Macbeth


Macbeth


MACBETH


naar William Shakespeare


Eerste bedrijf


1. Heide (onguur)

Heksen: Goor is gaaf en gaaf is goor.



2. Kamp van Duncan (oorlogsgeweld)

Duncan: Wie is die man die daar zo bloedt?

Hij kan ons zo te zien vertellen

hoe het staat met het oproer der rebellen.


Kapitein: ’t Was kantje boordje, heer,

Zoals twee zwemmers uitgeput mekaar omklemmen

om niet te verdrinken en dan toch verdrinken.

De oproerlingen hadden ‘t geluk nog aan hun zij verdomd:

ze kregen nog versterking

van de eilanden uit het westen (Ierland).

Maar ’t heeft hen niet geholpen.

want Macbeth kwam eraan.

En met zijn zoevend zwaard,

dat dampte van slachting en van bloed,

hakte hij zich een weg, zich vrij

tot voor de vijand zelf.

Hij gaf geen hand of groet,

zei geen adieu,

maar kliefde hem van kruin tot aars

en plantte, ’t hoofd gespleten, op een paal.


Duncan: O,  wat een vent toch.


Kapitein: Maar dan, Vorst van Schotland, een nieuwe stormloop.

Verse troepen, nu vanuit ’t noordoosten (Noorwegen).


Duncan: Niet te geloven.

En onze generaals Macbeth en Banquo,

hoe reageerden zij ?


Kapitein: Heer,’t was een lieve lust te zien

hoe zij met verdubbelde slagen

op de vijand inbeukten

en zich baadden in weer verse gutsen bloed.

Tot Macbeth de overloper, de Heer van Coodor,

dwong tot een duel, en zwaard tegen zwaard

kort en krachtig een eind maakte

aan die man en aan zijn trots.

Ik kan niet meer

Mijn wonden schreeuwen om genezing.

 

Duncan: Goed, goed, mijn beste kerel,

uw woorden sieren u en ook uw wonden.

Breng hem naar de dokter.

Noorwegen biedt ons nu de vrede aan,

de zege is aan ons,

ze mogen zelfs hun doden niet begraven.

En de titel van Heer van Coodor,

Die komt Macbeth toe (drinkt).


3. Heide

Heks 1: Waar waart ge ? Wat hebt ge uitgespookt  ?


Heks 2: Ik heb varkens gekeeld. En gij ?


Heks 1: Ik kreeg geen kastanjes van de vrouw van de schipper.

Ik zet het haar betaald.  Ik zeil achter hem aan.


Heks 3: Ik geef u ne wind, ik zal blazen.


Heks : 2Ik laat ook een wind blazen.


Heks 1: En mijne wind erbij: da’s drie.

In alle havens razen,

om en om.

Nooit meer slapen,

altijd waken,

schipper moe, ten einde raad,

zal hij om vergeving vragen.

Hi, hi, hi …


Macbeth: Zo’n gore en gave dag heb ik nog nooit meegemaakt.


Banquo: Zeg dat wel. Wie zijn dat ?

Wie zijt ge ?

Zo te zien geen aardbewoners, en toch, en toch …

Ge schijnt me te verstaan?


Macbeth: ‘t Zijn vrouwen, zo lijkt wel.


Banquo: Vrouwen en verstaan,

kan dat wel samen gaan ?

Maar dan die staart of baard, die is er teveel aan.


Heks 1: Leve Macbeth, heil, heil u, Heer van Glamis.


Heks 2: Leve Macbeth, heil, heil u, Heer van Coodor.


Heks 3: Leve Macbeth, die eens koning wordt.


Banquo: Daar verschiet ge van he, vriend.

Ge lijkt wel bang voor wat zo mooi

in d’oren klinkt, ge zoudt voor minder.

He, dames, of wat u ook wezen mag,

u begroet mijn edele makker wel erg charmant:

eerst met zijn adellijke titel,

dan met een titel die hij helemaal niet heeft,

en dan voorspelt u hem zelfs koninklijke eer.

Hebt u niets tegen mij te zeggen?

Zit er niets voor mij in voor de toekomst ?

Ik vraag niet om uw gunsten,

maar vrees ook niet uw haat.


Heks 1: Heil u, leve Banquo.

Heks 2: Heil u, leve Banquo.

Heks 3: Heil u, leve Banquo.

Heks 1: Kleiner dan Macbeth, en groter.

Heks 2: Minder gelukkig en gelukkiger.

Heks 3: U wordt geen koning, maar zult koningen verwekken.

Heks 1: Leve Banquo en Macbeth.


Macbeth: He, blijf …


Banquo: Rare wezens, ineens verschwunden,

als adem in de wind.


Macbeth: Ik, heer van Glamis, ja, sinds mijn vaders dood.

Heer van Coodor?  Maar die leeft, gezond en wel.

En koning worden, da’s helemaal absurd.

Waarom ons hier pesten met dat profetisch gedoe?

En uw kinderen worden koning…


Banquo: Gijzelf wordt koning.


Macbeth: En heer van Cawdor, zo was het toch ?


Banquo: Ja, dat zeiden ze.


Malcolm: He, Macbeth, de koning was ongelooflijk opgetogen

over ‘t nieuws van de overwinning.

En toen hij vernam hoe gij eigenhandig

de rebel verslagen hebt,

toen vond hij geen woorden meer

om u met recht en reden de hemel in te prijzen.

Hij verstomde en bleef sprakeloos.

De berichten waarin gestoeft werd

over uw verbeten bangelijke gevechten,

volgden mekaar als een hagelbui op.

De koning stond werkelijk aan de grond genageld.

Gij hebt de troon gered. Merci, merci.

Ik breng u bij hem, want hij wil u zelf ook bedanken.

Hij laat u nu al groeten als Heer van Coodor.


Banquo: Wat? Die meiden spraken de waarheid ?


Macbeth: De Heer van Coodor leeft.

 

Malcolm: Hij leeft nog, ja, maar zijn hoogverraad

bewezen en bekend, bracht hem ten val.


Macbeth: Glamis  -  en Heer van Coodor,

en ’t grootste moet nog komen.

Dank voor uw moeite.

Hoopt ge nu niet dat úw zonen koning worden ?

Want dat hebben ze toch beloofd ?


Banquo: Maar ook dat gij zou koning worden,

zijt ge dat vergeten, of doet ge maar alsof?

Vreemd, hoe dikwijls de krachten van de duisternis

mensen met kruimels waarheid verlokken

om daarna des te vernietigender toe te slaan.


Macbeth: Als zij liegen,

waarom me nu al laten proeven van de waarheid,

want Heer van Coodor ben ik nu.

Als ze niet liegen,

waarom ontreddert dat moordend schrikbeeld

nog vaag en ongrijpbaar, zo mijn binnenste,

zodat mijn hart tegen mijn ribben bonst,

en al mijn denken in die waan verstikt

en niets meer is, dan wat niet is.

Angst, hoe tastbaar ook aanwezig, is niets,

in vergelijking met dit sluipend gif.

Wil het lot me koning zien,

laat dat lot me dan kronen,

zonder dat ik zelf iets doe.


Banquo: Kijk, kijk, hoe hij gaat zweven,

de onverwachte eer die hem te beurt valt,

zit hem nog niet lekker.

‘Is zoals met een nieuwe jas,

die krijgt ook pas zijn vorm als g’ hem  aandoet.


Macbeth: Dat komt wat komt. Tijd brengt raad.


Banquo: Er wordt op u gewacht, Macbeth.


Macbeth: Sorry Banquo, mijn troebel brein

woelde in lang vergeten dingen.

We gaan het er later nog eens over hebben,

als alles is bezonken.


Banquo: Vaneigens.


Macbeth: Komaan, naar het paleis, naar de koning.



4. Paleis van Duncan

Duncan: Is de Heer van Coodor al terechtgesteld?


Malcolm: Ik sprak met een man die hem zag sterven

en die vertelde, dat hij in alle oprechtheid

Zijn verraad bekende en vol berouw

u om vergiffenis vroeg.

Niets in zijn leven sierde hem meer, dan zijn afscheid ervan.


Duncan: ‘t Gezicht van iemand verraadt niet altijd

wat hij denkt of voelt. En geen wetenschap kan ’t ons leren.

Toch was ‘t een man, die ik grenzeloos vertrouwde.

OPMijn waarde neef, ik ben ondankbaar

en dat weegt me zwaar, maar uw verdiensten zijn zo groot,

Dat ik u niet naar verhouding kan danken en belonen.


Macbeth: Doen wij alles voor uw liefde en uw eer,

dan doen we slechts onze plicht.


Duncan: Wees welkom hier.  Mijn dierbare Banquo,

uw waarde is even groot en iedereen weet,

dat gij niet onderdoet.  Kom in mijn armen.

Mijn vreugde is grenzeloos

dat ze wil wenen, zich in tranen van treurnis verbergen.

Luister gij allen, die me dierbaar zijt:

Malcolm, onze oudste zoon, zal me opvolgen

en voortaan Prins van Cumberland heten.

Maar niet alleen hij wordt geëerd:

om de band nog nauwer aan te halen.

krijgen ook deze generaals met zulke exploten,

adellijke tekens opgespeld die schitteren als sterren.


Macbeth: Als ik u niet dienen kan heer,

is rust me eerder last dan leut.


Duncan: Laten we naar uw kasteel gaan, Macbeth.


Macbeth: Ik snel vooruit en zal mijn vrouw

met plezier vertellen dat u naar ons komt.


De Prins van Cumberland, dat is een blok aan mijn been:

ik moet erover of ik val erover, hij ligt me dwars.

Sterren verberg uw vuur

dat uw licht mijn zwarte / diepe / begeerten niet kan zien.



Burcht van Macbeth (een kamer/voor de burcht)

Lady Macbeth “Ik kwam ze tegen o de dag van mijn overwinning.

Uit hun uitspraken bleek dat ze meer dan menselijke kennis bezaten.

Ik brandde van verlangen om ze verder te ondervragen,

maar plots veranderden ze in lucht en verdwenen.


Terwijl ik nog totaal overdonderd stond te kijken,

arriveerde Malcolm en begroette me als Heer van Coodor,

Met die titel hadden die vreemde vrouwen me net te voren nog begroet voor ze me de toekomst lazen en zeiden ‘gij die koning wordt’.


Ik kon niet wachten, liefste, ik moest je dit vertellen.

Ik wil dat je in zoveel vreugde deelt en al verneemt

welke glorie je te wachten staat. ///

Koester dit in je hart … ik zie je spoedig.”


Kom gauw naar huis, ik zal u moed inblazen

en met mijn felle tong alles wegdraaien

Wat jou van de gouden kroon kan houden,

die u door het lot beloofd blijkt.


MacbethLiefste  -  ik was al voorop gereden.

Ik was niet meer te houden, ik wou u zien.


Lady MacbethO Macbeth, Heer van Coodor, want Glamis waart ge al,

En ge zult ook worden, wat u werd voorspeld.

Uw brief heeft me wakker geschud uit de alledaagse sleur.

Ik voel de toekomst, nu al.

Maar ik vrees uw aard,

ge ontziet teveel de mensen

om daartoe de kortste weg te nemen.

Ge wilt groot zijn, ge zijt ambitieus

maar ge mist de nodige boosheid.

Waar ge zo op uit zijt, wilt ge veel te vroom, te braaf.

Ge wenst niet vals te spelen, wel vals te winnen.


Kom geesten, ontwijf me, en vul me boordevol

met de wilde wreedheid van uw dodelijk plan.

Geef geen kansen aan wroeging en berouw.

Kom moordende schimmen, waar jullie ook zijn,

kom aan mijn vrouwenborsten

en drink mijn melk geschift tot gal.

Kom zwarte nacht, hul u in de goorste smoor der hel

dat geen hemel door ’t dikke duister kijken kan en halt roept.


MacbethMijn liefste, Koning Duncan blijft hier vanavond eten.


Lady MacbethEn wanneer gaat hij weer weg ?


MacbethMorgen


Lady MacbethNooit mag de zon die morgen zien.


DuncanDit kasteel is toch schitterend gelegen

en die berglucht doet zo goed.


BanquoKijk, zwaluwen

DuncanAh ja,

BanquoEn waar zwaluwen zijn, daar is de lucht altijd zuiver.


Lady MacbethUw gezicht, Macbeth, is als een boek,

waarin men vreemde dingen leest.

Als ge de wereld wil verschalken,

dan moet ge kijken als de wereld.

Leg een welkom in uw ogen, uw hand, uw mond,

doe u voor als een onschuldige bloem

maar wees de slang eronder.

Duncan moet goed ontvangen worden.

Laat al de rest vannacht maar aan mij over.

Denk u eens in: voortaan de opperste macht bezitten.


MacbethWe zien nog wel.



Lady MacbethEn kijk vooral opgewekt en blij,

want een aarzelende blik, is gauw verdacht.

Ik zorg voor de rest.


DuncanKijk eens, onze edele gastvrouw,

bedankt alvast voor de last die we u bezorgen.

We zijn vannacht uw gast.


Lady MacbethWat we u aan diensten kunnen aanbieden,

verzinkt in het niets bij de eer

waarmee uwe hoogheid ons huis overstelpt.


DuncanWaar is hij nu, de Heer van Coodor?

We volgden hem op de voet

maar ja, hij rijdt zo goed.

Hij wou snel bij zijn vrouw zijn, I suppose,

geef me uw hand en breng me bij mijn gastheer.

Ik schat hem hoog en zal hem steeds mijn gunst betonen.



7. Burcht van Macbeth (een kamer)

MacbethWas het gedaan / als het gedaan is,

dan was ’t goed / als ’t snel gedaan werd.

Als de moord de gevolgen uit kon sluiten

en deze slag begin en eind van alles,

dan ging ‘k ervoor, zette alles in. ///

Maar de daad zal zich wreken op de dader,

zoals dat meestal gaat in dit soort zaken. ///

Ik ben zijn neef en zijn vazal,

twee sterke gronden tegen zulke daad …

en verder nog zijn gastheer

die de deur dient dicht te houden voor zijn moordenaar,

laat staan dan zelf een dolk te trekken.

En bovendien oefent Duncan zo mild zijn macht uit,

vervult volmaakt zijn hoge taak,

dat zijn faam en al zijn deugden

als engelen luid om wraak gaan roepen

en trompettend de gruwelijke moord vervloeken.

Ik heb geen been om op te staan. ///

Nog nieuws ?


Lady MacbethHij heeft bijna gedaan met eten.

Waarom gingt ge d’er plots van door?


MacbethHeeft hij naar mij gevraagd?


Lady MacbethDat weet ge toch.


MacbethWe gaan met deze zaak niet verder.

Hij heeft me pas bevorderd:

ik heb nu aanzien bij hoog en laag,

dat gooit ge zo maar niet weg.


Lady MacbethWas het dronkemanshoop, waarin ge u wentelde?

Waart ge in slaap gesukkeld?

Van nu af weet ik hoe ge mij liefhebt.

Zijt ge bang in moed en daad

dezelfde man te zijn als in verlangen?

Wilt ge in uw eigen oog een lafaard blijven?


MacbethHou nu op, asjeblief, ik durf alles doen wat een man past.

Wie meer durft is geen man.


Lady MacbethWat voor beest was het dan

dat u ertoe dreef om mij in te wijden in uw plan?

Toen ge dat durfde, toen waart ge een man.

En wilt ge meer zijn dan toen,

dan moet ge ook des te meer man zijn.

Het waar en wanneer moest nog bepaald,

dat zoudt ge zelf wel uitkienen.

Nu tijd en plaats goed uitkomen,

maakt het u zo slap als een vod.

Zal ik eens wat zeggen:

ik heb de borst gegeven,

en ik weet hoe innig de band is

met ’t kind dat mij melkt.

Maar, ik zou mijn tepel uit zijn weke mond

hebben gerukt, en zijn hersens ingeslagen,

ook al lachte het tegen mij,

had ik dat zo vast gezworen als gij dit.


MacbethEn als ’t mislukt ?


Lady MacbethMislukken ? Het enige wat gij moet doen

is uw eigen eens goed oppeppen

Als Duncan slaapt - hij heeft toch een zware rit achter de rug-

dan kap ik zijn twee lijfwachten

vol met wijn en kruidendrank.

Als die stomdronken als rochelende varkens

vast in slaap zijn, zo goed als dood,

wat kunnen gij en ik dan niet doen met

de onbewaakte Duncan?  Perfect de moord

in de schoenen van de zatte wachten schuiven!


MacbethJa gij  ……….  gij zou alleen maar mannen mogen baren.

Als wij die twee slaapkoppen met bloed inwrijven

en hun eigen dolken gebruiken,

wie zou dan niet geloven dat zij het hebben gedaan?


Lady MacbethWie zou anders durven denken,

als ze ons horen kermen en rouwen om zijn dood?


MacbethOk !!!!!

Ik ben bereid.

Ik heb besloten.

Elke vezel in mijn lijf staat gespannen

voor deze bangelijke daad.





 

Tweede bedrijf


1. Burcht van Macbeth (binnenplaats)

BanquoHoe laat is ‘t?


Fleance Ik weet het niet.  En er is geen maan.


BanquoTwaalf uur?


Fleance’t Moet al later zijn.


BanquoZe zijn zuinig met hun licht daarboven.

Ik ben ongelooflijk moe, maar ik mag nog niet slapen

Wie is daar?  Hier met dat zwaard.


MacbethBen ik het maar.


BanquoWel man, nog op?  De koning slaapt al.

Hij was in een uitzonderlijk goeie bui:

hij heeft al uw dienaars royaal beloond

en uw vrouw voor haar gastvrijheid

een prachtige diamant bezorgd.

Daarna is hij erg voldaan gaan slapen.


Macbeth’t Kwam zo onverwacht,

‘t stelde niet veel voor,

we hadden meer willen doen.


Banquo’t was goed, ‘t was echt heel goed.

Zeg, die rare vrouwen…


MacbethWe hebben het er nog wel eens over, geef me wat tijd.


BanquoOk, ’t is goed.  ///////////


MacbethGoeienacht dan.


BanquoDank u en gij ook een goeienacht.


MacbethIs dat een dolk, die ik daar voor me zie, het heft naar mij gekeerd?

Ik kan je niet grijpen, maar ik zie je,

een waanbeeld, ontsproten aan mijn koortsig brein.

Ik zie je, net zo tastbaar als het mes dat ik nu trek.

Je toont me de weg die ik al gekozen had

en het wapen dat ik wou gebruiken.

En aan uw heft en lemmer spatten bloed,

die waren er daarnet nog niet.

En ik zie je nog steeds.

Het is de bloedige taak die zo mijn oog misleidt.

Onverhoeds sluipen boze dromen binnen.

Heksen brengen offers aan de godin van de nacht

en moord sluipt als een spook … als een dief naar zijn doel.

Gij vaste en zekere aarde, hoor mijn stappen niet, waar ze ook gaan.

En stenen, verraad niet waar ik ben.

Zolang ik praat, blijft hij in leven.


 

(Klok/geroffel)

Dat is het teken. Genoeg gepraat.

Ik ga en ’t is gedaan.

Luister er niet naar Duncan, ‘t roept u naar de hemel of naar d’hel.



2. idem

Lady MacbethWat hen in een roes bracht, heeft mij moed gegeven,

wat hen heeft verdoofd, vuurt mij aan.

Hoort, -de nachtuil krijst- hij is aan ’t werk

en de zatte wachten ronken tussen leven en dood.


MacbethWie daar, wat, he!


Lady Macbeth Ik vrees dat ze ontwaakt zijn voor ’t gebeurd is.

Ik had de dolken klaar gelegd, het kon niet misgaan.

Ik had het beter zelf gedaan.


MacbethIk heb het gedaan.  Hebt ge niets gehoord?


Lady Macbeth(gerucht) Hebt gij iets gezegd?


MacbethWanneer?


Lady MacbethDaarjuist.


MacbethToen ik terugkwam?


Lady MacbethJa.


MacbethNee /////////// Dit is toch een zielig zicht (zijn bebloede handen).


Lady MacbethWat dwaze praat, zielig zicht.


MacbethEén lachte in zijn slaap, een andere riep “moord”,

zo werden ze wakker.  Eén riep “God zegene ons” en

de ander “Amen” , als hadden ze mij met mijn beulshanden gezien.

Ik hoorde hun angst, maar kon geen amen zeggen.


Lady MacbethNiet op doordenken.


Macbeth Ik kon geen amen zeggen op hun “God zegene ons”.

Ik had het meest de zegen nodig.


Lady Macbeth Denk niet zo door na zo’n daad, ‘t maakt ons nog zot.


Macbeth Het was alsof ik hoorde roepen “slaap niet meer!”

Macbeth vermoordt de Slaap, de slaap der onschuld,

de slaap die verkwikt, de slaap die zalft …


Lady Macbeth Wat wilt ge daarmee zeggen?


Macbeth Het schalde heel het huis door “slaap niet meer,

Macbeth zal nooit meer slapen! “


 

Lady Macbeth Wie was het dan die zo riep?

Ge verspilt uw edele kracht,

als ge zo ziekelijk blijft peinzen.

Ga, haal wat water en was die gore sporen van uw handen.

Waarom hebt ge die dolken meegebracht?

Die moeten daar blijven liggen.

Gauw, terug ermee en smeer dat slapend paar vol bloed.


Macbeth Ik teruggaan?

Nog maar denken aan wat ik deed, is me te veel.

Het nog eens zien, ik durf het niet.


Lady MacbethZwakkeling, geef hier die dolken,

slapenden en doden zijn niets dan beelden (af)


Macbeth Wat is dat voor een kloppen?

Hoe moet het met mij, als elk gerucht mij schokt?

Allez, wat zijn dat hier voor handen?

Kan al het water van de oceanen

mijn handen schoonwassen van het bloed?


Lady Macbeth Nu zijn mijn handen van uw kleur,

maar ik zou me schamen voor zo’n bleek week hart.

(geklop/geroffel) Kom, wat water zal deze daad wegwassen.

Sta zo niet te dromen als verloren,

straks worden we nog betrapt omdat we op zijn.


Macbeth Wetend wat ik gedaan heb,

wil ik liever mezelf niet kennen.



3 idem

Poortwachter(blijvend geklop/geroffel) Jaja, ik kom, verdomd.


MacduffWas ’t zo laat vriend, voor ge in bed kroop?

Dat ’t zolang moest duren.


PoortwachterFeestje heer, feestje, en drinken, sorry,.


Macduff Ge hebt echt wel veel gedronken.


PoortwachterIk weet het, ik ben te zat, maar drank stimuleert he.


MacduffHa ja, wat zou dat moeten stimuleren?


PoortwachterGe moet ervan pissen en ge kunt ervan slapen en …

Als ge drinkt, dan krijgt ge zin, zin in sex,

bgrijpt ge, altijd goesting.

En dan doe ik onnozel, en dan drink ik nog meer

en dan durf ik meer. Maar hoe meer ik drink,

hoe minder ik kan, begrijpt ge dat?


MacduffJaja, natuurlijk.


PoortwachterDrank maakt krom wat recht is op ’t verkeerde moment.

Drank versterkt en verslapt,

drank zet hem op en zet hem aan de kant,

hij maakt klaar en ook onklaar,

maakt hem onbekwaam en laat hem liggen.


MacduffAlcohol is ne smeerlap, en hij heeft u vannacht goed bij uw …


PoortwachterZijt maar zeker, en hij is weggeglipt, … maar door mijn keelgat.


Macbeth Goeiemorgen.


MacduffGoeiemorgen, heer, is de koning al op ?


Macbeth Nog niet.


Macduff Hij had me gevraagd om hem vroeg te wekken,

ik kwam bijna te laat.


Macbeth Ik breng u bij hem.


MacduffIk weet dat ik u stoor en u neemt dat met genoegen

maar ’t blijft een last.


Macbeth  Die last is mij een lust.


MacduffIk ga hem wekken, zoals hij mij gevraagd heeft.


Lennox Vertrekt de koning vandaag al ?


MacbethJa, dat was de bedoeling.


LennoxWat voor een rauwe nacht was het toch. 

Schoorstenen stortten neer waar wij verbleven.

Overal klonk geweeklaag, werd gezegd,

vreemd doodsgehuil, met een angstwekkende uitzinnigheid.

De nachtuil krijste aan één stuk door

en de aarde, rilde en schokte. ///////////////


Macbeth’t was een bangelijke nacht.


Macduff (gegil) Gruwelijk, gruwelijk, gruwelijk.


MacbethWat is er ?


Macduff Ik kan’t niet uitleggen, mijn tong kan het niet noemen,

dit is het meesterwerk van de hel.

De heiligschennendste van alle moorden

is ingebroken in het gezalfde heiligdom van God

en stal er het leven uit.


Macbeth Wat zegt ge ? Het leven.


Lennox Bedoelt ge de koning ?


Macduff Vraag me niets meer. Ga zelf naar binnen, ge gaat niet weten wat ge ziet.

Wakker worden! Wakker worden! Luid de klokken!

Banquo, Banquo, onze koning is vermoord.

Lady Macbeth Zeg, wat is hier gaande ? Dat getrompet maakt alle slapers wakker.


Banquo Duffie, gruwelijk, zeg dat het niet waar is.


Macduff Lieve gastvrouw, wat ik zei mocht u niet horen.


Macduff De koning is vermoord.


Lady Macbeth Neeeee !!!! In ons huis?


Macbeth Was ik een uur voor deze daad gestorven, ik had geleefd in zaligheid. Voortaan heeft niets in ‘t leven voor mij nog zin of waarde.

Alles is banaal.


MalcolmMijn vader is vermoord, zo wordt gezegd. Door wie ?


LennoxDoor zijn twee lijfwachten schijnt het.

Hun gezicht en hun handen zaten onder ’t bloed,

en ook hun dolken die we op hun kussen vonden.

Met verdwazing staarden ze ons aan,

bij die twee was geen mensenleven veilig.


Macbeth ‘t Spijt me dat ik z’ uit woede heb doorstoken.


Macduff Waarom deed ge dat?


Macbeth Wie kan tegelijk ontzet en wijs zijn, koel en woedend,

trouw en neutraal?  …………. Geen mens.

Mijn overweldigende liefde voor Duncan

heeft mijn rede compleet overmeesterd.


Zie, hier lag Duncan, met zijn zilveren huid.

Zijn gutsende wonden waren als scheuren in de natuur,

waarin verwoesting kroop.


En daar, stonden zij, de moordenaars ……. besmeurd,

bespetterd met de kleur van hun misdaad,

hun dolken schaamteloos met geronnen bloed omhuld.


Wie, met een hart vol liefde en de moed om ze te tonen

zou zich toen hebben kunnen beheersen.


Lady Macbeth Ik moet hier weg,


Banquo Wij zijn geschokt door angst en twijfel.

Dit bloedig drama moet onderzocht tot op het bot

Ik sta in Gods almachtige hand en ik vecht

Tegen de loerende beschuldiging van vuig verraad.


Macduff Ik ook.


Macbeth Iedereen dus. 


MalcolmWat zwijgen wij, die ’t meeste recht van spreken hebben!


Macduff  Wat kunnen wij hier zeggen, ’t is nog te vroeg voor tranen.


Malcolm Ja, te vroeg voor ons diepste verdriet.


Malcolm(tegen Macduff ) Wat gaat ge doen? Met hen meegaan?

Valse rouw tonen is niet moeilijk voor een huichelaar.

Macduff ’t Is veiliger voor ons om uiteen te gaan,

d’ er zitten messen in de glimlach van de mensen.

MalcolmWeg dan nu, zonder hoffelijk afscheid nemen.

Wie vreest voor eigen lijf, heeft alle recht

op overhaaste vlucht. We vinden mekaar later wel.



4. Buiten de burcht van Macbeth

Banquo Weet men echt niet wie de daders zijn

van deze walgelijke misdaad?


MacbethDie twee lijfwachten, die ik doorstak.


Banquo God, welk voordeel hadden zij daarbij?


Macbeth Zij waren omgekocht. 

De zoon van Duncan is heimelijk gevlucht en dus verdacht.


Banquo Weer de natuur verkracht: die ongebreidelde eerzucht.

Dan wordt gij allicht de nieuwe koning?


Macbeth Ik ben al uitgeroepen en vertrek om gekroond te worden.



Derde Bedrijf


1. Koninklijk paleis, nu van Macbeth

Banquo Heer van Glamis en heer van Coodor, nu zijt ge koning zoals voorspeld  en ik vrees dat gij dat vuil (goor) gespeeld hebt.

Maar zeiden ze, het bleef niet in uw lijn:

Ik zou de stamboom en de vader worden

van tal van koningen.  Waarom zou wat voor u geldt,

niet voor mij kunnen gelden.  Ik heb dus goede hoop.


Macbeth Ah die Banquo, our special guest.


Lady MacbethAls we die vergaten, dan was er een leegte.


Macbeth Het  was een ramp als hij er niet zou zijn.


Lady MacbethOns feest zou absoluut mislukt zijn.


Macbeth ’t Zou niet volmaakt zijn.


Lady MacbethZijt maar zeker.


Macbeth Vanavond geven we een groot feest

en we rekenen op uw aanwezigheid.


Banquo Uwe hoogheid kan naar believen over mij beschikken,

mijn band van trouw is onverbrekelijk.


Macbeth Rijdt ge nog uit, vanmiddag ?


Banquo  Jazeker.

 

Macbeth We hadden anders graag in de raad vandaag

uw mening gehoord, die altijd doordacht en nuttig is.

We stellen het uit tot morgen.  Is ’t ver dat ge rijdt?


Banquo   Zo ver, mijn vorst, dat ik maar net voor het avondmaal

kan terug zijn, en dan moet mijn paard zijn best doen.


Macbeth Zie dat ge ’t feest niet mist.


Banquo Ik hoop van niet.


Macbeth Zeg, ik heb gehoord dat onze neef naar Engeland gevlucht is

en er niet alleen de wrede vadermoord loochent

maar ook vreemde verhaaltjes rondstrooit.

Maar goed, morgen daarover meer in de raad.

Goede reis en tot vanavond.  Gaat uw zoontje mee?


Banquo Ja.


Macbeth Adieu.  ///////////////////

Zijn die mannen er al ? (tegen knecht, off)


Stem (off)Ja heer, buiten bij de poort.


Macbeth Breng ze hier. ///

Koning zijn is niets, maar veilig koning zijn …

Mijn vrees voor Banquo zit diep: hij heeft iets,

een natuurlijke waardigheid, iets vorstelijks,

hij durft, imponeert, oordeelt wijs en handelt veilig.

Ben ik bang, dan is ’t voor hem alleen.

Mijn geest kan niet tegen de zijne op.

Toen die rare vrouwen me koning noemden,

deed hij lastig en ze beloofden hem

een koninklijk nageslacht. Dan is dit een dorre kroon,

die mij door een vreemde hand ontfutseld wordt,

want ik heb geen zoon.  Als het zo moet zijn,

dan heb ik voor Banquo’s kroost mijn ziel besmeurd,

voor hen de nobele Duncan vermoord,

gif en wrok in de beker van mijn rust gestort,

mijn ziel verkocht om Banquo ’s nest te kronen!

Dat nooit! Nooit! Nooit!  Over mijn lijk!  Wie is daar?

Wij hebben mekaar gisteren toch gesproken?


Moordenaar  Jazeker, hoogheid.


Macbeth Wel dan, hebt ge nagedacht over wat ik heb gezegd?

Dat hij het was die u al die tijd zo onder de knoet hield,

en niet ik, zoals ge altijd hebt gedacht.

Ik heb toen aangetoond hoe ge bedrogen werd,

Gedwarsboomd, met welke middelen en met wie.

Zelfs een achterlijk kind zou het door hebben en roepen:

“Ja, ‘t was Banquo, ’t was Banquo zijn fout.


MoordenaarU hebt het ons uitgelegd.



Macbeth En nu gaan we verder.  Laat ge dit op zijn beloop?

Kunt ge daar zo kalm bij blijven? Waar is uw ware aard?

Of zijt ge zo’n kwezel dat ge voor deze goede man gaat bidden

of voor zijn kinderen? Kinderen, die u naar uw graf duwen,

en uw gezinnen tot de bedelstaf veroordelen?


Moordenaar Nee, hoogheid. Wij zijn mannen.


Macbeth Ja, maar er zijn mannen en mannen.  Gelijk bij de honden.

Ge hebt jachthonden en herders, poedels en doggen,

hazewinden, wolfshonden en bastaards.

Maar ge hebt ook snelle honden, trage en slimme,

trouwe en waakse, ongeacht de soort waartoe ze behoren.

En dat is ook zo met mannen. 

Als ge voor een echte man wil doorgaan en niet als uitschot, zeg het dan. 

En ik bezorg u een opdracht die uw vijand uit de weg ruimt

en die u van mijn vriendschap verzekert.

Want door zijn leven kwijnt ook ons leven weg.


MoordenaarHoogheid, de stampen en slagen van de wereld

hebben me zo vernederd, dat ik wat dan ook wil doen

om me op die wereld te wreken.


Macbeth Ben je er klaar voor?


MoordenaarJa heer.


MacbethIk kan het niet zelf doen, al zou ik wel willen,

al heb ik de macht en ’t recht aan mijn kant,

Maar ik wil de steun van een aantal vrienden

van mij en ook van hem niet verliezen.

Ik moet dus rouwen om zijn val,

maar denk erom dat ik buiten schot blijf.

En maak het werk af: zijn zoon die bij hem is

en die ik net zo goed kan missen als zijn vader,

moet delen in dat duister lot.


MoordenaarIk heb het begrepen, heer.


Macbeth Het is beslist. Banquo, Uw ziel wordt verwacht

of ’t in de hemel is, weet je vannacht.



2. Koninklijk paleis – andere kamer

Lady Macbeth Heeft Banquo ’t slot verlaten? (tegen dienares)


Stem (off)Ja, maar hij komt vanavond terug.


Lady Macbeth Niets is gewonnen, alles is tevergeefs

wat wij bereikt hebben, schenkt ons geen rust.

’t Is veiliger ons eigen slachtoffer te zijn

dan te dwalen in een wankele vreugde.

Wel, mijn man, ge houdt u zo alleen, waarom?

Denkt ge nog aan hem?  Laat varen.

die donkere gedachten. Wat gedaan is, is gedaan.


Macbeth Wij hebben de slang verwond, maar niet gedood.

Ze zal genezen, weer zichzelf worden en terug toeslaan.

Ik wil niet dat wij ons avondmaal in angst gebruiken

Ik wil niet dat die gruweldroom ons nacht na nacht komt schokken. Laat dan nog eerder hemel en aarde instorten.


Lady Macbeth Kom, kom, mijn man.

Ontspan u wat en strijk uw rimpels glad,

wees opgewekt en vrolijk vanavond voor de gasten.


Macbeth Goed, liefste, en gij ook, vooral voor Banquo.

Praat met hem en kijk naar hem,

want veilig zijn we niet.

Moeten we onze waardigheid wassen in een stroom van vleierij?

En ons gelaat maken tot maskers van ons hart?


Lady Macbeth Stop d’ er nu mee.


Macbeth Maar ge weet toch dat Banquo leeft en ook zijn zoon?


Lady Macbeth Ze hebben het eeuwige leven niet.


Macbeth En maar goed ook.  Ze zijn te pakken.

Nog voor de nacht valt, wordt een daad gesteld

die ijzingwekkend is.


Lady MacbethWelke daad ?


Macbeth Mijn liefste, het is beter dat je onschuldig

en onwetend blijft.  Kom mee nu.



3. Park beneden aan het paleis

Moordenaar 1Kraaien krijsen naar het donker bos.

De dag dooft uit, een laatste streepje licht in ’t westen

… nog even en …


Moordenaar(stem) Sst … ik hoor paarden


Moordenaar 1Daar dat moet’ em zijn, de andere genodigden zijn er al.

 

Moordenaar 2Ze draaien terug.  Zijn paarden doen een omweg.


Moordenaar 1Doe dat licht weg.


Moordenaar 2Hij zal het korte pad omhoog nemen, zoals gewoonlijk.


Moordenaar 1(Banquo op) Geef wat meer licht.


Moordenaar 2Dat is hem.


Banquo Het zal gaan regenen vannacht.


Moordenaar 2Dat is hem.


Moordenaar 1Laat maar komen! (moord – onzichtbaar)


Banquo Verraad, vlucht jongen, vlucht!


Moordenaar 1Verdomd, te weinig licht. 

….(licht) Ha!  Maar één, verdomme, verdomme, de zoon is weg.

We hebben ons werk maar half gedaan.


Moordenaar 2(off) shit, shit !



4. Feestzaal in het paleis (gedekte tafel)

Macbeth Ik heet u allen van harte welkom.


AdelWij danken u majesteit.


Macbeth Vandaag geen geplogenheden, geen protocol.

Een welkomstwoord!


Lady Macbeth Welkom, aan allen, dat zegt mijn hart.


Macbeth Bravo, wees vrolijk heren, de glazen komen er zo aan.

Er is bloed op uw gezicht.


MoordenaarDa’s van Banquo.


Macbeth Beter bloed op u dan in hem.  Is hij van kant?


MoordenaarZijn strot is doorgesneden.


Macbeth Gij zijt een perfecte strottensnijder,

als ’t ook bij zijn zoon gebeurd is.


MoordenaarSorry hoogheid, de zoon is ontsnapt.


Macbeth Ik krijg het weer, die koortsangst … en ik was zo sterk.

Nu zit ik knel, gekooid en gekluisterd aan angst en twijfel.

Maar Banquo, da’ s in orde ?


MoordenaarJa, heer, uit de weg en in de gracht,

met twintig diepe kerven in zijn kop.


MacbethBedankt.  De gifslang dood; ‘t jong gevlucht

nog zonder tanden, maar ’t gif in hem zal groeien.

OK. We praten morgen verder.


Lady Macbeth Mijn heer, ge zijt zo stil, t’ is feest,

ge kunt toch niet spreken van een feest

zonder dat ge toast en toast en toast

en uw gasten complimentjes maakt.


Macbeth Heren, laat het u smaken, en dat het u goed bekome.

Santé, op uw gezondheid.


Adel (Lennox)Komt u toch zitten, hoogheid (M. slaat er geen acht op)


Macbeth Het kruim van de adel zou nu verenigd zijn,

als onze vriend Banquo hier aanwezig was. (B. op)

Ik zou hem liever laken om zijn nalatigheid

dan hem betreuren om een ongeval.


Adel (Ross)Hij houdt zich niet aan zijn belofte, heer, schandelijk.

Kom toch bij ons zitten, hou ons gezelschap (dans toch met ons).


Macbeth De tafel is vol.

 

Adel (Lennox)Hier is nog een plaats heer.


Macbeth Waar?


Lady Macbeth Daar, mijn vorst, wat hebt ge toch?


Macbeth Wie van u heeft dat gedaan?


Adel (Lennox)Wat, heer?


Macbeth U kunt niet zeggen dat ik het was.

En schud uw bebloede haren niet naar mij.


Adel (Ross)Heren, wij gaan weg, de koning is niet goed.


Lady MacbethNee, blijf zitten, vrienden, mijn man is dikwijls zo,

van jongsaf aan al, blijf rustig zitten,

’t gaat zo weer over, let niet op hem,

anders voelt hij zich beledigd

en wordt het alleen maar erger.

Eet en let niet op hem.  Zijt gij een man?


Macbeth Nee zeker, en een moedig man, één die durft kijken

naar wat zelfs de duivel wit doet uitslaan.


Lady MacbethAllemaal onzin, da ‘s puur verzinsel van uw angst,

de dolk uit lucht die u naar Duncan leidde,

zoals ge zelf zei. Gegriezel dat beter past

bij vrouwenkletspraat ’s winters bij de haard.

Ge moest u schamen. Waarom zulke smoelen trekken?

Waar slaat dat op, ’t is toch maar een stoel.


Macbeth Zie dan toch, kijk, daar, - wat hebt ge gezegd?

Als ge kunt knikken, kunt g’ ook praten. Mij raakt ge niet. 

Als de graven nu ook al de doden uitbraken!


Lady MacbethDa’ s toch geen taal voor een man, da’s pure zotteklap.


Macbeth Ik zag hem, zo waar als ik hier sta.


Lady Macbeth Schaam u toch.


Macbeth Ook in de prehistorie werd al bloed vergoten,

Voor mensenwet de zeden had verzacht,

en moorden zijn er ook daarna gepleegd,

te gruwelijk om te horen.

Maar als iemands hersens waren ingeslagen, 

dan stierf zo’n man en dat was het.

Nu staan ze weer op met 20 diepe kerven in hun kop

en stoten ons van onze stoel. Dat is veel vreemder

dan zo’n moord ooit kan zijn.


Lady Macbeth Heer, uw gasten, uw vrienden, missen u.


Macbeth  Was ik echt vergeten.

Waarde vrienden, kijk me niet zo stomverbaasd aan.

Ik heb een vreemde kwaal, die niets betekent

voor wie me kent. Liefde en gezondheid voor u allen.

Ik ga zitten, geef me wijn, en tot de rand.

Ik drink op ’t welzijn van de hele tafel.

En op de goede Banquo. We missen hem.

(geest) Was hij maar hier.  Op u allen en op hem,

klink allen mee.  Santé.


AdelSanté


Macbeth Weg uit mijn ogen, onder de grond moet ge zijn,

uw gebeente heeft geen merg, uw bloed is koud,

in uw starende ogen is het licht gedoofd.


Lady Macbeth Heren, beschouw dit, please, als iets gewoons, niks anders,

behalve dat ‘t stoort en de pret bederft.


Macbeth Al wat een man durft, durf ik.

Kom op gij, als een Russische beer

als een geharnaste neushoorn, een Aziatische tijger;

neem welke gedaante dan ook, behalve deze.

Niet één zenuw in mijn lijf zal trillen,

of leef weer, daag me uit met uw zwaard in de woestijn,

en als ik beef, noem me dan een kinderpop.

Weg, walgelijke schim, grijnzend spook.

(geest weg) Ha, ziezo, t’ is weg

Nu ben ik weer een man. Blijf zitten vrienden.


Lady Macbeth  Ge hebt de stemming verstoord, de pret bedorven

met uw vreemde vlagen


Macbeth Kan iets zomaar uit de lucht komen vallen,

Ons overkomen, zonder verbaasd te staan?

Gij doet me zelfs aan mijn eigen twijfelen,

als ik zie dat ge zoiets kunt aanschouwen

zonder dat het rood van uw wangen wegtrekt,

terwijl mijn gezicht grauw van angst is.


AdelWat voor zoiets, heer ?


Lady Macbeth Niets zeggen, heren, aub, het wordt erger en erger,

veel vragen maakt hem overstuur. Nu goedenacht.

Gaat u maar, zonder op het protocol te letten.

Vertrek, nu meteen.


Adel (Lennox)Wij wensen onze vorst een goede nachtrust.

Adel (Ross)En vlug herstel.


Lady Macbeth Goedenacht allemaal.


Macbeth Het wil bloed zien, bloed. Ze zeggen: bloed eist bloed.

Hoe laat is ‘t ?


Lady Macbeth Het wordt al ochtend.


Macbeth Macduff, wat zegt ge daarvan?

Speciaal uitgenodigd en hij laat verstek gaan.

Hij heeft geweigerd.

En morgenvroeg moet en zal ik naar die vreemde meiden.

Ze moeten me meer vertellen, desnoods het ergste.

Voor mijn eigen goed, moet alles wijken.

Ik heb al zoveel bloed aan mijn handen,

ik moet doorgaan, ik kan niet anders. 

Ik moet, voor ik me bedenk.


Lady MacbethGe hebt te weinig geslapen.


Macbeth Inderdaad, we gaan slapen.  Ik ben in de war

als door de angst van een beginneling.

We zijn nog jong in dat soort daden.



Vierde Bedrijf


1. Een spelonk

Heks 1Driemaal miauwde mijn gestreepte kater.

Heks 2Viermaal piepte mijn egel.

Heks 3 En mijn harpij krijst: t’ is tijd, t’ is tijd.


Heks 1Rond de ketel, en vooruit.

’t Giftig ingewand erin,

pad die onder koude steen,

zeven weken achtereen

’t slapend gif heeft uitgezweet,

in de ketel stomend heet.


HeksenDubbel poken, dubbel stoken,

vuur en brand, en ketel koken!


Heks 2Stukje van een poelenslang,

in de ketel koken, bang,

kikkeroog, hagedislong,

vleermuisvel en hondentong,

uilevlerk, addertanden

rattepoot en oorwurmangel,

toverkracht van nacht en spoken,

laat de hellesoep nu koken.


HeksenDubbel poken, dubbel stoken,

vuur en brand, en ketel koken!



Heks 3Drakenschubben, wolventanden,

heksenmummies, ingewanden,

haaienmaag en bloed van raven,

kervelplant, ’s nachts uitgespit,

lever van de heidenjood,

geitengal en iepenloot,

doe er tijgerdarmen bij

en gereed is onze toverbrij.


HeksenDubbel poken, dubbel stoken,

vuur en brand, en ketel koken!


Heks 2Koel nu af met apenbloed

en de wonderdrank is sterk en goed.


Heks 1Het steekt hier in mijn vingertop,

daar komt wat vreemds en eigenaardigs op.


MacbethZo heimelijk nachtelijk zwart gespuis,

wat spookt ge daar verdomme uit?


HeksenEen daad zonder naam.


MacbethLaat me niet lachen.  In naam van wat ge doet,

en waar ge ’t ook vandaan haalt, antwoord mij!


Zelfs al laat ge winden tegen kerken aanstormen,

al storten zeeën - schuimend - schepen de diepte in,

al slaat ge ’t rijpe koren neer en bomen plat,

al kantelen kastelen op de koppen van de wachters,

al barsten paleis en piramide tot puin,

al draait de hele natuur zot tot de verwoesting zat is van zichzelf,


geef antwoord op mijn vraag!


Heks 1Spreek.


Heks 2Vraag.


Heks 3En we zullen antwoord geven.


Heks 1Hoort u het liever uit onze mond of

uit die van onze meesters?


Macbeth Roep ze, ik wil ze zien.

Zeg mij onbekende macht …


Heks 1Hij weet wat u dacht, zwijg en wacht.


Verschijning 1Pas op voor Macduff,  pas op voor Macduff…


Macbeth Dank voor uw goede raad ……… Ik krijg schrik !


Heks 2Wacht, wacht …. Nog een straffere voorspelling.


Verschijning 2 (bebloed kinderhoofd)

Macbeth, Macbeth, wees wreed en fel.

Geen man door een vrouw gebaard,

zal Macbeth ooit deren.


Macbeth Leef dan Macduff, wat hoef ik u te vrezen?

Maar ik wil dubbel zeker spelen,

gij moet dood. Dan pas krijg ik mijn laffe vrees eronder

en kan ik slapen doorheen de donder.


Verschijning 3 (gekroond kind met boom)

Wees moedig als een leeuw, trots, onversaagd,

wie er ook mort, u tergt of samenzweert,

Macbeth zal nooit worden overwonnen,

tot het woud van Birnam tegen zijn vesting oprukt.


Macbeth Dat kan nooit. Wie kan een woud doen vechten?

Wie deed ooit de bomen wandelen?

Goede voortekens. Mooi. Macbeth zal leven,

tot hij aan de Tijd zijn levensadem laat.

Zal Banquo’s zoon ooit heersen in dit rijk?


HeksenNiet nog meer vragen


Macbeth Zekerheid wil ik!

Weg … weg … de bloedbespatte Banquo lacht naar me,

hij wijst ze aan, dit is zijn nageslacht.

(heksen ook weg) Weg, vervloekt, verdomd, waar zijn ze ?


LennoxHeer, Macduff is gevlucht.


MacbethWat, hebt gij ze gezien?


LennoxWie?


Macbeth Wat hebt ge net gezegd?


LennoxDat Macduff gevlucht is, naar Engeland.


Macbeth Macduff is gevlucht.


LennoxJa, heer.


Macbeth De tijd is mijn terribele daden voor.

Een vluchtig plan kan maar lukken

als ge ’t direct in daden omzet.

Voortaan is elke inval van mijn hart,

een inval van mijn hand en ik begin onmiddellijk.

Ik overval op slag Macduffs’ kasteel

en dood zijn vrouw, zijn kinderen.

Gedaan met dromen en dwaas gepraat.



2. Burcht van Macduff

Lady Macduff Vrouw en kinderen achterlaten, zijn huis, zijn grond,

Hij houdt niet van ons, hij heeft geen gevoel.

Zelfs ‘t kleinste vogeltje vecht voor de jongen in zijn nest,

maar hij. Ja, angst, dat heeft ‘em, en geen greintje liefde.

Verrader! uw vader, jongen, is dood.

Wat gaat ge nu beginnen, hoe gaat ge leven?


Zoon Macduff Als de vogels


Lady Macduff Van de wormen en de vliegen?


Zoon Macduff Van wat ik vind, dat doen zij ook.


Lady Macduff Arme vogel, zijt ge dan niet bang

voor de netten en de strikken?


Zoon Macduff Waarom zou ik, die zijn toch niet voor arme vogels;

en wat ge ook zegt, mijn vader is niet dood.


Lady Macduff Jawel, hij is dood.


Zoon Macduff Was mijn vader een verrader, moeder ?


Lady Macduff Ja, dat was hij.


Zoon Macduff Wat is een verrader ?


Lady Macduff Iemand die trouw zweert en dan liegt.


Zoon Macduff Is al wie zoiets doet een verrader ?


Lady MacduffAl wie dat doet is een verrader en moet hangen.


Zoon MacduffEn moeten ze allemaal hangen, die trouw zweren en dan liegen?


Lady Macduff Allemaal.


Zoon Macduff Wie moet hen hangen ?


Lady MacduffWel, de eerlijke mensen.


Zoon Macduff Dan zijn de mensen die zweren en liegen erg dom;

want ze zijn talrijk genoeg om de eerlijke mensen

zelf te verslaan en op te hangen.


Lady Macduff Ocharme, ventje toch, hoe komt ge nu aan een nieuwe vader?


Zoon Macduff Als mijn vader dood was, dan hadt ge allang om hem gehuild.


Lady Macduff Ge kunt toch wat afkletsen.


BodeEdele vrouw, u loopt groot gevaar, blijf niet hier,

u kent me niet, ik ben maar een eenvoudig man,

maar ik vraag u met aandrang: vlucht weg, met uw kinderen.

Dat God u bescherme.


Lady Macduff Waar moet ik naartoe, ik heb geen kwaad gedaan.

Maar ik besef: in deze wereld staat kwaaddoen

dikwijls chique, en is goeddoen dom en gevaarlijk.

Waarom dan dat vrouwelijk verweer, met

“ik heb geen kwaad gedaan”, helaas.


MoordenaarWaar is uw man?

Lady Macduff Hopelijk op een veilige plek, waar ge hem niet vindt.


MoordenaarHij is een verrader!


Zoon Macduff Ge liegt, vuile smeerlap.


MoordenaarWat, gij verradersjong!


Zoon Macduff Moeder, hij vermoordt me, vlucht, moeder.



3. Engeland – koninklijk paleis

Macduff Nee, laat ons als mannen waken over ons verdrukte land.

Elke morgen huilen nieuwe weduwen, nieuwe wezen.


MalcolmIk wil treuren om wat ik geloof,

ik kan slechts geloven wat ik weet,

en ‘k zal herstellen wat ik kan, als de tijd er rijp voor is.

Wat ge me zegt is wellicht wel waar.

Die tiran, Macbeth, leek vroeger eerlijk

en gij waart zijn vriend.

Trouwens hij heeft u nog niets gedaan.

Wie weet komt ge bij hem een trapke hoger,

door een zwak onschuldig lam als ik te offeren.


Macduff k’ Ben geen verrader.


MalcolmMacbeth wel; zelfs de meest integere man

kan van gedacht veranderen onder koninklijke druk.

Engelen blijven mooi, al viel de mooiste.


Macduff Ik heb mijn hoop verloren.


MalcolmDaarom ook heb ik twijfels bij uw loyauteit:

Waarom verliet ge plots uw vrouw en kinderen?

Ik wil u niet kwetsen met mijn achterdocht,

ik wil alleen op veilig spelen, dat snapt ge toch.

Ge kunt best oprecht zijn, wat ik ook denk.


Macduff Sorry dan, (wil vertrekken) ik wil niet de schurk zijn

waar ge me voor aankijkt.


MalcolmMacduff, ik zeg dit niet uit pure argwaan.

Ik weet, ons land zakt elke dag dieper weg onder ’t juk.

En ik weet ook dat ik kan rekenen op heel wat steun

om mijn recht op de troon op te eisen:

duizenden soldaten zelfs van de koning van Engeland.

Maar toch: al vertrap ik de kop van die tiran,

al rijg ik hem aan mijn zwaard,

mijn arme land zou van hem die opvolgt

nog meer te verduren hebben en meer ellende kennen,

op meer manieren dan ooit tevoren.


Macduff Wie zou dat dan zijn ? Er is geen duivel gruwelijker dan Macbeth.



MalcolmGoed, hij is bloeddorstig, geil, vals, vrekkig, onbetrouwbaar,

woest, boosaardig en besmet door elke zonde die een naam heeft.

Maar in mij woelt een wellust zonder bodem:

uw vrouwen, dochters en moeders kunnen

de beerput van mijn woeste lust niet vullen.

Mijn geilheid kent geen grenzen.

Nog liever Macbeth als heerser dan één als ik.


Macduff Overdreven zinnelijkheid heeft al vaak 

vorsten vroeg van hun troon gestort.

Maar geniet volop, er zijn gewillige dames genoeg,

als ge maar koel blijft voor de buitenwereld.


MalcolmDaarbij komt dat in mijn verziekte geest

een niet te stuiten hebzucht woekert.

Was ik koning, ik zou mijn edelen onthoofden,

om hun land, hun huizen of juwelen in te pikken.


Macduff Die hebzucht zit dieper en werkt vernietigender

dan uw zomerhete geilheid, maar wees niet bang:

Schotland brengt meer rijkdommen voort dan u aankan.

Dit alles is nog acceptabel,

uw kwaliteiten compenseren dit immers wel.


MalcolmDat is ’t probleem, ik heb er geen.

Bij mij geen spoortje van vorstelijke deugden:

rechtvaardigheid, waarheid, zelfbeheersing,

evenwicht, gulheid, volharding, genade, geduld,

eenvoud, devotie, moed en wilskracht.

Dat alles is mij vreemd. Nee, had ik de macht,

ik roeide op aarde alle eensgezindheid uit.

Spreek, mag zo iemand ooit regeren?


Macduff Regeren?  Nee, niet eens in leven blijven.

Malcolm, ge hebt uw eigen banvloek uitgesproken

en als ware nazaat van de troon uw stam vervloekt;

uw koninklijke vader was een heilig vorst

en uw moeder zat meer op haar knieën dan ze stond.

Vaarwel, hier sterft uw laatste hoop.


MalcolmGrapje … grapje, Macduff, uw pure, integere reacties

vegen uit mijn ziel elke zwarte argwaan en

overtuigen mij ervan dat ge eerlijk en trouw zijt.

De duivelse Macbeth heeft dikwijls geprobeerd

mij met dergelijke listen in te palmen.

Voortaan geef ik me aan uw leiding over.

Ik herroep mijn zelfbeschuldiging.

Ik heb al die gore driften verzonnen, ik zweer het,

Ze zijn mij vreemd. Ik heb nooit een vrouw gekend,

nooit enige eed gebroken,

ben nauwelijks uit op wat van mij is,

de waarheid is me even lief als ’t leven.

Mijn ware ik staat u en mijn land ten dienste.

Duizenden soldaten in volle uitrusting zijn al opgerukt

nog voor ge hier aankwam;  nu vertrekken we samen.

Ge zijt zo stil?

Macduff (Zucht) ’t Is niet gemakkelijk al die dingen ineens

met mekaar te verzoenen.


RossHallo.


Macduff Beste Ross, hoe gaat het met mijn vrouw ?


RossO, goed.


Macduff En met mijn kinderen ?


Ross Ook goed.


Macduff Dus, de tiran heeft ze met rust gelaten ?


RossToen ik vertrok, was er niets aan de hand.


Macduff Wees niet zo zuinig met uw woorden.  Spreek.


RossIk wou dat ik u troost kon brengen.

Maar ik zou mijn woorden liever uitschreeuwen

in een woestijn, waar niemand ze kon horen.


Macduff Waarover gaat het ? Gaat het ons allen aan,

of is het verdriet voor één man bestemd?


RossElk eerlijk hart deelt mee in de ellende,

maar het zwaarste deel treft u alleen.


Macduff Als het vooral voor mij is, zeg het dan onmiddellijk.


Ross ’t Zal klinken als de hardste slag voor uw oren ooit.


Macduff ‘k Kan ’t al raden.


RossUw vrouw en kinderen werden barbaars vermoord;

als ik zou zeggen hoe ….


Macduff …. En ik was er niet. Mijn vrouw ook dood ?


Ross Ja.


MalcolmNu sterk zijn, felle wraak moet dit dodelijk verdriet genezen.


Macduff Hij heeft geen kinderen. Al mijn lieve kleintjes?

Allemaal zegt ge? En ook hun moeder, met één woeste uitval?


MalcolmVecht ertegen als een man.


Macduff Dat zal ik. Maar ik moet het ook voelen als een man,

ik kan niet anders dan eraan denken,

dat zij er niet meer zijn die me het liefste waren.

Heeft de hemel werkloos toegezien?

Nee, ’t is mijn schuld, door mij zijn ze vermoord.

God schenke hun eeuwige rust.


Malcolm Stomp uw hart niet af, scherp het aan.


Macduff Ik zou nu kunnen snikken als een vrouw

of raaskallen als een gek,

Maar in godsnaam, geen uitstel meer.

Breng hem bij mij, in het bereik van mijn zwaard,

en als hij ontsnapt, dat God hem vergeve.


MalcolmYes. Da’s gesproken.



Vijfde Bedrijf


1. Burcht van Macbeth -Dunsinane

Lady Macbeth (handenwrijvend) Hier is nog een spat en nog één.

Weg verdoemde vlek, weg zeg ik. Eén, twee ..

Nu moet het.  De hel is onheilspellend donker.

Mijn man, een krijgsman en bang? Beschaamd moest ge zijn.

Waarom bang zijn dat iemand het weet?

Niemand kan onze macht om rekenschap vragen.

Wie had kunnen denken dat die oude man zoveel bloed in zich had?

Macduff had eens een vrouw?  Waar is ze nu?

Ach, zullen die handen nooit meer schoon zijn?

Nooit meer, zoiets, nooit meer, ge bederft alles.


StemZe heeft gezegd, wat ze niet beter niet gezegd had,

God weet wat ze geweten heeft.


Lady Macbeth Nog altijd ruikt het hier naar bloed.  Alle geuren van Arabië

kunnen deze kleine hand nooit meer lekker fris laten ruiken.

Was uw handen, doe uw nachtkleed aan, kijk niet zo bang.

Ik zeg het u nog eens: Banquo is begraven, hij kan niet uit zijn graf.


StemOok dat nog?


Lady Macbeth Naar bed, naar bed, er wordt geklopt, naar bed.

Kom geef me uw hand, Wat gedaan is, blijft gedaan, kom, naar bed.

(neiging tot zelfmoord)



2. Streek van Dunsinane - strijdgeroffel

Adel 1/stemHet Engels leger nadert het bos van Birnam

aangevoerd door Malcolm en Macduff, en door wraak


Adel 2/stemWat doet Macbeth?


Adel 1/stem    Met alle middelen en met de moed der wanhoop

versterkt hij zijn kasteel, waanzinnig, wordt gezegd.

Hij verliest de greep op zijn aanhang.

Die geheime moorden blijven kleven aan zijn hand.

Overal breken opstanden uit.

Wie hem nog gehoorzaamt doet het op bevel, niet uit genegenheid.


Adel 2/stemOp naar het bos van Birnam, we sluiten ons aan.


 

3. Burcht van Dunsinane

Macbeth Ik hoef geen berichten meer. Laat ze lopen.

Geen vrees raakt me, zolang het bos van Birnam niet oprukt tegen Dunsinane. Wat is die Malcolm?

Of hij niet uit een vrouwenschoot geboren is.

Vlucht, valse heren, sluit u aan bij de verwijfde Engelsen.

Mijn geest en het hart dat in mij slaat

zijn tot geen twijfel of angst meer in staat.

He bleekscheet, hoe komt ge aan dat kippenvel?


Knecht/StemHeer, er staan tienduizend …


Macbeth Kippen?  Boerenknul!


Knecht/StemSoldaten, heer.


Macbeth Wat voor soldaten, gij met uw witgekalkte face?


Knecht/stem’t Engelse leger.


Macbeth Dit is beslissend: of ik wordt voor altijd gelukkig

of ik ga ten onder. Ik heb lang genoeg geleefd,

de herfst van mijn leven komt eraan.

Gezag, liefde, eerbied, een hoop vrienden,

dingen, die we van de oude dag mogen verwachten,

daarop moet ik niet hopen.  Neen.

Eerder op gesmoord gevloek, op gevlei,

op kwalijke adem uit valse monden,

die mijn hart zou moeten weigeren, maar niet durft.

Ik vecht tot het vlees van mijn gebeente is weggehakt.

Doorkruis het land, hang op wie over angst praat.

Mijn harnas!  Hoe is het met mijn vrouw?


StemHaar geest wordt gekweld door steeds talrijker waanbeelden.


Macbeth Genees haar dan. Kunt ge niet eens een verziekte geest genezen,

een diepgeworteld verdriet uit de herinnering rukken,

de in het brein gegrifte kwelling uitwissen,

de borst zuiveren van het giftig gezwel dat het hart verkrampt???


StemAlleen de zieke kan zichzelf hier helpen.


Macbeth Gooi uw geneeskunst voor de honden, man.

Mijn harnas!  Ik vrees geen dood of ondergang,

voor Birnams bos verschijnt op Dunsinane.



4/5 Idem

Macbeth (gegil van vrouwen)

Ik was de smaak van angst bijna vergeten.

Er was een tijd dat nachtelijk gekrijs mij deed verstenen,

dat mijn haar bij een moordverhaal rechtop ging staan,

maar ik heb me zo met gruwelen volgevreten,

dat niets me nog ontstellen kan. 

Waar is dat gillen goed voor?


StemHeer, heer, de koningin is dood.


Macbeth Doodgaan had ze later nog kunnen doen.

Dan zou er tijd geweest zijn voor dat soort nieuws.

De tijd kruipt voort met zijn trage pas

van morgen naar overmorgen naar de volgende dag.

Uit, uit, stompje kaars, ‘t leven is niets anders

dan een zwervende schaduw, een triest acteur,

die op toneel zijn uurtje raast en daast,

en dan verdwijnt, compleet zinloos en absurd.


6/7/8/9 Vlakte voor de burcht van Dunsinane

Macbeth (Bos van Birnam in beweging)

Ze hebben me aan de paal, ik kan niet vluchten,

Ik moet het uitvechten als een kermisbeer.


Macduff (off)Tiran, toon uw gezicht,

Als ik u niet versla, blijven de schimmen

van mijn vrouw en kinderen me eeuwig kwellen.


Macbeth Wat zou ik de Romeinse dwaas uithangen

en sterven door mijn eigen zwaard?

Zolang ik anderen in leven zie, kan ik

maar beter op hen inhakken.


Macduff Kom hier gij helse hond, kom hier.


Macbeth Terug, mijn ziel is al teveel bespat met ‘t bloed van uw gezin.


Macduff Ik heb geen woorden, mijn stem is mijn zwaard.


Macbeth Doe geen moeite, ge kunt makkelijker de ijle lucht doorklieven

dan dat ge mij kunt treffen.  Ik leef door de zwarte kunst,

niemand uit een vrouw geboren, kan mij verslaan.


Macduff Reken maar niet meer op die toverij,

en laat de duivel die u dient vertellen dat Macduff

voor zijn tijd, uit de buik van zijn moeder werd gesneden.


Macbeth Vervloekt de mond die mij dat zegt,

hij slaat lam mijn mannelijke kracht.

Ik draai nu op voor mijn blind geloof in de duivelse profetie.

Stromen bloed, die ik heb vergoten,

schreeuwen de hemel om wraak.

Ik vecht niet met u.


Macduff Geef u dan over, lafaard.


Macbeth Om de grond te kussen voor de voeten van de jonge Malcolm?

Om door iedereen vervloekt en uitgespuwd te worden?

Ik geef me niet over. (vechtend af)


Macduff De koning is dood, leve de koning.

(Malcolm zet kroon op) Leve de koning van Schotland.


The End