Meningen

Meningen & Reportages

Kies voor een warm Edegem en word lid van Facebook groep   

Edegem met een hart 


N-VA schuift ‘huisideoloog’ Joren Vermeersch aan de kant

‘Er is maar één ideoloog in de partij’


N-VA heeft haar ‘huisideoloog’ Joren Vermeersch op een zijspoor geplaatst. Door het aangekondigde vertrek van Jean-Marie Dedecker belandt hij echter straks gewoon in het parlement. Intussen is hij aan de slag bij oud-staatssecretaris Theo Francken.


Stavros Kelepouris en Roel Wauters - De Morgen



Beeld Damon De Backer


“Ik lijd aan een parlementaire depressie.” Kamerlid Jean-Marie Dedecker is het beu. “Als volksvertegenwoordiger in de meerderheid ben je klapvee voor de regering. En in de oppositie plas je tegen de wind in en heb je niks te zeggen.” In een interview met Krant van West-Vlaanderen kondigt Dedecker een vroegtijdige exit uit het parlement aan, al ligt de datum nog niet vast.


Zijn opvolger staat al klaar: Joren Vermeersch. Afgelopen zomer werd hij binnengehaald op de studiedienst van N-VA, in de media liet hij zich omschrijven als de nieuwe ‘huisideoloog’. Lang heeft die samenwerking niet geduurd. Officieel staat Vermeersch nog onder contract, maar in de feiten is hij al sinds september op een zijspoor beland, bevestigen meerdere bronnen. 


Het plan dat hij de plaats zou innemen van Dedecker lag al langer klaar. Nog voor de verkiezingen van 2019 vernam De Morgen dat Dedecker niet van zin was een eventueel parlementair mandaat volledig uit te zitten. In ruil voor het lijstduwerschap eiste hij van N-VA dat zijn poulain en voormalig medewerker Joren Vermeersch als eerste opvolger op de lijst zou staan. 


ERGERNIS BINNEN PARTIJTOP

Vermeersch wordt straks dus meteen opgevist in het parlement, al ontkent Dedecker dat zijn nakende exit in verband staat met het feit dat Vermeersch opzijgeschoven is. Vermeersch zelf wil over de hele zaak niks kwijt. “Ik heb instructie gekregen om geen verklaringen af te leggen”, zegt hij aan de telefoon. “Ik ben nog steeds ideologisch adviseur, ik ben niet ontslagen.”


Binnen de partijtop was ergernis ontstaan over het label van ‘partij-ideoloog’ dat Vermeersch zich liet welgevallen. “Toen dat zo in de media verscheen, is er wel even gezegd: oeioei, zo gaan we toch niet beginnen? Er is maar één ideoloog in de partij, en dat is Bart De Wever”, zegt een betrokkene.


Ook de columns die hij sinds deze zomer schreef voor De Standaard vielen in slechte aarde. Bronnen binnen de partij omschrijven Vermeersch als ‘vrijdenker’, maar ook ‘scherpslijper’: hij provoceert graag, formuleert ideeën op en over het randje, maar spreekt niet namens de partij. Door de sirenenzang van de media was hij een uithangbord geworden dat de partij niet van hem wou maken. “Joren was een dankbare schietschijf geworden”, klinkt het bij een zwaargewicht.


Vermeersch werd daarom op het matje geroepen en voor de keuze geplaatst: stoppen met zijn columns en publieke optredens of zijn job op de studiedienst behouden. Vermeersch weigerde in te binden, waarna de absolute partijtop hem aan de kant schoof. 


MEDEWERKER THEO FRANCKEN

In afwachting van zijn parlementair mandaat heeft Vermeersch elders onderdak gevonden. Hij is inhoudelijk medewerker van Kamerlid en ex-staatssecretaris Theo Francken. De twee kennen elkaar. Vermeersch schreef samen met Francken verschillende boeken over migratie en was in het verleden al zijn medewerker.


Omdat hij nog steeds betaald wordt door de partij en niet officieel als medewerker is aangesteld, heeft Vermeersch weliswaar geen bureau in de Kamer. Dedecker: “Hij werkt dus maar op mijn bureau, het asielcentrum van de vrijdenkers.”


Het opzijschuiven van Vermeersch is tekenend voor de interne strijd over de lijn die de partij moet aanhouden. Profileert de partij zich als centrumpartij om het electoraat van CD&V en Open Vld in te palmen? Of moet N-VA meer op rechts de grenzen aftasten om kiezers van Vlaams Belang te overtuigen? Nu de partij federaal in de oppositie beland is, wil ze zich duidelijk onderscheiden van het geroep van Vlaams Belang en PVDA – maar tegelijk wil ze wel fors oppositie voeren. N-VA worstelt met de zoektocht naar het juiste evenwicht. Vermeersch behoort duidelijk tot de rechtsere strekking. Ideologisch valt hij te situeren in het kamp van Francken, Dedecker, maar ook andere parlementsleden zoals Koen Metsu. 


Top



Opvolging Dedecker legt sluimerend conflict bij N-VA bloot


Jean-Marie Dedecker ruimt in de Kamer plaats voor zijn poulain Joren Vermeersch, adviseur ideologie bij de N-VA. Voor vrijbuiter Vermeersch, die ook dicht bij Theo Francken staat, was op het partijhoofdkwartier geen toekomst meer.


Matthias Verbergt - De Standaard



‘Als parlementslid ben ik niet meer gelukkig. De verplaatsing naar Brussel is een belasting geworden. (...) Het is een nutteloze stiel geworden. (...) Er wordt toch geen rekening gehouden met de stem van de kiezer. Het is bijna een straf om parlementslid te zijn. Ik ben ontgoocheld in onze democratie.’ In een interview met de Krant van West-Vlaanderen oordeelt Kamerlid Jean-Marie Dedecker andermaal vernietigend over de politiek.


In één adem bekrachtigt de 68-jarige Dedecker wat al even gefluisterd maar niet bevestigd werd: dat hij vroegtijdig plaats ruimt voor zijn poulain Joren Vermeersch (39). De eerste opvolgersplaats voor de huidige adviseur ideologie bij de N-VA was Dedeckers eis toen hij bij de verkiezingen in 2019 door de partijtop gevraagd werd om als onafhankelijke de West-Vlaamse Kamerlijst te duwen. Die zet, tegen de wil van een deel van de partij in, moest onder meer Vlaams Belang afhouden.



Joren Vermeersch. Foto: Brecht Van Maele


De wissel is nog niet voor meteen. Eerst wil Dedecker nog contacten opbouwen met de ministers uit de nieuwe regering, in het belang van zijn gemeente Middelkerke. Die korte afstand tot de macht ‘is nog het enige voordeel aan ­Brussel’, zegt Dedecker aan De Standaard. ‘We bouwen aan een nieuw casino en gemeentehuis en een vernieuwde zeedijk, we leggen wegen aan.’ En in 2022 organiseert Middelkerke het BK veldrijden. Dat wil Dedecker laten doorgaan op militair domein.


‘Nieuwe partijideoloog’

Voor Vermeersch gebeurt de opvolging wel best zo snel mogelijk. Zijn positie op het partijhoofdkwartier van de N-VA is immers erg precair, vernam De Standaard. Vermeersch werd in augustus adviseur ideologie bij de studiedienst van de N-VA, op aansturen van kopstuk Theo Francken. Vermeersch was jarenlang parlementair en later kabinetsmedewerker van Francken, met wie hij samen twee boeken over migratie schreef. Francken had Vermeersch op zijn beurt in 2010 weggeplukt bij zijn goede vriend Jean-Marie Dedecker.


Afgelopen zomer werd Vermeersch in verschillende uitgebreide interviews, waaronder in De Standaard, aangekondigd als de nieuwe ideoloog van de partij. Hoewel Vermeersch telkens benadrukte in eigen naam te spreken, begon de relatie met de partijtop zo meteen onder een slecht gesternte. ‘Onze enige partijideoloog is Bart De Wever’, zegt een partijkopstuk.


In september werd Vermeersch vaste columnist van deze krant, zonder dat hij daarvoor het formele fiat van de partij had gekregen. Zijn columns zouden als het partijstandpunt overkomen, vreesde de N-VA. Bij de strak geleide partij wordt van elke mandataris overleg verwacht over de inhoud van externe communicatie. ‘Parlements­leden klaagden dat hun opiniestukken wel via het hoofdkwartier moesten passeren, en die van een medewerker van de studiedienst niet’, zegt een N-VA’er.


Je job of je column

Volgens onze informatie liet Piet De Zaeger, algemeen directeur van de N-VA, Vermeersch de keuze: zijn job op het partijhoofdkwartier of zijn column in deze krant. De liberale vrijbuiter in Vermeersch botste met de centralistische partij en Vermeersch bond niet in. De jurist en historicus kan altijd terug naar zijn vroegere job bij de Raad voor Vreemde­lingenbetwistingen. Hoewel Vermeersch formeel zijn titel behield, werd hij naar de Kamerfractie gestuurd.


Daar werkt Vermeersch nu voor Dedecker en Francken, die hem zijn blijven steunen. ‘Joren werkt op mijn bureau’, zegt Dedecker. ‘Bij de studiedienst van de N-VA durven ze hem niet te ontslaan, uit vrees voor imagoschade. Ze hebben hem wel verboden om nog interviews te geven. En hij was niet welkom bij de overige medewerkers van de N-VA-Kamerfractie.’


Dat laatste wordt bij de fractie ontkend. Francken en ook Vermeersch zelf weigerden commentaar te geven en de partijwoordvoerders van de N-VA waren niet ­bereikbaar voor een reactie.


‘Door koppigheid aan beide kanten is het conflict met de partijtop nog steeds niet uitgepraat’, zegt een ingewijde. De partij zou nog steeds aan een regeling werken. Door de aankondiging van het nationaal politiek pensioen van Dedecker is er nu een oplossing in zicht, al heeft zijn beslissing niets met de situatie van Vermeersch te maken, verzekert Dedecker.


In elk geval krijgt de rechterflank van de partij, vertegenwoordigd door Francken, er binnen afzienbare tijd in de Kamer een dichte medestander bij. Vermeersch vindt dat de N-VA nog sterker moet inzetten op het thema migratie, een strategie waarover discussie bestaat binnen de partij.


In interviews spreekt Vermeersch over de ‘positieve kanten’ van de kolonisatie, de ‘morele ­superioriteit van de westerse beschaving’ en het christendom als ‘de grootste emancipatiemachine in de geschiedenis van Europa’. Met het vertrek van de onafhankelijke Dedecker krijgt de N-VA er dan wel een Kamerzetel bij, de geest en ook het rebelse karakter van Dedecker zijn daarmee niet weg.


Top



Waarom Groen niet voor Kristof Calvo koos

(en hij dat had kunnen zien aankomen)


Dat Groen-kopstuk Kristof Calvo toch geen minister werd, lijkt minder de afrekening met één persoon dan het voorlopig eindpunt van een malaise die Groen al anderhalf jaar verdeelt en binnenskamers kon houden. Tot nu.


Walter Pauli en Simon Demeulemeester  - Knack



Van links naar rechts: Tinne Van der Straeten, Meyrem Almaci, Kristof Calvo, Björn Rzoska, Petra De Sutter, Filip Watteeuw.


'Ik smeek jullie', zo kruidt Kristof Calvo een van zijn vele interventies in de nacht van 30 september op 1 oktober. De ochtend begint haast te gloren in Hotel NH Gent Belfort, en na de leden van de parlementaire fracties van Groen gaan ook de afgevaardigden van de Politieke Raad (het hoogste beslissingsorgaan in de partij, bestaande uit geëngageerde vrijwilligers) na urenlang debatteren de laatste rechte lijn in voor de aanwijzing van de ministers van Groen in de regering-De Croo.


De regeringsdeelname heeft uren daarvoor al 'groen licht' gekregen van het partijcongres. Maar daarna is het echte drama pas begonnen: de bevoegde Groen-instanties moeten nog de ministers aanwijzen. De hele avond - correctie: de hele nacht lang - hebben vier kandidaten de partijinstanties van Groen proberen te overtuigen om voor hen te kiezen. Federaal fractieleider Kristof Calvo heeft gevochten voor wat hij waard is.


Meer dan de anderen nog probeert hij in die ultieme stemtest de achterban ervan te overtuigen dat hij de meest geschikte, of in elk geval een noodzakelijke naam is als minister. En daarvoor gooit hij alle argumenten in de strijd, ook emotionele. In talloze discussies op en naast het podium en in en buiten de zaal gebruikt hij argumenten als: 'De hele pers noemt mij als minister. Jullie kunnen dit niet maken.' Als de leden van de Politieke Raad de verschillende kandidaten uiteindelijk vragen wat ze zullen doen als ze niet gekozen zouden worden, zeggen drie van de vier dat ze zullen verder werken zoals ze al doen. Kristof Calvo niet: 'Dit stelt heel mijn politieke leven ter discussie.'


Het baat niet. Calvo moet de kelk tot de bodem ledigen. Nadat hij er eerst niet in is geslaagd om een meerderheid van zijn collega's uit de parlementaire fracties achter zijn kandidatuur te scharen (hij blijft steken op 12 van de 25 stemmen), haalt hij ook geen meerderheid bij de leden van de Politieke Raad van Groen, dat zijn het vijftigtal afgevaardigden van the rank and file van Groen. Die stemming is naar verluidt erg nipt. Calvo's medestanders verwijten hun partijgenoten woordelijk 'een politiek moord'. Meyrem Almaci is voor hen kop van Jut. Maar ook Niel Staes, de voorzitter van de Politieke Raad, krijgt de wind van voren. Een aanwezige: 'De sfeer was geladen. Voor het eerst in bijna twintig jaar krijgt Groen weer federale ministers. Wat een feest had moeten zijn, is uitgedraaid op een nachtelijke vergadering die is geëindigd in een bedrukte stemming. Toen wist ik: dit wordt heavy shit.'


De hele pers noemt mij als minister. Jullie kunnen dit niet maken.

Kristof Calvo


Inderdaad belandt Groen in het oog van een storm die nog niet is gaan liggen. Het narratief van het drama wordt in de eerste dagen van oktober geschreven. Kristof Calvo geeft in een aantal persinterventies zelf de aanzetten tot de belangrijkste verhaallijnen. Hij mag dan het pleit verloren hebben voor zijn eigen partijinstanties, hij haalt de dag erop meteen een klinkende overwinning in de publieke opinie. Op donderdag 1 oktober komen de Kamerleden samen, wegens corona bij grote uitzondering in het Europees Parlement, voor het investituurdebat van de regering-De Croo. Daar sprak Kristof Calvo als fractieleider van de ecologisten zijn steun uit voor het Vivaldi-project en de groene ministers. Hij deed dat in een zorgvuldig opgebouwde toespraak. 'Het was niet mijn ambitie om hier te staan', stak hij emotioneel, zelfs ietwat dramatisch van wal. Vanuit dat dieptepunt - even houdt de Kamer de adem in: Calvo zou deze tribune toch niet gebruiken om zijn exit aan te kondigen? - klimt hij omhoog. Zijn vurige pleidooi werd beloond met een minutenlange staande ovatie van de meerderheidspartijen. Theo Francken (N-VA) noemde zijn ergste tegenstander 'een groot politicus'.


Vervolgens is het niet moeilijk voor Wetstraatjournalisten om het hele scenario te reconstrueren: partijvoorzitter Meyrem Almaci en goudhaantje Kristof Calvo konden al langer niet door één deur. Almaci gebruikte het advies van een door haarzelf aangesteld trio (dat haar zou adviseren om kandidaat-ministers voor te dragen aan de partij) om Calvo als minister te liquideren en zo de meest bekende en populaire groene politicus van het land zijn verdiende en alom verwachte promotie door de neus te boren. Het klinkt allemaal hoogst plausibel.


Maar wat is er écht gebeurd tijdens 'de nacht van Calvo'? Waarom stemde Groen haar goudhaantje weg? En dat niet één, maar twee keer? Waarom werden Europarlementslid Petra De Sutter en Kamerlid Tinne Vanderstraeten voorgesteld? Waarom liet Almaci zich adviseren door een trio? Knack zocht en vond antwoorden op een aantal nog niet gestelde vragen.


Clanoorlog

Wat vorige week gebeurde, is niet uit de lucht komen vallen. Het conflict heeft wortels die al meer dan een jaar oud zijn. Een kopstuk zucht: 'Het probleem zit veel dieper dan het op het eerste gezicht lijkt. Dit gaat niet om Calvo, maar om Groen. Al meer dan een jaar ettert een persoonlijk conflict tussen voorzitter Almaci en Kamerfractieleider Calvo. Tot nu toe heeft Groen dat conflict eigenlijk zo goed als helemaal kunnen afschermen van de buitenwereld.' Dat klopt. Almaci en Calvo waren de twee kopstukken tijdens de verkiezingscampagne van 2019. Als journalisten al eens berichten van interne wrijvingen konden opvangen, dan eerder van andere kopstuken versus dat duo, omdat ze al te veel in de schaduw ervan moesten blijven. Toch hadden en hebben Almaci en Calvo allebei hun clan. Partijwoordvoerder Jonas Dutordoir was de persoonlijke spion van Calvo, ook al was hij officieel de rechterhand van Meryem. Maar dat bleef onopgemerkt voor veel journalisten: Dutordoir werd gezien als de brutale schildwacht van de voorzitter en de partij, altijd op zijn hoede in een als vijandig opgevatte mediatieke omgeving. Niets was minder waar. Almaci leunde na een tijd volledig op communicatieadviseur, Pieterjan Desmet, niet te verwarren met VRT-journalist Pieter-Jan De Smedt. Een betrokkene: 'Intern was afgesproken dat Almaci het eerste boegbeeld zou zijn. Dat kon natuurlijk niet voor Calvo, dus hij probeerde altijd in plaats van Almaci tv en andere media te halen.'


Dat wekte toen al onrust op onder partijgenoten. Niet dat er geen politieke tegenstellingen kunnen bestaan binnen één partij. Die bestonden ook in de 'grote jaren', begin deze eeuw. Toen heette Groen nog Agalev, haalde de partij 13 procent bij de verkiezingen en maakte ze deel uit van de eerste paars-groene regeringen-Verhofstadt (federaal) en -Dewael (Vlaams). Ook toen was er al een verschil in visie en aanpak tussen electoraal boegbeeld en Vlaams topminister Mieke Vogels en partijsecretaris (toen zei men vooral niet 'voorzitter') Jos Geysels. Geysels herinnert zich de ploegopstelling van toen nog goed: 'Men sprak van de schone en het beest, men zag dat de meer emotionele en meer rationele aanpak elkaar aanvulden.' Ook andere kopstukken als Vera Dua of Magda Aelvoet legden eigen accenten. Die diversiteit maakte Agalev vooral sterker.



Kristof Calvo (Groen) © Isopix


Dat zou ook nu kunnen bij Groen. Toch zolang de meningsverschillen vooral politiek blijven. Als ze persoonlijk worden en uitgroeien tot vetes, kan dat een partij ernstige schade toebrengen - dat bewezen Wilfried Martens en Leo Tindemans bij de CVP, Guy Verhofstadt en Karel De Gucht bij de liberalen, Filip Dewinter en Frank Vanhecke bij het Vlaams Belang, enzovoort. Iedereen is het erover eens dat er wel wat verschillen zijn bij Groen. Zo heeft Vlaams fractieleider Björn Rzoska deels Vlaams-nationale roots en pleitte hij al voor coalitievorming met de N-VA. Kristof Calvo is dan weer 'de liberale groene' en gaat ver mee in het recente liberale verhaal om bevoegdheden te herfederaliseren. Maar dergelijke politieke verschillen hebben de voorbije maanden niet meegespeeld in wat er bij Groen is gebeurd. Integendeel, bij gebrek aan echt intern politiek debat werd de toon bepaald door verschillen in karakter en botsende ambities. In zo'n klimaat halen ego's de bovenhand.


Naakte cijfers

Dat liep dus fout. En al bij de lijstvorming. De Antwerpse Kamerlijst werd aangevoerd door Kamerfractieleider Kristof Calvo, en níét door voorzitter Meyrem Almaci. Almaci trok in dezelfde provincie de Vlaamse lijst. De officiële uitleg was dat op die manier de kopstukken optimaal werden verspreid over betere verkiezingen. Een andere uitleg was dat Almaci en Calvo elkaar niet meer voor de voeten wilden lopen. Die onderliggende rivaliteit zorgde ervoor dat men zich vooral concentreerde op de mediatieke kant van de zaak, minder op de inhoudelijke. Bitter klinkt het bij de groene achterban: 'Onze studiedienst had tijdens de campagne weinig om handen. Normaal zou die juist dan overuren moeten draaien.' Het gebrek aan inhoudelijke backing sloeg Calvo als een boomerang in de nek toen hij op het VRT-programma De afspraak op vrijdag met de mond vol tanden zat toen De Standaard-journalist Bart Brinckman en moderator Ivan De Vadder hem voor de voeten wierpen hoeveel het afschaffen van de salariswagens de betrokken werknemers wel zou kosten. Die vraag lag zo voor de hand dat Calvo het antwoord in de drie landstalen had moeten kunnen opdreunen, onderwijl een achterwaartse salto makend. Zijn gestamel werd de blunder die Groen de hele campagne zou achtervolgen.


Verkiezingsdag 26 mei 2019 laat dan ook sporen na bij vele groene parlementsleden en partijmedewerkers. In het zog van de klimaatmarsen had Groen zich rijk gerekend door (aanvankelijk zeer) positieve peilingen: vijftien procent was een verhoopte target, en Almaci had haar partij al uitgeroepen tot de nieuwe 'marktleider van links'. Op verkiezingsdag is dat niet gebeurd. De uitslag van de Kamerverkiezing is ontnuchterend.


Vijftien procent blijkt een verre wensdroom. Het 'glazen plafond' van tien procent wordt weliswaar doorbroken bij de Vlaamse en vooral de Europese verkiezingen (daar haalt Groen meer dan 12 procent, met - niet onbelangrijk - Petra De Sutter als boegbeeld), maar bij de Kamerverkiezingen wordt de vreugde voor de winst van twee zetels overstemd door de teleurstelling voor de lage score van 9,7 procent. Hoezeer Almaci zowel de buitenwereld als de achterban probeert te overtuigen van het tegendeel, in de geesten is Groen een verliezer. Het doet intern vragen rijzen, zegt een parlementslid. 'Dat je een overwinningsnederlaag naar de buitenwereld verkoopt als een overwinning, tot daar aan toe. Maar dat je dat intern óók doet, dat is niet gezond.'


Briljant

In het anderhalve jaar tussen de verkiezingen van 26 mei 2019 en de aantrede van de regering-De Croo op 1 oktober 2020, loopt bij Groen veel mis. Meyrem Almaci is kandidaat om zichzelf op te volgen als partijvoorzitter, maar ze krijgt Vlaams fractieleider Björn Rzoska als uitdager. Uiteindelijk moet Rzoska pas in de tweede ronde de duimen leggen voor Almaci, die ook dan niet verder komt dan 53 procent van de aanwezige stemmen - volgens een bron in de partij scheelde het amper 25 stemmen. Rzoska wordt her en der de morele winnaar genoemd. De Standaard geeft als commentaar: 'Almaci kan niet om Rzoska heen.'


In werkelijkheid is net het omgekeerde gebeurd. Een ander parlementslid: 'Meyrem heeft persoonlijk rondgebeld naar parlementsleden met de vraag om Björn als Vlaams fractieleider te dumpen, idem met Kristof in de Kamer. Dat is niet gelukt. Je kunt je indenken welk kwaad bloed dat heeft gezet.' Er komt klad in het voorzitterschap. Een belangrijk partijlid: 'Het is alsof de combinatie van de slechte verkiezingen - jawel, dat waren ze - en de nipte zege bij de voorzittersverkiezingen de energie uit Almaci heeft gezogen. In elk geval: ze is er niet meer in geslaagd om Groen op de radar te zetten.' Een andere groene: 'Een sterke voorzitter kan inhoudelijke verschillen overbruggen en met elkaar verbinden. Meyrem deed het tegendeel: de verschillen uitdiepen en versterken.' Ook Kristof Calvo doet zijn duit in het zakje. In De Morgen suggereert hij dat Groen zich beter zou omvormen naar een partij naar Nederlands model - daar is de partijvoorzitter een eerder administratieve functie, en is de fractieleider in de (Tweede) Kamer ook de politieke leider. Een voormalig parlementslid: 'Almaci heeft dat gelezen als een scud in haar richting.'


De verdeeldheid van Groen komt één keer openlijk naar buiten. Vlaams Parlementslid Elisabeth Meuleman steekt op 9 maart haar nek uit met een vrije tribune in De Morgen, getiteld: 'Waarom we nood hebben aan meer Freya's'. Meuleman grijpt het politieke afscheid van Freya Piryns - nog een Antwerps kopstuk dat volgens ingewijden door Almaci is buitengewerkt - aan om een scherpe analyse te maken. 'Groen mag niet drammerig zijn.' Wie Almaci ooit interviewde, kan er niet anders dan een vingerwijzing in zien naar de voorzitster. Maar die kritiek kan evengoed op Calvo slaan.


In de partij valt te horen dat die opinie het begin zou zijn voor een interne denkoefening. Een week later wordt die hoop samen met het land lamgelegd. Één lichtpuntje in de corona-epidemie: ze zorgt ervoor dat er geen interesse is bij de Wetstraatpers voor strubbelingen bij Groen. Hetzelfde gebeurt met het boekje dat Almaci in de zomer uitbrengt met dan nog Europees Parlementslid Petra De Sutter, De goede kant op? Kansen na corona. Groenen die het lazen, vonden het 'best interessante vakantielectuur'. Maar ook zij geven toe: het heeft zelfs geen rimpeling veroorzaakt.


Calvo grijpt corona aan om zijn eigen optreden te evalueren. Hij leest ook hoe de pers hem neerzet: als een eeuwig enfant terrible van Groen. Wie op zijn 33e nog een 'enfant' is, heeft een probleem. Onder meer in Knack kondigt hij de nieuwe 'Kristof 2.0' aan: 'Ik ben niet de boze oppositieleider.' Dat Calvo zichzelf een nieuw imago aanmeet, gaat niet ongemerkt voorbij. Een partijgenoot die hem al jaren kent: 'Kristof is briljant. Hij denkt twee keer zo snel als de gemiddelde verkozene van Groen. Eerder dan wie ook wist hij dat hij tijd moest kopen om van imago te veranderen. En dus eiste hij dat Groen voor de duur van de regeringsvorming - maanden dus - haar kop zou houden en zou zwijgen. Groen moest kleur-, smaak- en geurloos worden, de meest gewillige regeringspartner die het land in decennia heeft gezien. Dat heette dan "ons verantwoordelijk opstellen". Kristof kan tellen: hij wist toen al dat hij kans maakte om de eerste groene vicepremier te worden in een nieuwe federale regering. En dus heeft hij de hele partij de prijs laten betalen voor zijn eigen ambitie.' Een ander kopstuk van groen: 'Calvo heeft ooit zelfs het beeld gebruikt dat hij maandenlang "door de woestijn is gegaan". Laten we zeggen dat hij door een zandbak is gestapt.'



© Belga


Niet alleen Kristof Calvo heeft ambitie. Vanaf de verkiezingen heeft Groen mee aan de kar geduwd, voor zover dat kon, aan een of andere Vivaldi-coalitie. En wie in de regering zit, krijgt ministers. Om die te benoemen, bestaan bij Groen aparte regels. Jos Geysels is de enige voorganger van Almaci die ooit voor dat 'probleem' stond. Geysels: 'Het uitgangspunt bij Groen is duidelijk. Één: de voorzitter beslist niet alleen over de nieuwe ministers. Twee: na brede interne inspraak moeten de partijinstanties zich uitspreken over de namen.' Wat Almaci doet - en wat haar vandaag bakken kritiek oplevert - is eigenlijk niet anders dan wat Geysels voorschrijft. Zij oordeelt niet alleen, maar organiseert de inspraakronde. Zij doet dat door een driemanschap aan te stellen dat de opdracht krijgt om de groene achterban te polsen over de kandidaat-ministers. Het drietal is vrij logisch samengesteld. Één 'nationale mandataris' - dus op dat moment de enig beschikbare minister: de Brusselse Elke Van den Brandt. Één lokaal mandataris: David Dessers, in Leuven de eerste schepen in het 'progressieve' college van Mohamed Ridouani (SP.A). En één vrijwilliger: de Antwerpenaar Niel Staes, de voorzitter van het partijbestuur van Groen. Dat triumviraat valt niet niet weg te zetten als Almaci-getrouwen. Zo was Van den Brandt in 2014, overigens samen met running mate Wouter De Vriendt (een absolute Calvo-getrouwe), al kandidaat om partijvoorzitter te worden. Zij moest toen met 40 procent de duimen leggen tégen de winnaar, Meyrem Almaci.


Maar er is méér aan de hand. Een goede bron: 'Aan deze aanwijzing zit een kant die nog niet is gezien door het brede publiek. Waarom koos Almaci ervoor om een trio de lijst kandidaten te laten opstellen? Omdat zij dat zelf niet kon doen. En waarom niet? Omdat zij zélf ambitie had voor het ministerschap. Maar zij wilde niet in een Wouter Beke-scenario terechtkomen, waarbij zij zichzelf moest aanwijzen en bijgevolg Kristof Calvo moest uitschakelen. Dat zou uitgelegd zijn als een ranzige vorm van rancune. Dus koos zij voor het trio.'


Brede steun

De drie gaan aan het werk. Ze spreken met meer dan honderd partijgenoten. De antwoorden zijn op zijn minst verrassend. Eén mandataris blijkt in alle provincies, bij alle verkozenen en bij alle militanten en vrijwilligers brede steun te genieten: Petra De Sutter. De meeste leden van Groen hebben namelijk zelf goed begrepen dat de verkiezingen niet goed waren. Het is een zware misrekening van Meyrem Almaci geweest om daar niet opener over te communiceren, en niet duidelijker een nieuwe koers voor te stellen. Tegelijk waren de meeste leden van Groen het beu om voortdurend in allerlei boksmatches betrokken te worden. Dat is het stille maar duidelijke verwijt aan Calvo: zijn springerige, gelijkhebberige stijl heeft hen uiteindelijk geen voordeel opgeleverd. Neem daarbij de coronatijden en de keuze lijkt logisch voor Petra De Sutter, een politica die rust en degelijkheid uitstraalt. Een profiel waar, geheel onafhankelijk van Groen, inmiddels ook al de SP.A (met Frank Vandenbroucke) en Open VLD (met Alexander De Croo) voor gekozen hebben. Uit de bevraging van het trio blijkt dus al weken vóór de concrete invulling van de ministerposten en de bevoegdheden, dat er er voor de Groene basis maar één valabele vicepremier was: Petra De Sutter. Die keuze heeft consequenties.


Bijvoorbeeld: exit Kristof Calvo. Het pijnlijke is dat Calvo de 'concurrentie' van De Sutter zelfs niet heeft zien aankomen. Een partijgenoot: 'Achteraf gezien spoort dat met zijn karakter. Hoe vaak zou hij niet tegen partijleden over zichzelf gezegd hebben dat hij "een ploegspeler" is, om er desgevraagd in één adem aan toe te voegen, "en daarom ben ik de enige logische vicepremier." Dat idee zit al een tijd ingeslepen in zijn brein, zodat hij elke andere kandidaat voor die functie als een soort usurpator ziet: iemand die onterecht de functie gaat bezetten waarop hij als van nature recht heeft.'


Uit de consultatieronde blijkt grote waardering voor Calvo bij de groene achterban - een voormalig lid van het partijbestuur noemt hem samen met Petra De Sutter en Stefaan Van Hecke 'een van de meest bekwame groenen'. Maar die ziet hem op dit moment liever niet als minister. In voetbaltermen: het is vandaag niet de tijd van dribbelaars en spitsen, die voortdurend hun eigen kans gaan omdat dat nu eenmaal sterker is dan henzelf. Vandaag is het een tijd voor spelverdelers en werkpaarden.


Politieke bonus

Er is nog een ander slachtoffer dan Kristof Calvo. Namelijk Meyrem Almaci zelf. Ook zij ziet zichzelf als vicepremier. De brede voorkeur van de partijleden voor Petra De Sutter fnuikt haar eigen kandidatuur: exit Almaci. Er zijn nog groenen die zich ministeriabel achten. Knack verneemt dat het triumviraat uiteindelijk een lijstje van negen namen heeft van prominente Groenleden die graag minister zouden worden, zeker als het hen wordt gevraagd. Daarop staan namen als de Gentse schepen Filip Watteeuw, maar die dringt niet aan op zijn kandidatuur, en de Vlaamse fractieleider Björn Rzoska. Die blijft wel tot het laatste moment kandidaat.


Natuurlijk zou Groen meer dan één minister of regeringslid mogen aanwijzen. Maar de invulling van die tweede naam laten de meeste groenen desgevraagd liever afhangen van de bevoegdheden die de onderhandelaars kunnen meepikken. Omdat iedereen al vermoedt dat Klimaat of Energie tot het pakket voor Groen zal behoren, valt voortdurend de naam van Tinne Van der Straeten. Die was in 2019 opnieuw verkozen in de Kamer, nadat ze een tijd de politiek had ingeruild voor een advocatenkantoor dat zich specialiseert in klimaat- en energierecht. Pittig detail: als het trio Van der Straeten op een bepaald moment inlicht over het feit dat ze kans maakt, antwoordt zij: 'Ja, maar eigenlijk liefst in combinatie met Kristof Calvo.' Van der Straeten en Calvo zijn allerbeste maatjes. Er vallen nog namen. Stel dat Groen Ontwikkelingssamenwerking zou krijgen, dan zou Wouter De Vriendt, voorzitter van de bijzondere Congocommissie, de eerste keuze zijn. Voor Justitie zou het oerdegelijke Oost-Vlaamse Kamerlid Stefaan Van Hecke onmogelijk te passeren zijn.


Voorlopige conclusie van het trio: de eventuele vicepremier - de excellentie die in de regering zijn of haar partijlijn bewaakt - heet in elk geval Petra De Sutter. Voor de functie van vakminister heeft Tinne Van der Straeten dan weer de beste papieren.


Fast forward naar de laatste dagen van de regeringsonderhandelingen, einde september. Ineens is het allemaal erg kort dag. Jos Geysels: 'Dat is het grote verschil tussen mijn opdracht in 1999 en die van het trio vandaag: ik kon mijn consultatieronde in alle rust organiseren, zij stonden onder geweldige tijdsdruk.' Het is niet de bedoeling dat het trio de naam van de kandidaat-ministers bekendmaakt, dat voorstel moet eigenlijk van de partijvoorzitter komen. Maar omdat het fiat voor de regeringsvorming en de bevoegdheidsverdeling bijna samenvallen, wordt de keuze uitgesteld tot het laatste weekend van september, luttele dagen voor de ministers op 1 oktober hun eed zullen afleggen. Pas dan wordt duidelijk dat Groen met 'grote waarschijnlijkheid' - géén zekerheid - Energie krijgt.


Het is een bijzonder koude douche voor Almaci als zij verneemt dat zij níét in aanmerking komt. Zij zegt niet meteen toe om De Sutter en Van der Straeten voor te dragen. Knack verneemt dat namens het trio Elke Van den Brandt tijdens datzelfde weekend een telefonisch onderhoud heeft met Kristof Calvo. Die valt uit de lucht als hij verneemt dat zijn kansen gering zijn om te worden voorgedragen als vicepremier en dus als minister. Het gesprek eindigt hoogst emotioneel - de kans dat Calvo er zich nadien niets van zou herinneren, is dus onbestaande. Toch rept hij over dat gesprek achteraf met geen woord, niet tegen zijn vrienden bij Groen en zeker niet in de publieke opinie.


Speelpleintjesgesprek

Kort voordien - volgens onze bronnen: minder dan 24 uur voor de aanvang van het partijcongres - laat Meyrem Almaci telefonisch weten aan het trio dat zij niet zal afwijken van de suggestie van het trio en De Sutter en Van der Straeten inderdaad zal voorstellen als kandidaat-ministers. Organisatorisch wordt alles in Gent in orde gebracht: eerst zal een partijcongres in het Kinepoliscomplex het regeerakkoord goedkeuren, nadien zullen - zoals statutair bepaald - een meerderheid van de parlementaire fracties en de Politieke Raad moeten instemmen met de namen van de ministers. Dat wordt dus een stemming. Die vindt plaats in Hotel NH Belfort, ook in Gent.


Op dezelfde woensdagavond dat Groen het regeerakkoord moet goedkeuren én nadien de twee regeringsleden moet aanwijzen, heeft het trio nog altijd geen definitief 'ja' van de twee kandidaten die Almaci diezelfde avond als minister zal voorstellen. De tijd tikt: het is nagelbijten. In de vooravond arriveert Petra De Sutter als eerste bij het trio. Ze gaat akkoord, ongeveer op het moment dat men verneemt welke bevoegdheden Groen uiteindelijk 'maar' krijgt: Energie en Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. De Sutter heeft niet verwacht dat ze die laatste zou krijgen, en zet zich apart aan een tafeltje, waar ze koortsachtig begint te bestuderen wat in het regeerakkoord in godsnaam staat over overheidsbedrijven en ambtenarenzaken.


Van der Straeten laat op zich wachten: zij zit met een taxi vast in de drukke Gentse spits - ook met het groene circulatieplan blijft dat de harde realiteit. Ook voor haar zijn de bevoegdheden geen cadeau, want wat is Energie waard als een rouwdouwer als Vincent Van Quickenborne (Open VLD) bevoegd is voor de Noordzee, en dus mee beslist over de bouw van nieuwe windparken op zee? Maar Van der Straeten aanvaardt en lost daarmee automatisch de eis om samen met 'maatje' Kristof Calvo een ministerieel duo te vormen - toppolitiek is geen stiel voor tere zielen.


In diezelfde hectische uren heeft Elke Van den Brandt het bewuste 'speelpleintjegesprek' met Kristof Calvo. Daar en dan pas heeft Van den Brandt hem inderdaad het definitieve verdict gemeld. Kristof Calvo zou zichzelf niet zijn als hij zich bij negatief nieuws zou neerleggen, al wist hij al uit het telefonische contact van de zondag ervoor dat dit wellicht zijn lot zou zijn. Dat Petra De Sutter door bijna heel Groen als 'de natuurlijke nummer één' naar voren wordt geschoven, lijkt bij hem niet binnen te komen. Een partijlid: 'Ik hoor vaak in de partij: "Je zegt het Kristof wel, maar het dringt niet tot hem door. Hij rationaliseert alles weg wat niet in zijn kraam past."'


Het relaas van de volgende uren is grotendeels bekend. Het congres steunt met een royale 98 procent het Vivaldi-regeerakkoord. Alle toppers - inclusief Kristof Calvo - verdedigen het met vuur. En toch zakt de sfeer onder het vriespunt. In de coulissen zwelt de grote ontevredenheid over de bevoegdheden, door voorzitter Almaci en politiek directeur Bogdan Vanden Berghe onderhandeld, aan tot woede. Een belangrijk parlementslid heeft het over 'veel onbegrip en onvrede' om de schaarse bevoegdheden: 'Die zijn werkelijk om bij te huilen. Bevoegdheden zijn de podia waarop je je verhaal kunt brengen naar kiezers. Energie is goed, maar te weinig, en Ambtenarenzaken en Overheidsgebouwen zijn shitbevoegdheden. Ik kan alleen maar constateren dat wij ons hebben laten rollen. Dit slepen we mee tot het einde van de legislatuur.'


Wonden

In die sfeer moeten de ministers nog gekozen worden. Almaci is kandidaat af, Rzoska houdt vol - hij zal dat doen tot bij het ochtendgloren en de allerlaatste besprekingen. Hij wil verbinden, zo laat hij de zaal weten. Het is voor hem het consequent doortrekken van het engagement dat hij aangegaan was toen hij vorig jaar kandidaat-voorzitter werd, en hij bijna de helft van de Groenleden meekreeg. Maar tegen het ticket De Sutter/Van der Straeten kan niemand op. Rzoska niet en ook Calvo niet, ook al haalt die laatste de hele nacht lang, voor en achter de schermen, alle mogelijke argumenten - zakelijke, politieke, emotionele - uit de kast. In de vroege ochtenduren dringt hij aan om de bijeenkomst op te schorten: 'Om half vijf zo'n beslissing nemen, dat is niet meer ernstig.' Bij de partijleiding weet men ook wel dat Calvo in principe gelijk heeft. Maar iedereen beseft ook dat ingaan op die vraag gelijkstaat aan een ultiem media-offensief van Kristof Calvo, de volgende ochtend al, om de stemming alsnog te beïnvloeden.


Het gebeuren slaat wonden. Tussen de fracties, bijvoorbeeld. Op de Oost-Vlaamse Evita Willaert na steunen de meeste federale fractieleden hun fractieleider; Wouter De Vriendt en een bijwijlen hartstochtelijke Jessica Soors op kop. Op onderwijsspecialist Elisabeth Meuleman na krijgt Meyrem Almaci solide steun van zo goed als de voltallige Vlaamse fractie. De tweespalt zindert de dag erna na op sociale media en in off the record-gesprekken. De kritiek op de procedure gaat hand in hand met de bitterheid dat het níét Kristof Calvo werd en vooral: de manier waarop. Zeker in de eerste uren en dagen na de 'nacht van Gent' blijft de groep rond Kristof Calvo herhalen dat Almaci het trio heeft gebruikt om 'Kristof politiek dood te maken'. Een parlementslid: 'Al in het begin van de avond heeft ze hem "niet verbindend" genoemd, en eraan toegevoegd dat hij "te veel tegenwind kreeg van de leden". Dat is een bom droppen. Een voorzitter moet op zulke verscheurende momenten evenwicht brengen, moderator zijn.' Ook Niel Staes, met het dubbele petje van voorzitter van de Politieke Raad en deel van het trio, zet bij deze groep kwaad bloed: 'Hij dreigt er op een bepaald moment mee dat hij, en ook Almaci, zullen opstappen mocht Kristof minister worden.'


Een aantal parlementsleden blijft dus vinden dat Calvo onrecht is aangedaan: 'Het is altijd Kristof geweest die heeft gevochten, die bruggen sloeg naar andere partijen, die dag en nacht onderhandelde, die inhoudelijk veel werk heeft gedaan, zelf fiches heeft geschreven. Oké, je kunt je de vraag stellen of hij minister moet zijn en ja, hij ligt bij de publieke opinie niet goed door die verkiezingsnederlaag. Velen begrijpen dat Petra beter was. Maar de manier waarop dit is afgehandeld, is ontoelaatbaar.'


Toch moet ook Calvo in eigen boezem kijken, vinden andere partijgenoten: 'Als Kristof toch de knapste politicus is, als hij toch "de bekendste kop" is, de man die het gemakkelijkst toegang krijgt tot de media, hoe komt het dan dat hij er niet in slaagt om de vrijwilligers van Groen daarvan te overtuigen en te doen wat zo logisch zou moeten zijn: hem plebisciteren als minister? Gaat Kristof Calvo echt blijven vertellen, of gelooft hij dat zelf, dat dit alles alléén maar het gevolg is van een machinatie van het kamp-Almaci?'


Anderen zijn nog strenger: 'Keer op keer toont Kristof Calvo gebrek aan leiderschap, en haalt zijn ego het op de collectiviteit. Als hij écht begaan zou zijn met het welzijn van Groen, waarom is hij dan het weekend na het congres zijn kritiek gaan herhalen in de De Zevende Dag, in plaats van er bij de VRT op aan te dringen om zijn zo goede vriendin Tinne Van der Straeten uit te nodigen?'


Dienstmaagd

Tegelijk is er niet één Groen-lid dat af wil van Calvo. Niemand die het zo kernachtig uitdrukte als Jos Geysels: 'Kristof heeft nog een belangrijke rol te spelen in onze partij, en we hopen nog lang op hem te kunnen rekenen. Alleen nú even niet als minister.' Het zou ideaal zijn, vinden niet weinig partijgenoten, mocht Calvo de komende jaren doen wat hij deed tijdens het parlementaire investituurdebat. Een parlementslid: 'Kristof heeft een beetje het licht gezien, hij wil geen oppositie meer, hij wil dat dit project echt slaagt. Hij zou daar perfect kunnen aan meehelpen door als fractieleider de regering af te schermen.'


Vraag is natuurlijk of hij ook zal renderen als fractieleider in de meerderheid. Zulke fractieleiders zijn dienstmaagd en wapenschild tegelijk van de ministers. Ze moeten slechte compromissen binnen de regering zonder verpinken in het parlement en in de buitenwereld kunnen verdedigen. Kristof Calvo is een aanvaller, een vedette, geen dienstmaagd, geen voorstopper die ballen wegkopt. Vandaar dat vele groenen rekening houden met de mogelijkheid dat Calvo wel eens naar Mechelen zou kunnen verkassen om daar schepen te worden, en zo zichzelf in oktober 2024 te lanceren als de nieuwe burgemeester. 'Dat zou een nieuw, positief en ambitieus project zijn dat bij zijn allure past.'


Anderen houden rekening met nog een ander scenario: dat hij zijn rol gaat spelen in een front tegen Meyrem Almaci. Want meer nog dan Calvo, die is gaan lopen met de goodwill die in Vlaanderen de underdog vaak te beurt valt, staat Almaci er écht slecht voor. Door haar zinnen te zetten op een ministerschap, heeft ze voor zichzelf aangegeven dat ze mentaal afscheid heeft genomen van een toch al kwakkelende tweede termijn als voorzitter. 'Ik ben geen Meyrem-hater, maar het is beter dat ze een stap opzijzet', zegt een parlementslid. 'Als we moeten begrijpen en aanvaarden dat Kristof geen minister moest worden, dan moeten we ook zo eerlijk zijn om toe te geven dat er voor Meyrem geen rol meer is op de eerste lijn.'


Eén zaak staat vast: er zál bij Groen gepraat worden over een andere partijleiding. In Knack heeft de Gentse schepen Filip Watteeuw zich al opgeworpen als kandidaat-bemiddelaar. Dezelfde Watteeuw die ook al op het lijstje van het trio stond van kandidaat-ministers, zonder daarvoor tot het uiterste te willen gaan. Maar wat geldt voor Almaci, gaat ook op voor Watteeuw: op een of andere manier heeft hij discreet aangegeven dat hij misschien wat uitgekeken is op zijn huidige job en daarom uitkijkt naar iets nieuws - in zijn geval: naar een belangrijk nationaal mandaat. De ministerposten zijn ingevuld voor de rest van de legislatuur. Blijft over, toch in het geval Meyrem Almaci haar mandaat vacant zou stellen: het voorzitterschap.


Top



Bart De Wever krijgt concurrentie?


Een spannend hoofdstuk begint in de Wetstraat: Bart De Wever krijgt concurrentie.


Joël De Ceulaer  - De Morgen



Conner Rousseau, Alexander De Croo en Tom Van Grieken hijgen in de nek van Bart De Wever.

Beeld DM


Ruim vijftien jaar domineerde hij het debat. Lang lag het staatsmanschap binnen hand­bereik. Maar het ontglipte hem op het nippertje. Of liet hij het bewust liggen? In elk geval begint voor N-VA-voorzitter Bart De Wever, en voor de Belgische politiek, een nieuw en spannend hoofdstuk.


Weinig mensen lijken sterker van elkaar te verschillen dan Bart De Wever en Albert II, respectievelijk N-VA-vorst en voormalig koning der Belgen. Hun visie op het vaderland, om maar iets te noemen, is niet compatibel. Toch hebben ze meer met elkaar gemeen dan men zou denken: zo hebben ze qua probleem­oplossend vermogen de voorbije maanden allebei een reusachtige flater geslagen.


Hoe het Albert II verging, was deze week groot nieuws. Met Hare Koninklijke Hoogheid Delphine van Saksen-Coburg heeft hij er een volwaardige dochter bij gekregen – aan wie hij straks dus ook een deel van zijn erfenis zal moeten nalaten. Dat had hij liever niet zien gebeuren, maar het is zijn eigen verantwoordelijkheid.


In de vele interviews die ze gaf, legde Delphine uit dat dit hele verhaal voor haar ook gewoon had kunnen worden afgesloten met een oprechte, empathische erkenning. Maar toen de uitslag van het DNA-onderzoek bekend raakte, vertoonde Albert II geen spatje menselijkheid en verklaarde hij nooit het gevoel te hebben gehad dat Delphine zijn dochter is. En dat, aldus Delphine, voelde aan als “verraad”, als “een mes in de rug”.


En dus besloot ze “all the way” te gaan – tot en met titel en erfenis. Die symboliek is moordend voor Albert II.


Iets vergelijkbaars overkwam Bart De Wever. Toen hij eind juli in Terzake uitlegde dat hij samen met PS-kopman Paul Magnette alvast een bubbel van vijf had gevormd en nog welgeteld één liberale partij nodig had om een regering te vormen, gaf hij ook geen blijk van overdreven veel empathie jegens Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert. De liberale onderhandelingsnota noemde De Wever “een sprookje”, en dat Lachaert zijn Franstalige zusterpartij niet wilde dumpen om een bubbel van zes te vormen, was volgens de N-VA-voorzitter “crimineel onverantwoordelijk”.


Hoe dat afliep, is bekend. Lachaert voelde zich, zo zei hij vorig weekend in deze krant, “vernederd” en besloot om het gas­pedaal richting Vivaldi “all the way” in te duwen. Het resultaat is moordend voor De Wever. Vriend en vijand zijn het erover eens dat hij zijn afspraak met de geschiedenis heeft gemist. “De Wever is compleet respectloos met ons omgegaan”, zei Lachaert nog in De Morgen. “Hij heeft historisch geblunderd. Al de rest zijn flauwe excuses.”


HET VUILE WERK

Merkwaardig genoeg was het De Wever zelf die het mes nog wat in de wonde draaide. In Het Nieuwsblad gaf hij toe dat hij die uitspraak in Terzake beter niet had gedaan. Maar hij voegde eraan toe dat zijn PS-collega daarop had aangestuurd. “Magnette zoekt altijd een Vlaming om zijn vuile werk te doen. Maar achteraf krijg je wel het deksel op de neus.” Daarmee zondigt De Wever tegen een leefregel die een ware conservatieve denker in acht moet nemen: nooit de verantwoordelijkheid voor de eigen daden ontvluchten, nooit iemand anders de schuld geven als je een kans niet gegrepen hebt.


De vraag is ook of die uitleg wel klopt: laat een door de wol geverfd politiek beest als De Wever zich dááraan vangen? Het mag worden betwijfeld, ook al omdat hij in dat interview met Het Nieuwsblad evenzeer de blunder van maart toegaf. Toen had hij, na een fameuze elleboog­shake met Magnette om een corona­regering te vormen, voor de camera op de stoep voor zijn huis openlijk gesolliciteerd naar het premierschap: “Dat bleek een tactische fout. Dat had ik niet mogen doen.”


Niemand heeft de voorbije vijftien jaar zo hard gewogen op de politiek en het debat als Bart De Wever. Hij creëerde, welhaast vanuit het niets, de grootste partij van het land. Hij verloste Vlaanderen een tijdlang van de dominantie van het ranzige Vlaams Belang. Hij veroverde Antwerpen, Vlaanderen en vier jaar lang zelfs België. Zijn strategisch inzicht en retorisch vermogen dwingen ontzag af. En toch laat diezelfde man zich in enkele maanden tijd tot twee keer toe het staatsmanschap door de vingers glippen. Dat roept vragen op. Mogen we dat nog wel pech noemen? Of was dat juist het plan, en gokte De Wever stiekem op nieuwe verkiezingen? In het fameuze Terzake-interview zei hij over het liberale verlanglijstje dat het oogde als een “verkiezingsprogramma”, en dus “500 dagen te laat” kwam of, zo voegde hij daaraan toe, “een paar maanden te vroeg”.


Het belangrijkste kantelpunt in de loopbaan van de machtigste politicus van de voorbije jaren ligt al wat langer achter ons. Bijna twee jaar, om precies te zijn. Van corona was nog geen sprake – migratie was hét politieke thema. En dus besloot N-VA om zich in de toenmalige federale regering – de zogenoemde Zweedse coalitie, met liberalen, N-VA en CD&V – te verzetten tegen het Marrakech­pact, een tekst van de Verenigde Naties over migratie. Dat verzet leidde vrij snel tot het vertrek van N-VA uit de regering-Michel, die daarna vervelde tot de regering-Wilmès en tot een week geleden bleef besturen – met alle gevolgen van dien voor de corona­crisis, maar dat is een ánder verhaal.



Het is een gevaarlijke verschuiving in het discours van De Wever.

Vroeger was België ‘de optelsom van twee democratieën’, nu is het al ‘geen democratie’ meer.

Beeld Photo News


In de politieke biografie van De Wever is Marrakech de eerste blunder van formaat. Zijn hoop ging immers niet in vervulling: er kwamen niet onmiddellijk nieuwe verkiezingen, een meerderheid in de Kamer besloot om te wachten tot de geplande datum in mei – en toen bleek dat de gok helemáál mislukt was, want de N-VA kon niet scoren met de harde migratielijn. Dat deed Vlaams Belang, na dertig jaar nog altijd de eerste eigenaar van dat thema. N-VA verloor op zondag 26 mei 2019 twintig procent van haar stemmen.


Communicatief, en qua spinner van de media, toonde De Wever zich wel meteen op zijn best, door het eigen verlies aan Vlaams Belang listig te vermommen als een versterking van de Vlaamse rechterzijde. Dat discours heeft hij aangehouden tot bij de vorming van Vivaldi: als hij zegt dat geen enkel ander land in de hele wereld wordt bestuurd zónder de twee grootste partijen in de coalitie, werpt hij zich eigenlijk op als de woordvoerder van een virtueel Vlaams-nationalistisch kartel.


Het is een hypothese die de voorbije maanden niet aan bod kwam, maar het valt niet uit te sluiten dat de recente fouten van Bart De Wever – zeker het openlijke schofferen van de liberalen – dezelfde oorsprong hebben als de Marrakech­flater: de hoop op nieuwe verkiezingen die Vlaams Belang en N-VA een grote meerderheid in Vlaanderen zouden bezorgen. Misschien speelde die gok mee op de achtergrond en rekende N-VA bij nieuwe verkiezingen op een verdere afkalving van de drie traditionele partijen en de groei van hun virtuele kartel met Vlaams Belang, desnoods met nog een béétje stemmenverlies voor N-VA zelf daarbij ingecalculeerd.


De overtuiging dat we bij het ontslag van de regering-Wilmès sowieso nieuwe verkiezingen zouden krijgen, leefde ook bij veel politieke commentatoren. Wie had op deze nieuwe federale regering nog geld ingezet? De hoop leek wel vervlogen, een nieuwe afstraffing van de klassieke partijen lag in het vooruitzicht. Maar dat pakte dus anders uit.


EEN WILDE RIVIER

Met de Vivaldi-coalitie onder de liberale leiding van Alexander De Croo ligt het politieke landschap in België ineens in een andere plooi. Nauwelijks drie dagen na de eedaflegging stond er zelfs al een nieuw, helder en krachtig corona­beleid op poten. In maart was het nog de grote droom van Bart De Wever om deze crisis zelf te kunnen managen, vandaag zit zijn partij in de federale oppositie, naast het Vlaams Belang. Zal dat virtuele Vlaams-nationalistische kartel in die federale Kamer kunnen groeien? Misschien. Maar nieuwe verkiezingen zouden met dat plan in het achterhoofd beter geweest zijn dan een nieuwe regering zonder N-VA. De Wever beseft dat zelf ook: zijn partij zit “in de piepzak”.


Wat nu gezongen? Het favoriete beeld van De Wever is nu dat van de rivier. Zijn partij is als een rivier met twee oevers, legt hij tegenwoordig graag uit. Op de ene oever bevinden zich kiezers van de systeempartijen, die de federale teugels in handen hebben, en die, aldus De Wever, “geen extremistische toestanden, geen antivreemdelingenpolitiek en geen racisme” willen. Op de andere oever staan de kiezers van Vlaams Belang – en ook van PVDA, de “antisysteempartijen”. De stroom tussen die twee oevers moet Bart De Wever, die in november voor de vijfde keer zichzelf opvolgt aan het hoofd van zijn partij, de komende jaren zo breed mogelijk proberen te maken.


Dat houdt risico’s in. Hoe bewaak je de bedding van je rivier op de oever waar rijkelijk met bagger wordt gespoten? Dat VB-mandatarissen racistische en degoutante tweets en uitspraken zullen blijven lanceren – van Dries Van Langenhove tot Bart Claes – lijdt geen enkele twijfel. Het is niet omdat de voorzitter zo’n afgeborstelde figuur lijkt, dat de partij in de kern veranderd is. Voor N-VA is dat een netelig probleem: hoe bekamp je een anti­migratie­partij als de verkiezingen in 2019 hebben geleerd dat je de strijd op dat thema niet kunt winnen, zeker niet als Theo Francken en een aantal andere mandatarissen regelmatig zelf eens over de zogenaamde Chinese Muur springen en een tweetje versturen of uitspraak doen die niet zou misstaan bij de collega’s van Vlaams Belang.


N-VA is al lang een gespleten partij. Er is de harde vleugel die wordt vertegenwoordigd door Francken. Er is de, numeriek veel talrijkere, gematigde vleugel die veeleer wordt vertegenwoordigd door mensen zoals Valerie Van Peel. Alleen De Wever kan die twee flanken met elkaar verzoenen. Jan Peu­mans, oud-voorzitter van het Vlaams Parlement, zei het deze week nog in Humo: “Als De Wever stopt als voorzitter, krijg je een splitsing van de partij. Bij de N-VA is niet iedereen fan van Theo Francken, hoor. Als De Wever weg is, zal hij zich nog meer manifesteren, zelfs als iemand anders voorzitter wordt. En wanneer er in 2024 uitzicht komt op een regering met Vlaams Belang, zit het spel op de wagen. Veel partijgenoten zullen zich afkeren van de partij.”


AFREKENING

De kwestie wordt nog complexer dan dat. Die Chinese Muur, waarvan De Wever vindt dat hij tussen N-VA en VB moet blijven staan, wordt aan beide kanten een tikje gesloopt. Er is nog maar zelden de aandacht op gevestigd, maar Vlaams Belang doet onder leiding van Tom Van Grieken grote inspanningen om zich uit het cordon sanitaire te bevrijden. Dat kan door dat virtuele kartel met N-VA volop te omarmen.


Op zondag 27 september, toen de Heizelvlakte zich uit protest tegen Vivaldi vulde met Vlaamse strijdvlaggen, deed Van Grieken via levende straalverbinding een buitengewoon interessante uitspraak in De zevende dag. Het was geen pure VB-betoging, zei Van Grieken. Het was een beweging, een signaal van de Vlamingen die het niet pikken dat ze steeds rechtser stemmen, maar toch een linkse regering krijgen – de Vlamingen, die de “meeste belastingen” betalen, die zorgen voor “80 procent van de export” in dit land. Enzovoort, enzoverder. Terwijl Van Grieken aan het woord was, zat Bart De Wever live in de studio bij Lisbeth Imbo en Lieven Verstraete met ontzetting te luisteren. De verbijstering stond hem in de ogen. Wat Van Grieken zei, was létterlijk wat er op debatfiches van de N-VA staat. De Wever moest hem dan ook gelijk geven: “Dit is geen democratie meer.”



Egbert Lachaert (Open Vld) duwde het gaspedaal richting Vivaldi helemaal in. 

Beeld Tim Dirven


Dat laatste is een gevaarlijke verschuiving in het discours van De Wever. Vroeger was België nog “de optelsom van twee democratieën”, nu is het al “geen democratie meer”. Daarmee verlaat hij de rivier van de eigen ideologie en gaat hij aan land op de oever van de extremistische anti­systeem­partij die hij altijd zo heeft bestreden. Zowel N-VA als VB kennen dezer dagen ook nog maar één dreigement: dat de afrekening volgt in 2024. En dat die traditionele partijen dan nog wel eens iets zullen meemaken, zie.


Wat ons bij een andere hamvraag brengt: klopt dat wel? Is er een goede reden om aan te nemen dat de regering-De Croo in 2024 haast automatisch zal worden afgestraft door de Vlaamse kiezer? Het is een vraag die niemand met zekerheid kan beantwoorden. Er zijn wel historische feiten die misschien een handvat kunnen bieden.


De regering-Di Rupo, die van 2011 tot 2014 ook met een Vlaamse minderheid bestuurde, en in het jargon van de rechtse oppositie “een door Franstalig links gedomineerde belastingregering” heette, werd bij de verkiezingen in 2014 door de Vlaamse kiezer belóónd met twee extra zetels. Het is iets wat te veel Vlaamse journalisten ‘vergeten’ als ze een N-VA’er interviewen: de regering-Di Rupo had na de verkiezingen in 2014 met een sterkere meerderheid kunnen verder besturen. Dat gebeurde niet omdat CD&V wilde voorkomen dat N-VA, die het VB had leeggezogen, in de oppositie verder zou groeien. Dat CD&V nu in Vivaldi zit, had ook veel voeten in de aarde: zonder N-VA durfden veel christen­democraten niet springen.


Dat de regering-De Croo heel wat potentiële splijtstof bevat, is duidelijk – de kern­uitstap, de belasting op grote financiële transacties, de ethische dossiers: als de vrede niet wordt gehandhaafd, kan dat ontsporen. Politicoloog Carl Devos sprak onlangs de hoop uit dat de voorzitters die de regering hebben gevormd, zich niet constant als schoonmoeders zouden gedragen, om premier Alexander De Croo en zijn vicepremiers de kans te geven om zélf zo snel mogelijk sterk onderling vertrouwen te kweken.


Daar valt op het eerste gezicht iets voor te zeggen, maar – zoals dat wel vaker het geval is met politicologische wijsheden – kun je het evengoed omkeren: misschien willen de voorzitters die de regering hebben gevormd, het onderlinge respect en vertrouwen juist blijven bewaken – als een soort blauwhelmen in de coulissen. Zo werkt het trouwens meestal in ons particratische systeem: de voorzitters staan op wacht.


Vaak pakt dat negatief uit, omdat het leidt tot onderlinge na-ijver en partijpolitieke profilering. Maar uit de toon die de voorzitters tot dusver aanslaan, kan de hoop worden geput dat het ook positief zou kunnen uitpakken. Zoals deze week bleek tijdens het openingscollege van Carl Devos, gaan Egbert Lachaert (Open Vld), Conner Rousseau (sp.a) en Joachim Coens (CD&V) respectvol met elkaar om. Té respectvol, vond een aantal studenten, die meer vuurwerk hadden willen zien.


DUVEL VERSUS HEINEKEN

Als iemand al een valse noot heeft gezongen sinds de positieve, respectvolle toonzetting van Vivaldi, dan was het premier De Croo zelf, toen hij in het Europees Parlement Theo Francken aanviel na zijn tussenkomst over de fiscale fraude. De Croo verbaasde zich er nogal fel over dat Francken de cijfers niet begreep – “Dat is hier toch geen kleutertuin!” – terwijl hij er zélf helemaal naast zat. Pijnlijk momentje, zo vroeg in de rit.


Francken zelf gedroeg zich een stuk respectvoller. Zelfs zijn eeuwige schiet­schijf Kristof Calvo, die naast een ministers­post greep maar toch de nieuwe regering moest verdedigen als fractieleider bij Groen, kreeg een mooi compliment voor zijn incasseringsvermogen: “U bent een groot politicus.” Hier en daar las een cynicus daarin een poging om Groen nog wat harder te verdelen, maar dat intentieproces lijkt ongepast.


Past het compliment van Francken in de zoektocht naar een nieuwe toonzetting? Het is niet uitgesloten, want ‘respect’ is tegenwoordig dus het buzzword in de Wetstraat. Het is pas omdat ze ‘respect’ voor elkaar en elkaars gevoeligheden hadden, dat de Vivaldisten een regering konden vormen. De Wever bleef tot de laatste minuut van zijn paars-gele poging – tot zijn fameuze interview in Terzake – op een heel ándere toon zingen. De toon die blijkbaar vandaag niet meer helpt, maar die hem wel groot heeft gemaakt.


Het politieke debat was een beetje ingeslapen toen De Wever voor het eerst zijn neus aan het venster stak, als columnist in De Standaard en De Morgen en vrij snel ook als voorzitter van de N-VA, een partij met maar één verkozene in de Kamer: medestichter Geert Bourgeois. In een interview met Knack noemde hij zichzelf een Duvel, een bier met een sterke, maar duidelijke smaak dat schril afsteekt bij pakweg Heineken, waarmee hij de andere politici vergeleek. De Wever was te nemen of te laten en nam standpunten in waarmee je het zowaar oneens kon zijn – een zeldzaamheid in die paarse dagen, toen toppolitici grossierden in voorspelbare, flauwe, afgeborstelde platitudes.


De N-VA-kopman had het killer­instinct van een topsporter. Hij trok niet naar een debat om op hoffelijke wijze wat argumenten uit te wisselen met de tegenstander; nee, hij trok naar een debat om de tegenstander in de pan te hakken. Dat lukte dan ook bijna altijd. Omdat hij ook inhoudelijk en ideologisch een boeiend verhaal had, deden de media de rest. Toen Siegfried Bracke nog op de VRT werkte, placht hij weleens te zeggen dat men in pakweg Terzake nog eens “een Weverke” moest doen – om het animo en de kijkcijfers op te krikken. Als De Wever op het scherm verscheen, gebeurde er iets. Interviewers uit die tijd herinneren zich dat: hij antwoordde echt op de vragen die hem werden gesteld, en vluchtte nooit weg in holle praatjes. Zelfs als hij de filosofische toer opging, bleven mensen ademloos zitten. Legendarisch blijft zijn debat met wijlen Etienne Vermeersch in Reyers laat bij Lieven Van Gils: de best bekeken aflevering ooit, terwijl wellicht maar weinig kijkers enig idee hadden waar het debat precies over ging.


Scherp, boeiend en never a dull moment: ziedaar een paar ingrediënten van het succes van Bart De Wever. Helaas greep de tragiek van de macht hem gaandeweg bij de keel: de intellectueel werd een producent van debatfiches, de scherpe debater ging echt kritische interviews uit de weg, en de man met de scherpste tong – we schreven het hier eerder – bleek tegelijk ook de langste tenen te hebben. Zo snoeihard als hij is voor de anderen, zo gekwetst reageert hij zelf als iemand hem een koekje van eigen deeg bezorgt.



Sammy Mahdi (CD&V) heeft met asiel en migratie dé post om populair te worden. 

Beeld Photo News


Een gedachte-experiment: beeld u maar even in hoe De Wever zou reageren mocht een andere politicus over hém zeggen dat hij tijdens onderhandelingen “op de knieën” moet gaan, de “mond moet opendoen” en dan “slikken”. Hij zou het goor noemen, en onder de gordel, en onfatsoenlijk, en niet de moeite om ernstig op te reageren. Toch deed hij die uitspraken zelf onlangs over de liberalen, bij Gert Late Night. Dat hij naar eigen zeggen niet wist dat die “cafépraat” zou worden uitgezonden, is totaal ongeloofwaardig. Zegt ook Jan Peumans in het al vermelde Humo-interview. Net zoals een door de wol geverfde politicus niet het vuile werk van een andere politicus opknapt in een Terzake-studio, weet een door de wol geverfde politicus dat zulke gore uitspraken met een camera in de buurt sowieso worden uitgezonden, tenzij je smeekt om dat niet te doen.


OPNIEUW CONCURRENTIE

De puzzel die voorligt, is complex. Voor iedereen, maar in de eerste plaats voor Bart De Wever. Vivaldi moet gewoon – nu ja, ‘gewoon’ – proberen om goed te besturen, zonder al te veel gekibbel. Met het coronabeleid is de ploeg in elk geval goed vertrokken – een kordate breuk met het gesukkel en gesteggel van de voorbije maanden. Maar de crisis en de gevolgen ervan bedwingen wordt nog een helse taak. Als Vivaldi daarin slaagt, zou dat weleens een nieuw begin kunnen zijn voor de traditionele partijen – vooral Egbert Lachaert en Conner Rousseau maken, bij goed beleid dat de burger moed geeft, kans op een rehabilitatie voor hun partijen. Omdat ze deden wat niemand meer mogelijk achtte, en omdat ze niet drijven op polemiek, maar op samenwerking.


Vooral Conner Rousseau heeft iets wat de jonge De Wever had: in de chartbeats – zeg maar de leescijfers – van online-artikelen blijkt dat hij aandacht naar zich toe zuigt. Ook Rousseau is scherp, boeiend. Ook bij hem: never a dull moment – hij is misschien wel wat té snel en kort op de bal, getuige daarvan de perikelen met cultuurcentrum Vooruit en de nakende naamsverandering van sp.a. Maar hij geniet zelfs het respect van Bart De Wever – wat bijzonder is. Het is alsof de ene in de andere iemand herkent die, weliswaar op een andere manier, toch een beetje op zijn niveau speelt. Met de terugkeer van Frank Vandenbroucke moet ook wie hem aanvankelijk wegzette als een flierefluiter, toegeven dat Rousseau misschien toch weet waar hij mee bezig is.


Er is, kortom, eindelijk nog eens wat degelijke concurrentie voor de man die ooit alles en iedereen omverblies. Ook Alexander De Croo zelf, en vicepremiers zoals Vandenbroucke en Petra De Sutter van Groen, kunnen snel klimmen in de volksgunst. CD&V’er Sammy Mahdi heeft met asiel en migratie dé post om populair te worden – op voorwaarde dat hij snel meer mensen opsluit en uitwijst. Verrassingen zijn evenmin uitgesloten. Zelden heeft de Wetstraat zo nieuwsgierig uitgekeken naar verse peilingen.


De vijfde verlenging van zijn voorzitterschap, straks in november, zou voor De Wever weleens de verlenging te veel kunnen zijn. Hij weet dat zelf beter dan wie ook. Maar ook dat hoort er voor hem bij: de generaal laat zijn troepen niet in de steek, en blijft op het slagveld staan. In het besef dat federale oppositie met Vlaams Belang lastig wordt, tenzij Vivaldi zichzelf in de prak rijdt. In het besef dat zijn eigen Vlaamse minister-president Jan Jambon al een hele tijd geen Sterke Jan meer is – en dat hij zelf beter op die stoel zou gaan zitten, om te redden wat er nog te redden valt. In het besef dat een politicus van zijn niveau meestal net iets te lang aan de macht blijft kleven – De Wever herinnert zich zeker hoe wijlen sp.a-baas Steve Stevaert na jarenlang het knuffeltje van de progressieve pers te zijn geweest, in 2004 tijdens de Pop Poll van Humo in het Sportpaleis door een hele groep werd uitgefloten. De Wever weet als geen ander dat succes eindig is.


En dus moet hij zichzelf nu heruitvinden. Als hij een jukebox wordt die de komende vier jaar dezelfde plaat blijft spelen, zult u hem gaandeweg minder vaak in de media vinden. Hij heeft ineens wel heel veel concurrentie: nieuwe gezichten die erin geslaagd zijn om de regering te vormen die niemand nog voor mogelijk hield.


Is 2024 al beklonken? Allerminst. Het is lang geleden dat de onvoorspelbaarheid van de politiek nog eens zo groot was. Dat is buitengewoon gezond voor de democratie.


Een uitgebreide versie van deze tekst verschijnt in de week van 19 oktober als extra hoofdstuk in het e-book De tragiek van de macht. Dat hoofdstuk zal ook gratis te downloaden zijn op de website van Lannoo.


Top




Lost Alexander De Croo Bart De Wever af?


Als nieuwe eerste minister heeft Alexander De Croo (Open VLD) een kans om Bart De Wever (N-VA) af te lossen als de belangrijkste politicus van Vlaanderen.


Walter Pauli  - Knack



Bart De Wever en Alexander De Croo © belga


Als de 44-jarige liberaal Alexander De Croo straks als Vlaamse eerste minister bezit neemt van de Wetstraat 16, zal hij een regering leiden met een bijzondere ambitie, een voluntarisme dat niet alleen moet blijken uit de letterlijke afspraken in de tekst, maar dat vooral tussen de regels te lezen valt. Het regeerakkoord van de Vivaldi-coalitie leest eigenlijk als een grondige poging om een tijdperk - eigenlijk een decennium - af te sluiten: een tijdperk waarin de N-VA verkiezingen won en de Wetstraat domineerde.


En zeggen dat N-VA-voorzitter Bart De Wever dat misschien nooit had gekund als Alexander De Croo hem daarbij tien jaar geleden niet had geholpen. Want in het voorjaar van 2010 besliste de nieuwe, volkomen onervaren (hij was zelfs nooit gemeenteraads- of OCMW-lid geweest) en slecht geadviseerde voorzitter van Open VLD, Alexander De Croo dus, eenzijdig om 'de stekker eruit te trekken'. 'Eruit': dat was tegelijk uit de communautaire onderhandelingen onder leiding van oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V), uit de federale regering-Leterme II en eigenlijk uit het hele Belgische overlegmodel zoals het toen functioneerde.


Bij de daaropvolgende verkiezingen betaalde Open VLD de overhaaste beslissing van de jonge voorzitter cash. Meer, op 13 juni 2010 deed zich een van de belangrijkste verschuivingen sinds de Tweede Wereldoorlog voor in het politieke landschap. Voor het eerst werd een Vlaams-nationalistische partij de grootste politieke formatie van het land. De N-VA haalde meer dan 1,1 miljoen stemmen (28,2 procent van de Vlaamse stemmen) en was daarmee bijna dubbel zo groot dan de verzamelde concurrentie - CD&V viel terug tot 17,6 procent, SP.A tot 15 procent en Open VLD tot 14 procent.


Op zijn 44e beheerst Alexander De Croo de kunst om zich duidelijk uit te spreken

zonder de ander te moeten schofferen.


Dat Bart De Wever daarmee doorstootte tot eerste politicus van Vlaanderen, heeft hij natuurlijk vooral aan zichzelf te danken, maar ook aan Alexander De Croo die met zijn sterk communautair gekleurd manoeuvre een opgefokt klimaat had gecreëerd dat de scherpe en immer vileine De Wever helemaal in de kaart speelde. Zo gaat dat altijd: je kunt zo goed mogelijk zijn als je wilt, maar de omstandigheden moeten meezitten. Voor dat laatste had Alexander De Croo gezorgd, zonder het te willen.


Het werd hem in eigen rang niet in dank afgenomen. Drie jaar eerder, bij de verkiezingen van 2007, had de partij van Alexander De Croo nog 18,8 procent gehaald.


Daardoor was De Croo zelf ook vleugellam geworden als partijleider. Het heeft even geduurd voor hij dat kon inzien, maar sinds hij in 2012 Vincent van Quickenborne opvolgde als vicepremier, heeft De Croo zich omgevormd tot het soort politicus dat hij wil zijn. Hij is geen stekkertrekker of communautaire bommensmijter meer, geen haantje-de-voorste van de rechts-liberale zaak, maar een politicus van het redelijke beleid, van een nieuwe vorm sociaal-liberalisme (dat hij anders invult dan het sociaal-paternalisme van zijn vader Herman), van een politiek van de goede manieren ook. Op zijn 44e beheerst Alexander De Croo de kunst om zich duidelijk uit te spreken zonder de ander te moeten schofferen.


Het heeft ongetwijfeld met verkiezingsuitslagen te maken, maar ook met de tijdsgeest, dat de verhoudingen tien jaar later fundamenteel zijn gewijzigd: terwijl De Wever op zijn retour is, heeft Alexander De Croo nooit zo sterk gestaan als vandaag. Als vicepremier kreeg hij steeds meer respect, al deed het de reputatie van De Croo de laatste twee jaren natuurlijk geen goed dat Charles Michel (MR) tijdens zijn regering van lopende zaken meer een leeglopende ballon was dan een echte regeringsleider, en Sophie Wilmès nooit kon doen vergeten dat ze eigenlijk een stand-in was van betere politici die door omstandigheden niet ter beschikking waren.


Intussen kreeg de liberale vicepremier in zijn uitspraken en optredens welhaast presidentiële allures. Vandaar dat het vorige week haast als vanzelfsprekend werd ervaren dat de koning Alexander De Croo als co-formateur aanstelde - in duo met PS-voorzitter Paul Magnette. De publieke opinie aanvaardde De Croo toen al als een van de 'natuurlijke' politieke leiders van het land, en dus als een logische premier.


De Croo's aanstelling markeert nu al het einde van de N-VA als leidende politieke partij van het land


Het gaat om méér dan een persoonlijke wissel aan de top van de regering. De Croo heeft de kans, zo niet de opdracht, om het gezicht te zijn van een wissel naar een nieuwe politieke cultuur, van een andere omgang met de samenleving. Zijn aanstelling markeert nu al het einde van de N-VA als leidende politieke partij van het land - het was bepaald niet de ambitie van Bart De Wever om zijn partij in de gegeven omstandigheden naar de oppositie te leiden. Belangrijke N-VA'ers geven off en ook steeds meer on the record toe dat het 'zuur' is dat zij geen deel uitmaken van de meerderheid.


Als Alexander De Croo in 2010 de man was die de poort opende voor het succes van Bart De Wever, dan is hij vandaag alleen maar eerste minister kunnen worden omdat De Wever verdwenen is van het hoofdpodium in de nationale politiek. Het Antwerpse stadhuis, van waaruit hij tussen 2014 en december 2108 de federale regering dirigeerde, dreigt voor hem de Marquee van Pukkelpop te zijn: een belangrijke neventent voor goede optredens, maar de échte grote toeschouwersaantallen hebben de ogen op een ander gericht.


Tussen 2010 en 2020 was de invloed van de N-VA nauwelijks te overschatten. Toch zeker op de politieke cultuur en het maatschappelijke vertoog in het land, veel meer dan op het beleid. Hou maar eens een ruime bevraging bij professionele Wetstraatwatchers, van journalisten en politicologen tot beleidsmedewerkers, bedrijfsleiders en verantwoordelijken bij belangrijke sociale organisaties: er zijn niet gek veel N-VA'ers die zich ontpopt hebben tot baanbrekende bestuurders. Als de N-VA één zaak heeft weten doen, dan is het de toon zetten van het debat. Bart De Wever was er vele jaren lang zelfs een meester in, en het heeft hem zeker bij de eigen achterban haast incontournabel gemaakt. In de jaren tachtig en negentig had PS-voorzitter Guy Spitaels de bijnaam 'Dieu'. Voor de N-VA'ers stond De Wever nog hoger.


Geen enkele N-VA'er die er niet van overtuigd was dat de indrukwekkende electorale zeges in 2010, 2012 en 2014 de politieke vertaling waren van wat zich ook in werkelijkheid voordeed in het land: dat Vlaanderen inderdaad een conservatieve, rechtse en zelfs enigszins harde samenleving geworden was, en dat het beleid daarvan de weerspiegeling moest zijn. Zinnen als 'de tijd van pamperen is voorbij' werden niet meer begrepen als politieke propaganda of de opinie van een bepaalde strekking, maar werden als het ware als een nieuwe werkelijkheid aangenomen.


Die idee zit zo ingeslepen in de Vlaamse rechterzijde dat ook de verkiezingen van 2019 alleen maar via dit spectrum bekeken konden worden. Dus ook al leed de N-VA op 26 mei een historische nederlaag - zelden in de geschiedenis van dit land verloor een belangrijke regeringspartij in één klap zoveel kiezers - toch werd de uitslag in het klassieke 'frame' geperst: opnieuw had het Vlaams-nationalisme gezegevierd. Alleen jammer dat die andere partij, het Vlaams Belang, ditmaal met het gros van de stemmen ging lopen. Maar dat kwam omdat de andere partijen de N-VA het leven zo vreselijk zuur hadden gemaakt. En wat gebeurd was met het Marrakeshpact zagen de N-VA daarvoor als het beste bewijs: 'men' gunde de N-VA niets.


Er zijn niet gek veel N-VA'ers die zich ontpopt hebben tot baanbrekende bestuurders.


Door de mantra te blijven herhalen dat 26 mei een 'rechts en Vlaams' signaal van de kiezers was, is de N-VA, van de top tot de basis, doof en blind gebleven voor elke andere uitleg voor de verkiezingsuitslag. Er valt bijvoorbeeld toch wel iets voor te zeggen dat de verkiezingen van 26 mei vooral een overwinning waren van partijen die ernstige kritiek hebben op 'het systeem': het Vlaams Belang, de PVDA, Ecolo en (een piepklein beetje) Groen (dat veel minder stemmen won dan verhoopt, maar wel twee extra Kamerzetels inpikte).


Omgekeerd hebben die verkiezingen tot een duidelijk verlies geleid voor de partijen en de politici die het systeem schraagden. Zeg maar: de zogenaamde trado's, dus CD&V, Open VLD, SP.A... én N-VA. Waarin zou de N-VA, behalve in haar zelfbeeld en het getoeter van een legioen anonieme trollen op sociale media, bij de verkiezingen van 2019 geen systeemdragende partij zijn? Top-N-VA'er Geert Bourgeois was de minister-president van een Vlaamse regering met nog eens N-VA'ers op Openbare Werken en Binnenlands Bestuur. In de federale regering waren de ministers van Binnenlandse Zaken, Financiën, Defensie en Ambtenarenzaken allemaal N-VA'ers geweest. De voorzitters van de Kamer en van het Vlaams Parlement waren N-VA'ers. Net zoals de burgemeesters van Antwerpen, Aalst, Hasselt, Sint-Niklaas of Blankenberge allemaal N-VA'ers zijn.


Als de kiezer zo'n partij nu niet tot de 'behoeders van de bestaande orde' zou rekenen, wanneer dan wel? Dat beeld werd geaccentueerd door de uitsluiting van het rebellerende duo Hendrik Vuye en Veerle Wouters. Maar een beetje N-VA'er hoorde die uitleg niet eens.


Daarbij bleef men blind voor het feit dat er nog een ander Vlaanderen bestaat dan het land dat de N-VA in haar retoriek opvoert. Zeker, de Vivaldi-coalitie heeft geen meerderheid in Vlaanderen. Maar de rechts-Vlaamse oppositie heeft die evenmin: Vlaams Belang en N-VA hebben samen 42 zetels, tegen.... exact evenveel Vlaamse Vivaldi-zetels (12 CD&V'ers, 12 Open VLD'ers, 9 SP.A'ers en 9 Groenen).

Als N-VA en VB roepen dat Vivaldi 'Vlaamsvijandig' is, dan hebben ze daarvoor de zetels nodig van de 3 PVDA'ers die verkozen zijn in Vlaanderen (eventueel nog aangevuld met één Nederlandstalige PVDA'ster uit Brussel). Nog anders gezegd: als er in de Vlaamse politiek een lijn getrokken wordt tussen de V-partijen en de niet-V-partijen, zijn sinds de verkiezingen van 19 mei 2019 de niet-V-partijen in de meerderheid.


Alexander De Croo heeft als eerste minister van de coalitie van 'dat andere land' de opdracht om duidelijk te maken dat er een meer solidair, milieubewust, meer internationalistisch en zeker meer multilateraal gericht Vlaanderen bestaat dan veel Vlamingen het laatste decennium voetstoots hebben aangenomen, ook al omdat ze nauwelijks iets anders hoorden.


Sinds de laatste verkiezingsnederlaag is Bart De Wever steeds schriller en agressiever gaan klinken.


Er zullen de volgende dagen nog riemen papier besteed worden aan een tekstuele analyse van het regeerakkoord. Maar alleen al de punctuele kritiek die gewezen staatssecretaris Theo Francken (N-VA) heeft gemaakt op Twitter van bijvoorbeeld Defensie, is an sich een zeer duidelijke illustratie van het gegeven dat er straks wezenlijk andere klemtonen worden gelegd dan vandaag. (Of die beter of slechter zijn, hangt af van de politieke voorkeur van de kiezer. Maar anders zijn ze in vele gevallen zeker wel.) Er zal geen woonstbetreding mogelijk zijn om uitgeprocedeerde asielzoekers op te pakken. Er zullen wellicht geen Belgische F-16's meer worden ingezet in Syrië tegen de terreurgroep IS. Of, helemaal anders, als er vastgehouden wordt aan de bestaande afspraken en de huidige agenda van de kernuitstap, dan zullen tijdens de volgende legislatuur ingrijpende beslissingen moeten worden genomen over onze energie. Toch als de regering het land niet wil opschepen met grootschalige energietekorten, maar ook met het hoognucleaire afval - de echte hamvraag?


En zelfs dat (deels) andere beleid zal ondergeschikt zijn aan de vraag of Alexander De Croo op zijn beurt de toon zal kunnen zetten in het politieke debat. Het is al meer gezegd en geschreven, maar sinds de laatste verkiezingsnederlaag is Bart De Wever steeds schriller en agressiever gaan klinken. Het lijdt geen twijfel dat zijn onnodige en overdreven harde uithaal naar Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert ertoe heeft bijgedragen dat eerst de liberalen en vervolgens ook de andere partijen de N-VA de rug hebben toegekeerd: trop is te veel, naar het legendarische gezegde van oud-premier Paul Vanden Boeynants.


Want ook al is Theo Francken nog altijd kop van Jut bij de linkerzijde vanwege een aantal gepeperde commentaren op sociale media, de oud-staatssecretaris van Asiel en Migratie is in zijn partij al lang niet meer de ruigste, de felste of de ergste. Eén voorbeeld. Vorige week was Zuhal Demir (N-VA) het grondig oneens met Mathias De Clercq (Open VLD). Dat is haar goed recht. Maar het is waarlijk ongezien dat een Vlaams minister van Justitie, Handhaving, Omgeving en Toerisme op Twitter de burgemeester van Gent uitscheldt voor 'parvenu', een 'echte bondgenoot van de antipolitiek' of 'een stokende haatsmurf' die 'alles op een familiaal schoteltje kreeg' en 'spuwt in het gezicht van mensen die terecht boos zijn en protesteren'. En dat dus allemaal in minder dan 280 lettertekens, en blijkbaar alleen maar omdat De Clercq erop gewezen had dat er zondag ook N-VA'ers aanwezig waren op de grote VB-betoging op de Heizel.


Het is dus geen toeval dat Alexander De Croo in zijn eerste interview als premier juist een punt maakte van die noodzakelijke cultuuromslag: de nieuwe wil aan politiek doen 'met meer pragmatisme, samenwerking en meer respect. Want hardheid heeft nog nooit iemand vooruitgeholpen'.


Het wordt afwachten of Alexander De Croo ook echt in staat zal zijn om de kansen te grijpen die zich voordoen.


Daarmee zet De Croo de val open voor de N-VA. De partij heeft al een 'harde oppositie' beloofd, en de eerste bijeenkomst van de Kamer na het zomerreces is al uitgedraaid op een forse scheldpartij, waarbij een aantal N-VA'ers zich niet onbetuigd lieten. Als Peter De Roover en co. straks meteen de charge met de blanke sabel inzetten tegen de nieuwe premier en zijn kabinet, dan heeft De Croo die eerste veldslag vooraf al gewonnen. De Roover en co. zullen hun strategie moeten bijstellen. De N-VA-fractieleider kan inspiratie halen uit de tijd dat hij zich in zijn geschreven bijdragen in Doorbraak manifesteerde als een geslepen intellectueel met een even scherpe als fijne pen.


Het wordt ook afwachten of Alexander De Croo ook echt in staat zal zijn om de kansen te grijpen die zich voordoen: goede manieren, een hoffelijke retoriek, een fotogenieke gentillesse en dure pakken van de betere couturiers helpen weliswaar bij het uitdragen van een boodschap en een imago, maar het volstaat natuurlijk niet om het land door de covidcrisis te leiden en alle sociaaleconomische problemen die dat met zich zal meebrengen, en dat in een onuitgegeven context van een federale meerderheid van niet minder dan zéven regeringspartijen.


Maar toch. Hoe lang zou het geleden zijn dat zowel de werkgevers van het VBO als de grote vakbonden zich beiden ongeveer evenveel verheugd hebben getoond met de vorming van een nieuwe federale regering? Dat strookt alvast met de manier hoe Alexander De Croo het land wil laten leiden: zijn regering 'heeft ervoor gekozen om de tegenstellingen achter zich te laten. Om niet de nadruk te leggen op de verschillen, maar op wat we gemeenschappelijk hebben.' Dat klinkt allemaal verstandig. Hopelijk is ook MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez overtuigd van de inhoud én de geest van het akkoord dat hij ondertekende.


Top



Manifest van een boze burger


Een vlammend betoog over de coronapandemie


Joël De Ceulaer  - De Morgen



'U en ik mogen nog zo flink zijn, als anderen het blijven verpesten,

zullen wij nog lang een tango dansen met dit virus.' Beeld Sven Franzen


Hij leeft al zes maanden als een kluizenaar, met inbegrip van zijn gezin. Hij neemt het virus nog altijd zéér ernstig, en past de maatregelen strenger toe dan de overheid van hem verlangt. De opflakkering van de cijfers deed onze redacteur deze week in toorn ontsteken. Dit is zijn persoonlijke getuigenis.


Schrik niet als u vanaf volgende week elke donderdag in de Wetstraat een verwarde man in astronautenpak op het trottoir ziet zitten met een bordje ‘Staken tegen corona’. Dat zal ik dan zijn, die zijn innerlijke Greta Thunberg heeft losgelaten. Toen ik het klimaatmeisje een jaar geleden in zichtbare woede zag ontsteken op een vergadering van de Verenigde Naties – ‘How dare you!’ – vond ik dat eerlijk gezegd een beetje aanstellerij. Vandaag niet meer. Vandaag begrijp ik haar. De gloeiende boosheid die zij voelt bij de vaststelling dat onze leiders en talloze burgers de klimaatopwarming niet ernstig genoeg nemen, welnu, die boosheid begin ik te voelen bij de vaststelling dat onze leiders en talloze burgers dit virus niet ernstig genoeg nemen. Ik ben boos. En ik zal u precies uitleggen waarom. Dan hebt u straks de keuze uit twee reacties. Eén, u vindt mij belachelijk – in dat geval: even goede vrienden. Twee: u bent eigenlijk óók een beetje boos – in dat geval spreek ik hier misschien een beetje mede in uw naam.


Het idee voor dit verhaal heb ik voorgesteld op een vergadering waarop ik niet aanwezig was. Toch niet fysiek. Terwijl de collega’s van de weekendploeg maandagmiddag hadden postgevat in de schaduw van onze Antwerpse kantoortoren, aan een tafeltje in de zachte buitenlucht, was ik louter virtueel aanwezig – als een gezicht op een computerscherm. Ik vermijd nog altijd samenscholingen van meer dan pakweg drie of vier personen.


VIRUS ALS SOUVENIR

Ook in mijn privéleven, trouwens. Vorig weekend stonden er zomaar even drie uitnodigingen voor een barbecue in onze gezinsagenda. Wij zijn thuisgebleven. En de coronacijfers zijn niet van dien aard dat we daar snel verandering in zullen brengen.


Maar laat ik alleen voor mijzelf spreken: ik leef al zes maanden als een kluizenaar. Ik ben sinds 12 maart welgeteld twee keer op restaurant geweest – de laatste keer eind mei. Ik ben met vakantie geweest in de eigen tuin. Ik ga niet meer naar de supermarkt maar laat alles thuisbezorgen. Ik heb slechts een handvol vrienden thuis ontvangen, ook alleen in de tuin – en één voor één, nooit twee mensen tegelijk, op die ene vriendin-met-baby na. Ik heb één keer twee kameraden ontmoet op verplaatsing, bij een van hen op het terras. Ik heb mijn moeder en schoonouders uiteraard bezocht, maar opnieuw: alleen buiten en altijd op meer dan twee meter afstand. Wellicht overdrijf ik, maar dat doe ik bewust. Het voordeel van mijn gedrag is namelijk: ik leef nog. Dat is prettig.


Maar als ik zie hoe het hele land – op volkomen voorspelbare wijze – opnieuw vuur heeft gevat, ben ik boos. Boos op alle mensen die het niet zo nauw nemen met de maatregelen. Boos op iedereen die wel feestjes bouwt, die geregeld staat te drinken en te zingen en te springen. Boos op iedereen die deze zomer van de ene rode zone naar de andere vloog en onderweg het virus heeft opgepikt, om het dan als een souvenirtje mee naar België te brengen. Boos op mensen die, omdat ze die ‘bubbels’ zogezegd niet meer begrijpen, zich nergens meer iets van aantrekken en doen alsof dat virus nooit bestaan heeft. Akkoord, de overheid heeft slecht en dom en knullig gecommuniceerd. Niemand heeft dat concept van die bubbel ooit écht begrepen. Maar was het echt nodig om dat bubbel-concept op wiskundige wijze perfect te doorgronden om te weten dat je best je contacten tot een minimum beperkt? Serieus? De mensen die de overheid nodig hebben om die simpele eenvoudige boodschap nog eens uit te leggen, hebben die de overheid ook nodig om na gedane arbeid hun poepje af te vegen? Kom nou.



'Na schooltijd moet een kudde van honderden kinderen tegelijk door de poort,

waarna velen zich als mieren in bussen moeten wringen.' Beeld Sven Franzen


Het is niet moeilijk, het is gemakkelijk. Beperk uw contacten tot een minimum. Spreek af in de openlucht. Houd altijd afstand, behalve van uw intimi. Ga ervan uit dat een masker aangewezen is, tenzij het duidelijk overbodig is – wanneer u alleen in het bos bent, of op een verlaten landweg. Neem geen risico’s, wees solidair met mensen die een zwakke gezondheid hebben of voorzichtig willen zijn. Als u twijfelt over iets, vraag u dan niet af: mag het van de overheid? Maar wel: zou het verstandig zijn? Durf te denken!


Voor alle duidelijkheid: mijn boosheid is gericht op wie slordig is en zich van voorzorgen niets meer aantrekt. Op mensen die krap behuisd zijn, geen tuin hebben en elke dag wel fysiek aanwezig moeten zijn op het werk, kan ik niet boos zijn. Integendeel, voor hen wil ik het nu juist opnemen. Het is om het leven ook voor hén weer draaglijk te maken, dat wij met z’n allen een inspanning moeten blijven doen.


Het contrast tussen mijn voorzichtigheid en het je-m’en-foutisme bij sommigen doet mij denken aan de belastingen die ik ieder jaar voorbeeldig ophoest. Als coronakluizenaar voel ik mij de bediende die altijd de volle pot aan de fiscus betaalt, terwijl een deel van de bevolking er de kantjes afloopt – door in het zwart te werken, de fiscus te dribbelen of vermogens te verstoppen op belastingparadijzen. Fiscaal gezien ben ik de klos. Viraal gesproken ook: ik – en velen met mij – mogen nog zo flink zijn, als sommigen het maar blijven verpesten, zullen wij met z’n allen nog lang een tango dansen met dit virus.


SLECHTE COPYWRITERS

Let wel. Ik ben uiteraard ook boos op de overheid. Dat Maggie De Block en Wouter Beke nog altijd minister zijn – ik mag daar niet te diep over nadenken, of het wordt mij zwart voor de ogen. Dat Sophie Wilmès noch Jan Jambon van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om leiderschap te tonen – het maakt mij af en toe cynisch, veel cynischer dan het formatiecircus mij ooit maakte. De speech die de premier dinsdag gaf, had ze ons mogen besparen. Ze heeft zich, net zoals vele andere ministers, trouwens lang verstopt achter experts. En áls politici al geïnterviewd werden, kwamen ze makkelijk weg.


Ja, ik ben ook boos op sommige collega-journalisten, die zelden echt doorpakten. Zeker in het begin van de crisis gedroegen sommigen zich als de copywriters van de overheid. Het is buitengewoon jammer en zeer onsympathiek dat ik dit nog eens moet zeggen, maar ook de openbare omroep reed geen fraai parcours. Ik wil niet veralgemenen, bij momenten was iemand wel degelijk eens alert, maar grosso modo was de verslaggeving ondermaats. Ook in de schrijvende pers. Ik ben vooral boos op collega’s die aanvankelijk ook schreven dat mondmaskers geen nut hadden – zelfs niet vóór de lockdown. Die het riedeltje van dat ‘valse gevoel van veiligheid’ echt geloofden.


Jazeker, ik ben dus ook nog altijd boos op Marc Van Ranst en andere experten die het nut van een mondmasker bewust minimaliseerden omdat we er nu eenmaal niet voldoende hadden. Men had eerlijk moeten zijn, en zeggen: laat de professionele maskers voor de zorg, maar draag zelf nu al een sjaal of bandana en maak zo snel mogelijk zelf een stoffen exemplaar. Die boodschap, begin maart, had misschien levens kunnen redden. Ik zeg dit met frisse tegenzin, maar mijn vertrouwen in experts is aangetast. Mijn vertrouwen in de wetenschap is intact gebleven: er bestaat geen enkele methode die ons beter kan leren hoe de wereld in elkaar zit. Maar de individuele wetenschapper is helaas feilbaar, beïnvloedbaar en kan in een bui van paternalisme besluiten dat het zijn taak is om de mensen gerust te stellen, in plaats van te zeggen hoe het écht zit. Ik ben het dus eens met Erika Vlieghe die vindt dat minimaliseren hét grote probleem is. Ik voeg daar graag aan toe dat paniek zeker géén probleem is in België – al zal dit artikel wel weggezet worden als paniekzaaierij. Het zij zo. Dat neem ik erbij.


CODE GEEL IN DE KLAS

Dat ik boos ben op minister van Onderwijs Ben Weyts, spreekt vanzelf. Niemand heeft koppiger zijn wil doorgedreven dan hij. Dat is zijn recht, maar het mag meer argwaan wekken. In zijn denkbubbeltje ging er geen weg naast: alle scholen moesten en zouden vollédig opengaan. Zonder nuance. Zonder discussie. In code geel. Zondag zei Weyts in De zevende dag dat ook onze universiteiten en hogescholen zeker zullen openen in code geel. Merkwaardig standpunt. Gelukkig zijn de rectoren van de UGent en de Universiteit Antwerpen slim genoeg om Weyts niet te volgen. Zij openen in code oranje. Wat mij bij de vraag brengt: wat hebben studenten meer dan scholieren? Er is geen virologische reden om een onderscheid te maken tussen iemand van 15 en iemand van 18 – en toch loopt de eerste gevaar in kleine, volle lokaaltjes en wordt de tweede beschermd.


Ik heb ondertussen met pijn in het hart mogen vaststellen hoe elke schooldag inderdaad een ‘massa-evenement’ is, zoals Steven Van Gucht het noemde. Het leeglopen van de school van mijn dochter kan ik nog het beste vergelijken met een stampede in een western: een kudde van honderden kinderen die tegelijk door een poort van tien meter breed moeten, waarna velen zich als mieren in bussen moeten wringen.



'Ik ben boos op mensen die geregeld staan te drinken en te zingen en te springen.

Ikzelf heb vorige week drie uitnodigingen voor een barbecue afgeslagen.' Beeld Sven Franzen


Woensdag kregen we voor het eerst nieuws over het aantal besmettingen in de scholen. Er is, zo liet minister Weyts weten in een persbericht, tot dusver bij 638 leerlingen en 86 personeelsleden “een positieve Covid-19-test afgenomen”. Het percentage dat hij erbij vermeldde, doet – en wellicht is dat de bedoeling – vermoeden dat het probleem beperkt is: het gaat zowel bij leerlingen als bij leerkrachten om 0,05 procent van de populatie. “Open communicatie”, aldus de minister. Helaas is die communicatie niet zo geweldig open, en veeleer frustrerend voor wie wil weten hoe het precies zit. Wat de bevolking moet weten, is niet alleen hoeveel positieve testen er werden afgenomen, maar hoeveel testen er in totáál werden afgenomen – en hoeveel daarvan positief waren. We moeten de zogenaamde positiviteitsratio kennen. Wie in de cijferzee van Sciensano duikt, lijkt daar te zien dat die ratio tussen de drie en de vier procent ligt, ongeveer zoals bij de rest van de bevolking, maar toch moet het achterdocht wekken dat Weyts niet transparant communiceert. Wordt er genoeg getest in onze scholen? Wie de draaiboeken bekijkt, ziet dat – zeker in het basisonderwijs – weinig of niet getest wordt. Hoe het écht zit in onze scholen, weten we dus nog niet. Afwachten. En duimen.


Omdat ik die vraag al vaak heb moeten beantwoorden: ik wil natuurlijk niet dat de scholen dicht blijven. Ik heb alle begrip voor de noden van kansarme kinderen en de leerachterstand die velen kunnen oplopen. Maar de scholen hadden genuanceerder moeten openen: met meer spreiding, meer plekken met code oranje, in elke school een koolstofdioxidemetertje – het had voorzichtiger gekund.


Dat virologen hun hart vasthielden voor de verwoestende kracht van de scholenlobby – die in opiniestukken stelde dat de scholen sowieso open móésten – was overigens direct duidelijk. Toen Stef Wauters in VTM Nieuws net voor de schoolstart aan Marc Van Ranst vroeg of dat virologisch wel verantwoord was, voelde je dat Van Ranst er niet gerust op was, maar het beleid ook niet wilde afkraken – de mondmaskers in de middelbare klas zijn immers een goede, belangrijke toegeving. Experten hebben een compromis gesloten en dat compromis mee verdedigd.


Wat niet noodzakelijk geweldig gezond is. Politiek en wetenschap zijn verschillende disciplines. Een politicus wil mensen overtuigen – zijn doel is macht. Een wetenschapper moet mensen informeren – zijn doel is de waarheid. Dat een politicus soms demagogisch uit de hoek komt, is normaal. Wetenschappers mogen dat niet. Die moeten altijd naar waarheid spreken: zeggen wat ze weten, wat ze niet weten, wat bekend is en wat nog niet bekend is. Onzekerheid is normaal, maar er moet op gewezen worden. En in een crisis als deze moet het voorzorgsprincipe zegevieren. Niet omdat dat principe heilig is, maar omdat het hier doorweegt: de kost van nietsdoen ligt te hoog. Beeld u in wat er zou gebeurd zijn mochten we in maart geen lockdown hebben gehad – en nee, zo erg als in maart wordt het wellicht niet meer, dankzij een aantal medische ingrepen waarvan we al weten dat ze helpen, maar toch kan het de komende weken flink uit de hand lopen.


BRIEVEN VOL FOUTEN

Dat hebben de experts deze week ook uit volle borst geroepen. Van Marc Van Ranst en Niel Hens tot Erika Vlieghe en Geert Molenberghs: ze trekken aan de alarmbel. Maar het draagvlak om goed te luisteren naar wat ze zeggen, is wat weggesmolten. Waarschuwen voor een nieuwe calvarietocht is niet langer populair. Virologen worden tegenwoordig met de dood bedreigd. Ook dat maakt mij boos. Het is niet door op de boodschapper te schieten, dat de boodschap verandert. Maar goed, de mensen zijn – zo horen we steeds vaker – nu eenmaal coronamoe, nietwaar?


Dat brengt mij bij een aantal auteurs van Open Brieven, een genre dat de laatste tijd een flinke heropleving kent. Soms is zo’n Open Brief nuttig, bijvoorbeeld als een prangende kwestie naar de top van de maatschappelijke agenda dient te worden gekatapulteerd. Hoeveel kinderen uit Moria we opvangen, bijvoorbeeld.


Het probleem is dat een paar van de Open Coronabrieven vol fouten stonden. Nemen wij bijvoorbeeld het epistel dat door honderden artsen en gezondheidsprofessionals is ondertekend. Die brief is boosmakend om verschillende redenen. Ten eerste deed men alsof alle problemen achter ons lagen – ik citeer een stukje uit de inleiding: “Wij stellen dat de maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen buitenproportioneel zijn en meer schade aanrichten dan dat zij goed doen. Er is geen medische grond meer die dit beleid nog rechtvaardigt: we pleiten dan ook voor een onmiddellijke beëindiging van alle maatregelen.” Ten tweede staat de brief vol onwaarheden: zo wordt er onder meer gesteld dat asymptomatische dragers het virus niet kunnen doorgeven, en dat er geen evidentie is voor het nut van mondmaskers of social distancing.



'Dat Maggie De Block en Wouter Beke nog altijd minister zijn – ik mag daar niet te diep over nadenken,

of het wordt mij zwart voor de ogen.' Beeld Sven Franzen


Van mijn schier onuitputtelijke reservoir aan boosheid heb ik een flinke portie bewaard speciaal voor Lieven Annemans. De Gentse gezondheidseconoom heeft zich de voorbije weken een polsverstuiking getekend aan Open Brieven. Sommige daarvan konden er nog mee door, in andere stonden – helaas – fouten. Dat zeg ik niet, dat zei immunoloog Hans-Willem Snoeck vorig weekend in De Morgen: “De bevolking leest zulke brieven en denkt dat er wel een grond van waarheid in zal schuilen. Terwijl het pure desinformatie is. Dat kan ik als wetenschapper totaal niet aanvaarden. Je mag mensen hoop geven, maar je mag geen cijfers verdraaien.” Annemans, die onder meer het sterftecijfer van Covid-19 vergeleek met dat van de seizoensgriep, is volgens Snoeck zijn geloofwaardigheid kwijt. Dat hij zichzelf op een aantal punten al heeft gecorrigeerd, siert hem, maar toch hoort professor Annemans volgens mij nog even op de reservebank van de experts bij wie we ons oor te luisteren moeten leggen.


Daarom ben ik niet alleen boos op Annemans, maar ook op ministers Pieter De Crem, Maggie De Block en anderen – die in Celeval, het adviesorgaan dat ons door de pandemie moet loodsen, ernstige wetenschappers zoals Pierre Van Damme opzij hebben geduwd en vervangen door onder meer Lieven Annemans, oud-postbaas Johnny ‘Mondmaskers hoeven we niet te verplichten’ Thijs en een paar lobbyisten.


Ik hoor in kringen van experts – off the record, in vertrouwen – dat zij “bezorgd” zijn dat in die nieuwe Celeval minder ruimte zal zijn voor “kritische reflectie en voorzichtigheid”. U leest dat goed. De enige mensen die zo’n virus correct kunnen inschatten, vrezen dat met Annemans en andere nieuwe Celevalisten “de kritische reflectie” op het spel staat.


SANDWICH MET WAARHEID

Uiteraard is kritiek niet alleen mogelijk, maar zelfs wenselijk en noodzakelijk. Wij leven in een liberale democratie die vooruitgang boekt dankzij een open en stevig debat. Op één voorwaarde: de feiten moeten kloppen. Daarom ben ik net iets minder boos op de auteurs van Open Brieven die geen leugens bevatten, maar wel een aantal volgens de auteurs te strenge maatregelen ter discussie stelden. Zo vonden sommigen de avondklok in Antwerpen sterk overdreven. En de algemene mondmaskerplicht in openlucht, die in heel wat gemeenten een tijdlang heeft gegolden, vonden ze ronduit onnozel. Ik was het daarmee eens. Natuurlijk heeft een mondmasker in het bos geen zin.


Het – allicht ongewenste – neveneffect van opiniestukken tegen de bosmondmaskers is dat ze de maatregelmoeheid mogelijk mee in de hand hebben gewerkt. Daarom ben ik toch ook een tikje ontstemd over die auteurs. Als je vindt dat er te veel maatregelen zijn en je wil dat aanklagen, focus dan op de maatregelen die wél nuttig zijn. Verdedig het nuttige. Als ik even een zijstraatje mag inslaan: de Amerikaanse filosoof George Lakoff heeft het vaak over de zogenaamde “truth sandwich”: als je fake news wil ontkrachten, begin dan niet met de leugen, maar met de waarheid: vermeld dán pas dat het fake news niet klopt en eindig met de waarheid – verpak de leugen in een “waarheidssandwich”. Dat hadden de bekampers van het eenzame bosmondmasker moeten doen: zeg eerst dat mondmaskers nuttig zijn, leg dan uit waarom ze in het bos overbodig zijn, en herhaal dan nog eens hoe verdomd nuttig ze wel niet zijn op andere plekken.



'Het is niet moeilijk, het is gemakkelijk.

Ga ervan uit dat een masker aangewezen is, tenzij het duidelijk overbodig is.' Beeld Sven Franzen


Help vooral om mensen mee te motiveren, en vermijd de indruk dat je maatregelen wil ondergraven. En schrijf niet dat het kennelijk de bedoeling van de overheid is om de “curve” te “crushen”, zoals Lieven Annemans (die bijna álle Open Brieven ondertekende) en anderen beweerden in een oproep aan de overheid om het beleid bij te sturen. Crush the curve – het aantal besmettingen tot bijna nul herleiden – is heel nadrukkelijk niet de bedoeling van de overheid. Integendeel, het is duidelijk dat men wil dat wij met het virus leren leven. Dat willen die Open Brieven óók. Maar het is het recept voor een potentiële ramp. Dat vindt ook Marc Van Ranst. Het is namelijk wat we nu al maanden proberen te doen. Met weinig succes. Om een beruchte tekst van Martin Niemöller te parafraseren: eerst beweren ze dat al die nieuwe besmettingen niet zo erg zijn, dan beweren ze dat de ziekenhuisopnames maar langzaam stijgen, dan zullen ze zeggen dat mensen minder lang op intensieve liggen dan in maart, en tot slot zullen ze zeggen dat er veel minder doden vallen dan in maart. De doelpalen worden voortdurend verschoven.


TESTEN OP HET VELD

En dus ben ik boos. Boos op de mensen die “proportionele” maatregelen willen nemen tegen een pandemie die in één klap kan exploderen. Hoe doe je dat: wat is proportioneel in relatie tot een mogelijke catastrofe? Ik ben boos op mensen die na al die maanden nog altijd niet over genoeg verbeeldingskracht beschikken om te zien dat een exponentiële curve een gevaarlijk fenomeen is. Ik ben boos op mensen die denken dat we moeten kiezen tussen virus en economie – terwijl zowel Gert Peersman als Paul De Grauwe, en vele andere economen, al duidelijk hebben gemaakt dat we de economie pas kunnen redden door het virus plat te slaan. Of tenminste, door er met een doorgedreven, zeer actief testbeleid helemaal bovenop te gaan zitten.


Maar ook dat doen we niet. Daarom ben ik boos op beleidsmakers die betrokken zijn bij het test- en contactonderzoek. Deze week sloegen huisartsen alarm: zij zullen de vraag naar testen de komende weken niet aankunnen. Terwijl men wel máánden de tijd heeft gehad om dit voor te bereiden. Profvoetballers worden getest na elke bal die ze hebben aangetikt. Wat hebben zij dat wij en onze kinderen niet hebben?



'Alle begrip voor kansarme kinderen en het gevaar van leerachterstand,

maar de scholen hadden genuanceerder moeten openen.' Beeld Sven Franzen


Klink ik bijwijlen een tikje sarcastisch? Dat is mogelijk. Ik heb al met al niet te klagen. En toch ben ik ook boos op mensen die vinden dat ik makkelijk zeuren heb – met mijn baan, in mijn tuin, met mijn verzekerde inkomen – en dat al die nare maatregelen nu eenmaal moeilijker te handhaven zijn voor mensen in zwakkere posities. Terwijl het, nogmaals, net voor hén is dat wij met z’n allen waakzaam en voorzichtig moeten blijven.


À propos, als ik eerlijk ben: hoe voorzichtig ik ook ben, toch ga ik ervan uit dat ik vroeg of laat voor de bijl moet. Ik zal dan een dagboek bijhouden. Titel: Boos en besmet. En als het een verblijf op intensieve zorg wordt, met een intubatiebuis in de luchtpijp, alvast dit: het ga u goed, ik vond het fijn voor u te mogen schrijven.


Ja, ik geef het toe. Dat klinkt pathetisch. Ik zei toch dat ik mijn innerlijke Greta Thunberg de vrije loop zou laten?

Knipoogsmiley.


Top



Wat nu Bart De Wever


Analyse


Matthias Verbergt  - De Standaard



Joris Snaet


Door toch voorzitter te blijven vermeed Bart De Wever een strijd binnen zijn eigen N-VA. Nu het lot van de partij eindelijk duidelijk lijkt – de federale oppositie – wachten hem drie grote uitdagingen: zijn opvolging verzekeren, de partij- ideologie opblinken en vanaf de zijlijn de juiste toon vinden.


Door corona waren de N-VA-fractiedagen, waarbij de Kamerleden het jaar op gang trappen, gereduceerd tot toespraken van voorzitter Bart De Wever en Vlaams minister-president Jan Jambon op 3 september. Eén dag eerder had CD&V paars-geel de doodsteek gegeven met ‘Avanti’. Jambon zat volop verwikkeld in de zaak-Chovanec. ‘Veel parlementsleden deelden hetzelfde gevoel: zo hadden we Bart nog nooit gezien’, zegt een aanwezige. De Wever was ‘sip’ en ‘het tegendeel van combattief’.


Negen dagen later kwam de partijraad samen, het hoogste N-VA-orgaan, om de ­interne verkiezingen op gang te trappen. Na zestien maanden onzekerheid kende de N-VA eindelijk vrijwel zeker haar lot: de ­federale oppositie. ‘We kregen opnieuw op onze kop’, zegt een ander Kamerlid. De ­Wever verweet zijn partij ‘vadsigheid’, ‘ongenaakbaarheid’ en ‘onzorgvuldigheid’.


De Wever was moe. Sinds de verkiezingen waarbij de N-VA een historische 285.000 stemmen verloor, had hij vanuit een verzwakte positie geprobeerd om het land richting de hertekening te sturen waar zijn partij al zo lang op wacht. Na tal van mislukte pogingen had hij de PS toch bereid gevonden de eerste stappen daartoe te zetten. Maar opnieuw moest De Wever vaststellen dat zijn partij niet krachtig genoeg was om haar analyse door te duwen.


De N-VA belandt zo weer tussen systeem – de Vivaldi-partijen – en antisysteem – ­uiterst rechts en uiterst links. ‘Dat is een heel moeilijke plaats om ons te handhaven’, zei De Wever begin deze maand in De zevende dag. ‘We zitten eigenlijk in de piepzak.’ De situatie slaat de partij terug naar 2010, toen de N-VA – ook tevergeefs – haar eerste gesprekken voerde met de PS.


Het verschil is dat de partij toen nog als politieke maagd kon opklimmen, onder meer door Vlaams Belang leeg te zuigen. Die fase is onherroepelijk gepasseerd. En zelfs na het electorale hoogtepunt in 2014 kon de partij geen communautaire stappen zetten. Intern vroeg De Wever zich de afgelopen weken luidop af of dat parcours zijn persoonlijke opofferingen wel allemaal waard was geweest.


Francken vs. Van Peel

Bij elke andere partij zou een voorzitter in zo’n situatie plaats ruimen. Niet bij de N-VA. Op de partijraad gaf 93 procent van de aanwezigen De Wever het fiat om voor de vierde keer tegen de eigen partijstatuten in te gaan en zichzelf op te volgen. In 2023 zal De Wever de N-VA bijna twee decennia geleid hebben.


De partij had het verlengde voorzitterschap nodig. Als De Wever had gepast, zou Theo Francken zich kandidaat gesteld hebben. Maar binnen de partij zit niet iedereen te wachten op Francken als voorzitter, zeggen meerdere N-VA’ers. ‘Dan waren er ongetwijfeld tegenkandidaten gekomen.’ Onder meer het populaire Kamerlid Valerie Van Peel hield zich volgens verschillende bronnen klaar.


‘We moeten bereid zijn om een aantal kiezers eventueel te verliezen.

Als we uiterst rechts achterna jagen, komen we op gevaarlijk terrein’

Peter De Roover

 N-VA-Kamerfractieleider


Dat had wellicht geleid tot een polariserend duel tussen de rechterflank van de partij, verpersoonlijkt door de ex-staats­secretaris voor Asiel en Migratie, en de ­gematigdere flank. Die kloof is al een feit. Sommige partijleden zouden Francken als voorzitter ‘een goede zaak’ hebben gevonden, anderen noemen dat ‘niet zijn rol’.


Conclusie van de partijtop: De Wever moest voortdoen. De partij is als de dood voor een scenario dat lijkt op dat van de uiteindelijk gesplitste Volksunie, de voor­loper van de N-VA. ‘De Wever is de enige die de synthese kan uitdragen’, zegt een Kamerlid. ‘Op Bart kleeft het basisverhaal van de partij’, vult Kamerfractieleider Peter De Roover aan. ‘Zo blijft de continuïteit ­bewaard.’ Het toont aan hoe afhankelijk de partij nog is van De Wever, ondanks het ­indrukwekkende aantal kopstukken dat de partij in tien jaar wist te kweken.


De expliciete belofte van De Wever aan zijn partij is wel dat er tijdens zijn komende termijn werk wordt gemaakt van een dubbele vernieuwingsoperatie. Ten eerste moet er opvolging klaargestoomd worden. Liefst gaat het om iemand van een jongere generatie, gaf ook N-VA-oprichter Geert Bourgeois al aan. Er wordt binnen de partij met opvallend veel bewondering gesproken over de 27-jarige SP.A-voorzitter Conner Rousseau.


Die zoektocht wordt aartsmoeilijk. Zonder federale ministers is het veel lastiger om bekendheid en autoriteit op te bouwen. Bovendien moet het iemand zijn die niet in een kamp te steken valt en zo de partij niet verdeelt. Veel N-VA’ers halen de schouders op bij de vraag naar potentiële kandidaten. De consensus is dat het hoe dan ook om een ander soort voorzitterschap zal gaan dan dat van De Wever. Hij blijft wellicht tot het einde van zijn carrière de ­geestelijke vader van de partij.


Ideologische herijking

Ten tweede zal de partij zich herbronnen. Na jaren van regeren, campagnes, verkiezingen en onderhandelingen komt daar nu eindelijk de ruimte voor. De Wever beloofde zijn partijgenoten een ideologisch congres, dat wellicht voor het voorjaar is. ‘De laatste jaren was er onvermijdelijk verlies van scherpte’, zegt Van Peel. ‘We moeten opnieuw helder definiëren wat onze kern is, en onze basis daarbij betrekken.’


De Wever moet zo in staat zijn een herijkte N-VA aan zijn opvolger over te laten, klaar voor een nieuw tijdperk. ‘Het is zoals een huurder die zijn appartement aan de volgende doorgeeft’, zegt De Roover. ‘Dan geef je alles een grondige poetsbeurt en vul je de gaten in de muur opnieuw op.’ Ook het profiel van de nieuwe partijvoorzitter kan daarbij aan bod komen.


De oppositierol laat toe om de zuiverheid opnieuw te zoeken. ‘Die denkoefening moet over alles gaan: van de stijl van de partij tot de thema’s die we naar voren schuiven en de mensen die daarvan het gezicht zijn’, zegt Van Peel. ‘We staan op een kruispunt. We moeten opnieuw uitstralen wat de essentie van onze partij is: recht­lijnigheid en eerlijkheid. Daarbij moet de inhoud primeren op strategische overwegingen. Zo zijn we groot geworden: door in ons eigen verhaal te geloven. En dat verhaal staat nog steeds als een huis.’ Een ­ander parlementslid verwoordt het scherper. ‘We praten te veel in functie van andere partijen. We zijn toch nog een partij op onszelf?’


‘We staan op een kruispunt en moeten weer uitstralen wat de essentie van onze partij is:

rechtlijnigheid en eerlijkheid. Zo zijn we groot geworden’

Valerie Van Peel 

N-VA-Kamerlid


Inhoudelijk zal veel onder de loep genomen worden, van migratie over het communautaire tot het sociaaleconomische. Wat dat laatste betreft, schoof de N-VA het laatste decennium een stuk op naar rechts, onder meer om Open VLD de pas af te snijden. De laatste tijd keerde de slinger wat terug, en dat was een van de redenen waarom een akkoord met de PS mogelijk was. Daarin stond zelfs een vermogenswinst­belasting. ‘Ons sociaal verhaal is duidelijk en sterk, maar is in de loop der jaren – vooral op communicatief vlak – wat naar de achtergrond geschoven’, zegt Van Peel. ‘Deze thema’s zijn essentieel voor de brede volkspartij die we zijn, en verdienen opnieuw meer een plaats op de voorgrond.’


‘Onmogelijk spagaat’

Afgelopen maandagochtend hield de N-VA traditiegetrouw partijbestuur. De Wever kwam terug op de heisa in de Kamer van de voorgaande donderdag, toen de N-VA luidkeels had geprotesteerd tegen Kamervoorzitter Patrick Dewael (Open VLD), nadat premier Sophie Wilmès haar belofte niet was nagekomen dat ze opnieuw het vertrouwen zou vragen aan het parlement. ‘Hou jullie wat in’, had hij het partijbestuur volgens aanwezigen gevraagd. ‘En ga uit van onze eigen kracht.’


Enkele uren later verscheen De Wever zelf bij de boot van Gert late night in Antwerpen. ‘We maken ze kapot in de oppositie’, zei een half grappende De Wever over de Vivaldi-partijen tegen Francken, voor het oog van de camera’s. ‘De blauwe vrienden moeten op de knieën, de mond opendoen en dan zal er wat moeten doorgeslikt.’ Een gemiste kans om te zwijgen, klinkt het binnen de partij, ­gezien Vivaldi zich toen zelf in de vernieling leek te rijden en ­De Wever zo de aandacht verlegde.


Afgelopen donderdag viel hoongelach N-VA’er Christoph D’Haese ten deel, toen hij in de Kamer opmerkingen maakte bij het Nederlands van Wilmès. De voorvallen tonen aan dat de partij worstelt met de toon en stijl waarmee ze aan oppositie moet gaan doen. Naast de opvolgings­kwestie en het inhoudelijke is dat de ­derde grote werf voor de partij.


De gele falanx zal een elegante weg moeten vinden uit de piepzak. Centraal in dat vraagstuk staat de toekomstige verhouding met Vlaams Belang, de partij waarmee het electoraat van de N-VA deels overlapt en die samen met de N-VA de rechtse federale oppositie vormt. Moet de N-VA toenadering zoeken, of richt ze zich beter naar het centrum? Hoewel De Wever een Chinese muur ziet tussen beide, is die stelling sinds de verkiezingen onder druk komen te staan. De meningen over de kwestie zijn verdeeld. ‘Ik denk dat we bereid moeten zijn om een aantal kiezers eventueel te verliezen’, zegt De Roover. ‘Als we uiterst rechts achterna jagen, komen we op gevaarlijk terrein terecht en verliezen we geloofwaardigheid naar het centrum toe. De volle breedte ­bestrijken, is een onmogelijk spagaat.’


‘Om er een meerderheid mee te vormen, zal Vlaams Belang moeten veranderen’, voegt De Roover toe. ‘Samen met de partij regeren, is nog niet dichtbij.’ Van Peel ­beaamt. ‘Met Vlaams Belang praten is iets ­helemaal anders dan er een coalitie mee vormen. Daarvoor moeten ze binnen de ­democratische krijtlijnen op een fatsoen­lijke manier bijdragen aan onze maatschappij. Dat is echt nog niet het geval.’


Existentieel dilemma

Boegbeelden als Francken en Jambon ­betreurden dan weer publiekelijk dat de N-VA bij de Vlaamse onderhandelingen geen coalitie kon vormen met Vlaams Belang. ‘Als dat gebeurt, stap ik uit de partij’, zegt nog een ander Kamerlid. Als beide Vlaams-nationalistische ­partijen in 2024 samen wel een Vlaamse meerderheid ­halen, plaatst dat de N-VA voor een existentieel dilemma. Hetzelfde geldt voor de ­lokale stembusslag dat jaar.


Momenteel is De Wever de wachter naast de poort naar Vlaams Belang. De vraag is wat er gebeurt als hij plaats ruimt. Op de fractiedag zette De Wever de strategie tegen Vlaams Belang uiteen. Die partij bevindt zich in een periode van genade, zei De Wever, die de vergelijking met de Amerikaanse president Donald Trump maakte. ‘Alles glijdt eraf als van een eend’, zei hij volgens een aanwezige. ‘We mogen nog zoveel aanvallen, het kost alleen energie en zal alleen de meerderheid sterker maken.’ Kiezers boos maken zonder ze te leiden naar een alternatief, drijft hen in de armen van Vlaams Belang, is de analyse.


Intern vroeg De Wever zich de afgelopen weken luidop af of het parcours van de N-VA

zijn persoon­lijke opofferingen wel allemaal waard was geweest


Het laatste nummer van het partijblad Leo geeft een goed beeld van dat moeilijke evenwicht. Ondervoorzitter Lorin Parys spreekt over een ‘tsunami van nieuwe belastingen’ en ‘onmetelijke arrogantie’ van Vivaldi. Maar hij doet ook een appel aan de ‘politiek dakloze’ kiezers van Open VLD en CD&V. De Wever zegt erin dat de partij er moet staan voor de kiezers die zich noch thuisvoelen in de ‘antisysteempartijen’, noch in de ‘groep tanende trado’s’.


Twee factoren bemoeilijken verder de oppositierol van de N-VA. In de eerste plaats doet de partij Vlaams wel mee. Op dat veel minder zichtbare niveau moet de partij wel nog vereenzelvigd worden met beleidsverantwoordelijkheid, terwijl veel Vlamingen het onderscheid tussen de bestuurslagen niet maken. Daarbij komt dat er in de partij grote ontevredenheid heerst over het voorlopige parcours van Jambon. ‘Iedereen is het erover eens dat we op Vlaams niveau met een probleem zitten’, zegt een Kamerlid.


De tweede moeilijkheid werd al zichtbaar op de sociale media. Daar verspreidde de partij een pancarte met de verschillen tussen het eigen paars-gele akkoord en de Vivaldi-nota, maar op erg veel significante nagels leek de partij niet te kunnen kloppen. Ook intern wordt toegegeven dat er voorlopig niet al te veel in het erg centrumgerichte Vivaldi-compromis is opgenomen dat de N-VA zwaar kan uitbuiten.


Afspraak met de geschiedenis

Rest er nog de strategie op de langere termijn. Hoe kan de partij de Vlaamse autonomie, de bestaansreden van de partij, na jaren van tevergeefs beuken wel dichterbij brengen? Het antwoord binnen de N-VA: de realiteit, en de tijd. ‘Zelfs zonder een verzwakte N-VA lukt het niet meer om een coherent alternatief op te zetten’, zegt De Roover. En de deal met de PS mag dan wel mislukt zijn, de Franstalige socialisten hebben wel eindelijk aangetoond dat ze bereid zijn om België verder te ontmantelen.


Sommige N-VA’ers zijn pessimistisch. ‘Als het vier jaar of misschien langer een heel andere richting uitgaat, is de vraag wat ervan overblijft’, zegt een belangrijke N-VA’er. ‘Het Belgische status quo heeft ­bijna geen verdedigers meer’, zegt een collega. ‘Maar als iedereen in een andere richting trekt, is dat finaal wel het resultaat.’


Maar de meesten zien het goedkomen. ‘De geest is uit de fles bij de PS’, zegt Kamerlid Sander Loones, die de communautaire strategie van de partij uittekent. ‘Het institutionele zal hoe dan ook in alle sterkte blijven woeden.’ Ook De Wever liet zich intern in die zin uit. ‘Nu we weten dat een gesprek met de PS over een vergaande staatshervorming mogelijk is, hebben we een afspraak met de geschiedenis in 2024’, klinkt het in Leo. ‘De volgende jaren zullen ons definiëren als partij: hoe sterk is ons karakter?’


Voor dit artikel sprak De Standaard met een tiental prominente N-VA’ers, van wie sommigen alleen anoniem.


Top




#justiceforsanda


Studentendoop

‘Wij willen geen heksenjacht, maar wel gerechtigheid voor Sanda’


Marc Klifman - De Standaard



Tim, Lucas, Robrecht, Julie, Olivier, Ferre en Maxim: de échte vrienden van Sanda Dia.  

Foto - Kris Van Exel


‘Er bestond geen betere vriend dan hij. We missen zijn babbels, zijn lach en zijn eeuwige optimisme.’

Nu het parket achttien leden van studentenclub Reuzegom voor de strafrechter wil brengen,

hopen zeven vrienden van Sanda Dia op gerechtigheid.



Op de begrafenis van Sanda Dia (20) sprak zijn vader deze woorden: ‘Sanda en zijn échte vrienden zijn een voorbeeld voor onze samen­leving.’ Die échte vrienden zijn niet de leden van de studentenclub Reuzegom, die door het gerecht worden vervolgd voor de fatale studentendoop in 2018, waar Sanda Dia het leven liet. Wel een groep sympathieke studenten met de wereld aan hun voeten, maar met een kras op hun ziel, omdat hun beste kameraad Sanda er niet meer bij is. Na de reconstructie van de laatste uren van Sanda Dia, vorige week in Het Nieuwsblad, lanceerden ze de hashtag #justiceforsanda in de hoop dat er gerechtigheid komt.


‘Kort na zijn dood speelden we al met het idee om iets te doen voor Sanda. Maar toen hadden we het gevoel dat we niet gehoord werden. Men liet uitschijnen dat zijn dood “een stom ongeluk” was. Maar als je nu in die reconstructie van zijn laatste uren leest hoe erg het allemaal was … Iedereen is er kotsmisselijk van. Sommigen van ons kregen het artikel niet eens uitgelezen.’ (DS 25 juli)


Aan het woord zijn Robrecht, Lucas, Tim, Maxim, Ferre, Olivier en Julie. Allemaal 22 jaar oud en student. Allemaal jeugdvrienden van de Edegemse ingenieursstudent Sanda Dia (20). We zitten in de tuin bij Lucas en zijn zus Julie in Mortsel. Op corona-afstand, mondmasker aan. Al zit de vriendenbende eigenlijk al enkele dagen in één en dezelfde bubbel, sinds ze vorig weekend op Instagram de hashtag #justiceforsanda lanceerden.


Diepe gesprekken

Op de profielfoto van hun kameraad Sanda straalt de jonge student zoals ze hem gekend hebben: lachend en één brok positiviteit. ‘“Alles komt goed”, zei Sanda altijd. Dat was echt zijn levensmotto’, zegt Julie, die twee jaar Sanda’s lief was. ‘Toen het tussen ons uit was, hoorde ik hem misschien iets minder. Maar ik wist dat ik altijd op hem kon terugvallen. Iedereen zegt dat trouwens, ook mijn vriendinnen. Sanda luisterde altijd. Je kon diepe gesprekken met hem voeren.’


Hun beeld van Sanda Dia op Instagram werd intussen bijna 45.000 keer geliket en ging viraal op sociale media. ‘We zijn heel blij dat er een beetje een beweging op gang is gekomen’, zegt Lucas, die samen met Dia in Leuven dezelfde studie deed en elke dag met hem op kot doorbracht. ‘Voor alle duidelijkheid: met #justiceforsanda willen wij geen heksenjacht op die gasten van Reuzegom maken. Wij willen alleen dat er gerechtigheid komt en dat er rekenschap wordt afgelegd voor wat daar allemaal met Sanda gebeurd is. Iedereen moet ook weten dat er geen betere vriend dan Sanda bestond. Zo maken ze er geen twee.’


Connecties maken

Het is een constante in de verhalen van zijn kameraden. Sanda was voor elk van hen een beste vriend. Iemand met wie je over problemen kon praten. ‘Zonder dat hij een oordeel zou vellen’, klinkt het unaniem. Robrecht: ‘Je kon er geen vijand mee zijn. Iedereen had op een of andere manier wel raakvlakken met hem. Zijn humor, optimisme, ambities, intelligentie ... Sanda had alles om het ver te brengen.’


Als iemand van de vrienden het soms lastig had, was er altijd Sanda die erop wees dat er geen reden tot zorgen waren. Want ze hadden het goed, benadrukte hij altijd. Ze gingen naar een goeie school, hadden alles wat ze wilden, en hadden vooral elkaar. ‘Sanda liet altijd zien dat er kansen waren voor iedereen’, zegt Ferre, die hem sinds de kleuterklas kende en altijd bij hem om de hoek woonde. ‘Hijzelf liet ook nooit uitschijnen dat hij minder kansen had. Hij voelde zich nooit achtergesteld. “Ik raak waar ik wil, als ik er voor werk”, zei hij dan.’


Sanda Dia heeft tegenover zijn jeugdvrienden – van wie slechts enkelen in Leuven gingen studeren – nooit veel gezegd over de reden waarom hij zich had aangesloten bij de studentenvereniging Reuzegom. Zijn makkers thuis wisten wel dat ‘die mannen een reputatie hadden’. In Leuven stonden ze bekend voor hun extreme dooprituelen en balorigheid. Ze kwamen al in opspraak omdat ze GAS-boetes verzamelden als trofeeën, omdat er huisdieren werden geslacht en omdat ze de dooprichtlijnen weigerden te aanvaarden.



De foto van Sanda Dia op zijn doodsprentje.


‘Sanda zat nog niet zo lang bij hen’, zegt Ferre. ‘Hij zat in zijn derde jaar ingenieursstudies en zou volgend jaar afstuderen. Maar bij Reuzegom is hij hoogstens een halfjaar geweest. Zijn vader had daar nooit achter gestaan, mocht hij geweten hebben dat Sanda lid wilde worden.’


Lucas: ‘Wij snapten inderdaad niet zo goed waarom hij bij Reuzegom ging, want Sanda paste daar eigenlijk niet bij. Hij was totaal niet iemand die zijn ego of status op de eerste plaats zou zetten. Sanda was net iemand die zichzelf zou wegcijferen voor anderen.’


Robrecht: ‘Volgens mij is hij bij Reuzegom gegaan om connecties te maken voor later. Hij wist dat er in die groep mensen zaten die zeer welgesteld zijn en het sowieso ver gaan schoppen (een van hen is de zoon van een Antwerpse rechter, red.).’


Lucas: ‘Hij zei altijd tegen zijn papa: “Maak je geen zorgen. Ik ga er alles aan doen om het ver te schoppen.” Hij heeft altijd geknokt om iets te bereiken. Ik denk niet dat hij bij Reuzegom op zoek was naar vrienden. Hij dacht wellicht dat het later deuren zou openen.’


‘Waanzin’

Het contrast tussen de jeugdvrienden van Sanda Dia thuis in Mortsel en de foto die circuleert van de ­leden van de studentenclub Reuzegom in maatpak kan niet groter zijn. Sympathieke, doodgewone studenten die in het weekend graag een pintje verzetten tegenover studentenclubleden die hun schachten anderhalve fles gin, dezelfde hoeveelheid visolie en nog wat glazen bier verplicht naar binnen laten kappen. En daarna nog een levende goudvis laten inslikken en hen urenlang in ijskoud water dwingen te zitten.


‘Het kan er bij ons gewoon niet in dat ze zo ver zijn gegaan’, zegt Robrecht. ‘Als je zo’n ritueel ziet … Bij ieder normaal mens draait de maag dan toch om? Hun drang om een medemens te helpen, was volledig afwezig. Ook wij gaan uit en hebben soms een zatte avond. Maar twee flessen gin? Hoe kan je als geneeskundestudent niet zien dat zoiets fout kan gaan?’


Olivier: ‘Het is jammer dat Sanda niet meer bij zinnen was. Na die eerste avond is hij geen moment meer helder geweest. Toen lieten ze hem nog half bewusteloos toertjes lopen. Hij kon gewoon niet meer nadenken.’


Op sociale media werd de voorbije week gesuggereerd dat Sanda Dia zijn lot moest ondergaan vanwege zijn huidskleur. Maar zijn vrienden willen niet van een rassenkwestie spreken. ‘Wij durven niet te denken dat het om racisme gaat, want anders zou het nog tien keer erger zijn’, zeggen ze.


Tim: ‘Iedereen die naar Sanda keek, keek naar zijn persoonlijkheid. Niet naar zijn kleur. Niemand stond daar bij stil. Ook Sanda zelf niet.’


Afscheidscadeau

Lucas: ‘Zelfs al was het allemaal goed afgelopen, dan had Sanda nooit meer van die groep deel uit willen maken. Sanda was nooit degene die dronken thuis gebracht moest worden. Hij was net degene die de anderen in bed stak. Ik kan uit ervaring spreken.’


De groep lacht. Dat kunnen ze gelukkig nog. Ze zwanzen met elkaar en verbijten soms samen de tranen. ‘Vroeger waren wij eigenlijk twee verschillende vriendenbendes’, zegt Robrecht. ‘Door wat er allemaal gebeurd is, is die brug daartussen weggevallen. Dat is misschien het enige mooie aan heel deze situatie. Wij zien dat als het afscheidscadeau van Sanda.’


De kameraden vinden dat de KU Leuven te mak heeft opgetreden tegen de studenten van Reuzegom. ‘Hun eerste straf stelde niets voor en ook nu wachten ze 4 september af (wanneer het dossier voor de raadkamer komt, red.)’, zegt Lucas. ‘Terwijl sommigen van die leden intussen al met een diploma zijn afgestudeerd en aan het werk zijn. Een paar weken na de dood van Sanda kwam ik sommigen van hen tegen in Leuven. Ook tijdens het uitgaan. Het leek bij hen alsof er niets gebeurd was. Ik heb het er moeilijk mee dat zij verder mochten studeren.’


Over het gerechtelijke onderzoek willen de jongeren zich minder uitspreken. Uit sereniteit. ‘We laten dat aan het gerecht over. Het enige wat we hopen, is dat de zaak niet in de doofpot komt, maar juist en eerlijk verloopt. Objectief gezien zit je met achttien leden van Reuzegom die een prima financiële achtergrond hebben, met goede advocaten. Wij willen dat er een gelijke strijd is. En dat Sanda niet vergeten wordt. Over straffen spreken wij ons niet uit. Dat is ook niet aan ons. Als de zaak eerlijk verloopt, zijn we ervan overtuigd dat er ook juiste straffen zullen komen.’


Sven Mary wordt ­advocaat familie Dia



De familie van Sanda Dia (20) heeft de Brusselse strafpleiter Sven Mary ingeschakeld. In de rechtszaal komen ze immers tegenover het bataljon toppleiters van de 18 Reuzegommers te staan. ‘Je mag niet vergeten dat dit dossier al is weggenomen van de Antwerpse rechtbank omdat één van de 18 de zoon is van een Antwerpse magistraat.’


Ook Sven Mary heeft vorige week de reconstructie gelezen in de krant, waar onthuld werd hoe de 18 leden van een studentenclub Sanda Dia in een ijskoude put duwden, en hem op een mensonterende manier mishandelden tot hij stierf. 


‘Je kon die artikels niet in één keer uitlezen’, zegt Mary. Hij kon ondertussen ook het strafdossier inkijken. ‘Ik heb er maar één woord voor: het is walgelijk. Niet alleen wat ze daar uitspookten, maar ook hun houding achteraf. Alle rangen zijn meteen meticuleus gesloten. Door de studenten die erbij waren, maar ook door de familieleden van die mannen. Elk schuldinzicht is bij die mensen volledig afwezig.’
‘Men heeft veel over Dries Van Langenhove en zijn “Schild en Vrienden” gesproken, maar in vergelijking met dit clubje zijn dat maar koorknapen.’


‘Familie wil de waarheid’

Na de doop probeerden de Reuzegommers nog snel alle sporen uit te wissen van wat er gebeurd was. Toen ze vervolgens toch ontmaskerd werden, namen ze één voor één een bekende strafpleiter onder de arm, en dekten ze zich in.  


De vader van Sanda Dia en zijn vriendin, en de broer van Sanda en diens echtgenote, schakelen nu op hun beurt Mary in. ‘Die familie wil maar één ding, en dat is de waarheid kennen’, zegt Mary.


Mary neemt advocaten Elisa Van Bocxlaer, Sven De Baere en Stijn Butenaerts mee naar het strijdgewoel. ‘Want we moeten daar niet flauw over doen: we staan hier tegenover mensen die zich bewegen in de hoogste regionen en het Antwerpse establishment’, zegt Mary. ‘Je mag niet vergeten dat dit dossier al is weggenomen van de Antwerpse rechtbank en verhuisd is naar Limburg, omdat één van de 18 de zoon is van een Antwerpse magistraat.’


Ledenlijst van Reuzegom

‘Ik wil daarom de lijst zien met alle leden van Reuzegom van de afgelopen 30 jaar’, zegt Mary. Van de studentenclub is geweten dat de leden niet alleen afkomstig zijn uit gegoede Antwerpse families, maar dat ze door hun connecties vaak ook doorgroeien tot de professionele elite. Onder de oud-leden zitten notarissen, hoge ambtenaren en zakenlui. ‘Het is niet onmogelijk dat de betrokkenen op die manier relaties hebben op het rechterlijke niveau’, zegt Mary. 


Racisme

De Reuzegommers riskeren tien jaar cel. Het Limburgse parket wil hen voor de rechter brengen voor het toedienen van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en schuldig verzuim. Een forse aanklacht, zo lijkt het, maar Mary heeft er toch vragen bij. ‘Waarom is er geen sprake van slagen en verwondingen? De schachten zijn duidelijk geslagen’, zegt hij. ‘Waarom worden ze niet vervolgd voor foltering? Dat is toch overduidelijk wat hier gebeurd is?’


‘Ik vraag me af of er hier onderliggend niet meer aan de hand is. Ik ben niet de persoon om mee te huilen met de wolven, maar ik stel vast dat de twee witte jongens toch aanzienlijk minder hebben moeten drinken dat hun gekleurde vriend. Die twee andere schachten die de doop overleefd hebben, worden mijn twee kroongetuigen. Zij moeten ons kunnen uitleggen wat daar echt gebeurd is.’


Pontius Pilatus

De KU Leuven, de universiteit waar zowat alle Reuzegommers student waren, kreeg deze week veel kritiek omwille van de lichte sanctie die de daders in 2019 kregen. Rector Luc Sels verdedigde zich met een open brief. Rector Sels verdedigde zich met een open brief.


Het is makkelijk om als rector je handen te wassen in de onschuld als Pontius Pilatus, en te zeggen dat je niet wist wat er zich daar heeft afgespeeld. Dat je geen toegang had tot de crime scene. Niemand verwacht dat. Maar als de universiteit écht consequent geweest was, dan had ze zich burgerlijke partij gesteld in dit dossier. Dan was ze veel beter op de hoogte geweest, en dan had ze gepast kunnen reageren.’


Lees hier het dossier Justice for Sanda


Sanda Dia


Gestoord was het, zoals beloofd

Achttien leden Reuzegom riskeren straffen tot tien jaar cel voor dodelijke doop


Douglas De Coninck  - De Morgen

Dalilla Hermans - De Standaard



Een foto van Sanda Dia op zijn begrafenis.

Zijn 'schachtentemmers' worden vervolgd voor onopzettelijke doding,

onterende behandeling en weigering van hulpverlening. Foto Sander Bral


'Ik wil er echt een bruut jaar van maken, een gestoord bruut jaar.' Met die belofte behaalde de toen 20-jarige Alexander G. bij de studentenclub Reuzegom voldoende stemmen om te worden aangewezen als 'schachtentemmer'. Achttien leden van de club riskeren nu tien jaar cel voor de 'doop' die Sanda Dia (20) het leven kostte.


Het parket in Hasselt wil achttien leden van de Leuvense studentenclub Reuzegom laten doorverwijzen naar de correctionele rechtbank voor het toedienen van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en weigering van hulpverlening door schuldig verzuim. Ook al is er in de beschikking sprake van verzachtende omstandigheden, de achttien riskeren de maximumstraf van tien jaar cel. Voor elk van hen acht procureur Jeroen Swijsen het aandeel in het drama even groot.

De meeste verdachten zijn geboren tussen 1995 en 1999. Hun adressen zijn vaak met 'dreef' eindigende straatnamen in Schilde, Schoten, Hove en Brasschaat.

Sanda Dia uit Edegem was een van de drie studenten die zich begin december 2018 lieten dopen bij Reuzegom. Dia's ouders komen uit Mauretanië, hijzelf was actief bij de lokale voetbalploeg en deed het erg goed als ingenieursstudent aan de KU Leuven. De drie studenten werden tijdens de eerste avond, in Leuven, verplicht een liter gin te drinken en daarna halve liters bier. In het kot van Dia werden de waterkranen onklaar gemaakt zodat ze 's ochtends moeilijk zouden kunnen herstellen van hun kater.

Een tweede deel van de doop vond op 5 december plaats in een chalet in Vorselaar. Daar moesten ze 'schachtenpap' drinken, een brouwsel van visolie uit een blender waar levende goudvissen, muizen en een aal in waren gemengd. Ze moesten ook alledrie een put graven die werd gevuld met ijswater, en daarin gaan staan, waarna de anderen hen gebruikten als toilet. Op een gegeven moment daalde de lichaamstemperatuur van Sanda Dia tot 27 graden. Er gingen uren overheen voor iemand ertoe kwam om hem naar het ziekenhuis te brengen.

Toen dat uiteindelijk toch gebeurde, kregen alle betrokkenen opdracht om maximaal sporen te wissen, ook van het Whatsapp-groepje waarin beelden van de doop waren uitgewisseld en waarin iemand al had gestuurd: "Dees is erover." Ook in het kot van Dia werden alle sporen gewist. Hij overleed enkele dagen na zijn opname in een ziekenhuis in Edegem.

De KU Leuven legde de betrokkenen destijds enkel een taakstraf op, wat na het uitlekken van details over de tragische afloop, vorige week in Het Nieuwsblad, voor controverse zorgt op sociale en andere media.

Op 4 september moet de raadkamer in Hasselt beslissen over de doorverwijzing van de achttien. Zij laten zich bijstaan door een aantal absolute kleppers in de advocatuur, zoals Johan Platteau, Walter Damen en Hans Rieder. "Wat daar is gebeurd is, is natuurlijk dramatisch", zegt Platteau. "Maar soms wordt het lot getart, en tegenwoordig is er geen ruimte meer voor vergissingen."

Het juridische gevecht lijkt er een te worden waarin elk van de achttien de eigen verantwoordelijkheid zal proberen te minimaliseren, al wordt dat voor sommigen lastig. Volgens bronnen dicht bij het onderzoek zit een tekst in het dossier waarin Alexander G., alias Janker, tijdens een bijeenkomst met Reuzegom stemmen ronselt om te worden verkozen als 'schachtentemmer'. De jongen is eerder klein van gestalte, maar zegt: "Daar zijn in de wandelgangen al opmerkingen over gemaakt, maar ook Napoleon en Castro waren klein. En zelfs onze goede Duitse vriend Adolf stak nauwelijks boven de grond uit."

In de toespraak belooft de jongen verder nog: "Het mag geen jaar worden als in een bso-schooltje met een of andere allochtoon. Ik wil er volgend jaar echt een bruut jaar van maken, met afzuipen op donderdag. Ik wil er geen bruut jaar van maken, maar een gestoord bruut jaar, voor de elite die wij zijn."

Ook de toenmalige preses van Reuzegom, de destijds 21-jarige Jef J. alias Zaadje, behoort tot de achttien voor wie het parket de doorverwijzing vraagt. Idem voor Arthur G., alias Shrek, destijds 22. Hij is de kleinzoon van een bekende Vlaamse industrieel. Hij was 'schachtentemmer' tijdens het academiejaar 2017-2018. Ook voor zijn broer vraagt het parket de doorverwijzing.

Onder de achttien verdachten zit ook Jef S., alias Flodder. Hij is de zoon van een Antwerpse magistraat, reden waarom het in Turnhout geopende strafdossier verhuisde naar Hasselt.

De afgelopen maanden werd kosten noch moeite gespaard om de achttien (ex-)studenten online onzichtbaar te maken. Vrijwel alle Facebook-, Twitter-, Instagram- en Linkedin-profielen werden verwijderd. Nadat iemand er woensdagavond op Twitter op was gestoten, werd onmiddellijk een Facebook-pagina met beelden van een fuif op 8 december 2017 in zaal Albatros, met heel wat Reuzegommers met hun bijnamen op hun jasjes, meteen gesloten. Ook op plutonica.be, waar teruggaand tot 1901 alle presessen van Vlaamse universiteiten worden bijgehouden, zijn de namen van recente Reuzegommers verwijderd.

De studentenclub zelf doekte zich na de dood van Sanda Dia op.



Dalilla Hermans - De Standaard

Schrijfster en columniste van deze krant.



Aan Blokhut Cardon in Vorselaar bevond zich een put met koud water,

waarin Sanda Dia en twee anderen urenlang zaten. 

Foto - Kris Van Exel


Dertig uur folteren, dertig uur taakstraf

 

Een paper en een taakstraf: dat de verantwoordelijken voor de dood van student Sanda Dia zo’n lichte straf kregen,

vindt Dalilla Hermans onbegrijpelijk.


Het is onmogelijk om iets te schrijven over de gruwelijke marteldood van Sanda Dia zonder af en toe adem- en huilpauzes in te lassen. Dit weekend was ik voor het eerst in maanden eventjes kinder- en werkvrij. Op weekend met mijn beste vriendinnen. Lachen, drinken, eten. Toch las ik, tegen beter weten in, de reconstructie van de laatste dertig uur van het jonge leven van Sanda, die om het leven kwam tijdens de doop van de intussen ontbonden studentenclub Reuzegom (DS 26 juli).


Sindsdien loop ik rond met een krop in de keel en een knoop in de maag. Bij thuiskomst vertelde ik het verhaal aan mijn man. Ik liet hem de foto zien van die mooie jonge kerel, die glimlacht in de lens. In de bijna negen jaar dat we lief en leed delen, zag ik mijn man zelden een traan wegpinken. Nu hield ook hij het niet droog. De gruwelijke details, de achteloosheid waarmee met het leven van Sanda werd omgegaan. Het zou voor eender welk rechtschapen mens te veel moeten zijn om te verteren.


Onvermijdelijk speelt herkenning voor ons allebei een rol. Sanda heeft iets weg van onze zevenjarige zoon. Het idee dat een groep mannen mijn zoon zou martelen tot hij bezwijkt, is ondraaglijk. Het idee dat die groep daarna een taakstraf van dertig uur zou krijgen en een paper moet schrijven om vervolgens gewoon verder te studeren, verder te leven, alsof er niets gebeurde, is wraakroepend. Dertig uur. Net zo lang als de foltering duurde. Acht uur minder dan een gemiddelde werkweek.


Mannen, geen jongens

Er zijn niet genoeg woorden om de absurditeit van hun ‘straf’ te omschrijven. Om over de aard van de werkstraf nog te zwijgen. Volwassen mannen die iemand op gruwelijke wijze folterden en uiteindelijk de dood injoegen, konden als ‘straf’ onder meer bijscholing geven aan minderbedeelde kinderen en jongeren. Ze zouden net zo ver mogelijk weg moeten blijven van kinderen, jongeren en het maatschappelijke leven.


Ik spreek bewust over mannen, en niet over jongeren, jongens of studenten. Als de schuldigen niet overwegend uit gegoede kringen zouden komen, niet overwegend wit waren geweest, zouden we ook over volwassenen spreken. De infantilisering van rijke witte mannen uit machtige families die vreselijke misdaden plegen, is an sich een groot probleem. Dat over de daders nauwelijks iets geweten is, dat ze alleen met hun bijnamen in de media komen anderhalf jaar na datum, zégt iets over de machtige hand die hen boven het hoofd gehouden wordt.


Als je Sanda Dia’s naam googelt, kom je uit bij een nieuwsartikel over een dronkenmansgevecht in Antwerpen. Sanda kreeg klappen toen hij een vriend verdedigde tegenover een agressieveling. Die man werd gearresteerd, heeft nu een strafblad en excuseerde zich meermaals voor zijn dronken gedrag. Zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam werden gepubliceerd. Maar degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van Sanda Dia blijven anoniem.


‘Handjes kappen’

In de berichten die in de nasleep van 5 december 2018, de dag van de doop, verschenen, kwam het intersectionele karakter van deze ‘ongelukkig afgelopen dood’ niet aan bod. Ook dat doet pijn. Een filmpje toont hoe studenten in de dertig uur die de martelpartij besloeg het lied ‘Handjes kappen, de Congo is van ons’ zongen naar een bedelaar (DS 25 juli). Nochtans was er slechts enkele maanden voordien nog ophef geweest over dat lied, toen het op Pukkelpop was gezongen. Ik beweer niet dat de dood van Sanda raciaal gemotiveerd was, daar heb ik geen bewijs voor, maar het zégt iets over hoeveel waarde deze mannen hechten aan de levens van donkere mensen.


Hoewel de foltering mogelijk geen raciale inslag had, heeft wat zich daarna ontplooide dat overduidelijk wel. Beeld je even in dat zeventien universiteitsstudenten met migratieroots een witte Vlaamse student hadden gefolterd tot hij bezweek, daarna alle bewijsmateriaal op de plaats van het gebeuren én in het kot van de student hadden gewist. Het is hypothetisch, maar ik ben er vrij zeker van dat de reactie níét zou zijn om angstvallig de identiteit van de daders te bewaken, hen een flinterdun strafje op te leggen en hen de kans te geven zich ten volle te ontplooien, af te laten studeren en onbekommerd hoge functies te laten bekleden in onze samenleving. Dat ik niet weet of de advocaat, dokter of ingenieur die ik ooit in dienst neem schuldig was aan de marteldood van Sanda, is beangstigend.


Doopcharter volstaat niet

Luc Sels, de rector van de KU Leuven, was geschrokken door de details van de reconstructie. Hij kende niet alle feiten (DS 27 juli). Hij noemde de dood van Sanda het moeilijkste moment van de afgelopen drie jaar als rector. Ik probeer met de macht der wanhoop empathisch te zijn. Twee weken geleden modereerde ik aan de VUB een gesprek over racisme tussen de rector en studenten van kleur. Ik weet dat het niet eenvoudig is een instelling zoals een grote universiteit te leiden en consequent fair te zijn tegenover al je studenten. Maar wat gebeurde op de doop van Reuzegom in 2018, zou tot onmiddellijke uitsluiting van iedere dader geleid moeten hebben. Zelfs als je de details niet kende en alleen wist: ‘studentendoop, dood, sporen doelbewust uitgewist’, zouden alle alarmbellen tegelijk moeten zijn afgegaan.


Ik huil tussen het typen door. Omdat ik een moeder ben van een jongen, die zoals een goede kennis van Sanda op sociale media omschreef ‘vanwege zijn huidskleur heel graag erbij wilde horen, enorm beïnvloedbaar was voor peer pressure’. Omdat ik wil blijven geloven dat wat gebeurde om meer vraagt dan een doopcharter en ‘verbazing over details’. Omdat ik me niet kan inbeelden dat de ouders, vrienden en familie van Sanda die de reconstructie lazen níét hebben gedacht ‘wat was zijn leven waard voor jullie?’.


Ik huil om een leven dat veel te vroeg, veel te hard, veel te walgelijk, gesmoord werd. Ik hoop dat de rechtbank – ook al is een van de daders zoon van een rechter – zal doen wat de KU Leuven zo schromelijk naliet. Justice for Sanda.


Dalilla Hermans - De Standaard


Lees hier het dossier Justice for Sanda


Thomas Goorden


Wanneer de meester tovenaar spreekt, moet je opletten. 


Thomas Goorden - Facebook



Bart De Wever: 'It's the identity, stupid!'


Wanneer de meester tovenaar spreekt, moet je opletten. De Antwerpse burgemeester, Vlaams parlementslid, partijvoorzitter én schijn-premier heeft een opiniestuk geschreven. Dan weet je dat er konijnen, duiven en plastieken bloemen in het rond zullen vliegen.


Het hele stuk is er natuurlijk op gericht om in één bezwering het debat rond discriminatie in een bepaalde richting te duwen. Eerder dan precies de rol te spelen die iedereen toegedicht kreeg in het spel van de meester tovenaar, kunnen we ook eens kijken hoe de bezwering eigenlijk in elkaar zit. Daarbij helpt het wel om te starten met een staat van totale apathie, want het zijn natuurlijk net je emoties waar op gemikt wordt. Laten we die beantwoorden met een neutrale blik op het oneindige, die koud kijkt naar wat er geschreven staat.


De eerste 1.400 woorden dienen om ons in een soort van hypnose te wiegen, want het staat vol van zaken waar de meesten onder ons het vlot mee eens zullen zijn. Het politiegeweld in America is heel erg en ja, hier is het minder erg, maar toch een aandachtspunt. Leopold II was een “inhalige, gewetenloze schurk”, probeer maar eens iemand te vinden die daartegen argumenteert. “Kuifje in Afrika” is nogal een pijnlijke strip om te lezen in de huidige context. Sommige namen en standbeelden hebben we beter niet in onze straten, maar het is waarschijnlijk geen goed idee om een extreme lijn van “historische zuiverheid” na te jagen.


“Hey,” denkt de lezer op dit punt, “die man zegt eigenlijk allemaal zinnige en aanvaardbare dingen. Wat een verrassing!”


De bezwering gaat verder. Terecht protest over racisme en discriminatie is terecht. OK. Wanneer zulke kringredeneringen opduiken moet je beginnen opletten. Hier begint immers het vakkundig geknutsel aan de realiteit! Want wie bepaalt wanneer protest terecht is? Wat blijkbaar niet “terecht” is, volgens de meester tovenaar, is mensen bedreigen in hun identiteit, in “alles wat hen vertrouwd en dierbaar is”. Het klinkt ook heel erg, die “bedreiging” van deze mysterieuze mensen met een identiteit. Maar wat als die identiteit duidelijke aspecten van racisme en discriminatie bevat? Is het dan tegelijk terecht én onterecht? De meester tovenaar haalt - sim-sala-bim - hét ultieme voorbeeld bij uitstek - de letterlijke Zwarte Piet - uit zijn mouw. Hij zegt het niet letterlijk, maar de boodschap mag duidelijk zijn: Protest tegen dit racistische symbool is niet van het terechte type protest, want het is “vertrouwd en dierbaar” voor mensen met een identiteit. Over welke identiteit het hier gaat, wordt overigens niet vermeld, dat houden we even bij.


Dan komt een stukje dat te benoemen valt als “eerder lui gegoochel”. Want wat staat er? Het feit dat een iemand “van allochtone origine” hier parlementslid kan worden, is - blijkbaar - een bewijs dat er geen structureel racisme bestaat. Dat is natuurlijk een klassieke “pars pro toto” redenering, waarbij een eigenschap van een deel wordt geprojecteerd op het geheel. Hey, maar wacht eens even meester tovenaar, dat soort argumenten mochten toch niet? Als er een paar Vlamingen racistisch zijn, mogen we toch niet zeggen dat Vlaanderen structureel racistisch is? Wat is het nu, zijn de levens van een enkele zorgvuldig uitgekozen voorbeelden exemplarisch voor het geheel, of niet? Het is een eerder verwarrende toverspreuk die op deze manier niet goed zal blijven hangen.


En dan komt het, de wending. “Hier wringt dus iets.” Het conflict is bij elkaar getoverd, met een subtiele kringredenering én een pars pro toto, dus als je daarin al mee bent, kan het échte veranderen van de werkelijkheid beginnen.


“Vrijheid en gelijkheid bestaan alleen in een context van burgerschap. Burgerschap wordt gedragen door een gemeenschap waarvan de leden zich met elkaar verbonden weten en voelen. Finaal gaat het dus over het delen van een identiteit. Wie harmonie tussen mensen wil, moet streven naar een wederzijdse (h)erkenning tussen die mensen.”


Rechten en plichten, ok, aanvaardbaar. Burgerschap en verbondenheid, klinkt goed. En ook de sluitzin over harmonie en wederzijdse (h)erkenning kan zo uit een boekje van Bond Zonder Naam komen. Maar de toverwoorden zitten in het midden.


“Finaal gaat het dus over het delen van een identiteit.”


Hoezo? Waarom volgt de noodzaak van een gedeelde identiteit plots uit verbondenheid en wederzijdse (h)erkenning? Het wordt handig gepresenteerd in een reeks zinnen waarmee we doorgaans akkoord gaan, waardoor het moeilijk is om te stoppen met je hoofd te knikken. Dus knik je maar door.


Maar als je nog wakker bent, stel je misschien wel vragen. Kan je je dan niet verbonden voelen met iemand met een andere “identiteit”? Kunnen mensen met een andere identiteit dan niet akkoord gaan met een verhaal van rechten en plichten en burgerschap? Is het onmogelijk om harmonie te hebben in een gemeenschap met verschillende identiteiten? En, omgekeerd, is er automatisch harmonie wanneer het wel een homogeen boeltje is?


Maar vooral, over welke “identiteit” heeft de meester tovenaar het eigenlijk? De hele toverspreuk heeft een enorm gat in het midden dat niet benoemd wordt, maar waar we allemaal worden aangenomen te weten waarover het gaat. Behalve de intellectuele elite, want die heeft blijkbaar quasi misdadige opvattingen over identiteit. “Identiteit geldt als een verzonnen constructie die alleen kan dienen om machtsstructuren te bestendigen en mensen uit te sluiten.” Voila, de tegenstand is even samengevat.


En dit, lieve vrienden, is de kern van de bezwering. Het is immers verboden na te denken over wat “identiteit” nu eigenlijk betekent, tenzij je verketterd wil worden als radicale post-moderne intellectuele elite. (Hoe meer adjectieven, hoe gevaarlijker natuurlijk!) Vervolgens moet je tussen de lijnen door lezen welke identiteit eigenlijk bedoeld wordt, knipoog knipoog. En als laatste moet je die stilzwijgende identiteit gewoon aannemen als was het een maatpak, terwille van het goedbedoelende burgerschap, de harmonie en de verbondenheid.


Laten we eens écht radicaal zijn en aannemen dat identiteit bestaat en dat ze niet eens bedoeld is om machtsstructuren te bestendigen en mensen uit te sluiten. Man man, dan ga je het mogen horen bij je postmoderne intellectuele elite vrienden!


Meester tovenaar, over welke identiteit gaat het dan? Hij heeft het over de “burger van niet-Europese origine”, dus is het dan de Europese identiteit? Dat is gek, want Zwarte Piet is natuurlijk geen voorbeeld van een pan-Europees cultureel fenomeen, dan lijkt het Eurovisiesongfestival toch meteen een beter voorbeeld. Wat lezen we echter over “Zwarte Piet”? Het blijkt enkel voor te komen in de “Lage Landen”. Bovendien is het Europese parlement de boeman in dit dossier, dus daar gaat de Europese identiteit al helemaal onderuit.


Is het dan de “Lage Landen” identiteit die we moeten nastreven? Ook dat is verwarrend, want wat heeft Leopold II, Kuifje en Cyriel Verschaeve daar dan weer mee te maken? Aha! De meester tovenaar zal de Belgische identiteit bedoelen! Haal de driekleurige vlaggen maar boven. Dan klopt het verhaal immers helemaal.


Maar we weten allemaal dat ook die identiteit niet is wat de meester tovenaar bedoelt. Nee, het gaat over de Vlaamsche identiteit natuurlijk. Die lijn is lang voor de bezwering in het zand getrokken, als een schild tegen post-moderne intellectuelen. Dat we hier in Antwerpen niet eens in het historische Vlaanderen, maar in Brabant wonen, maakt daarbij voor deze geschiedkundige niet eens uit. Want dat zou wel eens kunnen suggereren dat de Vlaamse identiteit een constructie is die verzonnen werd om machtsstructuren te bestendigen en mensen uit te sluiten.


En dat, lieve vrienden, zouden we zeker niet willen suggereren. Toch?


Sim-sala-bim-bom-bam!


Thomas Goorden



Nassim Nicholas Taleb


Hoe deze catastrofe ook helemaal ánders had kunnen lopen


Joël De Ceulaer - De Morgen



Het vermaledijde virus heeft ook heel wat discussies doen opflakkeren.

Tijd voor een kennismaking met het werk van Nassim Nicholas Taleb,
een denker die ons heel anders naar catastrofes leert kijken.
Hoe moeten we leven met onzekerheid?


Een essay van Joël De Ceulaer.


Wie in de illusie vertoefde dat een gemeenschappelijke vijand ons nader tot elkaar zou brengen, is eraan voor de moeite. De coronacrisis heeft ons niet verenigd in de zoektocht naar de beste aanpak. Integendeel, over een aantal onderwerpen groeit de verdeeldheid met de dag. Hadden we deze virale ravage kunnen zien aankomen, of is het begrijpelijk dat we allemaal zo verrast waren? Hadden we iedereen die terugkwam uit skivakantie in Italië een paar weken in quarantaine moeten zetten, of was dat met de kennis van dat moment een overbodige maatregel? Hadden we vroeger in lockdown gemoeten of was daar helemaal geen draagvlak voor? En, natuurijk, de twistappel bij uitstek in de talloze discussies: hadden we allemaal al veel vroeger een mondmasker moeten gebruiken? En moeten ze vandaag niet overal verplicht worden waar mensen elkaar ontmoeten?


Dit essay bevat geen finale antwoorden, maar hopelijk toch wat stof tot nadenken. Ik heb mij een paar weken stevig verdiept in het werk van Nassim Nicholas Taleb, de Libanees-Amerikaanse wiskundige en schrijver die wereldberoemd werd met zijn boek De Zwarte Zwaan, een concept dat door de coronacrisis weer brandend actueel is.


De term verwijst naar een verrassende ontdekking die pas in 1696 werd gedaan. Tot drie eeuwen geleden ging men er in Europa van uit dat alle zwanen wit zijn. Elke nieuwe waarneming van een zwaan bevestigde dat alleen maar: zwanen zijn wit. Tot een simpele ontdekkingsreiziger eind zeventiende eeuw vlak bij het Australische Perth ineens een zwarte zwaan zag – in Australië en Nieuw-Zeeland, zo weet iedereen ondertussen, zijn niet alle zwanen wit.


Dat er ook zwarte zwanen bestaan, in Australië bijvoorbeeld,

weten Europeanen pas sinds eind 17de eeuw.

Het verraste ons en is daarom de favoriete metafoor van Taleb.


Taleb gebruikt de Zwarte Zwaan, met hoofdletter, als metafoor voor een erg zeldzame, onvoorspelbare gebeurtenis met een enorme impact. Iets dat niemand zag aankomen en dat de wereld helemaal op z’n kop zet. De aanslagen van 11 september 2001 waren een Zwarte Zwaan: niemand kon ze voorzien en ze hebben de wereld compleet veranderd – er is een vóór en een wereld ná 9/11. De geschiedenis, aldus Taleb, wordt in hoge mate gestuurd door Zwarte Zwanen: gebeurtenissen die een stevige ruk aan het roer geven. De burgeroorlog in Libanon, die een paradijselijk land veranderde in een slagveld, was een Zwarte Zwaan – de eerste die Taleb, toen nog als jongeman, aan den lijve ondervond. Maar ook de Eerste Wereldoorlog, het internet en de computer waren Zwarte Zwanen – niemand kon ze voorzien en ze hebben de wereld veranderd. Er is een vóór en een ná.


DE FINANCIËLE CRISIS

Zeker weten we dat nog niet, maar vandaag gaan we ervan uit dat er ook een verschil zal zijn tussen de wereld vóór en ná Covid-19. De neiging kan bestaan om ook deze crisis een Zwarte Zwaan te noemen. Toch doet Taleb dat niet. In een interview met Bloomberg zei hij het onlangs klaar en duidelijk: deze pandemie is gewoon een witte zwaan, iets wat iedereen perfect had kunnen voorspellen. Een virus dat de wereld zo genadeloos treft, is erg zeldzaam, dat wel. Ook de impact qua mensenlevens en economische schade is groot, groter dan die van 9/11. Maar onvoorspelbaar? Nee. Deze pandemie is al verschillende keren voorspeld. Door Bill Gates, om maar iemand te noemen. En door Nassim Nicholas Taleb zelf, in – jawel – De Zwarte Zwaan, een boek dat dateert uit 2007.


Wie Taleb leest en langzaam tot zich laat doordringen,

kijkt op een andere manier naar deze crisis en álles wat ermee te maken heeft.


Aan dat boek dankt Taleb zijn reputatie als relevant denker, omdat hij daarin niet alleen een pandemie voorspelde, maar ook de financiële crisis, die de wereld een jaar later op z’n grondvesten deed daveren. Taleb had al enige tijd in de gaten dat het financiële systeem ziek was, gedoemd om te crashen. De echte crisis was volgens hem de constructie van dat systeem, dat de banken omvielen was alleen maar het symptoom.


Voor hij De Zwarte Zwaan publiceerde, had Taleb zijn wereldbeeld al ontvouwd in het boek Misleid door toeval. Na De Zwarte Zwaan publiceerde hij nog Antifragiel en Skin in the Game. In elk van die vier boeken ontvouwt hij hetzelfde centrale idee, maar telkens via een andere invalshoek. Wie ze alle vier na elkaar leest, raakt doordrongen van een diep en fascinerend inzicht over de manier waarop de wereld in elkaar zit. Taleb is niet de enige die dat inzicht heeft en te boek stelde, maar hij doet het wel een op briljante en meeslepende manier. Wie zijn werk nu leest en langzaam tot zich laat doordringen, kijkt op een andere manier naar deze coronacrisis en álles wat ermee te maken heeft.


Voor ik naar best vermogen probeer uit te leggen wat Taleb ons leert, past nog een forse disclaimer: de man is niet de meest fijnbesnaarde en elegante tegenstander in een debat. Hij staat bekend om zijn scheldpartijen op Twitter en deinst er vandaag niet voor terug om pakweg de Wereldgezondheidsorganisatie ‘een bende imbecielen’ te noemen. In een van de voetnoten in De Zwarte Zwaan vertelt hij wat hij ooit antwoordde aan iemand die hem vroeg waarom hij niet wat beleefder kon zijn: “Fuck off.” Voor de meeste academici, maar ook voor journalisten koestert hij slechts diepe minachting. Kranten lezen vindt hij de beste manier om slecht geïnformeerd te worden. Interviews geven doet hij niet.


Die soms ongepast baldadige houding kan hij zich veroorloven omdat hij al lang vóór zijn dertigste over genoeg fuck-you-money beschikte, zoals hij dat zelf noemt: hij heeft zoveel geld dat hij bij niemand meer hoeft te slijmen en aan niemand meer schatplichtig is. Hij kan volledig zijn eigen zin doen. Dat zijn boeken bestsellers zijn, helpt natuurlijk ook.


LEVEN IN EXTREMISTAN

En toch zou hij het niemand aanraden, boeken schrijven. Velen die dat wel doen, hopen vroeg of laat een bestseller te scoren. Maar de meesten slagen daar natuurlijk niet in. De meeste schrijvers verkopen maar een habbekrats, het is een minuscule minderheid die schatrijk wordt met schrijven. Dan kun je beter tandarts worden, aldus Taleb.


Het nadeel is dat je dan betaald wordt per geleverde inspanning, en dus nooit zo veel zult verdienen als J.K Rowling met Harry Potter of E.L. James met Vijftig tinten grijs. Het voordeel is dat je nooit zult verhongeren, zoals vele miskende romanschrijvers in hun zolderkamertjes. Niet alle tandartsen verdienen evenveel, maar de meesten zitten ergens in het midden – een paar doen het slecht, een paar doen het erg goed, de meesten verdienen gemiddeld, zeg maar. Tandartsen leven in Mediocristan, schrijvers in Extremistan.


In Mediocristan zegt het gemiddelde iets: lichaamslengte, schoenmaat, intelligentie – het zijn allemaal eigenschappen die een normale verdeling kennen, volgens de zogenoemde gausscurve. In Extremistan zegt het gemiddelde niets: verkoopcijfers in het boekenvak, of pakweg ons vermogen – het zijn dingen die helemaal niet normaal verdeeld zijn. Als u en ik, beste lezer, ons met z’n tweetjes in een café bevinden en Bill Gates komt plotseling binnen, dan zal de gemiddelde schoenmaat van alle bezoekers ongeveer dezelfde blijven, terwijl het gemiddelde vermogen met een paar tientallen miljarden omhoog zal schieten. Sommige mensen hebben hele grote voeten, sommige mensen hebben hele kleine voeten, de meesten van ons zitten ongeveer in het midden. Bij vermogen is dat anders: héél veel mensen hebben héél weinig geld, en héél weinig mensen hebben héél veel geld.


In Mediocristan gebeurt niet zoveel van betekenis. In Extremistan, daarentegen, kan één gebeurtenis alles op z’n kop zetten. Denk aan Bill Gates die het café komt binnengestapt en het gezamenlijke vermogen van de gasten doet exploderen. Hetzelfde fenomeen kan ook met een veel tragischer voorbeeld worden uitgelegd, dat van de kerstkalkoen. Die is zich van 1 januari tot en met 24 december van geen kwaad bewust. Elke dag wordt hij door zijn baas met de beste zorgen omringd: lekkere en tijdige maaltijden, een warm nest, een dak boven het hoofd – de kerstkalkoen voelt zich de koning te rijk. Tot hij op de ochtend van 24 december uit zijn hok wordt gesleurd, onthoofd en gebraden. Net voor de bijl valt, beseft de kerstkalkoen dat hij er altijd iets té gerust in is geweest.


De centrale boodschap van Nassim Nicholas Taleb laat zich als volgt samenvatten: wees geen kerstkalkoen. Besef dat de wereld waarin wij ons bevinden niet gehoorzaamt aan de wetten van Mediocristan, maar aan die van Extremistan. Het is niet omdat u elke dag te eten krijgt dat zulks morgen nog het geval zal zijn. Het is niet omdat u alleen nog maar witte zwanen hebt gezien dat alle zwanen wit zijn. Houd altijd rekening met de kans op een extreme gebeurtenis. Organiseer uw leven zo dat u in de eerste plaats catastrofes probeert te vermijden. Dat advies geldt bij uitbreiding natuurlijk ook voor het beleid.


PECH EN GELUK

Als je Taleb leest, begin je op een andere manier na te denken over pech en geluk. Zo leert hij je – voor zover je dat nog niet wist – dat succes in hoge mate een kwestie is van toeval. Van geluk, dus. Als je duizend ondernemers gelijk aan de start laat verschijnen, en die ondernemers zijn allemaal even gedreven en werken allemaal even hard en zijn allemaal even getalenteerd, dan zullen er over pakweg tien jaar toch maar een stuk of tien echt succesvol zijn geworden. Door dat talent en al dat harde werk? Dat speelde zeker mee, zonder talent en inspanning lukt het niet. Maar de factor die we al te vaak vergeten, is: geluk. Die tien succesvolle overlevers hebben óók chance gehad.


Vergelijk het met Russische roulette. Als je een toernooi begint met duizend deelnemers, en elk duel laat plaatsvinden tot een van de twee tegenstanders zichzelf een kogel door het hoofd jaagt, dan zal er aan het einde van de rit ook één iemand overblijven die nog leeft. Had die een speciaal talent? Niet echt, hij is gewoon de bofkont van het toernooi.


De werkelijkheid lijkt volgens Taleb op een spel Russische roulette:

er kan altijd een kogel klaarzitten. 


De metafoor van de Russische roulette gebruikt Taleb ook om aan te geven hoe wreed de werkelijkheid in elkaar zit. De realiteit, schrijft hij, is een soort Russische roulette – alleen heeft de revolver die wordt gebruikt geen zes, maar duizenden kamers. En van die duizenden kamers zijn de meeste leeg en dus volkomen ongevaarlijk. Waar je voor moet uitkijken, is die éne kogel. De Zwarte Zwaan. Jarenlang zag je alleen maar witte zwanen, en ineens zet één zwarte zwaan je wereldbeeld op z’n kop. Jarenlang haalde je zonder enig gevaar de trekker over, en ineens schiet je een kogel door je kop. Zoals je dacht dat alle zwanen wit waren, zo dacht je dat alle kamers van de revolver leeg waren.


Hoewel deze pandemie dus geen Zwarte Zwaan is, omdat ze perfect voorspelbaar was en door velen ook voorspeld wérd, is de metafoor ook vandaag bruikbaar. Omdat zoveel virussen uit het recente verleden – van SARS en MERS tot zika – de wereld niet zo massief en fataal hebben getroffen, waren de meeste virologen er te gerust op dat het ook deze keer zo’n vaart niet zou lopen. Zij leden, in het denkraam van Taleb, aan een gebrek aan verbeelding. Dat doen we allemaal. We gaan er te vlot van uit dat de wereld van morgen zich ongeveer hetzelfde zal gedragen als die van gisteren. Zoals de kerstkalkoen.


Omdat Taleb zelf geen interviews geeft, heb ik erover gebeld met Yaneer Bar-Yam, die samen met Taleb heeft gepubliceerd en die in Massachusetts het New England Complex Systems Institute leidt – complexe systemen bevinden zich in Extremistan, waar kleine oorzaken gigantische gevolgen kunnen hebben.


Complexiteitsdenker Yaneer Bar-Yam:

‘Flatten the curve? Nee, crush the curve!’ 


Ter info: op 26 januari 2020 schreef Bar-Yam samen met Taleb een paper waarin ze aandrongen op doortastende maatregelen om de verspreiding van het nieuwe virus te verhinderen. “In de klassieke statistiek kijk je als het ware naar het verleden om de toekomst te voorspellen”, vertelt Bar-Yam mij via Skype. “Maar dan ben je blind voor het feit dat onze onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid vandaag zo groot is dat systemen zich volstrekt onvoorspelbaar kunnen gedragen. Dat is wat we nu zien. Wetenschappers zijn te gefocust op voorspellen. Ze bouwen wiskundige modellen en vragen zich af wat er zal gebeuren. Maar dat is niet de goede vraag. De vraag is: wat willen we vermijden? En wat willen we dat er wél gebeurt.”


CRUSH THE CURVE

De waarschuwing van Bar-Yam en Taleb kwam dus niet achteraf, maar ruim op tijd. Als de wereld hen had gevolgd, dan was deze catastrofe vermeden. Bar-Yam is overigens geen dramaqueen, want vandaag is hij juist veel hoopvoller dan de meesten onder ons. Wij denken dat we moeten leren leven met het virus, dat de anderhalvemeterwereld ‘het nieuwe normaal’ wordt. En dat stoort hem. “Wie denkt dat de huidige situatie het nieuwe normaal wordt, maakt dezelfde fout als wie dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen”, zegt Bar-Yam. “Het hele idee van normaliteit verhindert mensen om te denken in termen van uitzonderlijke acties en maatregelen.


“Eind januari zou niemand het hebben aangedurfd om alle vluchten uit China stop te zetten. Dat zou veel geld gekost hebben, en men was bang dat het vervolgens het nieuwe normaal zou worden. Maar dat hoefde niet zo te zijn. Als we nu zouden kunnen terugkeren naar eind januari, zouden we al dat vluchtverkeer meteen stilleggen. Dat zou veel minder gekost hebben dan de economische crisis waar we nu op afstevenen. Maar ook nu kunnen we nog goede maatregelen nemen.”


Hij haalt de Belgische cijfers erbij. “België verdient krediet”, zegt hij. “Uw land werd sterk getroffen, maar heeft de voorbije weken de cijfers flink naar beneden gedrukt. Het beste wat u kunt doen, is nog even doorbijten – en massaal testen, tracen en isoleren. De meeste experts gaan ervan uit dat we op een tweede golf afstevenen. Maar zo bestellen ze een tweede golf. Het wordt bijna een zelfvervullende voorspelling. We kunnen dit virus ook de kop indrukken, als we dat echt willen. We have to crush the curve.”


Bar-Yam vindt ‘flatten the curve’, het devies waar de meeste Europese landen op varen, een ongelukkig concept, legt hij uit. “Het betekent dat je geen hel van vijf maanden wilt, waarin 15 procent van je bevolking sterft, maar een hel van drie jaar, waarin 5 procent van je bevolking sterft en 10 procent zwaar ziek wordt. De epidemie vertragen, zodat ziekenhuizen niet in de problemen komen, dat is ‘flatten the curve’. Met de kans op nieuwe golven. Maar waarom zou je dat willen? Er zijn landen waar men het virus echt de kop heeft kunnen indrukken, en niet alleen in Azië: ook in bijvoorbeeld Luxemburg, Kosovo en Griekenland is dat bijvoorbeeld gelukt.”


Hoe? “Door vele kleine acties te combineren”, zegt hij. “Zo snel mogelijk testen, contacten opsporen en isoleren. Ook gezinsleden die besmet zijn: die breng je twee weken onder in een hotelkamer. Je voert mondmaskers in op alle publieke plaatsen, en laat alleen hoogst essentiële verplaatsingen tussen verschillende dorpen of steden toe. Dat hou je vol tot je de curve tot bijna nul hebt doen dalen. Daarom komt de exit in België nog te vroeg. Jullie hadden moeten beginnen testen en tracen en isoleren terwijl je nog een paar weken in lockdown bleef. Ik begrijp dat daar een kost aan verbonden is, maar we moeten leren denken in functie van extreme gebeurtenissen: wat als het virus opflakkert, zou u in België dan niet gewenst hebben dat u nog even in lockdown was gebleven?”


TALLOZE ONBEKENDEN

Zo naderen we stilaan de kern van het coronaprobleem, en de bakens waarbinnen de soms bitse discussies zich de voorbije weken afspeelden. De onzekerheid. De talloze onbekenden. Het voortschrijdend inzicht. Twijfelende wetenschappers, politici onder druk van de publieke opinie. De onmogelijkheid om álle risico’s uit te bannen. Het leven is nu eenmaal een riskante onderneming. Je kunt niet alleen Covid-19 oplopen, je kunt ook omkomen in het verkeer of van de ladder vallen bij het ledigen van de dakgoot.


Of kanker krijgen, of een hartaderbreuk. Van geboren worden ga je dood.


9/11 was volgens Taleb een echte ‘zwarte zwaan’:

een onvoorspelbare, zeldzame gebeurtenis met extreme gevolgen.


Eerst even terug naar Taleb en zijn algemene visie op het nemen van risico’s, zoals die al eerder in dit stuk werd vermeld: probeer maximaal de catastrofes te vermijden. Dat doet hij naar eigen zeggen bijvoorbeeld met zijn geld. Ik moet het eenvoudig uitleggen, want de finesses van portfoliobeleid ken ik niet, maar het komt hierop neer: Taleb gaat niet akkoord met de vele adviseurs die zeggen dat je risico’s evenwichtig moet spreiden. Dat je met andere woorden je geld in verschillende mandjes moet leggen. Als het ene mandje dan lek slaat, heb je tenminste die andere mandjes nog. Wie dat de voorbije jaren heeft gedaan, zit bij een stevige val van de beurs sowieso in de problemen.


Taleb doet het anders, legt hij uit: negentig procent van zijn vermogen belegt hij hyperconservatief, zo conservatief dat hij er waarschijnlijk regelmatig een klein beetje op verliest – zoals de gewone sterveling met zijn spaarrekening. De overblijvende 10 procent van zijn geld stelt hij bloot aan de meest extreme risico’s: hij noemt zichzelf een crisisjager, die als het ware wedt op het voorkomen van hoogst uitzonderlijke gebeurtenissen. Zoals, om maar iets te noemen, een pandemie die de wereldeconomie doet krimpen. Net zoals bij de beurscrash van 1987 en de financiële crisis van 2008 is Taleb nu naar verluidt met een aantal fondsen flink geld aan het verdienen. Al valt dat niet te controleren.


Wie hem op Twitter volgt, krijgt een veeleer onaangename indruk van de man. Hij kan zoals gezegd een stevig potje schelden. Hij leeft op voet van oorlog met gerespecteerde denkers zoals Steven Pinker, maar ook met bijvoorbeeld chemiebedrijf Monsanto, dat hij er ooit van beschuldigde wetenschappers te hebben gekocht om studies in hun voordeel te publiceren – Taleb is een fel tegenstander van genetisch gemodificeerde organismen, omdat hij ook daarvan vreest dat de potentieel schadelijke impact enorm kan zijn.


Dat roept natuurlijk de vraag op hoever het voorzorgsprincipe kan gaan: wie elk risico schuwt, geraakt op den duur niet meer vooruit. Ook het omgekeerde is waar: wie elke noodkreet wegzet als overbodig alarmisme, loopt geheid zijn ongeluk tegemoet. Deze crisis doet ons wel opnieuw grondig nadenken over het juiste evenwicht, over de gave des onderscheids: welke risico’s zijn welke voorzorgsmaatregelen waard? En hoe had een talebiaanse benadering van deze coronacrisis ons kunnen helpen?


ASYMMETRISCHE MASKERS

Om maar meteen het heetste hangijzer eerst te behandelen: dat we met z’n allen al lang een mondmasker hadden moeten dragen, is een no-brainer, zoals dat heet. Voor Taleb is het vanzelfsprekend. Mondkapjes bestaan al vele eeuwen, chirurgen gebruiken ze bij het opereren, en dat is geen toeval. Dat de Wereldgezondheidsorganisatie niet onmiddellijk een algemeen mondmaskeradvies gaf, vindt ook Bar-Yam onbegrijpelijk. “De WHO denkt te politiek”, zegt hij. “Ze zijn te voorzichtig, om niet politiek in de problemen te komen. Ze durven niet te leiden waar ze vrezen dat landen niet zullen volgen. En dat hadden ze hier wel moeten doen.”


Een centraal concept in het denken van Taleb en Bar-Yam is asymmetrie, onevenwicht. Stel dat iedereen een mondkapje draagt en het blijkt achteraf geen noemenswaardige rol te hebben gespeeld – wat bij de verspreiding van een virus wel buitengewoon vreemd zou zijn, maar stél nu even: welnu, dan heb je niets verloren. Dan heb je alleen maar een paar weken met een raar voorwerp over mond en neus rondgelopen. Een voorwerp dat bijna niets kostte, bovendien. Stel daarentegen dat mondmaskers wél zouden helpen en je ze toch niet draagt – dan heb je mogelijkerwijze een catastrofe veroorzaakt. Dat is het onevenwicht: een minuscule investering versus een mogelijke catastrofe.


Behalve deze pandemie voorspelde Taleb in 2007 ook al de financiële crisis van 2008. 


Een argument dat sommigen nu gebruiken, is dat het mondmaskeradvies onderhevig was aan voortschrijdend inzicht. Aanvankelijk wist men immers niet dat het virus ook kan worden verspreid door mensen die drager zijn zonder symptomen. Vandaag weet men dat asymptomatische besmetting wel degelijk mogelijk is – en is het dus slim om ook als je niet ziek bent een mondmasker te dragen bij nauw contact met bijvoorbeeld ouderen in woon-zorgcentra – of met klanten en kassiers in supermarkten.


De vraag is nu: wat had het uitgangspunt van virologen moeten zijn? Over het antwoord bestaat niet de minste twijfel: virologen hadden er veiligheidshalve onmiddellijk van uit moeten gaan dat het virus zich asymptomatisch kan verspreiden. Je hoeft geen viroloog te zijn om dat meteen te begrijpen. Het virus was onbekend, en dan moet je veilig spelen.


Zeker als je weet dat vandaag wordt gezegd dat ‘iets’ beter is dan ‘niets’, en dat je in het openbaar vervoer desnoods neus en mond mag bedekken met een sjaal, was het totaal onverantwoord dat politici en experts wekenlang het nut van mondmaskers hebben geminimaliseerd – zeker gelet op het feit dat mensen zelfs tijdens de lockdown naar de supermarkt moesten, waar afstand houden nu eenmaal niet altijd mogelijk is.


Om het eens te formuleren zoals Taleb het zou kunnen doen: zoiets weet zelfs je oma, daar heb je de Wereldgezondheidsorganisatie niet voor nodig. Sterker nog: het zijn grote en logge bureaucratieën zoals de WHO die de wereld volgens Taleb fragiel en kwetsbaar hebben gemaakt. De moderniteit heeft een bijzondere eigenschap weggenomen die zo kenmerkend is voor het menselijke bestaan: antifragiliteit.


ALS STRESS GOED IS

Er zijn, kort gezegd, drie soorten systemen of dingen. Een porseleinen kopje is fragiel – laat het vallen en het is kapot, aan gruzelementen. Een blok beton is robuust – laat die vallen, vanaf geringe hoogte dan toch, en er is niets aan de hand. Ons immuunsysteem is antifragiel: als het wordt blootgesteld aan een zekere mate van stress, zal het daar sterker van worden. Antifragiele systemen worden beter van druk en tegenwind. Een mooi voorbeeld: doordat individuele restaurants af en toe failliet gaan (omdat de kok niet deugt, of de kakkerlakken door de keuken lopen, of omdat de specialiteit uit de mode is), wordt de restaurantbusiness als geheel sterker. Dat er vandaag zoveel lekkere restaurants zijn, hebben we mede te danken aan de vele mislukte experimenten.


Om nog wat meer zicht te krijgen op het denken van Taleb en die antifragiliteit, heb ik gebeld met Bert Slagter, die met zijn broer Peter de website lekkercryptisch.nl beheert. Bert Slagter is een wiskundige die een techbedrijf uit de grond stampte en zich in Nederland volop in het coronadebat mengt, met als invalshoek het talebiaanse denken. “Wat deze crisis ons leert, is dat we inderdaad een wereld hebben gecreëerd die zeer fragiel is”, zegt hij. “Onze gezondheidszorg is erg efficiënt georganiseerd, alles staat al jaren in het teken van de efficiëntie, en daardoor zijn wat buffers weggevallen. Tegelijk hebben we door de globalisering veel onderlinge afhankelijkheden gecreëerd, waardoor een kleine gebeurtenis aan de ene kant van de wereld gigantische gevolgen kan hebben aan de andere kant. Dat is de essentie van de complexiteitstheorie: een kleine input kan een enorme en compleet onverwachte output hebben.”


Het concept antifragiliteit kan ons wel helpen om een strategie te ontwikkelen om ons uit deze crisis te loodsen, zegt Slagter. “Wat we kunnen doen, is veel lokale experimenten opzetten, waarvan we héél snel feedback krijgen. Zo weten we snel wat werkt en vooral: wat niet werkt. Je kunt beter lokaal en klein falen dan meteen heel groot. Door op lokale schaal eventuele mislukkingen vast te stellen, wordt je globale aanpak wel sterker. Zoals elke vliegtuigcrash de luchtvaartindustrie veiliger maakt. Omdat men kan nagaan wat er fout ging en ervoor zorgen dat die fout voortaan niet meer voorkomt.”


Op die manier omarmen we als het ware de onzekerheid, aldus Slagter. “We leven in onzekerheid. Maar we kunnen heel veel dingen uitproberen. En de foute ideeën er zo snel mogelijk uitwieden. Zoals de natuur dat doet door middel van natuurlijke selectie. De natuur is bij uitstek een antifragiel systeem: kwetsbaarheid op individueel niveau creëert een enorme veerkracht op collectief niveau.”


De kleine en grote bosbranden zijn een mooie metafoor, vindt Slagter. “Als je regelmatig kleine brandjes toestaat om het dorre hout weg te werken, voorkom je dat er vroeg of laat een inferno uitbreekt, zoals in Australië onlangs.”


SKIN IN THE GAME

Blijf over, tot slot: skin in the game – letterlijk: vel in het spel. Staat er voor jezelf iets op het spel bij de beslissingen die je neemt? Als je vindt dat klanten in de supermarkt geen mondmasker hoeven te dragen om het personeel te beschermen, zou je oordeel dan nog hetzelfde zijn mocht je vrouw of je man of je kind kassier zijn in zo’n supermarkt? Neem je dezelfde maatregelen voor woon-zorgcentra als je eigen ouders of grootouders in zo’n centrum gehuisvest zijn? Staat er voor jezelf iets op het spel? In het universum van Taleb moet je meer vertrouwen hechten aan het oordeel van mensen die skin in the game hebben dan aan mensen die dat niet hebben. Een concreet voorbeeld: vraag niet aan de beleggingsadviseur welke aandelen hij jou aanraadt, maar vraag in welke aandelen hij zélf belegt. Kijk niet naar zijn woorden, maar naar zijn daden.


“Een voorbeeld”, zegt Bert Slagter. “In Nederland heeft even de piste van de zogenaamde groepsimmuniteit op tafel gelegen. In dat scenario laat men het virus door de bevolking razen, zonder lockdown of andere ingrijpende maatregelen. Zoals Taleb zelf onlangs tweette, ik parafraseer nu even: een viroloog die zo’n scenario aanbeveelt, moet bereid zijn om zichzelf live op televisie met het virus in te spuiten. Dán zou hij recht van spreken hebben. Anders niet.”


Het dreigt steeds vaker voor te komen, besluit Slagter. Dat we varen in de mist, dat we beslissingen moeten nemen in totale onzekerheid, zonder het comfort van de kennis. We zijn het eigenlijk altijd gewoon geweest om eerst kennis te verzamelen en dán pas te beslissen. Dat leren we op school. En soms gaat dat eenvoudigweg niet. Zoals bij deze coronacrisis. Het advies van Taleb is dan eenvoudig samen te vatten: vergis je in zulke situaties bij voorkeur aan de kant van de veiligheid.”


Een persoonlijk advies tot slot? “Hou je opties open”, zegt Slagter. “Wees voorbereid. Zorg dat je een financiële buffer hebt. Zorg voor een fit en gezond lichaam. Want je weet nooit wat de toekomst nog allemaal brengt.”


Wie is Nassim Nicholas Taleb:

  • geboren in 1960 in Libanon 
  • emigreerde naar de VS, werd Ameri­kaans staatsburger 
  • maakte fortuin op de beurs 
  • schreef invloedrijke boeken, waaronder De zwarte zwaan (2007) en Skin in the Game (2018);
  • zijn werk verschijnt in het Nederlands bij uitgeverij Nieuwezijds   



Zijn de gouden jaren van Bart De Wever voorbij?


Een jaar na de federale verkiezingen bevindt Bart De Wever zich voor het eerst in zijn politieke leven in het ­defensief. Joël De Ceulaer­ analyseert hoe het zover kon komen.


De Morgen



Beeld Tim Coppens


Het zijn bange tijden voor de wereldbevolking in het algemeen en voor Bart De Wever in het bijzonder. De komende maanden wordt zijn politieke lot bezegeld. Zal N-VA straks federaal mee besturen of belandt ze met Vlaams Belang in de oppositie? Dat laatste zou een nachtmerrie worden voor De Wever en de zijnen – het voorlopige einde van wat tot dusver een soms indrukwekkend parcours was. Het is de laatste tijd vaker gezegd: er is voor de achterban van De Wever maar één ding erger dan regeren met de PS, en dat is op de protestbanken zitten naast Tom Van Grieken en Dries Van Langenhove.


Wat vandaag in de Wetstraat overheerst, is gespin. Elke dag probeert een andere partij de situatie in haar voordeel te framen. Wie daaruit nu al conclusies trekt, loopt te snel van stapel. Alles is nog mogelijk. Paars-geel, met N-VA en PS die samen de economische fall-out van de coronacrisis aanpakken? Zou nog kunnen. Paars-groen met CD&V erbij, de Vivaldi-coalitie? Is nog mogelijk. Nieuwe verkiezingen in september? Sluit het nog niet uit. Nog wat verder strompelen met de huidige minderheidsregering? Die kans is klein, maar niet onbestaande. Er is maar één conclusie die nu al gerechtvaardigd is: Bart De Wever zit, voor het eerst in zijn carrière, in het defensief. Was hij vroeger vaak heer en meester van het spel, dan is hij nu afhankelijk van de concurrentie. Hij kan het niet hard spelen, zoals hij dat gewoon is. Hij moet hopen dat men hem erbij neemt.


Ik heb mij de voorbije maanden grondig verdiept in het parcours dat De Wever aflegde sinds hij zijn doctoraat aan de KU Leuven in 2001 onafgewerkt liet liggen omdat de zieltogende Volksunie, die verrees als N-VA, hem nodig had. In mijn nieuwe boek De tragiek van de macht, dat vanaf volgende week in de winkel ligt, licht ik toe welke impact De Wever heeft gehad op het politieke, culturele en ideologische debat in Vlaanderen. Ik vertel hoe hij de democratie wakker schudde, afrekende met de erfenis van mei ’68 en probeerde om het Vlaams-nationalisme te redden uit de klauwen van het extremisme. Tegelijk betoog ik dat hij onderweg behoorlijk wat principes en beloftes uit het venster heeft gegooid, zoals bijna elke homo politicus van betekenis dat vroeg of laat moet doen.


 'De Wever stak boven de concurrentie uit.
Hij was, sinds Guy Verhofstadt, de eerste politicus die een ideologie in de markt zette.' 


Mijn terugblik op de eerste fase van een politieke carrière – die, zoals de ondertitel van het boek zegt, de vorm heeft van een Brief aan Bart De Wever – is geen schotschrift of afrekening. Bij de beoordeling van De Wever horen uiteraard argumenten à charge en à décharge. Maar de balans staat nú wel in het rood. De Wever is nog niet boven zichzelf uitgestegen, en zijn centrale missie – Vlaams Belang decimeren – is na een aanvankelijk succes alsnog mislukt. Hij heeft die partij opnieuw wakker gekust.


Dat N-VA in de touwen hangt, bleek woensdag uit De Stemming, een onderzoek van de Universiteit Antwerpen in opdracht van de VRT en De Standaard. De N-VA liep tijdens de coronacrisis sterk in de kijker, maar maakte van alle partijen de slechtste indruk op de Vlaamse kiezer. Zoiets moet bij de N-VA-achterban inslaan als een bom.


De reden voor deze inzinking schuilt volgens mij in de leiderschapsstijl van Bart De Wever. In min of meer normale omstandigheden is de man vrijwel onverslaanbaar. Hij is een stuk intelligenter en retorisch begaafder dan de modale politicus. Maar op momenten van crisis schiet hij tekort en verliest hij zijn toverkracht. Dat is al twee keer gebeurd, kort na elkaar. Een eerste keer met de Marrakesh-crisis, een tweede keer met deze coronacrisis. Als De Wever het beter had gespeeld, had hij een toppositie kunnen bekleden in een regering van nationale eenheid en tonen dat hij kordaat kan besturen. Maar het liep anders. Tijdens de grootste crisis die België heeft beleefd sinds de Tweede Wereldoorlog, stond hij op de pechstrook en begon zijn communicatie te zwalpen.


Als hij op televisie aan het woord is, lijkt hij nog altijd zelfverzekerd. Maar volgens mij schuilt achter die façade vandaag vertwijfeling. De Wever overleeft op retoriek, zoals een renner die geen fut meer heeft in de benen, toch nog doorbijt op karakter.


Hoe is het zover gekomen? Sta me toe dat ik u even mee terugneem in de tijd.


1. DE SPOOKRIJDER MET EEN IDEOLOGIE

Het blijft een leuke anekdote. De eerste keer dat Bart De Wever werd blootgesteld aan het brede publiek, in volle primetime, was op donderdag 24 april 2003, in Bracke & Crabbé, een show in de aanloop naar de federale verkiezingen van mei 2003. De Wever zat tussen Inge Vervotte van CD&V en Saïd El Khadraoui van sp.a, en viel nogal uit de toon. Hij zat niet strak in het pak, maar was sjofel gekleed. En nog meer dan zijn fysieke voorkomen stond het debat dat zich daar ontspon, tussen hem en de interviewers, haaks op de tijdsgeest. Toen Bracke hem vroeg wat hij vond van Bekende Vlamingen op politieke lijsten (jazeker, dat vroeg Bracke!), antwoordde De Wever: “Mensen die op televisie met een dweil in hun mond en Tanja Dexters op hun rug over de vloer kruipen, kunnen we bij N-VA missen als kiespijn.”


Waarop Bracke, verbouwereerd, vroeg: “Over wie hebt u het nu?”


Waarop De Wever: ‘Ik wil zijn naam niet noemen, maar in het Frans klinkt het als achterwerk.”


De wenkbrauwen van Bracke fronsten op volle toeren: “Euh, cul, Q... U bedoelt Vincent Van Quickenborne! Waar hebt u dat gezien?”


“In Mediamadammen op VT4”, antwoordde De Wever.


Waarop Ben Crabbé ook een witz lanceerde: “Daar kijken wij niet naar. Maar ik begrijp het: de N-VA is een kleine partij, dus jullie kijken naar kleine zenders.”


Het genadeschot van De Wever raakte Crabbé pal tussen de ogen: “Ik moet zeggen: als ik moet kiezen tussen Doe de stemtest en Temptation Island, dan is de keuze snel gemaakt.”


Baf. Die zat. Een politicus die zich de flauwekul van het infotainment niet lijdzaam liet welgevallen, maar er met de voeten vooruit tegen inging. Wat! Een! Verademing! Velen zullen gedacht hebben: de man is ongeschikt voor de politiek, hij is veel te cassant, niet beminnelijk en niet glad genoeg, hij spreekt zelfs de interviewers tegen en dat mag je niet doen. Maar mijn journalistieke hart maakte een vreugdesprongetje.


'­In normale omstandigheden is De Wever bijna onverslaanbaar,

maar op momenten van crisis verliest hij zijn toverkracht.' 


Toen De Wever wat later, in augustus 2003, een essay schreef over zijn favoriete denker Edmund Burke, de aartsvader van het conservatisme, deed hij het weer: tegen de stroom in koersen. Een citaat: “Geen politicus in Vlaanderen die zich conservatief noemt. Een hardnekkige karakterstoornis, die me in de ogen van velen allicht tot een arrogant en irritant kereltje maakt, geeft me alleen daarom al zin om het predikaat conservatief enthousiast te aanvaarden als geuzennaam. Al was het maar als loutere provocatie van het politiek correct denkende establishment waaraan ik een hekel heb.”


Met dat essay bewees De Wever opnieuw dat hij boven de concurrentie uitstak. Hij was, sinds Guy Verhofstadt met zijn burgermanifesten, de eerste politicus die een ideologie in de markt zette. Weerwerk had hij niet. Andere politici stonden erbij en keken ernaar.


Zo heeft De Wever de sfeer in Vlaanderen mee doen kantelen en de gevestigde ideeën over mens en maatschappij die hij begin deze eeuw aantrof, een stevige draai proberen te geven. De elitaire consensus, zoals dat heet, ligt op sommige punten in een andere plooi. Geesten zijn gemasseerd, harten zijn veroverd. Een halve eeuw na mei ’68 heeft De Wever de erfenis van die revolte gedeeltelijk naar de vuilnisbelt van de geschiedenis verwezen. Wij leven in rechtsere tijden. Een voorbeeld? Velen zijn slachtoffermoe. Wie werkloos is, had maar flinker moeten solliciteren. Wie arm is, moet maar een baan zoeken. Wie denkt dat hij gediscrimineerd wordt, moet maar wat steviger uit zijn pijp komen. En wat de vluchtelingen betreft: dat zijn geen slachtoffers meer die wij moeten opvangen, maar een potentiële bron van overlast die we op afstand willen houden.


Het interessante is dat de coronacrisis nu opnieuw voor een politieke shift kan zorgen: de overheid moet schulden maken, er zal meer geld naar publieke sectoren moeten, de gezondheidszorg en ouderenzorg moeten beter. Het mag duidelijk zijn dat de eerste fase van de loopbaan van De Wever achter de rug is. De vraag is of hij zich kan aanpassen.


2. DE DRAKENDODER MET KILLERSINSTINCT

Veel zelfvertrouwen had De Wever aanvankelijk niet. Zelfs in 2006, toen N-VA dankzij het kartel met CD&V de grootste fractie vormde in het Vlaams Parlement, achtte hij zich nog ongeschikt voor de politieke arena. “De strijd met de designpolitici ga ik niet aan, want dan ben ik bij voorbaat kansloos verloren”, zei hij in Knack. “Ik heb niet het uiterlijk, noch de présence om in dat circus mee te spelen. Eigenlijk zouden figuren zoals ik achter de schermen moeten werken, om teksten te schrijven voor de gladiatoren. Niet om zelf de arena te betreden.” Achteraf bekeken een verbijsterende uitspraak. De Wever groeide snel uit tot de meest gevreesde gladiator in de politieke arena.


Toen hij die arena betrad, was het politieke debat – door de knusse paarse consensus van liberalen en socialisten – een tikje ingedommeld. De algemene teneur was die van het centrum en de gematigdheid. De kiezers die afgemat waren door de paarse fletsheid en de christendemocratie geen alternatief vonden, vlogen als gebraden kippen binnen bij Vlaams Blok. De Wever begreep dat politiek niet leeft van consensus, maar van conflict en verdeeldheid. Dat een politicus dingen moet zeggen waar andere politici het mee oneens kunnen zijn. “Het bier dat het beste verkoopt, is Heineken”, zei hij ooit. “Smaakt naar niks, maar roept dus ook geen weerstand op. Je hebt politici die daar volledig aan voldoen. Ik drink liever een Duvel. Ik weet dat negentig procent van de mensen dat te bitter vindt, maar wie het graag drinkt, drinkt het héél graag. Laat mij maar een Duvel zijn.”


Wat velen in De Wever aantrok, was wat ze zo lang hadden gemist: een politicus die niet naar een debat trok om op vriendelijke wijze wat argumenten uit te wisselen, maar die elk debat wilde winnen, zonder zichzelf in allerlei bochten te moeten wringen.


Wat De Wever typeert, is dat killersinstinct. Het vermogen om de tegenstander koudweg af te maken. Tegelijk, en dat is best tragisch, is hij erg lichtgeraakt. Hij is genadeloos voor anderen, maar overdreven gevoelig als anderen het eens op hem gemunt hebben. Met mijn favoriete boutade: hij heeft de scherpste tong én de langste tenen. Zo won hij lang elk debat. Hij ging voluit en de tegenstander hield zich in. Ook journalisten zijn daar het slachtoffer van geworden. Sommigen gingen op de rem staan met hun kritiek, uit angst dat De Wever hen zou wegzetten als bashers.


Daar staat tegenover dat hij het democratische debat in Vlaanderen heeft wakker geschud. En zo van N-VA, mede dankzij het kartel met CD&V dat eind 2008 sneuvelde, de grootste partij van Vlaanderen heeft gemaakt. Veel christendemocratische kiezers bleven na de dood van het kartel hangen bij N-VA, de liberalen zagen in N-VA wat Open Vld allang niet meer was, en de Vlaams Belangkiezers die murw waren omdat ze jarenlang een steriele stem hadden uitgebracht, stapten over naar de club van De Wever – die zo de uiterst rechtse draak versloeg die Vlaanderen sinds Zwarte Zondag van 1991 in de ban hield.


3. DE GIJZELNEMER VAN DE NV BELGIË

Erg strak is de N-VA-communicatie vandaag niet, maar tot voor kort hamerde De Wever nog op de klassieker die hij tien jaar geleden al gebruikte: frontvorming. Als de cruciale Vlaamse partijen ‘aan één zeel trekken’, zoals De Wever dat noemt, dan kunnen ze de Franstaligen voor het blok zetten, en is een federale regering zonder meerderheid aan Vlaamse kant onmogelijk. Gewoon het been stijf houden: dat volstaat.


Die strategie werpt ons precies tien jaar terug in de tijd.


Na de historische overwinning van N-VA bij de federale verkiezingen op 13 juni 2010, zei De Wever tijdens het laatste debat op de openbare omroep ook dat de Vlaamse partijen ‘aan één zeel’ moesten trekken. Dat was op dat moment buitengewoon slim, want zo nam De Wever alvast een voorschot op de mislukking: als hij er niet in zou slagen om een regering te vormen met de PS – wat toen ook de opdracht was – dan kon hij de andere Vlaamse partijen daarvan de schuld geven. Dan hadden ze maar aan één zeel moeten trekken, nietwaar?


Politieke waarnemers of commentatoren die geloven in de strategie van het Ene Zeel, kunnen best even terugdenken aan wat die ons destijds heeft opgeleverd: 541 dagen doffe ellende. De andere Vlaamse partijen hadden zich door N-VA laten gijzelen. En dat bleek nergens voor nodig: de regering onder leiding van Elio Di Rupo – met PS, zonder N-VA en met een minderheid aan Vlaamse kant – werd bij de stembusgang van 2014 beloond door de Vlaamse kiezer. Het is al vaak geschreven, maar dat is ook nodig, want het geheugen in de Wetstraat is blijkbaar kort: de regering-Di Rupo werd beloond, de regering Michel (zonder PS, met N-VA, met Vlaamse meerderheid) werd afgestraft. Wat niet betekent dat N-VA niet mag regeren, wel dat de andere Vlaamse partijen hun eigen koers mogen varen en ruggengraat moeten tonen, zodat we de komende maanden niet in dezelfde doffe ellende terechtkomen als in 2010.


'De campagne tegen het Marrakesh-pact: een dieptepunt.'


Niets is zeker, en de politieke spinners maken tegenwoordig overuren, maar het lijkt er nu toch op dat zowel CD&V als Open Vld – zelfs nu Egbert Lachaert voorzitter is – zich niet meer weerloos vastklinken aan de N-VA. Dat is, in het licht van de farce van tien jaar geleden, voortschrijdend inzicht. En het zet De Wever in een onzekere, defensieve positie. Hij weet dat mensen snel een slagkrachtige regering willen, hij weet dat een federale regering zonder zijn partij beloond kan worden in de stembus, en dus moet hij zeer behoedzaam manoeuvreren. In 2010 kon het nog zonder compromissen – in 2012 zou hij moeiteloos Antwerpen veroveren, in 2014 werd hij de baas in Vlaanderen en daarna zelfs België, zonder staatshervorming maar wel als schaduwpremier. Dat was de fase van de almacht. Maar de gouden jaren liggen achter hem. Aan zijn periode van electorale onfeilbaarheid is eind 2018 bruusk een einde gekomen.


4. DE BLOEDFOUT MET THEO FRANCKEN

Goede beslissingen nemen is belangrijk. Verkeerde beslissingen vermijden is minstens even cruciaal. De beslissing van N-VA om naar aanleiding van het Marrakesh-pact van de Verenigde Naties uit de regering te stappen, was zo’n misser. Een bloedfout.


Het leek een mooi plan. Met staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken had De Wever een goudhaantje in huis – de populairste politicus van Vlaanderen, die zich op sociale media zowat alles kan permitteren. Francken vertegenwoordigt de uiterste rechterflank van de N-VA – een flank waar naar schatting twintig tot dertig procent van de mandatarissen zich bevinden. De meerderheid zit daar dus niet. Ook De Wever niet. De voorzitter begon zijn loopbaan in elk geval als een oprechte, inclusieve nationalist, zoals Geert Bourgeois, die het wereldbeeld van Vlaams Belang verwerpt.


Toen het VN-migratiepact op de radar verscheen, ging radicaal-rechts overal in Europa vol op het orgel. Bij ons uiteraard ook Vlaams Belang. Onder druk van de Francken-flank sloot N-VA zich bij dat verzet aan. Voor het eerst in de geschiedenis van de partij liep ze uit electorale behaagzucht de kiezer achterna. Begrijpelijk, omdat N-VA eind 2018 bij de gemeenteraadsverkiezingen terrein had moeten prijsgeven aan Vlaams Belang, maar wel – zo weten we ondertussen – de compleet verkeerde inschatting.


'Tijdens de coronacrisis haperde de communicatie.'


De Wever had zich op twee punten misrekend. Hij had gehoopt op snelle verkiezingen, maar de regering ging gewoon door. Die verkiezingen waren sowieso al gepland voor mei 2019. De tweede misrekening van De Wever is voor een historicus onvergeeflijk. Hij had gehoopt dat de kiezer de dapperheid van N-VA zou belonen, maar de geschiedenis leert dat zoiets bij zo’n regeringscrisis nooit gebeurt. Door uit de regering-Michel te stappen, werd N-VA gepercipieerd als de partij die de regering had laten vallen. En dat wordt altijd afgestraft. We weten zelfs perfect waar de kiezer altijd heen vlucht bij zulke incidenten: naar de partij die ‘eigenaar’ is van het thema dat de regering ten val bracht. In dit geval: Vlaams Belang. De vorige keer dat een partij zo’n flater had geslagen, was toen de liberale Alexander De Croo in april 2010 de regering-Leterme II liet vallen over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Toen behaalde N-VA een monsterscore. Het communautaire thema was immers haar ‘eigendom’. De N-VA had issue ownership, zoals dat heet. Toen toch. In 2019 was Vlaams Belang eigenaar van het verkiezingsthema.


Tussen haakjes: de campagne over het Marrakesh-pact die de communicatie-afdeling van N-VA lanceerde, zogezegd per abuis, was een opeenstapeling van leugens. Van de zes beweringen die de wereld werden ingestuurd, waren er vijf onwaar. Filip Dewinter liet weten dat de campagne evengoed uit zijn koker had kunnen komen. Hij had gelijk.


5. HET DILEMMA VAN DE NATIONALIST

We weten dat het in maart bijna zover was: De Wever had met PS-voorzitter Paul Magnette een coronabestendige elleboogshake gedaan op de vorming van een federale regering met een meerderheid aan beide kanten van de taalgrens. Die regering, die de economie in het post-coronatijdperk moest managen, is er niet gekomen. Volgens de meeste bronnen – zeker in Vlaanderen – omdat Magnette zijn woord heeft gebroken. En bij gebrek aan animo bij de MR van Georges-Louis Bouchez, wiens partij momenteel in de mandaten zwemt, zowel in België als in de Europese Unie.


Magnette zou op het laatste moment zijn teruggekrabbeld omdat De Wever openlijk had gesolliciteerd naar het premierschap, omdat Franstaligen vreesden dat Theo Francken vicepremier zou worden en omdat De Wever de tijdelijke samenwerking met de PS – die een jaar of zo had moeten duren – volgens sommigen had willen gebruiken om een staatshervorming voor te bereiden. Er werd gevreesd voor een te gulzige N-VA.


Woordbreuk is geen fraai schouwspel in de politiek, maar de afwijzing door de MR was niet geheel onverklaarbaar. Dat de Franstalige liberalen De Wever die regering van nationale eenheid niet gunden, was de boemerang van de Marrakesh-crisis.


Nu staat De Wever op een kruispunt. Het staatsmanschap wenkt, maar de vergetelheid evenzeer. Het is een dubbeltje op z’n kant. Als hij politiek wil overleven, volgt hier een vrijblijvend advies. Over Vlaams Belang zegt de N-VA-voorzitter altijd dat de deur bij hen langs de binnenkant op slot zit, en dat die partij dus zélf een inspanning moest doen om zich aanvaardbaar te maken voor eventuele coalitiepartners. Dat is juist. Theo Francken heeft ooit zelfs een suggestie gedaan, in De afspraak op vrijdag op Canvas: als de echt extreme figuren zoals Filip Dewinter uit de partij zouden worden gezet, dan zou Vlaams Belang daarmee de deur van het slot kunnen halen.


Wat in Vlaanderen geldt voor Vlaams Belang, geldt in België voor N-VA. Niemand houdt De Wever tegen om een regering te vormen met PS en MR, maar misschien zit de deur bij hem ook op slot aan de binnenkant. Zoals Francken liever niet met Dewinter bestuurt, zo besturen de Franstaligen misschien liever niet met Francken als vicepremier. Het premierschap van tevoren opeisen én alvast een staatshervorming willen overpeinzen, is ook niet echt het verleidelijkste idee voor de Franstaligen.


Verkiezingen winnen is lang haast vanzelf gegaan. Nu dat niet meer voor de hand ligt, moet De Wever vooral vertrouwen winnen aan gene zijde van de taalgrens. Dat is veel moeilijker en het zet hem, zoals gezegd, in een defensieve positie.


Het worden nog spannende maanden.


De Morgen



De terugkeer van rechtvaardigheid


Frederik De Roeck merkt dat de epidemie een aantal fundamentele onrechtvaardigheden, die normaal verborgen blijven, zichtbaar maakt.


De Standaard



Probeer je maar eens te handhaven als dakloze, wanneer alle openbare plaatsen,

de opvang en voedselbanken sluiten.’ 

Foto: Kristof Vadino


Het wordt duidelijk dat sommige grote private spelers overgewaardeerd worden

en publieke diensten als zorg en onderwijs ondergewaardeerd: dat mogen we niet vergeten.


Het is stilaan duidelijk dat de corona­crisis een enorme impact zal hebben op de sociale structuren die onze maatschappij vorm geven. De gezondheidszorg staat voor een nooit geziene opgave, grote delen van de economie gaan stilaan over in een vreemd soort waakstand die haaks staat op de economische ratrace waarin ieder van ons dagelijks meedraait. Schijnbaar oubollige concepten als solidariteit en burgerzin worden opnieuw vanonder het stof gehaald. Een nevenverschijnsel van deze crisis is dat, door de toegenomen druk op ons sociale bestel, een aantal fundamentele onrechtvaardigheden die normaal verborgen blijven, nu snel zichtbaar worden.


Een eerste voorbeeld is dat de private sector nu al zijn toevlucht zoekt

tot publieke middelen en economische werkloosheid.


Zo is de internationale luchtvaartindustrie in een record­tempo tot stilstand gekomen. En volgens de sector zelf wordt de economische impact zo dramatisch dat publieke steun noodzakelijk zal zijn om dit te overleven. Tegelijkertijd neemt de luchtvaartsector zelf de vlucht vooruit (pun intended) door werknemers (tijdelijk) af te danken. Het personeel bij Virgin Atlantic wordt verplicht om acht weken on­betaald verlof te nemen, en bij het Nederlandse KLM gaan ze meteen voor de nucleaire optie en worden 1.500 tot 2.000 banen geschrapt. Ook in ons land heeft Brussels Airlines al laten weten dat overheidssteun snel nodig zal zijn.


Wake-upcall

Die maatregelen maken pijnlijk duidelijk dat sommige grote private spelers, die soms zelf weinig of niets bijdragen aan de sociale voorzieningen in de landen waar ze gevestigd zijn, maar al te snel rekenen op deze voorzieningen zodra het even slechter gaat. Tegelijk wordt er een cynisch spel gespeeld, waarbij de precaire positie van het personeel wordt gebruikt om een publieke bail-out los te krijgen: trek ons uit het economische moeras, of er vallen massale ontslagen.


De mensen die voor de crisis al tussen de mazen van het net vielen,

moeten nu overleven met weinig of geen noodvoor­zieningen én

hebben een grotere kans om ziek te worden


De coronacrisis is een wake-upcall. Sectoren die ondergewaardeerd zijn in de samenleving spelen nu een cruciale rol om chaos te voorkomen. De zorgsector is het belangrijkste voorbeeld. In een land als de Verenigde Staten wordt het stilaan pijnlijk duidelijk dat een extreem geprivatiseerd gezondheidssysteem amper of niet in staat is om dit soort crisissen het hoofd te bieden en de zwakkeren in de samenleving te beschermen.


De sfeer van nationale eenheid in ons land mag ons niet doen vergeten dat de besparingen in de zorgsector onze weerbaarheid tegen dit soort crisissen hebben ondermijnd. Daarnaast zijn het vaak mensen in precaire sociaal-economische posities die de boel nu draaiende houden. Denk maar aan de vrachtwagenchauffeurs die instaan voor het transport van essentiële goederen, de leerkracht met een tijdelijk contract die nu haar best doet om online lessen te geven, de koeriers van Deliveroo en soortgelijke bedrijven die ons eten brengen, terwijl wij veilig en knus binnen zitten, en werknemers van Amazon en Bol.com, die de spullen bezorgen die wij bestellen vanuit onze quarantaine.


Window of opportunity

De mensen die deels of volledig uit het systeem vallen, zijn nu extra kwetsbaar. Probeer als dakloze maar eens ‘in je kot’ te blijven of je te handhaven, wanneer alle openbare plaatsen en horeca gesloten zijn, en ook de daklozenopvang en voedselbanken noodgedwongen de deuren moeten sluiten. Of wat te zeggen over de vluchtelingen die de komende dagen en weken voor gesloten aanmeldingscentra staan, of in kampen aan de rand van Europa aan hun lot worden overgelaten, terwijl het virus zich ook daar begint te verspreiden? De mensen die voor de crisis al tussen de mazen van het sociale vangnet vielen, moeten nu overleven met weinig of geen noodvoorzieningen en hebben bovendien een grotere kans om ziek te worden.


Crisissen kunnen angstaanjagend zijn, maar ze bieden ook altijd een window of opportunity om fundamentele veranderingen te realiseren. Door de lens van een crisissituatie zien we de samenleving vanuit een ander perspectief, en zijn we in staat om bepaalde structurele evoluties te identificeren, kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.


Als we uit deze crisis één les moeten trekken, is het wel dat sociale rechtvaardigheid het hoogste goed is in de samen­leving en ook zo behandeld moet worden. De coronacrisis kan een kantelpunt vormen in de afbraak van sociale voorzieningen, de sluipende uitbreiding van het zogeheten precariaat, de overwaardering van grote private spelers die hun personeel weinig of geen sociale bescherming bieden en de onderwaardering van publieke diensten als zorg en onderwijs. Aan ons om erover te waken dat deze lessen niet worden vergeten zodra we weer overgaan tot de orde van de dag.


De Standaard



Alessandro Baricco


'Nú moeten we gas durven geven'


De Morgen



Alessandro Baricco, de belangrijkste Europese schrijver en intellectueel van het moment 

laat in de wereld na corona alle voorzichtigheid varen.


Door de coronacrisis zullen we de digitale revolutie in de armen sluiten. Alleen denkt het beleid nog in 20ste-eeuwse oplossingen. Hoe moet de wereld straks dan verder? Alessandro Baricco verwijst in elf bedenkingen onze angsten naar de prullenmand en pleit voor durf.


Ik heb dit verhaaltje al eerder verteld, maar hier is het ook wel op zijn plaats. Het komt uit een mooie Zweedse roman en gaat over een koningin die wil leren paardrijden. Ze bestijgt haar paard. En dan vraagt ze vanuit de hoogte aan de rij-instructeur of er regels zijn die ze moet volgen. Hij antwoordt: "Eerste regel: Wees voorzichtig. Tweede regel: Durf."

Goed. Ik denk dat we met voorzichtigheid al veel hebben bereikt. Nu mogen we durven.

Nu moeten we durven.

Ik heb er geen idee van wat durven vandaag voor een dokter betekent. Maar wat durven op dit moment voor intellectuelen inhoudt, dat weet ik dan weer wel. Het betekent dat je je verdriet opzij moet zetten, moet nadenken en de chaos moet leren begrijpen. Je moet een inventaris opmaken van monsters waarvan je het bestaan niet kende, verschijnselen benoemen die je nooit eerder hebt gezien, de afschuwelijke waarheid recht in de ogen kijken en als je dat allemaal hebt gedaan, dan moet je het verschrikkelijke risico nemen om de mensen wat zekerheid te schenken. Kom, aan het werk, elk met onze eigen mogelijkheden en talenten! Zelf voel ik me momenteel niet echt in vorm, maar ik wil absoluut neerschrijven wat ik weet. Dat is immers mijn vak.

1.

De wereld zal niet vergaan. Ook komen we heus niet terecht in een anarchie waarbij de leeghoofdige pestkop uit de middelbare school ons opnieuw komt terroriseren. Wees gerust, die dingen gebeuren alleen in romans. Terug naar de realiteit dus. Wij, wij mensen zijn angstaanjagend geduldig, intelligent en sterk. We hebben het klaargespeeld om de hele schepping in ons persoonlijke pretpark te veranderen en we hebben dat gedaan op een van de meest gewelddadige en cynische manieren die je maar kunt bedenken. En dat niet alleen, we zijn ons bovendien maar al te goed bewust van wat we de wereld hebben aangedaan. We hebben het zelfs een naam gegeven: het antropoceen. Onze hoogmoed gaat zo ver, dat we onlangs zijn gaan overwegen om een deel van de schepping zijn 'vrijheid terug te geven'. Ja hoor, dat zijn wij. En we vechten al sinds mensenheugenis tegen virussen. Vaak hebben die virussen ons op de knieën gekregen. Maar het geval wil dat we dan zelfs nog geduldiger, koppiger en listiger worden.

2.

We zijn vrede aan het sluiten met de Game, de digitale samenleving. Die hebben we eerst zelf uitgedacht, daarna zijn we ze gaan haten en nu leren we ermee te leven. Mensen van alle niveaus laten hun wantrouwen tegenover digitale instrumenten varen, ze raken ermee vertrouwd en zijn er zelfs dankbaar voor. De toestellen gaan deel uitmaken van ons dagelijks leven en zullen daar weldra niet meer uit weg te denken zijn. Het was van bij het begin van de digitale revolutie de bedoeling dat die instrumenten een natuurlijke aanvulling van ons mens-zijn zouden vormen. En nu is het bijna zover. We hebben ons lang laten tegenhouden door nostalgie, angst, achterdocht of gewoon door intellectueel gekoketteer, maar in slechts enkele weken tijd hebben we al die bezwaren overboord gegooid. Uiteindelijk zullen we die digitale beschaving in de armen sluiten. Zo zullen we ze ook efficiënter kunnen bijsturen, want wat je met liefde doet, doe je beter.

3.

We merken allemaal hoezeer we in deze periode niet-digitale menselijke contacten missen. Dat is zeker zo. Maar je kunt het ook andersom bekijken. Want dat betekent dat we voorheen eigenlijk best veel menselijke contacten hadden. We zeiden misschien wel dingen als "tegenwoordig leven we alleen nog digitaal", maar intussen sprokkelden we onnoemelijk veel menselijke relaties bijeen. Daar worden we ons nu van bewust. We mogen die les later niet opnieuw vergeten.

Maar daar houdt het niet bij op. Want we zien ook dat het juist die groeiende digitale beschaving is die onze menselijke kanten waardevoller, mooier, belangrijker en zelfs economisch nuttiger maakt: lichamen, natuurlijke stemmen, tastbaar vuil, onvolmaaktheden, vakkundige handen, contacten, inspanningen, nabijheid, strelingen, temperaturen, oprecht gelach en echte tranen, ongeschreven woorden en ik kan zo nog wel even doorgaan. Humanisme zal niet beperkt blijven tot leerstof op school. Het zal deel gaan uitmaken van ons dagelijks leven, het zal onze enige echte rijkdom worden en we zullen ons die nooit meer laten afnemen. Denk maar hoe hartstochtelijk we ernaar verlangen nu het virus ons gegijzeld houdt en je zult niet meer twijfelen.

4.

De voorbije jaren was de kloof tussen de gewone mensen en de elites uitgegroeid tot een onoverbrugbare afgrond. We leden er allemaal onder. Nu, in enkele weken tijd, is die afgrond gedicht. De mensen hebben vrijwel meteen de aanwijzingen opgevolgd van een politieke klasse waar ze geen enkel vertrouwen meer in hadden. Ze hangen aan de lippen van dokters, die ze tot voor kort nog van onkunde beschuldigden. Die leidende klasse, die zelfs geen hervorming van het onderwijs had kunnen doorvoeren, is er nu in geslaagd heel Italië thuis te houden.

Hoe heeft die leidende klasse dat in godsnaam voor elkaar gekregen? Angst, zul je zeggen en dat zal ook wel kloppen. Maar er is meer. Hoewel het tegendeel vaak waar lijkt te zijn, geloven we in intelligentie en competentie.

We verlangen naar iemand die in staat is om ons te leiden. We zijn zelfs bereid om ons leven om te gooien omdat iemand die het beter weet dan wij, dat vraagt. We hebben onze opstand tegen de elites tijdelijk opgeschort, maar we willen wel begrijpen wat er scheef zit: we geloven nog in intelligentie, maar niet meer in die van onze vaders; we willen competentie, maar niet die uit de vorige eeuw; we hebben iemand nodig die voor ons beslist zolang er geen klasse van vastgeroeste navelstaarders achter schuilgaat.

Ik vat het even samen. We wilden een nieuwe leidende klasse en die willen we nog steeds. Maar we kunnen wachten, nu is niet het moment om rel te schoppen. Zodra deze crisissituatie voorbij is, gaan we er weer voor.

5.

Het is erg waarschijnlijk dat deze Covid-19-crisis uiteindelijk een historisch kantelpunt van onmetelijk belang zal blijken. Laat ik het zo zeggen: dit is de eerste mondiale noodsituatie in het tijdperk van de Game, de digitale revolutie. En het is tegelijk de laatste mondiale noodsituatie die wordt aangepakt op de manier van een 20ste-eeuwse elite. Zie je het kantelpunt? Zie je de tegenstrijdigheid? Zie je waarom we er op dit moment zo weinig van begrijpen, waarom we onszelf zo gemakkelijk verliezen? Ze hebben ons uitgedaagd voor een videogame en we hebben schaakspelers gestuurd. We balanceren moeizaam tussen twee werelden. Dat is een erg ongemakkelijke positie. Stel dat je geen smartphone had, dan viel 80 procent van wat er rondom je gebeurt zomaar weg (informatie, storytelling, angst die komt en gaat, overleven in een zo goed als complete lockdown, de snelheid van de genomen beslissingen...). En toch wordt de hele zaak aangepakt vanuit een 20ste-eeuwse redenering.

Ik geef een praktisch voorbeeld. In de vorige eeuw werd de specialist op handen gedragen. De specialist was meestal een man die, nadat hij zijn leven aan studies had gewijd, heel veel wist over één bepaald onderwerp. In de Game betekent intelligentie iets anders. De werkelijkheid is immers erg veranderlijk en complex. In de Game vertrouw je op een ander type specialist: niet hij die alles over één onderwerp weet, maar hij of zij die over alle onderwerpen net genoeg weet. Of je brengt de verschillende soorten kennis gewoon samen. De Game zou nooit toelaten dat de beleidslijn bij een medische crisissituatie louter door artsen werd bepaald: er zou meteen een wiskundige bij worden gehaald, een ingenieur, een handelaar, een psycholoog en wie er ook maar iets van af weet. Ja, zelfs een clown, mocht die kunnen helpen.

Waarschijnlijk zou maar één ding echt tellen: snelheid. Ook de methodologie verandert dus: snel fouten maken, nooit opgeven, alles uitproberen. De manier waarop wij vandaag te werk gaan, ligt daar mijlenver vanaf. We worden geleid door een elite die, door haar opleiding en de generatie waartoe ze behoort, zo goed en zo kwaad als ze kan wel digitaal werkt maar niet digitaal redeneert. Dat kunnen we haar ook niet kwalijk nemen. Maar als veel van wat je ziet je vandaag absurd lijkt, dan is dat een van de redenen. Grote schaakmeesters die Fortnite spelen (ze zullen wel winnen, maar je snapt dat hun spelstijl soms nogal surreëel aandoet).

6.

Blijf thuis, verdorie. Moet ik het nog eens zeggen? Oké, ik zeg het nog eens.

7.

Blijf thuis, verdorie. Er is genoeg te lezen...

8.

De Covid-19-crisis heeft een verschijnsel blootgelegd waar we ons eigenlijk al vaag van bewust waren: de agenda van de mensen wordt - intussen al een tijdje - bepaald door angst. Om in actie te komen, hebben we een dagelijkse dosis angst nodig. Momenteel vult het virus die behoefte helemaal in. Denk maar eens na. Wie is nu nog bang voor immigranten, voor terrorisme, voor de effecten van videogames op onze kinderen of van gluten? Maar amper enkele weken geleden hadden we ze hard nodig, die angsten. We koesterden ze als waren het orchideeën. Op momenten dat er niet veel te vrezen was, namen we genoegen met een weeralarm of met een mogelijke regeringscrisis (dat zegt genoeg). We durven tegenwoordig alleen nog te schaken met de zwarte stukken: als de angst niet als eerste aan zet is, hebben we geen strategie. Ik wil iedereen eraan herinneren - zeker nu - dat we op de wereld zijn om ideeën uit te voeren, een paradijs te bouwen, onszelf te verbeteren en elke dag iets nieuws te leren. Er is geen plaats voor angst. Onze agenda zou bepaald moeten worden door levenslust, niet door angst. Door verlangens. Door visioenen, maar in godsnaam, niet door nachtmerries.

9.

(Dit punt ligt gevoelig. Indien niet ernstig, gelieve zich te onthouden.) Niemand kan er vandaag omheen: er lijkt een zekere wanverhouding te bestaan tussen het werkelijke risico en de maatregelen waarmee we erop reageren. Ze kunnen het ons uitleggen zoals ze willen, het gevoel blijft: de verhouding klopt niet. Ik wil me niet wagen aan vergelijkingen tussen het aantal Covid-19-doden en overlijdens door diabetes of een bananenschil op de grond. Maar we kunnen er niet omheen: het risico en de tegenmaatregelen zijn niet in evenwicht. Dat kunnen we ten dele toeschrijven aan de manier van redeneren uit de vorige eeuw, die logica, het gebrek aan flexibiliteit en de verering van specialisaties. Maar daar komen we geen stap verder mee. Als ik er dieper op inga, stoot ik uiteindelijk op iets dat ik nauwelijks gezegd krijg. Maar zoals ik eerder al schreef, is het tijd om te durven.

We lijden onder een algemene verlamming. Een collectief gevoel dat we blijven voeden: we zijn te bang om te sterven. Het is alsof het recht op gezondheid (dat fantastisch is, laten we duidelijk zijn) verstard is tot een recht op het eeuwige leven - dat niemand ons trouwens kan garanderen. In de eerste plaats is onze relatie met de dood en met de angst voor de dood heel persoonlijk. Het gaat alleen jezelf aan (en ik bijvoorbeeld, breng het er heel belabberd van af). Maar in tweede instantie is de angst voor de dood ook een collectief gevoel. Van oudsher proberen de gemeenschappen dat gevoel bij te schaven, te corrigeren, te controleren.

Om maar iets te zeggen, in de cultuur van mijn grootvader, die zich nog met oorlogen voedde, nam de 'mogelijkheid van de dood' een belangrijke plaats in. Onze beschaving heeft (in grote lijnen) voor vrede gekozen waardoor we het collectieve idee van de dood naar de achtergrond hebben verdrongen. Ja, we vechten ertegen, maar we denken er niet aan. Terwijl het voor een vredelievende beschaving net prachtig zou zijn om opnieuw aan de dood te denken en die te aanvaarden. Niet op een heldhaftige manier, maar vol wijsheid. Niet als een onuitsprekelijke belediging, maar als deel van onze ademhaling, ons pad dat een andere kant opgaat, alsof we een golf zijn die uiteenspat en tegelijk eeuwig blijft bestaan. Voor een individu is die lichtheid misschien moeilijk haalbaar, maar een gemeenschap kan dat, een gemeenschap moet dat kunnen. In het verleden zijn gemeenschappen erin geslaagd om voor een gezamenlijk ideaal miljoenen van hun kinderen de dood in te sturen. Waarom zou een gemeenschap haar kinderen dan niet kunnen leren dat juist de angst voor de dood de ergste manier van sterven is?

10.

Velen vragen zich af wat er hierna zal gebeuren. Wel, misschien zal er helemaal geen 'hierna' zijn. Nee, we gaan niet allemaal dood, natuurlijk niet, dat heb ik al gezegd. Ik bedoel maar dat we nu zien dat een noodsituatie het beste in ons naar boven haalt. De banden tussen de mensen en de elites worden aangehaald, er ontstaat een zekere sociale discipline, iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid, er ontwikkelt zich algemene solidariteit, er wordt minder gekibbeld... Anders gezegd en hoe absurd het ook mag lijken: pas als we op topsnelheid komen, verliezen we geen onderdelen meer. Het is dus goed mogelijk dat we ervoor kiezen om niet opnieuw te vertragen. De noodsituatie als chronisch toekomstscenario.

In die zin heeft het geval Covid-19 veel weg van een generale repetitie voor de grote finale: de redding van de planeet. Een totale, chronische, eindeloze noodsituatie waarna alles terug in orde komt. Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet weet of dat scenario wel wenselijk is, maar ik kan niet ontkennen dat er een zekere logica in schuilt. Het sluit ook aan bij de intelligentie van de Game. Die is licht toxisch, heeft herhaaldelijke en intense stimuli nodig en geeft alleen in een klimaat van uitdagingen het beste van zichzelf. Ze is tenslotte ook uitgevonden door problem solvers en niet door dichters.

11.

Laatste punt. Zelf heb ik er geen verstand van, maar een kind kan zien dat heel deze affaire ons veel geld zal kosten. Het wordt nog veel erger dan de economische crisis van twaalf jaar geleden. Ik zou daar één ding over willen zeggen: dit wordt een enorme, historische kans. Als er één moment is waarop het mogelijk is om de rijkdom te herverdelen en de sociale ongelijkheid terug te dringen, dan komt dat moment er nu aan. De sociale ongelijkheid die we nu zien, is zo groot dat geen enkele gemeenschap die naam waardig is. Het is een probleem dat de gezondheid van ons systeem bij de basis ondermijnt, dat elk hypothetisch straaltje geluk vernietigt en dat onze geloofwaardigheid wegvreet als een kanker.

Helaas kun je die situaties niet ombuigen. Ze kennen geen geleidelijk, farmaceutisch herstel, ze verbeteren niet elke dag een beetje, stapje voor stapje. Bepaalde zaken veranderen alleen door een snelle, hevige ruk, die pijn doet en waarvan je vooraf dacht dat het je nooit zou lukken. Bepaalde dingen veranderen door een schok die goed wordt opgevangen, een crisis die uitmondt in wedergeboorte, een aardbeving die je zonder bibberen doorstaat. De schok is er, de crisis ook, de aardbeving is nog bezig. Alle stukken staan op het schaakbord, allemaal doen ze ons pijn, maar ze staan er wel. Het is een partijtje schaak dat we al heel lang voor ons uitschuiven. Het zou onvergeeflijk dom zijn mochten we nu te bang zijn om te spelen.

Dit essay verscheen eerder in La Repubblica.


Wie is Alessandro Baricco?


  • Geboren in Turijn in 1958
  • Schrijver, filosoof, essayist
  • Debuteerde in 1991 met Castelli di rabbia (Land van glas)
  • Brak in 1996 door met de roman Seta (Zijde), die in 2007 verfilmd werd als Silk
  • Schreef voor de Italiaanse krant La Repubblica essays over onze angst voor culturele verloedering, die in 1996 gebundeld werden in I barbari (De barbaren)




Bart De Wever


'Bart De Wever is zijn dominante positie kwijt, voorgoed'


Simon Demeulemeester - Knack



Bart De Wever noch 'Sterke Jan' Jambon krijgt N-VA op koers in de coronacrisis.

Politicologen Carl Devos en Bart Maddens zien een zwalpende partij.

'Dit is nog steeds de fall out van de Marrakesh-crisis.'


Een gunstige wind liet een e-mail van de cel Lokaal Beleid van N-VA belanden bij de Vlaams-nationalistische opiniesite Doorbraak.be. Onder de titel 'N-VA maant lokale mandatarissen aan tot kalmte' valt te lezen dat N-VA vraagt van haar lokale mandatarissen 'om voorzichtig te zijn in jullie communicatie en reacties' over de situatie in de woonzorgcentra (WZC). Die heet 'delicate materie' te zijn.


Uit die WZC's komen inderdaad zorgwekkende cijfers over besmettingen met het coronavirus en een nijpend gebrek aan beschermend materieel voor het zorgpersoneel. Bevoegd minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) lag afgelopen woensdag onder vuur in het Vlaams parlement voor zijn aanpak van de situatie. De mail - waarvan het bestaan is bevestigd aan Knack ook - wordt door Doorbraak.be geïnterpreteerd als een vraag om Beke en de Vlaamse regering te sparen.


Het is niet de eerste keer dat een dergelijke e-mail van N-VA, bedoeld om een corona-brandje te blussen, uitlekt. Op één april berichtte Knack over een e-mail van Vlaams fractieleider Wilfried Vandaele, die zijn Parlementsleden vroeg om niet te 'triomfalistisch' te doen over de onthouding van de N-VA bij de stemming over de Europese steunmaatregelen in de coronacrisis. 'Als het thema aan bod komt, houden wij het best "kop in kas",' schreef hij, na overleg hierover met Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA).


Nu is het niet uitzonderlijk -- en ook niet onverstandig -- dat politieke partijen hun communicatie proberen te stroomlijnen. Ze doen het allemaal. Zeker voor een partij als N-VA kan het een noodzaak zijn. 'Iedereen die verkozen moest zijn, is verkozen', zei voorzitter Bart De Wever na de onverwachte verkiezingsoverwinning in 2010. 'En de rest ook.' Om die 'rest' in toom te houden, zijn er de strenge partijwoordvoerders.


In de mail van de cel Lokaal Beleid van N-VA wordt lokale mandatarissen dan ook geadviseerd om 'bij onzekerheid, zowel inhoudelijk als communicatief, zeker ook contact op te nemen met de cel Lokaal Beleid of met de partijwoordvoerders.' N-VA durft ver gaan in het bijsturen van onzekerheid. In juni 2014 kregen de net verkozen Kamerleden van die partij zelfs communicatierichtlijnen over de Rode Duivels, op dat moment op het Wereldkampioenschap Voetbal in Brazilië. N-VA'ers mochten zeggen dat 'de Rode Duivels goed bezig zijn'.


De twee mails die recent uitlekten, komen echter uit in een andere context dan in 2010 en in 2014. Toen behaalde N-VA monsterscores. In 2010 stond de partij aan het begin van een jarenlange dominantie over de Vlaamse en gaandeweg ook Belgische politiek. De Wever kon die dominantie bovendien jarenlang schijnbaar moeiteloos aanhouden en vergroten. Dreigde zijn partij of een partijgenoot in de problemen te komen, dan zette hij de situatie naar zijn hand met vaak niet meer dan één welgemikte quote in een optreden in een televisiestudio of krant naar keuze.


Dat overwicht is de man, en dus zijn partij, al even kwijt. Eind november van vorig jaar titelde Knack 'Waar was Bart De Wever?' Zo alomtegenwoordig hij de voorbije tien jaar was, zo schaars waren die dagen zijn mediaoptredens - zelfs een ontwrichtende gebeurtenis als de brand in een toekomstig vluchtelingencentrum in Bilzen was hem geen reactie waard. De vraag drong zich op of er een nieuwe fase was aangebroken voor de N-VA-voorzitter, en dus voor van zijn partij.


'De Wever beseft goed genoeg dat hij niet meer de allure heeft van vroeger.'

Carl Devos (UGent)


'Bart De Wever is zijn dominante positie kwijt en die krijgt hij nooit meer terug,' zegt politicoloog Carl Devos (UGent). 'Eenmaal verloren, komt zoiets nooit terug. Dat zal ook gelden voor De Wever, ook al heeft hij zijn staat van genade uitzonderlijk lang volgehouden.' Devos ziet het bewezen in De Wevers kandidatuur om premier te worden in een federale regering. 'Dat deed hij om zich weer aan de tafel te boksen. Hij voelde zich buitengesloten en verloor daardoor zijn gebruikelijke cool. In andere tijden had die uitval ten eerste veel meer effect gehad, en ten tweede en belangrijker: toen had hij zoiets nooit gedaan. Het zou niet nodig zijn geweest.' Devos ziet een De Wever die niet langer in de regisseerstoel zit. 'Om maar één voorbeeld te geven: in de pogingen om een federale regering te vormen, was het PS-voorzitter Paul Magnette die een voorstel deed, waarop zijn evenknie bij SP.A, Conner Rousseau, contact maakte met de N-VA.'


In de coronacrisis toont zich ook de tanende impact van De Wever, vindt Devos. 'Zijn kritiek op de maatregelen van de federale regering, krijgen geen navolging van andere burgemeesters. De teneur is eerder dat dit een slecht signaal is dat efficiënte handhaving bemoeilijkt. Misschien heeft De Wever inhoudelijk wel een punt. Maar hij sorteert met zijn tussenkomsten alvast niet meer het effect van weleer, toen zijn woorden een signaal voor velen zou zijn geweest om het inderdaad anders aan te pakken.' Dat De Wever een 'has been is die dat nog niet beseft', zoals na de zomer te horen viel binnen N-VA, vindt Devos overdreven. 'Hij blijft uiteraard zeer relevant, en ten tweede: De Wever beseft goed genoeg dat hij niet meer de allure heeft van vroeger. Dat komt omdat zijn partij na 26 mei 2019 niet meer die van vroeger is.'


Wat voor De Wever geldt, geldt ook voor zijn partij. Want geen enkele partij in dit land valt zo hard samen met haar voorzitter. 'N-VA zit al een tijd slecht in haar vel,' zegt Devos. 'De partij heeft nooit een antwoord gevonden op de verkiezingsnederlaag van 26 mei vorig jaar. De huidige malaise is begonnen toen N-VA in december 2018 omwille van het VN-migratiepact uit de regering-Michel I is gestapt. Sinds de mislukte vorming van een noodregering is ze de controle nu helemaal kwijt. Wiens fout dat ook was, het resultaat is dat N-VA in een ambigue situatie is terechtgekomen. Ze steunen niet de regering-Wilmès II, wel de volmachten ervoor. Ze maken dus mee het beleid en tegelijk voeren ze er oppositie tegen. Nu is N-VA niet vies van een spreidstand, maar dit maakt het voor de mensen toch moeilijk in te schatten wat de partij nu eigenlijk wil.'


'N-VA beseft dat het een fout was om uit de regering-Michel te stappen'

Bart Maddens (KUL)


Het contrast met andere partijen is bijzonder groot, weet Devos. 'Aan de ene kant kunnen Open VLD en CD&V voluit de kaart van de verantwoordelijke bestuurders trekken, hun ministers van Volksgezondheid Maggie De Block en van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem op kop. Daartegenover staan PVDA en Vlaams Belang, die voluit voor oppositie gaan. Het is opmerkelijk dat SP.A, nochtans in ongeveer dezelfde situatie als N-VA, er wel in slaagt om, bij monde van voorzitter Rousseau, hierover helder te communiceren.'


Ook de Vlaamsgezinde politicoloog Bart Maddens (KUL) ziet N-VA worstelen met haar positie aan de zijlijn. 'Vraag in de straten wie deze crisis beheert. Denkt u dat men Jan Jambon zal noemen? Ik denk het niet. De man in de straat zal Sophie Wilmès noemen, De Block, De Crem en steeds meer Philippe De Backer.' Volgens Maddens leeft er binnen N-VA frustratie dat ze zich nu niet kan tonen op het federale niveau, zoals de partij dat deed tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 of na de aanslagen van 2016. 'Toen hebben Theo Francken en Jan Jambon, als staatsecretaris voor Asiel en Migratie en minister van Binnenlandse Zaken, hun reputatie kunnen vestigen als goede bestuurders.'


Deze situatie heeft de partij wel aan zichzelf te danken, weet Maddens. 'Dit is, en dat beseffen ze bij N-VA maar al te goed, nog steeds de fall out van de Marrekesh-crisis. Was N-VA toen niet uit de regering-Michel gestapt, dan maakte Jambon vandaag wellicht het mooie weer als minister van Binnenlandse Zaken. Wat ze vandaag meemaken, is de pijnlijke bevestiging van de analyse die ze na 26 mei hebben gemaakt: het was een fout om uit die regering te stappen.'


Sterke Jan

Een vraag is waarom N-VA er niet in slaagt om zich vanuit de Vlaamse regering een plaats op het voorplan te knokken. Ondanks de historische verkiezingsnederlaag op 26 mei 2019 heeft ze haar gewicht in de Vlaamse regering danig vergroot. Met 'Sterke Jan' aan het roer zou Vlaanderen een pak assertiever zijn, was de teneur. Dat riedeltje klonk zo flink dat mensen medelijden kregen met aftredend minister-president Geert Bourgeois.


'De Vlaamse regering heeft meteen haar start gemist,' is Devos' analyse. 'Jambon gaf dat ook zelf toe. In de kerstinterviews, geen drie maanden na zijn aantreden, sprak hij al over met een nieuwe lei beginnen en een tweede kans. Hoewel de N-VA-excellenties het niet per se zo slecht doen, draait die regering niet lekker. Kijk alleen al naar het zorgbeleid dat ze had uitgestippeld. Na besparingen zouden er investeringen volgen, maar de coronacrisis bewijst hoe ongelijk deze regering had om überhaupt te willen besparen in de zorg. Dus neen, je zal wellicht weinig mensen vinden die denken: 'Amai, wat pakt Vlaanderen dit goed aan.''


En wat met de verwachtingen over Jambon zelf? De man met de ervaring in de bedrijfswereld, een 'geboren crisismanager', in de woorden van Theo Francken, is de laatste dagen wat afwezig. Ook in de eerste dagen van de coronacrisis kwam hij weinig indrukwekkend naar voren. Meer: hem werd verweten een rem te zijn op de eerste maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, in de hoop de economie geen al te grote schade toe te brengen. Ook Bart De Wever liet zich opvallen met deze 'het medicijn mag niet kwalijker zijn dan de kwaal'-denkwijze, naast figuren als Donald Trump en Boris Johnson, leiders die er niet bepaald bekend om staan een hartelijke relatie te onderhouden met feiten.


Devos begrijpt wel waarom Jambon met de reputatie van degelijk bestuurder is overgekomen uit de federale regering. 'Hij was vaak te zien op televisie terwijl hij zei, met de hand op de klink van de deur van de Wetstraat 16: 'Dat gaan we binnen rustig bespreken.' In de terreurdossiers gaf hij minstens de indruk alles onder controle te hebben.' Devos denkt even na. 'Je kan je natuurlijk afvragen welke N-VA'er in staat was om De Wever op te volgen toen die toch geen minister-president werd Geert Bourgeois moest blijkbaar weg, net als Liesbeth Homans. En Philippe Muyters wilde zelf weg. Er was gewoon niemand anders dan Jambon.'


Maddens denkt niet dat anderen het beter zouden doen dan Jambon. 'Zouden zijn voorgangers, Bourgeois of Kris Peeters, sterker naar voren zijn gekomen? Ik denk het niet.' Jambon is volgens Maddens het slachtoffer van de pijnlijke constatering waarvan hij zich 'als flamingant al lang bewust is': dat de echte macht nog steeds op federaal niveau ligt. 'Het valt blijkbaar wel mee met de Copernicaanse omwenteling. Ja, hij schuift wel mee aan bij de Veiligheidsraad, maar toch eerder als figurant naast de andere MP's.'


Premier Sophie Wilmès (MR), nochtans een frêle verschijning naast de grote Jambon, kan wel opvallen. Zowel toon als inhoud van haar toespraken voor de natie worden gesmaakt. Toch is Devos maar matig overtuigd. 'Ik hoor dat haar toegevoegde waarde inhoudelijk niet heel groot is. Ze neemt blijkbaar eerder de leiding in het communicatieve. Dat is belangrijk, maar ook maar wat het is.' Hij ziet nog een ander verschil met Jambon. 'De kritiek op Wilmès blijft achter de schermen, die op Jambon niet. Neem de reacties op zijn uitspraak dat sommige mensen sneller weer aan het werk moeten. Hij had wellicht gelijk, soms had men meer moeite kunnen doen om het werk volgens de richtlijnen over social distancing te organiseren, in plaats van naar ziekenbriefjes en tijdelijke werkloosheid te grijpen.'


Devos heeft hier een verklaring voor het feit dat Jambon stevig wordt aangepakt dan Wilmès. 'Men is alerter voor wat Jambon zegt, en ik zou zelfs zeggen: bereidwilliger om een uitspraak verkeerd te interpreteren, omdat hij nu eenmaal een parcours heeft van foute uitspraken. Van de 'dansende moslims' tot zijn uitspraken over asielzoekers die met kindergeld een huis kunnen kopen. Hij heeft dit dus ook aan zichzelf te danken. Wilmès daarentegen is van nature behoedzamer. Dat speelt nu in haar voordeel.'


Betekent dat dan dat N-VA nu incasseert door haar slechte communicatie, terwijl dat het afgelopen decennium net haar grote sterkte was? 'Het ligt niet in eerste instantie aan gebrekkige communicatie,' denkt Devos. 'Laat ons zeggen dat niet iedereen altijd de grammaticale twisten van Kris Peeters begrijpt. Toch was dat geen probleem voor hem om een succesvol minister-president te zijn, omdat de context waarin hij communiceerde goed zat en zijn imago solide was. Zoals ik al zei, heeft Jambon over zichzelf en zijn minister-presidentschap een negatieve sfeer afgeroepen met uitspraken zoals die over het kindergeld van asielzoekers of het weinig vriendelijke 'da gade gij nie bepalen'. Dat was niet de regeringsleider die boven het gewoel stond, maar wel de politicus die zelf voor controverse zorgde.'


Wat we zelf doen...

Niet alleen N-VA lijdt onder de coronacrisis. Ook de fiere Vlaamse slogan 'wat we zelf doen, doen we beter' doet dezer dagen geen extra glans op. Verdriet dat flamingant Maddens? 'Ach neen, dit bevestigt gewoon wat ik daarnet zei en wat de Vlaamse Beweging al lang weet: de echte macht ligt nog steeds in België. Vlaanderen doet het kennelijk niet beter dan België, neen. Maar mag ik opwerpen dat het daar misschien ook niet de kans toe krijgt? Neem de sluiting van de scholen. Die kwam er in navolging van Frankrijk, op vraag van Franstalig België. Vlaanderen was tegen, maar moest plooien en meedoen, ook al is Onderwijs een Vlaamse bevoegdheid. Stel nu dat Vlaanderen het wél had mogen doen en door de feiten gelijk zou hebben gekregen - voor de duidelijkheid: ik vervoeg me nu niet bij het legertje toogvirologen, ik maak de denkoefening, meer niet - dan zou dat de vraag naar zelfbestuur kunnen voeden.'


'Het klassieke politieke spel is naar de achtergrond verschoven'

Bart Maddens (KUL)


Maar Maddens wil dit nu liever niet bespreken, zegt hij. 'Discussies over het communautaire of wie waarvoor bevoegd moet zijn: die zijn nu niet relevant. Politici beseffen dat te weinig, maar mensen zijn hier nu helemaal niet mee bezig. Niemand weet nog hoe de regering-Wilmès II is gevormd of wie wie verraden heeft tijdens de vorming van een noodregering. Mensen waren toen al bezig met de impact van de coronacrisis op hun leven. Het klassieke politieke spel is naar de achtergrond verschoven.'


Die situatie is vooral voor N-VA lastig, denkt Maddens. 'Op dit moment wil je als politicus liefst een crisismanager zijn in de federale regering. Mocht je nu een opiniepeiling houden, dan zouden de meest zichtbare partijen in de federale regering beter scoren dan in eerder afgenomen peilingen. N-VA moet op dit moment niet hopen op een remonte, de steile opgang van Vlaams Belang zal wellicht een stuk minder zijn.'


Nu voluit chargeren in de oppositie is volgens Maddens daarom geen optie voor N-VA. 'In deze crisis valt weinig te winnen met aanvallen op De Block of Beke. Mensen zijn daar niet mee bezig. Ze vergelijken de Belgische situatie met die in andere landen en zien dat wij het al bij al niet zo slecht doen in vergelijking met Spanje, Italië en de VS. Van dat succes is N-VA geen deel. Zij voelen aan dat ze niets anders kunnen doen dan stilzitten en wachten tot dit overwaait.'


Weinig beterschap in zicht

Dat stilzitten zou wel eens lang kunnen duren, meent Devos. 'Een federale regering zonder hen is een stuk aannemelijker dan een met. Dus zitten ze tot 2024 waar ze niet wilden zitten: in de oppositie naast het VB. Bart De Wever wilde er alles aan doen, en er veel voor opgeven, om dat te vermijden. Maar het lijkt mislukt.'


N-VA zit niet alleen in slechte papieren omdat het niet in de machinekamer zit waar de coronacrisis echt te lijf wordt gegaan, menen de politicologen. Ook omdat het speelveld de komende weken, maanden, misschien zelfs jaren, voor hen minder gunstig zal zijn. 'De nood aan een grondig debat over onze staatsstructuren is door corona misschien urgenter geworden, maar dat debat zal wellicht nauwelijks plaats krijgen,' zegt Devos, daarin bijgetreden door Maddens.


'En wat met identitaire debatten, waar een Theo Francken zich zou kunnen in uitleven? Je moet al een bijzonder grote vluchtelingencrisis krijgen om hier tegenop te kunnen. Ook het neoliberale verhaal van N-VA, waarmee ze zich profileerden ten koste van de liberalen, klinkt nu schril. Zullen ze nu nog durven herhalen dat je miljarden kan besparen op het apparaat van de sociale zekerheid? Experts wisten voor de coronacrisis al dat dat niet kan. Nu dat apparaat en haar structuren massaal worden ingezet, weet iedereen het. En voor N-VA, met haar allergie voor nieuwe inkomsten, wordt het geen pretje om de diepe financiële putten die nu worden gedolven, te dempen. De Vlaamse begroting gaat door de coronamaatregelen 4,1 miljard euro in het rood, tien maal zoveel als begroot voor de epidemie. Daar een antwoord op vinden zonder nieuwe inkomsten? Moeilijk hoor. En dat terwijl partijen als PVDA, Groen, SP.A en zelfs CD&V een vermogensbelasting op tafel kunnen leggen.'


'Wie kan de kracht van verandering toepassen op de eigen partij?'

Carl Devos (UGent)


Devos besluit met wat hij het personeelsprobleem van N-VA noemt. 'Wie is er eigenlijk nog een top-N-VA'er? En belangrijker: wie kan De Wever opvolgen? De toekomst van de partij, zo leerden de jongste verkiezingen, liggen in het centrum. N-VA kon haar verlies aan het VB, die het voor het zeggen heeft op de extreme flank, wat milderen door stemmen te halen bij de centrumpartijen. Sinds december 2018, toen ze de historische stommiteit beging de regering te verlaten, nam N-VA de afslag naar een situatie waarin alles wegzakt. De partij moet zich dus heruitvinden. Maar wie kan de kracht van verandering toepassen op de eigen partij? De Wever niet meer en wie heeft evenveel autoriteit als hij om het wel te doen? Ik zie niet wie zijn grote schoenen kan vullen. Nochtans is het ondertussen zeer duidelijk geworden dat iemand het allicht moet doen.'


Simon Demeulemeester - Knack



2020, In staat van oorlog


Dokter A.M. Uytersprot


Neuropsychiater



In het ziekenhuis heerst er een heel nieuwe spanning. In al mijn jaren als arts heb ik nooit zo'n situatie meegemaakt. Deze situatie is zo nieuw dat er geen protocollen zijn en dat er niemand met deze situatie vertrouwd is. Dat voel je. Het doet me denken aan het werkveld van Artsen Zonder Grenzen. Kamperen in tenten, ontsmetten, enz. Het financieel gewin is niet meer belangrijk, het gaat nu over overleven voor henzelf en de patiënten.


Van evidence-based therapie is momenteel geen sprake meer. Het is vooral experience-based en alle hens aan dek. Voorheen zou men nooit vitamine C als therapie voorgesteld hebben, nu dus wel. Het is een totaal andere manier van werken, de vastgeroeste paden worden verlaten en dokters gaan weer nadenken en improviseren. Ze zoeken elkaar op om samen de schouders te zetten onder het onbekende dodelijk probleem. Ze zijn dapper, ze riskeren zelfs hun eigen leven om anderen te helpen. Wie had dit een paar weken geleden kunnen bedenken.


Heel veel dingen zijn op korte tijd aan het veranderen, zaken die vroeger wel ter sprake kwamen maar nooit ten uitvoering kwamen gebeuren nu in een paar weken. Departementen slaan de handen in elkaar om de maatschappij te ondersteunen. Het is hier ook alle hens aan dek want veel mensen zitten nu werkloos thuis. Een belangrijke verandering is al het thuiswerk, vroeger met mondjesmaat toegestaan en nu verplicht. Door het feit dat mensen ook meer thuis moeten blijven zal alles wat gericht is op de thuisblijvers gaan boomen: voeding en allerlei bezorgsystemen aan huis. Ook het milieu zal er baat bij hebben. De vraag is alleen: gaan we nadien hervallen in oude systemen of blijven we de nieuwe paden bewandelen?


Tot voor kort leefden we in een egocentrische maatschappij. Ieder voor zich, groep per groep, partij per partij en was er weinig begrip voor standpunten van andersdenkenden. Plots worden we geconfronteerd met een maatschappij waar mensen geen contact meer mogen hebben met elkaar, het is zelfs verboden. Men zou al kunnen denken dat de maatschappij gestraft wordt voor zijn zonden. Maar ik houd het eerder op een toevallig of stochastisch proces, een moeilijk woord om te zeggen dat de uitkomst van iets niet te voorspellen of te berekenen valt en alleen maar met een bepaalde mate van waarschijnlijkheid kan aangegeven worden. In het hele coronaverhaal is er inderdaad veel waarschijnlijk en weinig vaststaand. Het gebeuren zelf is toevallig, maar zat er ook wel aan te komen. Maar niemand, op enkelen na, dacht dat het ooit zou gebeuren. Het is zoals het jarenlang gerommel van een vulkaan, die dan plots toch onverwachts uitbreekt. We zijn wel erg geschrokken nu het onheil gebeurd is en er is veel verwarring. Maar dit zal in de toekomst ook weer leiden naar gemeenschappelijke regels waarbij overheden samen gaan werken. Ook zien we nu nog maar eens dat we ons niet moeten terugplooien op een groep en dorp.


Ik hoop dat dit hele gebeuren de mensen dichterbij brengt en dat men beseft dat men elkaar nodig heeft. Het is niet een dure auto die geluk brengt maar het feit dat we met elkaar kunnen optrekken. Nu al merkt men dat mensen meer openstaan voor anderen, willen helpen en steunen. Ik hoop dat dit effect niet snel vergeten wordt als alles normaliseert.


Waar we ook eventueel moeten bij stilstaan is de periode na de infectie. Gaan al deze zieke patiënten die genezen verklaard zijn echt genezen zijn of gaan er restletsels blijven? Er is nu al sprake van blijvende longletsels na het herstel van een zware infectie.


Dr. Annemie Uyttersprot, neuropsychiater en gespecialiseerd in immunoneurologische gerelateerde aandoeningen.


MediQuality biedt haar leden de mogelijkheid hun mening te uiten over actuele en/of medische kwesties.

Deze opinies weerspiegelen de persoonlijke mening van hun auteur en vallen onder diens verantwoordelijkheid.


 Auteur: Dr. A.M. Uytersprot

Bron: MediQuality



De coronakater van De Wever


De N-VA staat grotendeels aan de zijlijn in de aanpak van de grootste gezondheidscrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat valt de partij zwaar.

 

Jan-Frederik Abbeloos - De Standaard



Ik denk dat daar meer gewerkt kan worden dan er vandaag wordt gewerkt.’ De inschatting van de Vlaamse minister-president Jan Jambon (N-VA) over de sector van de poetshulpen veroorzaakte eergisteren in het Vlaams Parlement al kritiek. Ook dienstenchequebedrijven hekelen dat Jambon de ‘realiteit op het terrein’ niet kent. Het is niet de eerste uitspraak van Jambon die controverse veroorzaakt, maar deze keer illustreert ze de slechte papieren waarin de N-VA zit sinds de uitbraak van de coronacrisis. De partij beheerst het thema niet, zit niet aan de belangrijke knoppen en kan zich moeilijk profileren.


Gezondheidscrisis is geen migratiecrisis

De N-VA heeft de crisis erg laat ingeschat. Het zal Theo Francken (N-VA) nog lang spijten dat hij op Twitter citeerde uit een column die sprak over een ‘pande-mietje’ en viroloog Marc Van Ranst belachelijk maakte. Voorzitter Bart De Wever (N-VA) riep lang op ‘normaal te doen’ voor hij de bocht maakte. In de Nationale Veiligheidsraad stond de N-VA op de rem om bijeenkomsten te beperken en vervolgens om de scholen te sluiten. Die voorzichtige houding contrasteert met het snelle schakelen in 2015, bij de uitbraak van de migratiecrisis. Toen liep de partij vaak voorop met de vraag naar een kordate aanpak.


De partij krijgt moeilijk de verdachtmaking van zich afgeschud dat ze de volksgezondheid slechts schoorvoetend kan laten voorgaan op de economie. Wie dat vooroordeel koestert, zag het bevestigd in de verklaringen van Jambon, zelfs al verwoordde hij een bredere bezorgdheid over een algemene economische stilstand. Iets waar evengoed de PS voor waarschuwt. Alleen klinkt die boodschap blijkbaar verdachter bij Jambon. Het illustreert hoe de N-VA met een geloofwaardigheidsprobleem kampt. De coronacrisis is voor de N-VA geworden wat de migratiecrisis was voor linkse, zogenaamde ‘open­grenzenpartijen’. De karikatuur dreigt.


De Wever had gehoopt die handicap weg te werken door federaal aan de knoppen te komen. Uit alle interviews sinds de gefaalde vorming van een N-VA-PS-kabinet spreekt grote frustratie. De Wever gaf in Humo toe dat hij de crisis ‘graag gemanaged had’. Francken erkende in Knack dat de partij de voorbije jaren pas echt is gaan beseffen hoe groot de macht van een federale premier is. De N-VA zag van nabij hoe Jambon zijn carrière maakte als gezicht van de strijd tegen terreur en Francken als migratiemanager. Er was de partij veel aan gelegen weer federaal te besturen zoals dat voor de ­Marrakech-crisis het geval was. ‘Desnoods gingen we met een wit blad naar de koning’, liet De Wever zich ontvallen tijdens De zevende dag. Het mocht niet baten. Er kwam een minderheidsregering die de N-VA niet steunt, maar wel volmachten toekent. Een spreidstand die oppositie voeren de komende maanden moeilijk maakt. En met wat pech zit de partij tot 2024 in de oppositie.


Federale zijlijn

De N-VA ondervindt parallel de ijzeren politieke wet dat het federale niveau meer aandacht krijgt, zeker in crisistijden. Het is Nathalie Muylle (CD&V) die de tijdelijke werkloosheid uitrolt, Alexander De Croo (Open VLD) die de bankgarantie optuigt, Maggie De Block (Open VLD) en Philippe De Backer (Open VLD) die mondmaskers opvolgen, Pieter De Crem (CD&V) die het samenscholingsverbod handhaaft. De gewesten bieden aanvullende steun, maar verdwijnen naar de achtergrond. En Vlaams heeft de N-VA amper ministers die aan zet komen. Alleen Ben Weyts heeft op het vlak van onderwijs het veld voor zich.


Federaal probeert de partij wel op de agenda te wegen, denk aan de mondmaskerdiscussie tussen Kathleen Depoorter en De Block (DS 23 maart). Die pogingen steken schril af bij de aandacht voor de federale excellenties. ‘Het land is in goede handen’, schreef Het Laatste Nieuws gisteren opvallend op de voorpagina, inclusief de foto’s van premier Sophie Wilmès (MR) en Maggie De Block. Zo’n positieve perceptie van de volgens De Wever ‘kaduke minderheidsregering’, kan een groot probleem worden voor de N-VA.


Ondertussen moet de partij in de oppositie Vlaams Belang afhouden. Die partij blijft wel inhakken op Marc Van Ranst, dat eist wel extra uitgaven zoals 100 procent looncompensatie bij tijdelijke werkloosheid, terwijl De Wever al waarschuwt voor de sanerings­periode die wacht. Ook dat is een breed gedeelde bezorgdheid, maar net zoals bij Jambon eentje die je momenteel met de nodige voorzichtigheid moet aanstippen.


De Standaard



Hugo Camps -Troost


Troost kan ook Van Ranst niet bieden,

daarvoor moeten we een beroep doen op de kunsten, op muziek en literatuur


De Morgen



De afstand wordt bedrieglijk in quarantaine. Mijn dochter Sandra woont in München. Is best in een dagje te bereizen, maar soms voelt het alsof ze in Rwanda woont. Met niets om handen veranderen tijd en afstand van emotie en structuur. Het gevoel van verwijdering neemt toe in afzondering.


De vogeltjes hebben het druk, de bomen botten er op los, de bloesjes worden dunner, de zon schijnt, maar de lente bereikt mij niet. Ik blijf in wintermodus. Dit voorjaar is niet echt een voorjaar. De rituelen ontbreken: Milaan-Sanremo, de Ronde, fietsers die in een mozaïek van kleuren het groene landschap klieven, processies… Daartegenover geeuwtelevisie met alleen maar dood. We zijn allemaal coronaslachtoffers.


Straks wordt het Pasen en moeten de kinderen in quarantaine paaseieren rapen. Opa en oma kijken toe op Skype – ze hebben een reisverbod. Gezamenlijkheid splintert, terwijl dat juist de belofte van nieuw leven inhield. Met zijn allen uit het kot, op naar samenzang van mens en natuur.


Burgerplicht is een autoritaire diepvriezer.


De Mätthäuspassion is een hoogtepunt van het voorjaar. De laatste twintig jaar heb ik geen uitvoering van het oratorium van Bach overgeslagen. In Nederland is het de hoogste podiumkunst. Alle kerken doen er aan. Ofschoon ongelovig grijpt het lijdensverhaal van Jezus mij aan. Het is als bidden, terwijl ik bij god de tekst van het onze Vader niet meer zou weten. Maar het ‘Erbarme dich’ van Johann Sebastian Bach hakt er elk jaar diep in. Je kan de Mätthäuspassion nu ook digitaal beluisteren, maar daar is weinig aan. Tekst en muziek moeten als een warm bad over ons heenkomen, in een kerk of in het concertgebouw. Als stervelingen onder elkaar.


Het is mooi dat de wetenschap het overgenomen heeft van de politiek. Ik heb meer vertrouwen in Marc Van Ranst dan in Jan Jambon. Onze nationale viroloog objectiveert de ellende zonder politieke strik. Zijn analyses zijn op zichzelf een appel tot samenhorigheid. Maar troost kan ook Van Ranst niet bieden, daarvoor moeten we beroep doen op de kunsten, op muziek en literatuur.


De uitvoering van de Mätthäuspassion is een hoogtepunt van troost. Het wordt ons dit jaar ontzegd, want ook kerken ontsnappen niet aan het samenscholingsverbod. Naarmate de crisis langer duurt, komen steeds meer mensen in geestelijke nood. Nog is de angst voor het sterven overheersend, maar de burgers zijn ook op zoek naar geestelijke balsem. Naar de zachte kracht van introspectie op een bedje van muziek en literatuur.


Misschien wel naar een wiegenliedje.


Wetenschap en kunst in elkaars verlengde – het zou een andere wereld zijn. Los van demagogie en populisten, ver van partijpolitiek opbod. Bezielde technocratie kan ook wervend zijn. Doe daar nog een streep Bach bovenop en we leven in de beste der werelden. Voor alle zekerheid: dit is geen elitaire koketterie, David Bowie en Adele mogen ook. En Chet Baker.


De Mätthäuspassion gaat over de dood, maar is toch hoopgevend. Naast de schoonheid van de muziek kan het slachtoffers van het coronavirus tot een instrumentele moraal brengen. Kunst als geheim wapen. Het is het enige krachtige antwoord op een heidense werdegang. De enige zin van het zinloze.


De Morgen



Wim Derave


Professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen,

vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit Gent.


De Morgen



Brief aan alle Belgen: ‘Laat me de verwarring wegnemen: er komt een drama op ons af’


Ik begrijp dat veel mensen verward zijn door de coronacrisis. Toegegeven, het is niet makkelijk te begrijpen: een onzichtbaar virus dat alleen kan bestreden worden op het moment dat het nog niet echt heeft toegeslagen. Laat me die verwarring wegnemen: er komt een drama op ons af. Als we de huidige maatregelen strikt opvolgen, dan zal het hels zijn, maar misschien nog niet catastrofaal. 


Maar dit weekend ging het al mis. Dus het zal wel catastrofaal worden. We lopen met open ogen in de afgrond, uit eigenbelang.


JE-M’EN-FOUTISME

Er is geen tijd meer om lacherig te doen over de adviezen, het er nog eens goed van te pakken en een lockdownparty te organiseren. De maatregelen die donderdag aangekondigd waren, moesten eigenlijk woensdag al zijn ingegaan. Om het organisatorisch haalbaar te maken, liet de regering ze pas ingaan in de nacht van vrijdag op zaterdag; niét om de mensen nog één avond te kunnen laten genieten van gezelligheid met vrienden op café of restaurant.


Begrijp me niet verkeerd. Ik heb zeer veel begrip voor het leed van de restaurant- en café-uitbaters, de organisatoren van alle ontelbare events die gecanceld moeten worden en die zullen geconfronteerd worden met (bijna) faillissementen van organisaties, zelfstandigen en bedrijven. Maar de ‘reçette’ van één vrijdagavond gaat hierin geen soelaas bieden. 


Zelfs een mooie opbrengst op vrijdagavond verdwijnt in het niet bij de verliezen die gepaard gaan met één dag later in ‘social distancing’ gaan. Dat ene etentje maakte dus wél uit. Binnen drie weken gaan we ons dit laatste bacchanaal serieus beklagen.


Het maakt me verdrietig. We zijn een eigenwijs en tegendraads volk. Je m’en fous, zeggen we. Veel te veel gesteld op onze individuele verlangens om deze epidemie de baas te kunnen. Ons individualisme gaat ons de das om doen. De enige landen (zoals Japan, Hongkong en Singapore) die er tot nu toe in geslaagd zijn om de epidemie in bedwang te houden, die ‘#FlattenTheCurve’ echt hebben gerealiseerd, zijn landen 1) die getraind zijn in epidemieën (SARS, vogelgriep, etc), 2) die snel reagerende overheden hebben die drastisch kunnen en durven ingrijpen, en 3) wiens bevolking grote burgerzin en veel discipline heeft, en die het collectief boven het individu plaatsen. In België hebben we geen van die drie. Aan de eerste twee kunnen we zelf weinig doen, maar dat derde, dat hebben we aan onszelf te danken.


RED EENS EEN LEVEN

Dit is een historische kans. We kunnen nu echt iets betekenen voor elkaar en voor het land. Ieder van ons kan nu een leven redden door zich verantwoord te gedragen, door het collectief boven het individu te plaatsen.


Onze taak is duidelijk. De besmettingsgraad voor dit fel onderschatte virus is 2 à 3. Dit betekent dat elke besmette persoon gemiddeld 2 à 3 andere mensen besmet. Dit lijkt mee te vallen, denk je, maar dat is niet zo. Want als je twee andere mensen besmet, dan besmetten zij elk ook twee andere mensen (dus 4 in totaal), en zij op hun beurt (8) en hun beurt (16), en als je dit 10 keer herhaalt, heb je in je eentje meer dan 16.000 mensen besmet. 


Dat was het optimistische scenario. Als je elk 3 mensen besmet (en zij doen dat op hun beurt ook), dan heb je na even veel dagen 1,5 miljoen mensen besmet. Aangezien je niet de enige bent die besmettingen doorgeeft, zitten we binnen enkele weken in een situatie waar alle haarden met elkaar versmolten zijn en dat 60 tot 70 procent van alle mensen in Europa besmet is.


We moeten de besmettingsgraad dus onder de 1 brengen! Je moet met zo weinig mogelijk mensen in contact komen, zodat je 1) zelf niet besmet geraakt, of 2) maximum 1 andere mens besmet (maar liefst geen enkele) als dat wel zo is. Aangezien de meeste mensen niet alleen wonen, en aangezien het bijna onmogelijk is om je huisgenoten (partner, kinderen) niet te besmetten als je zelf besmet bent, is dat tweede in de praktijk bijna onmogelijk. Dus enkel het eerste is haalbaar: zorgen dat je niet besmet raakt. 


Aangezien we niet weten wie er besmet is en wie niet (de labo’s kunnen zo veel analyses niet aan), moet je ervan uitgaan dat iedereen potentieel besmet is. Dat is het venijnige aan dit beestje: je weet pas een week later dat je al een week eerder besmet was, dus het staat bij niemand op het voorhoofd af te lezen. Binnen enkele weken wordt de kans vrij groot dat de mensen voor en achter je in de rij bij de bakker besmet zijn. Momenteel zijn er zogezegd maar ruim 500 mensen besmet in België, maar dat aantal ligt in realiteit 10 tot 15 keer hoger (wetenschappers zijn het eens over die aantallen), dus 5.000 à 10.000 vandaag in België, maar dat is over een paar dagen een veelvoud hiervan.


De opdracht is duidelijk: isoleer jezelf met je huispartners. Beperk contact met anderen tot het strikt noodzakelijke (bv. voeding inkopen), en hou in dat geval afstand van elkaar en volg de regels van handhygiëne etc. Vrienden bezoeken behoort niet tot de opties. Het leed van de genomen maatregelen is zeer groot (bv de financiële verliezen in de horeca, de reissector, de culturele sector etc), maar het wordt nog veel zuurder voor iedereen als die maatregelen zinloos worden gemaakt, door toch nog af te spreken met vrienden en de feestjes voortaan thuis te organiseren (in plaats van op café of restaurant).


HAMSTERS EN EEKHOORNS

Veel mensen ergeren zich aan andere mensen die hamsteren. Ik begrijp die ergernis, maar ik begrijp ook de hamsteraars. Eigenlijk doen hamsteraars weinig fout. Het is een natuurlijke reactie (hamsters en eekhoorns doen het ook), het is ook des mensen. Het is niet zo gek om te denken dat er een probleem kan komen als de drie bakkers in je buurt binnen enkele weken alledrie tegelijk ziek in bed liggen met Covid-19. Hamstergedrag raad ik af, want het is vervelend, maar het is niet gevaarlijk. Lockdownfeestjes en homeparty's zijn wel extreem gevaarlijk. Dat is regelrecht egoïsme.


(Trouwens, de echte asociale hamsteraars zitten op de beurs. Die brokers verkopen massaal hun aandelen bij het begin van een crisis (wat de crash verder uitlokt) en kopen dan doodleuk terug in als de put bereikt is, en het bloedbad voltrokken is. Zij maken winst in volle miserie. Gewone mensen hamsteren wc-papier voor cash; brokers hamsteren cash voor waardepapier (aandelen), en ze hebben dat geld helemaal niet nodig.)


FRONTLINIE 

De oorlog van de komende weken en maanden zal in de ziekenhuizen worden gestreden. Dat wordt het slagveld, en het zal niet mooi zijn. De frontsoldaten zijn de verplegers en verpleegsters, dokters en alle helden in de zorg. De meeste andere mensen zullen wel merken dat het oorlog is, maar zullen de vijand niet recht in de ogen kijken. Ze zullen de maatregelen wel voelen, maar de eigenlijke gevechten alleen op tv zien. Tenzij je zelf een zieke (groot)vader of (groot)moeder naar het ziekenhuis moet brengen en daar te horen krijgen dat hij/zij te oud is om nog verzorgd te worden en je best terug naar huis keert om hem/haar daar te laten sterven. Dat is pure horror, en ik hoop dat je daarvan gespaard blijft.


De frontsoldaten zullen daar niet van gespaard blijven. Ze zullen hartverscheurende keuzes moeten maken, omdat ze niet iedereen kunnen helpen die hulp nodig heeft. In Italië sterven momenteel veel meer mensen dan eigenlijk zou moeten voor het virus. Voor elke vier coronasterfgevallen hadden er drie vermeden kunnen worden als er genoeg bedden, verzorgers en vooral beademingstoestellen waren geweest.


De frontsoldaten riskeren hun leven, want de beschermende kledij en maskers gaan ooit op zijn en onvoldoende kunnen aangevuld worden. Binnen enkele weken is de epidemie overal tegelijk ontploft en is er een wereldwijde schaarste op beschermende kledij, mondmaskers etc.


Volgens de berekeningen van de experts gaan onze eigen klinieken onvoldoende capaciteit hebben om deze epidemie te doorstaan. Zelfs in een optimistisch scenario, waarbij slechts 30 in plaats van 60 procent van de Belgische bevolking geïnfecteerd zal geraken (op voorwaarde dus dat niemand nog home party's houdt en vrienden bezoekt vanaf nu), zullen 150.000 Belgen moeten gehospitaliseerd worden, waarvan 30.000 in de intensieve zorgen en aan de beademing. We hebben niet eens een fractie van die capaciteit ter beschikking! Ze mogen absoluut niet allemaal tegelijk komen, we moeten de epidemie vertragen. Een deel van die 30.000 zullen we kunnen redden, de rest zal dus sterven. In Italië is dit dus momenteel één op de vier die kan gered worden, en zij zitten al op de knieën en ze zitten nog niet eens op de piek van de epidemie! 


Het voelt vreemd om deze zinnen op te schrijven. Het lijkt alsof wij dit niet kunnen meemaken, dat het niet past in ons wereldbeeld, dat zachter is en minder rauw. Maar naar alle waarschijnlijkheid zal het toch gebeuren. Ik vind allerminst genoegen in het bang maken van mensen, maar zo lang veel mensen de ernst nog steeds niet vatten, moeten we expliciet zijn.


We kunnen twee dingen doen. Het eerste is extra capaciteit creëren. Dat is wat de ziekenhuizen nu doen (vandaar dat je gisteren en vandaag bij alle ziekenhuizen hoort dat ambulante consultaties geannuleerd worden, en niet-dringende ingrepen uitgesteld worden). Maar dat blijft volstrekt onvoldoende. Dus hangen we af van de tweede strategie, de discipline van de bevolking om de epidemie minder snel te laten stijgen. Flatten the curve, dus. We slagen hier op dit moment niet in. We zitten nog redelijk in het begin, maar we volgen momenteel het groepje Europese landen die Italië achterna gaan. Niks geen ‘flattening the curve’ zoals in Japan, Hongkong en Singapore. Maar ook niet zo dramatisch als in de VS. 


Wie de komende weken de pech heeft om ernstig ziek te worden, zal afhankelijk zijn van de moed, zelfopoffering en onbaatzuchtigheid van de helden van de zorg. Zij gaan pauzes overslaan, dubbele shiften draaien, oververmoeid verderwerken, het werk van hun door corona gevelde collega ook nog erbij nemen, en dit weken, zelfs maanden aan een stuk. Mijn schoonzus, Gaella Labarque, zal als verpleegster werken op een corona-afdeling. Ik krijg tranen in mijn ogen bij de gedachte.


In een normale oorlog hangt de ernst van het gevecht niet af van de discipline van je eigen achterhoede. Nu wel. Hoe meer wij ons nu gedragen, hoe minder de kans dat onze frontsoldaten binnen enkele weken door de knieën gaan.


Doe het voor Gaella, en voor alle frontsoldaten: “Flatten the curve, and spread the word!”



De Morgen



Vlexit


Het echte einddoel van N-VA is duidelijk.


De Morgen



Slechts een kleine minderheid van de Belgen wil het land uit elkaar zien vallen.

Toch wordt dat toekomstscenario almaar reëler, redeneert hoofdredacteur Bart Eeckhout.


In het portret dat De Tijd vorige week schetste van minister-president Jan Jambon (N-VA) ging veruit de meeste aandacht naar de onwaarheid over asielzoekers die zoveel kindergeld zouden cumuleren dat ze zich er een huis mee kunnen aanschaffen. Jambons stelling dat het Vlaams Parlement een nieuwe staatshervorming moet gaan voorbereiden, kreeg minder aandacht. Op langere termijn zou die uitspraak nochtans weleens belangrijker kunnen blijken te zijn.


“De kaarten liggen stilaan goed om onze ultieme vraag naar confederalisme op tafel te leggen”, klinkt het opgetogen. Er is enige haast mee gemoeid, vervolgt Jambon, want misschien volgen er vervroegde federale verkiezingen en worden bij die gelegenheid cruciale grondwetsartikelen opengesteld.


Want, zo luidt de redenering, het vastlopen van de regeringsonderhandelingen bewijst toch dat het land niet meer functioneert? Hoe langer de situatie aansleept, hoe meer mensen ervan overtuigd raken dat het helemaal anders moet. Enter confederalisme.


Uit de verklaring van Jambon vallen interessante besluiten te trekken.


N-VA is niet alleen medeverantwoordelijk voor de aanslepende blokkering van de federale regeringsvorming, die blokkage wordt ook bewust ingezet om het eigen politieke doel te bereiken. De riskante uitweg van vervroegde verkiezingen maakt volwaardig deel uit van de N-VA-strategie.


VERHELDEREND

Zoveel openheid is verhelderend. Voor het eerst geeft een N-VA-kopman toe dat zijn partij niet echt meer is geïnteresseerd in federale regeringsdeelname, maar enkel in het ‘goed leggen’ van de kaarten voor confederalisme. De formatie moet met andere woorden zo lang mogelijk duren, zodat mensen er een afkeer van krijgen. Dan zullen ze bereid zijn om de gok van een ommekeer te wagen, in 2024 of vroeger.


Je zou die strategie cynisch kunnen noemen: partij veroorzaakt mee blokkering, mensen raken blokkering moe en worden zo vatbaar voor het aanbod van de blokkerende partij. Het belangrijkste is: de strategie werkt.


Dat het Belgische bestuursmodel ‘op’ is, is een gedachte die je niet alleen meer uit Vlaams-nationalistische monden hoort ontsnappen. “Er is iets grondig mis met de bestuurskracht van ons federaal systeem. (…) Vroeg of laat loopt het volledig fout”, stelde politicoloog Carl Devos enkele weken geleden nog in De zevende dag. De professor bedoelde het niet noodzakelijk zo, maar de woorden werden op algemeen gejuich onthaald bij de N-VA-achterban. Zo sijpelt de gedachte stilaan door dat we dat confederalisme desnoods maar eens moeten proberen.


De N-VA is erin geslaagd in relatief korte tijd de idee dat België niet meer werkt als een dogma te verankeren in vele hoofden. Een mens durft het bijna niet meer hardop te zeggen, maar die idee klopt niet echt.


TOXISCH

En die hoge staatsschuld dan – symbool van de Belgische ziekte? Die is er niet gekomen door decennia van wanbeleid, zo stipte de Gentse politicoloog Ferdi De Ville onlangs aan, maar doordat België tekorten maakte op één welbepaald en slecht getimed moment, toen daar veel rente op moest worden betaald (begin jaren 1980). Van die ene, korte, duistere periode is de hoge staatsschuld (die toen in vijf jaar tijd met liefst 40 procentpunten steeg) de blijvende erfenis. Ze was deze eeuw mogelijk weer onder controle gebracht, mocht de crisis van 2008 niet alle inspanningen hebben uitgewist. Met structureel ‘malgoverno’ heeft dat allemaal niet veel te maken.


Bij de laatste grote test – de financieel-economische crisis van 2008 – bleek België juist prima te werken. De zogenaamde automatische stabilisatoren die vervat zitten in onze sociale zekerheid dempten de ergste schokken. Terwijl de rest van Europa kapseisde, voer de Belgische welvaartsstaat relatief ongeschonden door de storm. Toegegeven: juist die aspecten van onze verzorgingsstaat remmen ook snelle hervormingen van de arbeidsmarkt af. Nu de sociale zekerheid haar 75ste verjaardag heeft gevierd, zou je een nuttig debat kunnen voeren over wat verkieslijk is: wel stabilisatoren of niet, maar dan zonder het toxische ‘Belgium isn’t working’-gedaas.


Over dat befaamde confederalisme willen we graag toch even opmerken dat er op dit moment geen enkel land ter wereld is dat een confederaal bestuur kent. Geen enkel. Nul. Servië-Montenegro was de laatste confederatie die we gekend hebben, en die landen laten goed zien wat confederalisme altijd is: een tussenfase. Ofwel naar (her)federalisering, zoals in Duitsland. Ofwel naar splitsing.


‘GET BREXIT DONE’

Het is dan ook vrij duidelijk wat het echte einddoel van de N-VA is: een ‘vlexit’, een ontsnapping van Vlaanderen uit België. Het confederalisme zet de deur onvermijdelijk open naar separatisme.


Professor en oud-politicus Frank Vandenbroucke vergeleek het N-VA-confederalisme vorig jaar in een opiniestuk in deze krant bijzonder treffend met de brexit. Net als de brexit in Groot-Brittannië wordt het confederalisme ons verkocht als een passe-partout voor alle bestuurlijke problemen, en net als bij de brexit zal de werkelijkheid veel morsiger, complexer en riskanter zijn.


Net als bij de brexit moet ook een confederale ‘vlexit’ immers onderhandeld worden, met een tegenpartij die eigen belangen te verdedigen heeft. Denken we werkelijk dat Franstalig België zichzelf vrijwillig naar het bankroet zal laten leiden bij de verdeling van de staatsschuld? En net als bij de brexit heeft ook het confederalisme zijn eigen ‘backstop’: Brussel. De N-VA-bollebozen weten zich er geen raad mee. Wat moet een bedrijf in Brussel straks doen? Twee arbeidsmarkten, met bijvoorbeeld eigen loon- en ontslagregelingen, integreren in zijn personeelsbeleid? Ja, dat gaat de zaken nogal efficiënt maken…


Toch is er een deel van de vergelijking met de brexit die Frank Vandenbroucke uit het oog verliest. Alle tegenargumenten ten spijt, komt die brexit er dus wel. Met zijn vele bedoelde en onbedoelde woordvoerders heeft het ‘België werkt niet’-narratief dezelfde potentiële verleidingskracht als ‘get brexit done’ van Boris Johnson. En net als in het Verenigd Koninkrijk schrikken andere partijen terug om een even krachtig alternatief te laten horen.


Wie er de Vlaming over ondervraagt, verwacht geen meerderheid voor de wens om het land (gedeeltelijk) te splitsen. Maar toen David Cameron van het idee beviel om een referendum te houden over het Britse EU-lidmaatschap, had hij ook niet gedacht dat hij zou verliezen. 


De Morgen



En plots was het land onbestuurbaar


Of juist niet?


Apache



Het hoge woord is eruit. België is onbestuurbaar. ‘Rien ne va plus’.

Er moet een grondige staatshervorming komen of anders dreigt de grote Kladderadatsch …

En wat als de zaken nu eens een pak eenvoudiger waren?

België kan perfect bestuurd worden, maar het zal een pak socialer moeten en een pak eerlijker.

Alleen wint de N-VA daar geen verkiezingen mee.


De manier waarop de koninklijke opdracht van Koen Geens tot een einde is gekomen, lijkt spectaculair en ongezien. Maar is dat wel zo? Geloofde er iemand aan de onderhandelingstafel écht dat er een regering kon worden gevormd met N-VA en PS? Alleen wie ziende blind was en potdoof had de voorbije maanden de wederzijdse veto’s niet opgemerkt. Bart De Wever is maar al te blij dat het zijn nemesis Paul Magnette is die de stekker er heeft uitgetrokken. Dan kan hij – tijdelijk – in de rol kruipen die hem het beste ligt: die van Calimero.


Het riedeltje is tot op de draad versleten. België telt twee democratieën. De ene wil een rechts beleid en de andere een links. De wil van de Vlaamse en Franstalige kiezer kan dus alleen maar gerespecteerd worden als de twee landsdelen over een zo groot mogelijke autonomie beschikken. Dan kan Vlaanderen à volonté de werkloosheidsuitkering in de tijd beperken en de belastingen verlagen, en kan Wallonië een vermogensbelasting invoeren en banen scheppen vanuit de overheid.


Alsof het allemaal zo simpel en zo karikaturaal zou zijn. Het frame van Bart De Wever staat schots en scheef en wie de zaken een beetje vanop afstand of vanuit een andere hoek bekijkt, ziet dat er van zijn uitleg niets klopt.


Europese druk

De nieuwe plannen van de Europese Commissie doen verwachten dat België

of het nu bestuurd wordt door de N-VA of door de PS

een meer sociale en groene koers zal moeten varen


Ten eerste heeft België nog nooit een linkse regering gehad. Een rechtse ook niet, als je dat vergelijkt met andere landen zoals Groot-Brittannië of de Verenigde Staten. België wordt al eeuwenlang bestuurd vanuit het centrum. Soms zijn er linkse accenten en soms zijn er rechtse. Maar dat heeft dan meer te maken met het kader (het ‘frame’) dat ons land vanuit Europa krijgt opgelegd. 


Wie de nieuwe plannen van de Europese Commissie leest, waant zich in de nota-Magnette, de onderhandelingstekst die eventjes op tafel lag van de paars-groene onderhandelaars in december 2019. Het valt dus te verwachten dat België – of het nu bestuurd wordt door de N-VA of door de PS – een meer sociale en groene koers zal moeten varen. Hoe ironisch is het dat scherpslijper Johan Van Overtveldt als voorzitter van de commissie Begroting in het Europees parlement een ‘Tobintaks’ mee helpt mogelijk te maken.  Als de PS zo’n belasting zou voorstellen, zou de N-VA moord en brand schreeuwen. 


En hoe lang kan België nog de dwingende suggestie van de OESO en andere internationale organisaties negeren dat we dringend het rekeningrijden moeten invoeren. Niet alleen om de luchtkwaliteit te verbeteren, maar om de concurrentiekracht van onze ondernemingen te verbeteren.


Hoe geloofwaardig is een partij die zelf vier jaar lang met geen woord repte over de onbestuurbaarheid van het land toen ze in de regering zat, en nu het einde van België afkondigt omdat ze dreigt in de oppositie te belanden?


Het feit dat de N-VA het communautaire zonder aarzelen in de koelkast stopte toen ze in de meerderheid kon stappen met de liberalen en de CD&V, bewijst dat de partij in niets verschilt van de andere machtspartijen in het land. 


De regeringsdeelname leidde tot een van de grootste verkiezingsnederlagen in de naoorlogse geschiedenis. De N-VA verloor voor de Kamer 20,5 procent van zijn kiezers. Dat is zelfs nog een half procent meer dan de CVP in de desastreuze verkiezingen van 1981. Ook de andere coalitiepartners van de Zweedse regering raakten in vrije val (MR verloor 21 procent, CD&V 23 procent en Open Vld 12 procent). 


Die winst ging naar drie kanten: naar de groenen, de radicale socialisten van de PTB/PVDA en naar het Vlaams Belang. Alle andere oppositiepartijen verloren (fors) terrein.


Vier olifanten in de kamer


De volgende regering zal forse sociale correcties moeten doorvoeren,

een eerlijker belastingsysteem uitwerken, drastische klimaatmaatregelen nemen

en de veenbrand van de nasleep van de vluchtelingencrisis blussen


Het zou van een vrij groot simplisme getuigen om de overwinning van het Vlaams Belang enerzijds, en PTB/PVDA en Ecolo/Groen anderzijds te interpreteren als een luide schreeuw om nog meer ‘Zweeds’ beleid. Integendeel. Het is duidelijk dat de volgende regering forse sociale correcties zal moeten doorvoeren, een eerlijker belastingsysteem zal moeten uitwerken, drastische klimaatmaatregelen zal moeten nemen en de veenbrand van de nasleep van de vluchtelingencrisis zal moeten blussen (en ons voorbereiden op de vluchtelingencrisis die in aantocht is).


Ziedaar de vier olifanten in de kamer (Kamer?) waar het de voorbije maanden niet over is gegaan. Uit de indiscreties die de pers haalden kunnen we afleiden dat er wel over de verhoging van de pensioenen werd gesproken, maar dat die vooral zal moeten worden gecompenseerd door besparingen in de sociale zekerheid. Op het moment dat Paul Magnette – slim als hij is – een evaluatie van de tax shift vraagt alvorens de hakbijl in het monument van de sociale zekerheid te zetten, zet De Wever de hakken in het zand. 


Dat het begrotingstekort en het tekort in de sociale zekerheid te danken zijn aan het beleid van de vorige regering, kan moeilijk worden ontkend. De tax shift legt de sociale zekerheid droog en is een duur instrument om (met belastinggeld) jobs te creëren. Precies datgene wat de N-VA (en onlangs ook nog Geert Noels) de Waalse regering aanwrijft.


Laat ons de vier olifanten even beklimmen en een eindje gaan wandelen.


Over sociale correcties praten is erg moeilijk geworden. Zo zouden hogere minimumlonen zorgen voor meer werkloosheid, zou een hoger leefloon mensen in armoede niet genoeg stimuleren om werk te zoeken en zouden hogere pensioenen onbetaalbaar zijn. Bovendien heeft het Vlaams Belang (dat ook pleit voor deze sociale correcties) de discussie vergiftigd door ze te vermengen met het vluchtelingendebat. Zolang de N-VA blijft meeheulen met diegenen die vluchtelingen (erkende of niet-erkende) blijft associëren met profitariaat en criminaliteit, zal het Vlaams Belang kiezers blijven winnen. 


De klimaatdiscussie in Vlaanderen is verworden tot de vraag of

Anuna De Wever niet te veel noten op haar zang heeft


Ondertussen staat Australië in lichterlaaie, is Groot-Brittannië voor de tweede keer in een decennium overstroomd en denken ze in Nederland luidop na over een dam die de Noordzee zou afsluiten.


In Vlaanderen blijven we elkaar jennen met de absurde vraag of we niet dringend kerncentrales moeten bijbouwen (hoeveel zouden er nodig zijn? Hoe lang duurt het om ze te bouwen. Hoeveel zou het kosten? Vraag het maar aan Maarten Boudry). Ondertussen is het makkelijker om een Oosterweelverbinding vergund te krijgen dan een handvol windmolens in Vlaams-Brabant. 


De Green Deal van Europa is een pak ambitieuzer en als België een deel van het Europese investeringsgeld voor het klimaat wil, zal het moeten kunnen aantonen waar ze het voor wil gebruiken. Een nep-klimaatplan is niet goed genoeg. 


De belastingen dan. Weinig politici durven het woord ‘belasting’ nog in het openbaar uitspreken. Dat is vervelend, want zonder belastingen is er geen staat en zonder staat zijn er geen politici.


Waarvoor dienen belastingen? Ze dienen om collectieve investeringen te doen die je als gewone individuele burger niet kunt doen, maar die wel nodig zijn om ervoor te zorgen dat je een normaal leven kunt hebben. Er worden scholen mee gebouwd, wegen mee aangelegd, soldaten mee betaald, dokters mee vergoed, ja, zelfs politici.


De kwestie is niet of er belastingen moéten worden betaald,

de kwestie is vooral hoe die lasten eerlijk worden verdeeld


De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen, inkomen uit vermogen of uit huur moet ook worden belast en belastingen die een negatief effect hebben (op arbeid bijvoorbeeld) moeten worden beperkt. Sommige belastingen (zoals die op tabak) dienen om een gedragswijziging te veroorzaken. Groene belastingen zijn de sympathiekste, want je kunt ze – als je een beetje creatief bent – makkelijk vermijden. Door minder afval te produceren, een kleinere of schonere wagen te kopen, door de trein te nemen,…


Kortom, debatten over belastingen zijn de interessantste die je in een democratie kunt voeren. Behalve in België. Daar wordt je gewoon voor ‘communist’ versleten als je vindt dat wie winsten puurt uit speculatie met aandelen ook moet worden belast. Gelukkig is Van Overtveldt er voortaan om het goede voorbeeld te geven. 


Wie zijn ‘wij’ en wie zijn ‘zij’?

En dan blijft er het ‘vluchtelingenthema’. Daar zijn andere woorden voor: het migratiethema, de islamisering, de terreurdreiging, het identiteitsdebat. Het zijn allemaal varianten op hetzelfde thema. Wie zijn ‘wij’ en wie zijn ‘zij’, wanneer kunnen ‘zij’ ook ‘wij’ worden en zijn ‘wij’ nog wel ’wij’ als ‘zij’ met meer zijn dan vroeger.


Het identiteitsdebat is verzand in clichés en voodoopolitiek


In dit debat is al zo vaak alles op een hoop gegooid dat niemand er nog overheen kan kijken. Het is door politici van zowat alle partijen verziekt. Laat ons eerlijk zijn. Als we niet kunnen erkennen dat dit eigenlijk allemaal verschillende debatten zijn, trappen we in de val van het (latente?) racisme. Want de discussie over economische migratie heeft niets te maken met die over oorlogsvluchtelingen. Asiel is een zeer specifiek concept en een heilig principe. De opvang van mensen in nood is een menselijke plicht. Gelukkig is er nog de paus die ons daar af en toe aan herinnert. 


Al die verschillende kwesties vragen verschillende oplossingen. Een muur rond Europa bouwen is er daar geen van. Tenzij je bereid bent om het vuur te openen op de ronddobberende bootjes in de Middellandse Zee.


De strijd tegen het terrorisme is een noodzakelijke strijd. Geen enkele regering kan onverschillig blijven wanneer er bommen ontploffen in de metro of de luchthaven van de hoofdstad. Maar die strijd dreigt te ontaarden in een strijd tegen de islam. 


De vrijheid van godsdienst is het fundament van de Westerse beschaving (ahum), eentje dat teruggaat tot de Tachtigjarige Oorlog en de Franse revolutie. Wat bezielt sommigen dan om een wereldgodsdienst (de islam in dit geval) gelijk te stellen met terrorisme?


Ook het onzalige monsterverbond tussen verlichte vrijdenkers en rabiate, reactionaire racisten in dit debat is stuitend. Het identiteitsdebat is verzand in clichés en voodoopolitiek. Alsof men door het hoofddoekenverbod af te kondigen, plots alle ongemakken van de superdiverse samenleving zou kunnen wegtoveren en de Westere ‘Leitkultur’ zou kunnen versterken. Uw ‘Leitkultur,’ beste Theo Francken, is de mijne niet. En toch ben ik evenzeer een Vlaming als u. En een Belg, overigens.


Het is tekenend dat de oude kranige Jozef Deleu vorige week in Knack de puntjes op de i moest zetten:

“Leitkultur is een kunstmatig kader: wat er niet in past, wordt erin gestouwd. Dat aanvaard ik niet. Zeker, je moet een gemeenschappelijke, aanvaardbare communicatie nastreven. Maar tegelijk moet je de eigenheid van elke inwoner van Vlaanderen respecteren. (…) De Vlaamse overheid moet dus geen extra labels plakken op de Vlamingen, en generaties lang een onderscheid blijven maken tussen oude – ‘echte’ – en nieuwe Vlamingen. En als er nieuwe Vlamingen bijkomen, met een ander geloof, moeten we vooral vermijden dat het tot clashes komt, of dat er onvoldoende wederzijds respect is. De aanvaarding van verscheidenheid binnen een cultuurgemeenschap is essentieel. Ze vormt de rijkdom van het geheel.”


Maar Deleu slaat en zalft: “Voor wie vindt dat het ‘eigen volk’ eenduidig moet zijn, is veelkleurigheid verwerpelijk. Dat verwijt ik de rechterzijde. Voor wie vindt dat alles altijd internationaal moet kunnen zijn, is iedere verwijzing naar het eigene een vloek. Dat is mijn kritiek op de progressieve kerk in dit land.”


Bestuurbaar

Nee, het land is dus niet onbestuurbaar. Er is zelfs een meerderheid te vinden in het parlement om de vier olifanten uit de kamer te jagen of daar tenminste mee te beginnen. De partijen die zware klappen kregen bij de verkiezingen (en daar hoort de PS ook bij, uiteraard) hebben de plicht om het belang van het land en zijn burgers boven dat van hun electorale berekeningen te plaatsen.


Waarom zou Magnette nu met De Wever een mossel-noch-vis-regering vormen

die toch geen enkele stap kan zetten om België te hervormen?


Ze moeten onthouden dat regeringen die in moeilijke omstandigheden, radicale beslissingen nemen steevast worden beloond door de kiezer. Denk maar aan Dehaene in 1995 en Verhofstadt in 2003. En ja, zelfs de door de N-VA verketterde regering-Di Rupo werd door de kiezer beloond met zetelwinst. Ze kon die echter niet verzilveren.


Wil dat zeggen dat er niet moet worden gesleuteld aan de manier waarop België is georganiseerd? Uiteraard niet. Maar die staatshervorming staat los van het regeerakkoord dat er nu toch stilaan moet komen. De Wever verzwijgt immers in zijn zoveelste regeringsmededeling in Terzake dat zo’n staatshervorming jarenlange voorbereiding zal vergen. Ondertussen wachten met de vorming van een regering, zou dwaas zijn.


Dat was wellicht ook wat Paul Magnette besefte toen hij onder auspiciën van Koen Geens onderhandelde over de zogenaamde Rode-Duivels-coalitie met de N-VA. Waarom zou hij nu met De Wever een mossel-noch-vis-regering vormen die toch geen enkele stap kan zetten om België te hervormen (dit parlement is geen constituante)?


Door de twee los te koppelen duwt hij Bart De Wever in een hoek. De N-VA zal wellicht in de oppositie belanden, maar kan een gesprek over een staatshervorming in 2024 niet weigeren. Maar zal De Wever zijn partij laten deelnemen aan een soort Dialoog van Gemeenschap tot Gemeenschap of een Werkgroep Staatshervorming? Of zullen de andere partijen, zoals onder de regering-Di Rupo, onder elkaar een nieuwe staatshervorming uitwerken? Een die niet uitgaat van twee democratieën maar van vier gewesten. Een die de sociale zekerheid niet uitholt en een die ook burgerparticipatie een volwaardige kans geeft en een federale kieskring invoert.


Eén optie

De Wever heeft nu nog maar één optie. Hij kan elke avond een kaars branden in de hoop dat CD&V bang blijft van zijn eigen schaduw en ‘scotché’ blijft aan de NV-A. De minuut dat Joachim Coens de rol lost, ligt de weg naar Vivaldi wijd open. Vivaldi is trouwens een coalitie waarin de CD&V veel meer gewicht in de schaal zou kunnen leggen dan in paars-geel. Strategisch en inhoudelijk.


En als dit allemaal mislukt, komen er verkiezingen.


Vorige week verklaarde Peter Wouters, de voorzitter van beweging.net (het vroegere ACW) dat de helft van de kandidaten op lijsten van CD&V zich bekennen tot de christelijke arbeidersbeweging. De boodschap was duidelijk: als CD&V zich blijft gedragen als de kartelpartner van N-VA, dan kunnen al die kandidaten de volgende keer fluiten naar de steun van de machtige zuil. Ze mogen zich dan opmaken om zelf hun eigen verkiezingsdrukwerk te gaan bussen. En de deur staat dan ook open voor samenwerking met andere ‘sociale’ partijen.


België mag dan al dan niet onbestuurbaar zijn, het blijft een ongemeen boeiend land. Eentje om in te kaderen. Te framen, zeg maar.



Deel 1: Vlaanderen Plus 2003
De eerste paringsdans tussen N-VA en Vlaams Blok


Tom Couchez - Apache


Deel 2 - Deel 3



Bart De Wever en Filip Dewinter, verkiezingsavond mei 2003. (Foto © Peter De Voecht)


Met het Vlaams Belang valt te praten. Zeker met mensen zoals Tom Van Grieken, Chris Janssens of Barbara Pas. Verschillende tenoren van N-VA zeggen het openlijk en de partij van Bart De Wever praatte afgelopen zomer ook wekenlang met de partij van Van Grieken over de vorming van een Vlaamse Regering.


De openlijke flirt tussen beide partijen die de Vlaamse onafhankelijkheid nastreven, bemoeilijkt de vorming van een nieuwe federale regering. De vrees dat een nieuw kartel “Vlaanderen Plus” van N-VA en Vlaams Belang in 2024 de overhand zou nemen in Vlaanderen werkt verlammend.


Apache dook in de archieven van de Vlaamse Volksbeweging, herlas interviews en boog zich over inhoud en aanwezigen bij debatten in de rechtsradicale Vlaams-nationalistische wereld.


N-VA en Vlaams Belang zijn twee enten die groeien en bloeien op dezelfde onderstam. Het ultieme doel van beide partijen spoorde van meet af aan: de Vlaamse onafhankelijkheid. De voorbije vijftien jaar hanteerden beide partijen wel een andere, tegenstrijdige strategie om dat doel te bereiken.


Intussen delen de partijen niet enkel hetzelfde einddoel, ook de weg om er te komen loopt parallel.


Apache vertelt het verhaal van de lange aanloop naar het Belgische Eindspel in drie bedrijven.



De angst dat N-VA en Vlaams Belang met de gezamenlijke kracht van het getal België willen doen barsten verlamt de Wetstraat. Beide partijen delen vandaag naast hetzelfde einddoel ook dezelfde strategie. Hoe kwam het zover?

In het eerste deel doen we de mislukte kartelvorming tussen N-VA en het toenmalige Vlaams Blok in 2003 uit de doeken.


Het verschil tussen N-VA en Vlaams Belang is vandaag terug te brengen tot een verschil in teneur. Binnen N-VA lijkt niet iedereen even gelukkig met de stoere taal van sommige partijtenoren. Er valt echter niet langer naast te kijken dat beide partijen behalve hetzelfde einddoel – een onafhankelijk Vlaanderen – vandaag ook de strategie delen om er te komen. Die strategie: België doen barsten door de kracht van het getal, samen zoveel kiezers overtuigen dat ze de werking van de democratische instellingen kunnen blokkeren.


In het verleden had het Vlaams Belang het alleenrecht op die strategie. De doorbraak van N-VA – in de slipstream van kartelpartner CD&V – en de leegloop van het Vlaams Belang die daarop volgde, toonde de eindigheid van die aanpak aan. Vandaag liggen de kaarten anders: wat het politieke landschap in België momenteel verlamt, is de vrees dat N-VA en Vlaams Belang samen hun getal willen gebruiken om België te doen barsten.


Botsing

Bart De Wever deed dat al met zoveel woorden op de verkiezingsavond van 18 mei: hij telde de stemmen van zijn partij en die van het Vlaams Belang gewoon samen. Nooit eerder had Vlaanderen zo Vlaams en zo rechts gestemd, klonk het. Behalve een retorische truc om de verkiezingsnederlaag te camoufleren, maakte de partijvoorzitter daarmee ook de gewijzigde strategie openbaar.


Of het zal lukken om België te doen barsten, is een open vraag, maar veel redenen om te twijfelen dat beide partijen het Belgische eindspel definitief hebben ingezet zijn er niet meer.


Recente uitspraken zoals die van Liesbeth Homans – “Bij Vlaams Belang zijn er nu echt wel een aantal figuren met wie je kan praten” – of Jan Jambon – “Met iemand als Tom Van Grieken kunnen we wel praten” – verraden dat de discussie over de strategie is gewijzigd. Bart De Wever maakte N-VA de voorbije tien jaar groot door zich fervent af te zetten tegen de zwartgeblakerde aanpak van het Vlaams Belang. Zijn pleidooi voor een inclusief nationalisme versus het exclusief nationalisme van het Vlaams Belang bracht N-VA tot haar electoraal hoogtepunt.


Van de botsing tussen het ‘eigen volk samen’-discours van de toenmalige N-VA

en het ‘eigen volk eerst’-discours van het Vlaams Blok is vandaag nauwelijks nog sprake


Toen De Wever in het kader van de vluchtelingencrisis het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in vraag stelde en later ook nog eens openlijk de koppeling maakte tussen asielzoekers en een dreigend failliet van de sociale zekerheid, begroef hij de feitelijke strategische botsing tussen N-VA en Vlaams Belang.


Het is niet het Vlaams Belang dat een bocht heeft gemaakt en zich salonfähiger is gaan opstellen. Tom Van Grieken mag zich dan al presenteren als de fris gewassen ideale schoonzoon. Met nieuwe aanwinsten als Dries Van Langenhove is de idee van een gematigder Vlaams Belang niet vol te houden. Het is N-VA die de voorbije jaren een scherpe bocht naar rechts maakte.


Dat N-VA-kopstukken nu een opening maken naar dat “salonfähiger” Vlaams Belang, roept echo’s op van een niet zover verleden. Ook toen ontspon er zich een opvallende paringsdans tussen beide Vlaams-nationalistische partijen.


Frank Vanhecke: ‘Bart De Wever zou op de kieslijst van ‘Vlaanderen Plus’

de derde plaats krijgen en een wedde vergelijkbaar met die van een parlementair fractieleider’


Kiesdrempel

Het is 2003, kort na de federale verkiezingen. Op vraag van wijlen Rudi van der Paal gaan Frank Vanhecke, Filip Dewinter en Bart De Wever samen aan tafel zitten.


Van der Paal is mede-oprichter van de Volksunie. Na de scheuring van de partij in 1977 die uiteindelijk leidde tot de oprichting van het Vlaams Blok koos van der Paal kamp voor de partij van Karel Dillen. Hij zou nooit een zichtbare politieke rol opnemen binnen het Vlaams Blok, maar achter de schermen ontpopte hij zich wel tot belangrijk financier van extreemrechtse Vlaams-nationalistische partijen en organisaties.


Van der Paal droomde ervan om de uit elkaar gevallen (extreem)rechtse partijpolitieke takken van het radicale Vlaams-nationalisme terug bij elkaar te brengen en de krachten te bundelen. In 2003 lagen de kaarten daarvoor opnieuw goed. Als prille opvolger van de Volksunie flirtte N-VA met de kiesdrempel, en het toenmalige Vlaams Blok stond aan de vooravond van haar beste electorale score ooit.


Daarom zette Rudi van der Paal de topfiguren van het Vlaams Blok met zijn “politieke zoon” Bart De Wever rond de tafel. Het doel was voor iedereen duidelijk: een samenwerking op poten zetten tussen het Vlaams Blok en de N-VA waarvan Geert Bourgeois op dat moment nog het enig overgebleven parlementslid was.


Filip Dewinter: ‘Rudi van der Paal was een groot pleitbezorger van de Forza Flandria.

Dat was zijn levenswerk en Bart De Wever was hem bijzonder erkentelijk.

Rudi kon Bart werkelijk alles vragen wat hij wilde’


Vlaanderen Plus

“We hebben toen een drietal keer samen gezeten”, herinnert toenmalig Vlaams Blok-voorzitter Frank Vanhecke zich. “De partij was er veel aan gelegen om De Wever binnen te halen. Met Bourgeois moesten we het niet proberen. Van hem wisten we zeker dat hij nooit zou toehappen. Ik heb, in alle eerlijkheid, de kans dat Bart De Wever wel over de brug zou komen ook nooit echt hoog ingeschat, ook al hebben we hem indertijd een bijzonder interessant voorstel gedaan.”


Dat voorstel werd door Vanhecke aan zijn partijbestuur gepresenteerd. De voorzitter kreeg groen licht om effectief ver te gaan. “Het plan bestond erin om een nieuwe structuur op te richten. Als ik me het goed herinner, zou dat onder de naam Vlaanderen Plus zijn geweest. Bart De Wever zou op die lijst de derde plaats krijgen en we voorzagen voor hem een wedde vergelijkbaar met die van een parlementair fractieleider. Daarnaast hadden we interesse in enkele mensen uit zijn entourage. Ik herinner me dat er over Kris Van Dijck werd gesproken. Maar in essentie was het ons natuurlijk om Bart De Wever te doen.”


De laatste vergadering tussen de top van het Vlaams Blok en De Wever vond plaats in één van de kantoren van Rudi van der Paal. “Eigenlijk was toen al duidelijk dat het ‘neen’ zou worden”, zegt Vanhecke.


“We hadden ons voorstel op tafel gelegd. Ik herinner me nog dat Bart De Wever grappend tegen Dewinter zei ‘nu had ik toch op uw plaats gehoopt, Filip’. Daar ligt wellicht de basis van het verhaal dat De Wever zou hebben geweigerd omdat hij de lijsttrekkersplaats niet aangeboden kreeg. Maar het was overduidelijk een grapje. Naar mijn gevoel zat Bart De Wever vooral rond de tafel om een plezier te doen aan Rudi van der Paal met wie hij een zeer nauwe band had.”


Historische fout

Filip Dewinter heeft een iets andere lezing van de feiten. Hij is ervan overtuigd dat De Wever het Vlaams Blok indertijd vooral gebruikte om zijn prijs bij de vorming van het latere kartel met CD&V op te drijven. Het idee dat het vooral de prima relatie met Rudi van der Paal was die De Wever ertoe aanzette om met het Vlaams Blok te onderhandelen, deelt Dewinter dan weer wel met zijn voormalige partijvoorzitter Vanhecke.


“Het is bekend dat Rudi (van der Paal, ToC) een groot pleitbezorger was van de Forza Flandria”, zegt Dewinter. “Dat was zijn levenswerk en Bart De Wever was hem bijzonder erkentelijk. Rudi kon Bart werkelijk alles vragen wat hij wilde.”


“De omstandigheden waren natuurlijk anders dan vandaag, maar dat belette Bart De Wever niet om toen al helemaal zichzelf te zijn. Hoewel zijn partij nauwelijks iets voorstelde en ons succes onmiskenbaar was, kwam hij aan ons vertellen hoe we het moesten aanpakken. Hem binnenhalen stond gegarandeerd synoniem met het importeren van spanningen en ruzies binnen de partij. Achteraf de geschiedenis schrijven is natuurlijk gemakkelijk, maar wellicht hebben we toen een historische fout gemaakt”, zegt Dewinter.


Was het om zijn marktwaarde bij CD&V op te drijven? Om Rudi van der Paal een plezier te doen? Of omdat De Wever echt in de bundeling van de krachten van N-VA en Vlaams Blok geloofde?


De gesprekken die toen werden gevoerd zijn alleszins illustratief voor de gemeenschappelijke sokkel onder beide partijen: het Vlaams Blok/Belang en de N-VA zijn twee partijpolitieke vertalingen van een gedeelde strijd voor Vlaamse onafhankelijkheid. Die gedeelde strijd staat te allen tijde voorop. Het onderlinge dispuut ging de voorbije jaren enkel over de te volgen strategie, nooit over het finale doel. Intussen spoort ook de strategie.


Tom Couchez - Apache



Deel 2: De onderbroek van Peter De Roover en Jan Jambon


Tom Couchez - Apache


Deel 1 - Deel 3



Peter De Roover en Jan Jambon (Foto © Dirk Waem (Belga))


Jan Jambon en Peter De Roover bleken in het verleden wegbereiders voor Vlaams-nationalistische frontvorming.

In de wereld van de Vlaams-nationalistische bewegingen en organisaties is er altijd al verregaande kruisbestuiving tussen Vlaams Belang en N-VA geweest. Van primordiaal belang is en blijft de strijd voor Vlaamse onafhankelijkheid.

De rest komt later. Apache neemt een verhelderende duik in de archieven.


In een interview met Apache, nog voor hij partijpolitiek actief werd, haalde de huidige N-VA-fractieleider in de Kamer Peter De Roover een onderbroekmetafoor boven om de gedeelde strijd van Vlaams Belang en N-VA te duiden:


“Vlaams-nationalisme is een onderbroek. Heb je ze niet aan, dan voelt dat niet helemaal goed.

Maar alleen in een onderbroek kom je ook niet buiten.

De Wever en Dewinter dragen een onderbroek en ze dragen daar elk andere kleren bovenop.

De rest draagt die onderbroek niet of misschien helemaal geen ondergoed.”


Om bij De Roovers beeldspraak te blijven: De Wever en Dewinter gaan voor het oog van de buitenwereld in de clinch over de keuze van de kleren die ze dragen, maar aan de onderbroek zelf wordt nooit getornd. Voor de buitenwereld blijft ze bovendien onzichtbaar.


Al zijn er nu en dan indirect signalen van het bestaan ervan. Vooral wanneer de onderbroek begint te knellen.


Dewinter helpt De Wever

Toen Erik van der Paal – de omstreden projectontwikkelaar en zoon van Rudi van der Paal – in opspraak kwam in het vastgoedschandaal rond Land Invest Group snelde Filip Dewinter burgemeester De Wever te hulp.


Dewinter vroeg een gemeenteraad achter gesloten deuren, omdat het over een ‘privé persoon’ ging. Erik van der Paal is, net als zijn vader wijlen Rudi van der Paal, een gulle sponsor en facilitator van (extreem)rechts. Dat de vrouw van Gerolf Annemans sinds jaar en dag als secretaresse werkt voor Erik van der Paal en dat Annemans zelf ooit een forse lening kreeg van van der Paal geeft aan hoe nauw het allemaal luistert.


Ook toen de Kamer moest oordelen over de opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van PS’er Alain Mathot was er een opvallende parallel tussen beide partijen. Mathot, die ruim 700.000 euro smeergeld toegestopt kreeg in de Intradel-affaire, kreeg de opvallende steun van zowel N-VA als van VB. Mathot kreeg – in hetzelfde vastgoeddossier – een lening van Erik van der Paal waarmee hij een luxevilla in Thailand kocht.


‘Als een linkse nationalistische partij het vehikel is dat de Vlaamse onafhankelijkheid kan afdwingen, dan stemt u daarop?’, vroeg Apache indertijd nog aan Peter De Roover. Met andere woorden: was voor hem de onderbroek te allen tijde belangrijker dan de kleren?


“Zeker weten”, was toen zijn antwoord. “We moeten eerst een onafhankelijk Vlaanderen hebben voor we op een democratisch zinvolle manier over vele andere dingen kunnen beginnen (…) mijn bondgenootschap met Jan-en-alleman is gelimiteerd tot het moment dat die Vlaamse onafhankelijkheid er is. Op dat moment kan ik afscheid nemen van die partij en kan ik als Vlaamse kiezer op een partij stemmen die sociaaleconomisch en maatschappelijk het dichtst bij mijn visie aanleunt.”


Anders gezegd: het Vlaams-nationale doel heiligt de middelen.


Brasschaat

Wie minstens evenzeer als Peter De Roover doordrongen is van die gedachte, is huidig Vlaams minister-president Jan Jambon. Net als de Roover stapte Jambon eind jaren ’80 uit de Volksunie. De Roover en Jambon deden dat uit onvrede met de volgens hen veel te lakse communautaire koers van de partij. Ook de keuze van Hugo Schiltz voor de progressievere Brasschatenaar Herman Lauwers als lijsstrekker was hen een doorn in het oog.


Luc Sevenhans: ‘Jan Jambon is nooit officieel lid geweest van het Vlaams Blok,

maar heeft ons indertijd achter de schermen zeker geholpen met het opzetten van de lokale afdeling.

We konden een zeer goed organisator als Jan prima gebruiken’


“Zeker in Brasschaat bestond er toen veel verzet tegen de figuur Herman Lauwers”, vertelt voormalig VB-parlementslid en later N-VA schepen in Brasschaat, Luc Sevenhans. Eerder vertelde Sevenhans al aan Apache hoe Jan Jambon mee aan de wieg stond van de toenmalige afdeling van het Vlaams Blok in Brasschaat. Hoewel Jan Jambon dat formeel ontkent, blijft Sevenhans ook vandaag bij zijn verhaal.


“Jan Jambon is nooit officieel lid geweest van het Vlaams Blok. Maar hij heeft ons indertijd achter de schermen zeker geholpen met het opzetten van de lokale afdeling. Hij is een zeer goed organisator. We konden iemand als Jan dan ook prima gebruiken”, zegt Sevenhans.


Sevenhans wijst er op dat er in die periode nog geen cordon sanitaire was. “Het was de catacombentijd van de partij. Mensen waren ontgoocheld in de Volksunie en wilden iets anders. Voor sommigen was dat het Vlaams Blok. Anderen zoals Jan Jambon en Peter De Roover kozen om hun politieke strijd buiten de partijpolitiek om te voeren. Zij kozen voor de Vlaamse Volksbeweging. Maar die werelden lopen zeer sterk door elkaar. Onze politieke strijd is altijd dezelfde geweest.”


Vlaamse Volksbeweging

Terwijl het toenmalige Vlaams Blok de onvrede over de in hun ogen te lakse communautaire houding van de Volksunie onder Hugo Schiltz partijpolitiek trachtte te vertalen, maakten Jambon en De Roover er hun missie van om binnen de Vlaamse Volksbeweging (VVB) hetzelfde te doen. Samen bliezen ze de tanende beweging nieuw leven in. De Roover werd algemeen voorzitter. Jambon werd uiteindelijk politiek secretaris.


Onder meer een verslag van een bestuursvergadering van de Vlaamse Volksbeweging dat Apache ging inkijken in het Archief voor Nationale Bewegingen (ADVN) toont vrij letterlijk hoe De Roover en Jambon via de beweging exact dezelfde strategische plannen koesterden als het toenmalige Vlaams Blok: de onvrede van de ontgoochelde Volksunie-stemmers capteren. Om dat te doen werd de werking van de Vlaamse Volksbeweging grondig hertekend.


Verslag bestuur Vlaams Volksbeweging:

(“PDR (Peter De Roover): is verwonderd dat de visie van JJ (Jan Jambon) niet vooraf verstuurd werd.

Hij verwijst naar de lib-vergadering van 15.10.88 waarin hij stelde dat nog veel mensen Vl-nat stemmen,

maar dat ze misnoegd zijn over de huidige Vl politiek. Deze mensen kunnen opgevangen worden in de VVB.

Een structuuraanpassing van de VVB is vereist.”)


Het doet opvallend hard denken aan een uitspraak die Jan Jambon enkele weken terug, rond de jaarwisseling deed in een interview in Gazet van Antwerpen:

“De kaarten liggen bijzonder gunstig voor Vlaams Belang.

De politiek is niet in staat om een federale regering te vormen, Wallonië wil een andere richting uit dan Vlaanderen,

mensen zijn daar misnoegd over en het Vlaams Belang kapitaliseert daarop”


De Roover en Jambon duwden de Vlaamse Volksbeweging uiteindelijk zodanig ver naar rechts dat de vereenzelviging met het Vlaams Blok breed werd gemaakt. De kritiek van sommigen, ook binnen de principieel partijonafhankelijke Vlaamse Volksbeweging liet De Roover rustig overwaaien, zo lezen we in een verslag van een andere bestuursvergadering:


“Hoe verkeerd imago “VVB = Vl Blok” wegwerken? Gewoon even laten uitwaaien,

teveel weerwerk is geen goede opplossing en bevordert de geloofwaardigheid niet.

Even koelen zonder veel blazen”


Feitelijk gebeurde het tegenovergestelde. De schrijfsels in de (dan nog papieren) Doorbraak en de beleidskeuzes binnen de Vlaamse Volksbeweging versterkten enkel het beeld dat de Vlaamse Volksbeweging wel heel nauw aanleunde bij het Vlaams Blok.


Zo startten De Roover en Jambon onder meer gesprekken op die leidden tot een zeer nauwe samenwerking tussen de Vlaamse Volksbeweging en het Taal Aktie Komitee (TAK). De actiegroep die vooral actief is in de Brusselse rand, is een mantelorganisatie van het Vlaams Belang die zich al meermaals liet opmerken door haar harde, soms ook fysieke acties, vaak samen met het extremistische Voorpost, een mantelorganisatie van het Vlaams Blok/Belang.


Onder elkaar

Wie kijkt naar de mensen die een betekenisvolle rol spelen of speelden in bovenstaande en in andere rechtse radicale Vlaams-nationalistische organisaties kan er moeilijk naast kijken dat N-VA’ers en VB’ers er vaak hand in hand de plak zwaaien.


Zo was Jan Jambon bijvoorbeeld een tijdlang bestuurslid en politiek vertegenwoordiger van het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ). Bruno Valkeniers, die een tijd voorzitter van het Vlaams Belang was, werd er later voorzitter.


Valkeniers was ook een tijdlang bestuurder bij de Vlaamse Volksbeweging. Voor hij in 2006 naar het Vlaams Belang ging, was hij in de begindagen van de partij al eens lid geweest. In de periode daartussen was Valkeniers onder meer actief als bestuurder bij het Wies Moens-vormingsinstituut, genoemd naar de bij verstek tot de dood veroordeelde collaborateur en mede-oprichter van het Verdinaso.


Een andere ex-voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, Rita De Bont kreeg een verkiesbare plaats op de Antwerpse lijst van het Vlaams Belang, kort nadat Valkeniers door die partij werd binnengehaald. Een andere ex-voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, Bart De Valck, eerder ook actief bij TAK, moest dan weer een stap opzij zetten als voorzitter omdat hij al te duidelijk het Vlaams Belang achterna zou lopen. De Vlaams-nationalistische opiniesite Doorbraak suggereerde dat zijn relatie met Barbara Pas, Kamerfractieleider voor het Vlaams Belang, de zaak niet bepaald vergemakkelijkte.


Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe nauw het (extreem)rechtse Vlaams-nationalistische wereldje luistert. Het volstaat om de raden van bestuur, de steuncomités of andere vehikels van organisaties als de Vlaamse Volksbeweging, het ANZ, en tal van anderen te bekijken om te zien hoe verregaand de kruisbestuiving is.


Eén specifiek thema werkt daarbij als bindmiddel: de collaboratie. Daarover meer in deel 3: ‘De erfzonde van de collaboratie’.


Tom Couchez - Apache



Zelfa Madhloum


Jong Vld-bestuurslid: ‘Karel De Gucht, in mijn hoofd heb ik afscheid genomen van u’


Zelfa Madhloum - De Morgen



Zelfa Madhloum is ondernemer, lid van Open Vld,

bestuurslid bij Jong Vld en kernlid bij liberale denktank Liberales.


Liberaal zijn, wat betekent dat? Ik ben dan wel lid van Open Vld, maar ik word echt niet elke dag wakker met die vraag. Maar vandaag heb ik wél eens diep nagedacht over dat liberaal zijn. Met ‘dank’ aan Karel De Gucht.


Ik ben nu een jaar lid van Open Vld en ik heb mijn partijgenoot nog niet ontmoet. Nochtans ben ik behoorlijk actief in onze partijwerking, zowel bij de jongeren als de moederpartij. Het zal vast aan mij liggen.


Het was een vraaggesprek in Humo, dat ik gisteren las op demorgen.be, dat me zo diep deed nadenken over die essentiële vraag: waarvoor staat het liberalisme vandaag? Want daarin laat De Gucht zich “eens goed gaan”.


Lees het interview met Karel De Gucht: ‘De Wever drinkt niet meer. Misschien zit daar het probleem


Voor mij zijn er paar heel heldere principes. Een daarvan: liberalen zijn democraten. Het zullen misschien mijn Iraakse roots zijn, die me dagelijks doen beseffen welke gigantische prijs sommige mensen betalen, om die luxe, die vrijheid te kunnen hebben. Eén man, één stem. Kunnen gehoord worden. Meetellen. Iedereen gelijk voor de stembus. Een pilaar in het liberale huis.


Niet zo voor Karel De Gucht. Die verklaart zonder aarzelen, voor een zoveelste keer, dat de kiezer “niet altijd gelijk” heeft. “De mensen hadden beter eens nagedacht.”


Wie mag dat nadenken dan wél doen volgens u, beste partijgenoot? De edele heer vanuit zijn ivoren toren, die het beter weet dan het ‘plebs’ buiten de muren van z’n domein? Alle kiezers zijn gelijk, maar sommige zijn wel gewoon wat dommer dan anderen? Laten we dan maar gelijk het cijnskiesrecht weer invoeren, zeker? Of hebben wij liberalen dat soort redenering niet met vuur bestreden, historisch gezien?


Vervolgens snijdt mijn ‘partijgenoot’ een ander thema aan: migratie. “Mensen aan de onderkant van de maatschappij hebben meer last van migratie dan ik”, klinkt het, “omdat er meer vreemdelingen in hun wijken komen wonen, met andere culturele gebruiken en opvattingen over publieke hygiëne”.


Waar staat die ‘Open’ in onze partij dan eigenlijk voor? Heb ik nu plots “andere opvattingen over publieke hygiëne” omdat mijn familie Irak ontvluchtte? Het gemak waarmee dergelijke statements gemaakt worden, over “mensen aan de onderkant”, het choqueert mij echt. Hoe zit het met ons liberale vooruitgangsoptimisme, dat migratie een verrijking kan zijn? En ik neem uw uitspraken dan zeer kwalijk. 


Beste Karel, als ik het goed heb heeft u best een gematigd standpunt over migratie, maar noem het aub geen “probleem”. Ten tweede bent u zo vrij om te zeggen wat u wil maar doe het dan ook met minder neerbuigend en grof taalgebruik. U beledigt niet enkel mij, maar een hele gemeenschap aan nieuwkomers die volgens u andere opvattingen heeft over publieke hygiëne? Wat insinueert u daar precies mee? Want de interpretatie in mijn hoofd valt mij heel zwaar.


Is het dat soort uitspraken dat ik aan mijn zoontje straks ga voorleggen, als komende van de partij waar zijn mama lid van is?


En het gaat maar verder. Karel De Gucht verklaart openlijk dat hij één ding mist uit de politiek: macht. “Het stoort me dat politici altijd het verwijt krijgen dat ze postjes willen. Wat heb je nu aan een politicus die niet ambitieus is?”


Politici die lid zijn van Open Vld, enkel en alleen ter meerdere eer en glorie van hun eigen carrière, dat soort partijgenoten stoort mij dan weer mateloos, meneer De Gucht. Een generatie politici die schaamteloos met zichzelf bezig was en is, eerder dan met onze liberale kiezers. En als die kiezers weglopen, ja, dan zijn ze “dom”, of bevinden ze zich aan de “onderkant van de samenleving”, waar ze samenhokken met die verfoeide onhygiënische migranten? Of heb ik het niet goed begrepen? Is dit het voorbeeld dat u wil geven aan een nieuwe generatie politici die zich vanuit maatschappelijk idealen willen engageren? Is macht het enige dat u werkelijk mist? Ik kan het echt niet geloven. Of leef ik nu echt in een utopie?


Na het lezen van zoveel onzin heb ik beslist dat iemand u best een ongemakkelijke waarheid vertelt: u vindt het vast leuk om te provoceren, maar uw uitspraken hebben wel gevolgen. Uitspraken die ik niet zomaar laat passeren. Nieuwkomers hier in dit land, maar ook nieuwkomers in mijn partij, Open Vld, worden door dit soort politiek, door dit soort uitspraken, met een dégout weggejaagd. Die verliezen elk geloof in het systeem, in onze partij en onze ideologische drijfveren.


Voor mij moet een liberaal vechten voor z’n utopische ideaal, voor meer vrijheid voor iedereen. Dat betekent dat we net bijzonder voorzichtig moeten zijn met de macht van de overheid. Dat we net nauwgezet moeten toekijken op de staat, en wat die allemaal uitspookt. Dat we net niet onbeschaamd pronken met macht. We doen als liberalen aan politiek voor de burger, niet voor onszelf.


Gelukkig geldt voor liberalen dat ze allemaal het recht op vrije meningsuiting hebben. Op papier mogen we dan wel tot dezelfde partij behoren, in mijn hoofd heb ik afscheid genomen van u. De partij waar u denkt lid van te zijn, bestaat al lang niet meer. Weg is het arrogante, beoordelende van vroeger. De toekomst van Open Vld ligt bij een jonge, gedreven generatie liberalen die andere waarden hanteert dan die van een oude, verbitterde krokodil.


Ik wens u nog bijzonder veel vergaderingen over uw wijn toe, zoals u aankondigde in uw interview. Misschien een idee om u voortaan daarop te concentreren, zodat die ook niet verzuurt?



Zelfa Madhloum - De Morgen



Deel 3: De erfzonde van de collaboratie


Tom Couchez - Apache


Deel 1 - Deel 2



Het VNJ (Vlaams Nationaal Jeugdverbond) op het Vlaams Nationaal Zangfeest Foto © Nicolas Maeterlinck – Belga


Het (extreem)rechtse Vlaams-nationalistische wereldje luistert bijzonder nauw.

Daarbij smeden de klassieke, onverteerde thema’s van de Vlaamse Beweging nog steeds een krachtige band.

De collaboratie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is er zo één van. De gecrispeerde omgang met de collaboratie loopt als een rode draad door het verleden van bijvoorbeeld Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA).


Het (extreem)rechtse Vlaams-nationalistische wereldje luistert bijzonder nauw. De kruisbestuiving is groot tussen de raden van bestuur, de steuncomités of andere vehikels van organisaties als de Vlaams Volksbeweging, het Algemeen Nederlands Zangverbond of het Wies Moens-vormingsinstituut.


Die oude banden verdwijnen ook niet op het moment dat sommigen uit het netwerk de stap naar de partijpolitiek zetten. Vaak worden de partijpolitici nog uitgenodigd voor debatten, lezingen of sponsordiners. Of ze laten zich – ook als politicus – nog eens verleiden tot verkeerde uitspraken over de klassieke, onverteerde thema’s van de Vlaamse Beweging, zoals de collaboratie.


Dat leidt wel eens vaker tot problemen. Niet in het minst Jan Jambon bleek daar de voorbije jaren gevoelig voor te zijn. Op een lezing voor de studentenvereniging KVHV liet Jambon indertijd verstaan dat de Zweedse regering in haar geheime atomaschriftjes had opgenomen dat na afloop van de legislatuur de grondwetsartikelen voor herziening vatbaar zouden worden verklaard die zouden toelaten om in de volgende (huidige) legislatuur een grondige staatshervorming mogelijk te maken.


Over de collaboratie verklaarde Jambon in een interview met La Libre Belgique dan weer: “Het is gemakkelijker praten achteraf. De mensen die met de Duitsers collaboreerden, hadden hun redenen. Ik leefde niet in die periode.”


Oostfrontstrijders

Het interview kwam er nadat beelden waren opgedoken over de speech die Jan Jambon – als gezant van de Vlaams Volksbeweging – hield op een bijeenkomst van het Sint-Maartensfonds, een vereniging van voormalige Oostfrontstrijders. Toen er indertijd beelden opdoken van toenmalig minister Johan Sauwens (VU) zag die zich genoodzaakt af te treden.


Een brief die Jan Jambon als voormalig politiek vertegenwoordiger van het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) schreef aan het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) maakt verder duidelijk hoe hij namens de organisaties waar hij cruciale posities bekleedde, keek naar de collaboratie en amnestie. Apache kon de brief inkijken in het Archief voor Nationale Bewegingen.


Het gaat om een reactie van het ANZ op een door het OVV voorgestelde open brief over collaboratie en amnestie. Terwijl zowel N-VA als Vlaams Belang zich graag laten voorstaan op een streng strafuitvoeringsbeleid maken ze een opvallende uitzondering voor de straffen die zijn gelinkt aan de collaboratie.


Waar het OVV vraagt om de klassieke amnestie die de koning geregeld verleent aan gevangenen ook uit te breiden naar veroordeelde collaborateurs, wil het ANZ die brief enkel ondertekenen als er enkele voor haar essentiële aanpassingen worden doorgevoerd:


“De onderlijnde wijzigingen zijn voor het ANZ essentieel en enkel mits deze wijzigingen, ziet het ANZ voldoend van haar eigen, verder gaand, standpunt terug om, binnen het kader van het OVV deze tekst mee te onderschrijven.”


De cruciale woordencombinatie die Jambon en het ANZ per se in de brief wil is “onrechtvaardige gevolgen” voor wat wordt omschreven als “zuiver politieke misdrijven”. Het ANZ heeft het dan ook over het “standpunt in verband met de opruiming van de sociale en humane gevolgen van de veroordelingen voor zuiver politieke misdrijven tijdens de oorlogsjaren”.


Het interview waarin Jambon in 2014 aan La Libre Belgique vertelde dat collaborateurs “hun redenen” hadden, zette toen meteen een flinke domper op de wittebroodsweken van de net aangetreden Zweedse Regering.


Net zoals met het fameuze atomaschriftje moest Jambon uitgebreid door het stof. Hij zou verkeerd begrepen zijn. Een gelijkaardige verdediging – ‘verkeerd begrepen’ – voerde Jambon de jaren nadien nog meermaals op. Onder meer toen hij na de terroristische aanslagen ‘dansende moslims’ ontwaarde of recent nog, toen hij zonder verpinken beweerde dat asielzoekers met achterstallig kindergeld een huis kopen.


Permeabele wand

De vraag is hoe vaak iemand verkeerd begrepen kan worden, steevast over onderwerpen die een extreemrechtse, radicale blik verraden. Zeker wanneer het verleden leert waar de sympathieën precies liggen.


Er is van Jambon immers nog veel meer dan alleen maar de speech voor de vereniging van voormalige Oostfrontstrijders, de politieke duw naar extreemrechts van de Vlaamse Volksbeweging, de positionering van het ANZ over collaboratie en amnestie, of de werken achter de schermen voor de prille Vlaams Blok-afdeling in Brasschaat.


Zo was de huidige Vlaamse minister-president ook jarenlang “beschermlid’ van de organisatie “Gulden Sinjoren”. Die mantelorganisatie van het VB organiseerde jarenlang de zogenaamde Radicale Sporenherdenking in Antwerpen, een extreemrechts treffen waarvan Voorpost in 2017 de organisatie overnam. Andere “beschermleden” die partijpolitiek actief zijn, zijn stuk voor stuk Vlaams Belangers.


In 2006 was Jan Jambon overigens ook nog te gast als spreker op uitnodiging van de eerder genoemde Wies Moens Stichting.


Wanneer mensen die gepokt en gemazeld zijn binnen de radicale flank van de Vlaamse Beweging zoals Jambon, De Roover, maar bijvoorbeeld ook Bruno Valkeniers of Rita de Bont, uiteindelijk binnengehaald worden door N-VA of door Vlaams Belang is de symbolische betekenis daarvan groot. De buitenwacht verkijkt zich er soms op, maar de keuze van Jambon voor N-VA of de keuze van Valkeniers voor het VB werden door die partijen als een ultieme overwinning gevierd.


Ook al loopt hun partijpolitieke carrière soms met een sisser af – zoals in het geval van Valkeniers of De Bont bij het Vlaams Belang – het belang dat aan de uitkomst van het getouwtrek tussen beide partijen wordt gehecht, zegt veel over het symbolische belang van dergelijke figuren. Tegelijk zegt het ook veel over hoe permeabel de wand tussen beide partijen feitelijk is. Van de waterdichte beschotten of de “Chinese Muur” waar Bart De Wever graag over praat, is in de feiten lang niet altijd sprake.


Die overlap beperkt zich trouwens niet tot het verleden en tot de generatie politici die al langer de dienst uitmaken. Een organisatie zoals Schild & Vrienden toont dezelfde verwevenheid. Nadat de reportage van Pano de wansmakelijke inhoud en het neofascistisch karakter van de jongerenclub onder leiding van Dries Van Langenhove aantoonde, werd duidelijk dat de organisatie niet enkel leden van het Vlaams Belang maar ook heel wat N-VA’ers in haar rangen telde. Het hele netwerk achter Van Langenhove maakt die verwevenheid en de lijnen via studentenclubs nog duidelijker.


Eerder al doken foto’s op van Jan Jambon die samen met onder meer Filip Dewinter en Frank Vanhecke

aanschoof voor de eremaaltijd met Jean-Marie Le Pen die kwam spreken voor de Debatclub


N-VA had het wat moelijker dan het VB om zich te positioneren tegenover Schild & Vrienden, maar de steun die bijvoorbeeld Kamerlid Theo Francken uitsprak toen zijn ‘poulain’ en S&V-lid zich verplicht zag zich om zich van de N-VA lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te laten schrappen, spreekt boekdelen.


Debatclub

De plek waar tot voor enkele jaren van de vermeende Chinese Muur absoluut geen sprake was, is wellicht de Vlaamse Debatclub van Rudi van der Paal. Rechts-radicale Vlaams-nationalisten van verschillende partijen waren er, zoals ze graag zelf zegden, “onder elkaar” om te debatteren en te luisteren naar lezingen van soms bijzonder omstreden gasten zoals Holocaustontkenner David Irving.


Eerder al doken foto’s op van Jan Jambon die samen met Filip Dewinter, Frank Vanhecke en de voorzitter van de Debatclub, Koen Dillen, aanschoof voor de eremaaltijd met Jean-Marie Le Pen die kwam spreken voor de Debatclub. Zowel Bart De Wever als Jan Jambon waren een tijdlang bestuurder bij de Debatclub.


Omdat Jan Jambon zijn aanwezigheid indertijd “verklaarde” door te zeggen dat hij in die periode naar zowat iedereen ging luisteren en daarbij vertelde “Je kan uit die tijd ook foto’s vinden van mij met Kris Merckx (PVDA)”, dook Merckx in de archieven van de Vlaamse Debatclub.


Zijn bevindingen raakten wat ondergesneeuwd, maar zijn frappant. De documenten die Merckx van onder het stof haalde toonden immers onder meer aan dat onder het bestuur van Jambon en De Wever behoorlijk aangebrande voordrachten werden georganiseerd.


Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen

Het meest sprekende voorbeeld is wellicht de voordracht over de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (V.A.V.V). Dat is een collaborerende paramilitaire organisatie die de vrijwillige arbeidsdienst voor jongeren  – een op nationaalsocialistische leest geschoeide variant van de vrijwilligersdienst – organiseerde in de periode 1940-1944. Ze stond sterk onder invloed van de SS en De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag).


De V.A.V.V stond onder leiding van Renaat Van Thillo (grootoom van huidig DPG Media-baas Christian Van Thillo, ToC). Renaat Van Thillo werd als collaborateur bij verstek ter dood veroordeeld en vluchtte naar Argentinië. Het voorwoord dat hij schreef in het maandblad ‘De Arbeidsman’ van DPG, de propagandadienst van de V.A.V.V, maakt glashelder welke ideologie de V.A.V.V. voorstaat.


De Debatclub nodigde op 28 november 2000 Opperveldmeester Paul Grote uit voor een lezing over de V.A.V.V. Die wordt omschreven als een verdienstelijke organisatie.


“Opperveldmeester Paul Grote vertelt ons over het ontstaan en de werking van deze verdienstelijke organisatie”, lezen we in de uitnodiging die mee onderschreven wordt door de raad van bestuur met daarin onder meer Bart De Wever en Jan Jambon.


Er kwamen geregeld ook democraten spreken voor de Debatclub, maar daarnaast dus ook negationisten zoals David Irving en Jean-Marie Le Pen, of bijvoorbeeld ook de openlijk met de SS sympathiserende ex-VMO-leider, wijlen Bert Eriksson.


Over die als paramilitaire organisatie verboden organisatie werd voor de Debatclub ook een hagiografische lezing gegeven door Wim Verreycken (wiens kleinzoon onlangs in beeld kwam omdat hij de Hitlergroet bracht in Breendonk, ToC) en VMO-oprichter Bob Maes.


Die laatste haalde in 2014 nog eens de krantenkoppen toen bleek dat de (toenmalige) N-VA-ministers Theo Francken en Ben Weyts een glas waren gaan drinken op zijn verjaardagsfeest. Nota bene een dag nadat Jan Jambon zich moest verdedigen omwille van zijn uitspraak over collaborateurs die indertijd “hun redenen” hadden.


Vandaag is er nog een halfbakken poging om de traditie van de oorspronkelijke debatclub verder te zetten, maar de dynamiek zoals die er was in de periode onder auspiciën van Rudi van der Paal is verdwenen.


Samen met Rudi van der Paal verdween een van de grootste pleitbezorgers van de Forza Flandria-gedachte. In die zin is het geen toeval dat bij zijn overlijden Koen Dillen en Bart De Wever op de begrafenis spraken. Een keuze die testamentair werd vastgelegd door Rudi van der Paal.


Zwartgeblakerd

Recente uitspraken zoals die van Liesbeth Homans – “Bij Vlaams Belang zijn er nu echt wel een aantal figuren met wie je kan praten” – of Jan Jambon – “Met iemand als Tom Van Grieken kunnen we wel praten” – verraden niet zozeer een nauwere relatie tussen N-VA en het Vlaams Belang. Die relatie heeft immers altijd al bestaan. Om het met de eerder geciteerde metafoor van Peter De Roover te zeggen: beide partijen dragen dezelfde onderbroek.


Wat dergelijke uitspraken wel verraden is dat de discussie over de strategie is gewijzigd. Bart De Wever maakte N-VA groot door zich fervent af te zetten tegen de zwartgeblakerde aanpak van het Vlaams Belang. Zijn pleidooi voor een inclusief nationalisme versus het exclusief nationalisme van het Vlaams Belang bracht N-VA tot haar electoraal hoogtepunt.


In het verleden had het VB het alleenrecht op de ‘België barst’-strategie. De komst van N-VA en de leegloop van het VB die daarop volgde, toonde de eindigheid ervan aan.


Vandaag liggen de kaarten anders: wat het politieke landschap in België totaal verlamt, is de vrees dat N-VA en VB samen hun getal willen gebruiken om België te doen barsten. Of dat kan lukken is een open vraag, maar veel redenen om eraan te twijfelen dat beide partijen het Belgisch eindspel definitief hebben ingezet zijn er niet meer.



Tom Couchez - Apache



De grote verkilling


Dit boek probeert buiten ieder dogma of makkelijke verklaring om de grote verkilling van Europa te beschrijven en de oorzaken van de malaise te achterhalen. Het is daarnaast een vurig pleidooi voor de sociale zekerheid als toekomstproject in het belang van ons allen, zowel binnen als buiten Europa.


Geert Van Istendael - De Grote Verkilling



Eerste bedenking bij het afschudden van ideologische veren:

Privatiseren. Waarom wel? Waarom niet?


Een overheidsdienst is precies wat het woord zegt. Of liever, zóú precies moeten zijn wat het woord zegt.

De overheid verleent een dienst. Aan wie? Aan haar burgers. Bij dat werk staat niet winstbejag en nog veel minder winstmaximalisatie voorop, maar enkel en alleen, alweer, wat het woord zegt. Dienstverlening. Ik zou zelfs meer zeggen, de best mogelijke dienstverlening.

Meer dan veertig jaar geleden zei een jonge, hoogopgeleide sociaaldemocraat me dat een overheidsdienst geen winst mág maken. De kerel was zeker geen scherpslijper. Hij beweerde niet dat een overheidsdienst niet efficiënt mag zijn of niet zuinig. Hij vond het tegendeel. Maar het streven naar efficiëntie en zuinigheid, zei hij, mocht nooit afbreuk doen aan de essentie: de dienst. De best mogelijke dienst voor de burger. Op die dienst en op niets minder had volgens hem de burger recht. Daar betaalde de burger belastingen voor en tevens controleerde de burger wat met de belastingscenten gebeurde, tenminste, hij koos de mensen die dat in zijn plaats deden en die mensen zetelden in een democratisch verkozen parlement.


==


Bij het herlezen van de zinnen hierboven denk ik: het lijkt alsof vervagende echo’s uit een grijs verleden nog heel even zwak opklinken. Al dertig, misschien wel veertig jaar hoor en lees ik telkens opnieuw dat overheidsdiensten niet efficiënt kúnnen zijn. Dat we daarom de overheidsdiensten móéten privatiseren, want privébedrijven zijn wél efficiënt en door te privatiseren verlossen we ons van de ergerlijk trage, loodzware moloch die bureaucratie heet. Bovendien zullen de bedrijven die de dienst verlenen in plaats van de ons vijandige overheid, ook nog eens winst maken. Misschien gaan ze ooit naar de Beurs! Zeldzaam zijn zij die ik deze redenatie hoorde tegenspreken, op die ene sociaaldemocraat na, lang geleden.


==


Ik denk dat de superieure efficiëntie van privébedrijven een mythe is. Als privébedrijven efficiënt werken, dan is dat maar al te vaak het product van naakte uitbuiting. Ik heb de reportage gelezen die Jeroen van Bergeijk schreef in de Volkskrant (29 december 2018), over de wanstaltige, soms haast potsierlijke, maar altijd droevige vormen die hedendaagse uitbuiting aanneemt in een distributiecentrum van bol.com. Geen enkele revelatie, geen enkele zin, geen enkele wanpraktijk heeft me verbaasd.

Ik wil het hier niet hebben over moderne slavendrijverij in het geglobaliseerde kapitalisme. Ik wil het hebben over vernielingen die privatisering van overheidsdiensten aanricht.


==


Maar ook in Europa is het de hoogste tijd om de sociale zekerheid te propageren met overtuiging en kunde. De allerhoogste tijd.

Ons verleden is anders. De sociale zekerheid werd nergens anders uitgevonden dan hier. Hier raakte ze verspreid en ingeburgerd. Hier kreeg ze de scherpste aanvallen te verduren, eerst nationaal en de jongste jaren steeds vaker, stel je voor, Europees. Hier komt het erop aan de sociale zekerheid te verdedigen. De sociale zekerheid is die verdediging meer dan waard en de beste verdediging is nog altijd de aanval.


==


Ik had het daarnet over de sociale zekerheid als toppunt, sluitstuk, drager van het allerbeste wat de Europese beschaving heeft geleverd. Mijn vergelijking met de muziek van Bach of Mozart (of, of, of...), met de schilderijen van, noem maar iemand, Vermeer of Velázquez (of, of, of...), met de geschriften van Catullus of Baudelaire (of, of, of...), met de Franse kathedralen of de villa’s van Palladio (of, of, of...), met de binnenstad van Praag of die van Lübeck (of, of, of...), met Romeins recht, metriek stelsel, met leerplicht, mijn vergelijking met de sociale zekerheid als beschavingsmonument, ik kan het niet genoeg herhalen, is het tegendeel van geforceerd of geëxalteerd. De vergelijking gaat op van boven tot onder, van links over het midden tot rechts.


==


De sociaaldemocraten en christendemocraten die een jaar of veertig geleden begonnen op te schuiven richting neoliberale wondermiddelen, in den beginne met frisse tegenzin, allengs wat overtuigder en ten slotte geestdriftig de vermeend onvermijdelijke loop van de geschiedenis achterna hollend, die sociaaldemocraten en christendemocraten (en eendrachtig met hen, als voorhoede, natuurlijk de liberalen) hadden niet in de gaten dat de zegenrijke marktwerking en privatisering-die-alle-problemen-uit-de-wereld-zou-helpen, dat die twee de solidaire zorg en de algemene dienstverlening diep zouden verwonden, dat dienstverlening en zorg onbetaalbaar en dus onbereikbaar zouden worden voor hun publiek, voor de mensen die al hun hele leven hun volste vertrouwen en dus ook hun stem hadden geschonken aan de sociaaldemocratie en de christendemocratie.


==


Het vertrouwen van de kiezers beschamen, van de mensen die jouw beweging groot hebben gemaakt, het is zowat het ergste wat je kunt doen, zeker als het oud vertrouwen is, opgebouwd door generaties heen, in families, in buurten, in verenigingen, volkshuizen, parochies. Denk ook aan al de moeite, al de strijd, teleurstelling, vervolging soms, maar ook aan de trots op wat zij, de kleine mensen, tot stand hadden gebracht, tegen alles en iedereen. Helaas, kameraden, de financiële markten laten dat niet toe en op de financiële markten hebben wij geen vat. Dus besparen, besparen, besparen. Dus privatiseren, privatiseren, privatiseren, want de markt heeft de wijsheid in pacht. Zo luidde de diepe overtuiging van de economische denkers die, zeker in de jaren negentig van de vorige eeuw en in de decennia erna, de ideeën in partijen links van het centrum dicteerden.


==


Ziehier het uitgangspunt.

De sociale zekerheid is in ons aller belang.

Bijna had ik hier een formule geschreven, sociale zekerheid = algemeen belang. De sociale zekerheid is gelijk aan hét algemeen belang. Maar dat klopt niet. Het algemeen belang omvat meer. Ook maatregelen tegen de opwarming van de aarde maken deel uit van het algemeen belang, in de fundamenteelste betekenis van het woord. Het is maar één voorbeeld.


==


Van een stevige sociale zekerheid worden wij allen beter. Ziekteverzekering, ongevallenverzekering, uitkering voor werklozen, bijstand, pensioen. Verdwijnt sociale zekerheid, verschijnt armoede. In armoedes kille schaduw sluipen armoedes grauwe lakeien naderbij. Zij heten slepende ziekte, honger, kou, diefstal, moedeloosheid, onwetendheid. Over die laatste schreef de Franse filosoof, wiskundige en politicus Condorcet (1743-1794): L’ignorance toujours mène à la servitude (Altijd leidt onwetendheid tot slavernij). Op alle borden in alle lagere scholen van de Franse Derde Republiek stond die zin in schoonschrift te prijken. Tot het achterste dorp toe.


==


Wie arm is, is slaaf, is speelbal, is onmachtig.


==


De sociale zekerheid heeft de armoede bestreden, bedwongen, achteruit gedrongen. Afschaffen, daarin is ze niet geslaagd, tot nu toe. Als je ziet dat ook in de rijkste lidstaten van de Europese Unie zonder uitzondering méér dan 10 procent van de bevolking zich onder de armoedegrens bevindt en volgens een strengere maatstaf nog altijd méér dan 5 procent – dat is één mens op twintig die in armoede leeft –, dan snap je dat de sociale zekerheid niet alleen behoefte heeft aan verdediging, maar dat de sociale zekerheid moet aanvallen, terrein veroveren, nog veel terrein te veroveren heeft, in ons aller belang.


==


Mijn gevolgtrekkingen zijn deze:

Door ontzuiling en het achterna hollen van neoliberale dogma’s hebben sociaaldemocraten en christendemocraten trouwe kiezers verloren. Honderdduizenden van hen vind je terug bij rechts tot extreemrechts. Voor al die honderdduizenden is het van levensbelang dat de sociale zekerheid verdedigd wordt, gered, geconsolideerd, verbeterd.

Dit wil zeggen dat sociaaldemocraten en christendemocraten grote inspanningen en breed uitgedragen inspanningen moeten leveren, ten eerste, om op zijn minst de sociale zekerheid tegen alle aanvallen te verdedigen en, ten tweede en zeker zo belangrijk, om de gedachte dat de sociale zekerheid van het allergrootste belang is voor ons allemaal, overal te propageren en door te laten dringen. Om de slapers te wekken.


==


Misschien, ik zeg wel misschien, slagen sociaaldemocraten en christendemocraten er zodoende in om vertrouwen terug te winnen bij de mensen die hen verlaten hebben omdat zij zichzelf door hen verlaten voelden. Ik voeg eraan toe: het is het enige middel om hen terug te winnen, want het is het enige middel waar wij allemaal belang bij hebben.


==


Maar mijd illusies. Vertrouwen komt aan met slepende tred en vlucht weg in galop.

Sociale zekerheid moet een speerpunt zijn in de strijd die sociaaldemocraten en christendemocraten voeren. Want dat het een strijd is, daaraan hoef je niet te twijfelen.


==


De aanvallers zijn onvoorstelbaar kapitaalkrachtig. Zij beschikken over vermogens die in de biljoenen lopen. Een biljoen, dat is het cijfer één met daarachter twaalf nullen. Daar dus een veelvoud van. Je hebt er die dubbel zo groot zijn als het bruto binnenlands product van Duitsland en ze willen nóg steeds meer.


==


Denk eens even na over die samenballing van macht. Denk vervolgens hierover na. Wereldwijde verzekeringsmaatschappijen azen op de openbare ziekteverzekering in welk land dan ook. Globale vermogensbeheerders azen op de openbaar georganiseerde pensioenstelsels, waar dan ook. In beide gevallen luidt het parool: privatisering. Die giganten willen slechts één ding: grote winst. Maar inzake sociale zekerheid is privatisering een duur woord voor afbraak.


==


Wie het ernstig meent met de sociale zekerheid, dit wil zeggen met het welzijn van ons allemaal, dient met alle mogelijke middelen alle mogelijke privatisering te bestrijden. Het groot belang van allen is onverzoenbaar met grote winst


==


De sociale zekerheid is ten diepste ethisch. Wie werkt aan de sociale zekerheid geeft blijk van een grote morele en maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Wie speculeert, geeft blijk van een volslagen gebrek aan maatschappelijke en morele verantwoordelijkheidszin. De financiële markten zijn ten diepste onethisch. Niet amoreel, immoreel.


==


De mensen voor wie de onderkant van het sociale contract was bedoeld, zij die nooit op bergen geld zullen zitten, zij die dag in dag uit te horen krijgen dat ze moeten inleveren, dat hun loon te hoog is, dat we de ziekteverzekering niet meer kunnen bekostigen, dat hun pensioen veel te duur is, dat de school te goedkoop is, kortom, dat zij het zijn die boven hun stand leven, die mensen voelen zich verneukt.


==


Wereldwijde verzekeringsmaatschappijen azen op de openbare ziekteverzekering in welk land dan ook. Globale vermogensbeheerders azen op de openbaar georganiseerde pensioenstelsels, waar dan ook. In beide gevallen luidt het parool: privatisering. Die giganten willen slechts één ding: grote winst. Maar inzake sociale zekerheid is privatisering een duur woord voor afbraak. Wie het ernstig meent met de sociale zekerheid, dit wil zeggen met het welzijn van ons allemaal, dient met alle mogelijke middelen alle mogelijke privatisering te bestrijden. Het groot belang van allen is onverzoenbaar met grote winst.



De Grote Verkilling



Integraal voorwoord


Dit is het voorwoord van Carl Devos dat Tom Van Grieken geweigerd heeft voor zijn boek.


De Morgen



Het voorwoord dat politicoloog Carl Devos had geschreven voor het nieuwe boek

van Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken, is geschrapt wegens ‘te kritisch’.


Wat is er aan de hand?

‘De processie van de paljas’, de titel van het voorwoord, werd als slechte reclame beschouwd, meldt De Standaard.
Kort na het indienen kreeg Devos het bericht dat zijn tekst te lang was en werd hem gevraagd enkele (kritische) passages te schrappen, onder meer over de spanningen tussen de gematigde en extreme strekkingen binnen de partij.
De professor maakte effectief een ingekorte versie, maar de gewraakte passages wijzigde hij nauwelijks.
Daarop werd beslist de tekst volledig te schrappen.


DE PROCESSIE VAN DE PALJAS

Een boek van een politicus over zijn partij en loopbaan levert niet altijd de meest boeiende lectuur op. Als het recente verleden en heden er in beschreven – vaak herschreven – worden, is zo’n boek bovendien dikwijls vooral propaganda. Een strategisch hulpstuk, een marketingmiddel. Van een (zittend) partijvoorzitter in permanente campagne moet en kan geen kritisch, afstandelijk of objectief boek over zichzelf en zijn partij verwacht worden. Het is uiteraard selectief, subjectief en instrumenteel. Maar daarom niet per se oninteressant of irrelevant.


In dit boek schrijft Tom Van Grieken over zijn eigen loopbaan en partij. Het is geen biografie, hoewel persoonlijke elementen af en toe in beeld lopen. De auteur zet zelfs zijn persoonlijkheid op een kier. Hier en daar leidt dat even tot glorificerende eigenliefde, maar gênante hagiografische excessen zijn vermeden.


Van Grieken schrijft over zijn drijfveer, over hoe Antonio Gramsci hem inspireert, over hoe diep het VB gezakt was als zelfs na de terreuraanslagen in Brussel in maart 2016 pas na drie weken de eerste journalist belt. Over een ander onderwerp. In dit boek vertelt hij hoe 2016 dan toch een kanteljaar werd. Een opbouw naar verkiezingen van 14 oktober 2018, waar de partij ‘als een feniks uit de as is herrezen en zich terug op de politieke kaart zet’. Dat zou uiteindelijk leiden tot een ‘historische trendbreuk’: het Paleis nodigt het VB uit, het VB accepteert die uitnodiging.


Van Grieken beschrijft hoe het ‘Gouden Dageraad’-incident een keerpunt in zijn voorzitterschap werd: hij wordt de baas. (Al geldt een gouden regel, ook in de Wetstraat, dat wie zoiets zegt het doorgaans niet is.) Hoewel de buitenwereld de sanctie voor Dewinter destijds eerder las als het bewijs dat Van Grieken nog altijd te omzichtig met de Antwerpse kopman moest omspringen. De machtspositie van Van Grieken is pas na 26 mei 2019 in beton gegoten. Al toont die zich nog kwetsbaar als hij door de extreme vleugel in verlegenheid gebracht wordt. Dat geldt ook vaak voor andere voorzitters.


Dat succes op 26 mei 2019 was mede het gevolg van het godsgeschenk dat het VB, met dank aan N-VA, in het Marrakeshpact kreeg. En uiteraard zaten veel andere omstandigheden – een klimaat van politieke crisis en onzekerheid – mee. Van Grieken beschrijft ook het eerste persoonlijke gesprek dat hij ooit met Bart De Wever voerde, naar aanleiding van de Vlaamse regeringsvorming na de verkiezingen van 26 mei 2019. Het is bijna onvoorstelbaar dat beide heren elkaar nooit eerder ontmoetten, en dat die eerste ontmoeting al diende om ev. samen een regering te maken. Een regering maken hangt zeer af van persoonlijk onderling vertrouwen, tussen mensen die elkaar bij voorkeur al eerder ontmoet hebben. Van Grieken vertelt hoezeer De Wever schrok toen bleek dat de VB-voorzitter zoveel N-VA-medewerkers kent. En: ‘ik heb daar ook écht met De Wever gesproken en er onder meer mijn eerste ballonetje opgelaten richting gemeenteraadsverkiezingen van 2024’. Helaas blijft dat ballonetje in de lucht: de auteur vertelt de lezer niet wat hij daarmee precies bedoelt. Hij vertelt wel dat er met De Wever ‘een soort van band ontstaat’, al is De Wever ook een groot ‘acteur’. Maar wel een die enkele hindernissen voor de samenwerking met het VB gemakkelijk ‘als struikelstenen had kunnen gebruiken maar die hij besloot te negeren’. Zoals de ‘erg ongelukkige’ en ‘domme’ uitspraken van een VB-Kamerlid over holebi-rechten.


In dit boek beschrijft Van Grieken de frustratie over de desinteresse van traditionele media, die veel erger is dan de uitsluiting door het zgn. cordon médiatique. En hoe vanuit die desinteresse de partij alles moest inzetten op sociale media, volgens nogal wat analyses een deel van de verklaring voor haar succes op 26 mei 2019. Maar dit boek is meer dan een kroniek van zelfverklaarde historische feiten en de eenzijdige verantwoording zonder tegenwoord van gemaakte keuzes. Het beschrijft ook hoe de partij langs congressen, over identiteit, soevereiniteit en vrijheid, en langs een boek over ‘Toekomst in eigen land’ ideologisch wil herbronnen en verbreden. Hoe Van Grieken ‘bereid was om tot het einde van de regenboog te lopen om dat goud te vinden’ en hij uiteindelijk toch de mosterd bij Geert Wilders vond: de ‘aha-erlebnis, een eye-opener’: ‘ons’, een woord dat ‘als geen ander beter het wij-gevoel van het verbindend nationalisme omschrijft’. ‘Ons’ wordt het kernwoord voor de campagne van 2018. Vanaf dan positioneert het VB zich tussen het roodgroene linkse ‘permissieve opengrenzenmodel’ en de ‘asociale besparingspolitiek van N-VA’, die als nationalistische partij noch staatkundig noch op het vlak van migratie potten breekt.


Zo’n strategische positionering heeft nood aan een ondersteunend verhaal, aan een ideologische onderbouw. Ook die beschrijft Van Grieken in dit boek. Zoals alle partijen roept ook het VB één breuklijn uit tot hét centrale politieke strijdveld. Van waaruit bijna alle maatschappelijke kwesties consequent en consistent benaderd kunnen worden. Zoals alle andere partijen zet het VB zichzelf in dat debat op een unieke en toekomstgerichte positie. In de politiek is de strijd om hét thema immers belangrijker dan die tussen de posities die op dat thema ingenomen worden. Wie kan bepalen waarover gesproken wordt, heeft meer dan half gewonen. Voor het VB is de centrale breuklijn die tussen globalisten versus nationalisten. Nationale en culturele identiteit is hét centrale thema in het politieke debat. In VB-taal staan de ‘moreel superieure’ roodgroene bonobo’s, liberalen en andere gutmenschen uit de oikofobe elite tegenover een heterogene groep van gewone mensen die door globalisering buiten spel gezet worden.


Van Grieken toont zich in dit boek ook als een ideoloog van zijn partij, zeker in hoofdstuk 10, zoals De Wever dat voor N-VA is of Beke dat voor CD&V was. Het VB is onmiskbaar populistisch, een term die voor een goed gesprek beter van morele bijklank ontdaan wordt. De ‘nieuwe politieke breuk is die tussen globalisten en nationalisten’, de fundamentele sociale breuklijn is die ‘tussen volk en elite’. De Wetstraat tegen de ‘Volksstraat’. Daarom kiest het VB ‘voor de gewone Vlaming en niet voor de elites’. Die laatste wordt gemakkelijk arrogantie en veel andere miserie verweten. Het VB is de partij van het volk, tegen de elite. In een tijd waarin het establisment of systeem niet meteen de hoogste populariteit noteert, is dat geen onaantrekkelijke electorale uitvalsbasis.


Maar het VB wil ook, in haar nieuwste bestaansfase, tot dat systeem behoren. Tenminste, ook tot het regerend deel daarvan. Want in het parlement en vele raden, ook van bestuur, is het VB deel van het apparaat. Buiten dit boek beschreef Van Grieken in interviews na het succes van 26 mei 2019 de levensloop van partijen zoals het VB in het rechts spectrum. Eerst is er het verzet, de nationalistische oppositie die hard trapt tegen het systeem. De rebelse fase van Dewinter, Le Pen, enz. Dan is er de tweede fase, die van de nepperds, de phoneys, à la Sarkozy, De Wever of Berlusconi. En dan de derde fase: die van de nationalistische beleidspartij.


In die derde fase, ‘missie 2024’, wil het VB de grootste partij van Vlaanderen worden. Opdat men de partij niet meer zou kunnen negeren: het VB wil besturen. In steden en gemeenten, maar ook op Vlaams niveau. In die interviews verwees Van Grieken naar een plan om partijen als CD&V en Open VLD te overtuigen om met hem in een coalitie te stappen. Na 26 mei 2019 heeft het alvast niet gewerkt. Het bestond uit inhoud en pragmatisme.


Van Grieken toont zich niet enkel als ideoloog, maar ook als pragmaticus. Naar aanleiding van de formatiegesprekken met De Wever schrijft hij: ‘Wie ernstig wil onderhandelen moet volgens ons op de eerste plaats op zoek gaan naar het haalbare. Hiervoor vergelijken we ons eigen programma met dat van de anderen en gaan we op zoek naar concrete maatregelen die niet alleen in ons programma terug te vinden zijn maar ook in dat van de N-VA, CD&V of Open VLD staan. We gaan dus bewust op zoek naar de grootste gemene deler. Dit heeft niets te maken met water bij de wijn doen maar alles met een realistische kijk op de onderhandelingen. De strategische doelstellingen die we formuleerden gingen wél verder dan die van de andere partijen, maar de maatregelen hebben we eerst afgetoetst teen de programmapunten en voorstellen van de N-VA, CD&V en Open VLD.’ In een niet ver verleden zou het VB deze realistische kijk, de zoektocht naar de grootste gemene deler, waarbij eigen strategische doelen eerst afgetoetst worden aan programma’s van traditionele partijen, verworpen hebben. Als verraad voor het pluche, typisch voor de elite.


De auteur is klaar voor Missie 2024, de vraag is of iedereen in zijn partij mee deze overtocht van zeer succesvolle zweeppartij naar beleidspartij kan maken. Dat vergt immers nogal wat verandering. Het VB zal uiteraard als onervaren bestuurder leergeld betalen, maar op termijn – blijkt uit de ervaring van N-VA – leren ze die lessen wel. Dat bestuurlijk-technische deel van de transformatie is niet de grootste uitdaging. Die zit eerder bij de mentale omslag die voor besturen nu eenmaal nodig is. Ook het beleid van radicale partijen zal, om allerlei redenen, veel minder radicaal zijn dan ze jaren hebben bepleit. De zuivere leer der beginselen moet wijken voor het pragmatisch compromis. Een explosieve kwestie die de Vlaamse beweging al lang met zich meesleept. Het VB is sinds haar ontstaan een gesloten anti-systeem- en strijdpartij, die zichzelf ook afsluit van wetenschappelijk onderzoek. Velen zijn gesocialiseerd in vijanddenken. Missie 2024 vergt ook een culturele omslag. Het VB polariseert en provoceert vaak, zet groepen tegenover elkaar: dat maakt beleid voeren voor een hele gemeenschap moeilijk.


Het is onzeker of het VB even succesvol in de meerderheid als in de oppositie zal zijn. Als zweeppartij heeft zij de voorbije decennia onmiskenbaar gewogen, als beleidspartij dreigt de ontgoocheling. Temeer omdat sommigen die een coalitie met het VB bepleiten dat openlijk doen om het VB tegen de muur te laten rijden. Het VB, zonder enige bestuurservaring en worteling in de nerven van het complexe bestuursapparaat, en met een veeleisende achterban, neemt een groot risico. Beleid radicaal en werkbaar houden, ook binnen de rechtsstaat en allerlei bovenstatelijke verplichtingen, zal bovenaardse stuurmanskunde vereisen.


Van Grieken sukkelt bovendien met een intern probleem dat hem ook extern in de problemen brengt. In dit boek toont de auteur voor verschillende partijgenoten innige waardering. Maar er is ook een tikje voor fake onafhankelijke Dries Van Langenhove, en – zeker voor wie tussen de lijnen lijst – kletsen voor Filip Dewinter. Waarover Van Grieken op verschillende bladzijden ergernis verbergt. De uitspraak van Dewinter ‘het probleem is niet de vergrijzing, maar de verbruining’ ontlokte Gerolf Annemans de uitspraak ‘lap, het is gebeurd’ waarna Van Grieken het drama van de verkiezingen van 2014 beschrijft. De suggestie is duidelijk. En later ook letterlijk. Met ‘déze Filip Dewinter die op déze manier aan politiek doet’ zal het VB nooit meer de verkiezingen winnen, merkt Van Grieken naar eigen zeggen op tijdens het partijbureau daags na die verkiezingen.


Zoals in alle partijen ontkent men ook in het VB de interne verschillen en zeker de spanningen tussen strekkingen. Men zegt dan doorgaans dat de vijandige buitenwereld die verzint om de partij intern te verdelen, waarmee ongeveer alles ontkent kan worden. Maar het valt niet te ontkennen: het VB van Tom van Grieken is radicaal-rechts, dat van Filip Dewinter, Dries Van Langenhove, Sam Van Rooy en nog enkele anderen is extreem-rechts. Die extreem-rechtse flank brengt de ‘gematigde vleugel’ – voor velen buiten het VB uiteraard nog altijd te extreem – die aan beleid wil deelnemen vaak in verlegenheid. Alleen heeft die participationalistische radicale vleugel voor hun beleidsplannen ook de stemmen van die extreme vleugel nodig. Het succes van het VB is immers ook dat van die extreme vleugel.


Een coalitie is niet enkel een inhoudelijk bestuursakkoord. Ook als het VB pragmatische, haalbare, binnen de nationale, Europese en internationale rechtsregels functionerende voorstellen doet, blijven coalitiepartners en hun achterban grote moeilijkheden hebben met de extreme taal en vleugel. Die eventuele coalitiepartners hebben geen zin om zich ten aanzien van media en hun achterban steeds te moeten verontschuldigen en verantwoorden waarom zij met ‘zo’n partij’ besturen. Wat een lid van de meerderheid zegt, straalt onvermijdelijk ook af op die meerderheid zelf. Als fake onafhankelijk Kamerlid Dries Van Langenhove in mei 2020 gaat spreken op de Conferentie van American Renaissance, een white supremacist en dus racistische organisatie, worden veel inspanningen van de radicale vleugel om het VB als ‘aanvaardbaar’ voor te stellen teniet gedaan. Woorden hebben, evenzeer als daden, inhoud en betekenis. Ze beschrijven niet enkel maar maken ook de werkelijkheid en zijn dus nooit onschuldig.


Voor velen bij evt. coalitiepartners en hun achterban zal niet de radicale maar de extreme vleugel het beeld van het VB bepalen. Telkens als Van Grieken die moet verdedigen, uitleggen, nuanceren of berispen, toont hij zich het zwakst. Niet overtuigend. Debatfiches die zeggen dat andere partijen niet moeten bepalen wat een VB’er zegt of denkt, of dat de poco’s van de linkse media het VB weer in een racistische hoek willen duwen, overtuigen enkel de eigen overtuigden. In zijn antwoord op de kritiek op de spreekbeurt van Van Langenhove bij American Renaissance kwam Van Grieken niet verder dan dat Van Langenhove geen Belanger is. ‘Ik spreek me niet uit over iemand die geen lid is van de partij’, noteerde De Standaard. Pijnlijk.


Het laatste, tiende hoofdstuk is een inhoudelijke onderbouw van ‘de synthese van het Vlaams Belang als dominante bestuurspartij’. Het is eenvoudig om voor en tegen die visie te zijn, maar het geheel vormt meestal een vrij degelijke inhoudelijke en zelfs ideologische onderbouw van de maatschappijvisie van het VB. Geen xenofobe of racistische prietpraat. Sommige delen klinken als linkse analyses, in VB-taal heet dat sociaal. Die maatschappijvisie is populistisch, gebouwd op ‘ons’ en op de bescherming van de eigen volksgemeenschap. Het is een benadering die velen aanspreekt en kan aanspreken: ‘De brede Vlaamse en Westerse middenklasse is in de steek gelaten door de politieke elites’. Het is een gedachte die, zo blijkt ook uit opinieonderzoek, herkenbaar is. Voor jong en oud. In steden, zeker ook in meer landelijk gebied, waar de (culturele) verkleuring van de samenleving trager maar even onvermijdelijk is. Het VB speelt meesterlijk in op het verlangen van velen naar meer herkenbaarheid van de eigen thuis, naar bescherming tegen een boze bedreigende buitenwereld en naar geborgenheid waarin men zichzelf kan blijven. Het VB heeft die gevoelige snaar geraakt en weet als geen ander hoe die te bespelen. Dat is niet verboden, dat is nu eenmaal het spel. Het is aan de anderen om een even slim tegenverhaal te ontwikkelen. Dat zal bepalen of het VB nog verder zal groeien.


Al kan het VB ook nog over eigen voeten struikelen. Haar discours mag scherp zijn maar om aanvaardbaar te zijn voor de brede centrumkiezers niet ranzig. Missie 2024 is gebouwd op de verhoopte groei in die middengroepen. Na de zeer succesvolle Vlaamse verkiezingen van 2004, dankzij de veroordeling wegens racisme, stond het VB op haar toppunt. Maar ook toen slaagde ze er niet in om de poorten van het systeem open te breken. Haar oproep om de stoottroepen te versterken, werden niet langer gehoord. Kiezers dropen ontgoocheld af. Ook omdat er met N-VA een gematigder alternatief was opgestaan, met een breder programma. Dat wel kon besturen, en dus nuttiger was. Het signaal was immers al gegeven. En is voor vele kiezers net dat niet dé functie van het VB: een signaal geven aan anderen, daarom niet zelf de problemen oplossen.


Want al slijt het ‘politiek correcte denken’ in grote delen van de samenleving af, dan nog blijft ook de radicale vleugel voor velen in het centrum te extreem. Het VB is naar eigen zeggen hard tegen het systeem, niet tegen mensen. Dat onderscheid is soms vals of te gemakkelijk. Er bestaat bijv. geen islam zonder moslims. Wie de islam onverzoenbaar acht met ons, met de ‘eigen volksgemeenschap’, sluit moslims uit. Als het VB ‘taboedoorbrekend’ wijst op het verband tussen criminaliteit en afkomst, is de focus op bepaalde bevolkingsgroepen nadrukkelijk, maar komt het ‘systeem’ dat hen tot – onvergoeilijke – misdaad brengt veel minder in beeld. Van Grieken herhaalt ook in dit boek dat ‘mits de nodige inspanningen en respect’ ook nieuwkomers deel kunnen zijn van ‘onze volksgemeenschap’. En tegelijk dat immigratie nooit ‘ons duurzame kostbare weefsel mag aantasten en het moeizaam opgebouwde solidariteitsmodel ondergraven’. Maar als de voorwaarden om tot ‘onze volksgemeenschap’ te behoren zeer streng zijn, is de openheid enkel theoretisch.


De komende jaren zijn allicht de meest cruciale in het bestaan van het VB. Dat klinkt bizar, gezien de partij ooit rond de kiesdrempel en irrelevantie dobberde. En velen toen het VB zelfs zagen verdwijnen. Dat zal ze niet. Ook het buitenland leert dat dit soort partijen, met haar blijvende thema’s die rugwind hebben, structureel deel zijn van het hedendaags partijsysteem. Iets anders is winnen in 2024, en dan voor Missie 2024 vooral niet ten koste van N-VA. Als ook CD&V of Open VLD in beeld moeten komen, zal het VB de komende jaar veel in betere relaties met die partijen moeten investeren. En dus laten zien dat er met het VB bestuurd kan worden.

Sinds haar bestaan tot 2019, evolueerde het VB – met hoogten en laagten – langs grotendeels dezelfde verhaallijn. Die van een radicale, populistische, anti-systeempartij. Voor het eerst sinds haar bestaan wil ze nu zo expliciet en ambitieus de omslag maken naar een radicale beleidspartij. Dat is de meest extreme verandering in dat bestaan. De moeder der moeder der verkiezingen in 2024 opent daartoe mogelijkheden. Op Vlaams, maar zeker lokaal niveau. Als het dan niet lukt, dreigen – zoals twintig jaar geleden, na 2004 – velen allicht ontgoocheld af te druipen.


Met ‘ons’ wil het VB van Vlaanderen in 2024 het ‘Zwitserland aan de Noordzee’ maken. De ‘sociaal voelende volksnationalisten’ moeten daarvoor eerst over en door de bergen. Dit boek toont welke weg de reisleider ziet. Het is daarom interessant en relevant. Het valt af te wachten of zijn kiezers en partijgenoten op de bus blijven zitten.


De Morgen



Mohamed el Bachiri


Mohamed verloor zijn vrouw bij de aanslag in Maalbeek:

"Ik ben tegelijk slachtoffer en potentiële terrorist"


De Morgen



"Aan de ene kant ben ik slachtoffer. En aan de andere kant - omdat ik uit Molenbeek kom en Mohamed heet - ben ik een potentiële terrorist in de ogen van anderen." Mohamed el Bachiri verloor zijn vrouw Loubna bij de aanslag in Maalbeek en blikt in een interview met NOS terug op die ene fatale dag. "Voor mij heeft Brussel geen metro meer."

 

"Loubna had gehoord van de aanslagen in Zaventem", begint Mohamed zijn verhaal. "Ze belde haar moeder in Marokko, zij zou rond die periode aankomen en ze wilde haar waarschuwen. Vervolgens heeft ze de metro genomen in Etterbeek en toen..." Het vervolg is helaas genoegzaam bekend.

"Ik was metrobestuurder, maar had die dag vrij. Een vriendin van haar kwam me wakker maken, rond 10 uur. Ze vroeg of ik iets gehoord had van Loubna. Ik snapte het niet en vroeg: 'Hoezo?' Heb je niet gehoord wat er gebeurd is, antwoordde ze. Er was een explosie in Maalbeek. Ik pakte mijn telefoon en keek naar de Viber-verbinding van mijn vrouw. Ik zag dat er na 9.10 uur geen verbinding meer was. Toen wist ik het. Ik voelde het."


Hij beseft dat hijzelf in een lastige spreidstand terechtgekomen is. "Aan de ene kant ben ik slachtoffer. En aan de andere kant -omdat ik uit Molenbeek kom en Mohamed heet- ben ik een potentiële terrorist in de ogen van anderen."


Mohamed is een overtuigde moslim, maar er schort wat aan de islam, vindt hij. "Er moeten dingen veranderen binnen onze religie. Religieuze ideeën moeten bijvoorbeeld aangepast en herzien worden. We mogen haat niet meer tolereren, dat moet verboden worden. We moeten theologen en imams aansporen om het vooral over liefde te hebben. Want dat is de kern, de basis. Ook bepaalde humanistische waarden die goed verenigbaar zijn met de islam zijn belangrijk. Het menselijke leven is onaantastbaar. Daar kom je niet aan, dat is heilig. En ook de vrije wil en de vrijheid van gedachte. Accepteer dat iemand anders anders denkt dan jijzelf."


Nadat zijn vrouw om het leven kwam in de Brusselse metro, gaf Mohamed zijn job als metrobestuurder op. "Ik was graag metrobestuurder. Ik hield van mijn werk en van de sfeer die er hing. De metro bestaat nu niet meer voor mij. We nemen nu de auto. Voor mij heeft Brussel geen metro meer. Dat vind ik te moeilijk."

"Als ik het over liefde heb, heb ik het ook over liefde voor je land. Liefde voor het Westen. Je moet accepteren dat wij moslims zijn met een westerse cultuur. We moeten geen afkeer hebben van het Westen. Natuurlijk mag je het ergens wel of niet mee eens zijn, dat recht heb je. Maar druk dat dan op een normale en beschaafde manier uit. Met mijn boodschap wil ik laten zien dat mensen zich vergissen. Je kunt Mohamed heten en uit Molenbeek komen en toch vredelievend zijn."


Een Jihad van liefde



Analyse 


Bart De Wever gebruikt zijn tegenstanders optimaal.

Via het ‘dictaat’ van de PS en het ‘Vlaams front’ behoudt hij alle kansen op winst.


Met de kracht van de tegenstand


 Peter De Lobel - De Standaard



De koning zet zijn consultaties vandaag voort, maar nu al circuleert de naam van Alexander De Croo (Open VLD) als nieuwe gezant. De gesprekken ten paleize vonden gisteren plaats tegen een achtergrond van grote verklaringen voor en na de partijbureaus. Onder meer met een oproep van de N-VA aan de andere Vlaamse partijen om samen een front te vormen en weerstand te bieden aan het ‘dictaat van de PS’ – het ‘J’en ai marre’ van Paul Magnette vrijdag.


‘Ik mag het blijkbaar geen Vlaams front meer noemen, ik had het een vriendenclub moeten noemen’, stuurde N-VA-voorzitter Bart De Wever in Terzake wat bij. Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten had de uitnodiging via Twitter immers prompt van de hand gewezen. ‘Front vormen is oorlogstaal. Daar doet Open VLD niet aan mee, wij kiezen voor samenwerking. Niet tegen de anderen maar voor een beter België.’ Ook bij CD&V ving De Wever bot. ‘Oorlogstaal is niet de stijl van CD&V’, zei voorzitter ­Joachim Coens. Wel bleef hij aandringen op een federale regering met een meerderheid aan Vlaamse kant. Dat kan alleen mét de N-VA.


Het is maar de vraag of die dubbele afwijzing De Wever eigenlijk deert. Want was hij echt op zoek naar samenwerking of ging het om profilering? Want in hetzelfde gesprek waarin hij opriep de Vlaamse rangen te sluiten, gaf hij Open VLD er nog eens flink van langs, omdat die partij eind vorig jaar een eind meeging op Magnettes paars-groene pad. CD&V kreeg wél schouderklopjes, maar werd ook maximaal onder druk gezet.


Catch 22

Voor de Vlaamse partijen is dit een lastige situatie. Hadden beide voorzitters zich juichend aangesloten bij De Wevers ‘vriendenclub’, dan zou hem dat goed zijn uitgekomen voor de rest van de formatie. Drie of vier stijve benen, vermogen meer dan één. Maar hun weigering hoeft niet minder in zijn voordeel te zijn. Het N-VA-blazoen als verdediger van de Vlamingen wordt nu mooi opgepoetst met hun afwijzing.


Ook de Franstalige gesprekspartners van de N-VA botsen op dat soort catch 22. Want ja, de N-VA heeft al getoond dat ze niet vies is van deelname aan een federale regering. Als ze maar economisch rechtse accenten kan leggen en departementen genre veiligheid en migratie in handen krijgt.


Alleen zijn tijdens de formatie de aanvallen naar de Franstalige partijen amper stilgevallen. Dat kan omdat de N-VA een uitstekende terugvalpositie heeft. Want als de formatie compleet en totaal blokkeert – nog veel meer dan vandaag – en werkelijk niets nog mogelijk blijkt ... dan is het ultieme bewijs geleverd dat België niet meer werkt.


Demonisering

Historicus Vincent Scheltiens (Universiteit Antwerpen) ziet daarmee gebeuren wat hij in zijn boek Met dank aan de overkant beschrijft. ‘Frontvorming via een zo groot mogelijke demonisering van de overkant, in dit geval de PS. Er moet een schrikbeeld ge­creëerd worden, van een belastingregering of van een complete laissez faire op budgettair vlak.’


Tegenover die ‘andere’ wordt een homogeen Vlaams verhaal geplaatst. De uitspraken van Theo Francken (N-VA) gisterochtend op Radio 1 – ‘De Vlaamse volkswil kun je zomaar niet opzijschuiven met een dictaat vanuit Charleroi’– passen daar volgens Scheltiens perfect in. ‘Dat is kunstmatige homogenisering. Want wie is dat, “de Vlaming”? Wat is “het Vlaamse volk”? Zelfs als je zoals de N-VA alle stemmen van Vlaams Belang bij je eigen resultaat optelt, kom je nog niet aan de helft van alle Vlamingen. En toch zegt Francken te spreken namens héél Vlaanderen. Dus ook iedereen die op andere partijen gestemd heeft. Of de militanten van de vakbonden, waar de N-VA de andere 364 dagen van het jaar op kapt. Dit zie je altijd terugkomen bij een nationalistisch narratief: homogenisering en een opgeklopte dreiging van buitenaf. In Catalonië gebeurt net hetzelfde.’


Toch gaat het volgens Scheltiens om een ‘wanhoopspoging’. ‘De N-VA is 25 procent van haar stemmen kwijt, het grootste deel aan Vlaams Belang. Ze zijn er dus niet gerust op. Bij verkiezingen loopt de partij het risico om nog minder politieke hefboom over te houden.’


‘Dit zie je altijd terugkomen bij een nationalistisch narratief:

homo­genisering en een opgeklopte dreiging van buitenaf '

Vincent Scheltiens- Historicus UAntwerpen


In die zin mag het niet verbazen dat De Wever in zijn eerste reactie op Magnettes njet van vrijdag alle speerpunten uit het N-VA-programma begon op te sommen. De campagne leek al begonnen, alleen het lijstnummer ontbrak nog. Een vaststelling die uiteraard ook voor ‘de overkant’ en de PS geldt.




Paul Goossens


'Blijft ons mooiste monument overeind?'


De Standaard



Eindelijk, na meer dan 250 dagen en met dank aan het Federaal Planbureau en Paul Magnette (PS), gaat de formatie over iets. Correctie, gaat het over het wezenlijke: de krater van het begrotingstekort (DS 7 februari). Sinds donderdag weten we met zekerheid dat de vorige regering met de taxshift en de nieuwe vennootschapsbelasting een ongedekte miljardencheck uitschreef. Vandaar het verontrustende begrotingstekort en de totale impasse in de Wetstraat. Als de formatie maar niet wil lukken, heeft het niets met twee democratieën vandoen, wel met de lichtzinnigheid waarmee de regering-Michel en minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) miljarden uitdeelden en de rekening ongegeneerd naar het volgende kabinet doorschoven.


Vorige week raakte bekend dat het begrotingstekort van 2019 9 miljard euro of 1,85 procent van het bbp bedraagt. En volgens het Planbureau neemt het tekort dit jaar nog met ruim 3 miljard toe. Allemaal de schuld van de taxshift, aldus Magnette. De PS-voorzitter heeft een punt. Zoals Eric Van Rompuy (CD&V) bij herhaling zei: de taxshift was een roekeloze, zelfs onverantwoorde onderneming. Ze plezierde de achterban, maar ontwrichtte het federale budget, holde de financiering van de sociale zekerheid uit en zadelde de armste 20 procent met een inkomensverlies op.


Voor de modale Belg, a fortiori voor de meest kwetsbare groepen, is het groeiende deficit slecht nieuws. Als de taxshift overeind blijft, dreigt een ravage in de sociale zekerheid en de ziekteverzekering. Er zijn in dit land nog weinig zekerheden, tenzij één: als de N-VA in de volgende regering zit, wordt fors in de sociale uitgaven gesneden. ‘Alleen in de sociale zekerheid valt nog veel geld te rapen voor besparingen.’ Woorden van Bart De Wever uit 2016. Een jaar later klonk het nog dwingender. ‘Om het begrotingstekort te keren, is er geen andere keuze dan besparen in de sociale zekerheid.’


Als de taxshift overeind blijft,

dreigt een ravage in de sociale zekerheid en de ziekteverzekering


Voor veel conservatieven wordt de verleiding om grondig in de sociale overheidsuitgaven te snijden, stilaan onweerstaanbaar. Hoe groter het overheidstekort, hoe nood­zakelijker de ingreep, heet het in die kringen. Dat ze door taxshifts, de uitholling van progressieve belastingtarieven en notionele intrestaftrekken zelf de architecten van de begrotingsellende zijn, vertellen ze er niet bij. De staat waarvan ze dromen, is er een die een groot deel van de sociale uitgaven op de individuele burger afwentelt en waar solidariteit systematisch wordt afgeschraapt.


In de VS werd een soortgelijk model grondig en langdurig uitgetest. De resultaten zijn even dramatisch als ontluisterend. Wie daaraan twijfelt, moet er het zopas verschenen boek Deaths of despair and the future of capitalism op naslaan. De professoren Anne Case en Angus Deaton, de Nobelprijswinnaar economie uit 2015, onderzochten waarom de levensverwachting in de VS voor het eerst in meer dan honderd jaar was gedaald, zowel in 2015, 2016 als 2017. De trendbreuk was des te opmerkelijker, omdat er in tegenstelling tot 1918 geen sprake was van een grieppandemie. Deze keer draaide het rond overdosissen drugs, te veel alcohol en zelfdodingen. Goed voor 70.000 doden in 2017 en meer dan 700.000 sinds 2000.


De vaststelling dat vooral laaggeschoolden van middelbare leeftijd uit de onderste inkomensgroepen vroegtijdig stierven, triggerde Case en Deaton. Toen bleek dat de golf van wanhoop lang voor de financiële crisis van 2008 begon, raakten ze overtuigd dat het om een uitloper van structurele, economische ongelijkheid ging. Sinds het midden van de jaren 70 kregen de lagere inkomens in de VS een steeds kleiner deel van de groei toegestopt. Ze verloren decennialang koopkracht en omdat de VS geen degelijk sociaal vangnet hebben, gingen velen kopje-onder. Ze spoelden in de doodlopende straat van drugs en alcohol aan. ‘De erosie van de lonen en de teloorgang van de goede jobs’, aldus de auteurs, ‘hebben de dragende instellingen van het arbeidersleven, zoals het gemeenschapsleven en het huwelijk, aangetast.’


Volgens Case en Deaton is er nog een reden waarom de VS ontspoorden. Het gezondheidssysteem slokt 18 procent van het bbp op, tegen 9,9 procent in de EU. Het is een enorme geldcarrousel, waar de overheid schittert door afwezigheid, de producenten van fentanyl en OxyContin zwemmen in de winstmarges en de kwetsbare bevolkingsgroepen dieper in een moeras van schulden en verslavende pijnstillers wegzakken. ‘Een ongereguleerde gezondheidsmarkt’, concluderen ze, ‘is onverzoenbaar met een sociaal beleid. De VS zouden een universele ziekteverzekering moeten invoeren en de kosten van het gezondheidssysteem strikt moeten controleren.’


In vergelijking met de VS uit Deaths of despair is ‘onbestuurbaar’ België een modelland. De sociale zekerheid is er universeel, de ongelijkheid blijft binnen de perken, de ziekteverzekering is degelijk en de gezondheidszorg betaalbaar. Of dat prachtige monument overeind blijft, is maar de vraag. De sloophamers liggen klaar en big pharma ruikt haar kans. In de VS sloegen Case en Deaton alarm, in Vlaanderen is er het indrukwekkende getuigenis van de terminaal zieke dokter Dirk Van Duppen, die altijd heeft gepleit voor betaalbare geneesmiddelen. Een leven lang voegde hij de daad bij het woord, een engagement als een standbeeld.



 Tom Lanoye


'Vlaanderen is te belangrijk om het over te laten aan flaminganten'


Humo



Het zal wel aan mij liggen, maar telkens als ik één van onze talloze Vlaamskiljonse excellenties opnieuw een poging hoor ondernemen om hun onontwarbare confederalisme uit te leggen als wondermiddel tegen de complexiteit van België, moet ik denken aan een kort en glashelder gedicht van Bertolt Brecht.


Toegegeven: Bertolt was zelf niet altijd een kampioen van de reine rechtlijnigheid. Toen hij dat vers bedacht – een paar jaar vóór zijn dood in 1953 – was hij net in diskrediet geraakt omdat hij, beroemd activist tegen onrecht en verdrukking, de Sovjettanks toejuichte die in communistisch Oost-Duitsland een arbeidersopstand hielpen onderdrukken, met tientallen doden als gevolg. Hij was op dat moment nota bene een gul bezoldigd staatskunstenaar van diezelfde DDR.


Die steunbetuiging leverde hem in zijn vele biografieën terecht een zuur en beschuldigend hoofdstuk op. Zijn oeuvre is echter tijdloos en groots, en de invloed van zijn ‘episch theater’ kan tot op heden niet worden onderschat. Regisseur Milo Rau bijvoorbeeld, artistiek leider van NTGent, bedient zich in bijna al zijn ensceneringen van brechtiaanse Verfremdungseffekte en wordt daarvoor geroemd tot in de Angelsaksische pers. Doorgaans koestert men daar een dikkere boon voor Brechts tegenhanger, Lee Strasberg. De bezieler van method acting zocht niet naar antiromantische distantie, maar naar emotionele vereenzelviging via de allerindividueelste herinneringen van de acteur. James Dean, Marilyn Monroe, Jane Fonda, Robert De Niro en Al Pacino behoorden tot zijn leerling-acolieten.


Maar soit! Vóór het hier echt interessant wordt, zullen we snel weer de politiek van het theater inruilen voor het theater van de politiek. Of nee, sorry! Eerst ben ik u natuurlijk dat heldere gedicht van Brecht verschuldigd, ‘De oplossing’. Hij schreef het als officieuze kritiek op de binnenvallende Russen, in de marge van zijn officiële pluim aan de binnenvallende Russen. Tsjeven vind je overal, zelfs in DDR-schouwburgen tijdens de Koude Oorlog.


De centrale regel van ‘De oplossing’ luidt, vrij vertaald: ‘Zou het voor machthebbers niet eenvoudiger zijn om hun volk te ontbinden en zichzelf er een nieuw te kiezen?’ In weerwil van hun voormalige strijd aan het Oostfront is dat wat Sovjetcommunisten en de meeste flaminganten gemeen hebben. Ze zijn tot in de kern vervreemd van het volk dat ze zeggen te vertegenwoordigen. Op een thema waar ze dat volk juist de weg willen tonen. Om niet te zeggen: de weg willen opdringen, goed- of kwaadschiks.


Recent universitair onderzoek legde andermaal de kurkdroge cijfers bloot die we al decennia kennen, omdat ze al decennia ongewijzigd blijven. Van alle Vlamingen is amper 16 procent gewonnen voor een splitsing van België en de oprichting van een Republiek Vlaanderen.


De grootste partij van ons land – tot aan de komende verkiezingen dan toch – heet de Nieuw-Vlaamse Elite. Reeds in het eerste geloofsartikel van haar programma bepleit zij de stichting van de Vlaamse Heilstaat als panacee voor ieder pandemonium. Maar zelfs zij wordt daarin met moeite door één derde van de eigen kiezers bijgetreden. We hebben het dan over een bestuurslichaam dat zichzelf graag aanbiedt als ‘aanbodpartij’ en dat bijgevolg haast dagelijks in de spiegel checkt of zijn draagvlak nog wel breed genoeg is om het gewicht van zijn beleidskeuzes electoraal te torsen.


Als dat niet zo blijkt te zijn – zie: de betonstop, de kilometerheffing, de afschaffing van de royaal gesubsidieerde bedrijfswagen… – dan worden, om niet in de eigen voeten te hoeven schieten, desnoods de eigen ministers afgeschoten. Open en bloot en zonder genade. En altijd weer die arme Ben Weyts als eerste.


Je zou verwachten dat zo’n aanbodpartij, die zich reeds beroept op het Vlaamse Volk en Zijn Identiteit om de kleuren te bepalen van onze verkeerspalen, zich ook door het eigen volk laat corrigeren wanneer blijkt dat slechts 16 procent het eens is met haar belangrijkste agendapunt.


Dat is natuurlijk te veel gevraagd van de devote gelovige die schuilt in iedere nationalist, bij uitstek in de Vlaamse variant. Als hij zijn zin niet krijgt dankzij referenda en betogingen, waarmee hij zijn geringe getalsterkte eigenhandig in de vitrine zou zetten, dan neemt hij wel zijn toevlucht tot doorzichtige theatertechnieken die in de eerste plaats bedoeld zijn om zichzelf, tegen de werkelijkheid in, te overtuigen van zijn gigantische aanhang.


Als de wereld een schouwtoneel is – en dat is ze zeer zeker – dan kun je als amateur op het achterplan proberen aan te schurken bij de vedettes op het voortoneel, in de hoop dat hun glans vanzelf op jou gaat afstralen. Je loopt dan wel het risico op helse frustratie en zelfs jaloezie, als blijkt dat die stralenkrans geen lor verandert aan jouw beperkte register annex fanclub.


Hoe bedwelmend maar tegelijk gekmakend moet het bijgevolg niet zijn voor de overtuigde flamingant? Om separatistische Catalanen en Schotten te gaan steunen, vaak letterlijk met vlag en wimpel? Mee marcherend en zingend met z’n honderdduizenden, op de schitterende Ramblas van Barcelona… Mee canvassend en manifesterend in het zinderende Glasgow, vlak vóór een referendum dat maar met een haarbreedte wordt verloren… En dan weer thuiskomen, in de werkelijkheid tussen Aartselaar en Zwevegem, om daar de debatfiches van je geliefde partij aan te treffen, met richtlijnen over hoe je moet feesten om weer een ruime overwinning van het Belgische symbool par excellence, de Rode Duivels. (‘Niet al te zichtbaar, maar ook niet al te zuur.’) Geef toe: hoe zielig en benepen is dát? Voor politici die anders de mond vol hebben van ‘gemeenschapsvorming dankzij collectieve belevingen, over alle sociale lagen heen’?


Ach, de Vlaamskiljon en zijn afscheiding. Voorlopig blijft het een veldmuis die staat te druppelpissen naast de Niagara-watervallen en niettemin met veel aplomb verzucht: ‘Wij maken samen nogal eens een gedruis, nietwaar?’


Geweld zal de flamingant mijden, en daarvoor moeten we hem – vooruit maar – prijzen. Voor de rest is hij een triestige plant. Omdat hij beseft dat hij nooit in alle openheid zijn doel kan bereiken, is hij veroordeeld tot de trukendoos van de intrigant uit het liefhebbertoneel. Schmieren, chicaneren, lamenteren, manipuleren. Omdat hij België niet kan opdelen, probeert hij het te blokkeren door het steeds maar ingewikkelder te maken en zich vervolgens luidkeels te beklagen over dat doelbewust gecreëerde labyrint.


De meelijwekkende aanblik van onze Belgische regeringsvorming is dan ook deze. Een kruiwagen met inmiddels al vier stokken door het wiel. En de dader staat ernaast, de armen pompeus gekruist, het hoofd schijnheilig schuddend, de farizeeërblik ten hemel gekeerd en met de mond een spijtig ‘tss, tss’ te berde brengend: ‘Hij rijdt niet, hoor. Echt waar! Dat kan iedereen toch zien? Múúrvast. Hoe is dat toch kunnen gebeuren! Zouden we hem niet beter wegsmijten, voor ieders bestwil?’


Dat is een mogelijke strategie. Maar ze slaagt alleen maar indien wij haar laten slagen. Wij, de gemanipuleerden die niet behoren tot de 16 procent. Het is een wondere gedachte dat mijn eigenste draagvlak hier en nu opeens breed genoeg blijkt om ook eens te mogen spreken namens de overige 84 procent.


Welaan: Vlaanderen is te belangrijk om het over te laten aan flaminganten. Spreek dus samen met mij de brexiteers na, zij het in enkel deze slogan: ‘Take back control!’ Haal om te beginnen het grootste taboe neer in onze vaderlandse politiek. Durf eindelijk ook eens één en ander te hérfederaliseren. In naam van de efficiëntie, de kostenbesparing en – als ik dan toch bezig ben clichés te spuien tegen de clichés – ‘het gezond verstand’. En weerleg ook eens en voor altijd de propagandistische leugens over transfers tussen Noord en Zuid.


Daarover wil ik het, spreekbuis of geen, een volgende keer met u hebben.



Ann Lamon


'Beste politici'



Ik kan er niet van slapen. Op dit onnoemelijk uur lig ik wakker van jullie plotse verontwaardiging. Gewoonlijk kan ik de slaap niet vatten telkens we terug komen van de kampen in Grande-Synthe nabij Duinkerke maar deze keer zijn jullie het die mij zorgen baren. Weet u, ik herinner me mijn eerste keer levendig; het eerste weekend van september 2015 met het volkskonvooi: ‘We gaan naar Calais en nemen mee’. Het was mijn eerste voet ooit in een vluchtelingenkamp waar duizenden mensen bivakkeerden in onmenselijke omstandigheden. Het leek een weerspiegeling van alle conflictgebieden wereldwijd dat zich voltrok in een vacuüm in een van de rijkste landen ter wereld, in een buurland, in Frankrijk. Helaas is er in al die tijd weinig veranderd, ze zitten er nog steeds, de mensen zonder mensenrechten.


Kan je het geloven, beste politici? We trekken ondertussen al vier jaar en vier maanden de alarmbel. Bij jullie, bij professionele hulporganisaties, bij klassieke media,.. maar jullie lijken ons niet te horen. Jullie hebben geen oren naar verhalen die wij, gewone burgers meebrengen uit de kampen. Als er dan een keer actie wordt ondernomen dan zijn het hekken die hoger moeten, wordt het budget bepaald dat vrijgemaakt moet om snelwegparkings te voorzien van scheermesprikkeldraad of speculeren jullie over het aantal plaatsen in gesloten centra voor gevatte ontheemden, gevangenissen dus. “We gaan binnenkort samen met de Britten een gerichte info-en ontradingscampagne op poten zetten” klonk het nadat een Belgische delegatie politici Londen had bezocht, en dat terwijl vrijwilligers in het veld vechten om niet begeleide minderjarigen en kinderen op een legale manier te herenigen met hun familie in Engeland zodat ze gespaard zouden blijven van gevaarlijke smokkelnetwerken. Helaas was het Dubs amendment dat deze kinderen via veilige corridors zou overbrengen geen lang leven beschoren en hebben politici met een meerderheid tegen gestemd. Alsof het afschaffen van veilige en legale routes vluchtelingenkinderen plots zal doen verdwijnen?


Jullie daden liggen in het verlengde van hoe jullie kijken naar deze mensen. Maar dit zijn geen criminelen. Dit zijn mensen in nood. Dit is het resultaat van kapotte asielsystemen waar jullie aan het roer van staan. Dit zijn de gevolgen wanneer lidstaten niet willen samenwerken om duurzame en humane oplossingen op poten te zetten. Mensen die tussen de mazen van het net glippen of om het met een concreet voorbeeld te stellen: Wanneer wij liedjes van K3 horen zingen door de kinderen in de jungle in Frankrijk onderweg naar Engeland dan weet je dat het verschrikkelijk mis loopt.


Wie heeft het toch telkens over die transmigranten alsof het bij voorbaat om criminelen gaat, beste politici? Jullie staan op het podium en gebruiken de media als megafoon. Het zijn jullie en jullie collega’s die gif verspreiden in mensen hun hoofden en angstig maken. Het zijn jullie die zich onthouden van media op de vingers te tikken die al jaren geframede taal gebruiken en polariserende boodschappen die haat en segregatie aanwakkeren verspreiden. Van waar de plotse verontwaardiging?


Dit is de oogst.


Kan er als gevolg op de verontwaardiging nu eindelijk gewerkt worden aan humane en duurzame oplossingen over de lidstaatgrenzen heen? Kunnen jullie voorkomen dat gezinnen met kleine kinderen hun schamele tenten in de bossen van Puythouck inruilen voor bootjes die het Kanaal oversteken? Kunnen jullie deze mensen eindelijk bekijken als mensen in crisis die dringend zorgen en hulp nodig hebben, stabiele opvang om in alle rust mogelijke toekomstperspectieven te bekijken zodat ze een beslissing kunnen nemen voor zichzelf, hun kinderen en latere generaties? Kunnen jullie het gedefragmenteerde Europese asiel- en migratie eindelijk aanpakken zodat mensen levensgevaarlijke routes niet hoeven te nemen om ergens asiel aan te vragen?


Om eerlijk te zijn, we zijn moe. We zijn moe dat we als burger nog steeds de noodzaak voelen om hulpgoederen en noodrantsoen naar de kampen te brengen, we zijn moe om gewonden naar ziekenhuizen te brengen, we zijn moe van de verscheurende gedachten mensen achter te moeten laten terwijl wij naar ons warme huis kunnen terugkeren, we zijn moe dat onze waarschuwingen dat meer en meer mensen het Kanaal oversteken met rubberen bootjes in dovemansoren is gevallen, we zijn moe de alarmbel te luiden zonder constructieve en fundamentele veranderingen te registreren.


We blijven doorgaan. We hebben namelijk geen keuze. We weigeren ons te schuilen achter depersonalisatie en dehumanisatie van ontheemden door labels als transmigratie uit te buiten. Het is geen optie om bij de pakken te blijven zitten. Wij zien mensen in nood en mensen in nood die help je onvoorwaardelijk, beste politici.


Ann Lamon



De dag zal komen


'De dag zal komen'



Er komt een dag dat we geen levende kerstbomen meer in de huiskamer plaatsen, geen vlees meer eten, alcohol bannen van alle recepties. Die tijd komt, hij nadert elke dag. Er komt een dag dat er geen doden meer vallen in het verkeer. Dat niemand nog wordt gediscrimineerd, geen vrouw, geen vreemdeling, geen jongere, geen oudere, geen kind. Wees maar zeker, we zijn ernaar op weg, we gaan vooruit. Er komt een dag dat er geen jagers meer zijn, katten geen ongewenste kittens meer krijgen, elke vorm van ongelijkheid is afgeschaft. Dat mensen niet langer in goden geloven, niet langer in sprookjes, in niemand anders dan in zichzelf. Nog even geduld, een laatste kleine inspanning, even diep ademhalen, we zijn op de goede weg.


De dag is in aantocht dat geen enkele auto nog vervaardigd wordt, dat mensen zich nooit meer nutteloos verplaatsen, dat ze rustig de dood afwachten op de plek die de hunne is. Die dag komt. Zoals een tijd aanbreekt waarin geen onderscheid meer bestaat tussen de diverse culturen, waarin we niet langer op het land wonen en onze stedelijke flats niet meer van elkaar te onderscheiden vallen. Reeds breekt hij aan, die tijd.


De tijd waarin we niet meer vasthouden aan vooroordelen uit het verleden. Dan zal kunst eindelijk losstaan van schoonheid, seks zich voor altijd hebben bevrijd van liefde, leven niet langer moeilijk en sterven niet langer pijnlijk zijn.


Er komt een dag dat we voor elkaar geen geheimen meer hebben. Dat verdriet een ziekte wordt waarvan we kunnen genezen, gemis een illusie waarvoor professionele hulp bestaat, een afwijkende mening een vergissing die met het oog op de bescherming van de waarheid moet worden bestraft.


Er komt een dag dat alles prachtig verloopt in de beste der werelden, dat we nauwelijks voelen dat we leven en sterven.
Die dag is nabij, we gaan vooruit, nog even volhouden, weldra is hij er.


De dag dat wij ophouden mens te zijn.


Rik Torfs



Tine Nys


Steph Van Uytvanck

Is muzikant/componist, afkomstig uit Sint-Niklaas.


'Tine Nys is een van de mooiste mensen die ik in mijn leven heb ontmoet.'


De Morgen



Het is intriest te moeten vaststellen dat het leven zelfs tien jaar na haar dood Tine Nys nog stevig natrapt. Tine Nys was een van de mooiste mensen die ik in mijn leven ooit zal hebben ontmoet.

De media storten zich als een wolf op deze euthanasiezaak en Tine wordt afgeschilderd als een labiel persoon, voortdurend worstelend met drugsproblemen en niet vies van prostitutie. Iedereen die haar goed kende, kan alleen maar stomverbaasd zijn: dit is niet onze Tine. Dit is niet de empathische, behulpzame en intelligente vrouw die we hebben mogen ervaren. Dit is niet het meisje dat in haar kraaknette en supergezellig appartementje vol oude en opgeknapte meubeltjes, kaarsjes en plantjes, zelfgemaakte kerstkaartjes stuurde naar familie en vrienden. Dit is zelfs geen karikatuur meer, maar een mediagedrocht dat als wapen wordt ingezet om een complex euthanasiedebat vorm en emotie te geven.

Persoonlijk heb ik Tine ontmoet in het Sint-Niklase uitgaansleven. Al snel voerden we soms nachtenlang diepgravende gesprekken. We zaten vaak op dezelfde golflengte en er ontstond een hechte vriendschapsband. Ik had een theaterproductie met Guido Belcanto op poten gezet waarbij ik als tourmanager elke show meeliep. Soms liet ik me als tourmanager door Tine vervangen. Ze beschikte over een flink organisatievermogen, vervulde alle taken die zo'n job met zich meebrengt met geestdrift en perfectie en werd dan ook de lieveling van de crew. Ik had dat eerlijk gezegd wel verwacht, want wie Tine beter kende kon alleen maar van haar houden.

Het was diezelfde Tine die een hekel had aan onrecht, die het als een plicht beschouwde om noodlijdenden te helpen, soms tot in het extreme. Ik herinner me hoe ze een uitgeputte gehandicapte vrouw, waar overigens niemand naar omkeek, naar huis voerde, haar kleren uitdeed en haar in haar bed stopte. Of hoe ze zich jarenlang als vrijwilligster inzette in een home voor ontspoorde jongeren. Men had haar overigens beloofd dat, wanneer ze een bachelor maatschappelijk assistent zou behalen, ze daar een fulltimejob kon krijgen. Door haar uitzonderlijke intelligentie (hoogbegaafd) behaalde ze, ondertussen al dik in de 30, moeiteloos haar diploma. Toen ze vervolgens aanklopte bij het home, bleken alle vacatures ingevuld door kennissen van de directie. Haar droom om, na jaren onder de noemer invalide te hebben geleefd, opnieuw aan te sluiten bij de werkende samenleving, lag helemaal aan diggelen. Ik denk dat dat haar flink gekraakt heeft, al liet ze het niet merken.

Omdat we wat later elk onze levenspartner gevonden hadden, verloren we elkaar uit het oog. Tot die dag in januari 2010, toen ze me belde en vertelde dat ze euthanasie wou plegen...

27 april zou het gebeuren, 27 april is het gebeurd.

En ook al zijn familie en vrienden het niet eens over het hoe en waarom, we missen Tine Nys allemaal!


ONGEKROONDE KONINGIN VAN DE GULHEID

De sociale media staan vol statements waaruit moet blijken hoe menslievend we wel zijn, hoe betrokken we ons vanachter het scherm wel voelen met vluchtelingen, armen, behoeftigen. Met een beetje geluk doen we zo nu en dan nog eens een donatie, maar dat is het dan ook, dan zijn we 'maatschappelijk voldaan'. Tine Nys vertaalde menslievendheid niet naar woorden, maar naar daden. Volgens mij hebben haar hypersociale engagementen haar nu en dan psychisch in de problemen gebracht, maar dat is slechts een voetnoot in een warmhartig levensverhaal. Wie Tine niet gekend heeft en nu in de media over haar leest, kan haar enkel zien als een hoopje miserie, in de klauwen terechtgekomen van een paar harteloze medici. Dat klopt van geen kanten. Tine zou nooit gewild hebben dat haar huisarts, een supergewetensvol persoon ten aanzien van zijn patiënten (ik ken hem zeer goed ), nu als een semi-moordenaar op een beklaagdenbank zou komen te zitten.

Tine Nys heeft 'alles gegeven' en wou er nu stilletjes uit. Ik denk nog elke dag aan haar en het maakt me boos om te beseffen dat only the good die young, dat onze samenleving een zelfvernietigende werking heeft op wie zich belangeloos inzet voor anderen. Tine was niet gelovig. Ze was ervan overtuigd dat er na de dood niets was. "Na de dood is het gedaan, dan ben je gewoon weg!" Welnu, als er al een hemel had bestaan, zat Tine Nys ongetwijfeld aan de eretafel. En niet omdat zij een zielig psychisch geval was, maar als ongekroonde koningin van de gulheid.



Peter Mertens


'Conner Rousseau is 'fier' op de N-VA-sp.a-coalitie in Antwerpen.'



Ik heb me tot vandaag onthouden van commentaar op Conner Rousseau. Er is echter een grens aan alles. Volgens Conner Rousseau heeft SP.A in Antwerpen ‘N-VA op de knieën gedwongen’. Zucht. Rousseau vindt het 'een moedige stap om met De Wever te besturen'. En hij nodigt 'alle mensen die in Brussel aan politiek doen' uit 'om eens te komen kijken in Antwerpen'. Wel. Dat doe ik ook.


Waar is de afschaffing van de paaitaks? Waar zijn de ambitieuze maatregelen op de woonmarkt? Waar is het verplichte conformiteitsattest? Waar is de belofte van de sp.a om op zijn minst een kwart sociale woningen te bouwen bij de nieuwe projecten? Waar is de beloofde heroprichting van het Platform van Antwerpse Sociale Huurders? Waar is de ambitie? Waar? In Antwerpen staan 20.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. Hoe socialistisch is dat?


Volgens Rousseau heeft de sp.a de N-VA dus op de knieën gedwongen. En volgens Jinnih Beels - die mij vandaag in De Zondag heel netjes omschrijft als 'een schreeuwlelijk op de kade zonder impact' - is de sp.a in Antwerpen de sleepboot die de N-VA-tanker van richting verandert. Echt mevrouw Beels? Tijdens de kiescampagne hebt u beloofd om 60 voltijdse toezichters aan te werven bij het stadstoezicht, na de gasontploffing op de Paardenmarkt in een slecht onderhouden verhuurd appartement. Wat doet U nu. Die taak privatiseren! Woningcontrole uitbesteden aan een firma die er maximaal geld aan wil verdienen.


Hetzelfde geldt voor de zorg. Ooit waren de rusthuizen van de stad, van het OCMW, betaalbaar voor alle Antwerpenaren. Dat is al lang niet meer zo. Mensen betalen nu 2.200 euro, voor een stedelijk rusthuis van het Zorgbedrijf Antwerpen. En nu wil het stadsbestuur ook de catering, de poets en andere ondersteunende taken van het Zorgbedrijf verpatsen aan de privé. We weten wat daar van komt. “Minimale zorg, maximale winst”, zei de Pano-reportage.


Stap voor stap worden stedelijke diensten afgebouwd en publieke pijlers geprivatiseerd. Private spelers bij het woontoezicht, private spelers in het Zorgbedrijf, private spelers bij de kinderboerderij, private spelers bij de kindercrèches, … Van een N-VA-bestuur verwacht ik dit soort maatregelen. Maar niet van een bestuur met sp.a in. Mevrouw Beels beweert dat zij de tanker aan het keren is. De “tanker keren”, mevrouw Beels, dat is het personeel revaloriseren en de privatiseringen tegenhouden. Dat is de tanker keren.


Conner Rousseau is 'fier' op de N-VA-sp.a-coalitie in Antwerpen. Een coalitie die in september jongsleden nog onder erg veel protest de zitpenningen van burgemeester, schepenen en gemeenteraadsleden met 42% verhoogde. Ondertussen moet de rest wél inleveren. In Antwerpen bestaat een taks om te trouwen. Net als een plaatsing-van-verkeersborden-taks, een imago-taks, en een containerparktaks. Het N-VA-sp.a-bestuur denkt nu ook aan een fietsenstallingstaks voor wie de fiets wil parkeren onder het Astrid- of Operaplein. Tijdens de verkiezingscampagne beloofde de sp.a dat er steunmaatregelen zouden komen voor mensen die de lage-emissiezone niet meer binnen kunnen. De Lage Emmissiezone wordt nog eens verstrengd. Wie een dieselwagen Euro 4 heeft moet een nieuwe wagen kopen of moet een jaarpas van 350 euro kopen voor het betreden van de zone. Wie kan dat betalen?


Terwijl schepenen en raadsleden in Antwerpen zichzelf een opslag van 42% toekennen, kan in de koekenstad geen enkele, maar dan ook geen enkele culturele organisatie, op een indexering van haar middelen rekenen de komende zes jaar. Moeten die dan geen mensen tewerkstellen, techniekers inhuren, panden huren, investeringen doen? Een dertigtal organisaties krijgen slechts één of twee jaar zekerheid over middelen. Dan mogen ze zich terug gaan aandienen bij de schepen. Hoe bouw je zo een stabiele werking uit?


In 2021 verliest Fameus 150.000 euro, voor 2022 is er nog geen budget voorzien. ’T Werkhuys verliest volgend jaar 20.000 euro, De Singel 10.000 euro, De Roma verliest 17.000 euro, Het Toneelhuis 35.000 euro, Kunsthuis Opera Vlaanderen Ballet Vlaanderen vzw 7.900 euro. Hebben deze organisaties geen belangrijke bijdrage aan de stad? Deze Antwerpse kaasschaaf komt nog eens bovenop de Vlaamse besparingen.


Wintervuur wordt afgeschaft, filmhuis Klappei krijgt geen middelen meer. “Wat de stad nu doet zie je bij veel steden in heel de wereld terugkeren en dat is cultuur inzetten als citymarketing. Er wordt veel geld ingezet om veel mensen te bereiken. Dat is goed en belangrijk voor een stad, maar dat mag niet ten koste gaan van andere intiemere kleinere organisaties. Wintervuur is net een festival voor de mensen van de stad en dat is er zo mooi aan”, zegt Johan Petit van MartHa!tentatief.


Volgens Rousseau en Beels is het Antwerps model van N-VA en sp.a een model voor de toekomst. Wie het er niet mee eens is, moet wel een 'schreeuwlelijk' zijn 'zonder invloed op de kade'. Het tegendeel is waar. In Antwerpen zie je de to-ta-le capitulatie van de sp.a ten aanzien van de hardliberale separatisten van N-VA. Of het nu om wonen, taksen, zelfbediening, of cultuur gaat, er is geen verschil tussen het Bart De Wever bestuur in Antwerpen en het Jan Jambon bestuur in Vlaanderen. Behalve dan dat het eerste luidruchtig wordt aangemoedigd door sp.a-voorzitter Rousseau. Een links alternatief, dat is he-le-maal iets anders.


(Zie ook mijn tussenkomst bij de meerjarenbegroting in Antwerpen https://antwerpen.pvda.be/antwerpen_is_een_hoge_betaal_zone…)



Bart Eeckhout


‘Theo Francken en Jan Jambon hebben ongelijk’


De Morgen



Hoofdredacteur Bart Eeckhout analyseert de politieke week.


Minister-president Jan Jambon (N-VA) had, zo blijkt, overdreven met de insinuatie dat er vluchtelingengezinnen bestaan die zoveel kindergeld cumuleren dat ze er een huis mee kunnen kopen. Waarschijnlijk meent de regeringsleider dat hij bij de eigen achterban niettemin toch flink heeft gescoord. Ook dat is een strategische vergissing, zo leert nieuw kiesonderzoek. 


Het post-electorale onderzoek dat het bureau Kantar namens Knack uitvoerde, biedt best wel wat interessante inzichten in het stemgedrag van de Vlaming bij de voorbije verkiezingen. Al blijkt eens te meer dat voor de politieke wetenschappen hetzelfde geldt als voor de economische: het blijft de kunst van het achteraf voorspellen wat eerder is gebeurd.


Over de alweer verliezende middenpartijen CD&V, Open Vld en sp.a zijn die inzichten weliswaar bezwaarlijk nieuw te noemen. Het is inmiddels goed bekend dat die drie klassieke centrumpartijen historische dieptes verkennen door een noodlottige combinatie van structurele en conjuncturele factoren. Simpel gezegd: in een voor gematigde partijen in heel Europa moeilijke context hebben zij elk ook nog eens matig werk afgeleverd.


Die context gaat niet veranderen, maar een half jaar na de stembusnederlaag lijken alvast CD&V en Open Vld werk te willen maken van een voorzichtige herprofilering. Met Joachim Coens heeft CD&V een beslagen maar nog door de macht onbesmette partijleider met het geknipte profiel om een empathisch-conservatieve(re) koers uit te zetten. Tegelijk schijnt (een deel van) Open Vld uit de donkerrechtse schaduw van N-VA te durven kruipen. Het is toch al dat.


Over het mogelijk herstel van sp.a onder Conner Rousseau is de jury nog onbeslist. Misschien geeft zijn branie een stroomstoot, misschien wordt het een fatale elektrocutie. Een volgend post-electoraal onderzoek zal het ongetwijfeld uitwijzen.


Boeiend wordt het Kantar-onderzoek pas echt als het over N-VA gaat. Voor de Vlaams-nationalisten valt er best wel goed nieuws te vernemen. Hun partij verloor op 26 mei dan wel het meeste kiezers van allemaal, de potentiële aantrekkingskracht blijft groot en breed verspreid onder alle lagen van de bevolking. De N-VA maakt nog altijd de meest realistische kans om uit te groeien tot/te bevestigen als dé rechts-conservatieve volkspartij van Vlaanderen. Zo’n partij, zoals voorzitter Bart De Wever ze zich altijd verbeeld heeft, zou in dit gewest nog in lengte van jaren het ritme van de politiek moeten kunnen bepalen.


Alleen, je moet dat potentieel natuurlijk wel weten waar te maken. Asiel en migratie, zo bevestigt dit post-electorale onderzoek, hebben een doorslaggevende rol gespeeld bij de stemvoorkeur. Dat valt te verklaren doordat vele kiezers dat thema vanzelf belangrijk achten – en in alle eerlijkheid gezegd: alleszins belangrijker dan je vooraf uit de mediaverslaggeving kon opmaken –, maar ook doordat de N-VA dat thema zo belangrijk gemaakt heeft. Ze hebben er zelfs de regering over verlaten.


In termen van verkiezingsthema’s speelde de N-VA dus een thuismatch. Maar die wedstrijd werd dus wel grandioos verloren, en wel aan Vlaams Belang. De analyse werd al vaker gemaakt, zelfs voor de verkiezingen: N-VA heeft haar eigen rivaal weer wakker gekust uit de politieke dood. Het radicalere alternatief is weer aantrekkelijk, bekend en acceptabel gemaakt.


De stembusresultaten plaatsten de N-VA-top voor een raadsel en een richtingenstrijd. Had de harde taal van partijkopstuk Theo Francken & co. de eigen partij gegeseld of juist recht gehouden? Het eerste kon je vermoeden als je naar de hele kieskaart kijkt. De winst die het VB boekt, gaat in ruime mate ten koste van N-VA.


Maar dan was er de uitslag van Theo Francken in Vlaams-Brabant. De oud-staatssecretaris kon als een van de weinigen namens N-VA een plusje noteren. Het plaatst zijn partij voor een lastige keuze. Moet de N-VA in haar migratiekritiek de toon ietwat matigen en ook andere rechts-conservatieve thema’s verzorgen? Dat is de lijn die voorzitter Bart De Wever nog altijd lijkt voor te staan. Of mag het juist allemaal nog wat feller, zoals ook Jan Jambon meent, al was het maar om VB niet te veel ruimte te geven?


Francken heeft veel N-VA-kiezers op het spoor van VB gezet.

Hij hield daar een aardige bonus aan over, maar het verlies voor de partij is groter.


Het Kantar-kiesonderzoek heeft dat dilemma beslecht. Als verklaring voor hun overstap van N-VA naar VB leggen veel kiezers uit dat ze vonden dat – zo lezen we in Knack – “de N-VA met Theo Francken wel krachtige uitspraken deed over asiel en migratie, maar dat die onvoldoende in de praktijk werden omgezet.” Francken heeft vele N-VA-kiezers dus op het spoor van VB gezet. Hij hield daar zelf een aardige bonus aan over, maar het verlies voor de rest van de partij is groter. Theo Francken heeft dus ongelijk.


Het gaat niet om de politieke lijn van Theo Francken alleen. Hoe netelig die kwestie voor N-VA wel is, bleek afgelopen week weer. In de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement dienden minister-president Jan Jambon en minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) spitsroeden te lopen. Ze antwoordden er op vragen over de uitlatingen van de regeringsleider in een speech over een vluchtelingengezin dat genoeg achterstallig kindergeld vergaard zou hebben om er meteen een huis mee te kunnen kopen.


Na grondig onderzoek had minister Beke toch één uitzonderlijk geval weten te vinden waar het gecumuleerde kindergeld tot 90.000 euro was opgelopen, onder meer omdat er kinderen met een handicap betrokken zijn. “Ik heb misschien verkeerd ingeschat dat dit tot zoveel commotie zou leiden”, verklaarde minister-president het incident ootmoedig voor gesloten.


De reacties op het incident maken pijnlijk duidelijk hoe polariserend dit soort discussies zijn. Ter linkerzijde werd Jambon van leugens beschuldigd. Maar op de veel grotere rechterzijde wordt vooral onthouden dat er toch asielzoekers zijn die 90.000 euro kindergeld vergaren.


Waarschijnlijk denkt de minister-president daarmee dat hij in de kwestie feitelijk ongelijk had, maar strategisch een zege boekte. Want werd de eigen achterban niet bevestigd in zijn overtuiging dat die vluchtelingen alles in de schoot geworpen krijgen? Ook dat is een vergissing.


De strategische kwestie is: heeft Jan Jambon zijn eigen partij gediend, of heeft hij met een overtrokken bewering opnieuw een sluis naar uiterst rechts opengezet? U hoeft er niet aan te twijfelen welke partij de 90.000 euro-kwestie, zonder nuance en context, inmiddels in het lang en het breed heeft rondgepompt als propaganda.


Mocht u toch twijfelen: het was niet de N-VA.


De Morgen



Ann De Craemer


'In de gazet'



Elke dinsdag en donderdag schrijft Ann De Craemer over de kleine en grote dingen des levens die haar beroeren.


"Kassa 3 is ook open." Ik sta in de Aldi. Het is bijna sluitingstijd. Ik manoeuvreer mijn kar naar de derde kassa, waar een koppel vijftigers zijn boodschappen al op de rolband aan het leggen is. Een gekleurde jongen van een jaar of tien, met alleen een zakje chips in zijn handen, neemt plaats achter mij. Ik zeg hem dat hij mag 'voorsteken' omdat hij zo weinig bij heeft. "Dank u, mevrouw", klinkt het. Ik tik op de schouder van de vrouw van het koppel en vraag of de jongen ook voor mag, wijzend naar het zakje chips. "Baneegij! Wachten moeten ze, gelijk wij dat ook geleerd hebben!"

"Allee, mevrouw", zeg ik. "Nee! Als ge zo gaat beginnen, gaan ze het nooit leren." Alles in mij wil in de aanval gaan, maar ik zwijg om de jongen niet in verlegenheid te brengen. Wanneer het koppel betaald heeft, is het de beurt aan de jongen. Ik zie een zakje paprikachips van het huismerk Pirato. "Oewist?" lacht de kassierster. "Alles goed", zegt hij. "Twintig cent, graag." Hij legt vier muntjes van vijf cent die daarnet nog in zijn vuist geklemd zaten naast de kassa. "Allee, geniet ervan, hè", knipoogt de vrouw.

Buiten laadt het koppel zijn boodschappen in een Range Rover. Ik kan het dan toch niet laten en stap op hen af. "Was het zo moeilijk om een beetje vriendelijk te zijn tegen die jongen?" De vrouw steekt haar vinger dreigend in de lucht. "Ge moet gij eens goed luisteren, hè. Wij doen in ons eigen land wat wij willen. Wat gaat ge doen? Het in de gazet zetten?"

In mijn thuisstad kent zowat iedereen mij, dus die opmerking over de gazet verrast me niet. Welja, kijk, mevrouw, het staat vandaag in de gazet. Als uw kleinkinderen op bezoek komen, laat u hen dan dit stukje lezen?



Hugo Camps


'De nieuwe boeman is zelfcensuur'


De Morgen



De heftigste emoties na de slachtpartij op Charlie Hebdo zijn na vijf jaar weggevloeid. De golf van solidariteit leidt bijna een ondergronds bestaan. De oplage van het blad laat geen exuberante acties meer toe, maar de strijd tegen religieus fanatisme en racisme wordt onverminderd voortgezet. De profeet Mohammed met een bomgordel hoort binnen de ruimte van Christus aan het kruis, zij het dat de een dader is en de ander slachtoffer. Maar au fond is het een perversie van hetzelfde absolutisme.


Er zijn boeken geschreven over de vrijheid van meningsuiting, films gemaakt, leerstoelen geïnstalleerd. Aan het wezen van humor en satire in de journalistiek is niets veranderd. Het blijven fragiele experimenten die permanent aan de meetlat van de goede smaak worden gelegd. En dan nog ontstaat er een morele richtingenstrijd.


De nieuwe boeman is zelfcensuur.


Er wordt beduusd geslalomd rond vrijwillig gesnoerde monden. Cartoonisten worden aangemoedigd humor en satire de vrije loop te laten, maar het blijft vooral een platonische bezwering. Tegelijkertijd heet het dat zonder enige zelfcensuur de beschaving niet overeind te houden is. Je kan niet om het even waar en om het even wanneer alles zeggen. Dat is geen nederlaag van de vrije meningsuiting, dat is sociaal pragmatisme van fatsoen. Spotprenten over religieus fundamentalisme en politieke ontsporingen horen niet tot de beperkende terughoudendheid van journalisten en cartoonisten. Zij pretenderen immers de legitimatie van een nieuwe morele en misschien wel existentiële orde, te paard en te zwaard. Het Vaticaan en de garage-islam zijn minder openhartig. Hun toegestane vrijheid van afvalligheid is overleving.


BAGGER

De grootste bedreiging van de vrije meningsuiting zijn inmiddels de sociale media. De bagger die zij dagelijks in hun onmetelijke vrijheid rondstrooien, blokkeert elk decent debat. Zij ontlopen juist meningen en nuances in hun roddel en autoritaire afrekeningen. Inspraak en tegenspraak zijn een fictie. Het recht van spreken vergaat hen doordat geviseerde machthebbers handlangers zijn geworden. Samen voedstervader van nepnieuws. De onbeperktheid van vrije meningsuiting wordt dan een modderbrij van leugens en vooroordelen. Nergens is er minder vrijheid van meningsuiting dan op de sociale media. Helaas zijn politici nu zelf geprogrammeerd naar hetze en sensatie.


Er is niets mis met redelijke zelfcensuur, zolang het de mature samenleving dient in het vrijwaren van aberraties. Dat proces voltrekt zich niet in de handen van een journalist of cartoonist, maar in de stille strijd tegen georganiseerde karaktermoord, roddel en nepnieuws. De sociale media doen er toe, maar hun overkill is niet iets om trots op te zijn. Het blijft vooral een lawine van afval.


Dat was niet de inzet van Charlie Hebdo. Het satirische blad had geen willekeurige agenda en fulmineerde niet à la carte. Het streed voor tolerantie in de foulée van de verlichting. Er zat structuur in de verontwaardiging. De bedoeling was de heersers van de duisternis te ontmaskeren. Een emancipatiebeweging dus. Een beetje zoals de strijd tegen het ijsschotsspringen van zogenaamde klimaatgoeroes. Maar daar hadden de fundamentalistische boosdoeners naam en toenaam. Dat maakte de vrijheid van meningsuiting automatisch persoonlijker. En grimmiger. 


 

Tom Lanoye


'Jeff Hoeyberghs is een cultuurfilosoof met de motoriek van een vetzuchtige pinguïn'


Humo



De vorige keer dat Straffe Jan op een leugen werd betrapt, was zijn verweer geniaal:

de journalisten hadden hem te letterlijk geciteerd '


Behalve jezelf bewusteloos zuipen koestert het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) nog drie tradities. Het dragen van verwijfde Lady Gaga-petten, het pochen met schuine erelinten als van een winnende Miss Tafeldruif en het inviteren van spraakmakende tooghumoristen.


Vorig jaar was dat Jeff Hoeyberghs. Een cultuurfilosoof met de motoriek van een vetzuchtige pinguïn en de dictie van een Limburgse begijn met een zenuwtoeval. Van bijberoep is hij plastisch chirurg, al laat zich dat van zijn eigen smoeltje niet aflezen. Over Jeff wil ik het ooit weleens hebben, eerst valt hier een andere humorist te eren: Jan Jambon. Iemand van wie we eveneens na één oogopslag kunnen concluderen dat de wonderen der plastische chirurgie aan zijn neus zijn voorbijgegaan.


Het was in 2014 dat het KVHV – ‘de Vlaamse elite van de toekomst’ – hem uitnodigde als arrivé uit de toen reeds volop heersende Nieuw-Vlaamse Elite. Sterke Jan, zoals hij zichzelf graag afficheert, was net federaal vicepremier geworden, alsook minister van Veiligheid, Binnenlandse Zaken, Regie der Gebouwen en Grootstedenbeleid. Vooral dat laatste wekte bewondering voor een burgemeester van uitgerekend Brasschaat. Samen met Sint-Martens-Latem vormt die speldenknop het grootste monoculturele getto van ons land. Hun enige vorm van diversiteit is de vermenging tussen parvenu-Vlamingen en belasting-Hollanders. Zolang die hun mond niet opendoen, is het verschil niet te merken. Wanneer ze hun mond toch opentrekken, blijkt na wat vertaalwerk dat ze allemaal hetzelfde zeggen over migratie, zwartwerk, uitkeringen, belastingen, Europa, het klimaat, André Rieu en hockey. Nog een geluk dat Brasschaat weinig tot geen openbaar vervoer tolereert naar de meer levendige grootsteden in haar omgeving. Voor je het weet, breidt zo’n vlek zich uit.


Zijn zelfgekozen koosnaam getrouw bracht Jambon sterke verhalen mee naar het KVHV. Per slot van rekening kwam hij spreken voor het kruim van zijn achterban, en die kon enige geruststelling gebruiken. Jambons partij had de voorbije verkiezingen gewonnen dankzij de belofte om uit eigen beweging al haar particulier-flamingantische eisen vijf jaar lang ‘in de frigo’ te zullen stoppen, in ruil voor een keihard besparingsbeleid jegens álle Belgen. Normaal gezien wacht een Vlaamse partij met zulke beloftes tot na de verkiezingen. Was de Nieuw-Vlaamse Elite aan het vervellen tot ‘een Belgicistische verraderspartij’?


De verse vicepremier kreeg de handen vlot op elkaar. Als appetizer verklapte hij dat hij tegen zijn goesting vicepremier was geworden. En als hoofdschotel dat er geheime Atoma-schriftjes bestonden, vol bindende afspraken met alle andere regeringspartijen aangaande een verregaande staatshervorming in 2019.


Voor lezertjes die alleen met het internet zijn opgegroeid: een Atoma-schriftje bezit een rug van ringen, waardoor je de bladen gemakkelijk kunt losmaken en elders weer invoegen. Voor de zwarte boekhouder is het Atoma-schriftje een onmisbaar instrument. Het wordt dan ook geproduceerd door een Brusselse drukker en werd wereldberoemd dankzij een Belgisch politicus annex partijpenningmeester uit onze schilderachtige jaren 90: Leo Delcroix. Die werd onder meer gelinkt aan een smeerpijp in het Albertkanaal, een contract voor verplichte milieuboxen die enkel bruikbaar bleken als stoeltje voor vrijetijdsvissers en een riante villa in Frankrijk waarvan zijn excellentie eerst het bezit ontkende, tot het tegendeel werd bewezen door factcheckers. Dat zijn mensen die je vroeger ‘journalist’ noemde.


Het bovenstaande beroepsprofiel zal door ieder KVHV-lid meteen worden toegeschreven aan de doorsnee Franstalige, maar zijn familienaam ten spijt is Delcroix een gestampte Vlaming. Beticht van schriftvervalsing, maar vrijgesproken vanwege verjaring. Voor de rest een Limburgse tsjeef met een goed geheugen, een slecht handschrift en extreemrechtse sympathieën, die het liefst minister wordt op de post waar de zwaarste contracten van de stootkar vallen: Landsverdediging.


Het was naar deze Fijne Leo dat Straffe Jan verwees toen hij zijn achterban probeerde te sussen met ‘geheime Atoma-schriftjes die klaarliggen in de kluizen van alle meerderheidspartijen’. Het verschil met Delcroix en diens Franse villa was dat Jambon al na één dag mediaheisa toegaf dat zijn schriftjes niet bestonden, en afspraken over een staatshervorming evenmin. Zijn verweer was echter ronduit geniaal. De aanwezige undercoverjournalisten hadden hem ‘te letterlijk geciteerd’.


Ik heb het gefactcheckt, en verdomd: ook dat laatste heeft Jambon inderdaad letterlijk zo gezegd. Samen met dit: ‘Er werd geen onderscheid gemaakt tussen mijn cynisme, beeldspraak en humor, waardoor één en ander uit zijn context is gerukt.’

Een dikke week geleden werd Jambon, inmiddels geparachuteerd tot Vlaams minister-president, opnieuw letterlijk geciteerd. Na twee besloten lezingen voor bevriende zakenlui. Je kunt je tijd niet blijven vergooien aan studenten. Ooit begint het echte werk.


Op beide avonden rakelde hij in dezelfde bewoordingen een verhaal op dat hem persoonlijk zou zijn gerapporteerd. Een familie asielzoekers had na haar erkenning door zijn eigen Vlaamse ambtenarij zoveel achterstallig kindergeld toegesmeten gekregen dat ze er ‘meteen een huis van hadden kunnen kopen’. En opnieuw bleek zijn uithaal een losse flodder. Diverse studiediensten rekenden het na: een imaginair gezin met een woningwens zou pas na een tiental jaar wachten op papieren voldoende kindergeld bijeen kunnen krabben, indien het bovendien een kroost bezat van veertien hogeschoolstudenten. Dat is bijna meer dan het KVHV leden telt.


Jambons verdediging was dit keer minder geniaal. Ze kwam dan ook niet van hemzelf, maar van te hulp gesnelde partijgenoten. ‘Niet alles wat een politicus zegt, moet wetenschappelijk correct zijn,’ zo vonden zij, allicht gesterkt door hun eigen ingesteldheid bij markt- en huisbezoeken. Als het geroddel maar scoort en je gezicht maar in de juiste plooi ligt. Geef toe: waaraan had Jan Joker zich eigenlijk schuldig gemaakt? Een boutade, meer niet. ‘Iedereen gaat weleens kort door de bocht tijdens een lezing voor de eigen achterban.’


Het probleem van Jan met de korte achternaam is dat hij overal denkt te speechen voor eigen achterban. In 2016 maakte hij zich nog weken na de aanslagen in Zaventem en Brussel kwaad, tot in de internationale media toe, op ‘de dansende moslims in bepaalde wijken van onze hoofdstad’. Daar zouden zich heuse feesten hebben afgespeeld (‘Stráátfeesten, hè! Geen rouwfeesten!’). Hijzelf noch de politie heeft ooit ter staving één foto, filmpje, verslag, getuigenis of straatnaam kunnen opduikelen.


Je mag ook mij letterlijk citeren, graag zelfs, maar ik zie Jambon iets anders lossen dan wisecracks. Hij legitimeert extreemrechtse leugenpropaganda door ze als topminister keer op keer klakkeloos na te kwekken. In de hoop zodoende zijn politieke concurrenten te counteren, overhandigt hij hun de leidsels van zijn kiesvee. Gratis en voor niets.


Kán een boutade over woningen onze complexe wereld wel verduidelijken? Ik wil het gerust ook eens proberen. Dankzij de gulle politieke dotaties aan zichzelf zijn de oorlogskassen van onze partijen op tien jaar tijd verdubbeld. Daar werden echter amper extra studiediensten mee gefinancierd, maar des te meer appartementsgebouwen en kantoorblokken, als investering om nog meer immobiliën aan te schaffen. Dus stel dat een asielzoeker zijn kindergeld misbruikt om hier of daar een krot te kopen: is dat dan bewijs van goede integratie? Omdat hij het voorbeeld volgt van de vastgoedmogols die zijn dossier beheren? Of juist niet?

Hoe dan ook, iedere asielzoeker weet één ding: als híj bij zijn procedure liegt, over wat dan ook, dan kan hij ze op zijn buik schrijven. Al heeft hij zestig kinderen die studeren aan de universiteit.


Laat ik besluiten met een verzoenend voorstel in deze tijden van betwist vastgoed en ‘besparingen-voor-iedereen’. Die laatste gaan zoals geweten van zes tot zestig procent, voor zorgverleners, conducteurs, kenniscentra over armoede, vertrouwenscentra voor kindermishandeling, steun voor middelgrote bedrijven, de Vlaamse Jeugdraad, de VRT, beginnende artiesten, de zorg tout court, et cetera. Na wat mediatiek aandringen hebben uiteindelijk zelfs onze Vlaamse parlementariërs zich onder de kaasschaaf gelegd. Niet voor zes, maar voor vijf procent. Verschil moet er zijn.


Voor onze regeringsleiders is het verschil voorlopig dat er helemaal geen verschil is. Met hun vroegere loon, bedoel ik. Dat is vast heel erg tegen hun zin, want een fraai plaatje biedt het niet, als ministers alle anderen kortwieken en de veren daarvan als gezond budgettair beleid in de eigen reet steken, zonder zelf ook maar één bouwsteentje bij te dragen. Ik ben ervan overtuigd dat ook zij zich met plezier zullen schikken naar hun favoriete slogans (‘Meer doen met minder!’ ‘Snoeien om te groeien!’). Jan Met De Sterkste Schouders kan direct het voortouw nemen.


De Nederlandse premier verdient jaarlijks 165.916 euro, de Franse president 181.680 euro, de Canadese premier 238.018 euro, de Belgische 233.609 euro. Het spreekt vanzelf dat een Vlaams minister-president daarvoor niet kan onderdoen. Hij trekt 253.000 euro. Volgens mij is dat meer dan Poetin en Xi Jinping samen, maar ik ben te lui om het na te kijken. Waarom zou ik? Wat we zelf doen, doen we duurder. Het zal – over vastgoed gesproken – niet anders verlopen met dat toekomstige Museum van de Vlaamse Volksaard. De mortel wordt duur betaald, het marmer nog veel meer.


Zestig procent inleveren? Zomaar onverwachts? Dat kun je vragen van een beginnende artiest, maar niet van een minister-president-emeritus-colossos-maximus. Zullen we dus maar afkloppen op zes procent? Net als bij de Zelfmoordlijn?


Op zich lijkt dat weinig. Maar na tien jaar kun je met dat bedrag al een bungalow kopen in Brasschaat, en een villapark in Bree. Ik heb dat niet tot de laatste eurocent opgezocht, ik ben daar te lui en te lomp voor. Maar u begrijpt me wel. Het is een boutade! En welke Vlaming houdt nu niet van een gevatte boutade, op tijd en stond?


Humo


 

Maaike Neuville


'Brief aan iedereen'



Beste collega-burgers, beste allen,


Op de valreep heb ik nog een hartewens van 2019 aan 2020.

Mijn kritiek op de werking van ONS Vlaams parlement werd, tot mijn eigen verbazing, door velen gedeeld. Ik sprak alle parlementariërs aan, goed wetende dat in die groep mensen ook velen van goede wil zetelen. Mensen die wèl luisteren. Mensen die wèl moeite doen om boven hun eigen partij uit te stijgen in het belang van de gemeenschap. Daarop werd ik door sommigen van hen ook aangesproken. Ik geef hen gelijk.


Alleen, waar niemand mij in lijkt tegen te spreken, is de oppering dat het ook anders kan en anders moet.


De overdaad aan cynisme (dat door sommigen wordt bestempeld als een 'goed debat') en het gebrek aan luisterbereidheid is niet het probleem op zich. Het duidt enkel op een falen van het huidige systeem. Als de uitslag van een debat al vastligt, zou ik ook niet meer luisteren. Als de mening van een partij al vastgebeiteld staat in een betonnen partijprogramma, zou ik ook niet meer hard roepen. Mijn grootste respect gaat uit naar zij die dat wel doen. Uit verschillende hoeken kreeg ik te horen dat het echte debat niet gebeurt in de plenaire vergadering, die ik bijwoonde, maar wel daarbuiten. In de commissievergaderingen en tijdens de onderhandelingen. De stelling dat dit een schijnvertoning was werd dus, vreemd genoeg, niet onderuit gehaald.


Ik weet niet of u deze mening deelt, maar bij elke verkiezing opnieuw, telkens ik mij naar het stemhokje begeef, overvalt me een wrang gevoel. Het gevoel dat ik er niet genoeg van af weet, het gevoel dat een land besturen veel te ingewikkeld is voor een simpele ziel als ik, het gevoel dat mijn stem gebruikt wordt voor strategische politieke spelletjes waar ik niets mee te maken heb, het gevoel dat ik gedwongen word om kleur te bekennen terwijl ik niet voor één kleur wil staan, het gevoel dat ik er toch niets aan kan veranderen.


Nu, na zoveel bijval op een simpele brief, na zoveel solidariteit gezien te hebben de voorbije weken tussen verschillende sectoren die nog maar eens besparingen moeten ondergaan, weet ik dat verandering en vereniging van gezond verstand wèl mogelijk is.

Mijn hartewens voor 2020 is dan ook dat we mogen blijven opstaan, dat we ons blijven verenigen. Dat we kleuren loslaten en als burger weer inspraak eisen.


Ik weet wat mij te doen staat in 2020. En ik hoop velen met mij. Vaker op de tribunes van ONS parlement gaan zitten. Aan burgerpanels deelnemen. Op straat komen om onrechtvaardigheid, cynisme en systeemfalen aan te klagen en er solidariteit voor in de plaats te stellen. Met andere woorden, de macht teruggeven aan onszelf.


Met warme groeten,

Maaike


 

Bart Surtewagen


'Jan Jambon en de essentie'


De Standaard



Loyauteit is iets moois. Maar uit loyauteit het onuitlegbare moeten verdedigen, biedt een treurige aanblik. Dat uitgerekend de sociaal voelende, milieubewuste oud-VU’er Wilfried Vandaele in De ochtend zonder deugdelijke debatfiche moest vergoelijken wat zijn partijgenoot Jan Jambon over huizen kopende asielzoekers had gezegd, was pijnlijk. Wanneer men zich door eigen schuld in een put bevindt, verdient het aanbeveling op te houden met graven. Vandaele laten opdraven om, hoorbaar zonder overtuiging, te zeggen dat politici zich tegenover hun achterban wel eens ‘onwetenschappelijk’ mogen uitlaten, is de morele miserie nog vergroten.


Jambon had bij zijn verdediging op één punt gelijk: het gaat om de essentie. Op welk droevig niveau zijn we in Vlaanderen beland als zijn minister-president achteloos meewerkt aan de beeldvorming over profiterende migranten? Als er een te ruime tegemoetkoming was voor asielzoekers met een kroostrijk gezin, dan komt dat door onzorgvuldig bestuur door een Vlaamse regering met dezelfde samenstelling als de huidige. De essentie is toch dat ministers geen uit de lucht gegrepen voorbeelden hanteren om bijsturing van foute beleidskeuzes te verantwoorden.


De essentie voor de N-VA, zou je denken, is dat de Vlaamse regering gunstig zou afsteken tegenover de inertie van het federale niveau. Cruciaal daarbij is dat de minister-president fungeert als een rustbrenger. Van de Vlaamse regering moeten het sérieux en de daadkracht uitgaan die naar rechts afgedwaalde N-VA-kiezers weer naar de schaapsstal lokken. Ten minste moet worden vermeden dat nog meer kiezers de indruk krijgen dat hun stem bij Vlaams Belang in betere handen is.


Geen van beide doelstellingen is in de tumultueuze start van de regering-Jambon dichterbij gekomen. Het smeden van een Zweedse coalitie voor Vlaanderen had, na de teleurstellende verkiezingsuitslag, de garantie moeten bieden dat er geen federale regering zonder de N-VA zou komen. Controversiële uitspraken zoals degene die vorig weekend door De Tijd werden opgetekend, hebben het tegenovergestelde effect.


Twee conclusies zijn mogelijk: ofwel is Jambon in de huidige omstandigheden niet de geschikte MP voor de N-VA. Ofwel is hij dat net wel, als uitvoerder van een sluw plan. Een plan waarin het niet stoort dat Vlaams Belang groeit, voor zover dat niet alleen ten koste van de N-VA gaat. Als het centrum verder leegloopt, wordt rechts groot genoeg om België te blokkeren. Niets van wat Jan Jambon zegt of doet, spreekt die laatste mogelijkheid tegen. Het is dus wellicht de essentie.


Bart Sturtewagen


 

Carl Devos


'Wie kan de hoop op verandering wel belichamen: dé vraag voor de volgende tien jaar?'


De Morgen



De politieke actualiteit volgens UGent-politicoloog en De Morgen-columnist Carl Devos.

 

Morgen sluit meer dan een jaar af. Een vol decennium is voorbij. Het was, zoals alle decennia ervoor, bewogen. De geschiedenis van die vervlogen jaren is in beweging en zal vaak geschreven worden. Omdat elk tijdsgewricht, voor eigen behoeften, er iets anders in zal lezen. Groot is de nood van elke generatie om haar eigen tijd als een markering van de tijd te zien.


Ze kunnen langs veel invalshoeken geportretteerd worden, die voorbije tien jaren. Er is veel gebeurd. Veel groots. Wat volgt, is een triviaal detail. Over de Vlaamse politiek. Maar één dat leert dat wat ons te wachten staat heel anders kan zijn dan wat we net achter de rug hebben.


De vaderlandse en Vlaamse politiek zal tussen 2020 en 2030 een kering kennen. We nemen afscheid van een tijdperk, één waarin traditionele partijen hun meerderheid en controle moesten afstaan. Dat kan de politiek fundamenteel veranderen, of niet. We beleven een transitiefase. Als traditionele partijen ooit terugkeren, zullen ze dat niet meer zijn, traditioneel.

 

SAMENVALLENDE VERKIEZINGEN

Na de dioxineverkiezingen van 1999, die met paars(-groen) het einde van de CVP-staat betekenden, was het eerste decennium van deze eeuw electoraal zeer druk. Naast twee lokale en provinciale verkiezingsjaren (2000, 2006) trokken vijf verkiezingen (2003, 2004, 2007, 2009 en 2010) voorbij. Vijf in tien jaar. Dat zou, klonk achteraf, langetermijnpolitiek onmogelijk maken. Daarom voerde het Vlinderakkoord (2011) in de zesde staatshervorming samenvallende verkiezingen in: de afgelopen tien jaar waren er enkel verkiezingen in 2014 en 2019 (op de lokale en provinciale van 2012 en 2018 na). Twee in tien jaar.


Maar het gewenste effect – minder kieskoorts, daardoor meer structurele hervorming – bleef uit. Integendeel. Nochtans hadden we kunnen weten dat kiesstromen zich niet door institutionele bijsturing laten bedwingen. De invoering van de kiesdrempel door de gevestigde orde in 2002 moest, om de eigen partijbelangen te vrijwaren, het partijlandschap op slot doen. Het tegenovergestelde gebeurde. Enkele jaren van politieke kartels vertraagden de erosie van de traditionele partijen, maar die leek onstuitbaar. Zoals het voorbije decennium toonde.


Tussen 1999 en 2009 bleef CD&V de grootste partij van Vlaanderen, in 2004 en 2007 dankzij het kartel met N-VA. In 2009 overleefde N-VA niet enkel het einde van dat kartel (2008), de partij scoorde toen met ruim 13 procent boven de verwachting. In 2010 nam ze met dik 28 procent de kop over en werd ze de grootste. Ze zou dat het afgelopen decennium blijven, ondanks de enorme klap in 2019, maar ze had een stevige marge: haar score van dik 32 procent in 2014 was sinds het midden van de jaren 1980 niet meer gezien.


ANGST

CD&V, die decennialang de Vlaamse politiek domineerde, zag tussen 2009 en 2019 haar procenten halveren. Dankzij haar middenpositie speelde ze politiek ver boven haar electoraal gewicht. Tegen een hoge prijs: een afgeschuurd profiel.


Ook Open Vld zakte de voorbije tien jaar, in procenten niet zo dramatisch, wel in die mate dat de partij een meeloper werd. Niet langer in staat te leiden, zoals aan het begin van het vorige decennium, altijd moeten hopen dat iemand ze meeneemt. Zelfs in de Tomorrowland-club Michel I was Open Vld slechts een aanhangsel.


Sp.a verging het nog erger. Die won sinds 2003 geen verkiezing meer en dook van ongeveer 15 procent in 2009 naar 10 procent. Niemand is er zeker van dat die neergang in het volgend decennium gekeerd wordt: zelfs het ‘go left’-antwoord op de liberale Michel I overtuigde op 26 mei niet. De Vlaamse kameraden dreigen zelfs irrelevant te worden.


Groen kon onvoldoende profiteren van die rode aderlating: de partij raakte van bijna 7 procent in 2009 tien jaar later maar net over de dubbele cijfers. Een zeer teleurstellende groei.


De PVDA had het hele decennium nodig om over de kiesdrempel te raken.


In geen geval is het voorbije decennium dat van links geweest. Links mag hard nadenken over de oorzaken. Daar heeft men blijkbaar onvoldoende overtuigende antwoorden op hét trefwoord van de voorbije tien jaar: angst. Die zal nog een tijd blijven hangen. Ook omdat dat beest zo makkelijk gevoed kan worden, al zeker via de sociale media.


Het VB zakte na 2009 (ruim 15 procent) lang weg, leek zelfs op de kiesdrempel af te stevenen (5,9 procent in 2014), maar is sinds 26 mei terug: de tweede partij van Vlaanderen. Met dank aan N-VA, die ook met de regeringsval van Michel I het VB-thema vooropstelde. De partijpolitieke vertaling van de Vlaamse volkswil – blijkbaar niet helemaal hetzelfde als hun fundamentele opvattingen – ging de voorbije tien jaar naar rechts. Leert ook de dominantie van N-VA, die sinds 2009 veel (centrum)rechtser werd. Dat is om allerlei redenen niet verwonderlijk.


PLEISTERPOLITIEK

Nog maar net bekomen van de bankencrisis van 2008 zag het jongste decennium vanaf zijn midden de grootste migratiestromen sinds de Tweede Wereldoorlog. Die vormden niet zozeer een sociaal-economisch, eerder een sociaal-culturele uitdaging. En kwam boven op de natuurlijke verkleuring van de samenleving. Die samenleving heeft het over de roetpiet en de wintermarkt. Velen kunnen niet volgen, verliezen hun ‘thuis’. Begrijpen niet waarom de opgetelde uitkeringen van de opgevangen vluchteling zo dicht in de buurt komen van wie er een volle maand voor moet werken. Of hoger dan het pensioen na een vol arbeidsleven bijdragen. En ze voelen dat ze die vraag niet hoort.


Dat speelt zich af in een politiek stelsel dat onvoldoende functioneert: de beleidsprestaties zijn ondermaats. In de voorbije tien jaar zaten we federaal bijna drie jaar in lopende zaken! Vlaams wordt volop geregeerd, maar het is niet veel beter. Nu al lijkt Jambon I, na de mislukte start, voor een tuimeltocht te staan. Ook de Vlaamse regeringen doen aan pleisterpolitiek: niemand zag de mobiliteit, de integratie, de zorg of het onderwijs de voorbije tien jaar fundamenteel verbeteren.


Veel van deze discussies, over identiteit, wachtlijsten en -tijden of kwaliteitsverlies in het onderwijs, houden nog jaren aan.


KLAPPEN

Het is onduidelijk welke partijen die wind het best zullen vangen. Het veld ligt open. N-VA, sinds 2010 de grootste, en Bart De Wever domineerden de voorbije tien jaar. Bij deze decenniumwissel zijn er tekenen dat die dominantie voorbij is. N-VA, die uit de formatie van 2010 werd gereden, duwde het communautaire naar achter, verscholen in een mysterieus confederalisme, en ging vanaf het begin van het afgelopen decennium sociaal-economisch en vanaf het midden identitair naar rechts.


Maar in 2018 en 2019 kwamen de klappen. ‘Haar’ analyse mag dan wel winnen, zonder bondgenoten en met electoraal verlies verzwakt haar veranderingskracht. Die bleef altijd theoretisch: N-VA heeft het model en het beleid niet fundamenteel gekeerd. Al tien jaar zet ze in op het eindspel, dat nu weer naar 2024 uitgesteld moet worden. Die onmacht dreigt velen te doen afhaken.


Wie zal die hoop op verandering wél kunnen belichamen? Dé vraag voor het komend decennium. Want een hervorming van het ‘Belgisch model’, niet louter staatkundig, is broodnodig. Aan het einde van het volgend decennium, in 2030, viert België zijn 200ste verjaardag. Als het België van dan het België van nu is, zal weer een decennium verloren zijn.


Carl Devos - De Morgen