewel verschillende Reuzegommers verklaren dat Sanda op dat ogenblik nog oké is, verschijnt in de WhatsApp-groep om 19.08 uur een foto waarop de jonge ingenieursstudent uitgeteld in het gras ligt. Janker nuanceert: ‘Het leek alsof hij het koud had. Alles oké, vroeg ik? Hij bevestigde dat het oké was. We hebben hem ontdaan van zijn natte kledij en droge kledij aangedaan.’


‘De put’, 19.30 uur

‘Ik denk niet dat Sanda bewusteloos was, want we hoorden hem wel nog zacht snurken’


Tijd voor het avondeten: worst met tandpasta. Gevolgd door nog een ‘hoogtepunt’: de befaamde Blitzkrieg: het kieperen van een tiental emmers koud water over de hoofden van de schachten. Er worden ook bommetjes in de put gegooid.


Sondage geeft toe dat Sanda op dat ogenblik al helemaal van de kaart is. ‘De hele dag had hij wel meegedaan, maar hij was iets minder fanatiek dan de andere twee. Hij kon niet goed meer wandelen en reageerde niet goed meer. Ik denk niet dat hij bewusteloos was, want we hoorden hem wel nog zacht snurken.’


Uit ‘de put’ gedragen door twee schachten, 20.17 uur

‘Sanda begon vreemde geluiden te maken. Hij lag in een foetushouding. Met de seconde werd het serieuzer’


69 minuten nadat een foto van een uitgetelde Sanda gedeeld wordt via WhatsApp gaan bij enkele leden de alarmbellen af. Sanda wordt door de schachten uit de put gedragen. Op een filmpje is te zien dat ze van de rest weinig hulp krijgen. Om 20.18 uur wordt nog een tweede foto van een schijnbaar bewusteloze Sanda gedeeld.


Weinigen beseffen de ernst van de situatie. In de keuken wat verderop wordt ‘nog een muisje geblenderd’. Normaal is het namelijk traditie dat er ergens op de avond een kop van een levende muis wordt afgebeten. ‘Afbijten en spugen’, verklaart een Reuzegommer daarover.


Het ritueel met de muizen maakt plaats voor de eerste tekenen van paniek. Zaadje: ‘We hebben Sanda aan het vuur gelegd op een vuilniszak en hebben opnieuw zijn natte kleren uitgedaan en verwisseld voor droge kledij. We hebben hem ook wat water en Aquarius gegeven en vijf minuten in de auto gelegd, met de verwarming op.’


Volgens Janker had hij ‘een vrij verdwaasde blik en zei hij niets meer’. Een van de schachten verklaart dat hij Sanda een Fanta wilde geven, maar dat hij werd teruggefloten. ‘Er was wel wat paniek’, zegt hij. ‘We zagen dat Sanda vreemde geluiden begon te maken. Hij lag in een foetushouding. Het werd met de seconde serieuzer.’


Oproep naar noodcentrale, 20.57 uur

‘Sanda is een beetje onder bewustzijn’


Nog eens veertig minuten nadat Sanda uit ‘de put’ wordt gehaald, hakt Zaadje de knoop door. Hij beslist dat ze dringend naar het ziekenhuis moeten rijden. Een groep die onderweg is naar de frituur wordt gesommeerd om meteen terug te keren.


Om 20.57 uur krijgt een dispatcher van de noodcentrale de leider van Reuzegom aan de lijn, intussen onderweg naar het ziekenhuis van Malle. ‘Goedendag. Euhm. We hebben, euhm, euhm, een doop gehad. En euhm, we hadden een dril, en een van onze mensen die gedoopt werd, is flauwgevallen. Heel de dag in de koude, en euhm ja, veel vermoeidheid.’ De dispatcher geeft de raad om Sanda’s benen omhoog te leggen. Tijdens het gesprek zegt Zaadje dat Sanda ‘een beetje onder bewustzijn is.’


Waarom hij tegenover de 112 niet spreekt over grote hoeveelheden visolie? ‘Ik had geen idee dat dat van belang was.’ En over de vaststelling dat er nog een stuk muis in Sanda’s jeanszak zit? ‘Het was de bedoeling dat aan het eind van de doop te blenden met wat visolie.’ Het voorziene avondritueel – twee uur naakt alleen in een bos liggen en nog een afsluitende doopceremonie in de scoutslokalen – wordt on hold gezet.


Aankomst ziekenhuis Malle, 21.15 uur

‘Eigenlijk zijn wij toch een bende apen hé. Het is onmenselijk wat daar is gebeurd’


Wanneer de Reuzegommers met Sanda aankomen op de spoeddienst, meer dan twee uur na het versturen van de eerste foto in WhatsApp, blijkt zijn toestand levensbedreigend. Ook de twee andere schachten worden opgenomen, maar zullen het ziekenhuis relatief snel mogen verlaten. Bij Sanda is er sprake van zware onderkoeling en bloed uit neus en mond. Zijn lichaamstemperatuur is intussen gezakt tot 27,2 graden.


22 minuten later gaat de telefoon in het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen, waar hij om 22.09 uur hoogst dringend wordt binnengebracht. Een spoedarts noteert een extreem hoog zoutgehalte in het bloed, wat al uren zorgt voor buitengewone verzuring.


Terwijl de Reuzegommers bang afwachten in de gang en Sanda’s ouders in allerijl worden opgetrommeld, valt het verdict: multipel orgaanfalen. Hun vriend die ze twee opeenvolgende dagen wilden ontgroenen, is dood.


Later die nacht volgt nog een WhatsApp in de groep, die een dag later zou worden ontbonden: ‘Eigenlijk zijn wij toch een bende apen, hé, met dat dopen. Het is onmenselijk wat daar is gebeurd.’





Reuzegom


Gestoord was het, zoals beloofd

Achttien leden Reuzegom riskeren straffen tot tien jaar cel voor dodelijke doop


Douglas De Coninck  - De Morgen



Een foto van Sanda Dia op zijn begrafenis.

Zijn 'schachtentemmers' worden vervolgd voor onopzettelijke doding,

onterende behandeling en weigering van hulpverlening. Foto Sander Bral


'Ik wil er echt een bruut jaar van maken, een gestoord bruut jaar.' Met die belofte behaalde de toen 20-jarige Alexander G. bij de studentenclub Reuzegom voldoende stemmen om te worden aangewezen als 'schachtentemmer'. Achttien leden van de club riskeren nu tien jaar cel voor de 'doop' die Sanda Dia (20) het leven kostte.


Het parket in Hasselt wil achttien leden van de Leuvense studentenclub Reuzegom laten doorverwijzen naar de correctionele rechtbank voor het toedienen van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en weigering van hulpverlening door schuldig verzuim. Ook al is er in de beschikking sprake van verzachtende omstandigheden, de achttien riskeren de maximumstraf van tien jaar cel. Voor elk van hen acht procureur Jeroen Swijsen het aandeel in het drama even groot.

De meeste verdachten zijn geboren tussen 1995 en 1999. Hun adressen zijn vaak met 'dreef' eindigende straatnamen in Schilde, Schoten, Hove en Brasschaat.

Sanda Dia uit Edegem was een van de drie studenten die zich begin december 2018 lieten dopen bij Reuzegom. Dia's ouders komen uit Mauretanië, hijzelf was actief bij de lokale voetbalploeg en deed het erg goed als ingenieursstudent aan de KU Leuven. De drie studenten werden tijdens de eerste avond, in Leuven, verplicht een liter gin te drinken en daarna halve liters bier. In het kot van Dia werden de waterkranen onklaar gemaakt zodat ze 's ochtends moeilijk zouden kunnen herstellen van hun kater.

Een tweede deel van de doop vond op 5 december plaats in een chalet in Vorselaar. Daar moesten ze 'schachtenpap' drinken, een brouwsel van visolie uit een blender waar levende goudvissen, muizen en een aal in waren gemengd. Ze moesten ook alledrie een put graven die werd gevuld met ijswater, en daarin gaan staan, waarna de anderen hen gebruikten als toilet. Op een gegeven moment daalde de lichaamstemperatuur van Sanda Dia tot 27 graden. Er gingen uren overheen voor iemand ertoe kwam om hem naar het ziekenhuis te brengen.

Toen dat uiteindelijk toch gebeurde, kregen alle betrokkenen opdracht om maximaal sporen te wissen, ook van het Whatsapp-groepje waarin beelden van de doop waren uitgewisseld en waarin iemand al had gestuurd: "Dees is erover." Ook in het kot van Dia werden alle sporen gewist. Hij overleed enkele dagen na zijn opname in een ziekenhuis in Edegem.

De KU Leuven legde de betrokkenen destijds enkel een taakstraf op, wat na het uitlekken van details over de tragische afloop, vorige week in Het Nieuwsblad, voor controverse zorgt op sociale en andere media.

Op 4 september moet de raadkamer in Hasselt beslissen over de doorverwijzing van de achttien. Zij laten zich bijstaan door een aantal absolute kleppers in de advocatuur, zoals Johan Platteau, Walter Damen en Hans Rieder. "Wat daar is gebeurd is, is natuurlijk dramatisch", zegt Platteau. "Maar soms wordt het lot getart, en tegenwoordig is er geen ruimte meer voor vergissingen."

Het juridische gevecht lijkt er een te worden waarin elk van de achttien de eigen verantwoordelijkheid zal proberen te minimaliseren, al wordt dat voor sommigen lastig. Volgens bronnen dicht bij het onderzoek zit een tekst in het dossier waarin Alexander G., alias Janker, tijdens een bijeenkomst met Reuzegom stemmen ronselt om te worden verkozen als 'schachtentemmer'. De jongen is eerder klein van gestalte, maar zegt: "Daar zijn in de wandelgangen al opmerkingen over gemaakt, maar ook Napoleon en Castro waren klein. En zelfs onze goede Duitse vriend Adolf stak nauwelijks boven de grond uit."

In de toespraak belooft de jongen verder nog: "Het mag geen jaar worden als in een bso-schooltje met een of andere allochtoon. Ik wil er volgend jaar echt een bruut jaar van maken, met afzuipen op donderdag. Ik wil er geen bruut jaar van maken, maar een gestoord bruut jaar, voor de elite die wij zijn."

Ook de toenmalige preses van Reuzegom, de destijds 21-jarige Jef J. alias Zaadje, behoort tot de achttien voor wie het parket de doorverwijzing vraagt. Idem voor Arthur G., alias Shrek, destijds 22. Hij is de kleinzoon van een bekende Vlaamse industrieel. Hij was 'schachtentemmer' tijdens het academiejaar 2017-2018. Ook voor zijn broer vraagt het parket de doorverwijzing.

Onder de achttien verdachten zit ook Jef S., alias Flodder. Hij is de zoon van een Antwerpse magistraat, reden waarom het in Turnhout geopende strafdossier verhuisde naar Hasselt.

De afgelopen maanden werd kosten noch moeite gespaard om de achttien (ex-)studenten online onzichtbaar te maken. Vrijwel alle Facebook-, Twitter-, Instagram- en Linkedin-profielen werden verwijderd. Nadat iemand er woensdagavond op Twitter op was gestoten, werd onmiddellijk een Facebook-pagina met beelden van een fuif op 8 december 2017 in zaal Albatros, met heel wat Reuzegommers met hun bijnamen op hun jasjes, meteen gesloten. Ook op plutonica.be, waar teruggaand tot 1901 alle presessen van Vlaamse universiteiten worden bijgehouden, zijn de namen van recente Reuzegommers verwijderd.

De studentenclub zelf doekte zich na de dood van Sanda Dia op.





Justice for Sanda Dia


Dertig uur folteren, dertig uur taakstraf


Dalilla Hermans - De Standaard



Aan Blokhut Cardon in Vorselaar bevond zich een put met koud water,

waarin Sanda Dia en twee anderen urenlang zaten. 

Foto - Kris Van Exel


Dertig uur folteren, dertig uur taakstraf

 

Een paper en een taakstraf: dat de verantwoordelijken voor de dood van student Sanda Dia zo’n lichte straf kregen,

vindt Dalilla Hermans onbegrijpelijk.


Het is onmogelijk om iets te schrijven over de gruwelijke marteldood van Sanda Dia zonder af en toe adem- en huilpauzes in te lassen. Dit weekend was ik voor het eerst in maanden eventjes kinder- en werkvrij. Op weekend met mijn beste vriendinnen. Lachen, drinken, eten. Toch las ik, tegen beter weten in, de reconstructie van de laatste dertig uur van het jonge leven van Sanda, die om het leven kwam tijdens de doop van de intussen ontbonden studentenclub Reuzegom (DS 26 juli).


Sindsdien loop ik rond met een krop in de keel en een knoop in de maag. Bij thuiskomst vertelde ik het verhaal aan mijn man. Ik liet hem de foto zien van die mooie jonge kerel, die glimlacht in de lens. In de bijna negen jaar dat we lief en leed delen, zag ik mijn man zelden een traan wegpinken. Nu hield ook hij het niet droog. De gruwelijke details, de achteloosheid waarmee met het leven van Sanda werd omgegaan. Het zou voor eender welk rechtschapen mens te veel moeten zijn om te verteren.


Onvermijdelijk speelt herkenning voor ons allebei een rol. Sanda heeft iets weg van onze zevenjarige zoon. Het idee dat een groep mannen mijn zoon zou martelen tot hij bezwijkt, is ondraaglijk. Het idee dat die groep daarna een taakstraf van dertig uur zou krijgen en een paper moet schrijven om vervolgens gewoon verder te studeren, verder te leven, alsof er niets gebeurde, is wraakroepend. Dertig uur. Net zo lang als de foltering duurde. Acht uur minder dan een gemiddelde werkweek.


Mannen, geen jongens

Er zijn niet genoeg woorden om de absurditeit van hun ‘straf’ te omschrijven. Om over de aard van de werkstraf nog te zwijgen. Volwassen mannen die iemand op gruwelijke wijze folterden en uiteindelijk de dood injoegen, konden als ‘straf’ onder meer bijscholing geven aan minderbedeelde kinderen en jongeren. Ze zouden net zo ver mogelijk weg moeten blijven van kinderen, jongeren en het maatschappelijke leven.


Ik spreek bewust over mannen, en niet over jongeren, jongens of studenten. Als de schuldigen niet overwegend uit gegoede kringen zouden komen, niet overwegend wit waren geweest, zouden we ook over volwassenen spreken. De infantilisering van rijke witte mannen uit machtige families die vreselijke misdaden plegen, is an sich een groot probleem. Dat over de daders nauwelijks iets geweten is, dat ze alleen met hun bijnamen in de media komen anderhalf jaar na datum, zégt iets over de machtige hand die hen boven het hoofd gehouden wordt.


Als je Sanda Dia’s naam googelt, kom je uit bij een nieuwsartikel over een dronkenmansgevecht in Antwerpen. Sanda kreeg klappen toen hij een vriend verdedigde tegenover een agressieveling. Die man werd gearresteerd, heeft nu een strafblad en excuseerde zich meermaals voor zijn dronken gedrag. Zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam werden gepubliceerd. Maar degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van Sanda Dia blijven anoniem.


‘Handjes kappen’

In de berichten die in de nasleep van 5 december 2018, de dag van de doop, verschenen, kwam het intersectionele karakter van deze ‘ongelukkig afgelopen dood’ niet aan bod. Ook dat doet pijn. Een filmpje toont hoe studenten in de dertig uur die de martelpartij besloeg het lied ‘Handjes kappen, de Congo is van ons’ zongen naar een bedelaar (DS 25 juli). Nochtans was er slechts enkele maanden voordien nog ophef geweest over dat lied, toen het op Pukkelpop was gezongen. Ik beweer niet dat de dood van Sanda raciaal gemotiveerd was, daar heb ik geen bewijs voor, maar het zégt iets over hoeveel waarde deze mannen hechten aan de levens van donkere mensen.


Hoewel de foltering mogelijk geen raciale inslag had, heeft wat zich daarna ontplooide dat overduidelijk wel. Beeld je even in dat zeventien universiteitsstudenten met migratieroots een witte Vlaamse student hadden gefolterd tot hij bezweek, daarna alle bewijsmateriaal op de plaats van het gebeuren én in het kot van de student hadden gewist. Het is hypothetisch, maar ik ben er vrij zeker van dat de reactie níét zou zijn om angstvallig de identiteit van de daders te bewaken, hen een flinterdun strafje op te leggen en hen de kans te geven zich ten volle te ontplooien, af te laten studeren en onbekommerd hoge functies te laten bekleden in onze samenleving. Dat ik niet weet of de advocaat, dokter of ingenieur die ik ooit in dienst neem schuldig was aan de marteldood van Sanda, is beangstigend.


Doopcharter volstaat niet

Luc Sels, de rector van de KU Leuven, was geschrokken door de details van de reconstructie. Hij kende niet alle feiten (DS 27 juli). Hij noemde de dood van Sanda het moeilijkste moment van de afgelopen drie jaar als rector. Ik probeer met de macht der wanhoop empathisch te zijn. Twee weken geleden modereerde ik aan de VUB een gesprek over racisme tussen de rector en studenten van kleur. Ik weet dat het niet eenvoudig is een instelling zoals een grote universiteit te leiden en consequent fair te zijn tegenover al je studenten. Maar wat gebeurde op de doop van Reuzegom in 2018, zou tot onmiddellijke uitsluiting van iedere dader geleid moeten hebben. Zelfs als je de details niet kende en alleen wist: ‘studentendoop, dood, sporen doelbewust uitgewist’, zouden alle alarmbellen tegelijk moeten zijn afgegaan.


Ik huil tussen het typen door. Omdat ik een moeder ben van een jongen, die zoals een goede kennis van Sanda op sociale media omschreef ‘vanwege zijn huidskleur heel graag erbij wilde horen, enorm beïnvloedbaar was voor peer pressure’. Omdat ik wil blijven geloven dat wat gebeurde om meer vraagt dan een doopcharter en ‘verbazing over details’. Omdat ik me niet kan inbeelden dat de ouders, vrienden en familie van Sanda die de reconstructie lazen níét hebben gedacht ‘wat was zijn leven waard voor jullie?’.


Ik huil om een leven dat veel te vroeg, veel te hard, veel te walgelijk, gesmoord werd. Ik hoop dat de rechtbank – ook al is een van de daders zoon van een rechter – zal doen wat de KU Leuven zo schromelijk naliet. Justice for Sanda.


Dalilla Hermans - De Standaard





Cover-up


Amper schuldgevoel, maar cover-up


Pieter Huyberechts - De Standaard



Toen de speurders arriveerden bij de Blokhut Cardon in Vorselaar waren alle sporen van het drama opgeruimd. 

Foto - Kris Van Exel 


Na de dood van de eerstejaarsstudent Sanda Dia hebben leden van studenten­club Reuzegom

alle sporen van de fatale studentendoop proberen te wissen.

Tevergeefs.



‘Oh neen, Zaadje en ik gaan hiervoor opdraaien.’ Dat stuurt de ­student met als roepnaam ‘Janker’ via Whatsapp als de Edegemse ingenieurs­student Sanda Dia (20) op 5 december 2018 in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen dood wordt verklaard. De preses en de schachtenmeester van studentenclub Reuzegom beseffen dat ze ernstig in de problemen zitten, nadat de doop van drie ‘schachten’ (eerstejaars) in Leuven en Vorselaar uit de hand is gelopen.


In allerijl worden de plaatsen waar de doop zich heeft afgespeeld, opgeruimd. Het gaat dan onder meer over de put vol ijskoud water achter een scoutslokaal en over het studentenkot van Sanda Dia. De leden van Reuzegom krijgen de raad alle foto’s en filmpjes over het gebeuren te wissen, de chatgroep wordt ook prompt opgedoekt. Dat blijkt allemaal uit de whatsapp-conversaties onder de leden van Reuzegom die de speurders wisten te bemachtigen.


‘Alles proper, nergens een vuilniszak te vinden’, noteerde hoofdinspecteur Raf Maes van de politie Neteland in zijn proces-verbaal, nadat hij in de nacht van 5 op 6 december 2018 om 3.53 uur was aangekomen aan Blokhut Cardon in Vorselaar. Achter de scoutslokalen was geen put te vinden. Nochtans hadden drie studenten, onder wie Dia, daar de hele namiddag en vooravond van de 5de december moeten doorbrengen in een put vol ijskoud water. Rond de put stonden de zeventien leden van studentenclub Reuzegom.


Meer dan zes uur voor de hoofdinspecteur het domein betrad, waren enkele Reuzegommers met de bewusteloze en ernstig onderkoelde Sanda naar het ziekenhuis van Malle gereden. Dat was het gevolg van een uit de hand gelopen ­studentendoop, waarbij de drie ‘schachten’ onder andere levende goudvissen, muizen en een aal moesten opeten.


Paniek

De Reuzegommers gingen ’s avonds nog uit van een goede afloop. ‘Een oplapmiddel en weg’, schreef een clublid in de whatsapp-groep. Toen echter bleek dat Dia het niet zou halen, maakte stoerdoenerij plaats voor paniek. Dat blijkt uit chat­gesprekken die Het Nieuwsblad kon inkijken.


Zo ontdekten de speurders dat de preses en de ‘schachten­temmer’ alle leden opriepen om foto’s en filmpjes van hun gsm te wissen. ‘Ok, filmpjes al verwijderd’, reageert een van hen. Maar die cover-up was niet waterdicht. Speurders ontdekten foto’s die tonen dat Dia al bijna twee uur voor zijn overbrenging naar de spoeddienst laveloos in de gracht lag. En dat hij nog eens 7 uur eerder volgens Reuzegommer Flodder ‘al rijp is voor (de) vuilbak’.


Er is ook een filmpje waarop te zien is hoe een allochtone bedelaar toegezongen wordt, met het liedje Handjes kappen, de Congo is van ons. Een ander filmpje toont hoe ­leden zich ontlasten op een van de schachten in de put. Op de achtergrond hoor je iemand zeggen: ­‘Dees is erover’.


De preses en schachtenmeester beseften diezelfde nacht nog de ernst van de situatie. ‘Op een halfuur is Sanda maf achteruitgegaan. Als hij het ni haalt, gaan Zaadje en ik er gewoon voor opdraaien’, schreef Janker. Er werden orders gegeven om alles op te ruimen, niet alleen in Vorselaar, ook in Leuven waar ­Reuzegom de avond voordien – op 4 december – een zware cantus had gehouden.


De drie schachten werden nadien naar hun kot gedragen. ‘Is dat kot (van Dia) zo ranzig?’, vroeg ­Rafiki in de whatsappgroep. Janker: ‘Ja echt maf gestoord.’ Dus ging een deel van de groep de ochtend na de doop het studentenkot van Dia schoonmaken, voor Dia’s ouders en de politie arriveerden.


‘Muisje in de blender’

De gesprekken die speurders hebben kunnen reconstrueren, wijzen op paniek en een (beginnend) schuldgevoel. Al hield Janker lange tijd vol dat het ‘gewoon een dom accident was’. Een van de schachten die de studentendoop heeft ondergaan, wijst op het tegendeel. ‘Het was gewoon onverantwoord.’ Een ander lid spreekt van ‘een tikkende tijdbom’, na eerdere incidenten met Reuzegom het jaar voordien.


Igean geeft aan dat het ‘echt wel onmenselijk was wat er gebeurd is’. En ook dat Sanda Dia ’s namiddags al ‘een paar keer frontaal hard viel toen hij moest lopen’. Dat gebeurde net voor hij met een collega ‘een muisje in de blender gooide’ om aan de ‘schachtenpap’ toe te voegen. Een ander lid, zonder clubnaam, geeft in chatgesprekken aan ‘dat we toch allemaal maar apen zijn, met dat dopen’.


Geen excuses

In de dagen na Dia’s overlijden verwijderde iedereen zich uit de ­Reuzegom-whatsapp. Plannen om zich in een gezamenlijke excuusbrief te richten aan de familie van de overleden student, werden hen door hun advocaten uit het hoofd gepraat. Op de begrafenis van Dia waren de Reuzegommers niet welkom.


Wat volgt, was anderhalf jaar stilte. De club werd ontbonden, de groep viel uiteen, publieke excuses kwamen er nooit. Een van de leden stelde het in een gesprek met een vriend als volgt: ‘De Reuzz, dat zijn geen vrienden. En allemaal schuilen achter hun advocaten.’



De leden van Reuzegom, poserend voor hun Leuvens stamcafé van destijds, In Den Boule. 


Strafonderzoek ­afgerond

Op 4 september beslist de raadkamer of de ­betrokken leden van Reuzegom voor de strafrechter moeten terechtstaan wegens ‘opzettelijke toediening van schadelijke stoffen, onopzette­lijke doding en onterende behandeling’.


Na de dood van Sanda Dia eind 2018 werd de studentenclub, die al in opspraak was gekomen, meteen ontbonden. De zeventien leden ervan – allen afkomstig uit gegoede milieus – namen bekende advocaten in de arm en bewaarden het stilzwijgen.


Na een initiële schorsing aan de universiteit kregen ze een taakstraf van 30 uur opgelegd. Gewezen vicerector Chantal Van Audenhove legde hen na een ­ondervraging een pedagogische taak op en liet hen een paper schrijven, specifiek over de geschiedenis van dooprituelen. ‘Sommigen gaven bijscholing aan probleemkinderen, anderen participeerden aan vakantie­kampen. In ruil konden ze een schorsing vermijden en kregen ze de kans hun studies voort te zetten’, zegt ze.


Omdat een van de betrokkenen de zoon is van een Antwerpse rechter, verhuisde de strafzaak naar Limburg. De clubleden (bekend onder de aliassen Zaadje, Janker, Placebo, Rustdag, Sondage, Protput, Pronker, Tjernokak, Pamper, Elio, Rafiki, Flodder, Ketter, Shrek, Kletsmajoor, Zozo, Randi, Remorke, Wally, Strontvlieg, Igean en/of Paterberg) riskeren een celstraf. 





Waarom de dood van Sanda Dia ook ons falen is


Wim De Temmerman - De Morgen


Wim De Temmerman is prodecaan KASK & Conservatorium, HoGent.



Het heeft steeds iets aandoenlijks om rond deze tijd ouders matrassen en meubeltjes te zien verhuizen in de straten van Gent, Brussel of Leuven om hun kinderen op kot te installeren. Tegen het optimisme van dat moment, steekt wat we de voorbije weken te weten kwamen over Sanda Dia’s dood schril af. Het onnodige sterven van deze beloftevolle student legt een belangrijke weeffout in onze samenleving bloot.


Uit getuigenissen komt naar voor dat Sanda Dia geen typische kandidaat was voor de elitaire studentenclub waar alles misliep. Zijn vader is arbeider, moslim, ze zijn niet wit en het gezin heeft een migratieachtergrond. Niet het profiel van een zoon van gegoede ouders met invloedrijke posities uit de Vlaamse jetset. Wat deed die jongen daar dan? Hij was geen onwetende student die ergens verzeilde, maar een succesvolle derdejaars. De toetreding was een bewuste keuze. Deze sociale, intelligente, positieve en ambitieuze jongeman was blijkbaar voor zichzelf tot de conclusie gekomen dat gemotiveerd en getalenteerd zijn, hard studeren en excelleren niet volstaan. Je moet ook toegang hebben tot circuits waar gegoede mensen met invloed (doorgaans wit, niet-moslim, niet-allochtoon, geen arbeiders) elkaar kennen en waar kansen worden verdeeld. Dat beloftevolle jongeren, zoals Sanda, in Vlaanderen anno 2020 op basis van wat ze rondom zich zien, deze perceptie hebben, is problematisch.


Het leerplichtonderwijs blijft in onze democratie de grote kansen-herverdeler. Tegelijk weten we dat ons onderwijs structureel de bestaande maatschappelijke gelaagdheid bevestigt. Pierre Bourdieu heeft dat ‘reproduction’ genoemd: het onderwijs reproduceert de bestaande sociale verhoudingen. Het is zo gemaakt dat het vooral waarden en praktijken van midden- en gegoede klassen reflecteert. Waardoor kinderen uit deze maatschappelijke groepen makkelijker succesvol zijn in een parcours dat naar hoger onderwijs leidt, en in de lijn daarvan naar invloedrijkere posities. Als kind uit een arbeidersgezin had Sanda deze drempel met succes genomen, een prestatie die wijst op talent en doorzetting, en op de sterke morele draagkracht van zijn ouders. 


Maar bovenop de reproductie van de sociale verhoudingen via onderwijs, legt onze samenleving een tweede drempel. Binnen netwerken van wie gegoed en invloedrijk zijn, worden kansen verdeeld. Sanda Dia was blijkbaar opmerkzaam genoeg om dat te detecteren. Het is alsof hij vanuit een analyse van hoe ambitie werkt in ons samenleven, in een fatale val liep. Omdat hij, misschien naïef, dacht te kunnen ontsnappen aan een eenvoudige sociale en financiële achtergrond via integratie in een club van zonen van gegoede ouders. Waar hij de dood vond. Gezien zijn atypisch profiel in deze studentenclub, en gezien de getuigenissen die de voorbije dagen naar boven kwamen, stelt zich de vraag of het sadisme en de radicaliteit in de doopsituatie daaraan gerelateerd zijn. Waarom wordt zo’n atypische kandidaat, na enkele maanden passage in de club, met ongeziene agressie en met veel onverschilligheid voor zijn lot, omgebracht? De rechtszaak zal dit moeten ophelderen.


GÊNANTE DEFENSIE

Geheel de situatie wijst op een maatschappelijk falen. Niet een falen van Sanda die had moeten weten dat dit de gevolgen kunnen zijn wanneer je ermee instemt je te laten dopen bij deze club, zoals de KU Leuven-rector durfde te verklaren. Luc Sels viel daarmee terug op een vandaag populair rechts neoliberaal mensbeeld : de student heeft vrij gekozen, wat hem overkomt heeft hij geheel aan zichzelf te wijten en is daarom minder onze zaak. De realiteit is complexer en verantwoordelijkheden liggen genuanceerder. We maken onze keuzes binnen beperkende vrijheidsmarges, die terug te voeren zijn tot de contexten van ons leven en handelen. Sels heeft dit nadien niet meer herhaald, maar schakelde over op nog gênantere defensies door te beginnen over vergeving voor de daders.


Niet Sanda faalde door het maken van een risicovolle keuze. Het is ons falen wanneer een getalenteerde en intelligente jongeman, die alle remmingen overwon die het onderwijssysteem voor hem in zich droeg, toch de indruk krijgt dat zijn professioneel succes zal afhangen van een netwerk van geld en macht, wat hij niet kan inbrengen. Jongeren moeten zien dat talent, werk en goesting volstaan om een bijdrage te leveren aan de samenleving en om succesvol en gelukkig te leven. Was Sanda daarvan overtuigd, dan was hij wellicht niet bij Reuzegom terechtgekomen en behaalde hij nu zijn masterdiploma.





Justice For Sanda: de onderwereld van de bovenwereld


Seppe De Meulder - Solidair



Leden van de Bullingdon Club in 1987, waaronder Boris Johnson en David Cameron

(Foto: Diego Sideburns, Flickr)


Sanda Dia werd gedood tijdens een doop van studentenclub Reuzegom.

Anderhalf jaar na datum kregen de daders van de universiteit enkel 30 uur werkstraf en moesten ze een paper schrijven.

Wat is de rol van elitaire studentenclubs zoals Reuzegom?

Een niet zo fraaie duik in de onderwereld van de bovenwereld.


Reuzegom is een club voor Antwerpse studenten aan de KU Leuven. Om lid te worden van de club moet je rijke ouders hebben, van het mannelijke geslacht zijn en een doopritueel ondergaan. Wat tijdens zo’n doop gebeurt, valt het best samen te vatten als foltering en ontmenselijking. Sanda is een van de jongens die lid wilden worden. In de reportagereeks van Pieter Huyberechts kan je volgen hoe dat verliep. 


Foltering met dood tot gevolg

De eerste dag van zijn doop moet hij hele flessen sterke drank naar binnen gieten. “Het is de bedoeling dat de schachten volledig van de wereld zijn”, legt de praeses uit. Wanneer hij op de grond ligt over te geven, plassen de leden van de club op zijn half bewusteloze lichaam. Vervolgens dragen ze hem naar zijn kot. Daar halen ze alles overhoop, smeren ze de muren vol choco en spuiten ze een bus ketchup leeg. Alle kranen waren voordien al hermetisch dicht geplakt zodat hij ‘s nachts geen water kan drinken.


De doop speelt zich af in het midden van de winter. Maar de volgende dag moet Sanda urenlang halfnaakt opdrachten uitvoeren in een met water gevulde put. Sanda vangt een aal die in de put zwemt en bijt de kop eraf, slikt een goudvis in en drinkt liters visolie. Op een filmpje is te zien hoe de leden van de club kakken op de jongens in de put, letterlijk.


Terwijl Sanda al eventjes buiten bewustzijn is, gaat men wat verderop in de keuken rustig verder met het door de blender halen van een muisje. Pas uren later zien ze dan toch af van het voorziene avondritueel van twee uur naakt alleen in een bos liggen en de afsluitende ceremonie. Wanneer ze Sanda naar het ziekenhuis brengen is hij volledig onderkoeld, bloedt hij uit zijn neus en mond en heeft hij een extreem hoog zoutgehalte in zijn bloed. Hij sterft in het ziekenhuis.


“Oh neen, Zaadje en ik gaan hiervoor opdraaien”, stuurt clublid met als bijnaam ‘Janker’ in hun gezamenlijke Whatsapp-groep. Vervolgens proberen ze zo snel mogelijk alle sporen uit te wissen. Maar speurders konden nog verschillende stukken uit de Whatsappgesprekken terugvinden. Daaronder ook een filmpje waarop een bedelaar wordt toegezonden met het liedje ‘handjes kappen, de Congo is van ons’.


Wie deelnam aan de marteling van Sanda met dood tot gevolg kreeg van de KU Leuven 30 uur werkstraf. Dat is even lang als ik verkeersles moest volgen omdat ik ooit een rood licht had genegeerd. Reuzegom hield op te bestaan en de meeste sporen zijn verdwenen. Maar een beetje speurwerk op Google leert dat een van de leden tot op de dag van vandaag als assistent werkt voor de KU Leuven, bestuurslid is van Jong N-VA en stage loopt in het Europees parlement. Detail: de jongen in kwestie blijkt van adel te zijn.


Geld verbranden voor een zwerver

Het verhaal van Sanda deed mijn maag meermaals omkeren. Als we de slechte tv series mogen geloven, zijn het de armen en de migranten, dan is het het klootjesvolk dat marginaal gedrag vertoont. Het maatschappijbeeld dat zegt dat je bij de pussy kan grijpen wie je wil en je zelf sterker wordt door anderen te vernederen en te vertrappelen, is in werkelijkheid het maatschappijbeeld van de conservatieve elite.


Want het verhaal van Reuzegom is geen alleenstaand geval. Aan de prestigieuze universiteit van Oxford bestond bijvoorbeeld voor lange tijd de Bullingdon Club. Voormalige leden van deze studentenclub zijn onder andere de huidige eerste minister Boris Johnson, voormalig eerste minister David Cameron en voormalig minister van Financiën George Osborne, niet toevallig alle drie lid van de Conservatieve Partij.


Naast conservatieve politici zijn ook veel bedrijfsleiders ex-leden van de club, bijvoorbeeld Darius Guppy, bekend omwille van het oplichten van de verzekering. Verder vinden we onder de voormalige leden ook heel wat mensen uit de adel, journalisten en figuren uit de culturele wereld.


Lid van de club word je niet zomaar. Ze hebben geen site waarop je jezelf kan inschrijven. Je moet worden gekozen. “Het verkiezingsritueel”, vertelt David Cameron openhartig, "bestaat eruit dat je midden in de nacht wakker wordt gemaakt door een groep extreem baldadige mannen die je kamer ondersteboven keren.”


Hij herinnert zich, zo vertelt Cameron verder, dat er iemand op een poot van zijn omgekeerde tafel stond en met een golfclub de flessen kapot sloeg die naar hem werden gegooid. Welkom bij de elite. Wij kloppen alles kapot, gewoon omdat het kan. Maar wel met een golfclub, we zijn tenslotte verfijnd.


Lid van de Bullingdon Club word je alleen als je geld hebt, veel geld. Het uniform dat je hoort aan te schaffen, bestaande uit een te lange jas met fluwelen kraag, een vestje en een hemelsblauwe stropdas, kost ongeveer 3.500 pond. Om er helemaal bij te horen moet je nadat je kamer naar de vaantjes is geslagen en je waanzinnig veel geld hebt betaald aan een hopeloos ouderwets hoopje kleren nog een doopritueel ondergaan.


Volgens een van de ex-leden van de club bestond een van de opdrachten in dat ritueel erin om 50 pond te verbranden voor de ogen van een bedelaar. Studenten die zich voorbereiden om leidende posities in de maatschappij op te nemen, worden zo geïntroduceerd in een cultuur waarin alles draait rond geld en macht.


De voornaamste gekende activiteit van de club is het organiseren van etentjes. Andrew Gimson, auteur van de biografie van Boris Johnson, schrijft daarover: “Ik denk niet dat zo’n avond ooit eindigde zonder dat een volledig restaurant werd vernield, waarna de volledige schade werd vergoed, heel vaak cash.”


De verhalen over de Bullingdon Club spreken zo tot de verbeelding dat er ook een film over werd gemaakt: ‘The Riot Club’. De film is fictie, gebaseerd op waargebeurde feiten, maar geeft heel goed weer hoe jongens uit de upper class onder invloed van veel alcohol kunnen worden meegezogen in een toxische groepsdynamiek die hun aangeboren empathie afbreekt. Eigenlijk misbruikt men de drang om ergens bij te horen en iets te betekenen.


Het wereldbeeld van de conservatieve elite

Terug naar eigen land. Het is 9 december 2019. Aan de universiteit van Gent vindt een lezing plaats georganiseerd door het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). Aan het woord is een zekere Jeff Hoeyberghs. “Vrouwen”, zo klinkt het “willen wel de privileges van de mannelijke bescherming en geld, maar ze willen wel hun benen niet meer opendoen.” ( Deel 1 - Deel 2 )


Zelf is meneer Hoeyberghs wellicht een gefrustreerde man die graag de controverse op zoekt. Hij werd naar het schijnt tot tweemaal toe achtergelaten door zijn vrouw. Dat zal geen leuke ervaring geweest zijn, al kan ik de vrouwen in kwestie moeilijk ongelijk geven.


Toch loont het de moeite de volledige toespraak, die nog te zien is op youtube, te bekijken. Je moet het zien om het te geloven. Totale waanzin. Seksisme, racisme, elitarisme, klimaatontkenning, promotie van alcoholisme, pure haat, totale anti-wetenschap, enzovoort. Autoritair gebracht en beloond met applaus. Nu ja, geklop op de banken, want dat is hoe men bij het KVHV applaudisseert.


De dopen van het KVHV gaan er niet zo aan toe als bij Reuzegom of de Bullingdon Club. Ik wil op geen enkele manier de indruk wekken dat het KVHV ook maar iets met de dood van Sanda te maken zou hebben. Dat is niet zo. Maar de functie van het verbond is grosso modo hetzelfde als de functie die de Bullingdon Club vervult. Het KVHV is de kweekvijver voor het conservatieve Vlaamse establishment waar onder andere Bart De Wever, havenbaron Fernand Huts en Dries Van Langenhove uit voortkomen. Leden van het KVHV krijgen een petje en een lintje en samen met veel bier een hiërarchisch geordende maatschappijvisie ingegoten. Minister-president Jan Jambon is ook lid, want lid van het verbond blijf je voor het leven.


Dat de leden het establishment nauwe banden en een geheel eigen subcultuur onderhouden, stopt niet na de studententijd. In zijn boek ‘The State in Capitalist Society’ wijst de Britse marxist Ralph Miliband er - op basis van een uitgebreide studie - op de samenhang tussen de politieke en economische elite die naar dezelfde scholen gaat, dezelfde salons bezoekt en dezelfde belangen verdedigt. Je zou het de onderwereld van de bovenwereld kunnen noemen. 


Een van de grote mythes die ons wordt verteld, is dat het volk van nature met vooroordelen kampt of een beetje dom is en het dus aan de intellectuele elite is om haar op te voeden. In realiteit is het precies andersom. Racisme, seksisme en een achterlijke maatschappijvisie ontwikkelen zich eerst in dit soort van sektaire verbondschappen alvorens men ze tracht ingang te doen vinden bij de bevolking.


Die jongens van Reuzegom een ernstige straf geven en eindelijk een einde maken aan de achterlijke traditie van vernederende dopen lijken me twee belangrijke eerste stappen om een signaal te geven dat het Vlaamse establishment haar canon van reactionaire waarden en normen in haar hol kan steken. We weten namelijk uit de geschiedenis wat er kan gebeuren als we die wel zomaar ingang laten vinden.


Jeff Hoeyberghs - Deel 1

Jeff Hoeyberghs - Deel 2





Luc Sels


Nee, de KU Leuven is niet laks geweest


Luc Sels - De Standaard



In maart 2019 ondertekenden alle clubs het doopcharter, dat onder meer vernedering en geweld moet voorkomen.

Foto - Bas Bogaerts


Luc Sels begrijpt veel van de reacties die volgden op de reconstructie van de fatale studentendoop.

Maar dat mensen de KU Leuven op basis van nieuwe informatie met de vinger wijzen, valt hem zwaar.


Mijn mailbox loopt vol met reacties op de reconstructie van de weerzinwekkende Reuzegomdoop en de fatale gevolgen ervan voor Sanda Dia (DS 26 juli). In diverse opiniestukken en op sociale media lees ik ook veel onbegrip en woede over de manier waarop de KU Leuven is omgegaan met tucht en sancties. Ik kan dat begrijpen. Maar om de beslissingen van de universiteit goed te vatten, moet je ook rekening houden met de context. Die context breng ik graag onder de aandacht. Niet als rechtvaardiging voor genomen beslissingen, wel om iedereen toe te laten met meer informatie te wikken en wegen.


Activiteiten zoals die van Reuzegom zijn op geen enkele manier te verzoenen met waar de KU Leuven voor staat. Ze zijn ontoelaatbaar. Clubs, zoals Reuzegom er een was, hebben overigens geen enkele band met de KU Leuven. Ze zijn niet erkend door de universiteit. Dat willen ze ook niet. Want erkenning komt met toezicht en controle, ook op dooprituelen. Om die reden trokken ze ook ver weg uit Leuven. Al in september 2017 hebben we gesprekken opgestart met de clubs, om hen te overtuigen het charter dat een veilig kader creëert voor dopen te ondertekenen. Dovemansgesprekken.


Dialoog, geen repressie

Na de dood van Sanda Dia heb ik beslist de druk hoog te houden. Wat in de 25 jaar voordien niet gelukt was, ondanks herhaalde pogingen van mijn voorgangers, is in maart 2019 wel geland: alle clubs ondertekenden het doopcharter. Waarom beklemtoon ik dat zo? Iedereen focust vandaag op bestraffing van de daden van de Reuzegomleden, terwijl wij in december 2018 in eerste instantie wilden voorkomen dat zulke daden zich zouden herhalen.


Dat vroeg inderdaad om dialoog met de clubs in plaats van repressie. Met die aanpak ben ik ook vandaag nog altijd in het reine. Sanda Dia terughalen was niet mogelijk. Beletten dat meer Sanda’s zouden volgen, was mijn eerste zorg. Wie de universiteit laks noemt, schat het belang daarvan fout in.


Racisme?

De sancties voor de Reuzegomleden dan. Wat lezen we in de soms erg scherpe opiniestukken? Velen nemen alles wat gelekt is voor waar aan zonder het strafproces af te wachten. Velen zijn er zeker van dat alle zeventien studenten even schuldig zijn en plaatsen zich zo boven de rechterlijke macht. Velen verwijten ons laksheid en zelfs (impliciet) racisme, zonder veel interesse te tonen in wat onze situatie echt was en is. Zonder ook maar even stil te staan bij de basisregels van een gerechtelijk onderzoek.


De KU Leuven heeft geen politionele bevoegdheid, kan geen onderzoeksdaden stellen zoals het gerecht dat kan en moest snel schakelen na de gebeurtenissen. Wij hebben onze tuchtsancties enkele maanden na de feiten uitgesproken. Het gerechtelijk onderzoek daarentegen loopt intussen anderhalf jaar. Vanzelfsprekend brengt dat tal van nieuwe elementen aan de oppervlakte die wij, beperkt door onze bevoegdheden, onmogelijk konden kennen.


Sporen uitgewist

Neen, wij wisten niet of iedereen even schuldig was en we hadden ook niet de onderzoeksmiddelen om daar op een solide manier achter te komen. Neen, we wisten niet dat de sporen uitgewist werden in het verre bos en op Sanda’s kot. Neen, we zijn niet ter plaatse gaan kijken, omdat we dan een crime scene zouden verstoren. Ja, wij hebben ons gehouden aan de regels van het gerechtelijk onderzoek, zonder ook maar één keer tussen te komen en zo het onderzoek in gevaar te brengen. Hadden we in die omstandigheden alle studenten zonder onderscheid meteen weggestuurd, dan hadden we ongetwijfeld een grote fout gemaakt met gevolgen voor een normale rechtsgang.


Wat we wél met zekerheid wisten, is dat alle betrokkenen – ook zij die gedoopt werden – akkoord waren gegaan met een doopritueel dat de menselijke waardigheid schendt. Op basis van die zekerheid hebben alle betrokkenen de straf gekregen die ieder van hen ook zou gekregen hebben als de gevolgen niet fataal waren geweest. In het volle bewustzijn dat op dat moment het gerecht al aan de slag was, met alle middelen die het ter beschikking staan en die de KU Leuven niet heeft. Met een strafonderzoek dat individuele verantwoordelijkheden kan vaststellen zoals het hoort. En dat zo nodig ook ons toelaat te doen wat we moeten doen.


Ik ben het als mens en vader eens met veel reacties die geuit worden door mensen die zich geschokt voelen door wat er gebeurd is. Ze voeren me terug naar het diepe verdriet van de familie en vrienden van Sanda. Dit is en blijft zonder meer de zwartste pagina uit het boek van drie jaar rectoraat.


Maar dat de KU Leuven met de vinger wordt gewezen voor een beslissing van zestien maanden geleden op basis van informatie van vandaag, dat valt me zwaar. Ik roep op om het gerecht zijn werk te laten afronden en rechters niet te proberen te beïnvloeden in deze of gene richting. Wat de universiteit al anderhalf jaar doet, is geen laksheid. Het is de enige weg die er misschien toe kan leiden dat justice for Sanda volgt.






Sihame El Kaouakibi


Sanda Dia


Sihame El Kaouakibi



Sanda Dia.


Dat is de naam van de jongeman die tijdens een studentendoop urenlang werd gefolterd en aan zijn lot werd overgelaten. Met de dood als gevolg. Toen ik de reconstructie in de krant las, kon ik mijn ogen niet geloven. Ik heb er sindsdien elke dag aan gedacht. Ik kan het niet vatten dat jongeren, waaronder toekomstige dokters, bedrijfsleiders en ingenieurs, tot zoiets afschuwelijk in staat waren. Dat niemand van hen de reflex had om de hulpdiensten te contacteren op het moment dat Sanda er levenloos bij lag. Ondanks alle signalen werd de doop verdergezet.


Ondertussen grepen verschillende opiniemakers naar hun pen om onze gedachten en gevoelens verwoorden. Dankjewel om ons gevoel van onbegrip, afschuw, boosheid, droefheid en onrechtvaardigheid onder woorden te brengen. We hebben deze woorden van verdriet allemaal gedeeld. Terecht. Alleen hoop ik dat het niet bij woorden blijft. Ik hoop met velen dat zijn dood niet ongestraft blijft. Ik hoop dat alle universiteiten en hogescholen hun verantwoordelijkheid nemen en ook stappen ondernemen t.o.v daders en medeplichtigen bij dit soort toestanden. Ik hoop dat op basis van deze nieuwe informatie een duidelijk signaal de wereld wordt ingestuurd en nieuwe stappen gezet kunnen worden.


Ik hoop dat studentenverenigingen zulke absurde dooprituelen in het verleden laten.


Nogmaals mijn medeleven en steun aan de familie en vrienden van Sanda Dia.





Vrienden van Sanda


Studentendoop

‘Wij willen geen heksenjacht, maar wel gerechtigheid voor Sanda’


Marc Klifman - De Standaard



Tim, Lucas, Robrecht, Julie, Olivier, Ferre en Maxim: de échte vrienden van Sanda Dia.  

Foto - Kris Van Exel


‘Er bestond geen betere vriend dan hij. We missen zijn babbels, zijn lach en zijn eeuwige optimisme.’

Nu het parket achttien leden van studentenclub Reuzegom voor de strafrechter wil brengen,

hopen zeven vrienden van Sanda Dia op gerechtigheid.



Op de begrafenis van Sanda Dia (20) sprak zijn vader deze woorden: ‘Sanda en zijn échte vrienden zijn een voorbeeld voor onze samen­leving.’ Die échte vrienden zijn niet de leden van de studentenclub Reuzegom, die door het gerecht worden vervolgd voor de fatale studentendoop in 2018, waar Sanda Dia het leven liet. Wel een groep sympathieke studenten met de wereld aan hun voeten, maar met een kras op hun ziel, omdat hun beste kameraad Sanda er niet meer bij is. Na de reconstructie van de laatste uren van Sanda Dia, vorige week in Het Nieuwsblad, lanceerden ze de hashtag #justiceforsanda in de hoop dat er gerechtigheid komt.


‘Kort na zijn dood speelden we al met het idee om iets te doen voor Sanda. Maar toen hadden we het gevoel dat we niet gehoord werden. Men liet uitschijnen dat zijn dood “een stom ongeluk” was. Maar als je nu in die reconstructie van zijn laatste uren leest hoe erg het allemaal was … Iedereen is er kotsmisselijk van. Sommigen van ons kregen het artikel niet eens uitgelezen.’ (DS 25 juli)


Aan het woord zijn Robrecht, Lucas, Tim, Maxim, Ferre, Olivier en Julie. Allemaal 22 jaar oud en student. Allemaal jeugdvrienden van de Edegemse ingenieursstudent Sanda Dia (20). We zitten in de tuin bij Lucas en zijn zus Julie in Mortsel. Op corona-afstand, mondmasker aan. Al zit de vriendenbende eigenlijk al enkele dagen in één en dezelfde bubbel, sinds ze vorig weekend op Instagram de hashtag #justiceforsanda lanceerden.


Diepe gesprekken

Op de profielfoto van hun kameraad Sanda straalt de jonge student zoals ze hem gekend hebben: lachend en één brok positiviteit. ‘“Alles komt goed”, zei Sanda altijd. Dat was echt zijn levensmotto’, zegt Julie, die twee jaar Sanda’s lief was. ‘Toen het tussen ons uit was, hoorde ik hem misschien iets minder. Maar ik wist dat ik altijd op hem kon terugvallen. Iedereen zegt dat trouwens, ook mijn vriendinnen. Sanda luisterde altijd. Je kon diepe gesprekken met hem voeren.’


Hun beeld van Sanda Dia op Instagram werd intussen bijna 45.000 keer geliket en ging viraal op sociale media. ‘We zijn heel blij dat er een beetje een beweging op gang is gekomen’, zegt Lucas, die samen met Dia in Leuven dezelfde studie deed en elke dag met hem op kot doorbracht. ‘Voor alle duidelijkheid: met #justiceforsanda willen wij geen heksenjacht op die gasten van Reuzegom maken. Wij willen alleen dat er gerechtigheid komt en dat er rekenschap wordt afgelegd voor wat daar allemaal met Sanda gebeurd is. Iedereen moet ook weten dat er geen betere vriend dan Sanda bestond. Zo maken ze er geen twee.’


Connecties maken

Het is een constante in de verhalen van zijn kameraden. Sanda was voor elk van hen een beste vriend. Iemand met wie je over problemen kon praten. ‘Zonder dat hij een oordeel zou vellen’, klinkt het unaniem. Robrecht: ‘Je kon er geen vijand mee zijn. Iedereen had op een of andere manier wel raakvlakken met hem. Zijn humor, optimisme, ambities, intelligentie ... Sanda had alles om het ver te brengen.’


Als iemand van de vrienden het soms lastig had, was er altijd Sanda die erop wees dat er geen reden tot zorgen waren. Want ze hadden het goed, benadrukte hij altijd. Ze gingen naar een goeie school, hadden alles wat ze wilden, en hadden vooral elkaar. ‘Sanda liet altijd zien dat er kansen waren voor iedereen’, zegt Ferre, die hem sinds de kleuterklas kende en altijd bij hem om de hoek woonde. ‘Hijzelf liet ook nooit uitschijnen dat hij minder kansen had. Hij voelde zich nooit achtergesteld. “Ik raak waar ik wil, als ik er voor werk”, zei hij dan.’


Sanda Dia heeft tegenover zijn jeugdvrienden – van wie slechts enkelen in Leuven gingen studeren – nooit veel gezegd over de reden waarom hij zich had aangesloten bij de studentenvereniging Reuzegom. Zijn makkers thuis wisten wel dat ‘die mannen een reputatie hadden’. In Leuven stonden ze bekend voor hun extreme dooprituelen en balorigheid. Ze kwamen al in opspraak omdat ze GAS-boetes verzamelden als trofeeën, omdat er huisdieren werden geslacht en omdat ze de dooprichtlijnen weigerden te aanvaarden.



De foto van Sanda Dia op zijn doodsprentje.


‘Sanda zat nog niet zo lang bij hen’, zegt Ferre. ‘Hij zat in zijn derde jaar ingenieursstudies en zou volgend jaar afstuderen. Maar bij Reuzegom is hij hoogstens een halfjaar geweest. Zijn vader had daar nooit achter gestaan, mocht hij geweten hebben dat Sanda lid wilde worden.’


Lucas: ‘Wij snapten inderdaad niet zo goed waarom hij bij Reuzegom ging, want Sanda paste daar eigenlijk niet bij. Hij was totaal niet iemand die zijn ego of status op de eerste plaats zou zetten. Sanda was net iemand die zichzelf zou wegcijferen voor anderen.’


Robrecht: ‘Volgens mij is hij bij Reuzegom gegaan om connecties te maken voor later. Hij wist dat er in die groep mensen zaten die zeer welgesteld zijn en het sowieso ver gaan schoppen (een van hen is de zoon van een Antwerpse rechter, red.).’


Lucas: ‘Hij zei altijd tegen zijn papa: “Maak je geen zorgen. Ik ga er alles aan doen om het ver te schoppen.” Hij heeft altijd geknokt om iets te bereiken. Ik denk niet dat hij bij Reuzegom op zoek was naar vrienden. Hij dacht wellicht dat het later deuren zou openen.’


‘Waanzin’

Het contrast tussen de jeugdvrienden van Sanda Dia thuis in Mortsel en de foto die circuleert van de ­leden van de studentenclub Reuzegom in maatpak kan niet groter zijn. Sympathieke, doodgewone studenten die in het weekend graag een pintje verzetten tegenover studentenclubleden die hun schachten anderhalve fles gin, dezelfde hoeveelheid visolie en nog wat glazen bier verplicht naar binnen laten kappen. En daarna nog een levende goudvis laten inslikken en hen urenlang in ijskoud water dwingen te zitten.


‘Het kan er bij ons gewoon niet in dat ze zo ver zijn gegaan’, zegt Robrecht. ‘Als je zo’n ritueel ziet … Bij ieder normaal mens draait de maag dan toch om? Hun drang om een medemens te helpen, was volledig afwezig. Ook wij gaan uit en hebben soms een zatte avond. Maar twee flessen gin? Hoe kan je als geneeskundestudent niet zien dat zoiets fout kan gaan?’


Olivier: ‘Het is jammer dat Sanda niet meer bij zinnen was. Na die eerste avond is hij geen moment meer helder geweest. Toen lieten ze hem nog half bewusteloos toertjes lopen. Hij kon gewoon niet meer nadenken.’


Op sociale media werd de voorbije week gesuggereerd dat Sanda Dia zijn lot moest ondergaan vanwege zijn huidskleur. Maar zijn vrienden willen niet van een rassenkwestie spreken. ‘Wij durven niet te denken dat het om racisme gaat, want anders zou het nog tien keer erger zijn’, zeggen ze.


Tim: ‘Iedereen die naar Sanda keek, keek naar zijn persoonlijkheid. Niet naar zijn kleur. Niemand stond daar bij stil. Ook Sanda zelf niet.’


Afscheidscadeau

Lucas: ‘Zelfs al was het allemaal goed afgelopen, dan had Sanda nooit meer van die groep deel uit willen maken. Sanda was nooit degene die dronken thuis gebracht moest worden. Hij was net degene die de anderen in bed stak. Ik kan uit ervaring spreken.’


De groep lacht. Dat kunnen ze gelukkig nog. Ze zwanzen met elkaar en verbijten soms samen de tranen. ‘Vroeger waren wij eigenlijk twee verschillende vriendenbendes’, zegt Robrecht. ‘Door wat er allemaal gebeurd is, is die brug daartussen weggevallen. Dat is misschien het enige mooie aan heel deze situatie. Wij zien dat als het afscheidscadeau van Sanda.’


De kameraden vinden dat de KU Leuven te mak heeft opgetreden tegen de studenten van Reuzegom. ‘Hun eerste straf stelde niets voor en ook nu wachten ze 4 september af (wanneer het dossier voor de raadkamer komt, red.)’, zegt Lucas. ‘Terwijl sommigen van die leden intussen al met een diploma zijn afgestudeerd en aan het werk zijn. Een paar weken na de dood van Sanda kwam ik sommigen van hen tegen in Leuven. Ook tijdens het uitgaan. Het leek bij hen alsof er niets gebeurd was. Ik heb het er moeilijk mee dat zij verder mochten studeren.’


Over het gerechtelijke onderzoek willen de jongeren zich minder uitspreken. Uit sereniteit. ‘We laten dat aan het gerecht over. Het enige wat we hopen, is dat de zaak niet in de doofpot komt, maar juist en eerlijk verloopt. Objectief gezien zit je met achttien leden van Reuzegom die een prima financiële achtergrond hebben, met goede advocaten. Wij willen dat er een gelijke strijd is. En dat Sanda niet vergeten wordt. Over straffen spreken wij ons niet uit. Dat is ook niet aan ons. Als de zaak eerlijk verloopt, zijn we ervan overtuigd dat er ook juiste straffen zullen komen.’




Sven Mary verdedigt vader van Sanda Dia 


 ‘Ik ga die studenten gek maken’


Douglas De Coninck - De Morgen



Elisa Van Bocxlaer en Sven Mary zijn burgerlijke partij in de zaak-Sanda Dia, de student die stierf bij een doop.

‘Daar is gefolterd, en dat gaan we ook beargumenteren in de rechtbank.’Foto © Stefaan Temmerman


‘Ik zeg je: je geraakt makkelijker aan een lijst van geheime agenten bij de Stasi dan aan een ledenlijst van Reuzegom.

Dit is de Vlaamse elite, en men sluit de rangen.’

Advocaten Sven Mary en Elisa Van Bocxlaer vertegenwoordigen de vader van Sanda Dia, die omkwam bij een ‘studentendoop’.


In zijn achtertuin steekt Sven Mary een sigaret op. Hij lijkt er zijn kwaadheid mee te willen temperen: “Op iemands gezicht pissen. Op iemands gezicht kakken. Hallo! Dit is leuk, of wat?”


“Men heeft het de hele tijd over de KU Leuven die de Reuzegommers een taakstraf heeft gegeven. Zal ik je vertellen hoeveel studenten die taakstraf hebben moeten uitvoeren? Volgens ons drie. Jawel drie, voor zover wij uit het dossier kunnen opmaken. En een van die drie was dan ook nog eens een van de twee schachten die die avond hetzelfde heeft ondergaan als Sanda."


“Er waren achttien Reuzegommers aanwezig op die doop, maar enkel die paar moesten een paper schrijven. En dan zegt de universiteit: ‘Wij konden verder niks doen.’ Wát, je kon niks doen?! Jawel, je kon iets doen: je had je als universiteit burgerlijke partij kunnen stellen en het strafrechtelijk onderzoek zo mee op de voet blijven volgen. Vandaag zeggen zij: wij wisten dit niet. Ik zeg: ja maar, je hebt ook geen enkele moeite gedaan om er iets over te weten te komen. Als je niks weet, geef dan ook geen taakstraffen, zou ik denken.”


Advocaten Sven Mary en Elisa Van Bocxlaer vertegenwoordigen samen met Stijn Butenaers en Sven De Baere de vader en enkele andere naasten van de 20-jarige Sanda Dia, een jongen van Mauritaanse afkomst die op 5 december 2018 om het leven kwam tijdens een zogenaamd doopritueel van de Antwerpse studentenclub Reuzegom.


Dit is een beetje lastig te snappen: wat heeft zo’n jongen te zoeken bij zo’n ranzig clubje?

Van Bocxlaer: “Sanda had er zelf helemaal geen behoefte aan om lid van te worden van Reuzegom. Hij was de eerste van zijn familie die kon studeren. ‘Ik ga er geraken’, zei hij altijd. Hij zag die studentenclub als een vorm van networking. Hij is er ook pas bij gegaan in zijn derde jaar burgerlijk ingenieur. Hij ging die jongens later in zijn leven nodig hebben, dacht hij. Het was een vorm van zich lostrekken van zijn eigen milieu. Hij wou zijn kansen op een goede toekomst vergroten.”


Mary: “De vader is een arbeider, die staat aan de lopende band bij DAF. Die heeft gewerkt als een paard om de studies van zijn jongen te betalen.”


Van Bocxlaer: “Zijn broer ook, trouwens. Die mensen zijn gebroken. Zijn vader noemt Sanda nog altijd mon meilleur ami. Zijn beste vriend.”


Mary: “Hij spreekt Frans, en hij zei me: ‘Vous savez, maître. J’ai fait confiance à l’université de Louvain.’ Maar, zei hij, het enige wat hij terugkreeg was een dode zoon. Hij zei ook dat hij tot voor Sanda erover begon nog nooit had gehoord van networking. En ook niet kon snappen waar networking nuttig voor zou kunnen. Die man zit je dat te vertellen en opeens valt er een bedrukkende stilte in die kamer. Echt, ik heb de afgelopen vijfentwintig jaar de grootste smeerlapperij van de wereld meegemaakt, maar dit... Dit is vuiligheid.”


Het parket van Hasselt vraagt de doorverwijzing van achttien leden van Reuzegom naar de correctionele rechtbank. Geeft dat voldoening?

Mary: “Ik stel me vragen bij de kwalificatie ‘slagen en verwondingen zonder het oogmerk te doden’. Als je dit dossier leest – en in één keer doorlezen, dat lukt je gewoon niet – dan vraag je je af: is dit geen schoolvoorbeeld van foltering? Daar is gefolterd, en dat gaan we ook beargumenteren in de rechtbank. Ik maak uit het dossier ook op dat onze zogenaamde ‘potentiële Vlaamse elite’ voor de zogenaamde doop meer dan vijf gram weed heeft besteld. Nochtans zie ik geen vervolging voor bezit van verdovende middelen in groep.”


Van Bocxlaer: “Gelukkig was er die Whatsapp-conversatie.”


Mary: “Ja, want dit is onwaarschijnlijk, de opkuis. Zowel in die blokhut in Vorselaar als in het kot van Sanda in Leuven is niet zomaar een beetje opgeruimd. Dat was daar klinisch proper. De politie moest daar gaan kijken. Huh, sporen van een doop? Niets te zien, alles was vakkundig weggepoetst. Dit is het verschrikkelijke aan dit dossier: wat er tijdens die doop is gebeurd, en vooral daarna. Hoe bij die ouders elke vorm van schuldinzicht en waardigheid afwezig is.”


Het waren de ouders die enkele studenten ervan weerhielden excuses aan te bieden omdat hun advocaten daar dan een bekentenis in zagen?

Mary: “Ik hoor mensen de hele tijd zeggen van: ‘Goh, ik kon dat artikel niet in één keer uitlezen.’ Die mensen mogen zich gelukkig prijzen, want ze hebben enkel een artikel gelezen. Niet het dossier. Op een gegeven moment gaan we in de rechtszaal tot openbaarheid komen. En we gaan zien of de rangen, onder die studenten, nog altijd zo gesloten gaan blijven. Ik ga ze tegen elkaar opzetten. Ik ga ze gek maken. Dat beloof ik nu. Mijn twee voornaamste getuigen, straks op het proces, zijn de twee andere schachten. Zij stonden naast Sanda. Ze hebben hem zien liggen, ze hebben hem zien creperen. Hen ga ik uitnodigen om hun uitleg te doen.”


Reuzegom was niet altijd zo’n groep malloten. Blijkbaar is het pas de laatste tien jaar zo geworden.

Mary: “Ik hoor in deze zaak de hele tijd spreken over ‘Uno’. Blijkbaar was Uno een legendarische leider die van hun dooprituelen iets ziekelijks heeft gemaakt, iets gestoords. Het komt de hele tijd terug: ‘Een doop zoals in de tijd van Uno.’ Hij moet voor die gasten een soort Charles Manson zijn geweest. Dan vraag je je af: kunnen we de echte naam van Uno kennen? Reuzegom bestaat sinds 1946. De club heeft meer dan zeventig jaar bestaan. Wij hebben als bijkomende onderzoeksdaad gevraagd naar een ledenlijst van Reuzegom door de jaren heen. Wie is daar allemaal bij geweest? Zouden wij dat mogen weten? En wie is Uno? Wel, ik zeg je: je geraakt makkelijker aan een lijst van geheime agenten bij de Stasi dan aan een ledenlijst van Reuzegom. Dit is de Vlaamse elite, en men sluit de rangen.”


Van Bocxlaer: “Telkens als je een van die verdachten opzoekt op Linkedin of zo, is het: page not found. De hele tijd.”


Mary: “Iedereen is pagina’s aan het verwijderen. Wij horen sinds afgelopen week ook andere dingen. Zo valt het mij op dat dit een exclusief mannelijk clubje is. Wij vernemen dat de dood van Sanda een zoveelste incident op rij is. Je hoort verhalen over losse handjes van sommigen op fuiven, over feestjes waar meisjes slechts worden toegelaten op voorwaarde dat ze zich kleden als prostituee. Ik ga niet zeggen dat ik veel respect heb voor Schild & Vrienden, maar vergeleken bij deze jongens zijn dat koorknaapjes. Vanwaar die adoratie voor bepaalde mensen?”



Mary en Van Bocxlaer: 'Verschrikkelijke hoe bij die ouders elke vorm van schuldinzicht en waardigheid afwezig is.

'Foto © Stefaan Temmerman


U bedoelt Hitler, die door schachtentemmer Alexander G. ‘onze goede vriend’ werd genoemd?

Mary: “Voor dit dossier is er maar één woord. En als je het uitspreekt, ga je intuïtief meteen op zoek naar de overtreffende trap. Het woord is walging.”


Het onderzoek is op een gegeven moment overgeheveld van Turnhout naar Hasselt.

Van Bocxlaer: “De moeder van een van de verdachten is rechter in Antwerpen.”


Mary: “Als er iemand in dit dossier alles heeft gedaan om de waarheid te achterhalen, dan waren het wel de speurders in Turnhout. Maar goed, het dossier verhuist dan naar Hasselt, omdat er anders een schijn van partijdigheid zou kunnen worden gewekt. Want als er beroep wordt aangetekend, komt de zaak voor het Antwerpse hof van beroep. Maar als er na Hasselt beroep wordt aangetekend, zitten we ook bij het Antwerpse hof van beroep.”


Van Bocxlaer: “Van zodra het dossier in Hasselt zat, hebben wij op al onze pertinente vragen een negatief antwoord gekregen. Terwijl je toch zou denken dat iedereen in deze zaak graag een eerlijk proces zou willen. Hoe kunnen wij, bij wijze van spreken, nagaan of de persoon die aan het eind moet oordelen zelf niet ooit is gedoopt bij Reuzegom? We hebben die informatie nu gewoon niet.”



De familie van Sanda Dia (20) heeft de Brusselse strafpleiter Sven Mary ingeschakeld. In de rechtszaal komen ze immers tegenover het bataljon toppleiters van de 18 Reuzegommers te staan. ‘Je mag niet vergeten dat dit dossier al is weggenomen van de Antwerpse rechtbank omdat één van de 18 de zoon is van een Antwerpse magistraat.’


Ook Sven Mary heeft vorige week de reconstructie gelezen in de krant, waar onthuld werd hoe de 18 leden van een studentenclub Sanda Dia in een ijskoude put duwden, en hem op een mensonterende manier mishandelden tot hij stierf. 


‘Je kon die artikels niet in één keer uitlezen’, zegt Mary. Hij kon ondertussen ook het strafdossier inkijken. ‘Ik heb er maar één woord voor: het is walgelijk. Niet alleen wat ze daar uitspookten, maar ook hun houding achteraf. Alle rangen zijn meteen meticuleus gesloten. Door de studenten die erbij waren, maar ook door de familieleden van die mannen. Elk schuldinzicht is bij die mensen volledig afwezig.’
‘Men heeft veel over Dries Van Langenhove en zijn “Schild en Vrienden” gesproken, maar in vergelijking met dit clubje zijn dat maar koorknapen.’


‘Familie wil de waarheid’

Na de doop probeerden de Reuzegommers nog snel alle sporen uit te wissen van wat er gebeurd was. Toen ze vervolgens toch ontmaskerd werden, namen ze één voor één een bekende strafpleiter onder de arm, en dekten ze zich in.  


De vader van Sanda Dia en zijn vriendin, en de broer van Sanda en diens echtgenote, schakelen nu op hun beurt Mary in. ‘Die familie wil maar één ding, en dat is de waarheid kennen’, zegt Mary.


Mary neemt advocaten Elisa Van Bocxlaer, Sven De Baere en Stijn Butenaerts mee naar het strijdgewoel. ‘Want we moeten daar niet flauw over doen: we staan hier tegenover mensen die zich bewegen in de hoogste regionen en het Antwerpse establishment’, zegt Mary. ‘Je mag niet vergeten dat dit dossier al is weggenomen van de Antwerpse rechtbank en verhuisd is naar Limburg, omdat één van de 18 de zoon is van een Antwerpse magistraat.’


Ledenlijst van Reuzegom

‘Ik wil daarom de lijst zien met alle leden van Reuzegom van de afgelopen 30 jaar’, zegt Mary. Van de studentenclub is geweten dat de leden niet alleen afkomstig zijn uit gegoede Antwerpse families, maar dat ze door hun connecties vaak ook doorgroeien tot de professionele elite. Onder de oud-leden zitten notarissen, hoge ambtenaren en zakenlui. ‘Het is niet onmogelijk dat de betrokkenen op die manier relaties hebben op het rechterlijke niveau’, zegt Mary. 


Racisme

De Reuzegommers riskeren tien jaar cel. Het Limburgse parket wil hen voor de rechter brengen voor het toedienen van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en schuldig verzuim. Een forse aanklacht, zo lijkt het, maar Mary heeft er toch vragen bij. ‘Waarom is er geen sprake van slagen en verwondingen? De schachten zijn duidelijk geslagen’, zegt hij. ‘Waarom worden ze niet vervolgd voor foltering? Dat is toch overduidelijk wat hier gebeurd is?’


‘Ik vraag me af of er hier onderliggend niet meer aan de hand is. Ik ben niet de persoon om mee te huilen met de wolven, maar ik stel vast dat de twee witte jongens toch aanzienlijk minder hebben moeten drinken dat hun gekleurde vriend. Die twee andere schachten die de doop overleefd hebben, worden mijn twee kroongetuigen. Zij moeten ons kunnen uitleggen wat daar echt gebeurd is.’


Pontius Pilatus

De KU Leuven, de universiteit waar zowat alle Reuzegommers student waren, kreeg deze week veel kritiek omwille van de lichte sanctie die de daders in 2019 kregen. Rector Luc Sels verdedigde zich met een open brief. Rector Sels verdedigde zich met een open brief.


Het is makkelijk om als rector je handen te wassen in de onschuld als Pontius Pilatus, en te zeggen dat je niet wist wat er zich daar heeft afgespeeld. Dat je geen toegang had tot de crime scene. Niemand verwacht dat. Maar als de universiteit écht consequent geweest was, dan had ze zich burgerlijke partij gesteld in dit dossier. Dan was ze veel beter op de hoogte geweest, en dan had ze gepast kunnen reageren.’






Wie zijn ze


Deze 18 Reuzegommers riskeren 10 jaar cel na de dood van Sanda Dia


Douglas De Coninck - De Morgen



Hun ouders zijn bijna allemaal succesvol als advocaat, magistraat, tandarts of zwembadbouwer.

Ze zagen zichzelf als ‘de potentiële elite’ van Vlaanderen, zo blijkt uit een gerechtelijk document.

Dit zijn de achttien studenten of ex-studenten die worden vervolgd voor de dodelijke doop van

Sanda Dia en tien jaar cel riskeren.


Vorige week vorderde het parket in Hasselt de doorverwijzing van achttien verdachten voor het toedienen van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en weigering van hulpverlening door schuldig verzuim. Alle verdachten riskeren tien jaar gevangenisstraf.


Tijdens zijn kringdoop op 5 december 2018 moest ingenieursstudent Sanda Dia (20) een put graven. Die werd gevuld met ijs en water. Hij overleed aan de gevolgen van onderkoeling. Zijn lichaamstemperatuur was gedaald tot 27 graden. Op 4 september moet de raadkamer zich buigen over het al dan niet of doorverwijzen van de verdachten.


Arthur V.

Hij was ten tijde van de doop 21 en studeerde af als handelsingenieur. V. is de zoon van een huisarts uit het Antwerpse. Hij is actief bij een beleggersclub. In Leuvense studentenkringen wordt V. beschouwd als een ‘meeloper’. Zijn alias bij Reuzegom was Sondage.


Leon L.

Hij is de zoon van twee consultants uit de Antwerpse Noorderkempen en studeert rechten aan de KU Leuven. Ten tijde van de doop was hij 20. Vorige zomer liep hij stage bij een Antwerps advocatenkantoor, vooral gespecialiseerd in zakenrecht. Zijn alias was Strontvlieg.


Arthur G.

Zijn vader is een vermogensbeheerder uit de Noorderkempen, zijn opa was een bekende Vlaamse industrieel. Hij was in het academiejaar 2017-2018 schachtentemmer bij Reuzegom. Dat is het clublid dat de regie krijgt over het verloop van de doop. Zijn alias was Shrek.


Jef J.

Hij was ten tijde van de dodelijke doop de praeses van Reuzegom. Hij was toen 21. Zijn alias was Zaadje. Zijn vader leidt in het Antwerpse een bedrijf dat materiaal voor tandartspraktijken verhandelt. In een WhatsApp-conversatie wordt vaak naar hem verwezen door Alexander G: “Op een halfuur is Sanda maf achteruitgegaan. Als hij het niet haalt, gaan Zaadje en ik er gewoon voor opdraaien hé.”


Alexander G.

Hij was schachtentemmer bij Reuzegom op die fatale 5 december 2018. G., toen pas 20, won de verkiezing tot schachtentemmer na een speech waarin hij alludeerde op zijn gestalte: “Napoleon, Castro, zelfs onze goede Duitse vriend Hitler staken nauwelijks boven de grond uit. Ik wil er volgend jaar dan ook geen bruut jaar van maken, maar een gestoord bruut jaar. Vergis u niet, bovenal wil ik een mentor zijn voor onze potentiële elite.” Op sociale media zijn alle profielen van G., alias Janker, verwijderd.


Benoît P.

Hij is de zoon van een pr-vrouw uit de Noorderkempen die de belangen behartigt van een aantal multinationals. P., 22 ten tijde van de doop, studeert chemie en had als alias Protput. Ook zijn profielen op sociale media zijn verwijderd.


Viktor K.

Bij de verkiezing tot schachtentemmer was K. de tegenkandidaat van G. Hij was 21. Zijn vader is een notaris uit de Antwerpse noordrand. Hij raakte in het middelbaar goed bevriend met Arthur V.. Zijn alias was Ronker.


Zazou B.

Hij behoort tot degenen die die nacht naar Leuven werden gestuurd om alle sporen te wissen van wat eerder was aangericht in het kot van Sanda Dia. B. vraagt in de WhatsApp-groep: “Is dat kot zo ranzig?” De jongens moesten braaksel, afgeknipte haren en ketchup wegpoetsen. B., Antwerpenaar en toen 22, had als alias Rafiki.


Jef S.

Hij is de zoon van een Antwerpse advocaat en een magistrate. Hij was 22. Volgens de WhatsApp-conversatie was hij degene die een muis bij de visolie in de blender gooide, waarna Sanda Dia en twee anderen werden verplicht die ‘schachtenpap’ te drinken. Zijn alias was Flodder.


Maxime P.

Alweer iemand uit de Noorderkempen. Hij was 22 en had als alias Kelter. Hij was praeside van de Antwerpse Gilde in Leuven in 2018-2019.


Maurice G.

De jongere broer van Arthur G., hij was 21. Hij speelt zaalvoetbal in dezelfde club als een van de twee schachten die het drama overleefden. Volgens bronnen in het Leuvense studentenmilieu hebben de twee schachten zich dan wel burgerlijke partij gesteld in de rechtszaak, maar zijn ze nog steeds erg loyaal aan de anderen. G. was in 2017-2018 schachtentemmer. Zijn alias was Kletsmajoor.


Willem P.

Hij was 19 ten tijde van de doop in Vorselaar. Hij is de zoon van een advocaat uit het Antwerpse en droeg binnen Reuzegom de titel van ‘sportführer’. Zijn alias was Randi.


Simon P.

Hij was 21. Zijn ouders hebben een tandartsenpraktijk in de Noorderkempen.


Pierre O.

Hij was 20. Zijn vader is vennoot in de Antwerpse vestiging van een van de grootste zakelijk advocatenkantoren van het land.


Jerôme V.

Hij was 19, en de jongste van de aanwezigen op de doop. Hij woont in de Noorderkempen, zijn vader is consultant.


Quentin W.

Ook hij komt uit de Noorderkempen. Zijn vader bouwt zwembaden. Zijn alias was Paterberg.


Julien D.V.

Hij is een van de oudgedienden bij Reuzegom. Hij was 23 en woont in de buurt van Herentals. Zijn vader runt een groothandel in farmaceutische producten. Zijn alias was Placebo.


Bram L.

Ook hij is een van de ouderen. Hij was in 2016-2017 schachtentemmer. Hij was 24, zijn alias was Rustdag.

Vier andere Reuzegommers over wie op sociale media de voorbije dagen meldingen circuleerden, waren volgens het parket in Hasselt zelf niet bij de doop aanwezig en worden niet vervolgd.





Jeroen Olyslaegers


‘Sanda Dia was niet wit. Tijdens een doopritueel werd hij dood gefolterd.

Er bestaat geen ander woord voor’


Jeroen Olyslaegers - De Morgen



Jeroen Olyslaegers is auteur van onder meer Wil (2016)


Het is het najaar van 1985. Ik ben net achttien geworden en studeer wat men toen Germaanse talen noemde aan de Antwerpse universiteit. Iedereen van dat jaar, we zijn met meer dan tweehonderd studenten, is wit, voor zover ik me dat kan herinneren. Samen met een handvol mensen zie ik er wat anders uit dan de rest. Ik heb een coldwavekop, mijn kleding is zwart, mijn muziekkeuze verschilt grondig van de meerderheid van mijn jaar en tegelijk ben ik uiteraard zo groen als wat achter mijn oren. 


Leden van de studentenvereniging willen dat ik meedoe aan het doopritueel voor de eerstejaars. Ik weiger, want ik beschouw mezelf als ‘cool’ en cool volk laat zich niet dopen. Een paar doopmeesters dringen aan. Ze hebben het eerst over het belang van de groep en dat ik in feite verplicht ben om er deel van uit te maken. Dat is het laatste wat ik wil horen. Ik ben cool en hoor nergens bij. Ze beginnen dan wat te dreigen. Nu word ik wantrouwig. Mijn buikgevoel vertelt me dat het helemaal niet gaat om de groep. Het gaat om iemand die anders is dan de rest te vernederen. Ik weiger nog steeds en mijd de campus tijdens de doopweek.


Ik ben een man geworden die belang hecht aan rituelen. Samen met mijn vrouw en wat verwante zielen maken ze een deel uit van ons leven. Een ritueel verbindt een groep en transformeert ook op individueel vlak. Maar de kern is altijd gelijkwaardigheid, anders werkt het ritueel uiteraard niet. Zodra een ritueel een speeltuin wordt voor persoonlijke frustraties, uitsluiting in plaats van verbinding, wordt het duister.


Sanda Dia was niet wit. Tijdens een doopritueel in het najaar van 2018 werd hij dood gefolterd. Er bestaat geen ander woord voor. De studenten die dit op hun geweten hebben, kregen een taakstraf van de universiteit die dertig uren besloeg. De Leuvense rector verklaarde zich diep geschokt. Dooprituelen werden tijdelijk verboden en er werd een doopcharter opgesteld. Het studentenblad Veto meldt dat dit niet zonder slag of stoot gebeurde. Sommige studentenverenigingen hebben zich er heftig tegen verzet. Er werd bedreigd en gepest, wat dan weer gemeld werd bij het Steunpunt Grensoverschrijdend Gedrag. Uiteindelijk werd het charter getekend door 150 studentenverenigingen.


NIEUWE FEITEN

Er zijn nu ‘nieuwe feiten’ naar boven gekomen, wat wil zeggen: details van wat Sanda Dia heeft moeten doorstaan, en de KU Leuven wil zich bezinnen.


De kerels die dit hebben gedaan komen uit voorname families. Een van hen is de zoon van een rechter. We weten door filmpjes en boodschappen onderling dat ze hebben geprobeerd om sporen uit te wissen. Op 4 september komt deze zaak voor de raadkamer die moet beslissen of dit voor de strafrechter moet komen voor ‘opzettelijke toediening van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding en onterende behandeling’. Als samenleving kunnen we niet anders dan op de wijsheid van die raadkamer vertrouwen.


Deze zaak houdt ons wel allemaal een spiegel voor. Binnen de campus is een doopcharter zeker een eerste stap. Maar de rector beseft allicht nu ook dat er meer moet gebeuren. Wat Sanda Dia is overkomen zal altijd onaanvaardbare pijn blijven voor zijn ouders, zijn geliefden en zijn vrienden. Waar ik voor vrees is dat studentendopen als ritueel nog steeds een excuus kunnen zijn voor uitsluiting en geweld. 


Vernedering kan echt geen basis zijn voor een ritueel. Macht uitoefenen op anderen of in groep je wil opdringen aan anderen die zich daar naar moeten schikken omdat het nu eenmaal traditie is, heeft niets met een doopritueel te maken. Het is misbruik. Er wordt nog steeds lacherig over gedaan en jonge mensen worden nog steeds onder druk gezet om er aan mee te doen. Hoed u overigens voor mensen die dit een traditie blijven noemen. Tradities hoeven helemaal niet onaantastbaar te zijn. Wie dit een traditie acht en blijft verdedigen, blijft blind voor het geweld dat deze traditie inschakelt ten behoeve van het zogenaamde groepsgevoel.


Wanneer dit opnieuw zou gebeuren, hebben we als samenleving niets geleerd na de dood van een jongen die nu gewoon op de studiebanken had moeten zitten. We kunnen nu niet weg kijken en dit jeugdzondes noemen. Dat zijn ze immers niet. Het is uitsluiting onder het mom van een ritueel. En we kunnen evenmin zeggen dat dit ‘ontspoord gedrag’ is. Dat is het niet. Het is de essentie van wat geweld is.





Bambi Ceuppens


Tweemaal schuldig verzuim aan KU Leuven


Bambi Ceuppens - De Standaard



Bambi Ceuppens

Senior researcher Koninklijk Museumvoor Midden-Afrika

en docente KASK School of Arts (Gent) en Sint Lucas School of Arts (Antwerpen)


Wat is het ergste, vraagt Bambi Ceuppens zich af:

het bochtenwerk van de rector of het stilzwijgen van de professoren?


Als alumna en ex-werkneemster van de KU Leuven ben ik niet alleen verontwaardigd over de wrede dood van Sanda Dia, maar ook en niet het minst over de lakse houding van rector Luc Sels en het oorverdovende stilzwijgen van het professorenkorps.


Luc Sels gebruikt een aantal drogredenen om de beschuldiging te verwerpen dat de KU Leuven nalatig zou zijn geweest (DS 30 juli). In zijn opiniebijdrage heeft Cedric Boavida Torrado afdoende gereageerd op de eerste ervan, ‘dat alle betrokkenen – ook zij die gedoopt werden – akkoord waren gegaan met een doopritueel dat de menselijke waardigheid schendt’ (DS 31 juli).


Ik wil er hieraan toevoegen dat we mogen veronderstellen dat Sanda Dia zijn schachtmeesters vertrouwde. Waarom zou hij dat niet doen? Wat zou het zeggen over de universiteit dat studenten rekening zouden houden met de mogelijkheid dat ze kunnen sterven tijdens hun doop?


Sven Mary, advocaat van de vader en broer van Sanda Dia, veegt Sels’ argument van tafel dat de universiteit niet op de hoogte was van alle elementen in het strafrechtelijk onderzoek, door erop te wijzen dat ze zich burgerlijke partij had kunnen stellen (DS 1 augustus). Dat Sels zelf geen jurist is, is geen excuus: de KU Leuven heeft een rechtsfaculteit sinds haar ontstaan in 1425!


Reuzegom afblokken

Ook Sels’ redenering dat Reuzegom geen band had met de universiteit, omdat die de club niet had erkend, houdt geen steek. Reuzegom parasiteert op de KU Leuven, zonder de universiteit had de club nooit bestaan. Van een instelling die binnen vijf jaar haar 600ste verjaardag viert, mag men verwachten dat ze ondertussen weet hoe om te gaan met dat soort parasieten.


Mogelijk weet Sels zelf dat niet. Dat is niet erg. Sterker nog, hij hóéft dat helemaal niet te weten. Hij heeft daar een kruim van antropologen, criminologen, ethici, filosofen, historici, juristen, psychiaters, psychologen en sociologen voor in huis.


Dat het rectoraat geen beroep heeft gedaan op die interne deskundigheid om een beleid uit te bouwen over de fysieke en psychische integriteit van zijn werknemers en studenten, om Reuzegom – dat al een kwalijke reputatie had – af te blokken, en om studenten die verantwoordelijk zijn voor de dood van een andere student een gepaste straf te geven, wijst op schuldig verzuim. Dat het professorenkorps zelf niet publiekelijk reageert, ook.


Hun stilzwijgen staat in scherp contrast met hun terechte protest tegen de beslissing in 2011 van toenmalig rector Mark Waer om onderzoekster Barbara Van Dyck op staande voet te ontslaan nadat ze had deelgenomen aan een actie waarbij genetisch gemanipuleerde aardappelen werden vernield en geweigerd had die te veroordelen.


Het wekt de indruk dat professoren van de KU Leuven zich meer gelegen laten liggen aan hun recht op vrije meningsuiting (de reden waarom Rik Torfs, Waers opvolger, Barbara Van Dyck opnieuw in dienst nam) dan om het welzijn van hun studenten.


Nochtans hebben ze een ‘duty of care’ tegenover hun studenten. Niet alleen tegenover schachten zoals Sanda Dia en zijn twee medestudenten. Maar ook tegenover studentenvertegenwoordigers, zoals Kenny Van Minsel, voorzitter van de studentenkoepel Loko op het moment van Sanda Dia’s dood. Hij zegt dat het KVHV een postercampagne opstartte en dat hij persoonlijk bedreigd werd, maar dat de KU Leuven, anders dan de politie, die bedreigingen nooit ernstig heeft genomen (in De Morgen).


Als het Luc Sels menens is met zijn bedenking dat zijn eerste zorg was te beletten dat meer Sanda’s zouden volgen, dan zou hij anticiperen op de toekomst. Reuzegom heeft zichzelf intussen ontbonden, maar de kans is niet denkbeeldig dat de leden zich zullen herenigen onder een andere naam of dat andere studenten in hun zog een gelijkaardige club zullen oprichten.


Hoe denkt de KU Leuven te vermijden dat de geschiedenis zich herhaalt en dat er opnieuw dieren en mensen gefolterd zullen worden tot de dood erop volgt?


Ik weet niet wat me kwader maakt: de bochten waarin rector Sels zich wringt om de verantwoordelijkheid van de universiteit te ontkennen, of het stilzwijgen van de professoren. Want wie zwijgt, stemt toe.


Geen openingsles

Ik was uitgenodigd om als speciale gast van de KU Leuven op 9 november de openingsles te geven van de Lessen voor de XXIste eeuw. Ik ben er niet zeker van of die uitnodiging na de publicatie van dit opiniestuk gehandhaafd zal worden. Ik weet wel zeker dat ik die openingsles niet zal geven als mijn ­Alma Mater voor die datum geen krachtig signaal geeft.


#JusticeForSanda begint niet bij het gerechtelijk onderzoek, maar bij de KU Leuven. De universiteit moet haar verantwoordelijkheid opnemen voor de vreselijke dood van Sanda Dia en verhinderen dat verenigingen die tegen haar aanschurken, in de toekomst opnieuw studenten zullen blootstellen aan het soort verschrikkingen die Sanda Dia het leven hebben gekost.





Een vuil clubje


Een vuil clubje voor chique studenten: ex-leden doen boekje open over Reuzegom


Jesse Van Regenmortel - Het Nieuwsblad - 07/12/2018



In Leuven stonden ze al bekend voor hun extreme dooprituelen en hun balorigheid. De jongens van studentenclub Reuzegom verzamelen GAS-boetes als trofeeën, slachten hun huisdieren en weigeren de dooprichtlijnen te aanvaarden. Maar hun extreme studentendopen ook een dodelijk slachtoffer geëist. En zeggen dat dat troebel studentenclubje net volk als notarissen, politici en bedrijfsleiders voortbrengt. Huidige leden willen niet reageren op vragen over hun club, maar ex-bestuursleden klappen uit de biecht. Anoniem, om hun “professionele reputatie” te beschermen.


Ze kregen allemaal een konijntje mee naar huis, de aspirant-leden van Reuzegom. Om het op hun kot een semester lang te voederen en te vertroetelen. Tot op de doop. Dan moest elke schacht zijn eigen konijntje de nek omwringen en het opeten. Dat was in 2013. En Michel Vandenbosch van GAIA stond daarvóór al op zijn achterste poten. Een paar jaar eerder hadden de jongens van de Reuzegom namelijk op hun doopfeest hun clubmascotte, het biggetje Spekkie, met een karabijn afgeschoten, het hart uitgerukt en daar met veel theater een filmpje van op het internet gegooid.


In 2009 organiseerden ze een cantus met de naam Champagneboer zoekt Hoer, naar het bijna gelijknamige tv-programma. Ze hadden een stuk of tien studentes zo ver gekregen om op een decembernacht schaars en uitdagend gekleed naar hun drinkfeest te komen. De jongens raakten zo opgehitst dat ze hun cantuszaaltje half afbraken, waarop ze collectief wegliepen zonder de huur te betalen. En dan was er die keer in 1999 toen een schacht bloed begon te braken en niemand het een goed idee vond om een dokter te bellen. Die van Reuzegom hadden dus al een naam nog voor het doopritueel dat afgelopen dinsdag in een bos in Vorselaar heel erg misging.


In Leuven bestaat een doopcharter, met richtlijnen over wat wel en niet kan bij studentendopen, om accidenten te vermijden. Maar Reuzegom weigert te ondertekenen. “Omdat hen dan limieten worden opgelegd, onder andere qua drankgebruik, en dat is voor hen een breekpunt”, zegt Stephanie Homans, studentenflik. Ze kent de jongens van Reuzegom. Ze gaan in hun clubkleuren door de Leuvense straten, geven overlast, verzamelen GAS-boetes. “En als we hen vragen om met hen samen te zitten, reageren ze weigerachtig. Of helemaal niet.”



Enkel rijke Antwerpenaren toegelaten

Nu zwijgen ze ook. Huidige leden willen niet reageren op vragen over hun club. Sommige bestuursleden uit het recente verleden spreken wel, maar anoniem. Om hun “professionele reputatie” te beschermen. Veel oud-leden hebben inderdaad een reputatie hoog te houden. Onder hen zijn een deurwaarder, de baas van een grote bank, een man met een eigen merk van schuimwijnen en een man met een hoge positie bij een Europese instelling.


Het draagt bij aan het imago van Reuzegom als een elitair clubje van rijke jongens. Het zijn de zonen van gegoede families uit Antwerpen, Schoten, Brasschaat, Schilde en omstreken. Die op de betere colleges in het Antwerpse hebben gezeten en in Leuven economie, rechten of burgerlijk ingenieur gaan studeren.


De Reuzegom werd in 1946 opgericht, mede door wijlen Hugo Schiltz, de Volksunie-voorman. Het was de studentenclub in Leuven voor oud-leerlingen van het Xaveriuscollege van de jezuïeten in Borgerhout. Vandaag is een Antwerpse afkomst de enige vereiste om lid te worden.


“Maar het valt niet te ontkennen dat ze in bulk uit gegoede milieus komen”, zegt een voormalige preses. “En de club heeft geen politieke affiliatie, maar veel linkse jongens zul je er niet vinden. Toch, Reuzegom is vooral een club waar veel gedronken wordt, waar kattenkwaad wordt uitgestoken en waar een doop twee dagen van vetzakkerij inhoudt. Zijn we daarin extreem? Wat is extreem?”



Clubcafé In Den Boule in Leuven. Foto - Dirk Vertommen


Flauw, maar plezierig

“Natuurlijk zijn die dopen van nu overdreven”, zegt zakenman Stany Laenen, die preses was in de vroege jaren tachtig. “Destijds waren er zo geen uitspattingen. Wij stuurden schachten met een ladder om hun nek over de Bondgenotenlaan en lieten ze een paar ad fundums drinken. That’s it.” Theo Boel, preses aan het eind van de jaren zeventig en vandaag voor de N-VA OCMW-voorzitter in Duffel, zegt hetzelfde. “Dit soort dommigheden gaat veel en veel te ver. Wij lieten ons bloot gat fotograferen in een fotohokje. Flauw, ja, maar het bleef plezierig. Maar als je een schachtentemmer hebt die te hard gaat, en een preses die zijn mensen niet onder controle heeft, dan kan een doop uit de hand lopen.”


“Soms doen jonge gasten dingen waarvan ze zelf de gevolgen niet kunnen inschatten”, zegt Xavier Van de Poel, Reuzegomleider in de vroege jaren zeventig. “Maar het is geen excuus. Wat nu gebeurd is, maakt mij beschaamd dat ik ooit preses was.”


Waarom studenten geen “nee” kunnen zeggen

Studenten laten zich dopen omdat ze het een avontuur vinden. Of omdat ze bij een groep willen horen, zegt ­sociaal psychologe Vicky Franssen (Arteveldehogeschool). Maar de druk vanuit die groep kan ervoor zorgen dat ze uiteindelijk geen “nee” durven te zeggen als het dreigt uit de hand te lopen, zegt Franssen. “In groep ­nemen we - soms versterkt door alcohol - doorgaans meer risico. Niet alleen achttienjarigen, ook volwassenen. Kijk maar naar hooligans. Dat escaleert ook al eens door druk. Maar wat bij een ­studentendoop zeker nog meespeelt, is dat studenten zich willen schikken naar hun rol van gehoorzame. Bovendien hebben ze zelf toegestemd om gedoopt te worden, dus denken ze verkeerdelijk dat ze geen nee meer kunnen zeggen als het dreigt te escaleren. Ze geloven dat ze móéten doordoen tot het uiterste.”





Open brief professoren KU Leuven


‘Wij zijn diep geschokt en beschaamd’

‘Alle banden moeten verbroken worden’

Professoren KU Leuven scherp voor unief in open brief over dood Sanda Dia’


Opinie - De Morgen



Een groep van meer dan twintig medewerkers en professoren van de KU Leuven vraagt aan rector Luc Sels om verregaande maatregelen tegen de studenten van Reuzegom, die destijds betrokken waren bij de studentendoop die leidde tot de dood van Sanda Dia.

Hieronder leest u hun open brief. 


Als medewerkers van de KU Leuven zijn we diep geschokt en beschaamd over de recente onthullingen rond het overlijden van student Sanda Dia in het kader van de ‘studentendoop’ van Reuzegom in december 2018. 


Als professoren aan deze universiteit, die zich verantwoordelijk voelen voor het klimaat dat de KU Leuven studenten biedt kunnen we dit alles niet met lede ogen aanschouwen. Welk signaal geven we aan huidige en toekomstige studenten indien tot op vandaag geen enkele van de 18 betrokken daders enige noemenswaardige sanctie heeft gekregen? De daders van de Reuzegom hebben hun studies kunnen voortzetten; sommige zijn intussen zelfs afgestudeerd. Andere leden die op de hoogte waren van de omstandigheden van het overlijden van Sanda Dia hebben weinig hinder ondervonden of werken als assistent aan onze universiteit. Dit tart elke verbeelding.


Bovendien lezen we dat de studentenvertegenwoordigers die voor een meer kordate aanpak pleiten ernstige intimidaties hebben ondervonden: vandalisme, bedreigingen, homofobe beledigingen - handelingen die niet thuishoren aan de universiteit en die ondanks de neergelegde klachten tot op heden ongestraft zijn gebleven.


Het gerecht moet zijn werk doen, maar als universiteit kunnen en moeten we ook reageren. Een tuchtrechtelijke sanctie heeft geen strafrechtelijk karakter. Een universiteit kan zelfstandig beslissen welke studenten aan haar instellingen welkom zijn. Zeker nu nieuwe elementen aan het licht zijn gekomen die duidelijk aantonen dat deze studenten hebben gelogen in hun getuigenis.


Artikel 122 van het tuchtreglement laat er geen enkele twijfel over bestaan: studenten dienen zich in hun gedragingen en sociale betrekkingen zowel binnen als buiten de universitaire gemeenschap te laten leiden door eerbied voor de menselijke persoon. Indien de mensonterende behandeling van een student met de dood als gevolg geen zwaarste inbreuk is op “eerbied voor de menselijke persoon”, dan kunnen we het algehele nut van een tuchtreglement in vraag stellen.


Als ondertekenaars vragen we dat alle betrokken leden van het ondertussen ontbonden Reuzegom die momenteel nog aan onze Alma Mater studeren met onmiddellijke ingang geschorst worden en alle banden met de universiteit verbroken worden. Tevens moet de KU Leuven zich beraden over de mogelijke sancties die ze nog kan nemen ten aanzien van degenen die ondertussen zijn afgestudeerd, waarvan er minstens één aan onze universiteit tewerkgesteld zou zijn.


Verder verzoeken we ook een herziening van de bestaande tuchtprocedure en een evaluatie van de specifieke  tuchtprocedure gevolgd ten aanzien van de leden van Reuzegom. Artikel 125 van het tuchtreglement voorziet vijf mogelijke sancties, gaande van waarschuwing tot de uitsluiting als meest verregaande sanctie. Een tuchtcommissie wordt enkel samengeroepen wanneer een uitsluiting door de vicerector wordt overwogen. Wij willen daar verandering in zien, zodat er garanties komen dat zwaarwichtige feiten als deze niet enkel door de vicerector worden beoordeeld maar automatisch voor een tuchtcommissie verschijnen.


We roepen de universiteit tevens op nog meer werk te maken van haar gelijke kansen- en diversiteitsbeleid, dat tot dusver te vrijblijvend is.  De werking van het meldpunt grensoverschrijdend gedrag moet worden geëvalueerd: hoeveel meldingen gebeuren er op jaarbasis? Wat gebeurt er met de klachten? Verder moet het bestaan van dit meldpunt actiever worden gepromoot onder de studenten. De elementen die in de berichtgeving rond de affaire naar boven zijn gekomen wijzen duidelijk op racisme en elitisme. Onze universitaire missie is niet enkel studenten op te leiden voor de arbeidsmarkt maar vooral ook verantwoordelijke burgers te vormen die met een juist moreel kompas de wereld ingaan. Daarin dragen wij een nooit te relativeren verantwoordelijkheid.  


Wij roepen dan ook het rectoraat op om het juiste signaal naar haar personeel en studenten te sturen en kordaat te handelen. We bieden waar nuttig graag onze hulp aan.


Deze brief wordt ondertekend door (in alfabetische volgorde): Orhan Ağırdağ, Karel Arnaut, Jaak Billiet, Ann Cassiman, Filip De Boeck, Bruno De Meulder, Ezra Dessers, Nadia Fadil, Hilde Heynen, Martin Kohlrausch, Rudi Laermans, Matthias Lievens, Maarten Loopmans, Frank Moulaert, Ides Nicaise, Karen Phalet, Jeroen Poblome, Magaly Rodriguez, Jan Schreurs, Robert Speijer, Jan van Bavel, Pieter van den Broeck, Karel Van Nieuwenhuyse





Drie vrienden vertellen


‘De daders moeten iets krijgen dat ze voor de rest van hun leven meedragen’


Drie vrienden over Sanda Dia, die stierf tijdens een studentendoop


Sue Somers - De Morgen



Lucas, Tim en Robrecht

‘De straf van de KU Leuven voor de Reuzegommers?

Welke straf? Een paper schrijven? Dertig uur probleemjongeren begeleiden? Zij zijn de probleemjongeren.'

Foto - Damon De Backer


Sanda Dia overleed in 2018 tijdens een doopritueel van de ‘elitaire’ studentenclub Reuzegom.

De reconstructie van zijn doodsstrijd maakte ook zijn vele vrienden misselijk.

‘Hier moet rekenschap voor worden afgelegd.’


Met een mengeling van afschuw en verontwaardiging lanceerden de vrienden van Sanda Dia deze week een hashtagcampagne op sociale media. Via #JusticeForSanda willen ze zoveel mogelijk mensen bewust maken van hoe hun vriend, een twintigjarige student burgerlijk ingenieur aan de KU Leuven, aan zijn einde is gekomen. Nadat de details over de doop die Sanda het leven kostte vorig weekend bekend raakten, konden ze niet achterblijven, vinden Tim, Lucas en Robrecht.


“Ik heb het stuk in de krant geen twee keer kunnen lezen”, zegt Lucas. Tim geeft toe dat hij halverwege is gestopt. “Meer kon ik niet aan.” Ook Robrecht zegt dat het hem teveel werd. “We zijn allemaal misselijk van wat er gebeurd is, maar nu zijn we nog zekerder van ons stuk: hier moet rekenschap voor worden afgelegd”, zegt Lucas stellig.


De reconstructie van de laatste dertig uren uit het leven van Sanda leest als een onthutsende inkijk in de denk- en handelswijze van de leden van Reuzegom, een Antwerpse studentenclub die, voor ze zichzelf na het overlijden van Sanda ontbond, gold als een kweekvijver van ’s lands toekomstige elite. In Reuzegom zaten overwegend zonen van rechters, advocaten, dokters en bankiers, die op hun beurt rechter, advocaat, dokter en bankier willen worden omdat ze vinden dat dat zo hoort.


De doodsstrijd van Sanda begon op 4 december 2018 met een cantus in Leuven, waar leden van Reuzegom hem zo dronken voerden met gin en bier, dat ze hem terug naar zijn kot moesten dragen. Daar sloten ze zijn watertoevoer af, zodat Sanda geen water kon drinken om zijn kater te lijf te gaan. Een dag later moest hij aan een blokhut in Vorselaar halfnaakt in een put kruipen en kreeg hij emmers ijskoud water, urine en uitwerpselen over zich heen gekieperd. Sanda moest levende goudvissen doorslikken, een aal verorberen en liters visolie drinken. In de schachtenpap die hij en twee lotgenoten kregen voorgeschoteld, zat een muis vermalen.



De betreurde Sanda Dia, voor altijd 20 jaar. ‘Alsof hij de lijm was die ons heeft samengebracht.’ 


Toen zijn toekomstige clubleden hem zwaar onderkoeld en uitgeput naar het ziekenhuis brachten, lag Sanda al twee uur meer dood dan levend in de gracht. Nadat ze hem op de spoeddienst hadden afgezet, gaven de Reuzegommers hun leden de opdracht alle foto’s en filmpjes in hun WhatsApp-groep te wissen. In Vorselaar en op Sanda’s kot in Leuven werd alles netjes opgeruimd. Van enig schuldgevoel was er eveneens geen spoor.


Het gerechtelijk onderzoek naar de dood van Sanda is intussen afgerond. Op 4 september komt het dossier voor de raadkamer, die moet beslissen of en hoeveel leden van Reuzegom zich voor de strafrechter moeten verantwoorden wegens onopzettelijke doding, het toedienen van schadelijke stoffen en onmenselijke behandeling. Sanda overleed op 7 december 2018 in het UZ Antwerpen.


In een zonnige tuin in Mortsel krijgen Tim (masterstudent farmaceutische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen), Lucas (masterstudent burgerlijk ingenieur, KU Leuven) en Robrecht (masterstudent bio-ingenieur, KU Leuven) nog altijd kippenvel als ze eraan denken. Ze willen niet met hun achternaam in de krant omdat ze namens een veel grotere vriendengroep spreken van jongens uit Edegem, Mortsel en Wilrijk. Ze vinden ook dat het over Sanda moet gaan, niet over hen. “Iedereen heeft Sanda anders leren kennen”, zegt Robrecht. “Sommigen zaten met hem op de lagere school, anderen kenden hem van de voetbalclub SC OLVE, genoemd naar het Onze Lieve Vrouwe-college in Edegem. Daar heb ik hem in het tweede middelbaar leren kennen. Sanda’s hele leven speelde zich af in Edegem.”


Wat voor een jongen was Sanda?

Tim: “Voor mij was hij een vertrouwenspersoon. Ik vertelde meer tegen hem dan tegen mijn andere vrienden.”


Lucas: “Hij was veel voor veel mensen. Sanda kon goed luisteren en velde nooit een oordeel. Ik speelde met hem in dezelfde voetbalploeg en zat samen met hem op school. Pas toen we na het zesde middelbaar besloten om als enigen van onze vriendengroep naar Leuven te gaan om burgerlijk ingenieur te studeren, zijn we goed bevriend geworden. We gingen op kot in dezelfde straat, aten samen en gingen samen naar de les. Sanda is ook een tijdje samen geweest met mijn tweelingzus Julie. In de zomer van 2017 zijn hij en ik samen met Julie, mijn lief en mijn ouders op vakantie geweest. Sanda was hier kind aan huis. Hij was als een broer voor mij.”


Robrecht: “Onze vriendengroep is er een van elkaar pesten, plagen en lachen. Sanda kon daar geweldig goed mee om. Na school ging ik graag met hem voetballen en in bomen klimmen.”


Tim: “Omdat we allemaal van 1998 zijn, zaten we in het college ook allemaal in dezelfde klas: wiskunde-wetenschappen.”


Robrecht: “Met Sanda kon ik goed praten over techniek. Dan zaten we in de auto en hadden we het over de laatste technische ontwikkelingen.”


Lucas: “Het is verbazend hoe na Sanda’s dood de vriendengroepen van het college en het voetbal zijn samengesmolten. Alsof Sanda de lijm was die ons heeft samengebracht. Ergens is het logisch: Sanda werd door iedereen graag gezien. Ik kan mij voorstellen dat sommige mensen mij of Robrecht niet graag hebben, maar ik kan niemand verzinnen die Sanda niet mocht. Echt niemand.”


Robrecht: “Dat klinkt als een cliché, maar het is wel waar.”


Lucas: “Sanda lag ook goed bij alle meisjes in onze vriendengroep. Toen hij samen was met Julie, vonden haar vriendinnen Sanda de tofste. Zij kwamen met hun problemen naar hem.”



‘Sanda besefte dat je mensen moet kennen om vooruit te geraken in het leven.

Reuzegom zag hij als een jumpstart voor zijn carrière.’

Foto - Damon De Backer


Lucas, jij bent samen met Sanda naar Leuven getrokken. Zijn jullie ook allebei lid geworden van Reuzegom?

Lucas: “Nee. Niemand van onze vriendengroep zat bij Reuzegom. Ik lees nu overal dat Sanda een eerstejaars zou zijn, maar hij zat net als ik in zijn derde jaar toen hij zei dat hij lid wilde worden van Reuzegom. Sanda heeft niets cadeau gekregen in het leven: zijn papa is arbeider, hij was een kind van een Senegalees-Belgisch koppel. Hij had al zwaar moeten knokken om te staan waar hij stond. Tegen zijn papa had hij gezegd dat hij het ging maken in het leven. Sanda was een slimme jongen, erg getalenteerd. Reuzegom was voor hem geen doel maar een middel om het ver te schoppen. Hij dacht dat hij die jongens nodig had om connecties te maken.”


Robrecht: “Sanda besefte dat je mensen moet kennen om vooruit te geraken in het leven. Reuzegom zag hij als een jumpstart voor zijn carrière. Hij wilde hogerop geraken op de sociale ladder.”


Keek Sanda op naar die jongens?

Lucas: “Nee, dat lag niet in zijn aard. Sanda was daar alleen om te netwerken. Hij was geen typische Reuzegommer. Hoewel hij derdejaars was, was hij voor de Reuzegommers nog een schacht. Hij moest zich dus veel vrijmaken om voor die gasten opdrachten te doen. We gingen wel nog samen naar de les en als hij tijd had, spraken we af.”


Robrecht: “Zijn sociale leven viel toch bijna volledig samen met dat van jou, of niet?”


Lucas: “Ja, we zaten samen in een voetbalploegje in Leuven. Maar de meeste vrienden van ons zaten nog in Antwerpen. In het weekend spraken we met hen af.”


Robrecht: “Het was niet omdat hij in Leuven zat of omdat hij bij Reuzegom wilde gaan, dat hij volledig uit beeld verdween. Het contact was minder, maar het was niet verwaterd. We zijn ook altijd samen op reis blijven gaan.”


Tim: “Ik ben met Sanda naar Spanje en Portugal op vakantie geweest. We zijn ook eens gaan eurotrippen, met de trein en de bus van Kroatië via Boedapest en Praag naar Krakau.”


Robrecht: “Sanda reisde graag, hij wilde later een avontuurlijk leven. Na zijn studies was hij van plan naar Tokio te gaan.”


Lucas: “Hij was gefascineerd door Korea en Japan. Via een app op zijn smartphone was hij Japans aan het leren.”


Wat vond Sanda ervan dat hij gedoopt moest worden? Hij zat in het derde jaar maar werd nog behandeld als een schacht. Vond hij dat niet raar?

Lucas: “Nee, er waren drie schachten bij Reuzegom en geen enkele was eerstejaars. Een studentenclub zit wat dat betreft anders in elkaar dan een studentenvereniging.”


Robrecht: “Het was een groot geheim wat er ging gebeuren – over de doop werd bij Reuzegom nooit gepraat. Sanda had stress, hij wist niet waaraan hij begon.”


Lucas: “Hij wist wel dat het twee dagen zou duren.”


Hebben jullie hem na de eerste dag nog gezien?

Lucas: “Nee, ik heb hem de laatste keer gezien toen hij rozen moest verkopen. Hij had niet zoveel verkocht als de rest, dus werd hij harder aangepakt. Dat zijn we pas achteraf te weten gekomen. Die avond hebben ze hem nog liters gin laten drinken, tot hij comateus was. En dan hebben ze het water in zijn kot afgesloten. Barbaars.”



Feestje van zesdejaars van het college in Edegem, vlak voor de proclamatie.

Toeval of niet, maar Sanda staat pal in het midden. 


Robrecht: “Een dag later ging het martelen door in Vorselaar. Die nacht werden we gecontacteerd met het bericht dat Sanda in het ziekenhuis lag. Een lid van Reuzegom vroeg via Facebook of we het telefoonnummer van zijn ouders hadden.”


Lucas: “Wij zijn onmiddellijk naar het ziekenhuis gegaan. In het begin hadden wij de ernst van zijn toestand niet door. Maag leegpompen en klaar, dachten we. Sanda dronk niet meer dan de gemiddelde student.”


Robrecht: “Zijn papa is moslim, van thuis uit zou hij daar nooit goedkeuring voor gekregen hebben. Sanda overdreef zelden: hij had vaker wel de controle dan niet.”


Lucas: “Sanda was het type dat anderen naar huis bracht omdat zij meer hadden gedronken dan hij. Hij zorgde voor iedereen.”


Wat vinden jullie van het optreden van Reuzegom op de avond dat Sanda is gestorven?

Lucas: “Ze hebben níét opgetreden. Meer nog: de ochtend na het comazuipen, toen Sanda minder goed reageerde, zijn ze doorgegaan. Ik kan daar met mijn verstand niet bij – het is de waanzin voorbij. Als je dan bedenkt dat daar zelfs een geneeskundestudent bij zat...”


Robrecht: “Ze waren met achttien die avond. Voor ons zijn zij allemaal verantwoordelijk.”


Van de KU Leuven kregen de daders een taakstraf van dertig uur en moesten ze een paper schrijven als tuchtsanctie.

Robrecht: “Veel te licht. Dan kun je ze net zo goed geen straf geven.”


Kenny Van Minsel van het overkoepelende studentenorgaan Loko noemde het een mop. ‘Je wordt harder gestraft als je je bronnen niet goed citeert’, zei hij.

Lucas: “Dat gaf ons nog meer het gevoel dat we machteloos staan. Als een instelling zoals de KU Leuven al beslist om mensen die iemand de dood injagen zo goed als niet te straffen... Sorry, maar dat geeft de mensen nog meer de indruk dat het een stom ongeluk was – wat het niet is.”


Robrecht: “Het is pure nalatigheid. Hier moeten mensen hun verantwoordelijkheid voor nemen. Ik ga daar geen termen op plakken, het is niet aan ons om daarover te oordelen. Maar er is niets ergers dan iemand zijn leven afnemen. Als je daar niet voor gestraft wordt, waarvoor dan wel?”


Lucas: “De universiteit toonde zich tevreden over de straf die ze de daders heeft gegeven. Welke straf? Een paper schrijven? Dertig uur probleemjongeren begeleiden? Zij zijn de probleemjongeren. Na Sanda’s dood liepen de mensen van Reuzegom in Leuven rond alsof er niets gebeurd was. Ze pakken hun leventje terug op, zitten weer op café. Als ik een Reuzegommer van honderden meters ver zie aankomen, dan mijd ik die. Ik kan dat niet aan. Een van Sanda’s beste vrienden moest tijdens de les naar een presentatie luisteren van iemand van Reuzegom. Die jongen is daar een week niet goed van geweest.”


Behalve Sanda werden die avond nog twee andere schachten gedoopt, Victor en Christophe. Hebben jullie nog iets van hen gehoord?

Tim: “Bij de begrafenis hebben we hen gezien.”


Lucas: “Ze zijn ook naar de voetbalmatch komen kijken die we vorig jaar op 9 april hebben gespeeld, op Sanda’s verjaardag. Maar echt contact, nee.”


Robrecht: “Reuzegom is ontbonden, maar de vriendengroep bestaat nog. Ze komen samen alsof ze nog bestaan. De schachten hebben Sanda maar vier maanden gekend, ik denk niet dat daar vriendschap is opgebouwd.”


Sinds Sanda’s dood hebben jullie regelmatig contact met zijn vader. Hoe verloopt dat?

Lucas: “Een keer per maand gaan we bij hem langs. Dan kookt hij een grote schotel Senegalees eten en halen we herinneringen op.”


Robrecht: “Zelf vertelt hij niet veel, maar hij geniet ervan als er vijf vrienden van Sanda zitten te praten over hoe het was om met hem te voetballen of op school te zitten.”


Lucas: “We spreken meestal af op een doordeweekse dag omdat we dan naar de Champions League kunnen kijken op tv, die op de achtergrond speelt.”


Robrecht: “Sanda’s papa zegt dat hij op die avonden Sanda ziet zitten. Dat is een troost voor hem. Hij beseft dan ook hoe Sanda’s leven was en hoe goed het zat tussen ons. Het klikt met zijn papa zoals het met Sanda klikte: de koppigheid, het plagen en lachen, onnozel doen. Wij hebben dan het gevoel dat we Sanda even terug hebben.”


Lucas: “Dat plus een paar levenslessen, want die geeft Sanda’s papa altijd mee.”



'Dankzij Sanda is onze vriendengroep voor het leven verbonden.'

Foto - Damon De Backer


Jullie hebben ook mee Sanda’s begrafenis geregeld. Hoe is dat gegaan?

Tim: “Omdat Sanda’s papa moslim is, wilde hij Sanda in de moskee begraven. Met onze vriendengroep wilden we een afscheid organiseren op onze manier en van zijn papa mochten we dat regelen. We hebben dat kunnen doen omdat we, zodra Sanda in het ziekenhuis werd opgenomen, onmiddellijk met onze vriendengroep zijn samengekomen. Dat zijn we die week elke avond blijven doen en daar hebben we veel kracht uit geput.”


Robrecht: “Met een kleine groep van zes man hebben we dat geregeld. Zijn papa zei: ‘Sanda heeft zijn hele leven in Edegem doorgebracht, dan moet hij daar ook begraven worden’. Na een afscheid in de moskee met zijn familie hebben we nog een dienst gedaan in de Basiliek van Edegem, de enige plaats die groot genoeg was om veel mensen samen te krijgen. Zijn papa was daar dankbaar voor, het pakte hem dat er zoveel volk was. ‘Hoe kan dat toch?’, vroeg hij. Maar ons verbaasde dat niet: iedereen had Sanda graag.”


Hoe kijken jullie naar de toekomst?

Robrecht: “Ik hoop op een rechtvaardige straf voor de daders – al is rechtvaardigheid een pleister op een veel te grote wonde. Ik vind dat de daders iets moeten krijgen dat ze voor de rest van hun leven met zich meedragen, want een schuldgevoel hebben ze blijkbaar niet als je ze ziet rondlopen. Ik zeg niet dat Sanda vermoord is en dat er dus een voorbedacht plan was, maar impulsief kun je dit niet noemen. Dit was geen ongeval, dit was een scenario dat stap voor stap is uitgevoerd, met het gekende gevolg. Ze hadden de stekker eruit moeten trekken in plaats van verder te doen."


“Dankzij Sanda is onze vriendengroep voor het leven verbonden. Het is lastig om ouder te worden, want je laat een vriendschap achter. Als wij straks 30 zijn, zal Sanda nog altijd 20 zijn.”


Lucas: “Sanda en ik hebben het eerste jaar van onze studie afgezien – burgerlijk ingenieur is zwaar. Maar we pepten elkaar op met het idee dat we er over vijf jaar zouden staan met ons diploma. Dat is nu mijn motivatie: dat ik er over een jaar zal staan voor Sanda, in plaats van met hem. Het is pijnlijk dat ik nooit zal weten hoe het hem vergaan zou zijn. De wereld lag aan zijn voeten.”





Rik Torfs


Rik Torfs streng voor KU Leuven in zaak Sanda Dia

‘Over dit soort censuur kan ik niet langer zwijgen’


Michiel Martin - De Morgen



“De universiteit beschermt vooral haar reputatie als instelling en hecht te weinig waarde aan haar morele taak.”

Beeld Jef Boes


Oud-rector Rik Torfs is streng voor het optreden van de KU Leuven in de zaak Sanda Dia.

‘Mogelijke racistische motieven bij Reuzegom hadden minstens onderzocht moeten worden.’



Wat ging er door u heen bij het lezen van de reconstructie in Het Nieuwsblad?

Rik Torfs: “Ik ben zelf een ongedoopte op alle terreinen, behalve dat van de rooms-katholieke kerk, en je weet ergens wel dat het er op dopen heftig aan toe kan gaan, maar dit tart voor mij alle verbeelding. In dat artikel staan mensonterende taferelen die van machtsmisbruik en vernedering getuigen en waar geen enkel excuus voor is. Zulke folteringen verwacht je niet in die context.”


Op Twitter laat u weten dat de KU Leuven in haar interne persoverzicht op maandag geen stukken over Reuzegom vermeldde. ‘Pure censuur’, noemt u dat.

“Daar was ik erg geschokt over. Een collega had me er vorige week al op gewezen dat enkele kritische stukken over Reuzegom niet in dat persoverzicht stonden, waarin alle berichtgevingen over de KU Leuven verschijnen. Het is nochtans de bedoeling dat alles daarin komt, zowel positief als negatief. Ook vandaag stond er niets in over Reuzegom, terwijl er onder andere in De Morgen heel wat over de zaak verschenen is."


“Ik doe dit niet graag, als gewezen rector wil ik me niet met het huidige beleid moeien, maar over dit soort censuur kan ik niet langer zwijgen. Er zijn grenzen aan alles. Iets later kreeg ik dan wel antwoord van de KU Leuven op mijn tweet dat het weglaten van die artikels ‘niet de bedoeling’ was. Maar eerlijk gezegd: ik geloof dat verhaal niet.” (De KU Leuven laat in een reactie weten dat het “een administratieve fout betreft die niets met censuur te maken heeft”, MM)


Moet een universiteit berichten over een studentenclub waar ze officieel geen band mee heeft?

“Het blijven studenten van de universiteit en als dusdanig vallen ze wel onder het reglement van de KU Leuven, ook voor externe activiteiten. Het is bovendien een vereniging die zelf al decennialang claimt verbonden te zijn aan de KU Leuven. Op het puur formele kun je geen excuses zoeken.”


Wat vindt u van de initiële tuchtsanctie: dertig uur taakstraf en een paper over dooprituelen? ‘De KU Leuven is strenger voor foute bronvermelding’, zei oud-studentenvertegenwoordiger Kenny Van Minsel in deze krant

“Wat we op dat vlak eens grondig moeten analyseren, zonder stenen te gooien, is dat universiteiten vandaag bedrijven zijn geworden die heel erg bezig zijn met hun product, de wetenschappelijke artikelen. Er is terecht aandacht voor het correcte verloop daarvan, maar nu gebeurt dat soms met extreme strengheid ten aanzien van studenten die in een leerproces zitten. Als het dan gaat over de vorming van de studenten, toch ook een heel belangrijk aspect, is die aandacht er veel minder."


“De zaak-Reuzegom staat zodanig haaks op wat een universiteit zou moeten zijn dat ze vanzelfsprekend gewichtiger zou moeten zijn dan een lichte fout op vlak van plagiaat bij thesissen. Maar de universiteit beschermt in dezen vooral haar reputatie als instelling en hecht te weinig waarde aan haar morele taak. De rangorde is verstoord geraakt.”


‘De KU Leuven heeft geen politionele bevoegdheid’, stelde rector Luc Sels in een open brief. Kon de universiteit meer doen?

“Waar rector Sels zeker gelijk heeft, is dat je het puur juridische werk zijn gang moet laten gaan. Maar waar ik het niet mee eens ben, is dat de universiteit in de tussentijd weinig kon doen. Om te beginnen had ze zich burgerlijke partij kunnen stellen, wat ook door advocaat Sven Mary is aangehaald. Daarmee had de universiteit laten zien dat ze zich persoonlijk geraakt voelt door dit misdrijf.


“Wat ik toch ook gemist heb, is een onderzoek naar de mogelijke racistische motieven bij Reuzegom. Ik ben de eerste om te zeggen dat je daar heel voorzichtig mee moet zijn, maar je zit hier toch met een aantal studenten uit zeer gegoede families die geconfronteerd werden met iemand van een andere origine die niet die achtergrond heeft. Heeft men niet juist hem als makkelijkste slachtoffer gekozen vanuit een soort superioriteitsdenken? Die motieven hadden minstens onderzocht moeten worden.”


Clubs als Reuzegom en hun dooprites zijn niet nieuw. Waarom kreeg u die uitwassen er als rector niet uit?

“Ik wist al dat daar misbruiken bestonden, ook voor mijn tijd. Het was destijds mijn vicerector Rik Gosselink die het initiatief nam (in 2013, MM) voor de formele invoering van het doopcharter*. Dat werd toen ondertekend door vele verenigingen, maar net niet door het type vereniging zoals Reuzegom. Je kunt ze dan wel dwingen, maar een gedwongen handtekening is in principe ongeldig en dan hebben die studenten het ook niet geïnterioriseerd."


“We hebben wellicht geluk gehad dat we toen ontsnapt zijn aan een verschrikkelijke zaak zoals deze, maar dit is wel zo dramatisch dat je eigenlijk niet anders kunt dan daadkrachtig op te treden. De KU Leuven had van het momentum gebruik moeten maken om die oude praktijk van dopen in een nieuwe context te plaatsen en verder te gaan dan een doopcharter en een tuchtsanctie. De mensonterende praktijken moeten er gewoonweg uit.”


Er wordt nu veel geschreven over het elitaire karakter van Reuzegom. Onder de ouders zitten succesvolle advocaten en magistraten. Hoe kijkt u daarnaar?

“Je kunt mensen niet verwijten dat hun ouders een belangrijke maatschappelijke positie bekleden, maar wel dat ze daar misbruik van maken om zich verheven te voelen. Ik hoor gelukkig dat Reuzegom in de laatste jaren voor zijn ontbinding veel minder leden had dan op zijn hoogtepunt.”


Lonkt er klassenjustitie op het proces?

“Door de terechte commotie die is ontstaan, lijkt het risico op klassenjustitie me gering. Mocht het wel zo zijn, dan is dat een zware opdoffer voor ons systeem.”



Rik Torfs: "De mensonterende praktijken moeten er gewoonweg uit."Beeld Jef Boes


Rik Torfs VRT nieuws


Top





Rector Luc Sels


"De zaak-Reuzegom dwingt ons om terug te gaan naar de kern van onze opdracht


KU Leuven Nieuws





Open brief van advocaten aan Luc Sels


‘Geachte rector, het is geen schande een eerder genomen standpunt te herzien’


Sven Mary en Elisa Van Bocxlaer  - De Morgen



Sven Mary en Elisa Van Bocxlaer. Beeld © Stefaan Temmerman


Sven Mary, Elisa Van Bocxlaer, Stijn Butenaers en Sven De ­Baere

zijn de advocaten van de ­nabestaanden van de overleden student Sanda Dia.

Ze schrijven deze open brief aan KU Leuven-rector Luc Sels.


Geachte rector,


Wij nemen akte van uw recente uitspraken waarbij u onder meer stelt dat de KU Leuven pas op het ogenblik dat er een gerechtelijke beslissing valt opnieuw aan zet is. Ook in het tuchtrecht geldt als algemeen rechtsbeginsel dat men geen twee keer kan gesanctioneerd worden voor dezelfde feiten. Uw bewering dat u opnieuw aan zet zal komen is manifest onjuist. Er zal geen nieuwe tuchtsanctie kunnen worden opgelegd. U weet dit zeer goed, want u wordt bijgestaan door de beste juristen van het land.


Daarenboven zullen wellicht alle betrokkenen op het ogenblik van een gerechtelijke uitspraak niet meer verbonden zijn aan de KU Leuven, zodat u als rector alsook als universiteit niets meer kan noch moet ondernemen.


Vooreerst stellen wij vast dat u zich blijkbaar geen zorgen maakt over de rechten op een eerlijk proces van de nabestaanden en de vrienden van Sanda. Een proces waarbij de waarheid – hoe vreselijk ook – eindelijk kan bovenkomen. Verder stelt u te “vrezen” voor de rechten van de verdediging van leden van studentenkring Reuzegom, dit omdat het proces in de media zou gevoerd worden.


Is het niet juist de rol van de media om in een democratisch bestel onrecht, foltering, en discriminatie aan de kaak te stellen? Om verschillende opinies aan het woord te laten? Bovenal kritisch toe te zien op de goede werking van de drie traditionele machten in ons land?


Indien het berichten door de media over misdrijven (met discriminatoire motieven) zou maken dat de daders vrijuit moeten gaan, dan kunnen de moordenaars van George Floyd meteen vrijgelaten worden!


U stelt dat de KU Leuven zich geen burgerlijke partij kon en zal stellen. Dit omdat u aldus als tegenpartij van de betrokkenen zou kunnen beschouwd worden. Waarom zou een instelling als de KU Leuven haar waarden ondergeschikt maken omwille van een mogelijke indruk die zou kunnen gewekt worden wanneer u zich burgerlijke partij stelt in een strafzaak waarbij een student om het leven kwam? Een student die het vertrouwen schonk – samen met zijn ouders – aan uw instelling!



Met de tijd komt de wijsheid en het inzicht. Het is geen schande om een eerder ingenomen standpunt te herzien, wel integendeel. Het maken van fouten is het lot van ons allen. Iedereen is een vriend, zoon, dochter, vader of moeder die zich het lijden van Sanda en zijn naasten kan inbeelden. Berouw en mededogen is echter het enige dat verzachting kan brengen in deze.


De brief die u heden verstuurd heeft naar uw medewerkers, waarin u het stilzitten tracht te verschonen en ‘steun’ betuigt aan de familie en vrienden van Sanda komt hard aan.


Uw betoog, uw woorden – wanneer u ze niet laat volgen door concrete daden – klinken hol in onze oren en smaken bitter in onze mond. Wij doen beroep op uw instelling om de verheven waarden, waar zij zich op beroept en op steunt, opnieuw hoog te houden. Iedereen kijkt naar u en weet dat u vooralsnog het juiste zal doen. Het is nog niet te laat.


Hoogachtend,


Sven Mary, Elisa Van Bocxlaer, Stijn Butenaers en Sven De ­Baere, advocaten van de ­nabestaanden van Sanda Dia





Interne kritiek


Interne kritiek op rector KU Leuven groeit


Simon Grymonprez - De Standaard



Rector Luc Sels. Foto - Fred Debrock


De kritiek op de sancties van het rectoraat tegen de ex-leden van de studentenclub Reuzegom zwelt ook binnen de KU Leuven aan. Rector Luc Sels slaagt er niet in de onrust te bezweren.


‘We zijn diep geschokt en beschaamd. (...) Welk signaal geven we aan huidige en toekomstige ­studenten als tot vandaag geen ­enkele van de achttien betrokken daders enige noemenswaardige sanctie heeft gekregen? (...) We vragen dat alle betrokken leden van het ondertussen ontbonden Reuzegom die momenteel nog aan ­onze Alma Mater studeren met onmiddellijke ingang geschorst worden, en dat alle banden met de universiteit verbroken worden.’


In een open brief aan ­rector Luc Sels vragen 27 academici van de KU Leuven om strengere tuchtmaat­regelen tegen de leden van de intussen ontbonden ­studentenclub Reuzegom, die betrokken waren bij de fatale studentendoop van Sanda Dia (20) in december 2018. Ze vragen Sels ook om de tuchtprocedure te herzien en het diversiteitsbeleid aan te scherpen.


Op vrijwel hetzelfde moment verscheen ook een open brief, ­ondertekend door Undivided (het diversiteitsplatform van KU Leuven-studenten), Karibu (een Leuvense studenten­vereniging die uitgaat van studenten met Afrikaanse origine) en de Turkse Studentenvereniging van Leuven. Ook zij ­vragen een strengere sanctie voor de studenten die betrokken waren bij de dood van Dia.


‘Welk signaal geven we als tot vandaag geen

enkele van de betrokken daders enige

noemens­waardige sanctie heeft gekregen?’

Academici KU Leuven 


Sels wilde gisteren niet reageren tegenover De Standaard, maar deed dat wel in Terzake. ‘Men pakt ons nu op info die vandaag gekend is’, zei Sels. ‘Mochten we toen over ­deze informatie beschikt hebben, was onze beslissing anders geweest.’ De rector beklemtoonde dat de kous voor de KU Leuven niet af is. ‘Ik wacht – zoals het hoort in een rechtsstaat – het proces af. Iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Op het moment dat er een gerechtelijke beslissing valt, zijn wij evident opnieuw aan zet.’


Schorsing niet gepast

Sinds de reconstructie van de fatale Reuzegom-doop (DS 25 juli) krijgt het rectoraat uit verschillende hoeken felle kritiek over de vermeende lakse aanpak tegenover de betrokken Reuzegomleden. De Reuzegommers moesten een ­paper maken over de geschiedenis van dooprituelen en kregen een taakstraf van 30 uur. ‘Ze mochten zelf kiezen wat de taakstraf was, iets uit hun omgeving, iets wat paste bij hun talenten. Ze hebben dat allemaal gedaan’, verklaarde toenmalig vicerector Chantal Van Audenhove vorig jaar aan Radio 2. ‘Hen schorsen of wegsturen van de universiteit zou absoluut niet gepast geweest zijn in die complexe omstandigheden.’


In een opiniestuk in deze krant verdedigde Luc Sels vorige week die aanpak, maar ook na die verdediging ging de kritiek niet liggen. In De Morgen uitte Sven Mary, de advocaat van de familie van Sanda Dia, kritiek op de universiteit. Maandag deed professor Rik Torfs, ex-rector van de universiteit, zijn duit in het zakje: ‘Ik wil Luc Sels niet persoonlijk aanvallen, maar hij had meer kunnen doen’, luidde het. ‘De KU Leuven had zich burgerlijke partij kunnen stellen. En een paper schrijven wanneer iemand is gestorven: dat is niet in verhouding.’ De open brief van de 27 professoren is het voorlopige sluitstuk van een crisis die rector Luc Sels niet lijkt te kunnen bezweren.


‘Je stelt je burgerlijke partij op het moment dat je zelf slachtoffer bent in de juridische zin van het woord,’ zei Sels ter verdediging in Terzake. ‘Hadden wij dat gedaan op dat moment, tijdens de tuchtprocedure, dan waren we tegenpartij. Dat zou de tuchtprocedure in ­gevaar hebben gebracht.’


Volgens Sels was die tuchtprocedure niet eenvoudig: ‘We zijn in contact gekomen met studenten die heel weinig informatie wilden vrijgeven en gesteund werden door heel sterke advocaten. Het is duidelijk dat het strafonderzoek toen al een schaduw wierp op onze tuchtprocedure.’


‘Ik ben zeker dat ik niet iedereen zal kunnen overtuigen’, zei Sels nog. ‘Ik hoop wel dat ik iedereen kan overtuigen om niet het proces in de media te voeren en iemand het recht op verdediging niet te ontzeggen.’





Cathy Berx


Zoon van gouverneur Cathy Berx was lid van Reuzegom

‘Het doodsprentje van Sanda staat nog altijd naast zijn bed’


Jan Antonissen  en Raf Liekens - De Morgen



Antwerps gouverneur Cathy Berx.

Beeld Damon De Backer


De zoon van de Antwerpse gouverneur Cathy Berx, was lid van de Antwerpse studentenclub Reuzegom. De club ligt onder vuur sinds de gruwelijke dood van Sanda Dia (20), die overleed tijdens een uit de hand gelopen doop in december 2018. Haar zoon was niet bij de doop aanwezig: hij wordt níét door het gerecht vervolgd. Berx reageert in een interview met Humo, dat u hier integraal kunt lezen.


Op sociale media is zijn naam al enkele keren opgedoken. In het geruchtencircuit zingt hij al langer rond: Joachim Meeusen, de zoon van gouverneur Cathy Berx en gewoon hoogleraar Johan Meeusen (Universiteit Antwerpen), was lid van de exclusieve studentenclub Reuzegom. Hij was er níét bij toen Sanda Dia’s hart het begaf na een tweedaags doopritueel, dat moeiteloos de vergelijking met een middeleeuwse marteling kon doorstaan. Meeusen was op dat moment in Parijs, waar hij voor zijn Erasmusstage verbleef. Zijn moeder heeft hem zelf het trieste nieuws aan de telefoon verteld. “Ik heb hem nooit zo hard horen huilen als toen. Hij was er kapot van. En dat is hij nog altijd.”


Cathy Berx: “Voor alle duidelijkheid: mijn zoon wordt niet genoemd in het gerechtelijk dossier waarover de raadkamer binnenkort zal oordelen. Hij was niet betrokken bij de feiten. En hij wordt dus ook niet vervolgd.”


Meeusen en Dia kenden elkaar al langer. Ze speelden samen voetbal bij het Edegemse ploegje Ik Dien, waar nog minstens één ander lid van Reuzegom actief was. Humo vernam dat voetballers van Ik Dien Sanda hebben overtuigd tot hun studentenclub toe te treden. Dat was niet vanzelfsprekend. Sanda was een eenvoudige jongen, wiens vader aan de lopende band werkte. De leden van Reuzegom behoren doorgaans tot de betere kringen in de groene rand van Antwerpen. Zij hebben vaders die dokter, rechter of vermogensbeheerder zijn. Ze hebben school gelopen aan een handjevol gereputeerde colleges. Sanda voldeed niet aan die vereisten. Hij is op voorspraak van enkele leden tot de elitaire club toegetreden, in de hoop daar de fine fleur van het toekomstige Vlaamse bedrijfsleven te ontmoeten. Het was, in zijn ogen, een gouden ticket voor een beter bestaan.


Joachim Meeusen is niet te bereiken voor een reactie. Zijn moeder, Cathy Berx, wel.


Berx: “Het was een verschrikkelijk moment: ik moest die avond, 7 december 2018, samen met Bart De Wever (N-VA) speechen op het afscheid van Marc Van Peel (CD&V) als schepen van de Haven van Antwerpen. Ik was er met mijn gedachten niet bij: mijn verstand was te klein om te bevatten wat er op die doop was gebeurd. Ik kan dat nog altijd niet. Ik heb gespeecht, maar daarna heb ik me zo snel mogelijk uit de voeten gemaakt: ik wilde bij mijn zoon zijn. Enkele mensen heb ik wel in vertrouwen genomen. Ik heb hen verteld over de hechte band tussen Joachim en Sanda.”


“Joachim is in zeven haasten naar huis gekomen, helemaal stuk. Hij heeft een bijdrage betaald voor de versiering van Sanda’s graf. Hij is later ook uit Parijs overgekomen om de uitvaart bij te wonen, en heeft in de herdenkingsmatch meegespeeld. Het doodsprentje van Sanda staat nog altijd naast zijn bed.”


Dat is opmerkelijk. De Antwerpse vrienden van Sanda hebben tegenover ons verklaard dat er, behalve de twee andere dopelingen, geen leden van Reuzegom aanwezig waren op de uitvaart. Die waren niet welkom.

“Joachim was daar in elk geval: hij had dat afgetoetst met de vrienden van Sanda, die hem gelukkig niets kwalijk namen. Joachim en Sanda hadden ook samen gevoetbald bij Ik Dien.”


Heeft Joachim Sanda overtuigd om toe te treden tot Reuzegom?

“Nee. Sanda was één van de vele vrienden van Joachim. Hij heeft een vriendengroep van het internaat, van de scouts, van het voetbal, van de studentenclub ook. Maar wat bij Reuzegom is gebeurd, kan natuurlijk niet. Het recht op leven is een fundamenteel grondrecht, dat kan je niemand ontzeggen. Wat me over de reconstructie van zijn laatste uren heeft bereikt, heeft me diep geschokt. U weet: ik heb ook een kind verloren. Dat gevoel komt meteen terug als je verneemt wat die jonge kerel heeft meegemaakt. Die fantastische, knappe jongen had zijn leven lang geknokt om hogerop te raken, hij was een rolmodel. Ik koester zulke mensen.”


Wat deed uw zoon bij Reuzegom?

“Joachim was door Donald (D.V.)* (voormalig preses van Reuzegom, Jong N-VA, red.) gevraagd: ‘Je maakt er vrienden voor het leven,’ zei die. Joa is een sociale en geëngageerde jongen. Hij doet niets liever dan een grappige quiz organiseren, met veel fotorondes. Dat is zijn vaste rol onder vrienden: dat deed hij op het internaat, dat doet hij als scoutsleider, ik neem aan dat hij dat ook bij Reuzegom deed.”


Bij Reuzegom lijken pintjes iets belangrijker dan quizzen.

“Joachim dronk ook weleens te veel, zoals studenten soms doen. Daar hebben we het geregeld over gehad. Ik begrijp die hele drankcultuur niet, ik drink zelf niet. Ik snapte ook niet waarom hij, toen hij in Leuven ging studeren, zich bij een studentenclub aansloot. Ik heb niets met mannen of vrouwen die petten en lintjes dragen.”


“Toen ik vroeger studeerde, heb ik met vrienden ook een club opgericht. Een politiek-culturele club: wij nodigden Julien Schoenaerts uit. Wij debatteerden over de oorlog in Irak. Wij organiseerden reizen naar culturele bestemmingen. Wij dronken amper een glas, en ik dus helemaal niet. (Zwijgt) Ik weet niet wat mijn zoon in zo’n club zoekt, mijn man en ik hebben daar lang en uitvoerig met hem over gepraat, maar wij begrijpen het nog altijd niet. Joachim behoort tot een andere generatie. Hij maakt zijn eigen keuzes.”



Reuzegom is, na de dood van Sanda, ontbonden. Ziet Joachim die mensen nog?

“Dat weet ik niet. Ik heb mijn zoon met 16, 17 de vrijheid gegeven die hij nodig heeft. Ik ga echt niet de hele tijd controleren wie hij ziet en wat hij doet: dat is zijn verantwoordelijkheid. Maar mag ik u eens een vraag stellen? Wat zou u doen als uw vriend iemand heeft doodgereden: zou u dan helemaal geen contact meer willen? Moeilijk, hè."


“Er zijn bij Reuzegom dingen fout gegaan. Enkele jaren geleden raakte bekend dat ze bij een doop een varken hadden doodgeschoten. Dat is absoluut niet oké, al denk ik niet dat Joachim ooit bij dat soort fratsen was betrokken. Maar wat Sanda is overkomen, had ook hem kunnen overkomen. Dat besef ik maar al te goed, sinds ik in de pers de reconstructie van zijn laatste uren heb gelezen. Dat zeg ik hem nu ook: ‘Voor hetzelfde geld was jij het geweest.’”


Wanneer is hij gedoopt?

“Twee jaar daarvoor: in 2016.”


Voor 2018 ging het ook bijna fout.

“Is dat zo? Joachim heeft dat niet gezegd.”


Dat mag niet: Reuzegommers zweren dat ze zullen zwijgen over de doop.

“Hij heeft er nooit veel over gezegd, nee.”


Speelt politiek een beslissende rol in dit dossier?

“Wat suggereert u?”


Eén voorbeeld: de lichte straf van de KU Leuven, een taakstraf van dertig uur en een paper voor de dopers van Reuzegom, kwam er na een onderzoek van de voormalige vicerector Chantal Vanaudenhove. Op haar Facebookpagina staat: ‘Partner van Luc Martens’, ex-minister van CD&V, uw partij. Er zit nogal wat CD&V en N-VA in dit dossier.

“Ik wist zelfs niet dat Vanaudenhove en Martens samen waren. Geen idee. Nee, dat slaat nergens op (zucht).”


Nog één ding. Legt u nog eens uit waarom Joachim, als enige Reuzegommer, wel op de uitvaart van Sanda aanwezig mocht zijn?

“Waarom hamert u daar zo op?”


Omdat het een verklaring kan zijn voor de vraag waarom een fijngevoelige jongen als Sanda naar Reuzegom trekt. Reuzegom was voor hem de entree naar de wereld van het geld.

“Oh, maar als er iets is dat mijn zoon niet interesseert, is het wel geld. Joachim is een historicus. Zijn thesis gaat over Studio Herman Teirlinck in de jaren 60. Dat zegt genoeg, toch? Joachim wil later uitsluitend in de cultuursector werken. Geld is voor hem slechts een middel om te overleven: in dat opzicht bestaat er geen minder ambitieuze jongen dan Joachim. Zijn vrienden zijn het enige dat telt.”


Eén dag na het gesprek komt er nog een sms van Cathy Berx binnen, met een kleine toevoeging: “Waar mijn man me nog aan herinnerde, was dat Joachim al heel veel afstand van de club had genomen na de keuze voor de nieuwe preses.”


*In een reactie laat Donald D.V. weten dat hij op het moment van de feiten geen actief lid meer was van Reuzegom. Hij was niet aanwezig op de doop waarbij Sanda Dia om het leven kwam.





Achtergrond Reuzegom


Bij Reuzegom moest het elk jaar nog iets sadistischer

‘Ik kreeg een opdracht tot ontmaagding'


Douglas De Coninck - De Morgen



Blokhut Cardon in Vorselaar, waar Sanda Dia (20) en twee andere schachten neergezet werden in een put met ijswater,

waarop Reuzegommers hun grote en kleine behoeften deden op hen.

Beeld Tine Schoemaker


Ooit hield een doop bij studentenclub Reuzegom in dat de schacht een emmertje zand moest gaan uitstrooien in een café. Nieuwe documenten die De Morgen kon inkijken maken melding van drugs en seksueel misbruik. ‘Je staat er niet meer bij stil. Je doet dat gewoon. Zoals met die coke.’


Op HUMO.be verscheen gisteravond een reactie van Antwerps provinciegouverneur Cathy Berx (CD&V) op de betrokkenheid van haar zoon Joachim Meeusen bij Reuzegom, en meer bepaald het doopritueel dat op 5 december 2018 Sanda Dia (20) fataal zou worden. Meeusen was een van de 22 jongens in de WhatsApp-groep waarin die avond een filmpje werd gepost van de drie schachten. Ze werden naast blokhut Cardon in Vorselaar neergezet in een put met ijswater. Sanda Dia (20) en de twee anderen moeten er halfnaakt een hele namiddag en avond in blijven staan. Op het filmpje is te zien hoe Reuzegommers hun grote en kleine behoeften doen op de schachten.


Meeusen zat op dat ogenblik in Parijs vanwege een Ersamus-uitwisseling. Het was Cathy Berx zelf die haar zoon het tragische nieuws moest melden. “Ik heb hem nog nooit zo hard horen huilen als toen”, zegt ze tegenover Humo. “Hij was er kapot van. En dat is hij nog altijd.” Ze zegt ook: “Mijn zoon wordt niet genoemd in het gerechtelijk dossier.”


Maar dat is niet helemaal waar.


SEKS EN DRUGS

Joachim Meeusen behoort niet tot de achttien Leuvense (ex-)studenten van wie het parket in Hasselt de doorverwijzing vordert naar de correctionele rechtbank. In het gerechtelijke dossier zit wel een verklaring die de toen 19-jarige Joachim kort na het drama aflegde tegenover de politie. Hij werd daarbij geflankeerd door zijn advocaat, de Antwerpse strafpleiter Walter Damen. De Morgen kon kennis nemen van het het proces-verbaal. De politie vraagt Meeusen of het gebruikelijk is dat er tijdens dooprituelen op schachten wordt geürineerd.


Joachim Meeusen: “Ja, dat wordt gedaan. De schachten liggen dan op de grond. Buiten tijdens de doop gebeurt dat niet.”


Is het gebruikelijk, vraagt de agent, dat in iemands kot waterleidingen worden afgesloten, zodat de schacht zich niet kan herstellen van zijn kater?


Antwoord: “Toen ik werd gedoopt heeft men een deur afgeplakt zodat ik niet bij de waterkraan kon.”


Hebt u zelf al op schachten geürineerd?


Antwoord, na ruggespraak met zijn advocaat: “Dat wens ik te ontkennen noch te bevestigen.”


Meeusen was ‘scriptor’ bij Reuzegom. Hij moest verslagen opstellen van vergaderingen en “het balboekje bijhouden”. Hij behoort niet tot de achttien Leuvense (ex-)studenten van wie het parket in Hasselt de doorverwijzing vordert naar de correctionele rechtbank. Hij zat die avond in Parijs in het kader van een Erasmus-uitwisseling.


Of er, vraagt de agent, weleens seksuele handelingen plaatsvinden tijdens zo’n doop?


Meeusen: “Dat kan gebeuren. Tijdens mijn doop, het jaar daarvoor, kreeg ik een opdracht tot ontmaagding. Ik moest pijpen en poepen. Ik was tot dan toe zelf nog maagd. Je wordt op zo’n doop tot op een punt gebracht dat je niet meer weet wat je aan het doen bent en er ook niet meer bij stilstaat. Je doet dat gewoon. Zoals met die coke.”


EMMER ZAND

Niet alleen coke is voor de Reuzegommers en hun schachten, vaak pas 18 jaar oud, de gewoonste zaak. In de WhatsApp-conversatie waarmee de laatste uren van Sanda Dia zijn gedocumenteerd wordt ook gesproken over 10 gram weed. Het is de vraag waar velen mee blijven zitten. Hoe de in 1946 door Hugo Schiltz opgerichte Antwerpse studentenclub, genoemd naar een passage uit het Borgerhoutse Reuzenlied (“Keere weerom Reuzegom”), ooit is kunnen afglijden naar dit.


N-VA-politicus Theo Boel uit Duffel was preses bij Reuzegom in 1975-1976. Hij leest de kranten en zegt maar één woord te hebben: beschamend.


Theo Boel: “Het ergste dat in onze tijd werd gedaan, was schachten opdragen om een foto van hun bloot gat te gaan maken in de fotocabine in het station van Leuven. Wat we ook deden was een schacht naar een café sturen om er een emmer wit zand over de vloer uit te gieten. Dan moest een andere schacht, die natuurlijk van niks wist, naar datzelfde café gaan en vragen: ‘Moet er hier nog zand zijn?’ Het was altijd ludiek, studentikoos. We belden ook eens een school, zeiden dat we van het ministerie waren en dat we iedereen de dag erna zouden komen ontluizen. (lacht) En dat kwam dan in de krant.”


“Ik herken niets, maar dan ook totaal niets meer. Ik lees dat het nu een elitaire club is. Wel, vroeger niet. Ik ben zoon van een dokwerker.”


DE GOEDE OUDE TIJD’

Zeven maanden voor het drama in Vorselaar moesten de Reuzegommers tijdens een bijeenkomst in hun stamcafé In den Boule een ‘schachtentemmer’ verkiezen. Het is elk academiejaar opnieuw een begeerde titel. De schachtentemmer is degene die het scenario van de doopavonden mag schrijven. Je kan maar één keer schachtentemmer zijn, en de laatste jaren werd deze verkiezing altijd gewonnen door wie in zijn speech nog meer brutaliteit aankondigt dan bij de vorige edities.


En dat is wat Alexander G. alias Janker, die avond in mei doet. Uit de print van zijn speech: “Geachte commilito’s. Shrek, Placebo, Uno, Babylon. Stuk voor stuk temmers die hun sporen hebben achtergelaten. Het temmerschap bij de Reuzz is dan ook een vak apart, iets ongewoons, iets unieks. Maar dit is nog altijd de Reuzz, hier wordt niet aan liefdadigheid gedaan in ruil voor een stem, hier en daar. En dat fundament, dat fantastisch kenmerk, gaan we hier toch niet verloochenen?”



Blokhut Cardon - Beeld Tine Schoemaker


Het is deze eerder al gedeeltelijk uitgelekte tekst waarin G. spreekt over “onze goede Duitse vriend Hitler” en ook nog zegt: “Er zijn twee soorten mensen. Leiders en diegenen die luisteren naar de leider. Ik ben een geboren commandant, niet bevoegd om slaafje te spelen, maar geboren om te deligeren (sic, DDC). Ik wil er volgend jaar een echt bruut jaar van maken, teruggaan naar de tijd van Uno, tegenwoordig al genoemd als de goede oude tijd.”


WIE IS UNO?

Uno is een van de beter bewaarde geheimen van Reuzegom. Hij en Babylon zijn blijkbaar de meest wreedaardige schachtentemmers van de voorbije jaren. In 2016-2017 en 2017-2018 waren Julien D.V. (Placebo) en Arthur G. (Shrek) de temmers. Zij waren allebei aanwezig in de blokhut, gingen mee op de schachten schijten en urineren. Het parket vraagt hun doorverwijzing.


Babylon en Uno zijn intussen afgestudeerd. Babylon runt in de Noorderkempen z’n eigen bedrijf. Zijn echte naam is Pieter K. “Ik vind het heel erg wat Sanda is overkomen”, zegt hij. “Ik was inderdaad Babylon, maar dat is al een aantal jaren geleden en in de jaren nadat ik schachtentemmer was, was ik niet meer zo actief bij Reuzegom. Ik ken in elk geval niemand van de generatie van 2018. In onze tijd was het anders.”


Twee maanden onderzoek bij het parket in Turnhout en nog eens een jaar bij dat in Hasselt heeft nog altijd niet duidelijk kunnen maken wie Uno was. Reuzegommers zweren elkaar eeuwige trouw. Die eed lijkt bij de achttien verdachten sterker aanwezig dan schuldinzicht rond de dood van Sanda. 


METAALSCHILFERS

Bij de meeste Leuvense studentenclubs staan de organogrammen online. Bij Reuzegom is dat niet zo. En als dat ooit zo was, zijn alle lijsten offline gehaald. In het rond de dood van Sanda Dia opgebouwde dossier ontbreekt een ledenlijst die toelaat na te gaan onder wiens impuls het door de jaren heen ging ontsporen. Doen alsof het allemaal begonnen is met de generatie 2018-2019 klinkt niet erg geloofwaardig.


In 1999 wordt Kevin, een student TEW aan de UFSIA, door z’n twee ‘meesters’ bij de Antwerpse club Andoverpia meegenomen naar de fuif van Reuzegom in Leuven. Hij krijgt een pintje aangereikt door een Reuzegommer en zegt later: “Na amper één biertje kreeg ik plots stekende buikpijn.” Hij moet later die nacht bloed braken. Kevin belandt in het ziekenhuis waar wordt vastgesteld dat hij metaalschilfers van 2 tot 3 millimeter in z’n maag heeft zitten. Iemand heeft die in z’n bier gedaan. Als de Reuzegommers worden aangesproken, is er niemand die kan zeggen wie dat zou kunnen zijn geweest.


De inmiddels gewiste website van Reuzegom laat via waybackmachine.org een poll zien onder de leden in 2004: ‘Have you ever tasted your own cum?’  (‘Heb je ooit je eigen sperma geproefd?’)


SPEKKIE, HET VARKEN

In de aanloop naar de doop van 2009 komt schachtentemmer Nicolas A. alias Dettol met het idee dat de schachten maandenlang beurtelings zorg moeten dragen voor een biggetje, dat Spekkie wordt genoemd. Ze moeten het dier verzorgen op hun kot. Om de week wordt Spekkie naar een andere schacht gestuurd, die zich dan moet zien te beredderen met voedsel en uitwerpselen. Drie dagen voor de doop moeten de schachten het varken Dettol doen drinken. Op de avond zelf wordt Spekkie dood geschoten met een karabijn.

Als in 2013 beelden van het varken online verschijnen, reageert dierenrechtenorganisatie Gaia. “Wij hebben toen klacht ingediend”, zegt Michel Vandenbosch. “Het Leuvense parket volgde ons, maar uiteindelijk zijn de Reuzegommers via de afkoopwet aan vervolging ontkomen. Ze hebben elk 400 euro betaald.”


Met de glimlach, volgens een bron die het Leuvense studentenmilieu goed kent: “Reuzegom werd tijdens die rechtszaak geflankeerd door advocaten die allemaal werden gefinancierd door oud-leden. Je moet er geen zotte complotten van maken, maar het is wel zo dat veel ex-leden een mooie carrière hebben gemaakt en dat er een zeker onderling netwerk bestaat. Op het jaarlijkse bal van de club komen oud-leden graag laten zien hoeveel geld ze hebben en kunnen uitgeven.”


De bedenkers van de doop met het varken waren F.H. (alias Föhne), X.W. (aPied) en F.P. (Ghole). F.H. is vandaag financieel adviseur bij een Nederlandse multinational, X.W. werkt bij een grote farmaceutische onderneming en F.P. heeft een goed draaiende tandartspraktijk in de Kempen. N. A., preses dat jaar, bekleedt een topfunctie bij een farmamultinational.


Michel Vandenbosch: “We hebben toen van de preses van 2013 een schriftelijke verklaring bekomen dat Reuzegom nooit nog gewervelde dieren zou gebruiken tijdens dooprituelen. Of dat iets betekent is een andere vraag. Een andere Leuvense studentenclub liet z’n schachten enkele jaren later konijntjes adopteren. Die moesten ze dan tijdens de doop de nek omwringen.”


PINTJE MET URINE

Volgens een bron in het Leuvense studentenmilieu is een schacht bij Reuzegom iets anders dan bij andere studentenclubs: “Om bij dat clubje te komen, moet je niet alleen een mensonterende doop doorstaan. Je moet jezelf als schacht heel het jaar compleet laten gebruiken en misbruiken. Op de gekste momenten bellen je superieuren je dat je mag afkomen om hun kot te kuisen, eten te brengen. Elke maandag ga je jezelf doodzuipen in het stamcafé. Je krijgt de ranzigste pinten voorgeschoteld die ze kunnen vinden. Je moet de meest onmogelijke ad fundums doen en voor elf uur lig je gegarandeerd al te spuwen in de goot van de Vaartstraat in Leuven. Vraag je niet aan je meerdere of je een sigaret mag opsteken en die ziet dat? Sigaret uitdoen en opeten.”


Jezelf aanmelden doe je volgens deze bron op een cantus, een zuippartij aan het begin van het academiejaar. Dat ook Sanda Dia het deed, was mogelijk vanwege zijn vriendschap met Joachim M. Ze speelden samen in dezelfde voetbalploeg in Edegem.


Onze bron: “Niet iedereen lukt het om die eerste cantus uit te zitten. Daar moet je de eerste keer al de meest ranzige dingen laten gebeuren. Half verschraalde pinten waarin is gepist en waar een paar peuken in drijven ad fundum drinken is een klassieker.”


Brutaliteit lijkt bij Reuzegom al heel lang de norm te zijn, maar ouders schijnen er net als de universiteit al jaren van weg te kijken.

De moeder van Jef S., alias Flodder, van wie de doorverwijzing naar de rechtbank wordt gevorderd, is naast magistrate ook docente strafrecht aan de KU Leuven. Léon L., alias Strontvlieg, is de zoon van Xavier L. Die was preses bij Reuzegom in het academiejaar 1991-1992. Een andere Reuzegommer, die zelf niet op de doop aanwezig was, maar wel in de WhatsApp-groep zat, werkt bij het instituut voor Internationaal Recht aan de KU Leuven. Het parket vraagt zijn doorverwijzing niet. Van Arthur V. alias Sondage, vraagt het dat wel. V. behaalde deze zomer zijn magna cum laude aan de KU Leuven.



Beeld Tine Schoemaker





Opinie Didier Pollefeyt


'Een te goedkope vergeving neemt het kwaad onvoldoende ernstig'


Didier Pollefeyt - De Morgen



Didier Pollefeyt is theoloog aan de KU Leuven.



In zijn brief ‘Naar de kern van onze opdracht’ (DM 6/8) confronteert rector Luc Sels ons met een “heel moeilijke vraag”:  “Hoe kunnen we, naast alle terechte afkeuring en begrijpelijk afgrijzen, ook de beklaagden nabij blijven als mensen die kunnen groeien en vergeving waard zijn?” Hij geeft aan dat deze vraag de KU Leuven “geleid heeft in de aanpak die we gevolgd hebben na die gruwelijke feiten”. 


Al dertig jaar doen we aan de KU Leuven onderzoek rond de thematiek van vergeving na ernstige misdaden. Telkens opnieuw zien we in dit soort vergevingsdiscours dezelfde fouten gemaakt worden. Ook hier kan een kritische benadering van het gebruik van het begrip ‘vergeving’ niet alleen de aanpak van de KU Leuven blootleggen, maar ook duidelijk maken waarom die tekortschiet en wat de weg vooruit zou kunnen zijn.


Eenvoudig gezegd: een te snel en te goedkoop spreken over vergeving neemt het kwaad onvoldoende ernstig. In Vlaanderen hebben we dit op pijnlijke wijze geleerd uit de zaak-Roger Vangheluwe, toen bleek hoe kardinaal Danneels geprobeerd had achter de schermen in een gesprek met de familie van de slachtoffers de misdaden met het begrip ‘vergeving’ toe te dekken. In zijn brief wijst rector Luc Sels naar onze (katholieke) traditie. Wel, in de katholieke traditie is vergeving van oudsher verbonden aan een aantal voorwaarden. Anders wordt vergeving ‘goedkope genade’ (Dietrich Bonhoeffer) en biedt ze uiteindelijk een vrijgeleide aan de dader ten koste van het slachtoffer. Omdat de katholieke traditie zich hier historisch zo vaak aan bezondigd heeft, vraagt het gebruik van het begrip ‘vergeving’ in deze context dan ook de grootste behoedzaamheid, zeker door een katholieke universiteit. Welke zijn de voorwaarden voor authentieke vergeving dan wel?



'De zaak Roger Vangheluwe heeft pijnlijk geleerd hoe het niet moet', stelt Pollefeyt vast. Belga


Voorwaarden

De eerste en belangrijkste voorwaarde is het oprecht berouw en de bekering van de daders. Men kan hiervan in deze context bezwaarlijk spreken wanneer de rector zelf aangeeft dat hij onmiddellijk geconfronteerd werd met een batterij advocaten van de daders. Zulke houding getuigt niet van erkenning van schuld en wil tot bekering, wel van het tegenovergestelde. Dat schuldinzicht bij de daders zou er eventueel kunnen zijn, maar daar is wel geen enkel spoor van te vinden. Op zo’n moment de beklaagden benaderen “als mensen die kunnen groeien” is niet alleen naïef maar ook gevaarlijk. Het is treffend hoe een aantal medestudenten van het slachtoffer aangeven een gevoel van onveiligheid te hebben in de Leuvense straten en auditoria. Ouders van onze studenten drukken vandaag ook vaak deze vrees uit: is de universiteit een veilige plek voor onze kinderen?


Een tweede voorwaarde is de herinnering aan de feiten levendig houden. De daders hebben echter alles gedaan om de sporen van hun misdaad uit te wissen. Door zich burgerlijke partij te stellen zou de KU Leuven aan de samenleving kunnen tonen dat dit haar in haar kern raakt en zou ze medestander van de familie worden, in plaats van nu, zoals blijkt, tegenstander. Nu bestaat minstens de indruk dat de KU Leuven vooral het eigen imago wilde redden en hoopte dat de zaak wel zou overwaaien. Je door vergeving laten leiden in een context waarin daders alle sporen van hun misdaad weg willen wissen, veroorzaakt terecht morele verontwaardiging. Het is gevaarlijk dit onmiddellijk als ‘volkstribunaal’ weg te zetten. Dat is dodelijk voor de ethische kracht die in onze universiteit en onze samenleving leeft. Overigens, naar aanleiding van de grote publieke morele verontwaardiging rond Leopold II heeft de KU Leuven wel onmiddellijk een beeld van de koning weggenomen, zelfs zonder enig inhoudelijk debat binnen de universitaire gemeenschap.


Een derde voorwaarde voor authentieke vergeving is de straf. Er zijn al veel vragen gesteld bij de proportionaliteit van de straf. Positief aan de opgelegde straf door de KU Leuven is dat ze gericht was op schuldinzicht en herstel en niet louter repressief en diaboliserend was. Een straf heeft ook een publieke dimensie. In de media heersen terechte vragen of deze papers effectief geschreven zijn en of ze inderdaad tegemoet kwamen aan het verhoopte schuldinzicht. De discussie heeft intussen zo’n enorme omvang gekregen dat deze vraag als van maatschappelijk belang kan gezien worden en als een vorm van transparantie van bestuur. Uit deze papers zou misschien schuldinzicht kunnen blijken. Opnieuw kan een (verkeerde) indruk ontstaan, namelijk dat deze papers niet inhoudelijk bekeken werden of dat dit slechts een ‘pro forma’-oefening was? Dat kan, maar dan is vergeving wel nog verder weg.   


Ongepast

Een vierde voorwaarde is restitutie: het goedmaken van de aangerichte schade. Dat is hier niet meer mogelijk. Sanda is dood. Dat is vreselijk en onherroepelijk. Diep medeleven is hier maar evident en geen morele verdienste. Maar ook de objectieve vaststelling dat hier iets ‘onvergeefelijks’ gebeurd is, zou evident moeten zijn. Niemand kan in de plaats van Sanda vergeving schenken. Vergeving gebeurt tussen levende daders en slachtoffers, en hun nabestaanden. In die zin is de rector niet alleen geen rechter, maar ook geen priester. Het komt niet aan hem toe om over vergeving te spreken. Het is daarvoor ook veel te vroeg, en daarover nu spreken is ook ongepast in een context waarin ook de nabestaanden van de slachtoffers (begrijpelijkerwijze) niet in dat discours willen meegaan.


Ten slotte veronderstelt vergeving ook het creëren van een context waarin dergelijke misdaden niet meer kunnen gebeuren. De oproep om een alternatief te zoeken voor de dopen is lovenswaardig maar onvoldoende en te vrijblijvend. Er zouden veel meer zaken moeten gebeuren: de aanscherping van het tuchtreglement van de KU Leuven bijvoorbeeld; maar ook in de vorm van symbolen en rituelen, en momenten en plekken om Sanda te herdenken. De dood van Sanda is niet alleen een “zwarte pagina” die men zo snel mogelijk wil omslaan, maar een diepe wonde – in de eerste plaats bij de onmiddellijke slachtoffers maar ook veel breder – die goed verzorgd moet worden. 


Een te snel en gemakkelijk vergevingsdiscours die de wonde wil toedekken, doet ze alleen maar verder etteren, zoals ook vandaag blijkt. Goed begrepen vergeving impliceert dat deze tragedie langzaam een litteken wordt, een litteken in het gezicht van onze universiteit. Littekens zijn genezen wonden. Ze verwijzen naar onomkeerbare schade en getuigen van een intense voorafgaande pijn. Laat ze zichtbaar blijven. Het zijn dragers van betekenis. Ze verwijzen naar kwetsbaarheid en veerkracht.





Ex-leden getuigen


'Ex-leden Reuzegom getuigen: 'Ik was niet verwonderd'


Jan Lippens - Knack



Oud-leden van studentenclub Reuzegom reageren op de verhalen en onthullingen over hun vroegere club.

'Het was een eer om lid te zijn van Reuzegom', klinkt het. Anderen zijn gedegouteerd over hun club.


De in december 2018 fataal afgelopen studentendoop van de Leuvense studentenclub Reuzegom blijft scherpe discussie uitlokken. Vrienden van Sanda Dia, de student die daarbij om het leven kwam, zijn vernietigend in hun kritiek op Reuzegom en eisen in soms emotionele interviews 'gerechtigheid voor Sanda'. Het Limburgse parket wil achttien leden van de inmiddels opgedoekte club voor de correctionele rechtbank vervolgen voor onder andere onopzettelijke doding. Als er een proces komt, riskeren ze tien jaar cel.


Advocaat Sven Mary, die de nabestaanden vertegenwoordigt, heeft het onomwonden over 'folterpraktijken' en omschrijft de clubleden en hun ouders als 'de Vlaamse elite die de rangen sluit'. Ook rector Luc Sels van de KU Leuven krijgt stevige kritiek te verduren omdat de universiteit niet harder optrad onmiddellijk na de feiten. Een twintigtal Leuvense professoren schreef daarover een vlammende open brief, en ook oud-rector Rik Torfs haalde in de media uit naar rector Sels.


Ondertussen lekken ook allerlei documenten uit het gerechtelijk dossier uit. De krant De Morgen legde bijvoorbeeld de hand op het proces-verbaal met het verhoor van J.M. (21). Die jongeman krijgt extra aandacht omdat hij de zoon is van Antwerps gouverneur Cathy Berx. Berx had eerder in Humo verteld dat haar zoon lid was van Reuzegom, maar niet aanwezig was op die fatale doop en ook niet in het gerechtelijk dossier wordt genoemd. Dat laatste klopt alvast niet. Tijdens zijn ondervraging door de politie zou de jongeman hebben getuigd over de verregaande praktijken tijdens dopen van Reuzegom, maar ook over seksuele handelingen ('ontmaagding') en drugsgebruik (cocaïne en weed). De jongeman werd tijdens zijn ondervraging bijgestaan door strafpleiter Walter Damen, schrijft de krant. Hij dient een klacht in tegen De Morgen, volgens zijn advocaat zijn de citaten fout.


De club werd ooit mee opgericht door Hugo Schiltz en ontstond vanuit het jezuïetencollege Xaverius in Borgerhout. Knack nam contact op met een zevental oud-leden van Reuzegom. Ze waren clublid, gespreid over een periode van eind jaren zeventig tot begin jaren tweeduizend. Drie van hen wilden reageren. Een van hen wilde dat uitsluitend anoniem doen. De meesten reageerden niet of wilden geen commentaar geven, noch vertellen over hoe het er toeging bij hun eigen studentendoop.


De oud-leden hebben een (soms internationale) carrière uitgebouwd als consultant of manager, of zijn actief in de juridische en de bedrijfswereld. Een aantal heeft een eigen bedrijf. Opvallend is dat verscheidene oud-leden inmiddels hun profiel op sociale media hebben aangepast en elk spoor van hun vroegere lidmaatschap van Reuzegom hebben verwijderd. Onder andere twee oud-presessen van Reuzegom van begin jaren negentig hebben elke verwijzing geschrapt naar de club die ze zelf ooit hebben geleid.


'Verregaande normvervaging'

Guy Van de Weyer is managementconsultant, gespecialiseerd in de medische sector. Hij studeerde van eind jaren zeventig tot begin jaren tachtig in Leuven geneeskunde en daarna optometrie in Brussel. Eind jaren zeventig was hij lid van Reuzegom en gedurende een jaar ook 'schachtentemmer', de man die de dopen organiseert.


'Het was toen echt een andere wereld. Ons clubleven toen is totaal niet vergelijkbaar met wat nu over Reuzegom bekend is', zegt Van de Weyer. Hij is gedegouteerd over zijn vroegere club, 'maar toch niet echt verwonderd'. Waarom niet? 'Een tiental jaren geleden ben ik nog eens naar een cantus voor oud-leden geweest. Ik herkende mijn Reuzegom niet meer. Het ging er grof en stijlloos toe. De schachten werden heel vulgair behandeld. Men liet die avond bijvoorbeeld een schacht zijn broek uittrekken en goot bier in zijn aars. Een andere schacht moest dan dat bier weer opdrinken. Sorry, maar dan haak ik af. Ik ben sindsdien nooit meer naar een activiteit of bal van Reuzegom geweest.'


De ontsporingen in Reuzegom ziet hij als 'verregaande normvervaging en het verlies van respect voor de traditie van de club'. Toen hij zelf als schachtentemmer de regels voor een doop opstelde, was het de bedoeling dat het zowel voor de schacht als voor de leden 'plezant en leuk' was, zegt hij. 'Het moest niveau hebben. Voor beestigheden was er geen plaats, en er bestond een bepaalde discipline. Op het einde van elke cantus zongen we bijvoorbeeld altijd Das Polenkind (een lied uit de Studentencodex, bladzijde 456, van oorsprong een Duits soldatenlied dat onder andere ook in het liedboek van de Wehrmacht stond, nvdr).


Na een cantus was uiteraard niet iedereen nog bloednuchter, maar geen enkel lid zou het gedurfd hebben om tijdens dat lied te lachen of onnozel te doen. Je werd onmiddellijk tot de orde geroepen. Er waren dus ook ernstige momenten. Bij de regels die ik als schachtenmeester opstelde, was het uitgangspunt dat niemand mocht worden verwond. Geen smerige toestanden of overmatig drinken. Wanneer we zagen dat een schacht zwaar dronken dreigde te worden, verklaarden we hem zogenaamd "bierimpotent". Die schacht kreeg dan geen druppel alcohol meer, laat staan dat we hem nog een fles gin zouden laten drinken, zoals in de zaak van Sanda Dia blijkbaar is gebeurd. Het is een kwestie van gezond verstand, een sterke preses en ouderwetse tucht. De club had trouwens een tuchtmeester die toezicht hield op het hele verloop. Op die cantus voor oud-leden zag ik niets meer van dat alles. Het was een beestenboel.'


Waarom hij ooit zelf lid is geworden? 'Ik zat op het Xaveriuscollege in Borgerhout en het was zowat traditie dat je nadien als student naar Leuven trok en bij Reuzegom aansloot. Er waren uiteraard ook veel oud-leerlingen van Xaverius die nadien niet bij een studentenclub aansloten, maar als het clubleven je aantrok, kwam je bij Reuzegom terecht. Trouwens, elke school of college had wel een link met een studentenclub waar oud-leerlingen lid van werden. Ik denk dat die band met het Xaveriuscollege nu niet meer bestaat, al was het maar omdat leerlingen van Xaverius niet meer automatisch in Leuven gaan studeren maar ook voor andere universiteiten kiezen.'


Van de Weyer relativeert sterk dat Reuzegom een elitaire bedoening was en dat het om netwerking draaide. 'In Reuzegom wist je doorgaans niets van de thuissituatie van je clubgenoten. Als je naar de universiteit gaat, behoor je sowieso al bij een intellectuele elite, en bij de jezuïeten van het Xaveriuscollege werd je ook niet meteen opgeleid met een minderwaardigheidsgevoel. De club was toen geen opstapje naar zogenaamde betere kringen, maar gewoon een groepje studenten met hetzelfde collegeverleden. Net zoals je ook regionale studentenclubs had voor jongens uit bijvoorbeeld dezelfde streek in Zuidoost-Vlaanderen. Er bestond in mijn tijd ook een studentenclub met uitsluitend Franstalige Antwerpse studenten. La jeunesse Anversoise, zeg maar. Je wilt gewoon plezier maken met je club, en het belangrijkste voordeel was dat er ouderejaars in de club zaten die je soms wat raad konden geven over bepaalde vakken of proffen die zij al hadden gehad. In elk geval heeft Reuzegom nul komma nul invloed gehad op mijn professionele carrière. Het clubleven bleef ook beperkt tot Leuven. Zodra je daar weg bent, gaat iedereen zijn eigen weg en verlies je snel het contact. Misschien blijven er soms een paar vrienden van over.'


Over de sanctie die de KU Leuven de betrokken studenten van Reuzegom oplegde (een 'maatschappelijke taakstraf' en een paper schrijven, nvdr), wil Van de Weyer zich niet uitspreken. 'De universiteit moet uiteraard ingrijpen, maar ze mag zelf geen rechter spelen in die complexe zaak. Het is al te gemakkelijk om nu vanaf de zijlijn hoge morele waarden in te roepen als je niet alle details kent. Ik begrijp dus rector Sels als hij de uitkomst van een eventueel strafproces wil afwachten.'


Van de Weyer vindt dat de dodelijk afgelopen doop van Reuzegom een schaduw over álle studentenclubs werpt. 'Helaas, want er zijn nog altijd clubs die volgens de traditie en met discipline werken. Ik werd ooit door een nichtje dat in Gent studeerde uitgenodigd voor een bompacantus van haar studentenclub. Dat was heel plezierig en vergelijkbaar met wat wij vroeger deden. Ik wil Reuzegom zeker niet verdedigen, want ik heb er totaal geen affiniteit meer mee, maar het zou me sterk verbazen als dat soort ontsporingen en excessen alleen bij Reuzegom zouden gebeuren. In mijn tijd hielden we onze dopen beschaafd, maar we zagen toen ook al beestachtige toestanden, bijvoorbeeld bij sommige West-Vlaamse clubs. Schachten werden zowat bewusteloos dronken gevoerd met Rodenbach en kregen ingewanden van kadavers voorgeschoteld. Die clubs waren toen al berucht. Reken maar dat er toen ook studenten in het ziekenhuis zijn beland en ja, er hadden toen ook doden kunnen vallen.'


Reuzegom is eind 2018 opgedoekt. 'Als ik met wat nostalgie terugkijk op mijn studententijd, vind ik dat wel jammer dat die traditie teloorgaat. Ik heb er me altijd goed geamuseerd. Ook al was er intern soms een moeilijker periode zoals in elke vereniging, het was een positieve ervaring. Maar met wat ik nu allemaal lees over de excessen van de voorbije jaren, dan vind ik het einde van Reuzegom geen groot verlies voor de mensheid.'


'Bepaalde beroepscategorieën'

Een tweede getuige, die we Meneer X zullen noemen, heeft twee universitaire diploma's van de KU Leuven. Hij was enkele jaren zaakvoerder van een eigen vennootschap en is vandaag in de Antwerpse regio actief in een semipublieke functie die nogal wat discretie vergt en aan strikte deontologische regels is gebonden. Hij klinkt verrast en zeer achterdochtig aan de telefoon. In eerste instantie geeft hij ook niet echt toe dat hij lid is geweest van Reuzegom: 'Was ik lid? Dat kan. Hoe weet u zo zeker dat ik ooit lid was van Reuzegom?'


X is een van de oud-leden die een paar dagen geleden op sociale media elke vermelding van Reuzegom uit zijn cv heeft geschrapt, erkent hij dan wel. Blijkbaar gebeurde dat nadat de krant Het Nieuwsblad een gedetailleerde reconstructie van de fatale doop van Reuzegom had gepubliceerd.


Getuige X: 'Dat lidmaatschap is al heel lang geleden en ik heb daar niets meer mee te maken. Ik zat ook in een heel andere periode bij Reuzegom. Wat er nu allemaal is gebeurd, vind ik ronduit walgelijk. Is dat duidelijk? Veel meer kan ik daar niet over zeggen.' Hij beklemtoont dat hij absoluut niet met naam en toenaam wil worden genoemd. Zijn korte anonieme commentaar is dubbel: 'Je mag voor mijn part alle studentenclubs van Leuven eens opbellen. In elke studentenclub gebeuren er soms onnozelheden. Maar de excessen die blijkbaar bij Reuzegom zijn gebeurd, heb ik in mijn periode nooit gezien of meegemaakt. Wat je daarover leest is er heel zwaar over.'


Waarom hij ooit zelf bij de club is gegaan, wil X niet meteen zeggen: 'Ik ga er niet op in. Ik was nogal sociaal, zeker? Ik heb er zeker goede herinneringen aan, want het was indertijd een geweldige club. Maar nogmaals, wat nu is gebeurd vind ik walgelijk. Trouwens, u belt me op kantoor en ik vind het absurd dat in de media nu allerlei linken worden gelegd naar bepaalde beroepscategorieën. Er worden daarover nogal wat leugens gepubliceerd.' Wat die leugens precies zijn, wil hij niet vertellen en dat mag hij ook niet volgens zijn beroepsdeontologie, zegt hij. Dan maakt hij een eind aan het gesprek. Nauwelijks een kwartier later belt X terug om nogmaals aan te dringen op zijn anonimiteit: 'Als bekend wordt dat ik in Reuzegom zat, riskeer ik misschien wel mijn job kwijt te spelen.'


'Geen schande'

Bert Maes is productmanager in een bedrijf dat consultancy en technische knowhow levert voor spoeddiensten en operatiekwartieren in ziekenhuizen. Hij was voordien elf jaar gedelegeerd bestuurder van een computerbedrijf. Begin jaren tachtig studeerde hij in Leuven voor ingenieur informatica, en in die periode was hij lid van Reuzegom. Dat lidmaatschap vermeldt hij ook op LinkedIn: 'Ik vind het geen schande dat ik ooit bij Reuzegom was. De club blijft voor mij een deel van mijn aangename studentenleven.'


Hij heeft recent wel veel nagedacht over Reuzegom, vertelt hij. 'Of ik me daar nog in herken, vind ik een moeilijke vraag. Wat ik vandaag over de club lees, is een horrorverhaal. Maar ik ga niet akkoord met de manier waarop de club nu gefileerd wordt.' Maes verwijst onder andere naar de indruk die wordt gewekt dat iedereen bij de club kon aansluiten. 'Dat klopt niet. Je moest uitgenodigd worden door iemand die jou kende. Als die eer je te beurt viel en je werd ook aanvaard, dan was je een tijdje schacht en werd je gedoopt. Overigens hadden alle clubs bepaalde criteria voor lidmaatschap. Soms was dat heel banaal. Bij Moeder Geelse kon je alleen lid worden als je van Geel was. Als je bijvoorbeeld van Kasterlee was, kwam je er niet in. De verhalen die nu verschijnen dat je zomaar zelf bij Reuzegom kon aansluiten om je netwerk uit te breiden, vind ik zeer vergezocht.'


Toch vertelden vrienden van Sanda Dia in De Morgen dat 'Sanda besefte dat je mensen moet kennen om vooruit te komen in het leven. Reuzegom zag hij als een jumpstart voor zijn carrière.'


Bert Maes: 'Kijk, ik heb zeven jaar op school gezeten in het jezuïetencollege in Turnhout. Als ik vandaag een oud-klasgenoot tegenkom en ik heb een dienst nodig, dan zal ik die wellicht sneller krijgen dan wanneer we geen klasgenoten waren. Dus als ik morgen een oud-Reuzegommer tegenkom, zal ik die gunst wellicht ook sneller krijgen. Is dat dan een elitair netwerk? Nee, het is een gevolg van ergens toe behoren. Misschien is dat bij Reuzegom met de jaren veranderd, dat weet ik niet. Ik heb er op geen enkele manier voordeel uit gehaald voor mijn carrière. Ik ben ook uit Leuven verdwenen. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik het beroep kende van de ouders van de andere leden. Waren dat allemaal notarissen, advocaten, artsen, professoren en magistraten, zoals nu wordt gesuggereerd? Ik zou het niet weten. Uiteraard vinden mensen van soortgelijke afkomst elkaar, en bij Reuzegom zul je wellicht niet veel kinderen van schrijnwerkers, bakkers of metaalarbeiders tegenkomen, zoals ik die tijdens mijn legerdienst wél heb ontmoet. Overigens met alle respect voor mensen met dat soort beroep.'


Elke vereniging met een bepaalde exclusiviteit is in zekere mate elitair voor wie er niet bij hoort of wordt toegelaten, vindt Maes. 'In mijn periode waren we met een twintigtal. Indien Reuzegom een pure netwerkclub was, dan telde die geen 30 maar wellicht 300 leden. Het was een eer om als clublid van Reuzegom aanvaard te worden, in tegenstelling tot faculteitsclubs waar echt iedereen bij mocht. Ik lees nu ook suggesties dat de huidskleur van het slachtoffer een rol zou hebben gespeeld. Dat kán toch niet bij een vereniging waar je alleen op uitnodiging bij komt?'


Hij twijfelt ook aan uitspraken van de vrienden dat Sanda Dia dat hij eigenlijk niet echt thuishoorde in de club. 'Ik kende vroeger Reuzegommers die thuis een heel andere persoon waren. In Leuven waren het zware feestbeesten, en thuis waren het brave paters. Ik zeg niet dat die jongen ook zo was, maar in de periode dat ik lid was, stond Reuzegom al bekend als een zware club van mannen die stevig feestten en ook een zware doop hadden. Dat je een avond moest zuipen tot je nauwelijks rechtop kon staan, gebeurde wel meer, en niet alleen bij een doop. En dat gebeurde zeker ook in andere clubs. Maar de doop die ik heb meegemaakt, was een prul in vergelijking met wat ik nu lees over die bewuste doop. Dat was echte horror.'


'Onterende behandeling'

Het parket wil de achttien leden van Reuzegom voor onopzettelijke doding vervolgen, maar ook voor bijvoorbeeld 'onterende behandeling'. Maes begrijpt dat. 'Mensen in een put stoppen en ze liters visolie laten drinken, is er echt over. Maar veel hangt ook van de context af. Een voorbeeld. Als je zogenaamd "de koekoek" was, dan mocht je mee op café en moest je de hele tijd in het donker in een gesloten kartonnen doos zitten. Om het uur klopte een clublid op de doos en moest je "koekoek" roepen en een pint ad fundum drinken.


Na zo'n avondje ben je gewoon lazarus. En soms werd de koekoek niet om het uur maar elk kwartier geroepen. Vaak werden jongens met de grootste mond als koekoek aangeduid. Dat was een soort lesje voor hen, om hen wat te temperen. Is dat een mensonterende behandeling? Wellicht, maar vooral als je de context van een doop niet mee in rekening brengt.'


Ook zijn eigen doop was pittig, vertelt hij. 'Er waren toen werken bezig op de Oude Markt in Leuven. Wel, ik heb daar als schacht bij min vijf graden en in mijn blootje zandkastelen moeten bouwen. Is dat mensonterend? Ik heb er nog foto's van, maar ik vond dat nog wel plezierig. Een andere opdracht voor schachten was bijvoorbeeld om tien keer op de trappen van het politiekantoor te staan plassen. Was dat ongevaarlijk? Je kon ook een ferme tik van een matrak op je hoofd krijgen. Ik ben als schacht ook drie maanden "voetbank" geweest van mijn peter. Ik mocht mee met hem op café en pintjes drinken, maar hij mocht me gebruiken als voetbankje. Is dat een onterende behandeling? Ja, als je die context niet ziet. Als dat soort dingen en in die context niet meer kunnen, dan moet je alle dopen en clubs afschaffen. En dan mag je meteen ook de scouts opdoeken, want doen ze daar geen merkwaardige spelletjes, zoals pingpongballetjes van mond tot mond doorgeven? Als student kun je dus erg domme dingen doen, zeker als je dronken bent. Maar die bewuste doop van Reuzegom is door heel domme jongens georganiseerd die heel zware inschattingsfouten hebben gemaakt. Dat valt niet goed te praten. Het is terecht dat ze zich moeten verantwoorden voor hun daden. Dit gaat niet over onnozelheden. Ik vind de vordering van het parket dan ook logisch.'


Maes begrijpt niet echt dat het zo uit de hand is kunnen lopen, als hij vergelijkt met de dopen toen hij lid was. 'Als ik de reconstructies nu in de krant lees, dan waren er toch indicaties dat het echt niet goed ging met die jongen? Waarom heeft niemand van de aanwezigen dan ingegrepen? Als schacht kun je bij een doop zelf ook "stop" zeggen. Dat is uiteraard lastig en er speelt onderling ook sociale druk, maar in mijn tijd gebeurde het wel. Er werd tijdens de doop ook onderling gediscussieerd of bepaalde dingen nog wel konden of meteen moesten ophouden. Je leverde je als schacht niet blindelings over aan iedereen. Er waren zeker grenzen, en er zei altijd wel iemand iets als die grenzen stilaan bereikt waren. Misschien zijn ook die tijden veranderd?'


Dat de club eind 2018 is opgedoekt, begrijpt Maes, máár, zegt hij: 'Volgend jaar of zo komt ze misschien onder een andere naam terug?' Onder oud-leden wordt wel degelijk gepraat over de zaak. 'Ik heb een paar vrienden die ook lid waren. We kijken echt verbaasd naar elkaar en vragen ons hardop af wat voor stommeriken die doop hebben georganiseerd.'


De reacties die de zaak al dagenlang in media uitlokt - van studentenverenigingen en vrienden van het slachtoffer tot professoren van de KU Leuven en advocaat Sven Mary - heeft Bert Maes duidelijk gevolgd. Hij vindt vooral dat rector Luc Sels wijs heeft gereageerd. 'Die eerste tuchtsancties tegen de studenten waren misschien wat te zwak, maar het is achteraf makkelijk praten als er een pak nieuwe informatie opduikt over wat er precies gebeurd is. Als het gerecht bijvoorbeeld zou beslissen dat er een paar hoofdverantwoordelijken zijn en een paar in tweede orde medeverantwoordelijk, en de rest bijvoorbeeld vrijspreekt, dan heeft dat impact op wat rector Sels nog kan doen. De houding van de rector om nu het gerechtelijk onderzoek en een proces af te wachten vind ik correct.' 





Hoe kon Reuzegom zo ontsporen?


Humo sprak kenners, (ex-)leden en intimi


Jan Antonissen en Raf Liekens - Humo



Sanda Dia was een vrolijke, populaire jongen uit een Belgisch-Senegalees arbeidersgezin uit Edegem.

In zijn derde jaar aan de KU Leuven trad hij toe tot Reuzegom, een beenharde en elitaire studentenclub

die bekendstond om haar gruwelijke dopen, vechtpartijen en de slogan ‘100 procent Antwerpse arrogantie’.

Die keuze bleek noodlottig. Tijdens een ‘bruut gestoord’ doopweekend werd Sanda zo mishandeld dat hij overleed.

Humo dook in de modderput van Reuzegom om te achterhalen wat Sanda bij hen zocht en hoe het zo fout kon lopen.

‘Hij was vastbesloten om alle vernederingen te doorstaan.’


Het scoutslokaal in Vorselaar waar Sanda Dia werd gedoopt, lijkt zo weggelopen uit een horrorfilm. Het ligt verscholen in een bos, aan het eind van een slingerbaantje tussen de velden, met de naam ‘Rommelzwaan’’ Midden op de oprit: een dode rat. Gelukkig lag die er niet op die fatale zaterdag, 5 december 2018, of de schachtentemmers van Reuzegom hadden er vast een creatieve opdracht mee bedacht.


Achter de blokhut ligt een open plek met een kampvuurplaats. Hier werd Sanda tijdens de laatste middag van zijn leven heen gebracht, met een droge mond en een suf hoofd. Zijn afgrijselijke kater was het resultaat van de eerste doopdag in Leuven, toen zijn doopmeesters hem en zijn twee medeschachten hadden verplicht om razendsnel anderhalve fles gin leeg te drinken zonder over te geven. Vervolgens waren ze meegesleurd naar een cantus waar ze zich - opnieuw - in coma hadden moeten zuipen. Verscheidene Reuzegommers verklaarden achteraf aan de politie dat ze hun slachtoffers buiten op de stoep hadden gelegd, in een veilige houding, ‘zodat ze niet konden stikken in hun eigen braaksel’. Om hen warm te houden urineerden ze op hen. ‘s Nachts hadden ze Sanda terug naar zijn kot gedragen en alle kranen dichtgeplakt, zodat hij zijn nadorst niet met water kon stillen.


Op de tweede dag wachtte het ware doopfestijn in Vorselaar. De reconstructie van de gebeurtenissen, die voor het eerst in Het Nieuwsblad verscheen, kon je niet met droge ogen lezen. De drie schachten moesten een put graven waarin ze de hele namiddag zouden doorbrengen, halfnaakt, bij 6 graden Celsius. ‘Sanda al rijp voor de vuilnisbak’, verschijnt er om 12.09 uur in de WhatsAppgroep van Reuzegom. De schachten worden overgoten met water en krijgen smeerlapperij te vreten: pikante pepers en schachtenpap, waarin dode muizen zijn gemixt. Ze zijn doorweekt, groggy en kotsmisselijk, maar als ze aarzelen wordt er tegen hen geroepen, gescholden en geduwd. Er wordt gedreigd met vuistslagen, op hun hoofden geplast en gekakt. Maar uiteindelijk zullen de natte kou en een overdosis visolie Sanda fataal worden.


‘De dood van Sanda was geen ongeluk.

Dit zat er al jaren aan te komen.

Elk jaar moest gortiger zijn dan het vorige’


Jef J., alias Zaadje, de preses van de club, verklaart achteraf aan de politie dat de schachten een levende goudvis moesten inslikken, en daarna grote hoeveelheden visolie te drinken kregen om de vis er weer uit te krijgen. ‘Die olie heeft zo'n indringende geur dat je er normaal van begint te braken. Bij Sanda lukte het niet. Er is dan op ons aanraden nog meer visolie gedronken, maar op de duur komt de olie er door het kokhalzen onmiddellijk weer uit. Het leek alsof Sanda heel dronken was, maar dat kon niet, want er werd die dag niet gedronken.’


Kort na 19 uur verschijnt er een foto in de WhatsAppgroep waarin Sanda laveloos in het gras ligt. Later wordt gewag gemaakt van een ‘foetushouding’, ‘een verdwaasde blik’ en ‘vreemde geluiden’. Pas iets voor 21 uur belt Zaadje de noodcentrale, omdat Sanda al een tijd bewusteloos is. Het hoogtepunt van het doopritueel, waarbij de schachten de kop van een muis moeten afbijten, wordt afgeblazen. Met een lichaamstemperatuur van 27,2 graden wordt Sanda het ziekenhuis van Malle binnengebracht. Al snel verhuist hij naar het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen, waar de spoedarts meervoudig orgaanfalen vaststelt, als gevolg van een extreem hoog zoutgehalte in het bloed. Er kan geen hulp meer baten.


De paniek bij ‘de Reuzz’ is groot. ‘Oh nee, Zaadje en ik gaan hiervoor opdraaien,’ post Alexander G., alias Janker, in de groep. Hij is de schachtentemmer met dienst. Diezelfde avond nog proberen ze zo veel mogelijk sporen te wissen. Ze gooien de put dicht, vragen alle leden om belastende whatsappjes te verwijderen, en sturen enkele mannetjes naar Sanda’s kot om de boel op te ruimen. Achteraf slagen de speurders erin om verscheidene berichtjes terug te vinden.


Op 4 september beslist de raadkamer van Hasselt wie van de achttien betrokken leden ze doorverwijst naar de correctionele rechtbank wegens ‘het toedienen van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en schuldig verzuim’. Sven Mary, advocaat van Sanda's familie, liet in De Morgen weten dat hij niet tevreden is met die kwalificatie: ‘Waarom worden ze niet beschuldigd van ‘slagen en verwondingen’ en ‘foltering’?’ Hij kondigt aan dat hij met geslepen messen naar het proces trekt. ‘Ik ga die gasten tegen elkaar opzetten. Ik ga ze gek maken. We zullen eens zien of hun rangen dan nog altijd gesloten blijven.’


SLIMME ZET

Sanda Dia is de zoon van een Belgisch-Senegalees gezin uit Edegem, met nog één oudere broer. Zijn vader is moslim en arbeider. Volgens zijn vrienden had Sanda hard moeten knokken om aan de universiteit te studeren.


FERRE VERVOORT (een vriend) «Sanda wilde gelukkig zijn in het leven, maar dat betekende voor hem ook dat hij zou kunnen kopen wat zijn hart begeerde. Niet dat hij in zijn jeugd iets tekortkwam, maar hij droomde van een mooi huis, een mooie wagen. Daarvoor wilde hij keihard werken. Toch was hij geen echte strever. Daarvoor was hij veel te nonchalant: hij kwam dikwijls te laat (lacht).»


«Hij koos voor de KU Leuven, omdat hij voor burgerlijk ingenieur wilde studeren. Sanda was niet altijd geslaagd in eerste zit, maar na augustus was het telkens in orde.»


HUMO Pas in zijn derde jaar sloot hij zich aan bij Reuzegom. Waarom?

LOTTE COREYNEN (een vriendin) «Om zijn netwerk uit te breiden. Hij dacht daar belangrijke mensen te ontmoeten op wie hij later zou kunnen terugvallen. Maar qua persoonlijkheid paste hij niet bij Reuzegom. Sanda was zacht, lief en empathisch.»


VERVOORT «Als vriendengroep dachten wij dat hij zo'n studentenclub niet nodig had. Hij had verstand en talent genoeg.»


LUCAS SERRIEN (een vriend) «De eerste twee jaar in Leuven waren we heel vaak samen. We studeerden allebei voor burgerlijk ingenieur, specialisatie chemie, reden met z'n tweeën naar de les, zaten op kot in dezelfde straat, aten elke dag samen. Tijdens de zomer stuurde hij me plots een sms: ‘Ik ga dit jaar bij 'De Reuzz’.’ Wellicht wou hij me duidelijk maken dat we in het derde jaar minder vaak samen zouden zijn.»


«Als schacht van Reuzegom moet je de hele tijd beschikbaar zijn voor opdrachten van de leden van het presidium: afwassen bij hen thuis en zo. Je moet een jaar lang een dienende rol vervullen. Ik snapte niet wat Sanda bij die gasten te zoeken had. Hij hechtte weinig belang aan ego of status. Hij was een gangmaker, iemand met wie je plezier maakte, maar tegelijk kon je met hem, één-op-één, over alles praten. Hij paste niet bij die haantjes van Reuzegom. We hebben geprobeerd erover te praten, maar dat lag moeilijk. Sanda was vastbesloten: die contacten in de betere kringen zouden hem later van pas komen, dacht hij.»


HUMO Zijn vader was een arbeider. Wou hij zijn achtergrond ontstijgen?

SERRIEN «Tegen zijn papa zei hij altijd: ‘Maak je over mij maar geen zorgen, ik ga het ver schoppen in het leven.’ Dat zat heel erg in zijn kop.»


VERVOORT «In de eerste maanden vertelde hij over zijn belevenissen bij Reuzegom met een grote smile op zijn gezicht. Maar dat was de gecensureerde versie. Lucas hoorde andere verhalen in Leuven: dat Sanda het zwaar had en meer moest drinken dan de anderen - hij moest zich extra bewijzen. En dan moest de doop nog komen. Reuzegom stond bekend om het mishandelen van dieren. En schachten moesten hartje winter een put graven, waar ze zelf in gingen zitten. Dat leek ons gevaarlijk in de winter.»


SERRIEN «Sanda was vastbesloten om alle vernederingen te doorstaan, ook al wist hij niet wat hem te wachten stond. Dat is de cultuur van Reuzegom: de doop is top secret. ‘Achteraf zal ik er ook niets over mogen vertellen,’ zei hij. Ik merkte wel dat hij stress had. En hij voelde dat wíj ongerust waren. ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij, ‘als het te ver gaat, zal de schachtentemmer wel ingrijpen.’ Dat was Sanda ten voeten uit: hij stelde ons gerust, terwijl hij diep vanbinnen ook bang was.»


VERVOORT «Niemand had verwacht dat het zo erg zou worden, zeker hij niet. Ik heb de reconstructie in Het Nieuwsblad niet in één keer kunnen lezen. Van bepaalde passages lig ik 's nachts nog altijd wakker.»


«Op een bepaald moment meldde iemand van Reuzegom op Facebook dat Sanda in het ziekenhuis lag: of iemand het telefoonnummer van zijn ouders had? We zijn onmiddellijk naar het ziekenhuis gereden, maar hebben Sanda niet meer gezien. Alleen de familie kreeg toegang. De Reuzegommers waren er niet meer, die leken van de aardbodem verdwenen. Op de begrafenis werden ze niet uitgenodigd, de twee andere slachtoffers wel.»


COREYNEN «We hebben nu de hashtag #JusticeforSanda gelanceerd, omdat we vreesden dat de zaak na anderhalf jaar stilte in de doofpot zou verdwijnen. Wij willen dat er gerechtigheid komt. Mensen mogen niet wegkomen met zulke daden.»


SERRIEN «Normaal zouden Sanda en ik samen afstuderen. Nu moet ik het in mijn eentje doen voor hem. Wat het extra zwaar maakt, is dat ik die jongens van Reuzegom in Leuven zomaar tegen het lijf kan lopen. Ik mijd bepaalde cafés en terrassen. Maar dat is de omgekeerde wereld, toch? Zij zouden míj moeten mijden. Zij gaan gewoon voort met hun oude leventje, ze gaan al lang weer op stap en studeren nog altijd aan de KU Leuven. De universiteit gaf hen een heel lichte straf en wij werden niet gehoord. Dat kwam hard aan. Iedereen deed alsof het een stom ongeluk was. Maar dat was het dus niet, hè. (Nadrukkelijk) Dit was geen stom ongeluk.»


VARKENS EN KONIJNEN

De studentenclub werd in 1946 mee gesticht door het latere Volksunie-boegbeeld Hugo Schiltz, als een vereniging voor oud-leerlingen van het Xaveriuscollege in Borgerhout. De naam verwijst naar de Borgerhoutse Reuzenstoet. Door de jaren heen evolueerde de kring naar een exclusiever genootschap van jongeren uit welgestelde Antwerpse families, met een patent op losbandige feestjes, extreme dooprituelen en de veelzeggende slogan ‘100 procent terechte Antwerpse arrogantie’. Een jonge Antwerpse ondernemer heeft het over een club van arrogante ettertjes.


ONDERNEMER «Ik heb met heel wat Reuzegommers in de klas gezeten in het middelbaar, en ik had een hekel aan die hautaine fils à papa. Stuk voor stuk kwamen ze uit rijke, geprivilegieerde families die in een villa met zwembad woonden in Edegem, Schilde, Brasschaat of Wilrijk. Sommigen waren echte pestkoppen. Ze wisten al in het middelbaar dat ze, desnoods zonder diploma, zouden opklimmen tot directeur dankzij de connecties van hun ouders. De meesten zie je nu ook terechtkomen bij banken, advocatenkantoren, consultantbureaus, politieke kabinetten of in het familiebedrijf. Bijna allemaal waren ze conservatief en uitgesproken flamingant. De banden met N-VA en CD&V zijn overduidelijk. Sanda was niet het type waar zij zich normaal mee zouden inlaten.»


De voorbije tien jaar kreeg de reputatie van Reuzegom een gitzwart randje. Enkele schachten belandden met brandwonden in het ziekenhuis, nadat ze tabasco op hun penis en anus hadden moeten aanbrengen. In mei 2013 diende GAIA een klacht in wegens het mishandelen van een biggetje. Op een vier jaar oude 'A Film by Reuzegom' was te zien hoe een varkentje van enkele weken oud werd geslacht, gespiesd en geroosterd. Leden plaatsten het dier een geweer tegen de kop en staken een sigaret in zijn bek.


Eerder dat jaar had GAIA ook al klacht ingediend, omdat Reuzegom haar schachten verplichtte om een semester lang een konijn te verzorgen op hun kot, om het daarna te doden en op te eten. Reuzegom ontkende die aantijgingen. Verscheidene bronnen bevestigen dat schachten ook verplicht werden om bekers met urine van hun ‘temmers’ te drinken. Maar Alexander G., de beul van Sanda, was vastbesloten om van 2018 het extreemste jaar ooit te maken. In zijn verkiezingsspeech had hij een ‘gestoord bruut jaar’ beloofd: ‘Bij de meeste simpele, doordeweekse clubs is het temmerschap een detail, een functie die moet dienen als opstapje richting het nog grotere werk. Zo krijg je vijgenclubs. (...) Maar dit is nog altijd de Reuzz, hier wordt niet aan liefdadigheid gedaan. (...) Er wordt weleens gefluisterd dat ik te klein of te fragiel zou zijn voor deze functie. Maar Napoleon, Castro, zelfs onze goede Duitse vriend Hitler staken nauwelijks boven de grond uit.’


KENNY VAN MINSEL (ex-voorzitter van de Leuvense studentenkoepel Loko) «Er is een groot verschil tussen de faculteitskringen, die door de universiteit erkend worden, en traditionele regioclubs zoals Reuzegom, die niet erkend zijn en zich niet willen onderwerpen aan regels of doopcharters. Reuzegom was de beruchtste regioclub met de zwaarste doop.»


HUMO Er bereiken ons verhalen over Reuzegom-fuiven waar een toxische sfeer hing, met veel drankmisbruik, seksuele intimidatie en vernielingen.

VAN MINSEL «Er waren voortdurend incidenten: van het gebruik van dieren in dopen tot geweld. Op een keer organiseerde Reuzegom, samen met enkele andere regioclubs, een tocht langs de bars van de faculteitskringen: in één avond werden er drie gesloopt. Enkele maanden voor de dood van Sanda richttten ze voor 4.000 euro schade aan in een fuifzaal. Er heerste een cultuur van straffeloosheid.»


DENNIS LAVEAUX (in 2018 voorzitter van het Seniorenkonvent, de koepel van traditionele regioclubs) «Reuzegom had een slechte reputatie in bepaalde cafés: ‘Als het ambras is, zijn zij erbij.’ Ze werden vaak uitgedaagd, maar ze lieten zich ook graag uitdagen.»


VAN MINSEL «Elk jaar liepen er dopen uit de hand: schachten moesten ontzagwekkende hoeveelheden Cara Pils drinken door een snorkel en lagen bewusteloos op de grond. Ook de meisjes van regioclubs lieten zich niet onbetuigd. Ik herinner me een doop waarbij meisjes in bikini op een koude herfstavond door de straten van Leuven werden rondgereden in een winkelkarretje. Ze waren met honing ingesmeerd, ze zagen blauw van de kou. Om hen heen liepen de clubleden, die hen allerlei lelijks toeschreeuwden: ‘Je bent te dik, lelijke trien, je geraakt nooit van de straat.’»


HUMO Na de dood van Sanda kwam de discussie over een nieuw doopcharter in een stroomversnelling. De meisjesclubs wilden het charter ondertekenen, de mannen niet. Loko pleitte voor nultolerantie, maar dat werd u niet in dank afgenomen.

VAN MINSEL «Ik werd het slachtoffer van een intimidatiecampagne door regioclubleden, waaronder ex-Reuzegommers. Het gebouw van Loko werd zelfs gevandaliseerd en onze mensen werden op straat bedreigd. Het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, red.) begon met een postercampagne waarin ik persoonlijk werd geviseerd. Ik ontving homofobe berichten en zag nare dingen verschijnen online: dat met Sanda de verkeerde student gestorven was, bijvoorbeeld. Ik deed meermaals mijn beklag bij vicerector Chantal Van Audenhove (die ook het tuchtonderzoek naar Reuzegom leidde, red.), maar zij deed er niets mee.»


Peter Vanham is communicatiedirecteur van het World Economic Forum. Hij was nooit lid van Reuzegom, maar woonde zestien jaar geleden wel twee clubavonden bij.


PETER VANHAM «Als Lierenaar uit een middenklassegezin werd ik door een medestudent uitgenodigd voor een clubavond in In Den Boule, hun stamkroeg. Een hele eer! Ik was geïntrigeerd door die gasten uit de Antwerpse bourgeoisie met hun Ralph Lauren-kleren. Ik wilde daar bij horen.»


«Die eerste avond was echt zuipen op commando, 20 à 25 pinten na elkaar. De tweede keer was ik op een cantus, in de aanloop naar de schachtendoop. Die avond was nog gortiger. Iedereen dronk minstens 30 à 35 pinten. Er werd overgegeven tegen de sterren op, ieder in z'n eigen emmer. De schachten werden één voor één gekleineerd en de leden gedroegen zich hautain. Ik ging naar huis en besefte dat die club niks voor mij was. Andere studentenverenigingen hadden debatclubs, cursusdiensten, bijlessen... Bij Reuzegom ging het om níéts. Jonge studenten vernederen tot op het bot, dat was het doel. En de schachten die dat moesten ondergaan, maakten er een sport van om het jaar nadien nóg straffere dingen te doen.»


«De dood van Sanda was geen ongeluk, hè. Dit zat er al jaren aan te komen. Als het elke keer gortiger moet zijn, weet je dat het ooit fout afloopt. De schachtentemmer die Sanda mishandelde, was niet voor niets verkozen met de belofte om nog extremer te gaan. Toch is het te makkelijk om alles in zijn schoenen te schuiven. Hij wou zich wellicht bewijzen, om verder op te klimmen. Alle recente ex-bestuursleden zijn voor een stuk mee verantwoordelijk. Dat zijn zeker niet allemaal slechte mensen, maar ze hebben meegewerkt aan het installeren van een rotte cultuur die geweld verheerlijkte.»


Herman Van Goethem

'Bij studentendopen zie je wat soms ook bij seksueel misbruik voorkomt:

slachtoffers worden nadien dader.'


HERMAN VAN GOETHEM (rector UA en specialist in massageweld) «Bij studentendopen zie je wat soms ook bij kindermishandeling en seksueel misbruik voorkomt: slachtoffers worden nadien dader. Ze herhalen niet alleen wat ze zelf ondergingen, maar doen er nog een schep bovenop. Die geweldspiraal versterkt zich jaar na jaar, en wordt intern ook ‘normaal’ bevonden.»


«Zo'n doopritueel is een vorm van groepsgeweld met patronen die je ook terugziet bij genocides. Reuzegom was een club die zichzelf als superieur beschouwde. Zij zijn de ingewijde heersers, de schachten zijn de slaven die moeten lijden om te mogen toetreden. Alleen wie bewijst even sterk te zijn als de meesters, is het waard om erbij te horen. Net zoals bij genocides wordt het onderscheid tussen daders, medeplichtigen en toeschouwers erg flou. Daardoor is de individuele verantwoordelijkheid soms moeilijk aanwijsbaar. Het is mogelijk dat het parket de achttien verdachten even schuldig acht.»


HUMO Moeten we ons zorgen maken als Reuzegommers systematisch opklimmen in onze maatschappij? Sommigen spreken van psychopathisch gedrag.

VAN GOETHEM «Massamoordenaars in nazi-Duitsland, ex-Joegoslavië of Rwanda waren meestal heel gewone mensen. Eens de geweldcontext voorbij, stappen ze weer in het gewone leven met andere normen en waarden. Wie als student grenzen heeft overschreden, zal daar later wellicht wat beschaamd op terugblikken. Meestal gaat het om jeugdzonden, en komt het nadien wel goed.»


Louis Tobback

'Als één van de prooien een jongen van vreemde origine is die denkt dat hij ook bij de 'Vlaamsche elite' mag horen,

is het helemaal feest.'


LOUIS TOBBACK (ex-burgemeester van Leuven) «Ik was altijd fervent tegen die inwijdingsrituelen, omdat ze gepaard gaan met ridicule en vernederende praktijken, zoals bleukes die letterlijk de reet van de anciens moeten likken. Wat er met Sanda is gebeurd, is puur sadisme. De anciens mogen voor één keer het beest in zichzelf loslaten, en doen wat normaal nooit mag, alleen maar omdat ze een lintje dragen. En als één van de prooien dan een jongen van vreemde origine is die denkt dat hij ook bij de 'Vlaamsche elite' mag horen, is het helemaal feest.»


HUMO Heeft racisme een rol gespeeld, denkt u?

TOBBACK «Als je ziet uit welke families die mannen komen, weet ik genoeg. Dat is de beter gestelde kleinburgerij uit de witte N-VA-rand rond Antwerpen, waar men schrik heeft van een tramlijn omdat gekleurde mensen dan ook tot in de villawijken geraken. Blijkbaar dacht die jongen dat hij bij die club interessante mensen zou ontmoeten. Hoe ver kun je ernaast zitten?»


GEVONDEN: EX-REUZEGOMMERS

De meeste verdachten in de zaak-Sanda Dia lijken haast van de aardbol verdwenen. Hun socialemedia-accounts zijn offline gehaald en veel internetsporen naar 'de Reuzz' zijn uitgegomd. Volgens Sven Mary vind je makkelijker een lijst van geheimagenten van de vroegere Oost-Duitse inlichtingendienst Stasi dan van Reuzegom-leden. Zelfs leden die in minder heftige tijden bij de club waren, zijn beschaamd om ermee geassocieerd te worden.


VANHAM «Het is de morele plicht van ex-leden om naar buiten te komen. In plaats van hun reputatie, of die van Reuzegom, te beschermen, moeten ze nu veroordelen wat al jaren scheefliep. Als ouder zou ik nooit willen dat mijn kinderen lid worden van clubs die weigeren om een doopcharter te tekenen.»


EX-REUZEGOMMER «Ik heb de club een tiental jaar geleden verlaten. In mijn tijd was Reuzegom nog een fijne bende. Het verschil met de excessen waarover ik nu lees, was zeer groot. Het is vervelend dat ik nu word verplicht om er afstand van te doen.»


HUMO Waarom werd u lid?

EX-REUZEGOMMER «Het leek me een fijne manier om in Leuven snel veel mensen te leren kennen. Reuzegom was niet elitair. Het ging om jongens die elkaar kenden van school of bij de scouts. Sommigen kwamen uit welgestelde families, maar er waren ook mensen uit andere sociale milieus bij.»


HUMO Klopt het dat de doop geheim was?

EX-REUZEGOMMER «Ja, maar dat dient om het spannend te houden. De schachten mogen een beetje stress hebben, hè?»


HUMO Hoe verliep die doop bij u?

EX-REUZEGOMMER «De eerste avond hadden we een stevige cantus waarbij we veel moesten drinken - geen comatoestanden. We zijn die avond allemaal zelf terug naar ons kot gewandeld. De dag nadien moesten we met een flinke kater vuile papjes eten, door beken waden en emmers koud water incasseren. Er werden geen kranen afgeplakt, er was geen put en geen visolie. Ik heb niemand bewusteloos zien vallen. We werden geplaagd en gejend, maar de sfeer bleef amicaal en je kon op elk moment stoppen. Als ik had moeten doorstaan wat ze Sanda en zijn twee kompanen hebben aangedaan, zou ik gezegd hebben: ‘Kus mijn kloten.’ Ook toen ik zelf mensen doopte, was er van mishandeling geen sprake.»


HUMO U had niet de neiging om verder te gaan dan het jaar voordien?

EX-REUZEGOMMER «Nee. Je hebt er altijd die extremer willen gaan, maar die worden normaal getemperd door anderen. Pas als die kleine groep hardliners de bovenhand haalt, krijg je een spiraal van extremiteiten. Toch mag je die achttien beklaagden niet over dezelfde kam scheren. Daar zitten ongetwijfeld jongens bij die niet actief hebben meegedaan aan wat zich afspeelde in die put, en die gewoon binnen een pint zaten te drinken.»


HUMO Had Reuzegom in uw tijd al een slechte naam?

EX-REUZEGOMMER «Wij waren berucht om onze pittige feestjes. Iedereen wilde naar onze TD's komen. Met de opbrengst konden we vaten bier, weekendjes Ardennen en restaurantbezoeken betalen. We hebben een paar keer deftig gegeten (lacht).»


HUMO Was u erbij toen het varkentje werd mishandeld?

EX-REUZEGOMMER «Ja, maar GAIA heeft dat verhaal enorm opgeklopt. Het was vetgemest in een boerderij en werd geslacht volgens de regels van de kunst. Bij plattelandsfeestjes gebeurt het wel vaker dat ze een varken aan het spit hangen en roosteren. Alleen waren wij zo stom om te filmen hoe het werd geslacht en de organen werden verwijderd. Dat leverde lugubere beelden op. Het filmpje diende om de mythe rond Reuzegom te versterken, het was een ‘Antwerps showke’. Maar van dierenmishandeling was geen sprake.»


HUMO En het beruchte konijnenverhaal?

EX-REUZEGOMMER «Dat is van na mijn tijd.»


HUMO Was uw lidmaatschap later een troef in het zakenleven?

EX-REUZEGOMMER «Af en toe kom je een ex-lid tegen, of iemand van een andere club. Dan heb je meteen een leuk gespreksonderwerp. Meer niet.»


HUMO De Reuzz wordt gesitueerd in de invloedsfeer van N-VA en CD&V.

EX-REUZEGOMMER «In mijn geval klopt dat. Maar je politieke strekking speelde geen rol. En je huidskleur ook niet. In de jaren 90 waren er al kleurlingen bij. Als er echt racisten bij Reuzegom zaten, hadden ze Sanda wellicht gewoon niet toegelaten.»


In radicaal-linkse kringen wordt Reuzegom vergeleken met de Bullingdon Club aan de universiteit van Oxford. De Britse premier Boris Johnson en ex-premier David Cameron behoorden ertoe, net als een hoop andere politici, bedrijfsleiders en edellieden. In de Britse krant The Guardian had een professor die samen met Johnson en Cameron bij de club was, het over een cultuur van drankmisbruik, vandalisme en prostituees die werden ingehuurd om exquise diners op te leuken. ‘Veel ex-leden hebben diepgewortelde netwerken, en bezorgen elkaar hoge postjes. Hun wederzijdse loyaliteit is zeer groot.’


Ook bij Reuzegom, en andere clubs die onder het Seniorenkonvent schuilgaan, is er sprake van politieke banden en netwerken in de hogere regionen. Dennis Laveaux was als Konvent-voorzitter ook actief bij N-VA. Hij stapte op nadat hij in 'Pano' te zien was in een filmpje van Schild & Vrienden. Zijn opvolger is Constantijn De Crem, de zoon van Pieter, die net als zijn vader ook voorzitter is van de Leuvense studentenclub ZOV (Moeder Zuid-Oost-Vlaamse). Een ander voorbeeld is Donald de Vinck, alias Elio: baron, N-VA-medewerker in het Europees Parlement en tot voor kort praktijkassistent aan de KU Leuven. De Vinck was preses van Reuzegom in 2016-2017 en zat tijdens de doop van Sanda nog in de WhatsAppgroep. Na veel aandringen wil hij praten, omdat hij ‘op één hoop wordt gegooid met degenen die er wél bij waren’.


Donald de Vinck

'Wij waren geen elitaire club. De enige voorwaarde was dat je een man uit Antwerpen was.'


DONALD DE VINCK «Ik heb met dat doopritueel niets te maken. Op het moment van de feiten studeerde ik een extra jaar internationaal recht in Zürich. Het choqueert me dat ik hier word bijgesleurd. Ik ontvang zelfs bedreigingen: ‘We gaan je weten te vinden.’»


HUMO Heeft u die bewuste avond in de WhatsAppgroep adviezen gegeven, bijvoorbeeld om sporen uit te wissen?

DE VINCK «Absoluut niet! Als ik dat had gedaan, zou ik vervolgd worden. Quod non. Ik weet niet of anderen sporen hebben uitgewist - dat zal dan een paniekreactie geweest zijn. Maar toen die gasten 's anderendaags enigszins van de schok waren bekomen, hebben ze hun gsm laten lezen door het parket. Vrijwillig. Ze hebben voor 100 procent meegewerkt aan het onderzoek.»


HUMO Moest je bij Reuzegom zwijgen over wat zich tijdens het doopritueel had afgespeeld?

DE VINCK «Nee, in mijn ogen niet.»


HUMO Wij vernemen van wel.

DE VINCK «Bij elke club is de doop min of meer geheim. Maar er circuleren zo veel verhalen dat het niet moeilijk is om zelf de puzzel te leggen.»


HUMO Moesten de nieuwkomers bij Reuzegom zich een heel jaar bewijzen?

DE VINCK «Ze moesten wat onnozele dingetjes doen, zoals pintjes bestellen en ronddragen. Elke maandagavond hadden we een activiteit in In Den Boule of op locatie: een cantus of een brouwerijbezoek. De schachten moesten daar zijn. Soms werden ze ook opgevorderd door leden van het presidium, om bij hen thuis de afwas te doen of een broodje te bezorgen.»


«Na de doop volgde aan het eind van het academiejaar nog een ontgroening. Daarbij moesten ze nog wat proefjes afleggen en kregen ze hun bijnaam. Het eindigde met een cantus waarop de schachten het clublied moesten fluiten. Het doel was dat je één grote vriendengroep werd. Door een heel jaar lang dicht bij elkaar te leven, ontstond er een hechte band. Het lidmaatschap werd erg beperkt, het ging maar om een vijftiental mensen. Die waren heel close.»


HUMO Door elkaars pis te drinken?

DE VINCK «Nee, waar haalt u dat?»


HUMO Moest je uit een rijke familie komen om lid te kunnen worden?

DE VINCK «Nee, wij waren geen elitaire club. De enige voorwaarde was dat je een man uit Antwerpen was. Ook donkere jongens waren welkom. Het beste bewijs is dat er op Sanda's doop een lid met Congolese roots aanwezig was.»


«Deze zaak is geen class issue. Sanda kende veel Reuzegommers al voor hij zich aansloot. Hij speelde bij hen in de voetbalploeg, bij Ik Dien uit Edegem. Ik weiger te geloven dat racisme een rol speelde. Reuzegom was een gezelligheidsclub, al lijkt het ongepast dat nu te beweren.»


HUMO Speelden politieke strekkingen een rol?

DE VINCK «Nee. Wij waren geen kweekvijver van een nieuwe politieke generatie, zoals de KVHV. Bij ons werd er niet over politiek gepraat.»


HUMO Was het niet Vlaams en katholiek?

DE VINCK «Nee. Ik ben bijvoorbeeld een overtuigd atheïst. Als N-VA'er ben ik wel Vlaamsgezind, maar we hadden net zo goed niet-Vlaamsgezinde leden. Onze mensen vind je terug bij alle mogelijke partijen, behalve de extreme.»


HUMO Sven Mary vreest voor klassenjustitie, omdat de moeder van één van de verdachten rechter is in Antwerpen. De zaak wordt behandeld in Hasselt, maar dreigt in beroep weer in Antwerpen te belanden. Mary kondigde alvast aan dat hij de twee andere slachtoffers als kroongetuigen zal verhoren. Kent u hen?

DE VINCK «Nee, maar één van hen (V. Denil, red.) speelt nog altijd in dezelfde voetbalploeg als enkele Reuzegommers. Dat zegt genoeg, me dunkt. Die jongens kenden elkaar al van de middelbare school.»


In de entourage van de familie Denil wordt bevestigd dat hun zoon nog altijd bevriend is met sommige Reuzegommers. Hij voetbalt in de ploeg van Alexander G., de schachtentemmer die hem mishandelde. Vader Johan Denil, een advocaat, kent de ouders van sommige daders al decennia. Een week na Sanda's dood verklaarde hij in Het Nieuwsblad dat de feiten getuigden van ‘normvervaging’, maar dat ‘er voor ons geen heksenjacht op dat presidium moet komen’. In de entourage van de familie luidt het dat dat nog niet veranderd is.


INTIMUS «Dit is geen zwart-witverhaal van de goeien en de slechten. De daders hebben dit drama niet gewild, voor hen en hun ouders is dit ook een nachtmerrie. Door alle media-aandacht en het getoeter van Mary over klassenjustitie, bestaat het risico dat het gerecht hier een voorbeeldproces van wilt maken en zeer strenge straffen zal uitspreken.»





Herman Van Goethem


‘Reuzegommers trainden zich tegen empathie’


Ann Van Den Broek - De Morgen



‘Het gewicht van mijn woorden is zoveel groter sinds ik rector ben.

Veel groter dan ik zelf ben.’ - Beeld Bob Van Mol


‘Ik maak me zorgen over onze eerstejaars. We vragen veel van hen.’

Herman Van Goethem, rector van de Antwerpse universiteit, over het nieuwe academiejaar,

studentendopen en de lastige jaren die hem hebben gevormd.


“Het is zorgelijk. Erg zorgelijk.” Ja, Herman Van Goethem is opgelucht dat de lessen op zijn universiteit maximaal zullen kunnen plaatsvinden op de campus. Maar van back to normal is nog lang geen sprake. En dus troepen er op de laatste dag van de hittegolf toch enkele donkere wolken samen boven de zonovergoten tuin van Willem Hiele.


“Het is het studentenleven waar ik erg mee inzit. En het meest van al maak ik me zorgen over onze nieuwe eerstejaars. Die komen vanuit hun laatste jaar humaniora en dat was helemaal niet wat het zou moeten zijn. Iedereen herinnert zich dat toch nog: in dat laatste jaar secundair ligt de wereld aan je voeten. En deze jongeren zaten vanaf maart ineens thuis. Hun laatste schooljaar is zwaar geïmpacteerd en dat zal hun eerste jaar aan de universiteit ook zijn. Ze zullen zich gedisciplineerd moeten opstellen. (zucht) We moeten goed beseffen hoeveel we van hen vragen.”


Dat de Universiteit Antwerpen nog veel meer dan anders zal inzetten op de psychische ondersteuning van studenten, zegt Van Goethem. “Maar ook op de socio-economische ondersteuning: er zijn er die hun studies betalen door te werken als jobstudent, maar nu geen inkomen hebben. Ik hoor dat er studenten aankloppen bij het OCMW. En dan denk ik: zouden die dan niet bij ons langs zijn gekomen? We moeten blijven herhalen dat onze deur openstaat. Alle nieuwe studenten een peter en meter geven, om hen goed te begeleiden. Ik reken daarvoor ook op de studentenverenigingen.”


De stap naar het nieuws dat de afgelopen weken de actualiteit heeft beheerst, is snel gezet. Of hij snapt waarom een student toetreedt tot een club als Reuzegom, vragen we. De Antwerpse studentenclub aan de KU Leuven waar de betreurde Sandia Dia lid van was, toen hij eind 2018 omkwam tijdens een doop waar hij onder meer urenlang in een put vol ijswater moest staan, terwijl anderen hun behoefte op hem deden.


“Ah nee. Het is een onpeilbaar diepe dwaasheid om toe te treden tot zo’n club. Je kan alleen vaststellen dat mensen dat doen en bovendien op vrijwillige basis. En die doop komt ook niet als een verrassing, een heel jaar lang krijgen ze voorproefjes. Ze worden een jaar lang vernederd, ze weten dat ze dronken gevoerd zullen worden. Lid worden van zo’n vereniging is een ontzettend foute, foute keuze."


“Ik kende Reuzegom voordien al van naam. Mocht een van onze kinderen als 18-jarige gezegd hebben dat hij daar wilde toetreden: mijn vrouw en ik, we zouden dat gewoon verboden hebben. Daar ben ik vrij zeker van. Dat kan in ons gezin niet door de beugel.”



‘Ik heb altijd aan grote dingen willen werken. Ik hou mij niet met kleine projecten bezig.'

Beeld Bob Van Mol


Moeten we ons niet de vraag stellen of studentendopen nog wel van deze tijd zijn?

Herman Van Goethem: “In Frankrijk zijn studentendopen sinds 1998 verboden, maar ze vinden nog steeds plaats. Het is zoals prostitutie, je kan dit niet uitroeien. Hier zit oermenselijk gedrag in. Je moet dat reglementeren en zo trachten bij te sturen."


“Er is niks mis met een overgangsritueel. Mensen opnemen in een groep, een groep die het voor elkaar opneemt, dat is een fijn idee. Transitie­rituelen als verwelkoming vind je in alle culturen terug. De plechtige communie is dat ook. Weet je wat ik in 1970 kreeg? Een reiswekker, manchetknopen, een koffer en een fiets. Tante Juliette besefte niet eens dat die reiswekker een ritueel geschenk was. Maar uiteindelijk wilde dat zeggen: je bent klaar om de wereld in te trekken.”


Er is een groot verschil tussen een fiets krijgen en visolie met gemixte muizen, levende goudvissen en een aal moeten drinken, zoals Sanda Dia.

“Uiteraard, maar de kern is identiek: je legt je oude identiteit af en je neemt een nieuwe identiteit aan. Er is ook een tussenfase, dan heb je even zero identiteit, je bent niks meer. Bij de communie is dat nauwelijks of niet uitgewerkt, maar in studentendopen is die tussenfase heel aanwezig. Je bent stof en as. En als je tot nul herleid bent, komen de proeven waarin je kan bewijzen dat je groot geworden bent. Die openen dan de deur naar de opname. Het is in die tussenfase dat het bij Reuzegom heel erg fout loopt.”


Reuzegom is een club aan de KU Leuven. Bent u zeker dat aan de Universiteit Antwerpen dergelijke uitwassen niet bestaan?

“Nu niet, ik ben daar redelijk zeker van. Na de dood van Sanda Dia heb ik een onderzoeksproject opgestart met een criminoloog met veel ervaring in de jongerenwerking. Een jaar lang heeft hij de praktijken bij al onze studentenclubs onderzocht en de dopen geobserveerd. Hij zal een handleiding uitwerken voor studentenverenigingen, met enerzijds de vraag waar het bij dopen eigenlijk om gaat, en anderzijds voorbeelden van hoe een fijne doop te houden. Het initiatieritueel zou er veel meer een moeten zijn van verwelkoming."


“Het klinkt misschien cynisch, maar ik vind het wel een heel interessant dossier om de mechanismen die meespelen te observeren.”



‘ Je kinderen zijn dood en je vrouw ligt in coma, dat staat voor eeuwig op je netvlies gebrand.'

Beeld Bob Van Mol


U bent als expert in de Tweede Wereldoorlog gespecialiseerd in massageweld. Wat zijn die mechanismen?

“Om te beginnen is het een cyclisch gebeuren. De gedoopten van dit jaar zijn de dopers van het komende jaar. Dat patroon zie je bijvoorbeeld ook bij seksueel geweld, met het misbruikte kind dat later ook zijn eigen kinderen misbruikt. Een basisidee daar is dat zoiets eigenlijk ‘normaal’ is, en niet fout. De dopers van dit jaar weten wat hen vorig jaar overkomen is, vinden dat oké en doen er een schep bovenop. Zo wordt dat steeds erger en erger totdat er een slachtoffer valt. En dan zakt al dat geweld zowat naar nul, waarna het langzaamaan weer wordt opgebouwd en je vijftien of twintig jaar later weer een dodelijk slachtoffer hebt."


“Het patroon van geweld, waarbij een groep zover kan gaan dat een persoon omkomt, zie je ook bij pesten op de speelplaats. Dat is ook een variant op massageweld. Of neem genocides. Natuurlijk zijn studentendopen iets heel anders, maar de structuur erachter is deels dezelfde. Je hebt een spiraal van toenemend geweld die gepaard gaat met de gewenning aan geweld. Zie hoe ze bij Reuzegom leerden om een huisdier te kweken dat daarna gedood werd. Reuzegommers trainden zich in het niet-hebben van empathie.”


Creëer je zo psychopaten?

“Nee. Je leert wel om in die bepaalde wereld geen empathie meer te hebben, maar in de andere wereld kan je perfect normaal functioneren.”


Dat kan toch niet?

“Natuurlijk wel. Kijk naar oorlogsmisdadigers. Die hebben deelgenomen aan massaslachtingen, komen thuis en worden weer heel gewone bankbedienden en politiecommissarissen. In heel Duitsland is dat op ­immense schaal gebeurd. In de Joegoslavië-oorlog ook. Ik heb getuigenissen gelezen van doodnormale kerels, schrijnwerkers van 24 jaar uit een godvergeten dorp met een motor en een lief. En in die keten van dat toenemende geweld werden dat ineens massaslachters die 50 à 100 mensen per dag omlegden. Die kunnen dat achteraf vaak niet meer uitleggen. ‘Het was toen anders’, zeggen ze dan soms. Dat komt ook terug in het Duitse Auschwitzproces van begin jaren 60. Eigenlijk zeggen ze: ik zat toen in een andere wereld met andere normen en waarden, waar zoiets niet fout was.”



‘Er is in België geen enkele leidinggevende politicus die uitstekend over corona communiceert. Geen enkele.'

Beeld Bob Van Mol


Is dat ook geen heel slap excuus?

“Straffer nog, het ís geen excuus. Maar het geeft aan hoe groot het vermogen van mensen is om in twee werelden te leven. Zo overleven wij als mens. Kijk naar pleegkinderen of kinderen van gescheiden ouders die geconditioneerd zijn om zich perfect thuis te voelen in twee totaal verschillende biotopen.”


De Reuzegommers hebben in eerste instantie een heel lichte straf gekregen van de KU Leuven. Ze hebben hun studies mogen voortzetten. Waren ze er aan de Universiteit Antwerpen ook zo van afgekomen?

“Op die vraag kan en wil ik niet antwoorden.”


Bent u zelf gedoopt?

“Ja, als lid van Sofia (de studentenvereniging van de rechtenfaculteit in Antwerpen, avb). Ach, dat was wat smossen met eieren die geklutst werden op je hoofd. We stonden daar in ons ondergoed, wat al goed was met al die smurrie. Ik hield me op de achtergrond en als je niet te veel opviel, kwam je er heel goedkoop van af. Nu zou ik het niet meer doen. Ik heb ook aan onze kinderen afgeraden om zich te laten dopen. Ik denk dat alleen de jongste het toch gedaan heeft."


“Ik zat ook bij de scouts, daar heb je veel meer een echt overgangsritueel. Met je totem krijg je ook echt een andere naam. Ik ben Volhardende Marmot. Een naam die me nog steeds op het lijf geschreven is. Ik kan heel goed slapen, ik ben een ijverige bouwer en een doorzetter.”


Volgens uw kinderen was u als jongeman het prototype van de übernerd.

“Hm, ik denk niet dat dat klopt. (lachje) Al had ik wel rare kantjes. Het is niet heel normaal dat je als 16-jarige je vrije tijd spendeert in archieven en ondertussen buist voor geschiedenis omdat je de tijd niet neemt om te studeren. Ik was gepassioneerd door geschiedenis, maar de stof op school boeide me niet.”


Omhooggevallen. Van Goethem laat het woord tijdens ons gesprek verschillende keren vallen. “Als rector ben je omhooggevallen”, vindt hij.


En voor u denkt dat hij hier een bekentenis van arrogantie doet, legt hij uit wat hij daarmee bedoelt. “Wat ik zeg heeft veel meer ampleur dan vroeger. Het gewicht van mijn woorden is zoveel groter sinds ik rector ben. Veel groter dan ik zelf ben.”


Op 1 september start zijn tweede mandaat als rector van de Universiteit Antwerpen. Sinds hij de functie vier jaar geleden opnam, is hij een opgemerkte stem in het publieke debat. En hij zou liegen wanneer hij zou zeggen dat hij daar stiekem ook niet erg van geniet, geeft Van Goethem toe. “‘Ping’, ik laat iets vallen en ‘vrrrrooeemmm’, het heeft effect. Fantastisch.” (lacht luid)



‘Criminaliteit wordt in onze maatschappij heel makkelijk verbonden aan kleur, maar kijk eens door de armoedebril.'

Beeld Bob Van Mol


De vijf rectoren van de verschillende Vlaamse universiteiten wisten dus wat ze deden toen ze in volle coronacrisis twee open brieven schreven waarin ze de politiek tot de orde riepen. “Een bazooka”, noemt Van Goethem het.


Jullie verweten de politiek een gebrek aan daadkracht. Niet een keer, maar tot twee keer toe.

“Het is het virus dat ons de duvel aan doet, niet de politiek. Maar er is nu in België geen enkele leidinggevende politicus die uitstekend over corona communiceert. Geen enkele. We herinneren ons allemaal die desastreuze persconferentie met de powerpoint: mocht Sophie Wilmès een leerling middelbaar onderwijs geweest zijn, dan was ze gebuisd. Ik vond dat onvergeeflijk. Ik heb daar met verbijstering naar zitten kijken."


“Politici op alle niveaus hebben ruim onvoldoende beseft hoe belangrijk communicatie is. En dat wordt nu erg problematisch, omdat er moeheid heerst bij de bevolking. Als je nu de studie van de UGent leest: in het begin van de lockdown leefde 81 procent van de mensen de maatregelen strikt na. Vandaag amper 31 procent. Dat krijg je dan, met zo’n wankele communicatie. Daar gaan we een grote prijs voor betalen."


“Neem de premier van Nieuw-Zeeland of Nederland. Wat een verschil! Dát is de overheidscommunicatie die we nodig hebben. Maar we kunnen alleen vaststellen dat zulke politici hier nu niet aan zet zijn.”


U bent wel te spreken over de aanpak van gouverneur Cathy Berx in Antwerpen. Mogen we dat verrassend vinden, dat u als jurist en historicus maatregelen verdedigt die volgens vakgenoten indruisen tegen het grondwettelijk recht?

“De maatregelen leken me proportioneel en verantwoord. Op het ongezien uitzonderlijke moment dat je een epidemie over je heen krijgt die kan leiden tot een massale sterfte in de meest vreselijke omstandigheden, moet je zeer snel en hard kunnen optreden. Ik heb de coronacrisis al weleens vergeleken met oorlogstijden, in feite zit je nu met noodrecht. En kijk, na twee weken zwakt de curve in het Antwerpse duidelijk af. De maatregelen samen waren dus effectief en terecht.”


Het is ook een gevaarlijk precedent. Andere machthebbers kunnen andere situaties beoordelen als noodrecht en heel andere maatregelen treffen.

“Maar het is evident dat je in normale tijden geen mondmaskerverplichting kan opleggen. Het is evident dat je zonder virus mensen niet kan verplichten om te antwoorden op de vraag: wie ben jij, wie heb jij gezien? Dit is een heel uitzonderlijke situatie.”


Na de terreuraanslagen is er ook een rist maatregelen genomen, zoals het verlengen van de aanhoudingstermijn van 24 naar 48 uur. Die zijn wel blijvend. Staan onze vrijheden niet onder druk?

“Jawel, die staan onder druk. Toch heb ik er geen probleem mee dat er hier en daar wetten worden bijgevijld. Ik heb geen probleem met het aanpassen van maatregelen, en zelfs niet met de invoering van zeer ingrijpende maatregelen, op voorwaarde dat ze tijdelijk zijn.



‘Ik ben een taaie. Een hele taaie.' - Beeld Bob Van Mol


“Ik herinner me een opiniestuk van Tom Lanoye uit de jaren 80. ‘We gaan toch niet overal camera’s hangen, zeker!’ Toen was dat ondenkbaar. Maar vandaag leven we in een andere wereld en begrijpen we dat die camera’s onze veiligheid verhogen. We leven in een wereld waarin de wijze van oorlog voeren ook veranderd is: neem de terreuraanslagen. Dan is het niet onlogisch dat het staatssysteem zich daaraan aanpast. Maar ik ben het er wel mee eens dat we de vrijheden zeer goed moeten blijven bewaken. Vrije meningsuiting en vrije media, binnen de grenzen van de wet, zijn daarin bijzonder essentieel.”


Heeft de aanpak van de coronacrisis uw geloof in de politiek aangetast?

“Nee. Hoe mank onze formatie nu ook loopt en hoe zeer het malgoverno ook structureel ingebakken zit in onze Belgische politiek door onze staatsstructuur: alles, onze hele samenleving hebben we ook te danken aan politiek. Zowat alles is geregeld door wetten en reglementen, zonder zouden we nergens staan. Leve de politiek. We zijn trouwens een van de rijkste landen ter wereld."


“Nu, wel met deze kanttekening: we zijn een land dat een zeer hoge levensstandaard heeft voor 70 procent van de bevolking. De armoede onder de andere 30 procent is een erg belangrijk en miskend maatschappelijk probleem. Dat zie je dus ook in Blankenberge (waar een groep jongeren enkele weken geleden slaags geraakte met de politie, avb). Men kijkt naar dat incident vanuit de focus allochtoon/autochtoon. Maar bijna niemand legt het verband met armoede."


“Als we onze samenleving vanuit de focus armoede analyseren, dan leggen we de kaarten anders. Criminaliteit wordt in onze maatschappij heel makkelijk verbonden aan kleur, maar kijk eens door de armoedebril? Dan is kleur lang niet de enige factor en dan zie je dat ook witte mensen zich misdragen. Kaarten anders leggen, vanuit andere perspectieven kijken, twijfel zaaien, nieuwe vragen aanreiken die nieuwe inzichten kunnen geven, dat is wat een intellectueel moet doen. Dus zo probeer ik discreet te werken op de publieke opinie."


“Oké, misschien niet heel discreet.” (lacht)


Uw publieke statements verraden inderdaad iets over uw politieke kleur. U bent een progressief.

“Ik zit in het herverdelende kamp. Ik denk dat de socialisten en christendemocraten zich daar ook bevinden, net zoals Groen, en dat ook de liberalen daar niet per se tegen zijn. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat een vermogensbelasting een zeer goede zaak zou zijn. En ik ben er zeker van dat veel vermogenden het daar mee eens zijn.”


Waarom bent u zelf niet in de politiek gestapt?

“Ik had dat kunnen doen, maar ik heb er nooit aan gedacht. Nu is het te laat. Na mijn tweede termijn zal ik 65 zijn, dan is het goed geweest. En daarbij, nu wordt er ook naar mij geluisterd.” (lacht)


Als er iets is dat Van Goethem typeert, zegt een vriend, dan wel dat hij altijd bezig is met grote projecten. Eerst schreef hij, samen met collega Jan Velaers, in twee jaar tijd het 1.260 pagina’s tellende standaardwerk Leopold III. De koning, het land, de oorlog. Daarna bouwde hij de vakgroep Geschiedenis uit aan de Antwerpse universiteit. Om vervolgens de Kazerne Dossin uit te bouwen en daarna rector te worden.



‘Welk beeld van de wereld hebben de jongeren? Ik kan begrijpen dat je als generatie misschien wat angstig wordt.'

Beeld Bob Van Mol


Van Goethem beaamt. “Ik heb altijd aan grote dingen willen werken. Ik hou mij niet met kleine projecten bezig. Echt niet. Ik heb weinig artikels geschreven. Ik schrijf boeken. Ik zet gebouwen neer. Het is de aard van het beestje.”


U hebt zichzelf al eens een afwezige vader genoemd, maar volgens uw oudste zoon bent u veel te streng voor uzelf.

“Ik heb dat inderdaad ooit eens in een interview gezegd en dat is bij alle vier mijn kinderen aangekomen. Maar ik heb mijn aanwezigheid gewoon meer gemaskeerd dan zij dachten. Ik ben heel vaak fysiek wel aanwezig, maar daarom is mijn hoofd dat nog niet. Dat kan niet anders, wanneer je mijn professioneel parcours hebt afgelegd. Maar ze zijn er dus niet getraumatiseerd uitgekomen. We hebben een heel fijn, hecht gezin. Een echte clan.”


Dat dat gezin er is, is geen evidentie.

“Nee, zeker niet. Dat heeft mij gevormd. (peinzend) Ik schrijf heel fel vanuit de interne beleving en vanuit een empathische bril, en dat heeft ook zeker te maken met wat mijn vrouw Lisbeth en ik hebben meegemaakt. Onze oudste zoon Joos is het vierde kind op ons trouwboekje. Er zijn drie kinderen aan voorafgegaan. We hebben eerst een tweeling verloren. Ze waren voldragen, wogen 2,6 en 2,7 kilo om precies te zijn, toen ze in 1984 dood werden geboren. Ze waren enkele uren eerder overleden. In 1986 hebben we een prematuurtje verloren op zes maanden."


“In 1983 was mijn broer al overleden, hij is samen met zijn vriendin omgekomen bij een ongeluk. Lisbeth en ik, wij waren 25 en gingen van de ene begrafenis naar de andere. Je kan je dat niet voorstellen. Echt niet. Het heeft overigens weinig gescheeld of ik was mijn vrouw ook kwijt. Na de bevalling van de tweeling werd ze erg ziek en belandde ze in een levercoma. Ze heeft twee weken doodziek op intensieve gelegen in het UZ Gasthuisberg.”


Hij pauzeert een tel. “Ik krijg weer kippenvel van die omzwervingen langs de koele meren des doods. Je kinderen zijn dood en je vrouw ligt in coma, dat staat voor eeuwig op je netvlies gebrand. De periode tussen ons 24ste en 29ste was echt verschrikkelijk. Maar kijk, we hebben het samen gehaald. Ik heb in die periode zelfs mijn doctoraat geschreven. Nu denk ik: hallo? Hoe kan dat? Maar ik ben een taaie. Een hele taaie.”


Het is een verlies van een onbevattelijke orde. Hoe verwerkt een mens zoiets?

“Dat is een heel moeilijke vraag. Er kwamen nadien drie goede zwangerschappen, waarbij mijn vrouw telkens wel zeven maanden moest liggen. Dat zijn heel intense periodes geweest. Ofwel maakt zo’n misère je als koppel onverbrekelijk, ofwel speelt ze je uiteen. Wij zijn er sterke mensen van geworden."


“We zijn in die periode hard op onszelf teruggeplooid. Op elkaar, op een kleine groep vrienden en familie. Zo stond op de slechtste momenten mijn moeder pal naast mij. Want er zijn ook mensen die jouw ellende niet aankunnen en die zie je dan niet meer. Zo is dat.”


‘Ik heb nu zowat 20.000 afgestudeerden; 20.000 studenten die door mij gevormd zijn.' - Beeld Bob Van Mol


Wat heeft die ervaring u geleerd over het leven?

“Wij hebben toen tegen elkaar gezegd: we gaan proberen zo intens en zo kwaliteitsvol mogelijk in het leven te staan. De kelk van het lijden zal je altijd tot op de bodem ledigen. Maar de kelk van het geluk? Die zien mensen vaak niet eens staan. Wij hebben ons voorgenomen dat we ook die kelk tot de laatste druppel zouden savoureren. Zoveel mogelijk. Want ook wij maken ons nu wel druk bij onbenulligheden, zo gaat dat.” (lacht)


U benoemt heel graag, naar verluidt. U zegt vaak wat een hoerenchance u heeft, zegt uw kinderen nadrukkelijk hoe graag u ze ziet en hoe trots u op hen bent.

“Dat moet je doen. Zo ben je je er zelf ook veel meer van bewust. Uit wat we hebben meegemaakt, hebben we geleerd dat je ook lijden moet verwoorden. Nu is dat veel meer bespreekbaar, maar dat was in mijn generatie niet zo gebruikelijk. En zeker niet in de generaties voor mij."


“Als ik in Kazerne Dossin zei dat we in het memoriaal de namen moesten noemen van de mensen die gedeporteerd zijn, dan zal dat onbewust mee zijn ingegeven zijn door mijn ervaring. Namen noemen is belangrijk. Mensen een gelaat geven.”


U heeft dat ook gedaan. Uw eerste drie kinderen hebben een naam gekregen, ze hebben een grafsteen. Ze nemen een plaats in in uw gezin.

(knikt) “Vooral bij mijn vrouw en mezelf. Maar kinderen wórden, door de jaren heen. Ik denk dat het verlies van een boreling, hoe erg ook, minder intens is dan het verlies van een kind van pakweg twee of tien jaar."


“Bij ons zijn er nadien nog kinderen gekomen, en dan wordt dat verlies wel gecompenseerd door wat je wel hebt. Het wordt dan een melancholische herinnering. Een die ik associeer met pianosonates van Schubert die ik toen ontdekte, en met de wondermooie klaagzang in het Miserere van Gregorio Allegri.”


Hoe bezorgd ben je dan daarna als ouder? Leefde u niet met de voortdurende angst om uw andere kinderen ook te verliezen?

“Nee. Of toch niet meer dan de gemiddelde ouder. Wij zijn ons bewust van de broosheid van het leven, maar we zijn geen overbezorgde ouders. Ik ben me er wel heel erg van bewust dat wij heel gelukkige mensen zijn, maar dat het ook ineens gedaan kan zijn. Dat er ineens politie voor de deur kan staan, zoals mijn ouders overkomen is, om te melden dat je oudste zoon er niet meer is. Pas nog verloor een collega een dochtertje van acht. Dat raakt mij heel erg diep."


“Zo bewust in het leven staan, heeft ons engagement ook wel versterkt. Samenlevingsopbouw, daar gaan wij voor. Het zit in alles wat ik doe. Kazerne Dossin, mijn rectorschap, het onderwijs, dat is allemaal een vorm van engagement. Maar misschien moeten we ook niet achter alles beweegredenen zoeken. Misschien heeft dat engagement ook te maken met ouder worden, matuurder worden.”


U en uw vrouw zijn ook pleegouders.

“Na onze oudste wisten we niet of er nog kinderen zouden komen. We hebben ons toen geëngageerd bij vzw De Mutsaard. Zij zochten steungezinnen voor de tijdelijke opvang van kinderen in nood­situaties. Zo hebben we verschillende kinderen voor korte tijd opgevangen."


“Zo is Kevin ook zo bij ons gekomen, tijdelijk om zijn mama even te ontlasten. Maar op een gegeven moment heeft zij zelf aangegeven dat ze de zorg niet aankon en heeft ze gevraagd of wij geen pleegouders wilden worden.”


Van Goethem straalt als hij over zijn jongste vertelt. “Een heel geslaagd geval van pleegzorg, onze Kevin. Met hem hebben wij het grote lot gewonnen en hij met ons. Als mensen ons vragen hoeveel kinderen we hebben, dan zeggen we vier. Puur intuïtief. Kevin is gewoon het vierde kind. Dat is met een grote vanzelfsprekendheid, voor iedereen in ons gezin, onze familie, bij onze vrienden. Maar Kevin heeft altijd nog wekelijks contact met zijn moeder. Hij is 20 nu en een ideale schoonzoon: vriendelijk voor iedereen, een gedreven scoutsleider, een goede student. Ik kan hem overal aanbevelen.” (lacht)


Zou u pleegzorg aanraden aan anderen?

“Ja. Maar het zijn dikwijls zeer broze, moeilijke, kwetsbare situaties. Er zijn weinig verhalen van rozengeur en maneschijn. Maar zelfs als de situatie heel problematisch blijft, denk ik: iedere dag die goed is, is er dan toch één. Dat heb je het kind dan toch meegegeven. En de nood in de jeugdzorg is hoog, zo hoog.”


Bij de koffie bespreken we de verdere ambities van de Antwerpse rector. Politiek zal het dus niet meer worden. Maar wat staat er wel nog op zijn agenda? Sowieso een nieuw boek schrijven, zegt hij. Maar waarover, dat is nog de grote vraag. Over 1942, het kanteljaar in de Tweede Wereldoorlog en het onderwerp van zijn laatste boek, heeft hij nu alles wel gezegd. “Een nieuw onderzoeksveld is niet zo evident. Maar het hoeft voor mij ook geen hoge wetenschap te worden. Misschien maak ik wel een boek waarin ik de geschiedenis van Antwerpen reconstrueer aan de hand van prachtige historische foto’s.”


En er is nog een zekerheid: Van Goethem zal ook de komende jaren les blijven geven. “Ik vind het heel belangrijk om mijn vak, de politieke geschiedenis van België, te blijven doceren. De jongeren die nu starten aan de universiteit zijn geboren in 2002. Moet je eens nagaan wat die al hebben meegemaakt. De bankencrisis in 2008, de landencrisis, de vluchtelingen, de brexit, Trump, corona."


“De covidgeneratie, ze heeft nooit stabiliteit gekend. Welk beeld van de wereld hebben die jongeren? Ik kan begrijpen dat je dan als generatie misschien wat angstig wordt. Daarom wil ik hen tonen hoe onze samenleving gevormd is, wat de instrumenten zijn om tot een stabiele wereld te komen. Zij gaan het namelijk ooit moeten doen. Zekerheden kan ik hen niet meegeven, maar wel inzichten."


“Ik heb het trouwens eens berekend, ik heb nu zowat 20.000 afgestudeerden; 20.000 studenten die door mij gevormd zijn.”


Dat u dat geteld hebt, wat zegt dat over u?

“Dat ik het belangrijk vind om impact te hebben, wellicht. Die studenten komen overal terecht, in allerlei jobs, en je vindt ze politiek terug van extreemlinks tot extreemrechts. Dagelijks zie ik wel namen passeren in de media van wie ik denk: o ja, hij! En zij! Heb ik zo mijn stempel gedrukt op de samenleving? In zeker opzicht wel, ja. Dat is best een fijn gevoel.”





Luc Huyse


Luc Huyse over de Reuzegom-zaak

‘Vanuit bepaalde hoeken wordt gepleit voor mededogen voor de beklaagden’


Luc Huyse - De Morgen



Luc Huyse. Beeld Marco Mertens Humo


Luc Huyse, socioloog en emeritus hoogleraar aan de KU Leuven.

Veel publicaties van de auteur zijn te lezen op luchuyse.be

 

Self-victimization heet het in het criminologisch onderzoek: daders die zich verbouwen tot slachtoffers van andermans geweld. In het Vlaanderen van na 1945 is deze extreme vorm van zelfmedelijden met succes bekroond. Tienduizenden aanhangers van de Duitse bezetter zijn er in geslaagd zich de geschiedenis in te wringen als de prooien van een ongenadige repressie door het Belgische gerecht.

 

Deze omkering van de rollen is mogelijk gemaakt door de inzet van talloze vormen van misleiding. Dagboeken, memoires, schotschriften hebben de naoorlogse berechting van de collaboratie herdoopt tot een wraakoefening zonder maat of einde. Minimalisering, met dank aan tientallen bevriende advocaten, van wat de collaborateurs hebben aangericht, ondersteunde een langlopende doofpotoperatie. Voortdurende beschadiging van de rechters, de ‘echte’ daders, was een tweede route. Er is daar rond een geheel eigen wereld ontstaan, van zelfhulpgroepen over uitgeverijen tot een eigen politieke partij, waarin die framing verankerd is. Het resultaat was vergeving zonder maat of einde.


In de vorige weekendkrant (DM 8/8) schrijft Didier Pollefeyt dat een te snelle en goedkope vergeving het kwaad onvoldoende ernstig neemt en de wonde blijvend doet etteren. Het verhaal van de collaboratie en de bestraffing er van levert een overtuigende demonstratie van zijn stelling. Pas in 2015, zeventig jaar na datum, heeft een sleutelfiguur in de Vlaamse Beweging, de voorzitter van N-VA, de noodlottige vrijage met Nazi-Duitsland plechtig uitgeroepen als een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van het Vlaams-nationalisme. Al die tijd kon de wonde niet vergroeien tot een aanvaard litteken. (Recent nog vond minister-president Jan Jambon het zelfs nog nodig om te zeggen dat vele collaborateurs toch hun eigen redenen hadden.) 


Maar daarover had Pollefeyt het niet. Zijn krachtig pleidooi voor een duurzame vergeving gaat over het Reuzegomdrama. Oké, het is van mijn kant vergezocht om deze tragedie te vergelijken met wat in de jaren veertig is gebeurd. Maar ik kan het niet laten om te wijzen op familietrekken. De daders, zegt Pollefeyt, hebben er alles aan gedaan om de sporen van hun misdaad uit te wissen. Een doofpotoperatie dus. Er is een batterij straffe advocaten, net zoals toen, aan het werk gezet. En vanuit bepaalde hoeken wordt gepleit voor mededogen voor de beklaagden, die in de woorden van rector Luc Sels ‘nabij blijven als mensen die kunnen groeien en vergeving waard zijn’. Dat is nog te verantwoorden. Maar de rector zei ook: ‘Ik ben zeker dat ik niet iedereen zal kunnen overtuigen. Ik hoop wel dat ik iedereen kan overtuigen om niet het proces in de media te voeren en iemand het recht op verdediging niet te ontzeggen.’


Was het echt nodig om te wijzen op het mogelijk toekomstige slachtofferschap van de beklaagden, met nu de media als de daders van onrecht?  





Sven Mary versus KU Leuven


Sven Mary wil ook KU Leuven juridisch aansprakelijk stellen in zaak-Reuzegom

 

Michel Vandersmissen Jan Lippens - Knack



'Als de verdachten achttien allochtonen waren geweest, was het land te klein geweest.' © Debby Termonia


De raadkamer beslist volgende week of achttien leden van de Leuvense studentenclub Reuzegom

voor de correctionele rechtbank worden vervolgd voor de dood van Sanda Dia.

Sven Mary verdedigt de nabestaanden.

'Ik kan alleen zeggen dat de rangen ongelooflijk worden gesloten.'


Sven Mary is net terug uit Almeria, maar zijn vakantie was er niet echt een van complete rust. Elke ochtend werkte hij in Spanje aan het dossier van Reuzegom. De zaak laat hem niet los. Daarvoor zijn de feiten te gruwelijk: Sanda Dia werd dronken gevoerd met grote hoeveelheden gin en bier, moest aal en goudvissen slikken, zat urenlang halfnaakt bij vrieskou in een put met ijskoud water, kreeg urine en fecaliën over zich, werd gedwongen visolie te drinken... tot de dood er op volgde.


Hoe is de familie van Sanda Dia bij u terechtgekomen?

Sven Mary: Na de publicatie van de reconstructie van de doop in Het Nieuwsblad. De familie had Elisa Van Bocxlaer als advocaat. Zij werkte enkele jaren bij mij op kantoor. Toen de zaak na dat artikel zowat ontplofte, kreeg ze plots te maken met een batterij zogenaamde toppleiters en vroeg ze mij om mee te werken. Ik schrik niet snel, want ik heb de voorbije 25 jaar heel wat smeerlapperij en gortigheden zien passeren. Maar dit was anders, omdat het geweld op die schachten zo gratuit was. Walgelijk.


Als ik zie hoe de verdachten met fluwelen handschoenen zijn behandeld,

borrelt de gedachte weleens op van een ons-kent-ons mentaliteit.


Bent u als student gedoopt?

Mary: Zowel bij de faculteitsclub VRG aan de VUB als bij de Geuzenclub van Vlaams-Brabant. Die regionale club had een steviger doopritueel. Ik moest in mijn blote piemel in de cafés in Asse bier ronddelen en werd dus flink belachelijk gemaakt, maar op een plezante manier. Op geen enkel moment was het vernederend of waren er beestigheden. Bij de doop van Reuzegom, daarentegen, was er sprake van een ongelooflijke escalatie van geweld. Bovendien moet je een onderscheid maken tussen de feiten voor, tijdens en ook na de doop.


Zoals het uitwissen van bijna alle sporen door de verdachten?

Mary: Dat is nog het meest choquerende. Meteen na de dood van Sanda hebben ze zijn kot blijkbaar op een zeer klinische manier schoongemaakt en probeerden ze alle onderlinge communicatie te vernietigen. Dat doet mij denken aan bendevorming. Wat zij deden, is net hetzelfde als wat een drugsbende zou doen.


Het valt op dat het jonge, hoogopgeleide jongelui zijn...

Mary: ...en goed opgevoed, mag ik hopen, met intelligente ouders en deel van de zogenaamde hogere sociale klasse.


Het contrast met de afkomst van Sanda Dia is groot. Weet u waarom hij lid was van Reuzegom?

Mary: Omdat hij dacht zo de sociale ladder te kunnen beklimmen. Hij zag die studentenclub als een netwerk waarmee hij na zijn studie zijn voordeel zou kunnen doen.


Wat voor iemand was hij?

Mary: In een assisenzaak zijn er altijd moraliteitsgetuigen die iets negatiefs komen vertellen over de dode. Vraag aan tien mensen wat ze van mij denken en acht zullen misschien antwoorden dat ze mij geen fijn mens vinden. (grijnzend) Bij de meeste andere mensen is de verhouding andersom. Sanda was derdejaarsstudent burgerlijk ingenieur en zéér geliefd bij zijn jaargenoten, vrienden en familie. Ik heb nog niemand een onvertogen woord over hem horen vertellen. Dat maak je niet vaak mee. Zijn vader was vanuit Mauritanië naar hier gevlucht en perfect geïntegreerd. Hij werkt als arbeider bij DAF en deed alles om zijn zoon te laten studeren en hogerop te helpen. Ik vermoed dat Sanda opkeek naar dat 'betere' milieu.


Wilde hij daarom meedoen aan die doop?

Mary: Sanda heeft 'vrijwillig' meegewerkt en zogezegd niet geprotesteerd tegen wat men hem dwong te doen. Ik denk dat de advocaten van de verdachten die vrijwilligheid zullen gebruiken om verzachtende omstandigheden te pleiten. Vergelijk het met de zaak van de Mechelse SM-rechter. Zijn echtgenote getuigde dat ze geslagen wilde worden omdat de pijn haar seksueel opwond. Dat was ook een voorbeeld van vrijwillige medewerking.


Sanda Dia heeft wellicht niet gevraagd om mishandeld te worden?

Mary: Nee, maar het gaat om de evolutie van de gebeurtenissen. Het begon met het belachelijk maken van een schacht. Daarna kwamen de vernederingen, het toedienen van gevaarlijke stoffen, het geweld en volgens mij de ontmenselijking van Sanda, ook al is die laatste kwalificatie vandaag niet behouden in de vordering van het parket. Er is wel sprake van onterende behandeling.


Wat is onterende behandeling?

Mary: Als je op iemand plast of kakt en hem sperma doet opdrinken, is dat oneerbaar. Er zijn foto's waarop te zien is hoe een glas bier over de blote rug van een schacht wordt gegoten en via de reet in de mond van een andere schacht verdwijnt. Was Sanda nog wel in staat om zijn wil kenbaar te maken of om zijn vrijwillige medewerking te weigeren?


Misschien zullen sommige verdachten schuldig pleiten en opschorting van straf vragen,

omdat een straf hun veelbelovende toekomst zou fnuiken.


De ergste feiten gebeurden tijdens de tweede dag van de doop. Toen is er blijkbaar geen alcohol gedronken.

Mary: Nee, maar de dag daarvoor moesten de schachten wel anderhalve liter gin drinken tijdens een cantus. Nadien werden de kraantjes in hun kot afgeplakt om te verhinderen dat ze water zouden drinken, waardoor ze een beetje bij hun zinnen hadden kunnen komen. Ze wilden de schachten zo lang mogelijk dronken houden voor die tweede dag.


Volgens u was Sanda Dia die tweede dag fysiek niet meer in staat om zich te verzetten tegen de dopers?

Mary: Dat zou ik graag aan de wetsdokter willen vragen. Ik voorspel nu al dat de advocaten van de verdachten met argumenten zullen afkomen om dat te verhinderen. Vergeet niet dat de studenten vertegenwoordigd worden door de fine fleur van de strafpleiters. Ze zijn er allemaal: Hans Rieder, Walter Damen, Johan Platteau, Jorgen van Laer, Frederic Thiebaut, Jan De Man, John Maes, enzovoort.


Alleen Jef Vermassen ontbreekt.

Mary: (lacht) Het is vooral een Antwerps onderonsje. Kris Luyckx verdedigt de twee andere studenten die samen met Sanda werden gedoopt en volgens mij aan de dood zijn ontsnapt.


Dat worden uw kroongetuigen?

Mary: Zij zouden inderdaad het meeste kunnen vertellen over wat tijdens die doop is gebeurd, wie de leiding had, wat ze precies moesten doen, hoe dat verliep, hoe ze als schachten reageerden, wanneer het onomkeerbaar mis begon te lopen met Sanda en wat er daarna gebeurd is of net niet gebeurd is. Misschien hadden die andere slachtoffers ook een deel van de feiten kunnen voorkomen?


Staan die twee schachten nu onder druk van hun verdachte vrienden en hun advocaten om hun verklaringen aan te passen?

Mary: (lange stilte) Ik kan alleen zeggen dat de rangen ongelooflijk worden gesloten.


Het zou wel eens een erg grimmig proces kunnen worden.

Mary: Alles wat er al over gezegd en geschreven is, zal gebruikt én misbruikt worden. Het zal klachten regenen over de schending van het geheim van het onderzoek, over 'trial by media'.


Voor u is er geen sprake van 'trial by media'?

Mary: Belgische rechters zijn onafhankelijk en wijs genoeg om zich niet te laten beïnvloeden door wat kranten schrijven of wat een columnist denkt of wat in een open brief staat of wat advocaten in de media verklaren. KU Leuven-rector Luc Sels hoeft zich daarover geen zorgen te maken. Misschien wel over de morele verantwoordelijkheid van zijn instelling bij de dood van een van haar studenten.


Uw confrater Walter Damen vindt dat het proces voor de rechtbank en niet in de media moet worden gevoerd.

Mary: Dat is vaak het standpunt van een advocaat die een verdachte verdedigt en dat standpunt wordt soms compleet omgekeerd als diezelfde advocaat een slachtoffer verdedigt. (lacht) Ik weet dat sommige advocaten mij ervan verdenken dat ik die reconstructie in de media heb laten uitlekken, maar op dat ogenblik was ik nog niet eens advocaat van vader Dia. Een van mijn tegenstrevers heeft al een klacht ingediend bij de stafhouder omdat ik de waardigheid van de toga niet respecteer. Die confrater verwijst daarbij naar een krantenkop die mij woorden in de mond legt. Tja. Er zijn anderen die duidelijk belang hebben bij het uitlekken van al die details.


Wie?

Mary: Anderen. Ik heb dat alvast niet nodig om een sterk dossier voor de rechtbank op te bouwen, maar ik begrijp het misnoegen dat al die gruwelijke details anderhalf jaar verborgen bleven voor het publiek. Dit dossier zat blijkbaar onder embargo, want er is heel weinig over geschreven voor dat lek. Dat stoort veel mensen. Nu staan zwaaien met een zogenaamde schending van de rechten van de verdediging vind ik nogal gemakkelijk. Als de verdachten achttien jonge allochtonen waren geweest bij een duiveluitdrijving in een obscure moskee, dan was het land te klein geweest. De kranten hadden wekenlang vol gestaan vanaf dag één en níét bijna twee jaar na de feiten.



'Tijdens mijn doop moest ik in mijn blote piemel in cafés bier ronddelen.

Ik werd flink belachelijk gemaakt, maar geen enkel moment was het vernederend.' © Debby Termonia


Welke indruk geeft de vader van Sanda Dia u?

Mary: Hij is een integer man die probeert te begrijpen wat zijn zoon is overkomen. Hij had zijn vertrouwen gegeven aan de universiteit door zijn zoon daar te laten studeren. 'Het enige wat ik terugkreeg, is een dode zoon', zei hij. Die zin ging bij mij door merg en been. De rol die de KU Leuven en rector Luc Sels vandaag spelen, zit hem ongelooflijk dwars. Hij begrijpt niet waarom rector Sels zijn handen in onschuld blijft wassen. En hij stelt zich terecht de vraag: wat als mijn zoon niet Sanda Dia, maar Jan Peeters had geheten en hooggeplaatste vrienden had? Had de universiteit dan andere beslissingen of andere standpunten ingenomen?


De KU Leuven zegt dat ze, hoewel de feiten nu bekend zijn, niet tussenbeide kan komen om te vermijden dat de studenten geen fair proces zouden krijgen.

Mary: Maar natúúrlijk krijgen de achttien verdachten een fair proces, meer dan een fair proces zelfs. Zeker zij.


Heeft rector Sels dan geen punt dat de universiteit niet met nieuwe sancties kan komen zolang de strafzaak loopt?

Mary: De KU Leuven kan nu geen nieuwe sancties meer opleggen, want er zijn al tuchtstraffen gegeven en volgens dat tuchtrecht kun je geen twee keer gestraft worden voor dezelfde feiten. Maar de rector had zich ook van bij het begin kunnen houden aan het vermoeden van onschuld.


En dus helemaal géén tuchtsanctie opleggen?

Mary: De universiteit had een voorlopige maatregel kunnen opleggen en zich daarnaast burgerlijke partij kunnen stellen in de strafzaak.

Ze kan dat nog altijd doen. Het zou een sterk signaal zijn, ook naar de familie van Sanda Dia, als blijk van medeleven.


Waren de tuchtsancties van de universiteit - een werkstraf en een verhandeling schrijven - te licht?

Mary: Ik zou die verhandelingen graag lezen, maar ze zitten niet in het strafdossier. We hebben ze opgevraagd als bijkomende onderzoeksdaad, maar dat is geweigerd. De onderzoeksrechter heeft beslist dat die teksten niets bijdragen aan de waarheid over de feiten. Mijn collega Van Bocxlaer heeft ook een reconstructie van de feiten gevraagd, maar ook dat is vooralsnog geweigerd omdat er al een omstandig proces-verbaal is.


Is dat niet merkwaardig, geen reconstructie in een belangrijke zaak met een dode?

Mary: (afgemeten) Dat zegt u, niet ik. Bij een reconstructie word je geconfronteerd met wat je hebt gedaan, maar in een totaal andere context dan op het moment van de feiten. Er worden poppen gebruikt die het slachtoffer moeten voorstellen, enzovoort. Plas als verdachte in nuchtere toestand maar eens op zo'n pop terwijl de onderzoeksrechter en de speurders toekijken.


Bent u van plan om de KU Leuven mee aansprakelijk te stellen tijdens het proces?

Mary: Simon Mignolet, doelman van Club Brugge, kreeg tijdens een match op Anderlecht een voetzoeker tegen zijn hoofd. Anderlecht is daar toen als club voor gestraft. Het was nochtans niet Marc Coucke die de voetzoeker had gegooid. De club was verantwoordelijk voor wat in zijn stadion gebeurde. Anderlecht heeft zich toen terecht burgerlijke partij gesteld tegen de man die de voetzoeker had gegooid. Misschien is er enige analogie met Reuzegom en de KU Leuven? We onderzoeken of er een juridische grond bestaat om de universiteit mee verantwoordelijk te stellen. Er zijn voldoende precedenten.


Rector Sels beklemtoonde dat Reuzegom niets met de KU Leuven te maken heeft.

Mary: Als Reuzegom niets met zijn universiteit te maken heeft, waarom kregen die studenten dan toch een tuchtsanctie? Dat lijkt me nogal contradictorisch. Hoe dan ook, ik vrees dat er andere belangen spelen.


U vermoedt een soort samenzwering?

Mary: U niet? Wie is de advocaat van de KU Leuven? Frank Verbruggen. Die is verbonden aan het Instituut voor Strafrecht van de KU Leuven. Fabienne Naeckaerts, de moeder van een van de verdachten, is docent strafrecht aan de KU Leuven en magistraat in Antwerpen. En dan is er nog professor Johan Meeusen. Die doceert aan de UA Europees recht en onderhoudt nauwe contacten met zijn collega's van de KU Leuven. Hij is ook de vader van de zoon van de Antwerpse gouverneur Cathy Berx. Die zoon was lid van Reuzegom, maar nam niet deel aan de doop en is voor alle duidelijkheid ook niet in verdenking gesteld. Vergeef mij dat bij mij weleens de gedachte opborrelt van een ons-kent-ons mentaliteit als ik zie hoe de verdachten tot nu toe met fluwelen handschoenen zijn behandeld.


Reuzegom is in 1946 opgericht door onder anderen wijlen Hugo Schiltz.

Ik denk niet dat hij toen op medestudenten plaste.


Drie Brusselse allochtone jongeren die rel schopten op het strand van Blankenberge moesten in zwembroek de nacht in de cel doorbrengen en werden aangehouden voor onder meer het gooien met een strandparasol. De achttien verdachten van de dood van Sanda Dia konden na hun ondervraging meteen naar huis. Bedoelt u dat met fluwelen handschoenen?

Mary: Misschien spelen afkomst en sociale achtergrond van de jongeren een rol. Zelf beschouwden de studenten zich zeker als een deel van de elite. Ze waren trots op dat etiket, terwijl ik dat zum Kotzen vind. Na Blankenberge stonden ministers Pieter De Crem en Zuhal Demir meteen klaar met stoere verklaringen over nultolerantie en een ultraharde aanpak van die allochtone jongeren. Hebt u hen gehoord over de affaire-Reuzegom? Ik niet.


De Reuzegomleden zijn niet meteen na de feiten, zoals de relschoppers van Blankenberge, voor de onderzoeksrechter geleid. Is het dan niet normaal dat ze ook niet meteen werden gearresteerd?

Mary: Dat is inderdaad pas veel later gebeurd. (sarcastisch) Maar de dood van Sanda was dan ook maar een 'accident de parcours'. Het was de fout van een ongeluk, het noodlot. Maar ik wil toch eventjes de puntjes op de i zetten: de speurders van Turnhout hebben zéér goed werk geleverd. Ze zijn er zelfs in geslaagd om een deel van de gewiste sporen te recupereren. Vrij snel bleek dat de communicatie in de WhatsApp-groep van de Reuzegommers was gewist en dat de verklaringen tussen hun eerste en tweede verhoor grondig werden aangepast en blijkbaar op elkaar afgestemd.


Hebben sommige verdachten tijdens hun eerste verhoor dan gewoon gelogen?

Mary: Misschien was hun geheugen wat selectief.


Of waren ze goed geïnstrueerd door hun advocaten?

Mary: Ze waren inderdaad snel goed omringd met advocaten. Héél snel zelfs.


Die studenten gingen minutieus te werk om alle sporen te wissen. Wat zegt dat over hen?

Mary: (droog) Dat de emotie heel erg snel plaats moest ruimen voor de ratio. Als je vooral bezig bent met het zoeken van oplossingen zodat jou geen schuld treft, is er volgens mij ook geen echt schuldinzicht.


De vordering van het parket spreekt niet van doodslag, maar van onopzettelijke doding. Bent u het daar mee eens?

Mary: Voorlopig wel. In het dossier zie ik vandaag geen enkel argument waaruit blijkt dat het om moord zou gaan. Er was geen intentie om Sanda te doden. Er zijn wel andere zaken, zoals het toedienen van schadelijke stoffen, schuldig verzuim om hulp te bieden aan iemand in nood en die onterende handelingen. Ik wil nog verder onderzoeken of we hier niet te maken hadden met ontmenselijking of zelfs foltering. Die kwalificaties zijn nu niet behouden door het parket. Indien dat wel gebeurt, dan kunnen de straffen oplopen tot 28 jaar cel. Het is geen assisenzaak, maar ik hoop wel dat de correctionele zaak niet op één zitting wordt afgewerkt en dat wij getuigen, speurders en experts kunnen oproepen.


Na Blankenberge eisten De Crem en Demir een harde aanpak van allochtone jongeren.

Hebt u hen gehoord over Reuzegom? Ik niet.


De raadkamer moet nog beslissen of er een proces komt. Bestaat de kans dat er helemaal geen proces komt?

Mary: Dat kan juridisch. Er is nog van alles mogelijk. Misschien zullen sommige verdachten schuldig pleiten en tegelijk opschorting van straf vragen, met als argument dat ze jong waren, dat ze geen strafblad hebben en dat een straf hun veelbelovende toekomst zou fnuiken. Bij opschorting van straf word je wel schuldig verklaard, maar heb je geen strafblad én de zaak wordt achter gesloten deuren behandeld.


Hebben we te maken van klassenjustitie?

Mary: Daarover kun je alleen uitspraken doen aan het einde van de rit.


Hoe belangrijk is het om een toppleiter als advocaat te hebben?

Mary: Mijn tegenstrevers zijn stuk voor stuk zeer onderlegde juristen. Ze hebben de gave van het woord en weten verdomd goed hoe ze de media kunnen bespelen. Maar tegenwoordig moet alles top zijn: topdokters, topadvocaten, topjournalisten, topspeurders, topambtenaren, toppolitici. We doen onszelf als advocaat soms oneer aan door wat te veel show te geven, terwijl we wel degelijk een belangrijke rol horen te spelen in onze democratie.


U verwacht blijkbaar dat de Reuzegommers en hun advocaten er alles aan zullen doen om helemaal geen straf te krijgen?

Mary: Enerzijds heb je een vader die zijn zoon kwijt is. Voor altijd. Anderzijds heb je de ouders van de verdachten, mensen die het wellicht goed menen. Hún kind wordt nu voor de leeuwen gegooid. Denkt u dat die ouders rationeel nadenken over een passende straf voor hun zoon? Nee, want alles wat met je eigen kind te maken heeft, is pure emotie. Ik heb me al honderd keer de vraag gesteld: hoe zou ik reageren? Ik durf niet te beweren dat ik ook niet álles zou doen om mijn kind maximaal te verdedigen en te beschermen. Maar dat is uiteraard gemakkelijker als je daar als ouder de middelen en de relaties voor hebt.


Zou een straf niet louterend werken?

Mary: Een straf moet tegelijk opvoedkundig en repressief zijn, maar ook rekening houden met zowel het verleden als de toekomst van de gestrafte. Dat is een lastig evenwicht. Ik heb voor assisen ook slachtoffers en nabestaanden verdedigd. Vaak willen die mensen de zwaarst mogelijke straf, omdat dat hun leed zou verzachten. Ik begrijp dat, maar die verzachting is doorgaans van zeer korte duur.


Hebben de verdachten ooit contact gezocht met de familie Dia?

Mary: Er zijn blijkbaar een paar brieven gestuurd.


Bleek daar schuldgevoel uit?

Mary: (aarzelend) Het was meer een betuiging van medeleven.


Reuzegom is opgedoekt. Is een verbod van zulke studentenclubs de oplossing?

Mary: Dopen horen bij het studentikoze universiteitsleven. Niemand vraagt toch dat clubleden zich tijdens een doop als beesten gedragen? De excessen van Reuzegom hebben totaal niets met het studentikoze leven te maken.


Er was blijkbaar een officieel doopcharter van de universiteit nodig om te vermijden dat schachten als beesten worden behandeld. Reuzegom had dat charter niet ondertekend.

Mary: Reuzegom is in 1946 opgericht door onder anderen wijlen Hugo Schiltz. Ik denk niet dat hij toen op medestudenten plaste. De vader van een van schachten bij de Reuzegom-doop is advocaat Johan Denil. Hij zei in een krant: 'Als ouder kun je moeilijk vatten dat de grens van het "normale" tijdens zo'n doop zo wordt verlegd dat het "abnormale" de regel wordt.' Dat is de spijker op de kop. Ik hoop dan ook dat ik tijdens het proces van die schachten van Reuzegom het volledige verhaal zal horen. Zij hebben veel geluk gehad, want zij hebben het overleefd.


Waarom wilt u per se de ledenlijsten van Reuzegom van de laatste twintig jaar?

Mary: Ik wil graag weten wie daar allemaal lid van is geweest. We krijgen nu materiaal en informatie en anonieme tips uit verschillende hoeken en dat proberen we allemaal te dubbelchecken. Ik ga niemand met de vinger wijzen, maar ik wil wel dat milieu en netwerk in kaart brengen.


U verdedigt doorgaans daders van zware feiten, waarom nu toch een slachtoffer?

Mary: Hola, in de 71 assisenzaken die ik heb gepleit was ik 34 keer advocaat van de burgerlijke partij, slachtoffers en nabestaanden. Ik verdedig zelfs vaak slachtoffers. Die foute indruk ontstaat misschien omdat ik ook Salah Abdeslam verdedig als verdachte van de aanslagen in Parijs en Brussel. Daders verdedigen valt blijkbaar meer op.


Als een van de verdachten van Reuzegom u eerder had gevraagd als advocaat, dan had u ook hem verdedigd?

Mary: Natuurlijk. Waarom niet? Maar ik ben geen topadvocaat, dus ze hebben het niet gevraagd. (lacht)





Zuhal Demir


Over helden

 

Zuhal Demir - Facebook



Ik ben diep geraakt door het interview met Ousmane Dia, de vader van Sanda die zijn zoon verloor in een moordend doopritueel van Reuzengom. Hij doet me denken aan mijn vader en zo veel andere ouders van allochtone kinderen die naar Vlaanderen zijn gekomen zonder de taal en gewoontes te kennen. Een achterstand die vaak niet in één mensenleven valt in te halen. Ze dragen die maatschappelijke handicap met zich mee en maken er het beste van. En dat beste is in de eerste plaats hun eigen kinderen die handicap besparen. Desnoods tegen hun eigen gemeenschap in. Zo hadden wij thuis een kerstboom staan waarvan niemand echt goed wist waar het ding voor diende. Maar het bracht ons wel wat dichter bij de Vlaamse overburen die al snel de hand reikten naar ons gezin. Iedere week vijf boeken uit de bibliotheek, rapporten die altijd beter konden, ook Vlaamse vriendinnen maken… Je verliest je eigen identiteit niet door angstvallig vast te houden aan de visies van je thuisland en het land van je toekomst als vijandig te beschouwen.


Ouders als Ousmane Dia en zoveel anderen hebben dat zeer goed begrepen. Ze pushen hun kinderen voorbij grenzen waar zij alleen maar van kunnen dromen. Het duurde niet lang voor ons Nederlands beter was dan het zijne. Het duurde ook niet lang voor de kinderen beter ‘wegwijs’ waren in Vlaanderen dan zij. Dat is verdomd moeilijk en zorgt voor wrijvingen. Je wordt als ouder verplicht om je kinderen te volgen in plaats van ze te leiden. Dat is loslaten, vertrouwen en toeschouwer worden. Veel vroeger dan je eigenlijk zou willen.


Ook als kind is het niet makkelijk om sneller - vaak te snel - eigen keuzes te moeten maken en zonder ouderlijke raad en ‘netwerk’ je weg te zoeken in het leven. Tot hier hebben je ouders je kunnen brengen en nu sta je er alleen voor. Dia had zijn vader niet verteld dat hij een apostelkleed nodig had voor een studentendoop. Ik vermoed dat hij zijn vader niet wilde uitleggen wat er te gebeuren stond. Hij had de keuze gemaakt om een nieuwe stap te zetten zonder vaders levenservaring. Hij was op zoek naar een netwerk om zijn toekomst verder uit te bouwen zoals hij die zag. Om zijn vader trots te maken op wat ze samen bereikt hebben. Ousmane had er vertrouwen in.



Het apostelkleed dat ze samen uit een lap stof sneden, werd zijn doodskleed. Het netwerk waar Sanda van droomde bleek een nest van rotverwende rijkeluiskindjes die nooit eerder in hun leven hebben gewerkt en voor al hun stommiteiten konden terugvallen op papa’s en mama’s netwerk en portefeuille. Ze zullen nooit aan de enkels komen van wat Dia en Ousmane samen gepresteerd hebben. In twee dagen tijd hebben ze twee generaties werk en liefde verwoest uit pure verveling. En dat is hartverscheurend.


Ousmane Dia is een held die vandaag door de hel moet gaan. Ik ben er kapot van.


Zuhal.




De goed bewaarde geheimen van Reuzegom


Reconstructie

 

Douglas De Coninck - De Morgen



Sanda Dia. Beeld Tim Dirven


Alles moest worden gewist. Alles. De whatsappgroep, alle beelden, alle filmpjes. Maar wissen was niet de sterkste kant van sommige Reuzegommers. Een maand na de dood van Sanda Dia maakte een van hen een filmpje van hoe een zwarte dakloze werd bezongen: ‘Handjes kappen, de Congo is van ons.’ Reconstructie van wat steeds minder voelt als een ‘jammerlijk ongeval’.


Leuven, maandagavond 8 oktober 2018

De namiddagcantus is een van de tradities bij de Antwerpse studentenclub Reuzegom. Hij gaat door in zaal Albatros in de Brusselsestraat in Leuven, die studentenkoepel LOKO uitbaat. Student Alexander Bruyninckx, een leeftijdsgenoot van Sanda, is zaalverantwoordelijke.


Bruyninckx: “Het is de bedoeling dat de huurder aan het eind van het evenement de zaal opruimt. Die van Reuzegom lieten hun schachten dat altijd doen. Dat was voor mij vervelend, want Reuzegom bestrafte zijn schachten voor het minste met de zevensprong. Dan moest de schacht zeven pinten na elkaar ad fundum leegdrinken. Daarna waren die schachten veel te dronken."


“Er stond die avond nog een hele stapel tafels en stoelen voor een poort. Die moesten terug de zaal in en dat kon ik niet alleen. Dus ik sprak die Reuzegommers aan. Een van hen riep: ‘Hey, neger!’ naar de jongen van wie ik nu weet dat het Sanda Dia was. Sanda was al een eindje ver in de Brusselsestraat en keerde terug. Om in zijn eentje al die tafels en stoelen op hun plek te zetten. Ik zei: ‘Kerel, zoiets laat je je toch niet zeggen?’ Hij zei: ‘Ja, ik kan er niks aan doen.’ Met die Reuzegommers had ik discussie: ‘Doe eens normaal. Op zo’n manier praat je toch niet?’ Ze waren erg agressief. Uiteindelijk zijn Sanda en ik vier uur bezig geweest.”



Op 8 oktober 2018, na de namiddagcantus van Reuzegom in feestzaal Albatros in de Brusselsestraat in Leuven,

hoorden de uitbaters van studentenkoepel LOKO hoe de Reuzegommers Sanda racistisch behandelden.

Albatros sloot begin 2019 de deuren. Beeld Illias Teirlinck


Voorzitter Kenny Van Minsel van LOKO herinnert zich het voorval: “Volgens wat toen aan ons is gerapporteerd, deden clubleden meerdere racistische uitspraken. De hele tijd ‘neger’ en opmerkingen over hoe die jongen ‘als zwarte de blanken moest bedienen’.”


Leuven, dinsdagochtend 4 december 2018

Verkleed als apostelen moeten Sanda Dia (20) en de andere schachten C.M. (20) en V.D. (19) vanaf 8 uur de Leuvense straten in met een pak rozen. Hun aposteloutfit verwijst naar de clubnaam van oud-Reuzegommer A.S. De drie schachten moeten rozen trachten te verkopen aan voorbijgangers. Wie de hoogste opbrengst haalt, zo is hen gezegd, zal tijdens de doop de volgende dag worden gespaard.


Volgens een verklaring die een van de Reuzegommers aflegde aan de politie Neteland knielen de drie schachten in de vooravond op de straatstenen voor café In Den Boule, monden open. De anderen gieten er een uur lang gin en wodka in. Daarna gaat het naar de cantuszaal, waar de schachten ad fundums moeten drinken tot ze tegen de grond gaan. In de iPhone van M.G. alias Kletsmajoor, een van de achttien Reuzegommers van wie het parket in Hasselt de doorverwijzing naar de correctionele rechtbank vraagt, vindt de politie van zone Neteland later een filmpje terug van dit moment. Een stuk uit strafdossier beschrijft: “Er wordt geplast op twee personen die op de grond liggen. Film is gemaakt met huidig toestel op 4 december 2018 om 23.39 uur.” Er is ook sprake van “een mannelijk geslachtsdeel”.


Sanda en de twee andere schachten worden later die nacht naar hun kot gebracht. Daar zijn de kranen afgeplakt, zodat ze weinig kunnen ondernemen tegen hun kater.


Vorselaar, woensdag 5 december 2018

Sinds 2015 geldt aan de KU Leuven een doopcharter. Artikel 1 zegt dat geen enkel ritueel mag ingaan tegen de strafwet. Artikel 2 verbiedt het gebruik van levende gewervelde dieren. Sindsdien doet Reuzegom zijn dopen in en rond een blokhut in de bossen in Vorselaar, zo’n 50 kilometer weg uit Leuven. In het dossier zit een verklaring van een 54-jarige Zwitserse docente aan de KU Leuven, die vlakbij woont en de jongens in de voormiddag ziet vertrekken: “Ze droegen hem en legden hem op de achterbank van de auto. Hij was toen al niet meer in staat om te stappen.”


De achttien Reuzegommers die de doop uitvoeren, hebben een whatsappgroepje. Daarin zitten ook vier andere leden die er niet bij kunnen zijn omdat ze in het buitenland verblijven. Om 12.14 uur post J.S. alias Flodder in de groep: ‘Sanda is al rijp voor de vuilbak.’



De blokhut in Vorselaar. Beeld Tine Schoemaker


Onderweg stoppen enkele Reuzegommers bij een Colruyt. Ze kopen katten- en hondenvoer. Er zijn eerder ook drie goudvissen en vier muizen ingeslagen. Aangekomen in Vorselaar maken de ouderen een vuur. De drie schachten moeten elk een put graven. Dat was de vorige keren ook al zo, maar nu heeft schachtentemmer A.G. alias Janker iets bijzonders bedacht. Er moet water in de put, en ijs. De drie schachten moeten er zo goed en zo kwaad als dat kan in gaan staan. Af en toe brengen de anderen hen een papje. Visolie, geblenderd met de inhoud van de blikken. Dan komt de goudvis. Die moeten ze doorslikken en weer uitbraken met visolie. Dan komen de muizen. Ze moeten een voor een de kop van een muis afbijten. 


Bij een vorige doop moesten de schachten ook in een gevulde condoom bijten en de inhoud doorslikken. Urine van de anderen. Het is niet duidelijk of dit deze keer is gebeurd, want niet het hele draaiboek kan tot uitvoering worden gebracht.


Het is tijd voor blitzkrieg. De al erg onderkoelde schachten krijgen de ene na de andere emmer koud water over zich heen. Een filmpje op de iPhone van M.G. laat zien hoe C.M. als eerste uit zijn put mag. Een dossierstuk beschrijft hoe er wordt geroepen: ‘En ge krijgt tien seconden. Als ge d’r niet uit zijt, dan kunde ni meer!’


Wat later mag ook de tweede schacht uit zijn ijswaterput. Sanda nog steeds niet. Het duurt tot 19.08 uur voor er toestemming komt. Volgens een dossierstuk laat het filmpje dit zien: “Sanda wordt door de twee andere schachten uit de put geholpen. Er is duidelijk te merken dat dit niet op eigen kracht gaat. Er wordt door meerdere personen door elkaar gepraat en volgende zaken zijn te horen: ‘Komaan Sanda, als ge dees niet doet, dan moeten we u aan een vuur leggen en is ’t gedaan.’”


Bij de dooprituelen van Reuzegom draait het om extreme koude. Er is volgens de Reuzegommers in hun ondervragingen altijd een bel. Alleen: op geen enkele van de beelden is er een bel te zien. Als er al een bel zou zijn geweest, is het de vraag of Sanda nog in staat was ernaar te grijpen. Volgens het dossierstuk reageren de stemmen in het filmpje als volgt op het feit dat Sanda niet meer beweegt: ‘Sanda, allez komaan, effe letterlijk hé, da is ook zo aaaah. Hup Sanda, komaan en proberen die benen en die voetjes te bewegen hé. Komaan, denk.’


Sanda ligt in foetushouding in het gras. Volgens het autopsieverslag is zijn lichaamstemperatuur gedaald tot 27 graden.


Wilrijk, zaterdag 8 december 2018

Er is om 11 uur een spoedvergadering gepland in de woning van advocaat P. in Wilrijk. P. is de vader van een van de achttien. Eerder die ochtend is bekend geraakt dat Sanda in het UZA in Edegem is overleden. Nog voor de vergadering echt kan doorgaan, is er al discussie over het spontaan ontstane idee om de ouders van Sanda via de dienst Slachtofferhulp een brief te bezorgen waarin de Reuzegommers aangeven dat ze hun “ergste nachtmerrie beleven”. Enkele ouders, vooral van Reuzegommers die zelf niet bij de doop aanwezig waren, uiten de vrees dat zo’n brief de positie van hun zonen in een latere rechtszaak kan schaden. Er komt uiteindelijk geen vergadering en ook geen brief.


Op donderdagochtend, nadat Sanda naar de spoed is overgebracht,  zijn de Reuzegommers al volop filmpjes en foto’s van de doop beginnen te wissen op WhatsApp. Het whatsappgroepje van Reuzegom, dat wordt beheerd door de op dat ogenblik in Zwitserland vertoevende D.d.V.d.W. (Elio), praeses J.J. (Zaadje) en V.K. (Pronker), wordt opgedoekt.


Na overleg met de ouders wordt beslist dat de achttien digitaal compleet onzichtbaar moeten worden. Ze verdwijnen van Facebook, Instagram, LinkedIn. Tot dan toe publieke ledenlijsten van Reuzegom worden gezuiverd. De whatsappgroep wordt in het weekend gereactiveerd. Niet meer om ranzige filmpjes en commentaren met elkaar te delen, maar om een heel andere reden, zo blijkt als een speurder uitleg vraagt aan J.S. alias Flodder.


J.S.: “De whatsappgroep is weer opgericht en alle contactgegevens werden hierin gezet zodat onze ouders ook met elkaar konden communiceren. Dit gebeurde via J.J., op vraag van zijn ouders.”


Ondervraagd door de politie, twee maanden na de dood van Sanda, zullen enkele clubleden volhouden dat er bij hun weten nooit een andere of vorige whatsappgroep is geweest. Als de politie met hulp van de Computer Crime Unit het geheime, door D.d.V.d.W. opgestelde doopdraaiboek boven water krijgt, rijzen vragen bij het ‘menu’. Dat voorziet als hoofdgerecht voor de schachten muizen, sprinkhanen en vissen. En als nagerecht: “Drugs, koffie en coke.”


In hun ondervragingen zeggen alle Reuzegommers dat de schachten aan het eind van de doop worden verplicht hun totale loyauteit aan de club te bewijzen door een lijntje wit poeder op te snuiven. Maar, voegen ze er meerstemmig aan toe: “Dat was bloem.” Iedereen is het er ook over eens dat Sanda enkel vanwege de rozen langer dan de anderen in de ijsput moest blijven. En dat, al bij al, C.M. het minstens net zo hard te verduren kreeg, want hij werd ook nog verplicht tot een zwempartij in een beek.


Sven Mary, advocaat van de vader van Sanda Dia, herhaalde deze week in Knack nog eens dat de rangen volgens hem “ongelooflijk worden gesloten”. Geconfronteerd met wat we weten over de geplande vergadering en de whatsappgroep zegt hij: “Alles wijst erop dat de violen vakkundig zijn gestemd.”


Leuven, dinsdag 8 januari 2019

Reuzegom voorziet binnen zijn club aparte functies als sportführer of galaführer. In 2007 is de galaführer N.V.P. alias Monk. Tot net na de eerste onthullingen over de dood van Sanda, eind juli, prijkte hij op een open Facebook-profiel nog met twee anderen gehuld in Ku Klux Klan-outfits. Een van de achttien trok ooit naar een Leuvense fuif in een Ku Klux Klan-outfit. Een aantal oud-Reuzegommers, onder wie oud-schachtentemmer Uno alias P.D.G., zat mee in de oorspronkelijke whatsappgroep. De indruk rijst dat de nieuwe lichting meende dat ze iets te bewijzen had aan de vorige.



Reuzegommer N.V.P. is een van de mannen in Ku Klux clan-outfit in 2007. Beeld RV


Je zou verwachten dat de Reuzegommers na de dood van Sanda even zouden dimmen. Dat doen ze niet, of in elk geval niet allemaal.


Op de iPhone van M.G. treft de politie een hoogst bizar filmpje aan. Het dateert van ongeveer een maand na de dood van Sanda Dia. Het tafereel speelt zich af in de Leuvense binnenstad. Een dakloze van Afrikaanse afkomst wordt benaderd door enkele jongelui. Het dossierstuk beschrijft: “Er worden enkele centen voorgehouden aan de persoon, welke teken doet dat het op de grond mag bij de rest, een jas of iets dergelijks waar blijkbaar kleingeld op ligt. Men wil zijn pet verschuiven of nemen, en dan merk je dat deze persoon zijn hoofd wegtrekt. Tijdens dit gebeuren wordt ‘Handjes kappen, de Congo is van ons’ gezongen.”



Reuzegommers filmen een maand na de dood van Sanda een dakloze en zingen:

‘Handjes kappen, de Congo is van ons.’ Beeld rv


Herentals, begin februari 2019

M.G. was niet de enige die verzuimde belastende beelden te wissen. Als D.d.V.d.W. begin februari 2019 wordt ondervraagd, wil de politie ook zijn iPhone onderzoeken. Ook D.d.V.d.W. heeft twee filmpjes van de doop in Vorselaar bewaard. In de map ‘beelden’ treft de politie twaalf foto’s aan. Sommige zijn screenshots. Een dossierstuk beschrijft ze: “Bericht van desactiveren Facebook”, “Sanda die op de grond ligt” en “bericht waarin ongerustheid geuit wordt dat de ouders van C.M. en V.D. een zaak zouden starten”.


En dan is er die ene, mysterieuze foto. Het lijkt een groepsfoto te zijn na een vorige doop. Twee schachten kruipen op handen en voeten, twee andere zitten geknield. De ene krijgt een pistool tegen zijn slaap geduwd, de andere een geweer op zich gericht. Het heeft iets van een gesimuleerde Russische roulette. Het wapenschild is niet dat van Reuzegom, maar de foto is gemaakt met de iPhone van D.d.V.d.W.. Bereid tot uitleg over wat dit is, is hij niet: “Ik laat de verdere communicatie hierover over aan mijn advocaat.”


En die blijkt onbereikbaar voor commentaar.



Een vorige 'doop' in Vorselaar, met wat lijkt op een gesimuleerde Russische roulette. Beeld rv





Zuhal Demir haalt zwaar uit naar Reuzegommers


Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir heeft op Facebook zwaar uitgehaald naar de leden van studentenclub Reuzegom. Ze heeft het over rotverwende rijkeluiskindjes die nooit eerder in hun leven hebben gewerkt en die voor al hun stommiteiten konden terugvallen op het netwerk en de portefeuille van hun ouders.

 

ATV





VUB start interne tuchtprocedure na dood Sanda Dia


Caroline Pauwels - De Morgen



VUB-rector Caroline Pauwels. Beeld Tine Schoemaker


Jonge mensen horen niet te sterven. Zeker niet als gevolg van een totaal uit de hand gelopen ontgroening bij een studentendoop. Maar dat zijn spijtig genoeg de feiten: een student is gestorven, in mensonterende omstandigheden. De droom die hij had, die zijn ouders voor hem hadden, zal nooit worden gerealiseerd.

Andere studenten dragen daarvoor de verantwoordelijkheid. Een verpletterende verantwoordelijkheid. Een die ze de rest van hun leven zullen meedragen. Hun individuele en/of collectieve betrokkenheid maakt het voorwerp uit van het juridisch debat voor de rechtbanken. Feiten zullen van speculaties onderscheiden moeten worden.

Als VUB zijn we jammer genoeg betrokken in deze tragische kwestie. Ook dat is een feit: een van onze studenten onderging de doop als schacht. Dat wisten we al vroeg via de pers. Een andere VUB-student wordt van medeplichtigheid verdacht. Dat feit en de naam van de betrokken studenten vernamen we onlangs via de pers en de sociale media.

Alles in deze zaak draagt bij tot een emotionele heftigheid die begrijpelijk is, en die we delen tot in het diepst van onze vezels. Maar er is ook nood aan sereniteit, aan zorgvuldig wikken en wegen, met respect voor de rechtsgang die nog zijn beslag moet krijgen. Een duidelijk antwoord op veel van onze verontwaardiging en vragen is er niet, daarvoor is het nog te vroeg.

We vernamen tot hiertoe de feiten in de zaak-Reuzegom via de pers en de sociale media. We moesten ons baseren op indirecte informatie en dat noodzaakt een grote voorzichtigheid. Het gerechtelijk onderzoek loopt en de VUB hoopt dat er klaarheid over de zaak komt op basis van een eerlijk en sereen proces.

We boden de student die als slachtoffer wordt genoemd psychologische bijstand aan. Het behoort tot de privésfeer van het slachtoffer of hij daarop is ingegaan of niet. De VUB startte een intern orde- en tuchtonderzoek naar de student die als medebeschuldigde zou zijn betrokken. Zelf kunnen we niet oordelen over de gegrondheid van de hem mogelijk ten laste gelegde strafrechtelijke feiten. Daarover gaat het gerecht en daarvan moeten we de afloop afwachten.

Het is wel onze verantwoordelijkheid om enerzijds te waken over de normen, de waarden en de principes van onze universiteit en anderzijds te waken over de rust op de campus, in het algemeen, dus ook wanneer zowel slachtoffer als mogelijke dader zich op die campus begeeft. Daarvoor dient een orde- en tuchtonderzoek.

Universiteiten en de leden van haar gemeenschap zijn zoals alle menselijke instellingen feilbaar, maar ook verbeterbaar. Dat is ons werk, dag in, dag uit, ook in dezen. We hebben daarom de voorbije jaren onze Codex Studentenleven en ons orde- en tuchtreglement aangepast. De zaak-Reuzegom noopt ons ertoe om dit werk verder te zetten en dit in permanente dialoog met de studenten zelf en met de erkende verenigingen.

Studentikoziteit of folklore mogen nooit een excuus zijn om daden te stellen die strijdig zijn met de waarden van onze instelling. De waarde, waardigheid en psychische en lichamelijke integriteit van iedere mens moeten altijd gerespecteerd worden. Hiërarchie, ondergeschiktheid, seksisme, discriminatie, vernedering of geweld zijn absoluut uit den boze. Zo staat het ook in de Codex Studentenleven van de VUB die een leidraad is voor alle activiteiten van, voor en door VUB-studenten. Daarover zijn de erkende studentenkringen die onze codex onderschrijven het eens. Ze maken daar ook onderlinge afspraken over.

Wij houden de studenten aan die afspraken, zoals onze studenten en anderen ons aan onze waarden en principes mogen houden. Maar tegelijkertijd past het ook hier om maat en nuance te houden: vele studentenkringen en -vertegenwoordigers doen uitmuntend onthaal- en begeleidingswerk, nemen verantwoordelijkheid en besturen mee onze universiteit, dragen bij tot een gemeenschapsvorming die mooi en inclusief is. Ook dat is een feit.

De VUB staat voor vrijheid, gelijkwaardigheid en verbondenheid. Ze laat zich leiden door het door Henri Poincaré geformuleerde beginsel van vrij onderzoek. Ze staat - zo benadruk ik steeds intern en extern - voor rechtvaardigheid, waarheid en de waardigheid van een mens. Dat zijn principes waaraan we allemaal ons gedrag als leden van een gemeenschap, als leden van de VUB-gemeenschap moeten toetsen. Elke dag opnieuw. Iedereen. Een permanente opdracht, een dagelijkse gewetenskwestie. Nooit eenvoudig, altijd leerrijk. Ook zeer leerrijk over onszelf. Dat werk is nooit af en op ieder van ons komt het aan. Meer dan ooit.





‘Het was de bedoeling dat Sanda zou lijden, en zwaar ook’


Danny Illegems - De Morgen



Sanda Dia - Beeld Tim Dirven


Op vrijdag 4 september beslist de raadkamer of achttien leden van de studentenclub Reuzegom

voor de rechter moeten verschijnen voor de dood van Sanda Dia.

De jonge ingenieursstudent werd tijdens zijn doop in 2018 zodanig mishandeld dat hij het leven liet.

De advocaten van zijn ouders houden er rekening mee dat de zaak mogelijk zal worden uitgesteld.

‘Maar er komt hoe dan ook een moment van de waarheid, hopelijk eerder vroeg dan laat.’


Sanda Dia's Senegalese vader Ousmane en zijn advocaat Sven Mary traden eerder al in het strijdperk, onder meer via een indrukwekkend interview in De Morgen van afgelopen weekend. Van de kant van Sanda's Vlaamse moeder Annemie De Vel bleef het lange tijd stil. Tot vorige week, toen bekend werd dat zij zich als burgerlijke partij zal laten bijstaan door een team van vier advocaten, onder wie Jan Fermon van de balie van Brussel.


Jan Fermon: “De ouders van Sanda Dia zijn al lang gescheiden, ze zijn dus aparte burgerlijke partijen. Kort na de feiten heeft mevrouw De Vel mijn confrater Lieve Pepermans onder de arm genomen. Nu het onderzoek is afgerond en de volle omvang van de zaak duidelijk wordt, heeft ze een team rond zich verzameld, met daarbij ook Falke Van der Schueren en Raf Jespers. Dat lijkt me zinvol. Deze zaak is te groot en te belangrijk om ook maar iets aan het toeval over te laten.”