Uitkijkpost 3


Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een boze, bezorgde of blije brief aan de (m/v/x) van de week.

 


Top


Uitkijkpost 28 december  2019


'Beste Michael Freilich, ik heb uw kolder met een emmer popcorn gevolgd.'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Michael Freilich,


De eerste bonafide doodsbedreiging bereikte mij in september 2002, nadat ik in De zevende dag iets onaardigs had gezegd over Filip Dewinter. De eerste nauwelijks verholen suggestie aan de hoofdredactie om mij te ontslaan volgde wat later, vanwege een fanatieke ecoloog aan de KU Leuven, nadat ik iets had geschreven dat niet in zijn klimaatkraampje paste. Sindsdien heb ik vele intimidaties en scheldpartijen overleefd. Er zijn dagen dat ik liever een prostaatonderzoek onderga dan mijn mailbox te openen, maar ik weet: het hoort erbij. Dat gescheld, dus. Wie daar niet tegen kan, moet bakker worden. Of kapitein op de lange omvaart.


En toch zit ik hier nu met trillende vingers te tikken. De zweetdruppels glimmen op mijn voorhoofd. Elk woord in deze brief leg ik eerst op een apothekersschaaltje, want u bent een gevreesde pitbull in het debat. Als hoofdredacteur van Joods Actueel liet u over elke tegenstander een welhaast oudtestamentische toorn nederdalen – over de ene omdat hij de favoriete forel van Hitler had bereid, over een andere omdat hij iets onaardigs had gezegd over joden of over Israël.


LAAG-BIJ-DE-GRONDS

De laatste die u aan uw degen wilde rijgen, was onze hoofdredacteur Bart Eeckhout, omdat hij pertinente vragen had gesteld bij heimelijke opnames die uw medewerker had gemaakt op een bijeenkomst met vertegenwoordigers van Palestijnse ngo’s. “Shame on you”, snauwde u Eeckhout in een video toe. “Dit is een laffe, laag-bij-de-grondse aanval op mij en op heel de joodse gemeenschap.”


Wat die video betreft, moet ik u dadelijk terechtwijzen. Maar verder beloof ik, mijnheer Freilich, dat deze brief louter warme gevoelens voor u en uw geloofsgenoten bevat – én voor de ronduit geweldige staat Israël, zeg ik daar graag bij: ik wil geen antisemiet zijn, dus ik juich het Israëlische beleid ondubbelzinnig toe. Leve Benjamin Netanyahu!


Maar eerst toch even die terechtwijzing, of noem het een stille wenk: als u nog eens een video maakt, laat die dan eerst toch eens bekijken door een buitenstaander, zodat u geen kemels schiet: uw bewering dat de kritiek van Eeckhout op ú een aanval vormt op héél de joodse gemeenschap, is alleen geloofwaardig in het kader van een comedyshow. Het bewijst wel dat u een voortreffelijke Vlaams-nationalist bent: die beschouwt elk zuchtje kritiek ook als een kaakslag voor het gansche Vlaamse volk.


GEURLOOS PARFUM

Wat ons bij uw laatste wapenfeit brengt: de kolder met de kandelaar! In een filmpje toonde u deze week hoe u in uw parlementaire kantoor de kaarsjes van een joodse kandelaar aansteekt, om Chanoeka – het feest van het licht – te vieren. Dat leidde tot deining op sociale media. Zelfs uw N-VA-collega’s begonnen elkaar te bestoken met verwijten. Ik vulde een emmer met popcorn en volgde het op de voet. Stond N-VA niet voor een neutrale overheid, zonder hoofddoeken, maar ook zonder kruisjes en keppels en kandelaren? Zeker, vonden de enen. Neen, vonden de anderen, die oordeelden dat u niets verkeerds had gedaan: als volksvertegenwoordiger hoeft u helemáál niet neutraal te zijn. Een neutrale volksvertegenwoordiger, dat is zoiets als een geurloos parfum. Het parlement is de belichaming van het volk. Als de overheid neutraal moet zijn – áls – dan is het bij de dienstverlening áán, niet bij de representatie ván de burger.


Zelf sta ik in deze kwestie dus volledig aan uw kant. Net zoals ik ook aan de kant sta van Benjamin Netanyahu en zijn fantastische beleid – of had ik dat al gezegd? In elk geval: leve de Israëlische overheid!


OPENLIJKE OPNAMES

Maar soit. Omdat u deze keer recht in uw schoenen stond, vond ik de reactie van Annick De Ridder zo raar. Om de interne discussies de kop in te drukken, schreef zij op Twitter: “Geloof hoort niet thuis in het parlement. Punt.” Zij dwaalde.


Om te beginnen mag u in uw kantoor doen wat uw hartje maar belieft. Als andere politici orgieën mogen organiseren in hun kantoor, waarom zou u er dan potverdorie geen kaarsjes mogen aansteken? Ook in de Kamer zelf mag u de keppel dragen, trouwens. Sterker nog: Bart De Wever heeft u dat zelf gezegd. Dat hij daar “geen enkel probleem” mee zou hebben. Ik beschik over opnames – geen heimelijke, maar openlijke – van een gesprek waarin iemand dat on the record bevestigt: dat uw voorzitter heeft gezegd dat uw keppel welkom is in het Paleis der Natie. Ik zal mijn bronnen niet ontbloten, maar u weet wie die ‘iemand’ is. Op eenvoudig verzoek zet ik de opnames online.


Mag ik een suggestie doen om de vernedering door Annick De Ridder te compenseren? Volg alsnog het advies van De Wever en draag uw keppel voortaan in de Kamer – uw voorzitter draagt er om de haverklap zélf eentje, waarom zou u het dan laten? En aan Pinar Akbas, uw Hasseltse N-VA-collega die op Twitter vroeg wat ze in geval van keppeltolerantie-maar-hoofddoekhaat moet zeggen tegen mensen die vragen of N-VA een anti-islampartij is, antwoordt u maar dat ze gewoon zachtjes moet knikken.


Gelukkig nieuwjaar!


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost 16 november  2019


'Beste Maike Wijnants, u zou Francken en Van Langenhove over de knie moeten leggen.'

'Uw reactie na de brand is in het huidige klimaat niet minder dan een daad van verzet.'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Maike Wijnants


Ik draag al meer dan tien jaar met grote regelmaat een hoed, maar mocht dat niet het geval zijn, dan zou ik deze week zeker een exemplaar hebben gekocht – al was het alleen maar om hem voor u te kunnen afdoen, met een nederige en dankbare buiging namens alle mensen voor wie u voortaan een stichtend voorbeeld bent. Ik zou vandaag de hele krant kunnen vullen met woorden van hulde en bewondering. Uw reactie na de brand in het asielcentrum naast uw deur getuigde van zeldzame klasse.


Het beeld staat al dagen op mijn netvlies gebrand: hoe u zondag om twintig over elf ’s avonds werd wakker gebeld en – liefdevol uitgedost in de pyjama van uw overleden man – door het venster zag dat uw Ark van Noé in lichterlaaie stond. Het gewezen rusthuis, waarvan u altijd de leiding hebt gehad, zal straks onderdak bieden aan 140 asielzoekers, van wie een aantal met fysieke beperkingen kampt. Vandaar de keuze voor deze locatie: zo is het gebouw onder meer aangepast voor rolstoelgebruikers. U hebt op verzoek van Fedasil en het Rode Kruis dan ook besloten om het voor dat nobele doel te verhuren. U zou het gebouw evengoed kunnen verkopen om het geld te verbrassen tijdens een cruise naar de Caraïben, maar u doet liever iets voor uw medemens – zelfs als u zich zo de haat en bagger van extremisten op de hals haalt. In Het Nieuwsblad las ik dat het motto van uw Ark luidt: ‘Het is liefde, niet haat en wraak die deze wereld bewoonbaar maken.’


DAAD VAN VERZET

Dat klinkt zo melig dat ik er in normale omstandigheden eens krachtig bij zou geeuwen, maar in het huidige klimaat is zo’n houding niet minder dan een daad van verzet. U bent, om mijn goede collega Hugo Camps te citeren, ‘de voorhamer van ons geweten’. U beukt ons met de glimlach wakker. De jeugd van tegenwoordig doet weleens geringschattend over de ouderen onder ons, maar u doet hen met uw 79 lentes allemaal de broek af.


U bent een heldin en blijft op koers, ook na de brand. “Natuurlijk gaan we hiermee door”, zei u nog in de krant. “Op 25 december vier ik mijn tachtigste verjaardag. In februari zal ik mijn feestje houden, mét champagne voor alle asielzoekers. Of denk je dat ik mij laat tegenhouden door onverdraagzame haatzaaiers. Dan kennen ze mij nog niet.” Die ene uitspraak van u weegt even zwaar als het metersdikke archief aan opiniestukken tegen haat en racisme van de voorbije dertig jaar. Daden zijn sterker dan woorden.


HELDEN ZIJN SPELDEN

Na de oorlog – dat weet iedereen – is het gemakkelijk om de verzetsheld uit te hangen. Maar wie van ons kan met stelligheid te beweren dat hij dat ook écht zou durven? Wie Kinderen van de collaboratie zag, kan nooit uitsluiten dat hij in dezelfde omstandigheden misschien hetzelfde had gedaan. Wie Kinderen van het verzet ziet, beseft verduiveld goed dat het moed en stalen zenuwen vergt om jezelf en je familie zo op het spel te zetten. De vraag is niet: wie heult er mee? De interessante vraag is: wie heult er níét mee? Lafaards genoeg, het zijn altijd de helden die de spelden in de hooiberg zijn.


Ook vandaag. Het is geen oorlog, maar het klimaat verhit. Niet alleen uiterst rechts, ook centrumrechts, centrumtsjeef en centrumlinks pompen met de blaasbalg van de haat en hitsen de gemoederen op. Iedereen heeft het over een ‘asielcrisis’, terwijl haast niemand van ons ooit een asielzoeker van dichtbij heeft gezien. We worden zogezegd ‘overspoeld’ en ‘overrompeld’ door een ‘instroom’ die we ‘niet onder controle’ hebben, terwijl dit land beschamend weinig doet om die mensen te helpen. Het oordeel van de geschiedenis zal ons ooit met de voorhamer verbrijzelen.


OP DE BLOTE POEP

U bent een ‘bleiter’, las ik. Maar na de brandstichting, een vorm van uit de hand gelopen burgerparticipatie zeg maar, hebt u niet gehuild. U bent kwaad en onverzettelijk. Ik vind dat u die boosheid zou moeten kunnen omzetten in een nuttig gebaar, door – ik zeg maar wat – Dries Van Langenhove en Theo Francken eens over de knie leggen en op hun blote poep te kletsen. Of een andere politicus naar keuze, want in de politiek zijn de dapperen van geest dun gezaaid. Denk maar aan wat Walter De Donder, kandidaat-voorzitter bij CD&V en kabouter in bijberoep, onlangs tweette. Dat hij de herder wil zijn die áchter zijn kudde loopt, in plaats van ervóór. Waar de kudde precies loopt maakt niets uit, voegde hij daaraan toe, zolang iedereen maar bij elkaar blijft. Tegen zoveel onzin valt niet meer op te schertsen. Wat hij even vergeet: een genocidaire kudde blijft óók bij elkaar.


Wat mij eraan doet denken – ik wil uw oude dag niet nodeloos druk maken, dus ik hoop dat u mij de vraag vergeeft, maar: wanneer bent ú ergens verkiesbaar? Van mij mag u zo de Kamer in. Ik hoop in elk geval dat we uw stem nog lang en vaak mogen horen. Het ga u goed, mevrouw. Bij dezen wil ik al onze lezers verzoeken om zaterdagmiddag om 12 uur stipt allemaal een minuut lang voor u applaudisseren.

Ik hoop dat u het tot in Bilzen kunt horen.


Hoogachtend


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost  9 november  2019


'Beste Servais Verherstraeten, men onderschat u,

maar dat deed men met onze huidige vorst vroeger ook'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Servais Verherstraeten,


Ik kom meteen terzake: dit land, om van de rest van de wereld nog te zwijgen, bevindt zich op de rand van de afgrond en alleen ú bent nog in staat om een fatale catastrofe af te wenden. U denkt nu natuurlijk meteen dat ik met u kom spotten, maar ik verzeker u dat het tegendeel waar is. U beschikt over zeldzame kwaliteiten, die in deze gure, miserabele tijden meer dan ooit van pas kunnen komen.


Dat de toestand hachelijk is, hoef ik u niet te vertellen. De wereld staat in brand. In 2050 zal Gent volledig onder water lopen. IS is aan het hergroeperen. Trump kan elk moment per abuis een atoombom lanceren. China stopt moslims in concentratiekampen. Er komt een nieuw seizoen van F.C. De Kampioenen. En bijna zes maanden na de verkiezingen is er nog geen spoor van een nieuwe regering. En niemand lijkt in staat om een doorbraak te forceren. Ik schrijf wel: lijkt. Want u bent volgens mij de man die we zoeken.


EEN VULPEN EN SOKKEN

Waarschijnlijk ben ik momenteel de enige die dat gelooft. U hebt, we moeten daar eerlijk in zijn, niet meteen de reputatie een krachtig leider of groot staatsman te zijn. Een buste, standbeeld of straatnaam zullen u voorlopig niet te beurt vallen. U bent tot dusver altijd een veeleer kleurloze partijsoldaat geweest bij CD&V. De man zonder eigenschappen, die elke ochtend het kantoor van de partijvoorzitter betreedt, eerbiedig salueert, de hielen tegen elkaar laat klakken, en vraagt: “Hier ben ik. Wat kan ik voor u doen? Wat wilt u dat ik zeg?” U slaapt met de debatfiches onder uw kussen, en laat uw vrouw u elke ochtend ondervragen. Op de jaarlijkse Grote Debatfichequiz van uw partij sleept u ongetwijfeld altijd de hoofdprijs in de wacht: een oranje vulpen en drie paar grijze sokken.


Ik las deze week dat u een van die oud-regeringsleden bent die nog altijd op onze kosten een medewerker in dienst hebben. Ik neem aan dat u die gebruikt om uw toespraken en persberichten zorgvuldig te screenen op de eventuele aanwezigheid van een persoonlijk standpunt, want dat wilt u te allen prijze vermijden. Historici zullen later uw oeuvre ook nog grondig onderzoeken op sporen van een mening – die er misschien ooit per ongeluk is in gesukkeld, tijdens een moment van onoplettendheid.


MOED EN ZELFVERACHTING

Wat velen vergeten, is dit: de keerzijde van die schijnbaar slappe partijtrouw is een heel bijzondere vorm van moed. Mocht u een Amerikaanse soldaat zijn geweest bij de landing op Normandië, dan zou u zonder aarzeling in de eerste boten zijn gestapt, in de wetenschap dat u op het strand meteen zou worden afgeschoten. Het is die moed, die zelfverachting in het algemeen belang, waarop wij nu een beroep zouden willen doen.


Uw moment is gekomen.


Het probleem is bekend. PS en N-VA willen niet met elkaar in een regering. Paars-geel is een dood spoor, het zal paars-groen-plus moeten worden. Maar zowel Open Vld als uw eigen partij is daar tegen, omdat ze vinden dat de N-VA móét meedoen. Raar, want dat vonden ze vorige keer – toen de tripartite van Di Rupo had kunnen voortdoen, versterkt met een extra zetel zelfs – ook: CD&V wilde N-VA een kopje kleiner maken door hen mee in het Zweedse bad te sleuren. Met alle gevolgen van dien: ja, N-VA heeft verloren, maar uw partij is op weg naar de bodem. Daarom is het zo onthutsend dat CD&V vandaag net dezelfde strategie hanteert als in 2014 – iedereen weet: when in a hole, stop digging.


RUSTIGE VASTHEID

U bent, mijnheer Verherstraeten, een man van de verzoening, een man die het eigen ego op cruciale momenten het zwijgen kan opleggen. Men onderschat u, maar dat deed men vroeger met onze huidige vorst ook. Men vond hem een duts, een kneusje, een prutser – en kijk eens met welke waardigheid hij nu de kroon draagt. Hij heeft zich ontpopt tot een leider, en dat kunt u ook doen. Qua rustige vastheid hebt u hetzelfde profiel. Vandaar dit advies: doe in uw partij een greep naar de macht. Voorzitter kunt u niet meer worden, maar wie het ook wordt, u zult hem of haar zowel qua ervaring als qua politiek inzicht moeiteloos overklassen. En die Koen Geens duwt u ook maar opzij – hij is toch te veel de aristocraat, terwijl u een man van het volk bent, recht uit de Kempense klei getrokken.


U moet namens uw partij de gesprekken in handen nemen. U kunt dat, want u blijft een man van de Chiro. De samenhorigheid en het engagement hebben u gemaakt tot wie u bent: een man uit één stuk, betrouwbaar en integer, altijd onberispelijk qua taalgebruik en in staat om mensen aan hetzelfde zeel te doen trekken.


LEVE DE CHIRO!


Zodus. Overtuig de vorst dat u het veld in moet als Koninklijk Verzoener en ga met alle partijen voor paars-groen-plus op kamp. Eerst speelt u Dikke Bertha en Schipper mag ik overvaren. Daarna volgt voor iedereen een ritje op de mechanische stier, een nachtelijke dropping in het bos en een kampvuur met vrolijke samenzang. Dat scenario herhaalt u elke dag. Leve de Chiro! Niemand mag naar huis voor er een regering is.


Het zal nogal vooruitgaan.


Moedig voorwaarts


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost  2 november  2019


'Beste Davy Parmentier, VTM moet onze politici nog hárder aanpakken'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Davy Parmentier,


Laat ik eerst, in volle transparantie naar de lezer toe, duidelijk maken dat uw en mijn belangen innig met elkaar verstrengeld zijn. De Morgen en VTM maken allebei deel uit van hetzelfde machtige, prachtige, onvolprezen bedrijf DPGMedia, dat al vertakking kent tot in Nederland en Denemarken en ooit de wereld zal veroveren. Wat goed is voor u, is goed voor mij, en omgekeerd. Wij moeten elkaar immer op de schouders timmeren.


Vandaar deze brief. Die is trouwens niet gericht aan de talkshowhost die u sinds begin vorige week geworden bent met het geniale Wat een dag!, maar aan de creatief directeur die u al veel langer bent. Ik schrijf u, mijnheer Parmentier, om u wat ideeën aan de hand te doen met betrekking tot het zendschema van VTM. Want eerlijk gezegd: u staat er niet goed voor. De VRT domineert de top 20 van de kijkcijfers, en bij de commerciëlen rukt Vier genadeloos op. Mijn diagnose: uw zender mist aansluiting bij de tijdgeest.


Gelukkig is er nog hoop. Dat bewees Make Belgium Great Again afgelopen zondag – meer bepaald het item over de politici die onder valse voorwendselen in de val werden gelokt: wat begon als een vrolijk fietstochtje om aandacht te vragen voor de verkeersveiligheid, eindigde in een confrontatie met ouders van verongelukte kinderen. Heel weldenkend Vlaanderen vond dat schandelijk en ongehoord: u had – zoals dat heet – de ‘antipolitiek’ gevoed door politici af te schilderen als een troepje onverantwoorde prutsers, die zich niets aantrekken van het onpeilbare leed dat onze samenleving doordrenkt.


Terwijl ik de verontwaardiging in de krantenkolommen elke dag zag aanzwellen, dacht ik ineens: dáár zit de markt voor mijn collega’s bij VTM! Met de heisa die dat programma veroorzaakte, moet u schaamteloos uw voordeel doen, onder het motto dat deze tijd bij uitstek typeert – zeker in de politiek: When we go low, we can always go lower. Dat moet u ook doen. U moet onze politici nog hárder aanpakken. Ik doe een paar voorstellen.


SAMEN OP DE FIETS 

In dit programma steken we na Make Belgium Great Again nog een tandje bij. Vijf politici worden, samen met hun kinderen, naar de avant-première van De Grote Sinterklaasshow gelokt. Ze gaan evenwel niet naar de show kijken, maar moeten zo snel mogelijk met kind achterop de fiets een parcours vol moordstroken afleggen. De winnaar van dit programma krijgt een vrijstelling voor het volgende.


KINDEREN VAN IS 

Na de fietstocht worden de kinderen gescheiden van hun ouders en met een C-130 naar het IS-gevangenenkamp in Al-Hol gebracht. Het politieke debat over de vraag of we onze kinderen uit Syrië willen repatriëren, wordt opnieuw geopend.


PROBLEMEN BENOEMEN 

In dit programma staan vindingrijkheid, vrijheid van mening en stemvolume centraal. De politicus die de luidste en origineelste variant kan bedenken op de stelling dat er ‘te veel bruine mannen’ rondlopen in dit land en dat die beter ‘naar hun eigen land’ zouden teruggaan, wint een culinair weekend in Berchtesgaden, met als hoogtepunt een door Jeroen Meus persoonlijk bereide forel in botersaus.


DE WITSTE GEMEENTE 

Met Theo Francken en Walter De Donder als kapiteins gaan twee teams van politici op zoek naar de Vlaamse gemeente die de bulldozerdruk van ‘al die bruine mannen’ het beste heeft kunnen weerstaan. De politicus die er als eerste in slaagt dit prachtige, lelieblanke dorpje te lokaliseren, mag samen met Francken en De Donder in de jury van het volgende programma zetelen.


SAMEN MET DE TREIN 

Om hun gedegen kennis van onze superdiverse samenleving te testen, moeten politici uit alle partijen – behalve Groen en PVDA, die hier een vrijstelling genieten – een groep van duizend Vlamingen volgens etnische herkomst verdelen over verschillende treinstellen, waaronder een modale NMBS-wagon, een eersteklasrijtuig en een wagon die normaal wordt gebruikt voor het transport van goederen en dieren.


DE GROTE EUTHANASIESHOW 

Dit programma, met alleen politici die de 80 hebben bereikt, wordt gepresenteerd door Gwendolyn Rutten van Open Vld. Kijkers sms’en om te bepalen wie van de kandidaten zijn of haar leven als ‘voltooid’ mag beschouwen. In de finale wordt Rutten bijgestaan door een deurwaarder én een bevoegde arts.


DE DOMSTE POLITICUS TER WERELD 

Ook in dit programma vormen politici zelf het voorwerp van vermaak. Kandidaten van elke partij krijgen alleen maar vragen over hun eigen ideologie. De winnaar is de kandidaat met de minste punten. Hendrik Bogaert van CD&V wordt voor dit programma uiteraard gediskwalificeerd.


TEMPTATION WETSTRAAT 

In een weelderig pand op loopafstand van de Wetstraat wordt een groep mannelijke én vrouwelijke politici wekenlang geïsoleerd. Ze worden elke dag volgepompt met coke en drank, naakt het zwembad ingeduwd, en moeten toch de lokroep des vlezes proberen te weerstaan. De winnaar wordt CD&V-voorzitter.


Zo. Succes ermee, en tot op ons jaarlijkse nieuwjaarsbal!


Collegiale groet,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost  26 oktober  2019


'Beste Nadia Sminate, u hebt maandag de grens van de zelfvernedering verlegd'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Nadia Sminate,


Ofschoon ik geen enkel dier bezit, is het in mijn tuin verboden om kippen, schapen en kangoeroes te voederen. Tevens sta ik de weinige vrienden die ik na mijn bestaan in de media nog overhoud, nooit toe om op mijn oprit te parkeren als ze op bezoek komen, en zulks in weerwil van het feit dat mijn huis helemaal geen oprit hééft. Mensen lachen mij vaak uit als ik hen in kennis stel van deze strenge huisregels, maar ik weet dat u een van de weinigen bent die mij zal begrijpen. Ik verklaar mij nader.


Ofschoon het zwembad in uw gemeente nog een jaar gesloten was voor ingrijpende verbouwingen, kondigde u als toenmalig burgemeester van Londerzeel in juli 2017 al een boerkiniverbod af. Tegelijk was het voor uw loketbeambten streng verboden om een hoofddoek te dragen, al is er naar verluidt zelfs met een microscoop in Londerzeel geen enkele loketbeambte te bespeuren die zelfs maar zou durven probéren te overwegen om eventueel te willen nadenken over de mogelijkheid om ooit, misschien, het dragen van een hoofddoek als een vage, verre, virtuele optie te willen overpeinzen.


Op het eerste gezicht hebben wij, mevrouw Sminate, hetzelfde motto: beter voorkomen dan genezen! Better safe than sorry! Maar bij nader toezien staan onze wereldbeelden – gelukkig maar – geheel haaks op elkaar. Dat viel mij maandag nog maar eens op, terwijl ik naar De afspraak zat te kijken, waar u met meester Abderrahim Lahlali in debat ging over het terughalen van een aantal IS-strijders met piepjonge kinderen. Ik moet zeggen dat ik de redactie van De afspraak dankbaar ben voor de kans die zij mij elke week biedt om een politicus te zien imploderen. Vorige week nam uw N-VA-collega Assita Kanko die honneurs waar, deze week was het uw beurt. Over hetzelfde onderwerp, nota bene.


Woensdag had ik nog de eer en het genoegen gehad om Lahlali, uw tegenstrever in het debat, tegen het lijf te lopen op de presentatie van het boek Verdwaald in verlichting van filosoof Patrick Loobuyck en imam Khalid Benhaddou. Een boeiende avond. U had erbij moeten zijn. Zo verwees Loobuyck naar het motto van de beroemde verlichtingsfilosoof Immanuel Kant: “Sapere aude!” Durf te denken! In politiek jargon vertaald: “Gooi die smerige debatfiches nu eens in de vuilnisbak en wees gewoon eerlijk in een debat!”


Het is sommige lezers misschien ontgaan, want de pers heeft er – vermoedelijk uit louter mededogen – weinig tot geen aandacht aan besteed, maar u hebt maandag de grens van de zelfvernedering flink verlegd, toen u tijdens de discussie Lahlali ineens toesnauwde: “Mensen zoals u en ik, met buitenlandse roots, moeten bewijzen dat we weten welke kansen wij hier in Vlaanderen gekregen hebben. En u doet het omgekeerde.”


Bon. Twee dingen.


Eén. Mensen zoals u en Lahlali mogen vanzelfsprekend dankbaar zijn. Dankbaarheid is een fraaie eigenschap. Wie niet kan slapen, kan ’s avonds beter zijn zegeningen dan zijn schapen tellen – als hij er al heeft. Lang leve de dankbaarheid! Alleen hoeft u met uw achtergrond natuurlijk geen greintje meer dankbaarheid te tonen dan iemand zonder die achtergrond. Schrik niet, mevrouw Sminate, maar u bent hier geboren en getogen, net zoals ik, meester Lahlali, Bart Schols en Bart De Wever. Dat u bereid bent om zich door uw partij, die in Het Nieuwsblad liet optekenen dat uw dankbaarheid terecht is, zo te laten gebruiken, vind ik bijzonder treurig. Eerst maakte men van u de – excusez le mot – boerkinibabe, nu maakt men van u de dankbare allochtoon. Ik zou dat in uw plaats niet pikken. Ieder rechtschapen mens zou zich moeten verzetten tegen die vileine tweedeling op basis van achtergrond.


Twee. U vindt dat meester Lahlali die IS-schurken niet zou mogen verdedigen. “Ik kan daar niet bij”, zei u. “En de hardwerkende Vlaming kan daar ook niet bij.” Nu sluit ik niet uit dat de hardwerkende Vlaming soms zó hard aan het werken is dat hij geen tijd heeft om daarover na te denken, maar in een rechtsstaat heeft iedereen recht op verdediging. Voorbeeldje: iemand die kinderen ontvoert, opsluit, misbruikt en vermoordt, heeft óók recht op verdediging. Al had Marc Dutroux, vanuit uw standpunt bekeken tenminste, zijn achtergrond mee – hij mag dankbaar zijn dat hij niet in pakweg Soedan geboren is, want dan had België hem gedeporteerd om in eigen land een straf uit te zitten.

Wel, dat geldt ook voor IS-gangsters. Over de kinderen mag zelfs geen discussie bestaan, maar ook die kerels zelf moeten naar hun geboorteland teruggebracht worden. Mag ik even herhalen wat kenners nu al enkele jaren roepen? Als wij hen niet terughalen, maar laten rondzwerven in het Midden-Oosten, mogen we helaas niet uitsluiten dat we vroeg of laat opnieuw een aanslag zullen ondergaan, door terroristen die uit het niets zullen opduiken. Wat gaat u, mevrouw Sminate, dan zeggen tegen de hardwerkende Vlaming?

Wie moeten we dan dankbaar zijn?


Verlichte groet,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost 19 oktober  2019

'Beste Assita Kanko, het leek alsof u een vliegende schotel had zien landen'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Assita Kanko,


Het was de tweede keer dat ik het zag. Hoe een N-VA-topper het ene moment nog een gloedvol betoog houdt in duidelijke staat van euforie, om dan als een pudding in elkaar te zakken, geveld door onrust en ontreddering. De eerste keer toen Kris Van Dijck op 11 juli, als voorzitter van het Vlaams Parlement, een welhaast orgastisch moment de gloire beleefde tijdens zijn speech in het Brusselse stadhuis, tot Pol Van Den Driessche hem in het oor kwam fluisteren dat er – niet ongerelateerd met die orgasmes – mogelijkerwijze toch een minuscuul probleempje was opgedoken. De tweede keer zag ik het maandag in De afspraak, waar u na een pittig betoog over de Catalaanse schande een simpel vraagje kreeg van Bart Schols, en de blik in uw ogen plots verstarde, als had u zonet de landing waargenomen van een vliegende schotel met Ben Weyts achter de stuurknuppel.


U moet weten: sinds het programma zo onder vuur ligt van uw partij, kijk ik elke dag twéé keer naar De afspraak. Om de kijkcijfers op te krikken, maar ook om nog volop te genieten van Bart Schols, en straks van Phara de Aguirre, voor ze op bevel van minister-president Jan Jambon als presentatieduo vervangen worden door Mia Doornaert en Rik Torfs – die elke aflevering zullen beginnen met een gedicht van Cyriel Verschaeve. Zo was ik maandag dus twee keer getuige van uw tussenkomst – eerst als argeloze kijker, daarna om mij ervan te vergewissen dat ik niet gedroomd had, en dat u écht zo vaag was geweest als ik dacht dat u was geweest. Jazeker, zo bleek.


Aan de lezer die het heeft gemist, leg ik even uit dat u daar zat in uw hoedanigheid van Europees Parlementslid, om commentaar te geven op de veroordeling van de Catalaanse separatisten. Dat deed u uitstekend. U toonde boosheid, verontwaardiging, verdriet en beschaamdheid bij de straffen die werden opgelegd aan de politieke makkers van Carles Puigdemont. Dit was, zo oordeelde u, een Zwarte Dag voor Europa.


Dat N-VA in het Europees Parlement tot dezelfde fractie behoort als het Spaanse Vox, een partij die nóg strengere straffen wil, vond u geen probleem. In dit dossier was geen sprake van fractiediscipline en kon iedereen stemmen naar eigen inzicht en geweten. De vrijheid van het parlementslid stond boven alles. Het gaat immers om zelfbeschikking! Mensenrechten! Alle parlementsleden moeten scherp reageren! Ik kreeg er een krop van in de keel en begon alvast mijn frigobox te vullen om naar Spanje af te reizen en mij aan te sluiten bij de Catalaanse protesten. Maar eerst even De Afspraak uitkijken, dacht ik – het was nu net zo interessant.


En toen gebeurde het. Voor het volgende thema schakelde Schols naar de andere gasten: Heidi De Pauw van Child Focus en Brigitte Herremans, Midden-Oosten-expert. Met hen ging het over de situatie in Noord-Syrië en het bijbehorende lot van kinderen van IS-strijders en IS-weduwen. Op dit moment bevinden zich daar Belgische baby’s, peuters en kleuters wier leven aan een zijden draadje hangt, omdat we niet weten in welke handen ze zullen vallen. Die kinderen hadden al láng terug hier moeten zijn. Toen Schols daarop van u een reactie vroeg, leek het alsof er een waas voor uw ogen trok. U wist niet wat te zeggen en begon in uw achterhoofd te zoeken naar de gepaste debatfiche. Van een vrij en scherp en verontwaardigd parlementslid, dat – los van elke fractiediscipline – in alle zelfbeschikking de mensenrechten verdedigt, was geen sprake meer. U zat zich hoorbaar af te vragen: ‘Wat zou Theo Francken willen dat ik zeg?’ En dus mompelde u maar wat, onder meer dat het ‘een slecht idee’ is om kinderen ‘mee naar daar te nemen’ – het zo onderhand erg wraakroepende ‘Mawda-argument’, zeg maar.


Ik schudde het hoofd, maakte mijn frigobox weer leeg en wist wat mij te doen stond: nóg maar eens, voor de duizendste keer, een briefje schrijven over politiek opportunisme.


In dat verband: toen Schols u met een achterdochtige frons vroeg of u zich echt Vlaams-nationalist voelt, was dat niet ongepast, zoals N-VA-trollen op Twitter beweerden, maar terecht. In 2017, toen de N-VA u het Ebbenhouten Spoor toekende, een paternalistische prijs voor de flinkste nieuwkomer, was u nog lid van de MR, de Franstalige liberalen. In 2010 schreef u voor denktank Liberales zelfs een tirade tégen het nationalisme – een kort fragment: “Vlaanderen heeft nationalisme niet nodig. Nationalisme is een uiting van angst, lafheid en gebrek aan inspiratie.” Vreemd genoeg is deze tekst spoorloos.


Vandaar de vraag van Schols, dus. Die vraag had niets met racisme te maken, zoals ook door N-VA-sympathisanten werd gesuggereerd – pijnlijk voor een partij die het gratuite gebruik van racismeverwijten altijd aanklaagt. U had de eerste moeten zijn om Schols te verdedigen. Maar ook dat durfde u niet – erg tsjeverig, niet? Wat mij eraan doet denken: als u nu lid wordt, kunt u zich bij CD&V nog tot maandag kandidaat-voorzitter stellen.


Vrije groet


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost 12 oktober  2019

'Beste Bart Somers, zet Jambon de toon van deze regering of gade gij da bepale?'


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Bart Somers,


Het wurgcontract dat ik bij mijn indiensttreding bij De Morgen ondertekende, stipuleert dat ik uitsluitend laaghartige stukken mag schrijven over politieke mandatarissen. Dat vloekt met mijn barmhartige inborst, maar ik probeer mij aan die afspraak te houden. Alleen voor u heb ik ooit een uitzondering gemaakt – u zult zich dat nog herinneren: na de aanslagen van maart 2016 vond ik dat men u minister van Preventie moest maken, omdat uw inclusieve Mechelse model wat mij betreft mocht worden geëxporteerd naar de rest van Vlaanderen en desnoods het gehele land. Uw devies luidt dat wij allemaal nieuwkomers zijn in deze superdiverse samenleving, en dat vind ik een constructieve invalshoek, die ons allen tot mildheid noopt. Als ik aan u denk, begin ik volautomatisch – maar zachtjes genoeg, zodat niemand het hoort – Kumbaya te neuriën.


U vreest nu misschien dat ik met deze brief op mijn lofrede wil terugkomen, maar niets is minder waar. Ik schrijf u om nóg maar eens krachtig te applaudisseren, deze keer voor uw resolute optreden in het dossier van de gewraakte campagne voor Bicky Burger.


De hallucinante feiten zijn ondertussen alom bekend. Het bewuste fastfoodmerk heeft deze week een advertentie gelanceerd waarop een man zijn vrouw een ferme vuistslag toedient omdat ze hem de verkeerde hamburger heeft gegeven. De verontwaardiging die terstond losbarstte, was haast ongezien en volkomen terecht. Wat voor zin heeft het nog om de klimaatopwarming tegen te gaan, de wereldwijde kindersterfte terug te dringen, of een federale regering te vormen, als adverteerders met zulke bagger het kostbare weefsel van onze samenleving aan flarden mogen scheuren? Waarom zou iemand nog protesteren tegen de bommenwerpers en de artillerie van Erdogan in Syrië, als hier in Vlaanderen partnergeweld expliciet wordt aangemoedigd? In deze kwestie kon gewoon volksprotest niet volstaan, hier was ferme politieke actie gepast.


PS-kopman Paul Magnette was de eerste die reageerde. Hij zal, liet hij weten, nóóit nog een Bicky Burger eten – de kans dat hij er ooit eentje heeft verorberd, lijkt mij geweldig klein, maar goed: het is het signaal dat telt. Toch bleven wij, als geschokte en ziedende burgers, nog op onze honger zitten. Tot u per tweet eindelijk de juiste boodschap bracht: u zult als minister van Gelijke Kansen bij de JEP – de Jury voor Ethische Praktijken in de reclame – een klacht indienen tegen deze ‘wansmakelijke’ campagne, die partnergeweld ‘banaliseert’ en ‘stigmatiserende genderbeelden’ gebruikt. Ik las uw berichtje en begon ogenblikkelijk te neuriën: hier was mijn favoriete politicus weer!


Let wel, uw klacht lijkt mij het strikte minimum. Ik vraag mij af, en ik zal niet de enige zijn, of die JEP wel veel impact zal hebben. Ondertussen zijn zowel het marketingteam van Bicky Burger, als de gangsters van hun reclamebureau, nog altijd op vrije voeten, en dat mogen wij eigenlijk niet aanvaarden. Deze mensen hebben expliciet, ondubbelzinnig en doelbewust mannen aangespoord om hun vrouwen te mishandelen. Dan komen ze er met zo’n klachtje bij de JEP nog goed vanaf. Zouden lijfstraffen toch geen optie zijn? Of ontzetting uit de burgerrechten? Desnoods een jarenlange celstraf? Ik wil maar zeggen, mijnheer Somers: bij Erdogan zou het nondedorie niet waar geweest zijn!


Uw Bicky-interventie geeft mij wel hoop. Ik verklaar mij nader. Er is de voorbije weken al veel gespeculeerd over uw merkwaardige positie in de Vlaamse regering: hoe kan een inclusief politicus zoals Somers zich nu verzoenen met een regeerakkoord waaruit de putjeslucht van de uitsluiting opstijgt zoals ranzige junklucht uit een Bicky Burger? Bent u van plan om uw principes te verraden voor de macht van een ministerpost? Of bent u daarentegen van plan om Jambon I onderweg op het juiste spoor te manoeuvreren? Zal Jambon de toon van uw departement zetten, of gade gij da bepale?


Ik hoop en vermoed dat de tweede optie werkelijkheid zal worden. Misschien, zo zat ik mij de voorbije dagen te bedenken, bent u wel de Mol in deze regering, en zult u weldra de aanval inzetten, door een klacht in te dienen tegen dit ‘wansmakelijke’ regeerakkoord dat een ‘stigmatiserend’ beeld van de vreemdeling gebruikt en uitsluiting ‘banaliseert’. Dit regeerakkoord, mijnheer Somers, creëert eerste- en tweederangsburgers – Gourmet Burgers en Bicky Burgers, zeg maar – en u bent zich daar terdege van bewust, dat kan niet anders. U loopt het risico dat bevoegde instanties ooit oordelen dat uw maatregelen los in strijd zijn met bijvoorbeeld het gelijkheidsbeginsel, dat dit regeerakkoord als het ware een vuistslag is in het gezicht van de nieuwkomer – misschien moet iemand eens een cartoon tekenen om dat aanschouwelijk te maken.


Wij houden u in de gaten, mijnheer Somers. De nabije toekomst zal uitwijzen of uw visie op inclusiviteit stabiel is. Was u altijd oprecht? Of was u fake ofwa?


Vuistje,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top


Top


Uitkijkpost 5 oktober  2019

'Beste Naya, u bent wellicht het slachtoffer geworden van een laffe xenofobe aanslag’


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Naya,


De regio rond het Limburgse Leopoldsburg begint stilaan gelijkenissen te vertonen met de gevreesde Bermudadriehoek in de Noord- Atlantische Oceaan: steeds vaker komt het voor dat dingen er op onverklaarbare wijze in het niets lijken op te gaan. Zo was er deze week bijvoorbeeld de onrustbarende verdwijning van het zelfrespect van Wouter Beke, die zichzelf zomaar een ministerpostje in de schoot wierp. Nog zorgwekkender was het feit dat ook u en uw welpjes plotseling onverhoeds waren verzwonden. Maandenlang leefde Vlaanderen intens mee met u, uw echtgenoot Gust en de welpjes - en dan ineens, zo bleek deze week, was van u en de welpjes geen spoor meer te bekennen. Gust van zijn kant is nog altijd alive and kicking, maar 'gedraagt zich alweer als een vrijgezel' - zeggen de wolvenkenners, zonder veel respect voor uw gevoelens.

Even stonden wij voor een raadsel. Wat kon er toch gebeurd zijn? Had u het kraambed, ergens halverwege de maand mei, niet overleefd? Zeer onwaarschijnlijk, want Gust werd rond die periode regelmatig gesignaleerd terwijl hij voedsel voor u zocht en gedienstig naar het nest bracht - Gust is nu weer op vrouwenjacht, maar hij was de kwaadste niet. Wat was het dan wel? Hoe was het mogelijk dat een wolvin met welpjes plotseling van de aardbodem verdwenen leek? Betrof het hier een stunt van Bart De Pauw, die zijn tv-carrière nieuw leven gaat inblazen? Was het een complot van de loge? Of hadden Jeroen Meus en Sergio Herman u laten kidnappen en slachten, teneinde nog eens origineel uit de hoek te kunnen komen met een lekker gerechje - wolf met pruimen?

Allemaal erg onaannemelijk.

De werkelijkheid is keihard en onverbiddelijk. Uw verdwijning vond niet toevallig plaats terwijl de Vlaamse formatiegesprekken aan de gang waren. U bent - in uw hoedanigheid van nieuwkomer - wellicht het slachtoffer geworden van een laffe, xenofobe aanslag. De ideologische breuklijn is helder. Aan de ene kant zien we het opengrenzenbeleid van de vzw Welkom Wolf, die uw komst van meet af aan heeft toegejuicht als een verrijking van de biodiversiteit. In dit kamp overheerst de boodschap: een wolf meer of minder, wir schaffen das wel. Aan de andere kant staan de Vlaamse inboorlingen voor wie u, zoals de Bulgaarse metselaar en de Roemeense truckchauffeur, een oneerlijke concurrent uit Oost-Europa bent - een crimigrant, die van ons ecosysteem komt profiteren zonder eraan te hebben bijgedragen. Die schapen en reeën, zo luidt de redenering hier, zijn van óns.

De verdenking, lieve Naya, rust nu op een bende jagers die aan het stropen is geslagen. Dat ook uw welpjes het leven lieten, beschouwen zij zeker als de verantwoordelijkheid van de ouders: ik weet niet hoeveel het er waren, maar we zullen twee van hen postuum alvast Mawda en Aylan noemen. Ik weet dat u als wolf - in tegenstelling tot wat uw nare sprookjesreputatie doet geloven - zelden of nooit mensen zult aanvallen. Daar hebben uw moordenaars misbruik van gemaakt.

Dat de jacht bij ons nog altijd is toegelaten, mag overigens een raadsel heten. Het is hier sinds kort bij wet verboden om dieren onverdoofd te slachten - voor joden en moslims, tenminste, want Vlaamse jagers mogen dat wel nog altijd. Zij hebben in het beste geval alleen zichzélf verdoofd, middels de inname van copieuze hoeveelheden alcohol tijdens de lunch die - zo stel ik mij voor - aan een jachtpartij voorafgaat. Het wild dat elk jaar tijdens het jachtseizoen wordt afgeknald, is aldus volkomen halal - wat mogelijkheden opent inzake onze handelsrelaties met Saudi-Arabië.

Er staat ondertussen 30.000 euro op het hoofd van de daders. Ik hoop dat de beste tip straks komt van een jong koppel met een even grote nesteldrang als u en Gust - het zou hen compenseren voor de in onze Vlaamse natie pas afgeschafte woonbonus.

In dat verband: het is onbegrijpelijk dat u in Vlaanderen niet warmer bent ontvangen. U bent tenslotte maar een relatieve nieuwkomer. Tot begin de negentiende eeuw, bij de stichting van België, behoorde u hier tot de fauna. De kans bestaat dat uw voorouders een brokje meepikten toen Jan Breydel het vlees leverde voor de Guldensporenslag. Ook bij menig ander Vlaams wapenfeit was de wolf vast in de buurt. U maakt, beste Naya, onlosmakelijk deel uit van de Vlaamse Canon. Ik mag hopen dat uw wedervaren ooit het voorwerp wordt van een stichtende kinderfilm, een tearjerker zonder nodeloze humor of spanning, in een regie van Jan Verheyen. Titel: Naya, zolang de wolf kan klauwen. De emotionele climax: Gust die thuiskomt met een schapenbout en een leeg nest aantreft.

Tussen haakjes: het lot van de arme schaapjes die u en de uwen al hebben verscheurd, schrappen we uit het scenario. Onze kindjes hoeven niet te vernemen dat de natuur geen harmonieuze plek is waar liefde en evenwicht heerst, maar een oord van moord, terreur en bloedvergieten. Het CD&V-partijbureau, maar dan met bomen en zo.


Levenloze groet,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top



Top


Uitkijkpost 28 september  2019

'Weet u welke denkfout u maakt, mijnheer Bogaert? U lijdt aan electorale behaagzucht’


Joël De Ceulaer - De Morgen



Beste Hendrik Bogaert


U bent sinds kort, laat daar geen twijfel over bestaan, één van de vijf historische figuren van de naoorlogse christendemocratie. Eerst was er Gaston Eyskens, architect van onze robuuste welvaartsstaat. Dan kwam Wilfried Martens, die de Vlaamse deelstaat vormgaf. Vervolgens slaagde Jean-Luc Dehaene erin ons land de eurozone binnen te loodsen. Yves Leterme reed, dankzij een kartel met de N-VA, de partij eigenhandig de vernieling in. En u, tot slot, bent de eerste politicus in de geschiedenis van dit land die het Vlaams Blok slash Belang langs rechts wist in te halen. Uw recente voorstel om sofort over te gaan tot een hoofddoekenverbod in de publieke ruimte is zo krankjorum dat zelfs Filip Dewinter er in zijn ruigste fantasieën nooit zou opgekomen zijn.


En nu houdt u zich dus, luidens de wandelgangen, klaar om uzelf te outen als kandidaat-voorzitter van die stille, brave, ouderwetse, immer gematigde, godsvruchtige en zedige CD&V. Terwijl Wouter Beke u al lang – figuurlijk, uiteraard – uit het venster had moeten werpen. Een mens staat nérgens meer van te kijken, tegenwoordig.


Voor de lezers bij wie uw nare voorstel niet meer zo fris in het geheugen zit, breng ik het graag nog even in herinnering. In een met slordige argumenten bij elkaar geharkt boekje – met de ironische titel In vrijheid samenleven – stelde u voor dat “opvallende religieuze symbolen” moeten worden verboden zodra “meer dan vijf procent” van de bevolking die bewuste religie aanhangt. Dat was, zo voegde u eraan toe, overigens helemáál niet tegen moslims gericht – dat het christelijke kruisje niet opvallend is en dat de joodse bevolking geen vijf procent van de bevolking uitmaakt, is Louter Toeval. Uw enige intentie bestond erin om de vorming van sociale “subgroepen” tegen te gaan en tegelijk het “harmonische samenleven” in onze fraaie regio te bevorderen. Ik heb dat altijd een geweldig curieuze redenering gevonden. Mensen verbieden om te dragen wat ze willen om het samenleven te bevorderen, lijkt mij zoiets als jezelf urenlang met een hamer op het hoofd slaan om het genezingsproces na een hersenschudding te bevorderen.


Deze week las ik in De Standaard dat u vindt dat uw partij de knusse Vlaamse zeden en gewoonten weer volop moet omarmen.
U vermeldde de “zondagsrust, de bloedprocessie en elkaar de hand schudden als we goeiedag zeggen” – stuk voor stuk tradities die, zoals we weten, het hartje van de Vlaming sneller doen slaan, al van jongs af aan: wie van ons heeft vroeger op de speelplaats géén bloedprocessietje gespeeld met de vrienden? Ook hier bij De Morgen, toch een vooruitstrevende Vlaamse krant, is een feestje niet geslaagd als we niet in polonaise en met gepaste kledij de bloedprocessie hebben voltrokken.


Ook dat hoofddoekenverbod past volgens u perfect in het Vlaamse waardepatroon zoals dat aan menig tapkast in de praktijk wordt gebracht: daar, aan de toog, krijgt u dat idee naar eigen zeggen meteen verkocht. Wat mij niet verbaast: vanaf vijf promille doen zelfs genocidaire gedachten hun intrede, wat het “harmonische samenleven” trouwens ook lichtjes in het gedrang kan brengen.
Terzijde: hoe zou u dat hoofdoekverbod juist willen afdwingen? Door met zedenpolitie bemande vrachtwagens de steden en dorpen te laten doorkruisen op zoek naar overtreedsters, die dan in een kamp worden bijeengebracht voor een vestimentair en ideologisch heropvoedingstraject?


Ik vraag het maar, hoor. Ook mede namens uw partijgenoten, die daar vast niet allemaal hetzelfde over denken. Bij CD&V is het altijd wel van enerzijds-anderzijds geweest, maar nu breekt de periode aan van enerzijds-anderzijds-zuszijds-zozijds-hierzijds-daarzijds-ginderzijds. Uw partij stevent af op een explosie van onenigheid, een wonderbaarlijke vermenigvuldiging der meningsverschillen, waarbij u elkaar bekogelt met broden en vis. Miet Smet wil de ‘C’ schrappen uit de naam, Pieter De Crem en u willen er een antimoslimpartij van maken, Mieke Van Hecke wil moslims knuffelen. De rest van de partij droomt van “een nieuw verhaal”, met “rechten en plichten”, alsook met “vrijheid en verantwoordelijkheid”. De volgende stembusgang wordt een bloedprocessie.


Weet u welke denkfout u maakt, mijnheer Bogaert? U lijdt aan electorale behaagzucht. U hebt de score van Vlaams Belang gezien en hengelt nu naar de gunst van de naar rechts opschuivende kiezer. Alleen doet u dat zoals sommige verliefde puberjongens het meisje van hun dromen willen veroveren: kwijlend van verlangen en bereid om door het stof te kruipen. Spoiler: dat werkt meestal niet.


U hebt één troost: het verschil met de situatie bij Open Vld en sp.a is met het blote oog niet meer waarneembaar. Voor u is dat niet erg: als het niet lukt om bij CD&V voorzitter te worden, kunt u het nog bij een van die twee andere partijen proberen. Welke het ook wordt: zwaai nog eens als u straks over de kiesdrempel rijdt.


Met Vlaamse handdruk,


Joël De Ceulaer, senior writer


Top