Uitkijkpost

Uitkijkpost


Kies voor een warm Edegem en word lid van Facebook groep   

Edegem met een hart


Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een boze, bezorgde of blije brief aan de (m/v/x) van de week. 


Martine Tanghe


Uitkijkpost 16 oktober 2020


'Beste Martine Tanghe, wij hebben het raden naar uw favoriete onenightstand'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Martine Tanghe,

Het was een van de ontroerendste momenten die ik ooit bij een nieuwsanker heb mogen observeren. Afgelopen woensdag, voor u het woord gaf aan Catherine Van Eylen voor de sport, verwees u de kijker nog even naar Mijn kanker, een programma met getuigenissen dat Eén later die avond zou uitzenden. Het bewuste moment duurde een fractie van een seconde en was nauwelijks waarneembaar, maar ik zag het en was diep getroffen: u had zich kranig op die aankondiging voorbereid, maar moest toch, met gebogen hoofd zodat u de blik van de camera kon ontwijken, snel een krop in de keel wegslikken. Iedereen zal dat begrijpen. Als ervaringsdeskundige weet u hoe die kloteziekte er kan inhakken. Heel Vlaanderen herinnert zich nog hoe u maandenlang van het scherm verdween, om daarna weer, in volle glorie en met opgeheven kin, gewoon aan de slag te gaan – op de plek die voor altijd met u geassocieerd zal blijven: de nieuwsdesk van de VRT.


PENSIOEN

Ik neem de vrijheid om het woord tot u te richten, mevrouw, omdat ik weet dat u aan de vooravond van uw pensioen staat. De openbare omroep is onverbiddelijk: wie 65 is, mag beschikken. Dat is oneerlijk, maar – zoals Maggie De Block zou zeggen: ‘Het is wat het is.’ Het goede nieuws is dat u door de verzamelde Vlaamse media zult worden bijgezet in de eregalerij van de allergrootsten, naast pater Damiaan, Eddy Merckx, Gaston Berghmans en Paul Janssen. Uit vele kelen zal weerklinken: “Santo subito!”


Zelf, dat weet ik zeker, zult u het liever discreet willen afhandelen. Nog een laatste blik in de camera en een kort afscheidswoord – meer moet dat niet zijn. U hebt nooit de vedette uitgehangen. Op één uitzondering na – het verslag van een avontuurlijke boottocht, vele jaren geleden in Humo – hebt u haast nooit de boekskes binnengelaten. Wij hebben het raden naar uw hobby’s, lievelingsdier of favoriete onenightstand. Die ouderwetse, licht wereldvreemde, maar elegante terughoudendheid siert u. Wie ooit een vileine column over u wil schrijven, krijgt het met mij aan de stok.


VRT-AUDIT

Over ouderwetse terughoudendheid gesproken: ik neem aan dat ook u in toorn bent ontstoken toen u las dat een VRT-audit duidelijk maakt wat velen allang wisten: dat een paar goede vriendjes – zeg maar knuffelcontacten – van de bazen aan de Reyerslaan de voorbije jaren miljoenen euro’s belastinggeld hebben buitengesnokt – via allerlei aan de lichte witteboordencriminaliteit grenzende trucjes en constructies. Laat ik eens een gok doen: het wellicht erg redelijke maar niet exuberante bedrag waarvoor u een maand Het Journaal moet presenteren, scoort Ben Crabbé met twee afleveringen van Blokken – in ruil voor twee quizmasters of komieken zou de openbare nieuwsdienst zowaar opnieuw correspondenten kunnen uitsturen naar vele hoeken van de wereld. Of, beeld u dat eens even in, kort op de bal spelen met kritische coronareportages, in plaats van máánden na datum pas het beleid door te lichten.


Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om iets te doen wat ik tot dusver naliet. Ik wil u nog feliciteren voor uw interview met professor Herman Goossens. Toen de Vlamingen terugkeerden uit ski-oorden, vroeg u hem met de wenkbrauwen in vraagtekenvorm (één opgetrokken wenkbrauw van u telt voor een uur duiding) of dat wel veilig was, of testen en quarantaine niet aangewezen waren. Terwijl hij u minzaam en zalvend geruststelde, fonkelde de achterdocht in uw ogen – totaal terecht, weten we inmiddels. Goossens heeft ondertussen ook toegegeven dat hij zich toen op het virus verkeken heeft. Wat het extra raadselachtig maakt dat hij deze week in De afspraak zei dat hij “500 procent” achter de beslissing van Ben Weyts staat om de secundaire scholen volledig open te houden.


MARKETEERS

Er is één puntje van ongemak dat ik toch graag eens bij u aankaart. U weet dat beter dan wie ook: tijdens uw carrière is Het Journaal veranderd van een informatiemoment in een nieuwsshow met servicerubriek. Drinken we genoeg water? Mag het gras gesproeid? Is de file niet te lang? Om hoe laat begint de treinstaking? De journalistiek is overwoekerd door een vorm van paternalisme die soms niet te harden is. Dat ligt niet aan u – u moest gewoon volgen wat marketeers uw bazen allemaal wijsmaakten. Maar het heeft geleid tot een giftige cocktail van emotie en informatie. Voorbeeld: u hebt de laatste maanden elke versoepeling van de coronamaatregelen met een brede glimlach aangekondigd. De verstrengingen werden dan weer met zorgelijke blik meegedeeld. Terwijl we nu weten dat precies die versoepelingen alles hebben verknoeid – daar hoorde geen glimlach bij. Nee, ook niet bij de opening der scholen.


Mijn suggestie voor uw laatste weken: eis uw eigen programma – SOS Corona. Neem alle hoofdrolspelers – van Weyts tot Goossens, van Beke tot Van Gucht – eens krachtig onder vuur. Met maar één emotie: beenharde, traditioneel journalistieke achterdocht. Zet uw wenkbrauwen maar aan het werk!


Diepe buiging en dank voor alles


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Kristof Calvo


Uitkijkpost 9 oktober 2020


'Beste Kristof Calvo, ik slaagde er niet in om mededogen met u te hebben'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Kristof Calvo,

Onze goede vriend William Shakespeare wist het al. Er is maar één pertinente vraag op deze aardkloot die er werkelijk toe doet – to be or not to be, te zijn of niet te zijn. Dát is de kwestie waarover zovelen onder ons elke dag de hersens uit het hoofd piekeren. Zou het niet wenselijker en makkelijker zijn om gewoon níét te bestaan, in plaats van aldoor – hoe nobel dat ook is – te moeten lijden en zuchten onder de gesels waarmee het wrede lot ons onophoudelijk afranselt. Is het niet beter om nooit ter aarde gekomen te zijn – of weg te zinken in een eeuwige slaap, al zouden ook de nachtmerries niet van de poes zijn. Wat is de betekenis van dit leven, mijnheer Calvo, als het zo genadeloos kan zijn?


Ga maar na. De veelheid aan kwellingen die de kosmos voor ons in petto heeft, is schier eindeloos. Dat begint bij de muggenbeet en de verstuikte teen. De plotse regenbui op een moment dat men geen paraplu of plastic zakje bij de hand heeft. De lege rol toiletpapier. De stijve nek. Het paswoord waar je niet meer kunt opkomen. Dan zijn er natuurlijk ook nog het liefdesverdriet, de indigestie, de aft en de koortslip, het dak dat lekt, het slechte rapport, de slijpschijf van de buurman, de laatste trein die vlak voor je neus vertrekt. En het kan altijd erger, zo leert een snelle blik in de krant. Er zitten onschuldige mensen in de cel, er worden aan de lopende band meisjes seksueel verminkt, er zitten moslims in concentratiekampen – de diepte van het wereldleed is met geen pen te meten. Er zijn mannen wier kinderen voor hun ogen worden vermoord, waarna hun vrouwen worden verkracht en zij zelf langzaam en totterdood worden gemarteld. O ja, en dan zijn er nog mensen die geen minister worden ofschoon ze dat dolgraag hadden gewild.


IN DE ROUW

Dat laatste tegenslagje kreeg u deze week te verduren. Ik maak er een verkleinwoordje van, omdat ik er niet in slaagde om veel mededogen met u te hebben. Ik heb het oprecht geprobeerd, maar mijn gemoed bleef onaangeroerd, het hart bleef een koelkast, de ooghoeken bleven droog. Zulks in scherp contrast met de golf van treurigheid die de Vlaamse media overspoelde – het leek wel alsof Vlaanderen collectief in de rouw ging. Er was u, zo viel te lezen, groot onrecht aangedaan. U, Kristof Calvo, en niet Petra De Sutter, had federaal vicepremier moeten worden voor Groen. Een collega van de populairdere pers had er zelfs een psychotherapeut bij gehaald, om na te gaan welke mogelijke schade op lange termijn u hieraan zou kunnen overhouden.


Ik las het allemaal met stijgende verbazing en dacht maar één ding: stop met zeuren en ga aan de slag. Guy Verhofstadt heeft jaren door de woestijn getrokken voor hij premier werd. Frank Vandenbroucke heeft omwille van Agusta ooit ontslag moeten nemen als minister, en heeft vele jaren later de facto ontslag gekregen van Caroline Gennez. In een tweet van Rik Van Cauwelaert las ik dat zelfs de grote Gaston Eyskens ook weleens geen minister werd en dan gewoon deed wat van hem verwacht werd: pak aan, das recht en aan het werk in de Kamer! Zoals dat potverdorie hoort. Wat is dat tegenwoordig toch met die millennials, zeg? De ene zeurt omdat hij wegens corona een paar maanden niet zat in de kroeg kan hangen, de andere denkt dat zijn leven voorbij is omdat hij even niet op Erasmus kan, en u krijgt een identiteitscrisis omdat u geen minister wordt.


GLAD GESPIN

Het leven, mijnheer Calvo, is geen ponykamp waarbij de mama je elke avond om vijf uur komt afhalen. Het leven kan een bitch zijn. Als u er na 33 jaar voorlopig vanaf komt met een gemist ministerschap, dan hoort u niet te klagen, maar volop de polonaise te dansen – ware het niet dat de coronamaatregelen zulks momenteel bemoeilijken.


Waar u ook mee mag ophouden, is dat gladde gespin. Velen hadden deze week de indruk dat u een mes in de rug hebt gekregen van uw voorzitster Meyrem Almaci, als betrof het een van de betere afrekeningen uit het oeuvre van Shakespeare. Maar ik ben na een paar welgemikte telefoontjes tot de conclusie gekomen dat die versie van de feiten niet klopt. In andere partijen zou Almaci almachtig zijn, bij Groen niet. Het is niet Almaci die Tinne Van der Straeten en Petra De Sutter minister heeft gemaakt, het is de partijbasis die dat heeft gedaan, na een zogenaamde, in het groene jargon, ‘draagvlaktoets’ – terecht, lijkt mij: wat Frank Vandenbroucke is voor de sp.a, is De Sutter voor Groen. En sterker nog: u wíst ruim van tevoren dat u na die basisdemocratische bevraging geen favoriet was. U hebt dus wel degelijk de tijd gekregen om u neer te leggen bij wat komen moest.


Dat brengt mij bij een vraag waar u de komende jaren op mag kauwen: bent u niet de man van de politieke vernieuwing, van de gelote panels en andere frivole stuntjes die moeten doorgaan voor basisdemocratie en burgerparticipatie? Die onzin staat zelfs in het regeerakkoord. Welnu, dan hebt u dus gekregen wat u wilde.


Moedig voorwaarts!


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Bart De Wever


Uitkijkpost 25 september 2020


'Beste Bart De Wever, behalve seks schuilt er ook moordlust in uw metaforen'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Bart De Wever,


Dat moest u natuurlijk weer overkomen. Terwijl er met dat vuile, valse virus zeker meer dan genoeg ellende is om je druk over te maken, vond een aantal journalisten en politici het deze week toch nodig om ú nog eens met het vingertje te wijzen – nadat u op de boot van Gert Verhulst uw licht had laten schijnen op de vordering der formatiegesprekken. U bent, zo zagen wij maandag in Gert Late Night, van oordeel dat het wel in orde komt met de Vivaldi-regering. “De blauwe vrienden”, zo luidde uw analyse, zullen nog even “op de knieën” moeten gaan en “de mond opendoen”, waarna er nog “wat” zal “moeten worden doorgeslikt” – en hopla, linkse broeken weer dicht en de zaak is beklonken.


Op Twitter stond menig politiek commentator meteen stijf van de verontwaardiging. De verbolgenheid over uw taalgebruik gutste alle kanten op. Zelfs James Cooke, die meestal dartel begint te vibreren als hij in de verte een potentieel seksmopje meent te ontwaren, trok bleek weg en deed met een ritsbeweging over zijn mond teken dat u misschien wel een béétje te ver ging. Was ik Geert Hoste, dan zou ik zeggen dat uw betoog bij velen in het verkeerde keelgat schoot. Zelfs Carl Devos, toch dikwijls uw trouwe gezant in de tv-studio’s, vond dat uw uitspraken “niet thuishoren” in een “beschaafd debat”.


ACHTERWAARTS

Ik nam uiteraard volop deel aan het feest der verontwaardiging, maar tegelijk verbaasde het mij ook wel dat zo veel mensen nog in staat bleken te zijn om te schrikken van uw vuile praat. Sommige van uw critici leken wel kirrende meisjes die voor het eerst in hun leven een tekening van een penis hadden gezien. Was ik Herman Brusselmans, dan zou ik zeggen dat sommigen tekeergingen als een nonnetje dat onverhoeds achterwaarts in de poes wordt genomen. Om maar te zeggen: er heerste consternatie alom.


Terwijl de enige correcte reactie op uw verwijzing naar de blauwe blowjob er eentje had moeten zijn van lichte verveling. Wie u kent, had normaal gesproken in geeuwen moeten uitbarsten. Uw uitspraak was vintage Bart De Wever en viel eigenlijk reuze mee. De lezer die zo schrander was om De tragiek van de macht te lezen, de brandend actuele brief in boekvorm die ik u onlangs schreef, weet dat: daarin staat uitgelegd hoe u in Vlaanderen het politieke debat weer tot leven wekte, maar tegelijk deed ontsporen. Ongehoord uit de hoek komen en de tegenstander “kapotmaken”, zoals u dat bij Gert & James maandag met Vivaldi beloofde te zullen doen, is altijd uw missie geweest. Zo hebt u ooit eens een politicus geadviseerd om in een warm bad “de aderen te openen” en opgeroepen tot het “ophangen” van de journalist die de term ‘betonstop’ lanceerde. Er schuilt, behalve seks, ook behoorlijk wat moordlust in uw metaforen. In vergelijking met u is Georges-Louis Bouchez een zachtaardige, timide, ietwat ingetogen jongeman. Als er ’s nachts niemand in uw tuin rondsluipt, zodat u naar onderbroek en geweer moet grijpen, bent u volgens mij minstens even geweldloos als Mahatma Gandhi, maar louter verbaal bekeken zou u een uitstekende schachtentemmer geweest zijn bij de Reuzegom.


KRUISPUNT

Wat mij bij uw toekomst brengt. Zoals ik al schreef in voornoemde bestseller, staat u op een kruispunt. In de federale Kamer dreigt N-VA, onder uw voorzitterschap, straks af te stevenen op een virtueel kartel met Vlaams Belang. Voor de politieke waarnemers onder ons wordt dat een bruut gestoord feestje – wij zullen knielen, slikken en likkebaarden. Voor u wordt het een nachtmerrie. In de Vlaamse regering dreigt uw partij dan weer te worden geassocieerd met het wanbeleid van de voorbije maanden, dat te eeuwigen dage zal herleid worden tot één getal: dat van de coronadoden. Terwijl minister-president Jan Jambon na de Nationale Veiligheidsraad nog liet weten dat we “stap voor stap” opnieuw “naar een normaal leven” gaan, berekenden statistici dat we nog dit jaar zo’n 5.000 extra coronasterfgevallen zullen incasseren. En dan te bedenken dat Jan Jambon maandag zijn Septemberverklaring aflegt. Dat gaat fout. U moet ingrijpen.


Mocht u alsnog verkiezen om een gooi naar het staatsmanschap te doen, dan is dit mijn advies: zeg tegen Jambon dat hij een warm bad moet nemen, en pak die regering zélf in handen. Ik weet dat u de eigen mensen niet onder de trein gooit, maar nood breekt wet. U was vorig jaar kandidaat voor die functie en het wordt tijd dat u laat zien wat u waard bent. Oké, u kunt verkiezingen winnen. En als burgemeester van Antwerpen hebt u vast al talloze malen op succesvolle wijze een stapel papier van de ene kant van de tafel naar de andere verplaatst. Maar het verschil maken? Tijdens een serieuze crisis? Op een hoog niveau? Dat hebben we u nog niet zien doen. En in vergelijking met de wetenschappelijk ongeletterde kwibussen die niet zullen rusten voor we allemaal besmet zijn, geniet zelfs u het vermoeden van bekwaamheid. O ja, neem Cathy Berx als kabinetschef.


Aan de slag!


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Eveline


Uitkijkpost 18 september 2020


'Beste Eveline, ik vind het prima dat mijn anus geen publieke aandacht zoekt'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Eveline,


U bent me er wel eentje! Enfin, zeker weten we dat niet. Het zou kunnen dat u niet echt bestaat als individueel organisme en eigenlijk de dekmantel bent van een pornobende. Het zou ook kunnen dat u een kranige tachtigplusser bent, die zich in volle coronacrisis fameus zat te vervelen in zijn woon-zorgcentrum en derhalve besloot om eens wat leven in de brouwerij te brengen door met een pseudoniem en wat sexy foto’s een paar BV’s in de afgrond te lokken. Maar we mogen ook nog altijd niet uitsluiten dat u daadwerkelijk een fraai gevormde jongedame bent, die een valstrik heeft gespannen – voor de lol, voor het geld of om wraak te nemen. Misschien hebt u met elk van de betrokken BV’s ooit een relatietje gehad. Misschien bent u verre familie van wijlen Walter Capiau en bent u nijdig omdat Het Rad op Vier zo fantastisch goed scoorde. We weten het niet. Uw identiteit is op dit moment, ná het profiel van CD&V, het grootste raadsel van Vlaanderen.


Eerst een bekentenis: ik heb De Beelden nog niet gezien en koester geen verlangen in die richting. Mijn interesse in het wedervaren van Bekende Vlamingen is gering. Een mens leeft maar één keer en voor elke Dag Allemaal die je overslaat, kun je heel wat boeiende en leerzame lectuur meepikken. Of iets anders zinvols doen. Ik prijs mij dus gelukkig dat geen enkele van mijn vrienden het nodig heeft gevonden om mij de bewuste foto’s en filmpjes via WhatsApp door te sturen. Ik heb met die beelden geen zaken. Wat PVDV, SVS en SD seksueel uitspoken, is privé. Punt. Wat ook uw motivatie was, beste Eveline: u bent een kreng en ik mag hopen dat u de dans der gerechtigheid niet zult ontspringen. Of u nu een bende bent, een krasse tachtiger of een frisse bloem: ik hoop dat ze u klissen.


Ik steun de slachtoffers, voel mee met hun familie en hoop dat ze deze nare beproeving te boven zullen komen. Mijn respect voor hun open en ferme reactie is groot.


Toch is er iets dat ik niet begrijp. Ik heb PVDV op de radio horen roepen dat hij “een kalf” geweest is door op uw avances in te gaan, en toch kreeg ik vorige week stellig de indruk dat deze zaak werd aangegrepen om regelrechte reclame te maken voor sexting. Dat er op zich niets mis mee is: uiteraard. Dat het verspreiders zijn die in de fout gaan: tuurlijk. Maar is het ook nog geoorloofd om géén naaktfoto’s en -filmpjes van jezelf te versturen? Die vraag stel ik mij sinds ik Vlaams minister Benjamin Dalle (CD&V) in de VTM-studio zag zitten met Stef Wauters en hem hoorde zeggen: “Dit kan u en mij ook overkomen.”


Nu is Stef Wauters weliswaar één van mijn favoriete ankers, maar details over zijn seksleven zijn mij niet bekend. En de eerlijkheid van minister Dalle valt toe te juichen, maar hij had ons die intieme informatie over zichzelf beter kunnen besparen. Het ergste vond ik de suggestie dat je nu al bijna abnormaal bent als je niet aan sexting doet – het weze met je eigen partner, het weze met de eerste de beste Eveline op Kik Messenger. Als dat zo is, dan heb ik elke aansluiting met de tijdsgeest gemist. Ga even zitten en luister goed. Ik. Heb. Nog. Nooit. Een. Naaktfoto. Of. Een. Naaktfilmpje. Van. Mijzelf. Naar. Wie. Dan. Ook. Gestuurd. En de laatste keer dat ik openlijk op een foto stond met lange voetbalkousen, was in de lente van 1974, toen ik met de miniemen van KFC Herentals de regionale krant haalde omdat we kampioen waren gespeeld in eerste provinciale.


Voor de millennials – misschien bent u dat ook nog – die mij nu mij maar een saaie vent vinden: kan best zijn. Maar soms gedraagt dat jonge volkje zich alsof zij de seks hebben uitgevonden, en dat is een beetje lachwekkend. Zowel seks als het warme water waren reeds in het stenen tijdperk vertrouwde concepten. Niet elke paring was of is er eentje voor de geschiedenisboeken, maar geloof me: het kán zonder camera. Dat, beste Eveline, heb ik gemist in het nieuws over uw exploten: de waarschuwing. Het kan geen kwaad om tieners – én volwassenen – erop te wijzen dat omzichtigheid met sexting misschien verstandig is. Als tiener vermijd je zo dat je zwaar in de problemen komt omdat iemand je vertrouwen beschaamt, als volwassen mens in een heuse relatie vermijd je dat je door het stof moet voor je partner, zoals het onze BV’s overkwam. Ja, het doorsturen van die filmpjes was strafbaar. Maar het maken ervan was, dubbele punt: dom.


Bovenal, beste Eveline, hou ik aan dit schandaal vooral een verlangen naar privacy en discretie over. Van mij hoeven niet alle taboes meteen en per se te worden gesloopt. Sommige taboes vind ik wel lekker. Laatst las ik in de krant een buikchirurg die zei: “De vagina en de penis zijn de laatste decennia sterk gepopulariseerd. Dan denk ik: waarom krijgt de anus geen forum? Waarom moet hij in het verdomhoekje?”


Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind het prima dat mijn anus niet voortdurend de publieke aandacht zoekt. Het is maar dat u het weet.


Deftige groeten


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Reuzegom


Uitkijkpost 4 september 2020


'Beste Reuzegommers, dit wordt een gestoord bruut briefje'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Reuzegommers,


Normaal gesproken ben ik op deze plek altijd buitengewoon bedachtzaam, soms zelfs een beetje terughoudend. Ik probeer een kalm en evenwichtig oordeel te vellen en streef alleen maar de nuance na. Vandaag zou ik op die zachte aanpak een uitzondering willen maken. Ik ga er eens een beestig en bruut briefje van maken, een gestoord bruut briefje, waarin zelfs nazi’s zullen opduiken. Ik neem aan dat u daar geen bezwaren tegen hebt. Als je ooit stoelgang hebt gemaakt op een medemens, dan kun je tegen een stootje.


Maar laten we het eerst nog even stil maken in onze hartjes en gedenken dat wij in een rechtsstaat leven. Het zijn niet de media die u kunnen of mogen veroordelen, dat kan alleen een rechter. U bent volkomen onschuldig aan wat u ook ten laste wordt gelegd, tot het tegendeel op overtuigende wijze wordt bewezen. U verdient de beste verdediging, een correct proces en, bij veroordeling, een rechtvaardige straf. Dit alles gezegd zijnde, pleiten de tot dusver bekende feiten niet meteen in uw voordeel. Sanda Dia is gefolterd, vergiftigd en gestorven. Waarna u allen fluitend en whatsappend uws weegs ging.


DEPORTATIES

Laat ik met de deur in huis vallen, als was ik een SS’er tijdens een razzia in pakweg 1944 – kijk, daar zijn de nazi’s al! Om wat orde te scheppen in de overvloed aan individuele verschillen, deel ik mensen die ik ken gemakshalve op in twee duidelijke groepen: de treinenvullers en de verzetshelden. De treinenvullers – yep, daar zijn de nazi’s weer – zijn mensen die in bepaalde omstandigheden vlotjes bereid zijn om mee te werken aan de ergste deportaties. De verzetshelden gaan, welja, in het verzet en vallen nog liever dood dan een medemens kwaad te doen of gestoord te bejegenen. Ik beweer niet dat ik de verzetshelden altijd meteen herken, maar treinenvullers heb ik in de loop van mijn leven toch al een paar keer foutloos gedetecteerd. Men herkent ze aan hun gore lafheid en hun neiging om naar boven te likken en naar beneden te stampen.


U bent, voor zover ik dat nu kan beoordelen, een stelletje enthousiaste treinenvullers. U bent in staat om ’s morgens de vrouw te wekken met ontbijt op bed, het huiswerk van de kinderen na te kijken, nog snel een pagina Goethe te lezen met een streepje Schubert op de achtergrond, en dan sofort aan de slag te gaan: beestenwagons vullen! En nee, men hoeft daarvoor geen diabolische persoonlijkheid te hebben. Het kwaad manifesteert zich vaak op zeer banale wijze. Denk aan de Grote Treinenvuller – nazi-alarm! – Eichmann.


Ik zeg niet dat ik de Grote Verzetsheld ben. Dat weet je pas als het zover is, als je tegen alle groepsdruk in toch durft te protesteren, desnoods door jezelf op de sporen te leggen. Maar heeft één van u dat gedaan? Geroepen dat het genoeg geweest was met die smeerlapperij, tussenbeide gekomen, geweigerd om nog langer mee te werken? Of bleef u met zijn allen, zonder uitzondering, rücksichtslos doorgaan?


PIJPBEURT

Ik heb mij als student nooit in de positie bevonden dat ik die keuze moest maken. Het toeval wil dat ik een jaar lang op kot heb gezeten op vijftig meter van uw stamkroeg en er toch nooit zelfs maar een teennagel heb binnengezet. Daarnaast heb ik mij de ellende van zelfs een brave Germania-doop bespaard door er gewoon niet aan mee te doen. Ik kan mij voorstellen dat het een band schept – hoe zwaarder en bruter de doop, hoe sterker de band. Als de ene Reuzegommer advocaat wordt en de andere rechter, dan kan later in de rechtbank een knipoog volstaan om even stiekem terug te denken aan het vreugdevolle moment waarop de advocaat zijn gevoeg deed op de rechter, waarna de rechter de advocaat bij wijze van wederdienst een lekkere pijpbeurt verschafte – een positief en verbindend project, als het ware. Tussen haakjes: ik wacht vol ongeduld op getuigenissen van vrouwelijke studenten en wat die allemaal te verduren hebben gekregen in het kader van uw studentikoos vertier.


REVOLUTIE

Sta mij toe te besluiten met een krachtige oproep aan alle jongeren die ooit nog aan de universiteit zullen terechtkomen – een oproep die ik al eerder deed: doe niet mee aan welk doopritueel dan ook. Het verschil tussen een gewone doop en een doop bij Reuzegom is niet fundamenteel, maar gradueel. Vernederen is vernederen, dwingen is dwingen, zuipen is zuipen, uitlachen is uitlachen, vetzakkerij is vetzakkerij – ook als er geen levens in gevaar worden gebracht. Wie gaat studeren, doet dat hopelijk met het oogmerk om een kritisch en zelfstandig burger te worden. En dat word je niet door jezelf te onderwerpen aan de grillen van treinenvullers.


Ik hoop, beste Reuzegommers – die ‘beste’ tikken doet pijn aan mijn vingers –, dat uw tragische daden een revolutie mogen veroorzaken. Laten wij met zijn allen Sanda Dia eer betonen door hier en nu een punt te zetten achter alle dooprituelen en initiatierites. Het is 2020, de middeleeuwen zijn voorbij. Nu met de borst vooruit de 21ste eeuw tegemoet.


Justice for Sanda!


Joël De Ceulaer, senior writer


Top




Pieter De Crem


Uitkijkpost 28 augustus 2020


'Beste Pieter De Crem, dat was geen debat, maar collectieve zelfbevrediging'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Pieter De Crem,

Het risico bestaat dat Google deze brief de komende jaren zal blijven opduikelen telkens als mensen een onbetamelijke zoekopdracht intikken. Ik wil het met u namelijk hebben over pornografie – in de veronderstelling dat een man van de wereld zoals u daar geen principiële bezwaren tegen zal hebben, zeker niet omdat ik de bewuste term louter zal gebruiken in de overdrachtelijke betekenis van het woord. Ik zal u niet lastigvallen met verhalen over de vele manieren waarop het menselijk lichaam in seksueel verband kan worden aangewend. Nee, ik wil het met u hebben over bepaalde verschijnselen die voor sommige mensen zó lekker, verrukkelijk en on-weer-staan-baar zijn dat ze er welhaast door geobsedeerd raken. Zoals dat met huis-, tuin- en keukenporno kan gebeuren.


U hebt vast al gehoord van food porn, immo porn of design porn, voor mensen die kicken op foto’s van respectievelijk weelderige slagroomtaarten, kubusvormige villa’s of mooie, maar ongemakkelijke stoelen. Welnu, mijnheer de minister, zo zijn er de laatste tijd nog twee vormen van metaforische porno opgedoken. Deze zomer, en vorige week.


TESTIKELS

De zomer kende vele hoogtepunten. Maar de gebeurtenis die u en uw politieke collega’s het hardste wist op te winden, deed zich voor op het strand van Blankenberge, waar een stel dronken en balorige Brusselse jongeren slaags raakte met de lokale politie. Mochten dat geen jongeren met een migratieachtergrond geweest zijn, dan zou zo’n vechtpartijtje hooguit een kolom op pagina 14 van Het Laatste Nieuws hebben gevuld. Nu stond het hele land in brand, en werd u als minister van Binnenlandse Zaken gesommeerd om tekst en uitleg te geven in de bevoegde parlementaire commissie. Verkozenen des volks hadden het op wellustige wijze over ‘tuig’, ‘gespuis’ en ‘crapuul’ en wilden van u horen waarom men de betrokkenen nog niet bij hun testikels had opgehangen. Geen nood, grijnsde u: ‘Die kerels zijn hier niet de baas en zullen dat nooit worden.’


De lange lockdown zal er wel voor iets tussen zitten, maar terwijl ik dat parlementaire spektakel zat gade te slaan, besefte ik als in een openbaring plotseling wat het wérkelijk was. Dit was geen ernstig debat, dit was pure collectieve zelfbevrediging, een circle jerk van alfamannetjes (m/v/x) – politiek gespuis dat zich bij ieder incident met allochtone jongeren te buiten gaat aan schunnig gedrag. Om de metafoor nog eens te gebruiken: u en uw collega’s waren vurig aan het kicken op allochtonenporno. Hoe pervers die fixatie is, blijkt uit de frigide stilte waarmee u en de rest van de Wetstraat reageren op granaten in Antwerpen, geprivilegieerde studenten (zo van die kerels die hier ooit de baas zullen zijn) die hun gevoeg doen op een jongen die aan het sterven is in een put vol ijs – of een Slowaakse man die overlijdt nadat een NSDAP-divisie van de politie een kwartier op zijn rug is gaan zitten, terwijl een stagiair ondertussen de macarena danste. Toen men u ook daarover tekst en uitleg vroeg, klonk u aanvankelijk nogal zuinig: u wilde eerst weten in welke “omstandigheden” een en ander had plaatsgevonden.


GENAAID

Even sloeg de angst mij om het hart. Zou het nu echt zo zijn dat je in dit land beter bij de politie kunt gaan en een Slowaak versmachten dan op het strand met een parasol naar de politie te gooien? Nee, zo bleek gelukkig een paar dagen later, toen u onder druk van de pers en de oppositie ook over het lot van Jozef Chovanec klare wijn moest schenken. De natie is u dank verschuldigd voor de helderheid die u ons verschafte: Jan Jambon was op de hoogte of had dat moeten zijn en heeft ons dus – hoe gaan we dat nu eens voorzichtig formuleren – nóg maar eens bij de neus genomen. Genaaid, zeg maar, om een beetje bij onze beeldspraak te blijven.


Dat brengt mij bij de tweede nieuwigheid in metaforisch pornoland. In plaats van mijzelf nog langer druk te maken over zoveel politiek amateurisme, heb ik besloten om de knop helemaal om te draaien. Als er nog eens een coronamaatregel fataal uitpakt, of een geval van vreemdelingenhaat de Kamer op z’n kop zet, of een formatiepoging op de klippen loopt, dan ga ik niet boos worden of mijzelf nog maar eens aanstellen op Twitter – nee, bij de volgende politieke farce ga ik proberen om daar ten volle van te genieten. Het is onderhand zo ellendig dat we het evengoed lekker, verrukkelijk en on-weer-staan-baar kunnen vinden. We betalen belastingen voor iets. Ik zal al die strapatsen voortaan dan ook beschouwen als politieke porno. Political porn: masochistische nieuwsconsumptie voor de brave burger. Na corona kunnen we feestjes bouwen om in groepsverband naar Het Journaal te kijken, als betrof het een orgie der democratie.


GANGBANG

In dat verband: mag ik u vragen om geen parasol in de wielen van de Vivaldi-formateur te steken? Mocht CD&V op verkiezingen aansturen, dan zal uw partij volgens mij door de burger getrakteerd worden op een fameuze gangbang.


Erotische groeten


Joël De Ceulaer, senior writer



Jan Jambon


Uitkijkpost 24 juli 2020


'Beste Jan Jambon, u loog dat u zwart zag'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Jan Jambon

Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar hier zit ik nu aan mijn klavier – ik kan niet anders: ik weet dat veel politici liegen, maar bij uw partij heeft men daar toch een olympische discipline van gemaakt. Jammer dat een leugendetector voor geen meter werkt, anders zou ik álle N-VA’ers daar tijdens een interview aan vastkoppelen – dat zou deze week twee keer tot een onthutsende ontmaskering hebben geleid.


Eerst beweerde uw ondervoorzitter Lorin Parys in Terzake dat Antwerps gouverneur Cathy Berx er door Antwerps burgemeester Bart De Wever toe was aangezet om in actie te schieten wat betreft het lokale testen en opsporen van coronabesmettingen. Ik belde meteen naar mevrouw Berx om dat te checken, en zij wist mij er met een nauwkeurige tijdlijn, inclusief mails en berichten, van te overtuigen dat Parys gelogen had. Donderdag was het dan uw beurt om Jan de Jokkebrok te spelen. In het VTM Nieuws suggereerde u dat experte Erika Vlieghe tijdens het overleg voor de Nationale Veiligheidsraad akkoord was gegaan met het behoud van de bubbels op 15 personen. Opnieuw voelde ik meteen nattigheid, als was ik pardoes in een vijver gevallen, en leerde een simpel telefoontje mij dat ook u had zitten te liegen dat u zwart zag. Het toeval wil dat ik professor Vlieghe heb geïnterviewd voor deze krant: ik kan u de lectuur van dat gesprek, in Zeno vanaf pagina 6, zeer aanbevelen. U reageerde vrijdag al met de boodschap dat u ‘de indruk’ had dat zij akkoord ging met die grote bubbel. Ik heb de indruk dat ook dát een leugen is.


MOERAS

Nu zou de advocaat van de duivel wellicht zeggen dat we politieke leugens er misschien maar bij moeten nemen zolang er tenminste goed bestuurd wordt. Helaas bent u ook op die dimensie al maandenlang in het moeras aan het zakken. U hebt veel concurrentie op dat vlak, maar qua obsceen amateurisme en mismanagement spant u wel de kroon. Toen Pieterjan De Smedt u na de laatste ministerraad van uw regering voor Terzake vroeg hoe het zat met de contactopsporing, keek u een tikje dwaas uit uw ogen, alsof u net een koe op een fiets had zien voorbijrijden. Tot zover Sterke Jan.


Ik heb dat altijd een beetje vreemd gevonden, die bijnaam die Theo Francken en anderen u gaven – ook sommige journalisten liepen mee in dat rijtje. Dat u een goed bestuurder lijkt, heeft niets met uw kwaliteiten te maken, maar alles met uw gestalte. De mens is toch maar een aap met een hoed op, en reageert nog grotendeels zoals in het Stenen Tijdperk. Van een stevig uit de kluiten gewassen mannetjesexemplaar denken wij dat hij sterk en bekwaam is. Met dat struise postuur ziet u eruit alsof u, John-Massisgewijs, met uw tanden een trein zou kunnen voorttrekken van Oostende tot Olen, terwijl u onderweg met de blote hand ijzeren staven plooit alsof het paperclips waren.


GRIJNSJE

En ja, misschien kúnt u dat ook. Maar besturen kunt u niet. Ik ben blij dat Vlaams-nationalisten – met de nodige redenen – hebben gecollaboreerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, want als zij allemaal mee tégen de nazi’s hadden gestreden, dan spraken we nu Duits.


Dat u als minister van Binnenlandse Zaken destijds zo’n goede beurt leek te maken als terreurbestrijder, moet met de kennis die we nu hebben worden toegeschreven aan het amateurisme van de potentiële terroristen, niet aan uw aanpak. U geeft altijd de indruk dat u de zaken onder controle hebt – met dat lichte grijnsje dat altijd om uw lippen danst en dat een zekere coolheid suggereert – maar u hebt niets onder controle. U – en die hele Nationale Veiligheidsraad met u – brengt onze levens in gevaar. Het enige voordeel dat u hebt bij aanvang van de tweede golf, is dat mensen maar één keer kunnen sterven – de doden hoeft u niet meer te beschermen.


LACHBAND

Evenwel! In plaats van mij te wentelen in boosheid en treurnis, heb ik een andere tactiek bedacht om deze donkere dagen door te komen. U kent dat interview met Donald Trump waar men op sociale media een lachband onder heeft gemonteerd? Dat doe ik voortaan als u op de televisie komt. Ik heb mij een tweedehands lachmachine aangeschaft en elke keer als u zegt dat u ‘waakzaam’ zult blijven en de cijfers ‘nauwgezet’ zult volgen, laat ik een lachsalvo door de boxen knallen. Ik beeld mij dan in dat ik naar F.C. De Kampioenen zit te kijken, met u als Balthazar Boma, en dat deze crisis één groot misverstand is.


Een alternatieve fantasie die helpt om de duisternis te verdrijven, is mijzelf inbeelden dat wij ons in een verhaal van Suske en Wiske bevinden, met Wouter Beke en Hilde Crevits in de hoofdrollen. U bent Lambik, maar zonder nobele inborst, Bart Somers is Jerommeke – die vlotjes uit het raam springt als de deur dicht is – en Ben Weyts is Theofiel Boemerang, gesjeesd stofzuigerverkoper. In de realiteit moet uw partijgenoot straks voor onze kinderen zorgen, als minister van Onderwijs. Slechts één woord is hier op z’n plaats: help!


Boze groet


Joël De Ceulaer, senior writer



Jean-Marie Dedecker


Uitkijkpost 17 juli 2020


'Beste Jean-Marie Dedecker, u bent de rechtse Tom Lanoye, maar dan uit de Lidl'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Jean-Marie Dedecker


Terwijl we lijdzaam en machteloos afwachten tot de tweede golf van dat smerige virus ons de adem afsnijdt, zou ik nog heel even een moment van ontspanning willen inlassen, door samen met u eens te kijken naar een raadsel dat mij al jaren intrigeert. Dat raadsel bent ú. Meer bepaald – hoe zal ik dat zeggen – het curieuze contrast tussen uw orale en uw schriftelijke eloquentie. We hebben het daar vroeger al over gehad, maar ik moest er opnieuw aan denken toen u zondag, in De Zondag, onze premier een ‘takkewijf’ noemde. Dat was geweldig onbeleefd, maar wel opmerkelijk. Ik verklaar mij nader.


Sommigen onder ons zijn al jaren vertrouwd met uw columns, zoals Knack.be die lang placht te publiceren. Soms zijn die niet oninteressant – u legt de vinger weleens op de wonde – maar meestal zijn ze hopeloos voorspelbaar en drammerig. In plaats van zich verlekkerd in de handen te wrijven bij het vooruitzicht kennis te kunnen nemen van uw inzichten, beeld ik mij in dat de modale lezer het na de eerste zinnen al op een geeuwen zet. U bent, als ik dat zo lelijk mag zeggen, de rechtse Tom Lanoye – maar dan zonder ’s mans virtuoze taalbeheersing. U bent de rechtse Tom Lanoye uit de Lidl.


FATSOENSMOERAS

Er is één ding waar uw columns wel in uitblinken. Nieuwe woordjes. Die verzint u aan de lopende band. Ik som er, uit de losse pols, een paar op: pretletterbrigade (opiniemakers met wie u het oneens bent), selfiekop (van Conner Rousseau), rolluikvolkje (de Vlaming), taterprogramma’s (die spreekt voor zich), enzovoort. Wie een rookverbod bepleit, is een gezondheidsfascist. Wie geen trotse Vlaming is, lijdt aan identiteitsschaamte. Wie bang is dat het nazisme terugkomt, is geen roeptoeter, maar een droeftoeter. En dan zijn er nog het fatsoensmoeras (waarin de linkse inktkoelies wegzinken), de muesli-denkers (van Groen) en het zaaddodend proza (van wollige christendemocraten). De lijst is lang.


Een prijs voor stilistisch vermogen zult u daarmee natuurlijk nooit winnen. Maar het is niet slecht voor een oud-bankdirecteur die via het judo in de politiek belandde. Heel wat columnisten en romanschrijvers kunnen een puntje zuigen aan uw lexicale geestdrift. U hebt er ook veel aan te danken. Dat u met uw selfiekop voortdurend de roeptoeter mag spelen in taterprogramma’s komt daardoor. U bent een van die stripfiguurtjes die in De Afspraak en De zevende dag geregeld het rechtse alibi mag leveren.


ZAKES

Maar! Ziehier komt nu het raadsel dat mij maar niet wil loslaten: als u in zo’n praatshow zit, dan komt u doorgaans maar met moeite uit uw woorden. U zit daar dan te puffen en te hijgen en te knoeien en te stuntelen. Voor de camera bent u ineens niet meer in staat om een min of meer afgewerkte zin te produceren. En dat, mijnheer Dedecker, zijn zakes die ik toch niet goed begrijp. Zo bevlogen als u soms bent aan het klavier, zo ineengezakt klinkt u aan de deugtafels bij de VRT, om het nog eens met een van uw termen te zeggen. U lijkt een gewichtheffer die ons per e-mail doet geloven dat hij 100 kilo kan tillen, maar die, zodra hij op het podium staat, bezwijkt onder een zakje krielaardappelen.


Ik heb u er ooit van verdacht stiekem een ghostwriter in dienst te hebben. Maar uzelf en anderen in uw omgeving hebben mij ervan overtuigd dat ik dwaalde. Waarvoor alsnog mijn excuses. Toch blijft het mij verbazen: die neologismespuwende vulkaan achter het klavier versus die onbeholpen formuleerduts in de televisiestudio. Wat mij bij de vraag brengt waar u dat ‘takkewijf’ haalde. Was het een opwelling van het moment, of hebt u de term pas bedacht en ingevuld bij het nalezen en corrigeren van het interview? Had u mevrouw Wilmès tijdens het gesprek zelf misschien – ik denk nu even hardop na – een kxtwxxf genoemd, een dxmmx kxllx of een sxkkxl? 


Hoe het ook zij, het was ongepast. U mag zeggen dat de premier, en vrijwel alle ministers die haar omringen, ons allemaal de dood in jagen. U mag erop wijzen dat de Belgische bevolking, met de tragische hulp van experts, is voorgelogen over het nut van mondmaskers en daar de prijs nog dik voor zal betalen. U mag eisen dat álle huidige ministers straks, na de vorming van een nieuwe regering, de Wetstraat verlaten. Mag allemaal. Maar u mag niet op de vrouw spelen.


GEZOND VERSTAND

Wij noemen u toch ook geen takkevent, pokkegozer, bickyburgerbink, brulboy, zaagzak, zakkenwasser, zeiksnor, kloteknul – enfin, u snapt wat ik bedoel. Vermaak u gerust met de Nederlandse woordenschat, maar hou het netjes. U bent volksvertegenwoordiger. Tot zover het advies van een inktkoelie die lid is van de verbale zindelijkheidsbrigade.


O ja, ik zou het nog bijna vergeten. Behalve met een eigen woordenschat hebt u ons ook opgezadeld met het politieke concept Gezond Verstand. Aangezien deze crisis heeft bewezen dat dát toch iets te dun gezaaid is om nog bruikbaar te zijn, zou ik stilaan eens iets nieuws bedenken.


Dat mag schriftelijk.


Geniet nog aan de kust!


Joël De Ceulaer, senior writer



Joachim Coens


Uitkijkpost 10 juli 2020


'Beste Joachim Coens, ik ben het: Wouter Beke. Dit is mijn ontslagbrief'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Joachim Coens

Piep! Niet schrikken, maar ik ben het: Wouter Beke, uw minister voor Welzijn in de Vlaamse regering. Ja, ik weet het, normaal gesproken staat hier elke week een onnozel epistel van die zagevent van een Joël De Ceulaer, maar de hoofdredactie is ingegaan op mijn aanbod om hem eens een weekje te vervangen – zo krijgen zij immers de primeur van deze brief. Alles voor de commerce, u kent die kranten.

Ik heb, mijnheer de voorzitter, deze week veel gerust en nagedacht. Ik heb elke ochtend een kaarsje aangestoken en mijzelf gebaad in wijwater, met een kalmerend muziekje van Dana Winner op de achtergrond. Des avonds voor het slapengaan heb ik altijd eens goed in ’t eigen hart gekeken, om na te gaan of ik geen ander hart had pijn gedaan of ogen had doen schreien. Het antwoord dat ik donderdagavond ineens hoorde – het was alsof Onze Lieve Heer zich tot mij richtte – was vernietigend en deed mij op de knieën vallen. Ik heb gefaald. Ik heb er enerzijds een totale puinhoop, en anderzijds een complete rotzooi van gemaakt. Er is geen andere conclusie meer mogelijk: ik neem ontslag als minister.


MET DE FIETS

U leest dat goed. Iedereen mag zich al eens een frivoliteitje veroorloven. Georges-Louis Bouchez staat vol tatoeages, Conner Rousseau stelt zich permanent aan op Instagram, u gaat onderhandelen in een bermudashort, en ik – ik neem formeel ontslag met een brief in de lekkerste en meest impactvolle krant van Vlaanderen. Zaterdagochtend maak ik mijn kantoor leeg, geef ik mijn chauffeur nog een knuffel (hij zit in mijn bubbel) en rijd dan met de fiets naar Leopoldsburg, waar ik tevens ontslag zal nemen als titelvoerend burgemeester – CD&V is dan ineens van mij verlost. U hebt al genoeg aan uw hoofd. U hoeft mij niet nóg eens maanden-, laat staan jarenlang, mee te sleuren.


Ik had dit natuurlijk al eerder moeten doen. Net zoals die mondmaskers al eerder verplicht hadden moeten zijn. Nadat eerst ook experts en daarna alleen nog politici hun hoofden koppig en metersdiep in het zand bleven steken, hebben ze de voorbije dagen eindelijk het licht gezien. Zelf had ik al direct moeten opstappen toen bleek dat woon-zorgcentra sterfhuizen waren geworden.


Als ik metéén de eer aan mijzelf had gehouden, was er nog een latere terugkeer mogelijk geweest – zoals dat voor staatslieden van het kaliber Louis Tobback, Stefaan De Clerck en Frank Vandenbroucke ooit is gelukt. Ik verdwijn van het toneel als een bange wezel die zich vastklampte aan de macht. Ik heb mijzelf vorig jaar tot minister gebombardeerd, maar ben totaal ongeschikt voor het ambt. Een debatfiche afdreunen kan ik als de beste, een stapel papier van de ene kant van mijn bureau naar de andere verplaatsen lukt ook al vrij goed – maar verder ben ik qua bestuurskracht nooit geraakt.


BIECHTVADER

Uiteraard is het onrechtvaardig dat Maggie De Block, die minstens zo incompetent was, doodleuk blijft zitten. Zij bleef wekenlang zélf weg uit tv-studio’s, om haar eigen hachje te beschermen, terwijl het personeel in onze supermarkten haar ijskoud liet – als waren het 18-jarige asielzoekers die ze zonder pardon in Kaboel liet droppen. Maar nu klink ik al bijna even vilein als die De Ceulaer hier elke week, dus laat ik naar mijzelf kijken.


Ik weet, mijnheer de voorzitter, dat u een bijzonder godvruchtig man bent. In een ander leven zou u misschien de beslotenheid van het klooster hebben opgezocht. Terwijl ik het reeds geboren leven verwaarloosde, nam u het al op voor het óngeboren leven. Uw wat mystiek getinte blik verraadt soms weliswaar een peilloze verveling, maar vaak ook een diepe, haast erotische connectie met Jezus onze Heer. Ik ben dan ook zo vrij om u bij dezen niet alleen als voorzitter, maar ook als biechtvader te zien. Ik wil de Wetstraat met een proper geweten en opgeheven hoofd verlaten.


PENITENTIE

Vergeef mij, vader, want ik heb gezondigd. Ik heb deze week nog op televisie gezegd dat ik inzake de terugkeer uit vakantie een beroep deed op ieders burgerplicht, maar ik heb mijn eigen burgerplicht verzaakt. Ik was minister – letterlijk: een ‘dienaar’ van het volk – maar ik heb dat volk in de steek gelaten. Ik ga door het stof en vraag nederig vergiffenis aan de nabestaanden van alle Vlamingen die zijn gestorven in de woon-zorgcentra die ik onder mijn hoede had. Moge de Heer mij genadig zijn.


Wat betreft penitentie wil ik zelf een voorstel doen. Uiteraard dénk ik er nog niet aan om gouverneur van Limburg te worden – zoals sommigen suggereren. Ook een ander lekker postje hoeft u mij niet toe te werpen. Ik kap met de macht en zal de rest van mijn leven bejaarden verzorgen in een woon-zorgcentrum. Bij gevaar zal ik mij opofferen. Ik treed in de voetsporen van de grootste Belg aller tijden. Ik word pater Damiaan 2.0.


Over mijn opvolging hoeft u niet te twijfelen: kies Jan Vermeulen, de burgemeester van Deinze, een CD&V’er met visie, ruggengraat en daadkracht. Jawel, hij bestaat. Een mens kijkt echt nérgens meer van op.


Christelijke groeten


Wouter Beke, ex-minister van Welzijn



Donald Trump


Uitkijkpost 3 juli 2020


'Beste Donald Trump, zelfs u zou hier van verbazing de ogen uit uw hoofd krabben'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Donald Trump,


Tenzij deze brief via een gunstige wind en ordentelijk vertaald in uw ovalen kantoor zou belanden, koester ik niet de illusie dat u hem zult lezen. Maar omdat uw grootse natie op zaterdag 4 juli haar Onafhankelijkheidsdag viert, vond ik het wel zo gepast om ook eens het woord tot u te richten – al geef ik toe dat mijn motivatie mee gegrond is in het feit dat ik onze Belgische politici bij gebrek aan elementair respect zelfs geen brief meer wíl sturen. Ik kom daar dadelijk op terug.


Niet dat ik ú zo hoog heb zitten. Behalve bij Theo Francken, Filip Dewinter en een kleine maar enthousiaste schare fans hebt u hier een rampzalige reputatie. Wij vinden u een griezel, een fascist, een leugenaar, een clown, een narcist, een gevaarlijke gek. Onze collega’s van De Standaard zouden schrijven: ‘Hier past psychiatrie.’ Dat is niet beleefd, maar ik zou hen geen ongelijk geven. Dat veel Europeanen vandaag George W. Bush met terugwerkende kracht heilig willen verklaren, gaat mijn verstand te boven – zonder hem geen Islamitische Staat – maar toch: het idee dat we u straks misschien nog eens vier jaar moeten verduren, is een bar vooruitzicht.


PILAARBIJTER

En toch gebiedt de eerlijkheid mij om correcties aan te brengen op het contrast dat velen zien tussen uw leiderschap en dat van de Belgische bewindslieden. Het gebeurt steeds vaker, mijnheer Trump, dat ik bij het aanschouwen van het politieke toneel in eigen land ergens in een verre uithoek van mijn hoofd stilletjes aan u moet denken. Zo werd een tergende regeringsvorming, die voor het eerst sinds lang een glimpje hoop vertoonde, gisteren door een pilaarbijter opgeschort omwille van een discussie over – hou u vast – abortus. Een ander obstakel was onlangs een ruzie tussen twee partijvoorzitters over de vraag of het oké is als je mama de was doet.


De fascisten zijn nog niet aan de macht – dat is voor 2024 – maar aan clowns, narcisten, griezels, leugenaars en gekken heerst hier geen gebrek meer. Zelfs u zou van verbazing de ogen uit uw hoofd krabben. Ik denk bij momenten dat er in de Wetstraat helemaal niet onderhandeld wordt, maar dat die zogenaamde onderhandelaars elke ochtend eerst een berg coke opsnuiven, daar een liter wodka bovenop kappen en dan – naakt, op witte sneakers en met een das rond het hoofd geknoopt – de polonaise dansen, ofschoon zulks streng verboden is door de Nationale Veiligheidsraad.


CORONADODEN

Wat ons bij het onderwerp van de dag brengt. Ook op het scorebord qua coronadoden hoeft België voor u niet onder te doen. Onze cijfers zijn echt tremendous, great, excellent and fantastic: bijna 1 op de 1.000 Belgen is al overleden aan het virus. Zover bent u nog lang niet. Men zegt hier weleens dat de VS het zwaarst getroffen zijn – en dat kan nog komen – maar nu liggen de Amerikaanse sterftecijfers per capita lager dan de onze. Ik wens alle Amerikanen toe dat het zo blijft. Uw mondmaskerbocht kan helpen.


Die bocht was deze week wereldnieuws. Maandenlang hebt u het mondkapje bespot en geweigerd, afgedaan als flauwekul, een nutteloos ding zonder toegevoegde waarde – een mens moest volgens u en de uwen volslagen idioot zijn om er een te dragen. Verrassend genoeg zat u daarmee lang op de lijn van onze Vlaamse virologen. Ook de meeste linkse journalisten zaten hier aldoor instemmend te knikken bij uw mondmaskerverwerping – zó instemmend dat ik vaak heb gedacht: ‘Hier past psychiatrie.’


Maar nu bent u dus bijgedraaid. Hopelijk op tijd om een catastrofe van Belgische omvang te vermijden. Onze virologen zijn ondertussen ook mee, maar de overheid zet de hakken in het zand. U hoort dat goed: de Belgische overheid verwerpt het advies van experts. Zoals u dat lang hebt gedaan, toen u geloofde dat intraveneuze toediening van chloroquine en een glaasje detergent na elke maaltijd besmetting kon voorkomen. Een burgemeester die zijn inwoners ertoe wilde aanzetten om elkaar in de supermarkt te beschermen, werd weggeblaft door Pieter De Crem, minister van Binnenlandse Zaken. Een mens zou willen dat we die onverlaat tegen u konden ruilen.


SATIRE

Ik denk trouwens dat u het in de Belgische, zeker in de Vlaamse, politiek erg naar uw zin zou hebben. Journalisten gedragen zich hier bijwijlen als copywriters van de macht. Dat bleek nog toen Bart De Wever – googel hem even – door de regionale zender ATV werd ‘geïnterviewd’, maar de facto een zorgvuldig voorbereide oneliner mocht opzeggen: hij had “graag gereageerd” op een collega, maar “moest zijn gras nog maaien”, en dat was “toch belangrijker”.


Die nederigheid wordt een machthebber hier eveneens betoond door de makers van zogezegd satirische programma’s. Als een fragmentje u hier onwelgevallig is, volstaat één telefoontje om het te laten verwijderen. Jawel! Zo u dat wenst, wast de presentator ook nog uw voeten en kamt hij uw haar. Als u macht hebt, tenminste. Mensen van uw leeftijd zonder macht binden wij op een stoel en laten wij creperen.


Vrolijke groeten uit Vlaanderen!


Joël De Ceulaer, senior writer



Geert Hoste


Uitkijkpost 26 juni 2020


'Beste Geert Hoste, de VRT laat niet alleen u, maar ons allemaal in de steek'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Geert Hoste,


In mijn persoonlijke bubbel was het een historisch moment. Toen de heisa over uw uit De ideale wereld geknipte Hitlergroet mij bereikte, kon ik een grijns niet onderdrukken, en zo werkte u voor de állereerste keer in mijn leven toch een tikje op mijn lachspieren. Dat zoiets uitgerekend u moest overkomen, zeg. U, die altijd zo keurig en zo netjes bent geweest – volkomen onschuldig, erg gezinsvriendelijk en vooral populair bij dames van middelbare leeftijd. De Willy Sommers van de comedy, zeg maar. Een subtopper, graag gezien bij het bredere publiek. Toen u ons nog elk jaar opzadelde met een conference, zaten politici over wie u kneuterige mopjes maakte altijd zelf in de zaal, uitbundig met hun buikjes te schudden. Kunt u zich voorstellen dat Michael Freilich dijenkletsend in beeld wordt gebracht terwijl Alex Agnew tekeergaat op een podium? Juist.


DOOR HET STOF

Doch ik dwaal af. Terug naar uw Hitlergroet. Ook die was eerlijk gezegd dodelijk braaf en hopeloos voorspelbaar. Toen u rechtop ging staan naast presentator Jan Jaap van der Wal, om te tonen hoe Vlaams Belangers elkaar groeten als ze een mondmasker dragen, wisten zelfs de kijkers die al in slaap gevallen waren, onmiddellijk dat u de rechterarm zou strekken. Wie nog niet sliep, kon allicht een geeuw niet onderdrukken. Behalve een van de Vlaams Belangers die door zijn partij gedumpt werd in de raad van bestuur van de VRT. Die begon blijkbaar te hyperventileren. Hij verwittigde de andere raadsleden, waarna voorzitter Luc Van den Brande de directie inseinde. Gevolg: die hele directie smeekte Vlaams Belang om vergiffenis en kroop ootmoedig door het stof.


En zo gaat u nu de geschiedenis in als de tamme komiek die in zijn nadagen alsnog iets wilds en weerbarstigs heeft gedaan. Als was u Willy Sommers die ineens verschijnt op een Pukkelpoppodium. Met een vagina op zijn biceps getatoeëerd.


Maar goed. Laat ik, mijnheer Hoste, het niveau van de anekdotiek en flauwe mopjes even overstijgen en mij tot de grond van de zaak beperken. Wat is hier precies gebeurd? Hoe moeten wij deze uitschuiver van de openbare omroep inschatten? Hoe is het mogelijk dat de VRT-top zo fluks en eensgezind de broek op de enkels liet zakken? Het toeval wil dat we ons ook voor een antwoord op die vraag tot Hitler moeten wenden. Meer bepaald tot een stelling die bekend is uit het werk van historicus Ian Kershaw, en die ook Mark Mazower ontvouwt in Hitler’s Empire. Die stelling luidt zo: omdat de veroveringsoorlog van Hitler zó vlot verliep, lagen er geen draaiboeken klaar voor hoe de bezetter zich in deze of gene omstandigheden juist moest gedragen. En dus, schrijft Mazower, deden de bezetters wat ze dáchten dat Hitler graag zou gehad hebben. Zij handelden, om het met Kershaw en Mazower te zeggen, towards the Führer – naar de leider toe.


TEVA-SANDALEN

Dat is hier ook gebeurd. De VRT-bonzen zien dat Vlaanderen in handen dreigt te vallen van Vlaams Belang en N-VA, en dus vertonen ze alvast het gedrag dat de toekomstige heersers kan behagen. Dat betekent uiteraard niet dat Leo Hellemans en co. fascisten zijn of wat dan ook. Helemaal niet. De VRT is flexibel. Herinner u hoe Luc Rademakers, toen hoofdredacteur van de nieuwsdienst, twee journalisten op non-actief zette omdat ze een kritisch boek hadden geschreven over Johan Vande Lanotte. Had de Keizer van Oostende toen boos naar Rademakers gebeld? Welnee, zo werkt dat niet. Rademakers handelde gewoon towards the Führer. Zo plooit de VRT zich altijd naar de macht. Als morgen – wat God verhoede – de groenen het helemaal alleen voor het zeggen krijgen, dan zal elk lid van de directie aan de Reyerslaan meteen overgaan tot de aanschaf van een bakfiets en twee paar Teva-sandalen.


Onze openbare omroep, mijnheer Hoste, laat niet alleen u, maar ons allemaal in de steek. Dat heeft de coronacrisis nog maar eens bewezen. In plaats van ministers en experts op de huid te zitten met de kritische en pertinente vragen waar het hele land recht op had, gedroeg de VRT zich als een soort doorgeefluik van de overheid. Op één aflevering van Pano en een paar pittige interventies van Kathleen Cools na, baadde de verslaggeving over het killervirus in een bijna entertainend sfeertje. Ook in de duidingsprogramma’s zat men vaak maar wat te gniffelen en monkelen en knipogen. In de greep van het virus, de documentaire die donderdag door Eén werd uitgezonden, was de bekroning van het journalistieke bankroet van een organisatie. We weten nu dat Maggie De Block TikTok ontdekt heeft, en dat ‘kot’ bij haar dialect is voor ‘huis’. Terwijl de conclusie moet zijn: zij brengt onze levens in gevaar en moet aftreden. Dát had de VRT moeten aantonen.


300 MILJOEN

Weet u wat? Ik zal ook eens ‘naar de leider toe’ denken. Naar Christian Van Thillo dan, de baas van het bedrijf dat eigenaar is van deze krant én VTM. Schaf de VRT af! Die 300 miljoen per jaar kan Vlaanderen vandaag veel nuttiger aanwenden.


Heil Hoste!


Joël De Ceulaer, senior writer



Siegfried Bracke


Uitkijkpost 19 juni 2020


'Beste Siegfried Bracke, vele collega’s voelden hun hart én hun klomp breken'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Siegfried Bracke

Onze Lieve Heer heeft ieder van ons een uniek talent geschonken. Het uwe bestaat erin, dat is bekend, dat u met een vingerknip twee stenen kunt doen vechten. Toen u nog een leidinggevende functie had bij de VRT, was de nieuwsredactie verdeeld in Brackianen en anti-Brackianen – de Brackianen herkende men aan hun bedrijfswagen en gratis iPhone. Ook bij de Gentse N-VA-afdeling slaagde u erin om ferme tweedracht te zaaien en zo een verkiezingsnederlaag te oogsten. Het is een wonder dat de verschillende fracties in de Kamer elkaar onder uw voorzitterschap nooit fysiek te lijf zijn gegaan. Uw motto is: wie sterft zonder vijanden, heeft niet geleefd. Als Magere Hein straks met Zijn Zeis voor uw deur staat, zult u Hem naar waarheid kunnen zeggen dat u een veelzijdig en bevredigend leven hebt geleid.


HART EN KLOMP

Ook wij, bij de lekkerste, scherpste en aangenaamste krant van Vlaanderen, kunnen daar sinds kort helaas van meespreken. Van uw vermogen om onmin en tweespalt te stichten. Toen vorige week bekend raakte dat de hoofdredactie u heeft belast met de opdracht om één keer per maand in een opiniestuk uw licht te werpen op de politieke toestand in ons land, voelden verschillende van mijn collega’s hun hart en hun klomp een beetje breken. U moet weten, mijnheer Bracke, dat De Morgen nog steeds geen krant is als een andere – wij zitten hier nog allemaal in het vak om, luister goed, de wereld te verbeteren. Al sinds 1978 is het hier de gewoonte om de dag strijdvaardig aan te vatten, met een protestsong uit het oeuvre van Bob Dylan, Boudewijn De Groot of Miek & Roel. Daarna lezen wij met zijn allen in eerbiedige stilte het standpunt van Bart Eeckhout en gaan wij aan de slag.


Hoe anders verliep onze eerste post-coronasamenkomst maandag. Dat uitgerekend u, de man die journalistiek en politiek altijd met elkaar vermengde – als was u een pyromaan die bij de brandweer werkte – een maandelijkse column krijgt in onze krant: het kon er bij een groot deel van de redactie écht niet in. Ook uw vaak nodeloos kwetsende stijl en provocerende standpunten waren voor veel van mijn collega’s een punt van grote zorg. Een relatieve minderheid – waartoe ik zelf behoor – kon wel leven met uw komst, al vind ik dan weer dat met het trio Alain Gerlache, Walter Zinzen en uzelf het gehalte aan oude witte mannen in onze kolommen toch érg sterk toeneemt.


HELIKOPTER

Om maar te zeggen: er scheelde voor iedereen wel iets, en zat het er dan ook bovenarms op. Toen we op een bepaald moment een helikopter zagen landen op het dak van onze Antwerpse mediatoren, met oudgedienden Paul Goossens en Yves Desmet aan boord, wisten we dat uw tegenstanders versterking hadden laten aanrukken. Toen ook nog eens het nieuws binnenkwam dat een aantal fijne lezers hun abonnement had opgezegd, werd de voelbare spanning aangedikt met diepe verslagenheid.


De taferelen die volgden, wil ik u besparen. Wij hebben gediscussieerd, geroepen, de ene krat Corona na de andere laten aanrukken en elkaar met argumenten bestookt – op een bepaald moment begon Paul Goossens uit het blote hoofd Karl Marx te citeren. Waarna in het andere kamp iemand het werk van John Stuart Mill tevoorschijn haalde, en wees op het belang van de Tegenstem. Elk medium dat zichzelf enigszins respecteert, heeft die tegenstem nodig – een stem die wringt en kraakt en irriteert. Zoals het immuunsysteem stress nodig heeft om sterker te worden, zo hebben ook een medium en een lezer stress nodig om gewapend te zijn voor deze boeiende, maar gevaarlijke wereld. In De Morgen was die enerverende tegenstem ooit Bart De Wever, dan Jean-Pierre Rondas, vervolgens Joachim Pohlmann. En nu bent u dat dus. De ene collega kan daarmee leven, zo bleek uit ons geanimeerde debat, voor de andere voelt het aan als een kras op de ziel.


MIA DOORNAERT

Na een urenlange woordenwisseling was het hoofdredacteur Kirsten Bertrand die het pleit finaal beslechtte, door als een hedendaagse Pontius Pilatus op haar bureau te klauteren en kordaat de vraag te stellen: “Collega’s, er is natuurlijk wel een alternatief: we kunnen ook Mia Doornaert weghalen bij De Standaard. Zouden jullie dat liever hebben?”


Ineens hield al het rumoer op en viel een loodzware stilte als een deken over de menigte. Die duurde een paar seconden, maar het leek een eeuwigheid. Tot de hele redactie, als uit één mond, begon te scanderen: “Bracke, Bracke, Bracke, Bracke!”


Om een lang verhaal kort te maken: er staat nu een buste van u op de redactie. Wie daar zin in heeft, mag er om de zoveel tijd een emmer rode verf over kappen. Maar tenzij ooit aan het licht komt dat u betrokken was bij genocide of slavenhandel, blijft die buste daar staan. En uw column voorlopig ook. Tussen het vele fraais dat onze pagina’s siert. In een krant die steeds moderner, diverser en spannender zal worden. U hebt dat potverdorie goed bekeken: nu de N-VA op apegapen ligt, kunt u meesurfen op de golf van óns succes.


Geniet ervan!


Joël De Ceulaer



Sophie Wilmès


Uitkijkpost 12 juni 2020


'Beste Sophie Wilmès, zelfs Marc Van Ranst steunt mijn pleidooi'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Sophie Wilmès

Ik weet niet of u gaarne danst, of u een flukse foxtrot dan wel krokante quickstep in de benen hebt, maar veel doet dat er voorlopig ook niet toe. Uw Nieuw-Zeelandse collega Jacinda Ardern heeft vorige week naar eigen zeggen wel een klein dansje verricht toen ze vernam dat haar land volledig coronavrij is. U bent bijlange zover nog niet. In België blijft het virus zich nog altijd met een zekere geestdrift verspreiden. En onze dodentol per capita, zoals dat heet, is bijna goed voor een planetaire podiumplaats. De rekensom is niet zo moeilijk: van elke 1.000 Belgen is de voorbije weken 1 exemplaar gestorven – velen onder hen in comateuze toestand, met een intubatiebuis in de luchtpijp.

Dat is uiteraard niet alleen uw verantwoordelijkheid. U werd bij het aanjagen van deze sterftegolf voorbeeldig geholpen door talloze ministers die allemaal hun steentje aan de catastrofe wilden bijdragen. Ook de politieke gezagvoerders van de woon-zorgcentra in het graafschap Vlaanderen, waar een 90-plusser alleen ministerieel respect geniet als hij kan aantonen dat hij fout was in de oorlog, hebben er alles aan gedaan om uw cijfers de hoogte in te jagen. De dodentol is uiteraard nog lang niet historisch te noemen, maar ik stel toch voor dat we alvast een aantal bronzen bustes en dito standbeelden van u laten vervaardigen, zodat die straks overal een actuele invulling kunnen geven aan de ledige plekken die Leopold II achterlaat, nu zijn beeltenis zich overal op niet-bewegende wijze verplaatst. De toestand is dus vrij ernstig. Toch denk ik dat u, in tegenstelling tot onze voormalige vorst, nog één kans hebt om bij toekomstige generaties in een goed blaadje te komen. Met deze brief wil ik u die kans met plezier aanbieden.


SOAPACTRICES

Mijn uitgangspunt is simpel. Ik vind het leven aangenaam en ben er nogal aan gehecht. Ik heb een fijn gezin, een goede gezondheid en leuke baan – zo hoef ik om den brode, ik zeg maar wat, geen jarige soapactrices te interviewen voor Humo. Ik ben een bofkont en zou dat graag nog even zo houden, als u daar geen bezwaar tegen hebt. En u kunt mij daarbij helpen, door al mijn lieve landgenoten nog één bindend adviesje te geven. Dat kan er nog wel bij, zou ik denken. U hebt ons maandenlang opgesloten in ons kot, u hebt zowat de volledige economie stilgelegd, u hebt het onderwijs integraal opgeschort – u bent maar één ding vergeten, iets dat in het niets verzinkt vergeleken bij de lockdown.


De mondmaskers.


Jawel, het hoge woord is eruit. Er zijn lezers die nu gillend weglopen, zeker als ze mij op Twitter volgen. Ik heb het al zo vaak over die dingen gehad dat zelfs Marc Van Ranst, die toch geen onbeleefde man is, mij openlijk ‘een zagevent’ noemde. Het is een verwijt dat ik graag krijg, want dat is per slot van rekening mijn journalistieke plicht: zagen tot ik erbij neerval, als had men mij in een coma gebracht om de intubatiebuis door mijn keel te duwen. Maar ik heb er geen spijt van, want finaal ging professor Van Ranst voor mijn gezaag door de knieën en sloot hij zich aan bij mijn vurige pleidooi: ‘Wanneer ik in de winkel zie hoe weinig mensen momenteel een mondmasker dragen, dan zal u in mij een bondgenoot vinden om in de toekomst een verplichting te ondersteunen, Joël.’


PLATTE CURVE

Die toekomst, mevrouw, is nú. Nu, niet seffens, niet direct, niet subiet, niet weldra, maar nu. Maintenant, tout de suite, heute, godverdomme, om het met Raymond te zeggen. In Franstalig België is de situatie veel beter, verneem ik, maar in Vlaanderen is het echt om te huilen. De grote meerderheid van de klanten bij slager of supermarkt denkt dat het al voorbij is, en dat we elkaar niet meer hoeven te beschermen. Op zich kun je hen dat niet kwalijk nemen, na maandenlang met halve en anderhalve leugens over mondmaskers te zijn bestookt. Maar het wordt tijd dat u iedereen wakker schudt. U moet ons helpen om de curve helemaal plát te slaan, zoals Jacinda Ardern dat heeft gedaan.


Wat we nu doen, is pappen en nathouden. Aanmodderen. Blij zijn met honderd nieuwe bevestigde besmettingen per dag. In de hoop dat het vaccin er sneller is dan verwacht. Maar dat is slecht bestuur. U moet er vandaag van uitgaan dat er helemaal geen vaccin zal komen. Dat alle pistes zullen doodlopen. Let op, ik geloof dat er wél een vaccin komt – mijn vertrouwen in Big Pharma is groot – maar u moet nu leiding geven alsof dat niet zal lukken. U moet veilig spelen. Allemaal een mondkapje bij het verlaten van de woonst is een minuscuul offer in vergelijking met een nieuwe lockdown, waar we op dreigen af te stevenen bij een tweede golf.


RATEL

Burgers die toch niet bereid zijn om mond en neus te bedekken – goed wetende dat het virus niet alleen doodt, maar ook zwaar verminkt en verwoest en vernielt – kunt u van overheidswege verplichten om een ratel te gebruiken, zodat ik ze hoor aankomen en tijdig opzij kan springen, foxtrot- of quickstepgewijs.


Dank namens


alle overlevenden


Joël De Ceulaer, senior writer



Sihame El Kaouakibi


Uitkijkpost 5 juni 2020


'Beste Sihame El Kaouakibi, ik krijg het benauwd bij de gedachte dat Vlaanderen A-burgers en B-burgers telt'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Sihame El Kaouakibi

Wat was dat een mooie, kordate tussenkomst van u, afgelopen woensdag in het Vlaams Parlement. Na de dood van George Floyd en het wereldwijde protest dat daarop volgde, vroeg u de Vlaamse regering wat zij “concreet” van plan is te doen aan het institutionele racisme dat ook bij ons nog altijd een enorm probleem is. Ook hier hebben velen het nog altijd moeilijk om te ademen, zei u. Ook bij ons maakt de lucht niet iedereen vrij, ook bij ons heeft niet iedereen evenveel rechten. Een klein minuutje – meer had u niet nodig om dat punt er beleefd, maar standvastig in te rammen. Mijn dank daarvoor.

Het antwoord op uw vraag aan de Bende van Jan Jambon is helaas al bekend: niets, nihil, nul. De Vlaamse regering zal heel concreet niets doen om het institutionele racisme in Vlaanderen aan te pakken. Dat heeft nog geen enkele Vlaamse regering ooit gedaan. Dit graafschap is daartoe niet in staat. Elke millimeter vooruitgang wordt geboekt ondanks, en niet dankzij het beleid. Het Vlaamse beleid ligt roerloos op de grond, met de knie van de xenofobe kiezer op de nek geduwd. Ook ik krijg het daar benauwd van.


BENAUWD

Ik krijg het benauwd als ik terugdenk aan die Zwarte Zondagavond 24 november 1991, toen ik mij in het hoofdkwartier van het Vlaams Blok bevond, waar een menigte die elke Vlaming met migratieachtergrond wilde deporteren de sfeer van een ouderwetse Duitse bierkelder tamelijk nauwkeurig wist op te roepen. Ik krijg het benauwd als ik nog maar eens besef dat precies die kiezer sindsdien het kompas is waarop zoveel politici varen – het was die witte, hatende, brullende en soms licht genocidair georiënteerde kiezer die per se moest worden beluisterd en begrepen en gepamperd en vertroeteld. Ik krijg het benauwd als ik bedenk hoe het ene na het andere voorstel uit het 70-puntenplan van Filip Dewinter door andere partijen ten uitvoer is gebracht. Ik krijg het benauwd als ik terugdenk aan Ben Crabbé die in 2003 in Bracke & Crabbé aan die Dewinter vroeg of hij nog een goede Marokkanenmop kende.


Ik krijg het benauwd bij de herinnering aan wat rond die periode Dyab Abou Jahjah en zijn Arabisch Europese Liga overkwam, na een krachtige, niet door subsidies gesmoorde oproep om een einde te maken aan de structurele discriminatie in het onderwijs, op de huurmarkt en de werkvloer – precies wat u woensdag, bijna twintig jaar later, opnieuw en voor de zoveelste keer aankaartte. Ik krijg het benauwd als ik politici en journalisten die toen van Abou Jahjah een crimineel maakten, vandaag zie uitpakken met tweets om de schandalige toestanden in de Verenigde Staten aan te klagen.


PRIVILEGE

Ik krijg het benauwd als ik bedenk dat mensen zoals Youssef Kobo en Rachida Lamrabet wellicht nooit ontslagen zouden zijn bij respectievelijk CD&V-minister Bianca Debaets en Unia mochten zij geen migratieachtergrond hebben gehad. Ik krijg het benauwd als ik bedenk dat ik zonder mijn witte privilege op dit moment nooit zou kunnen doen wat ik nu doe – ik stuiter al dertig jaar van de ene hagelwitte redactie naar de andere.


Ik krijg het benauwd als ik zie hoe Hendrik Bogaert voor de zoveelste keer moet worden teruggefloten door zijn partij omdat hij het totalitarisme genegen blijkt te zijn, maar toch nooit wordt buitengezet omdat ook deze CD&V-voorzitter op dat punt geen ruggengraat heeft – euthanasie is het einde van de beschaving, VB-praat een detail.


Ik krijg het benauwd als ik merk hoe geen enkele N-VA-mandataris zelfs maar bereid is om te begrijpen wat structureel racisme precies is. Ik krijg het benauwd als ik zie hoe de erfenis van de immer inclusieve Geert Bourgeois op deze manier wordt verkwanseld. Ik krijg het benauwd als ik zie hoe Theo Francken en Jan Jambon bijna snakken naar een coalitie met Vlaams Belang. Ik krijg het benauwd als ik terugdenk aan Bart De Wever die een sneer uitdeelde aan de ouders van Mawda, vlak nadat hun kindje bij een schietpartij om het leven was gekomen. Ik krijg het benauwd als ik na alle verhalen die ik erover las, besef dat we over de dood van Adil en Mehdi nooit het fijne zullen weten.


FRISSE LUCHT

Ik krijg het benauwd bij de gedachte dat Vlaanderen, precies zoals de Verenigde Staten, nog altijd A-burgers en B-burgers telt – en dat het debat over gelijke rechten voor alle mensen ook in Vlaanderen om de zoveel tijd helemaal opnieuw op gang moet worden getrokken – als betrof het, zoals schrijver en columnist Mohamed Ouaamari op Twitter schreef, een soort eeuwige herhaling van F.C. De Kampioenen.


Om maar te zeggen, mevrouw El Kaouakibi: ik zit weleens naar adem te happen als ik de krant lees of de journaals bekijk. U zorgde deze week voor een stevige bries frisse lucht, en daarvoor verdient u ons aller diepe erkentelijkheid. Open Vld heeft nu een waterkans om een echte liberale partij te worden, die elk individu dezelfde rechten wil garanderen. Pak uw partij bij het nekvel en help haar deze kans met beide handen te grijpen.


Nog eens bedankt,


en veel succes!


Joël De Ceulaer, senior writer



Conner Rousseau


Uitkijkpost 29 mei 2020


'Beste Conner Rousseau, die vuile woorden van u hebben mij verrast'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Conner Rousseau,

Wat etiquette betreft, houden wij er bij De Morgen strakke richtlijnen op na. Ook voor het taalgebruik in onze kolommen ligt de lat erg hoog. Elegantie, fatsoen, beleefdheid en terughoudendheid zijn waarden waaraan wij enorm verkleefd zijn. Wij schrijven altijd met de kin trots in de lucht en de linkerpink lichtjes opgeheven. De hoofdredactie komt op gezette tijden een blik over onze schouder werpen om te controleren of alles wel op oorbare wijze wordt geformuleerd. Maar sinds ik uw laatste interview in De Zondag heb gelezen, en uw recente doortocht bij Terzake heb gezien, heb ik beslist om voortaan uw vocabularium over te nemen: het kan mij godverdomme geen kloten meer schelen.


Dat gevloek en die vuile woorden van u hebben mij wel verrast, moet ik zeggen – het is toch iets anders dan die matekes waarmee u ons aanvankelijk om de oren sloeg. Ook uw reputatie heeft ondertussen een lange weg afgelegd. Keken irritante zeurpieten zoals uw dienaar aanvankelijk nog wat op u neer, dan wordt u nu alom ingehaald als redder van de sociaaldemocratie in het bijzonder en van het vaderland in het algemeen. Van Knack over De Standaard tot en met deze eigenste krant: overal heft men de loftrompet. U zou, zo voorspelde Bart Eeckhout al in zijn zaterdagse Wetstraat-rubriek Lopende Zaken, bij de socialisten weleens het grootste talent kunnen zijn sinds Steve Stevaert.


STAGIAIR

Ik ben geneigd om het daar, mede om contractuele redenen, volmondig mee eens te zijn. Vooral omdat het niet bepaald erg moeilijk is om bij de socialisten het grootste talent te zijn sinds Steve Stevaert. Laten we eens overlopen met wie u allemaal moet concurreren voor die benijdenswaardige titel: Caroline Gennez, Bruno Tobback en John Crombez – ik wil maar zeggen: met dat compliment van mijn collega bént u er toch nog niet helemaal. U kunt het, in vergelijking met dat treurige trio, geweldig goed uitleggen, dat wel. U lijkt bovendien een beetje te begrijpen wat het socialisme ongeveer inhoudt – ook dat is een pluspunt. Maar als ik toch even mag: dat het lot van een politieke partij, en eigenlijk het hele land, momenteel op de schouders rust van een man van 27, daar verstaat de burger – om het met uw woorden te zeggen – godverdomme toch geen kloten van.


Een 27-jarige knaap die het land redt, dat is zoiets als een stagiair bij Johnson & Johnson die ineens het coronavaccin uitvindt, of de poetshulp in het virologenlabo die het recept voor een werkzaam medicijn in de vuilnisemmer aantreft – een medicijn dat men liever niet wilde lanceren om de mensen geen vals gevoel van veiligheid te geven. In elk geval: de collectieve bewondering waaraan u ten prooi valt, doet een mens nadenken. Het moet zijn dat er iets scheelt met die andere politici.


CYAANKALI

En jawel, dat is ook zo. Denk aan Ben Weyts, die als minister van Onderwijs een enorm experiment gaat uitvoeren met onze kinderen. Denk aan Maggie De Block, die zich als minister van Volksgezondheid niet wil verontschuldigen omdat ze een wetenschapper die tijdig waarschuwde een ‘dramaqueen’ noemde – maar die na meer dan 9.000 doden wel lekker gaat zitten schuddebuiken op de boot bij Gert Late Night. Of denk aan Willem-Frederik Schiltz, die namens de meerderheid en met de broek op de enkels verklaart dat er in het Vlaams Parlement geen onderzoekscommissie komt.


In België en Vlaanderen, mijnheer Rousseau, kom je er als politicus zelfs mee weg als je een tankwagen vol cyaankali laat leeglopen in de waterleiding. Men zal het relativerend weglachen. De kans is groot dat die politicus het gezelschap krijgt van een journalist die een handje komt toesteken omdat we in tijden van gevaar toch allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken, nietwaar – als het oorlog is: de rangen sluiten!


Ik heb ooit in deze kolommen geschreven dat Els Ampe met kop en schouders boven alle andere politici uitsteekt, en heel wat lezers geloofden oprecht dat ik dat meende. Laat ik hen bij dezen geruststellen: niet mevrouw Ampe, maar ú bent volgens mij op weg om de belangrijkste Europese politicus van de eenentwintigste eeuw te worden. Uw retoriek is goed, u kunt de tegenstander kleineren met grapjes (de ‘rechtse traantjes’ van Tom Van Grieken in Terzake), u gaat cool en hip gekleed en geeft de indruk dat u zelf gelooft wat u allemaal vertelt. Op de BDW-index levert dat al een puike score op.


DE CURVE

Er zijn maar twee details die voorlopig nog ontbreken, twee puntjes die toch thuishoren op het palmares van een politicus die echt het verschil wil maken. Eén: een resultaat, in uw geval de geslaagde vorming van een regering. Twee: een stevige stap vooruit bij de verkiezingen. En de kans is groot dat het eerste vanzelf zal leiden tot het tweede.


Als daarentegen uw voornemen om ‘op een andere manier aan politiek te doen’ niets oplevert, dan zult u voor de sp.a doen wat uw voorgangers al deden: flatten the curve. Marc Van Ranst en de PVDA zullen blij zijn.


Beleefde groet,


Joël De Ceulaer, senior writer



Katje Lee


Uitkijkpost 22 mei 2020


'Liefste katje Lee, de dodelijke injectie wordt live in beeld gebracht'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Liefste katje Lee,

Nu de gifspuit van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen u boven het kopje bungelt, kan het geen kwaad om even onze toevlucht te zoeken bij wat de grote denkers ons over de dood hebben geleerd. Zo ging de Vlaamse wijsgeer Etienne Vermeersch er – in onverdachte tijden, toen hij nog leefde – prat op dat hij in het geheel niet bang was om te sterven. Hij maakte dat dan aanschouwelijk met een schalkse grijns en de Latijnse spreuk: ‘Non fui, fui, non sum, non curo’. Letterlijk: ‘Ik was er niet, ik was er, ik ben er niet, het kan mij niet schelen’. Dood zijn, moet u maar denken, is ongeveer hetzelfde als nog niet verwekt zijn – de psychologische impact valt reuze mee. Ik hoop dat u daarin toch enige troost vindt, wanneer u straks van ons wordt weggerukt.


MOORDKAT

Voorlopig verzet uw nieuwe baasje zich nog tegen uw nakende overlijden. U leeft al een tijdje ondergedoken. In uw tweede verblijf, zeg maar – geheel conform de coronaregels. Ik hoop maar één ding: dat u daar in de meest strikte quarantaine vertoeft en zeker niet in de mogelijkheid verkeert om met kindjes te spelen. Uw baasje heeft u dat misschien nog niet verteld, maar u bent op dit moment een potentiële moordkat. In Peru, uw land van herkomst, is hondsdolheid nog altijd een dingetje. Van dat virus, dat u misschien bij u draagt, gaan mensen nogal dood. Het hoekje om. Kapot. Ter ziele. En nee, dood zijn is dus helemaal niet zo erg, maar toch denken wij: liever u dan wij. Zo liggen de kaarten nu, liefste Lee, het is niet anders: u moet inslapen, en wel zo snel als mogelijk. We hebben al genoeg aan één virus dat duizenden van onze geliefden wegmaait, dank u.


Het zal u, zo kan ik mij voorstellen, enige vreugde hebben verschaft dat een heleboel van mijn verdwaasde soortgenoten het voor u opnamen. ‘Laat Lee leven!’ – de kreet weerklonk uit vele onverantwoorde kelen. Koen Crucke, Wout Bru, Joyce De Troch, Natalia en zo’n 25.000 andere Vlamingen, die een petitie tekenden voor de onbelemmerde voortzetting van uw leven, vinden dat de overheid een heksenjacht voert. Zij verkiezen dode kindjes boven een dood katje. De pathetiek was niet te harden. Ook Ben Weyts, Vlaams minister van Dierenwelzijn, is vlotjes bereid om dat risico te lopen. Zijn partij staat nochtans niet bekend om nodeloos veel betrokkenheid bij het leed van weerloze wezens: als er dode baby’s aanspoelen op het strand of kleuters gedood worden bij een politieachtervolging, dan doet de N-VA-top uitspraken waar je de vrieskou in kunt horen. Maar als er een dier gevaar loopt, dan gooit mijnheer Weyts kermend de armen ten hemel. Aanstellerij is het. Emotionele komedie. Sentimentalisme: de publieke exploitatie van gevoelens.


GETOUWTREK

Let wel, ik steun vol overtuiging de strijd tegen dierenleed die filosoof Peter Singer met zijn boek Animal Liberation heeft ontketend. Als ik op de snelweg een vrachtwagen vol met varkens inhaal, bekruipt mij altijd het baldadige verlangen om een wegblokkade op te werpen en die beestjes vrij te laten. En ik kan niet aan een legbatterij denken zonder mij even in het droeve lot van al die arme kippen te verplaatsen. Wij moeten dierenleed te allen prijze proberen te vermijden. Maar één katje laten inslapen, omdat het iedereen in levensgevaar brengt? Dat doe ik zó. Hopla! Voor het vaderland, met de glimlach.


Om de pijn te verzachten, heb ik een idee. Omdat het juridisch getouwtrek nog wel een week kan duren – een periode waarin u een compleet dorp kunt uitroeien – stel ik voor dat we uw schielijke heengaan begeleiden met alle mogelijke trommels en trompetten. Eerst sturen we Rudi Vranckx met een ploeg naar Peru, om een Canvas-serie te maken over uw wortels, uw verwanten en de mensen die u van nabij hebben gekend. Daarna organiseren we een collectieve, godsdienstoverschrijdende eredienst, onder de kundige leiding van Rik Torfs en Dirk De Wachter, die ons zullen voorgaan in de rouw. Voor de toediening van het finale spuitje maken we voor alle veiligheid een ziekenhuisvleugel vrij – de coronapatiënten rollen we dan even naar buiten, die hebben genoeg aandacht gehad. Voor het zetten van de injectie – die live in beeld zal worden gebracht tijdens De zevende dag, met commentaar van Mia Doornaert, Marc Van Ranst en Michel Wuyts – duiden we een vrijwilliger aan, die een beulskap mag dragen om incognito te blijven, want de haatberichten en doodsbedreigingen zullen niet te harden zijn.


ROZENBLAADJES

Om u ten slotte op waardige wijze naar uw laatste rustplaats te brengen – een in beton gegoten kistje versierd met kindertekeningen – organiseren we een staatsbegrafenis op traditionele wijze. Terwijl uw stoffelijk overschot met de koninklijke koets langzaam en eerbiedig door de straten van Brussel wordt getransporteerd, zult u – om de anderhalve meter – door een huilende poezenvriend met rozenblaadjes worden besprenkeld.

En daarna is het weer hoog tijd voor ernstige zaken.


Rust in vrede,


Joël De Ceulaer, senior writer



Maggie De Block


Uitkijkpost 15 mei 2020


'Beste Maggie De Block, u boft dat Vlaanderen zo’n deemoedige pers heeft'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Maggie De Block

Ik kijk er al naar uit! Behalve met pasta en toiletpapier heb ik de kasten hier al volgestouwd met popcorn en frisdrank, zodat ik een buffer heb tegen de tijd dat de parlementaire onderzoekscommissie over de coronacrisis uit de startblokken schiet. Geen seconde wil ik daarvan missen – die commissie, dat wordt het lekkerste kijkvoer van de voorbije jaren: huiveringwekkend, maar ook spannend en bij momenten dolkomisch, vanwege de opeenstapeling van blunders en misverstanden. Een mix van Alien, Jaws en FC De Kampioenen. Gebaseerd op ware feiten.

U zult allang vóór de aanvang van die onderzoekscommissie uw ministeriële functie aan de haak moeten hangen. De kans dat u ooit nog een postje krijgt toegeworpen van Open Vld, lijkt mij nog nét iets kleiner dan de kans dat Els Ampe uw volgende partijvoorzitter wordt. Zo eindigt een carrière die vast ook positieve punten kende.

Ik ben, conform mijn professionele deontologie, nooit een fan van u geweest. De adoratie die u te beurt viel toen u plots de populairste politicus van Vlaanderen bleek te zijn, heb ik altijd erg gênant gevonden. Journalisten die zochten naar het geheim van uw succes, staken een natte vinger in de lucht en wezen dan op uw – komt-ie! – Authenticiteit. Terwijl de echte verklaring simpel was: Vlaanderen droeg u op handen omdat u als staatssecretaris voor Asiel en Migratie perfect geïntegreerde jongelui op hun achttiende zonder pardon terugstuurde naar het land van herkomst. Iets wat zélfs Theo Francken nooit gedaan heeft. Kunt u nagaan. Toen u Parwais Sangari op een vlucht naar Kaboel liet dumpen, en iemand u vroeg of dat wel veilig was, antwoordde u: “Ja, maar ik zeg u, het is hier ook niet altijd veilig. Ge moet hier ’s avonds maar eens buitenkomen.”


RAVAGE

Toen hebben we daar eens goed mee gelachen, maar u hebt wel gelijk gekregen. Het is hier helemaal niet veilig! Sterker nog, het is hier al enkele maanden geweldig ónveilig. U hebt dat nieuws misschien ook al opgevangen, maar er zijn al meer dan 8.000 Belgen gecrepeerd aan het coronavirus. De ravage die dat ding aanricht in ons land, is ongezien. En dat is mee uw verantwoordelijkheid. En dan te bedenken dat u onlangs een of andere rare opmerking van Els Ampe “dodelijk” noemde – terwijl u miljoenen mondmaskers hebt laten vernietigen zonder ze te vervangen. Il faut le faire.


Ik heb mij eens verdiept in de verslagen van parlementaire discussies die u hebt gevoerd met onder meer Frieda Gijbels, Kamerlid voor N-VA. Wat u allemaal – op die brute, soms wat boertige toon van u – hebt uitgekraamd in de Kamer, is sensationeel. Hoe u het virus eerst minimaliseert, mondmaskers wegwuift als waren ze nutteloos, Gijbels beschuldigt van paniekzaaierij, en dan over uzelf zegt: “Het is goed dat er nog iemand koelbloedig, rationeel en met de voeten op de grond blijft” – het is doodeng. Natuurlijk kan men zich vergissen. De meesten onder ons hebben dat gedaan. Maar als politicus geef je dat toe, en stuur je bij. U hebt nog niets toegegeven. U boft dat Vlaanderen zo’n deemoedige pers heeft, anders was u allang geconfronteerd met uw tweet over viroloog Marc Wathelet, die u een ‘dramaqueen’ noemde toen hij als eerste aan de alarmbel ging hangen.


BUBBELS

Wat opvalt: u wordt in tv-studio’s tegenwoordig altijd geflankeerd door experten, als had u hen nodig om overeind te blijven. In Terzake zat Pierre Van Damme voortdurend bemoedigend te knikken terwijl u aan het woord was, zoals een ouder dat met een kind weleens doet. In De zevende dag zat Steven Van Gucht geduldig naast u te luisteren hoe u vertelde zomaar even drie bubbels door elkaar te gaan mixen, hoewel Van Gucht pas tijdens de persconferentie nog had uitgelegd dat we twéé bubbels – twee huishoudens dus, voor het gemak samengevat als vier mensen – mogen mengen. Wat? U zegt? Dat het ministerieel besluit iets anders stipuleert? Welnu, mevrouw, in mijn huishouden hebben wij dat ministerieel besluit, waar geen kat haar hondsdolle jongen in terugvindt, door de versnipperaar gejaagd. In onze bubbel komen nul andere bubbels binnen – gelukkig heb ik geen vrienden, dus dat scheelt.


PANDEMIEPLAN

Tot slot nog een vraag, die Kamerlid Gijbels zich ook stelt op Knack.be: waar is het pandemieplan van 2006? Spoorloos, zo lijkt het. Knack-collega Ewald Pironet stelde vast dat het nog wel via de website van de PVDA te vinden is. In een advies uit 2009 dat mee op dat plan gebaseerd is, staat dat ‘besparen’ op maskers ‘ethisch onaanvaardbaar’ lijkt, omdat ‘hun veralgemeend gebruik de verspreiding’ van het virus ‘kan beperken’.


Niet dat ik nog iets van u of uw ministeriële mondmaskerbrigade verwacht. Elke morgen trippel ik naar de brievenbus, om te kijken of de overheid de onze al heeft opgestuurd. Nee, dus. Gelukkig heb ik, als een dramaqueen, ook dáármee de kasten al volgestopt. Als de overheid niet voor de burger zorgt, dan zorgt de burger voor zichzelf. Zeg nog eens dat ik geen liberaal ben!


Vaarwel!


Joël De Ceulaer, senior writer



Theo Francken


Uitkijkpost 8 mei 2020


'Beste Theo Francken, u zult samen met Dries Van Langenhove naar de oppositie verdwijnen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Theo Francken


Het belangrijkste eerst: ik hoop dat u nog in blakende gezondheid verkeert en dat het vuile virus u bespaard mag blijven. Het is in barre tijden zoals deze dat we weer beseffen dat we allemaal toch maar mensen zijn, en dat we zorg moeten dragen voor elkaar. Dat is het paradoxale lichtpuntje in deze tunnel: corona brengt ons, ondanks die anderhalve meter, toch wat dichter bij elkaar. En dat doet deugd aan onze hartjes!


Ik denk de laatste tijd vaak aan u, moet ik zeggen. Iedereen heeft het soms moeilijk nu, maar voor u heeft deze beproeving een extra dimensie: u dreigt een tikje onzichtbaar te worden. Vroeger hoefde u maar eens te kuchen en journalisten klauterden over elkaar heen om het eerste interview met u te kunnen hebben. Welk cruciaal thema er ook op de nieuwsagenda stond, u hoefde maar iets over moslims te tweeten en u ging daar meteen overheen. Geen begrotingsgat zo diep of u kon het – ‘Simsalabim!’ – wegtoveren met een snedig berichtje over hoofddoek, boerkini of soumission.


FIETSPADEN

Hopelijk komt de tijd dat men kon scoren met futiliteiten ooit terug, maar tot nader order is nieuws een ernstige aangelegenheid. We zijn continu bekommerd om een zaak van leven of dood – en dus werkt uw trucje niet meer. Toen alle handelaars in dit land dichtgingen, hebt ook u het xenofobiewinkeltje moeten sluiten, bij gebrek aan klandizie. Dat heeft, zo kan ik mij voorstellen, tijdelijk tot ontreddering geleid.


Gelukkig kwam u snel weer boven water. Had u een taskforce in het leven geroepen om na te denken over innovatieve en disruptieve ideeën om de media te halen? Of bent u er helemaal zelf opgekomen? Het heeft in elk geval gewerkt: u hebt deze week het nieuws gehaald met een tweet over – ‘Abracadabra!’ – een fietspad! Dat de Wetstraat een rijstrook opoffert ten behoeve van de tweewielers, wijst er volgens u op dat de kloof tussen Brussel en Vlaanderen alleen maar groter wordt. Uw tweet was nog warm toen de eerste nieuwsberichten al omhoog schoten in de sector ‘Best Gelezen Artikels’. Wat toch merkwaardig is: Francken die scoort met fietspaden, dat is zoiets als een metselaar die balletdanser wordt. Laat het wel een geruststelling zijn, mijnheer Francken. U hebt ze nog, die star quality, dat zekere je ne sais quoi. Mensen klikken als bezetenen op alles waar uw naam in voorkomt. Vandaar dus deze brief – mijn quota moeten gehaald, want de hypotheek moet afbetaald.


MENSELIJKHEID

Maar ernstig: ik schrijf u ook om u nog even in de aandacht te tillen voor u, hand in hand met Dries Van Langenhove, finaal naar de oppositiebanken zult verdwijnen. Eigenlijk zit u daar al een tijdje, maar deze week is er iets gebeurd wat uw politieke lot misschien wel bezegeld heeft. Er is in de Kamercommissie voor Buitenlandse Betrekkingen een Coalitie van de Menselijkheid gesmeed, waar twee partijen geen deel van wilden uitmaken: N-VA en Vlaams Belang. Op initiatief van twee groene Kamerleden, Wouter De Vriendt en Simon Moutquin, is een voorstel aangenomen waardoor België, samen met andere Europese landen, kwetsbare minderjarigen uit de Griekse kampen zal opvangen. Dat is, zeker nu, het minste wat we kunnen doen. De heren verdienen applaus voor hun hardnekkigheid. Zoals ik al aanstipte, het is in barre tijden zoals deze dat we weer beseffen dat we allemaal toch maar mensen zijn, en dat we zorg moeten dragen voor elkaar.


Naar ik verneem waren de socialisten meteen mee, en lieten ook de christendemocraten terstond hun goedkeuring noteren. Open Vld en MR lagen eerst nog wat dwars – dit land heeft dringend een liberale partij nodig – maar Charles Michel zal hen waarschijnlijk tot de orde geroepen hebben, om niet af te gaan achter de coulissen van de Europese Unie. Ook PVDA/PTB stemde mee. Van Langenhove en de zijnen, u en de uwen stemden tegen.


Dat is eng, maar het opent mogelijkheden. De Coalitie van de Menselijkheid is immers – op de communisten na – de zogenaamde Vivaldi-club. Als we willen voorkomen dat we de komende maanden in dezelfde ellende terechtkomen als tien jaar geleden, is het misschien een idee als die Vivaldi-club ineens een volwaardige regering vormt.


LUBBEEK

Mocht uw partij er toch op gebrand zijn om federaal te besturen, dan heb ik een kleine tip voor u. U gaf die tip zelf ooit aan Vlaams Belang: dat ze Filip Dewinter moesten laten vallen om coalitiefähig te worden. Misschien geldt dat ook voor u en moet N-VA u laten vallen om federaal coalitiefähig te worden. Misschien staat u bij N-VA de Afspraak met de Geschiedenis een beetje in de weg.


U kunt zich altijd troosten met de wetenschap dat u in Lubbeek als burgemeester nog werk genoeg hebt. Eind vorig jaar las ik nog in Het Nieuwsblad dat het bijzonder beroerd gesteld is met uw fietspaden. Uw partij stond al zes jaar aan het roer in Lubbeek toen in 2018 uit de gemeentemonitor bleek dat maar 38 procent vindt dat uw fietspaden veilig zijn. Misschien eens inspiratie tanken in Brussel?


Aan de slag!


Joël De Ceulaer, senior writer



Marc Van Ranst


Uitkijkpost 24 april 2020


‘Beste Marc Van Ranst, u speelt nog een klasse hoger dan Bart De Wever’


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Marc Van Ranst

De geschiedenis heeft soms een griezelig gevoel voor humor. Er doet zich dan een wending voor die je tegelijk doet rillen van verbijstering en grijnzen van genot. Wat u de voorbije weken is overkomen, vormt daarvan zo’n prachtig voorbeeld dat het zonde zou zijn om het zomaar onopgemerkt te laten voorbijgaan. Vandaar, professor, deze brief. Ik wil het nageslacht deelgenoot maken van de rare positie waarin u heden verkeert.


U hebt de status bereikt van de man wiens politieke ideeën u al jarenlang vurig bestrijdt. Wat Bart De Wever is op het politieke veld, bent u in de afdeling volksgezondheid: álles wat u zegt, is nieuws. Van elke ademstoot van uwentwege wordt op alle websites direct een pushbericht gemaakt dat in een oogwenk het best gelezen artikel wordt. Geen debat kan worden opgestart of afgerond zonder dat u door iedereen gehoord bent.


HELDENSTATUS

Eigenlijk speelt u nog een klasse hoger dan de Antwerpse burgemeester, omdat u zelfs blijft multitasken. U holt van het ene laboratorium naar de andere expertgroep, gaat in elke tv-studio die u passeert de nodige tekst en uitleg geven, én blijft tezelfdertijd in alle rust op Twitter uw rechtse kwelgeesten van antwoord dienen. Er wordt gefluisterd dat u daarbovenop ook nog regelmatig aan slapen toekomt. Vergeet Batman en Spiderman, de nieuwe superheld heeft een buikje en draagt een afgewassen lamswollen trui.


Ter progressieve zijde – ja, ook bij uw nederige dienaar – genoot u al lang voor deze nare crisis een soort van heldenstatus. Die hebt u te danken aan uw volgehouden verzet tegen onrecht, misleiding en laakbaar politiek gekronkel. U zegt altijd uw gedacht, buigt nooit voor intimidatie en laat zich door niemand het zwijgen opleggen. Zelfs als men uw bakje volgooit met de smerigste bagger, blijft u kordaat op dezelfde spijker kloppen, desnoods tot uw tegenstanders zich met uitputtingsverschijnselen op de spoeddienst melden. Als het ooit echt hélemaal fout gaat met de verrechtsing en ontmenselijking, en een sinistere leider beslist dat er weer treinen moeten worden gevuld en afgevoerd, dan ben ik ervan overtuigd dat u de eerste bent die dwars op de sporen zal gaan liggen.


PROBLEEMPJE

Om maar te zeggen: ik heb u erg hoog zitten. Zeker vandaag, nu u behalve het politieke ook een biologisch virus bestrijdt, zie ik u als de belichaming van alle zorgkundigen in dit land. Ik applaudisseer elke avond om acht uur voor u het vel van mijn handen. Die tomeloze inzet voor de zwaksten onder ons, die zalvende toon: in een ander leven zou u een uitstekende priester zijn geweest – zonder het kindermisbruik, uiteraard.


Er stelt zich bij dit alles maar één klein, petieterig en subtiel probleempje: nu u de status en de nieuwswaardigheid van De Wever evenaart, beginnen de bijbehorende nadelen daarvan zich stilaan ook af te tekenen. Sommige journalisten die u komen interviewen, geven de indruk dat ze wierook en mirre hebben meegebracht, en dat ze u na afloop van het gesprek, uit dankbaarheid, nog een grondige lichaamsmassage zullen geven. Ook op sociale media beginnen de parallellen op te vallen. Wie De Wever vroeger bekritiseerde – ik hoef het u niet te vertellen – kreeg met regelmaat een hele lading trollen over zich heen. Hetzelfde overkomt nu de onverlaat die kritiek durft te hebben op u. Net zoals Bart De Wever beschikt u over een achterban die in u een haast onfeilbare messias ziet – een achterban die, mocht de lockdown zulks niet verhinderen, elke zondag volgaarne met de blijde boodschap van deur tot deur zou willen gaan.


SUPERMARKTEN

Veel van de kritiek op u is belachelijk. Zeker de rechtse fanfare blaast vaak maar wat uit zijn nek. Toch wil ik deze gelegenheid aangrijpen, professor, om u te laten weten dat ook ik nog altijd met een geweldig prangende vraag zit. Ik hoor een paar progressieve trollen de scheldmails al tikken, maar ik stel de vraag tóch. Het is mijn contractuele plicht om altijd mijn gedacht te zeggen en op dezelfde spijker te blijven kloppen, desnoods tot mijn toehoorders zich met uitputtingsverschijnselen op de spoeddienst melden.


Ik lees dat mondmaskers ‘het nieuwe normaal’ worden. Mijn vraag is nu deze: hadden ze dat niet alláng moeten zijn? Waarom hebben u en uw collega’s zo lang gewacht om ons aan te raden om – desnoods zelfgemaakte – maskers te dragen op plekken waar afstand houden gewoon niet kan. Wéér die mondmaskers, zult u denken. Ja, professor, wéér die mondmaskers. Er zijn de laatste jaren duizenden bladzijden gevuld over hoofddoeken en Zwarte Piet, dus nog eens een halve bladzijde over een Kwestie van Leven en Dood mag volgens mij geen probleem zijn.


Nee, thuis is zo’n masker niet nodig. Op straat ook niet. Maar in sommige supermarkten waar het ook de laatste weken onmogelijk was om afstand te houden, zou het daar toch geen goed idee zijn geweest om met z’n allen mond en neus te bedekken? Ter wille van klant, kassier en vakkenvuller? Eerlijk? Héél eerlijk?


Eerbiedige groet,


Joël De Ceulaer, senior writer



Zuhal Demir


Uitkijkpost 6 december 2019


'Beste Zuhal Demir, natuurlijk vliegt u, maar dat durfde u niet te zeggen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Zuhal Demir


Ik herinner mij nog precies het moment waarop in Vlaanderen qua politiek klimaat de beslissende kanteling van links naar rechts plaatsvond. Het moment waarop duidelijk werd dat de socialisten voortaan als een stelletje deerniswekkende losers door het leven zouden gaan en de N-VA voor onbepaalde duur ongenaakbaar zou zijn. Het fundament voor die ideologische kanteling was uiteraard eerder gelegd in de erudiete geschriften van uw voorzitter en de vele verkiezingsoverwinningen van uw partij, maar toch werd op dat ene, historische moment pas echt de kroon op het werk gezet. Ik heb het, u raadt het al, over de fameuze fotoshoot in P-Magazine waarmee u vijf jaar geleden de Wetstraat in vuur en vlam zette. Toenmalig Kamervoorzitter Siegfried Bracke, die nochtans ooit een verkozene des volks de les had gespeld omdat ze in bermudabroek de Senaat had betreden, had u zowaar de toestemming gegeven voor een erotische portrettenreeks in de Kamer.


TWEETS EN GRANATEN

Toen ik die foto’s zag, wist ik dus: het is gebeurd, de N-VA is immuun voor kritiek. Mocht pakweg Freya Van den Bossche zulke foto’s hebben laten maken, dan hadden pers en politiek haar met pek en veren de Wetstraat uitgejaagd. U, daarentegen, viel luid applaus te beurt, op alle banken. Bart De Wever haalde zelfs zijn hondenfluitje tevoorschijn: volgens hem was u met dat wulpse benenwerk en dito decolleté de belichaming van onze westerse normen en waarden – de vrije vrouw die in verzet komt tegen die nare, islamitische trend om het lichaam te bedekken.


Als je dat verkocht krijgt, dacht ik toen, erotische foto’s van een verkozene des volks in de Kamer, dan krijg je als partij álles verkocht. Dan kunnen je ministers snoeihard liegen zonder dat iemand ervan wakker ligt, of ranzige tweets versturen en toch doen alsof hun neus bloedt. Even dacht ik toen zelfs: als in de stad waar een N-VA-burgemeester aan de macht is elke dag – ik roep maar wat – granaten ontploffen, dan zal die burgemeester ook daarmee wegkomen, terwijl een socialistische burgemeester in hetzelfde geval zou worden gematrakkeerd tot hij ontslag nam. Gewéldig vergezocht, ik weet het, maar het is wat ik dacht toen ik uw foto’s zag: deze partij kan zich nu alles permitteren.


Behalve vliegen, blijkbaar. Dat moet althans uw inschatting zijn geweest toen u zich vorige maandag begon voor te bereiden op uw interview in De ochtend van de volgende dag. Als Vlaams minister van Omgeving en Energie wordt u komende maandag verwacht op de klimaattop in Madrid. En u vliegt daar natuurlijk naartoe. Maar dat durfde u niet te zeggen. De missie voor uw werkgroep Debatfiches & Oneliners luidde: ‘Bedenk een snedige term om die vlucht een spin te geven zodat ik er niet op gepakt kan worden.’ Geen simpele opdracht, dus u had iedereen gewaarschuwd: ‘Het kan laat worden.’


BALLETJES IN TOMATENSAUS

Ik probeer mij voor te stellen hoe het eraan toe ging tijdens die brainstorm. Het begon met vertwijfeling, dat kan niet anders. Met bedrukte gezichten, knagende stilte, het gevoel voor een schier onmogelijke opdracht te staan. Wellicht besloot u na een uurtje of twee om balletjes in tomatensaus te laten aanrukken, om de spirit van de ploeg op te krikken. Allemaal vergeefse moeite, neem ik aan. ‘Vliegen is vliegen’, bleef de consensus, ook na een flinke maaltijd. Ik sluit niet uit dat u rond middernacht wat extra drank hebt laten aanvoeren en tijdens een seance de geest van George ‘oorlog is vrede; vrijheid is slavernij’ Orwell probeerde op te roepen, om inspiratie op te doen. Mogelijkerwijze werd zelfs een sappige spacecake aangesneden. Maar nog kwam er niets.


Tot, zo beeld ik mij dat in, een van de meer baldadige leden van uw denktank stiekem een lijntje ging leggen in de badkamer, en terug de vergaderzaal kwam binnengespurt met wijde pupillen en het enthousiasme van Archimedes die Eureka-gewijs uit zijn bad was gesprongen: ‘Ik heb het gevonden! De minister gaat planepoolen!’


‘Planewát?’ Iedereen schrok wakker.


‘Planepoolen’, legde hij allicht gedreven uit. ‘Een vliegtuig nemen met verschillende mensen tegelijk, zodat je je ecologische voetafdruk verkleint.’


De leden van uw denktank begonnen elkaar in de wang te knijpen, om zich ervan te vergewissen dat ze al uit hun roes waren ontwaakt. Uzelf, daarentegen, kreeg een flits zoals Bernadette Soubirous die moet hebben ervaren toen ze Moeder Maria zag verschijnen in Lourdes. ‘Planepoolen: die neem ik!’ Met alle gevolgen van dien. Het hoongelach dat u dinsdag te beurt viel, is nog niet uitgestorven.


HET JUISTE ANTWOORD

Volgende keer, mevrouw de minister, belt u mij. Ik zou, in ruil voor een gesigneerd exemplaar van de beroemde editie van P-Magazine, bereid zijn geweest u het enige juiste antwoord te verstrekken: ‘Ik vlieg. Et alors?’ Ik zou daar wel aan hebben toegevoegd: doe zeker tijdig aan expertpoolen en ministerpoolen, zodat u niet alleen met het vliegtuig, maar ook met een klimaatplan naar Madrid kunt.


Steeds tot uw dienst


Joël De Ceulaer



Mondmasker


Uitkijkpost 4 april 2020


'Beste mondmasker, mocht u talrijker zijn, dan was u verplicht'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste mondmasker

Ja, ik weet het. Dat ik hier een brief richt aan u – een, euh, voorwerp dat niet kan lezen – is belachelijk en compleet surrealistisch. Maar goed, dit is nu eenmaal België, het land van René Magritte. En u bent nu eenmaal, met anderhalve meter afstand, Het Voorwerp Van De Week. Het land discussieert zich murw over uw schaarsheid, uw werkzaamheid en de mogelijkheid om u te klonen. U maakt mensen radeloos, boos en overspannen. Er is welgeteld één Belg die blij is dat het voortdurend over u gaat: de heer Michaël Freilich, die nu al weet dat er bij Aalst carnaval in 2021 geen jood meer te bespeuren zal zijn. Dat wordt een coronacarnaval, met u en dat smerige virus in de hoofdrol.


Ik heb, laat ik dat eerst bekennen, sowieso een boontje voor u. Ik zou al heel mijn leven willen dat het niet van onaangepast gedrag zou getuigen om u voor mijn mond te binden bij recepties en andere feestelijke gelegenheden. Dan zou ik minder last ondervinden van al die feestneuzen die een kegel van de cava hebben of anderszins uit hun – excusez le mot – bek stinken als ze een praatje komen slaan. Wie op een receptie is en iemand ziet die constant lichtjes achteruit staat te deinzen – die iemand, dat ben ik dus.


TWEE KAMPEN

Doch terzake. Het bitse debat waarvan u het voorwerp bent, wordt gevoerd tussen twee kampen. Het ene kamp vindt dat de overheid uitstekend over u heeft gecommuniceerd, in het andere kamp wordt men bozer met de dag omdat men zich bedrogen voelt. U kunt die kampen overigens makkelijk uit elkaar houden. De mensen die tevreden zijn, maken zich grote zorgen over het klimaat, gebruiken geen plastic rietjes meer en zijn voor een federale kieskring. De mensen die boos worden, zijn tegen migratie, voor kernenergie en willen graag dat Vlaanderen onafhankelijk wordt. Zelfs sommige mensen die toch min of meer geacht worden om onafhankelijk te denken – journalisten, bijvoorbeeld – passen haast naadloos in één van deze twee kampen. Dat is raar. En treurig. Zeker wie vandaag kritiekloos de communicatie van de overheid helpt te stroomlijnen, moet eigenlijk maar copywriter worden. Dat schuift veel beter, bovendien.


U merkt het misschien al aan mijn toon: mijn aanvankelijk veeleer gunstige inschatting van het Belgische coronabeleid is omgeslagen in onbegrip en verbijstering. En ja, dat heeft alles met u te maken. Met de manier waarop men over u communiceert. Ik word verondersteld om te geloven dat het geen zin heeft om u te dragen, maar kan daar met mijn verstand zo langzamerhand niet meer bij. Terwijl steeds meer landgenoten de pijp uitgaan, blijft de overheid zeggen, over u dus: ‘Ceci n’offre pas de protection.’


VUURLINIE

Let op. Ik vind het volledig terecht dat u, bij schaarste, uitsluitend moet worden verdeeld onder medisch, verplegend en verzorgend personeel – dat is zelfs geen discussie waard. Ook politie, kassiers en vele andere helden in de vuurlijn moeten altijd voorrang krijgen. Eigenlijk verdienen deze mensen zelfs allemaal uw FFP2- en FFP3-collega’s.


Daarnaast wil ik ook duidelijk stellen dat de heren Marc Van Ranst en Steven Van Gucht – en alle andere wetenschappers die ons in deze barre tijden informeren – alle eerbied en dankbaarheid verdienen. Wie beweert dat zij liegen, moet zich onder een zware steen verbergen. Als het aan Van Ranst had gelegen, zouden we nu over een noodvoorraad beschikken. Hij kan zich buitengewoon goed beheersen, maar ik kan mij voorstellen dat hij ’s nachts – voor zover hij nog slaapt – van frustratie in zijn kussen ligt te bijten.


De pijnlijke waarheid is namelijk deze: het is minister van Volksgezondheid Maggie De Block die zélf – in Hoogsteigen Persoon – degelijk en grondig en eerlijk en correct over u zou moeten communiceren. Zij draagt de verantwoordelijkheid en moet die integraal opnemen, in plaats van zich te verschansen achter wetenschappers. Donderdag zei ze in de Kamer dat politici moeten stoppen met onrust over u te zaaien. En dat was een fatale vergissing. Er moet net méér onrust over u worden gezaaid. Wij moeten allemaal zo snel mogelijk aan de slag om u na te maken – met de juiste instructies, zo goed en zo kwaad als het kan. Zo voorkomen wij dat we bijvoorbeeld kassiers besmetten als we wel het virus hebben, maar niet de symptomen. Dat. Is. De. Logica. Zelve.


KLONEN

Ceci n’offre pas de protection? Mocht u in voldoende hoeveelheden beschikbaar zijn, dan zou iedere Belg allang verplicht worden om u buitenshuis altijd te dragen. Daarom, het is verdorie oorlog en we zitten in lockdown, moeten wij u massaal beginnen te klonen, met gepaste stof, naald en draad. Onder het motto: perfectie is de vijand van het goede.


Ondertussen denk ik trouwens dat er iemand geweldig hard in zijn mondmaskertje zit te gniffelen. Iemand die nu razend blij is dat hij geen regering van nationale eenheid hoeft te leiden. Kent u hem? Een tip: hij is voor kernenergie en tegen een federale kieskring.


Schaarse groeten


Joël De Ceulaer, senior writer



Bart De Wever


Uitkijkpost 28 maart 2020


'Beste Bart De Wever, u bent zichtbaar verzwakt, de fut is eruit, het vat is af'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Bart De Wever


Het is het lot dat elke homo politicus van enige betekenis vroeg of laat beschoren is. Het overkwam Jean-Luc Dehaene, Steve Stevaert en Guy Verhofstadt, en nu bent u aan de beurt. Na een periode van steile opmars – met kiezers en applaus die als manna uit de hemel vallen – volgt onherroepelijk de knik in de grafiek, het moment waarop de curve naar beneden begint te wijzen. Dát moment, dat qua coronavirus helaas nog niet in zicht is, beleefde u op zaterdagmiddag 14 maart jongstleden, terwijl u de pers te woord stond voor de deur van uw huis in Deurne.


U bevestigde daar wat u al eerder had laten weten: dat u gerust bereid was om, dik tegen uw goesting weliswaar, het vaderland door deze virale crisis te loodsen, als een generaal aan het hoofd van een regering van nationale eenheid. Terwijl ik zat te kijken, greep een diep mededogen mij bij de keel. Voor deze man, besefte ik, is het game over. Ik noteerde: ‘Wie met het zwaard leeft, zal door het zwaard sterven.’


In Vlaanderen snelde het gros van het commentariaat meteen te uwer verdediging. En mochten zij niet beknot zijn geweest door de noodzaak tot social distancing, dan hadden ook sp.a-baas Conner Rousseau en CD&V-aanvoerder Joachim Coens u zondag tijdens De zevende dag ongetwijfeld eens goed vastgepakt. Het was immers de smerige, valse Waal die u weer eens had belogen en bedrogen. Ofschoon ook zijn manschappen nog altijd de federale restregering bemannen, kijkt Coens sipper met de dag. En in de media luidt het devies dat we, nu de volmachten op tafel liggen, kritischer moeten zijn dan ooit. Terecht! Misschien werd het virus wel ontwikkeld in een geheime, biologische afdeling van de FN-fabrieken in Herstal – en kwam het via een communistische vakbondsafgevaardigde per abuis in China terecht. We moeten ons op elke denkbare wending voorbereiden.


GRANATEN

Maar zo dreigt u de komende tijd wéér tussen de plooien van de vierde macht te vallen, en dat moeten we toch vermijden. Vandaar, mijnheer De Wever, deze brief: om te tonen dat ik graag bereid ben om ook ú wat opbouwende kritiek te verstrekken. Dik tegen mijn goesting, dat spreekt vanzelf. Maar als het vaderland roept, sta ik paraat.


Uw eerste probleem is dat van de geloofwaardigheid. U moet mij eens uitleggen op basis van welke verdiensten u precies geschikt zou zijn om deze noodtoestand te bedwingen – het is een oprechte vraag: kunt u zo eens iets opnoemen? Neem uw tijd en denk gerust even na. Bel eventueel een paar collega’s of een bevriende politieke wetenschapper voor wat inspiratie. U vindt niets? Goh, ik ook niet. Het enige wat mij voor de geest komt, zijn de explosieve stijging van de handel in granaten en een door listig fiscaal gegoochel totaal ontspoorde begroting. De disciplines waarin u tot voor kort ongeëvenaard was, zijn campagne voeren, onmin zaaien en tegenstanders kleineren.


Dat brengt ons bij uw tweede probleem. Dat van de betrouwbaarheid. Ik twijfel er geen seconde aan dat PS-voorzitter Paul Magnette en MR-topman Georges-Louis Bouchez u de voorbije weken een loer hebben gedraaid. Alleen kerstekinderen zijn in staat om te geloven dat onze Franstalige vrienden geen politieke genadeloosheid kennen. En toch deed u na het afspringen van uw deal met Magnette alsof u perplex stond – als was u een keeper die zich een hoedje schrikt als de spits van de tegenpartij op doel schiet. Terwijl u zelf de meest virtuoze spits van de voorbije vijftien jaar bent.


PEDALEN

Dat u nu niet op het federale veld staat, maar aldoor langs de zijlijn staat te roepen, is in hoge mate uw eigen verantwoordelijkheid. U hebt het laatste anderhalf jaar getoond dat u bij een externe crisis de pedalen verliest. Dat gebeurde met de Marrakesh-crash, waar u munt uit hoopte te slaan, maar die u een kwart van uw stemmen kostte. En dat gebeurde nu opnieuw met de coronacrisis: door openlijk te solliciteren naar het premierschap en de hervorming van het land mee in de mix te gooien, hebt u de Franstalige collega’s een kaakslag toegediend. En ze waren nog murw van uw vertrek uit de regering. De dolk die u eind 2018 in die Belgische regering plantte, is een boemerang geworden.


Ondertussen oogst ons land alom lof voor de blijkbaar nog niet zo beroerde aanpak van deze crisis, zelfs in The Financial Times. Misschien, heel misschien, komen wij hier nog relatief goed uit. Dat vooruitzicht bezorgt u zeker vreugde, maar wellicht ook klamme handjes. U bent zichtbaar en hoorbaar verzwakt. Zoals een compleet leeggereden coureur nog even kan doorgaan op karakter, zo kunt u nog even doorgaan op retoriek. Maar de fut is eruit. Het vat is af. De beste jaren van uw politieke leven liggen achter u.


Vrijdagmiddag zat u in het middagnieuws van VTM, om oppositie te voeren tegen de volgens u verwarrende communicatie van de federale overheid. Daarmee zwengelde u de verwarring nog wat aan. Ik zou u willen vragen: doe dat nu even niet. Blijf in uw kot.


Ik stuur u een elleboogshake!


Joël De Ceulaer, senior writer



Coronavirus


Uitkijkpost 21 maart 2020


'Beste coronavirus, u bent erin geslaagd om Jean-Marie Dedecker van mening te doen veranderen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste coronavirus,


In normale omstandigheden lijd ik aan een lichte, relatief onschuldige en soms zelfs vermakelijke vorm van smetvrees. Nooit zal ik een liftknop, geldautomaat of publieke klink - laat staan toiletklink - met de blote hand aanraken. Als iemand in mijn buurt niest, maak ik mij terstond uit de voeten. Als ik iemand wiens hygiëne ik niet vertrouw de hand heb geschud, zal ik mijn gezicht niet meer aanraken voor ik mijn eigen hand terdege heb gereinigd. Daarom verlaat ik het huis nooit zonder alcoholgel.

Sinds u in het land bent, heb ik dat gedrag nog een tikje aangescherpt. Toen ik maandag - dus nog vóór social distancing de supermarkten had bereikt - boodschappen deed in de Colruyt, durfde ik bijkans niet in te ademen. Terwijl ik met mijn kar door de gangen slalomde, gutste het zweet mij over de rug. Het voelde aan alsof er achter elke hoek, in elke diepvriezer en op elke stapel dozen sluipschutters hadden postgevat, met het plan om zomaar in het wilde weg een paar dodelijke slachtoffers te maken.

U moet weten: in de grond ben ik een anti-apocalypticus. De krant staat elke dag vol met catastrofes die ons boven het hoofd hangen - qua doemscenario's hebben we keuze zat, als betrof het een staalkaart met kleuren voor nieuwe gordijnen. Maar na enige aarzeling heeft een rationele angst mij deze keer wél bij de keel. Ik dacht in de Colruyt dus maar één ding: ik moet hier zo snel mogelijk weer buiten geraken.

Tot ik aan de kassa kwam en bijna tot tranen toe bewogen werd omdat ik ineens besefte: deze mensen, die de ene kar na de andere leegmaken en afrekenen, liggen de hele dag onder vuur. Zij zijn frontsoldaten in deze oorlog.

Conform de tijdsrekening volgens Mark Eyskens beleven wij momenteel de Vierde Wereldoorlog - na de Derde, die een aanvang nam met 9/11. Op dit slagveld bent u de vijand, de indringer die met kille discipline maar één ding doet: zoveel mogelijk kopieën van zichzelf verspreiden. Aanvankelijk waren er nog veel enthousiaste gastheren die u graag een handje toe- staken - de lockdownparty als moderne collaboratie, zeg maar.

In dat verband: ook in de Belgische politiek zorgt u voor knetterende oorlogsretoriek. Met aan de ene kant: een regering die met haken en ogen aan elkaar hangt maar die wel van een democratische meerderheid het commando heeft gekregen. Aan de andere kant: een partijvoorzitter die dolgraag - met alle onverantwoorde vertragingen vandien - zelf generaal was geworden, en nu als een bolletje zelfbeklag onder een deken in zijn zetel ligt, een Cola Zero binnen handbereik en Bambi op de televisie - terwijl hij zijn favoriete commentatoren voortdurend van sms'jes voorziet die als input kunnen dienen voor hun kolkende en klotsende opiniestukken. Sommige dingen veranderen zo nu en dan wel eens. Andere dingen blijven krék hetzelfde.

Eén van uw prestaties, als ik dat zo mag noemen, is tot dusver onbelicht gebleven: u bent erin geslaagd om Jean-Marie Dedecker van mening te doen veranderen. Vorig weekend liet hij in deze krant nog weten dat hij op de dijk van Middelkerke gratis soeplepels van zijn eigen lichaamsvochten uitdeelde aan alle belangstellenden, vandaag geeft hij toe dat u toch één van die zakes bent waar we ons veel zorgen over mogen maken.

Zelf stel ik het vooralsnog goed. Ik houd mij flink, maar bereid me voor op het ergste. Op televisie zie ik soms dingen die mij de indruk geven dat u mij te pakken hebt en dat ik lig te ijlen op de spoedafdeling, terwijl ik langzaam in een coma wordt gebracht. Zo meende ik maandag in De afspraak Marc Coucke te zien, de man die ooit een miljard incasseerde zonder langs de fiscus te passeren en zei dat belastingen betalen hetzelfde is als je geld in een 'bodemloze put' gooien. Maandag hoorde ik dat hij zich heeft ontpopt tot - hou u vast - public influencer en pleit voor een 'sterke overheid' en een 'ongeziene solidariteit'. Oké, dacht ik, zo hallucineer ik dus vlak voor mijn dood, laat ik afscheid nemen van mijn naasten en zeggen dat ik van hen hou - zachtjes gleed ik weg in een diepe slaap. Tot mijn geliefde mij wakker schudde met het goede nieuws dat ik nog leefde, maar het slechte nieuws dat wij Coucke écht hadden gezien, en dat hij dat allemaal écht had gezegd.

Ook Marc Van Ranst zat die avond trouwens in De afspraak, als een baken van rust en degelijke informatie - inclusief twijfels, onzekerheden en voortschrijdend inzicht. Ook hij is in deze oorlog een frontsoldaat. Net zoals het warenhuispersoneel, de apothekers, artsen, verplegers, postbedienden, buschauffeurs, mensen die kinderen opvangen en vele anderen. Ik weet dat u niet luistert, maar toch: mag ik u vragen om hen te sparen?

Eén ding is zeker: zodra we u getemd hebben, zal de wereld er anders uitzien. Ik zal in elk geval mijn zegeningen tellen en blij zijn met wat mij vroeger soms irriteerde. Elke dag weer gewoon Rik Torfs in De afspraak: mijn God, wat kijk ik ernaar uit.


Antivirale groeten


Joël De Ceulaer, senior writer



Strangers


Uitkijkpost 6 maart 2020


'Beste Strangers, u krijgt een prijs omdat u in 1973 migranten kleineerde'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro/Anton Coene


Beste Strangers,


Ik kan mij inbeelden dat u bij het openen van deze app en het ontwaren van uw beeltenis ietwat ontzet hebt uitgeroepen: “Zwanst na ni, hé! Ston waai in De Morgen?” Onze lezer zal zich op zijn beurt ook wel verward in de haren hebben gekrabd toen hij zag dat dit standingvolle medium ineens aandacht besteedt aan een volks, Antwerps muziekensemble dat al bijna twintig jaar in de vergetelheid is weggezonken.


Maar de aandacht is volkomen gerechtvaardigd. U wordt dit weekend immers gehuldigd. Zaterdag krijgt u de Prijs voor de Vrijheid van de Vlaamse denktank Libera! – en zulks in aanwezigheid van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever, die de laudatio voor u zal uitspreken. Deze brief, heren, om u te waarschuwen: u wordt niet alleen gehuldigd, maar ook gebruikt. U krijgt een bos bloemen toegeworpen waar de pot nog aan hangt.


BEKROMPEN

Als u het goed vindt, leg ik eerst uit waarom die fameuze Prijs voor de Vrijheid een farce is, net zoals de Arkprijs voor het Vrije Woord, trouwens. Beide trofeeën dragen de term ‘vrij’ expliciet in het vaandel, maar zijn hopeloos bekrompen en benepen. De eerste wordt uitgereikt door een rechts-conservatief clubje aan rechts-conservatieve lieden; de tweede wordt uitgereikt door een links-progressieve kliek aan links-progressieve luitjes. Het enige wat beide organisaties met elkaar gemeen hebben – welkom in Vlaanderen! – is een lichte vorm van xenofobie. Toen schrijver Fikry El Azzouzi de Arkprijs kreeg en bij de uitreiking twee dames met hoofddoek het Vrije Woord gaf, begonnen jury en publiek collectief te hyperventileren. Wat de Prijs voor de Vrijheid betreft, volstaat een blik op de laatste laureaten: de Nederlandse politicus Thierry Baudet en de Vlaamse econoom Marc De Vos, die deze week in een column op Trends.be schreef: “Als Turkije wegkijkt, komen niet alleen vluchtelingen maar ook virussen Europa binnen.” Dat had hij in Aalst tijdens de carnavalstoet eens moeten zeggen – Unesco had meteen ingegrepen.


UITSCHUIVER

Ook uw kolossale oeuvre, beste Strangers, bevat een chanson waar je vandaag niet meer mee onder de mensen kunt komen. Meestal ging het goed, en slaagde u erin om met een Antwerpse tekst op een bekende melodie de mensen te vermaken. Zo staan klassiekers als ‘’k Zen zoe gère polies’ (op de wijze van ‘J’aime la vie’), ‘Eieren of joeng’ (op de wijze van ‘Soldiers of Love’) en natuurlijk ‘O mijne blauwe geschelpte’ (op de wijze van ‘Una paloma blanca’) diep in ons geheugen gegrift – menig lezer zette het bij het zien van deze titels alleen al op een uitbundig zingen. Maar! Ook uw uitschuiver ‘De Ziekekas’ herinneren wij ons alsof het gisteren was. In dat lied schildert u de migrant af als een vuige profiteur. Zo laat u hem bijvoorbeeld zeggen: ‘Allah is groot, maar ziekekas is groter.’


Toen u dat nummer in 1973 op de openbare omroep ten berde had gebracht, in Binnen en Buiten, schreef wijlen Johan Anthierens – die het geluk kende nooit de Arkprijs voor het Vrije Woord in ontvangst te moeten nemen – in Knack: “Mag ik me even omdraaien en me onpasselijk voelen om zoveel melodieuze smeerlapperij?” Zelf hebt u in een gesprek met deze krant ook ooit verklaard dat u zo’n nummer “niet meer” zou maken.


En toch – hier komt-ie! – wordt net dát nummer door Libera! vermeld in het persbericht. Dat ene nummer, dat u zélf liever vergeet, werd door de jury gekozen uit de hon-der-den nummers waarop u Vlaanderen hebt getrakteerd. U krijgt de Prijs voor de Vrijheid, beste Strangers, omdat u in 1973 migranten kleineerde. Mocht u ooit op die manier met Joden hebben gespot, dan zou Bart De Wever geen laudatio uitspreken, maar de prijsuitreiking in zijn stad zeer ongepast vinden – hij zou u zeker “lomp” noemen. Nu heet het dat u “op briljante, sappige en bevattelijke wijze” de thema’s hebt bezongen “die centraal staan in onze maatschappelijke discussies”. Welja. Zo gaat de profiteur uit ‘Ziekekas’ elk jaar naar Marokko, om “geiten te kopen” en “zijn vrouwke” zwanger te maken, zodat hij weer “duzend ballen kindertoeslag” meer krijgt. Briljant! Sappig! Bevattelijk!


NEERBUIGEND

Zoals ik al zei: u wordt gebruikt. Niet alleen om de Vlaamse vreemdelingenhaat nog eens voluit te vieren, maar ook als een soort alibi-plebs. Ik verklaar mij nader: die kerels van Libera!, en Bart De Wever, behoren tot de elite. Normaal gesproken wordt de Prijs voor de Vrijheid ook toegekend aan voorname lieden uit hogere kringen. Door daarop eens een uitzondering te maken, zoals men dat eerder met Urbanus deed, wil men tonen dat men nog altijd Buitengewoon Dicht Bij De Gewone Man staat. Het is in feite neerbuigend wat men doet: men gaat op de hurken zitten om u eens over de bol te aaien.


U verdient beter. Mocht ik u zijn, ik zou het niet pikken. Weet u wat? Doe een Tuymanske en stuur uw kat. En schrijf er een liedje over, op de wijze van ‘I Won’t Let the Sun Go Down on Me’, met als titel: Steekt oewe praais woar de zon ni schijnt!


Pliezaante groeten!


Joël De Ceulaer, senior writer



Bart De Pauw


Uitkijkpost 28 februari 2020


'Beste Bart De Pauw, kunt u mij alstublieft ook laten dagvaarden?'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Bart De Pauw,


Ik weet niet waar u woont en beschik niet over uw mobiele telefoonnummer. Gelukkig maar, anders had ik u deze week dag en nacht bestookt met sms’jes om u deelgenoot te maken van de onstelpbare gevoelens van opwinding die u bij mij hebt teweeggebracht. Desnoods was ik u in het holst van de nacht uit uw bed komen bellen om u te vertellen hoe vrolijk het mij afgelopen zaterdag maakte dat ik u nog eens in mijn krant zag staan. Dat uw advocaat er daarna mee dreigde om collega Douglas De Coninck – de auteur van het artikel – voor de rechter te sleuren, maakte mijn vreugde pas compleet. Wat was dát een verademing, zeg, in deze barre en terneerdrukkende nieuwstijden!


DOOFPOT

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik word zo langzamerhand een beetje koortsig van de overdaad aan nieuws over het coronavirus, een omhooggevallen verkoudheid die de hele wereld dreigt lam te leggen. Als dit nog even duurt, moeten we straks elke ochtend onze neus spoelen met ontsmettingsalcohol en de kinderen met een hogedrukreiniger schoonspuiten voor ze naar school vertrekken. En dan gooit Geert Noels, doorgaans toch een eerbaar en schrander man, er potverdorie nog een heuse complottheorie tegenaan. Volgens hem wordt de ware toedracht over het virus in de doofpot gehouden – dezelfde doofpot, neem ik aan, waarin de opdrachtgever van de moord op JFK, de cameraploeg die in een Hollywoodstudio de maanlanding filmde, en de ontwerper van de geruite jas van Joachim Coens spoorloos verdwenen zijn.


Ook de wereldwijde paniek die Aalst carnaval veroorzaakte, heeft mij erg gedeprimeerd. Ik was nog maar nét gewend aan het devies dat we allemaal Charlie moeten zijn, en nu blijkt dat een portie satire die te belachelijk is voor woorden de wereldvrede in gevaar kan brengen. Er wordt dezer dagen meer inkt verspild aan een virus en een praalwagen dan aan kinderen die gebombardeerd worden in Syrië. De mensheid is totaal mesjogge geworden, zeg dat ik het gezegd heb.


JALOEZIE

En dus was het alsof er een frisse bries door de krant waaide toen ik zaterdag nog eens een update las over Het Geslacht De Pauw, de zaak waarin u ten laste wordt gelegd dat u – hoe moet ik dat formuleren – in het verleden een aantal vrouwen iets te vrijpostig van uw verlangens op de hoogte hebt gebracht, middels sms-bombardementen en spelletjes belletjetrek in het holst van de nacht. U zou, aldus een bron dicht bij het dossier, beweren dat iemand ánders met uw telefoon die sms’jes heeft verstuurd. En dat is niet slim, want die bewering kan u voor de rechter brengen, wat u te allen prijze wil vermijden – ja, zélfs de vrouwen die bij de VRT over u zijn gaan klagen, willen dat vermijden.


Toen ik hoorde dat uw advocaat ermee dreigt collega De Coninck omwille van dat artikel te dagvaarden, werd ik plotseling een lichte duizeligheid gewaar. Ik hoopte aanvankelijk op Het Virus, maar het bleek een steek van jaloezie. Er is weinig dat de reputatie van een journalist zo kan optillen als een ferme dagvaarding. Deze brief, mijnheer De Pauw, om u te vragen of uw advocaat wil overwegen om mij er ook eentje te doen geworden – als hij daarvoor extra kosten aanrekent, stuurt u mij gewoon zijn rekeningnummer, dan spring ik wel een beetje bij voor het honorarium.


Niet dat ik van u een monster wil maken. Het lijkt mij duidelijk dat u in het universum van de Weinsteins, Fabres, Domingo’s en Polanski’s maar een kleine garnaal bent. Uw gedrag was verwerpelijk, maar ook zielig – als was u daadwerkelijk de Man van Melle, die niet in staat is om op een normale manier een vrouw te verleiden en daarom zijn toevlucht neemt tot gepest en gestalk. Mocht het ooit tot een rechtszaak komen, dan zou ik overwegen om de bijbehorende pruik en regenjas te dragen. Het looprekje kunt u wellicht tweedehands overnemen van Bo Coolsaet.


JACKSON OF WOODS

Als men zichzelf in zo’n geval zónder een onverkwikkelijke rechtszaak in ere wil herstellen, zijn er twee opties: of men gaat in behandeling, of men komt schielijk te overlijden. De tweede weg is die van Michael Jackson. Herinner u hoe de VRT na de documentaire over ’s mans misdaden nóóit nog een nummer van hem zou spelen zonder de nodige duiding? U moet vandaag Radio 2 eens opzetten. Het is alles Volstrekt Duidingloze Michael Jackson wat de klok slaat. Als je lang genoeg zwijgt, raakt alles vergeten. Noem het de coronaïsering van het nieuws: wat de ene week een catastrofe is, is wat later nog een anekdote.


U raad ik de eerste optie aan. Dat is die van golfer Tiger Woods, die zich professioneel liet behandelen en zo weer door de grote poort kon terugkeren aan de top. Om die piste voor te bereiden, zou ik niet alleen journalisten dagvaarden, maar ook De Morgen zelf. En eigenlijk nog het liefste onze hele uitgeverij, DPG Media, die zoals u weet de Vlaamse Netflix zal lanceren. Aandacht trekken: dat uw advocaat dáár nog niet is opgekomen.


Hij is toch niet ziek?


Schalkse groeten


Joël De Ceulaer, senior writer



Paul Magnette


Uitkijkpost 21 februari 2020


'Beste Paul Magnette, ik zal u inleiden in de Vlaamse normen en waarden'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Paul Magnette,


Ik vecht al maanden met het helse verlangen om u eens een gepeperde brief te schrijven, waarin ik eindelijk eens voluit en ongeremd de spot met u zou kunnen drijven, als was ik het journalistieke equivalent van een doorgewinterde carnavalist uit Aalst. Zeker na uw recente, tamelijk agressieve uithaal die elke hoop op een paars-gele regering aan flarden scheurde, jeuken mijn vingers om er eens stevig tegenaan te gaan. Ik hunker nu al dagen naar het zoete genot om nog eens een socialist aan mijn degen te mogen rijgen! “J’en ai marre, monsieur Magnette!”


Jammer genoeg kan mijn wens niet in vervulling gaan. Ik mág u niet bekritiseren, dat zou volslagen ongepast zijn. Het is Bart De Wever die mij dat heeft geleerd. U behoort, mijnheer Magnette, tot een andere democratie dan de mijne. En als journalist word ik geacht om de politici in mijn eigen democratie te controleren – in Vlaanderen, dus. Wij kunnen hier niet voor u stemmen, en dus zou een boze brief aan u, vierdemachtsgewijs, geen zoden aan de dijk zetten. Vergelijk het met een acteur die rotte tomaten gooit naar de minister-president. Je trekt er de aandacht mee, maar het is steriele aanstellerij.


Wat ik wel kan doen, is u een korte inleiding geven in de Vlaamse normen en waarden, zodat u de komende maanden beter gewapend bent om zen te blijven. Dat ik u daarmee een dienst bewijs, zullen sommigen een vorm van collaboratie noemen – maar aangezien die geplogenheid tot de Vlaamse canon behoort, kom ik daar zeker mee weg.


COMPROMIS

Laten we eerst een blik werpen in de psyche van uw politieke tegenpool, de heer Bart De Wever. U hebt de N-VA-voorzitter maandag wellicht gezien in Terzake. Wat betreurde hij uw uithaal, zeg! Zo jámmer toch, vond hij. De tranen stonden hem bijna in de ogen bij het vooruitzicht niet met u te mogen regeren. Hij had daar zó naar uitgekeken! U hebt nu de deur dichtgeslagen, maar voor hem stond ze nog wagenwijd open. Hij is bereid om over zijn eigen schaduw heen te stappen, en tegen de eigen achterban in een compromis met u af te sluiten. En dat méénde hij, hoor. Want – zo liet hij Kathleen Cools nog weten – hij heeft vele gebreken, maar hij liegt niet. Dat zei hij: “Ik lieg niet.”


Daarmee kwam hij net te laat voor een Oscarnominatie. Een jaartje of zo geleden heette het immers nog dat mijnheer De Wever twee veto’s heeft: “Ecolo en de PS.” Dat wil dus zeggen dat hij met Ecolo en uw partij zeker níét wil regeren. En aangezien hij niet liegt, moet hij ook toen de waarheid gesproken hebben. Ja, ik neem aan dat u ook al vaak in de wangen hebt geknepen bij het aanschouwen van de situatie in Vlaanderen. De Wever kan om het even wat beweren, zonder noemenswaardige tegenstand. Hij kan tegelijk wit en zwart roepen zonder dat iedereen hem op zijn contradicties pakt. Ik ken politieke commentatoren die de N-VA-debatfiches gebruiken als basis voor hun opiniestukken. De dag komt, mijnheer Magnette, dat Vlaamse politieke wetenschappers of journalisten de inleiding zullen schrijven voor een boek van Tom Van Grieken, wiens partij het rauwste racisme aanwakkert. Akkoord, dat zou vér gaan, maar ik sluit het niet uit. In Vlaanderen schurkt de elite zich graag veilig en knus tegen de massa aan.


GRUZELEMENTEN

Soit. De vraag is: wat nu gezongen? Er zijn, dat weet u, nog twee mogelijkheden: Vivaldi (paars-groen met CD&V) of nieuwe verkiezingen. Ik begrijp niet goed waarom u de eerste piste niet krachtiger verdedigt. Politicoloog Dave Sinardet, die soms de enige nuchtere waarnemer lijkt in een zaal vol dronkelappen, heeft al duizend keer uitgelegd waarom een regering met PS en minderheid aan Vlaamse kant misschien beter scoort dan een regering met N-VA en meerderheid aan Vlaamse kant. De historische feiten wijzen in die richting! De regering-Di Rupo (met PS, zonder N-VA, met Vlaamse minderheid) werd in 2014 door de Vlaamse kiezer beloond met zetelwinst. De regering-Michel (zonder PS, met N-VA, met Vlaamse meerderheid) werd in 2019 aan gruzelementen gehakt, door diezelfde Vlaamse kiezer. Als je regeringen zou vergelijken met automobielen, dan was de regering-Di Rupo een Jaguar, en de regering-Michel een Toyota Corolla.


En toch wil dat er maar niet in bij het olijke christendemocratische duo Coens & Geens. Zij geloven wat velen denken: dat een regering zonder N-VA zelfmoord zou zijn voor hun partij. En allebei gingen ook zij de afgelopen dagen vol op het orgel van de pathetiek – ja, dat Vlaamse zelfmedelijden, het blijft een dingetje, zoals wij dat zeggen.


KIESDREMPEL

U bent niet bang voor nieuwe verkiezingen, zegt u. Terecht. Dat siert u. In naam van de hardwerkende Vlaming zou ik u dan ook willen vragen om het been stijf te houden. Wij hebben de regering-Michel afgestraft, dus dat beleid willen wij niet meer. Als het nodig is om de heren Coens & Geens eens van héél nabij met hun neus boven de kiesdrempel te laten bungelen, dan moet dat maar. Vive les élections!


Warme groeten uit Vlaanderen,


Joël De Ceulaer, senior writer



Luc Tuymans


Uitkijkpost 14 februari 2020


'Beste Luc Tuymans, u had die prijs van Jan Jambon koudweg moeten weigeren'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Luc Tuymans,


Ik heb vroeger nooit naar Topdokters op VIER gekeken, maar dit seizoen zit ik bij elke aflevering ademloos voor de buis. U vraagt zich nu vertwijfeld af wat dat in hemelsnaam met u te maken heeft, dus ik zal u dat uitleggen. Mijn grote held dit seizoen – en dé reden waarom ik telkens met peilloze bewondering zit te kijken – is Reginald Moreels, die we kennen als oud-politicus, chirurg en Arts zonder Grenzen. In Topdokters volgen we hem terwijl hij in een aftands ziekenhuis in Oost-Congo het ene mensenleven na het andere redt. De omstandigheden waarin hij moet werken, zijn buitengewoon primitief. Hij kan geen scans of röntgenfoto’s maken, zijn instrumenten zijn bot en versleten, en terwijl hij staat te opereren, valt af en toe de elektriciteit uit. Toch blijft hij kalm en vastberaden en doet hij alles om in deze hel op aarde zijn medemens te helpen – als was hij de MacGyver van de chirurgie, die aan een verroeste schroevendraaier en een pakje kauwgom genoeg heeft om een gezwel in de keel of een gescheurde milt te verwijderen.


Mijn ontzag voor dokter Moreels – en nu kom ik stilaan terzake – is relatief eenvoudig te verklaren: hij verkoopt geen holle, ijdele praatjes, maar hij dóét iets. Hij is een man van weinig woorden en veel daden. En dat, mijnheer Tuymans, kunnen we – tot nader order althans – van u helaas niet zeggen. U hebt mij deze week fameus teleurgesteld.


VERWENSINGEN

Woensdag viel het nieuws mij als een zak cement op het hoofd: u wordt volgende week gelauwerd met de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste. Deze prestigieuze prijs, die uitgaat van de Vlaamse Gemeenschap, zal u komende dinsdag worden overhandigd in het Concertgebouw in Brugge, door niemand minder dan Vlaams minister-president, tevens minister van Cultuur, Jan Jambon. Toen ik het las, tikte ik voor alle zekerheid een paar keer met een schroevendraaier op mijn hoofd, maar ik had het wel degelijk goed begrepen: u gaat een trofee krijgen van Jan Jambon.


Van Jan Jambon? Van Jan Jambon!


Dezelfde Jan Jambon die u in een recent interview in deze krant nog tegen de muur hebt geplakt met een plejade aan verwensingen, schimpscheuten en woorden van verachting. Ik fris even uw geheugen op met een paar citaatjes. Bijvoorbeeld: “De nieuwe Vlaamse leiders lijken er alles aan te willen doen om hun oorsprong te verraden. Ze nemen volop antisociale maatregelen, ze beschouwen armoede als een vieze ziekte, en alle vormen van hedendaagse cultuur vinden ze onbelangrijk tot heel vervelend.” Of deze: “Het idee dat cultuur een hobby is van een elitair kransje linkse, subversieve subsidievreters die tot de middag in hun bed liggen, is pure politieke stemmingmakerij. Echt, de politici uit wier koker dit komt, zouden door de grond moeten zakken van schaamte.” U zei ook nog dat we opnieuw een minister van Cultuur nodig hebben “die het departement ter harte neemt, in plaats van een minister-president die tussen de bedrijven door de bonnetjes aftekent.” Cultuur is een “propaganda-abteilung” geworden, sakkerde u ook nog. “Ik zeg het expres in het Duits. Ik zal me daar alvast niet voor laten gebruiken.”


ZELFRESPECT

Tiens. Dat is raar. Begrijpt u mijn verbazing? U houdt een groot betoog waarin u Jambon met de grond gelijk maakt, en zweert dat u zich door die halve nazi alvast niet zult laten gebruiken, en wat doet u? U gaat dinsdag een prijs van hem in ontvangst nemen. Daar ga ik tenminste van uit – bij zulke gelegenheden wordt een laureaat altijd ruim van tevoren gepolst en ingelicht. Ik zie u al staan op dat podium, buigend als een knipmes. “Dank u, mijnheer Jambon. Een hele eer, mijnheer Jambon. Tot ziens, mijnheer Jambon.” Mocht dat tragische tafereel zich voltrekken, dan gaat u voortaan door het leven als de ultieme anti-Moreels: een man van héél veel woorden, maar bitter weinig daden.


Met het oog op de conservatie van uw zelfrespect, mijnheer Tuymans, had u die prijs natuurlijk koudweg moeten weigeren. Al mogen we niet uitsluiten dat u een Snood Plan in het schild voert, waarvan wij nog onkundig zijn, maar waarmee u toch nog als rebel de geschiedenis zult ingaan. Misschien laat u Jan Jambon en zijn propaganda-abteilung nog even in het ongewisse en zult u van de gelegenheid gebruikmaken om uw punt er nog eens keihard in te rammen. Dat zou pas spektakel zijn.


SNORRETJE

Mocht u nog in de brainstormfase zitten, hier een vrijblijvende suggestie. U betreedt het podium verkleed als panda. Vlak voor u Jambon de hand drukt, haalt u het pandahoofd eraf zodat we uw gezicht zien – tot grote ontzetting van de minister-president, want u hebt – zo blijkt – een hitlersnorretje laten groeien. In het publiek gaan Tom Barman en een paar kornuiten rechtop staan en beginnen met gestrekte rechterarm Jambon toe te juichen. Ook u roept volop mee: “Heil Jambon! Heil Jambon!”


Geef toe: het zou mooi zijn. Als u het performance art noemt, krijgt u er misschien nog een extra prijs voor.


Goede moed toegewenst!


Joël De Ceulaer, senior writer



Corneel


Uitkijkpost 26 april 2019


'Beste Corneel, u bent het product van de Siegfried Bracke-doctrine'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Corneel van Oosterweel,


Ik mag, als forse vijftiger toch al, niet mopperen over de hoeveelheid genotsmiddelen die het leven mij tot dusver heeft toegeworpen, het weze op legale dan wel illegale wijze. Ik ken de weldadige roes, de zoete geestesverruiming en licht hallucinogene effecten die op de vrije markt zoal verkrijgbaar zijn. Maar toen ik ú afgelopen week zag opduiken en mij probeerde voor te stellen hoe een team van creatieve lieden u heeft ontworpen, dacht ik toch meteen: de drugs die zij hebben genomen, die drugs wil ik ook proberen! Ik neem aan dat hun hersenen zich na intraveneuze toediening van het bewuste wondermiddel een paar weken in een baan om de aarde hebben bevonden, waar elk zinvol contact met de bewoonde wereld uitgesloten was. Van die trip bent u het verbluffende product.


Diezelfde verwondering was mij eerder al eens te beurt gevallen, toen ik met open mond moest vaststellen dat allerlei N-VA-kopstukken zich hadden laten verpakken in wat een levensgrote schuimrubberen hand bleek te zijn – de zogenaamde #helfie, die het meteen ook tot politieke hashtag schopte. Alleen betrof het toen wel een filosofisch gefundeerde constructie, waarvoor het werk van de negentiende-eeuwse Franse historicus Alexis de Tocqueville als inspiratie had gediend. Die had tijdens een reis door de Verenigde Staten gezien hoe burgers – als er ergens pakweg een boom op de weg valt – zélf de handen uit de mouwen steken, in plaats van te wachten tot de overheid brandweer of politie stuurt. Dat vond Tocqueville inspirerend, en de N-VA dus ook: die zelfredzame #helfie was een ludieke omweg om de sloop van de welvaartsstaat te bepleiten.


Ik heb mij deze week lang het hoofd gebroken over de vraag welke filosofische inspiratie aan úw conceptie ten grondslag kan hebben gelegen. Dagenlang plukte ik boekenkasten leeg, op zoek naar een aanknopingspunt. Welke grote denker heeft ooit geschreven dat de burger moet worden beschouwd en behandeld als een volstrekt zwakzinnige kleuter? Even dacht ik dat Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck, de Xi Jinping van de ruimtelijke ordening – die mensen die graag rustig wonen, vergelijkt met kinderen die graag frietjes en snoep eten – misschien een filosoof als voorouder had, maar dat is niet zo. Ook in de oeuvres van Hume, Kant en Heidegger vond ik geen spoor van de kleuterdoctrine.


OP DE HURKEN MET EEN TUTJE

Donderdagavond, terwijl ik mij na weer een dag vergeefs gezoek naar de Denker achter Corneel murw ter bedstede begaf, schoot zijn naam mij ineens te binnen: het is Siegfried Bracke! De wijsgerige denkpiste die tot uw bestaan heeft geleid, is de Bracke-doctrine! Toen onze Kamervoorzitter nog in de cockpit van de VRT-nieuwsdienst zat, moesten journalisten aldoor op hun hurken gaan zitten om het publiek toe te spreken – een trend die uitmondde in programma’s zoals Bracke & Crabbé. Die geringschatting van de burger treft men nu alleen nog aan in de wereld van het Vlaamse entertainment, vooral bij Gert Verhulst, de Xi Jinping van het kindervertier, die in Knack pas zei dat sommige burgers wel capabel zijn om hun geld in zijn zakken te mikken, maar niet om te gaan stemmen. Ooit moeten die bouwmeester en die Verhulst samen iets doen, maar bij voorkeur niet in de politiek – als we tenminste de democratie intact willen houden.


Behalve van de Bracke-doctrine bent u tevens de belichaming van een griezelige tendens die dit jaar officieel vijftien jaar oud is. De tutoyeertendens. In 2004, bij de vernieuwing van Radio 1, kregen presentatoren van stijlnazi Luc Janssen te horen dat ze de luisteraar voortaan met ‘je’ en ‘jij’ en ‘jou’ moesten aanspreken, zulks allicht om knusse nabijheid te creëren. Sinds dat getutoyeer heb ik bij het afstemmen op Radio 1 altijd het gevoel dat iemand voor mij op zijn hurken komt zitten en een tutje in mijn mond duwt. Toen ik u daar zag staan, naast minister Ben Weyts, met die twee verschillende laarsjes, had ik dat dus ook. Kennelijk denkt de Vlaamse overheid dat je volwassen mensen die in de file staan het beste kunt laten aanspreken door iets wat eruit ziet als het product van een gangbang van de Teletubbies met Mijnheer de Uil – in dat verband: mocht Weyts denken aan merchandising, dan zie ik voor u ook een fijne toekomst in de branche der erotische hulpstukken: “Het wordt nooit te veel voor Corneel!” Genderneutraal en al!


DE TIGER WOODS VAN DE TELEVISIE

Maar ernstig. Er is één scenario dat de barre werkelijkheid weer draaglijk kan maken. En dat is als het geen jobstudent was, maar Bart De Pauw die dinsdag als het ware ín u zat – na het versturen van 1000 sms’jes (grapje!). Dat die hele vertoning dus kaderde in de comeback van De Pauw als de Tiger Woods van het Vlaamse televisiegebeuren. En dat hij tijdens de eerste aflevering van zijn nieuwe show uit Corneel van Oosterweel, als was u een taart, tevoorschijn gewipt zal komen. Ik hoop het, eerlijk gezegd. Niet zozeer voor Bart De Pauw, maar voor ons aller zelfrespect.


Beleefde groet,


Joël De Ceulaer



Majesteit


Uitkijkpost 1 februari 2020


'Majesteit, koning Filip wil dat u zich met Delphine verzoent'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Majesteit,


God is tot veel in staat, zeker in zijn hoedanigheid van Jezus Christus. Zo kan Hij de doden middels handoplegging weer tot leven wekken, water veranderen in wijn, en blootvoets een rivier oversteken zonder kopje onder te gaan. Mocht Onze Heer in dit tijdperk leven, Cirque du Soleil zou hem een vet contract aanbieden met exorbitante voorwaarden – inclusief maaltijdcheques en salariswagen.


Maar helemaal almachtig is Hij niet. Zo is Hij er duidelijk niet in geslaagd, mevrouw, om uw wrok jegens het buitenechtelijke kind van uw echtgenoot weg te nemen. Sinds deze week weten we met zekerheid dat uw Albert de biologische vader is van Delphine Boël. Dat heeft een lange procedureslag gevergd, die nergens voor nodig was geweest, maar nu staat uw man daar dus, met de spreekwoordelijke broek op de knieën.


Ik heb altijd het vermoeden gehad dat hij zonder ú dat vaderschap meteen zou hebben toegegeven, met een sympathieke grijns en een baldadige knipoog: ‘Et alors?!’ Het zou ons allemaal een hoop geduld en nodeloos veel krantenpagina’s hebben bespaard. Maar u wilde dat niet, zo luidt althans mijn hypothese. Ik denk dat u en uw man in 1984, in het bedevaartsoord Paray-Le-Monial in de Franse Bourgogne, een deal hebben gesloten: u stemde in met het herstel van de huwelijksgeloften, op voorwaarde dat uw echtgenoot u nooit, naar uw gevoel dan, ten schande zou maken door Delphine te aanvaarden.


HEILIGE GEEST

Het is een publiek geheim dat u destijds onder het toeziend oog van de Vader, de Zoon en vooral de Heilige Geest, uw band met Albert hebt kunnen herstellen. Na jarenlange liederlijkheid, van beide kanten, was uw huwelijk om zeep. Op twee handtekeningen na was de scheiding voltrokken. Tot wijlen koning Boudewijn u onder zachte dwang naar een filiaal van de Charismatische Beweging stuurde. En zo geschiedde. Terwijl u daar op uw knieën zat te bidden – in missionarishouding, zeg maar – is de Heilige Geest vaardig over u geworden en hebt u elkaar op een spiritueel niveau teruggevonden, waarna ook de fysieke consumptie kon worden voortgezet. God heeft u bij elkaar gebracht.


Maar Hij heeft Zijn werk dus maar half gedaan, want u hebt alleen uw man vergeven, en nooit de vrucht van zijn ontrouw aanvaard. Het is volgens mij dus uw rancune die de omarming van Delphine altijd in de weg stond. Uw rancune en – dat spreekt vanzelf – de lafheid van uw man, die zoals iedereen verantwoordelijk is voor het eigen gedrag. Zelfs vorsten horen ernaar te streven als volwassenen in waarheid te leven. Ook u zou er baat bij gehad hebben om uw bitterheid jegens Delphine vreedzaam te laten varen. Vraag u maar eens af: wat zou Jezus gedaan hebben?


Of wacht, we hoeven het niet zo ver te zoeken. Vraag uzelf gewoon af: wat zou mijn zoon Filip, koning der Belgen, daar van vinden? Ik weet het, want hij heeft het donderdag, in zijn toespraak voor de Gestelde Lichamen, nog gezegd, u hebt dat vast gehoord: “Laten we realistisch en verantwoordelijk zijn. Door naar overeenstemming te streven, ten bate van het algemeen belang. Door echte compromissen te sluiten, waarbij alle partijen sommige van hun eisen laten vallen, zodat het geheel er uiteindelijk bij wint.”

Sommigen dachten allicht dat hij het over de regeringsvorming had. Mijn gok: dat ging over u, uw man en zijn jongste dochter. Koning Filip wil dat u zich met Delphine verzoent. Dat u realistisch en verantwoordelijk bent, uw eis laat vallen en naar overeenstemming streeft, ten bate van het algemeen belang. Prachtig, toch?


COENS EN CREVITS

Nu ik u aan de lijn heb, zou ik u overigens nog om een dienst willen vragen. Kunt u Filip, aan wie u naar verluidt ook nooit veel moederlijke zorgen hebt verspild, eens een voorzichtige hint geven? U hebt misschien gehoord dat de vorming van een federale regering een tikje stroef verloopt, omdat N-VA België wil laten rotten en CD&V zichzelf, bij monde van Hilde Crevits en Joachim Coens, heeft opgeheven. Jawel, de Vlaamse christendemocraten hebben opgehouden te bestaan, zij vormen niet langer een autonome partij, maar gedragen zich nu als de lijfeigenen van Bart De Wever. Met de steun van haast alle commentatoren, die denken dat CD&V een regering zonder N-VA niet zal overleven – terwijl de empirische gegevens van de laatste twee volwaardige regeringen exáct het tegendeel bewijzen.


Nu zal het lot van CD&V mij een rotzorg zijn, maar tegen een nieuwe regering zeg ik als modale burger niet meteen ‘nee’. Er mág wat mij betreft opnieuw bestuurd worden met een federale meerderheid en volheid van bevoegdheden. Vandaar deze vraag, Majesteit. Zou uw zoon de heer Coens en mevrouw Crevits geen uitstap naar Paray-Le-Monial willen aanbevelen? Daar kunnen zij tezamen de missionarishouding aannemen, en stil biddend wachten tot de Heilige Geest zich van hen meester maakt – ze hoeven er geen fysieke consumptie aan over te houden, een beetje zelfrespect volstaat.


Dat wens ik u trouwens ook toe.


Grote dank en courage nog,


Joël De Ceulaer, senior writer



Haatzaaier


Uitkijkpost 25 januari 2020


'Beste haatzaaier, wij moeten met u helemáál geen compassie hebben'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste haatzaaier,


Als ik lees dat de meeste mensen deugen, moet ik altijd meteen aan u denken. Het lijkt wel alsof het uw levensmissie is om die knusse en hoopvolle stelling te ontkrachten. U deugt immers – laten we daar helder over zijn – voor geen meter. Ja, u zorgt allicht goed voor uw kindjes. Gaat elk weekend met een bloemetje op bezoek bij oma en opa. En ook uw hond komt vast niets te kort. Maar zodra u plaatsneemt aan het computerklavier om u te mengen in het migratiedebat, is het alsof de beerput overloopt.


Deze week was het nog eens zover. Toen de lokale tv-zender in West-Vlaanderen verslag had uitgebracht over migranten die mogelijk waren omgekomen nadat hun schamele bootje was gekapseisd, begon u op de website van Focus & WTV meteen luidkeels te jubelen en te juichen. Dat het maar “te hopen” was dat er “nog veel zouden volgen”, tikte u met het schuim op de lippen. Dat we de vermisten, onder wie twee kinderen, zeker “moesten laten liggen”, want “ze lagen daar goed”. Het was alleen, zo voegde u daar nog aan toe, “spijtig voor de zee”, maar gelukkig was “het belangrijkste” gevonden: “het bootje”. Enzovoorts, enzoverder. Het dieptragische lot van een aantal medemensen vervulde u met blinde, razende vreugde. Tot grote consternatie van pers en politiek – u hebt weer heel wat argeloze mensen geweldig hard doen schrikken.


Mij niet, moet ik zeggen. Wie telkens opnieuw schrikt van uw haat, kan evengoed elke ochtend schrikken dat de zon opkomt. Uw haat is zo oud als de straat. Vroeger viel u daar vooral familie, buren, collega’s en cafébaas mee lastig. Af en toe kwam u eens op tv, om te zeggen dat “den Hitler” maar eens moet terugkomen om al die “bananenfretters” uit te roeien, maar meestal bleef u onder de radar van het publieke oog. Tot het internet werd uitgevonden en u qua genocidaire praat helemaal loos kon gaan.


GEPAMPERDE BURGER

Een mens zou hopen en denken dat u daar in dit verlichte tijdperk, in deze liberale democratie, niet meer zo vlot mee wegkomt. Dat de straf van de publieke veroordeling volstaat om u tot deugdzamer gedrag aan te zetten. Men zou verwachten dat vooral de verkozenen des volks, onze politici, zich eendrachtig van u zouden distantiëren. Maar nee, hoor. U bent de meest geknuffelde en gepamperde burger van de voorbije decennia. Zelfs sp.a-baas Conner Rousseau heeft u deze week in De afspraak gloedvol verdedigd.


Ik zat er woensdagavond met open mond naar te kijken. Eerst veroordeelde Rousseau u natuurlijk. Uw reacties waren ‘zum kotsen’, had hij getweet – een beetje impulsief, want het is ‘zum kotzen’, met een ‘z’. Maar goed, hij was dus érg boos. Uw haatzaaierij moet worden verafschuwd, zei hij, “en daar mag geen ‘maar’ aan te pas komen”. Wat grappig was, want meteen daarna zei hij nu juist dát: “Maar!” Maar u bent waarschijnlijk geen racist, giste hij, u voelt zich alleen – ik zette mij schrap, want ik hoorde hem al komen – een beetje achtergelaten. Met die financiële crisis, die wachtlijsten in de zorg, en die lage pensioenen is het volgens Rousseau begrijpelijk dat u een tikje gefrustreerd bent. U uit dat alleen op een wat ongelukkige manier. Kan gebeuren, nietwaar.


Terwijl iedereen aan de tafel van De afspraak hem volop ernstig leek te nemen, zakte ik thuis los door de grond. Rousseau zei dus dat al die gore, nare vuilspuiterij afkomstig is van simpele mensen aan de onderkant van de samenleving, van de gepensioneerden die niet rondkomen, van ouders die geen plek vinden voor hun kind met een beperking. En iedereen zat begrijpend te knikken! Ja, u was een beetje stout geweest, maar men had toch compassie met u. U bent een duts, een sukkelaar die zich iets te onhandig uitdrukt. Men zal voortaan beter naar u luisteren. De dag zal komen dat men u van overheidswege gratis een psychotherapeut én een boscoach ter beschikking stelt.


TREINEN VULLEN

Als u zat te kijken, neem ik aan dat u een schaterlach niet kon onderdrukken. U weet wel beter. Waarom zou u een duts zijn? Is afkeer van vreemdelingen inkomensgerelateerd? Welnee, laten we elkaar toch geen Theo, Tomas of Dries noemen. U bent misschien wel de directeur van een goeddraaiend bedrijf. Of de zoon van een vastgoedmagnaat. Of een oud-lerares met een dik pensioen. Of een luie rentenier. En uw kinderen zijn wellicht kerngezond. Als loftsocialist Rousseau zegt dat u haat spuwt omdat u zich achtergelaten voelt, is dat een belediging voor mensen die zich achtergelaten voelen.


Wij moeten met u, beste haatzaaier, helemáál geen compassie hebben. Wij moeten u goed in de gaten houden. Als er ooit, wat God verhoede, opnieuw treinen zullen worden gevuld, staat u op de eerste rij om die klus met enthousiasme te klaren, met elke dag de “hoop” dat er “nog veel zullen volgen”. U hebt dat – we zullen dat maandag herdenken – tot 75 jaar geleden gedaan, u zou dat 750 jaar geleden hebben gedaan, en u zou dat straks opnieuw doen. Zo, dat moest míjn klavier even kwijt.


Zonder hoogachting,


Joël De Ceulaer, senior writer



Marc Coucke


Uitkijkpost 18 januari 2020


'Beste Marc Coucke, bij Febelfin knalden de kurken en danste men de polonaise'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beeld Studio Caro


Beste Marc Coucke,


Ik schrijf u deze brief met gevoelens van grote dankbaarheid, mede namens vele lotgenoten in de journalistiek en in de Wetstraat. Doordat u Karel Van Eetvelt aan boord hebt getakeld als CEO van Anderlecht, worden wij voortaan niet langer blootgesteld aan zijn gewichtige, maar verderlichte betoog over politieke vernieuwing in de vorm van loting, deliberatie en participatieve trajecten naar de burger toe. Daarmee bewijst u het maatschappelijk debat een enorme dienst. De sfeer op onze redactie is altijd al bijzonder warm en collegiaal, maar toen die transfer dinsdag bekend raakte, vielen collega’s elkaar zomaar in de armen. Hier en daar pinkte iemand van blijdschap een traantje weg.


Bij bankenlobby Febelfin, waar u de heer Van Eetvelt hebt weggeplukt, schoot men – zo las ik in De Tijd – met campagnekurken gaten in het plafond en gingen de stoelen meteen aan de kant, om het voltallige personeel de gelegenheid te bieden in één lange sliert de polonaise te dansen, op de tonen van uw Vlaamse klassieker ‘Het is weer Couckenbak’ – waarvan de titel gaandeweg, daar moeten we eerlijk in zijn, een andere betekenis heeft gekregen: vroeger was het bij u altijd feest, tegenwoordig bakt u er nog weinig van. Maar goed, met de aanwerving van de heer Van Eetvelt hebt u de talloze mensen die nooit iets over voetbal lezen, toch vreugde verschaft en bevrijd van uitzichtloos lijden.


ROOKGORDIJN

Er is maar één klein vraagje dat in mijn achterhoofd blijft knagen. Toen het ondertussen historische interview met Van Eetvelt in De Morgen verscheen, was uw deal met hem al bijna rond. U noemde het, zo las ik ook al in De Tijd, een mooi ‘rookgordijn’ om die deal nog even aan het publieke oog te onttrekken. Dat wil dus zeggen – ik vat even samen – dat de man die zat te klagen dat politici alleen nog met zichzelf en hun postjes bezig zijn – terwijl! hij! dat! aan! het! zeggen! was! – alleen met zichzelf en zijn postje bezig was. In vergelijking daarmee was Machiavelli een geitenwollensokkengutmensch.


Er zit nog een contradictie verscholen in dat hele Anderlecht-verhaal. Zo lees ik dat de eerste opdracht van de heer Van Eetvelt erin bestaat om de kosten van het management te drukken. Tegelijk wordt Wouter Vandenhaute zijn persoonlijke adviseur. Raar: een bezuiniging in het vooruitzicht stellen en tegelijk de ex-Woestijnvis-baas aantrekken als externe consultant. Wouter Vandenhaute kan zó goed onderhandelen over geld dat zijn eigen medewerker Bart De Pauw destijds van zijn stokje ging toen hij per ongeluk zag hoeveel Woestijnvis voor zijn programma’s factureerde. Ik denk dat u voor het bedrag dat Vandenhaute kost, een goeie spits had kunnen scoren op de transfermarkt.


Maar ik kan mij voorstellen dat die twee een packagedeal vormen. Zowel Van Eetvelt als Vandenhaute zijn immers verwoede vipfietsers, prominente lieden die samen gaan fietsen, om onderweg allerlei deals te beklinken en faveurtjes te verkrijgen. Wat de loge vroeger was, is die vipfietsclub vandaag: een plek waar politici, CEO’s, ondernemers en mediafiguren elkaar discreet treffen. Alleen zijn het schootsvel, de vrijmetselaarsschort en de winkelhaak vervangen door zeemvel, klikpedalen en fietspomp.


STUDIO 100

Zelf hoeft u uiteraard niet mee te fietsen om uw netwerk te smeren. Benevens uw immer charmante persoonlijkheid is het uw fortuin dat mensen voor u inneemt. U behoort tot de aristocratie van deze tijd. Belastingen betalen vindt u het equivalent van geld in een bodemloze put storten, zei u ooit. U houdt het liever bij wat liefdadigheid zo nu en dan. Ik herinner mij een scène uit wijlen het VTM-programma Royalty, waarin uw dochtertjes een keuze mochten maken uit de tientallen smeekbedes voor financiële steun die u elke dag ontvangt. Toen ik dat zag, liepen de pedagogische rillingen mij over de rug.


Denk nu niet, mijnheer Coucke, dat ik in welke mate dan ook een hekel aan u heb. Welnee. Dankzij econoom Andreas Tirez, onlangs nog te gast in Interne Keuken op Radio 1, weet ik dat het behalve talent en doorzettingsvermogen ook puur geluk is waardoor de ene fortuin maakt en de andere niet. U kunt daar met andere woorden niets aan doen. Dat kan ook verklaren waarom u nu in zo’n zwaar weer vertoeft: misschien is uw geluk op, en breekt het tijdperk van de pech aan – op z’n Limburgs: Pech bij Anderlech.


Wellicht wilt u daarom nu een deel van uw slinkende vermogen verankeren door het te investeren in Studio 100 – bij broeder Hans Bourlon, ook lid van de fietsloge. K3, Maya de Bij en Plopsaland: dat is rustige vastheid voor uw geld.


Een bijkomend voordeel is dat u – mocht het bij Anderlecht tegenvallen – Van Eetvelt straks kunt parkeren bij Samson & Marie. Burgemeester Walter De Donder zwaait al decennia de plak in hun dorpje. Hoog tijd voor politieke vernieuwing, deliberatie en participatieve trajecten naar de burger toe!


Gelieve wel te kloppen, want de bel doet het niet.


Paars-witte groeten


Joël De Ceulaer, senior writer



Bart Tommelein


Uitkijkpost 11 januari 2020


'Beste Bart Tommelein, uw lijdensweg zal lang en smartelijk zijn'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Bart Tommelein,


Op één detail na – de aanschaf van een brilmontuur dat driekwart van het gelaat bedekt – bent u klaar om Gwendolyn Rutten op te volgen aan het hoofd van Open Vld. Francesco Vanderjeugd, de liberale kapper die vijftien minuten roem scoorde met een kansloze, maar mediagenieke kandidatuur, heeft zijn ambitie gekortwiekt, om u voluit te kunnen steunen. Els Ampe heeft er – gelet op het karige enthousiasme dat ze uitstraalt in de video waarmee ze haar kandidatuur aankondigt – zelf niet veel zin in. En als Egbert Lachaert zich nog in de race wurmt, zal hij dat doen om zijn gewicht in de partij op te krikken, niet om te winnen, want dat kan hij niet – in het beste geval is hij straks de Sammy Mahdi van Open Vld. U wordt de liberale Joachim Coens – waarvoor nu al mijn gelukwensen, maar tevens mijn deelneming. Uw lijdensweg zal lang en smartelijk zijn, net zoals die van de andere traditionele-partijvoorzitters.


Dat leid ik onder meer af uit de boodschap die u deze week de wereld in stuurde: “Een voorzitter moet verbinden en bruggen bouwen en harten van mensen veroveren. Samen met Francesco ben ik ook 100 procent van plan om dit daadwerkelijk te doen, want de liberale punten zijn de toekomst.” Het is weinig verbindend en ik zal er uw hart niet mee veroveren, maar iemand moet het 100 procent daadwerkelijk zeggen, want de waarheid heeft de toekomst: met zulke duffe, melige, holle, slome quotes helpt u de partij geen millimeter vooruit. De kiezer is murw gemept met zulke praatjes.


VERWAANDE KWAST

Misschien hebt u maandag in De afspraak gezien hoe bankenbaas Karel Van Eetvelt zijn visie op politieke vernieuwing kwam toelichten. Presentator Bart Schols, toch van geen kleintje vervaard, slaagde er niet in om de man ook maar één zinnig of concreet idee te ontlokken. Als een duidingsprogramma pas zou mogen eindigen zodra er iets wezenlijks is gezegd, dan hadden Schols en Van Eetvelt daar nóg gezeten, in een gesprek dat allicht getransformeerd zou zijn in een theaterstuk à la Ionesco. Al moet ik daar ter verdediging van de heer Van Eetvelt aan toevoegen dat hij geflankeerd werd door uw dienaar, die als een verwaande kwast ’s mans betoog almaar onderbrak – een zeer irritante eigenschap waarvoor ik nog een gepaste behandeling zoek.


Hoe dan ook, het verlangen naar Politieke Vernieuwing waart weer als een spook door het land. Zo treedt zakenman Michel Van de Brande, bekend van The sky is the limit, ook naar voren met het plan voor een nieuwe partij. “De mensen zijn het beu”, echoode hij Van Eetvelt. “Er moet iets veranderen.” Ook uw kompaan Vanderjeugd wil dat er anders aan politiek wordt gedaan: met meer ‘burgerparticipatie’, meer inspraak van ‘de basis’ en ‘horizontaler’ overleg. Zou het? Bwah. Misschien wel. Waarschijnlijk niet.


Wat u nodig hebt, mijnheer Tommelein, is geen Politieke Vernieuwing, maar zowat het tegendeel daarvan. U moet uw tijd niet verkwisten aan hippe, modieuze slogans en dito ideetjes, nee, u moet – schrik niet – gewoon aan politiek doen. Die modieuze praatjes zijn geen deel van de oplossing, maar een symptoom van het probleem.


NPC MET ANCIAUX

U herinnert zich de jaren 90 nog. Ook toen waren traditionele partijen op zoek naar een manier om – toen nog – het Vlaams Blok klein te krijgen. En dus moest er een Nieuwe Politieke Cultuur komen, NPC voor de vrienden. Onder luid applaus van menig journalist kwamen Bert Anciaux en andere usual suspects een paar keer bij elkaar om daarover te vergaderen. Resultaat? Niks, nada, nul. Of toch: een monsterscore voor het Vlaams Blok in 2004. De eerste die het Blok kon indammen was Bart De Wever, die allergisch was voor al die NPC-onzin. En De Wever heeft de politiek niet vernieuwd, hij deed gewoon aan Oldskool Politics, zoals die al ééuwen wordt bedreven. De kerngedachte is simpel: politici moeten dingen zeggen waar anderen het mee óneens kunnen zijn. Dat vergt lef, want het betekent dat u ook mensen moet afstoten.


Maar zo werkt het. Ook vandaag zult u De Wever nooit horen bazelen over Politieke Vernieuwing, evenmin als pakweg Tom Van Grieken. Dat is juist de reden van hun succes. Zij nemen, in lijn met hun ideologie, standpunten in, die ze helder aan de man brengen. Zie ook: PVDA en, in enigerlei mate, Groen. Het zijn de traditionele verliezers die willen vernieuwen, omdat ze denken dat ze dan opnieuw winnaars zullen worden, terwijl ze – 100 procent en daadwerkelijk! – het graf alleen maar dieper maken.


U zult mij vergeven, mijnheer Tommelein, dat het lot van uw partij mij koud laat. Toch geef ik u dit advies. Bestudeer het liberalisme, pak de thema’s die het debat beheersen vast, en neem dan positie in – zonder praatjes en zonder te zwalpen. Dan maakt uw partij nog een kansje. Eén klein actueel voorbeeld: het plan dat kinderen voortaan verplicht hun vingerafdruk moeten afstaan aan de overheid. Of u blokkeert dat alsnog, of u mag die hele Open Vld meteen opheffen.


Ouderwetse groeten


Joël De Ceulaer, senior writer



Jan Jambon


Uitkijkpost 4 januari 2020


'Beste Jan Jambon, we weten nu dat u mensen kunt tergen tot ze beginnen te wenen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Jan Jambon,


Van alle communicatietrucjes uit het grote N-VA-handboek vind ik dat van de Laffe Terugkrabbeling een van de mooiste. De werkwijze is bekend: een partijtopper van de harde, rauwe lijn doet een uitspraak die de toets van de politieke welvoeglijkheid niet kan doorstaan, waarna een of andere partijduts met een onbesproken reputatie komt uitleggen dat we het toch een beetje verkeerd begrepen hebben en dat we de bewuste uitspraak in zijn context moeten zien. Deze week was u die topper en Wilfried Vandaele de duts van dienst – het was blijkbaar zijn beurt to take one for the team.


Uw uitschuiver was opgetekend door een verslaggever van De Tijd, in het kader van een gedetailleerde karakterschets die hij voor de weekendkrant van u had vervaardigd – een behoorlijk vernietigende schets, mag ik wel zeggen: zo weten we nu dat u nog nooit een dossier grondig hebt gelezen en dat u mensen kunt tergen tot ze beginnen te wenen. Al was er ook ruimte voor een streepje diepmenselijke ontroering. Zo bleek na grondig journalistiek spitwerk dat de minister-president van Vlaanderen zowaar ouders heeft, en dat u volgens mama en papa “altijd al zo’n flinke jongen” bent geweest.


KINDERGELD

Maar dé scoop van de reportage was natuurlijk uw uitspraak over vluchtelingen die na hun erkenning, met terugwerkende kracht dus, het kindergeld voor de hele periode van hun asielaanvraag gestort krijgen. “En dat terwijl ze heel die tijd bad, brood en bed van de overheid kregen”, had u tijdens een lezing gezegd. “Ik heb het verhaal gehoord van een familie die meteen een huis kon kopen van dat kindergeld.”


Dat u daar gewoon had staan liegen, werd al in de reportage zélf aan het licht gebracht – een simpel rekensommetje volstond: zelfs met vijf kinderen aan de universiteit en een jarenlange wachttijd spring je nooit verder dan een paar tienduizend euro. En dus moest Wilfried Vandaele, N-VA-fractieleider in het Vlaams Parlement, maandag in De Ochtend op Radio 1 uw verdediging op zich nemen. Vandaele lijkt een rechtschapen man, dus hij was op dat moment waarschijnlijk liever in een diepe put gekropen, maar de partijtucht riep: het was zijn beurt om de Laffe Terugkrabbeling te voltrekken. In het vuur van de discussie, zo legde hij uit, wordt wel vaker “een weinig gepolijst beeld” gebruikt om een punt te maken. Wij moesten uw uitspraak dus veeleer zien als “een boutade”, een beeld voor de “eigen achterban”, een beetje “kort door de bocht”, dat niet “wetenschappelijk correct” hoeft te zijn, maar dat “blijft plakken”.


VREEMDELINGENHAAT

En zo stond, bij monde van die arme Vandaele, de hele partij weer als één man achter u. Op zich is dat mooi. Bij CD&V wordt een liegende minister huilend onder de bus gegooid, bij Open Vld vecht men elkaar openlijk de tent uit, bij spa.a geeft Louis Tobback om de drie maanden een interview aan Humo om uit te leggen dat zijn partijgenoten allemaal idioten zijn. Bij N-VA neemt men het tenminste voor mekaar op.


Maar wel een beetje te veel, dus. Ook als een N-VA’er op gore wijze de vreemdelingenhaat aanwakkert, gaan zijn brave en integere partijgenoten als één man achter hem staan. Ik zou nu, in het vuur van de discussie, kunnen schrijven: als pakweg wijlen Staf Declercq of Cyriel Verschaeve N-VA’ers waren geweest, dan zou de partij ook nog altijd als één man achter hen staan – geef toe: een beeld dat blijft plakken.


Ik zou ook kunnen schrijven, met een boutade uiteraard, dat we voor écht aanstootgevend slecht besteed kindergeld beter kijken naar partijvoorzitters die 10.000 knotsen netto in de maand verdienen, en daarbovenop nog bijslag voor vier nakomelingen krijgen toegeworpen, alsof het geld op onze rug groeit.


Ik zou kunnen schrijven – een beetje kort door de bocht – dat u als burgemeester van Brasschaat de tram vanuit Antwerpen tegenhield omdat u al die “bruin mannen” en hun vrouwen met die “kopvodden” liever niet op de Bredabaan ziet shoppen.


STERKE JAN

Ik zou evenzeer kunnen schrijven, met een weinig gepolijst beeld, dat ik van pure gêne mijn onderste kringspier moet dichtknijpen telkens als ik een N-VA’er u “Sterke Jan” zie noemen op sociale media, met zo’n emoji van een opgespannen biceps erbij. U mag van geluk spreken dat Louis Tobback geen N-VA-lid is, want ik vrees dat ik weet wat hij over zulke partijgenoten zou zeggen.


Ik kan dat schrijven. De krant is er voor de eigen achterban, dus zo nauw steekt het niet. U begrijpt, mijnheer Jambon, dat ik dat ongaarne doe – ik ben een flinke jongen, vraag maar aan mijn mama – maar hier moest het even, om het evenwicht te herstellen.


De Wilfried Vandaeles in uw partij staan qua flinkheid voor de keuze. Deze week zei politicoloog Dave Sinardet dat de N-VA moet kiezen wat ze wil worden: de nieuwe CVP, of Vlaams Belang light. Uw keuze kennen we. De vraag is of de tsjeven – de Fatsoenlijken, zoals ik ze bij wijze van boutade maar zal noemen – ooit nog hun mond gaan opendoen.


Beleefde groet


Joël De Ceulaer, senior writer



Anna-Maria


Uitkijkpost 26 januari 2019


'Lieve Anna-Maria, het is jammer dat Theo Francken niets meer te zeggen heeft. Een envelop vol centjes had wonderen kunnen doen.'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Dag lieve Anna-Maria,


Jij bent de eerste Bekende Vlaming aan wie ik op deze plek een brief schrijf. Dat vind je misschien een beetje raar, en dat is het ook. Normaal gesproken ga ik hier politici, tv-vedetten en andere moderne helden uitlachen of anderszins onheus bejegenen. Soms zal ik stout en scherp moeten zijn. Zo had ik het nu kunnen hebben over de schijnheiligheid van de N-VA, die van een jood uitspraken over homoseksualiteit aanvaardt waar ze een moslim voor zou afmaken. Of over het programma van Groen, dat een paar dogma's over mens en milieu in de houtkachel moet steken. Of over de doldwaze bochten die sp.a maakt in het migratiedebat, waardoor ze straks meer medelijden dan kiezers krijgt.


Maar toen ik dinsdag jouw foto in de krant zag, met die mooie verjaardagshoed, en las wat jou is overkomen, brak mijn hart en voelde ik al die voorspelbare en vervelende verontwaardiging terstond verdampen. Ik wist meteen dat ik de rest van de week alleen maar aan jou zou kunnen denken. En dat was ook zo. Soms gebeurt dat nu eenmaal, dat het lot van de wereld zich openbaart in de ogen van een meisje van acht.


Ik ken jou niet persoonlijk, maar je leefwereld toch een beetje. Ik heb een dochter van tien en jij bent nu acht. Zij zit in het vijfde leerjaar, jij zit in het tweede. Of liever: jij zát in het tweede leerjaar, want momenteel zit jij achter slot en grendel. In een gevangenis, in Steenokkerzeel. Samen met je ouders en je zusje van twee.


Je zult nogal geschrokken zijn toen de politie jullie kwam oppakken. Het was 8 januari, één dag voor je verjaardag, alles lag klaar voor de feestjes, thuis en in de klas. Maar daar heeft de overheid een stokje voor gestoken. Jullie moeten weg, hopla, naar Armenië, waar je ouders tien jaar geleden zijn gevlucht, op zoek naar een beter leven.


Voor jou moet dat verbijsterend zijn, want jij bent nog nooit in Armenië geweest. Je bent hier geboren en getogen, jij hoort er he-le-maal bij. Net zoals pakweg Maggie De Block en ik. Toch moet je weg. Van de rauwe cultuurschok die jij zult ondergaan, ligt geen enkele politicus wakker - terwijl de modale Vlaming al een cultuurschok ondergaat als hij van de ene kant van de kerktoren naar de andere kant moet verhuizen.


Het systeem kent geen genade, ook niet als het faalt: je ouders hebben jarenlang moeten wachten op de boodschap of ze mochten blijven of niet. En volgens jullie advocaat heeft de overheid nog andere steken laten vallen. En nu zit jij daar. Te wachten op deportatie.


Je moet weten, Anna-Maria, dat de mensen die het hier voor het zeggen hebben, niet van vreemdelingen houden. Toen een Koerdisch meisje van twee werd doodgeschoten, was dat volgens de machtigste man van het land de verantwoordelijkheid van haar ouders. En dan te bedenken dat die machtige man al begint te wenen als hij een beetje kritiek krijgt - als achtjarige in de gevangenis, dat zou hij niet eens overleefd hebben. En Maggie De Block, dat is de minister die jullie lot nu in handen heeft, is ooit de populairste van het land geworden nadat ze een perfect geïntegreerde jongeman naar Afghanistan had laten afvoeren. Was het daar oorlog? Ach, zei ze toen, hier is het soms ook onveilig.


Je bent nog te jong om te weten wat ideologie is. Maar het zit zo. De bazen van het land zijn liberalen en christendemocraten. Voor een liberaal is het individu dé grote prioriteit - toch als het een wit, Vlaams individu is. Christendemocraten proberen in de sporen van Jezus te treden, door niet met abstracte principes te werken, maar altijd met mensen van vlees en bloed - personalisme, noemen ze dat met een geleerd woord.


Helaas leven deze mensen niet volgens hun waarden. Ze zijn laf. Zoals kinderen op de speelplaats die weglopen als iemand gepest wordt. De minister zou nu het lef moeten hebben om jou in de ogen te kijken en uit te leggen waarom jij weg moet. En opgesloten wordt. Want! Dat! Mag! Niet! Een uitwijzingsbevel negeren mag niet, dat hebben je ouders één keer gedaan, een paar jaar geleden. Maar kinderen opsluiten mag ook niet. Welkom in Vlaanderen. Waar de sterke meer mag dan de zwakke.


Ik hoop dat je nog een kans maakt, Anna-Maria. En dat ten minste één politicus de moed heeft om het debat over een kinderpardon te openen, dat nu in Nederland woedt. Dan zouden kinderen die hier vijf jaar geworteld zijn, sowieso mogen blijven. Politici kunnen dat beslissen. Als ze dat willen. Zoals ze kunnen beslissen om amnestie te geven aan mensen met zwart geld, of rijke boeven hun schuld te laten afkopen, of ministers te laten liegen dat ze zwart zien. Kan allemaal. Een lief meisje van acht dat zo Vlaams is als een meisje van acht maar kan zijn, gewoon thuis laten blijven - nee, dat kan blijkbaar niet.


Eén ding is jammer. Dat Theo Francken niets meer te zeggen heeft. Ik heb begrepen dat jullie christenen zijn. Een envelop via via vol centjes had dan wonderen kunnen doen.


Dikke knuffel, ik duim voor jou,


Joël De Ceulaer



Gwendolyn Rutten


Uitkijkpost 2 februari 2019


'Beste Gwendolyn Rutten, geen grammetje mededogen had u met dat kind. Wel, ik ook niet meer met u.'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Gwendolyn Rutten,


Bon. Als u geen mededogen hebt met een achtjarig meisje dat dreigt te worden uitgezet naar een land waar ze nog nooit is geweest, dan heb ik ook geen mededogen meer met u. Dan neem ik u niet langer in bescherming voor de flaters die u ooit hebt geslagen terwijl ik u zat te interviewen. Aan mijn discretie komt hier en nu een einde. Alle begrip als dat vooruitzicht u doet besluiten om deze krant nu weg te gooien. Alle andere lezers raad ik aan om nog wat te blijven. Er wachten hen twee pittige herinneringen.


Maar eerst naar De afspraak van dinsdag. U zat daar om met Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen te debatteren over Anna-Maria, die acht jaar oud werd op 9 januari laatstleden, één dag nadat ze met haar ouders en zusje van twee werd opgesloten in een gevangenis in Steenokkerzeel. Iedereen kent ondertussen haar droeve lot: Anna-Maria is hier geboren en zit in het tweede leerjaar in de Reuzenpoort in Borgerhout. Nu dreigt ze te worden gedeporteerd naar Armenië, het land dat haar ouders zijn ontvlucht.


Terwijl Vanobbergen met passie en argumenten de stelling verdedigde dat het eigenlijk niet verantwoord is wat hier gebeurt, onder meer omdat de overheid in dit dossier veel steken heeft laten vallen, stond bij u de vrieskou in de ogen. U bleef er aldoor volslagen onbewogen bij. Allicht zat u te denken: de griezelige kilte waarmee Maggie De Block ooit Parwais Sangari en andere perfect geïntegreerde jongelui in oorlogsgebied liet droppen, maakte haar megapopulair, dus laat ik dat ook eens proberen: de strikte, snoeiharde, onvermurwbare gezagsdrager uithangen. Regels zijn regels. Ordnung muss sein.


Geen grammetje mededogen had u met dat kind. En dan te bedenken dat ik in mijn prille loopbaan zelfs met ú - de volwassen, robuuste voorzitter van de liberale partij - al twee keer mededogen heb gehad. En getoond. Een eerste keer gebeurde dat toen ik u, samen met een collega, zat te interviewen over uw ideologie. We hadden het onder meer over uw overtuiging dat de overheid niet te betuttelend mag zijn, door bijvoorbeeld 16-jarige jongeren te verbieden om alcohol te drinken. Vrijheid, blijheid, luidde uw devies. Toen ik vroeg of Open Vld niet te veel nadruk legt op negatieve vrijheid en te weinig op positieve vrijheid, keek u alsof u door het raam van uw kantoor een nijlpaard zag voorbijvliegen. U antwoordde, lichtjes ontdaan: "Euh, voor een liberaal is vrijheid altijd positief."


Op dat moment besefte ik: oei, de voorzitter van Open Vld kent het verschil niet tussen negatieve vrijheid (de afwezigheid van een verbod) en positieve vrijheid (het vermogen om iets te doen) - iets wat toch tot de basiskennis van elke eerstejaarsstudent politieke filosofie behoort. Een voorbeeld, van filosofe Alicja Gescinska: arme mensen hebben in de winkel negatieve vrijheid zat, maar geen positieve: ze mogen alles kopen wat ze maar willen, maar ze hebben er geen geld voor. Dat u van dat verschil nog nooit gehoord had, hebben mijn collega en ik toen met de mantel der plaatsvervangende gêne bedekt.


De tweede keer dat ik niet doorvroeg omdat uw antwoord mij met verstomming sloeg, was toen we het over quota hadden. Liberalen zijn tegen quota, dat is bekend. Toch bent u als liberale vrouw voor quota, tenminste als het quota voor vrouwen zijn - jawel, u hebt meer empathie met machtige vrouwen in raden van bestuur dan met achtjarige meisjes in gesloten deportatiecentra. Toen ik u wees op die hersenverstuikende inconsequentie - vóór vrouwenquota, tégen quota voor Vlamingen met een migratieachtergrond - zei u: "In een ideale wereld zouden vrouwenquota natuurlijk niet nodig zijn."


Nu was het mijn beurt om onthutst uit het raam te kijken. Dat argument sloeg immers nergens op: het bevestigt alleen maar de inconsequentie. Maar ook toen besloot ik het zachtjes te laten rusten, vanuit het idee: men moet het die arme politici nu ook weer niet té moeilijk maken. Hun leven is al zwaar genoeg.


Maar daar kom ik vandaag dus op terug. Ik wil dat het voor iedereen duidelijk is dat u geen grondig fundament hebt als politicus, dat u de eigen ideologie niet kent en de eigen principes vlotjes de nek omwringt als het u zo uitkomt.


Dat doet u ook met Anna-Maria. U wil haar het land uit om een ferm voorbeeld te stellen. En dat is (1) onrechtvaardig, want vergelijkbare gezinnen werden wél geregulariseerd, en (2) het oneigenlijke gebruik van een menselijk wezen. Vraag dat maar eens aan Dirk Verhofstadt, die vroeger door uw partij werd betaald om filosofen op een A4'tje samen te vatten: voor een liberaal is een mens geen middel, maar altijd een doel op zich.


De vlucht die dit weekend gepland was, is geannuleerd, maar als u ooit toch aanvaardt dat het gezin Khmoyan op het vliegtuig naar Armenië wordt gezet om de publieke opinie te tonen dat het u menens is met het vreemdelingenbeleid, dan zal uw laatste restje politieke geloofwaardigheid samen met Anna-Maria dit land verlaten.


Joël De Ceulaer



Joke Schauvliege


Uitkijkpost 9 februari 2019


'Beste Joke Schauvliege, wat een flater, zeg!

Wat een misrekening! On-ge-lo-fe-lijk.'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Joke Schauvliege,


Wat een flater, zeg! Wat een misrekening! On-ge-lo-fe-lijk. Ik begrijp nog altijd niet wat u bezield heeft. Hoe hebt u zich zo kunnen laten vangen? Stom, stom, stom. Dat was toch echt nérgens voor nodig – dat ontslag van u, afgelopen dinsdag. Zelfs Anuna De Wever, qua moreel gezag vandaag toch een kruising van de paus en Martine Tanghe, heeft al laten weten dat uw aftreden “niet nodig” was. En ze heeft gelijk.


Akkoord, u had een fout gemaakt door in een zaal vol landbouwers, met naast u een duivelse mestvork, te beweren dat de Staatsveiligheid u had verteld dat er een complot achter de klimaatmarsen zit. Flauwekul, natuurlijk. Dat wist u zelf ook wel. Maar de verleiding was vermoedelijk groot om eens ferm te scoren bij de eigen achterban. U dacht wellicht: als Theo constant toert en toetert, dan mag Joke dat potjandorie ook weleens doen.


U hebt zich trouwens meteen verontschuldigd. De fout toegegeven, excuses aangeboden. Sorry, sorry, sorry. Tegelijk met de baas van Delhaize, overigens, die met een knoert van een advertentie door het stof ging omdat hij de speelgoedblokjes van een promotiestunt in iets te veel plastic had laten verpakken – een misdaad tegen de menselijkheid, zo leek het wel, waarvoor hij zich desnoods met pek en veren, op een middeleeuwse kar, elke week wil laten meevoeren tijdens de klimaatmarsen. Morele paniek: van alle tijden.


Mocht Bart De Wever uw voorzitter zijn geweest, dan hadden uw excuses ruimschoots volstaan, en dan had u vandaag nog steeds per ministeriële limousine door Vlaanderen gegleden – aangemoedigd door zijn woorden: “Doe zo voort, Joke. Doe voort!” Helaas zijn Wouter Beke en Hilde Crevits – respectievelijk de paus en de Martine Tanghe van de christendemocratie – uw bazen en wilden zij uw hoofd op het kapblok van de publieke opinie. Ja, nu verdedigen zij u, maar ze hadden u beter wat vroeger beschermd.


Versta mij niet verkeerd. Ik zeg niet dat u een goed minister was. In groene kringen hebt u het morele gezag van een platgereden egel. Maar dat was niet de reden van uw ontslag, dat is in België of Vlaanderen nooit de reden voor een ministerieel ontslag.


U hebt wel één heel zwakke flank. Weinig mensen weten dat, maar u werd in de politiek mee gelanceerd door ene Peter Vereecke, die twintig jaar gemeenteraadslid en zes jaar burgemeester was in uw thuisbasis Evergem. Tot hij rond de eeuwwisseling hier alles achterliet – partij, gezin, werk – en de wereld introk om zich te heroriënteren. Bij zijn terugkeer bleek hij te zijn veranderd in de grootste complotdenker die dit land ooit heeft gekend. Vereecke gelooft dat 9/11 opgezet spel was, dat vaccins dienen om ons en onze kinderen te vergiftigen, dat de Protocollen van de Wijzen van Zion een authentieke tekst is, dat we door het leger worden besproeid met chemicaliën in de vorm van zogenaamde ‘chem trails’, dat de maanlanding nooit echt heeft plaatsgevonden, en dat Elvis nog leeft en een bowlingbaan met snackbar uitbaat in Westerlo.


Dat u Vereecke nog altijd erkentelijk bent voor zijn mentorschap, mag blijken uit het feit dat u niet alleen ooit een parlementaire vraag stelde over chem trails, maar hem – toen u minister was – zelfs toegang verschafte tot uw kabinet en dat van uw partijgenoot en ex-collega Jo Vandeurzen – waar hij zijn complottheorieën mocht komen verdedigen. Al is ook dat geen reden tot ontslag. U bewees een rare man een vriendendienst, meer niet.


Het sms-bombardement, dan. Zou dat bij u de doorslag hebben gegeven? Ik sluit het niet uit. Dag en nacht op je privé-nummer onophoudelijk bestookt worden met duizenden sms’en – het kan er stevig inhakken en ik wens het niemand toe. Sommige critici, onder wie journalisten die beter zouden moeten weten, zeiden smalend dat u maar een tweede toestel moest kopen. Misschien wordt dat nu een nieuwe gewoonte, maar bij mijn weten bestaan er maar twee redenen waarom een politicus een tweede telefoontoestel nodig heeft: om zijn minnares of zijn drugdealer te bellen, of allebei – (m/v/x), dat spreekt. U had met andere woorden groot gelijk om geschokt te zijn door die sms-bom, maar het was geen reden om ontslag te nemen. Alles went, ook dat.


Tussen haakjes: wist u dat Peter Vereecke op 4 november 2014 door het hof van beroep in Gent werd veroordeeld omdat hij 180 (ja, 180!) e-mails had gestuurd naar de Vlaamse vaccinatieambtenaar? Niet wegens ‘stalking’ of ‘belaging’, maar wegens ‘het misbruiken van elektronische communicatiemiddelen om overlast te veroorzaken’. Ik zou zeggen: doe daar uw voordeel mee. Justice For Climate? Jawel. Maar ook: Justice For Joke!


Uw ontslag, mevrouw, was een flater, een misrekening, een nodeloze ingreep waarvoor ik geen redelijke verklaring zie. Gelet op het feit dat u straks in mei wellicht ruimschoots zult worden gecompenseerd door volop sympathiserende kiezers, houd ik als verklaring maar één piste over.


Het was een complot.


Sterkte nog en zeer gegroet,


Joël De Ceulaer



Theo Francken


Uitkijkpost 16 februari 2019


'Beste Theo Francken, net zoals prins Laurent krijgt u een forse dotatie waar weinig tegenover staat'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Theo Francken


Van alle potsierlijke praatjes waar u ons al jaren zo gul op trakteert, heeft dat over uw haarsnit mijn lachspieren tot dusver het meeste plezier bezorgd. Dat u een nogal rechts, soms zelfs extreemrechts imago hebt, vertelt u geregeld, komt doordat u er een beetje uitziet als een para, of als een skinhead – met die geschoren of licht bestoppelde schedel. Goed gevonden, dat moet ik toegeven, maar ik hoop dat u dat zelf niet gelooft – anders is dat behoorlijk slecht nieuws voor pakweg André Vermeulen, Stefan Blommaert, Stan Van Samang, Helmut Lotti en Bart Eeckhout, die er allemaal dezelfde haardos, maar – naar ik hoop en voor zover ik dat kan beoordelen – iets andere ideeën op na houden.


Overigens vind ik dat u er helemaal niet zo vervaarlijk uitziet, hoor. Mocht u een acteur zijn, dan zou men u perfect kunnen casten als bakfietsouder, nachtverpleger of dirigent van het plaatselijke kinderkoor. Met wat make-up, geëpileerde wenkbrauwen, de juiste lingerie en andere ongein zou u zelfs een convenabele travestiet kunnen neerzetten.


Om maar te zeggen: dat imago van u heeft niets te maken met wat er op uw hoofd staat, maar alles met wat erin zit en eruit komt. U hebt die reputatie van rechtse stokebrand omdat u tweet en praat en reageert en zich doorgaans gewoon gedraagt als een rechtse stokebrand. Soms zelfs als u zich er niet bewust van bent, wat bewijst dat het diep zit.


Wie u woensdag in Terzake bezig zag en goed heeft opgelet, weet wat ik bedoel. Op een bepaald moment citeerde Kathleen Cools VB-Kamerlid Barbara Pas, die had opgemerkt dat u moord en brand zou hebben geschreeuwd mocht die fraude met humanitaire visa zich onder PS-bestuur hebben voorgedaan. U vond dat geen lastige vraag, want u begon meteen te glunderen. “Maar dat is absurd”, lachte u. “De PS zou nooit christenen redden uit Syrië! Dat zouden ze nooit doen! Daar zijn ze helemaal tegen! Die hadden gewoon die christenen laten creperen!” Waarmee u de wereld op z’n kop zette: wat de PS zou doen, dat weet u niet. Wat u wél weet, is het omgekeerde: dat u, mijnheer Francken, via die humanitaire visa nooit moslims hebt gered uit Syrië. Dat zou u nooit doen! Daar bent u helemaal tegen! Die hebt u gewoon laten creperen! Met mijn excuses voor het rauwe taalgebruik – ik citeer u maar gewoon.


Tussen haakjes, als ik even mag: ik heb het ondertussen wel gehad met die ‘klauwen’ van IS. Ik begrijp dat het een debatfiche betreft waar men in Vlaams-nationalistische kringen geweldig aan gehecht is, want zolang IS kan klauwen, en zolang IS tanden heeft, lopen mensen groot gevaar. Maar niet alleen christenen, en zéker niet alleen mensen met geld genoeg om uw entourage om te kopen. Dat N-VA donderdag filmpjes lanceerde waarin Syrische christenen getuigen dat Jezus u had gestuurd om hen te redden, is zelfs voor iemand met uw haardos beneden alle peil. Jezus zou u de Wetstraat uit ranselen. Met mijn excuses voor het rauwe taalgebruik – ik citeer het evangelie maar gewoon.


Er viel mij deze week nog iets op, trouwens. U vertoont sterke gelijkenissen met iemand die ook al dagenlang het nieuws beheerst. Raad eens. Geen idee?


Prins Laurent! Jawel, u hebt meer gemeen met die malle prins dan u zou denken. U bent allebei erg impulsief, lichtjes excentriek, afwisselend manisch en dan weer sloom. U lijdt allebei aan een rare combinatie van hoogheidswaan en zelfbeklag. En, niet te vergeten: u krijgt allebei een forse dotatie waar weinig concrete resultaten tegenover staan. Nog een geluk dat uw amusementswaarde hoog ligt. Never a dull moment met Theo en Laurent.


Er is maar één betekenisvol verschil. Prins Laurent staat recht in zijn schoenen en bracht in de kwestie van de Libische miljarden deze week mee de waarheid aan het licht. U bent er nog altijd niet in geslaagd om dat visa-dossier deftig, transparant, waarheidsgetrouw en volledig toe te lichten en zakt steeds dieper het moeras in – nu blijkt er zelfs een link te bestaan met het Antwerpse drugsmilieu. Jezus, Maria, Jozef!


Kent u Over water, die topserie van Tom Lenaerts en Paul Baeten Gronda? Wat mij altijd heeft verbaasd, is de mededeling in de generiek dat de serie gebaseerd is op ware feiten. Eerst kon ik dat niet geloven, maar nu wel. Zondag zien we de ontknoping van het eerste seizoen. Na het nieuws van de laatste dagen, en met de woorden van uw voorzitter – dat de onderwereld maar één klik verwijderd is van de politiek – in het achterhoofd, stel ik mij bij die ontknoping de meest bizarre taferelen voor. Omdat de werkelijkheid de fictie overtreft, sluit ik niets uit. Ook niet dat u, in de laatste scène, met kapselgenoot Tom Van Dyck en partijgenoten Melikan Kucam en Annick De Ridder een Colombiaanse container aan het leegroven bent. En dat Tom Lenaerts dan als een deus ex machina verschijnt en verontwaardigd roept: “Zijt ge niet beschaamd?! Los het op, boys!”


Het zouden wijze woorden zijn.


Met de meeste hoogachting,


Joël De Ceulaer



Dirk De Wachter


Uitkijkpost 23 februari 2019


'Beste Dirk De Wachter, ik denk – ga even zitten – dat ik een klimaatdepressie heb'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Dirk De Wachter,


Ik schrijf u deze brief omdat ik ten einde raad ben. Ik zit in de put en zou niet weten hoe ik mij ooit nog een weg naar boven kan banen. Er brandt geen licht meer aan het einde van de tunnel – zeer gunstig qua energieverbruik, maar slecht voor de levenslust.


Ik wend mij tot u omdat ik u altijd bewonderd heb. U bent de man die Vlaanderen heeft verzoend met de gewonigheid, met de soms beklemmende banaliteit van het leven en de bijbehorende tegenslagen. U leerde ons om af en toe een beetje ongelukkig te zijn. Wie het dipje niet eert, is de tevredenheid niet weerd: het klinkt als een inspirational quote om op te schieten, maar als u het zegt, wordt het een bezwerende formule. Er zit iets in uw toon dat zalvend en genezend is. Als een andere psychiater zegt dat we vaker moeten gaan wandelen, begint iedereen te geeuwen. Als u dat zegt, klinkt het alsof u een tekst citeert die werd aangetroffen op een geheim perkament dat eeuwenlang verborgen zat in de piramide van Cheops. Zelfs als u een klein bruin gesneden bestelt, klinkt u wellicht alsof u een diepe waarheid omtrent de menselijke existentie blootlegt.


Ik heb altijd uw adviezen gevolgd, mijnheer De Wachter. Ik koester het gewone, ga vaak wandelen en probeer af en toe een beetje ongelukkig te zijn. Maar de laatste tijd word ik verzwolgen door duisternis en angstaanvallen. Ik sta hyperventilerend op en ga afgemat weer slapen. Ik sleur mij door de dagen. En nee, er is niets mis met mijn persoonlijke of professionele leven, daar ligt het allemaal niet aan. Het is iets Anders, iets Groters, iets Wezenlijkers. Ik denk, dokter – ga even zitten – dat ik een klimaatdepressie heb.


Menig cynicus barst nu in lachen uit, maar als vakman weet u waarover ik het heb. Ze staan tegenwoordig elke dag in de krant, de symptomen en syndromen waar je zoal last van kunt hebben als geëngageerde burger: benevens de klimaatdepressie zijn dat nog de milieumelancholie, de vliegschaamte, de landschapspijn en de ecorexia – aan dat laatste lijden mensen die echt niets meer durven te consumeren, uit vrees voor de bijbehorende uitstoot aan koolstofdioxide die ze daarmee teweegbrengen.


En láp. Dat heb ik dus. Toen ik dat deze week ineens besefte, was het alsof er een gletsjer op mijn hoofd viel. Van de weeromstuit besloot ik om bij u hulp te zoeken.


De ellende begint voor mij doorgaans in de loop van de nacht, als ik badend in het zweet het bed verlaat en begin te slaapwandelen, omdat ik een nachtmerrie heb gehad over de stijgende zeespiegel – mijn vrouw heeft al drie keer de brandweer moeten bellen om mij van het dak te halen, waar ik wellicht beschutting wil zoeken voor het wassende water. Bij het ontwaken val ik dan meteen ten prooi aan ademangst. Ik weet ook wel dat mijn bijdrage aan de wereldwijde uitstoot verwaarloosbaar is, maar dat argument aanvaard ik dus niet meer, ook niet van mijzelf. Voor de planeet zou het beter zijn mocht ik nooit hebben bestaan. In mijn zwartste momenten vervloek ik de dag dat ik geboren ben. Ja, ofschoon ik een 54-jarige man ben, kamp ik nu met een postnatale depressie.


Ik heb, mijnheer De Wachter, geprobeerd om op eigen kracht wat rust te zoeken in het hoofd. In de kelder bouwde ik, met louter hernieuwbare materialen, een klimaataltaar, opgedragen aan de heilige drievuldigheid Greta, Kyra en Anuna. Daar doe ik elke dag aan spijbelexegese en lees ik in het evangelie volgens Nic Balthazar. Maar het helpt me voor geen meter. Bij alles wat ik gebruik en consumeer in deze neoliberale hel grijpen de angsten mij om beurten bij de keel: zo ga ik nu al gebukt onder kwikschrik, vliegverdriet, smulschroom, biefstukberouw, plasticpaniek, poolkapparanoia, autorexia – en de teller blijft tikken. Mijn leven is één grote koolstofkramp geworden. Ik schaam mij zelfs voor de streek waar ik ben opgegroeid: was ik vroeger trots dat mijn roots in de industriële Umicore-cité liggen, dan is dat paradijselijke oord nu mijn schaamstreek geworden. Ik lijd, kortom, aan uitstootgêne, als was ik een lid van het directiecomité dat middenin een belangrijke vergadering plots last krijgt van extreme winderigheid.


Wat me eraan doet denken: boontjes uit Kenia eet ik uiteraard ook niet meer. Sinds ik heb geleerd dat die gigantische koelkasten in de Colruyt ook enorm veel uitstoten, eet ik zelfs helemaal géén fruit en groenten meer – weg met de rauw-, wat zeg ik: rouwkost die onze planeet onrechtstreeks aan het verstikken en versmachten is.


En dan moet het ergste nog komen. De factuur voor al dat klimaatkwaad. Die zal mij, en vele anderen, echt naar de rand van de afgrond duwen. Ik voel een fiscusfobie opdoemen en verwacht een Calvo-claim en Almaci-aanslag waarbij de Turteltaks zal verbleken.


Nu is dit mijn vraag, dokter: hoort al dat ongeluk nog bij de gewonigheid van het leven of mag ik toch eens – geheel klimaatneutraal, dat spreekt – bij u op de sofa komen liggen?


Uitstootvrije groet,


Joël De Ceulaer



Koen Geens


Uitkijkpost 2 maart 2019


'Beste Koen Geens, terwijl ik naar ‘Temptation Island’ zat te kijken, moest ik aan u denken'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Koen Geens,


Afgelopen woensdag, terwijl ik in uitgesteld relais naar Temptation Island zat te kijken, moest ik ineens aan u denken – niet uit vleselijk oogpunt, uiteraard, maar louter in uw hoedanigheid van beleidsmaker. Ik zag ineens een verband tussen een van uw laatste wetsontwerpen en de in alcohol gedrenkte sekskermis op dat exotische eiland. Ik zie uw wenkbrauwen nu verrast de hoogte in schieten, maar zal dat straks toelichten.


Eerst leg ik de andere lezers graag uit waarom ik niet Jan Peumans koos als (m/v/x) van de week. Simpel: omdat een man die eerst in tien jaar tijd anderhalf miljoen euro netto heeft binnengesnokt dankzij zijn partij, en dán komt mopperen dat die partij ontspoord is, slechts een krachtige bulderlach en de eeuwige vergetelheid verdient. Ook Hendrik Bogaert, die na zijn pleidooi voor een totaal hoofddoekverbod deze week ineens begon te raaskallen over “etnocide op de Vlaamse cultuur”, is wegens verregaande kolder in de kop niet langer aanschrijfwaardig. En het vertrek van Lieven Van Gils als talkshowhost aangrijpen voor een voorspelbare uitlachbrief, dat is schieten op de ambulance.


Vergeleken met de ravage die gokken aanricht in onze samenleving,

is ‘Temptation Island’ materiaal voor een Ketnet-musical.


Ik heb, mijnheer Geens, deze week voor u gekozen, omdat ik denk dat het nog niet te laat is om u voor een fatale beslissing te behoeden. En dat schoot mij dus te binnen terwijl ik zat te kijken naar het programma dat volgens de weldenkende consensus het laagste is wat de televisie ooit heeft voortgebracht: Temptation Island, waar verleiders (m/v) jacht maken op jongens en meisjes die hun liefde voor elkaar op de proef willen stellen.


Als trouwe kijker begrijp ik de bezwaren. Door mensen zo te isoleren in een paradijselijk oord, voortdurend vol drank te kappen en intieme situaties uit te lokken, exploiteer je de zwakste plekken in de menselijke natuur. Het gaat hier om jonge mensen, vaak nog geen twintig, die worden geplaagd en getriggerd en uitgedaagd tot ze voor de bijl en van bil gaan. Dat wordt dan getoond aan hun partner aan de andere kant van het eiland, zodat die besluit om ook maar eens met zo’n casanova dan wel femme fatale de bedstede in te duiken. Dat is altijd vermakelijk, vaak ontluisterend, soms diep vernederend. Denk aan wat Deborah vorig jaar overkwam: de ene dag vroeg vriendje Tim haar ten huwelijk, nog geen week later beloofde hij eeuwige trouw aan verleidster Cherish – aan enthousiasme geen tekort, die jongen.


Ik kan mij voorstellen, mijnheer Geens, dat u als keurige christendemocraat neerkijkt op dat vulgaire volksvermaak – zelfs als u weet dat men in het Vaticaan Temptation Island speelt met minderjarigen. Ik neem aan dat u die exploitatie van de menselijke zwakheid verderfelijk vindt. Wie de feilbare mens de afgrond in lokt, is geen vriend van Jezus.


Zelf heb ik daar minder moeite mee. Voor de liefhebbers van evolutiebiologie is het een leerzaam programma, die jongelui weten waarvoor ze kiezen, het zijn er maar acht en ze houden er doorgaans een bijverdienste in het schnabbelcircuit aan over. En die Deborah was Tim beter kwijt dan rijk, geloof me, dus laten we onze verontwaardiging opsparen voor een iets nobeler doel. Keuze zat, wat dat betreft.


Mag ik een suggestie doen? We binden de strijd aan met de goklobby, tégen uw eigen wetsontwerp, dus. Als uw gokwet, die deze week in de bevoegde Kamercommissie werd aangenomen, straks in de Kamer wordt goedgekeurd, pleegt u immers schuldig verzuim ten aanzien van de zwakke, feilbare mens die door gewiekste gokbaronnen meedogenloos de dieperik wordt in gesleurd. Vergeleken met de ravage die gokken aanricht in onze samenleving, is Temptation Island materiaal voor een Ketnet-musical.


Ik wil u vragen om nog eens aandachtig te luisteren naar wat oppositieleden Stefaan Van Hecke en Peter Vanvelthoven over dat gokbedrijf te melden hebben. Live betting moet u niet reglementeren, maar verbieden. De minimumleeftijd moet omhoog en de maximumbedragen naar beneden. Jan Peumans, ja, die heeft geld genoeg om iedere week 500 euro te vergokken, voor normale mensen is dat een integraal salaris. De gokreclame mag ook verdwijnen, trouwens. Door die advertenties en reclamespots worden mensen geplaagd, getriggerd en uitgedaagd tot ze voor de bijl gaan. Ze zinken weg in een schuldenspiraal, verliezen have en goed, en eindigen als hoopjes miserie – zónder bijverdienste in het schnabbelcircuit.


U bent een man van de wereld, mijnheer Geens. U hebt in de Wetstraat vast al gezien wat pakweg cocaïne met een mens kan doen. Welnu, gokken is nog erger. Gokken moet met alle wettelijke middelen worden bestreden. Hier ligt voor u een historische kans.


Neem een evangelie, ga naar de passage over de tempelreiniging, maak een gesel van touwtjes, ontbied de goklobby in uw kabinet en ransel hen de straat op met de woorden: “De samenleving moet veilig zijn, en jullie hebben er een rovershol van gemaakt.”


Het zal van u een beter en gelukkiger mens maken. Wedden?


Christelijke groet,


Joël De Ceulaer



Wouter Beke


Uitkijkpost 23 maart 2019


'Beste Wouter Beke, het probleem zijn niet de rechtse populisten, maar partijen zoals de uwe'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Wouter Beke,


Ik schrijf u met gevoelens van louter barmhartigheid, daartoe aangespoord door de spindoctor in mijzelf, die altijd klaarstaat om politici uit een benarde situatie te bevrijden – in uw geval: uit al dat gedoe na die rare tanktweet die u deze week verstuurde.


Het stond in vrijwel alle kranten: vlak voor uw vertrek naar Antwerpen liet u zich vorige dinsdag fotograferen naast een tank op een plein in uw thuisbasis Leopoldsburg. U zette die foto op Twitter met de mededeling dat u, gelet op al die granaten in de Scheldestad, ‘gepast vervoer’ had voorzien. Nu u na ongeveer honderd jaar in de Antwerpse oppositie zit, kan een grapje jegens het stadsbestuur er wel af, zult u gedacht hebben. Niet geheel onterecht. Zolang hij daar geen gewoonte van maakt, mag zelfs een christendemocraat al eens lachen – voor de precieze dosering verwijs ik u graag door naar Rik Torfs.


Helaas wist niet iedereen uw geintje te smaken. Burgemeester Bart De Wever vond dat u een gebrek aan klasse had vertoond, en in Villa Politica werd u op het matje geroepen als had men u betrapt op wildplassen in de parlementaire wandelgangen. Linda De Win trok bijna letterlijk aan uw oren met de waarschuwing dat u voortaan beter moet oppassen, en daarna kwam ene Wouter Verschelden met diepzinnige frons verklaren dat u met die tweet uw eigen ruiten had ingegooid. Gelet op het feit dat Twitter door sommige andere politici afwisselend wordt gebruikt als een galg, een schietkraam en een vuilnisbak, vond ik dat oordeel buiten proportie – alsof De Win en Verschelden in het kalifaat gasboetes zouden uitdelen aan IS-strijders omdat ze sigarettenpeuken op straat gooien. U stond bij die publieke vernedering op televisie maar wat schaapachtig te lachen.


Sta me toe dat ik u twee scenario’s voorstel om voortaan beter en slimmer te reageren. Voor het eerste baseer ik mij op de modus operandi van Bart De Wever zelf. Die is zeer eenvoudig: als je wordt aangevallen, hang dan eerst het slachtoffer uit en sla vervolgens dubbel zo hard terug. U had dat bijvoorbeeld kunnen doen door sluw aan te knopen bij de ‘yogasnuivers’ waar de N-VA-voorzitter het onlangs over had. Kent u de beroemde Humo-column nog waarin Tom Lanoye bekende Vlaamse homo’s, die toen nog in de kast zaten, outte door alleen de medeklinkers van hun naam te vermelden, met onder meer het showbizzkoppel ‘Lc pprmnt’ en ‘Brt Kll’? Wel, u zou zo’n lijstje kunnen maken van alle u bekende politici die zich weleens in een warm bad laten glijden en niet de aderen, maar de neusgaten wijd openzetten om wat weerbaarheid op te snuiven. U zou daar dan grijnzend aan kunnen toevoegen dat het toch al gauw een granaat of vijf per maand zou schelen mochten die luxegebruikers alvast stoppen met hun consumptie.


Tussen haakjes: ik ga er nu voor het gemak even van uit dat het aantal cokeheads bij uw partij significant lager ligt dan bij sommige van uw concurrenten – jazeker, ik geloof nog in de zelfbeheersing en algehele zedelijkheid van de modale christendemocraat.


Vandaar het tweede scenario dat ik u wil voorleggen, want met de BDW-strategie komt u nooit weg. Die is niet per se ongepast in de Wetstraat, maar ze past niet bij ú – u moet het anders aanpakken. U moet, mijnheer Beke, de smalle weg van het simpele fatsoen kiezen. De verkiezingen in Nederland bewijzen eens te meer dat het geen zin heeft om rechtse populisten achterna te hollen, om te zeggen dat ze de juiste vragen stellen maar de foute antwoorden geven. Dat zeggen we hier al dertig jaar, met alle bekende gevolgen vandien. Uw partijgenoot Pieter De Crem, die het stuur naar rechts wil trekken, heeft dat nog niet begrepen – hij is de man die tot bloedens toe met een hamer op zijn vinger blijft kloppen in de overtuiging dat het verhoopte pijnstillende effect ooit zal intreden.


Voorts lijkt het mij aangewezen om strenger op te treden als Hendrik Bogaert dreigt met een totaalverbod op de hoofddoek. Het volstaat niet om dan zuinigjes te mompelen dat zulks het partijstandpunt niet is, nee, u moet dat héél duidelijk maken – een beetje zoals u dat met Viktor Orbán hebt gedaan. Leg eens uit wat uw personalisme precies inhoudt, bijvoorbeeld – dat mag met filosofen en af en toe een moeilijk woord erbij. De kiezer wil meer dan een voorzitter die, zoals dat heet in uw jargon, “goede beslissingen” wil nemen “voor de mensen”. Dat is geen politiek. Politiek is dingen zeggen waar anderen het mee óneens kunnen zijn. Het probleem, mijnheer Beke, zijn niet de rechtse populisten. Het probleem zijn partijen zoals de uwe: gezapige clubjes vol politieke dutsen die bang zijn om altijd en overal de eigen koers te blijven varen. Doe daar iets aan.


U mag deze raad in de wind slaan. Maar weet dat de kiezer in staat is om de pin uit de granaat te trekken. En dan passen al uw verkozenen straks in die ene tank, daar op dat pleintje, bij u thuis in Leopoldsburg. Stuurt u ons een foto?


Ik wens u veel sterkte,


Joël De Ceulaer



Jean-Claude Juncker


Uitkijkpost 9 maart 2019


'Beste Jean-Claude Juncker, carnaval is een vrijplaats waar alles kan en mag'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Jean-Claude Juncker,


Als voorzitter van de Europese Commissie bent u al wereldberoemd, maar volgend jaar rond deze tijd komt daar nog een schepje bovenop. In Aalst, dat kleine stadje waar een handvol dappere feestneuzen zich blijft verzetten tegen de gestaag oprukkende politieke correctheid, dreigt men u tijdens de volgende carnavalsstoet geweldig hard uit te lachen.


Schrik niet als u dan ergens een stijf mannetje – met een bezemsteel in het achterwerk – ziet rondwankelen terwijl het aldoor klaagt over rugpijn. Bedenk dan dat u het over uzelf hebt afgeroepen door uw woordvoerder deze week zo te laten uithalen in de kwetsende kwestie van de joodse praalwagen.


Wat wij nodig hebben, mijnheer Juncker, is een smaakintendant.

Iemand die wij het roer in deze barre tijden kunnen toevertrouwen.


Let wel, we waren blij dat íémand het tenminste deed. Normaal gesproken is het Michaël Freilich die zijn duivels ontbindt als de joodse gemeenschap zich op welkdanige wijze dan ook gekrenkt voelt. Maar Freilich is verhuisd van Joods Actueel naar de N-VA. En de burgemeester van Aalst, die de carnavalisten vurig verdedigt, is nu een partijgenoot van hem – en met partijtucht wordt bij de N-VA niet gespot, nog minder dan met joden.


Des burgemeesters reactie was overigens de juiste: carnaval is een vrijplaats, beperkt in tijd en ruimte, waar met alles kan en mag worden gegekscheerd, zelfs als dat smakeloos en onwelvoeglijk is. Carnaval is het satirische equivalent van wat vroeger kerkasiel was: een gebruik dat beschutting biedt tegen de wet. Dat u de Belgische overheid aanspoorde om hard op te treden was dan ook ongepast. Men kan van Aalstenaars veel zeggen – dat ze met carnaval toch maar een bende vetzakken zijn, bijvoorbeeld – maar niet dat ze een genocide op het joodse volk voor ogen hebben. In die streek is het veeleer de moslim die gevaar loopt.


Eigenlijk, mijnheer Juncker, zou carnaval niet eens een rimpeling mogen veroorzaken in het publieke debat, laat staan in de schoot van uw achtbare Commissie. We hébben het al zo druk met alle doordeweekse verontwaardiging. Ik overloop met u de oogst van een paar dagen debat in Vlaanderen. Volgens de collega’s van Het Laatste Nieuws kreeg VRT-journaliste Fatma Taspinar “een storm van kritiek” over zich heen omdat ze vijftigplussers “oudere mannen” had genoemd. In de literaire sector, las ik elders, is het tegenwoordig de gewoonte om manuscripten te laten nalezen door een sensitivity reader, die passages of woorden die gevoelig kunnen liggen bij deze of gene doelgroep uit de tekst filtert. En dan is er uiteraard nog wijlen Michael Jackson. Kan men, na de gruwelijke getuigenissen over misbruik, ’s mans muziek nog draaien? En zo ja, moet daar dan geen tekst en uitleg bij? De VRT vindt alvast van wel. Vóór elke song die men van de ‘King of Pedofilie’ nog ten berde zal brengen, zullen we voortaan een stichtende boodschap horen, om te vermijden – neem ik aan – dat we het nietsvermoedend op een dansen zouden zetten.


De consequenties van deze ingreep zijn niet te overzien. Wat moeten we nu aanvangen met het werk van pakweg Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Roman Polanski, Woody Allen en Walter Capiau? Kunnen we Louis-Ferdinand Céline nog ter beschikking stellen in de bibliotheek? Wat met Hugo Claus en Günter Grass, die in hun jeugd toch ook fout waren? Mogen we alleen nog genieten van kunst gemaakt door lieden wier persoonlijkheid zo opwindend en pikant is als een glas karnemelk? Moeten wij, mijnheer Juncker, het straks stellen met de muziek van Yevgueni en de films van Jan Verheyen?


Tussen haakjes: ook het omgekeerde komt voor. Soms is de sociale druk van dien aard dat je wansmaak goed moet vinden, dat je zelfs kinderen een dikke duim moet geven als ze gore praat uitslaan. Ik denk nu aan de jongerenhit ‘Hou je bek en bef me!’ van Merol, en de plakkaten waarop 15-jarige meisjes ons verzoeken om hun pussy te destroyen in plaats van the earth. Wat was er mis met ‘Heal the world, make it a better place’ – of wacht, laat maar. U snapt wat ik bedoel: wat kan, wat niet – niemand weet het nog.


Vandaar dit voorstel. Wat wij nodig hebben, mijnheer Juncker, is een smaakintendant. Iemand die wij in deze barre tijden het roer kunnen toevertrouwen. Iemand die knopen kan doorhakken als wij ons weer eens radeloos afvragen wat nog geoorloofd is. Ik zie maar drie mensen die dat kunnen: Mia Doornaert, Rik Torfs en uzelf. U combineert, nog meer dan de andere twee, de ernst van het wereldleiderschap met de frivoliteit van de zotskap – u durft Guy Verhofstadt al eens door de haarbos te roefelen en het zou mij niet verbazen mocht u ooit een protkussen op de stoel van Angela Merkel hebben gelegd. U bent streng, maar er mag nog eens gelachen worden – ú hebben we nodig. Van carnaval blijft u af, maar de rest van het jaar zegt u hoe het hoort.


Tot slot nog even over dat rugprobleem van u. Daar zal volgend jaar in Aalst dus duchtig mee worden gespot. Wees dan niet boos, en probeer uzelf intussen goed te verzorgen. Ik heb mij laten vertellen dat een borrel wonderen kan doen.


Gezondheid en olijke groet,


Joël De Ceulaer



Wim Slabbinck


Uitkijkpost 16 maart 2019


'Beste Wim Slabbinck, liefde is geen checklist, dan nog liever loting'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Wim Slabbinck,


Ja, ik schrik er zelf ook van. Dat u hier ineens zo prominent staat. Na een dag met zo’n hartverscheurend nieuws. En als relatief onbekend seksuoloog. Als er deze week per se een seksuoloog moet worden aangeschreven, zou je denken, dan moet het toch Goedele Liekens zijn. Zij zal zich straks immers met een positief, krachtig, ambitieus, constructief, ondernemend, energiek, dynamisch en liberaal project aan de kiezer presenteren. En ze hád al zoveel gedaan waarvoor wij haar dankbaar moeten zijn. Zo leerde ze de Vlaamse jeugd begin de jaren negentig dat men bij het verstrekken van een blowjob best constant het woord ‘meloen’ kan mompelen – en niet ‘ananas’, bijvoorbeeld, om redenen die geen nadere uitleg behoeven. Sindsdien heeft ze zoveel boeken over seks geschreven dat we vandaag meer weten over onze penis casu quo vagina dan goed voor ons is. En zo is het gras nogal grondig voor uw voeten weggemaaid – er blijft maar een klein streepje over, vermoed ik, waarop u als seksuoloog nog het verschil kunt maken.


Dat probeert u in Blind Getrouwd, het VTM-programma waaraan u als expert verbonden bent en waarvan mijn geliefde en ikzelf trouwe kijkers zijn. Het concept is bekend: twee mensen worden op basis van hun eigenschappen en verlangens aan elkaar gekoppeld en bij de eerste ontmoeting meteen in de echt verbonden. Ze hebben dan vijf weken de tijd om te beslissen of ze dat zo willen houden of niet. Onderweg komen ze een paar keer op consultatie bij de experts, die hen nauwgezet begeleiden. Onder meer bij u, dus.


Afgelopen maandag zaten Line en Victor op uw sofa. Zij kunnen het al goed met elkaar vinden, vertelden ze, maar De Klik is er nog niet – versta: ze hebben het meloenstadium nog niet bereikt. Enfin, Viktor is daar volgens mij stilaan klaar voor, maar voor Line mag het allemaal niet te snel gaan. Wat nu gezongen? Wat kunnen ze doen?


U begon terstond diep na te denken, zoals men dat van een expert mag verwachten. Er was iets, zagen wij u peinzen, dat zou kunnen helpen. Maar wat precies? Waar stond dat ook weer in uw cursus? Even bood u de aanblik die Einstein moet geboden hebben toen hij zich afvroeg wat er zou gebeuren als hij zich met lichtsnelheid zou voortbewegen. Tot u plotseling de keel schraapte en zei: “Probeer af en toe samen iets te doen.”


Thuis vielen mijn geliefde en ik omver van zoveel inzicht. En u was nog niet klaar. Samen iets doen – tja, dat is gemakkelijk gezegd, maar wát dan? Samen de stoep vegen? Samen naar het weerbericht kijken? Samen naar de klimaatmars? Mogelijkheden zat. Opnieuw maakte een diepe frons zich van u meester, tot u Line en Viktor bedachtzaam aankeek en sprak: “Probeer iets te doen wat jullie allebei fijn vinden. Dat schept een band.” Terwijl Line en Viktor beloofden het erop te wagen, besefte ik ineens: dit programma is een nog grotere oplichterij dan al die witte konijnen op de lijsten van Open Vld.


Het begint al bij het matchen van de kandidaten, uit die vele duizenden inzendingen. Dan staat u daar rond een tafel, samen met de andere experten en de Deense seksuoloog Gert Martin Hald, die beweert dat zijn model de duurzaamheid van relaties kan voorspellen. Als u, op basis van een lange checklist, vijf koppels hebt gevormd, staat u met z’n allen te glunderen alsof u de relativiteitstheorie met de kwantumfysica hebt verzoend. Terwijl ik denk dat de kans op goeie koppels groter is als je die namen in twee trommels gooit en daar willekeurige duo’s uitvist – liefde bij loting, zeg maar, met een knipoog naar David Van Reybrouck. Maar zónder checklist. Wedden dat dit seizoen vier van uw vijf koppels op de klippen lopen? Liefde, mijnheer Slabbinck, is geen checklist.


Mag ik mijzelf even als voorbeeld nemen? Ik ben een oudere man met licht overgewicht die thuis de hele dag in de weg loopt omdat hij niet naar kantoor gaat, die soms urenlang lamlendig ligt te lezen in de zetel en vaak ’s morgens om 5 uur al recht uit bed achter zijn computer kruipt, waar hij ’s avonds om 20 uur dan nog altijd zit, niet gedoucht en in zijn onderbroek – volop ruziemakend op Twitter met mensen die hij niet kent. Eerlijk: krijgt u dat verkocht op de relatiemarkt? Aha! En toch heb ik de liefste vrouw ter wereld.


Wél boeiend aan Blind Getrouwd is wat het programma zegt over de tijdgeest: wij leven onder het juk van de zelfbeschikking en zijn dat beu. Ik voel bij sommige kandidaten een bijna religieus verlangen naar een hogere macht die de belangrijkste beslissing van hun leven in hun plaats neemt. De nepformule van de expert als deus ex machina.


En toch blijven wij kijken. Vorige week gingen Line en Viktor op bezoek bij haar ouders, en vroeg de mama of ze al gekust hadden. Toen stonden mijn tenen op het einde van het programma zo krom dat mijn geliefde ze stuk voor stuk moest rechttrekken. Gelukkig is dat iets wat wij allebei fijn vinden, en schept dat een band.


Warme groet


Joël De Ceulaer



Ben Weyts


Uitkijkpost 13 april 2019


'Beste Ben Weyts, mensen die elke dag in de file staan,

doen dat niet voor de lol, maar om te gaan werken'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Ben Weyts


Van al uw talenten, die toch niet gering in aantal zijn, vind ik dat gespierde geheugen het indrukwekkendst. Uw vermogen om debatfiches van de N-VA-propaganda-afdeling tot op de komma af te dreunen, is ongeëvenaard. Deze week bleek dat u zelfs in staat bent om ze meteen te memoriseren als ze gehakt maken van een maatregel waar u als Vlaams minister jaren aan hebt gewerkt. Ineens zat u overal te verkondigen dat u rekeningrijden niet door onze strot zult rammen, omdat er geen draagvlak voor bestaat. Dat was geen flipflop meer, maar een achterwaartse salto met anderhalve schroef.


Het verbaast mij niet dat u CD&V-collega Servais Verherstraeten ooit een zielsverwant noemde. Ook hij is een gedecoreerd lid van de Orde der Debatfiches. Als zijn voorzitter beweert dat het elke dag sneeuwt en vriest in de Sahara, dan zal Verherstraeten naar het spreekgestoelte schrijden om die bewering vurig te verdedigen – ook al valt op datzelfde moment in de Kamer een livestream uit de Sahara te zien waarop men de koperen ploert hoog in de lucht ziet staan. Zegt de voorzitter wit, dan is het wit. Zegt hij zwart, dan is het zwart. Zo is dat ook bij u. Dat is, hoe gek het ook klinkt, zielig én heldhaftig tegelijk. Heel soms, mijnheer Weyts, doen Verherstraeten en u mij denken aan de betreurde bard Paul Severs: harde werkers die hitjes scoren, maar nooit doorstoten naar de echte top.


Wat uw haarspeldbocht over de kilometerheffing dubbel zo pijnlijk maakt, is dat niet alleen Vlaams Belang, maar ook Jean-Marie Dedecker uw plan heeft getorpedeerd – hij is nog maar pas lijstduwer, maar staat qua free speech al ver bóven u in de pikorde. Dat is de belediging bovenop de blessure: Dedecker mag tekeergaan, u moet doen alsof u nooit een eigen mening hebt gehad. Ik kan mij voorstellen dat u ’s nachts soms in uw kussen ligt te bijten, terwijl u snikkend De Vlaamse Leeuw neuriet.


Over uw palmares mag de N-VA nochtans niet mopperen. U hebt vijf jaar lang zowat elke zondag het middagnieuws gehaald. Was het niet omdat u de eerste spadesteek van een fietspad ging verrichten, dan wel omdat u een dolfinarium ging sluiten, een hondenasiel moest openen of schapen kwam behoeden voor de onverdoofde slacht. Vooral met de beestjes hebt u gescoord. U had – het moet gezegd – een Draagvlak voor Dieren.


Uw gevoeligheid voor onrecht jegens dieren is volkomen authentiek. Iedereen herinnert zich uw twee appelflauwtes op het spreekgestoelte van het Vlaams parlement, toen u zo onsamenhangend begon te klinken – zelfs de debatfiches was u vergeten – dat u net niet per draagberrie moest worden afgevoerd. Mocht iemand toen via neus of gehoorgang een cameraatje tot in uw hersenen hebben kunnen manoeuvreren, dan had men daar de állereerste foto van een zwart gat kunnen maken. Er is nooit opheldering verschaft over de oorzaak van die inzinkingen, maar ik denk dat u toen al de hele dag aan het piekeren was over al het dierenleed dat u nog moet bestrijden en dat het u plotseling te veel werd. Velen grijpen naar de fles bij zoveel machteloosheid, of gooien cynisch en sarcastisch de armen in de lucht. U niet. U trekt zich dat aan. U wordt als het ware één met het leed.


Dat brengt ons bij het rekeningrijden. Op zich: prima idee. De vervuiler betaalt! Eureka! Met het enthousiasme van alle krantencommentatoren bij elkaar opgeteld, had men een kleine gemeente een jaar lang van energie kunnen voorzien. Toch ben ik zo vrij om de afgelasting van uw plan een goede zaak te vinden. Om twee redenen.


Eén: de alternatieven deugen voor geen meter. U had het zo druk met dierenleed dat u vergat om De Lijn betrouwbaar en aantrekkelijk te maken. Twee: mensen die elke dag in de file staan, doen dat niet voor de lol, maar om te gaan werken. Het is de middenklasse op wielen, die – zo leerden we deze week – 76 procent van alle overheidsinkomsten betaalt en dus dokt voor zowat alles in dit land. De redding van de banken. De miljoenen waarmee uw partij in vastgoed belegt. Het pensioen van Jan Peumans. De studie die u over rekeningrijden liet uitvoeren door consultants die al 1.000 euro factureren als ze de telefoon moeten opnemen. Subsidies voor lieden die zich een Tesla kunnen veroorloven. Enzovoorts. En die mensen, plus de minder gegoeden die niet eens tot de middenklasse behoren, zou u óók nog eens laten betalen om in de file te staan? Nou. Voelt u hún leed niet? Nog geen appelflauwte op komst? De mens is ook een diersoort, hoor.


Neem een debatfiche en noteer: pas als de bussen vlot bollen en vermogenden even geestdriftig bijdragen als werkenden, zult u een draagvlak hebben voor rekeningrijden. En als u ons wilt foppen, door nu tégen en na 26 mei weer vóór te zijn, deze tip: geef de portefeuille mobiliteit aan een andere partij. Ze zullen in de file staan om te mogen meeregeren, dus u kunt hen laten betalen. Noem het een vorm van politiek rekeningrijden.


Mobiele groet,


Joël De Ceulaer



Nadia Sminate


Uitkijkpost  26 oktober  2019


'Beste Nadia Sminate, u hebt maandag de grens van de zelfvernedering verlegd'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Nadia Sminate,


Ofschoon ik geen enkel dier bezit, is het in mijn tuin verboden om kippen, schapen en kangoeroes te voederen. Tevens sta ik de weinige vrienden die ik na mijn bestaan in de media nog overhoud, nooit toe om op mijn oprit te parkeren als ze op bezoek komen, en zulks in weerwil van het feit dat mijn huis helemaal geen oprit hééft. Mensen lachen mij vaak uit als ik hen in kennis stel van deze strenge huisregels, maar ik weet dat u een van de weinigen bent die mij zal begrijpen. Ik verklaar mij nader.


Ofschoon het zwembad in uw gemeente nog een jaar gesloten was voor ingrijpende verbouwingen, kondigde u als toenmalig burgemeester van Londerzeel in juli 2017 al een boerkiniverbod af. Tegelijk was het voor uw loketbeambten streng verboden om een hoofddoek te dragen, al is er naar verluidt zelfs met een microscoop in Londerzeel geen enkele loketbeambte te bespeuren die zelfs maar zou durven probéren te overwegen om eventueel te willen nadenken over de mogelijkheid om ooit, misschien, het dragen van een hoofddoek als een vage, verre, virtuele optie te willen overpeinzen.


Op het eerste gezicht hebben wij, mevrouw Sminate, hetzelfde motto: beter voorkomen dan genezen! Better safe than sorry! Maar bij nader toezien staan onze wereldbeelden – gelukkig maar – geheel haaks op elkaar. Dat viel mij maandag nog maar eens op, terwijl ik naar De afspraak zat te kijken, waar u met meester Abderrahim Lahlali in debat ging over het terughalen van een aantal IS-strijders met piepjonge kinderen. Ik moet zeggen dat ik de redactie van De afspraak dankbaar ben voor de kans die zij mij elke week biedt om een politicus te zien imploderen. Vorige week nam uw N-VA-collega Assita Kanko die honneurs waar, deze week was het uw beurt. Over hetzelfde onderwerp, nota bene.


Woensdag had ik nog de eer en het genoegen gehad om Lahlali, uw tegenstrever in het debat, tegen het lijf te lopen op de presentatie van het boek Verdwaald in verlichting van filosoof Patrick Loobuyck en imam Khalid Benhaddou. Een boeiende avond. U had erbij moeten zijn. Zo verwees Loobuyck naar het motto van de beroemde verlichtingsfilosoof Immanuel Kant: “Sapere aude!” Durf te denken! In politiek jargon vertaald: “Gooi die smerige debatfiches nu eens in de vuilnisbak en wees gewoon eerlijk in een debat!”


Het is sommige lezers misschien ontgaan, want de pers heeft er – vermoedelijk uit louter mededogen – weinig tot geen aandacht aan besteed, maar u hebt maandag de grens van de zelfvernedering flink verlegd, toen u tijdens de discussie Lahlali ineens toesnauwde: “Mensen zoals u en ik, met buitenlandse roots, moeten bewijzen dat we weten welke kansen wij hier in Vlaanderen gekregen hebben. En u doet het omgekeerde.”


Bon. Twee dingen.


Eén. Mensen zoals u en Lahlali mogen vanzelfsprekend dankbaar zijn. Dankbaarheid is een fraaie eigenschap. Wie niet kan slapen, kan ’s avonds beter zijn zegeningen dan zijn schapen tellen – als hij er al heeft. Lang leve de dankbaarheid! Alleen hoeft u met uw achtergrond natuurlijk geen greintje meer dankbaarheid te tonen dan iemand zonder die achtergrond. Schrik niet, mevrouw Sminate, maar u bent hier geboren en getogen, net zoals ik, meester Lahlali, Bart Schols en Bart De Wever. Dat u bereid bent om zich door uw partij, die in Het Nieuwsblad liet optekenen dat uw dankbaarheid terecht is, zo te laten gebruiken, vind ik bijzonder treurig. Eerst maakte men van u de – excusez le mot – boerkinibabe, nu maakt men van u de dankbare allochtoon. Ik zou dat in uw plaats niet pikken. Ieder rechtschapen mens zou zich moeten verzetten tegen die vileine tweedeling op basis van achtergrond.


Twee. U vindt dat meester Lahlali die IS-schurken niet zou mogen verdedigen. “Ik kan daar niet bij”, zei u. “En de hardwerkende Vlaming kan daar ook niet bij.” Nu sluit ik niet uit dat de hardwerkende Vlaming soms zó hard aan het werken is dat hij geen tijd heeft om daarover na te denken, maar in een rechtsstaat heeft iedereen recht op verdediging. Voorbeeldje: iemand die kinderen ontvoert, opsluit, misbruikt en vermoordt, heeft óók recht op verdediging. Al had Marc Dutroux, vanuit uw standpunt bekeken tenminste, zijn achtergrond mee – hij mag dankbaar zijn dat hij niet in pakweg Soedan geboren is, want dan had België hem gedeporteerd om in eigen land een straf uit te zitten.

Wel, dat geldt ook voor IS-gangsters. Over de kinderen mag zelfs geen discussie bestaan, maar ook die kerels zelf moeten naar hun geboorteland teruggebracht worden. Mag ik even herhalen wat kenners nu al enkele jaren roepen? Als wij hen niet terughalen, maar laten rondzwerven in het Midden-Oosten, mogen we helaas niet uitsluiten dat we vroeg of laat opnieuw een aanslag zullen ondergaan, door terroristen die uit het niets zullen opduiken. Wat gaat u, mevrouw Sminate, dan zeggen tegen de hardwerkende Vlaming?

Wie moeten we dan dankbaar zijn?


Verlichte groet,


Joël De Ceulaer, senior writer



Maike Wijnants


Uitkijkpost 16 november  2019


'Beste Maike Wijnants, u zou Francken en Van Langenhove over de knie moeten leggen.'

'Uw reactie na de brand is in het huidige klimaat niet minder dan een daad van verzet.'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Maike Wijnants


Ik draag al meer dan tien jaar met grote regelmaat een hoed, maar mocht dat niet het geval zijn, dan zou ik deze week zeker een exemplaar hebben gekocht – al was het alleen maar om hem voor u te kunnen afdoen, met een nederige en dankbare buiging namens alle mensen voor wie u voortaan een stichtend voorbeeld bent. Ik zou vandaag de hele krant kunnen vullen met woorden van hulde en bewondering. Uw reactie na de brand in het asielcentrum naast uw deur getuigde van zeldzame klasse.


Het beeld staat al dagen op mijn netvlies gebrand: hoe u zondag om twintig over elf ’s avonds werd wakker gebeld en – liefdevol uitgedost in de pyjama van uw overleden man – door het venster zag dat uw Ark van Noé in lichterlaaie stond. Het gewezen rusthuis, waarvan u altijd de leiding hebt gehad, zal straks onderdak bieden aan 140 asielzoekers, van wie een aantal met fysieke beperkingen kampt. Vandaar de keuze voor deze locatie: zo is het gebouw onder meer aangepast voor rolstoelgebruikers. U hebt op verzoek van Fedasil en het Rode Kruis dan ook besloten om het voor dat nobele doel te verhuren. U zou het gebouw evengoed kunnen verkopen om het geld te verbrassen tijdens een cruise naar de Caraïben, maar u doet liever iets voor uw medemens – zelfs als u zich zo de haat en bagger van extremisten op de hals haalt. In Het Nieuwsblad las ik dat het motto van uw Ark luidt: ‘Het is liefde, niet haat en wraak die deze wereld bewoonbaar maken.’


DAAD VAN VERZET

Dat klinkt zo melig dat ik er in normale omstandigheden eens krachtig bij zou geeuwen, maar in het huidige klimaat is zo’n houding niet minder dan een daad van verzet. U bent, om mijn goede collega Hugo Camps te citeren, ‘de voorhamer van ons geweten’. U beukt ons met de glimlach wakker. De jeugd van tegenwoordig doet weleens geringschattend over de ouderen onder ons, maar u doet hen met uw 79 lentes allemaal de broek af.


U bent een heldin en blijft op koers, ook na de brand. “Natuurlijk gaan we hiermee door”, zei u nog in de krant. “Op 25 december vier ik mijn tachtigste verjaardag. In februari zal ik mijn feestje houden, mét champagne voor alle asielzoekers. Of denk je dat ik mij laat tegenhouden door onverdraagzame haatzaaiers. Dan kennen ze mij nog niet.” Die ene uitspraak van u weegt even zwaar als het metersdikke archief aan opiniestukken tegen haat en racisme van de voorbije dertig jaar. Daden zijn sterker dan woorden.


HELDEN ZIJN SPELDEN

Na de oorlog – dat weet iedereen – is het gemakkelijk om de verzetsheld uit te hangen. Maar wie van ons kan met stelligheid te beweren dat hij dat ook écht zou durven? Wie Kinderen van de collaboratie zag, kan nooit uitsluiten dat hij in dezelfde omstandigheden misschien hetzelfde had gedaan. Wie Kinderen van het verzet ziet, beseft verduiveld goed dat het moed en stalen zenuwen vergt om jezelf en je familie zo op het spel te zetten. De vraag is niet: wie heult er mee? De interessante vraag is: wie heult er níét mee? Lafaards genoeg, het zijn altijd de helden die de spelden in de hooiberg zijn.


Ook vandaag. Het is geen oorlog, maar het klimaat verhit. Niet alleen uiterst rechts, ook centrumrechts, centrumtsjeef en centrumlinks pompen met de blaasbalg van de haat en hitsen de gemoederen op. Iedereen heeft het over een ‘asielcrisis’, terwijl haast niemand van ons ooit een asielzoeker van dichtbij heeft gezien. We worden zogezegd ‘overspoeld’ en ‘overrompeld’ door een ‘instroom’ die we ‘niet onder controle’ hebben, terwijl dit land beschamend weinig doet om die mensen te helpen. Het oordeel van de geschiedenis zal ons ooit met de voorhamer verbrijzelen.


OP DE BLOTE POEP

U bent een ‘bleiter’, las ik. Maar na de brandstichting, een vorm van uit de hand gelopen burgerparticipatie zeg maar, hebt u niet gehuild. U bent kwaad en onverzettelijk. Ik vind dat u die boosheid zou moeten kunnen omzetten in een nuttig gebaar, door – ik zeg maar wat – Dries Van Langenhove en Theo Francken eens over de knie leggen en op hun blote poep te kletsen. Of een andere politicus naar keuze, want in de politiek zijn de dapperen van geest dun gezaaid. Denk maar aan wat Walter De Donder, kandidaat-voorzitter bij CD&V en kabouter in bijberoep, onlangs tweette. Dat hij de herder wil zijn die áchter zijn kudde loopt, in plaats van ervóór. Waar de kudde precies loopt maakt niets uit, voegde hij daaraan toe, zolang iedereen maar bij elkaar blijft. Tegen zoveel onzin valt niet meer op te schertsen. Wat hij even vergeet: een genocidaire kudde blijft óók bij elkaar.


Wat mij eraan doet denken – ik wil uw oude dag niet nodeloos druk maken, dus ik hoop dat u mij de vraag vergeeft, maar: wanneer bent ú ergens verkiesbaar? Van mij mag u zo de Kamer in. Ik hoop in elk geval dat we uw stem nog lang en vaak mogen horen. Het ga u goed, mevrouw. Bij dezen wil ik al onze lezers verzoeken om zaterdagmiddag om 12 uur stipt allemaal een minuut lang voor u applaudisseren.

Ik hoop dat u het tot in Bilzen kunt horen.


Hoogachtend


Joël De Ceulaer, senior writer



Servais Verherstraeten


Uitkijkpost  9 november  2019


'Beste Servais Verherstraeten, men onderschat u,

maar dat deed men met onze huidige vorst vroeger ook'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Servais Verherstraeten,


Ik kom meteen terzake: dit land, om van de rest van de wereld nog te zwijgen, bevindt zich op de rand van de afgrond en alleen ú bent nog in staat om een fatale catastrofe af te wenden. U denkt nu natuurlijk meteen dat ik met u kom spotten, maar ik verzeker u dat het tegendeel waar is. U beschikt over zeldzame kwaliteiten, die in deze gure, miserabele tijden meer dan ooit van pas kunnen komen.


Dat de toestand hachelijk is, hoef ik u niet te vertellen. De wereld staat in brand. In 2050 zal Gent volledig onder water lopen. IS is aan het hergroeperen. Trump kan elk moment per abuis een atoombom lanceren. China stopt moslims in concentratiekampen. Er komt een nieuw seizoen van F.C. De Kampioenen. En bijna zes maanden na de verkiezingen is er nog geen spoor van een nieuwe regering. En niemand lijkt in staat om een doorbraak te forceren. Ik schrijf wel: lijkt. Want u bent volgens mij de man die we zoeken.


EEN VULPEN EN SOKKEN

Waarschijnlijk ben ik momenteel de enige die dat gelooft. U hebt, we moeten daar eerlijk in zijn, niet meteen de reputatie een krachtig leider of groot staatsman te zijn. Een buste, standbeeld of straatnaam zullen u voorlopig niet te beurt vallen. U bent tot dusver altijd een veeleer kleurloze partijsoldaat geweest bij CD&V. De man zonder eigenschappen, die elke ochtend het kantoor van de partijvoorzitter betreedt, eerbiedig salueert, de hielen tegen elkaar laat klakken, en vraagt: “Hier ben ik. Wat kan ik voor u doen? Wat wilt u dat ik zeg?” U slaapt met de debatfiches onder uw kussen, en laat uw vrouw u elke ochtend ondervragen. Op de jaarlijkse Grote Debatfichequiz van uw partij sleept u ongetwijfeld altijd de hoofdprijs in de wacht: een oranje vulpen en drie paar grijze sokken.


Ik las deze week dat u een van die oud-regeringsleden bent die nog altijd op onze kosten een medewerker in dienst hebben. Ik neem aan dat u die gebruikt om uw toespraken en persberichten zorgvuldig te screenen op de eventuele aanwezigheid van een persoonlijk standpunt, want dat wilt u te allen prijze vermijden. Historici zullen later uw oeuvre ook nog grondig onderzoeken op sporen van een mening – die er misschien ooit per ongeluk is in gesukkeld, tijdens een moment van onoplettendheid.


MOED EN ZELFVERACHTING

Wat velen vergeten, is dit: de keerzijde van die schijnbaar slappe partijtrouw is een heel bijzondere vorm van moed. Mocht u een Amerikaanse soldaat zijn geweest bij de landing op Normandië, dan zou u zonder aarzeling in de eerste boten zijn gestapt, in de wetenschap dat u op het strand meteen zou worden afgeschoten. Het is die moed, die zelfverachting in het algemeen belang, waarop wij nu een beroep zouden willen doen.


Uw moment is gekomen.


Het probleem is bekend. PS en N-VA willen niet met elkaar in een regering. Paars-geel is een dood spoor, het zal paars-groen-plus moeten worden. Maar zowel Open Vld als uw eigen partij is daar tegen, omdat ze vinden dat de N-VA móét meedoen. Raar, want dat vonden ze vorige keer – toen de tripartite van Di Rupo had kunnen voortdoen, versterkt met een extra zetel zelfs – ook: CD&V wilde N-VA een kopje kleiner maken door hen mee in het Zweedse bad te sleuren. Met alle gevolgen van dien: ja, N-VA heeft verloren, maar uw partij is op weg naar de bodem. Daarom is het zo onthutsend dat CD&V vandaag net dezelfde strategie hanteert als in 2014 – iedereen weet: when in a hole, stop digging.


RUSTIGE VASTHEID

U bent, mijnheer Verherstraeten, een man van de verzoening, een man die het eigen ego op cruciale momenten het zwijgen kan opleggen. Men onderschat u, maar dat deed men vroeger met onze huidige vorst ook. Men vond hem een duts, een kneusje, een prutser – en kijk eens met welke waardigheid hij nu de kroon draagt. Hij heeft zich ontpopt tot een leider, en dat kunt u ook doen. Qua rustige vastheid hebt u hetzelfde profiel. Vandaar dit advies: doe in uw partij een greep naar de macht. Voorzitter kunt u niet meer worden, maar wie het ook wordt, u zult hem of haar zowel qua ervaring als qua politiek inzicht moeiteloos overklassen. En die Koen Geens duwt u ook maar opzij – hij is toch te veel de aristocraat, terwijl u een man van het volk bent, recht uit de Kempense klei getrokken.


U moet namens uw partij de gesprekken in handen nemen. U kunt dat, want u blijft een man van de Chiro. De samenhorigheid en het engagement hebben u gemaakt tot wie u bent: een man uit één stuk, betrouwbaar en integer, altijd onberispelijk qua taalgebruik en in staat om mensen aan hetzelfde zeel te doen trekken.


LEVE DE CHIRO!

Zodus. Overtuig de vorst dat u het veld in moet als Koninklijk Verzoener en ga met alle partijen voor paars-groen-plus op kamp. Eerst speelt u Dikke Bertha en Schipper mag ik overvaren. Daarna volgt voor iedereen een ritje op de mechanische stier, een nachtelijke dropping in het bos en een kampvuur met vrolijke samenzang. Dat scenario herhaalt u elke dag. Leve de Chiro! Niemand mag naar huis voor er een regering is.


Het zal nogal vooruitgaan.


Moedig voorwaarts


Joël De Ceulaer, senior writer


Michael Freilich


Uitkijkpost 28 december  2019


'Beste Michael Freilich, ik heb uw kolder met een emmer popcorn gevolgd.'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Michael Freilich,


De eerste bonafide doodsbedreiging bereikte mij in september 2002, nadat ik in De zevende dag iets onaardigs had gezegd over Filip Dewinter. De eerste nauwelijks verholen suggestie aan de hoofdredactie om mij te ontslaan volgde wat later, vanwege een fanatieke ecoloog aan de KU Leuven, nadat ik iets had geschreven dat niet in zijn klimaatkraampje paste. Sindsdien heb ik vele intimidaties en scheldpartijen overleefd. Er zijn dagen dat ik liever een prostaatonderzoek onderga dan mijn mailbox te openen, maar ik weet: het hoort erbij. Dat gescheld, dus. Wie daar niet tegen kan, moet bakker worden. Of kapitein op de lange omvaart.


En toch zit ik hier nu met trillende vingers te tikken. De zweetdruppels glimmen op mijn voorhoofd. Elk woord in deze brief leg ik eerst op een apothekersschaaltje, want u bent een gevreesde pitbull in het debat. Als hoofdredacteur van Joods Actueel liet u over elke tegenstander een welhaast oudtestamentische toorn nederdalen – over de ene omdat hij de favoriete forel van Hitler had bereid, over een andere omdat hij iets onaardigs had gezegd over joden of over Israël.


LAAG-BIJ-DE-GRONDS

De laatste die u aan uw degen wilde rijgen, was onze hoofdredacteur Bart Eeckhout, omdat hij pertinente vragen had gesteld bij heimelijke opnames die uw medewerker had gemaakt op een bijeenkomst met vertegenwoordigers van Palestijnse ngo’s. “Shame on you”, snauwde u Eeckhout in een video toe. “Dit is een laffe, laag-bij-de-grondse aanval op mij en op heel de joodse gemeenschap.”


Wat die video betreft, moet ik u dadelijk terechtwijzen. Maar verder beloof ik, mijnheer Freilich, dat deze brief louter warme gevoelens voor u en uw geloofsgenoten bevat – én voor de ronduit geweldige staat Israël, zeg ik daar graag bij: ik wil geen antisemiet zijn, dus ik juich het Israëlische beleid ondubbelzinnig toe. Leve Benjamin Netanyahu!


Maar eerst toch even die terechtwijzing, of noem het een stille wenk: als u nog eens een video maakt, laat die dan eerst toch eens bekijken door een buitenstaander, zodat u geen kemels schiet: uw bewering dat de kritiek van Eeckhout op ú een aanval vormt op héél de joodse gemeenschap, is alleen geloofwaardig in het kader van een comedyshow. Het bewijst wel dat u een voortreffelijke Vlaams-nationalist bent: die beschouwt elk zuchtje kritiek ook als een kaakslag voor het gansche Vlaamse volk.


GEURLOOS PARFUM

Wat ons bij uw laatste wapenfeit brengt: de kolder met de kandelaar! In een filmpje toonde u deze week hoe u in uw parlementaire kantoor de kaarsjes van een joodse kandelaar aansteekt, om Chanoeka – het feest van het licht – te vieren. Dat leidde tot deining op sociale media. Zelfs uw N-VA-collega’s begonnen elkaar te bestoken met verwijten. Ik vulde een emmer met popcorn en volgde het op de voet. Stond N-VA niet voor een neutrale overheid, zonder hoofddoeken, maar ook zonder kruisjes en keppels en kandelaren? Zeker, vonden de enen. Neen, vonden de anderen, die oordeelden dat u niets verkeerds had gedaan: als volksvertegenwoordiger hoeft u helemáál niet neutraal te zijn. Een neutrale volksvertegenwoordiger, dat is zoiets als een geurloos parfum. Het parlement is de belichaming van het volk. Als de overheid neutraal moet zijn – áls – dan is het bij de dienstverlening áán, niet bij de representatie ván de burger.


Zelf sta ik in deze kwestie dus volledig aan uw kant. Net zoals ik ook aan de kant sta van Benjamin Netanyahu en zijn fantastische beleid – of had ik dat al gezegd? In elk geval: leve de Israëlische overheid!


OPENLIJKE OPNAMES

Maar soit. Omdat u deze keer recht in uw schoenen stond, vond ik de reactie van Annick De Ridder zo raar. Om de interne discussies de kop in te drukken, schreef zij op Twitter: “Geloof hoort niet thuis in het parlement. Punt.” Zij dwaalde.


Om te beginnen mag u in uw kantoor doen wat uw hartje maar belieft. Als andere politici orgieën mogen organiseren in hun kantoor, waarom zou u er dan potverdorie geen kaarsjes mogen aansteken? Ook in de Kamer zelf mag u de keppel dragen, trouwens. Sterker nog: Bart De Wever heeft u dat zelf gezegd. Dat hij daar “geen enkel probleem” mee zou hebben. Ik beschik over opnames – geen heimelijke, maar openlijke – van een gesprek waarin iemand dat on the record bevestigt: dat uw voorzitter heeft gezegd dat uw keppel welkom is in het Paleis der Natie. Ik zal mijn bronnen niet ontbloten, maar u weet wie die ‘iemand’ is. Op eenvoudig verzoek zet ik de opnames online.


Mag ik een suggestie doen om de vernedering door Annick De Ridder te compenseren? Volg alsnog het advies van De Wever en draag uw keppel voortaan in de Kamer – uw voorzitter draagt er om de haverklap zélf eentje, waarom zou u het dan laten? En aan Pinar Akbas, uw Hasseltse N-VA-collega die op Twitter vroeg wat ze in geval van keppeltolerantie-maar-hoofddoekhaat moet zeggen tegen mensen die vragen of N-VA een anti-islampartij is, antwoordt u maar dat ze gewoon zachtjes moet knikken.


Gelukkig nieuwjaar!


Joël De Ceulaer, senior writer



Bart Somers


Uitkijkpost 12 oktober  2019


'Beste Bart Somers, zet Jambon de toon van deze regering of gade gij da bepale?'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Bart Somers,


Het wurgcontract dat ik bij mijn indiensttreding bij De Morgen ondertekende, stipuleert dat ik uitsluitend laaghartige stukken mag schrijven over politieke mandatarissen. Dat vloekt met mijn barmhartige inborst, maar ik probeer mij aan die afspraak te houden. Alleen voor u heb ik ooit een uitzondering gemaakt – u zult zich dat nog herinneren: na de aanslagen van maart 2016 vond ik dat men u minister van Preventie moest maken, omdat uw inclusieve Mechelse model wat mij betreft mocht worden geëxporteerd naar de rest van Vlaanderen en desnoods het gehele land. Uw devies luidt dat wij allemaal nieuwkomers zijn in deze superdiverse samenleving, en dat vind ik een constructieve invalshoek, die ons allen tot mildheid noopt. Als ik aan u denk, begin ik volautomatisch – maar zachtjes genoeg, zodat niemand het hoort – Kumbaya te neuriën.


U vreest nu misschien dat ik met deze brief op mijn lofrede wil terugkomen, maar niets is minder waar. Ik schrijf u om nóg maar eens krachtig te applaudisseren, deze keer voor uw resolute optreden in het dossier van de gewraakte campagne voor Bicky Burger.


De hallucinante feiten zijn ondertussen alom bekend. Het bewuste fastfoodmerk heeft deze week een advertentie gelanceerd waarop een man zijn vrouw een ferme vuistslag toedient omdat ze hem de verkeerde hamburger heeft gegeven. De verontwaardiging die terstond losbarstte, was haast ongezien en volkomen terecht. Wat voor zin heeft het nog om de klimaatopwarming tegen te gaan, de wereldwijde kindersterfte terug te dringen, of een federale regering te vormen, als adverteerders met zulke bagger het kostbare weefsel van onze samenleving aan flarden mogen scheuren? Waarom zou iemand nog protesteren tegen de bommenwerpers en de artillerie van Erdogan in Syrië, als hier in Vlaanderen partnergeweld expliciet wordt aangemoedigd? In deze kwestie kon gewoon volksprotest niet volstaan, hier was ferme politieke actie gepast.


PS-kopman Paul Magnette was de eerste die reageerde. Hij zal, liet hij weten, nóóit nog een Bicky Burger eten – de kans dat hij er ooit eentje heeft verorberd, lijkt mij geweldig klein, maar goed: het is het signaal dat telt. Toch bleven wij, als geschokte en ziedende burgers, nog op onze honger zitten. Tot u per tweet eindelijk de juiste boodschap bracht: u zult als minister van Gelijke Kansen bij de JEP – de Jury voor Ethische Praktijken in de reclame – een klacht indienen tegen deze ‘wansmakelijke’ campagne, die partnergeweld ‘banaliseert’ en ‘stigmatiserende genderbeelden’ gebruikt. Ik las uw berichtje en begon ogenblikkelijk te neuriën: hier was mijn favoriete politicus weer!


Let wel, uw klacht lijkt mij het strikte minimum. Ik vraag mij af, en ik zal niet de enige zijn, of die JEP wel veel impact zal hebben. Ondertussen zijn zowel het marketingteam van Bicky Burger, als de gangsters van hun reclamebureau, nog altijd op vrije voeten, en dat mogen wij eigenlijk niet aanvaarden. Deze mensen hebben expliciet, ondubbelzinnig en doelbewust mannen aangespoord om hun vrouwen te mishandelen. Dan komen ze er met zo’n klachtje bij de JEP nog goed vanaf. Zouden lijfstraffen toch geen optie zijn? Of ontzetting uit de burgerrechten? Desnoods een jarenlange celstraf? Ik wil maar zeggen, mijnheer Somers: bij Erdogan zou het nondedorie niet waar geweest zijn!


Uw Bicky-interventie geeft mij wel hoop. Ik verklaar mij nader. Er is de voorbije weken al veel gespeculeerd over uw merkwaardige positie in de Vlaamse regering: hoe kan een inclusief politicus zoals Somers zich nu verzoenen met een regeerakkoord waaruit de putjeslucht van de uitsluiting opstijgt zoals ranzige junklucht uit een Bicky Burger? Bent u van plan om uw principes te verraden voor de macht van een ministerpost? Of bent u daarentegen van plan om Jambon I onderweg op het juiste spoor te manoeuvreren? Zal Jambon de toon van uw departement zetten, of gade gij da bepale?


Ik hoop en vermoed dat de tweede optie werkelijkheid zal worden. Misschien, zo zat ik mij de voorbije dagen te bedenken, bent u wel de Mol in deze regering, en zult u weldra de aanval inzetten, door een klacht in te dienen tegen dit ‘wansmakelijke’ regeerakkoord dat een ‘stigmatiserend’ beeld van de vreemdeling gebruikt en uitsluiting ‘banaliseert’. Dit regeerakkoord, mijnheer Somers, creëert eerste- en tweederangsburgers – Gourmet Burgers en Bicky Burgers, zeg maar – en u bent zich daar terdege van bewust, dat kan niet anders. U loopt het risico dat bevoegde instanties ooit oordelen dat uw maatregelen los in strijd zijn met bijvoorbeeld het gelijkheidsbeginsel, dat dit regeerakkoord als het ware een vuistslag is in het gezicht van de nieuwkomer – misschien moet iemand eens een cartoon tekenen om dat aanschouwelijk te maken.


Wij houden u in de gaten, mijnheer Somers. De nabije toekomst zal uitwijzen of uw visie op inclusiviteit stabiel is. Was u altijd oprecht? Of was u fake ofwa?


Vuistje,


Joël De Ceulaer, senior writer



John Crombez


Uitkijkpost 4 mei 2019


'Beste John Crombez, u zult smeken, kruipen en bedelen om te mogen meebesturen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste John Crombez


Ik verklap geen staatsgeheim als ik hier even aanstip dat er aan u geen professioneel taalvirtuoos verloren is gegaan. Net als bij uw voorgangers aan de top van de sp.a lijkt de hersenregio waar het retorisch vermogen zich schuilhoudt ook bij u met chirurgische precisie verwijderd. De woordenvloed die u pleegt te produceren lijkt op een puzzeldoos die gewoon is leeggekapt: de luisteraar moet zelf de woorden op de juiste plaats zetten – erg hip en interactief qua format, maar verkiezingen win je er niet mee. Journalisten die u komen interviewen, weten dat ze van tevoren best een stevige vitaminekuur volgen, om tijdens het gesprek te allen tijde de focus te kunnen bewaren en niet onverhoeds in te dommelen. Mocht u nog een campagne-ideetje zoeken: een podcast waarin u het sp.a-programma voorleest, zou gretig aftrek vinden bij mensen met slaapproblemen.


En toch schrijf ik deze brief niet om voor de zoveelste keer een beetje gratuit met u te spotten, maar om te melden dat u dinsdag mijn ontzag hebt afgedwongen. U hebt aan de vooravond van woensdag 1 mei, tijdens een interview met Annelies Beck in Terzake, een topprestatie geleverd. Een linguïstische topprestatie nog wel, die door iedereen los over het hoofd werd gezien. U weet meteen wat ik bedoel: het gaat over uw ‘quasi’, die sluw bedachte, zeer beredeneerde, listig geplaatste ‘quasi’ toen u op de vraag of u straks kunt samenwerken met de N-VA antwoordde: “Dat is quasi onmogelijk.”


De eerste die dacht dat hij op Twitter de slimmerik kon uithangen, was een redacteur van De Standaard. Onze concullega’s zijn geweldig rechtschapen en sympathiek, maar – om eerlijk te zijn – vaak nodeloos betweterig. Volgens Bart Dobbelaere had u taaladvies nodig, want u zegde niet wat u bedoelde: in het Standaardnederlands betekent ‘quasi’ immers ‘schijnbaar’ of ‘zogenaamd’, en niet – zoals in het Belgisch Nederlands – ‘bijna’ of ‘zo goed als’, wat ongeveer het tegenovergestelde is. Als iets in correct Nederlands ‘quasi onmogelijk’ is, kun je er donder op zeggen dat het zal gebeuren. Als iets in het Vlaamse tussentaaltje ‘quasi onmogelijk’ is, dan komt er waarschijnlijk niets van in huis.


In De Standaard kregen we donderdag de tweede interpretatie opgelepeld. Sterker nog: men had in het bewuste citaat uw ‘quasi’ gewoon vervangen door ‘zo goed als’ en deed het voorkomen dat u een progressieve samenwerking verkiest. Dat was erg behulpzaam van onze collega’s, gelet op het feit dat uw slinkende achterban de N-VA niet lust, maar klopt het ook? Zou iemand écht geloven dat u na 26 mei uw vel zo duur zult verkopen dat een coalitie met de N-VA welhaast, schier, praktisch, bijna, zo goed als onmogelijk is? Nieuwsflash: nee, niemand gelooft dat. U zult, zoals in Antwerpen vorig jaar, smeken, kruipen en bedelen om te mogen meebesturen. En als men u confronteert met die ‘quasi onmogelijk’ van afgelopen dinsdag, zult u met een grijns antwoorden: “Begrijpt u geen Nederlands, misschien?” Slim, hoor. Mijn complimenten!


Iets minder enthousiast was ik over die valse volkse toets in uw 1 mei-speech, diezelfde avond. Behalve voor hogere lonen, hogere pensioenen, een hogere staatsschuld en gratis kaviaar voor iedereen, pleitte u ook voor een verlaging van de btw op elektriciteit – in uw woorden: op den ellentrik. Na het Standaardnederlands en het Belgisch Nederlands bestaat er nu blijkbaar ook al zoiets als Socialistisch Nederlands, waarmee u het wellicht gemunt hebt op de werkmens, die u hoopt te kunnen terughalen door hem in zijn eigen tuttefruttaaltje toe te spreken – “Kameraden, als ge een te kleine pree hebt, moogt ge met uw valling straks verniet naar den doktoor!” Het is niet verboden om zo te praten – we doen het allemaal weleens – maar voor een toppoliticus in functie is het ongepast.


De waarheid is, mijnheer Crombez, dat u danig in de knoei zit. Uw partij is een schip dat al zo lang zo hard zwalpt dat de meesten van uw kiezers – behalve uw eigen partijleden, hun naaste familie en de redactie van De Standaard – allang overboord zijn geslagen. Een losse greep uit de koerswijzigingen. Hoofddoek uit, hoofddoek aan. Grenzen open, grenzen dicht. Supergroen, superrood. Langer werken, korter werken. Grondwet herzien qua levensbeschouwelijk onderwijs, grondwet net niet herzien qua levensbeschouwelijk onderwijs. Kindergeld afpakken, kindergeld niet afpakken. Geen cumul, toch wel cumul. Gratis bus voor senioren, niets gratis bus, gratis bus voor junioren. De bochten zijn zo bruusk dat zelfs Greta Thunberg ook die zeker niet met het blote oog kan waarnemen.


Daarom gebruikt u nu die tjeventaal waar u alle kanten mee uitkunt. U houdt de linkse deur open en lonkt tevens naar N-VA. Ziedaar uw droeve lot, mijnheer Crombez: sp.a is nu officieel de nieuwe CD&V geworden. Ik ben quasi zeker dat u met die gloednieuwe positionering gewéldig goed zult scoren.


Met alle hoogachting


Joël De Ceulaer



Sire


Uitkijkpost 21 april 2019


'Sire, dat gesprek met Philippe Geubels was een belachelijk banale babbel'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Sire,


Ik wend mij tot u in diepe vertwijfeling omtrent de tijd waarin wij leven. Ik ben niet de eerste die het zegt, maar sinds wij God uit de kerk geranseld hebben, lijken wij de weg kwijt. En u bent een van de weinigen met wie ik daarover van gedachten kan wisselen, want u bent het geloof wél trouw gebleven: u bent vermoedelijk van de strekking die nog bidt voor en na elke copulatie – mogelijkerwijze ook tijdens. De rest van ons, arme zondaars, doolt doelloos door het leven. Wij staan niet langer in contact met de hogere dimensies van het bestaan. Wij ontberen iets dat ons overstijgt.


De gevolgen daarvan zijn rampzalig en vallen elke dag met het blote oog waar te nemen in kranten en journaals. Omdat wij de transcendentie van hemel en hel missen, zoeken wij zowel mystieke euforie als peilloze catastrofe in dit aardse tranendal. Toen God nog bestond, kon de mens tegen een stootje. De oorlog vonden we niet leuk, maar we sloegen ons erdoor heen. Groot geluk en triomf werden in nederigheid aanvaard. We deden alles, als ik dat zo mag zeggen, zonder al te veel gedoe. Vandaag maken we van elke mug een olifant, van elke molshoop een bergketen en horen we in elk kuchje de voorbode van een terminale longkanker. Wij leven, sire, in het Tijdperk van de Overdrijving. Alles wordt gedramatiseerd, gepimpt, opgefokt en aangedikt. Zo ook weer de voorbije week.


Het begon met de brand in de Notre-Dame. Die was ternauwernood uitgebroken of het Oude Continent beleefde al zijn donkerste uur ooit. Europa was in het hart geraakt. Hét symbool van al het subliems en verhevens waartoe de menselijke geest in staat is, was voor eeuwig verloren. Het betrof hier, jawel – nog méér dan bij het afscheid van Gert van Samson – het Einde van een Tijdperk. Wereldwijd braken mensen in huilen uit. Menig Parijzenaar zeeg neer om te bidden – ik sluit niet uit dat ook u de avondlijke activiteiten onderbrak om een kruisje te slaan.


Maar ik kan mij niet voorstellen dat u nodeloos in paniek sloeg, dat het gevoel zich van u meester maakte dat Parijs zijn eigen 9/11 beleefde, zoals opperjammeraars beweerden. Dinsdagochtend bleek het dan ook reuze mee te vallen. Dak eraf en torentje gesneuveld: over vijf jaar staat die kathedraal weer te blinken als nooit tevoren. Ik verstout mij, sire, om vergelijkingen met 9/11 en de rest van dat zielige geweeklaag te klasseren onder de noemer: aanstellerij. De massa heeft zich gedragen als een patiënt die euthanasie wil nadat hij zijn kleine teen heeft verstuikt.


Dinsdag deed zich het omgekeerde voor. Toen staarden we niet in de afgrond van de hel, maar vingen we een glimp op van het goddelijke, meer bepaald in de gedaante van onze landgenoot Victor Campenaerts, die in Mexico een uur lang met de fiets reed en daarbij meer dan 55 kilometer bleek te hebben afgelegd. Lang niet kwaad gedaan van Vocsnor, die zelf gelukkig bescheiden is, maar om hem daarom te vergelijken met Eddy Merckx, zoals sommigen deden? Voor Campenaerts was dat record een levenswerk, voor Merckx was het een nevenproject, een schnabbeltje – nadat hij eerst al een paar keer de Tour, de Giro en alle klassiekers had gewonnen. Ik kan mij voorstellen dat Merckx indertijd ook applaus kreeg, maar niet zo overspannen als vandaag. Tegenwoordig zitten de renners nog niet op hun fiets of ze hebben al een Epische Koers gereden.


Alles is Episch, Catastrofaal, Historisch. En als we Greta Thunberg mogen geloven, die in het Europees Parlement nog eens haar klimaatpaniek kwam belijden, is onze beschaving over tien jaar Onherroepelijk en Onomkeerbaar ten dode opgeschreven. God is dood, en met Hem de nuance. En dus zal de hel zich nog tijdens dit leven aan ons openbaren.


En ja, dan was er ook nog dat filmpje waarin u bezoek ontving van Philippe Geubels, de komiek die op dezelfde dag jarig is als u en zulks eens ten paleize mocht komen vieren. Die ontmoeting was te onnozel voor woorden. Dan krijgt een tv-maker eens de kans om u te spreken, al is het maar vijf minuten, en dan verkwanselt hij die aan een belachelijk banale babbel – terwijl u toch een man van de wereld bent, met wie een goed gesprek tot de mogelijkheden moet behoren. Helaas was u louter gecast als rekwisiet voor Geubels om flauwe grapjes te kunnen maken. U doorstond de beproeving op waardige wijze, sire, maar ik zag u in stilte bidden om geduld en mededogen.

Des avonds haalde VTM er deskundoloog Jo De Poorter bij om de ontmoeting van enige duiding te voorzien, en wat bleek, jawel: het was een Historische Ontmoeting, het Einde van een Tijdperk, door te grappen met Geubels was uw stugge imago op slag veranderd in dat van een hippe vogel. U was, aldus de kenner, Mens geworden – als betrof het de nederdaling van God op aarde in de vorm van Jezus Christus Onze Heer.


Ja, voor de niet-superlatieve burger was het nieuws weer een calvarietocht, deze week. Gelukkig zijn we er zondag helemaal bovenop.


Zalig Pasen,


Joël De Ceulaer



Tom Van Grieken


Uitkijkpost 1 juni  2019


'Beste Tom Van Grieken, uw actie was degoutant en, welja, racistisch, niet?’


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Tom Van Grieken,


Ofschoon u de voorzitter bent van een partij die draait op testosteron en gespierde taal, vond ik u deze week maar een flauwerik. Ik heb uw tv-parcours aandachtig gevolgd, van Terzake tot Gert Late Night, en altijd zat u daar met een ootmoedige, makke oogopslag waar zelfs Bambi zich voor zou schamen. Ik begrijp dat u ons per se wil doen geloven dat uw partij salonfähig is geworden, maar daarom hoeft u nog niet de duts uit te hangen. Ook in uw reactie op de uithaal van Laurette Onkelinx, die uw partij nog altijd racistisch vindt, toonde u zich een teergevoelig sneeuwvlokje: u diende prompt een klacht in wegens smaad, laster en eerroof. Tsss. Dat is niet flink.


Nu snap ik die gevoeligheid wel, hoor. Het is niet prettig als mensen lelijke dingen over u zeggen. Ik vind het ook niet fijn als mensen mij erop wijzen dat ik overgewicht meezeul. Maar het is niet door hen het zwijgen op te leggen dat ik zou beginnen te vermageren. Daarnaast vind ik het altijd een slecht idee om wie dan ook het zwijgen op te leggen. U zult zich herinneren dat ik altijd het standpunt heb verdedigd dat uitgeverij Egmont, verbonden aan Vlaams Belang, een plek moest krijgen op de Boekenbeurs, wat tot vorig jaar steevast werd geweigerd. Ik verwerp alles waar u voor staat, maar vind dat u vrij moet kunnen spreken. Wat men onder de mat veegt, begint toch maar te rotten.


Dat u nu op uw beurt wél Onkelinx het zwijgen wil opleggen, is dus flauw. Al begrijp ik waar u naartoe wilt: u hoopt dat iedereen nu bang is om u of uw partij nog ‘racistisch’ te noemen. Het chilling-effect, heet dat in het jargon: mensen intimideren door te dreigen met juridische actie. Twintig jaar geleden deed Vlaams Blok dat al: wie, bijvoorbeeld op de VRT, een satirisch grapje maakte over het VB, kreeg direct een klacht aan zijn broek. Op den duur was het gedaan met satirische grapjes over het VB.


Zo ver mag het nu niet komen, want de vraag verdient een ernstig antwoord: is Vlaams Belang racistisch? Laten wij die kwestie eens onderzoeken als waren wij wetsdokters bij een autopsie: koel, afstandelijk en bereid om alles onder ogen te zien.


Ik stel voor dat we beginnen op verkiezingsavond, toen de slogan ‘Eigen volk eerst!’ uit alle kelen van uw achterban weerklonk. Met dat ‘eigen volk’ – we gaan daar niet onnozel over doen – wordt bedoeld: iedereen die afstamt van de blanke Vlamingen die hier reeds woonden voor de aanvang van de arbeidsmigratie uit Marokko en Turkije. U zult het met mij eens zijn dat die boodschap toch wel een tikje, euh, racistisch is, niet?


Dalen wij vervolgens af in uw eigen verleden. Tien jaar geleden, toen u praeses was van het Antwerpse NSV, hebt u een actie georganiseerd tegen de opvang van sans-papiers in de gebouwen van de Universiteit Antwerpen. Die actie bestond erin dat u – ter attentie van de lezer: ga even zitten en blijf ademen – rollen toiletpapier naar die mensen gooide. U voegde er in Gazet van Antwerpen nog aan toe: “Zo hebben ze meteen hun papieren.” Hoe gaan we dat noemen, mijnheer Van Grieken? Degoutant, dat al zeker. Mensonterend evenzeer. En ach, misschien, waarom niet, een tikje, welja, racistisch, niet?


Zoomen wij nu in op twee van uw stemmentrekkers, eentje uit de oude doos en eentje van de nieuwe snit. Ik heb ze allebei ooit geïnterviewd – en telkens kreeg ik daarvoor de volle laag van linkse lieden die nog altijd denken dat het beter is om u en uw kompanen dood te zwijgen, dat je met andere woorden vermagert als je de weegschaal weggooit. Vooral het interview met Dries Van Langenhove veroorzaakte flink wat deining. Het was nochtans een historisch gesprek, want de strakgekuifde liet volop in zijn kaarten kijken, net als zijn voorbeeld Filip Dewinter zoveel jaar geleden. Op mijn vraag of een Vlaming met een migratieachtergrond, dus iemand die hier geboren is, ook gewoon een Vlaming is, antwoordden Dewinter en Van Langenhove net hetzelfde: “Een kat die wordt geboren in een viswinkel, is nog geen vis.”


Dat wil dus zeggen dat zij Vlamingen mét en Vlamingen zónder migratieachtergrond in de meest letterlijke zin van het woord als twee verschillende soorten zien, die altijd van elkaar zullen verschillen. Iemand met Marokkaanse roots zal nooit een echte Vlaming kunnen zijn. Hoe stelt u voor dat we dat noemen, mijnheer Van Grieken? Ik zou durven opteren voor – komt-ie weer: racisme. Rauw, onversneden racisme.


Dat uw partij opnieuw is gegroeid, heeft daar niet alles, maar wel véél mee te maken. En weet u wat het gekke is? Ik neem dat niet zozeer ú kwalijk, maar alle andere partijen die niet het lef hebben om u daarop aan te spreken, maar er alles aan doen om uw kiezer te pamperen met ferme taal en VB-ideetjes. Het 70-puntenplan van Dewinter is bijna uitgevoerd. Op de deportaties na. Maar die worden door uw fans in de krochten van het internet nu voorbereid, lees ik. Dus laat die Bambi-blik maar zitten.


Sombere groet,


Joël De Ceulaer, senior writer



Bart De Wever


Uitkijkpost 30 maart 2019


'Beste Bart De Wever, u bent stilaan toch de Viktor Orbán uit de Aldi'

Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Bart De Wever,


U had erbij moeten zijn, afgelopen dinsdag, toen collega Jeroen Van Horenbeek met een brede glimlach de redactie kwam binnengeschreden terwijl hij een vorkhefliftje achter zich aan sleurde dat volgestapeld was met dozen Cola Zero, Antwerpse Handjes, confetti, slingers en een feesthoedje voor iedereen.


Wij kennen Jeroen als een nuchter man, die een ouderwetse vorm van elegantie combineert met ingetogen beroepsernst, maar die ochtend kon hij met zijn vreugde geen blijf. Omdat hij een strop rond zijn nek droeg, dachten wij eerst dat hij verhuisd was naar Gent en die heuglijke gebeurtenis samen met ons wilde vieren, maar toen het geroezemoes verstomde en hij op tafel sprong om ons toe te spreken, bleek het feestje een heel andere aanleiding te hebben.


“Bart De Wever heeft mij met de dood bedreigd”, riep hij uitgelaten. “Hij wil mij ophangen!”


En inderdaad. Toen hij ons het filmpje toonde van uw recente toespraak voor de bonzen van de vastgoedsector, hoorden wij u bij herhaling zeggen dat men de bedenker van de term ‘betonstop’ – onze achtbare collega, dus – zou moeten ophangen. Veel verder kun je het als journalist niet schoppen. Onder luid applaus hieven wij Jeroen op de schouders, en laafden wij ons aan al het lekkers dat hij had meegebracht.


Ook ik nam gulzig deel aan de feestelijkheden, inclusief het crowdsurfen, tot de hoofdredactie kwam aanzetten met het witte poeder waar de meeste collega’s zo verlekkerd op zijn – u weet: ik moet wat op mijn gewicht letten, dus pannenkoeken met bloemsuiker probeer ik te vermijden.


Terwijl ik huiswaarts reed, probeerde ik uw uithaal een plaats te geven in het geheel der dingen. De doodsbedreiging is in de mode, blijkbaar. Vooral ter progressieve zijde: denk maar aan wat Vlaamse entertainers zoals Stijn Meuris en Nic Balthazar de Amerikaanse president Donald Trump toewensen. Of aan de Nederlandse wereldverbeteraarster die tijdens een betoging tegen de Nederlandse politicus Thierry Baudet de slogan lanceerde: “Als je Thierry dood wil schieten, zeg dan paf!”


Uw trouwe en geestdriftige fans reageren meestal furieus op dat soort uitspraken en twitteren zich dan het schuim op de lippen. Terecht. Entertainers en beoefenaars van de satire kunnen zich zulke geintjes misschien permitteren, maar betogers die een politicus met de dood bedreigen: liever niet.


En als ik eerlijk mag zijn, mijnheer De Wever: uiteraard deel ik de vreugde van collega Van Horenbeek, maar toch vind ik dat ook ú het stilaan wat kalmer aan mag doen inzake het dood wensen van mensen die niet in uw kraam passen. Ik meld het u maar, omdat in uw entourage blijkbaar niemand dat nog durft. U wordt omringd door zoveel ja-knikkers dat een partijbureau wellicht de aanblik biedt van een headbangersconventie. Ook in de pers krijgt u geen tegengas meer, want u geeft alleen nog interviews aan journalisten die – zo stel ik mij dat stiekem voor – eerst nederig knielen om uw voeten te wassen. Ik zal niet zeggen dat u een dictator wil worden, maar u bent stilaan toch de Viktor Orbán uit de Aldi. Wat u er zelf allemaal uitslaat, zou u van anderen nooit aanvaarden. Mocht Kris Peeters u een warm bad en opengesneden aderen hebben toegewenst, dan zou u tijdens een inderhaast bijeengeroepen persconferentie vast in tranen zijn uitgebarsten.


Ik bedoel maar: empathie is een werkpuntje.


Maar dat allemaal nog terzijde. Veruit het opvallendste aan uw uithaal naar onze collega was het totale gebrek aan reactie van welke andere kranten dan ook. De u welbekende Philip Roose, een N-VA-sympathisant die ons dikwijls op conservatieve opinies trakteert op Doorbraak.be, liet op Twitter weten dat excuses van uwentwege op zijn plaats zouden zijn en dat de pers u, uit solidariteit met collega Jeroen, zou moeten boycotten. Voor het uitblijven van zo’n boycot zie ik twee mogelijke verklaringen.


Eén: de concurrentie wil Jeroen niet te beroemd maken, want hij werkt bij ons en niet bij hen. Zou kunnen.


Toch verkies ik mogelijkheid twee: u boezemt hen angst in, ze behandelen u zachter dan zou moeten. Als Trump of Orbán een journalist met ophanging zouden bedreigen, stond het op alle frontpagina’s. Als u zoiets zegt, wordt dat onder het tapijt geveegd. Raar.


Ik moet nu spontaan denken aan Het Nieuwsblad van maandag 5 september 2016, dat zwaar uitpakte met een Facebook-post van toenmalig CD&V-medewerker Youssef Kobo, met als mededeling dat Kobo mensen van Gaia “met de dood bedreigde”, terwijl zelfs een pas geslacht schaap nog kon zien dat die Facebook-post een Grapje was. En wat bleek vorige week: van úw uithaal viel in Het Nieuwsblad geen glimp te bespeuren.


U zegt? Die uithaal was ook maar een Grapje? Oké. Kan ik mee leven. Weet u wat? Ik doe mee! Ik ga mij een lachband aanschaffen, zodat ik die kan aanzetten als u in De Afspraak nog eens, ahum, kritisch wordt bejegend door Nieuwsblad-baas Liesbeth Van Impe.


Beleefde groet,


Joël De Ceulaer



Assita Kanko


Uitkijkpost 19 oktober  2019


'Beste Assita Kanko, het leek alsof u een vliegende schotel had zien landen'


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Assita Kanko,


Het was de tweede keer dat ik het zag. Hoe een N-VA-topper het ene moment nog een gloedvol betoog houdt in duidelijke staat van euforie, om dan als een pudding in elkaar te zakken, geveld door onrust en ontreddering. De eerste keer toen Kris Van Dijck op 11 juli, als voorzitter van het Vlaams Parlement, een welhaast orgastisch moment de gloire beleefde tijdens zijn speech in het Brusselse stadhuis, tot Pol Van Den Driessche hem in het oor kwam fluisteren dat er – niet ongerelateerd met die orgasmes – mogelijkerwijze toch een minuscuul probleempje was opgedoken. De tweede keer zag ik het maandag in De afspraak, waar u na een pittig betoog over de Catalaanse schande een simpel vraagje kreeg van Bart Schols, en de blik in uw ogen plots verstarde, als had u zonet de landing waargenomen van een vliegende schotel met Ben Weyts achter de stuurknuppel.


U moet weten: sinds het programma zo onder vuur ligt van uw partij, kijk ik elke dag twéé keer naar De afspraak. Om de kijkcijfers op te krikken, maar ook om nog volop te genieten van Bart Schols, en straks van Phara de Aguirre, voor ze op bevel van minister-president Jan Jambon als presentatieduo vervangen worden door Mia Doornaert en Rik Torfs – die elke aflevering zullen beginnen met een gedicht van Cyriel Verschaeve. Zo was ik maandag dus twee keer getuige van uw tussenkomst – eerst als argeloze kijker, daarna om mij ervan te vergewissen dat ik niet gedroomd had, en dat u écht zo vaag was geweest als ik dacht dat u was geweest. Jazeker, zo bleek.


Aan de lezer die het heeft gemist, leg ik even uit dat u daar zat in uw hoedanigheid van Europees Parlementslid, om commentaar te geven op de veroordeling van de Catalaanse separatisten. Dat deed u uitstekend. U toonde boosheid, verontwaardiging, verdriet en beschaamdheid bij de straffen die werden opgelegd aan de politieke makkers van Carles Puigdemont. Dit was, zo oordeelde u, een Zwarte Dag voor Europa.


Dat N-VA in het Europees Parlement tot dezelfde fractie behoort als het Spaanse Vox, een partij die nóg strengere straffen wil, vond u geen probleem. In dit dossier was geen sprake van fractiediscipline en kon iedereen stemmen naar eigen inzicht en geweten. De vrijheid van het parlementslid stond boven alles. Het gaat immers om zelfbeschikking! Mensenrechten! Alle parlementsleden moeten scherp reageren! Ik kreeg er een krop van in de keel en begon alvast mijn frigobox te vullen om naar Spanje af te reizen en mij aan te sluiten bij de Catalaanse protesten. Maar eerst even De Afspraak uitkijken, dacht ik – het was nu net zo interessant.


En toen gebeurde het. Voor het volgende thema schakelde Schols naar de andere gasten: Heidi De Pauw van Child Focus en Brigitte Herremans, Midden-Oosten-expert. Met hen ging het over de situatie in Noord-Syrië en het bijbehorende lot van kinderen van IS-strijders en IS-weduwen. Op dit moment bevinden zich daar Belgische baby’s, peuters en kleuters wier leven aan een zijden draadje hangt, omdat we niet weten in welke handen ze zullen vallen. Die kinderen hadden al láng terug hier moeten zijn. Toen Schols daarop van u een reactie vroeg, leek het alsof er een waas voor uw ogen trok. U wist niet wat te zeggen en begon in uw achterhoofd te zoeken naar de gepaste debatfiche. Van een vrij en scherp en verontwaardigd parlementslid, dat – los van elke fractiediscipline – in alle zelfbeschikking de mensenrechten verdedigt, was geen sprake meer. U zat zich hoorbaar af te vragen: ‘Wat zou Theo Francken willen dat ik zeg?’ En dus mompelde u maar wat, onder meer dat het ‘een slecht idee’ is om kinderen ‘mee naar daar te nemen’ – het zo onderhand erg wraakroepende ‘Mawda-argument’, zeg maar.


Ik schudde het hoofd, maakte mijn frigobox weer leeg en wist wat mij te doen stond: nóg maar eens, voor de duizendste keer, een briefje schrijven over politiek opportunisme.


In dat verband: toen Schols u met een achterdochtige frons vroeg of u zich echt Vlaams-nationalist voelt, was dat niet ongepast, zoals N-VA-trollen op Twitter beweerden, maar terecht. In 2017, toen de N-VA u het Ebbenhouten Spoor toekende, een paternalistische prijs voor de flinkste nieuwkomer, was u nog lid van de MR, de Franstalige liberalen. In 2010 schreef u voor denktank Liberales zelfs een tirade tégen het nationalisme – een kort fragment: “Vlaanderen heeft nationalisme niet nodig. Nationalisme is een uiting van angst, lafheid en gebrek aan inspiratie.” Vreemd genoeg is deze tekst spoorloos.


Vandaar de vraag van Schols, dus. Die vraag had niets met racisme te maken, zoals ook door N-VA-sympathisanten werd gesuggereerd – pijnlijk voor een partij die het gratuite gebruik van racismeverwijten altijd aanklaagt. U had de eerste moeten zijn om Schols te verdedigen. Maar ook dat durfde u niet – erg tsjeverig, niet? Wat mij eraan doet denken: als u nu lid wordt, kunt u zich bij CD&V nog tot maandag kandidaat-voorzitter stellen.


Vrije groet


Joël De Ceulaer, senior writer



Hendrik Bogaert


Uitkijkpost 28 september  2019


'Weet u welke denkfout u maakt, mijnheer Bogaert? U lijdt aan electorale behaagzucht’


Joël De Ceulaer - De Morgen


Beste Hendrik Bogaert


U bent sinds kort, laat daar geen twijfel over bestaan, één van de vijf historische figuren van de naoorlogse christendemocratie. Eerst was er Gaston Eyskens, architect van onze robuuste welvaartsstaat. Dan kwam Wilfried Martens, die de Vlaamse deelstaat vormgaf. Vervolgens slaagde Jean-Luc Dehaene erin ons land de eurozone binnen te loodsen. Yves Leterme reed, dankzij een kartel met de N-VA, de partij eigenhandig de vernieling in. En u, tot slot, bent de eerste politicus in de geschiedenis van dit land die het Vlaams Blok slash Belang langs rechts wist in te halen. Uw recente voorstel om sofort over te gaan tot een hoofddoekenverbod in de publieke ruimte is zo krankjorum dat zelfs Filip Dewinter er in zijn ruigste fantasieën nooit zou opgekomen zijn.


En nu houdt u zich dus, luidens de wandelgangen, klaar om uzelf te outen als kandidaat-voorzitter van die stille, brave, ouderwetse, immer gematigde, godsvruchtige en zedige CD&V. Terwijl Wouter Beke u al lang – figuurlijk, uiteraard – uit het venster had moeten werpen. Een mens staat nérgens meer van te kijken, tegenwoordig.


Voor de lezers bij wie uw nare voorstel niet meer zo fris in het geheugen zit, breng ik het graag nog even in herinnering. In een met slordige argumenten bij elkaar geharkt boekje – met de ironische titel "In vrijheid samenleven" – stelde u voor dat “opvallende religieuze symbolen” moeten worden verboden zodra “meer dan vijf procent” van de bevolking die bewuste religie aanhangt. Dat was, zo voegde u eraan toe, overigens helemáál niet tegen moslims gericht – dat het christelijke kruisje niet opvallend is en dat de joodse bevolking geen vijf procent van de bevolking uitmaakt, is Louter Toeval. Uw enige intentie bestond erin om de vorming van sociale “subgroepen” tegen te gaan en tegelijk het “harmonische samenleven” in onze fraaie regio te bevorderen. Ik heb dat altijd een geweldig curieuze redenering gevonden. Mensen verbieden om te dragen wat ze willen om het samenleven te bevorderen, lijkt mij zoiets als jezelf urenlang met een hamer op het hoofd slaan om het genezingsproces na een hersenschudding te bevorderen.


Deze week las ik in De Standaard dat u vindt dat uw partij de knusse Vlaamse zeden en gewoonten weer volop moet omarmen.
U vermeldde de “zondagsrust, de bloedprocessie en elkaar de hand schudden als we goeiedag zeggen” – stuk voor stuk tradities die, zoals we weten, het hartje van de Vlaming sneller doen slaan, al van jongs af aan: wie van ons heeft vroeger op de speelplaats géén bloedprocessietje gespeeld met de vrienden? Ook hier bij De Morgen, toch een vooruitstrevende Vlaamse krant, is een feestje niet geslaagd als we niet in polonaise en met gepaste kledij de bloedprocessie hebben voltrokken.


Ook dat hoofddoekenverbod past volgens u perfect in het Vlaamse waardepatroon zoals dat aan menig tapkast in de praktijk wordt gebracht: daar, aan de toog, krijgt u dat idee naar eigen zeggen meteen verkocht. Wat mij niet verbaast: vanaf vijf promille doen zelfs genocidaire gedachten hun intrede, wat het “harmonische samenleven” trouwens ook lichtjes in het gedrang kan brengen.
Terzijde: hoe zou u dat hoofdoekverbod juist willen afdwingen? Door met zedenpolitie bemande vrachtwagens de steden en dorpen te laten doorkruisen op zoek naar overtreedsters, die dan in een kamp worden bijeengebracht voor een vestimentair en ideologisch heropvoedingstraject?


Ik vraag het maar, hoor. Ook mede namens uw partijgenoten, die daar vast niet allemaal hetzelfde over denken. Bij CD&V is het altijd wel van enerzijds-anderzijds geweest, maar nu breekt de periode aan van enerzijds-anderzijds-zuszijds-zozijds-hierzijds-daarzijds-ginderzijds. Uw partij stevent af op een explosie van onenigheid, een wonderbaarlijke vermenigvuldiging der meningsverschillen, waarbij u elkaar bekogelt met broden en vis. Miet Smet wil de ‘C’ schrappen uit de naam, Pieter De Crem en u willen er een antimoslimpartij van maken, Mieke Van Hecke wil moslims knuffelen. De rest van de partij droomt van “een nieuw verhaal”, met “rechten en plichten”, alsook met “vrijheid en verantwoordelijkheid”. De volgende stembusgang wordt een bloedprocessie.


Weet u welke denkfout u maakt, mijnheer Bogaert? U lijdt aan electorale behaagzucht. U hebt de score van Vlaams Belang gezien en hengelt nu naar de gunst van de naar rechts opschuivende kiezer. Alleen doet u dat zoals sommige verliefde puberjongens het meisje van hun dromen willen veroveren: kwijlend van verlangen en bereid om door het stof te kruipen. Spoiler: dat werkt meestal niet.


U hebt één troost: het verschil met de situatie bij Open Vld en sp.a is met het blote oog niet meer waarneembaar. Voor u is dat niet erg: als het niet lukt om bij CD&V voorzitter te worden, kunt u het nog bij een van die twee andere partijen proberen. Welke het ook wordt: zwaai nog eens als u straks over de kiesdrempel rijdt.


Met Vlaamse handdruk,


Joël De Ceulaer, senior writer



James Cooke


Uitkijkpost 17 mei  2019


'Uw seksmopjes beginnen stilaan geweldig op mijn zenuwen te werken


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste James Cooke,


Ik heb al mijn moed bijeengeschraapt voor deze brief, want de kwestie die ik bij u wil aankaarten, is nogal delicaat. Maar omdat de Belgian Pride zaterdag weer in volle glorie door Brussel trekt, vond ik de tijd rijp om het onderwerp toch eens aan te snijden. Ik heb het dan natuurlijk over uw seksuele geaardheid, en meer bepaald over de niet te stelpen stortvloed aan flauwe moppen die daarover wordt geproduceerd in Gert Late Night.


Ik ben, zoals u weet, een trouwe kijker. Ik heb een zwak voor olijke duo’s. Eerst Cooke en Verhulst, dan Zinzen en Van Cauwelaert – en een mens kan vredig gaan slapen. Maar die seksmopjes beginnen dus stilaan geweldig op mijn zenuwen te werken. Bij u op de boot, welteverstaan, want aan tafel bij De Vadder zou het niet waar zijn – ofschoon zijn gasten ongetwijfeld ook de occasionele schuine mop kunnen smaken.


VETTE KNIPOOG EN BIJBEHORENDE KWINKSLAG

Het valt u zelf misschien niet meer op, dus u moet daar toch eens op letten. Er kan in uw talkshow geen ‘gat’ of ‘staaf’ of ‘paal’ of ‘bal’ de revue passeren of u moet in beeld komen met een vette knipoog en bijbehorende kwinkslag. En als u tijdens een reportage het pad kruist van een knappe man, moet Verhulst altijd een elleboog tussen uw ribben planten met de vraag of dat niets voor u zou zijn. Meestal speelt u het spelletje mee en begint u zichzelf koelte toe te wuiven, om aan te geven dat de betrokkene u inderdaad bloedheet maakt. Tevens kan er geen ontbijt worden genuttigd zonder dat iemand een opmerking maakt over de afmetingen van uw penis. Waarna de unanieme hilariteit losbarst.


Nu is dat voor mij op zich allemaal geen probleem. Vrijheid, blijheid! Ik hou van humor, zeker als er een komische dimensie aan verbonden is. Humor werkt bevrijdend en helpt taboes te slopen, dus laten we er vooral een eind op los lachen. Maar op die boot is de voorraad opgebruikt, wat mij betreft. Ik ben stilaan gegeneerd in uw plaats. Ik knijp, zeg maar, de bilnaad dicht van plaatsvervangende schaamte.


Mijn vraag is dan ook deze: moet dat nu? Is het anno 2019 nodig om bij elke gelegenheid een onnozele toespeling te maken op uw geaardheid? Vroeger – toen Gaston en Leo nog leefden – werden er voortdurend scheve grappen gemaakt over De Vrouwtjes. Bij elke rondborstige dame die voorbijkwam in talkshow, quiz of sketch nam de machoseksuele grapdwang het over. Gelukkig zijn we daar na een stuk of drie hashtags wel van genezen. Ik zou zeggen: volg dat voorbeeld. Kijk nog eens naar Nanette van stand-upcomedienne Hannah Gadsby en weet dat u niet verplicht bent om aldoor met de eigen intimiteit te spotten. Het mag, hoor. Maar het hoeft niet. U bent homo. U valt op mannen. Wij weten dat. Relax. Het is oké.


KWAKZALVERS EN CHARLATANS

Er is nog een bezorgdheid die ik met u wil delen. Die heeft niets met seks te maken, maar alles met kwakzalverij – Verhulst zou nu zeggen: ‘Jaja, als het over kwakjes gaat, is den James er altijd snel bij’, maar laten we het deftig houden. Dinsdag had u op de boot een medium te gast. Het betrof een Limburgse jongeman met een peroxide hanenkam die beweert dat hij, als medium dus, over de gave beschikt om met de doden te converseren. Normaal gesproken kieper je zo’n charlatan direct overboord, maar zowel u als Verhulst en de gasten gingen daar serieus op in. Onder het motto: mja, het klinkt een beetje raar, maar er is toch meer tussen hemel en aarde, enzovoort, blablabla.


Mocht dit probleem – het publiekelijk presenteren van gepatenteerde lulkoek (sorry!) als iets dat geloofwaardig is – alleen op uw boot voorkomen, dan zou het nog meevallen. Doch helaas. Ik ben contractueel verplicht om de collega’s van VTM slim en sympathiek te vinden, maar dat zij onlangs het woord gaven aan een antivaxxer, was even pijnlijk.


EEN BOTERHAM MET SAMSONWORST

Ook de openbare omroep heeft de laatste jaren, vooral bij Karolien Debecker op Radio 1 en Lieven Van Gils op Eén, veel steken laten vallen. De osteo-, homeo- en andere –paten buitelden er over elkaar heen met een gemak alsof de medische wetenschap nog niet is uitgevonden. Dat zulks niet zonder gevaar is, werd nog eens bewezen door het 14-jarige meisje dat aan tuberculose bezweek nadat de osteopaat haar ouders had verzekerd dat die koorts een teken van herstel was. Alternatieve geneeskunde eist meer mensenlevens dan we denken. Daarom werd ik deze week blij van het protest van Test-Aankoop tegen homeopathie – en ter attentie van mensen die zeggen dat oscillococcinum helpt bij een verkoudheid: een boterham met Samsonworst helpt óók bij een verkoudheid. Alles helpt bij een verkoudheid. Een verkoudheid gaat namelijk gewoon over.


Soit. Ik heb een idee. U bevindt zich op het toppunt van uw roem. Wat Jeroen Meus is bij Eén, bent u bij Vier: hyperpopulair en polyvalent. Elk programma waaraan u meewerkt, wordt een succes, ook een show waarin u charlatans zou ontmaskeren en waarheid zou promoten. Wat denkt u? Om het met Verhulst te zeggen: de ballen liggen in uw kamp.


Zedige groet,


Joël De Ceulaer



De kiezer


Uitkijkpost 24 mei  2019


'Ja, we worden bestuurd door prutsers. Maar we worden evenzeer geïnformeerd door prutsers


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste kiezer,


Ik ben nog een beetje van de oude stempel. U zult mij, geheel conform mijn biologische aanleg en het traditionele rollenpatroon, zelden of nooit zien huilen. Ik probeer zo nobel mogelijk te lijden onder alles wat het wrede, Shakespeareaanse lot mij toeslingert en bewaar mijn kostbare tranen voor gelegenheden die mij diep weten te ontroeren. Voor zondag, bijvoorbeeld. Die dag zal ik, zoals bij elke stembusgang, van ’s morgens tot ’s avonds aanvallen van meligheid en sentiment te verduren krijgen. Verkiezingen maken mij blij. Het zijn momenten waarop ik de kosmos dankbaar ben dat ik niet geboren werd in Syrië, Soedan of Noord-Korea, maar op een lapje grond waar de burgers zelf mogen kiezen wie het voor het zeggen krijgt. Zonder spanning, aarzeling of vrees.


Er bestaan twee alternatieven. De totalitaire staat waar iedereen verbonden hoort te zijn in opperste harmonie, en waarin een verkeerde blik een treinrit richting strafkamp kan opleveren. En de totale, gewelddadige chaos, waar iedereen elkaar de kop inslaat en ook de eigen overheid vaten vol chemische wapens op kinderen gooit. U mag dat onnozel vinden, maar daaraan zal ik dus denken als ik zondagochtend, fris gewassen en strak in het pak, mijn stemrecht ga uitoefenen. Het besef dat wij met z’n allen in de rij staan om op vreedzame wijze onze verdeeldheid te vieren, zal mij met vreugde vervullen.


MEEDOEN OF ZWIJGEN

Dat zoveel intellectuelen daar tegenwoordig zo minnetjes over doen, en aangeven dat ze zullen thuisblijven of blanco zullen stemmen, kan er bij mij niet in – dat laatdunkende gegeeuw omdat ze de campagne vervelend vinden, dat meewarige toontje waarop ze al weken zuchten: ‘Was het maar al zondag 26 mei’ – ik baal er echt van. De meeste van die stemspijbelaars hebben op Canvas alle documentaires over Hitler gezien, maar beseffen nog altijd niet dat ze met hun gat in de boter gevallen zijn en tevens hun beide pollekes mogen kussen dat ze kúnnen gaan stemmen. Langs deze weg zou ik hen willen zeggen: u bent een dramaqueen, en ik raad u aan om toch te gaan. Als u niet opdaagt of blanco stemt, ontzegt u zich het recht om de volgende vijf jaar kritiek op het beleid te hebben. Dat zijn de spelregels. Wie niet meedoet, moet zwijgen.


Intellectuelen hebben het graag over de crisis van de democratie, maar de échte crisis van de democratie is volgens mij dat zoveel intellectuelen er niet meer in geloven – als niemand mij tijdig tegenhoudt, schrijf ik daar binnenkort een boek over.


DOOR DE MAND GEVALLEN

Akkoord, de keuze zal zondag niet makkelijk zijn. We kregen een – allemaal samen! – tsunami aan debatfiches over ons heen. Maar vergis u niet, er vált wel degelijk iets te kiezen: qua fiscaliteit, mobiliteit, energie, klimaat, samenleven, enzovoort. Ook leerzaam was dat veel politici door de mand vielen: Bart Somers (Open Vld) die het inclusieve verhaal van partijgenote Sihame El Kaouakibi koudweg afviel, Kristof Calvo (Groen) die zelfs na de duizendste vraag niet kon zeggen hoe hij de salariswagens zal compenseren, Hendrik Bogaert (CD&V) die moslima’s hun mensenrechten wil afpakken, Peter Mertens (PVDA) die na de totale ineenstorting van Venezuela toch dat vervloekte communisme bleef prediken, Bert Anciaux (sp.a) die tégen het einde van de levensbeschouwelijke segregatie in het onderwijs stemde, Bart De Wever (N-VA) die een taaltje hanteerde dat deed terugdenken aan het vullen van beestenwagons en Tom Van Grieken (VB) die het racisme heeft teruggebracht van nooit echt weggeweest.


En zo was het overal iets.


LUIDKEELS SCANDEREN

Ook journalisten deden hun duit in het zakje van de verwarring door eerst maandenlang elke dag een prioriteit uit te roepen waarin dringend (!) extra (!) middelen (!) moeten worden geïnvesteerd, en vervolgens met evenveel overtuiging te roepen dat er overal dringend (!) moet (!) worden (!) bespaard (!) – een cursus logica voor journalisten zou geen overbodige luxe zijn. Een schrijfcursus evenmin, maar nu dwalen we af.


Ja, we worden bestuurd door prutsers. Maar we worden evenzeer geïnformeerd en met opinies bestookt door prutsers. Of denkt u echt dat een regering met Carl Devos, Bart Sturtewagen, Liesbeth Van Impe, Rik Torfs, Jan Segers, Bart Eeckhout, Walter Zinzen en Rik Van Cauwelaert – laat staan uw dienaar – beter zou besturen? Kom kom kom. En zou u, waarde kiezer, het zelf zoveel beter doen dan die lui op wie we altijd sakkeren?


Dat is net het fijne aan dat krakkemikkige en vaak boosmakende systeem van ons. We prutsen er met z’n allen wat op los, maar dankzij de structuur die wij geërfd hebben van onze voorouders blijft alles functioneren en is vooruitgang altijd haalbaar. Laten we blij zijn dat iemand die structuur nog wil bemannen.


Ik nodig u dan ook uit om, zoals ik dat zal doen, bij het uitbrengen van uw stem discreet een traantje weg te pinken en stilletjes te prevelen wat iedereen af en toe luidkeels zou moeten scanderen. Leve de democratie!


Electorale groet


Joël De Ceulaer



Damiaan Denys


Uitkijkpost 10 april 2020

'Beste Damiaan Denys, dankzij u weten we nu dat de wetenschap dwaalt


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beeld Studio Caro


Beste Damiaan Denys

Voor het brede publiek bent u nog een relatieve nieuwkomer, maar toch prijkt uw ster al stevig aan het Vlaamse mediafirmament. U behoort, samen met Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe, tot de Grote Drie van Psychologie en Psychiatrie. Als u op televisie het woord neemt, kan men op straten en pleinen een speld horen vallen, omdat haast iedereen zich voor het scherm heeft gezet – het hoofd lichtjes voorover gebogen, de handen eerbiedig in de schoot gevouwen. U en uw collega’s vormen een geweldig trio, vind ik – ik zie u als de Romeo’s van de zielenknijperij. En tegelijk als de pastoors van deze tijd.


JACQUES LACAN

De Wachter is meer het volkse type, met de simpele boodschap. Ik heb vernomen dat hij aan een boek werkt waarin hij ons zou willen leren dat het oké is om af en toe een beetje ongelukkig te zijn – al is dat een nog onbevestigd gerucht. Paul Verhaeghe en uzelf behoren tot de wat meer elitaire strekking der psychoanalytici. U bent als het ware nog pastoors van voor het Tweede Vaticaans Concilie, die een taal gebruikten die niemand begreep. In uw geval: de taal van onder meer uw goeroe Jacques Lacan. Zo voorspelde u onlangs in een krant dat er straks, na de coronacrisis, weer meer mensen gelovig zullen zijn, omdat we op zoek zijn naar – ik haal even diep adem – ‘wat Lacan le sujet supposé savoir noemde, het subject dat verondersteld wordt alles te weten’. God, dus.


In Knack las ik een essay van uw collega Paul Verhaeghe, en ook dat lijkt mij te getuigen van diepe en waardevolle inzichten. Al ga ik het voor alle zekerheid nóg eens lezen, want het was mij niet meteen duidelijk. Kwatongen zullen dat wijten aan slordig denkwerk en te haastig geschrijf van de auteur, maar wellicht is het essay een puzzel voor geschoolde lezers, die eerst alle zinnen nog in de juiste volgorde moeten zetten.


Maar laat ik mij nu focussen op úw bijdrage aan het coronadebat, want het is uiteraard in dat verband, mijnheer Denys, dat ik u deze brief schrijf. Om u te bedanken. U bent een specialist in angststoornissen, en jawel, u hebt mijn angst volledig weggenomen.


OUD EN ZWAK

Die angst is groot, dat kan u niet ontgaan. Qua aantal coronadoden per miljoen inwoners maakt België momenteel nog altijd kans op een podiumplaats. De ernst van de epidemie werd wekenlang onderschat door het beleid, en in onze woon-zorgcentra – die nochtans sedert mensenheugenis worden aangestuurd door christendemocratische ministers – is een ware slachting aan de gang. Vele hardwerkende Vlamingen die hun vader of moeder in zo’n centrum hadden ondergebracht, hebben zelfs geen afscheid kunnen nemen. En in de supermarkten lopen we elkaar nog altijd massaal te besmetten, omdat experts blijven volhouden dat het geen zin heeft om neus en mond te bedekken. Er zijn nachten, dokter Denys, dat ik de slaap niet kan vatten. De schaapjes die ik dan begin te tellen, veranderen na enkele minuten altijd in doodskisten. Een eindeloze sliert doodskisten, gevuld met de allerliefste oma’s en opa’s van de hele wereld.


Gelukkig bent u er dus, en hebt u mij gerustgesteld. In De Standaard wist u te vertellen dat we het met een beetje goede wil ook helemaal anders kunnen bekijken: ‘Dit virus is vooral gevaarlijk voor mensen die oud en zwak zijn’, zei u. ‘Dat is dus een goeie zaak. Het verlost ons van een zwakke bevolking die ziek is en zwaar op de maatschappij weegt.’ Ik moet zeggen: dat was een pak van mijn hart. In de verte hoorde ik de bevoegde minister Wouter Beke, en al zijn christelijke voorgangers, ook al wat opgeluchter ademhalen.

U kunt de crisis niet alleen relativeren, u hebt er zelfs al een allesomvattende verklaring voor gevonden. Het onheil dat nu over ons wordt uitgestort, is “een tik van de Schepper, of de natuurwet”, zei u in de Nederlandse krant Trouw, “een gezonde correctie op onze levensstijl”. Wat André-Joseph Léonard ooit zei over aids, zegt u over corona: het is een kwestie van immanente gerechtigheid. Het is allemaal onze eigen schuld!


MOEDER NATUUR

Ook dat is een hele opluchting. Wetenschappers – van kosmologen tot biologen – hebben altijd gedacht dat er geen doelmatigheid of moraliteit in de natuur te bespeuren valt. Als de leeuw de nek breekt van het kalf van de antilope en het als een homp vlees naar zijn eigen welpjes brengt, is dat niet goed of slecht – het is gewoon balen voor de antilope en boffen voor de leeuw. De natuur is niet goed of slecht, de natuur is amoreel.


Dáchten wij dus. Dankzij u weten we nu dat de wetenschap dwaalt. De natuur is bezield en beschikt over het vermogen om ons signalen te sturen en tikken te geven. Wat mij tot de hoopvolle vraag brengt, professor: die antivirale middelen en vaccins, hebben we die écht nodig? Zouden we het virus niet kunnen bezweren door onze collectieve schuld af te lossen middels het offeren van baby’s en het ritmisch heen en weer bewegen op een melodie die Moeder Natuur kan behagen?


Wat zegt Jacques Lacan daarover?


Dankbare groeten


Joël De Ceulaer, senior writer


Contact