Klimaat & Milieu

Klimaat en milieu

Klimaat is geen ideologisch probleem


Kies voor een warm Edegem en word lid van Facebook groep

Edegem met een hart






Top







Pieter Boussemaere


Auteur en docent geschiedenis & klimaat aan de VIVES Hogeschool


‘'Maak je geen zorgen. Vanaf januari is de klimaatopwarming weer "normaal"'


Pieter Boussemaere  - Knack



Pieter Boussemaere staat stil bij de herberekening van de gemiddelde 'normale' temperatuur van het jaar,

die vorige week werd aangekondigd.


"Vanaf januari stelt het KMI de gemiddelde temperatuur en andere waarnemingen bij. Onze weermensen zullen dan minder snel zeggen dat het 'warmer is dan normaal'. Door de opwarming moeten de normen immers sneller worden aangepast."


Dit bericht stond eind vorige week in verschillende kranten en wekte bij de doorsnee lezer waarschijnlijk weinig argwaan. Toch er is iets vreemds aan de hand met de 'normaallogica' van het KMI.


Om ons te vertellen hoe (ab)normaal het weer is, gebruikt het KMI namelijk de zogenaamde 'abnormaliteitsgraad'. En die bepalen ze door het huidige weer te vergelijken met de gemiddelde temperatuur, neerslag, windsnelheid, enzovoort, tijdens een dertigjarige periode uit het recente verleden. Momenteel doet men dat ten opzichte van de referentieperiode 1981-2010.


Als het KMI dus zegt dat een bepaald jaar of een bepaalde maand '(ab)normaal' warm of koud was, dan bedoelt men dus dat die gemiddelde temperatuur (ab)normaal is in vergelijking met de gemiddelde temperatuur tijdens de periode 1981-2010. En als je weerman of weervrouw zegt dat het te fris of te warm is voor de tijd van het jaar, bedoelt hij of zij dus dat het te fris of te warm is ten opzichte van de gemiddelde temperatuur tijdens de periode 1981-2010.


Maak je geen zorgen. Vanaf januari is de klimaatopwarming weer 'normaal'.


Helaas ontbreekt die laatste, toch wel belangrijke nuance, nagenoeg altijd. In het beste geval verwijst men nog naar het zogenaamde 'langjarige gemiddelde', de 'normalen' of het 'klimatologische gemiddelde' - voor de geïnteresseerden, dat is de stippenlijn als je op de website van het KMI de weersverwachtingen voor de komende 14 dagen bekijkt. Maar in de feiten komen al deze benamingen op hetzelfde neer. Het gaat telkens om een vergelijking met de referentieperiode 1981-2010.


Voorlopig toch. Want elke tien jaar passen onze weermensen het langjarig gemiddelde, de normalen, het klimatologische gemiddelde - of hoe je die referentieperiode ook wil noemen - aan. En vanaf 1 januari is het weer zover. Dan vergelijkt het KMI niet langer met de periode 1981-2010, maar met de gemiddelde temperatuur, neerslag, windsnelheid, enzovoort, tijdens de periode 1991-2020.


Vanuit het perspectief van de klimaatopwarming is dat natuurlijk een kwalijke zaak. Door steevast de laatste dertig jaar als referentiepunt te nemen, blijven de fundamentele veranderingen die de klimaatopwarming veroorzaakt systematisch onder de 'abnormaliteitsradar'. En extreme gebeurtenissen ga je stilaan als normaal beschouwen. Nochtans zetten de gevolgen van de klimaatopwarming zich ook bij ons voelbaar door. Zo liggen de gemiddelde Belgische dag- en nachttemperaturen nu al zo'n twee graden hoger dan pakweg honderd jaar geleden. En om de 4 à 5 jaar breken we een nieuw warmtejaarrecord. Zo waren 2014 en 2018 de warmste jaren sinds de start van de metingen in ons land. Het vorige warmterecordjaar was 2011. Het record daarvoor sneuvelde in 2007, enzovoort. Meer zelfs, door de klimaatopwarming is elk jaar nu uitzonderlijk geworden. Dat is zo, als je tenminste vergelijkt met een vast punt in een verder verleden.



© Pieter Boussemaere


En dat kan perfect. België beschikt immers over een lange en betrouwbare meetreeks. Die start in 1833 en behoort daarmee tot een van de langste ter wereld. Je zou je gemiddelden dus perfect kunnen vergelijken met bijvoorbeeld de gemiddelde temperatuur, neerslag, windsnelheid, enzovoort tussen 1851 en 2000. Of nog beter, met die tijdens de 20ste eeuw of bijvoorbeeld de periode 1951-2000. Toch vertikt het KMI het om zijn uitzonderlijk lange meetreeks te gebruiken voor het bepalen van de abnormaliteitsgraad. Waarom? Het toverwoord is 'traditie'. Want klimatologische normalen worden nu eenmaal 'traditioneel' berekend over een periode van dertig jaar. En de afspraak binnen de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) is nu eenmaal om steevast met de laatste dertig jaar te vergelijken.


En ik weet wel, een weermodel is niets met de atmosferische situatie van honderd jaar geleden. En een weerman die elke dag komt vertellen hoe uitzonderlijk de situatie is, gaat ook vervelen. Maar waarom zou je in een weerbericht niet standaard aangeven dat je vergelijkt met de laatste dertig jaar. En waarom zou je op je website ook niet standaard met andere referentieperiodes kunnen werken, zoals men in het buitenland doet? Zo kun je op de website van Met Office, het Britse KMI zeg maar, de gemiddelde jaartemperatuur aflezen tegenover de referentieperiodes 1961-1990, 1971-2000 en 1981-2010. Ook het Nederlandse KNMI zorgt naast vergelijkingen met de klassieke klimatologische normalen, steevast voor vergelijkingen met langere perioden (tot 1901 of langer). En in Noorwegen vergelijkt men het lokale weer zelfs standaard met een vaste periode uit de 20ste eeuw, namelijk 1961-1990. Alleen het Belgische KMI beperkt zich tot die goeie ouwe klimatogrammen die straks niet verder zullen gaan dan... 1991-2020.


Een klassiek weerbericht vertelt dus zelden of nooit hoe uitzonderlijk en abnormaal de huidige weerssituatie werkelijk is. Want wat gisteren nog 'uitzonderlijk' was, wordt vanaf 1 januari weer 'normaal'. Door de normalen steevast mee omhoog te trekken minimaliseren onze weermensen in zekere zin de ernst van de klimaatopwarming en wiegen ze ons langzaam in slaap. Dan vinden we het op een dag misschien 'normaal' om de weervrouw te horen zeggen: "Vandaag, 29 maart, was het 30 graden Celsius... Dat is een tikkeltje te fris voor de tijd van het jaar". 


Top





Dirk Draulans


‘We hebben het samen verkloot, we moeten het samen oplossen’


Barbara Debusschere - De Morgen



‘Ik ben geboren met een grote liefde voor de natuur, dat was in onze familie een afwijking. Mijn vader, een ingenieur in de kernindustrie, vond de vogels en bloemen die mij bezighielden maar niets.’ Beeld Thomas Sweertvaegher


‘Mensen worden doorgaans milder naarmate ze ouder worden. Bij mij is het omgekeerd’, zegt bioloog en journalist Dirk Draulans (64). ‘Ik word steeds kwader, omdat we de natuur opsouperen.’ Gelukkig ziet hij ook hoe wolven, haviken en aalscholvers terugkeren. ‘Daar klamp ik me aan vast.’


Bij Dirk Draulans binnenkomen, is bijna alsof je terug naar buiten stapt. Het grote woonkamerraam zuigt je meteen weer het schilderachtige landschap van de Waaslandpolder in. Riet dat wild in de wind danst. In de verte breken ­zonnestralen door de wolken waardoor we live een lange les in kleurschakeringen krijgen. Alsof het een drukke ­luchthaven is, scheert heel geregeld een zwerm vogels over de plassen en weiden. Alleen het geritsel, gekwetter en gekwaak komen niet tot in de huiskamer.


“Mijn vriendin vindt het iets te rudimentair om hier altijd te wonen, maar ik heb dit nodig”, zegt Vlaanderens bekendste evolutiebioloog. “Bijna dagelijks trek ik op mijn fiets de natuur in. Voor mij is dat als eten en drinken. In mijn ­beginperiode als wetenschapsjournalist bij Knack heb ik tien maanden een flatje gehuurd niet ver van de redactie in Brussel. Als ik daar twintig nachten heb geslapen, zal het veel zijn. Ik werd gek van al die muren. Ook als ik eens twee dagen bij mijn vriendin in de stad ben en het is mooi weer, word ik nerveus. Dan moet ik hierheen. Dit is echt mijn natuurlijke biotoop.”


En die lijkt behoorlijk coronaproof ?

“Inderdaad. Ik leef hier al jaren als een soort kluizenaar. Ik ga één keer per week naar de redactie, maar de meeste werkcontacten lopen via Skype. Ik was dit al gewoon. Sinds de eerste golf zie ik hier veel meer wandelaars dan ooit, mensen uit het dorp die nu de lokale natuur ontdekken, zoals ik dat dagelijks doe. Ze zijn verbaasd over de schoonheid. ‘Dat ligt hier nochtans al jaren’, zeg ik dan.” (grijnst)


De situatie is nu zo grimmig dat je het bijna niet meer kunt hebben over hoe corona ons massaal de natuur doet ontdekken.

“Toch wil ik blijven spreken over het verband tussen deze crisis en onze verstoorde verhouding met de natuur. De enorme druk op de zorg, de vele doden, het komt bij mij ook sterk binnen. En al zit ik in een geprivilegieerde positie, ook mijn gezin kent nu spanningen. Met mijn jongste ­dochter, een tiener, ging ik geregeld logeren bij mijn moeder die 88 wordt. We zijn al blij dat ze niet in een woon-zorg­centrum zit, maar ze is afhankelijk van thuiszorg en ziet ­weinig mensen. Wij gaan nu niet frequent meer op bezoek. Dat weegt op ons.”


“Maar ondanks het menselijke leed, durf ik er toch op blijven wijzen hoe deze crisis het gevolg is van hoe wij boven onze stand leven. Hoe meer we de natuur structureel uitputten, hoe groter het risico op dit soort virussen wordt. En dit is nog een brave variant. Wat mij nog het meest ­verbaasd heeft, is dat veel mensen zo verbaasd waren. Dit zat er al zo lang aan te komen. Het is een signaal dat we dringend gas terug moeten nemen, weg van dat hyperconsumentisme.”


Krijgt u niet het verwijt dat u ons een schuldgevoel aanpraat?

(droog) “Voortdurend. Maar ik vermeld alleen wat de wetenschap vaststelt. De vele negatieve commentaren neem ik erbij. Mijn vriendin vindt het wel lastig. Zij zit op Twitter. Bart Schols had me in een tweet eens omschreven als zijn meest polariserende gast bij De afspraak. Dat viel thuis dus niet in goeie aarde. Niet op Twitter zitten helpt geweldig om je er niets van aan te trekken. Want het zit wel in mijn aard om dwars te liggen. Dat merk ik op Facebook. Ik heb geleerd om eerst even een toerke te doen en naar de vogels te gaan kijken voor ik op iets lichtontvlambaars reageer.”


Verwijten als ‘het groene geweten van Vlaanderen’ of ‘elitaire betweter die met het vingertje zwaait’ raken u niet?

“Nee. Ik antwoord gewoon op vragen. Het Laatste Nieuws vroeg me eens iets over vleesconsumptie en ik verwees naar alle onderzoeken die aantonen hoe minder rood vlees eten je ecologische voetafdruk sterk doet krimpen. Ik zeg niet: eet geen vlees meer. Maar dat maken mensen er dan wel meteen van. Ik kreeg tientallen foto’s van biefstukken toegestuurd met de boodschap dat ik hen niet mag verbieden vlees te eten. Wat ik niet deed. Als wijzen op feiten al elitair met het vingertje zwaaien is, moet iedereen zwijgen.”


In verband met de droogte zei u in mei dat er beter eens een paar weken geen water uit de kraan zou komen. Een boutade?

“Zo was het bedoeld, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik dat meen. Soms ben ik zo kwaad dat ik die kranen zelf wil gaan dichtdraaien. Want ik stel vast dat mensen hun gedrag pas veranderen als ze zelf een nadeel ondervinden. Maar in de klimaatcrisis is het op dat moment al te laat. Zelfs corona, dat voor de meesten concreter en angstaanjagender is, illustreert hoe sommigen zich niets aantrekken van de maatregelen. Om hoorndol van te worden. Doorgaans ­worden mensen milder met het ouder worden, bij mij is het omgekeerd. Mijn frustratie en woede over hoe wij de natuur maar blijven opsouperen en doen alsof wij niets te maken hebben met de gevolgen, wordt met de dag groter. Onlangs kwam het er eens allemaal uit toen ik een paar wandelaars verrot heb gescholden. Daar schrok ik dan wel even van.”


Wat hadden ze verkeerd gedaan?

“Ik was ganzen aan het spotten en zag plots hoe die ­wandelaars een enorm kabaal maakten om de dieren te doen opvliegen, zodat ze er een leuke foto van konden maken. Toen ben ik zwaar uitgevlogen. Hoe durfden ze die dieren zo te storen voor een onnozele foto?”


Was u altijd al een groene driftkikker?

“Ik ben geboren met een grote liefde voor de natuur. Dat was in onze familie een afwijking. Ik zei altijd tegen mijn vader, die ingenieur in de kernindustrie was, dat het kwam omdat hij te veel blootgesteld was geweest aan radioactiviteit. Daar kon hij niet mee lachen. Hij vond de vogels en bloemen die mij bezighielden maar niets. Maar ik werd toch bioloog en, na een postdoc aan de Universiteit van Oxford, wetenschapsjournalist. ‘Ik had altijd al een hekel aan twee soorten mensen, syndicalisten en journalisten’, zei mijn vader toen ik mijn nieuwe job aankondigde. (lacht) Na enige tijd was hij dan toch trots. Hij was nogal dominant en ik ging daar fel tegenin. Maar een echte milieuactivist ben ik pas gaandeweg geworden, omdat ik niet anders kon.”


Hoezo?

“Als jonge snaak heb ik nog ortolanen weten broeden, een kleine vogelsoort die intussen is uitgestorven in Vlaanderen, en die in het Middellandse-Zeegebied een ware delicatesse was. In mijn geboortestreek in de Kempen heb ik ook nog de korhoen gezien. Die is ook verdwenen.


“Marcel Verbruggen, de conservator van natuurgebied De Zegge (in de omgeving van Geel, red.) en een beetje mijn goeroe, is nu 94 jaar. Hij heeft de grootschalige natuur hier nog gekend: grote heidegebieden, en soorten als de grauwe kiekendief. Toen ik opgroeide was er al veel weg, maar toch heb ik ook nog veel zien verloederen, verdwijnen, ­verdelgen. Zo rol je in het activisme.”


Is dat te combineren met journalistiek?

“Omdat ik journalist ben, hou ik mij zoveel mogelijk weg van concrete acties. Maar ik vind niet dat je als journalist neutraal moet zijn. Je moet objectief zijn, je niet te veel door je emoties laten meesleuren. Maar op basis van de feiten kun je wel grenzen trekken. Dat had ik als oorlogsverslag­gever ook al. En als het over milieu en klimaat gaat, is er nu geen plaats meer voor enerzijds, anderzijds. Wat twintig jaar geleden nog zogezegd alarmistische voorspellingen waren, is nu realiteit. Het noordpoolgebied staat in brand, Californië en Australië ook, er zijn ongeziene sprinkhanenplagen in Afrika. Die hel is er nu.”


“Ook in verband met corona heb ik geweigerd versoepelaars zoals Lieven Annemans op te voeren. Zij zijn zoals de klimaatontkenners en de ecomodernisten die zeggen dat het allemaal zo erg niet is en wel in orde komt dankzij de ­wetenschap en technologische uitvindingen. Door dat soort mensen verliezen we in beide crisissen pijnlijk veel tijd.”


Met wetenschap en technologie is toch al erg veel bereikt?

“Ja, maar de ongeremde manier waarop we die verwezen­lijking inzetten, doet ons de das om. Ik heb altijd al vermoed dat wij het hier zo complex maken en de natuur zo hard ­vernielen dat onze soort het naar evolutionaire normen niet lang zal uithouden. Homo erectus liep hier een miljoen jaar rond. Wij nu zo’n 200.000 jaar. Veel langer zal dat niet meer duren. Dat miljoen halen we nooit. Velen denken dat wij een superieure variant zijn, met al onze kennis. Maar zelfs een onnozel virus van slechts 15 genen en 27 eiwitten haalt alles onderuit en onze wetenschap en technologie lossen het niet zomaar op.”


“En dan is de coronacrisis nog een akkefietje in vergelijking met de klimaatverandering. Het heeft 150 jaar geduurd om ons klimaatsysteem te verstoren, het is ongeloofwaardig dat we dat nu in tien, twintig jaar nog met een technologisch wonder teruggedraaid krijgen. De klimaatwetenschappers geven ook aan dat er geen quick fix is en dat we ons gedrag en transport, onze manier van produceren en ­consumeren drastisch moeten veranderen. Toch blijven bepaalde opiniemakers beweren ‘dat de wetenschap het wel zal oplossen’. Mensen sussen met dat idee is kwalijk. Het is zoals zeggen: relax iedereen, binnenkort is er een coronavaccin.”


Bent u blij dat publiek en politiek door corona meer dan ooit naar wetenschappers luisteren?

“Men luistert niet op de juiste manier. Door dat overheersende blinde geloof in de wetenschap in het begin van de coronacrisis zijn wetenschappers zes weken lang de grote helden geweest. Toen men doorhad dat wetenschap geen machine is waaruit in sneltempo pasklare oplossingen ­rollen, zijn velen zich dan maar tegen de wetenschap gaan keren. Maar zonder de wetenschap was de schade vele keren groter geweest. Ik erger me heel erg aan die unfaire benadering. De wetenschap is geen toverstaf die ons de kans biedt om altijd te wachten tot het bijna te laat is om ­complexe problemen zoals pandemieën en de klimaat­verandering op te lossen. Het is een gestage trial-and-error, geen garantie op snelle zekerheden en controle over allerlei ellende.”


U bent de milieubewuste zoon van een vader die werkte in de kernindustrie. Wat is uw visie op kernenergie?

“Dat heeft altijd spanningen opgeleverd thuis. Maar ik ben daar pragmatisch in. In de overgang naar een klimaat­neutrale wereld zou ik de bestaande centrales en ook andere technologie die CO2-neutraal is zeker meenemen. Maar nieuwe kerncentrales erbij, dat blijkt bijna ­onbetaalbaar. De grote oplossing zijn ze niet.”


U zegt dat de klimaathel is begonnen. Jagen doemberichten mensen niet weg?

“Ik zie geen enkele manier meer om deze realiteit nog ­rooskleurig te verpakken. We hebben het samen verkloot, we moeten het samen oplossen. We moet hopen dat beleid zoals de Green Deal (Europees klimaatplan, red.) de boel nog afremt, maar als je ziet hoe daar nu al op wordt ingehakt door landbouw en industrie, hou ik mijn hart vast. Als ik dan naar mijn schattige kleindochter van zes kijk, besef ik hoe zij met de gevolgen zal moeten leven. De klimaatverandering zal het leven voor erg velen een heel stuk minder comfortabel maken, met op een bepaald moment misschien wel een instorting van wat we kennen. In de film The Road, waarin Viggo Mortensen een vader speelt die met zijn ­zoontje door een postindustriële wereld zwerft na een zware ramp, zie je wat er gebeurt bij zo’n ecologische en economische meltdown. Dat kan erg snel gaan.”


U klinkt even zwaarmoedig als veel klimatologen.

(lacht) “Maar dat ben ik niet. Ik kan erg goed loskoppelen. Anders word ik gek. En ik klamp me vast aan de heropleving van de natuur. Het was altijd mijn wensdroom dat we hier ooit opnieuw wolven en andere roofdieren zouden zien. Dat zou een teken zijn dat het veel beter gaat met de natuur. Nu zijn de wolf, de otter en verschillende roofvogels terug, vroeger dan gedacht. En ik moet maar naar buiten kijken en ik zie soorten die lange tijd zo goed als verdwenen waren. In mijn kindertijd waren haviken zeer zeldzaam. Nu zie ik ze hier volop in de polders, net zoals buizerds. Begin jaren tachtig heb ik de aalscholvers nog geteld in Vlaanderen. Het aantal dat we toen in een seizoen zagen, halen we nu op één goeie trekdag.”


Er zijn wel grote, structurele problemen, maar dat ­iconische soorten terugkeren, is toch eens iets positief. Die zaken vormen mijn medicijn, het geeft me hoop en energie. Daarom was ik bij de moord op wolvin Naya ­buiten zinnen. De laffe macho die dat deed, mag daar niet mee ­wegkomen.”



‘Al jaren probeer ik jagers te begrijpen, maar het lukt niet. Vroeger jaagden we met pijl en boog om te overleven. We zaten er vaak naast. Nu is het dikwijls een ordinaire schietkraam.’ Beeld Thomas Sweertvaegher


U weet wie het was?

“De naam van een jager circuleert. Al jaren probeer ik jagers te begrijpen, maar het lukt niet. Zij denken dat zij evenwichten in de natuur moeten herstellen terwijl ze de natuur niet begrijpen. Ze beweren dat ze handelen vanuit ons oeroude jagersinstinct. Maar vroeger jaagden we met pijl en boog om te overleven. We zaten er vaak naast. Nu is het dikwijls een ordinaire schietkraam. Onlangs hoorde ik een enorm salvo hier achter de dijk. Er lagen zeven mensen in de gracht die lukraak op ganzen aan het schieten waren. Ik heb meteen hun nummerplaten genoteerd en er een zaak van gemaakt.”


Het klinkt alsof u hier, naast rust en natuurpracht, ook geregeld conflicten hebt?

“Het ís ook conflictgebied. Doel 1 en 2 liggen vlakbij, de haven van Antwerpen die zich als een olievlek uitbreidt ook. En daarnaast heb je hier dus een van de best bewaarde natuurgebieden. Hier is de clash tussen natuur, industrie en landbouw maximaal. De havenuitbreiding zal wel bij de vooruitgang horen. Zolang ze maar de natuur die verdwijnt compenseren. Gelukkig verplicht Europa dat. Vaak gaat het dan ten koste van landbouwgebied. Dus als ik hier met mijn bekende groene kop zeg dat ik blij ben met die ­compensaties, ben ik wel vaak de gebeten hond.”


“Ik heb nochtans begrip voor de landbouwers. Ik ben eens gaan eten met een boerin van hier om de hoek. Ze is weduwe en werkt keihard voor haar 250 dikbillen. Het duurde weken voor we konden afspreken want er was altijd wel een bevalling. Ik bewonder haar werklust. Maar ik ga wrijvingen niet uit de weg. Twee jaar geleden zag ik in een akkerrand een prachtige bloemenberm met klaprozen en korenbloemen. Verblindend mooi, als een schilderij van Monet. Dat is echt genieten. Het was het resultaat van een natuurinspanning waarvoor landbouwers financiële ­compensatie krijgen. Een paar weken later was alles ­weggemaaid. In de kleine lettertjes van die overeenkomst staat blijkbaar dat dat mag, zodra er tussen de bloemen wat onkruid zou ontstaan. (heftig) Begin er dan niet aan. Het lag er zo dik op dat die bloemen even mochten bloeien om die premie op te strijken.”


Zijn er naast buizerds, wolven en haviken ook mensen die u hoop geven?

“Natuurpunt heeft steeds meer leden en door corona ­trekken meer en meer mensen dus de natuur in. Ze zitten echt niet allemaal in de winkelstraten en dat is fantastisch. Er zijn de klimaatzaken en de klimaatjongeren. En er zijn bedrijven, zoals Colruyt en Delhaize, die doen wat nodig is, namelijk niet wachten op het befaamde draagvlak, maar zelf de bakens verzetten. Die supermarkten besloten alleen nog duurzame vis aan te bieden. Nu zijn duurzaamheidslabels wel nog een marketingding, iets om mee uit te pakken. Eigenlijk moeten de meest duurzame producten gewoon de norm worden.”


“Ik ben ook optimistisch over minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA, red.). Ze neemt de ene goede beslissing na de andere voor de Vlaamse natuur. Wel zet ze veel te veel de hakken in het zand als het over klimaatbeleid gaat. Maar ik denk dat dat toch door Europa opgelegd zal worden. Het is al iets dat er eindelijk een minister is die de lokale natuur nu echt vooropstelt en die durft in te gaan tegen de ­landbouw- en jagerslobby’s.”


“Maar op wereldniveau ben ik niet hoopvol. Politiek en bedrijven hebben te veel belang bij de status quo. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat de democratie niet bestand is tegen crisissen als corona en klimaat. Je hebt zeer snel de juiste experts nodig die meteen knopen doorhakken. Politici die zich moeten profileren en die ook beïnvloed worden door lobby’s zijn veel te traag.”


Hoe moet het dan wel?

“Misschien moet je minstens tijdelijk een technocratie inschakelen met experts die zich niet in de gunst van het volk moeten werken, maar die doen wat dringend nodig is. Al kunnen visionaire leiders dat eigenlijk ook. Een politicus die zegt dat hij de maatregelen die nodig zijn niet neemt omdat hij anders niet verkozen raakt, is een slechte ­politicus. Kijk naar Jacinda Ardern (premier van Nieuw-Zeeland, red.). Zij nam heel strenge coronamaatregelen en is met een absolute meerderheid herverkozen. Visionaire ­leiders laten zich niet bewerken door lobby’s en angst om niet in de smaak te vallen.”


Hoe milieuvriendelijk leeft u zelf?

“Ik heb het geluk dat ik niet materialistisch geboren ben. Te hard werken om dan een te groot huis vol te stouwen met te veel spullen: dat snap ik niet. Die uitputtende race is de kern van het probleem. Ik moet dus geen moeite doen om te ­consuminderen. Wel heb ik bewust rood vlees geschrapt, de auto probeer ik te vermijden en hier liggen stapels truien voor bezoekers, zodat de verwarming niet te snel aan moet. Verre vliegreizen vermijd ik tegenwoordig. Ik zou erg graag wilde honden zien, maar daarvoor moet je naar Afrika dus ik ga aan de verleiding weerstaan.”



‘Tegenwoordig slaag ik er in om achterom te kijken en te zien dat mijn carrière toch iets heeft opgeleverd. Er is hier nu meer aandacht voor natuur en milieu, dat geeft mij voldoening’ Beeld Thomas Sweertvaegher


Begrijpt u mensen die niet willen inleveren op comfort?

“Wat is comfort? Je een burn-out werken om de hele tijd te shoppen? Uitgeteld aan verre vakanties beginnen en je pas op de laatste dag weer wat energiek voelen? Het klopt ook niet dat we weer in een grot moeten leven en op blaadjes sla kauwen. We kunnen op een aanvaardbare en comfortabele manier minderen.”


Heeft u advies voor wie dat minderen moeilijk vindt?

“Zet kleine stapjes en forceer niet. Zet eens iets vegetarisch op het menu, neem een keer de fiets in plaats van de auto, sla eens een citytrip over. Koop misschien lokale appelen in plaats van die uit Zuid-Afrika. Als je een tuintje hebt, smijt je daarop en laat je gras staan. Zaai wat vlindervriendelijke bloemen, zet een haagje errond en geniet van de prachtige fauna en flora die daarop afkomt. Fanatisme raad ik af. Het draait om meer nadenken bij wat je eet, koopt en hoe je je verplaatst. Zo’n leven wat meer in balans met de natuur is vanzelf een aangenamer leven.”


De Nederlandse klimaatjournalist Jelmer Mommers stelt dat de nadruk te veel ligt op de burger die groener moet gaan leven, terwijl een handvol grote energiebedrijven en superrijken de motor van de klimaatcrisis en teloorgang van de biodiversiteit vormen.

“Klopt. In Nature Sustainability (online maandblad, red.) ­verscheen ook een paper die toont hoe het de rijkste mensen zijn die vooral de opwarming en de vernieling van de biodiversiteit aanzwengelen. Zij investeren in palmolie, soja en mijnen, vliegen in privéjets rond. Maar die grote ­spelers gaan niet veranderen zonder de druk te voelen van regelgeving, aandeelhouders die opstappen en uiteindelijk van ons allemaal.”


Denkt u dat de coronacrisis ons sneller op weg duwt naar een duurzamere toekomst?

“Hoe langer het duurt, hoe groter de kans is omdat we ­simpelweg niet anders kunnen. Er is nu een nieuw type varkensgriep opgedoken in China dat ook een pandemie zou kunnen worden. We worden gedwongen om te beseffen hoe wij deel zijn van de natuur en haar zomaar niet kunnen ­verpletteren, wegduwen of onderwerpen.”


Voelt u soms angst in verband met de ontwrichting in de natuur?

“Nee, ik ben dus eerder het kwaaie type. (lacht) Tegenwoordig slaag ik er ook in om achterom te kijken en te zien dat mijn carrière toch iets heeft opgeleverd. Er is hier nu meer aandacht voor natuur en milieu. Dat geeft mij voldoening. Waar ik wel van wakker lig, is de wetenschap­pelijke ongeletterdheid. Als ik zie wat voor onzin mensen allemaal geloven, beangstigt me dat. Ik wist ondertussen wel dat de mens geen rationeel wezen is. Maar de complot­theorieën over corona, Bill Gates en 5G doen mij naar adem happen. Ik ga nooit begrijpen hoe je dat kunt slikken. Het is zoals Holden Thorp, de hoofdredacteur van Science, schrijft: ‘De wetenschap verliest het gevecht tegen de Leviathan (machtig mytisch monster, red.) van de digitale desinformatie’.”


U kunt er tenminste wel artikels over schrijven.

“Inderdaad. Ik ben te oppervlakkig om een goeie ­wetenschapper te zijn, heb het geduld niet om nog eens een ander complexer statistiekje of modelletje op eenzelfde gegeven los te laten. En via de media kun je ook een veel groter publiek aanspreken. Ook professioneel ben ik per ongeluk beland in de biotoop die best bij mij past.”


BIO

  • Geboren op 4 mei 1956 in Turnhout
  • Studeerde biologie aan de KU Leuven
  • Werkte tussen 1985 en 1987 als ­gastonderzoeker aan de Universiteit van Oxford
  • Schrijft sinds 1987 als wetenschaps­journalist voor Knack en was ook oorlogsverslaggever in onder meer Centraal-Afrika, het Midden-Oosten en Bosnië
  • Bracht in 2009 het werk van Charles Darwin tot leven in het programma Beagle: In het kielzog van Darwin, waarin met een clipper de expeditie van Charles Darwin werd nagevaren
  • Publiceerde oorlogsverhalen, drie romans en boeken over de evolutieleer zoals Het succes van slechte seks, waarin hij uitzoekt hoe Darwins evolutieleer ook van toepassing is op de mens
  • Heeft een vriendin, drie kinderen onder wie een tiener, en is opa van een kleindochter


Top





Dirk Draulans


'Als het er dan toch is, mag het coronavirus wat kortzichtigheid uit ons systeem hameren'




Geachte lezers, beste vrienden,


Al in augustus waarschuwden virologen, infectiologen, epidemiologen en microbiologen voor wat nu aan het gebeuren is. De fameuze tweede golf van het coronavirus is er, en ze is een stuk groter dan de eerste golf.

Het is de kroniek van een aangekondigde catastrofe, maar de bevolking wilde niet luisteren. De bevolking wilde niet weten van nieuwe maatregelen die haar doen en laten zouden beperken. En als de bevolking niet luistert, luisteren de beleidslui ook niet. Of luisteren ze wel, maar doen ze niets.


Er is een groot verschil tussen de eerste coronagolf en de tweede. De eerste pakte iedereen koud. Wetenschappers moesten zonder ‘voorkennis’ aan de strijd beginnen. Dat ging niet zonder slag of stoot, niet zonder zoeken en tasten. Toen ik onlangs in De Afspraak op Canvas zat, in het ontmoedigende gezelschap van een hardvochtig kamerlid van het Vlaams Belang, snauwde de dame in kwestie een keer of vijf dat viroloog Marc Van Ranst had gezegd dat het coronavirus niet meer zou zijn dan een griepje.


Of hij dat effectief gezegd heeft, weet ik niet, maar zelfs als dat zo was, is het een irrelevant gegeven. Want begin maart wist niemand wat te verwachten. Het geeft echter geen pas om Van Ranst daarom als een halve debiel weg te zetten. Het ging zo ver dat de man samen met enkele collega’s in de zomer politiebescherming moest krijgen, wegens doodsbedreigingen die ze ontvingen.

In het begin van de coronacrisis waren de wetenschappers helden, die geen moeite spaarden om het virus de kop in te drukken. Maar na een week of zes begonnen de mensen de lockdown beu te worden, en kwam er een kentering in het respect. De mensen wilden zo snel mogelijk weer naar business as usual. Lobbyisten begonnen aan hun ondermijnende taak om de zin van de maatregelen in twijfel te trekken.


Politici als de uitermate slecht over de crisis geïnformeerde dame van het Vlaams Belang en brulboei Jean-Marie Dedecker, nooit te beroerd om de grootste nonsens de wereld in te sturen, vielen de virologen openlijk aan als onbenullen die niet wisten waar ze het over hadden. Schrijfsters, influencers, historici en vele anderen poneerden zonder kennis van zaken dat de anticoronamaatregelen meer nadelen hadden dan voordelen. Veel mensen die het beu waren, steunden hun visies en deelden ze massaal.


De maatregelen werden bijgevolg veel te snel gelost. Het virus was niet weg, het bleef sluimeren. In de zomer voorspelden statistici al dat het terug zou komen. Ze konden dat met overtuiging doen, want in tegenstelling tot in de eerste golf waren er toen wel concrete cijfers over de virale verspreiding. Helaas wilde bijna niemand luisteren. Het was zomer, en ‘men’ wilde de mensen niet opnieuw in hun kot jagen voor iets dat nog amper zichtbaar was.


Heel de zomer werd er vanuit vele hoeken ongenadig ingehakt op de virologen. Er kwam zelfs kritiek van andere wetenschappers. In Franstalig België werd het Brusselse kliniekhoofd Jean-Luc Gala hét gezicht van de weerstand tegen nieuwe maatregelen, bij ons was dat gezondheidseconoom Lieven Annemans. Iemand als infectiologe Erika Vlieghe werd wanhopig van de desinformatie, want zij zag de toekomst achter de cijfers. De anderen zagen alleen lege ziekenhuisbedden.


We weten ondertussen hoe het gelopen is. De kliniek waar Gala werkt heeft zich officieel van zijn standpunten gedistantieerd. Annemans heeft zich vol zelfmedelijden teruggetrokken uit het publieke debat. We zijn ervan af, maar we gaan nog weken, misschien wel maanden worstelen met de gevolgen van hun ondoordachte optredens. Want ineens lopen de ziekenhuizen wel vol, zoals voorspeld. We kunnen alleen maar ons hart vasthouden en hopen dat ze het bolwerken, anders gaan we naar Italiaanse toestanden waarin mensen niet meer behandeld kunnen worden en het leger lijken moet afvoeren. Als men in de zomer naar de juiste wetenschappers had geluisterd, was het niet zover gekomen.


Ik koester momenteel de misschien naïeve gedachte dat de tweede golf van het coronavirus ons iets positiefs zal bijbrengen. Misschien zal ze ons leren dat we wat minder kortzichtig moeten zijn en op langere termijn moeten durven denken. Misschien moeten we wat bescheidenheid cultiveren en niet blijven uitgaan van de idee-fixe dat we alles onder controle hebben. Dat hebben we niet – zo bewijst het coronavirus, een minuscuul ding dat volgens sommigen niet eens als ‘leven’ kwalificeert.


Het is evident dat er mentale en economische schade zal zijn, dat veel mensen het moeilijk zullen krijgen als gevolg van de maatregelen om het virus te bestrijden. Maar we kunnen niet anders, want zonder virusbestrijding zou de maatschappelijke schade nog véél groter zijn. Dan zou het virus pas echt een ravage veroorzaken. Mensen moeten nu durven nadenken over een heroriëntering, over anders gaan werken en leven, zowel voor henzelf als voor de maatschappij. Niet evident, want velen van ons zijn routinedieren.


We moeten inzien dat we als mensheid al een tijd boven onze stand leven. De natuur is niet voor de mens gemaakt, zoals ons vroeger vaak werd voorgehouden. De mens is deel van de natuur en zou er beter wat meer zorg voor dragen, want we zien nu op veel fronten de ongewenste gevolgen van onze aanslagen op haar welzijn. Er is niet alleen de coronacrisis (en er dreigen nog viruscrisissen te volgen), maar er zijn ook milieucrisissen, met op kop de klimaatopwarming. Die gaat op termijn véél ontwrichtender voor ons systeem zijn dan de coronacrisis.


We hebben er alle belang bij om nu al in te zetten op het aanpakken van de klimaatopwarming. Hoe vroeger we erbij zijn, hoe minder zwaar dat zal vallen en hoe minder het zal kosten. Hoogleraar Mario Pickavet toonde in een betoog op de website van Knack aan dat als de lockdown in maart zelfs maar een week vroeger was ingegaan, er in ons land ‘slechts’ drieduizend coronadoden zouden zijn gevallen in plaats van tienduizend.


Beleidslui moeten durven kiezen voor een doortastend optreden in een crisis in plaats van geschipper onder druk van misnoegden en andere niet-bevoegden. In Nieuw-Zeeland, momenteel hét schoolvoorbeeld van een goed bestuurd land, werd kordaat ingegrepen nog voor het coronavirus er goed en wel voet aan de grond had gekregen. Premier Jacinda Ardern werd onlangs met een overweldigende meerderheid herkozen. Haar bevolking waardeerde haar sterke optreden.


De coronacrisis leert dat we ons niet blind moeten blijven staren op het status-quo, op de routine van elke dag. Dat is de routine van overconsumptie, van ten koste van alles blijven doen wat we willen, van het vernietigen van leefmilieus van andere dieren, van grootschalige kaalslag van wouden en vervuiling van wateren die we hard nodig hebben. We moeten onze les leren en een versnelling terugschakelen, meer aandacht voor onze leefomgeving hebben, rust in ons verhaal inbouwen. Het is nooit plezant om het wat anders te moeten gaan doen, maar er is geen andere optie meer.


Als we niet bijsturen, walsen we de volgende decennia van de ene crisis naar de andere. Wat hebben we dit jaar al niet gehad? Helse bosbranden over heel de wereld, bijbelse sprinkhanenplagen, zware orkanen met overstromingen, extreme droogteperiodes, een verwoestende pandemie met al meer dan een miljoen doden. En we staan nog maar aan het begin van de globale opwarming. Het is geen gemakkelijke boodschap, want het is een problematiek voor de halflange termijn, maar het wordt hoog tijd dat we de signalen echt ernstig nemen en er echt aandacht aan besteden. We leren nu op kleine schaal wat de gevolgen zijn van een te lakse aanpak van een crisis.


Er zouden ook maatregelen moeten komen om de vloed aan desinformatie te bestrijden. Misschien moet iemand een voorbeeld stellen en, bijvoorbeeld, Annemans en Gala juridisch dagvaarden wegens het nodeloos in gevaar brengen van heel veel mensen of het veroorzaken van vermijdbare economische schade. Misschien moet er paal en perk worden gesteld aan kanalen die bulken van de manifeste desinformatie. Dat zou niet nodig zijn als er efficiënt en met visie zou worden bestuurd. Laat de jammeraars jammeren, de brulboeien brullen, de mistevredenen morren en doe wat er gedaan moet worden. Moeilijker hoeft het niet te zijn. We moeten er toch doorheen.


Top





Tine Hens


'Overconsumptie is het probleem, niet overbevolking'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



In Het is allemaal de schuld van de Chinezen! gaat Tine Hens het nepnieuws over de klimaatverandering te lijf.


Toen MO*-klimaatjournaliste Tine Hens in 2005 de Zwitserse Rhônegletsjer bezocht, werd ze zich zeer bewust van de gevolgen van de klimaatverandering. 'De Rhônegletsjer was prachtig, maar ook heel confronterend. Op het ene bordje stond: "In 1882 kwam de gletsjer tot hier", op het andere: "In 1914 kwam de gletsjer tot hier." Het was alsof we het parcours van die smeltende gletsjer volgden.'


In uw nieuwe, nog te verschijnen boek Het is allemaal de schuld van de Chinezen! ontkracht u tien dooddoeners over het klimaat. Wat heeft u aan het schrijven gezet?

Tine Hens: Ik zag dat de misverstanden over het klimaat welig tieren. Begin 2019 zat ik in het Canvas-programma De afspraak. Een dag eerder had klimaatscepticus Jean-Marie Dedecker zijn licht over de klimaatmarsen mogen laten schijnen. Daar was nogal wat reactie op gekomen, en Phara de Aguirre vroeg me of klimaatsceptici een podium moesten krijgen. Ik verwees naar het standpunt van de BBC: op de Britse openbare omroep komen die sceptici niet meer aan bod, omdat er onder wetenschappers consensus over de klimaatverandering is. Meteen na die uitzending stroomde mijn mailbox vol met haatmails.


Ik geef lezingen op scholen over klimaatverandering. Ik merk dat jongeren daar erg mee begaan zijn, maar ook dat er veel verwarring is. Ze zoeken informatie op het internet, maar daar wordt geen onderscheid gemaakt tussen wetenschappelijk onderbouwde kennis en onzin. Daarom wil ik in mijn boek de tien meest voorkomende argumenten behandelen die ons doen twijfelen aan de urgentie van de klimaatverandering. Ik heb ze voorgelegd aan klimaatwetenschappers en probeer om misverstanden recht te zetten en valse argumenten te ontkrachten.


'Klimaatverandering is iets van alle tijden' is een argument dat Jean-Marie Dedecker graag gebruikt.

Hens: Natuurlijk veranderde het klimaat continu. Wetenschappers hebben dat ook in kaart gebracht, aan de hand van bodemstalen uit Antarctica en Groenland. Ze gingen tot 800.000 jaar terug in de tijd. Met dat argument aanvaarden klimaatsceptici dus gewoon de klimaatwetenschap. Maar de even wetenschappelijk onderbouwde gevolgtrekking dat het klimaat nog nooit zo snel veranderde als nu verwerpen ze.


Er kan een startdatum op die verandering geplakt worden: ergens halverwege de achttiende eeuw, aan het begin van de eerste industriële revolutie. Toen schakelden we ons energiesysteem om en begonnen we massaal fossiele brandstoffen te verbranden. De link tussen de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer en de gemiddelde temperatuur op aarde kennen we trouwens al sinds de negentiende eeuw. Dat is niet meer of minder dan een fysische wet zoals de zwaartekracht.


Sommigen vinden een opwarming van de aarde met een paar graden geen ramp. Onderschatten zij de gevolgen?

Hens: We zitten nu met een gemiddelde stijging van 1,1 graad. De gevolgen zijn al zichtbaar met hevigere orkanen, langere droogtes, intensievere regen. Wij mensen kunnen gemakkelijk zeggen: 'Ach, we passen ons wel aan. Ons leven hangt toch niet af van de jaarlijkse oogst?' Maar voor de natuur is dit een catastrofe. Voor een aantal boomsoorten kan 1 of 2 graden meer een doodvonnis betekenen.


Bij 1,5 graad opwarming verliezen we waarschijnlijk 80 procent van de koraalriffen. Bij 2 graden verbleken ze allemaal. Stijgende temperaturen wil ook zeggen: warmere oceanen. 25 procent van onze CO2-uitstoot wordt door de oceanen geabsorbeerd. Nu al verzuren ze. Er worden ook hittegolven in de oceanen waargenomen. Die vormen een acute bedreiging voor kelp, de wouden van zeewier.


Er is een immens verschil tussen een opwarming van twee graden en van anderhalve graad. De klimaatstrijd loont dus altijd de moeite.



© Xavier Truant


Kan technologie ons redden?

Hens: Natuurlijk hebben we technologie nodig, maar we moeten die ook verstandig inzetten. Als we alle klassieke auto's vervangen door elektrische, blijven we gewoon in de file staan. Autodelen en elektrische bussen zijn misschien slimmere én rechtvaardigere oplossingen.


De meeste mensen denken bij technologie spontaan aan kernenergie. Terwijl die technologie allesbehalve vernieuwend is - ze dateert uit de Tweede Wereldoorlog. Ze denken ook aan grote stofzuigers die CO2 uit de lucht halen. Die bestaan, maar zijn nog heel duur.


Gelukkig is er al veel bruikbare technologie voorhanden. Denk maar aan zonne- en windenergie of batterijen. De elektrische fiets is een fantastisch staaltje technologie. Daar kunnen we nú al een groot verschil mee maken.


Nog een stelling: als we de overbevolking aanpakken, lost het klimaatprobleem zich vanzelf op. Want hoe minder mensen op aarde, hoe minder uitstoot.

Hens: De CO2-uitstoot hangt altijd af van hoe mensen leven en wat ze verbruiken. In de jaren zestig werd er gewaarschuwd voor een bevolkingsexplosie, maar intussen is de piek voorbij. In 1962 werden wereldwijd de meeste kinderen geboren. Daarna volgde een afvlakking, en nu zitten we in een daling.


De komende decennia zal de wereldbevolking vermoedelijk nog wel groeien tot 9 à 10 miljard. Maar de grootste CO2-uitstoot zien we niet op die plekken waar nu de meeste mensen geboren worden. Overconsumptie is het probleem, niet overbevolking. Overconsumptie is dé aanjager van klimaatverandering. Vooral zeer rijke mannen zoals Bill Gates beweren dat we een probleem hebben met overbevolking. Terwijl de ecologische voetafdruk van Gates die van sommige Afrikaanse landen benadert. 10 procent van de rijkste mensen ter wereld is verantwoordelijk voor 50 procent van de CO2-uitstoot.


Miljoenen mensen in het zuiden dromen van onze levensstandaard. Wat als zij een inhaalbeweging maken? Dan neemt de druk op onze planeet toch toe?

Hens: Wij hebben onze vooruitgang nog op fossiele brandstoffen gebouwd. Dat hoeft vandaag niet meer. Afrikaanse dorpen investeren nu in zonnepanelen en batterijen en wekken zo zelf elektriciteit op.


Een vrouw uit Tsjaad vertelde me: 'We hebben niet altijd jullie geld nodig, maar wel jullie kennis. Zorg ervoor dat wij toegang krijgen tot groene technologie.' Zij noemen dat leapfrogging, haasje-over springen. Ze slaan de fossiele fase over en gaan meteen voluit voor de duurzame variant.


Tine Hens

  • Geboren in 1974
  • Studeerde geschiedenis aan de KU Leuven
  • Werkt als journalist voor MO*
  • Is tv-recensent voor Knack Focus
  • Auteur van o.a. Het klein verzet (2015)



Het klimaatalarm

Top





Gerard Govers


'Het klimaatprobleem is oplosbaar'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



De Leuvense geograaf Gerard Govers heeft goede hoop voor de strijd tegen de klimaatopwarming,

zolang we op technologie inzetten én ambitie tonen. 'De kraan wat sneller dichtdraaien zal niet volstaan.'


Geograaf Gerard Govers is behalve hoogleraar ook vicerector wetenschap en technologie aan de KU Leuven. Als ecomodernist gelooft hij in de kracht van de wetenschap om de klimaatopwarming aan te pakken. 'Ik ben erg bezorgd en denk tezelfdertijd dat het probleem oplosbaar is', zegt hij. 'Het zal niet van een leien dakje lopen, maar als we de beschikbare technologie doelgericht inzetten, zullen we al een heel eind komen. De vijftien à twintig jaar die we zo winnen, moeten we gebruiken om broodnodige nieuwe technologie te ontwikkelen.'


Aan welke technologie denkt u dan?

Gerard Govers: We zullen er wellicht nooit in slagen om onze samenleving helemaal CO2-vrij te maken. Maar we kunnen wél werk maken van technologie die CO2 op industriële wijze uit de lucht haalt en opslaat, ofwel carbon capture & storage. Die technologie kun je toepassen op bijvoorbeeld een gascentrale. Dan vang je de rook uit de schoorsteen op en haal je daar de CO2 uit en sla je die op in de grond.


Een andere technologie van de toekomst is direct air capture. Een machine imiteert dan een boom: ze trekt CO2 uit de lucht en kapselt die in. De kennis is voorhanden, maar de uitvoering is nog ontzettend duur.


Een deel van de 'gevangen' CO2 zouden we kunnen gebruiken als grondstof voor andere producten, maar het overgrote deel moet opgeslagen blijven, bijvoorbeeld in oude olievelden. Want het zal over gigantische hoeveelheden gaan.


Ik vrees dat die anderhalve graad nog moeilijk haalbaar is.


Niemand kan ons toch garanderen dat de CO2 daar eeuwig zal blijven zitten?

Govers: Dat moet eerst goed bestudeerd worden. Als je een molecule zoals methaan miljoenen jaren in de ondergrond kunt opslaan, zijn er allicht plaatsen op aarde waar dat met CO2 ook zal lukken.


Maar eerst moeten we snel en drastisch onze huidige CO2-uitstoot inperken als we de opwarming onder anderhalve graad willen houden.

Govers: Ik vrees dat die anderhalve graad nog moeilijk haalbaar is. Aan de andere kant geloof ik ook niet dat de temperatuur met drie en misschien wel vier graden zal stijgen. We zullen ergens tussenin landen, al zal elke halve graad wel een groot verschil maken. Hoe sneller en gerichter we technologie inzetten om de CO2-uitstoot te reduceren, hoe lager de temperatuur in 2100 zal zijn. Voor veel mensen lijkt dat een ver-van-mijn-bed-show, maar onze kleinkinderen zullen dan misschien nog leven. De beslissingen die wij nu nemen, bepalen hoe hun wereld eruit zal zien.


Daarom moeten we ambitieus durven te zijn. We zullen de wereld niet redden door alleen lokaal voedsel te eten en de kraan wat sneller dicht te draaien. De enkele procenten die we er zo afschaven, zijn ruim onvoldoende.


Wat moeten we dan wel doen?

Govers: De helft van de Vlaamse uitstoot wordt veroorzaakt door transport, verwarming voor gebouwen en landbouw. Dat transport kan voor een groot deel elektrisch, de verwarming kan met elektrische warmtepompen en warmtenetten, en ook in de landbouw zijn nog ingrepen mogelijk. Als we de rundvleesproductie aan banden leggen, beperken we onze uitstoot in een klap met 10 procent. Rundvlees is de steenkool uit ons dieet.


Door een bestaand huis goed te isoleren en te verwarmen met een warmtepomp stoot je vier tot vijf keer minder CO2 uit. Hetzelfde resultaat bereik je als je je klassieke auto vervangt door een elektrische. Zeker als die elektriciteit opgewekt wordt door hernieuwbare energiebronnen.


Kan zwaar transport met vrachtwagens ook geëlektrificeerd worden?

Govers: Er is nog veel twijfel over hoe vrachtvervoer het best georganiseerd wordt. Elektriciteit en batterijen vormen waarschijnlijk een belangrijk deel van de oplossing. Maar vrachtwagens zouden ook kunnen worden aangedreven zoals de trolleybussen van vroeger, met elektriciteitskabels boven de snelweg.



© Xavier Truant

En waterstof?

Govers: Voor vrachtwagens wordt dat waarschijnlijk niet de brandstof van de toekomst. Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager. Ze komt ook niet vrij in de natuur voor. We maken ze nu al in grote mate aan, omdat we ze voor veel industriële processen gebruiken. We produceren ze uit aardgas, waarbij CO2 vrijkomt. Dat is geen goede zaak voor het klimaat.


Groene waterstof wordt gemaakt met elektriciteit die door hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon geproduceerd wordt. Opslaan en transporteren lukt alleen onder hoge druk en bij lage temperatuur, is duur en kost veel energie. Maar ik wil groene waterstof niet zomaar uitsluiten, want de productieprocessen worden goedkoper. Ze kan ook een tussenstap zijn in de productie van milieuvriendelijkere vloeibare brandstoffen voor vliegtuigen, schepen en eventueel vrachtwagens.


De behoefte aan groene elektriciteit zal alleen maar toenemen. Zullen wind en zon volstaan?

Govers: Als we de hernieuwbare energie op een juiste en verstandige manier gebruiken wel, ja. Europa heeft een potentieel aan windenergie dat ongeveer drie keer de elektriciteitsvraag dekt. En dan hebben we het nog niet over zonne-energie. De installaties nemen veel plaats in, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Op zee is bijvoorbeeld heel wat ruimte beschikbaar.


Critici wijzen op de onvoorspelbaarheid van hernieuwbare energie: de ene dag schijnt de zon, de andere niet. Het ene moment waait het en het andere is er geen zuchtje wind. Maar daar bestaan oplossingen voor. Zo kunnen we energie opslaan en gascentrales inschakelen als het te lang windstil is.


Is kernenergie een optie?

Govers: Ook al zijn onze kerncentrales niet meer van de jongste, ik zou het een goede zaak vinden als we ze na renovatie nog tien tot twintig jaar op een veilige manier zouden kunnen openhouden. Want ze leveren elektriciteit met 0 gram CO2 per kilowattuur.


We moeten het nucleaire debat durven aan te gaan. Er wordt nu nagedacht over kleinere kernreactoren die veel goedkoper en gemakkelijker inzetbaar zouden zijn. Een bedrijf als Rolls-Royce werkt daar hard aan. Met die moderne ontwerpen kunnen we de risico's van kernenergie misschien beter onder controle houden.


En wat dan met het kernafval?

Govers: Op termijn kan geologische berging wel een oplossing bieden. En er wordt - ook in Vlaanderen - onderzoek gedaan naar het hergebruik van kernafval, zodat er uiteindelijk minder zal overblijven. Maar ik geef toe: dat afval blijft natuurlijk een nadeel.


Gerard Govers

  • Geboren in 1959
  • Studie: geografie (KU Leuven)
  • 1986: doctor in de wetenschappen
  • Sinds 2010: gewoon hoogleraar (KU Leuven)
  • Sinds 2017: vicerector van de KU Leuven



Het klimaatalarm


Top





Brent Bleys


'Kan 'degrowth' onze planeet redden?

'Minder werken, meer welvaart'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



'Op een eindige planeet is oneindige groei niet haalbaar',

zegt ecologisch econoom Brent Bleys van de UGent.


Een stijgend bruto binnenlands product (bbp) is slecht nieuws voor ons klimaat. Want hoe meer onze economie groeit, hoe meer CO2 we de lucht instuwen en hoe hoger we de temperatuur opdrijven. Economische krimp in plaats van groei is de enige manier om de uitstoot te verminderen en de opwarming een halt toe te roepen. Dat vinden althans de aanhangers van de degrowth- of 'ontgroei'-beweging.


Brent Bleys is ecologisch econoom aan de Universiteit Gent en onderzoekt alternatieve indicatoren voor dat groeiaandrijvende bbp. Zo berekent hij jaarlijks in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen.


'Het bbp is min of meer de som van consumptie, investeringen en overheidsuitgaven van een land', zegt hij. 'Ecologische economen hebben het moeilijk met dat bbp als indicator van welvaart. Want het maakt geen enkel onderscheid tussen activiteiten die onze welvaart op negatieve of positieve wijze beïnvloeden. Het houdt ook geen rekening met onbetaalde arbeid, zoals mantelzorg en huishoud- en vrijwilligerswerk, en met de impact van economische activiteiten op het milieu. De Amerikaanse ecologische econoom Herman Daly en de theoloog John Cobb ontwikkelden in 1989 de Index of Sustainable Economic Welfare. Daarmee probeerden ze al die factoren wél in kaart te brengen voor de berekening van de economische welvaart. Dat is niet vanzelfsprekend, want de gegevens over onbetaalde arbeid zijn schaars. We weten niet hoeveel uren er jaarlijks bijvoorbeeld in onbetaald huishoudelijk werk geïnvesteerd worden. Het is ook niet eenvoudig om daar een waarde aan toe te kennen.'


Volgens de degrowth-beweging is er een nauw verband tussen de stijging van het bbp en de toenemende uitstoot van broeikasgassen.

Brent Bleys: Ja, en voor de aanhangers van degrowth volstaat het niet om de economische groei af te remmen of te stoppen. In de strijd tegen de klimaatverandering willen ze de economie gericht laten krimpen, op een sociaal rechtvaardige manier.


Als wereldwijd iedereen zou leven zoals wij Belgen,

hadden we vier planeten als de aarde nodig.


Is zo'n inkrimping niet hetzelfde als een recessie of een depressie?

Bleys: Recessie of depressie klinkt negatief, terwijl degrowth net iets positiefs is. Het is een doelbewust georganiseerde economische inkrimping, die ons welzijn niet ondergraaft. Integendeel, ons welbevinden moet er net door verhoogd worden.


Ecologische economen willen eerst en vooral de grenzen van het milieu respecteren. Wij Belgen consumeren er stevig op los en hebben een zeer grote ecologische voetafdruk. Als wereldwijd iedereen zou leven zoals wij, hadden we vier planeten als de aarde nodig. Het is hoog tijd dat we onze consumptie ter discussie stellen en nadenken over de impact van ons gedrag op het milieu. Als je bereid bent je economische activiteiten selectief te laten krimpen, vermindert je impact op het milieu automatisch en kom je dichter bij die veilige milieugrenzen. Dezelfde gedachtegang vind je terug in het boek Donuteconomie van Oxford- econome Kate Raworth.


Raworth is toch geen tegenstander van groei? Ze vindt wel dat die groei begrensd wordt door de draagkracht van de planeet, de buitenzijde van wat zij dan de donut noemt.

Bleys: Dat is juist. Raworth heeft een achtergrond van duurzame ontwikkeling in het zuiden. In ontwikkelingslanden is klassieke economische groei inderdaad nog gedeeltelijk nodig. Degrowth is vooral iets voor ontwikkelde landen. Raworth geeft in Donuteconomie wel aan dat een economie niet oneindig kan groeien. Veel economen stellen zich daar geen vragen over. Voor hen is the sky the limit. Maar op een eindige planeet is oneindige groei onhaalbaar. Als je als econoom hardop durft te zeggen dat de economische groei ingeperkt moet worden, is dat als vloeken in de kerk.


Welke maatregelen moeten we volgens ecologische economen nemen om onze economie klimaatvriendelijk te maken?

Bleys: Milieudoelstellingen moeten voorop staan. Voor het klimaat kunnen we ons bijvoorbeeld baseren op de 'koolstofwet' van de Zweedse duurzaamheidsexpert Johan Rockström. In die wet legde hij vast hoe we de doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs kunnen halen. Als we de opwarming tot maximum 2 graden willen beperken, zullen álle huishoudens, ondernemingen en landen elk decennium hun CO2-uitstoot moeten halveren. Enkel als we dat strikte reductiepad aan onze economie opleggen, is er een redelijke kans dat we die twee graden effectief halen.


Voor ecologische economen is een collectieve arbeidsduurverkorting een van de sleutels om onze economie te doen inkrimpen en zo ook onze CO2-uitstoot terug te dringen. Minder werken wil ook zeggen: minder verdienen. Het zou best wel eens kunnen dat in ontwikkelde landen veel mensen toch bereid zijn om een deel van hun inkomen in te ruilen voor meer tijd. Want onderzoeken wijzen uit dat geld maar tot op een bepaald niveau gelukkig maakt. Ons geluk wordt veel meer bepaald door onze sociale contacten met familie en vrienden. De coronacrisis maakt dat nu trouwens extra duidelijk.


We zullen onze samenleving anders moeten organiseren, met bijvoorbeeld een verschuiving van privébezit naar een deeleconomie?

Bleys: Die deeleconomie bestaat al langer dan we denken. Bibliotheken zijn er de oervorm van, al worden zij nu veel minder bezocht dan vroeger. We werden rijker, begonnen onze boeken zelf aan te kopen en bestellen ze nu online. Maar er groeien wel interessante nieuwe vormen van deeleconomie, zoals autodelen. Steeds meer jonge stedelingen zien de auto eerder als een probleem dan als een oplossing. Ze kopen er zelf geen meer, maar stappen wel in een autodelenproject. En waarom zetten we geen project 'tuindelen' op? In mijn wijk stellen mensen nu al hun tuin open voor hun buren. Zo kan iedereen in de straat genieten van de schaarse ruimte en hoeft niemand nog een nieuwe trampoline voor de kinderen te kopen. Want die staat toch al bij de buren. 



© Xavier Truant


Brent Bleys

  • Geboren in 1980
  • Studeerde voor handelsingenieur aan de VUB, waar hij ook doctoreerde
  • Is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep economie van de UGent



Het klimaatalarm


Top







Jean-Pascal van Ypersele


'De ernst van de situatie dringt bij politici niet door'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



Klimatoloog en voormalig IPCC-vicevoorzitter Jean-Pascal van Ypersele heeft genoeg van weifelende politici in de strijd tegen de klimaatverandering. 'Als we blijven treuzelen, zal de kostprijs - aan middelen en mensenlevens - alleen maar stijgen.'

Jean-Pascal van Ypersele © belga


Afgelopen zomer bracht fysicus en UCL-klimatoloog Jean-Pascal van Ypersele zijn vakantie door in Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc. 'Dat is een van die plekken waar de klimaatverandering erg zichtbaar is', zegt hij. 'Het gletsjerijs smelt er snel. Je kunt er de niveaus zien waar het honderd, vijftig en twintig jaar geleden lag - en elk jaar schuift het verder op. Het ijs smelt niet alleen in een ski-oord als Chamonix, maar ook op plaatsen waar gletsjers van levensbelang zijn. In Nepal en India zijn ze dé waterreservoirs: zonder gletsjers hebben mensen daar geen drinkwater. Het smeltende gletsjerijs draagt wereldwijd ook bij aan de stijging van de zeespiegel.'


De smeltende gletsjers vormen, met andere woorden, een klimaatalarm op zich?

Jean-Pascal van Ypersele: Ja, en lang niet het enige. In Bangladesh hebben miljoenen mensen in een paar weken tijd alles verloren door tropische stormen. In Oost-Afrika vreten zwermen sprinkhanen de akkers kaal. Die insecten floreren wanneer een periode van droogte gevolgd wordt door extreme regen. Door de klimaatverandering komt dat nu frequenter voor. En dan is er Californië, waar de bossen in brand staan.


Veel mensen beseffen niet hoe ernstig de impact van de klimaatopwarming nu al is. Voor onze eigen kinderen en alle andere kinderen overal ter wereld zullen de gevolgen nóg groter worden. De CO2-uitstoot moet daarom snel omlaag. Daar hebben we dringend meer politieke wil voor nodig.


Volgens glacioloog Frank Pattyn zal de zeespiegel tegen 2100 met minstens 20 centimeter stijgen. Voor de nabije toekomst klinkt dat nog niet zo alarmerend. Misschien aarzelen onze politici daarom om maatregelen te nemen?

Van Ypersele: Waarom treden onze politici resoluut op tegen het coronavirus? Omdat de gevolgen van covid-19 zich voor onze ogen afspelen. De rampzalige impact van de klimaatverandering zien we nog niet bij ons. Het gevolg: doortastende maatregelen blijven uit. Politici laten het probleem links liggen omdat de ernst van de situatie niet doordringt. Maar mensen in de kuststreken zullen de gevolgen van de stijgende zeespiegel al veel vroeger dragen dan 2100. We kunnen dat fenomeen niet meteen stoppen. Om ten minste een deel van die stijging te vermijden, moet de CO2-uitstoot naar nul.



© Xavier Truant


U bent jarenlang bemiddelaar voor België geweest op de besluitvormende vergaderingen voor het klimaatverdrag van het VN-klimaatpanel IPCC. Tegen welke muren botste u in die rol?

Van Ypersele: De onderhandelaars van de verschillende landen zien het als hun missie om eerst en vooral hun nationale belangen te verdedigen. Voor het gemeenschappelijke belang neemt niemand het echt op. Sommige ngo's doen dat wel, maar zij hebben geen officiële plaats aan de onderhandelingstafel.


De visie van de meeste onderhandelaars is beperkt. Ze zijn egoïstisch en voelen geen empathie voor mensen uit kwetsbare gebieden. Sommigen liggen zelfs niet wakker van de gevolgen voor hun eigen bevolking. Het Midden-Oosten, met olieproducerende landen als Saudi-Arabië, legt het olieverbruik liever niet aan banden. En laat dat net een streek zijn waar de temperatuur nu al gevaarlijke hoog is.


Is er in die landen dan geen sprake van voortschrijdend inzicht?

Van Ypersele: Ze kennen het scenario van de klimaatverandering zeer goed - sommigen van hun wetenschappers zijn afgestudeerd in Europa of de Verenigde Staten. Maar de machthebbers plaatsen hun economische belangen boven de toekomstige belangen van hun burgers.


Welke landen hebben tijdens de onderhandelingen het voortouw genomen?

Van Ypersele: De lidstaten van de Europese Unie, maar ook Zwitserland en Noorwegen. Sommige staten in de VS trekken de kar, zoals Californië. Ook veel Amerikaanse steden voeren een relatief ambitieuze klimaatpolitiek, terwijl de federale overheid het compleet laat afweten.


Welke positie nam België in?

Van Ypersele: De Belgische ambtenaren waren altijd constructief, goed geïnformeerd en uitstekend voorbereid. Maar van de politiek kregen ze niet altijd toestemming om ambitieus te zijn - en dan druk ik me nog eufemistisch uit. Terwijl het precies in ons belang is om meer ambitie te tonen. Niet alleen om de gevolgen van de klimaatverandering in te tomen, maar ook om daar economisch de vruchten van te plukken. Want de voortrekkers zullen hun technologie en kennis kunnen exporteren. Wie als laatste in de rij aanschuift, kan niet anders dan de technologie van anderen aankopen.


We hebben uitstekende klimaatexperts aan alle universiteiten. Zodra de politici een beetje meer naar hen beginnen te luisteren, zullen ze misschien beter begrijpen dat de strijd tegen de klimaatverandering ook economische kansen oplevert. Decarboniseren vergt nieuwe technologie. Wie die als eerste heeft, doet daar economisch zijn voordeel mee.


België telt vier ministers die bevoegd zijn voor klimaat. Spraken ze tijdens onderhandelingen uit één mond?

Van Ypersele: Op elke klimaattop wordt er, net zoals op een Europese top, geprobeerd om met één stem te spreken. Maar natuurlijk is er soms een groot verschil tussen wat Vlaanderen zegt of doet en wat Brussel of Wallonië zegt of doet. Het federale niveau laat dan wat smeerolie in de machine druppelen, maar die druppels volstaan niet om moeilijk begrijpbare meningsverschillen tussen de regio's op te lossen.


Veel politici zijn bang dat ze door de kiezers afgestraft zullen worden als ze drastisch ingrijpen.

Van Ypersele: Ze gaan er ten onrechte van uit dat hun burgers niet bereid zijn inspanningen te leveren voor milieu en klimaat. Ik denk dat mensen net tot veel bereid zijn, op voorwaarde dat politici hun een duidelijk toekomstbeeld voorhouden op het ruimere economische, politieke en culturele vlak.


We mogen ons geen illusies maken: de strijd tegen de klimaatverandering wordt duur. Daarbij verzinken de kosten van de coronacrisis in het niets. De klimaatcrisis zal jammer genoeg ook veel levens kosten. Maar als we blijven treuzelen, zal de kostprijs - aan middelen en mensenlevens - alleen maar stijgen.


De Chinese president Xi Jinping kondigde aan dat zijn land in 2060 klimaatneutraal wil zijn. Op dit moment investeren de Chinezen in hernieuwbare energie, maar bouwen ze tezelfdertijd nieuwe steenkoolcentrales. Wat vindt u daarvan?

Van Ypersele: Het is moeilijk te doorgronden wat de Chinese overheid wil, en of ze ook echt uitvoert wat ze predikt. Ze lijkt wel begrepen te hebben dat het belangrijk is in eigen land de luchtvervuiling terug te dringen. Dat zal gevolgen hebben voor het binnenlandse steenkoolverbruik. Maar intussen bouwen de Chinezen wel steenkoolcentrales in Afrika, wat ingaat tegen het klimaatakkoord van Parijs.


De Europese Green Deal van Ursula von der Leyen juich ik toe, ook al moeten we nog zien of het Europees Parlement er ook geld voor zal vrijmaken. Nog beter zou het zijn als Europa met het machtige China afspraken zou maken om samen de strijd tegen de klimaatverandering te voeren: dát zou pas stevig tegenwicht bieden tegen de apathische Amerikaanse regering.


Jean-Pascal van Ypersele

  • 1957: geboren in Brussel
  • Sinds 1986: hoogleraar klimatologie aan de UCL
  • 2008-2015: vicevoorzitter van het VN-klimaatpanel IPCC
  • 2018: publiceert met Thierry Libaert en Philippe Lamotte In het oog van de klimaatstorm



Het klimaatalarm


Top



Sara Vicca


'De beuk is gedoemd om te verdwijnen'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



Tijdens een boswandeling bloedt het hart van biologe Sara Vicca (Universiteit Antwerpen).

'Ik zie dan de gevolgen van de klimaatverandering. Met bomen die de sporen dragen van hitte en droogtes.'


Hoe reageren ecosystemen zoals bossen, planten en de bodem op de klimaatverandering? Dat is het onderzoeksgebied van biologe Sara Vicca van de Universiteit Antwerpen (UA). 'Ik kijk dan vooral naar de koolstofcyclus in de ecosystemen. Hoeveel CO2 nemen ze op, hoeveel geven ze af, en hoe wordt dat proces beïnvloed door het veranderende klimaat?' vertelt ze. 'De natuur reageert vaak sterk op klimaatverandering. Droogte is daar een duidelijk voorbeeld van. Planten kunnen niet tegen watertekort en gaan hard in het verweer. Ze sluiten de poriën in hun bladeren om waterverlies tegen te gaan. Tezelfdertijd nemen ze minder CO2 op - tijdens de Europese hittegolf van 2003 zelfs 30 procent minder. In dat jaar was er minder CO2-opname dan afgifte, terwijl het in normale omstandigheden net omgekeerd is. Die ene hittegolf van 2003 deed naar schatting vier jaar koolstofopslag in de Europese ecosystemen teniet.'



 Illustratie Xavier Truant


Sara Vicca: Planten ademen net zoals wij. Overdag nemen ze CO2 op en zetten dat samen met zonlicht om in suikers. Ze ademen om hun metabolisme op gang te houden. Alle ecosystemen op het land samen wisselen elk jaar 120 miljard ton CO2 uit. Ze nemen ongeveer evenveel op als ze afgeven - in tegenstelling tot de menselijke CO2-uitstoot, goed voor 40 miljard ton per jaar. Momenteel slaan de ecosystemen zelfs meer op dan ze afgeven. Zo bufferen ze de klimaatverandering.


Kunnen ze zo ook een deel van de menselijke CO2-uitstoot absorberen?

Vicca: De ecosystemen op het land hebben al ongeveer 30 procent opgeslagen van onze uitstoot in de atmosfeer. Zonder ecosystemen was de klimaatverandering nog véél erger. Dan zaten we waarschijnlijk nu al boven een opwarming van twee graden.


Wereldwijd worden bossen vaak gekapt ten voordele van de landbouw. Waarom is dat zo'n groot probleem? Landbouwgewassen nemen toch ook CO2 op?

Vicca: Landbouw geeft CO2 af, en vaak ook nog methaan of lachgas. Dat komt door de bodemwerking. Afhankelijk van waar je ontbost, zit er meer of minder koolstof in de bodem. Landbouwers brengen al ploegend zuurstof in de bodem, en versnellen zo de ontbindingsprocessen, waardoor er veel CO2 de lucht ingaat. Al wordt er nu wel gewerkt aan vormen van landbeheer waarbij er CO2 wordt opslagen in plaats van vrijgegeven. Denk aan permacultuur, waar geen grondbewerking bij komt kijken. Maar er is nog veel onderzoek nodig naar landbouwtechnieken die ervoor zorgen dat koolstof in de bodem blijft zitten.


Vorig jaar waren er de bosbranden in Australië, in juni stond Siberië in brand en nu Californië. Wat doet dat nieuws met u als biologe?

Vicca: Ik kan daar heel triest van worden. De bosbranden in Siberië en ook die van de zomer vorig jaar in het hoge noorden gaven minstens 100 miljoen ton CO2 vrij, evenveel als we in België jaarlijks uitstoten. De branden in Australië waren goed voor 800 miljoen ton CO2. Zo versnellen die bosbranden de klimaatverandering. 800 miljoen ton, dat is het equivalent van de internationale luchtvaart.


Op termijn zouden de ecosystemen geleidelijk kunnen herstellen - een tropisch woud iets langzamer dan een boreaal bos. Maar door de klimaatverandering krijgen we frequentere droogtes en hittegolven. Die bemoeilijken het herstel en zo evolueren tropische bossen op termijn naar savannes. Die slaan veel minder koolstof op, waardoor de klimaatverandering nóg versterkt wordt.


Wetenschappers waarschuwen bij de klimaatopwarming voor tipping points of kantelpunten, momenten waarop cruciale grenzen overschreden worden. Wat zijn voor u als biologe dé kantelpunten?

Vicca: Hét kantelpunt is het moment waarop de klimaatverandering zichzelf begint te versterken. Dat hangt samen met een hele hoop kantelpunten in het aardse systeem, zoals het smelten van het poolijs. Als dat afsmelt, komt er ofwel land, ofwel oceaan vrij. IJs reflecteert het licht en warmt niet op, land en water absorberen het licht wél en warmen op. Het is enorm moeilijk om vast te stellen wanneer al die kantelpunten tot hét kantelpunt zullen leiden. Misschien hebben we al ongemerkt een aantal tipping points overschreden.


Er zijn ook kantelpunten voor de tropische en boreale bossen. Er wordt onderzoek gevoerd naar de hypothese dat als er nog veel tropisch bos verdwijnt, vanaf een bepaald punt al de rest óók gedoemd is te verdwijnen. Dat zou pas gebeuren bij drie à vier graden opwarming. Maar door de ontbossing nadert dat kantelpunt sneller.


Massale herbebossing is een goed idee in de strijd tegen de klimaatverandering?

Vicca: Alleen op voorwaarde dat het op een doordachte manier gebeurt. Mensen die het vliegtuig nemen, kunnen bijbetalen om hun uitstoot te compenseren. Dat geld wordt dan geïnvesteerd in het planten van bomen, wereldwijd. Alleen zijn niet al die projecten even duurzaam. Soms worden er dan bomen aangeplant op veengrond, maar op die bodem horen geen bomen. Door hun grotere waterverbruik drogen ze hem zelfs uit. Zo doe je voor het klimaat meer kwaad dan goed, en voor de biodiversiteit is dat rampzalig.


Herbebossing is ook geen wondermindel. Zelfs al zouden we massaal veel aanplanten, dan nog kunnen we onze uitstoot nooit compenseren. We halen niet eens de helft. Het allerbelangrijkste is: fossiele brandstoffen terugschroeven en ontbossing tegengaan. Technologieën om CO2 uit de lucht te halen, komen daarna. Zij kunnen helpen bij de compensatie van sectoren die moeilijk te decarboniseren zijn, zoals de luchtvaart.


Merkt u tijdens een boswandeling de sporen van de klimaatverandering?

Vicca: Zeker. Ik zie het aan de bomen, die de sporen dragen van de hitte en de droogtes. Na een hete zomer krijgen de bomen in de lente minder of bruinere bladeren. Een vertrouwde boom zoals de beuk is gedoemd te verdwijnen.


Sommigen vinden de waarschuwingen voor de gevolgen van CO2 te alarmistisch. Bomen en planten hebben volgens hen CO2 nodig om te groeien. 'De wereld wordt groener', stellen ze. Satellietbeelden lijken hen gelijk te geven.

Vicca: De wereld wordt inderdaad groener. Dat heeft tot hiertoe de klimaatverandering vertraagd, maar niet gestopt. De opwarming zet door, met steeds meer negatieve effecten voor de ecosystemen. De verhoogde CO2-concentratie beïnvloedt de voedingswaarde van onze gewassen. Groenten bevatten minder ijzer en zink, en in een plant als maniok zit meer giftig waterstofcyanide.


Stel dat u de touwtjes in handen krijgt. Hoe zou u het klimaatprobleem aanpakken?

Vicca: Er is een hele transitie nodig die het mogelijk maakt onze energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen. Maar zelfs dan komen we er nog niet, want een deel van onze uitstoot wordt door de landbouw veroorzaakt. Ook daar moet ingegrepen worden. De natuur verdient meer bescherming. Maar ook de mobiliteit moet dringend veranderen. Niet alleen vanwege het klimaat: het leven wordt gewoon veel aangenamer wanneer we minder afhankelijk zijn van onze auto. Ik vrees dat bij onze huidige machtshebbers de sense of urgency ontbreekt. Zo dreigen we de boot te missen. 


Sara Vicca

  • Geboren in 1983
  • 2005 bioloog (UHasselt en UAntwerpen)
  • 2010 doctor in de wetenschappen (UAntwerpen)
  • Sinds 2018 gastprofessor UAntwerpen


Het klimaatalarm


Top





Frank Pattyn


Glacioloog Frank Pattyn: 'Klimaat is geen ideologisch probleem'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



Glacioloog Frank Pattyn maakt zich grote zorgen over de smeltende ijskappen van Groenland en Antarctica.

'Als we voortdoen zoals nu, zullen de gevolgen dramatisch zijn.'


Toen Frank Pattyn in de jaren tachtig aan de VUB geografie studeerde, was de klimaatverandering in onze samenleving nog geen big deal. 'De media besteedden er amper aandacht aan', zegt hij. 'Maar wetenschappers maakten zich wel al zorgen. Het is een fabeltje dat ze op dat moment geloofden in een nieuwe ijstijd. Integendeel, toen al brachten ze de impact van de opwarming op ijskappen en gletsjers in kaart.'

 

Vandaag bestudeert ULB-professor glaciologie Frank Pattyn zelf die effecten van de klimaatverandering op de ijskappen van Groenland en vooral Antarctica.


Zijn er veel verschillen tussen die ijskappen?

Frank Pattyn: Ja, je hebt het zee-ijs van bevroren oceaanwater, dat bijvoorbeeld het Noordpoolbekken bedekt, het landijs van de gletsjers en het zoetwaterijs van de kappen op Groenland en Antarctica. Elk ijstype heeft een andere functie in het klimaatsysteem.

Het zee-ijs evolueert door de seizoenen enorm in oppervlakte en beïnvloedt zo de hoeveelheid zonnestraling die wordt teruggekaatst. In de zomer is er minder ijs en wordt er dus ook minder straling en energie gereflecteerd, waardoor de temperaturen sterker stijgen.


IJskappen en gletsjers veranderen veel langzamer, mee met het klimaat. Van de gletsjers weten we dat ze krimpen sinds het einde van de kleine ijstijd, eind negentiende eeuw. De ijskappen op Groenland en Antarctica zijn nu ook aan het afsmelten. Al dat smeltwater zorgt ervoor dat de zeespiegel stijgt.



© Xavier Truant


De ijskappen in Groenland en Antarctica zijn uw studiemateriaal?

Pattyn: In het hart van Antarctica en Groenland zijn de ijslagen drie tot vier kilometer dik. IJsboringen in die lagen voeren ons terug naar het klimaat uit het verleden. Zij zijn het archief van ons klimaat. We konden zo tot 800.000 jaar teruggaan in de tijd. Samen met andere Europese landen startten we een nieuw, door Europa gefinancierd project op om ook ijs naar boven te halen dat anderhalf miljoen jaar oud is. Het ijs in de verschillende lagen van een staal is geen bevroren water, maar zijn samengedrukte sneeuwvlokken die door het gewicht ijs zijn geworden. In die sneeuw zitten kleine luchtbelletjes die ons iets kunnen vertellen over de samenstelling van de atmosfeer op het moment dat ze werden gevormd. Zo kunnen we nagaan hoeveel CO2 er in een bepaalde periode in het verleden in de atmosfeer aanwezig was.


Hoe erg is het nu gesteld met de CO2 in onze atmosfeer?

Pattyn: Vóór de industriële revolutie bedroeg de concentratie CO2 ongeveer 280 ppm, deeltjes CO2 per miljoen luchtdeeltjes. Nu zitten we boven de 400 ppm. Onze huidige CO2-stijging is niet natuurlijk: ze is geen gevolg van een uitwisseling door de oceanen of de vegetatie, maar kwam door toedoen van de mens via fossiele brandstof in de atmosfeer terecht. Ongeveer de helft van die door mensen veroorzaakte CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door de plantengroei en de oceanen. De resterende hoeveelheid heeft die 400 ppm als resultaat.


Zijn de poolgebieden tegenover de rest van de wereld 'voorlopers' qua klimaatverandering?

Pattyn: Zeker. De klimaatverandering verloopt niet gelijk over heel de aarde. De temperatuur is gemiddeld nu al 1,1 graad gestegen tegenover het begin van de industriële revolutie. Maar die temperatuurstijging is veel groter in de poolgebieden, vooral op de Noordpool. Dat heeft te maken met dat zee-ijs dat in de zomer kleiner wordt, met als gevolg: meer open oceaan die de opwarming versterkt.


Groenland ligt aan de rand van de pool. In de zomer komt de temperatuur er wel boven het vriespunt. Het versneld smeltende zee-ijs draagt dan bij tot de stijging van de zeespiegel. Op Antarctica zien we nog niet diezelfde tendens. Maar op het noordelijk halfrond is het zeer duidelijk: het zee-ijs neemt af. De prognose is dat het tussen 2050 en 2100 grotendels zal verdwijnen.


Wat zal het effect van dat smeltende zee-ijs zijn?

Pattyn: Het zal nog sterker de toename van de temperatuur beïnvloeden. Het hele noordpoolgebied zal hogere temperaturen hebben, waardoor het risico bestaat dat de bevroren ondergrond, de permafrost, versneld afsmelt.


Stel dat we erin slagen de klimaatopwarming een halt toe te roepen. Kan het arctische ijs dan nog hersteld worden?

Pattyn: Dat is mogelijk. Alleen zijn er in het klimaat de zogenaamde tipping points of kantelpunten. Zodra zo'n punt gepasseerd is, wordt herstel heel moeilijk. De ijskappen hebben ook dergelijke kantelpunten. Als de temperatuur in Groenland met nog één graad stijgt, wordt een kantelpunt bereikt en smelt die ijskap onherroepelijk af. Hetzelfde kan in Antarctica gebeuren. Als we erin slagen om de temperatuurstijging onder controle te houden, kunnen we het afsmelten van het zee-ijs stabiliseren. Hetzelfde geldt voor de gletsjers. Maar als de temperatuur de hoogte blijft ingaan, zijn tegen het einde van deze eeuw de Alpengletsjers grotendeels verdwenen.


We moeten er in de eerste plaats voor zorgen dat de stijging van de temperatuur en van de zeespiegel wordt afgeremd.


U bestudeert ook het stijgen van de zeespiegel. Hoe staat het daarmee?

Pattyn: De zeespiegel steeg in de twintigste eeuw jaarlijks met ongeveer 1,5 tot 2 millimeter. Een van de oorzaken was toen thermische uitzetting van het oceaanwater. Als water opwarmt, wordt het lichter en neemt het een groter volume in. Nu komt daar het smeltwater van de gletsjers, Groenland en Antarctica bij. De huidige zeespiegelstijging bedraagt nu gemiddeld 3,5 milimeter per jaar.


Hoe zal die stijging de volgende decennia evolueren?

Pattyn: Dat hangt af van hoeveel CO2 er nog in de atmosfeer terechtkomt. De mens heeft dus een grote verantwoordelijkheid. Ofwel volgen we het Klimaatakkoord van Parijs en zorgen we ervoor dat de temperatuur niet hoger stijgt dan twee graden, ofwel doen we voort zoals nu. Bij het scenario 'business as usual' volgt er tegen 2100 een stijging van de zeespiegel van 20 centimeter tot ruim een meter. Vanaf 2100 is het hek dan helemaal van de dam en wordt een zeespiegelstijging van verschillende meters verwacht.


Tot 2050 zal de stijging heel geleidelijk versnellen. Dat lijkt misschien niet zo dramatisch, maar bij stormen met springtij zal dat wel degelijk leiden tot extreem hoge zeeniveaus. De zee zal dan via de grote rivieren zeer ver het land binnendringen. Dan heb ik het onder andere over de Thames, het scheldebekken in Nederland, de Maas en de Seine in Frankrijk. In het verleden kwam zo een storm maar eens om de honderd jaar voor. Bij een stijging van 50 centimeter van de zeespiegel wordt dat elke tien jaar, en bij een stijging van een meter krijgen we jaarlijks zo'n superstorm.


Stel dat u het alleen op deze wereld voor het zeggen hebt. Wat zou u dan ondernemen om de klimaatverandering te stoppen?

Pattyn: We moeten er in de eerste plaats voor zorgen dat de stijging van de temperatuur en van de zeespiegel wordt afgeremd. Daarom zou ik zo snel mogelijk de CO2 in de atmosfeer proberen terug te dringen. Een goede maatregel is dan bijvoorbeeld een prijs op koolstof, of CO2-taks. Pas dan worden mensen écht gedwongen op zoek te gaan naar alternatieven. We moeten ook dringend stoppen met ontbossen en investeren in herbebossing. Want bomen slaan op een natuurlijke manier CO2 op. We moeten ook meer investeren in wetenschap en onderzoek. Want er zullen ook technologische oplossingen gevonden moeten worden om CO2 uit de atmosfeer te halen en op te slaan.'


Schieten onze politici tekort?

Pattyn: Op de laatste klimaatconferenties voerden de federale en regionale ministers soms een absurd toneelstuk op. Dat moet dringend veranderen. Het klimaat is geen ideologisch probleem. De klimaatopwarming raakt iedereen. Dat wil zeggen dat we ook allemaal samen er iets aan moeten doen.


Frank Pattyn

  • Geboren in 1966
  • 1988: geograaf (VUB)
  • 1998: doctor in de wetenschappen (VUB)
  • Sinds 2011: professor (ULB)
  • Sinds 2017: hoofd departement Geosciences, Environment and Society (ULB)


Het klimaatalarm


Top





Hans Bruyninckx


Directeur Europees Milieuagentschap

‘Het Klimaatalarm met Hans Bruyninckx (EMA): 'We hebben écht geen tijd te verliezen'


Jan StevensFrancesca Vanthielen - Knack



Het is niet omdat corona ons leven beheerst dat de klimaatkwestie van de baan is.

Zeven weken lang laat Knack specialisten aan het woord die vechten tegen de tijd en de onverschilligheid.

Deze week: de Belg Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieuagentschap in Kopenhagen.


Onder leiding van Hans Bruyninckx verzamelen de tweehonderd medewerkers van het Europees Milieuagentschap (EMA) in Kopenhagen wetenschappelijke kennis over de toestand van de planeet. Hun rapporten vormen de basis voor het Europese klimaat- en milieubeleid. 'Dertig jaar geleden richtte dat beleid zich op schoon water en schone lucht, en werd vooral de industriële vervuiling aangepakt', zegt hij. 'Het leek alsof klimaat heel weinig met milieu te maken had. De laatste jaren werd overduidelijk dat die twee zeer sterk aan elkaar gekoppeld zijn. Want als de klimaatverandering zich onverminderd doorzet, zal dat een zeer grote impact hebben op de biodiversiteit en bijvoorbeeld ook op de kwaliteit van ons water.'


België loopt achter op de Europese doelstellingen voor 2030.

De kloof is bij de grootste in Europa.

De volgende regeringen zullen daar een hele kluif aan hebben.


Het milieu- en klimaatbeleid bepaalt mee de toekomst van de samenleving, benadrukt Bruyninckx. 'In onze rapporten analyseren wij wat er op Europees niveau gebeurt. We duiden aan waar het te traag gaat en wat de oorzaken daarvan zijn. We maken dus zelf geen beleid, maar leggen telkens weer de vinger op de wonde. Vanaf mijn aantreden in juni 2013 als directeur van het EMA zette ik in op de transitie, de broodnodige verandering van het hele systeem. Sommigen vonden me nogal radicaal, anderen vonden me eerder theoretisch. Intussen vormt die transitie wel de hoeksteen van de Green Deal van de Europese Commissie.'


Commissievoorzitter Ursula von der Leyen wil 1000 miljard euro investeren in de Europese transitie. U bent enthousiast over haar Green Deal?

Hans Bruyninckx: Ja, want het is het meest toekomstgerichte, meest ambitieuze en meest fundamentele beleidsprogramma van de Europese Unie ooit. De Green Deal wil van Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld maken, de biodiversiteit herstellen en streven naar zero-vervuiling. De deal legt ook de link tussen gezondheid, milieu, klimaat en ons voedselsysteem. Al die zaken stonden vroeger nooit in een Europees beleidsprogramma. Bovendien wordt ook de koppeling gemaakt met het sociale: het moet een rechtvaardige transitie worden. Daarenboven moet de deal op een duurzame manier gefinancierd worden.


Zowel het Europees Parlement als de meerderheid van de lidstaten staat achter die aanpak. Dat stemt mij optimistisch. Maar ik ben ook realistisch: de curves van de klimaatverandering gaan de verkeerde richting uit. De wetenschappelijke consensus is kristalhelder: de eerstvolgende tien jaar móéten we die curves weer ombuigen. Dat wil zeggen dat er harde keuzes gemaakt zullen moeten worden. Daarom hebben we meer dan ooit nood aan echt leiderschap.


Waarom zou Ursula von der Leyen slagen waar haar voorgangers in het stof beten?

Bruyninckx: We ervaren steeds meer zelf aan den lijve dat het niet vijf voor twaalf is, maar vijf óver twaalf. De grote gevolgen van de klimaatverandering worden in Europa steeds zichtbaarder, net als de gevolgen van het verlies aan biodiversiteit. Steeds meer politici zien ook in dat duurzaamheid de sleutel is voor de economie en de werkgelegenheid van de toekomst. Ze zijn tot het besef gekomen dat er veel kostbare tijd verloren is gegaan.


Von der Leyen moet dan wel 27 lidstaten op één lijn krijgen. Hoe overtuigt ze ook de minder enthousiaste landen?

Bruyninckx: Met argumenten die onderbouwd zijn met stevige wetenschappelijke kennis. Daar zorgen wij dus voor. Ons laatste rapport biedt een overzicht van de toestand van het milieu en het klimaat in Europa. Aan de hand van onze vaststellingen kan moeilijk geconcludeerd worden dat het wel zal koelen zonder blazen. Integendeel. Dat rapport is voorgesteld aan de Europese Raad. De lidstaten weten dus wat er op het spel staat. Ze weten ook dat er voor de transitie op financieel vlak Europese solidariteit geldt, om te vermijden dat sommige regio's uit de boot vallen.


Als je in de politiek op het hoogste niveau een deal wilt sluiten, moet je bereid zijn dingen aan elkaar te koppelen. In de politieke wetenschap heet dat linkage politics. Landen die het wat moeilijker hebben met de Green Deal, kunnen zo met compensaties op andere terreinen over de streep getrokken worden. Al voeg ik er meteen aan toe dat er weinig marge is om met de planeet aarde een compromis te sluiten. De kern van elk compromis zal altijd zijn: een transitie naar duurzaamheid. Het zal snel moeten gaan en op grote schaal moeten gebeuren. We hebben écht geen tijd te verliezen.



'Het aantal vluchtelingen van de voorbije jaren zal peanuts zijn

in vergelijking met wat ons te wachten staat als de klimaatverandering sterk doorzet.'

© illustraties XAVIER TRUANT


Wat houdt die transitie precies in?

Bruyninckx: Ons huidige energiesysteem is vooral gebaseerd op relatief goedkope fossiele brandstoffen. De producten die ermee vervaardigd worden, zijn soms allesbehalve duurzaam - denk maar aan de plasticindustrie, of aan al die goedkope toestelletjes die snel in de vuilnisbak belanden. De energietransitie die de Europese instellingen en het Internationaal Energieagentschap (IEA) willen doorvoeren, mikt op een snelle en massale overschakeling naar hernieuwbare energie. Maar we moeten ons ook durven af te vragen: gebruiken we energie altijd even efficiënt? Als we op een duurzame manier met elkaar willen samenleven, springen we dus beter ook zuinig met energie om.


Ook onze mobiliteit moeten we volledig herzien. Alleen kan het niet de bedoeling zijn dat we morgen allemaal met een elektrische auto rondrijden, want dan komen we in de problemen met grondstoffen en blijven de files gewoon staan. Daarom moeten we ons eerst afvragen: wat voor mobiliteit willen we? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen op een sociaal rechtvaardige manier zich duurzaam kunnen blijven verplaatsen? De oplossing zal dan bestaan uit een combinatie van fietsen, wandelen, het openbaar vervoer, snelle treinen, maar ook uit een massaal aanbod aan deelauto's.


Is er in die transitie plaats voor kernenergie?

Bruyninckx: Verschillende Europese landen halen een aanzienlijk deel van hun energie uit kerncentrales. Op dit moment maken die inderdaad deel uit van de discussies over de rol van kernenergie in de transitie. Maar het is zeker niet de bedoeling dat kernenergie in de toekomst groeit. Geen enkel onafhankelijk energie- instituut gelooft dat een wereldwijde toename van kerncentrales dé oplossing is. We zullen het dus vooral moeten hebben van duurzame energievormen zoals wind en zon, en van energie-efficiëntie. En wellicht ook van nieuwere energiebronnen, zoals waterstof.


Zal de huidige coronacrisis de systeemverandering versnellen?

Bruyninckx: Ja en nee. De lockdowns hadden meteen meetbare gevolgen voor onze luchtkwaliteit. De Amerikaanse economie kromp in het tweede kwartaal van dit jaar met één derde. Het kan niet anders dan dat de uitstoot van CO2 toen ook heel wat minder was. In veel Europese landen kromp de economie tijdens de lockdown met 10 procent, dus ook bij ons zal de CO2-uitstoot verminderd zijn. Al wil dat nog niet zeggen dat de totale hoeveelheid broeikasgassen in onze atmosfeer plots afgenomen is. Die blijven daar relatief stabiel, voor veel langere tijd. Maar we hebben nu inderdaad zelf kunnen ervaren dat ingrijpen mogelijk is. Al kan het natuurlijk nooit de bedoeling zijn dat een verandering van het systeem net zo drastisch in ons sociaal leven of onze economie ingrijpt als een lockdown. Dé vraag is dan ook: hoe bereiken we op een veel slimmere manier hetzelfde resultaat?


We zullen drastische maatregelen móéten nemen als we de doelstelling willen halen van 55 procent minder CO2-uitstoot tegen 2030?

Bruyninckx: Ongetwijfeld. De coronacrisis gaat over onze gezondheid en raakt ons daarom zeer diep. De beelden van de ziekenhuizen en de vele overledenen spraken boekdelen. De klimaatverandering, daarentegen, verloopt traag en blijft voor veel mensen min of meer onzichtbaar. Maar ze zal ons op lange termijn veel schade berokkenen en onze manier van leven danig verstoren. We moeten dus inderdaad ernstig ingrijpen, technologische veranderingen doorvoeren en op een andere manier investeren.


Waarom worden klimaatsceptici nog opgevoerd in de pers?

De wetenschappelijke consensus over de klimaatverandering is even groot als die over roken.


Hoe staat het eigenlijk met de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015? Dat lijkt een beetje weggedeemsterd.

Bruyninckx: De Europese lidstaten hebben in Parijs gezamenlijk een handtekening gezet. Wij volgen jaarlijks hun vorderingen op en rapporteren vervolgens aan het VN-Klimaatpanel (IPCC). We lopen achter. Er is soms een groot verschil tussen de engagementen die landen aangingen en wat effectief ook wordt uitgevoerd. Alle voornemens en maatregelen samen volstaan niet om ons onder een gemiddelde opwarming van 2 graden Celsius te houden. Het IPCC stelt intussen dat we eerder moeten mikken op 1,5 graad. Maar met onze huidige koers stevenen we af op 3 à 4 graden. De gevolgen zullen behoorlijk desastreus zijn.


Wat vindt u van de Belgische aanpak?

Bruyninckx: In België is er veel kennis over de klimaatverandering, verzameld door uitstekende wetenschappelijke instellingen. De overheidsadministratie die zich met het klimaat bezighoudt, is klein maar bekwaam en wordt internationaal gewaardeerd. We hebben ook een sterke technologiesector, gespecialiseerd in onderzoek. Ik denk dan aan de spin-offs van universiteiten, maar ook aan organisaties zoals EnergyVille en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Ook sommige steden trekken de kaart van de duurzaamheid, zoals Leuven en Gent. Dat doen we dus allemaal goed. Maar jammer genoeg laten we ook steken vallen. We hinken mijlenver achterop in onze aanpak om onze mobiliteit duurzaam te maken. De CO2-uitstoot blijft veel te groot en de files krimpen niet. Het gaat echt niet goed. Ook in onze landbouw en voedselproductie moet er dringend ingegrepen worden. We lopen achter op de Europese doelstellingen voor 2030. Dit land zal nog heel wat maatregelen moeten nemen om de kloof te dichten, die trouwens een van de grootste in Europa is. De volgende regeringen zullen daar een hele kluif aan hebben. Als de politici blijven treuzelen, missen we die doelstellingen, en daar zullen de volgende generaties het slachtoffer van worden. Ik vind dat volstrekt onaanvaardbaar.


Vorig schooljaar kwamen jongeren wereldwijd op straat om klimaatmaatregelen te eisen. Maakten hun acties indruk op bewindvoerders?

Bruyninckx: Zonder twijfel. Politici hadden het heel vaak over de protestacties van de jongeren. Niet alleen wanneer ze ergens op een podium stonden, maar ook achter de schermen. Zelfs politici die niet zo erg met het klimaat begaan zijn, begonnen zich door dat protest vragen te stellen over de toekomst van jonge mensen.


Ik kan die actievoerende jongeren heel goed begrijpen. In 1990 werd ik me zelf voor het eerst bewust van de klimaatverandering. Ik volgde toen een opleiding milieubeleid aan de Universiteit Antwerpen. Ik was vooral geïnteresseerd in milieu, en niet zo in klimaat. Tot ik las over het pas opgerichte IPCC en zijn eerste rapporten over het veranderende klimaat onder ogen kreeg. Ik beet me meteen in die materie vast. In 1990 begonnen de onderhandelingen over het VN-Klimaatverdrag. Twee jaar later werd het ondertekend in Rio. In die eerste documenten legde België ambities vast die véél verder gingen dan waar we nu staan. Weet u, af en toe vragen jonge mensen me: 'Wat hebben jullie de voorbije dertig jaar gerealiseerd in die strijd tegen de klimaatverandering?'


Wat antwoordt u dan?

Bruyninckx: Dat er sinds 1990 twee derde méér CO2 wordt uitgestoten. Soms reageren ze dan boos: 'Is dit echt álles wat jullie konden ondernemen?' Twee derde méér uitstoot na dertig jaar internationaal klimaatbeleid is het resultaat van al die klimaattoppen waar duizenden mensen aan meewerkten. Intussen verkondigen verschillende sectoren dat ze steeds meer rekening houden met dat klimaat: 'Onze uitstoot gaat naar beneden!' De werkelijkheid is anders. We moeten ons dus dringend afvragen: hoe buigen we de volgende tien jaar die trend om? Ik blijf het herhalen: er rest ons niet veel tijd meer.



Wat gaat er dan mis bij die landen die ter plaatse blijven trappelen of zelfs achteruitgaan?

Bruyninckx: Heel vaak pakken ze nog steeds niet de oorzaken aan. Ze propageren dan wel bijvoorbeeld het gebruik van zuiniger douchekoppen, maar grijpen niet in de systemen in onze samenleving in, zoals mobiliteit, voedselproductie, de manier waarop we bouwen of onze energie opwekken. Als je niet tot die kern durft door te dringen, blijf je dweilen met de kraan open.


In sommige landen wordt het milieubeleid duidelijk naar de achtergrond geduwd. Neem de kwaliteit van het oppervlaktewater of de uitstoot van nitraat door de landbouw: veel landen halen de normen niet die Europa oplegt. De overheden weten nochtans heel goed welke maatregelen ze moeten nemen. Soms wordt er zelfs getwijfeld aan wetenschappelijke analyses.


Aan welke landen denkt u dan?

Bruyninckx: Aan Hongarije, maar ook aan Bulgarije waar stevig gedebatteerd werd over luchtkwaliteit. De overheden in die landen staan nog altijd sceptisch tegenover de klimaatverandering. De bereidheid ontbreekt er om het beleid op wetenschappelijke kennis te baseren. Aan hun samenleving geven ze het signaal dat de klimaatverandering niet belangrijk is, of hen niet zal raken. Of nog erger: dat ze gebaseerd is op fake news en fake science. Zo ondermijnen ze de jarenlange inspanningen van het Europese milieubeleid.


Maar ook bij ons vinden sommige journalisten en politici nog altijd dat er twee kanten zijn aan de klimaatdiscussie. Zij blijven erop aandringen dat de klimaatsceptici gehoord worden. Vandaag is iedereen het erover eens dat roken niet gezond is. Het wetenschappelijke bewijs is overweldigend. Toch vind je, als je heel goed zoekt, nog wel ergens een arts die beweert dat een sigaret opsteken niet veel kwaad kan. Alleen zal die dokter 's avonds nooit uitgenodigd worden in een debatprogramma op tv. Terecht. Waarom worden klimaatsceptici dan wel nog au sérieux genomen? Want de wetenschappelijke consensus over de klimaatverandering is even groot als die over roken.


De pers heeft een grote verantwoordelijkheid?

Bruyninckx: Natuurlijk. De pers speelt een belangrijke rol in de democratie. Ze bevraagt de politieke wereld en beschrijft maatschappelijke fenomenen. In plaats van mensen uit de marge aan het woord te laten en zo voor controverse te zorgen, kunnen de media beter hun oor bij de wetenschap te luisteren leggen. Klimaatsceptici verdienen het platform dat hun wordt aangeboden niet meer.


Probeert het EMA het nepnieuws over de klimaatverandering op een of andere manier tegen te gaan?

Bruyninckx: Ik geef veel lezingen. Ik spreek me dan altijd heel duidelijk uit tegen fake news. Ik leg ook uit wat de bedoelingen zijn van degenen die dat nepnieuws verspreiden. Nog meer dan vroeger verwijzen we in onze rapporten naar onze wetenschappelijke bronnen. Op basis van die kennis maken we een onderscheid tussen dingen waar we erg zeker over zijn, en dingen waar nog twijfel over bestaat. In de wereld van fake news wordt alles op één hoop gegooid.



Hans Bruyninckx


Sommige politieke partijen wijzen op de hoge kostprijs van de transitie en pleiten voor 'klimaatrealisme'.

Bruyninckx: De kosten komen voor de baten. Nu beweren dat de kosten te hoog zijn voor de transitie die zich de volgende tien jaar moet voltrekken, is onaanvaardbaar. Want economen zijn duidelijk: de kosten zullen nog véél hoger liggen als we niets ondernemen en de klimaatverandering laten ontsporen. En dat is precies wat zich nu afspeelt: een ontsporing. Als we niet oppassen, zal het ons zelfs niet meer lukken ons aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Mijn doctoraat ging precies over hoe grote milieuproblemen, zoals verwoestijning, kunnen leiden tot gewelddadige conflicten en migratie. Toen ik daar in 1990 aan begon, zeiden ze aan de universiteit van Leuven: 'Zou je niet beter iets serieus bestuderen?' Waarop ik op zoek ging naar een universiteit in de VS die dat onderwerp wel zag zitten. Midden jaren negentig werkte ik dat doctoraat af aan de Colorado State University. Vandaag is iedereen het erover eens dat de geopolitieke gevolgen van de klimaatverandering heel ingrijpend kunnen zijn.


Aan welke geopolitieke gevolgen denkt u dan?

Bruyninckx: Op middellange termijn zal de voedselproductie ernstig verstoord raken. Gebieden op aarde die nu al met voedseltekorten kampen, zullen nog hardere klappen incasseren. Die verhoogde stress kan dan uitmonden in meer conflicten en meer migratiestromen. Mensen uit conflictgebieden in Afrika en Azië kennen intussen de weg naar Europa. Het aantal vluchtelingen van de voorbije jaren zal peanuts zijn in vergelijking met wat ons te wachten staat als de klimaatverandering sterk doorzet.


Op langere termijn zullen hele gebieden onbewoonbaar worden. Niet alleen vanwege extreme weerfenomenen, maar ook door de stijgende zeespiegel. In België worden nu voorbereidingen getroffen voor een stijging van 1 meter. Er wordt ook al nagedacht over de bouw van dijken die bestand zijn tegen een stijging van 2 meter. Alleen zijn er in ons klimaatsysteem al kantelpunten bereikt waarvan we niet weten of de gevolgen nog te stoppen zijn. De zeespiegel zou dus wel eens veel hoger kunnen stijgen. Dat zou niet alleen voor de Lage Landen slecht nieuws zijn, maar ook voor onder andere de landen rond de Middellandse Zee, Denemarken, Bangladesh, de Mekongdelta, Mozambique, Angola... Al die plekken worden dan onleefbaar.


Stel dat u het alleen voor het zeggen had. Wat zou uw eerste beslissing zijn?

Bruyninckx: Het verbranden van fossiele brandstoffen is in de huidige omstandigheden niet vol te houden. Daarom zou ik het volgende decennium het gebruik van fossiele brandstoffen helemaal laten uitdoven door de uitstootrechten van die sector snel en drastisch te verminderen. Dat heeft als consequentie dat er intussen keihard gewerkt moet worden aan een nieuw, duurzaam energiesysteem. Dat zal veel investeringen vragen, maar ook veel nieuwe banen opleveren. Het wordt niet eenvoudig, maar we hebben geen andere keuze. 


Hans Bruyninckx

  • 1964: geboren in Schoten
  • Studie politieke wetenschappen (UAntwerpen en KU Leuven), doctoraat aan Colorado State University
  • Doceerde internationale milieupolitiek aan de KU Leuven
  • 2010-2013: directeur van het HIVA, het onderzoeksinstituut voor arbeid en samenleving
  • 2013-vandaag: directeur van het Europees Milieuagentschap (EMA)


Top





Klimaatverandering


Groenland verliest 28 biljoen ton ijs in de voorbije 30 jaar


De Morgen



De opwarming van de Aarde heeft ertoe geleid dat tussen 1994 en 2017

zo'n 28 biljoen (28.000 miljard) ton ijs is gesmolten, stellen Britse onderzoekers,aldus The Guardian.

De ontstelde onderzoekers zijn tot die conclusie gekomen na een analyse van satellietbeelden.


Die beelden laten een aanzienlijke krimp zien van de hoeveelheid ijs op de Noord- en Zuidpool, gletsjers en in hooggebergten. De wetenschappers, verbonden aan universiteiten in Leeds, Londen en Edinburgh, beschrijven de afname van de hoeveelheid ijs op het aardoppervlak als “onthutsend” en waarschuwen dat het zeeniveau eind deze eeuw een meter hoger zal zijn als de poolkappen en de gletsjers in het huidige tempo blijven smelten.


‘EEN MILJOEN MENSEN MOETEN VERHUIZEN’

“Om dat in context te plaatsen, betekent het dat per centimeter zeestijging ongeveer een miljoen mensen die nu in laaggelegen gebieden wonen, moeten verhuizen”, aldus hoogleraar Andy Shepherd. De wetenschappers waarschuwen ook dat door het smelten van de grote hoeveelheden ijs, zonnestralen in mindere mate worden weerkaatst door het aardoppervlak, waardoor de aarde nog sneller zal opwarmen.


Het koude, zoete smeltwater verstoort daarnaast de ecosystemen in de wateren rond de Noord- en Zuidpool. In hooggebergten dreigen drinkwatertekorten te ontstaan als gevolg van het wegsmelten van gletsjers.


“In het verleden hebben we weleens naar afzonderlijke gebieden zoals de Zuidpool en Groenland gekeken. Dit is echter de eerste keer dat iemand heeft gekeken naar de hoeveelheid ijs die van het totale aardoppervlak verdwijnt”, aldus Shepherd. De afname van het ijs op het aardoppervlak komt overeen met het zwartste scenario van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering, voegde hij daaraan toe.



Top





Gebouwen en bruggen die instorten. Onbekende ziekten die vrijkomen. Een gigantische sprong in de opwarming van de aarde. Daarop mogen we ons voorbereiden als de permafrost verder ontdooit. De vooruitzichten zijn niet goed: in Siberië noteerde men afgelopen zaterdag 38° Celsius, en dat na een winter die de warmste was in 130 jaar. Tijd om nog 'ns het woord te geven aan Hanne Hendrickx, fysisch-geografe en permafrostonderzoeker. #klimaatraad









Bart De Wever


Voorzitter N-VA



We kunnen de klimaatverandering aan


Als tiener in de jaren 80 was ik ervan overtuigd dat de zure regen alle bossen van Europa ging doden. Ik herinner me dat ik op een woensdagnamiddag de tram naar de stad nam om te gaan kijken naar de beelden aan de poort van de kathedraal, want ik had gelezen dat de zure regen die onherstelbaar zou verminken en was werkelijk bang dat ik ze nooit meer zou zien.


De bedreiging van de zure regen werd uiteindelijk afgewend; de nieuwe kerncentrales speelden daar toen een rol in. Later leerde ik dat mijn generatie niet de enige was die zich zorgen maakte over het einde van de wereld. Ook lang daarvoor werd al meermaals in bijna apocalyptische bewoordingen het einde van het menselijke bestaan voorspeld, tenzij we drastisch ons leven zouden veranderen.


Al die voorgespiegelde fatale crises werden uiteindelijk opgevangen door het menselijke vernuft. Je zou verwachten dat we na verloop van tijd zouden leren om dergelijke berichten met meer ratio en wat minder emotie te benaderen. Maar dat gebeurt niet. En zo worden we wederom om de oren geslagen met verhalen over hoe de CO2-uitstoot de planeet bedreigt, hoe het eigenlijk al te laat is en dat we reeds verdoemd zijn.

De mens heeft een ontegensprekelijke impact op de natuur. Een eeuw geleden was malaria nog een inheemse ziekte en stierven mensen aan polio of de mazelen. Onze rivieren waren open riolen en de olie koekte aan de Scheldekaaien aan. Vandaag is de Gentse Reep weer open en zwemmen er terug vissen in de Schelde. De Vlaamse luchtkwaliteit wordt jaar na jaar beter. En zelfs de wolf is terug.


MENSELIJKE INNOVATIE

We gaan vooruit en dat hebben we te danken aan de kracht van menselijke innovatie en technologische vooruitgang. We moeten afstappen van de doemscenario’s en denken in termen van winstscenario’s. Die vereisen een eerlijke kosten-batenanalyse van de genomen en te nemen maatregelen. Maar wie dat op tafel legt, wordt afgedaan als iemand die het probleem ontkent. Alleen het formuleren van steeds ambitieuzere klimaatdoelstellingen lijkt nog een aanvaardbaar antwoord.


Doelstellingen die wij niet kunnen halen omdat de technologie nog niet op punt staat om de transitie met behoud van de economische groei en welvaart te realiseren. En dat geeft de doemdenkers vrij spel om volstrekt onrealistische gedragsveranderingen te vragen. Vliegtuigreizen, huisdieren, een haardvuur of zelfs een broodje smos, het lijkt straks alleen nog weggelegd voor wie het kan betalen.


Want de last van die gedragssturende maatregelen komt op de schouders van de burger. En dat zal geen probleem zijn voor wie zich zonnepanelen of een elektrische wagen kan veroorloven. Maar wie zich blauw betaalt aan groene facturen heeft niet de luxe om zich zorgen te maken over het einde van de eeuw. Die maakt zich zorgen over het einde van de maand.


CREATIVITEIT

Dat wij werk moeten maken van de CO2-reductie en de afbouw van onze fossiele brandstofafhankelijkheid staat buiten kijf. En alle aspecten van het beleid komen hierbij in beeld: stadsplanning, bouwvoorschriften, ecofiscaliteit, vergroening van het wagenpark, clean energy, waterhuishouding, CO2-reductie in de industrie, modal shift in de mobiliteit, renovatie…

Maar de echte sleutel daartoe ligt bij de menselijke creativiteit. Bij ons vermogen om ons aan te passen en heruit te vinden. Neem de MYRRHA-reactor, waar we al honderden miljoenen in hebben geïnvesteerd. Daarmee kunnen we de meest veilige en moderne kernenergiereactoren testen, waarbij kernafval zelfs deels gerecycleerd zal kunnen worden. Maar tegen dat het onderzoek afgerond is, zouden wij al lang uit de kernenergie gestapt moeten zijn. Dat is totaal onbegrijpelijk. We moeten net durven te investeren in de toekomst en op zijn minst de jongste kernreactoren durven open te houden.


De beschikbare technologie voor hernieuwbare energie zal niet volstaan om onze huidige behoefte te dekken, laat staan die van een toekomst zonder fossiele brandstoffen. Als het antwoord dan is economische achteruitgang en sociale afbraak door massaal banenverlies, pas ik. Maar het punt is net dat dit helemaal niet hoeft. De ingrijpende energietransitie waar we voor staan, kan juist een economische opportuniteit zijn.


Onze fossiele brandstoffen zijn eindig en maken zowel onze huishoudens, bedrijven als mobiliteit rechtstreeks afhankelijk van niet-westerse landen. De uitstap uit de fossiele energie biedt dus een enorme kans om ons autonomer, sterker en weerbaarder te maken. Een mix tussen hernieuwbare en kernenergie is de beste garantie op betaalbaarheid, zekerheid en duurzaamheid. Ik heb er alle vertrouwen in dat we die uitdaging aan kunnen.


Bart De Wever - De Morgen


Top



Hans Bruyninckx


Directeur Europees Milieuagentschap

‘België heeft een nationaal pact nodig waarin de ernst van de toestand erkend wordt’


Dominique Minten, Korneel Delbeke - De Standaard



Hans Bruyninckx klapt zijn laptop open. ‘Deze slide maakt het allemaal duidelijk’, zegt hij. Hij heeft de klimaatplannen van de leidende landen in Europa vergeleken met die van België.


‘Denemarken (-70 procent), Zweden (-75 procent), Duitsland (-55 procent) en Finland (klimaatneutraal): allemaal hebben ze hun plannen in orde om de CO2-uitstoot tegen 2030 fors te verminderen en om tegen 2050 minstens klimaatneutraal te zijn. Ze hebben ook allemaal een klimaatwet en een raad van experts die objectief opvolgen hoe de doelen worden gehaald. Dat zijn essentiële elementen, België heeft er geen enkel van.’


De directeur van het Europese Milieuagentschap (EMA) was ­deze week in Brussel. Hij sprak op het G-STIC-congres waar out of the box gedacht werd over technologie en duurzaamheid. Hij overlegde ook met Europees commissaris Frans Timmermans. Die is al volop bezig de Europese Green Deal in de steigers te zetten. Dat ambitieuze klimaatplan wordt de eerste prioriteit van de Commissie-Von der Leyen.


‘Wij heten niet toevallig de Lage Landen: ook ons deel van Europa
zal heel ­serieus met klimaatverandering geconfronteerd worden’


De druk vanuit Europa op ons land zal de komende jaren alleen maar toenemen, want België hinkt helemaal achterop. Met de huidige beleidsmaatregelen zal ons land tegen 2030 zijn CO2-uitstoot met 13,3 procent verminderen, ver onder de 35 procent die Europees werd vastgelegd en die door Timmermans nog aan­gescherpt zal worden.


Hoe bezorgd bent u over ons land?

Hans Bruyninckx: ‘In tegenstelling tot de EU als geheel haalt België zelfs zijn doelstellingen voor 2020 niet. Het Europese Milieuagentschap zegt dat al een paar jaar, maar onze analyses werden niet geloofd. ”Beleid zou de kloof dichten”, klonk het. Nu is het duidelijk dat we gelijk hadden. Maar wat echt zorgwekkend wordt, is de kloof tussen het uitgestippelde beleid en de doelen van 2030. Die is voor België veel groter dan voor veel andere EU-landen. Op een van haar eerste werkdagen moest Vlaams minister van Energie ­Zuhal Demir (N-VA) al toegeven dat Vlaanderen die niet gaat ­halen. Elf jaar op voorhand! Dan heb je toch echt een beleids­probleem. Er zijn nog drie legis­laturen te gaan. Daarin moet je toch een inhaalslag kunnen ­maken. Nu al zeggen dat het niet gaat lukken, is onaanvaardbaar, écht onaanvaardbaar.’


Is er dan sprake van onwil?

‘Men lijkt niet te beseffen wat de kosten zijn van non-beleid. Ik hoor pleiten voor realisme omdat we een economie hebben. Maar Nederland heeft ook een economie en toch maakt de regering daar wel ernstig werk van een ­klimaatbeleid. Wij heten samen niet toevallig de Lage Landen: ook ons deel van Europa zal heel ­serieus met klimaatverandering geconfronteerd worden. Dan heb je toch een verantwoordelijkheid? De stijging van de zeespiegel zal echt niet stoppen aan Duinkerke en weer beginnen bij Vlissingen.’


‘Geen enkel land rapporteert zoveel klimaatmaatregelen aan het Milieuagentschap als België,

maar de uitvoering blijft achter’


‘Het ontbreekt België aan consistentie. Je kunt geen belastingsysteem hebben dat links afslaat – het stimuleren van salaris­wagens – en een lokaal investeringsbeleid dat rechts afslaat. Het lijkt wel of bij iedere nieuwe legislatuur het energiebeleid heruit­gevonden moet worden. Maar zo werkt het niet. Beleid moet bovendien uitgevoerd worden. Door een slechte implementatie verlies je je legitimiteit. Dat is ons probleem. Geen enkel land rapporteert ­zoveel klimaatmaatregelen aan het Milieuagentschap als België, maar de uitvoering blijft achter. Ook in een complex land moet je stappen vooruit kunnen zetten.’


Begrijpt u het gebrek aan ambitie?

‘Eerlijk gezegd niet. De kennis over de gevolgen en de kosten worden steeds helderder. Het schort in Vlaanderen niet aan kennis. Instellingen als Vito en de universiteiten behoren tot de ­wereldtop. Ook de overheid heeft sterke mensen, maar hun knowhow stroomt veel te weinig door naar het politieke niveau. Soms lijkt hun kennis zelfs niet gewenst. Hoe anders is dat in ­Nederland, waar de minister slechts een handvol medewerkers heeft. Daar moet de minister ­samenwerken met de topmensen uit de publieke en wetenschappelijke instellingen en met de administratie. Dat geeft een heel andere dynamiek. Kijk maar naar de klimaattafels waarin de overheid, ondersteund door het Planbureau voor het Leefmilieu, samen met de sectoren het klimaatbeleid voor de volgende jaren vorm heeft gegeven. Dat is in alle transparantie gebeurd.’


Moet het energie- en klimaat­beleid niet beter opnieuw gefe­deraliseerd worden?

‘Het is moeilijker om een coherent beleid te voeren met verdeelde bevoegdheden. Klimaatbeleid is daar bij uitstek een exponent van. Het is niet aan mij om te zeggen welke hervormingen er moeten gebeuren, maar ik weet wel dat we nu tijd aan het verliezen zijn en dat de kosten oplopen. ­Eigenlijk heeft België een nationaal pact nodig waarin de ernst van de toestand erkend wordt. Vergelijk het met het sociaal pact na de Tweede Wereldoorlog.’


Wallonië en Brussel lijken daarvan overtuigd.

‘Daar gaat de toon van het ­debat inderdaad in die richting. Maar het is wachten of het tot ­effectief beleid leidt, want het wordt voor hen niet per se gemakkelijker. Landbouw is in Wallonië erg belangrijk, maar dat is net een van de moeilijkste sectoren om in lijn te brengen met het klimaat­akkoord. Toch is dat absoluut noodzakelijk Ook de mobiliteit duurzaam organiseren is in ­Wallonië moeilijker dan in Vlaanderen.’


België moet tegen eind dit jaar zijn klimaatplan opnieuw indienen bij Europa. Wat moet daar concreet instaan?

‘We weten waar de pijnpunten liggen en de oplossingen zijn ­bekend. Er zit daar weinig rocketscience in. Een aantal ernstig ­berekende scenario’s, onder andere door Vito, ligt klaar. Het probleem ligt bij het opnemen van het beleid waar we al twintig jaar over praten, maar waar we veel te weinig op inzetten. Veel hef­bomen liggen in Vlaanderen, maar ook bij de federale regering ligt een belangrijke sleutel, want de fiscaliteit stuurt ons in de verkeerde richting.’


Nog altijd woedt de discussie of we in 2025 alle kerncentrales moeten sluiten. Is die volledige sluiting wel een goed idee?

‘De wet op de kernuitstap ­dateert van 2003. Er is nooit een visionair coherent en consistent beleid gevoerd om die sluiting op te vangen. Eigenlijk is het nu al vijf over twaalf om dat soort ­beleid te gaan voeren. Maar nu plots beslissen om toch twee kerncentrales open te houden, heeft ­alleen zin als het om een korte overgangsperiode gaat, gekoppeld aan een duidelijk en bindend energieplan. Anders gaat België opnieuw uitstellen. Sowieso ­weten we al dat een uitstap duur zal zijn en blijft het onduidelijk wie de verantwoordelijkheid en de kosten zal dragen.’


Kun je toch niet beter twee kerncentrales openhouden in plaats van vier nieuwe gascentrales te bouwen?

‘Het signaal van de Europese Investeringsbank is belangrijk: ze zal niet meer investeren in fossiele energie. Ook niet in nieuwe gascentrales. Dat is lock-in-techno­logie. Als je ze vandaag bouwt of sterk renoveert, zit je er dertig tot veertig jaar aan vast en dat is niet compatibel met de klimaatdoelstellingen.’


Als we blijven talmen, zal de druk van Europa toch groter worden?

‘Natuurlijk. Als afgesproken beleid manifest niet uitgevoerd wordt, komen er boetes. In tegenstelling tot die van de VN zijn de Europese regels bindend. Ik heb geen idee hoeveel dat kan kosten. Dat is een bevoegdheid van de ­Europese Commissie, maar het is echt weggegooid geld.’


Politici schermen met een gebrek aan draagvlak.

‘Een draagvlak ontstaat niet vanzelf. Een overheid speelt daarbij een belangrijke rol. Zij helpt een visie te creëren, of juist niet. Als je als politicus de bezorgdheid van jongeren – die geuit wordt op een manier die niet in het politieke plaatje past – belachelijk maakt, dan draag je zeker niet bij tot het creëren van een draagvlak. Dat ben je aan het polariseren.’


Polariseren Anuna De Wever en Greta Thunberg ook niet?

‘Dat zijn jonge mensen die hun bezorgdheid uiten. In essentie stellen zij ernstige vragen. Als ze merken dat er dertig jaar geleden al werd gepraat over het klimaat en dat de wereld ondertussen 65 procent meer broeikasgassen uitstoot – Europa is gelukkig de uitzondering – dan mag je toch niet schrikken dat zij vragen stellen?’


‘Ik heb meegewerkt aan een jeugdboek over het klimaat. Op de boekenbeurs vroeg een jongetje van tien mij of hij nog een goed leven zal hebben als hij 55 is. Die vragen leven echt bij kinderen. Zij groeien op in een context waarin ze voortdurend informatie krijgen over de toestand van de planeet en die is gewoon niet goed. De boodschappen zijn duidelijk.’


Wat heeft u hem geantwoord?

‘Ik heb hem gezegd dat hij een goed leven kan leiden als de mensen die het voor het zeggen hebben de juiste beslissingen nemen. Maar de tijd begint wel heel erg te dringen. De gevolgen zijn er nu al en de mogelijkheden om er iets aan te doen verkleinen. Maar ik vind het niet fair om tegen de zestienjarige Greta te zeggen: kom maar met oplossingen. Gaan we dan straks ook twaalfjarigen om oplossingen vragen? Dat is toch geen geloofwaardig antwoord?’


Is de apocalyptische boodschap van Extinction Rebellion niet ook gevaarlijk?

‘Je moet altijd komen met een boodschap die de ernst van de boodschap koppelt aan de geloofwaardige paden die we nog hebben om het tij te keren. Maar de boodschap is anders dan tien jaar geleden. Er zijn minder paden, het zal sneller en op grotere schaal moeten gebeuren. Niet alleen de oplossingen, maar ook het versneld afstappen van wat we niet meer kunnen doen. We moeten versneld afstappen van fossiele energie. Zo kun je ook ruimte ­creëren voor oplossingen.’


Globaal blijft de CO2-uitstoot stijgen. Waarom zou een klein land als België zijn stinkende best doen?

‘Dat is intellectuele onzin. Dan kan bijna elk land zoiets zeggen. Europa heeft er echt alle belang bij dat andere landen meegaan in de ambitie om het akkoord van Parijs te honoreren. Maar om ­iedereen mee te krijgen, moeten we zelf ambitie tonen, en alle lidstaten moeten daaraan meewerken.’

 

De nieuwe Europese Commissie wil met de Green Deal 55 procent minder CO2-uitstoot tegen 2030. Gelooft u dat het kan?

‘We komen van een Commissie (onder Jean-Claude Juncker, red.) die tien prioriteiten had, milieu was daar niet bij. Nu zijn er zes prioriteiten en dé hoofdprioriteit wordt de transitie naar een koolstofarme en circulaire economie. Dat is bijna een paradigma­verschuiving. Kijk, elk politiek programma belooft jobs en groei. Nu zegt men dat samenleving en economie de hoofdprioriteiten blijven, maar we moeten die organiseren met compleet nieuwe randvoorwaarden.’


‘Het is de sterke ambitie van Europa om voorop te lopen en ­samen met de lidstaten de economie van de 21ste eeuw vorm te ­geven. Het beleid zal ook meer ­geïntegreerd moeten worden. ­Europa kan ook terugvallen op vier decennia beleidsontwikkeling. We staan verder dan de rest van de wereld.’


Het verzet in de lidstaten zal toch groeien?

‘Dat wordt dé politieke uit­daging. Maar de Commissie staat niet alleen, ook het Europees ­Parlement steunt de ambitie. De commissie Milieu zit vol zwaar­gewichten. Maar niet alleen in ambities maakt Europa een kwantumsprong, het zal ook fors meer middelen vrijmaken. En dat geld moet natuurlijk in de eerste plaats vloeien naar de regio’s waar de transitie het moeilijkst wordt. En nee, dat is niet Vlaanderen. De ­noden in het oosten van Europa zijn veel groter.’


Gelooft u dat het nog kan lukken?

‘De komende tien jaar zijn make or break. Als we geen serieuze omwentelingen zien, staan we er echt niet goed voor.’


Top



Paul De Grauwe


Professor aan de London School of Economics. 

‘Klimaatontkenners in de Vlaamse regering’



Wat hebben Donald Trump en de Vlaamse regering gemeen? Ze zijn beide klimaatontkenners. Dat kan toch niet, zul je zeggen. Inderdaad, er is een verschil. Trump bazuint het van de Twitter-daken dat hij niet gelooft in de klimaatopwarming. De Vlaamse regering wil salonfähig blijven en komt er niet openlijk voor uit dat ze de klimaatopwarming niet ernstig neemt. Het is evenwel in de feiten dat blijkt dat die regering bestaat uit lieden die de klimaatopwarming ofwel ontkennen ofwel van ondergeschikt belang beschouwen.

De Vlaamse regering heeft een CO2-taks uitgesloten. Zo'n taks is nochtans het meest performante instrument om de uitstoot van CO2 te verminderen. De kilometerheffing is ook afgevoerd. In Europese onderhandelingen duwen onze Vlaamse politici systematisch op de rem. Ze doen niet mee met de ambitieuze plannen van vooral noordelijke EU-landen en sluiten zich aan bij EU-landen die nog vastzitten in verouderde industriële structuren en daarom bevreesd zijn de stap te zetten naar nieuwe milieuvriendelijke manieren om te produceren. Wie wou Vlaanderen positioneren bij de groep van noordelijke EU-landen?

Het antiklimaatbeleid van de Vlaamse regering heeft een naam gekregen: 'ecorealisme'. Zoals in Orwells boek 1984 waar het Ministerie van Oorlog omgedoopt wordt in Ministerie van de Vrede. Het ecorealisme van de Vlaamse regering heeft als ware naam 'ecofantasieën'. De fantasieën zijn dat technologische vooruitgang vanzelf het klimaatprobleem zal oplossen.

Er kan geen twijfel zijn dat de oplossing van het klimaatprobleem niet zal kunnen gevonden worden zonder nieuwe technologieën. Deze laatste komen echter niet vanzelf tot stand. Ze moeten gestuurd worden. Ik geef graag het voorbeeld van de luchtvaartindustrie. Vandaag stoten vliegtuigen CO2 haast gratis uit in de vuilnisbak die de atmosfeer is. Zolang dat het geval is zullen vliegtuigconstructeurs geen incentives hebben om vliegtuigen te ontwerpen die minder CO2 uitstoten. De uitstoot gebeurt toch gratis. Alleen als CO2-uitstoot een kostencomponent is zullen ze zoeken naar nieuwe technologieën die de CO2-uitstoot aan banden legt. En dat gebeurt alleen als de overheid een CO2-taks oplegt. Die redenering geldt niet alleen voor de vliegtuigindustrie maar voor elke productie die CO2 uitstoot.

Maar zo een CO2-taks is uit de boze voor de Vlaamse regering. Achter het 'ecorealisme' zit niet alleen klimaatontkenning maar ook een ideologie verborgen die overheidsactie schuwt. De vrije markt zal het wel vanzelf oplossen.

Ik ben ook een voorstander van de vrije markt, maar vrijheid botst op limieten als mensen beslissingen nemen die kosten doen ontstaan die door anderen moeten gedragen worden. Dat is het geval met uitstoot van CO2 en van schadelijke stoffen in het algemeen.

Het wordt tijd dat we ons ontdoen van steriele ideologische discussies. Markt en overheid zijn beide nodig om het klimaatprobleem aan te pakken. De uitdaging bestaat erin de juiste mix te vinden. Een CO2-taks doet dat. Ze zorgt ervoor dat bedrijven rekening houden met de juiste kostprijs van wat ze produceren en hen voorts vrij laat om naar die technologieën op zoek te gaan die de uitstoot van CO2 tot een minimum herleiden. Met een CO2-taks vertrouwt de overheid er op dat de bedrijven die zoektocht naar betere technologieën met meer expertise tot een goed einde zullen brengen dan de overheid zelf. We krijgen een juiste mix van markt en overheid.

Ik hoor het argument dat we te klein zijn om een verschil te kunnen maken. Een non-klimaatbeleid in Vlaanderen zal voor de wereld geen verschil maken. Juist. Maar het zal wel voor Vlaanderen een verschil maken. Een klimaatbeleid die naam waardig zal aan Vlaamse bedrijven de kans geven om volop te gaan voor alternatieve productiemethoden en technologieën. Dat zijn de technologieën van de toekomst en van toekomstige welvaart.

Ook in andere domeinen heeft de Vlaamse regering meer oog voor het verleden dan voor de toekomst. Ze is bekommerd om de Vlaamse identiteit. Die moeten we onze kinderen bijbrengen door hen verhalen uit het verleden op te lepelen. De Vlaamse regering hoopt misschien dat die kinderen dan minder bekommerd zullen zijn om hun toekomst, afgeleid als ze zijn door de sprookjes van toen. Dat is, vrees ik, een verkeerde gok.


Top



Pieter Leroy


Hoogleraar milieukunde 

‘Vlaanderen is de facto uit het klimaatakkoord van Parijs gestapt’


Dominique Minten - De Standaard


 

PIETER LEROY WEEGT VEERTIG JAAR KLIMAATBELEID


De klimaatambitie van het Vlaams regeerakkoord is zo ‘ongelooflijk defensief’ dat het niet standhoudt voor een rechtbank,

zegt hoogleraar milieukunde Pieter Leroy.

Maar ook radicale actiegroepen moeten minder polariseren en meer verbinden.

‘Anders worden ze snel irrelevant.’


De tractors den­deren deze week over de Nederlandse snelwegen. De boeren zijn bang. Door een arrest van de Raad van State voelen ze zich ­bedreigd in hun voortbestaan. Maar ze zijn ook boos op de elite uit de randstad die in hun ogen geobsedeerd is door het klimaatprobleem en hen tot boeman maakt. Laat de zeespiegel maar stijgen, zeggen sommigen. Dan zijn we meteen van die randstad verlost. In Londen en Brussel ­eisten de activisten van Extinction Rebellion dan weer radicalere oplossingen.


In een glazen kantoor aan de Radboud Universiteit in Nijmegen is Pieter Leroy niet verbaasd over de woede langs beide kanten. Hij ziet er alweer een bewijs in van zijn stelling dat de strijd tegen de klimaatverandering een bijna ­onmogelijke opdracht is. Hoe ­ambitieus de plannen van de politiek ook zijn, ze botsen telkens op een weerbarstige realiteit. ‘Als we de transitie naar een koolstof­arme maatschappij echt willen maken, zullen de beleidsmakers ze toch beter moeten voorbereiden en uitleggen.’


Leroy is ervaringsdeskundige. Bijna veertig jaar lang doceerde de minzame Vlaming in Nederland milieubeleid en gaf hij ­beleidsmakers advies. In Vlaan­deren probeerde hij dat te doen als voorzitter van de stuurgroep van Milieurapport Vlaanderen. De jaarlijkse Mira-rapporten ­wekten vaak wrevel op. Ze hielden de beleidsmakers een ongemakkelijke spiegel voor.


‘Nog altijd zeggen politici in koor
dat de burger de energietransitie niet in zijn
portemonnee zal voelen.

Dat is onzin’


Beterschap is niet in zicht. Het Vlaamse regeerakkoord stemt hem somber. ‘Na lezing is één zaak ­helder: het klimaatbeleid wordt de volgende vijf jaar nog minder een prioriteit. Jambon bouwt voort op wat er lag, maar de am­bities worden verder terug­geschroefd. De regering belooft dat ze het klimaatakkoord van ­Parijs zal respecteren, maar inhoudelijk wijst niets daarop. De facto stapt Vlaanderen eruit. Ik ben benieuwd of dit akkoord standhoudt voor een rechtbank.’


Is dat een suggestie voor de ­milieubeweging?

‘Het is niet aan mij om hun strategie te bepalen, maar ik zou dat wel doen. Je moet op alle waters vissen. In Nederland zijn alle juridische stappen van Urgenda (door hun rechtszaak wordt de regering verplicht de uitstoot van broeikasgassen sneller af te bouwen, red.) succesvol ­geweest. Daar is onlangs de stikstof-uitspraak van de Raad van State bij gekomen, waardoor een lakse regeling voor uitstoot van stikstof onwettig is geworden. De overheid moet nu ingrijpen. De regeling in Vlaanderen is net zo laks. Een rechtszaak moet ook in Vlaanderen gewonnen kunnen worden, want de Nederlandse Raad van State heeft zich voor zijn uitspraak gebaseerd op rechtspraak van Europees Hof van ­Justitie. Die geldt ook in ­België.’


Wat stoort u nog aan het Vlaamse regeerakkoord?

‘Het is ongelooflijk defensief. De belangrijkste boodschap is dat de burger de energietransitie niet zal voelen in zijn portemonnee. De energiefactuur mag niet ­omhoog, autorijden mag niet duurder worden, de waterprijs mag niet stijgen ... Dat getuigt van een gebrek aan moed. We zullen een prijs moeten betalen om het klimaatprobleem op te lossen. Veel energiedragers en klimaatonvriendelijk gedrag moeten een pak duurder worden.’


‘We maken ons bijzonder druk over het faillissement van Thomas Cook,

terwijl dat hét type business­model is dat niet langer houdbaar is’


Maar dat kun je politiek nauwelijks verkopen. Dan krijg je gele hesjes.

‘Zeker als je het doet op de ­manier van de Franse president Macron. Zonder het goed te verantwoorden, verhoogde hij de brandstofprijzen met 30 procent. Als je maar 1.800 euro per maand verdient en daarvan 300 euro naar brandstof gaat, kom je in ­opstand. Dat is normaal. En ik ­begrijp de angst van politici om een moeilijke boodschap te brengen. Maar mensen hebben wel recht op de waarheid.’


En die waarheid is …

‘Dat er een groot probleem op ons afkomt. Onze samenleving moet fundamenteel anders georganiseerd worden. Wie dat niet duidelijk zegt, doet ook aan ­klimaatnegationisme. Over de pensioenen en over migratie kunnen de alarmbellen niet luid ­genoeg klinken. Maar het klimaat wordt waarschijnlijk een nog ­groter probleem waartegen we ons moeten wapenen en waarvoor we een prijs moeten betalen.’


Hoe kwalijk is die vorm van nega­tionisme?

‘Ik heb mijn hele leven sociale processen bestudeerd. Ik weet dat maatschappelijke veranderingen niet op een maandagnamiddag worden geregeld. Meestal duurt dat minstens dertig jaar. Dat zeg ik altijd heel duidelijk tegen mijn collega’s klimaatwetenschappers. Die zeggen me dan “Pieter, die tijd is er niet meer”. Maar je kunt mensen niet met het pistool tegen het hoofd verplichten hun gedrag aan te passen. En dus is de conclusie dat we op dit moment erg veel tijd aan het verliezen zijn. Gevolg: de maatregelen die genomen moeten worden, zullen alleen maar pijnlijker én duurder worden. Dat is jaren geleden al uitvoerig berekend door eminente economen.’


‘Jan Jambon verwijst graag naar de Scandinavische landen.

Dat is licht hilarisch, want die landen koppelen al meer dan dertig jaar milieu aan economie en technologie’


Wat had u in het regeerakkoord willen lezen?

‘In elk geval een politiek eerlijke diagnose. Vóór een dokter een therapie voorstelt, stelt hij toch ook een diagnose? En als die ­ernstig is, moet hij dat de patiënt vertellen. De diagnose van het ­klimaatprobleem is dat we een economie hebben die niet vol te houden is. Onze mobiliteit moet veranderen, onze landbouw moet veranderen. Ik lees kleine verwijzingen naar het probleem, maar een visie op lange termijn en een strategie zijn compleet afwezig.’


Er klinkt wel een groot geloof in de reddende kracht van technologie.

‘Technologie zal ons helpen, ­zeker, maar er is ook veel gedragsverandering nodig én politieke wil. En die zie ik niet. Jan Jambon verwijst graag naar Scandinavië als lichtend voorbeeld. Dat is licht hilarisch. De Scandinavische landen hebben – samen met Duitsland – al meer dan dertig jaar een traditie om milieu te koppelen aan economie en technologie. Het is niet toevallig dat alle wind­technologie Duits of Deens is. Vlaanderen hinkt altijd achterop. Soms vraag ik me af waar het idee van Flanders Technology gebleven is. Ik zie veel te weinig ambitie om samen met buitenlandse partners nieuwe technologieën te ­ontwikkelen. In Duitsland zitten grote bedrijven op de milieutrein.’


Ook hun autobouwers?

‘Die hebben ons natuurlijk ­ongelooflijk bedrogen, maar ik denk dat ze geleerd hebben uit hun fouten. De nieuwe golf elektrische wagens komt vooral uit Duitsland. Je voelt in ieder geval dat de koppeling van milieu aan economie er veel natuurlijker is. Dat vormt toch de motor van het beleid. Ook Angela Merkel laat er zich door leiden.’


Maar is haar beleid wel zo groen? Omdat ze in allerijl uit de kernenergie gestapt is, werd de economie nog afhankelijker van vervuilende bruinkool.

‘De energiemix in Duitsland was heel speciaal. Het land draaide lang op twee bronnen: bruinkool en kernenergie. Merkel wilde van beide af. Van bruinkool omdat die zo slecht is voor het klimaat, van kernenergie omdat de groene beweging ervan af wilde. Nu mag je niet onderschatten hoe machtig die groene beweging in Duitsland is. In geen enkel ander land in ­Europa heeft de groene partij ­zoveel invloed, zelfs al zit ze niet in een regering.’


‘Had Merkel de kerncentrales langer moeten openhouden? De nadelen van kernenergie blijven bijzonder groot. Nergens in de ­wereld is er al een definitieve ­oplossing voor de berging van ­nucleair afval. Je kunt wel beloven dat die er over tien jaar zal zijn, maar ik blijf sceptisch. We overschatten onze technologische ­capaciteiten. Bovendien maakt ook de nieuwe generatie kern­centrales haar beloftes niet waar. De technologie is gewoon te duur geworden.’


Onze nieuwe federale regering moet dus niet terugkomen op de kernuitstap.

‘Ik denk niet dat we een winter tegemoet gaan waarin het licht zal uitvallen als we de kerncentrales sluiten, maar we moeten dan wel ernstig investeren in alterna­tieven.


En dus ook in moderne gas­centrales die ook COuitstoten?

‘Waarom niet? Er is niet één magische oplossing. Het gaat om een patchwork van oplossingen en die kan er in elk land anders uitzien.’


Terwijl Vlaanderen stilstaat, lijkt Nederland wel een versnelling ­hoger te schakelen, inclusief een klimaatwet en een halvering van de uitstoot tegen 2030.

‘De stilstand heeft in Nederland ook lang geduurd. Ik herinner me de periode toen Geert ­Wilders de eerste regering-Rutte gedoogsteun gaf. Het woord ­klimaat was toen absoluut taboe. Ook de VVD van Mark Rutte was de partij van de autorijders. Er moesten vooral meer snelwegen aangelegd worden. Maar Urgenda en de aardbevingen in Groningen hebben Den Haag wakker­geschud. De woede was zo groot geworden, dat de regering niet ­anders meer kon dan de gaskraan dicht te draaien. En naar goede Nederlandse gewoonte probeert de regering van de nood een deugd te maken en hoopt ze op termijn geld te kunnen verdienen aan de technologische transitie.’


Maar kunnen alle plannen uit­gevoerd worden? De boeren geven al een voorzet.

‘Het vraagstuk van de rechtvaardige verdeling tussen ­groepen zal hoog opspelen. Iedereen moet van het gas, maar niet iedereen heeft het geld om zonnepanelen te leggen of een warmtepomp te installeren Dat zijn snel investeringen van 20.000 euro. Mensen zullen in de problemen komen. Dat blijft het grote ­probleem van deze generatie politici. Nog altijd blijven ze in koor zeggen dat de burger de energietransitie niet in zijn portemonnee zal voelen. Onzin.’


De nieuwe Europese Commissie zet hoog in op klimaatbeleid. Frans Timmermans wordt supercommissaris, Diederik Samsom zijn rechterhand. Zij zullen dus ook snel botsen op de limieten van het haalbare.

‘Het is in elk geval ironisch dat met Samsom een oud campagneleider van Greenpeace het Europese klimaatbeleid mag vorm­geven. Tegelijk denk ik: als ­iemand het moet kunnen, zijn die twee het. Timmermans is letterlijk en figuurlijk een zwaar­gewicht geworden in Europa en Samsom kent als ingenieur kernenergie de materie door en door. Zijn passage als leider van de PvdA heeft hem tonnen politieke ervaring opgeleverd.’


De Nederlandse kiezer heeft hem ook genadeloos afgestraft.

‘Natuurlijk zullen ze af en toe met hun kop tegen de muur lopen. Maar gelukkig hebben we Europa nog. Op milieugebied bakken de afzonderlijke lidstaten er nog ­altijd weinig van. Vooral onder druk van Europa worden stappen gezet.’


Optimistisch klink het allemaal niet.

‘We zullen het klimaatvraagstuk de komende tien jaar inderdaad niet oplossen. En dat lokt ­natuurlijk almaar meer verzet uit: van Extinction Rebellion tot Greta Thunberg. Jonge mensen worden ongeduldig. Ze nemen de wetenschap serieus en ze willen actie.’


Hun boodschap is radicaal. Is dat de beste manier van verzet?

(zucht) ‘Het klimaat is een ­bijzonder lastig probleem. We ­beginnen de gevolgen langzaam te voelen, maar toch is het nog ­altijd een abstract probleem én een issue van een intellectuele ­elite. Zij weet wat er echt aan de hand is, maar ze slaagt er slecht in om dat duidelijk te communi­ceren. Ze doet zelfs wat neer­buigend tegenover wie het probleem niet zo urgent vindt. Dat odium hangt over ons. Ons, zeg ik, want ik ben er ondanks alle ­onderwijsinspanningen mee verantwoordelijk voor.’


‘Helpt een radicaal discours? Natuurlijk mag je af en toe hard uit de hoek komen, maar ik ­betwijfel of het helpt. Een groep als Extinction Rebellion mist de aansluiting met het brede maatschappelijke middenveld. Dat was met Occupy Wall Street ook het geval. Ik vrees dat de radicale ­klimaatgroepen dezelfde weg ­opgaan en snel weer irrelevant worden. Ik stoor me ook aan hun oogkleppen. Voor hen is er maar één probleem: het klimaat. Maar we moeten tegelijk democratisch zijn, we moeten onze economie aan de praat houden, mensen moeten gelukkig blijven ... Ik denk dat ze beter moeten doseren in ­polariseren en verbinden. Maar hetzelfde geldt natuurlijk voor de politici: zij moeten het klimaatprobleem echt ernstig aanpakken.’


Proberen de milieubewegingen het probleem niet dichter bij de mensen te brengen?

‘Zeker, maar er is nog een ­probleem: het klimaat wordt op een vreemde manier ook gezien als onderdeel van de globalisering waar de “gewone” mensen bang voor zijn. Dat geeft rechtse en ­extreemrechtse partijen de kans het klimaat weg te zetten als een probleem van mensen die hen ­bedreigen. En dan krijg je Macron die het beeld versterkt dat het ­klimaat slechts een voorwendsel is om de kleine man te treffen.


Als we met z’n allen ons consumptiegedrag aanpassen, dan is de strijd toch snel gewonnen?

‘Cijfermatig klopt dat, maar we doen het niet uit onszelf. Niet ­omdat we slechte mensen zijn, maar omdat het ons te gemakkelijk gemaakt wordt. Over twee ­weken moet ik naar Bordeaux. Een vliegtuigticket kost mij 120 euro heen en terug, de trein 400 euro. Wat moet ik doen?’


‘Onze economische modellen moeten echt veranderen. We ­maken ons nu weer druk over het faillissement van Thomas Cook, terwijl dat hét type business­model is dat niet langer houdbaar is. Dat van Ryanair is vreselijk voor mens en milieu, idem voor de intensieve landbouw. Maar er ­verdienen nog altijd veel mensen heel veel geld mee. Dat soort ­modellen veranderen kost minstens twintig tot dertig jaar. ­Eigenlijk hadden we de transitie jaren geleden al moeten inzetten.’


Conclusie: we leggen ons maar ­beter neer bij een wereld die ­minstens drie graden warmer wordt.

‘Kijk, de afloop is onzeker en ik weiger te geloven dat volgende week de apocalyps begint. Maar we gaan zeker naar een enorme verschraling van de biodiversiteit, we gaan naar een temperatuurstijging van 2 tot 2,5 graden en misschien 3. Dat heeft voor ­sommige delen van de wereld zonder meer desastreuze gevolgen. Komt Afrika in Europa wonen? Ik durf het niet te voorspellen, maar dat onze wereld er over honderd jaar totaal anders zal uitzien, dat is zeker.’


‘En natuurlijk kunnen we ons nog een beetje aanpassen. Maar kijk naar de Europese Unie. Dat is een bijproduct van de Tweede ­Wereldoorlog. We zijn nu 75 jaar verder en nog altijd is die unie op zoek naar zichzelf. Ze wordt net zoveel afgebroken als ze wordt ­opgebouwd. Dat geeft een idee van hoelang maatschappelijke processen duren. En vergeet niet, het klimaatprobleem is vele ­malen ingewikkelder dan de EU.’


Top


Welke erfenis willen onze politici nalaten? 


De klimaatverandering slaat nu al hard toe, vooral in ontwikkelingslanden. 
Dat is geen doemdenkerij, maar de realiteit.


Met deze kortfilm roepen we onze politici op om moed te tonen. Om niet terug te plooien binnen de eigen grenzen, maar voluit te kiezen voor internationale samenwerking en solidariteit. En om op lange termijn te durven denken. Dat is niet alleen nodig voor ons klimaat, maar ook voor armoede, ongelijkheid, migratie en mensenrechten.


Het resultaat van zo’n beleid is dat iedereen erop vooruit gaat. 
De keuzes van vandaag bepalen de wereld van morgen.


www.eenverkeerdetoekomst.be


Top



David Wallace-Wells


Amerikaanse bestsellerauteur David Wallace-Wells over opwarming aarde.

“Het is nog erger dan we denken”


Barbara Debusschere - De Morgen



In zijn klimaatboek De onbewoonbare aarde doet David Wallace-Wells

wat volgens sommigen niet mag in het klimaatdebat:

hij jaagt ons de daver op het lijf én hij beschuldigt.

“Toch is dit de wetenschap. Maar gelukkig klopt het niet dat paniek verlamt.

Het is vaak pas dan dat de mens in actie schiet.”


De Kardashians die geëvacueerd worden bij extreme bosbranden. Luxestad Santa Barbara die ontruimd wordt vanwege enorme modderstromen. Bosbranden in noordpoolgebied. Kaapstad dat op het nippertje ontsnapt aan ‘Day Zero’, de dag waarop er ook in de chicste flat geen water meer uit de kraan komt. Een antilopensoort die plots doodvalt omdat een bacterie door extreme hitte op tilt slaat. Temperaturen tot 78 graden. Florida dat een miljard dollar moet uitgeven tegen het wassende water. Verstikkende smog die dubbel zoveel schadelijke stoffen bevat als de allerhoogste waarde op onze gezondheidsschalen.


Het lijken ingrediënten voor een schreeuwerige rampenfilm. Maar het zijn allemaal dingen die zeer recentelijk zijn gebeurd.


Want “het is erger dan je denkt, veel erger”, zo luidt de eerste zin van David Wallace-Wells’ bestseller. “Je denkt misschien dat de klimaatverandering traag gaat”, vervolgt hij. “Dat ze ver weg is. Dat rijkdom bescherming biedt. Dat er ergens in de geschiedenis van de mensheid een parallel te vinden is qua omvang of reikwijdte van deze bedreiging, die ons het vertrouwen kan geven dat we haar het hoofd kunnen bieden. Dat is allemaal niet waar.”


Vervolgens legt Wallace-Wells, adjunct-hoofdredacteur van New York Magazine, in twaalf hoofdstukken uit hoe de wereld eruitziet bij twee tot vier graden opwarming, het pad dat we zijn ingeslagen. Alleen al de titels, zoals ‘Hittesterfte’, ‘Honger’, ‘Verdrinking’ en ‘Economische ineenstorting’, jagen de lezer de stuipen op het lijf. Ergens in het midden, wanneer de auteur ingaat op de politieke, sociale en psychologische implicaties, schrijft hij: “Wie tot hier doorlas, is moedig.”


Nochtans vertoont Wallace-Welss geen tekenen van neerslachtigheid en hij komt al helemaal niet over als een prekerige doemdenker. Tijdens een blitzbezoek aan Amsterdam vertelt hij vertederd over zijn dochter van anderhalf. Hij doorspekt zijn zinnen met grapjes, veel kennis en nuance. En net zoals in het boek heeft hij het over zijn eigen inconsequenties.


‘Bij twee graden opwarming zou de helft van de wereldbevolking

minstens twintig dodelijke hittedagen per jaar meemaken’


Waarom een alarmistisch boek?

“De realiteit is alarmerend. Ik doe niets anders dan beschrijven wat de allerbeste wetenschappers die de allerbeste inschattingen maken over de opwarming concluderen. Ik kijk naar de voorspellingen tussen het beste scenario, namelijk twee graden opwarming, en vier graden. Momenteel stevenen we af op minstens drie graden."


“En wat de wetenschap daarover zegt, is angstaanjagend. Voor iedere halve graad opwarming stijgt de kans op gewapend conflict met tien tot twintig procent. Opwarming met 3,7 graden betekent 550 biljoen dollar aan schade of twee keer de huidige rijkdom. Bij twee graden opwarming zou de helft van de wereldbevolking minstens twintig dodelijke hittedagen per jaar meemaken."


“Wetenschappers waarschuwen dat als we op de oude voet doorgaan niet één ecosysteem veilig is, en dat er een alomtegenwoordige omwenteling aankomt waarbij er in slechts één tot twee eeuwen meer zal veranderen dan gedurende de heftigste tijden van transformatie op aarde, die zich uitstrekten over tienduizenden jaren. Als de feiten alarmerend zijn, dan moeten wij gealarmeerd zijn. Maar als ik rond me kijk, zie ik vooral onverschilligheid.”


‘Ik vind het verwaand om te beweren dat je het enkel

in hoopvolle termen over klimaat mag hebben’


Psychologen stellen dat paniek mensen verlamt.

“Dat klopt niet. Ik was voordien niet bezorgd en nu wel en dat is dankzij angst. Dit boek is de uitgewerkte versie van een artikel dat ik in 2017 op de site van New York Magazine publiceerde. Het was een tijd het meest gelezen artikel ooit. Aanvankelijk was er die kritiek dat het mensen zou verlammen. Daarop deed Nature een analyse van het onderzoek daarover. Die toonde dat het niet klopt dat enkel hoop en optimisme werken en dat angst per se blokkeert. Verschillende mensen worden op verschillende manieren geraakt. Ik vind het verwaand om te beweren dat je het enkel in hoopvolle termen over klimaat mag hebben. Er zouden geen regels mogen zijn, behalve de feiten respecteren. En wie een alarmerende toon verbiedt, doet de feiten geweld aan."


“De geschiedenis leert trouwens dat succesvolle mobilisatie meestal uit angst voortvloeit, niet uit optimisme, zoals de campagnes tegen tabak of dronken rijden. De motivatie is schrik. De VN stellen dat de klimaatcrisis een mobilisatie vereist zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die kwam er niet uit optimisme maar uit angst voor een existentiële dreiging. De opwarming is een nog veel grotere.”


U werkte met wetenschappers, maar hoe reageren ze? Vinden ze niet dat u er de ergste bevindingen uithaalt?

“Het is gewoon niet zo dat er veel geruststellend onderzoek is en ik moedwillig enkel de verontrustende kersen uitgeplukt heb. Na zes weken verkoop in de VS en Groot-Brittannië is er dan ook geen enkele kritiek. Iedere klimatoloog zal je vandaag zeggen dat wat er binnen dat bereik van twee à vier graden opwarming gebeurt schrikwekkend is. Zeker, voorspellingen zijn voorspellingen. Er zullen later wel fouten blijken in te staan, maar dat zal dan gaan over vijf of zeven en geen zes klimaatrampen tegelijk op bepaalde plekken tegen eind deze eeuw. Het brede plaatje zal binnen vijftig jaar zeker overeind staan.”


“Toen ik aan dit boek begon, waren wetenschappers nog bang om te worden weggezet als alarmist. Dat is erg veranderd sinds het laatste VN-klimaatrapport, dat voor het eerst een dramatische toon had. De wetenschap was niet nieuw, de retoriek wel. Veel wetenschappers hebben dat terecht gezien als een invitatie om de wolligheid voortaan weg te laten."


“Daarbij komen de recente rampen. Een paar jaar geleden leek spreken over steden in het Midden-Oosten waar je in de zomer niet buiten kunt komen zonder dood te vallen of Californië dat in brand staat op doemdenken. Nu gebeurt het. En mensen willen eerlijke verhalen daarover. Als journalist verbaast het me dat collega’s zo weinig doen met het epische van dit verhaal.”


Omdat het verband tussen de evacuatie van Kim Kardashian en de opwarming complex is?

“Nochtans is dat niet zo moeilijk. Over veel andere complexe oorzaak-gevolg-verbanden denken we wel helder. Als er geen snelheidslimiet is, zullen er meer verkeersongevallen zijn, maar dat wil niet zeggen dat ieder ongeval door overdreven snelheid is veroorzaakt. Wel begrijpen we dat een snelheidslimiet minder doden zal betekenen. Hoe minder mensen roken, hoe minder longkanker. Maar niet iedereen die rookt krijgt longkanker. Toch weten we dat antirookbeleid minder longkankerdoden betekent."


“De opwarming is niet de enige oorzaak van orkanen, maar ze maakt ze meer intens, waarschijnlijk en schadelijker. Bosbranden in Californië hebben vaak menselijke oorzaken, maar door de opwarming is er intensere wind en meer droog hout, waardoor diezelfde stomme sigaret nu veel meer schade aanricht dan twintig jaar geleden. Het is complex, maar klimaat is steeds vaker een beslissende factor. De Amerikaanse Defensie noemt het een ‘bedreigingsversneller’.”


‘De planeet is binnen de duur van één mensenleven

van schijnbare stabiliteit naar de rand van de afgrond gevoerd’


Sommigen zullen u ook verwijten dat u de schuld in de schoenen van één generatie schuift. Mensen schuldgevoelens aanwrijven werkt toch niet?

“Ook dat is gewoon een feit. Het is een fabel dat het klimaatprobleem zich over een langgerekte periode heeft opgebouwd. Dat pleit wie nu leeft wel vrij, maar het klopt niet. Meer dan de helft van de uitstoot door fossiele brandstoffen is de afgelopen dertig jaar uitgestoten. Het aandeel van de periode na de Tweede Wereldoorlog is ongeveer 85 procent."


“Dit is dus het verhaal van één generatie. De planeet is binnen de duur van één mensenleven van schijnbare stabiliteit naar de rand van de afgrond gevoerd. En we wisten wat we deden. Sinds de publicatie van Al Gore’s eerste klimaatboek hebben we net zo veel schade toegebracht aan het vermogen van onze planeet om het menselijk leven en de menselijke beschaving in stand te houden als in alle eeuwen en alle millennia daarvoor."


“Ik ben geen fan van beschuldigende vingertjes over individueel gedrag zoals vlees eten of het vliegtuig nemen want die keuzes doen er veel minder toe doen dan de grote, diepgaande ingrepen die nodig zijn om de maatschappij om te bouwen. Ja, met veel van ons gedrag hebben we inderdaad een negatieve impact. Als je je daarbij schuldig voelt, is dat terecht."


“Maar zonder grootschalige politieke actie is meer bio eten en meer fietsen eerder wellness. Ik zeg vrienden altijd: ‘Zet je schuldgevoel om in collectieve actie, in je stemgedrag. Want we hebben vooral beleid nodig dat een vervullend leven mogelijk maakt zonder dat zware prijskaartje. Dat dit het werk van één generatie is, vuurt mij dan net aan. Als ik denk dat de klimaatcrisis het resultaat is van Engelse industrie in de achttiende eeuw, ben ik minder gemotiveerd dan als ik weet dat de meeste uitstoot plaatsvond nadat Seinfeld voor het eerst op tv kwam.”


‘We mogen zeker niet aan klimaatrampen gaan wennen en in fatalisme vervallen’


U heeft wel nog hoop?

“Natuurlijk. Een groot misverstand is dat dit een alles-of-niets-verhaal is. Of we redden de wereld, of we gaan naar de verdoemenis. We hebben nu het stabiele klimaat dat de mensheid heeft mogelijk gemaakt verlaten, maar we zitten wel nog aan de knoppen. Er komt veel leed en destructie, maar wij beslissen hoe erg het wordt. Opwarming met twee graden betekent ook ongekende rampen, maar veel minder dan bij vier graden. Komt het toch zover en zit de wereld daardoor met honderden miljoenen vluchtelingen, twee keer zoveel oorlogen, de helft minder landbouw en een kapotte economie, dan zal dat zijn omdat we onvoldoende deden. Die verantwoordelijk is goed nieuws. Het ligt in onze handen en de middelen zijn er. We mogen zeker niet aan klimaatrampen gaan wennen en in fatalisme vervallen.”


Toch klinkt dat niet optimistisch.

(lacht) “Ook optimisme komt in gradaties. Ik denk niet dat we snel van koers gaan veranderen, maar ik denk wel dat we zeker iets gaan doen om het ergste leed te vermijden. Hoeveel is nu koffiedik kijken. Maar we kunnen het wel. En daar moeten we ons aan optrekken. Ik zie ook nu redenen tot optimisme. In de VS omarmen de Democraten een Green New Deal. En hernieuwbare energie is op veel plekken nu al goedkoper dan fossiele, wat veel sneller is dan verwacht. Ontwikkelingslanden zullen kunnen groeien en toch het klimaat sparen. Indonesië is fiks aan het groeien maar plant nu ook zijn uitstoot te halveren.”


Botsen uw inzichten niet met het vaderschap?

“Voor mij is een kind krijgen een uiting van optimisme. Het vuurt mijn engagement aan en spreekt de hoop uit dat we toch een relatief leefbare situatie zullen kunnen scheppen, dat we niet zullen opgeven vooraleer we vastzitten in het ergste scenario."


“Kinderen krijgen is nu minder vanzelfsprekend, maar zoals iedereen leef ik ook deels in ontkenning en laat ik mijn privéleven niet volledig bepalen hierdoor. Dat is irrationeel, maar ook menselijk. Laten we onszelf niet wijsmaken dat we perfect rationeel kunnen zijn. Net daarom is beleid zo doorslaggevend."


“De planeet kan trouwens tien à twaalf miljard mensen aan als we onze systemen hertekenen. En de meeste bevolkingspieken komen niet hier maar in de ontwikkelingslanden. Wij kunnen die landen, die het minst schuld hebben aan de opwarming, toch niet vragen minder kinderen te krijgen? Ook daarom is op de juiste politici stemmen een betere optie.”


‘Het idee dat de hele geschiedenis één opwaartse lijn

richting vooruitgang is, is niet juist’


U staat lijnrecht tegenover mensen die vertellen dat het zo erg niet is. Wie moeten we geloven?

“Het gaat er soms erg simplistisch aan toe. Het is bijvoorbeeld inderdaad aannemelijk dat we met technologie doorbraken gaan forceren. Alleen is de vraag hoe de aarde, de politiek en de economie ondertussen zullen zijn veranderd. Herhaaldelijke natuurrampen en voedseltekorten verzwakken landen en leiden tot meer xenofobie en geweld. Ook vrees ik dat die doorbraken te laat zijn. De vernieling is bezig en de technologie om CO2 uit de atmosfeer te halen staat nog nergens.”


“En ja, het klopt dat er vandaag veel minder armoede, kindersterfte en geweld en meer scholing en gezondheid is. Maar dat is grotendeels dankzij fossiele brandstoffen. Er hangt een enorme prijs aan die vooruitgang, en die zullen we nu betalen. Het idee dat de hele geschiedenis één opwaartse lijn richting vooruitgang is, is niet juist. Het lijkt er eerder op dat we dankzij olie en steenkool een periode van grote vooruitgang hebben gekend.”


Hoe kijkt u naar het ecomodernisme, dat inzet op technologie en ervoor pleit ons los te koppelen van de natuur?

“Als New Yorker dacht ik ook altijd dat dat kon, maar dat is echt naïef. We hangen vast aan de natuur. Als die transformeert, transformeren onze levens. Het is niet omdat je niet aan de kust woont, dat je veilig bent. Klimaatverandering is veel meer dan de stijging van de zeespiegel. Het is ook meer conflict, ziektes, waterschaarste, duurdere voedselprijzen, een zware opdoffer voor de economie, veel meer vluchtelingen.”


We horen nu vaak dat klimaatactie te duur is.

“Klimaatactie betekent heel veel minder economische verliezen dan geen klimaatactie. Je moet wel slim en sociaal eerlijk werken. Maar er is heel veel mogelijk. En als we onze industrie en infrastructuur toch herbouwen, betekent dat net kansen voor jobs, groei en sociale correcties. De Green New Deal die de Democraten in de VS nu op tafel leggen, combineert klimaatactie met een sociale agenda en vooral dat sociale luik bekoort veel burgers.”


Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman stelt dat we psychologisch blokkeren op de klimaatcrisis.

“Zeker, we hebben veel psychische afweermechanismen. Maar we zijn ook niet uitgerust om armoede aan te pakken. Net daarom zijn er experten en politici, zodat we collectief minstens in de goede richting bewegen. Ik heb weinig vertrouwen in de huidige leiders, maar het is wel in de politiek dat we collectieve ambities vormgeven die we als individu niet kunnen oplossen. Bij klimaat moet je eigenlijk naar een aanpak op wereldschaal.”


Wat hoopt u met uw boek te bereiken?

“Ik hoop dat lezers zien hoe enorm dit is en hoezeer het ieder van ons treft. Het is uitzonderlijk dat wij er zijn en de periode waarin we grote voorspoed hebben gekend dankzij een leefbaar en stabiel klimaat zal van korte duur blijken. Ik vrees voor meer egoïsme. Maar eigenlijk nodigt deze oorlogsmachine die we zelf in stelling gebracht hebben ons elke dag luider uit tot verantwoordelijkheidszin en tot samenwerking op planetair niveau. We zouden onszelf moeten gaan zien als de mensheid op deze unieke bol op dit ongeziene scharniermoment.”


Barbara Debusschere - De Morgen


David Wallace-Wells - De onbewoonbare aarde


Blog over Klimaatverandering


Top



Vandaag start Canvas met een eigen #klimaatraad. De klimaatverandering gaat iedereen aan.

Het is dé uitdaging van de komende jaren. Wat kunnen we doen? Hoe moeten we ons aanpassen? Belangrijke maar allesbehalve eenvoudige vragen, die een veelstemmig antwoord verdienen!


Klik hier of op bovenstaande foto en ontdek er alles over.


Top



Stef Selfslagh


De achterkant van een zestienjarig meisje was interessanter dan de voorkant van de EU-president.


Stef Selfslagh - De Morgen



Wie op YouTube naar de EU-speech kijkt die de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg donderdag gaf, is na vier minuten en zesendertig seconden getuige van een bijzonder momentje. Een cameraman komt in beeld gelopen, op zoek naar een plek van waaruit hij nog wat goeie beelden kan filmen. Hij besluit om pal voor Europees Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker te gaan staan: vanop die plaats heeft hij namelijk een beter zicht op de rug van Greta Thunberg. U leest het goed: op haar rug. De achterkant van een zestienjarig meisje was interessanter dan de voorkant van de EU-president.


Als de speech van Greta Thunberg één ding bewees,

dan is het wel dat ze over het klimaat nuttiger dingen zegt

dan Jean-Claude Juncker ooit gezegd heeft.


Sommige mensen – voornamelijk mature mannen – zeggen dat dat komt doordat Thunberg met haar Pippi Langkous-vlechtjes een niet te versmaden mediasnoepje is. Maar dat ze voor de rest natuurlijk hopeloos naïeve praat verkoopt. Speciaal voor deze mensen parafraseer ik graag een tweet die studente Emma De Smet deze week de wereld instuurde. “Stel u voor: ge zijt 16, ge zet een hele burgerbeweging in gang en ge wordt de les gespeld door veertigjarige mannen die op hun 16de niks anders deden dan vier keer per dag masturberen.”


Als de speech van Greta Thunberg één ding bewees, dan is het wel dat ze over het klimaat nuttiger dingen zegt dan Jean-Claude Juncker ooit gezegd heeft. En dat ze dat bovendien doet in een Engels dat honderd keer beter is dan dat van Juncker. Ook wanneer hij zijn brein nog niét in poussecafeekes gemarineerd heeft.


Zeven minuten lang deed ze niet de minste moeite om mediageniek te zijn. Ze lachte niet koket, schold niemand uit, had geen vochtige ogen, liet zich niet op de schouders van Kyra en Anuna hijsen en hief na afloop geen ‘We Are the World’-achtige samenzang aan. Het enige wat ze deed, was een brug slaan tussen wetenschappers en politici. “Wij willen dat politici eindelijk rekening houden met wat onderzoekers al zo lang zeggen.”


Misschien moeten sommige journalisten dat ook maar eens doen. ‘De klimaatmessias is in het land’, las ik donderdag op een aantal krantensites. Alsof Thunberg zich in lange, groene gewaden hult en een obscure klimaatreligie aanhangt. In De Standaard werd ze ook nog “de aanstookster van het klimaatprotest” genoemd. Nog één stap verder en dat wordt ‘klimaatagitator’, vrienden. Jullie voortschrijvend inzicht zou in deze van pas komen.


Wat zou de veelgeplaagde Joke Schauvliege trouwens gedacht hebben toen ze naar de speech van Greta Thunberg keek? ‘Daar heb je ze, het Zweedse serpent dat extreemlinks tegen mij heeft opgezet’?


Of wordt ze zodanig opgeslorpt door haar nieuwe job in het Vlaams Parlement dat ze de klimaatkwestie inmiddels weer behandelt zoals ze dat het liefste doet: met de grootst mogelijke desinteresse?


Stef Selfslagh



Top



Bart Eeckhout


De dag dat 'Wir schaffen das' van kamp veranderde


Bart Eeckhout - De Morgen



De stelling dat een goed klimaatbeleid per definitie zware offers zal vragen,

is even fictieve bangmakerij als de stelling dat we klimatologisch verdoemd zijn.


Soms is iets zo onopvallend dat het juist opvallend wordt. De meest opvallend onopvallende passage in de toespraak van N-VA-voorzitter Bart De Wever op de partijmeeting van vorig weekend ging niet over confederalisme, maar over... de klimaatspijbelaars.


"Ik wil uitdrukkelijk niet cynisch doen over de klimaatspijbelaars", bezwoer De Wever. "Onze volksaard is misschien een tikje cynisch." En vervolgens ... kwam er een anekdote over zijn eigen jong-revolutionaire jaren en voorts niets meer.


Daarmee gaf de N-VA-partijleider de uitzonderlijke positie aan die zijn jonge naamgenote Anuna momenteel bekleedt. De conservatief Bart De Wever heeft ongetwijfeld een hoop bezwaren tegen spijbelen als actiemiddel. Maar de N-VA-top heeft besloten dat het beter is om nu ook Anuna De Wever & co. niet frontaal aan te vallen. Net als ze in het verleden deed met Maggie De Block (Open Vld) op het toppunt van haar politieke roem. Elke aanval lijkt de sympathie voor de ongrijpbare tegenstander immers enkel te vergroten.


Over het klimaatbeleid heeft Bart De Wever nochtans wel een mening. In een opiniestuk in deze krant vroeg hij gisteren de burger te vertrouwen "in de kracht van menselijke innovatie en technologische vooruitgang". In het verleden heeft de mens grote rampspoed kunnen afwenden, en dat gaat ook nu weer gebeuren.


Zilveren kogel


Bart De Wever kijkt dus naar de klimaatkwestie zoals de Duitse bondskanselier Angela Merkel in 2015 naar het vluchtelingenvraagstuk keek. Met hetzelfde voluntarisme vraagt hij de burger genereus te vertrouwen in het vermogen om problemen op te lossen. De dag dat Anuna De Wever besloot tijdens de schooluren te gaan betogen, is de dag dat Bart De Wever 'Wir schaffen das' omarmde.


Ecomodernistisch noemt N-VA haar klimaatpositie. In een essay, ook in deze Zeno, diept collega Joël De Ceulaer dat concept verder uit. Het ecomodernisme is een vlag die veel ladingen dekt. Van wetenschappers die - terecht - beklemtonen dat het klimaatvraagstuk zo complex is dat het zonder technologische innovatie onoplosbaar is, gaat het naar twijfelzaaiers, die menen dat het volstaat om te wachten tot een magische 'zilveren kogel' alle problemen oplost. Afgaand op haar stemgedrag in het Europees Parlement neigt de N-VA veeleer naar die tweede groep.


Strategisch is de positie voor N-VA interessant, omdat ze de partij alweer in een heldere tegenstelling brengt met haar favoriete tegenstrever in Vlaanderen: Groen. Ook de andere partijen zitten min of meer op posities die vergelijkbaar zijn met de gekende identitaire breuklijn. VB zit nog wat rechtser, sceptischer dan N-VA; Open Vld heeft wat links-liberale paars-groene trekjes; CD&V zwabbert tussen enerzijds de Boerenbond en anderzijds de groene chirojeugd; en ook sp.a is zowel rood-groen als beducht dat haar gele-hesjes-achtige natuurlijke achterban alweer de andere kant oploopt.


De kwestie is politiek-strategisch ook wel degelijk van groot belang. Niemand weet wat de drijfveren van de Belgische/Vlaamse kiezer zullen zijn, maar de recentste Eurobarometer toont aan dat - na migratie - milieu & klimaat de topprioriteiten zijn van de Vlaming. Die peiling wijst er op dat de groene bekommernis duurzamer en dieper gaat dan de klimaatspijbelhype. (Ook interessant: in Wallonië is er van klimaatbekommernis in dezelfde poll geen sprake. Daar met stip op 1: werkloosheid, hét topic van de vooral Franstalige gele hesjes.)


Dat de politiek het klimaat herontdekt, wil nog niet zeggen dat de kwaliteit van het beleid erop zal vooruitgaan. Klimaatzorg laat zich goed vergelijken met het betaalbaar houden van de vergrijzing: het is belangrijk, vergt perspectief op de lange termijn en keuzes die moedig en soms onsympathiek zijn. Er zit wrijving op, en dat hoort zo in een democratie, maar het is niet onmogelijk om vooruitgang te boeken.


Wat van de vergrijzingsaanpak te leren valt, is dat het geen slecht idee is om die toekomsthorizon te laten uittekenen door een expertencomité en de weg ernaartoe te laten monitoren. Dan kan snel blijken dat angst alweer niet de goede raadgever is. OESO-cijfers (uit 2016) leren bijvoorbeeld dat het aandeel groene belastingen binnen de totale Belgische fiscaliteit naar Europese normen erg bescheiden is (4,9 procent). Nederland zit ongeveer op het dubbel. Er valt dus nog wel wat taks te shiften.


Bruno Tobback


Redt het kleine België daarmee de mensheid? Natuurlijk niet, maar zoals de rechter oordeelde in de Nederlandse Urgenda-klimaatzaak: van een staat mag hoe dan ook wel verwacht worden dat hij "vanaf zijn grondgebied, naar vermogen, maatregelen neemt."


Welke maatregelen dat kunnen zijn, valt in de op korte termijn gefixeerde Wetstraat maar moeilijk te vernemen. Dat zelfs 'themahouder' Groen merkwaardig lang aarzelt om met concreet doorgerekende voorstellen te komen, illustreert dat het bij Jean-Claude Juncker geleende oude adagium van Bruno Tobback nog altijd kamerbreed geldt: "Bijna elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe hij daarna nog verkozen moet raken."


Juist daarmee wordt de indruk gewekt dat een goed klimaatbeleid onuitspreekbare offers zal vergen. Ten onrechte. Het is het argument van degenen die (nog altijd) niks willen doen. Dat is het standpunt dat PS-minister Guy Mathot ooit ietwat pijnlijk verwoordde over de staatsschuld: het probleem is er vanzelf gekomen, het zal ook vanzelf weggaan.


Bart Eeckhout - De Morgen


Top



Joël De Ceulaer


Was de aarde ooit een paradijs, of moet dat straks nog komen?


Joël De Ceulaer - De Morgen



Wetenschap. In het klimaatdebat botsen twee wereldbeelden met elkaar


Spijbelende tieners hebben het klimaatdebat helemaal doen losbarsten.

De Morgen gaat een week lang met wetenschappers op zoek naar concrete oplossingen.

Maar eerst zet Joël De Ceulaer de kwestie nog eens op scherp.


Van Joël De Ceulaer

Illustratie Sven Franzen


Het waren de boontjes uit Kenia die Wouter Van Besien dwongen om kleur te bekennen. In februari 2013 had ik het genoegen om de toenmalige Groen-voorzitter uitgebreid te mogen interviewen over zijn ideologie. Welk mens- en wereldbeeld ligt er ten grondslag aan het ecologische denken van zijn partij? Daar wilde ik achterkomen. En dus stelde ik hem een van mijn favoriete vragen uit die tijd: over de boontjes uit Kenia.


Het is een bekend dilemma. De supermarkt ligt vol met boontjes uit Kenia. De vraag is of we die moeten boycotten of net in groten getale moeten kopen. Als we ze boycotten, dan bewijzen we het klimaat een dienst - bij het overvliegen van die boontjes wordt immers behoorlijk wat CO2 uitgestoten. Maar als we er zoveel mogelijk van kopen, bewijzen we de Kenianen een dienst - de bonenteelt zorgt daar voor werkgelegenheid, economische groei en welvaart. Die verscheurende keuze maakt de vraag zo boeiend.


Voor Van Besien was het uiteraard eenvoudig: nee, wij kunnen maar beter geen boontjes uit Kenia kopen. Qua uitstoot is dat volkomen onverantwoord. Oké, reageerde ik, beeld u dan even in dat vliegtuigen voortaan geen CO2 meer uitstoten, maar integendeel de CO2 uit de atmosfeer halen, of in elk geval helemaal CO2-neutraal zijn: mogen we dan wél boontjes uit Kenia kopen? Van Besien hoefde niet lang na te denken. Nee, zei hij, dan is dat nog altijd niet geoorloofd: "Als alle vliegtuigen morgen op zonne-energie vliegen, dan wil ik nog geen boontjes uit Kenia en bloemen uit Chili. Ik vind dat neokoloniaal. Mensen uit het Zuiden moeten hun gronden gebruiken voor hun eigen voedselvoorziening."


Dat antwoord zegt iets wezenlijks over het klimaatdebat. Voor ecologisten gaat dat niet alleen over de verdwijning van fossiele brandstoffen, maar over een totale omwenteling van het geglobaliseerde, kapitalistische systeem. Groen wil niet dat we andere brandstof gaan gebruiken, of toch niet alleen, Groen wil dat we anders gaan leven - de partij heette vroeger niet voor niets Agalev. Kleinschaliger, zelfbedruipender, in nauwere harmonie met de natuur. De Kenianen eten hun eigen boontjes op, wij halen onze pastinaak bij de boer om de hoek. De korte keten. Veel beter voor mens en milieu.


Of is het toch niet zo simpel? Zijn er misschien ook ecologisten die wél boontjes uit Kenia eten? Een paar maanden na dat interview met Wouter Van Besien had ik, samen met een collega, de kans om dezelfde vragen te stellen aan Olivier Deleuze, die toen voorzitter van Ecolo was, maar die jaren voor de Verenigde Naties in Kenia had gewerkt, en dus wist dat export de Kenianen welvaart brengt en dat die daar "heel tevreden" over zijn.


Toen we bleven doorvragen - hoe zit het: kopen of niet, die boontjes? - begon hij luid te kreunen: "Aaaaaaarrgghhhh", lachte hij. "Dát is mijn antwoord. Wat een moeilijke keuze. Ik begrijp dat andere mensen boontjes uit Kenia kopen omdat ze de mensen daar willen steunen, maar als ik moet kiezen tussen boontjes uit Kenia en boontjes uit Mechelen, kies ik die van Mechelen." Lees: hij twijfelde fameus, maar als voorzitter van Ecolo moest hij finaal terugvallen op de klassieke debatfiche. De boontjesdebatfiche.


Schuld en boete


Het groene wereldbeeld is de voorbije decennia erg diep doorgedrongen in de publieke opinie. Het laat zich, ruw geformuleerd, ongeveer als volgt samenvatten: ooit heerste er harmonie tussen mens en natuur. Er was letterlijk en figuurlijk geen vuiltje aan de lucht. Met de komst van wetenschap, technologie en industrie is dat evenwicht verstoord. En nu is de mens de planeet in sneltempo aan het vernietigen: de biodiversiteit, de lucht, de bodem, de atmosfeer - alles gaat naar de haaien. Dat is een van de krachtige beelden van deze tijd, waar weinig mensen immuun voor zijn. Iemand met een slecht karakter zou nu schrijven: zoals extreemrechts nostalgie koestert naar een Vlaanderen zonder migratie, zo heeft extreemgroen nostalgie naar een wereld zonder industrie en technologie.


Ik zat onlangs in de zaal bij de eindejaarsshow van een dansschool in het Gentse, waar kinderen en tieners de ouders en grootouders toonden wat ze het voorbije jaar allemaal hadden geleerd. De rode draad doorheen die show was de impact van mens op planeet. Ik zat er verbijsterd naar te kijken: het verhaal dat die kinderen met hun mooie dansjes kwamen vertellen, leek op dat van het paradijs en de zondeval. De mooie, ontroerende en hemelse sfeer die aanvankelijk op aarde heerste, werd bruut verwoest door de mens, die alleen maar onheil, ellende en helse catastrofes heeft veroorzaakt.


Het was wijlen Michael Crichton, de auteur van Jurassic Park, die het ecologische denken als eerste echt vergeleek met een religie. De verhaalstructuur is dezelfde: ooit leefden we in een paradijs, toen beten we van de appel van kennis en technologie, en nu moeten wij daarvoor de prijs betalen. Het is een verhaal van schuld en boete, inclusief de handel in aflaten - wie geen boontjes uit Kenia eet en met de fiets naar het werk gaat, kan toch nog in de hemel geraken.


De mens helpt de wereld om zeep: dát, zat ik tijdens die kinderdansshow in Gent aldoor te denken, is dus het beeld waarmee we onze kinderen opzadelen. Het mag een wonder heten dat ze niet al veel langer massaal spijbelen om te gaan betogen - straks klauteren zelfs kleuters over de muur van de speelplaats, om mee naar Brussel te kunnen trekken met Anuna De Wever en haar medestanders. Save the planet! Stop het gepamper!


Kalkoen met kerstmis


Haaks op de diepgroene ideologie staat het wereldbeeld van wat we gemakshalve maar even de 'vooruitgangsoptimisten' zullen noemen. Die proberen zoveel mogelijk vormen van doemdenken te ontzenuwen, door erop te hameren dat het geglobaliseerde systeem van technologie, industrie en handel helemaal niet omver moet worden geworpen, maar moet worden gekoesterd, omdat het de mensheid al veel heeft opgeleverd. Boeken zoals Feitenkennis van wijlen Hans Rosling tot Verlichting nu van Steven Pinker presenteren statistiek na statistiek waaruit blijkt dat de wereld er op heel wat parameters veel beter aan toe is dan vijftig, honderd, laat staan duizend jaar geleden.


Afgezien van het klimaatprobleem, waarvan iedereen de urgentie stilaan wel begrijpt, is ook het milieu erop vooruitgegaan. Milieuproblemen van de eerste generatie, die vooral met vervuiling te maken hadden, zijn er, bij ons althans, minder dan vroeger. Ik kan daar persoonlijk van getuigen, aangezien ik ben opgegroeid in de Olense fabriekswijk van wat nu Umicore heet. In de jaren zestig en zeventig, toen ik nog een jongen was, kon het daar soms zo stinken dat we niet buiten durfden te komen. Toen hoorde dat erbij, vandaag zou het de frontpagina's halen. In de beek waarin ik met mijn vrienden speelde, werd radioactief afval geloosd, ook daar tilde toen niemand aan - nu kun je zelfs niet meer in de buurt van die beek komen, hij is metersdiep afgegraven en stevig omheind.


Ook andere statistieken tonen vooruitgang. Die door velen zo verguisde globale markt heeft, bijvoorbeeld in China, de voorbije decennia honderden miljoenen mensen uit de armoede gehaald. De impact daarvan wordt door antiglobalisten onderschat: honderden miljoenen Chinese boeren die vroeger verhongerden, werken nu in de stad. Ook met de globale cijfers van pakweg kindersterfte en armoede gaat het de goede kant op.


In dat wereldbeeld is de mens geen parasiet die best van de aardbodem zou verdwijnen, maar een intelligente en creatieve diersoort die in staat is om zijn eigen lot en dat van de planeet in de goede richting te duwen. Als dat tot nu toe is gelukt, aldus de redenering, waarom zou dat in de toekomst dan anders moeten zijn? Het empirisch bewijsmateriaal is groot genoeg om te geloven in een montere toekomst. Het klopt helemaal niet dat de aarde vroeger een paradijs was voor de mens, want de pest en de pokken horen ook bij die natuur - aldus de redenering aan deze kant van het spectrum -, maar de mens is wel in staat om er ooit misschien een paradijs van te maken.


Ook dat wereldbeeld heeft een zwakke flank. De kalkoen die bij kerst geserveerd wordt, denkt tot de vooravond van 24 december ook dat alles al bijna 12 maanden voorspoedig verloopt en dat de toekomst hem of haar toelacht. Tot hij pardoes geslacht wordt. Het is niet omdat de catastrofe uitblijft, dat ze niet kan komen. Dat geldt ook voor de toekomst van onze samenleving: als de klimaatverandering op hol slaat, kan de hakbijl vallen.


Probleem of oplossing


Het is die botsing van wereldbeelden die het klimaatdebat zo emotioneel maakt. Het gaat niet alleen om feiten en cijfers, het gaat om morele overtuigingen die diep in ons verankerd liggen en onverzoenbaar lijken. Is het systeem van markt, handel, wetenschap en technologie het probleem, of is het integendeel de oplossing voor ons probleem? Is de mens een bron van onheil voor die onschuldige natuur, of is de mens in staat om zichzelf keer op keer te overtreffen, met intelligentie en creativiteit? Moeten we die globalisering afbouwen en terug naar het kleinschalige gemeenschapsleven, of moeten we de kracht van die globalisering aanwenden om ook de rest van de wereld welvarend te maken?


En wie is er nu eigenlijk neokoloniaal? Het bedrijf dat werkgelegenheid en economische groei naar Kenia brengt, of Wouter Van Besien die vindt dat ze daar hun eigen boontjes maar moeten doppen? Als wij rijk zijn geworden door handel te drijven, waarom mogen andere landen dat dan niet, om ook rijk te worden?


Het is de grote, zeer lovenswaardige verdienste van Anuna De Wever en haar spijbelaars dat ze het debat eindelijk hebben opengegooid. Want tot dusver zat het muurvast. De groenen vinden de vooruitgangsdenkers gevaarlijke leerling-tovenaars die de urgentie van het probleem ontkennen. En de vooruitgangsdenkers vinden de groenen gevaarlijke alarmisten die blind blijven voor rationele oplossingen. Voor de bijdrage die kernenergie kan leveren, bijvoorbeeld - als klimaatvriendelijke energie. Of voor de bijdrage die ggo's, genetisch gemodificeerde gewassen, kunnen leveren - met gewassen die beter bestand zijn tegen klimaatverandering, of een grotere oogst garanderen. Oplossingen die voor klassieke groene denkers onbespreekbaar zijn: zowel met kernenergie als met ggo's zet de mens de natuur naar zijn hand, en dat past uiteraard niet in het morele schema van iemand die de vermeende harmonie tussen mens en natuur net wil herstellen.


Om maar te zeggen: zoals de meeste politieke debatten is het klimaatdebat tot dusver grotendeels een tribaal gevecht, waarin iedereen de veilige beschutting van het eigen kamp verkiest boven een open en eerlijk debat - wie de debatfiches van de eigen stam niet meer naadloos en trouw reproduceert, wordt gezien als een verrader.


Wie het werk van sociaal-psycholoog Jonathan Haidt kent - vooral The Righteous Mind - weet dat die mechanismen diepmenselijk zijn en niet snel zullen veranderen. Toch staan onze democratieën voor de opdracht om iets aan dat klimaatprobleem te doen.


De diagnose is gesteld, daar hoeft geen tijd meer aan verspild. Jean-Marie Dedecker, Theo Francken en Dries Van Langenhove mogen uiteraard vrij spreken, maar we hoeven met hun visie op de klimaatverandering geen rekening meer te houden. Het klimaat warmt op, en de mens is daarvoor grotendeels verantwoordelijk. Dat wetenschappelijke debat is afgerond. Nu zoeken we nog het antwoord op drie vragen. Eén: wat gaan we doen? Twee: hoe gaan we dat precies doen? Drie: wie gaat dat betalen? Met de erkenning van de urgentie is het probleem niet opgelost. Het zware werk begint nu.


Dictator of democratie


Wat het debat vandaag extra spankracht geeft, is de opmars van het ecomodernisme: een relatief recente stroming binnen de groene beweging die wetenschap en technologie omarmt, ook vormen - kernenergie, ggo's - die door klassiek groen worden verworpen. N-VA trekt vandaag de ecomodernistische kaart, maar ook bij de jongere generatie van Groen bestaat er hier en daar flink wat animo voor. In theorie mag op termijn een groen-gele klimaatcoalitie niet uitgesloten zijn. In theorie, want in de aanloop naar mei zullen de politieke stammen uiteraard de rangen sluiten.


En dus hebben wij als burgers straks een helder hoofd nodig, en nuttige kennis die ons kan helpen bij kiezen van een koers. Daarom legt De Morgen volgende week elke dag een wetenschapper uit een andere discipline de vragen voor: wat te doen, en hoe? We stellen die vragen nu even niet aan drukkingsgroepen, industrie of politieke partijen, maar aan bonafide academici, die ook maar mensen zijn, maar van wie we toch mogen verwachten dat ze zich niet laten opsluiten in welke stam of welk kamp dan ook.


Het valt te hopen dat onze politieke partijen - aan alle kanten van het spectrum - zich willen laten inspireren door de inzichten die hen door de wetenschappelijke wereld per strekkende meter zullen worden aangeleverd. En dat ze op basis daarvan, met becijferde programma's, naar de kiezer zullen trekken. Zodat we straks niet alleen kunnen kiezen wat er moet gebeuren, en hoe dat moet gebeuren, maar ook: wie dat gaat betalen. Dat oordeel komt in een democratie het soevereine volk toe, en niemand anders.


In 'Wat op het spel staat', een boek dat zo apocalyptisch is dat je als lezer soms begint te vermoeden dat het een parodie is, schrijft de Nederlandse historicus Philipp Blom dat de toestand zo dramatisch is dat we een "werelddictator" zouden moeten inschakelen. Een "wijze" werelddictator, welteverstaan. Dat is een verleidelijke gedachte, die wel vaker de kop opsteekt tegenwoordig. Op rechts, maar ook op links: de gedachte dat onze politici maar een stelletje prutsers zijn die er niets van bakken, wint aan beide kanten veld. Dat is een geoorloofde gedachte, uiteraard, maar ze bevat een kiem van populisme.


Ook het idee dat we vandaag deze of gene maatregel per se moeten betonneren voor de komende dertig jaar, is niet onschuldig. In een democratie moet het beleid altijd kunnen schakelen, naarmate de omstandigheden en de beschikbare middelen evolueren. En, niet te vergeten: vaak moet er worden gekozen tussen twee kwaden. Zo blijft altijd iemand teleurgesteld of boos achter. Een totale maatschappelijke consensus bestaat misschien in Noord-Korea, maar niet in Vlaanderen of België.


Dat klinkt niet geweldig verheffend of utopisch, maar het is de essentie van het systeem dat wij hebben geërfd om onszelf te besturen. Het worden spannende maanden, en te hopen valt dat de klimaatmarsen resultaat hebben, maar één ding is zeker: de aarde was nooit een paradijs en zal het nooit worden. Het klimaatbeleid zal ook straks gebrekkig en onvolmaakt zijn. Een beetje zoals wij zelf, eigenlijk.


Niettemin: moedig voorwaarts!


Joël De Ceulaer - De Morgen


Top



Top



George Monbiot


Het ecologische geweten van Engeland

Mark Schaevers - Bron: Humo - De Morgen



“Denk maar niet dat scharreleieren beter zijn. Misschien voor de dieren, maar zeker niet voor het milieu”


The Guardian-columnist George Monbiot (55) is Engelands bekendste milieuactivist. Hij overwon dit jaar prostaatkanker, en één recente tweet volstaat om de diepgang van zijn ecologische overtuiging te peilen: “Van mijn kanker lig ik 's nachts nooit wakker, wél van de instorting van de leefsystemen van de aarde.” Zijn nieuwste boek Uit de puinhopen leest als een survivalgids voor wie onze planeet wil helpen redden: “Het grootste probleem is de ecologische verwoesting van het land en de zee door de voedingsindustrie.”


Laat ik eerst maar vragen hoe het met u gaat.

George Monbiot: “Goed! Dank u. Ik heb al twee controles achter de rug met goed nieuws, en ik ben weer fit en energiek. Ik heb van het begin af gezworen dat die kanker me niet zou krijgen en heb mezelf tot een mentale discipline gedwongen: voortdurend bedacht ik hoeveel sléchter ik ervoor had kunnen staan. Ik heb een fantastisch gezin en veel vrienden die me hebben geholpen, en er hebben zich in mijn leven geen andere rampen voorgedaan – behalve dan dat de aarde op z'n laatste benen loopt (lachje).”


Uw columns in The Guardian klinken de jongste maanden steeds radicaler: de aarde is op sterven na dood, en u roept activisten op tot burgerlijke ongehoorzaamheid en offers voor de goede zaak.

“In de jaren 90 was ik geregeld betrokken bij radicale protestacties. Ik was al lang aan het wachten op een grote protestbeweging, en nu Extinction Rebellion is opgericht, omarm ik ze maar al te graag. We hebben de afgelopen decennia al veel acties gezien, bijvoorbeeld tegen de fracking-techniek bij de ontginning van olie en gas, maar het interessante van Extinction Rebellion is dat ze de milieuproblemen in de breedte aanpakt. Waarom zou je je focussen op één aspect als het hele systeem in gevaar is? Dat de klimaatopwarming een groot probleem is, hoef ik niet uit te leggen, maar het is niet ons grootste probleem: dat is de ecologische verwoesting van het land en de zee door de voedingsindustrie. De Verenigde Naties hebben al laten weten dat de wereld in het huidige tempo misschien nog zestig jaar kan oogsten.”


Willen we de situatie nog keren, dan moet de groei stoppen, schrijft u.

“Groene groei is zoiets als propere steenkool: die bestaat niet. Volgens de laagste schatting zullen we tegen 2050 de helft méér grondstoffen verbruiken, anderen gewagen zelfs van een verdubbeling. Vandaag verbruiken we al drie keer meer grondstoffen dan veertig jaar geleden, met desastreuze gevolgen. Door de ontginning en de ontbossing worden habitats, rivieren en gemeenschappen verwoest. We denken dat we daarmee kunnen doorgaan omdat we die gevolgen zelf niet zien. En het zijn niet onze kinderen die in Congo onder bedreiging van geweren het coltan opgraven. En ons afval sturen we naar ontwikkelingslanden. Autobanden uit West-Europa worden in India legaal verbrand, met een enorme vervuiling als gevolg."


“We hebben een levensstijl ontwikkeld waarvoor je vier planeten nodig hebt, en die hebben we niet. Onze economische groei kan niet doorgaan zonder dat we alles vernietigen.”


Technologische verbeteringen kunnen veel opvangen, zeggen advocaten van de groei.

“Dingen kunnen efficiënter geproduceerd worden, maar na een tijd bereik je toch de limieten daarvan, en op dat punt zijn we nu bijna gekomen.”


Kernenergie komt weer in beeld als energiebron, omdat er dan minder broeikasgassen vrijkomen. Sinds de ramp in Fukushima bent u er ook een voorstander van.

“Een tsunami heeft daar een heel oude reactor getroffen, die al lang gesloten had moeten zijn: een ramp van eerste categorie dus. En hoeveel mensen zijn er gestorven? Niet één. Terwijl er elke dag honderden mensen sterven door de verbranding van steenkool, door de vervuiling, door ongevallen in de mijnen. En hoeveel mensen zullen er sterven ten gevolge van de klimaatopwarming? Miljoenen? Honderden miljoenen? Dan moeten we toch besluiten dat kernenergie de verkeerde vijand is.


‘Toen Duitsland zijn kernprogramma plots beëindigde,

vond ik dat compleet irrationeel’


“Eén van de gevolgen is dat het land nu meer broeikasgassen uitstoot dan vóór de ramp in Fukushima, en dat het weer bruinkoolmijnen opent. Dat is de vervuilendste brandstof van allemaal. We moeten verlost raken van fossiele brandstoffen, dat is onze prioriteit. Van kernenergie kun je pas afzien als je voldoende infrastructuur voor hernieuwbare energie hebt om in al je elektriciteit te voorzien.”


Verdedigt u ook nieuwe centrales?

“Het hangt ervan af welke kerncentrales. De Britse regering heeft een nieuwe centrale besteld, maar die is te ingewikkeld en te duur. Een ingenieur heeft het omschreven alsof je een kathedraal in een kathedraal bouwt. Wel interessant zijn kleine centrales die zo ontworpen zijn dat ze nucleair afval kunnen verwerken. Zo zouden we efficiënt energie kunnen opwekken én van ons kernafval af raken.”


Bijna iedereen is zich bewust van de omvang van de milieuproblemen, maar voor oplossingen kijken mensen meer naar de overheid dan naar zichzelf.

“Ze hebben voor een groot deel gelijk. We hebben structurele maatregelen nodig, en die kan alleen de overheid nemen. Maar onze regeringen hebben zich vereenzelvigd met de oligarchieën: de bescherming van de bevolking moet wijken voor de winst van bedrijven en miljonairs. De burgers hebben dus een politieke opdracht: ze moeten ervoor zorgen dat die regeringen niet aan de macht blijven. Daarnaast zijn er individuele inspanningen nodig om tot een soberder levensstijl te komen.”


Waarmee is de planeet het meest geholpen als we onze bescheiden bijdrage willen leveren?

“Ten eerste moeten we het aantal vliegreizen drastisch beperken. En ten tweede moeten we de stap naar een plantaardig dieet zetten.

Die twee maatregelen hebben meer impact dan al het andere wat we kunnen doen.”


‘Hoe noem je mensen die geen schuldbesef

of geen schaamte hebben?

Psychopaten, toch?’


'Vliegschaamte' was genomineerd als woord van het jaar. Helpt het om aan de feestdis mensen dat soort schaamte aan te praten?

“Natuurlijk moeten we ons schamen als we onnodig veel impact op het milieu hebben. Ik probeer mensen ervan te overtuigen dat de opwarming een erg belangrijke zaak is, waar ze zelf ook verantwoordelijkheid voor moeten nemen.”


U probeert al lang het vliegen te verleren: in 2008 bent u niet naar Venetië gevlogen om een milieuprijs op te halen.

“Ik zou veel geld kunnen verdienen als ik mezelf niet verbood te vliegen: voor een lezing in de VS zou ik 20.000 dollar kunnen krijgen. Maar ik doe het niet, omdat ik al genoeg verdien en gelukkig ben met wat ik heb.”


Waarom moeten we stoppen met vlees eten?

“Onze vleesconsumptie is niet alleen de belangrijkste oorzaak van de verwoesting van onze planeet, als we dat achterwege laten, kunnen we ook het meest bijdragen om de opwarming van het klimaat te voorkomen. De weiden kun je dan herbeplanten met een gevarieerde vegetatie, die enorme hoeveelheden koolstofdioxide kan opslaan."


“Vergeet ook niet dat we erg veel gewassen moeten telen om al die dieren te voeden. De helft van alle planten die wereldwijd worden verbouwd, verdwijnt in veevoer, dat is een gigantische verspilling. Je hebt enorme oppervlakten nodig om een kleine hoeveelheid voedsel te produceren."

 

‘Landbouw is de hoofdverantwoordelijke

voor de verdwijning van de wilde natuur,

en het beleid van de EU is een perverse aanmoediging

om daarmee door te gaan’


“Mijn ogen zijn in Wales opengegaan. Toen ik daarheen verhuisde, dacht ik er omringd te zullen zijn door wat iedereen 'de wilde natuur' noemt. Ik woonde er in een stadje tussen twee heuvelruggen en je kon er in om het even welke richting kilometers wandelen zonder enig teken van menselijk leven te zien. Maar al gauw sloeg mijn opwinding om in verbazing, vervolgens in ontgoocheling en ten slotte in wanhoop: van wilde natuur was er geen sprake. Daar was gewoon níks, geen bomen, geen vogels, geen insecten. Op een goeie dag zag je een paar kraaien of een stel Canadese ganzen op het meer. Het was ronduit griezelig. Het duurde even voor ik begreep wat er aan de hand was: die streek was kaalgevreten door de schapen!"


“In grote delen van Groot-Brittannië is precies hetzelfde aan de hand. Ruwweg 4 miljoen hectare wordt door schapen afgegrazen, terwijl zij slechts 1 procent van ons voedsel leveren. Dat is toch ongelofelijk inefficiënt? Dat geldt ook voor andere grazers. We klagen over de verstedelijking en de aanleg van wegen, maar onze veestapel richt onder onze neus de grootste schade aan."


“In de rest van Europa is het niet anders. Ik vind de landbouwpolitiek van de Europese Unie een catastrofe. Landbouw is de hoofdverantwoordelijke voor de verdwijning van de wilde natuur, en het beleid van de EU is een perverse aanmoediging om daarmee door te gaan.”


U bent een voorstander van programma's om weer meer wilde natuur te creëren. Onlangs was u in België: maakt ons volgebouwde landje nog een kans?

“Waarom niet? Ik was zeer onder de indruk van een project in de buurt van Nijmegen, aan de oevers van de Rijn: het is goedkoop én het werkt. En dat is maar één van wel tweehonderd projecten om een wildere natuur te bekomen. Als de Nederlanders dat kunnen, waarom jullie dan niet?”


U bent veganist geworden. Durft u al eens te zondigen?

“Ik lust nog vlees, maar er zijn genoeg redenen om het eten ervan te laten. De dieren worden wreed behandeld, maar voor mij is het milieuaspect het belangrijkste. Als ik nog dieren eet, gaat het om wild. Ik eet hertenvlees. Er zijn nu te veel herten, omdat we al hun natuurlijke vijanden gedood hebben. In de Schotse Highlands stikt het ervan, en ze maken nieuwe beplanting onmogelijk.”


Ik zag u in een filmpje aangereden wild bereiden.

“Dat doe ik nog altijd. Het wemelt hier in Oxford van de grijze eekhoorns, een exotische soort. Maar verder eet ik geen vlees en geen dierlijke landbouwproducten, op één uitzondering na: alle veertien dagen één ei, omdat ik dat zo graag eet.”


Dat zal dan wel een groot scharrelei zijn?


‘Als je maar niet denkt dat scharreleieren beter zijn.

Misschien is een vrije uitloop beter voor de dieren,

maar de impact op het milieu is wel groter’


“ Boerderijen met scharrelkippen creëren een fosfortapijt, dat door de regen naar de rivieren wordt gespoeld, waar het allerlei onheil aanricht. Het kweken van varkens met vrije uitloop heeft een vriend van me weleens als 'bovengrondse varkensmijnbouw' omschreven, omdat het zoveel schade aan de structuur van de bodem aanricht. Die bodem gaat gewoon verloren: hele velden glijden in modderstromen de heuvel af, waardoor een mengsel van modder en varkensdrek in de huizen kan belanden."


“Je moet goed nadenken over wat je eet en je bewust zijn van je impact. Zo heb je ook groenten die heel schadelijk zijn. Asperges, bijvoorbeeld, worden vaak uit Peru ingevlogen. Daar verbruiken ze een groot deel van het beschikbare water in gebieden waar droogte een probleem is, en veroorzaken ze bodemerosie."


“Het probleem is dat we weinig hulp krijgen als we ons bewust willen worden van wat we eten en consumeren. Integendeel, er is een gigantische reclame-industrie die ons aanzet om er juist níét over na te denken.”


U hebt ook kaas, melk en yoghurt uit uw dieet gebannen.

“Dat is een heel verhaal. Ik ga weleens vissen. Op een dag ging ik met een vriend vliegvissen in Devon, aan de Culm, één van de mooiste rivieren van Groot-Brittannië. Dat is een paradijselijk gebied voor forel, zalm, otters en ijsvogels, maar toen we daar aankwamen, konden we de rivier al op 50 meter afstand ruiken. Enig leven was er niet meer in het water, behalve een soort schimmel die in rioolwater gedijt. Smurrie uit een melkveehouderij in de buurt was daarvoor verantwoordelijk. Ik nam foto's en schreef erover in The Guardian. Er was zoveel om te doen dat de milieudienst op onderzoek uitging, maar die besliste dat het geen ernstig incident was, want ze vonden geen bewijs dat er vissen gestorven waren. Dat kon ook moeilijk: er waren al zes maanden geen vissen meer in die rivier!"


“Twee klokkenluiders van de milieudienst lieten me weten dat ze van de staatssecretaris van Milieu instructies hadden gekregen om de wetgeving niet toe te passen bij melkveehouders. Verder onderzoek leerde me dat die de belangrijkste oorzaak zijn van de vervuiling van onze rivieren. Mijn conclusie: als ze daar niks aan doen, eet ik geen zuivelproducten meer."


“Zodra ik die stap had gezet, merkte ik dat dat niet alleen beter was voor het milieu, maar ook voor mezelf. Tot dan volgde ik een vegetarisch dieet, en dat is eigenlijk vrij ongezond: ik at enorm veel kaas. Ik leed aan astma en toen ik geen kaas meer at, maar wel veel peulvruchten, granen en noten, was ik daar meteen van verlost.”


U stuurt de mensen ook niet richting visbestand.

“Nee, omdat het afschuwelijk is wat er met onze oceanen gebeurt: het ecosysteem van de oceanen stort razendsnel in elkaar door het industriële vissen. Kweekvis is geen oplossing, want dat is evengoed een ecologische ramp. Kweekzalm wordt gevoederd met vissen. Vissers halen daarvoor met sleepnetten letterlijk alles naar boven wat ze in de oceaan aantreffen: haaien, krabben, zeesterren... De hele habitat wordt verwoest."


“Ga eens in Schotland kijken hoe schadelijk het kweken van zalm daar is voor de natuur: in de zeearmen wordt het hele ecosysteem vergiftigd door een combinatie van uitwerpselen van de zalm en pesticiden. Daar worden ook zeehonden doodgeschoten om te beletten dat ze binnenbreken in de zalmkooien, en dolfijnen en walvissen worden met supersonische knallen uit de buurt gehouden. Het is allemaal veel erger dan vis in het wild vangen.”


Dat de oceaan een plasticsoep is geworden, dringt ook meer en meer door.


‘Attenborough en de BBC vermijden

de confrontatie met machtige belangengroepen,

dat is al lang zo’


“Zeker nadat David Attenborough het aan de kaak heeft gesteld in de reeks Blue Planet II. Dat vond ik prima, maar die serie was wel een gemiste kans, omdat de industriële visserij opzettelijk buiten beeld werd gehouden. Die draagt veel meer verantwoordelijkheid voor de toestand van de zeeën. Attenborough en de BBC vermijden de confrontatie met machtige belangengroepen, dat is al lang zo.”


U hebt David Attenborough onlangs aangevallen in een scherpe column. Te scherp, vond de Vlaamse tv-maker Chris Dusauchoit: die man zet de kijkers toch aan tot enige bekommernis om het behoud van de natuur?

“Ik heb zelf bij de BBC gewerkt en ik heb nooit bewijs gezien dat, als je de wonderen van de natuur toont, dat ook leidt tot de bescherming van die wonderen. Het is best mogelijk dat het omgekeerd werkt: Attenborough creërt bewust de indruk dat er nog geweldig veel rest van de natuurlijke pracht. De gevolgen van de vernietiging van het milieu níét tonen is een expliciete beslissing van hem en de BBC, en dat vind ik misleiding van het publiek.”


In uw boek Uit de puinhopen schrijft u dat u de media niet vertrouwt als medestander in milieuzaken, ze zijn zelfs 'een bedreiging voor de mensheid'.

“De media in het Verenigd Koninkrijk stellen de toestand verkeerd voor, want ze zijn in handen van miljonairs. En wat miljonairs willen, is iets anders dan wat goed is voor de maatschappij en voor alles wat leeft op aarde.”


De openbare omroep doet het volgens u al even slecht.

“Omdat ze systematisch de milieuproblemen marginaliseert. Elke dag worden er allerlei experts van zogenaamde denktanks opgevoerd, zonder dat duidelijk wordt wie ze vertegenwoordigen of wie ze betaalt. Maar ze worden gesponsord door lobbygroepen, en ze vertellen dat het milieu vooral níét beschermd moet worden.”


Ziet u voor uzelf nog mogelijkheden om uw eigen voetafdruk te verkleinen?


‘Mensen vergeten dat al die cadeaus ergens buiten ons blikveld geproduceerd worden.

En ze hebben een veel grotere impact op het milieu dan we denken’


“We zitten allemaal opgesloten in systemen: als ik de trein neem, is dat een dieseltrein, want hoe gek het ook klinkt: wij hebben in Groot-Brittannië geen elektrische treinen. Je ziet dat we ook een houtkachel in huis hebben. Nog maar een paar jaar geleden leek onderzoek uit te wijzen dat het verstandig was deels ook een houtkachel te gebruiken om je huis te verwarmen. Inmiddels weten we dat houtkachels te veel plaatselijke luchtvervuiling veroorzaken. Die moet misschien wat minder branden."


“Ik heb twee kinderen, en dan is het ook niet makkelijk om mijn voetafdruk klein te houden. Zeker in deze periode: ze willen cadeautjes! Maar hoe maken we ze gelukkig zonder destructieve junk in huis te halen? Ik heb veel moeite met de pathologische consumptie in de eindejaarsperiode. Mensen vergeten dat al die cadeaus ergens buiten ons blikveld geproduceerd worden. En ze hebben een veel grotere impact op het milieu dan we denken, omdat er vaak ook mineralen in zitten.”


De brexit heeft misschien een groot voordeel vanuit uw perspectief: de economische groei zal kelderen.

“De doemscenario's lopen uiteen van een lichte recessie tot een regelrechte ramp. Wie zal het zeggen? De brexit zal ongetwijfeld de economische groei doen vertragen, maar ik zou dat liever zien gebeuren als gevolg van een gepland proces dan in een chaos. Anders zullen we alles doen om uit de recessie te raken en de economie weer op gang te krijgen.”


Uit de puinhopen kan de lezer ook gebruiken als een campagnehandboek voor een revolutie in de klimaatpolitiek. U hebt erg veel vertrouwen in big organizing.

“Bij big organizing gebruikt een kleine groep vrijwilligers op intelligente wijze moderne middelen om echt contact te krijgen met alle burgers. Dat heeft in de Verenigde Staten fantastisch gewerkt om presidentskandidaat Bernie Sanders gelanceerd te krijgen. En in het Verenigd Koninkrijk konden Jeremy Corbyn en zijn Labourpartij, die uitgeteld leken, op die manier de Conservatieven de meerderheid ontfutselen in de recentste verkiezingen. Dat was de spectaculairste omwenteling in de moderne democratische geschiedenis."


“Bij Labour is er een belangrijke verschuiving aan de gang inzake milieu en sociale rechtvaardigheid. Ik heb er net nog wekenlang met een ploeg knappe mensen onbezoldigd kunnen meewerken aan een rapport over het bezit en gebruik van grond, en we hebben radicale voorstellen klaar waardoor de overheid veel meer controle zou krijgen. Big organizing is cruciaal als we willen slagen in een ecologische revolutie.”


U gelooft in een samenhorigheidspolitiek, en u noemt de mens fundamenteel een altruïstisch wezen. In veel landen is die nadruk op de gemeenschap een rechts thema, en gaat het over een gemeenschap die buitenstaanders uitsluit.


‘Dat is de waarschuwing van Hannah Arendt:

fascisme is de politiek van eenzame mensen,

die geborgenheid vinden in een extreme vorm van samenhang’


“Gemeenschap en samenhorigheid zijn fundamentele behoeften, waar je je ook bevindt in het politieke spectrum. We zijn allemaal op zoek naar een gemeenschap, en wie die elders niet vindt, kan ze in het fascisme vinden. Dat is de waarschuwing van Hannah Arendt: fascisme is de politiek van eenzame mensen, die geborgenheid vinden in een extreme vorm van samenhang. Je draagt dezelfde uniformen, je marcheert op dezelfde muziek, je roept dezelfde slogans, je mept hetzelfde soort mensen neer."


“Het alternatief kan alleen een ander soort samenhorigheid zijn, één die niet uitsluit, maar openstaat voor iedereen, ook voor nieuwkomers of tijdelijke bezoekers. Het buurtleven is enorm belangrijk, dat heeft links dikwijls onderschat, en de steden kunnen het hart van de politiek zijn.”


Herinneren de gele hesjes er niet aan dat het er ook grimmig aan toe kan gaan in een maatschappij waarin er minder te verdelen valt?

“Ik raad je aan het boek A Paradise Built in Hell van Rebecca Solnit te lezen. Zij zegt dat mensen elkaar zullen vinden wanneer een ramp toeslaat. In het dagelijkse leven zijn we doorgaans altruïstisch en hebben we veel empathie, in dat opzicht zijn we een exceptionele soort.

“Het is helaas ook waar dat mensen gerekruteerd kunnen worden om erge dingen te doen. Op elk moment kan de massa opgestookt worden. Zeker als het mensen zijn die nauwelijks toegang hebben tot informatie, kun je ze bewegen tot een protest dat schadelijk is voor anderen, zoals de acties voor goedkopere diesel, iets wat de klimaatopwarming alleen maar kan versnellen. De rol van de media is ook daar belangrijk. Als ze die voorvallen opkloppen, sturen ze ons richting afgrond.”


Wat betreft die afgrond schuwt u het grote woord niet: u vreest een heropleving van het fascisme.

“Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat Europa nog bedreigd zou worden door het fascisme, vandaag is dat niet meer het geval. Als mensen door systematisch gestook ervan overtuigd worden dat het goed is slechte dingen te doen, dan kunnen ze hun morele standaarden verliezen. Zo is het ook in nazi-Duitsland gegaan. En vandaag zie je dat velen zich laten meeslepen door een demagogische antipolitiek, belichaamd door Donald Trump, Viktor Orbán, Recep Erdogan, Rodrigo Duterte, Jair Bolsonaro... Ik zie niet in waarom zoiets níét zou kunnen verglijden in regelrecht fascisme. Tenzij we er heldere, inspirerende alternatieven voor bedenken, een aantrekkelijk verhaal over een eenvoudiger maar ook bevredigender leven. Laten we dat dus proberen.”


George Monbiot, Uit de puinhopen.

Een nieuwe politiek in een tijd van crisis, Lemniscaat


Top



Dieter Bauwens


3.455 academici drukken politiek met neus op feiten: “Toon meer ambitie in klimaatbeleid”

Journalist - De Morgen


3.455 academici drukken politiek met neus op feiten: “Toon meer ambitie in klimaatbeleid”

Academici kruipen in hun pen om politiek om structurele maatregelen te vragen



De regeringen in ons land moeten dringend meer ambitie tonen in hun klimaatbeleid. Dat zeggen meer dan 3.400 academici, onder wie de rectoren van de vijf Vlaamse universiteiten, in een open brief. “We staan mijlenver van de doelstellingen.”


Voor de vierde donderdag op rij komen de ‘bosbrossers’ vandaag op straat, de scholieren die spijbelen om een ambitieuzer klimaatbeleid te eisen. De voorbije weken nam het aantal deelnemers aan die klimaatbetogingen exponentieel toe, tot 35.000 vorige week.


In een open brief steken verschillende wetenschappers de jongeren een hart onder de riem. “Op basis van de objectieve feiten kunnen we als wetenschappers enkel besluiten: de actievoerders hebben groot gelijk. Het debat nu aangaan en collectief actie ondernemen is nodig om de overgang naar een koolstofneutrale maatschappij sterk te versnellen”, schrijven de ‘Scientists4climate’.


‘Het is noodzakelijk dat het klimaatdebat wordt gevoerd op basis van feiten’

Biologe Sara Vicca, Universiteit Antwerpen


Het initiatief gaat uit van wetenschappers van verschillende universiteiten, hogescholen en wetenschappelijke instituten, maar de brief werd intussen al door meer dan 3.400 academici uit verschillende disciplines ondertekend. Onder hen vooraanstaande klimaatexperts als Jean-Pascal van Ypersele en Philippe Huybrechts en de rectoren van de vijf Vlaamse universiteiten.


De academici pleiten ervoor dat de regeringen in ons land de klimaatambities verscherpen. Om dat te bereiken, is het noodzakelijk dat het klimaatdebat op basis van feiten gevoerd wordt, legt Sara Vicca, biologe aan de Universiteit Antwerpen, uit. “Nu wordt het debat te vaak verstoord door mensen als Jean-Marie Dedecker die zomaar kunnen beweren dat klimaatverandering niet echt is of dat het zo erg niet is.”


In hun brief zetten de academici de belangrijkste feiten op een rij. Zo is de gemiddelde temperatuur wereldwijd met ongeveer 1 graad Celsius gestegen ten opzichte van de gemiddelde temperatuur tussen 1951 en 1980. Bijna 100 procent van die waargenomen opwarming is te wijten aan menselijke activiteiten. En al bij de huidige opwarming van 1 graad zijn de gevolgen merkbaar. We worden steeds vaker geconfronteerd met extremen zoals hittegolven, droogtes, stormen en overstromingen.


Rampzalig

De beleidsmaatregelen die momenteel op tafel liggen zijn ruim onvoldoende om de klimaatdoelstellingen te halen, benadrukt Vicca. “Beleidsmakers zeggen altijd dat ze al van alles doen, maar de feiten zijn gewoon dat ze hun doelstellingen niet halen. Voor 2020 lukt dat misschien nog met rekenkundige trucjes, maar als je kijkt naar wat we in 2030 moeten bereiken, dan staan we daar mijlenver af.


Op globaal vlak brengt wat nu op tafel ligt ons naar een opwarming van 3 à 4 graden. Dat is gewoon rampzalig.” Volgens de academici moet er dan ook dringend op alle vlakken een tandje worden bijgestoken.


Het klimaatdebat stond ook op de agenda van het Vlaams Parlement. Minister-president Geert Bourgeois (N-VA) kondigde daar aan dat zijn regering gaat bekijken welke extra klimaat- en energiemaatregelen ze kan nemen. “We staan open voor dialoog, zullen alle voorstellen voor grotere inspanningen ernstig bekijken en zullen indien mogelijk sneller en verder gaan uit zorg en liefde voor onze planeet”, zei Bourgeois.


De academici hameren erop dat er geen tijd meer is om te talmen. “Het is nu hoog tijd voor ingrijpende structurele maatregelen”, besluit Vicca.


Top


Lees de open brief hieronder

De belangrijkste feiten over de klimaatverandering op een rijtje

“De huidige beleidsmaatregelen schieten sterk tekort”, menen meer dan 3.000 wetenschappers

3.455 academici


Prof. Ivan Janssens, post-doc. Sara Vicca en post-doc. Jasper Bloemen zijn alle drie verbonden aan de onderzoeksgroep Pleco (planten en ecosystemen) van het departement biologie van de Universiteit Antwerpen.


De bevolking komt massaal op straat om meer klimaatambitie te eisen van de overheid. Op basis van de feiten kunnen we als wetenschappers enkel besluiten: de actievoerders hebben groot gelijk. Het debat nu aangaan en collectief actie ondernemen is nodig om de overgang naar een koolstofneutrale maatschappij sterk te versnellen. Als individu kun je al impact hebben door bijvoorbeeld minder vlees te eten en het vliegtuig te vermijden.


Het is nu echter hoog tijd voor ingrijpende structurele maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen snel en drastisch te reduceren, en zo de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden, en liefst tot 1,5 graden. Alleen zo kunnen we voorkomen dat klimaatverandering onze leefwereld verder ingrijpend verandert. Dat klimaatverandering onze wereld sterk zal veranderen is geen doemdenken, maar louter gebaseerd op feiten. Hieronder zetten we de belangrijkste feiten op een rijtje.


Mens verantwoordelijk

De aarde warmt op. Wereldwijd is de gemiddelde temperatuur nu al met ongeveer 1 graad Celsius gestegen (ten opzichte van de gemiddelde temperatuur tussen 1850 en 1900).


Om klimaatopwarming te beperken tot

2 graden moet de uitstoot van CO2

met  25 procent afnemen tegen 2030

en met zo’n 85 procent tegen 2050


Zo goed als 100 procent van de waargenomen opwarming is te wijten aan menselijke activiteiten.


Al bij de huidige opwarming van ‘slechts’ 1 graad worden we geconfronteerd met toenemende en sterkere weersextremen zoals hittegolven, droogtes en overstromingen. Naarmate de aarde verder opwarmt, zullen extremen steeds vaker voorkomen. Wanneer de opwarming boven 2 graden stijgt, neemt bovendien de kans enorm toe dat klimaatopwarming zichzelf gaat versterken. Een sneeuwbaleffect dus, waardoor het nog warmer wordt.


Klimaatverandering beperken en zelfversterkende feedbacks voorkomen zijn hoogst noodzakelijk. Om klimaatopwarming te beperken tot 2 graden moet de uitstoot van CO2 met ongeveer 25 procent afnemen tegen 2030 en met zo’n 85 procent tegen 2050. Om onder 1,5 graden te blijven, moet de uitstoot tegen 2050 zelfs netto gelijk zijn aan nul.


De huidige beleidsmaatregelen schieten sterk tekort om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De CO2-uitstoot neemt wereldwijd nog steeds toe. Bovendien liggen de voorgestelde beleidsmaatregelen nog mijlenver van wat nodig is om de uitstoot drastisch te verminderen. Met de voorstellen die momenteel op tafel liggen, stevent de wereld af op meer dan 3 graden opwarming tegen het eind van de eeuw. Dat klinkt misschien weinig, maar de gevolgen zijn enorm.


Economisch voordeliger

Actie tegen klimaatverandering is economisch gezien veel voordeliger dan geen actie ondernemen. Op langere termijn liggen de kosten van niets doen veel hoger dan de investeringen om de uitstoot sterk te laten afnemen. Niets doen leidt tot enorme kosten, onder andere door schade van overstromingen, stormen en bosbranden. Extreme droogtes en daaruit volgende voedseltekorten kunnen in vele landen sociale onrust veroorzaken en tot wereldwijde migratie leiden.


Aandacht voor een rechtvaardige verdeling van de kosten en opbrengsten

van de transitie is noodzakelijk om een klimaatstrategie op koers te houden


De overgang naar een uitstootvrije maatschappij is daarentegen economisch veel voordeliger en brengt zelfs extra jobs met zich mee. Bovendien bedragen de directe subsidies voor fossiele brandstoffen wereldwijd jaarlijks meer dan 500 miljard dollar. Dit bedrag, of zelfs slechts een gedeelte ervan, zou bijvoorbeeld de overgang naar een koolstofneutrale maatschappij vergemakkelijken.


Kennis en technologieën om klimaatopwarming te beperken tot (ruim onder) 2 graden bestaan reeds. Het vereist nu in de eerste plaats de politieke moed om de nodige structurele maatregelen te nemen en voluit in te zetten op de overgang naar een maatschappij zonder uitstoot van broeikasgassen. De transitie zal immers enkel mogelijk zijn als onder andere de voorziening van hernieuwbare energie snel en sterk wordt uitgebouwd, gebouwen energiecentrales worden in plaats van energieverslinders, de mobiliteit hervormd wordt, ontbossing hier en elders wordt tegengegaan en bomen worden aangeplant waar mogelijk, en als ook de uitstoot veroorzaakt door de enorme veestapel aangepakt wordt.


Deze investeringen bieden bovendien de kans op positieve verandering op allerlei andere vlakken. Denk bijvoorbeeld aan zuiverdere lucht en voldoende voedsel en drinkbaar water voor iedereen. Tenslotte is expliciete aandacht voor een rechtvaardige verdeling van de kosten en opbrengsten van de transitie noodzakelijk om een klimaatstrategie op koers te houden. Bij sociaal averse gevolgen veronderstellen rechtvaardige klimaatambities ook een aanscherping van het sociaal beleid.


Het is hoog tijd voor verandering. En om alles te veranderen, hebben we iedereen nodig! De noodzakelijke emissiereducties kunnen enkel gerealiseerd worden wanneer effectieve en doordachte politieke maatregelen en gedragsveranderingen hand in hand gaan.


Ruim drieduizend ondertekenaars, onder wie de vijf Vlaamse rectoren (Antwerpen, Gent, Hasselt en Brussel).


De volledige lijst vindt u hier.


De Morgen


vrtNWS

Top




Contact

 
 
 
 


Top